Raadsinformatiebrief 2021-30 inzake Ontwerpbestemmingsplan Regeling meervoudige bewoning 2021 (ter inzage)
Tekst van het document
Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1a' is het verboden gebouwen met uitsluitend een woonbestemming of functieaanduiding wonen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2. 2. Ter plaatste van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1a' is het verboden gebouwen of deel daarvan met een andere bestemming of functieaanduiding dan wonen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. 3. Van het verbod in lid 2 kunnen burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
55
onder de voorwaarde dat: a. de bestemming van het betreffende gebouw is gewijzigd in een bestemming of aanduiding waardoor wonen in het gebouw of deel daarvan is toegestaan dan wel tegelijkertijd met het verlenen van de omgevingsvergunning wordt afgeweken van het bestemmingsplan waardoor wonen in het gebouw of deel daarvan wordt toegestaan; b. wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 13.1 (Parkeren); c. wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
56
Artikel 18
Bestemmingsplan Melkpad 6 - 10
1. Aan Artikel 1 wordt het volgende begrip toegevoegd: wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden. 2. In artikel 11 (Algemene aanduidigsregels), lid 11.1, sublid b. worden de subsubleden 2 en 3 geschrapt en vervangen door een nieuw subsublid 2 luidende: wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
57
Artikel 19
Bestemmingsplan Monnikenberg
Het Bestemmingsplan Monnikenberg wordt als volgt gewijzigd: 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip: a. huishouden (1.31): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren'; b. onzelfstandige woonruimte (1.44): 'alle woonruimte die niet voldoet aan de definitie van zelfstandige woonruimte' vervangen door 'woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte'; c. en in de definitie van het begrip 'zorgwonen' (1.67): de woorden 'zelfstandige woonruimte' vervangen door 'zelfstandige woning'; en voorts wordt het begrip en definitie van: d.
'zelfstandige woonruimte (1.65): woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijk trappenhuis of galerij' vervangen door 'zelfstandige woning: 'een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning'. 2. Aan Artikel 1 worden het volgende begrippen toegevoegd: a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg); b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen. c. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden. 3. Uit Artikel 1 worden de volgende begrippen en de definitie geschrapt: a.
kamerbewoning (1.32); b. woning (1.63). 4. Aan Artikel 22 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 22.4 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende: 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2. 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders en in voorkomend geval in afwijking van artikel 12 lid 1 en artikel 13 lid 1 met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 22.3 (Parkeren) en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
58
omgevingsvergunning.
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
59
Artikel 20
Bestemmingsplan Mozartlaan 40
Het Bestemmingsplan Mozartlaan 40 wordt als volgt gewijzigd: 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip: a. huishouden (1.24): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren'; b. onzelfstandige woonruimte (1.31): 'alle woonruimte die niet voldoet aan de definitie van zelfstandige woonruimte' vervangen door 'woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte'; en voorts wordt het begrip en definitie van: c. 'zelfstandige woonruimte (1.43): woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijk trappenhuis of galerij' vervangen door 'zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning'. 2.
Aan Artikel 1 worden het volgende begrippen toegevoegd: a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg); b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen. c. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden. 3. Uit Artikel 1 worden de volgende begrippen en de definitie geschrapt: a. woning (1.42). 4. Aan Artikel 8 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 8.3 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende: 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2. 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders en in afwijking van artikel 4 lid 1, onder a.
met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 8.2 (Parkeren) en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
60
Artikel 21
Bestemmingsplan Neuweg 100
1. Aan Artikel 1 wordt het volgende begrip toegevoegd: wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden. 2. In artikel 9 (Algemene aanduidigsregels), lid 9.1, wordt in sublid 2. het subsublid b. en sublid 3 geschrapt en vervangen door een nieuw subsublid b. in sublid 2 luidende: wordt voldaan aan de Beleidsregels meervoudige bewoning en wanneer deze wordt gewijzigd of vervangen door een nieuwe beleidsregels, aan deze beleidsregels wordt voldaan.
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
61
Artikel 22
Bestemmingsplan Noord
Het Bestemmingsplan Noord wordt als volgt gewijzigd: 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip: a. huishouden (1.28): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren'; b. onzelfstandige woonruimte (1.37): 'alle woonruimte die niet voldoet aan de definitie van zelfstandige woonruimte' vervangen door 'woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte'; en voorts wordt het begrip en definitie van: c. 'zelfstandige woonruimte (1.51): woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijk trappenhuis of galerij' vervangen door 'zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning'. 2.
Aan Artikel 1 worden het volgende begrippen toegevoegd: a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg); b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen. c. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden. 3. Uit Artikel 1 worden de volgende begrippen en de definitie geschrapt: a. kamerbewoning (1.29); b. woning (1.44). 4. Artikel 6 Gemengd - 1, lid 3 (Specifieke gebruiksregels), onder 2 (kamerbewoning / appartementensplitsing) en lid 4 (Ontheffing van de gebruiksregels) worden geheel geschrapt. 5. Artikel 7 Gemengd - 2, lid 4 (Specifieke gebruiksregels), onder 2 (kamerbewoning / appartementensplitsing) en lid 5 (Ontheffing van de gebruiksregels) worden geheel geschrapt. 6.
Artikel 15 Wonen - 1, lid 3 (Specifieke gebruiksregels), onder 2 (kamerbewoning / appartementensplitsing) en lid 4 (Ontheffing van de gebruiksregels) worden geheel geschrapt.
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
62
7. Artikel 17 Wonen - 3, lid 3 (Specifieke gebruiksregels), onder 2 (kamerbewoning / appartementensplitsing) en lid 4 (Ontheffing van de gebruiksregels) worden geheel geschrapt. 8. Aan Artikel 24 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 24.2 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende: 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2. 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders, in voorkomend geval in afwijking van artikel 17, lid 1, onder a., met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat: a. wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 24.1 (Parkeren); b. wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 3. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2. 4.
Van het verbod in lid 3 kunnen burgemeester en wethouders en in voorkomend geval in afwijking van artikel 17, lid 1, onder a., met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 24.1 (Parkeren) en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
63
Artikel 23
Bestemmingsplan Over 't Spoor
Het Bestemmingsplan Over 't Spoor wordt als volgt gewijzigd: 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip: a. huishouden (1.28): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren'; b. onzelfstandige woonruimte (1.37): 'alle woonruimte die niet voldoet aan de definitie van zelfstandige woonruimte' vervangen door 'woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte'; en voorts wordt het begrip en definitie van: c. 'zelfstandige woonruimte (1.51): woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijk trappenhuis of galerij' vervangen door 'zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning'. 2.
Aan Artikel 1 worden het volgende begrippen toegevoegd: a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg); b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen. c. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden. 3. Uit Artikel 1 worden de volgende begrippen en de definitie geschrapt: a. kamerbewoning (1.29); b. woning (1.49). 4. Artikel 7 Gemengd - 1, lid 2 (Bouwregels), onder 1e. wordt geschrapt. 5. Artikel 7 Gemengd - 1, lid 3 (Specifieke gebruiksregels), onder 2 (kamerbewoning) en lid 4 (Ontheffing van de gebruiksregels), onder 3 (kamerbewoning) worden geheel geschrapt. 6. Artikel 8 Gemengd - 2, lid 2 (Bouwregels), onder 1e. wordt geschrapt. 7.
Artikel 8 Gemengd - 2, lid 3 (Specifieke gebruiksregels), onder 2 (kamerbewoning) en lid 4 (Ontheffing van de gebruiksregels), onder 3 (kamerbewoning) worden geheel geschrapt. 8. Artikel 9 Gemengd - 3, lid 2 (Bouwregels), onder 1e. wordt geschrapt.
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
64
9. Artikel 9 Gemengd - 3, lid 4 (Specifieke gebruiksregels), onder 2 (kamerbewoning) en lid 5 (Ontheffing van de gebruiksregels), onder 3 (kamerbewoning) worden geheel geschrapt. 10. Artikel 17 Wonen - 1, lid 2 (Bouwregels), onder 1f. wordt geschrapt. 11. Artikel 17 Wonen - 1, lid 3 (Specifieke gebruiksregels), onder 2 (kamerbewoning) en lid 4 (Ontheffing van de gebruiksregels), onder 3 (kamerbewoning) worden geheel geschrapt. 12. Artikel 19 Wonen - 3, lid 2 (Bouwregels), onder 1e. wordt geschrapt. 13. Artikel 19 Wonen - 3, lid 3 (Specifieke gebruiksregels), onder 2 (kamerbewoning) en lid 4 (Ontheffing van de gebruiksregels), onder 3 (kamerbewoning) worden geheel geschrapt. 14. Artikel 20 Wonen - 4, lid 2 (Bouwregels), onder 1e. wordt geschrapt. 15. Artikel 20 Wonen - 4, lid 3 (Specifieke gebruiksregels), onder 2 (kamerbewoning) en lid 4 (Ontheffing van de gebruiksregels), onder 3 (kamerbewoning) worden geheel geschrapt. 16. Artikel 21 Woongebied, lid 3 (Specifieke gebruiksregels), onder 2 (kamerbewoning) en lid 4 (Ontheffing van de gebruiksregels), onder 3 (kamerbewoning) worden geheel geschrapt. 17. Aan Artikel 25 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 25.2 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende: 1.
Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2. 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders, in voorkomend geval in afwijking van artikel 19 lid 1 en artikel 20 lid 1, met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat: a. wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 25.1 (Parkeren); b. wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 3. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1a' is het verboden gebouwen met uitsluitend een woonbestemming of functieaanduiding wonen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2. 4. Ter plaatste van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1a' is het verboden gebouwen of deel daarvan met een andere bestemming of functieaanduiding dan wonen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. 5.
Van het verbod in lid 4 kunnen burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken onder de voorwaarde dat: a. de bestemming van het betreffende gebouw of deel daarvan is gewijzigd in een bestemming of aanduiding waardoor wonen in het gebouw of deel daarvan is toegestaan dan wel tegelijkertijd met het verlenen van de omgevingsvergunning wordt afgeweken van het bestemmingsplan waardoor wonen in het gebouw of deel daarvan wordt toegestaan; b. wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 25.1 (Parkeren); c. wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 6. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
65
bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2. 7. Van het verbod in lid 6 kunnen burgemeester en wethouders en in voorkomend geval in afwijking van artikel 19, lid 1 artikel 20 lid 1 met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan he bepaalde in artikel 25.1 (Parkeren) en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
66
Artikel 24
Bestemmingsplan Utrechtseweg
Het Bestemmingsplan Utrechtseweg wordt als volgt gewijzigd: 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip: a. huishouden (1.36): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren'; b. onzelfstandige woonruimte (1.50): 'alle woonruimte die niet voldoet aan de definitie van zelfstandige woonruimte' vervangen door 'woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte'; en voorts wordt het begrip en definitie van: c. 'zelfstandige woonruimte (1.68): woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijk trappenhuis of galerij' vervangen door 'zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning'. 2.
Aan Artikel 1 worden het volgende begrippen toegevoegd: a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg); b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen. c. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden. 3. Uit Artikel 1 worden de volgende begrippen en de definitie geschrapt: a. omzetting (1.46); b. splitsing (1.56); c. woning (1.66). 4. Artikel 31.4 Splitsing uitgesloten, leden 1 en 2 worden geheel geschrapt, de titel vervangen door Regeling meervoudige bewoning en voorts vervangen door: 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2. 2.
Van het verbod in lid 1 kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken, onder de voorwaarde dat: a. wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 31.2 (Parkeren); b. wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 3. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1a' is het verboden gebouwen met
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
67
4.
5.
6.
7.
uitsluitend een woonbestemming of functieaanduiding wonen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2. Ter plaatste van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1a' is het verboden gebouwen of deel daarvan met een andere bestemming of functieaanduiding dan wonen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Van het verbod in lid 4 kunnen burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken onder de voorwaarde dat: a. de bestemming van het betreffende gebouw of deel daarvan is gewijzigd in een bestemming of aanduiding waardoor wonen in het gebouw of deel daarvan is toegestaan dan wel tegelijkertijd met het verlenen van de omgevingsvergunning wordt afgeweken van het bestemmingsplan waardoor wonen in het gebouw of deel daarvan wordt toegestaan; b. wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 31.2 (Parkeren); c. wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning.
Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2. Van het verbod in lid 6 kunnen burgemeester en wethouders en in voorkomend geval in afwijking van artikel 18, lid 1, onder a. en artikel 19, lid 1, onder a., met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 31.2 (Parkeren) en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
68
Artikel 25
Bestemmingsplan Van Riebeek Bonairelaan
Het Bestemmingsplan Van Riebeek Bonairelaan wordt als volgt gewijzigd: 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip: a. huishouden (1.38): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren'; en voorts wordt het begrip en definitie van: b. 'zelfstandige woonruimte (1.67): woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijk trappenhuis of galerij' vervangen door 'zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning'. 2. Aan Artikel 1 worden de volgende begrippen toegevoegd: a.
inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg); b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen; c. onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. d. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden. 3. Uit Artikel 1 wordt het volgende begrip en de definitie geschrapt: a. woning (1.66). 4. Aan Artikel 27 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 27.4 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende: 1.
Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2. 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders en in voorkomend geval in afwijking van artikel 19, lid 1, onder a. en artikel 20, lid 1, onder a., met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 27.2 (Parkeren) en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
69
Artikel 26
Bestemmingsplan Vreelandseweg
Het Bestemmingsplan Vreelandseweg wordt als volgt gewijzigd: 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip: a. huishouden (1.44): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren'; b. onzelfstandige woonruimte (1.56): 'alle woonruimte die niet voldoet aan de definitie van zelfstandige woonruimte' vervangen door 'woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte'; en voorts wordt het begrip en definitie van: c. 'zelfstandige woonruimte (1.80): woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijk trappenhuis of galerij' vervangen door 'zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning'. 2.
Aan Artikel 1 worden het volgende begrippen toegevoegd: a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg); b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen. c. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden. 3. Uit Artikel 1 worden de volgende begrippen en de definitie geschrapt: a. kamerbewoning (1.45); b. woning (1.77). 4. Aan Artikel 35 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 35.5 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende: 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2. 2.
Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders, in voorkomend geval in afwijking van artikel 24, lid 1, onder a. en 25, lid 1, onder a., met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat: a. wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 35.2 (Parkeren); b. wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 3. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
70
bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2. 4. Van het verbod in lid 3 kunnen burgemeester en wethouders en in voorkomend geval in afwijking van artikel 24, lid 1, onder a. en artikel 25, lid 1, onder a., met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 35.2 (Parkeren) en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
71
Artikel 27
Bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve
Het Bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve wordt als volgt gewijzigd: 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip: a. huishouden (1.33): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren'; b. onzelfstandige woonruimte (1.45): 'alle woonruimte die niet voldoet aan de definitie van zelfstandige woonruimte' vervangen door 'woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte'; en voorts wordt het begrip en definitie van: c. 'zelfstandige woonruimte (1.66): woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijk trappenhuis of galerij' vervangen door 'zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning'. 2.
Aan Artikel 1 worden het volgende begrippen toegevoegd: a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg); b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen. c. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden. 3. Uit Artikel 1 worden de volgende begrippen en de definitie geschrapt: a. kamerbewoning (1.34); b. woning (1.61). 4. Aan Artikel 15 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 15.5 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende: 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2. 2.
Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 15.2 (Parkeren) en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
72
Hoofdstuk 3 Artikel 28 28.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
28.1.1 Algemeen a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bepaalde onder lid a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 28.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder lid a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met het plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. Indien het gebruik, bedoeld onder lid a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit daarna te hervatten of te laten hervatten; d. Het bepaalde onder lid a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
73
Artikel 29
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ´Regeling meervoudige bewoning 2021´ van de gemeente Hilversum.
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
74
Beleidsregels meervoudige bewoning Hilversum 2021 MAART 2021
1 Inhoudsopgave 1. Inleiding.......................................................................................................................................................3
2
3
1.1
Aanleiding.......................................................................................................................................3
1.2
bestemmingsplan ...........................................................................................................................4
1.3
Doelstelling.....................................................................................................................................5
Kader voor beleidsregels ........................................................................................................................5 2.1
Algemeen (vraag naar woningen)...................................................................................................5
2.2
Meervoudige bewoning..................................................................................................................6
De beleidsregels......................................................................................................................................6 3.1
Uitgangspunten voor de beleidsregels ...........................................................................................6
3.1.1
Overlast, gebouwen ten opzichte van elkaar en binnenterreinen ...................................6
3.1.2
Indeling en opzet van het pand met meervoudige bewoning..........................................7
3.1.3
Spreiding van onzelfstandige woonruimtes.....................................................................8
3.1.4
Meervoudige bewoning niet toegestaan in woonpanden in bepaalde buurten..............8
3.2
Beleidsregels...................................................................................................................................8
3.2.1
Beleidsregel het Buurtquotum .........................................................................................8
3.2.2
De Beleidsregel spreiding bij onzelfstandige woonruimtes ...........................................12
3.2.3
De Beleidsregels Kwaliteit gebouwen en leefomgeving ................................................13
Beleidsregels behorende bij bestemmingsplan regeling meervoudige bewoning 2021
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Op 30 maart 2016 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan Regeling meervoudige bewoning vastgesteld. De aanleiding voor dat bestemmingsplan was een in de raad van december 2013 aangenomen motie. Deze motie kwam voort uit een opgesteld document van de samenwerkende wijken Geuzenbuurt, Oosterspoorplein, Klein Rome en Ooster- en Nieuwstraten over de problematiek (de gevolgen) van meervoudige bewoning in die wijken. Het bestemmingplan geeft voor heel Hilversum een regeling voor het gebruik en/of verbouwen van gebouwen voor meervoudige bewoning. De regeling bestaat uit twee delen die elk voor een bepaald gebied gelden (gebied 1 en 2). Op de eerste plaats geldt voor bijna heel1 Hilversum een verbod op het gebruik en/of verbouwen van gebouwen voor meervoudige bewoning. Van dat verbod kan worden afgeweken via een omgevingsvergunning. In het gebied 1, vooral rondom het centrum, kan worden afgeweken van het verbod onder strenge voorwaarden. Dat zijn: a. er moet worden voldaan aan de parkeereisen; b. de kwaliteit, het woongenot en de gebruiksmogelijkheden van de gebouwen en het woongenot op en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden mag niet onevenredig worden aangetast; c.
en er mag geen overconcentratie aan meervoudige bewoning ontstaan.
In gebied 2, de rest van Hilversum, kan worden afgeweken van het verbod als wordt voldaan aan de parkeereisen en de kwaliteit, het woongenot en de gebruiksmogelijkheden van de gebouwen niet onevenredig worden aangetast. Tijdens de besluitvorming is afgesproken dat de regeling wordt geëvalueerd. Dat is gedaan in 2018. Naar aanleiding van de evaluatie is een aantal aanbevelingen gedaan. Die hebben geleid tot een wijzigingen in de regeling. Dat heeft geleid tot het bestemmingsplan Regeling meervoudige bewoning 2021. Dat nieuwe bestemmingsplan is anders van opzet. Het maakt gebruik van de bepaling in artikel 3.1.2 lid 2 aanhef en onder a van het Besluit ruimtelijke ordening. 2 Het nieuwe bestemmingsplan verwijst naar beleidsregels. Die regels staan in dit document.
1 Het gebied Noordwestelijk Villagebied is niet meegenomen in de regeling meervoudige bewoning. Het
bestemmingsplan voor dat gebied verschilt in vorm en inhoud van de rest van de bestemmingsplannen in Hilversum. In het bestemmingsplan is het instrument van de 'beschrijving in hoofdlijnen' nog gebruikt (dat was mogelijk op basis van oude Wet op de Ruimtelijke Ordening; die mogelijkheid is uit wet geschrapt). De regeling is onder andere daardoor zo verschillend ten opzichte van de regelingen in andere bestemmingsplannen, dat een algemene parapluregel, die aansluit op de systematiek van die bestemmingsplannen, bemoeilijkt. Bovendien bevat het bestemmingsplan Herziening Noordwestelijk Villagebied al een regeling ten aanzien van meervoudige bewoning. 2 In dat artikel staat o.a.: Ten behoeven van een goede ruimtelijke ordening kan een bestemmingsplan regels bevatten waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels.
Beleidsregels behorende bij bestemmingsplan regeling meervoudige bewoning 2021
1.2 bestemmingsplan Het bestemmingsplan Regeling meervoudige bewoning 2021 is het juridisch basis voor deze beleidsregels. In deze beleidsregels wordt de regel van het bestemmingsplan verder uitgewerkt zodat een aanvraag om een omgevingsvergunning daaraan kan worden getoetst. In het bestemmingsplan staat nog steeds een verbod om gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Met een omgevingsvergunning kan daar onder voorwaarden van worden afgeweken. Dat kan alleen als wordt voldaan aan de beleidsregels over parkeren (onderdeel van de Parkeernota; zie ook verder hieronder) en ook voldaan wordt aan de voorwaarden in deze beleidsregels. De regeling is van toepassing in bijna heel Hilversum en onderscheid 3 gebieden. Op de kaart hieronder is dat aangegeven.
Beleidsregels behorende bij bestemmingsplan regeling meervoudige bewoning 2021
In gebied 1 is het gebruik en/of de verbouwing voor meervoudige bewoning verboden. Van dat verbod kan worden afgeweken met een omgevingsvergunning als wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernormen en deze Beleidsregels meervoudige bewoning. Die staan in hoofdstuk 3. In gebied 1a is het gebruik en/of de verbouwing voor meervoudige bewoning verboden. Van dat verbod kan niet worden afgeweken voor gebouwen/panden die een woonbestemming hebben. In gebouwen/panden of delen daarvan zonder een woonbestemming is meervoudige bewoning in principe nog wel mogelijk. Daarvoor moet eerst een afweging worden gemaakt of de bestemming van het gebouw/pand of deel daarvan kan worden gewijzigd in een woonbestemming. Daarna moet worden bekeken of ook meervoudige bewoning tot de mogelijkheden behoort. Daarbij wordt onder andere getoetst aan deze beleidsregels. De aanvrager van de omgevingsvergunning moet de omgeving (de buurt) betrekken bij de aanvraag. Gebouwen/panden waarvan een deel geen woonbestemming heeft zijn bijvoorbeeld gebouwen met een zogenoemde gemengde bestemming. Denk aan een gebouw waarvan de begane grond een bedrijfs- of detailhandelsbestemming heeft, waar dus niet mag worden gewoond, en op de verdieping een woonbestemming, waar dus wel mag worden gewoond. In gebied 2 is het gebruik en/of de verbouwing voor meervoudige bewoning ook verboden.
Van dat verbod kan worden afgeweken met een omgevingsvergunning als wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernormen en de kwaliteitseisen van de beleidsregels zoals opgenomen in hoofdstuk 3.2.3 (Kwaliteit gebouwen en leefomgeving) van deze beleidsregels. Voor de gebieden geldt bovendien dat (meervoudige) bewoning alleen is toegestaan als de bestemming en/of aanduiding(en) überhaupt wonen mogelijk maakt. In een pand met alleen een bedrijfs- of een detaihandelbestemming is wonen niet toegestaan. Meervoudige bewoning dus ook niet. Ook hier geldt dat (meervoudige) bewoning (dus in gebouwen/panden of een deel daarvan zonder een woonbestemming) alleen mogelijk is als de bestemming wordt gewijzigd (waardoor wonen mogelijk wordt) of een omgevingsvergunning wordt verleend waarbij wordt afgeweken van de bestemming. Bij de afweging van dat besluit moeten de beleidsregels over parkeren en meervoudige bewoning eveneens worden betrokken. De aanvrager van de omgevingsvergunning moet ook in dit geval de omgeving (de buurt) betrekken bij de aanvraag.
Parkeernormering Naast de in dit document opgenomen beleidsregels zijn dus ook de parkeernormen voorwaarde voor verlening van een Omgevingsvergunning voor meervoudige bewoning. Dat is ook geregeld in het bestemmingsplan. Ook daarvoor wordt verwezen naar een beleidsregel. Dat is de nota 'Beleidsregels Parkeren bij ruimtelijke ontwikkelingen Hilversum 2017 (of wijzigingen daarvan)'. Als hoofdregel geldt dat moet worden voorzien in parkeerplaatsen op eigen terrein voor de extra parkeervraag ten gevolge van verbouwing van een gebouw/pand ten behoeve van meervoudige bewoning (of herbestemming). In uitzonderingsgevallen kan van de normering uit de 'parkeernota' worden afgeweken.
1.3 Doelstelling Beleidsregels behorende bij bestemmingsplan regeling meervoudige bewoning 2021
De doelstelling van deze beleidsregels is een regeling te bieden voor het gebruik en/of verbouwen van gebouwen/panden voor meervoudige bewoning.
2 Kader voor beleidsregels 2.1 Algemeen (vraag naar woningen) In de Structuurvisie Hilversum 2030 (vastgesteld in de gemeenteraadsvergadering van mei 2013) wordt meervoudige bewoning in woonpanden, evenals het verbouwen van leegstaande panden (zonder een woonbestemming) tot verschillende wooneenheden, gezien als een kans om tot meer woningen te komen in bestaand stedelijk gebied. Hilversum is een gewilde en aantrekkelijke plaats om in te wonen. Het beleid is er op gericht deze kwaliteit te houden dan wel te versterken. Met het vaststellen van de Structuurvisie Hilversum 2030 en ook de Woonvisie hebben we met elkaar afgesproken dat Hilversum een betaalbare gemeente blijft. Een gemeente die weet in te spelen op de toenemende vraag naar woningen van jongeren en jonge gezinnen. En bovendien aansluit op de woonwensen van ouderen. De vraag naar woningen is hoog. Op de regionale woningmarkt zijn de kansen voor jongeren tot 30 jaar en jonge gezinnen (30-45 jaar) beperkt. Met name voor lagere en (midden)inkomens. Hilversum wil inspelen op de toenemende vraag naar woningen voor genoemde doelgroepen. Met name op de één- en tweepersoons huishoudens. Meer inwoners betekent meer draagvlak voor (dagelijkse) voorzieningen en ook meer ogen op straat.
Realisatie van woningen boven winkels is een voorbeeld waarbij tegemoet wordt gekomen aan de vraag in de markt en is bovendien goed voor de sociale veiligheid en zorgt voor lagere huurprijsniveaus voor de winkels. Dat voorkomt leegstand van winkelpanden. Ook een transformatie en/of verbouwing van bestaande gebouwen/panden in meerdere wooneenheden draagt bij aan de vraag naar kleinere wooneenheden op de markt. Tegelijkertijd vergrijst de bevolking en komen er steeds meer eenpersoonshuishoudens. Deze groepen zijn vaak geïnteresseerd in kleinere zelfstandige woningen. Ouderen willen graag kleiner wonen mits ze in de buurt kunnen blijven wonen. Na hun vertrek komt er dan een eengezinswoning vrij. Een woning heeft steeds vaker niet alleen een woonfunctie, maar wordt ook gebruikt om bijvoorbeeld in te werken of om zorg in te ontvangen. Bij woningbouw ligt daarom de nadruk op consumentgerichtheid, flexibiliteit, aanpasbaarheid en duurzaamheid bouwen. Om deze mensen te kunnen blijven huisvesten zijn veel nieuwe woningen nodig. De gemeente Hilversum heeft niet de ruimte om buiten de huidige bebouwde kom te bouwen, hier liggen immers vrijwel uitsluitend natuurgebieden. De extra ruimte voor deze woningen zal binnen de bebouwde kom moeten worden gevonden. In het coalitieakkoord 2018-2022 staat dat het college aan de slag gaat met het uitbreiden van de woningvoorraad met minimaal 1.
000 woningen voor één- en tweepersoonshuishoudens (zowel voor jongeren als ouderen). Dat gebeurt o.a. in het postcodegebied 1221. Daarvoor is een Gebiedsagenda opgesteld.
Beleidsregels behorende bij bestemmingsplan regeling meervoudige bewoning 2021
2.2 Meervoudige bewoning In deze paragraaf staan enkele achtergronden van het vraagstuk van meervoudige bewoning en wordt in de volgende paragraaf (de beleidsregels) een nadere invulling gegeven aan de regel in het bestemmingsplan om al dan niet met een omgevingsvergunning af te wijken van het algemene verbod op meervoudige bewoning. In het vorige hoofdstuk is aangegeven dat de vraag naar kleinere woningen groot is. Aan de onderkant van de Hilversumse woningmarkt is de druk groot. Partijen springen in op deze vraag. Meestal gaat het dan om bestaande gebouwen/panden waar men meervoudige bewoning wil vestigen. Meervoudige bewoning kan - zoals ook gezegd in het vorige hoofdstuk - een positief effect hebben op de samenstelling en dynamiek van de Hilversumse woningmarkt en - mede doordat het jongere bewoners aantrekt - op Hilversum als geheel. Bovendien voorziet het dus in een reëel bestaande maatschappelijke vraag. Meervoudige bewoning kan ook een goede invulling zijn voor bestaande panden die bedreigd worden door leegstand en verpaupering, omdat er binnen de bestaande functie gerelateerd aan de plek, geen vraag meer naar is. Het gaat dan bijvoorbeeld om een overschot van winkels buiten de winkelcentra en de grote bovenwoningen in de klassieke winkel/woonhuizen, vooral in het centrum.
De keerzijde van meervoudige bewoning is dat meervoudige bewoning met name in gewone woonstraten tot overlast kan leiden en mee kan werken aan achteruitgang en desintegratie van de buurt. Eenvoudige en kleine wooneenheden, met name de onzelfstandige woonruimtes (kamers) functioneren meestal als doorgangshuis. De meeste bewoners hiervan verhuizen weer snel en hebben weinig aandacht voor de buurt en hun leefomgeving. Het intensievere gebruik kan leiden tot geluidoverlast, parkeeroverlast en overlast door containers en fietsen. De knelpunten liggen vooral in de 'oude' woonwijken ten oosten en ten zuiden van het centrum.
3 De beleidsregels 3.1 Uitgangspunten voor de beleidsregels 3.1.1 Overlast, gebouwen ten opzichte van elkaar en binnenterreinen Meervoudige bewoning leidt niet per definitie tot een onevenredige aantasting van het woongenot op naastgelegen (woon)percelen of tot belemmeringen in het gebruik daarvan, bijvoorbeeld bij andere bestemmingen dan een woonbestemming, zoals een bedrijfsbestemming. Een bedrijf kan worden gehinderd in zijn bedrijfsvoering als er op het naastgelegen perceel een woonfunctie wordt toegevoegd. De bebouwde kom van Hilversum is stedelijk gebied waar enige hinder van buren geaccepteerd moet worden. Enige mate van meervoudige bewoning hoort ook bij het stedelijk karakter. In bepaalde bouwperiodes was het gebruikelijk om panden in straathoeken door te bouwen en een gesloten bouwblok te creëren. Dit leidt in die hoeken tot krapte aan de achterzijde van de panden, met een indeling van het perceel die nu als geforceerd wordt ervaren. Als meervoudige bewoning wordt Beleidsregels behorende bij bestemmingsplan regeling meervoudige bewoning 2021
gerealiseerd in dergelijke gebouwen/panden kan dit het woongenot onevenredig aantasten, omdat de woningen aan de achterzijde erg dicht op elkaar zijn gebouwd. Dit kan er tevens toe leiden dat de (overgebleven) binnenruimten te klein worden en daardoor kwalitatief verslechteren. Als bestaande bedrijfs- of opslagruimtes op binnenterreinen in gebruik worden genomen voor bewoning kan dit ook leiden tot onevenredige effecten voor omwonenden. In het algemeen worden achtertuinen ervaren als rustige privé-buitenruimtes. Het kan bijzonder belastend zijn als er op korte afstand van deze achtertuinen wooneenheden worden toegevoegd. Ter voorkoming van onevenredige aantasting van het woongenot en verslechtering van de kwaliteit van de open ruimte is uitgangspunt dat er voldoende ruimte moet zijn tussen (nieuwe) gevels en bestaande achtertuinen.
3.1.2 Indeling en opzet van het pand met meervoudige bewoning Uit commercieel oogpunt is het aantrekkelijk om zoveel mogelijk wooneenheden en zoveel mogelijk te verhuren oppervlak te realiseren. Vaak worden voormalige bedrijfs- of winkelpanden aangekocht voor dit doel, omdat de bebouwing dan meestal het gehele achterperceel beslaat. Op de begane grond kunnen dan meerdere wooneenheden achter elkaar worden gerealiseerd. Juist deze maximale benutting van gebouwen/panden leidt tot overlast en achteruitgang van de buurten, enerzijds omdat de bewoners niet lang blijven omdat de woonruimte te krap en te eenvoudig is, anderzijds omdat simpelweg de ruimte voor fietsen, kliko's en buitenruimte op eigen terrein ontbreekt. De gemeente is van oordeel dat veel overlast voortkomt uit té intensief gebruik van teveel en te krappe wooneenheden in combinatie met een gebrek aan berg- en buitenruimte. Het gevolg is dat kliko's en huisvuil in de openbare ruimte 'geparkeerd' worden. Dit komt ook de volksgezondheid niet ten goede. Ook het parkeren van fietsen op trottoirs, daar waar geen fietsklemmen aanwezig zijn, zorgt voor overlast. Uit oogpunt van volksgezondheid, veiligheid en toegankelijkheid van de openbare ruimte is daarom uitgangspunt dat kliko's en fietsen op eigen terrein gestald moeten worden.
Daarnaast moet een gebouw/pand, waarvoor een omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor meervoudige bewoning met een begane grondverdieping een buitenruimte hebben. Bestaande balkons en dakterrassen (op de bovenverdiepingen) moeten gehandhaafd blijven (niet dichtbouwen). Deze vereisten zullen als voorwaarden in de omgevingsvergunning worden opgenomen. Deze uitgangspunten zijn nodig om het behoud van de kwaliteit van de wooneenheden en de mogelijkheid voor stallen van kliko's en fietsen op eigen terrein te garanderen. Dit kan overigens als consequentie hebben dat een deel van het pand op de begaande grond gesloopt dient te worden (bijvoorbeeld een deel van een uitbouw). Om te voorkomen dat er teveel kleine en daardoor vaak ook kwalitatief minder goede wooneenheden worden gerealiseerd met een groot aantal bewoners, wordt een minimale oppervlakte per wooneenheid als uitgangspunt vereist. Er wordt overigens geen maximale oppervlakte geëist. Het staat de eigenaar van een pand vrij om wooneenheden van verschillende omvang te realiseren.
3.1.3 Spreiding van onzelfstandige woonruimtes Overlast van een zelfstandige bewoning is over het algemeen minder dan van onzelfstandige bewoning. Bewoners van zelfstandige woningen binden zich makkelijker met de buurt dan bewoners van Beleidsregels behorende bij bestemmingsplan regeling meervoudige bewoning 2021
onzelfstandige woonruimtes. Zij blijven meestal ook relatief kort in de onzelfstandige woonruimte wonen. Deze groepen hebben vaak ook een andere manier van leven en/of een ander levensritme. Uitgangspunt is om panden met meerdere onzelfstandige woonruimtes te spreiden in de buurt.
3.1.4 Meervoudige bewoning niet toegestaan in woonpanden in bepaalde buurten Voor de gebieden Geuzenbuurt, Electrobuurt, Kleine driftbuurt (Oosterspoorplein), Havenstraatbuurt (Ooster- en Nieuwstraten), St. Vitusbuurt (Klein Rome) en Bloembuurt Nood en Zuid, waar de openbare ruimte gering is en de bewoningsdichtheid en adressendichtheid bovendien groot is, is na overleg met de bewonersverenigingen besloten niet meer mee te werken aan aanvragen om meervoudige bewoning in woonpanden. Het bestemmingsplan Regeling meervoudige bewoning 2021 voorziet er niet meer in dat in die gebieden kan worden afgeweken van het verbod op meervoudige bewoning in gebouwen/panden met een woonbestemming. Zoals ook in paragraaf 1.2 is aangegeven is meervoudige bewoning in principe nog wel mogelijk in gebouwen/panden of een deel daarvan zonder een woonbestemming. Daarvoor moet in ieder geval eerst een afweging worden gemaakt of de bestemming van (een deel van) het gebouw/pand kan worden gewijzigd in een woonbestemming. Omdat in het postcodegebied 1221 (Geuzebuurt, Electrobuurt en Kleine drift buurt) circa 1.000 nieuwe woningen zullen worden gebouwd voor voornamelijk de doelgroep één- en tweepersoons huishoudens is een extra argument om in die buurten meervoudige bewoning in bestaande woonpanden te stoppen.