Transitievisie Warmte Gemeente Hilversum 2021
Tekst van het document
Ad1. In het stadium van idee kunnen initiatiefnemers een verkennend gesprek aanvragen met een medewerker van het team energietransitie. Doel van dit gesprek is om gezamenlijk te bepalen of:
•
• •
het idee haalbaar en realistisch wordt geacht op basis van een globale toets op de criteria die hieronder worden beschreven bij de beoordeling van een energie-initiatief; welke vormeisen de gemeente stelt om het tot een energieinitiatief te brengen; welke mogelijke rol de gemeente kan vervullen indien het idee tot een energie-initiatief wordt gebracht;
Hierbij hanteert de gemeente het uitgangspunt dat het idee door initiatiefnemers zelf tot een energie-initiatief wordt gebracht. De gemeente zal het idee daarom in principe niet overnemen en/of zelf initiatiefnemer worden.
Ad2. Op het moment dat initiatiefnemers al dan niet na een verkennend gesprek met de gemeente een idee tot een energieinitiatief weten te brengen, kunnen zij hun initiatief via de gebruikelijk route -zoals bij ruimtelijke initiatieven- aanmelden bij de gemeente via de website. Het initiatief komt dan terecht bij het team energietransitie, dat het ook beoordeelt aan de hand van de hieronder beschreven aspecten en criteria. Daarbij krijgen de initiatiefnemers een interne accounthouder energieinitiatieven toegewezen, die de contacten onderhoudt en zorgt voor de interne coördinatie, nodig om tot een integrale en gewogen toetsing en advies te komen. Deze toetsing en advies wordt voorgelegd aan de verantwoordelijk portefeuillehouder. In het advies wordt een voorstel gedaan of en de wijze waarop het initiatief kan worden ondersteund, welke personele en financiële consequenties dit heeft en welke rol en instrumentarium de gemeente daarvoor wil inzetten. Op basis van het besluit van de portefeuillehouder vindt een vervolggesprek plaats met
79
de initiatiefnemer(s). Indien dit besluit tot gevolg heeft dat er aanvullende middelen nodig zijn, dan zal daarvoor een collegeen raadsvoorstel worden opgesteld.
Aspecten van afweging Als het gaat om een volwaardig initiatief, of een plan met de mogelijkheid om dat te worden, dan zijn er nog wat aspecten die de gemeente afweegt bij de vraag om ondersteuning. Daarvoor sluiten we aan bij de afwegingskaders die de gemeente al heeft: 1. Het Ruimtelijk Intake Team (RIT) gebruik een afwegingskader om initiatieven met ruimtelijke aspecten te wegen. De uitkomst van deze weging heeft vier mogelijkheden: ja, ja mits, nee tenzij en nee. 2. Vanuit de Omgevingsvisie ontwikkelt de gemeente momenteel een afwegingskader op basis van de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties, ook wel de Global Goals genoemd. Doel van het afwegingskader is het integraal afwegen van keuzes. De Hilversumse identiteit staat centraal: “past dit initiatief bij ons en wie we willen zijn in 2040?”; 3. Daarnaast hanteren de buurtcoördinatoren ook een checklist voor wijkinitiatieven. Voor de inwoners van Hilversum maakt het niet zoveel uit hoe de gemeente het georganiseerd heeft, als de wijze waarop maar eenduidig en herkenbaar is. Het is daarom belangrijk dat de manier waarop de verschillende afdelingen met initiatieven omgaan veel overeenkomst hebben.
Bij de energietransitie komen daar nog andere overwegingen bij kijken: we kijken niet alleen of een initiatief wel past binnen alle bestaande regels, beleid en uitgangspunten, maar eerder draaien we het om: als het een goed initiatief lijkt dat innovatief is (inhoudelijk, procesmatig en of in de samenwerking) en bijdraagt aan de energietransitie proberen we het mogelijk te maken. Een transitie betekent immers dat we dingen anders moeten gaan doen dan tot nu toe, daar passen nieuwe initiatieven bij. Problemen van vandaag aanpakken met de oplossingen en denken van morgen. Bovendien is Hilversum niet de enige gemeente die zoekt naar mogelijkheden om de afspraken uit het Klimaatakkoord uit te voeren. Daar waar we van collega’s kunnen leren, zullen we dat natuurlijk niet nalaten. Kort samengevat wordt een initiatief (dat voldoet aan de hoofdhart-handen aspecten) naast het bestaande beleid gelegd, wordt het getoetst aan wet- en regelgeving en wordt de ondersteuningsvraag afgewogen met de financiëleenpersonele mogelijkheden van de gemeente. Ook belangrijk is hoe het initiatief past binnen, of aansluit bij al bestaande initiatieven en netwerken binnen Hilversum of daar buiten, zoals de energiecoöperaties, Hilversum100, bedrijvenverenigingen, woningcorporaties, etc., net wat van toepassing en relevant is.
Tenslotte is er een afweging te maken over de rol van de gemeente bij het betreffende initiatief. Hieronder wordt per criterium kort toegelicht waarop wordt getoetst.
80
Bestaand beleid
Wet- en regelgeving
De belangrijkste beleidstoets voor energie-initiatieven is het nationale Klimaatakkoord en de daaruit voortvloeiende Regionale Energie Strategie (RES) en de Transitievisie Warmte. Leidend is daarbij steeds de beperking van uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen. Maar er is natuurlijk veel meer beleid relevant, afhankelijk van het initiatief dat zich aandient. Gaat het bijvoorbeeld over elektrisch rijden, dan is de Mobiliteitsvisie belangrijk, bij verduurzaming van een monumentaal pand is het Monumentenbeleid van belang en misschien ook de Woonvisie. Ten aanzien van bedrijven is al snel het economisch beleid in beeld en zo gauw er ruimtelijke consequenties zijn bij het initiatief komt de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan (voorheen Bestemmingsplan) kijken.
Een initiatief moet natuurlijk wel legaal zijn, het moet voldoen aan bestaande wet- en regelgeving. Soms is het in een transitie nodig om de randen daarvan op te zoeken, of zelfs te kijken of er een uitzondering gemaakt kan worden, maar ook dat volgens de regels. En in dit geval binnen het bestuurlijk handelingsperspectief van de gemeente Hilversum. Anders zou een initiatief ook veel te kwetsbaar zijn: er hoeft maar iemand tegen te zijn en de rechter zal het initiatief verbieden.
Daar waar het initiatief raakt aan aanpalende beleidsvelden zal advies worden gevraagd aan de betreffende beleidsambtenaar en/of team. Samengevat: • De toetsing begint met de bijdrage aan de energietransitie doelstelling; • Vervolgens vindt, op basis van een advies van betrokken beleidsambtenaar of -team, toetsing plaats met aanpalende beleidsvelden en of het daarmee niet in strijd is.
Samengevat: • Toetsing aan landelijke, provinciale en lokale wet- en regelgeving.
Financiële en personele mogelijkheden Er moet veel gebeuren, we willen veel, maar het moet allemaal wel kunnen. En de mogelijkheden zijn beperkt. Als een initiatief zich aandient zal bekeken worden of het past binnen het bestaande jaarplan en de jaarbegroting, het budget. Als dat zo is, dan zijn er mogelijkheden. Past het niet, dan betekent dat óf uitstel (misschien kan het in het plan en begroting voor komend jaar opgenomen worden) óf een voorstel aan college en raad om de begroting aan te passen en het initiatief daarmee toch mogelijk te maken. In sommige gevallen is financiering door derden ook nog een optie: de provincie en het rijk hebben regelingen om bepaalde goede initiatieven te ondersteunen. De
81
gemeente kan daarbij meestal wel de weg wijzen. Daarbij is wel van belang dat initiatiefnemers zelf in staat zijn om het idee te vertalen in een concreet projectvoorstel/initiatief. De gemeente zal vanuit de eerder aangegeven noodzaak tot prioritering haar inzet geven op concrete initiatieven. Er is altijd bereidheid om van gedachten te wisselen over ideeën die potentiële initiatiefnemers hebben, maar de gemeente is terughoudend om in een fase van ideevorming het initiatief of trekkersrol over te nemen. Samengevat: • Toetsing op aansluiting op gemeentelijke prioriteiten en doelstelling; • Toetsing op eigen draagkracht bij initiatiefnemers voor het initiatief.
Bestaande initiatieven en netwerken De gemeente vindt het belangrijk dat initiatieven niet helemaal op zichzelf staan, maar relatie hebben met andere initiatieven, organisaties of netwerken binnen Hilversum (of zelfs daar buiten), dan wel van meerwaarde zijn op het verder versterken van dit netwerk. De gemeente stelt zich op het standpunt dat dit bijdraagt aan het verder professionaliseren van dit netwerk en het verbreden van de opgave en betrokkenheid van Hilversumse partijen. Bij energie-initiatieven komen dan al snel de energiecoöperaties, de Hilversum100, Stichting Natuur- en Milieueducatie of dergelijke organisaties in beeld. Voor bedrijven uiteraard ook de bedrijvenverenigingen. De kans van slagen
van een initiatief is mede afhankelijk van de betrokkenheid van dergelijke organisaties. Daarbij is tevens van belang dat kennis, ervaringen en data in relatie tot het initiatief en bij de realisatie van het initiatief ook worden gedeeld met de Hilversumse samenleving en andere initiatiefnemers. De gemeente zal initiatiefnemers dan ook altijd vragen inzicht te bieden in de wijze waarop zij hieraan invulling denken te geven. Tot slot hecht de gemeente aan een goede verbinding met en draagvlak in de buurt of wijk van het initiatief vanuit de gedachte dat elk initiatief raakt aan de belangen van inwoners en of betrokken partijen. Voor dit aspect wordt aan de betrokken buurtcoördinator advies gevraagd. Dit is een zwaarwegend advies. Samengevat: • Toetsing op verbondenheid, meerwaarde en integratie in het bestaande energietransitie-netwerk; • Advies van de betrokken buurtcoördinator; • Toetsing van de bereidheid tot het delen van informatie, ervaring en data van het initiatief.
De rol van de gemeente De gemeente heeft van de wetgever, maar ook in het Klimaatakkoord de rol gekregen van regisseur in de energietransitie. De gemeente wordt geacht initiatieven te ondersteunen, met elkaar in verband te brengen, richting te
82
geven en te helpen met advies, middelen of vergunningen. Maar ook om bepaalde zaken of ontwikkelingen juist tegen te houden, niet mogelijk te maken. Soms is betrokkenheid van de gemeente daardoor heel groot en intensief, soms ook helemaal niet. En soms kan de betrokkenheid van de gemeente ook een obstakel zijn. Dat is sterk afhankelijk van het initiatief in kwestie en van de keuze die de gemeente in dat specifieke geval maakt. Het is moeilijk om bij voorbaat aan te geven welke rol de gemeente zal nemen, zeker in een tijd van transitie. De argumentenfabriek heeft in haar publicatie “strategisch positie kiezen in de energietransitie” (zie ook https://www.argumentenfabriek.nl/ nl/strategisch-positie-kiezen-in-de-energietransitie) 6 mogelijke rollen voor overheden in de energietransitie beschreven, die ook toepasbaar zijn op Hilversum:
1
Afwachter
De gemeente laat partijen vrij om een bijdrage aan de energietransitie te leveren en laat de uitvoering van transitieactiviteiten over aan partijen. In dit geval beperkt de gemeente zich tot haar publiekrechtelijke rol, wat tot haar taak behoort, zoals vergunningverlening.
2
Verbinder
De gemeente stuurt op resultaat door op eigen initiatief partijen en of initiatiefnemers bij elkaar te brengen, maar laat ze relatief vrij om hun bijdrage te bepalen. Daarbij ondersteunt zij partijen, door hun transitie-activiteiten op elkaar af te stemmen en een zetje te geven.
3
Facilitator
De gemeente laat partijen vrij om een bijdrage te leveren aan een energie initiatief en dwingt geen resultaten af. Daarbij ondersteunt de gemeente initiatiefnemers bij het verder brengen en realiseren van hun energie initiatief.
4
Regisseur
De gemeente stuurt erop dat initiatiefnemer en initiatieven een bijdrage leveren aan de energietransitie en dat ze tot resultaat leiden. Daarbij mengt de gemeente zich in de uitvoering door actief activiteiten af te stemmen en initiatiefnemers en betrokken stakeholders te ondersteunen bij hun bijdrage.
5
Uitvoerder
De gemeente stuurt betrokken partijen aan om resultaten te behalen, waarbij de gemeente zelf een aanzienlijk aandeel neemt in de uitvoering van het energie initiatief.
6
Dwinger
De gemeente stuurt partijen actief in positieve of negatieve richting. In positieve zin betekent dit door middel van de inzet van beschikbaar instrumentarium, zoals normering en handhaving, waarbij de uitvoering wordt overgelaten aan derden. In negatieve zin door het belemmeren dat bepaalde partijen kunnen deelnemen of een bijdrage kunnen leveren, dan wel door niets in de uitvoering te doen en partijen niet te ondersteunen. Bij initiatieven vanuit de Hilversumse samenleving, zoals hierboven beschreven zal afhankelijk van het initiatief de gemeente vooral een rol pakken tussen 1 en 4. Het moge duidelijk zijn dat richting de rol van regisseur ook de betrokkenheid van de
83
gemeente groter is. Een voorbeeld daarvan is de wijze waarop de gemeente regie neemt in de Proeftuin Aardgasvrije Wijk noordelijke Meent (PAW).
er behoefte of noodzaak is tot een andere inzet. Dit zal periodiek moeten worden afgewogen om te voorkomen dat rol en inzet niet meer functioneel en doelgericht zijn en daarmee inefficiënt.
De rol van uitvoerder is aan de orde als de gemeente zelf initiatiefnemer is bijvoorbeeld in de aanleg van een eigen warmtenet. Dat laatste is op dit moment, en naar verwachting ook in de toekomst, niet aan de orde in Hilversum. De mogelijkheden om dwingend op te treden zijn op dit moment op gemeentelijk niveau zeer beperkt en afhankelijk van wetgeving op termijn vanuit de rijksoverheid.
Samengevat: • Toetsen van rolneming door de gemeente bij het initiatief; • Toetsen van inzet van geëigend gemeentelijke instrumentarium bij het initiatief; • Toetsen van looptijd/fasering van rol en inzet instrumentarium.
Om de omslag in energiegebruik mogelijk te maken, zal de rol van de gemeente soms anders zijn dan in het verleden. Of zelfs veranderen gedurende een initiatief. Dat kan en is zelfs soms nodig of wenselijk. Met goede toelichting en communicatie is dat ook geen probleem. Bij deze rolneming heeft de gemeente ook divers instrumentarium tot haar beschikking. In de eerder genoemde publicatie van de Argumentenfabriek worden deze als volgt samengevat: 1. Juridische instrumenten; 2. Communicatieve instrumenten; 3. Financieel-economische instrumenten; 4. Organisatorische instrumenten.
Evaluatie Deze werkwijze voor toetsing van energie-initiatieven zal periodiek worden geëvalueerd. Dat heeft meerdere doelen: • Periodiek evalueren met initiatiefnemers, partners en stakeholders of de voorgestelde aanpak en toetsing aansluit op de praktijk; • Of deze aanpak ook leidt tot een groei in het aantal initiatieven; • Om te leren van de initiatieven die binnengekomen zijn en onze rol binnen het netwerk; • Communiceren naar de Hilversumse samenleving over wat er gebeurt aan initiatieven in het kader van de energietransitie.
Dit instrumentarium staat ook de gemeente Hilversum tot haar beschikking en wordt nu al bij initiatieven en projecten in verschillende combinaties ingezet. Daarbij is nog van belang te vermelden dat de rolneming en de inzet van instrumentarium gedurende de looptijd van een initiatief kan veranderen of dat
84