Onderzoek Vilans Hilversumse Meent
Tekst van het document
De bezoekers van deze activiteit is gevraagd wat zij in het kader van de vergrijzing de belangrijkste zaken vinden. Hier hebben 22 mensen op gereageerd.
Resultaten interviews Gedurende de interviews is gevraagd naar de huidige leefbaarheid van de Meent en wat positieve en verbeterpunten zijn in de wijk. Vervolgens ging het gesprek in op de toekomst van de Meent, wat er nodig is om de leefbaarheid voor alle groepen te garanderen, hoe dat bereikt kan worden en wat daarvoor nodig is. Onderstaande paragrafen geven een samenvatting weer van wat er tijdens de interviews gezegd is. Om de anonimiteit van de geïnterviewden te garanderen zijn de teksten niet op personen terug te leiden.
De Hilversumse Meent volgens de geinterviewden “De Hilversumse Meent is eigenlijk een dorp” is een veelgehoorde uitspraak tijdens de interviews. De wijk wordt door alle geïnterviewden als een warme en betrokken wijk omschreven. De sociale cohesie is sterk, de bewoners investeren in elkaar en kijken naar elkaar om. Dit maakt van de Meent een prettige wijk om in te wonen, wat ook blijkt uit het feit dat mensen niet weg willen merken alle geïnterviewden op. Er is wel verhuisbereidheid zolang de verhuizing binnen de wijk kan plaatsvinden. Dat de wijk een zeer homogene bevolking heeft draagt ook bij aan het gevoel van gemeenschappelijkheid wat er in de wijk heerst. De Stichting Hilversumse Meent Er is een sterk netwerk aanwezig in de Meent, in de vorm van de Stichting de Hilversumse Meent. De geïnterviewden geven aan dat dit goed georganiseerde bewonersnetwerk veel activiteiten in de wijk organiseert en weet wat er speelt in de wijk. De Stichting doet via het goed gelezen wijkblad veel aan de bekendheid van de activiteiten en zorgt dat de bewoners van de Meent kunnen beschikken over veel en goed toegankelijke informatie. De Meent is bijvoorbeeld de enige wijk van Hilversum met een servicepunt voor het sociaal domein wat door vrijwilligers georganiseerd wordt.
Daarnaast is er georganiseerde burenhulp in de vorm van ‘Meentbewoners voor Meentbewoners’, mensen kunnen via dit initiatief hulp krijgen met klusjes in en rond het huis. De ervaringen met de stichting zijn 25
wisselend. Verschillende professionals geven aan dat de wisselwerking tussen de actieve vrijwilligers van de Stichting en de professionele hulp- en dienstverlening goed is. Aan de andere kant zijn er ook geïnterviewden die zien dat er wat spanning zit op deze wisselwerking en dat de Stichting wel wat meer integraal kan opereren, er zijn nu veel groepjes actief onder de paraplu van de Stichting en het is voor buitenstaanders vaak niet zo duidelijk hoe het geheel in elkaar steekt. Tot slot wordt er aangegeven dat het belangrijk is om te blijven investeren in de relatie tussen de Stichting en de professionals. Verschillende geïnterviewden geven aan dat doordat de Stichting zo veel organiseert zij zeer bepalend is in wat het aanbod in de wijk is. De vraag die bij verschillende professionals opkomt is of de mensen die zich minder aangesproken voelen door de Stichting op dit moment tussen wal en schip vallen. Dit gaat om zowel jongeren als ouderen, de voorzieningen zijn voornamelijk gericht op ouderen en de activiteiten zijn gericht op een kerngroep. Verschillende geïnterviewden geven aan dat activiteiten inclusiever kunnen en dat er meer variëteit in het aanbod kan komen zodat mensen die zich nu niet aangesproken of welkom voelen betrokken kunnen worden. Dat de Stichting een nieuw bestuur heeft wordt gezien als een positieve ontwikkeling.
Aan de andere kant wordt ook aangegeven dat het onmogelijk is om iedereen te betrekken. De Kruisdam De plek waar de meeste activiteiten van de Stichting worden georganiseerd is het wijkcentrum de Kruisdam. Alle geïnterviewden geven aan dat, ondanks dat het een centrale ligging in de wijk heeft, de uitstraling van het wijkcentrum niet aantrekkelijk is. Daarnaast ervaren zij dat niet iedereen de Kruisdam weet te vinden en dat er wijkbewoners zijn die zich niet welkom voelen. Het aanbod in de Kruisdam is meegegroeid met de bezoekers en er mogen wel wat meer activiteiten plaatsvinden die voor iedereen leuk zijn, aldus verschillende respondenten. Als voorbeeld, waarbij dat wel goed is gebeurd, wordt de Sinterklaasintocht genoemd en sportwedstijden die op een groot scherm worden getoond. Meerdere respondenten geven aan dat het nieuwe Stichtingsbestuur hier goed werk van maakt en de Kruisdam voor een breder publiek aantrekkelijk wil maken. Verschillende respondenten merken daarnaast op dat het feit dat de Kruisdam geen vaste openingstijden heeft een belemmering is voor sommige mensen om binnen te lopen.
Tot slot wordt er door verschillende respondenten opgemerkt dat er in de Meent ook meer gebruik gemaakt kan worden van andere plekken, de Meentwerf wordt door enkelen als een mooie aanvulling op het huidige wijkaanbod gezien aangezien deze locatie een andere doelgroep trekt dan de Kruisdam. Sociale cohesie De sociale samenhang in de Meent is goed, er is onderling veel contact tussen bewoners. Wat verschillende geïnterviewden wel opvalt is dat dit contact vaak binnen de generatiegrenzen blijft en dat het op straat ook niet altijd zichtbaar is dat dit contact er is. Het is overdag bijvoorbeeld erg rustig op straat. Het aanmoedigen van contact tussen de generaties en de levendigheid in de wijk aanmoedigen is volgens alle geïnterviewden belangrijk voor Meent. Omdat mensen langer thuis wonen zijn de sociale contacten in de buurt steeds belangrijker geworden. Voorbeelden die aangedragen worden zijn het opzetten van laagdrempelige sociale initiatieven zoals een telefooncirkel of een gezamenlijke moestuin of andere activiteiten in de hofjes. Vooral het laatste wordt door de geïnterviewden gezien als iets wat het contact tussen de generaties kan aanwakkeren. Naast het contact tussen jong en oud zijn er verschillende geïnterviewden die aangeven dat doordat er zo veel nadruk ligt op de vergrijzing van de Meent, andere groepen naar hun idee wat over het 26
hoofd worden gezien. Bijvoorbeeld de groep bewoners met een niet westerse afkomst. Zij voelen zich niet aangesproken door de huidige activiteiten en doen voor informele zorg vaker een beroep op hun kinderen dan op hun buren. Tegelijkertijd wordt er ook opgemerkt dat de Stichting wel aandacht heeft voor de statushouders in de wijk en dat verschillende Meentbewoners zich echt inzetten voor deze groep. Gezondheid en zorg De indruk die de geïnterviewden hebben van de Meent is dat het een gezonde wijk is, de inwoners hebben een gezonde leefstijl. Tegelijkertijd is de wijk vergrijsd en zien zij ook bij mensen met een gezonde leefstijl de kwetsbaarheid toenemen. Omdat de Meent een kleine wijk is zijn er niet genoeg zorgvoorzieningen in de wijk, zo is de tandarts weg uit de wijk, maar ook het ontbreken van specifieke zorgvoorzieningen voor ouderen maakt dat de leefbaarheid voor deze groep achteruit gaat. Enkele geïnterviewden geven aan dat een voorziening waar verpleging en verzorging geboden wordt goed zou passen in de wijk, mensen moeten voor daarvoor nu de wijk uit en dat willen zij niet. Het is nu ook een hele klus om een naaste in het ziekenhuis of het verzorgingstehuis op te zoeken. Hierdoor zien de geïnterviewden ook de eenzaamheid onder (alleenstaande) thuiswonende ouderen toenemen. In een vergrijsde wijk is dementie een belangrijk aandachtspunt geven de geïnterviewden aan.
Het dementievriendelijk maken van de wijk zou in de komende periode een speerpunt van de gemeente kunnen zijn. Niet in de laatste plaats omdat de Meent met haar kronkelende stratenplan door verschillende geïnterviewden als een doolhof wordt bestempeld. Verschillende professionals geven aan dat in de wijk al wel gewerkt wordt aan het vormgeven van een dementievriendelijke omgeving, de supermarkt is hiermee bezig en de Stichting heeft met subsidie van de gemeente een dagbestedingsactiviteit opgezet voor mensen met beginnende dementie. De dagbesteding wordt actief gepromoot, is lokaal en laagdrempelig. Toch geven verschillende geïnterviewden aan dat de bekendheid van de dagbesteding beter kan, het doorverwijzingsproces door de AVG wordt belemmerd en dat zij de indruk hebben dat de drempel om naar de dagbesteding te gaan voor sommige buurtbewoners nog hoog is. Voorzieningen en bereikbaarheid Het is voor de bewoners van de Meent belangrijk om de verbinding met Bussum te behouden aangezien de stations en winkels van Bussum dichterbij zijn dan Hilversum. Op dit moment wordt er nog veel gebruik gemaakt van auto en fiets om Bussum te bereiken, verschillende geïnterviewden geven echter aan dat met de toename van de kwetsbaarheid van de bewoners de afhankelijkheid van het openbaar vervoer zal toenemen.
De buslijn door de Meent staat echter onder druk, de frequentie is de laatste jaren al teruggebracht en er is nu sprake van het verleggen van de buslijn zodat deze enkel nog op de Meentweg stopt. De bushaltes zullen hiermee buiten de wijk komen te liggen. Verschillende geïnterviewden merken op dat voor een aantal mensen in de wijk de bereikbaarheid van de bushaltes nu al een uitdaging is, wanneer je achterin de wijk woont is het al vrij ver lopen naar de haltes, laat staan wanneer deze buiten de wijk geplaatst worden. De bus toegankelijk houden wordt gezien als een belangrijk element van het behoud van zelfredzaamheid van de Meentbewoner. Het feit dat de Meent een wijk is die goed toegankelijk is voor wandelaars, en ook uitnodigt om te wandelen, wordt als zeer positief gezien. Verschillende geïnterviewden geven aan dat dit maakt dat de oudere Meentbewoner blijft bewegen en zelfstandig boodschappen kan blijven doen. Het 27
plaatsen van bankjes en andere rustpunten rondom het winkelcentrum draagt hier ook aan bij. Een van de respondenten merkt op dat zodra lopen niet meer goed gaat mensen overstappen op de fiets of scootmobiel, en dat dit dan ook steeds vaker gebeurt in de Meent. De omgeving van het winkelcentrum is echter vooral ingericht op voetgangers, het aanwijzen van een fiets en scootmobiel zone zou bijdragen aan de toegankelijkheid en veiligheid van het winkelcentrum. Wonen Alle geïnterviewden zijn het erover eens dat wonen het grote vraagstuk is in de Meent. De bewoners worden ouder en wonen vaak nog in de gezinswoningen die zij 30 of 40 jaar geleden betrokken hebben. Omdat de Meentbewoner graag in de wijk blijft, maar er geen passend woningaanbod is voor deze groep zit de woningmarkt vast wat uiteenlopende gevolgen heeft voor de Meent en haar bewoners. Ten eerste is het door het gebrek aan doorstroom voor jonge mensen erg moeilijk om zich in de Meent te vestigen, terwijl het wel een hele aantrekkelijke wijk is voor deze groep. Op dit moment is het evenwicht tussen jong en oud niet zo goed in de wijk, dit is niet wenselijk aangezien gemengde wijken vitaler zijn. Verschillende geïnterviewden waarschuwen wel dat de focus niet te veel op het aantrekken van jonge mensen moet liggen en dat er niet voorbijgegaan moet worden aan de behoeften van de oudere bewoners.
Ten tweede is het aanbod levensloopbestendige (huur)woningen in de Meent te klein om aan de vraag te voldoen. Het enige aanbod van deze woningen is de Meentzicht, dit gebouw is enkele jaren geleden opgeleverd. De doorstroom naar deze woningen vanuit de Meent is toen ook niet goed op gang gekomen. Aan de ene kant kwam dit doordat enkele jaren geleden de nood om te verhuizen voor veel Meentbewoners nog niet zo hoog was, aan de andere kant kwam dit ook door de (ervaren) toename in woonlasten. Bij het opleveren van nieuwbouw kwamen Meentbewoners wel als eerste in aanmerking voor de woningen. De geïnterviewden geven aan dat er bij veel Meentbewoners ook onduidelijkheid heerst over wat de kosten en mogelijkheden zijn rondom verhuizen of woningaanpassingen en dat voorlichting hierbij kan helpen. Het is bijvoorbeeld belangrijk om mensen duidelijk te maken dat je het thuisgevoel mee kan nemen met een verhuizing maar ook een duidelijk kostenplaatje kan helpen bij de doorstroom naar levensloopbestendige woningen. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat de maandelijkse huur wat omhooggaat, maar dat de nieuwe woning energiezuiniger is dan de huidige woning waardoor de maandelijkse lasten gelijk blijven of zelfs lager worden. Voor veel bewoners staat verhuizen synoniem aan meer betalen.
Daar wordt wel bij opgemerkt dat er een groep bewoners is die al lang in dezelfde huurwoning woont en dat gedurende deze periode hun inkomen is gestegen ten opzichte van het inkomen waarop de huur is gebaseerd. De vraag die daarbij wordt opgeworpen is of het niet logisch is dat je met een hoger inkomen meer huur betaalt. Daarnaast is er ook een aanzienlijke groep die niet veel te besteden heeft, voor hen is het belangrijk dat er ook voldoende sociale huur woningen komen. Verschillende geïnterviewden werpen op dat het ook de vraag is hoeveel de doorstroom je waard is, je zou kunnen denken aan huurgewenning waarbij de huurprijs langzaam opgebouwd wordt. Tegelijkertijd komt bij het betalen van een te lage huur de solidariteit binnen de woningcorporatie in het geding, andere huurders moeten de gederfde huur opvangen. Niet alle huizen in de Meent zijn echter huurwoningen, ruim 50% van het woningaanbod is eigendom van de bewoner. Ook deze huiseigenaren worden ouder en hebben behoefte aan passende 28
woningen. Dit kan, na verkoop van de huidige woning in de vorm van een huurappartement, een andere koopwoning of woningaanpassingen. Een enkele geïnterviewde geeft aan dat de bereidheid om zelf te investeren in woningaanpassingen niet hoog is, ook bij de mensen die een woning met overwaarde hebben. Pas na een acute situatie neemt de bereidheid om de woning aan te passen toe, terwijl het echter wenselijk zou zijn wanneer mensen de woning aanpassen wanneer daar eigenlijk nog geen noodzaak toe is. Voor voorlichting over verhuizingen en woningaanpassingen wordt er door de geïnterviewden voornamelijk gekeken naar de wooncoaches, de gemeente en de 75+ gesprekken.
Met het oog op de toekomst Wanneer de geïnterviewden gevraagd wordt wat er in de toekomst nodig is om de Meent voor alle bewoners een prettige, veilige en gewilde wijk te houden zeggen alle geïnterviewden dat het oplossen van het woonprobleem met stip op nummer één staat. Dit geeft de huidige (vergrijsde) Meentbewoner een prettige en veilige woning in de eigen wijk én geeft jonge gezinnen de kans om in de Meent te komen wonen. Hierdoor wordt de populatie gemengder en de vitaliteit van de wijk beter. Op korte termijn een nieuwe ‘Meentzicht’ bouwen is volgens alle geïnterviewden noodzakelijk. Enkele geïnterviewden voegen daar nog aan toe dat de nieuwbouw nog meer een woon-zorg functie moet krijgen dan de Meentzicht. Zij zien een woon-zorg complex voor zich met in de ‘plint’ van het gebouw ruimte voor gezondheidscentrum waarin zorg en welzijn een plek krijgen of zelfs een ambulante post voor kleine medische behandelingen. Wat betreft de organisatie van activiteiten is het belangrijk dat deze ook in de toekomst in de wijk belegd blijven. De Meent is een hechte gemeenschap met een stevige lokale structuur waar veel organisatiekracht zit, dit wordt door alle geïnterviewden als de grote kracht van de wijk gezien. Tegelijkertijd is het wel belangrijk dat de Stichting en de Kruisdam inclusiever worden.
Om de lokale kracht te behouden en de wijk levendig te houden is er nieuwe aanwas nodig en dat maakt dat dingen anders gedaan zullen worden dan altijd het geval was en dat er andere plekken, naast de Kruisdam, belangrijk worden in de sociale structuur. Dit is volgens de geïnterviewden iets waar sommige vrijwilligers moeite mee hebben maar wat voor de toekomst van de wijk wel noodzakelijk is. Het is voor de leefbaarheid van de Meent ook erg belangrijk dat de bereikbaarheid binnen en buiten de wijk gewaarborgd blijft. De buslijn is daar een belangrijke factor in. Zowel de bereikbaarheid van de bushaltes is belangrijk als het verhogen van de frequentie van de buslijn worden genoemd door de geïnterviewden. Naarmate de kwetsbaarheid toeneemt neemt ook de afhankelijkheid van de bus toe, verschillende geïnterviewden geven aan dat het in hun ogen ook goed zou zijn wanneer de bus op zaterdag weer gratis wordt voor ouderen. Dit kan mensen aanmoedigen de bus te nemen in plaats van de auto of de fiets. Daarnaast wordt ook geopperd om het concept van de buurtbus uit de Hilversumse wijk Kerkelande over te nemen. Dit concept werkt daar erg goed en zou ook bij de Meent passen. Dit helpt mensen ook om langer zelfstandig boodschappen te doen of naar de bushalte te komen.
Daarnaast werd ook geopperd om oplaadpunten voor scootmobielen in het winkelcentrum te plaatsen, te zorgen voor een duidelijk onderscheid tussen fiets en wandelzones en een kiss&ride plek aan te wijzen voor de Wmo-taxi. Tot slot is het volgens de geïnterviewden belangrijk om ook in de toekomst aandacht te besteden aan de rolstoel, rollator, scootmobiel en kinderwagenvriendelijkheid van de wijk. Verlaagde stoepen en niet te veel hekjes op de voetpaden zijn hier een belangrijk onderdeel in.
29
Dementievriendelijkheid is volgens de geïnterviewden een belangrijk thema voor de toekomst van wijk. Gezien de demografie en het langer thuis beleid van de overheid zal het aantal mensen met dementie woonachtig in de Meent de komende jaren alleen maar toenemen. Het zou goed zijn om op korte termijn trainingen en voorlichting te organiseren voor alle partijen aanwezig in de wijk (bewoners, gemeente, lokale middenstand, zorg en welzijn) over hoe de wijk zo ingericht kan worden dat het voor mensen met dementie mogelijk is om zo lang mogelijk zelfstandig thuis te wonen. Denk hierbij aan een duidelijke route van en naar het winkelcentrum en de dagbesteding maar ook aan aandacht voor en herkenning van dementie in de winkels. Niet alleen de omgeving en faciliteiten moeten klaargestoomd worden voor de toekomst, ook de Meentbewoner zelf moet zich bewust worden van het belang van investeren in de toekomst geven de geïnterviewden aan. Dit geldt zowel op sociaal vlak, het belang van het opbouwen van en investeren in een sociaal netwerk in de wijk, als op het wonen vlak, de bereidheid om tijdig woningaanpassingen te doen of te verhuizen. Dit is wel iets waar de gemeente, de woningbouwcorporaties en de welzijnspartners in de wijk aan moeten bijdragen.
Als voorbeeld wordt genoemd de leeftijd van de preventieve 75+ gesprekken naar beneden brengen en meer aandacht besteden aan wonen en de mogelijkheden van woningaanpassingen en verhuizen. Een ander voorbeeld is vanuit het Sociaal Plein vroegsignalering op het gebied van woningaanpassingen opzetten, wanneer ouderen voor het eerst met het Sociaal Plein in contact komen meteen samen kijken naar de vragen en mogelijkheden. Het gaat hier voor een groot deel over verwachtingsmanagement en de angst voor verhuizen wegnemen. Ook moet er gekeken worden naar wat er geleerd kan worden van Centraal Wonen op de Wandelmeent als het aankomt op nieuwe woonvormen. Tot slot merken verschillende geïnterviewden op dat de wijk in de toekomst op verschillende manieren diverser wordt. Wanneer het woonprobleem wordt opgelost komen er woningen vrij voor nieuwe bewoners, aan de ene kant zullen dit jonge gezinnen zijn, maar het vrijkomen van sociale huurwoningen betekent ook dat er meer kwetsbare groepen in de wijk komen wonen, bijvoorbeeld statushouders en mensen met GGZ-problematiek die door de extramuralisering ook langer zelfstandig blijven wonen. Voor de toekomst van de wijk is het belangrijk om hier rekening mee te houden en te onderzoeken hoe deze mensen onderdeel kunnen worden van de structuur van de Meent.
30
Resultaten focusgroepen De drie focusgroepen met bewoners stonden in het teken van de leefbaarheid van de Hilversumse Meent, nu en in de toekomst. Middels een ‘omgekeerde brainstorm6’ is opgehaald wat de aanwezige Meentbewoners belangrijk vinden in hun wijk. Deze onderwerpen zijn vervolgens geclusterd in vier thema’s; Wonen, zorg, fysieke ruimte en voorzieningen en sociale cohesie. De vier thema’s zijn vervolgens tijdens een groepsgesprek verder uitgediept, hierbij stond de vraag ‘wat is er belangrijk om in de toekomst prettig te kunnen wonen in de Meent?’ centraal.
Wonen Betaalbaarheid van woningen is een zorg bij alle aanwezigen, er is een grote behoefte aan betaalbare huur en koopwoningen. Zij geven het belang aan van een betaalbare verhuizing en betaalbare woonlasten. “Je moet niet minder woning voor meer geld krijgen” (deelnemer focusgroep). Daarnaast moet er bij het doorstromen naar een nieuwe woning ook rekening mee gehouden worden dat verhuizen ook een hoop geld kost, voor een nieuwe inrichting en stoffering. De onzekerheid over wat de kosten zijn maakt verhuizen voor veel mensen op dit moment niet aantrekkelijk. De wooncoaches helpen hier wel bij, die nemen wat onzekerheid weg en helpen ook bij het toeleiden naar woningen. Dat is voor de toekomst ook belangrijk, dat de Meentbewoner weet waar hij/zij aan toe is. “Voor de toekomst is het belangrijk dat we weten dat we het kunnen betalen om te verhuizen, die zekerheid is nodig” (deelnemer focusgroep). Omdat de Meentzicht alleen huurwoningen heeft ben je afhankelijk van een woningnetinschrijving om daar een woning te krijgen. Mensen met een koopwoning, en zonder inschrijving, vallen zo tussen wal en schip als ze willen verhuizen. Het is daarom goed om ook aanpassingen van bestaande woningen beter bereikbaar maken.
Je kan hierbij denken aan relatief kleine aanpassing bijvoorbeeld waardoor kangoeroewoningen of mantelzorgwoningen aangebouwd worden, of grotere aanpassingen waardoor groepswoningen of woongroepen ontstaan. “Woningaanpassingen vragen om een investering en flexibiliteit van de bewoner, maar het maakt het voor kwetsbare mensen wel mogelijk om langer in de Meent te kunnen wonen.” (deelnemer focusgroep. Er zijn te weinig woningen voor ouderen. Voor de toekomst is het belangrijk dat er meer woningen zoals de Meentzicht bij komen, maar dan wel betaalbaar. Ouderen willen wel verhuizen, maar binnen de Meent. Ook is er behoefte aan gemengd wonen, jong en oud door elkaar en huur en koop. Nieuwbouw zou hieraan moeten voldoen. Er zijn onder de bewoners wel zorgen over waar er dan gebouwd moet worden. Veel bewoners vinden de Meent een fijne plek omdat het juist zo ruimtelijk en groen is en er haast geen hoogbouw is. Dit doorbreken door het vol te bouwen met hoogbouw om veel nieuwe woningen voor ouderen te creëren is ook geen aantrekkelijk perspectief. Wat ook naar voren komt is dat iedereen het belangrijk vindt dat er nieuwbouw komt, maar niemand wil
6
Zoals de naam al zegt gaat het hier om een andere manier van brainstormen. Je denkt hierbij niet na over mogelijke manieren om te bereiken wat je wilt. In plaats daarvan richt je je gedachten op de vraag wat je moet doen als je juist het omgekeerde zou willen bereiken. Door de vraag te keren kom je tot nieuwe en creatieve inzichten. De vraag die tijdens deze brainstorm gesteld werd was ‘wat moet er gebeuren om de Meent de minst leefbare wijk van Hilversum te maken?’.
31
uitzicht op een flat. Veel mensen stellen daarom voor om de huidige seniorenwoningen op de Zeggemeent te vervangen voor hoogbouw. “Een tweede Meentzicht flat is bitter noodzakelijk, zodat de doorstroming bevorderd wordt” (bezoeker senioren-eetcafé) Er is ook behoefte aan een ‘ouderwets’ bejaardentehuis, we moeten steeds langer thuis wonen van de overheid, maar dat werkt ook eenzaamheid in de hand. Er is niet alleen een woonbehoefte onder de ouderen in de wijk, er is ook een zorgbehoefte. Mensen willen de zekerheid dat ze ook wanneer ze een toenemende zorgvraag hebben in de wijk kunnen blijven wonen.
Sociale cohesie De Meent wordt door alle aanwezigen bij de focusgroepen gezien als een warme en hechte wijk, ook de jongere bewoners en de bewoners die nog niet lang in de Meent wonen (jong en oud) sluiten zich hierbij aan. “In de Meent zorgen we goed voor elkaar, als iemand ergens hulp bij nodig heeft of een lift naar het ziekenhuis nodig heeft dan doen we dat voor elkaar” (deelnemer focusgroep). Er wordt in de Meent veel georganiseerd voor ouderen, deelnemers geven aan dat dat komt doordat het al sinds de oprichting van de Kruisdam dezelfde mensen zijn die de activiteiten organiseren. Zij begonnen toen ze 40 waren en zijn nu 70 en er is geen nieuwe aanwas. Volgens verschillende deelnemers komt dat ook doordat dingen op een bepaalde manier gedaan worden binnen de Stichting, niet iedereen voelt zich daarbij welkom of vindt het makkelijk om aan te haken. “Er is toch wel een vast clubje in de Kruisdam en de oude garde wil graag een vinger in de pap houden” (deelnemer focusgroep). Daarbij moet wel gezegd worden dat er een nieuw, en jonger, stichtingsbestuur is dat ook echt werk maakt van het verjongen van de Stichting. Verschillende deelnemers geven aan dat het ook wel moeilijk is om jongeren aan te trekken, mensen werken hard en hebben weinig tijd. Voor de toekomst van de Meent wordt het wel als belangrijk gezien dat de verbinding tussen jong en oud verbeterd wordt.
Dit is voor veel deelnemers een zorgpunt voor de toekomst. Een goede verbinding tussen jong en oud maakt de wijk leuker en leefbaarder, en de Stichting en de Kruisdam hebben dan ook bestaanszekerheid. Er moet dan wel werk gemaakt worden van de uitstraling van het gebouw, het is nu niet echt uitnodigend, aldus verschillende deelnemers. Je moet van buitenaf kunnen zien dat het binnen gezellig en verwelkomend is. “Als de Kruisdam meer een huiskamer uitstraling zou hebben en er bijvoorbeeld zzp-plekken zouden komen zou het al een hele andere groep aantrekken” (deelnemer focusgroep). In een van de focusgroepen kwam ook ter sprake dat de opstelling van de oudere vrijwilligers in de Kruisdam een drempel kan zijn voor jongeren om een actieve rol aan te nemen. Als je wil verjongen moet je er wel open voor staan en flexibel zijn. Bijvoorbeeld door op een andere manier te gaan communiceren, de vraag is of de jongere Meentbewoner zich wel aangesproken voelt door de wijkkrant en door de activiteiten die er georganiseerd worden. Er wordt nu veel aangeboden voor ouderen en voor kinderen, maar er is eigenlijk niets voor de groep 35+. Voor de toekomst is het belangrijk om uit te zoeken of er activiteiten zijn die deze groep aanspreken, bijvoorbeeld sportwedstrijden op een groot scherm uitzenden.
“Als we meer jongeren willen aantrekken in de Kruisdam moeten we er ook open voor staan dat dingen anders kunnen gaan dan dat wij gewend zijn” (deelnemer focusgroep). 32
Het vasthouden van de sterke lokale structuur is voor de toekomst van de Meent een belangrijke factor. De aanwezigen willen ook in toekomst de Kruisdam kunnen bezoeken en deelnemen aan de activiteiten, maar zij gunnen het de nieuwe generatie ook om onderdeel uit te maken van een wijk met actieve bewoners en veel sociaal kapitaal. Een zorg hierbij is dat het potentieel aan vrijwilligers aan het verdwijnen is, onder jongere mensen lijkt de bereidheid voor het doen van vrijwilligerswerk in de wijk kleiner. Het bieden van een vergoeding zou hiervoor een stimulans kunnen zijn. “Jonge gezinnen zijn in de Meent ook belangrijk om de wijk levendig te houden, maar ook om de diverse functies in bestuur en diverse clubs te continueren” (bezoeker senioren-eetcafé)
Zorg Het zorgaanbod in de wijk wordt als goed ervaren. De nabijheid van de huisarts en fysiotherapeut is belangrijk voor de aanwezigen. Wel wordt er aangegeven dat de huisartsen beter zouden kunnen samenwerken door bijvoorbeeld voor elkaar waar te nemen. Verder wordt de tandarts gemist, de deelnemers geven aan dat het goed zou zijn als er weer een tandartspraktijk in de wijk komt, juist met het oog op de afnemende mobiliteit van ouderen en het belang van goede mondzorg voor ouderen. Het voorstel is dan ook om een gezondheidscentrum in Meent op te richten waar zorg en welzijn samen komen. Alle zorg op één bereikbare en laagdrempelige plek is goed wanneer de bewoners van de wijk kwetsbaar worden. Een voorwaarde die hierbij wordt aangegeven is dat het vervoer van en naar het zorgcentrum wel goed geregeld moet worden zodat iedereen ook echt kan komen. “Een zorgcentrum waar alle zorg en welzijn aanbieders samen komen zou fijn zijn. Hier kan dan ook een aanspreekpunt voor de wijkverpleging en de thuiszorg komen, dat wordt nu wel gemist.” (deelnemer focusgroep) Ook over het informatiepunt wordt positief gesproken, het is laagdrempelig en er komen veel mensen om hulp, informatie of advies vragen. Mensen weten dat punt goed te vinden. Daarnaast worden de gezondheid bevorderende activiteiten van de buurtsportcoach ook zeer positief ontvangen.
De dagbesteding is bekend onder de deelnemers, maar zij geven ook aan dat er toch nog wel veel mensen zijn die het niet weten te vinden of niet weten dat je geen indicatie nodig hebt om deel te nemen. Dat is jammer want er zijn vast meer mensen die deze activiteit kunnen gebruiken omdat ze eenzaam zijn of wat meer structuur in hun leven wensen. Verschillende deelnemers geven ook aan dat zij in hun omgeving zien dat mensen het moeilijk vinden om toe te geven dat ze onder de doelgroep van de dagbesteding vallen. Dementie en kwetsbaarheid zijn nou eenmaal gevoelige thema’s. Nu worden mensen soms doorgestuurd vanuit het informatiepunt, de huisarts of vanuit welzijn. Maar het zou goed zijn om er wat breder betekenis aan te geven. “Juist voor de toekomst moet het taboe van de dagbesteding afgehaald worden, als we door dit soort initiatieven langer in de Meent kunnen blijven wonen moeten we daar blij mee zijn.” (deelnemer focusgroep) Er heerst onder de deelnemers wel een angst dat zij in de toekomst steeds minder kunnen verwachten van het zorgaanbod en van de Wmo. Er wordt veel bezuinigd en de vraag of het in de toekomst nog mogelijk is om hulpmiddelen uit de Wmo vergoed te krijgen of een beroep te kunnen doen op thuiszorg wordt opgeworpen.
33
“Door het overheidsbeleid raken we steeds meer op onszelf aangewezen, ook als we zorg nodig hebben” (deelnemer focusgroep). Tot slot wordt er opgemerkt dat voor mensen met (beginnende) dementie de Meent een moeilijke wijk is, het is soms net een doolhof. Hier aandacht aan besteden wordt in de toekomst alleen maar belangrijker. Het makkelijk terug kunnen vinden van bijvoorbeeld de Kruisdam is hier een onderdeel van, maar er is in de wijk ook kennis nodig over hoe je mensen kan helpen, aldus de deelnemers. Hetzelfde geld voor de AED’s die in de wijk geplaatst gaan worden, er is behoefte aan een training of cursus hoe deze gebruikt kunnen worden.
Fysieke omgeving en voorzieningen Iedereen is er tijdens de focusgroepen over eens dat de buslijn niet mag verdwijnen, tegelijkertijd wordt door veel mensen ook aangegeven ze zelf niet met de bus gaan. Zij nemen liever de fiets of de auto wanneer zij naar Bussum of Hilversum gaan. Een van de oorzaken hiervan is dat de bus erg weinig rijdt, daarnaast sluit nu ook niet goed aan op de trein, om deze verbinding aantrekkelijk te maken is een goede aansluiting naar Utrecht/Amsterdam wel belangrijk. Het belang van het behoud van de busverbinding is gebaseerd op de verwachting dat je als je ouder wordt op een gegeven moment niet meer de fiets of de auto kan nemen. Het behoud van de busverbinding is voor veel mensen daarom ook een zekerheid voor de toekomst. Dit maakt ook dat het belang voor het behoud van de haltes in de wijk groot is. Wanneer de bus enkel over de Meentweg rijdt zijn de haltes niet meer voor iedereen bereikbaar. “Het is een beetje een kip en ei verhaal. Want door de lage frequentie is het ook niet een betrouwbare voorziening, je mist de bus en je moet een uur wachten. Dan nemen mensen liever de auto. Maar als dat in de toekomst niet meer gaat wordt de bus wel weer erg belangrijk.” (deelnemer focusgroep) Het winkelcentrum wordt als goed ervaren, je kan er al je dagelijkse boodschappen doen en het is goed bereikbaar, zowel lopend als met de fiets en de auto.
De aankleding mag echter wel wat beter. Een mooie aanvulling op het aanbod zou een sportschool of een bibliotheek zijn. Vooral het idee van een bibliotheek wordt zeer enthousiast ontvangen tijdens de focusgroepen. Een bibliotheek is ook een mooie plek om met kinderen te komen en zo de verbinding tussen jong en oud te versterken. Een koffiehoek in de bibliotheek is ook gewenst, dan kan je even buitenshuis koffie drinken. De enige plek daarvoor is nu in de Kruisdam, maar die is alleen open als er ook een activiteit is, wat het onbetrouwbaar maakt en voor sommigen ook een drempel opwerpt. Meer voorzieningen in de Kruisdam, een mooiere uitstraling en ruimere openingstijden worden ook door verschillende deelnemers geopperd. Dit kan werken om een wat breder publiek te trekken. Maar ook verschillende deelnemers die regelmatig de Kruisdam bezoeken geven aan dat er behoefte is aan de mogelijkheid om daar te eten. Niet alleen voor de mensen die zelf niet meer kunnen koken, maar ook omdat het gezellig is en eenzaamheid tegengaat. “De uitstraling van de Kruisdam moet beter, het is nu niet echt verwelkomend. Ruimere openingstijden en een terras zou ook erg fijn zijn. Ook om een wat ander publiek te trekken.” (bezoeker focusgroep) Het maandelijkse senioren eetcafé wordt heel goed bezocht, hier is een grote behoefte aan.
Misschien kan het uitgebreid worden, of misschien kan de Kruisdam vaker simpele maaltijden aanbieden. Mensen vinden het gezellig om samen te eten en vinden het jammer dat ze nog te jong zijn voor het eetcafé. Daarbij, er mag wat meer aandacht besteed worden aan vegetarische opties, ook daardoor wordt het inclusiever. 34
“Een uitbreiding van het wijkcentrum met eet mogelijkheden of een soort tafeltje dek je zou fijn zijn” (bezoeker senioren-eetcafé) Veel mensen geven aan dat ze de Meent wel een wijk vinden waar je een auto of fiets nodig hebt, dit heeft onder andere te maken met de slechte bus verbinding. Daarnaast geven verschillende deelnemers aan dat de Wmo taxi weinig wordt toegekend. Dat is wel een probleem want mensen die niet meer zo mobiel zijn hebben dit wel nodig. In één van de focusgroepen komt het AutoMaatje van de ANWB ter sprake. Verschillende mensen opperen ook een elektrisch buurtbusje van en naar het winkelcentrum en/of de bushaltes, nadeel van een busje is dat hier ook weer vrijwilligers voor nodig zijn. “Er is veel vraag naar vervoer en we helpen elkaar graag in de Meent. Met het AutoMaatje zijn we niet afhankelijk van de gemeente.” (deelnemer focusgroep) Een van de grootste pluspunten van de Meent is voor veel bewoners het feit dat het een hele groene wijk is. De groengordel is erg mooi en een fijne plek om te wandelen, er zijn echter wel zorgen over de bereikbaarheid van dit park in de toekomst. Steeds meer mensen zijn afhankelijk van een rollator, rolstoel of scootmobiel en ondervinden hinder van de hekjes bij de ingangen van het park en elders in de wijk.
Een goede toegankelijkheid van het groen is ook belangrijk omdat dit een van de plekken is die sociale cohesie aanmoedigt, mensen wandelen er samen. Om dit verder aan te moedigen opperen verschillende deelnemers dat je er ook een gezamenlijke kruiden- of moestuin kan aanplanten. Hier zou je ook de school bij kunnen betrekken. Het groen in de wijk moet wel goed onderhouden worden, als de wijk verslonst is het niet meer prettig wonen en nemen de gevoelens van onveiligheid ook toe. “Ik heb pas een scootmobiel en als ik ermee rijd heb ik vaak dat de dubbele hekjes te smal zijn en ik er niet door kan.” (bezoeker senioren-eefcafé) Om de bereikbaarheid van de voorzieningen in de wijk toegankelijk te houden voor mensen met een rollator, rolstoel of scootmobiel en alle andere mensen die wellicht wat langzamer of slechter ter been zijn is het belangrijk dat er wordt gekeken naar de stoepen, drempels en oversteekplaatsen in de wijk. Vooral goede oversteekplekken bij de bushaltes worden nog wel gemist. Er zijn ook hofjes met veel parkeeroverlast, dat is voor de toekomst niet veilig want de hulpdiensten kunnen soms niet eens het hofje in. Zorg op plekken voor een parkeerverbod en de gemeente moet dat dan ook goed handhaven.
“Er zijn wel wat oversteekplaatsen verbeterd, dat is fijn, maar in de toekomst worden we allemaal wat langzamer, hier ook rekening mee houden in het stratenplan.” (deelnemer focusgroep) Veiligheid is een thema dat een paar keer in de focusgroepen genoemd wordt. Het ontbreken van een (zichtbare) wijkagent, slechte straatverlichting op sommige plekken en een rommelig straatbeeld maken dat de deelnemers zich niet altijd prettig en veilig voelen in de wijk. Voor de toekomst geven de deelnemers aan dat het voor hen belangrijk is zich veilig te voelen in de wijk, dat de wijkagent beschikbaar is en zorgen serieus neemt. Meer zichtbaarheid zou hierbij helpen.
35
36
Hoofdstuk 4 - Effecten van de vergrijzing voor de leefbaarheid in de Meent Leefbaarheid is de mate waarin de omgeving aansluit bij de eisen en wensen die er door de mens aan worden gesteld (Leidelmeijer & van Kamp, 2004). Met andere woorden, met leefbaarheid wordt aangegeven hoe aantrekkelijk en/of geschikt een gebied is om er te wonen. Hier komt direct de beperking van dit begrip om de hoek kijken, of iemand een gebied aantrekkelijk en/of geschikt vindt om te wonen hangt af van de kenmerken van deze persoon. Een gezin met jonge kinderen vraagt iets anders van de leefomgeving dan bijvoorbeeld een alleenstaande oudere. Tegelijkertijd zijn er verschillende aspecten van leefbaarheid die voor iedereen gelden, denk hierbij aan de aanwezigheid van voldoende voorzieningen (scholen, winkels, parkeergelegenheid en OV); een veilige leefomgeving, een schone leefomgeving; de kwaliteit van de openbare ruimte (de aanblik van het straatbeeld); de aanwezigheid en kwaliteit van buurtcontacten en vormen van burenhulp; en de mate waarin de overheid de door haar gestelde regels op het gebied van leefbaarheid wel of niet handhaaft. Om leefbaarheid meetbaar te maken worden er in de Leefbarometer vijf dimensies van leefbaarheid onderscheiden: -
Woningen Bewoners Veiligheid Voorzieningen Fysieke omgeving
Deze dimensies zijn opgemaakt uit ruim 100 indicatoren en wegen niet allen even zwaar mee bij het berekenen van de leefbaarheid in een wijk (Leefbarometer, 2019). De leefbarometer geeft de situatie in de wijk weer, maar ook ontwikkelingen en achtergronden van de buurt.
De Hilversumse Meent Op basis van de scores van de Hilversumse Meent in de Leefbarometer kan geconcludeerd worden dat de leefbaarheid van de wijk goed is en de afgelopen jaren zelfs is toegenomen (figuur 1). Ondanks dat er wel wat verschillen zichtbaar zijn binnen de wijk wordt de Meent gezien als een goed leefbare wijk. Met name op de dimensies ‘bewoners’, ‘veiligheid’ en ‘fysieke omgeving’ scoort de wijk zeer goed tot uitstekend en daarmee boven het Nederlands gemiddelde. De dimensies ‘voorzieningen’ en ‘woningen’ scoren lager, dit heeft hoogstwaarschijnlijk te maken met de periode waaruit het woningaanbod stamt en de afwezigheid van horeca en culturele voorzieningen. Dat de Meent een leefbare wijk is om in te wonen wordt in grote lijnen duidelijk door de scores van de leefbarometer, tegelijkertijd wordt ook duidelijk dat de leefbarometer eigenlijk niets zegt over hoe de inwoners de wijk ervaren. De scores zijn samengesteld aan de hand van vaststaande en meetbare indicatoren en niet aan de hand van de ervaringen en meningen van de bewoners. Kijken naar wat de inwoner belangrijk vindt als het op leefbaarheid in de wijk aankomt is altijd belangrijk, maar in een wijk als de Hilversumse Meent welke een vergrijsde populatie heeft misschien nog wel wat meer.
Nu ouderen langer thuis wonen is het van belang om te kijken naar welke elementen in de wijk kunnen worden versterkt en/of ontwikkeld om dit voor hen mogelijk te maken. Om een compleet beeld van 37
de leefbaarheid van de Meent te kunnen schetsen, en daarbij te kunnen identificeren welke ontwikkelingen er nog nodig zijn in de wijk, is het van belang te kijken naar welke effecten de vergrijzing heeft, zowel voor de oudere als de jongere inwoners. In dit onderzoek is dit gedaan aan de hand van de literatuur. Daarbij is er een kwalitatieve (interviews en focusgroepen) en kwantitatieve (data analyse) studie naar de huidige situatie, de leefbaarheid en de toekomst van de Meent gedaan. De uitkomsten van dit onderzoek geven een overzicht van wat volgens de inwoners en professionals actief in de wijk een leefbare wijk maakt en wat de wijk nodig heeft om ook in de toekomst, met de demografische ontwikkelingen in het achterhoofd, een leefbare en prettige wijk te blijven voor alle bewoners, jong en oud.
2018
2016
2014
Figuur 1: Leefbaarheid in de Hilversumse Meent (bron: Leefbarometer)
Kansen en bedreigingen van de vergrijzing In dit onderzoek is er gekeken naar welke kansen en bedreigingen voor de leefbaarheid van de Hilversumse Meent voortvloeien uit de demografische ontwikkelingen. Dit is gedaan aan de hand van literatuuronderzoek, bestaande informatie over de wijk en een kwalitatief onderzoek onder professionals en bewoners. Onderstaande paragraaf geeft antwoord op het eerste deel van de onderzoeksvraag: “Welke kansen en bedreigingen vloeien voort uit de demografische ontwikkelingen binnen de Meent?”
Kansen van de vergrijzing Wonen Uit het onderzoek blijkt dat wonen het grootste vraagstuk is in de Meent. De Meent is gebouwd voor gezinnen en dit woningaanbod sluit niet aan bij de huidige (vergrijsde) populatie. Omdat de Meentbewoner zeer gehecht is aan de Meent en de wijk niet wenst te verlaten is een aanpassing van het huidige woningaanbod noodzakelijk. Deze noodzaak wordt aangejaagd door de vergrijzing en brengt op verschillende manieren kansen voor de wijk met zich mee. Er is zowel een nieuwbouwopgave als een veranderopgave, de veranderopgave richt zich voornamelijk op de huiseigenaren. Op dit moment wonen er in de Meent relatief veel één en tweepersoonshuishoudens in gezinswoningen met drie tot vijf slaapkamer. Deze woningen zijn ten 38
eerste vaak te groot voor een één- of tweepersoonshuishouden en ten tweede niet aangepast aan de behoeften van de oudere Meentbewoner. Dat er hier een veranderopgave ligt is duidelijk. De verandering van het woningaanbod vraagt om een investering van de eigenaar maar kan op verschillende manieren voordelen opleveren, zowel voor de eigenaar als voor de wijk. Het levensloopbestendig maken van de woning kan op verschillende manieren gedaan worden. Er kunnen verschillende kleine aanpassingen komen, zoals de woning drempelvrij maken en een traplift aanleggen. De grootste kansen zitten echter in een grootschaligere verbouwing van de woning. Bijvoorbeeld tot kangoeroewoning7 waardoor er ruimte komt voor jonge gezinnen in de Meent, de wijk verjongt en het vrijwilligers- en mantelzorgpotentieel toeneemt. Ook het splitsen van eengezinswoningen in twee of meer kleinere woningen brengt kansen met zich mee. Ouderen kunnen zo kleiner gaan wonen en in elkaars nabijheid blijven. Tegelijkertijd beantwoorden kleinere woningen ook aan de vraag die ontstaat door een andere demografische ontwikkeling, namelijk de toename van het aantal éénpersoonshuishoudens. Mensen gaan steeds later samenwonen en het aantal echtscheidingen neemt toe. De Meent kent een woningaanbod gericht op het gezin waardoor het voor iemand die alleen woont zeer moeilijk is een huis te vinden en te betalen in de Meent.
Denk bijvoorbeeld aan een gescheiden paar dat beide in de Meent wil wonen om dichtbij de kinderen te zijn of een jong stel dat nog geen. Meerdere woningen voor één of tweepersoonshuishoudens in de Meent maakt dat de wijk beter aansluit bij de huidige vraag en maakt de wijk diverser. Voor de Meent is het echter belangrijk dat de kleinere woningen voldoen aan de wensen die de oudere populatie heeft bij dit soort woningen. Tot slot maakt de noodzaak tot woningaanpassingen ook de drempel voor het verduurzamen van het woningaanbod lager. Bij een (grootschalige) verbouwing zijn mensen sneller geneigd om het ‘in een keer goed te doen’. Sociale cohesie De vergrijzing van de Meent biedt ook kansen voor de sociale cohesie in de wijk. De oudere van nu is steeds vaker vitaal, hoog opgeleid, welvarend en mobiel. Dit geldt niet alleen voor de mensen die nu 65 en ouder zijn, maar ook voor de toekomstige oudere: de huidige 55+’er. Deze laatste groep maakt ook een groot deel uit van de populatie van de Meent. Het grote sociaal kapitaal8 van de huidige en toekomstige oudere is een bron voor burgerinitiatieven als de Stichting de Hilversumse Meent, voor het verenigingsleven in de Kruisdam en voor mantelzorg. Met andere woorden, de oudere van nu zit niet meer achter de geraniums maar zorgt er voor dat een wijk levendig is.
In de Meent is dit al duidelijk zichtbaar, de oudere Meentbewoners organiseren veel met en voor elkaar en vormen een hechte gemeenschap. Er is een actief verenigingsleven, de mantelzorgpercentages zijn hoog en de eenzaamheidspercentages laag. De vergrijzing in de Meent maakt dat de bewoners betrokken zijn bij de wijk en hun buurtgenoten. Het doorgeven van dit sociaal kapitaal aan de volgende generaties, de huidige 55+’ers en de leeftijdscategorieën daarna biedt een mooie kans voor de doorontwikkeling van de sociale cohesie in de Meent. Samenvatting van de kansen van de vergrijzing Kijkend naar de leefbaarheid in de Meent biedt de vergrijzing met name kansen voor de dimensies ‘wonen’, ‘bewoners’ en ‘voorzieningen’. Wat betreft de dimensie ‘voorzieningen’ liggen de kansen 7
Een kangoeroewoning is een combinatie van twee (zelfstandige) woningen of wooneenheden onder één dak. De woonruimtes hebben elk een aparte voordeur en hebben een interne afsluitbare verbindingsdeur. 8 Belangrijke elementen van sociaal kapitaal zijn sociale relaties, groepslidmaatschap, formele en informele sociale netwerken, gedeelde normen, vertrouwen, wederkerigheid en inzet voor de gemeenschap.
39
voornamelijk op het gebied van voorzieningen geïnitieerd vanuit de bewoners zelf en minder over het aanbod van winkels en culturele voorzieningen in de wijk. De schaalgrootte van de Meent maakt dat deze voorzieningen nou eenmaal minder voorkomen.
Door verbouwingen een beter passend woningaanbod creëren Meer woningen voor één of tweepersoons huishoudens Meer ruimte voor nieuwe bewoners Verduurzaming woningaanbod Mantelzorgpotentieel Bron voor burgerinitiatieven Voorkomen van eenzaamheid Sociale cohesie
Bedreigingen van de vergrijzing Naast kansen en mogelijkheden voor de Meent brengt de vergrijzing ook bedreigingen met zich mee. Er zijn verschillende vraagstukken omtrent de vergrijzing die in de wijk spelen en die belangrijk zijn om uit te lichten. Wonen Wonen is het grootste vraagstuk in de Meent, het ontbreken van passende woningen voor de populatie van de wijk brengt verschillende kansen met zicht mee, maar vormt ook een bedreiging voor de inwoners. De mismatch tussen het woningaanbod en de huidige populatie van de Meent maakt dat mensen in woningen wonen die niet geschikt zijn voor hun levensfase. Ouderen wonen in grote ééngezinswoningen met verschillende verdiepingen. Deze woningen vragen om relatief veel onderhoud, zowel binnen- als buitenshuis en zijn niet drempelvrij of traploos. Voor de oudere bewoner kan het onderhoud van deze huizen een te grote opgave worden waardoor de woning achteruit gaat en in waarde afneemt. Daarnaast loopt een oudere bewoner in een niet passende woning een groter risico wat betreft ongelukken binnenshuis, denk hierbij aan een val van de trap of in de badkamer. Een val ongeluk is de meest voorkomende oorzaak van letsel bij ouderen. Bijna de helft van ouderen die op de eerste hulp terecht komen, na een val, is in zijn of haar eigen vertrouwde omgeving gevallen.
Ook kan het alleen wonen in een grote woning een gevoel van eenzaamheid en sociaal isolement met zich meebrengen. De combinatie van de vergrijzing, een niet passend woningaanbod en een lage bereidheid om buiten de wijk te verhuizen is een bedreiging voor leefbaarheid in de Meent. Gezondheid en zorg Ook op het gebied van gezondheid en zorg vormt de vergrijzing een bedreiging voor de Meent. Met de jaren nemen vaak ook de lichamelijke klachten toe. De opeenstapeling van ziektelast, verminderde mobiliteit en andere problemen zoals verminderd zicht of gehoor vergroot de kwetsbaarheid van oudere. Met name chronische aandoeningen als dementie veroorzaken een hoge ziektelast en sterfte. Er ontstaat hierdoor, in combinatie met het langer thuis wonen, meer druk op zowel de formele als de informele zorg in de wijk. De formele zorg in Nederland staat al enige jaren onder druk waardoor het beroep op de informele zorg alleen maar toeneemt. In de Meent is het mantelzorgpotentieel op dit moment nog goed, net als de (in)formele voorzieningen geïnitieerd door de Stichting. Denk hierbij aan de dagbesteding en het Meentbewoners voor Meentbewoners initiatief. De groep actieve bewoners in de Meent wordt echter ouder en het is moeilijk gebleken om de jongere Meentbewoner te betrekken bij deze initiatieven. Deze ontwikkeling vormt een 40
bedreiging voor de wijk, wanneer de groep die mantelzorg verleent en de activiteiten organiseert zelf zodanig kwetsbaar wordt dat zij dit niet meer kunnen doen, en de volgende generatie niet klaar staat om dit op te vangen zal de gezondheid en het welzijn van de inwoner afnemen. Sociale cohesie De verbinding tussen jong en oud in de wijk is niet alleen belangrijk als je kijkt naar mantelzorg en andere vormen van informele zorg. Het is ook belangrijk om generaties met elkaar in contact te brengen aangezien sterke gemeenschappen zich kenmerken door sterke banden tussen de generaties. Op dit moment is de ervaring in de Meent dat er veel door en voor ouderen ondernomen wordt binnen de Stichting en de Kruisdam, maar dat het moeilijk is om hier jongeren bij de te betrekken. Zij voelen zich niet aangesproken door de activiteiten die georganiseerd worden en ervaren dat het moeilijk is om aansluiting te vinden bij de actieve bewoners. Daar komt bij dat de Kruisdam geen aantrekkelijke uitstraling heeft waardoor ‘onbekenden’ een drempel ervaren, zij lopen niet makkelijk binnen. De ervaren geslotenheid van de Stichting vind zowel zijn oorzaak in de vergrijzing, de actieve populatie in de wijk wordt ouder, als dat het een bedreiging is, wanneer er geen verjongen plaatsvind zal het potentieel aan vrijwilligers afnemen.
Mobiliteit Door de vergrijzing in de Meent neemt het aantal verplaatsingen per auto toe, zowel in frequentie als in kilometers. Ouderen hebben bijna allemaal een auto en gebruiken deze tot op hoge leeftijd, deels als vervanging van verplaatsingen met de fiets of te voet. Door het gebruik van de auto blijven ouderen mobiel. Omdat de auto door deze groep vooral overdag gebruikt wordt en omdat zij vaak korte afstanden binnen de bebouwde kom afleggen neemt het verkeer in de wijk toe. Omdat ouderen per afgelegde kilometer vaker slachtoffer zijn van een verkeersongeval dan anderen, gecombineerd met het feit dat meer verkeer de kans op ongelukken vergroot, komt de verkeersveiligheid in de Meent door de vergrijzing onder druk te staan. Samenvatting van de bedreigingen van de vergrijzing Kijkend naar de leefbaarheid in de Meent heeft de vergrijzing vooral een negatieve impact op de dimensies ‘woningen’, ‘bewoners’, ‘voorzieningen’ en ‘veiligheid’.
Toename eenzaamheid Valrisico neemt toe, en daarmee het aantal ziekenhuisopnames. Achterstallig onderhoud en waardevermindering woningen Toenemende druk op informele zorg Geen goede verbinding tussen jong en oud doet het mantelzorg potentieel afnemen Toenemende kwetsbaarheid van de inwoners Afname mantelzorgers Afname vrijwilligers Afname gemeenschapszin Toename aantal verkeersongelukken in de Meent
41
42
Hoofdstuk 5 - De toekomst van de Hilversumse Meent In het voorgaande hoofdstuk is gekeken naar de kansen en bedreigingen van de vergrijzing voor de leefbaarheid van de Hilversumse Meent. Daarmee is het eerste deel van de onderzoekvraag beantwoord. Het tweede deel van de onderzoeksvraag richt zich op de toekomst van de Meent, hierbij wordt er gekeken naar wat de oudere bewoner nodig heeft om prettig en veilig in de Meent te kunnen blijven wonen maar ook naar de wensen en behoeften van de jongere Meentbewoner. Welke initiatieven, processen en voorzieningen zijn er nodig om de kwaliteit van de levensomstandigheden en het leefklimaat in de Meent voor de inwoners optimaal te houden. In de bovenstaande studie zijn op basis van de literatuur, de blik van de professionals en de wensen en behoeften van de inwoner al verschillende ideeën over initiatieven, processen en voorzieningen voor de toekomst van de Meent voorbij gekomen. In dit hoofdstuk worden deze samengevat en gebundeld in een handzaam en actiegericht overzicht.
Wensen en behoeften Wonen Met stip op nummer één staat een oplossing vinden op het woonprobleem in de Meent. Er is nieuwbouw nodig om de doorstroom te bevorderen aangezien de woningmarkt nu muurvast zit. De nieuwe woningen dienen bestemd te zijn voor senioren en verenigen bij voorkeur wonen en zorg met elkaar. Dit woon-zorg complext dient centraal in de wijk te komen zodat de bewoners gebruik kunnen (blijven) maken van de voorzieningen in de Kruisdam en het winkelcentrum. Naast de nieuwbouw is het ook belangrijk dat de bereidheid tot verhuizen en doen van aanpassingen van de woning omhoog gaat. Er moeten onzekerheden over de kosten die verhuizingen met zich meebrengen weggenomen worden en de nieuwe woning moet niet te duur zijn. Daarnaast is het belangrijk dat de oudere huiseigenaar zich bewust is van het belang van woningaanpassingen, de kosten die eraan verbonden zijn en de financieringsmogelijkheden.
Sociale cohesie Het behoud van de sociale cohesie in de Meent zeer belangrijk. De wijk kent op dit moment een groot sociaal kapitaal en sterke onderlinge verbondenheid. Kanttekening die daarbij door verschillende mensen gegeven wordt is dat niet iedereen zich op dit moment welkom voelt bij de Stichting en in de Kruisdam, dit komt doordat zij geen aansluiting vinden bij de groep die nu actief is of dat de georganiseerde activiteiten niet bij hen aansluiten. Om ook in de toekomst de sociale cohesie in de buurt te waarborgen is het belangrijk dat ook de jongere Meentbewoner zich welkom voelt bij de Stichting en dat het aanbod van de Kruisdam aansluit bij zijn of haar wensen. Hierbij moet gezegd worden dat het huidige stichtingsbestuur hier werk van maakt. Dit onderzoek benadrukt het belang hiervan. Ook de uitstraling van de Kruisdam is een vaak genoemd obstakel, het gebouw is helaas niet zo verwelkomend en is alleen open als er ook een activiteit is. Wat meer aandacht voor de entree van de Kruisdam en vast openingstijden zou al een verschil kunnen maken.
Bereikbaarheid De bereikbaarheid van de Meent is voor veel inwoners, met het oog op de toekomst, een belangrijk punt. Op dit moment is de Meentbewoner nog redelijk mobiel, maar dit gaat met de jaren afnemen. Hierdoor raken ouderen voor een bezoek aan Bussum of Hilversum meer afhankelijk van de buslijn. 43
Deze bus rijd op dit moment slechts één keer per uur en de aansluiting op de trein is niet goed. Dit maakt dat er op dit moment niet veel gebruik gemaakt wordt van de bus waardoor het behoud van de haltes in de Meent onder druk staat. Het waarborgen van de bushaltes in de Meent is met een blik op de toekomst echter noodzakelijk voor de Meentbewoner. Ook de bereikbaarheid binnen de wijk is een punt van aandacht voor de toekomst, voor sommige bewoners zijn de bushaltes en het winkelcentrum al te ver om te lopen. Ook zijn niet alle plekken in wijk geschikt voor een rollator, rolstoel of scootmobiel. Op sommige plekken zijn de stoepen hoor, staan er hekjes of missen er goede en veilige oversteekplaatsen. Met het verouderen van de populatie is het belangrijk deze bereikbaarheid te waarborgen. Het uitbreiden van de bankjesroute of het aanbieden van een buurtbusje zou hiervoor een oplossing zijn.
Voorzieningen De Meent is een wijk met goede voorzieningen, het winkelcentrum biedt alles wat de bewoner dichtbij huis nodig heeft en de Kruisdam biedt activiteiten aan. Er is echter wel een roep om meer diversiteit in het aanbod. Dat er nu veel in de Kruisdam maakt dat er ook een groep ‘gemist’ wordt. De Kruisdam en de Meentwerf zouden een goede aanvulling op elkaar kunnen zijn en elkaar kunnen versterken in het organiseren van activiteiten en het functioneren als ontmoetingsplek. Daarnaast wordt het idee van een bibliotheek met koffiehoek geopperd en wordt de wens voor de mogelijkheid tot het eten van een simpele maaltijd in de Kruisdam uitgesproken.
Zorg In de toekomst zal de Meentbewoner een groter beroep gaan doen op zorgfaciliteiten. De huisarts en fysiotherapeut hebben al een plek in de wijk, net zoals de buurtsportcoach die werkt aan het langer vitaal en gezond houden van ouderen. Wat voor de toekomst nodig is in de Meent is een gezondheidscentrum waarin alle zorg en welzijnsvoorzieningen samen kunnen komen. Hier kan dan ook een aanspreekpunt voor de wijkverpleging en thuiszorg komen. Daarnaast zou het goed zijn als er weer een tandarts in de wijk komt. Er zou ook meer aandacht voor dementie moeten komen, de eerste goede stappen zijn al gezet met de dagbestedingsactiviteit en het winkelcentrum is ook gericht op dementievriendelijkheid. Gezien de prevalentie van dementie in de Meent is het echter een goed idee wanneer er wijkbreed ingezet gaat worden op dementievriendelijkheid. Bijvoorbeeld door aanpassingen in het straatbeeld waardoor mensen de Kruisdam kunnen vinden. Een effect hiervan kan zijn dat de ervaren drempel om naar de dagbesteding te gaan verlaagd wordt.
44
Overzicht van initiatieven, processen en voorzieningen voor de Meent In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de initiatieven, processen en voorzieningen die, afgaande op de onderzoeksresultaten, nodig zijn om de Meent in de toekomst voor alle inwoners leefbaar te houden. Het overzicht is opgedeeld in de aanbevelingen die voortkomen uit de literatuur, de interviews en de focusgroepen, dit maakt dat er een verschil zit in hoe concreet de aanbevelingen zijn. Waar bijvoorbeeld uit de literatuur de weinig concrete aanbeveling komt dat het aan te bevelen is om aandacht te hebben voor de verkeersveiligheid kunnen in de interviews en focusgroepen voorstellen gedaan zijn voor specifieke activiteiten. Deze aanbevelingen vullen elkaar aan en zullen deels overlappen. Er is gekozen voor deze opsplitsing van de aanbevelingen zodat het duidelijk is wat de herkomst van de aanbeveling is; literatuur, professional of bewoner. De uitvoering en daarmee ook prioritering van de aanbevelingen valt buiten het bereik van dit onderzoek. De Stichting de Hilversumse Meent zal zich hierover buigen en stappen zetten. Dat wil echter niet zeggen dat de verantwoordelijkheid voor een goede uitvoering altijd bij de Stichting ligt. De leefbaarheid en levensloopbestendigheid van de Meent is een vraagstuk dat domein- en organisatie overstijgend is.
Samenwerking tussen verschillende domeinen (welzijn, woningbouw, zorg) en organisaties (gemeente, corporaties, zorginstellingen en de Stichting) is in de uitvoering van veel aanbevelingen dan ook noodzakelijk.
Aanbevelingen volgend uit de literatuur Onderwerp Wonen
Wonen
Wonen
Wonen
Mobiliteit
Omschrijving en aanbeveling De verantwoordelijkheid voor woningaanpassingen ligt steeds vaker bij de huiseigenaar. Omdat er echter nog veel onduidelijk is voor de huiseigenaar is voorlichting nodig over: - Wat is er mogelijk als het aankomt op je huis levensloopbestendig maken (van kleine aanpassingen tot een grote verbouwing) - Voor welke aanpassingen kan je bij de gemeente terecht - Voor welke aanpassingen ben je zelf verantwoordelijk - Wat zijn mogelijke financieringsvormen Er ontstaan steeds meer woonvormen die tussen zelfstandig wonen en wonen in een verpleeghuis inzitten. Dergelijke woonvormen beantwoorden ook (een deel van) de huisvestingsvraag binnen de Meent. Meer kennis en voorlichting over dergelijke woonvormen, denk aan woongroepen en hofjeswoningen, en over hoe deze te organiseren binnen de wijk is nodig. Gezien de gehechtheid aan de eigen buurt, en de verhuisbereidheid binnen de eigen buurt, is het bij nieuwbouw sterk aan te bevelen hiervoor ruimte binnen de Meent te vinden. Om te voorkomen dat er in de Meent (nog) grotere problemen ontstaan rond de huisvesting en zorg van ouderen, is het nodig dat de gemeente Hilversum inzicht heeft in de lokale opgave op het gebied van wonen en zorg. Samenwerking tussen ruimtelijke ordening en het sociaal domein en tussen gemeenten, zorgorganisaties en woningcorporaties is hiervoor noodzakelijk.