Raadsvoorstel bijlage 5 Zienswijzennota
Tekst van het document
Zienswijzennota
Ook in het beroep tegen het bestemmingsplan uit 2020 is indertijd de variant via Koninginneweg – Naarderstraat opgevoerd. De Raad van State heeft geoordeeld dat de raad het alternatief in redelijkheid heeft kunnen afwijzen, zie rechtsoverweging 12.1 van de uitspraak: 12.1. De Afdeling overweegt dat de raad bij de keuze van een bestemming een afweging moet maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beleidsruimte. De voor- en nadelen van alternatieven moeten in die afweging worden meegenomen. De raad heeft, onder verwijzing naar het stuk "Beoordeling varianten Koninginneweg" van 18 september 2017, aangegeven dat de suggestie om de centrumring via de Koninginneweg en de Naarderstraat te laten lopen, is onderzocht. De raad heeft toegelicht dat het aangedragen alternatief niet de voorkeur heeft, omdat dit ertoe zal leiden dat automobilisten moeten omrijden. Ook heeft de raad toegelicht dat het aangedragen alternatief niet de voorkeur heeft gelet op de omvang van het project en de vrees voor extra vertraging op de centrumring door de aanwezigheid van kruispunten. De Afdeling is van oordeel dat hieruit blijkt dat de raad het door [appellant sub 1] en anderen voorgestelde alternatief heeft betrokken bij de vaststelling van het plan en in redelijkheid dat alternatief heeft kunnen afwijzen.
De gemeente is van mening de aangedragen alternatieven voldoende te hebben onderzocht. Hoewel ook de gemeentelijke voorkeursvariant voor- en nadelen heeft is gebleken dat de bewoners-varianten niet leiden tot een gelijkwaardig resultaat met aanmerkelijk minder bezwaren dan de voorkeursvariant van de gemeente. 2.8.3 De informatievoorziening naar de burgers toe was opnieuw beneden peil. Op 29 juli jl. (de eerste dag van het ter inzage leggen van het nieuwe bestemmingsplan vonden de bewoners, die niet met vakantie waren, een brief (gedateerd 19-07-2022) in hun brievenbus met zeer beperkte en misleidende informatie. In de brief staat ook nergens vermeld waar de zienswijze heen gezonden kan worden en voor welke datum dat moet gebeuren. Antwoord 2.8.3: De wethouder en projectleider hebben de ondertekenaars van deze zienswijze in een gesprek 14 juli 2022, vóórafgaand aan de start van de bestemmingsplanprocedure, al geïnformeerd. De gemeente heeft tijdig en op de gebruikelijke wijze van ter inzagelegging van alle stukken bekend gemaakt. Het gaat om publicaties op de website van de gemeente, het huis-aan-huisblad Gooi en Eembode en het gemeenteblad. Tevens is er een bericht op de projectwebsite verschenen en is in de nieuwsbrief van het Stationsgebied aandacht besteedt aan de procedurestart.
De eigenaren van gronden waarvoor voorkeursrecht is gevestigd zijn per brief op de hoogte gesteld. De gemeente is niet verplicht om bewoners afzonderlijk te informeren over de start van een bestemmingsplanprocedure. Dat is ook niet gebruikelijk. Echter vanwege de impact van het plan, er op het voorgaande plan veel reacties zijn ontvangen en de ter inzage legging deels plaats zou vinden gedurende de zomerperiode is er voor gekozen indieners van een zienswijze op het bestemmingsplan uit 2020 per brief te informeren over de ter inzage legging van de stukken. Tevens zijn bewoners en aanwonenden van het plangebied per huis-aan-huis brief op de hoogte gebracht van de start van de procedure. In de brieven is verwezen naar de publicatietekst voor wat betreft de wijze waarop stukken kunnen worden bekeken en hoe een zienswijze kan worden ingediend. Aangegeven is dat de publicatie op donderdag 28 juli 2022 in onder andere de Gooien Eembode zal worden geplaatst. Wij zijn van mening veel meer aandacht te hebben besteedt aan de ter inzagelegging dan gebruikelijk of verplicht en spreken tegen dat sprake is van misleidende informatie. 2.8.4 De bewoners zijn geschokt door de manier waarop de gemeente met hen omgaat.
Het nieuwe bestemmingsplan wijkt niet alleen nauwelijks af van het vorige, maar juist de punten waarom bewoners naar de Raad van State zijn gegaan: de onacceptabele hoeveelheid geluid én het aantasten van de leefomstandigheden doordat balkons onbruikbaar worden, zijn in het plan totaal genegeerd De Raad van State noemde het in haar uitspraak onzorgvuldig van de gemeente Hilversum dat zij geen rekening had gehouden met het cumulatief geluid en de problemen voor de balkons. De gemeente had niet zomaar mogen concluderen dat er sprake was van een aanvaardbaar woon en leefklimaat. Maar ook nu gaat de gemeente met het nieuwe bestemmingsplan hieraan volledig voorbij. Pagina 20 van 52
Zienswijzennota
Antwoord 2.8.4: Hoewel het bestemmingsplan uit 2020 is vernietigd is de aanleiding voor het opstellen van het bestemmingsplan, het in 2019 door de raad vastgestelde ‘Stedenbouwkundig plan’, ongewijzigd. Dat is de reden dat het bestemmingsplan nauwelijks afwijkt van het eerdere plan. De Raad van State heeft in zijn uitspraak aangegeven (overweging 11.2 van de uitspraak) ‘dat de raad bij de belangenafweging een oordeel moet geven over de gestelde verslechtering van de geluidsituatie ter plaatse van de woningen aan het Langgewenst. Voor zover aan de orde moet die beoordeling ook zien op in de sectorale wetten niet betrokken aspecten. In dit geval gaat het om de door appellant en anderen gestelde geluidbelasting op de balkons, die voor de toepassing van de Wet geluidhinder niet als geluidgevoelige objecten worden aangemerkt. Ook moet het een en ander cumulatief en – ook voor zover aan de orde – samen met andere voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse relevante akoestische aspecten worden beoordeeld.’ De Raad van State heeft hiermee geen inhoudelijke uitspraak gedaan over de leefbaarheid, c.q. de cumulatie van geluid, maar gesteld dat een kwalitatieve afweging hierover ontbrak. In de toelichting van het bestemmingsplan komen de diverse relevante geluidbronnen én de cumulatie daarvan aan de orde.
De beoordeling van het woon- en leefklimaat zoals onderdeel van het ontwerpbestemmingsplan is door ons aangevuld. Daarbij is ook extra informatie toegevoegd met betrekking tot de diverse andere geluidsbronnen waarvan nu al overlast wordt ervaren. Wij verwijzen naar de aangevulde paragraaf die als separate bijlage onderdeel is van deze nota. 2.8.5 Akoestisch onderzoek In het vorige bestemmingsplan vroeg de gemeente voor Schoolstraat en Langgewenst een hogere grenswaarde geluid aan van 63 dB aan in plaats van de huidige 59 dB. Dit zou betekenen dat het geluidsniveau meer dan verdubbelt. Inmiddels is blijkbaar ingezien dat de toen aangevraagde verdubbeling van het geluid nog steeds volstrekt onvoldoende is om meer dan 13.000 voertuigen per dag door de woonbuurt te laten gaan. Daarom stelt men in het nieuwe bestemmingsplan Stationsgebied 2022 voor om de geluidsnorm nogmaals te verhogen naar het hoogst toelaatbare, een grenswaarde van 68 dB. Dit betekent een verhoging van 9 dB ten opzichte van de vorige norm of wel een 8-voudige verhoging van de geluidsbelasting t.o.v. van de huidige norm van 59 dB. Voor ons is deze stap ongehoord en onbestaanbaar. Antwoord 2.8.5: De verkeersintensiteiten op de Schoolstraat en het Langgewenst gaan van ongeveer 4.330 motorvoertuigen per werkdag naar 10.350 motorvoertuigen per werkdag.
In de huidige situatie heeft Honingstraat 2b de hoogste geluidsbelasting, namelijk 65,87 dB. Dat is ook het geval in de toekomstige situatie, namelijk 68,12 dB, een geluidstoename van 2,25 dB. De hoogste geluidstoename door uitvoering van het plan is te vinden op Koninginneweg 171a, namelijk 7,76 dB. Op grond van artikel 110g Wet geluidhinder wordt 5 dB afgetrokken van de waarde. Dit betekent dat de afgegeven hogere waarde 63 dB bedraagt. NB: Op grond van het ‘Reken- en meetvoorschrift geluid 2012’ artikel 1.3 worden berekende waarden geluidsbelasting afgerond. 2.8.6 Als agglomeratie-gemeente was Hilversum - los van het bestemmingsplan - verplicht om voor 01-07-2022 actuele geluidskaarten te publiceren.
Pagina 21 van 52
Zienswijzennota
Geluidsbelasting 2021 Langgewenst L den 68 dB Zowel de geluidskaarten, die gemeente Hilversum dit jaar moest publiceren (zie boven) als het nieuw uitgevoerde akoestisch onderzoek van Antea laten zien dat het gemiddelde dag-, avond- en nachtniveau van 68 dB in Langgewenst/Schoolstraat nu al een gegeven is. Een waarde die wij ook middels eigen langdurige metingen zelf al eerder bij de Raad van State konden aantonen. - De geluidbelasting van het spoor wijkt sterk af van andere meetgegevens in de buurt.
Het punt A ligt vlak bij Langgewenst en Schoolstraat, waarbij er geen enkele demping is van gebouwen bij de spoorovergang. - De te verwachte toename van motorvoertuigen van ca 4.500 in 2019 tot straks 12.620 voertuigen is hierin nog niet verwerkt, en ook er is geen rekening gehouden met cumulatief geluid.
Uit bestemmingsplan (bijlage) aanvraag 2020 Op onze vragen aan de wethouder op welke data, op welke posities en over welke tijdspanne er in het nieuwe akoestisch rapport gemeten is, antwoordde de projectleider dat het geluid niet is gemeten, maar berekend. Pagina 22 van 52
Zienswijzennota
Voor ons is glashelder dat voor de toekomst alleen geluidsberekeningen mogelijk zijn. Maar het is wel cruciaal voor een correcte berekening dat van de juiste uitgangsgegevens wordt uitgegaan. De laatste geluidsmetingen werden niet aan ons verstrekt. Eigen metingen over een langere periode geven aan dat de maximaal toegestane geluidsbelasting van 68 dB op dit moment al is bereikt zonder dat de gemeente handhaaft op de dagelijkse overschrijding van de huidige norm van 59 dB. Voor wat betreft de voertuigaantallen is door de gemeente gebruik gemaakt van het verkeersprognosemodel 2019, zowel in bestemmingsplan 2020 als 2022. Deze berekeningen worden doorgaans gemaakt voor de situatie 10 jaar na de besluitvorming. Het is volstrekt onduidelijk waarom de verkeersintensiteit op het Langgewenst in de huidige situatie ineens is veranderd van 4450 naar 6880 motorvoertuigen per etmaal. Wij vragen ons ook af waarom in dit geval uitgegaan wordt van een plansituatie 2040 (18 jaar later dan planvorming i.p.v. 2029 én waarom de verkeersaantallen ineens 25 tot 50% lager zijn dan in de plansituatie 2029. Waar men in 2020 uitging van 12.620 voertuigen per etmaal in 2029, gaat men nu uit van 9.320 in 2040. Wij kunnen ons niet aan de indruk intrekken dat de gemeente met cijfers goochelt om binnen de toegestane maximale geluidsbelasting te komen.
Uit bijlage bestemmingsplan aanvraag 2022 Antwoord 2.8.6: Het oude verkeersprognosemodel waarmee de verkeersstudies zijn gedaan voor het vernietigde bestemmingsplan ‘Stationsgebied 2020’ stamde uit 2015. In september 2020 heeft Royal HaskoningDHV het nieuwe verkeersprognosemodel opgeleverd. Deze wijkt op een paar punten af van het oude verkeersprognosemodel namelijk: • Het basisjaar is gekalibreerd op verkeerstellingen uit 2019 i.p.v. 2016; • Het toekomstjaar is 2040 i.p.v. 2030; • Vastgesteld beleid en (verkeers- en bouwplannen) van de gemeente; • Buiten het studiegebied zijn de wegen optimaal aangesloten bij NRM West 2020 i.p.v. NRM West2013; • Voor het toekomstjaar 2040 is aangesloten bij het NRM versie 2020 met Hoog-scenario i.p.v. NRM 2013Hoog-scenario. Met name de verschillen die in de sociaal economische data en beleidsinstellingen van NRM (Nederlands Regionaal Model) 2040 zorgen voor wijzigingen in de verkeersintensiteiten. Het model gaat er vanuit dat in de toekomst het gebruik van motorvoertuigen zal afnemen.
2.8.7 We hebben in onze buurt niet alleen te maken met geluiden veroorzaakt door het verkeer en spoor (en met het belgeluid daarvan), maar ook met extra geluidsbelasting door de markt, airco’s en aggregaten van vrachtwagens, vliegverkeer, 6 x p.w schoonmaak plein, parkeerbewegingen, horeca, glasbakken en andere relevante bijdragen aan geluid RMG 2012 (scooters, brommers, motoren) en de geluidoverlast door Pagina 23 van 52
Zienswijzennota
evenementen, kermis e.d., waarvan de geluidswaarde 3 jr geleden al werd verhoogd naar 85 dB en die een toeslag geven op het cumulatief geluid. Voor alle duidelijkheid: Algemene voorkeurswaarde is 48 dB Huidige toegestane waarde is 59 dB Aanvraag (eerder bestemmingsplan 2019) was 63 dB Aanvraag (bestemmingsplan 2022) nu is 68 dB Antwoord 2.8.7: De beoordeling van het woon- en leefklimaat is door ons aangevuld. Daarbij is extra informatie toegevoegd met betrekking tot de diverse genoemde andere geluidsbronnen waarvan nu al overlast wordt ervaren. Voor zover de ervaren geluidoverlast het gevolg is van aanwezige bedrijven, voorzieningen, e.d. is deze nader beoordeeld aan de hand van VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ in combinatie met de ‘Staat van Bedrijfsactiviteiten’ . Op basis van deze ‘Staat’ is de conclusie dat de aanwezige bedrijven voldoen aan de zogenoemde richtafstanden voor een ‘gemengd gebied’ zoals het stationsgebied. Hiermee staan deze bedrijven een goed woon- en leefklimaat niet in de weg. Wij verwijzen naar de aangevulde paragraaf. 2.8.8 De brief, die de gemeente op 29 juli aan omwonenden heeft gezonden en de informatie in het bestemmingsplan, waarin sprake is van een verhoging van 2dB of meer is o.i. dan ook zeer misleidend en bevordert het vertrouwen in de overheid niet.
De grenswaarde geluid is in het bestemmingsplan 2022 zodanig verhoogd dat bijna 13.000 voertuigen per etmaal voor onze woningen langs zouden moeten kunnen rijden, ongeacht de gevolgen voor de ruim driehonderd mensen en ongeacht wat de huidige geluidsrapporten uitwijzen. Omdat blijkbaar is ingezien dat met de verkeersaantallen (berekend op 2029) in het nieuwe bestemmingsplan 2022 de maximale norm van 68 dB nog steeds fors overschreden zal worden is men er toe overgegaan om in het laatste akoestisch rapport de verkeersaantallen van de te verwachte verkeersbewegingen met 32% te verlagen en heeft men dit nu gebaseerd op verkeersprognoses 2040! Om dit plan koste van kost door te laten gaan wordt dus én het aantal dB’s extra verhoogd én worden de verkeersbewegingen (allebei uit 2019!) naar beneden aangepast (van 12.620 naar 9.320) én wordt er met prognoses voor 2040 i.p.v. 2029 gerekend. Antwoord 2.8.8: Verwezen wordt naar de beantwoording van 2.8.6. 2.8.9 Voor een teveel aan geluid wordt al langer door RIVM en WHO gewaarschuwd. Slaapverstoringen, hart en vaatziekten voor 750 mensen p.j. zijn hiervan het gevolg . Het kost 65 mensenlevens per jaar. De WHO adviseert de geluidsniveaus van wegverkeer onder de 53 dB te houden.
Met 68 dB vraagt de gemeente Hilversum om een geluidsbelasting toe te staan die maar liefst 32 x (!) zo hoog is als deze WHO geluidsadvieswaarde en dan nóg overschreden zal worden. Antwoord 2.8.9: De aanbevelingen van de WHO zijn algemeen van aard. Ook zijn de WHO-richtlijnen niet aan te merken als eenieder verbindende verdragsbepaling in de zin van artikel 94 Grondwet. De standpunten van de WHO en het RIVM zijn geen wettelijk kader. De uitgevoerde onderzoeken voor het bestemmingsplan voldoen aan de wettelijke eisen. 2.8.10 Het uitgevoerde extra verkeersonderzoek Als bewoners hebben wij 2 alternatieven aangedragen - 1. Stationsstraat open houden evt. met verkeerslichten of verkeer eronderdoor of bovenlangs te laten gaan via een verdieping of verhoging Pagina 24 van 52
Zienswijzennota
-
2. Verkeer vanaf station via Koninginneweg II te leiden en bij de kerk te splitsen in stad in/stad uit. (zie bijlage 1)
In het eerste gesprek met de wethouder en projectleider(waarin wij toelichting op onze bezwaren mochten geven), werd toegezegd dat onze alternatieven serieus onderzocht zouden worden. Wij vroegen toen vooral te onderzoeken hoe deze opties geschikt gemaakt zouden kunnen worden om de geplande verkeersstromen erdoor heen te laten gaan. V.w.b. alternatief 1: Stationsstraat heeft de wethouder – zonder enig onderzoek – aangenomen dat het door bewoners aangedragen alternatief niet mogelijk is. Waarom het gelijkvloers oversteken door voetganger en fietser op de Schapenkamp dan wel mogelijk is blijft onduidelijk. De opmerking in het rapport dat bij het bewonersalternatief meer mensen gedupeerd zouden worden dan in het plan van de gemeente is nergens onderbouwd en ook volledig onjuist. Niet alleen onjuist voor wat betreft het aantal getroffen woningen, maar zeker ook wat betreft de woonkwaliteit. In alternatief 1: Stationsstraat worden helemaal geen woningen benadeeld. Het verkeer volgt immers nu al deze weg. Er zijn daar geen woningen met een verblijfsruimte aan de voorzijde. Dit in tegenstelling tot onze woonbuurt, waar bijna 200 woningen met balkons aan de weg liggen, de onderste op niet meer dan 1.40 meter boven straatniveau. In alternatief 2: Koninginneweg II worden in onze variant 94 woningen benadeeld, 72 op de Naarderstraat en 22 aan de Koninginneweg.
Minder dan de helft van de getroffen 200 woningen aan het Langgewenst en de Schoolstraat! Bovendien hebben geen van de woningen aan de Koninginneweg en de Naarderstraat een verblijfsruimte aan de voorzijde, waardoor de overlast zeer beperkt is en loopt het verkeer vanaf de Schapenkamp stad uit nu ook al via deze route. Het rapport Royal Haskoning DHV (extra verkeersonderzoek) geeft 2 voordelen aan voor de gemeentelijke voorkeursvariant, maar laat de nadelen onbenoemd. Royal Haskoning DHV benoemt dat het verkeer richting stad bij de bewonersvariant een klein stukje zou moeten omrijden. Dit is wel erg ver gezocht. Het verschil tussen beide varianten bedraagt per saldo slechts 160 m. Royal Haskoning DHV geeft in zijn conclusie aan dat het kruispunt Lage Naarderweg/ Naarderstraat/ Koninginneweg in de bewonersvariant opwaardering behoeft en er noodzaak is om het kruispunt aan te passen. Zij stelt wel vraagtekens of er fysiek voldoende ruimte voor extra opstelstroken zou zijn, maar niet is onderzocht welke oplossingen er mogelijk zijn voor dit kruispunt. De projectleider concludeert in een schrijven d.d. 02-09-2022 aan ons echter al direct dat aanpassing onmogelijk is In het Royal Haskoning DHV onderzoek is uitsluitend gekeken naar de verkeersstromen.
Er wordt compleet voorbijgegaan aan het voordeel van de bewonersvariant dat ruim 300 bewoners qua geluid niet verder gedupeerd worden, dat bewoners hun balkons kunnen blijven gebruiken en het enorme voordeel van grotendeels eenrichtingsverkeer, wat de veiligheid zeker ten goede zal komen. Antwoord 2.8.10: Verwezen naar eerder gegeven antwoorden. Het omrijden voor gemotoriseerd verkeer is geen afweging geweest om de bewonersvariant af te wijzen. Met name de toename van geluidgehinderden op de Koninginneweg, Lage Naarderweg en de Naarderstraat en ook het gebrek aan ruimte om het kruispunt Koninginneweg met de Lage Naarderweg goed in te richten op de geprognotiseerde verkeerstoename waren de redenen om niet voor de bewonersvariant te gaan. 2.8.11 Het uitgevoerde luchtkwaliteitsonderzoek Waar landelijk een beleid is om NOx ,CO2 en fijnstof minder dicht bij de bevolking te situeren, lijkt Hilversum juist het omgekeerde te willen en zich niets van het landelijk beleid aan te trekken. Ze zetten daarmee de gezondheid van de burgers bewust op het spel. Duidelijk is dat volgens het luchtkwaliteitsrapport met de huidige verkeersaantallen de wettelijke normen net niet overschreden worden, maar dat dit met de voorgestelde hogere verkeersaantallen wel het geval zal zijn. De wettelijke norm is daarbij 2 x zo hoog als de WHO advieswaarde.
De woordvoerders van Langgewenst/Schoolstraat hebben de wethouder nogmaals uitdrukkelijk gewezen Pagina 25 van 52
Zienswijzennota
op het feit dat de gemeente Hilversum het Schone Lucht akkoord niet heeft ondertekend, dat de Urgenda klimaatdoelen niet zijn gehaald, dat in 2030 de WHO normen voor schone lucht worden aangescherpt en dat ook Hilversum daaraan zal moeten voldoen. Ondanks dat presenteert hij nu dit bestemmingsplan. Antwoord 2.8.11: Verwijzen naar eerdere beantwoording en aanvullen. De aanbevelingen van de WHO zijn algemeen van aard. Ook zijn de WHO-richtlijnen niet aan te merken als eenieder verbindende verdragsbepaling in de zin van artikel 94 Grondwet. De standpunten van de WHO en het RIVM zijn geen wettelijk kader. De uitgevoerde onderzoeken voor het bestemmingsplan voldoen aan de wettelijke eisen. 2.8.12 Mediation De wethouder en de projectleider boden de bewoners in het laatste gesprek de mogelijkheid van mediation aan. Op onze vraag waar deze mediation dan over zou moeten gaan werd door hen genoemd: balkons dichtmaken (tegen het geluid) en het aanleggen van een groenstrookje tegen fijnstof. Zowel mondeling als schriftelijk gaven beiden aan dat er geen enkele concessie aan het bestemmingsplan gedaan zal worden. Het plan moet blijkbaar zo snel mogelijk door de raad, ongeacht de gevolgen voor zoveel bewoners. Als gedupeerden willen we graag in gesprek met de gemeente, uiteraard mits er serieus over de alternatieve oplossingen gesproken kan worden.
Wellicht heeft de wethouder nooit een bezoekje gebracht aan het de 55+woningen in de Schoolstraat. Deze woningen hebben een oppervlakte van slechts 43 m2 waarin compleet geleefd moet worden. De woningen hebben een klein balkon met toegangsdeur naar de woning en dit is ook de enige mogelijkheid tot ontluchten van de woning. Tevens is dit de enige vluchtroute bij brand. Bij een eerdere calamiteit moesten bewoners langs deze weg met hoogwerkers gered worden. Het afsluiten van balkons met glas is om die reden al geen optie, maar ook omdat alle balkons broeikassen zouden worden, zeker de balkons van het Langgewenst, die allen op het zuiden liggen. Een centrumring met meer dan 13.000 voertuigen per etmaal vlak voor deze balkons leggen, betekent dat deze balkons, die gemiddeld 1,40 meter boven het maaiveld liggen (maar ook de woningen) volstrekt onleefbaar worden en niet meer te gebruiken zijn. In alle onderzoeken wordt hieraan volledig voorbijgegaan. Antwoord 2.8.12: In het gesprek met reclamanten is aangegeven dat de gemeente, met uitzondering van het laten lopen van de ring via de Stationsstraat, over een breed pakket aan geluidsbeperkende maatregelen wil spreken. Het verleggen van de centrumring, om de markt heen, is vanuit verschillen beleidsdoelstellingen een langgekoesterde wens.
Met de vaststelling van de Structuurvisie ‘Hilversum 2030’ in 2013 (en bevestigd in de ‘Centrumvisie’ uit 2015) is besloten om de centrumring om het Langgewenst heen te leggen en de Stationsstraat autovrij te maken. Hiermee is de barrière van de Stationsstraat niet meer aanwezig en loopt de centrumring niet meer dwars door de warenmarkt. De verlegging van de centrumring is onderdeel van het op 29 mei 2019 door de raad vastgestelde Stedenbouwkundig plan. Bij de totstandkoming van het stedenbouwkundigplan is een groot aantal varianten onderzocht, waaronder ook de bewonersvariant. De bewonersvariant is vooral afgevallen vanwege het extra aantal gedupeerden. Wij onderschrijven de conclusie van reclamant dat het extra omrijden zeer beperkt is, dat argument weegt daarom in de keuze slechts zeer beperkt mee. Deze geluidseffecten wegen het zwaarst, daar komt bij dat het kruispunt Koninginneweg – Naarderstraat een complexe opwaardering vereist. In het genoemde schrijven van 02-09-2022 is dit toegelicht. Voor deze optie zijn extra opstelstroken bij het kruispunt Lage Naarderweg Koninginneweg - Naarderstraat, waar geen ruimte voor is. Er wordt niet gesteld dat het onmogelijk is die ruimte creëren. Omdat deze variant qua geluid al slechter scoort is daar geen nader onderzoek naar gedaan. Pagina 26 van 52
Zienswijzennota
2.8.13 In het bestemmingsplan wordt de Koninginneweg genoemd als brede boulevard met veel groen. Helaas staat nergens als nadeel vermeld dat het verkeer vanuit de Schapenkamp (én vanuit het Mediapark) daarna een hoek om moet door een woonbuurt waarbij slechts 15 meter ruimte tussen de wooncomplexen bestaat en waarin ook de uitgang van een school is gelegen. De Schoolstraat en het Langgewenst zijn volledig ongeschikt om er meer dan 13.000 voertuigen per etmaal doorheen te laten gaan. Zeker wanneer er in de toekomst ook nog 7 woonblokken op Stationsplein en Koninginneweg plus een parkeergarage bij moeten komen Daarnaast is ook geen rekening gehouden met het feit dat in de toekomst aan de overzijde van het spoor bedrijventerreinen bebouwd gaan worden waarvan het verkeer eveneens via onze straten zal moeten rijden om het centrum te bereiken, hetzij via het Mediapark/Joh. Geradtsweg, hetzij via de Beatrixtunnel/Schapenkamp. Dit nieuwe bestemmingsplan zal dan ook leiden tot een zeer ernstige verslechtering van woonklimaat, leefbaarheid en veiligheid in de buurt. Antwoord 2.8.13: In het verkeersprognosemodel is rekening gehouden met toekomstige bouwplannen. Dus ook met het verkeer afkomstig van de 7 nieuw te bouwen bouwblokken en andere plannen (bouw en verkeersplannen) zover deze al besloten waren bij het opstellen van het verkeersprognosemodel.
Voorbeeld hiervan is het afsluiten van de Kleine spoorbomen in het vierde kwartaal van 2024. In de vormgeving van de verkeersontsluiting zullen ook de verkeersveiligheidsaspecten worden betrokken. Dat zal onderdeel zijn van de nadere uitwerking van de inrichtingsontwerpen. Vrij liggende fietspaden en veilige oversteken voor fietsers en voetgangers zullen hiervan onderdeel uitmaken. Ook het Langgewenst zal duurzaam veilig worden ingericht. Dat betekent dat het Langgewenst zodanig wordt ingericht dat de straat wordt herkend als 50 km per uur straat. Dit ontmoedigt te hard rijden en zorgt voor een goede verkeersafwikkeling. 2.8.14 Wij wijzen er met klem op dat nauwelijks voldaan is aan de informatieplicht van de gemeente, welke zich beperkte tot een kennisgeving aan omwonenden van het ter inzage leggen van het bestemmingsplan en het gesprek met ondergetekenden, waarbij ons meegedeeld werd dat het plan ongewijzigd maar met een hogere grenswaarde aan u zou worden voorgelegd. Naar onze mening was dat niet de intentie van de Raad van State. In het bestemmingsplan staat vermeld dat meer geluid inherent is aan het wonen in het centrum. Ook wij zijn daarvan heel goed op de hoogte, maar de grenswaarde ophogen tot het maximaal toegestane aantal dB’s kan daarvan toch niet de bedoeling zijn, m.n. wanneer dat niet nodig is en er goede alternatieven zijn.
Een goede ruimtelijke ordening en zorgen voor een zo goed mogelijk woon- en leefklimaat is uw verantwoordelijkheid - aldus de Raad van State -. Omdat dit bestemmingsplan, om alle bovengenoemde redenen, ons inziens, niet voldoet aan die voorwaarde, vragen wij u dan ook dringend het bestemmingsplan 2022 in deze vorm af te wijzen. Mede namens vele omwonenden, XX en XX Bijlage: 1 Voorkeursvariant bewoners. Bijlage: 2 10 Lijsten met 128 handtekeningen van omwonenden Langgewenst/Schoolstraat Antwoord 2.8.14: Wij verwijzen naar onze eerdere reactie met betrekking tot het informeren over de ter inzage legging plannen en mogelijkheid om daar op te reageren. Wij zijn van mening meer te hebben gedaan dan te doen gebruikelijk als het gaat om informeren omwonenden. Tevens zijn wij van mening dat de raad op grond van alle stukken bij de vaststelling van het bestemmingsplan een zorgvuldige beoordeling en afweging kan maken in het kader van de vereiste ‘goede ruimtelijke ordening’.
Pagina 27 van 52
Zienswijzennota
2.9 Reclamant 9 Benthem Gratama advocaten (digitaal geregistreerd op 6 september 2022, zaaknummer 1205440) Zienswijze is ingediend namens bewoonster XX naar aanleiding van het Bestemmingsplan "Stationsgebied 2022" Zij meent dat u niet tot vaststelling van dit besluit kunt overgaan. 2.9.1 Feiten 1. Mevrouw woont sinds 1974 op de XX. In eerste instantie als huurder, in 1999 is ze eigenaar van de woning geworden. Ze woont daar met veel plezier en wil daar nog lang blijven wonen. Het perceel heeft de bestemming wonen. In het ter inzage liggende bestemmingsplan geeft haar perceel een centrumbestemming. Deze bestemming biedt diverse mogelijkheden. 2. Door het College van Burgemeester en Wethouders is aan mevrouw XX aangegeven dat het vaststellen van het nieuwe bestemmingsplan met zich mee zal brengen dat zij niet langer aan de XX kan blijven wonen. Het College heeft mevrouw voorgesteld haar woning te kopen. 3. Nu mevrouw geenszins voornemens is de woning te verkopen, dreigt het College met een onteigeningsprocedure. Voor mevrouw is dit zeer ingrijpend. Hiervoor zou begrip moeten worden opgebracht. Het lijkt ook voor de hand te liggen dit belang mee te nemen in de overwegingen ten aanzien van het vaststellen van dit bestemmingsplan. U dient het algemeen belang maar ook het belang van het individu. Mevrouw XX verzoekt u dan ook het bestemmingsplan niet vast te stellen.
Hiervoor draagt zij voorts het volgende aan. Zienswijze Naar aanleiding van het bestemmingsplan 4. Mevrouw XX meent dat er geen sprake is van een ruimtelijke grondslag ten behoeve van het vaststellen van het onderliggende bestemmingsplan in haar huidige vorm. Er bestaat voldoende mogelijkheid de beleidsdoelstellingen van de Gemeente Hilversum te bereiken met plannen waarbij de woning van mevrouw XX kan blijven staan. Uit de toelichting op het plan blijkt niet dat u voldoende onderzoek heeft gedaan teneinde te bepalen of het mogelijk is de woning aan de Koninginneweg te laten staan en mevrouw daar te laten blijven wonen. Het is onzorgvuldig en in strijd met beginselen van behoorlijk bestuur dat u hiertoe niet bent overgegaan. Antwoord 2.9.1: De planvorming voor het Stationsgebied kent een lange voorgeschiedenis, verwezen wordt naar de plantoelichting voor een uitgebreide beschrijving (paragraaf 1.3). In de stukken is uitvoerig toegelicht waarom de gemeente het stationsgebied wil transformeren. Met de vaststelling van de Structuurvisie ‘Hilversum 2030’ in 2013 (en bevestigd in de ‘Centrumvisie’ uit 2015) is besloten om de centrumring om het Langgewenst heen te leggen en de Stationsstraat autovrij te maken. Hiermee is de barrière van de Stationsstraat niet meer aanwezig en loopt de centrumring niet meer dwars door de warenmarkt.
De verlegging van de centrumring is onderdeel van het op 29 mei 2019 door de raad vastgestelde Stedenbouwkundig plan. Vanwege de verlegging is gebleken dat meer ruimte nodig is voor de Koninginneweg. Daardoor is er geen plek voor de huidige bebouwing. Om deze reden is herontwikkeling van het gebied tussen de Koninginneweg-oost en het spoor noodzakelijk. Dit is ook de aanleiding geweest voor de gemeente om in 2018 voorkeursrecht te vestigen op alle gronden gelegen tussen spoor en Koninginneweg-oost, waaronder het perceel van reclamante. De gemeente is van mening uitgebreid te hebben gemotiveerd waarom de bestaande bebouwing niet kan blijven staan. Pagina 28 van 52
Zienswijzennota
2.9.2 5. Er blijkt uit het plan ook niet op welke wijze bewoners als mevrouw XX worden gecompenseerd, met name waar het betreft het verkrijgen van vervangende woonruimte. Vanzelfsprekend zal een eventuele onteigening leiden tot een schadebedrag. Daar heeft mevrouw alleen niets aan. Zij heeft behoefte aan andere woonruimte, ook in het centrum van Hilversum. In uw ontwerpplan gaat u op deze behoefte ten onrechte niet in. Antwoord 2.9.2: De belangenafweging en compensatie zijn ook aan de orde gekomen in de procedure van bestemmingsplan ‘Stationsgebied 2020’ dat op 2 februari 2022 is vernietigd (ECLI:NL:RVS:2022:326). In deze uitspraak heeft de Raad van State bevestigd dat de Wet ruimtelijke ordening niet de verplichting oplegt om al in het kader van de bestemmingsplanprocedure over de mogelijkheden van een vervangende locatie volledige duidelijkheid te verschaffen. Verwezen wordt naar de overwegingen 17.4 en 17.5. 17.4. In beginsel moet legaal bestaande bebouwing en gebruik als zodanig in het bestemmingsplan worden bestemd. Indien nieuwe planologische inzichten daartoe aanleiding geven en het belang bij de beoogde nieuwe bestemming zwaarder weegt dan de gevestigde rechten en belangen, kan uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening daarvan worden afgezien.
De Afdeling overweegt verder, met verwijzing naar de uitspraak van 17 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2262, dat bij de bepaling van het gewicht dat aan de gevestigde rechten en belangen moet worden toegekend in dit geval onder meer een rol speelt of de op de percelen van [appellant sub 2] uitgeoefende activiteiten binnen de planperiode verplaatst kunnen worden of een adequate financiële tegemoetkoming aan [appellant sub 2] wordt verstrekt. 17.5. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad in dit geval een groter gewicht mogen toekennen aan het realiseren van bouwblok 7 dan aan de belangen van [appellant sub 2] bij het behoud van de bebouwing en gronden die zij gebruikt ten behoeve van de coffeeshop ter plaatse. In dit verband acht de Afdeling van belang dat de raad onder verwijzing naar het beleid "Horecakader", vastgesteld door de raad in 2017, heeft toegelicht dat het uitgangspunt van dit beleid is om horeca te concentreren in twee gebieden in het centrum. [coffeeshop] is volgens de raad niet gelegen in deze concentratiegebieden en wordt verder ook niet als zodanig genoemd in het Horecakader als behorend bij één van die horecaconcentratiegebieden. Daarnaast acht de Afdeling van belang dat de raad heeft toegelicht dat buiten de concentratiegebieden terughoudend wordt omgegaan met het toestaan van horeca en dat uitbreiding van horeca in principe niet mogelijk is.
Dat is zeker niet, zo heeft de raad toegelicht, daar waar wordt ingezet op de woonfunctie. Hoewel het stationsplein feitelijk gezien ook buiten de concentratiegebieden is gelegen, vindt de raad het gerechtvaardigd om op het stationsplein enige kleinschalige horeca mogelijk te maken die gericht is op gebruikers van het station, gelet op de ligging tussen het station en de binnenstad. De raad heeft verder toegelicht dat het poppodium "De Vorstin", waar [appellant sub 2] naar verwijst, volgens het Horecakader wel onderdeel uitmaakt van het daar dichtbij gelegen horecaconcentratiegebied en dat initiatieven voor zogenoemde "pareltjes" wel mogelijk blijven buiten de bestaande horecaconcentratiegebieden. Als voorbeeld heeft de raad hierbij gewezen op het bestaande "Parc in de Oude Haven" en "Chef aan de Werf". Volgens de raad is er in het geval van [coffeeshop] echter geen sprake van een parel of een uitzonderlijk geval waarbij afwijking van het Horecakader aan de orde is. De raad heeft toegelicht dat het in dit geval om een nieuw in te vullen gebied gaat waarbij de keuze is gemaakt om aan te sluiten bij het beleid "Horecakader". Dit standpunt acht de Afdeling niet onredelijk. De raad heeft verder toegelicht dat de gemeente op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten een voorkeursrecht heeft gevestigd op de gronden van [appellant sub 2].
Daarnaast heeft de raad toegelicht te zullen overgaan tot onteigening van de gronden van [appellant sub 2], indien het minnelijk overleg niet tot het gewenste resultaat leidt. [appellant sub 2] wordt bij een eventuele onteigening op basis van de Onteigeningswet in beginsel volledig schadeloos gesteld. Gelet daarop heeft de raad aannemelijk gemaakt dat het gebruik van de gronden van [appellant sub 2] ten behoeve van de coffeeshop binnen de planperiode wordt beëindigd. De Wet ruimtelijke ordening legt, anders dan [appellant sub 2] betoogt, de raad niet de verplichting op om al in het kader van de bestemmingsplanprocedure over de mogelijkheden van een vervangende locatie voor het bedrijf volledige duidelijkheid te verschaffen. De zorgvuldigheid die moet worden betracht bij het voorbereiden van besluiten, legt deze verplichting ook niet op. De Afdeling ziet dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid de door hem gekozen bestemmingen heeft kunnen toekennen zonder een vervangende locatie aan te bieden. Gelet op het voorgaande kon de raad vanuit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening afzien van de hoofdregel dat legaal bestaande bebouwing en gebruik in beginsel als zodanig dient te worden bestemd. Het betoog slaagt niet.
Pagina 29 van 52
Zienswijzennota
2.9.3 6. Bij het plan behoort een zogenaamde Aerius berekening. Mevrouw heeft niet de middelen de door u uitgevoerde berekening te evalueren. Zij meent echter dat de voorgenomen nieuwbouw significante gevolgen zal hebben en derhalve kan het bestemmingsplan niet worden vastgesteld. Antwoord 2.9.3: Reclamant onderbouwt niet met concrete argumenten waarom het stikstofonderzoek (Aerius berekening) gebrekkig is. De gemeente is van mening dat dit onderzoek op de correcte wijze, conform alle geldende wettelijk eisen, is uitgevoerd. 2.9.4 Naar aanleiding van het ontwerp "besluit hogere waarden" 7. Het in 2020 vastgestelde Bestemmingsplan Stationsgebied 2020 en het daarbij behorende hogere grenswaardebesluit is door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 2 februari 2022 vernietigd. De besluiten waren niet juist onderbouwd. 8. XX meent dat het gewijzigde besluit hogere waarden nog altijd onvoldoende is onderbouwd. De toelichting is niet zodanig dat zij de mogelijkheid heeft een derde deze hogere waarde te laten beoordelen. Zij heeft hiertegen separaat een zienswijze ingebracht. Antwoord 2.9.4: De zienswijze tegen het ‘ontwerp-besluit hogere waarden’ zijn als zienswijze 2.10 onderdeel van deze nota. Verwezen wordt naar de beantwoording bij die zienswijze. 2.9.5 Conclusie 9. XX woont met veel plezier aan de XX.
Er bestaan geen ruimtelijk relevante argumenten om het voor dit perceel vigerende bestemmingsplan te wijzigen, zodanig dat de woning van mevrouw niet kan blijven bestaan. Zij verzoekt u derhalve het plan niet vast te stellen dan wel zodanig te wijzigen dat mevrouw in een goede en prettige omgeving kan blijven wonen. XX meent voorts dat het door u voorgestelde besluit hogere waarden nog altijd niet juist en volledig is gemotiveerd en derhalve niet kan worden vastgesteld. Zij heeft hiertegen bij het College van Burgemeester en Wethouders de daartoe benodigde zienswijze ingediend. Antwoord 2.9.5: De gemeente wil deze zienswijze niet honoreren en verwijst hiervoor naar de eerder gegeven beantwoording. 2.10 Reclamant 10 Benthem Gratama advocaten (digitaal geregistreerd op 6 september 2022, zaaknummer 1205558) XX, woonachtig aan de XX te Hilversum wenst door middel van deze brief zienswijzen in te dienen naar aanleiding van het ontwerp besluit "Hogere waarden geluid". XX meent dat u niet tot vaststelling van dit besluit kunt overgaan. U ontvangt deze zienswijze per aangetekende mail en per aangetekende post binnen de daartoe gestelde termijn. Reactie gemeente: Reclamant begint de zienswijze met de opsomming van feiten. Hiervoor wordt verwezen naar zienswijze 2.9.1 (de onderdelen 1 tot en met 3) die identiek zijn.
Pagina 30 van 52
Zienswijzennota
2.10.1 Zienswijze 4. XX heeft naar aanleiding van het ter inzage gelegde bestemmingsplan bij de Gemeenteraad een zienswijze ingebracht. Het in 2020 vastgestelde Bestemmingsplan Stationsgebied 2020 en het daarbij behorende hogere grenswaardebesluit is door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 2 februari 2022 vernietigd. De besluiten waren niet juist onderbouwd. 5. XX heeft kennis genomen van het thans ter inzage liggende besluit inzake de hogere grenswaarde. Voor haar is het niet eenvoudig dit besluit te beoordelen. Het hiertoe inschakelen van een deskundige is zeer kostbaar en derhalve niet mogelijk. Voor zover zij kan overzien is het gewijzigde/aangepaste besluit hogere waarden nog altijd onvoldoende onderbouwd. XX meent dat uw college een derde onafhankelijke partij zou moeten inschakelen om een onafhankelijk onderzoek uit te voeren. Ook de belangen van mevrouw zouden hierbij moeten worden meegenomen. Antwoord 2.10.1: Reclamant onderbouwt niet met concrete argumenten waarom het ‘hogere waarden besluit’ onvoldoende is onderbouwd. De gemeente is juist van mening dat dit besluit op de correcte wijze tot stand is gekomen. Het besluit is gebaseerd op onderzoeken van onafhankelijke adviesbureaus. Wij zien dan ook geen aanleiding om een ander bureau in te schakelen. 2.10.2 Conclusie 6. XX woont met veel plezier aan de XX.
Er bestaan geen ruimtelijk relevante argumenten om het voor dit perceel vigerende bestemmingsplan te wijzigen, zodanig dat de woning van mevrouw niet kan blijven bestaan. Zij verzoekt u derhalve het plan niet vast te stellen dan wel zodanig te wijzigen dat mevrouw in een goede en prettige omgeving kan blijven wonen. XX meent dat het door u voorgestelde besluit hogere waarden nog altijd niet juist en volledig is gemotiveerd en derhalve niet kan worden vastgesteld. Antwoord 2.10.2: De gemeente wil deze zienswijze niet honoreren en verwijst hiervoor naar de eerder gegeven beantwoording alsmede naar onze reactie op zienswijze 2.9. 2.11 Reclamant 11 Stichting woningcorporatie Het Gooi en Omstreken (digitaal ingekomen op 7 september 2022, zaaknummer 1205967) Wij volgen als woningcorporatie en omwonende de ontwikkelingen rondom het Stationsgebied met extra grote belangstelling en reageren graag op het nieuwe ontwerpbestemmingsplan. 2.11.1 Positief: meer betaalbare woningen Het Gooi en Omstreken is erg positief over de verhoging van de bouwhoogtes en de verruiming van het aantal woningen. Het aantal woningen stijgt hierdoor van de eerder genoemde 200 tot 325 woningen naar maximaal 450 woningen. De vraag naar betaalbare sociale huurwoningen is hoog in uw gemeente en wij steunen elk plan dat de kansen voor woningzoekenden in de gemeente vergroot.
Van ons mag u zelfs uw ambitie verder verhogen! Antwoord 2.11.1: De gemeente neemt kennis van deze zienswijze en is verheugd over de positieve reactie met betrekking tot de verruiming van het aantal woningen.
Pagina 31 van 52
Zienswijzennota
2.11.2 Aanbod: realisatie middenhuur In uw woonvisie geeft u aan dat bij nieuwbouwlocaties minimaal 33% van het programma bestaat uit sociale huurwoningen. Het overige programma bestaat uit 50% woningen in het middeldure segment, waarvan minimaal de helft in het lage middeldure huursegment. Wij doen u hierbij het aanbod om niet alleen de sociale huurwoningen in het Stationsgebied te realiseren, maar ook een deel van de middenhuurwoningen. Deze woningen willen wij verhuren aan de lage middeninkomens, conform uw doelgroepenverordening. De exploitatie van deze twee categorieën huurwoningen door een woningcorporatie garandeert dat de woning langjarig beschikbaar blijven voor de beoogde doelgroep mensen met een beperkt inkomen. Antwoord 2.11.2: Wij nemen kennis van het aanbod. De gemeente is voornemens om de te realiseren functies op de markt te zetten door middel van een aanbesteding. Hierbij streven wij er naar de kennis vanuit de markt optimaal in te zetten, waarbij het beste aanbod van de inschrijvende partijen zal leiden tot gunning. De gemeente is momenteel met de nadere uitwerking van de aanbesteding van het stationsgebied bezig. In deze uitwerking wordt ook rekening gehouden met het gemeentelijk beleid.
2.11.3 Aandachtspunt: verleggen centrumring In onze reactie op het Voorontwerp Bestemmingsplan gaven wij eind 2019 al aan ons zorgen te maken over effecten van de verhoogde verkeersdruk op de leefomgeving en het woongenot van de bewoners in ons seniorenwooncomplex ‘Prinsenhof’ aan de Schoolstraat. Uit het aanvullend onderzoek is gebleken dat dit ondanks de toenemende overlast voor onze bewoners, toch de beste variant is. Dit is uiteraard een zeer teleurstellend bericht voor onze bewoners. Graag treden wij, samen met de bezorgde bewonersvertegenwoordiging uit dit complex, met de gemeente Hilversum in overleg om tot een passende oplossing te komen voor behoud van de woonkwaliteit. Te denken valt aan oplossingen als het vroegtijdig aanbrengen van geluidsdempende asfalt laag, het uitvoeren van geluidsmetingen in de woningen (vóór en na de uitvoering) en het aanbrengen van voorzieningen in de omgeving en aan de woningen om de voorspelde geluidsoverlast en luchtvervuiling zo veel mogelijk te beperken. Antwoord 2.11.3: In het plan zijn de wettelijk verplichte maatregelen verankerd. De gemeente gaat graag in overleg met G&O en vertegenwoordigers van bewoners over het moment van uitvoering en passende aanvullende maatregelen om de woonkwaliteit zoveel als mogelijk te behouden.
2.11.4 Aandachtspunt: parkeernorm Er wordt in het nieuwe ontwerpbestemmingsplan verwezen naar verouderde beleidsregels Parkeren uit 2017. Deze zijn onder andere gebaseerd op onderzoek van 2005 en 2012. In de beleidsregels wordt gesteld dat er een langjarige groei van het autogebruik wordt verwacht. Wij zien een tegenovergestelde trend. Een gegeven dat dat bevestigd werd door de aanwezigen van het Stadsdebat over de Omgevingsvisie op afgelopen 12 mei. Steeds minder mensen kunnen en willen de kosten van het autobezit betalen. Daarnaast is er een toenemende vraag naar auto- en scooterdeelproducten. Gezien de directe nabijheid van het treinen busstation zouden wij willen pleiten voor een aanzienlijke verlaging van het aantal parkeervoorzieningen en meer in te zetten op het delen van auto's en gebruik van het openbaar vervoer en dit vast te leggen in nieuwe beleidsregels Parkeren die van toepassing worden verklaard op het nieuwe bestemmingsplan Stationsgebied. Dat betekent dat toekomstige bewoners er bewust voor kiezen op een locatie te wonen waar geen of weinig parkeervoorzieningen zijn. Antwoord 2.11.4: In het bestemmingsplan is het vigerende parkeernormenbeleid onderdeel van de regels. De regeling is zodanig flexibel dat zodra er nieuwe parkeernormen zijn vastgesteld en bekend Pagina 32 van 52
Zienswijzennota
gemaakt deze ‘automatisch’ ook onderdeel worden van de geldende bestemmingsplannen. Dit betekent dat het niet nodig is bestemmingsplannen op dat moment te herzien. De gemeente is voornemens het parkeerbeleid op korte termijn te herzien. Dit is ook afgesproken in het huidige coalitieakkoord 2022 – 2026 ‘Hilversum Koesteren’: ‘Het actualiseren van het parkeerbeleid om belemmeringen rond transformatie weg te nemen, waarbij het recht op een parkeervergunning bij deze woningen vervalt.‘ Onder deze actualisatie valt ook het herzien van parkeereisen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. De normen bij OV-locaties zullen hierbij bijzondere aandacht krijgen. 2.11.5 Bereikbaarheid en uitstraling kantoor Het Gooi en Omstreken Tot slot willen wij uw aandacht vragen voor de bereikbaarheid van ons kantoor aan de Schapenkamp 130 en de inrichting van de openbare ruimte direct grenzend aan ons kantoor. Vanuit ons kantoor voert onze Servicedienst kleine onderhoudswerkzaamheden uit bij onze bewoners. Bewoners en zakelijke relaties bezoeken ons kantoor. Voor de bedrijfsvoering van Het Gooi en Omstreken is het noodzakelijk dat ons kantoor zowel tijdens de realisatie van de werkzaamheden als in de eindsituatie gedurende kantooruren per auto, fiets en te voet bereikbaar blijft. In het plan wordt ook een herinrichting van de Schapenkamp voorzien.
Het Gooi en Omstreken denkt graag mee bij de uitwerking van deze plannen, zodat de beoogde uitstraling van ons kantoor aan de Schapenkamp kan worden gewaarborgd. Antwoord 2.11.5: G&O is als belanghebbende in het gebied al betrokken bij het ontwerp van de buitenruimte. De bereikbaarheid tijdens de werkzaamheden wordt integraal onderdeel van de uitvoering van de plannen. In de toekomstige plannen blijft het pand van G&O bereikbaar. 2.12 Reclamant 12 (digitaal ingekomen op 7 september 2022, zaaknummer 1206030) 2.12.1 Reactie: Toename van geluid zal aanzienlijk zijn door deze plannen en is zelfs nog niet/nauwelijks meetbaar voor de bestaande woningen op de Schapenkamp. Aan de ene kant, veel nieuwbouw te plaatsen en tegelijkertijd van de Schapenkamp 2 richtingsverkeer te maken (nog meer drukte en verkeer) zal onherroepelijk leiden tot inbreuk van woongenot in de woning. Dat gemeente dit allemaal ook weet en bevestigd maar toch de plannen wil doorzetten dmv een "hogere waarde vast te stellen" is schrijnend voor de huidige bewoners. Bij deze dan ook alvast mijn zienswijze zonder tot op heden juridisch advies te hebben geraadpleegd. Antwoord 2.12.1: Voor wat betreft de beoordeling van de gevolgen van het woongenot verwijzen wij naar onze beantwoording van zienswijze 2.8.4. De Schapenkamp wordt niet tussen de Stationsstraat en de Beatrixtunnel een tweerichtingsverkeer straat.
Er wordt een verkeersknip aangebracht ter hoogte van de Marktgarage (Silverpoint), hierdoor is het niet mogelijk om rechtstreeks vanaf de Koninginneweg naar de Beatrixtunnel te rijden. Met behulp van het verkeersprognosemodel uit 2020 is berekend dat het verkeer op de Schapenkamp van ongeveer 10.500 motorvoertuigen per werkdag naar ongeveer 9.000 motorvoertuigen per werkdag gaat. Tevens wordt op de Schapenkamp een geluidsreducerende deklaag aangebracht. Voor de geluidsbelasting betekent dat deze juist naar beneden gaat. Voor de Schapenkamp wordt daarom ook geen hogere geluidswaarde vastgesteld.
Pagina 33 van 52
Zienswijzennota
2.13 Reclamant 13 (digitaal ingekomen op 7 september 2022, zaaknummers 1206050 (hogere waarden) en 1206052 (bestemmingsplan), beide zienswijzen zijn identiek) 2.13.1 Ik ben het niet eens met de besluiten. De redenen daarvan zijn als volgt: 1. Extra woonlagen stationsplein staan haaks op afspraken in het Stedenbouwkundig plan. Een van de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het bestemmingsplan ‘Stationsgebied 2020’ betreft het maximaal aantal bouwlagen. Uit de toelichting op het Bestemmingsplan blijkt dat de Raad zal worden voorgesteld om twee woonlagen toe te voegen aan de gebouwen die op het Stationsplein zullen worden gebouwd. Hierdoor biedt het Bestemmingsplan ruimte aan 450 woningen, waar het vernietigde bestemmingsplan ‘Stationsgebied 2020’ uitging van hooguit 325 woningen. De twee extra woonlagen staan echter haaks op het op 29 mei 2019 door de Raad vastgestelde ‘Stedenbouwkundig plan’ waarin staat dat de in het Stationsgebied te realiseren bouwblokken een bouwhoogte van maximaal 3 tot 6 lagen bedraagt. Niet alleen staan de extra woonlagen haaks op de afspraken in het Stedenbouwkundig plan. Ook wordt er voorbij gegaan aan aantal uitgangspunten die bij de inrichting van het nieuwe Stationsgebied altijd bovenaan de agenda hebben gestaan, namelijk een groenere entree voor Hilversum en een betere verbinding tussen Oost en West.
Twee extra bouwlagen betekent meer nog meer beton tussen het al zeer beperkt geplande groen (die paar geplande boompjes in het Bestemmingsplan kan nauwelijks groen genoemd worden) en gaat ten koste van het leefklimaat. Twee extra bouwlagen betekent ook en een hogere “scheidingsmuur” tussen de Oost- en Westkant van het station. Indien alle bouwblokken tussen de 20 en 26 meter hoog worden dan zal het resultaat een serie wolkenkrabbers zijn. Kortom: “Zuidas” praktijken in plaats van een knusse en groene entree voor Hilversum. Opvallend is in de toelichting op het Bestemmingsplan geen motivatie of toelichting is gegeven voor de keuze van de twee extra bouwlagen op het stationsplein anders dan dat er een wens in het Coalitieakkoord is geuit voor de bouw van 3000 extra woningen. Nergens lees ik een proportionaliteitstoets of zorgvuldig gemaakte belangenafweging. Waarom handelen in strijd met het Stedenbouwkundig plan? kan er op geen enkele andere manier hetzelfde doel bereikt worden? Wordt het stationsgebied niet onevenredig belast? Ten gunste van en ten koste van welke andere belangen? Waar is de motivatie van de Gemeente om het zo te doen? Hiervoor hoeven we toch niet eerst weer naar de Raad van State? Antwoord 2.13.1: Het klopt dat, in afwijking van het vastgestelde ‘Stedenbouwkundig plan’, het ontwerpbestemmingsplan 2 extra woonlagen op het stationsplein mogelijk maakt.
Reden hiervoor is de wens om extra woningen te creëren. De druk op de woningmarkt is fors. Dat geldt voor Hilversum, en ook voor andere delen van de Gooi en Vechtstreek en daarbuiten. In alle segmenten is de vraag groter dan het aanbod en de doorstroming stokt. We gaan daarom de raad voorstellen in te stemmen met 2 extra lagen voor het stationsplein. Extra woningen zorgen tevens voor een gunstig effect op de financiële uitvoerbaarheid van het plan. Wij willen opmerken dat de toename van het totaal aantal mogelijke woningen in het bestemmingsplan (maximaal 450) in vergelijking met het bestemmingsplan uit 2020 (maximaal 325) niet volledig wordt veroorzaakt door deze 2 extra lagen. Er is nu namelijk ook een beter inzicht in de gewenste typen en grootte van de woningen toegespitst op de doelgroepen en locatie. De gemiddelde woninggrootte is daardoor iets kleiner geworden. Het nieuwe bestemmingsplan biedt binnen dit programma daarom meer ruimte voor woningen. Wij zijn het niet met reclamant eens dat de 2 extra lagen gevolgen hebben voor de groene entree. Groen is juist een essentieel onderdeel van het stationsgebied. Niet voor niets is de ondertitel van het Stedenbouwkundig plan ‘de groene loper naar de mediastad’. Wij vinden belangrijk dat het stationsgebied een prettig gebied zal zijn om te verblijven. Voldoende groen is dan onmisbaar.
In de openbare ruimte van het stationsgebied moet het Hilversumse landschap ervaarbaar zijn. Dit doen we door zo veel mogelijk inheems groen aan te planten en de bestrating te laten refereren aan de lokale ondergrond. De Schapenkamp krijgt aan beide kanten een laanbeplanting van verschillende boomsoorten. De bermen zullen met een gevarieerde beplanting worden ingericht om de biodiversiteit in het stationsgebied te vergroten. Pagina 34 van 52
Zienswijzennota
Ook zijn wij het niet eens met reclamant dat de 2 extra lagen zorgen voor een ‘scheidingsmuur’ tussen de oost- en westkant van het station. De toegestane hoogtes in het ontwerpbestemmingsplan zijn namelijk vergelijkbaar met de opgenomen maximale hoogtes van 25 meter voor de zogenaamde ‘ontwikkellocaties’ in het nieuwe bestemmingsplan ‘1221’, gelegen aan de andere zijde van het spoor en station. Ook de structuurvisie ‘Bruisend Hart’ (het gebied op en rond het Oosterspoorplein) staat hoogteaccenten toe van 25 meter. Voor de goede orde willen wij opmerken dat in het geldende bestemmingsplan ‘Binnenstad 2013’ een maximale hoogte van 25 meter is toegestaan voor het stationsgebouw en het bouwvlak ter plaatse van het gesloopte UWV-pand. Voor het bouwvlak waar voorheen de ’Kwekerij’ was gesitueerd geldt zelfs een maximale hoogte van 45 meter. De hoogte van 26 meter voor 2 hoofdgebouwen op het stationsplein kan daardoor zelfs als een flinke afname worden betiteld. 2.13.2 2. Overconcentratie en beperking woongenot. De Gemeente Hilversum kent een regeling die overconcentratie en meervoudige bewoning tegengaat. Met een omgevingsvergunning kan van die regeling worden afgeweken. Dat kan echter alleen als o.a. wordt voldaan aan de parkeernormen en er niet te veel meervoudige bewoning (overconcentratie)in de buurt is.
Daarnaast dient het woongenot op en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig te worden aangetast. Vaststaat dat Gemeente Hilversum op 15 juni 2022 een op omgevingsvergunning heeft afgegeven voor de bouw van 139 woningen op de Schapenkamp 2. In deze omgevingsvergunning wordt afgeweken van de maximale bouwhoogte van 26 meter naar bijna 27 meter hoog. Genoemde woningen worden gebouwd tegenover en naast de 450 appartementen die binnen het Bestemmingsplan zullen worden gebouwd. Het betreft hier dus een totale toename van 589 nieuwe woningen rondom het appartementencomplex van ondergetekende. Dit is nog zonder de appartementen die gebouwd worden aan de Schapenkamp 130 (zie later in deze brief). 600 woningen is 20% van het in het Coalitieakkoord 2022-2026 genoemde voornemen om de woningvoorraad voor 2030 aan te vullen met 3000 woningen. Waarom moet 20% van dat voornemen uitgevoerd worden op reeds het drukste stukje Hilversum? Opvallend is dat bergen in de toelichting op het Bestemmingsplan een motivatie of toelichting is gegeven voor de keuze de twee extra bouwlagen op het stationsplein en Ik ben van mening de buurt 600 nieuwe woningen niet ‘aankan’.
Er is thans en er zal straks nog meer sprake zijn van een substantiële toename van o.a.: • levering van goederen en diensten(PostNL/DHL/ onderhoudsbedrijven/ verhuizingen etc.) aan de nieuwe appartementen; • afvaloverlast (hetgeen thans al een probleem is); • burenrumoer en dan met name in de zomer op de balkons; • verkeers- en parkeerhinder; • belemmering van direct zonlicht, belemmering van uitzicht en en afname van privacy (met name aan de oostkant van het appartement van ondergetekende) • Extra geluidsoverlast als gevolg een doorgaande centrumring van zuid naar noord en een geknipte centrumring ter hoogte van het Stationsplein van noord naar zuid. • Extra geluidsoverlast als gevolg van de bouw van 139 appartementen aan de Schapenkamp 2. De Gemeente wil teveel binnen het Bestemmingsplan. Haar ambities zijn te groot. Ze wil een Busstation, een taxistandplaats, uitbereiding van het stationsgebouw, een stationsplein, een kiss & ride, een centrumring met knip,600 woningen, een fietsenstalling, een commerciële plint en een zogenaamde groene entree en dat allemaal op nog geen halve vierkante kilometer. Dat gaat gewoonweg niet. Bovenstaande leidt een ontoelaatbare inbreuk op het woon-en leefklimaat zelf en de omgeving. Om die reden dienen de twee extra woonlagen op het Stationsplein in het Bestemmingsplan geschrapt te worden.
Antwoord 2.13.2: In algemene zin is het doel van het bestemmingsplan ‘Regeling meervoudige bewoning’ het geven van kaders waarmee de overconcentratie en overlast van meervoudige bewoning kan worden tegengegaan. Het is daarbij niet de doelstelling om altijd en overal nieuwe meervoudige bewoning Pagina 35 van 52
Zienswijzennota
te voorkomen. Meervoudige bewoning kan bijvoorbeeld vaak een goede herbestemming voor bestaande gebouwen/panden zijn. Met het nieuwe plan kunnen maximaal 450 woningen worden opgericht. De vergunde woningen voor Schapenkamp 2 (i.c. Silverpoint) zijn al mogelijk op grond van het daarvoor geldende bestemmingsplan ‘Binnenstad 2013’. Binnen dat bestemmingsplan heeft de afweging plaatsgevonden welke functies, gebruik en bouwmogelijkheden acceptabel zijn. In de vergunningaanvraagprocedure voor de transformatie van Silverpoint zijn de criteria voor meervoudige bewoning ook afgewogen. In die zin staat dat ‘los’ van het bestemmingsplan voor het stationsgebied. De vergunde woningen zijn wel als ‘gegeven’ betrokken in de milieuonderzoeken voor bestemmingsplan ‘Stationsgebied 2022’. Het bestemmingsplan ‘Stationsgebied 2022’ maakt de nieuwbouw van woningen mogelijk. Zoals eerder aangegeven is in de regels het aantal nieuw te realiseren woningen gemaximeerd op 450. Op grond van de planregels zijn de geldende parkeernormen van toepassing voor nieuwe omgevingsvergunningaanvragen. Tevens is de Doelgroepenverordening via de regels gekoppeld aan het plangebied. Op grond van deze verordening geldt bijvoorbeeld een minimale woningoppervlakte voor middeldure huurwoningen.
De gemeente is van mening dat voor het plangebied en de directe omgeving het centrum geen sprake zal zijn van overconcentratie nu het aantal woningen is gemaximeerd en dat met de nieuwbouw die het bestemmingsplan mogelijk maakt een goede woonkwaliteit ontstaat. Het stationsgebied is bij uitstek een plek die zich leent voor verdichting en menging van functies. Wonen is hier een onlosmakelijk onderdeel van, daarbij zijn wij van mening dat in het stationsgebied een andere woonkarakteristiek geldt dan in andere wijken van Hilversum. Het stationsgebied onderscheidt zich van een woongebied door de levendigheid en de vele voorzieningen dichtbij elkaar en de goede bereikbaarheid met openbaar vervoer. Uiteraard houden wij daarbij de leefbaarheid van de bestaande en de nieuwe woningen in ogenschouw. Daarom hebben wij onderzoeken uitgevoerd op het gebied van onder andere geluid. Naar onze mening blijft sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat zoals dat bij een centrumgebied/stationsgebied van Hilversum te verwachten valt. In de openbare ruimte zullen uiteraard diverse voorzieningen komen zoals afvalinzameling en laden en lossen. Deze voorzieningen worden niet concreet vastgelegd in een bestemmingsplan, maar passen wel binnen de planregels. Pas bij het ontwerp van de openbare ruimte krijgen dergelijke logistieke voorzieningen een plek.