Raadsinformatiebrief 2021-30 inzake Ontwerpbestemmingsplan Regeling meervoudige bewoning 2021 (ter inzage)
Tekst van het document
Handhaving Over dit punt blijkt grote ontevredenheid te bestaan: “Handhaving leidt tot onze buitengewone ontevredenheid en frustratie. Er wordt gewoon vrijwel niet gehandhaafd en in de beleving van de bewoners is die ook totaal afwezig. Àls er al wordt gehandhaafd is dat vaak veel te laat en leidt dat niet tot verbetering. Het gebrek aan adequate handhaving draagt op ernstige wijze bij aan de verloedering van onze wijken: het creëert foutief gedoog gedrag, wat weer leidt tot precedentschepping waaraan dan weer “rechten” kunnen worden ontleent. Gedogen creëert de chaos en rechtsongelijkheid in onze wijken.” Hoewel hier geen sprake is van formele gedoogsituaties en zodoende ook niet van ongewenste precedentwerking, is het sentiment van de bewoners duidelijk en begrijpelijk. Wel geven zij aan dat er in 2012 een succesvolle actie is gehouden in de buurt Klein Rome. Daarbij gingen verschillende instanties samen de straat op om misstanden aan te kaarten. Ondanks het feit dat er te weinig handhavingscapaciteit is, zou het beeld over de geldende handhaving ook wat genuanceerd kunnen worden. Handhavingstrajecten duren vaak lang, omdat dit een trapsgewijs proces is. Slechts in zeer uitzonderlijke situaties is het wettelijk toegestaan direct op te treden; in de meeste gevallen wordt er langzaam opgebouwd naar een daadwerkelijke last onder dwangsom of bestuursdwang.
De reden hiervoor is dat overtreders (die dit vaak genoeg niet willens en wetens zijn) een reële kans moeten krijgen de illegale situatie op te heffen of ongedaan te maken. Wellicht dat bewoners van Hilversum beter geïnformeerd zouden kunnen worden over het handhavingsproces, de achterliggende gedachte hiervan en de normale tijdslijn hiervan in het kader van beter verwachtingsmanagement.
Meer bekendheid Als middelen om de regeling meer bekendheid te geven onder de inwoners van de gemeente Hilversum dragen de bewonersverenigingen de volgende tips aan:
10
-
Organiseren van voorlichtingsavonden; Buurten in begrijpelijke taal informeren; Publiceren van de regeling, bijvoorbeeld artikelen in de Gooi- en Eembode (in ieder geval op een voor bewoners vindbare plaats en met voorkeur een papieren publicatie).
Overig Tezamen met de antwoorden op de enquêtevragen werden nog een aantal andere punten naar voren gebracht: -
-
Wij [de bewonersverenigingen] dringen nog steeds aan op bewaking en signalering vanuit de Gemeentelijke Basis Administratie [formele benaming: Basisregistratie Personen]. Meerdere inschrijvingen op één adres hoort aanleiding te zijn voor onderzoek en kan illegale meervoudige bewoning tijdig onderscheppen. Daarmee kan volgens ons toch ook de zgn spookbewoning worden opgespoord. Aanvullend op het Convenant Meervoudige bewoning heeft voortschrijdend inzicht duidelijk gemaakt dat niet in àlle gevallen een vergunning voor meervoudige bewoning behoeft te worden afgewezen. Wij willen daar echter wel twee condities aan vastkoppelen: o Een gedegen Bewoners Effect Rapportage en dus als na een adequate buurtraadpleging er een uitkomst van geen bezwaar volgt; o Voor elke extra vergunning moet er minimaal zicht zijn dat er - op afzienbare termijn - in diezelfde straat een andere vergunning voor meervoudige bewoning komt te vervallen.
De eerste wens zal lastig of niet in te willigen zijn. Meerdere inschrijvingen op één adres zijn niet ongewoon en als álle inschrijvingen standaard gecontroleerd zouden worden, zou dit een buitenproportioneel gebruik van beschermde adresgegevens zijn. Daarnaast zouden naar verwachting ook veel ‘valse positieven’ uit deze werkwijze naar voren komen, gezien er in toenemende zin sprake is van gezinnen waarbinnen meerdere namen worden gebruikt (denk aan samengestelde gezinnen, trouwen is niet meer de standaard en vrouwen behouden steeds vaker na een huwelijk hun eigen naam). Wat betreft het tegengaan vaan spookbewoning is Hilversum reeds aangesloten bij de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit, waar dit een controlethema is. Ook de tweede wens zal lastig te implementeren zijn. Uiteraard is het mogelijk een Bewoners Effect Rapportage te introduceren, maar wanneer deze meer dan enkel adviserend is zal hier een juridische mandatering voor moeten volgen en zal de werkwijze, reikwijdte, organisatie etc. allemaal juridisch moeten worden vastgelegd om de rechtszekerheid te bewaken. Daarnaast is het ook niet mogelijk om zonder wettelijke grondslag een vergunning te laten vervallen (of zoals hier wordt gesuggereerd aan een ander te over te dragen). Dit idee zou ook indruisen tegen de wens van de bewoners zelf dat de rechten van huiseigenaren gerespecteerd moeten worden door de gemeente.
11
Casussen 2016 – 2018 Planologie heeft onderzocht welke zaken vanaf 9 mei 2016 (ongeveer de inwerkingtreding van het paraplubestemmingsplan regeling meervoudige bewoning) tot 16 augustus 2018 aan hen ter beoordeling zijn voorgelegd. Het gaat hierbij om 161 zaken, waaronder 13 zaken die twee maal zijn voorgedragen (omdat indieners de plannen hebben aangepast en bij een herhaalde behandeling hoopten op een positief in plaats van eerder negatief oordeel). Deze cijfers dienen echter slechts als indicatief gebruikt te worden. De gemeente houdt niet bij welke zaken wanneer en met welke uitkomst zijn behandeld, dus wat er is, is achteraf persoonlijk verzameld waardoor een zekere foutmarge in te calculeren is. Daarnaast dienen nog de volgende kanttekeningen te worden gemaakt: • Het is voor planologie niet inzichtelijk of een positief advies op een vooroverleg uiteindelijk heeft geleid tot het verlenen van een vergunning. Als een plan in het vooroverleg positief is bevonden en met een vergunningaanvraag niet afwijkt én binnen ongeveer een halfjaar wordt aangevraagd, kan het zijn dat een casemanager de vraag niet nogmaals voorlegt. • Veel plannen zijn niet gecategoriseerd naar legalisatieonderzoek, vooroverleg of aanvraag. Deze labels zijn pas het laatste jaar toegevoegd bij de adviezen op het omgevingsteam.
Aantal zaken 2016 - 2018 80 70 60 50 40 30 20 10 0 Aanvraag
Overig Totaal:
Legalisatieonderzoek
Positief advies:
Vooronderzoek
Negatief advies:
Sinds de invoering van de regeling meervoudige bewoning zijn er 161 zaken behandeld door planologie (die hier ook betrekking op hebben). In totaal hebben 33% een positief en 67% een negatief advies gekregen. Dit betekent dat 2/3 van de vragen om meervoudige bewoning wordt afgewezen. Van het totaal aantal zaken zijn 8% twee keer voorgekomen. In 30% van de gevallen is het aangepaste plan in tweede instantie positief beoordeeld. Tegen 11% van het totaal aantal zaken is bezwaar gemaakt. Overigens lijkt er door de jaren heen een toename te zijn van het aantal zaken dat voorkomt. De reden hiervoor is niet bekend. Afgaand op de antwoorden uit de enquête onder de medewerkers, zou dit kunnen komen doordat er nu meer focus is voor het onderwerp meervoudige bewoning.
12
ZAKEN VAN VOOR 2003, BEHANDELD IN 2016 - AUGUSTUS 2018 Legalisatieonderzoek
Totaal:
4
4
0
1 0
1
3
4
8
8
16
15
Overig
TOTAAL:
POSITIEF ADVIES:
NEGATIEF ADVIES:
POSITIEF, MET FINANCIELE VOORWAARDEN:
In 10% van de gevallen bleek het te gaan om een situatie die reeds voor 2003 bestond en waarop de coulantere regelgeving van toepassing is. Van deze zaken is 75% positief beoordeeld (al dan niet onder financiële voorwaarden) en 25% negatief.
Aandachtsbuurten De aanleiding van het bestemmingsplan was een motie om woningsplitsing in bepaalde gebieden van Hilversum tegen te gaan. Deze gebieden vallen binnen de volgende drie bestemmingsplannen: -
Utrechtseweg Binnenstad 2013 Over ’t Spoor
Meer dan de helft (51%) van het totale aantal zaken dat de afgelopen jaren is beoordeeld volgens de regeling meervoudige bewoning, komt uit één van deze drie gebieden. Ruim de helft van deze zaken heeft een negatieve beoordeling gekregen na toetsing aan de regeling meervoudige bewoning. Van de zaken met een positief advies, viel ongeveer 1/3 binnen de coulantere regelgeving. Hieronder zal dieper worden ingegaan op de specifieke situatie in elk van deze drie gebieden.
Bestemmingsplan Over ’t Spoor In totaal zijn er de afgelopen jaren 32 zaken van binnen dit gebied voorgedragen. Dat is 20% van het totale aantal zaken. Van deze zaken is veruit het grootste aantal (69%) negatief beoordeeld – één zaak is buiten behandeling gesteld.
13
BP Over 't spoor 20 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0 Aanvraag
Legalisatieonderzoek
Vooronderzoek
Overig
Positief advies:
Buiten behandeling:
Negatief advies:
Situatie voor 2003:
Bestemmingsplan Binnenstad In totaal zijn er de afgelopen jaren 35 zaken van binnen dit gebied voorgedragen. Dat is 22% van het totale aantal zaken. Van deze zaken is 37% negatief beoordeeld.
BP Binnenstad 25 20 15 10 5 0 Aanvraag
Legalisatieonderzoek
Positief advies:
Vooronderzoek
Negatief advies:
Overig
Situatie voor 2003:
Bestemmingsplan Utrechtseweg In totaal zijn er de afgelopen jaren 15 zaken van binnen dit gebied voorgedragen. Dat is 9% van het totale aantal zaken. Van deze zaken is 93% negatief beoordeeld.
14
BP Utrechtseweg 8 7 6 5 4 3 2 1 0
Positief advies:
Negatief advies:
Conclusies Uit de cijfers kan voorzichtig worden opgemaakt dat de meeste gevallen (51%) van meervoudige bewoning zich voordoen in één van de drie gebieden: Binnenstad, Over ’t Spoor en Utrechtseweg. De meeste gevallen van meervoudige bewoning worden negatief beoordeeld (67%). Binnen de drie gebieden Binnenstad, Over ’t Spoor en Utrechtseweg worden de meeste gevallen negatief beoordeeld (60%). Er wordt bijna geen bezwaar gemaakt tegen beslissingen op basis van de regeling meervoudige bewoning (11%). Maar een klein aantal van de zaken die worden beoordeeld vallen onder de coulantere regelgeving (10%). De bewonersverenigingen gaven in hun antwoorden op de enquête aan dat zij de indruk hebben dat het aantal meervoudige bewoning in hun buurt (Binnenstad, Over ’t Spoor en Utrechtseweg) niet is afgenomen en wellicht stijgt. De cijfers spreken dit beeld tegen. Dit verschil zou echter ook verklaard kunnen worden door een toename van illegale situaties, die door een handhavingsgebrek niet worden opgespoord.
15
Conclusies & aanbevelingen Gekeken naar alle data die binnen is gekomen over de regeling meervoudige bewoning in de praktijk, kunnen een aantal conclusies worden getrokken die breed worden gedragen: Er lijkt sprake van een toenemend aantal zaken dat valt onder de regeling meervoudige bewoning. De meeste zaken worden negatief beoordeeld (67%). Het begrip “overconcentratie” moet geconcretiseerd worden. Deze mening wordt door alle ondervraagde partijen gedeeld. De regels dienen beter leesbaar en vindbaar te zijn. De oude gevallen van vóór 2003 moeten zo snel mogelijk behandeld en afgedaan worden. Er moet aan worden gewerkt om de regels meer bekendheid te geven onder de bewoners van Hilversum. De doelstellingen van de regeling meervoudige bewoning was tweeledig: enerzijds om woningsplitsing in bepaalde gebieden van Hilversum tegen te gaan en anderzijds om de regels binnen de gemeente tussen verschillende gebieden gelijk te trekken. Gekeken naar dit onderzoek kan worden gesteld dat het aantal gevallen woningsplitsing niet willekeurig aan het stijgen is en de meeste aanvragen hiervoor negatief worden beoordeeld. Wat betreft het gelijktrekken van de regels binnen de gemeente, is dit goeddeels gelukt. Het Noordwestelijk Villagebied valt hier vooralsnog níet onder.
Daarnaast is er nog wel verbetering wenselijk op de inhoud van de regels, het gebruik ervan en vooral op de bekendheid ervan binnen heel Hilversum. Een onderwerp waar niet naar is gevraagd in het onderzoek maar dat wel herhaaldelijk naar voren kwam, is de handhaving. Vooral bewoners maken zich hier grote zorgen over. Om ervoor te zorgen dat meervoudige bewoning niet onontdekt in de illegaliteit blijft en dat zaken die negatief zijn beoordeeld ook daadwerkelijk worden aangepakt, zal er meer in handhavingscapaciteit geïnvesteerd moeten worden. Om bovenstaande knelpunten te verhelpen zijn er een aantal concrete aanbevelingen: Incorporeer de regels in de bestaande bestemmingsplannen. Werk het begrip “overconcentratie” uit zodat dit beter werkbaar wordt voor alle betrokkenen. Maak een makkelijk leesbare versie van de regels in “Jip en Janneke-taal” zodat ook alle bewoners van Hilversum ze kunnen begrijpen. Verspreid proactief meer informatie over de inhoud van de regels, zowel onder bewoners als professionele partijen binnen de gemeente. Organiseer bewonersavonden over zowel de regels, als ook de handhaving op de regels. Zorg voor meer handhavingscapaciteit, zowel om oude als nieuwe illegale praktijken tegen te gaan. De gemeente Hilversum werkt met het ‘zaaksysteem’.
Om de aantallen meervoudige bewoning beter bij te houden, zou dit als kwalificatie in het zaaksysteem opgenomen moeten worden.
16
Regels
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
35
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan 'Regeling meervoudige bewoning 2021' van de gemeente Hilversum; 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0402.19pbp05mvbewoning-on01 en de bijbehorende regels (en bijlagen).
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
36
Hoofdstuk 2 Artikel 2
Bestemmingsregels
Bestemmingsplan Binnenstad 2013
Het Bestemmingsplan Binnenstad 2013 wordt als volgt gewijzigd: 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip: a. huishouden (1.38): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren'; b. onzelfstandige woonruimte (1.50): 'alle woonruimte die niet voldoet aan de definitie van zelfstandige woonruimte' vervangen door 'woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte'; c. zelfstandige woning (1.65): 'woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijk trappenhuis of galerij' vervangen door 'een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning'. 2. Aan Artikel 1 worden het volgende begrippen toegevoegd: a.
inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg); b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen. c. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden. 3. Uit Artikel 1 worden de volgende begrippen en de definitie geschrapt: a. kamerbewoning (1.39); b. woning (1.64). 4. Artikel 57 (Gebiedsaanduiding - Uitgesloten - verbouwingen tot één of meer zelfstandige woningen) wordt geheel geschrapt. 5. Aan de regels wordt een nieuw artikel 57 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende: 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2. 2.
Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouder en in voorkomend geval in afwijking van artikel 35, lid 1, onder a., artikel 36, lid 1, onder a., artikel 37, lid 1, onder a. en artikel 38, lid 1, onder a, met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat: ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
37
3.
4.
5.
6.
7.
a. wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 53.2 (Parkeren); b. wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1a' is het verboden gebouwen met uitsluitend een woonbestemming of functieaanduiding wonen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2. Ter plaatste van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1a' is het verboden gebouwen of deel daarvan met een andere bestemming of functieaanduiding dan wonen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Van het verbod in lid 4 kunnen burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken onder de voorwaarde dat: a. de bestemming van het betreffende gebouw of deel daarvan is gewijzigd in een bestemming of aanduiding waardoor wonen in het gebouw of deel daarvan is toegestaan dan wel tegelijkertijd met het verlenen van de omgevingsvergunning wordt afgeweken van het bestemmingsplan waardoor wonen in het gebouw of deel daarvan wordt toegestaan; b. wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 53.2 (Parkeren); c.
wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2. Van het verbod in lid 6 kunnen burgemeester en wethouders en in voorkomend geval in afwijking van artikel 35, lid 1, onder a., artikel 36, lid 1, onder a., artikel 37, lid 1, onder a. en artikel 38, lid 1, onder a, met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 53.2 (Parkeren) en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
38
Artikel 3
Bestemmingsplan Bosdrift
Het Bestemmingsplan Bosdrift wordt als volgt gewijzigd: 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip: a. huishouden (1.38): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren'; b. zelfstandige woning (1.69): 'woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijk trappenhuis of galerij' vervangen door 'een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning'; en voorts wordt het begrip en definitie van: c. 'onzelfstandige woning (1.51): woning die niet voldoet aan het gestelde onder lid 1.69' vervangen door 'onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte'; 2.
Aan Artikel 1 worden het volgende begrippen toegevoegd: a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg); b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen. c. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden. 3. Uit Artikel 1 worden de volgende begrippen en de definitie geschrapt: a. kamerbewoning (1.39); b. omzetting (1.48); c. verbouwen zelfstandige woonruimte (1.57); d. woning (1.68). 4. Aan Artikel 32 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 32.5 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende: 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan en in afwijking van artikel 33 lid 1, onder 2 (33.1.2), verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning.
Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2. 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders, in voorkomend geval in afwijking van artikel 21, lid 1, onder a. en 22, lid 1, onder a., met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat: a. wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 32.2 (Parkeren); b. wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
39
3.
4.
5.
6.
7.
meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1a' is het verboden gebouwen met uitsluitend een woonbestemming of functieaanduiding wonen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2. Ter plaatste van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1a' is het verboden gebouwen of deel daarvan met een andere bestemming of functieaanduiding dan wonen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Van het verbod in lid 4 kunnen burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken onder de voorwaarde dat: a. de bestemming van het betreffende gebouw of deel daarvan is gewijzigd in een bestemming of aanduiding waardoor wonen in het gebouw of deel daarvan is toegestaan dan wel tegelijkertijd met het verlenen van de omgevingsvergunning wordt afgeweken van het bestemmingsplan waardoor wonen in het gebouw of deel daarvan wordt toegestaan; b. wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 32.2 (Parkeren); c.
wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2. Van het verbod in lid 6 kunnen burgemeester en wethouders en in voorkomend geval in afwijking van artikel 21, lid 1, onder a. en artikel 22 lid 1, onder a., met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 32.2 (Parkeren) en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
8. Artikel 33, lid 2 (33.2) (Verbouwen tot één of meer zelfstandige woonruimten uitgesloten) wordt geheel geschrapt.
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
40
Artikel 4
Bestemmingsplan Buitengebied 2013
Het Bestemmingsplan Buitengebied 2013 wordt als volgt gewijzigd: 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip: a. huishouden (1.41): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren'; b. onzelfstandige woonruimte (1.60): 'alle woonruimte die niet voldoet aan de definitie van zelfstandige woonruimte' vervangen door 'woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte'; en voorts wordt het begrip en definitie van: c. 'zelfstandige woonruimte (1.82): woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijk trappenhuis of galerij' vervangen door 'zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning'. 2.
Aan Artikel 1 worden het volgende begrippen toegevoegd: a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg); b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen. c. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden. 3. Uit Artikel 1 wordt het volgende begrip en de definitie geschrapt: a. woning (1.80). 4. Aan Artikel 44 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 44.5 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende: 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2. 2.
Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders en in voorkomend geval in afwijking van artikel 24, lid 1, onder a., met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 44.2 (Parkeren) en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
41
Artikel 5
Bestemmingsplan De Meent
Het Bestemmingsplan De Meent wordt als volgt gewijzigd: 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip: a. huishouden (1.37): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren'; en voorts wordt het begrip en definitie van: b. 'zelfstandige woonruimte (1.66): woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijk trappenhuis of galerij' vervangen door 'zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning'. 2. Aan Artikel 1 worden de volgende begrippen toegevoegd: a.
inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg); b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen; c. onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. d. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden. 3. Uit Artikel 1 wordt het volgende begrip en de definitie geschrapt: a. woning (1.65). 4. Aan Artikel 23 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 23.5 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende: 1.
Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2. 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders en in voorkomend geval in afwijking van artikel 16, lid 1, onder a. en artikel 17, lid 1, onder a., met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 23.2 (Parkeren) en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
42
Artikel 6
Bestemmingsplan Eurobioscoop 2020
1. Aan Artikel 1 wordt het volgende begrip toegevoegd: wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden. 2. Aan Artikel 9 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 9.4 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende: 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
43
Artikel 7
Bestemmingsplan 's Gravenlandseweg 72
1. Aan Artikel 1 wordt het volgende begrip toegevoegd: wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden. 2. In artikel 8.2 (Regeling meervoudige bewoning) wordt in lid 8.2.2 zinsdeel 'en de kwaliteit, het woongenot en de gebruiksmogelijkheden van de gebouwen niet onevenredig worden aangetast' geschrapt en vervangen door: en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
44
Artikel 8
Bestemmingsplan Herontwikkeling Anthony Fokkerweg
Het Bestemmingsplan Herontwikkeling Anthony Fokkerweg wordt als volgt gewijzigd: 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip: a. huishouden (1.24): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren'; 2. Aan Artikel 1 worden de volgende begrippen toegevoegd: a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg); b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen; c. onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; d.
zelfstandige woning: zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning'. e. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden. 3. Uit Artikel 1 wordt het volgende begrip en de definitie geschrapt: a. woning (1.36). 4. Aan Artikel 9 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 9.5 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende: 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2. 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat: a. wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 9.2 (Parkeren); b. wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
45
Artikel 9
Bestemmingsplan Hoek Melkpad - Diepeweg
1. Aan Artikel 1 wordt het volgende begrip toegevoegd: wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden. 2. In artikel 9 (Algemene aanduidingsregels), lid 9.1, sublid b. worden de subsubleden 2 en 3 geschrapt en vervangen door een nieuw subsublid 2 luidende: wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
46
Artikel 10
Bestemmingsplan Kamerlingh Onnesweg
Het Bestemmingsplan Kamerlingh Onnesweg wordt als volgt gewijzigd: 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip: a. huishouden (1.35): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren'; 2. Aan Artikel 1 worden de volgende begrippen toegevoegd: a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg); b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen; c. onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; d.
zelfstandige woning: zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning. e. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden. 3. Uit Artikel 1 wordt het volgende begrip en de definitie geschrapt: a. woning (1.62). 4. Aan Artikel 25 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 25.5 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende: 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2. 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders, in voorkomend geval in afwijking van artikel 18, lid 1, onder a. en 19, lid 1, onder a., met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat: a. wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 25.2 (Parkeren); b.
wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 3. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2. 4. Van het verbod in lid 3 kunnen burgemeester en wethouders en in voorkomend geval in afwijking van artikel 18, lid 1, onder a. en artikel 19, lid 1, onder a., met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 25.2 (Parkeren) en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
47
aanvraag om een omgevingsvergunning.
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
48
Artikel 11
Bestemmingsplan Kerkelanden
Het Bestemmingsplan Kerkelanden wordt als volgt gewijzigd: 1. In artikel 1 wordt de definitie van het begrip: a. huishouden (1.35): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren'; en voorts wordt het begrip en definitie van: b. 'zelfstandige woonruimte (1.57): woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijk trappenhuis of galerij' vervangen door 'zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning'. 2. Aan artikel 1 worden de volgende begrippen toegevoegd: a.
inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg); b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen; c. onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. d. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden. 3. Uit artikel 1 wordt het volgende begrip en de definitie geschrapt: a. woning (1.56). 4. Aan artikel 23 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 23.5 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende: 1.
Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2. 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders en in voorkomend geval in afwijking van artikel 14, lid 1, onder a. en artikel 15, lid 1, onder a., met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 23.2 (Parkeren) en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
49
Artikel 12
Bestemmingsplan Kerkelanden winkelcentrum
Het Bestemmingsplan Kerkelanden winkelcentrum wordt als volgt gewijzigd: 1. In artikel 1 wordt de definitie van het begrip: a. huishouden (1.25): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren'; 2. Aan artikel 1 worden de volgende begrippen toegevoegd: a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg); b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen; c. onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; d.
zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning. e. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden. 3. Uit artikel 1 wordt het volgende begrip en de definitie geschrapt: a. woning (1.35). 4. Aan artikel 10 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 10.5 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende: 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2. 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 10.2 (Parkeren) en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
50
Artikel 13
Bestemmingsplan Laapersboog
Het Bestemmingsplan Laapersboog wordt als volgt gewijzigd: 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip: a. huishouden (1.28): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren'; 2. Aan Artikel 1 worden het volgende begrippen toegevoegd: a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg); b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen; c. onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; d.
zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning. e. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden. 3. Uit Artikel 1 worden de volgende begrippen en de definitie geschrapt: a. woning (1.51). 4. Aan Artikel 10 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 10.3 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende: 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2. 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders en in voorkomend geval in afwijking van artikel 5 lid 1, onder a.
in combinatie met artikel 5 lid 2, onder a., met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 10.2 (Parkeren) en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
51
Artikel 14
Bestemmingsplan Langgewenst
Het Bestemmingsplan Langgewenst wordt als volgt gewijzigd: 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip: a. huishouden (1.37): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren'; b. onzelfstandige woonruimte (1.50): 'alle woonruimte die niet voldoet aan de definitie van zelfstandige woonruimte' vervangen door 'woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte'; en voorts wordt het begrip en definitie van: c. 'zelfstandige woonruimte (1.62): woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijk trappenhuis of galerij' vervangen door 'zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning'. 2.
Aan Artikel 1 worden het volgende begrippen toegevoegd: a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg); b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen. c. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden. 3. Uit Artikel 1 worden de volgende begrippen en de definitie geschrapt: a. kamerbewoning (1.38); b. woning (1.61). 4. Aan Artikel 10 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 10.3 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende: 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2. 2.
Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat: a. wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 10.2 (Parkeren); b. wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
52
Artikel 15
Bestemmingsplan Lucentterrein
1. Aan Artikel 1 wordt het volgende begrip toegevoegd: wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden. 2. Artikel 10. 1 (Overige zone - regeling meervoudige bewoning -1) wordt in zijn geheel geschrapt en vervangen door: Artikel 10.1 (Overige zone - regeling meervoudige bewoning - 1a) a. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1a' is het verboden gebouwen met uitsluitend een woonbestemming of functieaanduiding wonen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. b. Ter plaatste van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1a' is het verboden gebouwen of deel daarvan met een andere bestemming of functieaanduiding dan wonen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. c. Van het verbod in lid b.
kunnen burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken onder de voorwaarde dat: de bestemming van het betreffende gebouw of deel daarvan is gewijzigd in een bestemming of aanduiding waardoor wonen in het gebouw of deel daarvan is toegestaan dan wel tegelijkertijd met het verlenen van de omgevingsvergunning wordt afgeweken van het bestemmingsplan waardoor wonen in het gebouw of deel daarvan wordt toegestaan; wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 9.2 (Parkeren); wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
53
Artikel 16
Bestemmingsplan Media Park
Het Bestemmingsplan Media Park wordt als volgt gewijzigd: 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip: a. huishouden (1.28): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren'; 2. Aan Artikel 1 worden het volgende begrippen toegevoegd: a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg); b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen; c. onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; d.
zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning. e. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden. 3. Uit Artikel 1 worden de volgende begrippen en de definitie geschrapt: a. woning (1.45). 4. Aan Artikel 26 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 26.2 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende: 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2. 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders en in voorkomend geval in afwijking van artikel 18 lid 1, onder a.
en artikel 19 lid 2, onder a., met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan de parkeernormen zoals opgenomen in de 'Bijlage Beleidsregels Parkeren bij Ruimtelijke ontwikkelingen 2017' en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
ontw erp bestemmingsplan Regeling meervoudige bew oning 2021 team Advies
54
Artikel 17
Bestemmingsplan Melkfabriek
Het Bestemmingsplan Melkfabriek wordt als volgt gewijzigd: 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip: a. huishouden (1.32): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren'; b. onzelfstandige woonruimte (1.43): 'alle woonruimte die niet voldoet aan de definitie van zelfstandige woonruimte' vervangen door 'woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte'; en voorts wordt het begrip en definitie van: c. 'zelfstandige woonruimte (1.55): woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijk trappenhuis of galerij' vervangen door 'zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning'. 2.
Aan Artikel 1 worden het volgende begrippen toegevoegd: a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg); b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen. c. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden. 3. Uit Artikel 1 worden de volgende begrippen en de definitie geschrapt: a. kamerbewoning (1.34); b. woning (1.54). 4. Artikel 8 Wonen - 1, lid 3 (Specifieke gebruiksregels), onder 2 (kamerbewoning/appartementensplitsing) en lid 4 (Ontheffing van de gebruiksregels), worden geheel geschrapt. 5. Aan Artikel 13 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 13.2 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende: 1.