Onderzoek Vilans Hilversumse Meent
Tekst van het document
Vilans
Ouder worden in de Hilversumse Meent (kan niet zonder jonger) Onderzoek naar de kansen en bedreigingen van de demografische ontwikkelingen in de Hilversumse Meent
Lian Stouthard & Barbara de Groen 10-12-2019
2
Leeswijzer: rapport “Ouder worden in de Meent (maar niet zonder jonger)” 1. Het rapport begint met een inleiding waarin een samenvatting van de conclusie is opgenomen. 2. Pagina 11 - Literatuurstudie: de effecten van vergrijzing. Het eerste hoofdstuk geeft een beschrijving van een literatuurstudie naar de effecten van vergrijzing. Wat zijn in het algemeen gevolgen van vergrijzing? Dit wordt uitgewerkt op de onderdelen: wonen, mobiliteit, sociale samenhang en eenzaamheid, contact tussen jong en oud, eenzaamheid, gezondheid en zorg, mantelzorg. Dit hoofdstuk wordt op pagina 20 afgesloten met een samenvatting: de meest belangrijke conclusies. 3. Op pagina 21 - Praktijkonderzoek, de Hilversumse Meent. In het tweede hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de situatie in de Meent, mede aan de hand van diverse verzamelde gegevens (cijfers). Hieronder ook die van de preventieve huisbezoeken (75+-bezoeken). Aan de orde komen: woonomgeving – wonen – verhuisbereidheid, gezondheid en mantelzorg, sociale samenhang. 4. Op pagina 25 - Resultaten interviews en focusgroepen. Het derde hoofdstuk beschrijft de resultaten van gehouden interviews met professionals én van gespreksbijeenkomsten met wijkbewoners (focusgroepen). De professionals betreft hen die bij de wijk betrokken zijn, via bijv. zorg, welzijn of gemeente. - In die interviews (pag.
25) is onder meer aandacht besteed aan: de Hilversumse meent, de stichting Hilversumse Meent (wijkorganisatie), De Kruisdam (wijkcentrum), Sociale cohesie, gezondheid en zorg, voorzieningen en bereikbaarheid, gevolgd door een onderdeel “gezicht op de toekomst”. - In de Focusgroepen (pag. 31) is gesproken over wonen, sociale cohesie, zorg, fysieke omgeving en voorzieningen. 5. Op pagina 37 - Effecten van de vergrijzing voor de leefbaarheid in de Meent. Wordt een analyse gemaakt van de kansen en bedreigingen die de vergrijzing in de Meent oplevert. Van beiden wordt een samenvattend overzicht gegeven op pagina’s … en … 6. Op pagina 43 - Conclusies voor de toekomst. Hoofdstuk 5 geeft aan wat voor ouderen en jongeren nodig is op het gebied van wonen, sociale cohesie, bereikbaarheid, voorzieningen en zorg. 7. Op pagina 45 - wordt het rapport tot slot afgerond met een overzicht van “initiatieven, processen en voorzieningen voor de Meent”: een lijst met concrete aanbevelingen. Geordend naar het onderdeel van het onderzoek waar ze uit voortkomen. Op pagina 51 – Literatuurverwijzingen.
3
4
Inhoud Inleiding ................................................................................................................................................... 9 Aanleiding voor het onderzoek ........................................................................................................... 9 Onderzoekvraag en methoden............................................................................................................ 9 Samenvatting..................................................................................................................................... 10 Literatuurstudie – De effecten van de vergrijzing ................................................................................. 11 Wonen ............................................................................................................................................... 11 Mobiliteit ........................................................................................................................................... 13 Sociale samenhang en eenzaamheid ................................................................................................ 14 Sociaal kapitaal ..............................................................................................................................
14 Contact tussen jong en oud ........................................................................................................... 14 Eenzaamheid ................................................................................................................................. 16 Gezondheid en zorg........................................................................................................................... 17 Mantelzorg .................................................................................................................................... 18 Samenvatting literatuurstudie .............................................................................................................. 20 Praktijkonderzoek – De Hilversumse Meent ......................................................................................... 21 Cijfers over de wijk ............................................................................................................................ 22 Preventieve huisbezoeken ................................................................................................................ 23 Verhuisbereidheid .........................................................................................................................
23 Woonomgeving en wonen ............................................................................................................ 23 Gezondheid en mantelzorg ........................................................................................................... 24 Sociale samenhang in de Meent ....................................................................................................... 24 Resultaten interviews en focusgroepen ................................................................................................ 25 Resultaten interviews ........................................................................................................................ 25 De Hilversumse Meent volgens de geinterviewden ...................................................................... 25 Met het oog op de toekomst ........................................................................................................ 29 Resultaten focusgroepen .................................................................................................................. 31 Wonen ........................................................................................................................................... 31 Sociale cohesie ..............................................................................................................................
32 Zorg................................................................................................................................................ 33 Fysieke omgeving en voorzieningen ............................................................................................. 34
5
Effecten van de vergrijzing voor de leefbaarheid in de Meent ............................................................. 37 De Hilversumse Meent ...................................................................................................................... 37 Kansen en bedreigingen van de vergrijzing ....................................................................................... 38 Kansen van de vergrijzing 38 Bedreigingen van de vergrijzing .................................................................................................... 40 De toekomst van de Hilversumse Meent .............................................................................................. 43 Wensen en behoeften ....................................................................................................................... 43 Wonen ........................................................................................................................................... 43 Sociale cohesie .............................................................................................................................. 43 Bereikbaarheid ..............................................................................................................................
43 Voorzieningen................................................................................................................................ 44 Zorg................................................................................................................................................ 44 Overzicht van initiatieven, processen en voorzieningen voor de Meent ......................................... 45 Aanbevelingen volgend uit de literatuur....................................................................................... 45 Aanbevelingen volgend uit de interviews ..................................................................................... 46 Aanbevelingen volgend uit de focusgroepen ................................................................................ 48 Verwijzingen .......................................................................................................................................... 47
6
7
8
Inleiding Aanleiding voor het onderzoek In het voorjaar van 2019 is Vilans door de commissie Welzijn & Zorg van de Stichting Hilversumse Meent benaderd voor het doen van een onderzoek naar de kansen en bedreigingen van de demografische ontwikkelingen in de Hilversumse Meent. De aanleiding voor het onderzoek is huidige vergrijzing van de Hilversumse Meent, de afwezigheid van een woon/zorg complex en de moeilijkheden bij doorstroom naar kleinere (levensloopbestendige) woningen aan de ene kant en het feit dat bewoners graag in de wijk blijven wonen, er een stabiele en actieve wijkorganisatie is en dat er een groot potentieel is aan actieve wijkbewoners aan de andere kant. In het onderzoek wordt een brede invalshoek gehanteerd. Er wordt niet alleen vanuit de verwachte problematiek geredeneerd, maar gekeken naar de kansen en mogelijkheden die zich voordoen. Daarbij wordt er gekeken naar het gehele spectrum van zorg- en welzijnsvoorzieningen in de wijk. Naast het bovenstaande onderzoek naar de kansen en bedreigingen van de vergrijzing zal er ook gekeken worden naar de specifieke activiteit Ontmoeting & Dagbesteding. De vraag die hierbij centraal staat is onderbouwen dat investeringen aan de “welzijnsvoorkant” (het voorliggende veld), uiteindelijk een kostenbesparing aan de achterkant bij “dure professionele zorg” opleveren (Wmo en Wlz).
Bijvoorbeeld omdat het beroep op deze zorg uitgesteld of voorkomen kan worden. De bevindingen van deze studie zijn opgenomen in een apart document. De uitkomsten van het onderzoek worden opgenomen in een wijkplan voor de Hilversumse Meent. In dit plan wordt er gekeken wat al aanwezig is in de Meent, wat er nodig is om de wijk voor alle bewoners leefbaar te houden en wat daarvoor gedaan moet worden. Hierin worden de onmogelijkheden geëlimineerd en gerangschikt naar termijn en budget.
Onderzoekvraag en methoden De hoofdvraag in het onderzoek luidt: “Welke kansen en bedreigingen vloeien voort uit de demografische ontwikkelingen binnen de Meent en welke initiatieven, processen en voorzieningen er nodig zijn om de kwaliteit van de levensomstandigheden en het leefklimaat in de Meent voor de inwoners optimaal te houden” Het beantwoorden van deze vraag zal duidelijke contouren opleveren wat aan ontwikkelingen te verwachten is en wat er in de toekomst nodig is. Het beantwoorden van de onderzoeksvraag wordt gedaan door middel van verschillende onderzoeksmethoden:
Omgevingsanalyse: er wordt een analyse gemaakt van de Hilversumse Meent, dit wordt gedaan op basis van data (demografie, gezondheid, wonen, etc.) en op basis van een rondleiding door de wijk. Literatuurstudie: er wordt een literatuurstudie gedaan naar de te verwachten ontwikkelingen in een vergrijzende wijk, de elementen van een leefbare wijk en naar waarde van de investeringen in het voorliggend veld. Daarnaast wordt er gekeken hoe andere wijken met dezelfde uitdagingen rondom demografie en wonen omgaan.
9
Interviews: voor het onderzoek worden interviews gedaan met de professionals (zorg en welzijn) die in de Meent werkzaam zijn. Focusgroepen: het perspectief van de bewoners van de Meent wordt meegenomen door middel van 3 focusgroepen waarin een afspiegeling van de wijk hun ervaringen en wensen voor de toekomst deelt.
Samenvatting Aan de hand van literatuuronderzoek en praktijkonderzoek is in kaart gebracht wat de kansen en bedreigingen van de vergrijzing in de Hilversumse Meent zijn. Kijkend naar de leefbaarheid in de Meent biedt de vergrijzing met name kansen op het gebied van ‘wonen’, ‘bewoners’ en ‘voorzieningen’. Door de vergrijzing is er een aanpassingsopgave van het bestaande woningaanbod in de Meent wat de diversiteit van het woningaanbod kan vergroten en een verduurzamingsslag met zich mee kan brengen. Daarnaast heeft de vergrijzing op dit moment een positief effect op het sociaal kapitaal in de wijk, de bewoners van de Meent zijn betrokken bij de wijk en hun buurtgenoten. Het doorgeven van dit sociaal kapitaal aan de volgende generaties, de huidige 55+’ers en de leeftijdscategorieën daarna biedt een mooie kans voor de doorontwikkeling van de sociale cohesie in de Meent. Dit sociaal kapitaal maakt ook dat er veel voorzieningen en activiteiten door de bewoners van de Meent worden geïnitieerd. Kijkend naar de bedreigingen van de vergrijzing in de Meent is er een negatieve impact te zien op de dimensies ‘woningen’, ‘bewoners’, ‘voorzieningen’ en ‘veiligheid’. De mismatch tussen het woningaanbod en de huidige populatie van de Meent maakt dat mensen in woningen wonen die niet geschikt zijn voor hun levensfase, wat eenzaamheid en onveilige situaties met zich mee kan brengen.
Daarnaast ontstaat door de toenemende ziektelast onder ouderen, in combinatie met het langer thuis wonen, meer druk op zowel de formele als de informele zorg in de wijk. Om het mantelzorg- en vrijwilligerspotentieel op pijl te houden is het belangrijk dat de sociale cohesie tussen ‘jong’ en ‘oud’ versterkt wordt. Tot slot komt de verkeersveiligheid in de Meent door de vergrijzing onder druk te staan. Ouderen zijn per afgelegde kilometer vaker betrokken bij een verkeersongeval dan andere bevolkingsgroepen. In deze rapportage leest u de onderzoekers tot deze kansen en bedreigingen van de vergrijzingen zijn gekomen. Daarnaast worden er aanbevelingen vanuit de literatuur, de geïnterviewden professionals en de focusgroepen met bewoners geformuleerd. Met dit onderzoek hopen de onderzoekers bij te dragen aan de leefbaarheid van de Hilversumse Meent, voor alle bewoners, nu en in de toekomst.
10
Hoofdstuk I - Literatuurstudie – De effecten van de vergrijzing Dat Nederland vergrijst is een feit, de effecten van deze vergrijzing zijn echter op sommige plekken duidelijker merkbaar dan op andere. Wijken en buurten, zoals bijvoorbeeld de Hilversumse Meent, die gebouwd zijn in de jaren 70 en toen jonge gezinnen aantrokken kennen nu een vrij homogene en vergrijsde populatie. Deze vergrijzing heeft gevolgen voor de gezondheid en sociale samenhang in de wijk, maar ook de fysieke leefomgeving zoals de woningen en de woningmarkt en de mobiliteit binnen de wijk wordt beïnvloed.
Wonen Ouderen zijn afgelopen jaren ouderen steeds honkvaster geworden. Pas op hoge leeftijd – na het 85e levensjaar – gaan ouderen weer fors vaker verhuizen. Dit komt doordat ouderen steeds vaker huiseigenaar zijn, eigenwoningbezit remt de verhuismobiliteit af. De vergrijzing draagt daarmee bij aan de geringe doorstroom op de woningmarkt en vormt een hindernis voor jonge huishoudens die naar een grotere woning willen verhuizen (Planbureau voor de Leefomgeving, 2013). Ouderdom komt echter nog altijd met gebreken. De vergrijzing gaat dan ook gepaard met een toenemend tekort aan woningen die geschikt zijn om oud in te worden. Dit toenemende tekort wordt soms vertaald
Grijstinten in de tussenmaat – Almere Waterwijk Waterwijk is een van de oudste wijken van Almere stad, de woningen zijn gebouwd tussen 1982 en 1983. Veel oorspronkelijke bewoners wonen er nog steeds en waarderen de wijk enorm vanwege de centrale ligging de het vele groen en is daarmee vergelijkbaar met de Hilversumse Meent. Een andere overeenkomst met de Meent is dat waterwijk in een zeer korte tijd is gebouwd voor een eenzijdige doelgroep (gezinnen) en dat de vergrijzing nu hard toeslaat. Het overgrote deel van de bestaande woningen zijn eengezinsrijwoningen, die niet per definitie ‘vergrijzingsproof’ zijn. Een wijk als Waterwijk is, net zoals de Meent, gebaseerd is op het gezin dat woont op de eigen privékavel, in het eigen huis met de eigen tuin waar geen ruimte is voor het gemeenschappelijke. Er is door de vergrijzing een mismatch ontstaan tussen de woningvraag en het woningaanbod. In opdracht van de gemeente Almere heeft het onderzoeksteam ‘grijstinten in de tussenmaat’ onderzocht hoe het bestaande woningaanbod beter kan worden afgestemd op de toekomst. Uit dit onderzoek blijkt dat individuele huishoudens er voor open staan om hun woning te (laten) aanpassen. Zowel kleine aanpassingen (traplift, aanpassing badkamer, etc.) als een ‘grotere’ verbouwing worden gezien als mogelijkheden.
Die grotere aanpak betreft een aanbouw plaatsen in de tuin, woningen splitsen en woningen clusteren. Meer informatie over Almere Waterwijk: grijstintenindetussenmaat.wordpress.com En bijgevoegd bij deze rapportage het onderzoek ‘Blijven wonen in Waterwijk’ waarin gekeken wordt welke investeringen en ontwikkelingen nodig zijn om Almere Waterwijk toekomstbestendig te houden.
naar een nieuwbouwopgave. Het is echter de vraag of dat realistisch is. Veel ouderen willen in hun woning en in hun wijk blijven wonen, óók wanneer zij minder mobiel en vitaal worden en de behoefte aan zorg toeneemt. De opgave voor de woningvoorraad is daarom eerder een opgave van aanpassing van de bestaande voorraad dan van uitbreiding door nieuwbouw (Groot, Dam, & Daalhuizen, 2014).
11
Omdat ouderen steeds vaker huiseigenaar zijn verschuift de verantwoordelijkheid van de woningaanpassing van de corporaties naar de huiseigenaar zelf. Voor corporaties zijn dergelijke investeringen ‘rendabeler’ dan voor particuliere huiseigenaren, omdat vrijkomende huurwoningen weer verhuurd kunnen worden aan andere (oudere) huishoudens. Oudere huiseigenaren blijken niet geneigd te investeren in woningaanpassingen die niet (deels) vanuit de Wmo vergoed worden. Dit geldt zowel voor de huiseigenaren met een forse overwaarde op hun huis als voor woningeigenaren zonder deze extra financiële ruimte. Mogelijk komt dit doordat het idee dat men bij een toenemende zorgbehoefte en mobiliteitsbeperkingen kan terugvallen op de overheid vooralsnog sterk is verankerd in het gedachtegoed. Deze gedachte behoeft echter bijstelling want de zelfredzaamheid van burgers staat in het huidige beleid centraal. Hierdoor bestaat de kans dat de zelfredzaamheid meer het karakter krijgt van het leren leven met de ongemakken in de eigen woning, met op termijn het risico op een onveilige situatie, dan van het nemen van verantwoordelijkheid voor het aanpassen van de eigen woning (Groot, Dam, & Daalhuizen, 2014).
Wanneer er gekozen wordt voor ouderen Woonvormen tussen thuis en verpleeghuis te bouwen dan ligt het voor de hand daarvoor ruimte in bestaande buurten te Ouderen zo lang mogelijk thuis laten wonen lijkt ideaal, vinden, gezien de gehechtheid van maar is niet in alle gevallen haalbaar. Het langer thuis beleid zorgt ook voor overbelasting van mantelzorgers, ouderen aan hun woonbuurt. Dit zou hun een lange verblijfsduur in het ziekenhuis bij gebrek aan verhuisgeneigdheid kunnen bevorderen passende opvang en eenzaamheid. Als antwoord hierop (van Dam, 2017). Het gaat hier dan zijn de afgelopen jaren veel woonvormen ontstaan die voornamelijk om woon-zorg complexen inzitten tussen zelfstandig thuis wonen en wonen in een waarin de bewoner ‘thuis’ is en waar zorginstelling. Denk hierbij aan thuishuizen, kwaliteit van leven voorop staat. Dit zijn kangoeroewoningen en woongemeenschappen. woonvormen die geschikt en aantrekkelijk Het Actiz-Aedes Kenniscentrum Wonen en Zorg (KCZW) zijn voor kwetsbare ouderen, met een zet verschillende woonvormen op een rij: zorg- of ondersteuningsvraag, die gebaat https://www.beteroud.nl/zelfstandig-wonen/14zijn bij veiligheid, ontmoeting en woonvormen-tussen-zelfstandig-wonen-en-verpleeghuis (gedeelde) voorzieningen.
Denk aan Op het Zorgsaamwonencongres worden 10 woonvormen vormen als moderne hofjes, waar mensen voor ouderen uitgelicht: https://www.beteroud.nl/nieuws/10-woonvormen-voorin elkaars nabijheid wonen of woningen ouderen-omzien-naar-elkaar?feed=Beter-Oud-Nieuws die levensloopbestendig zijn, woongroepen of verzorgingshuizen 3.0 (Actiz, 2019). Daarnaast is de inbedding in de buurt belangrijk voor dergelijke complexen, denk hierbij aan laagdrempelige activiteiten (biljart, bingo) maar bijvoorbeeld ook aan een cultureel programma (films, muziek, theater, lezingen) wat voor de hele buurt toegankelijk is. Het op deze manier bevorderen van de verhuisgeneigdheid van oudere bewoners bij de bouw van een woon-zorg complex zorgt aan de ene kant voor een grotere doorstroom op de woningmarkt en aan de andere kant voor een veiligere woonsituatie voor mensen die niet meer zelfstandig thuis kunnen wonen. Om te voorkomen dat wijken de aankomende decennia grote problemen krijgen rond de huisvesting en zorg van ouderen, is het nodig dat gemeenten inzicht hebben in de lokale opgave op het gebied van wonen en zorg, dat gemeenten lokaal beleid ontwikkelen dat inspeelt op de vergrijzing (samenwerking tussen ruimtelijke ordening en sociaal domein) en dat gemeenten meer samenwerken met zorgorganisaties en woningcorporaties (Actiz, 2019).
12
Mobiliteit De vergrijzing van de bevolking leidt ertoe dat een steeds groter deel van de afgelegde verplaatsingen en kilometers per auto voor rekening van ouderen komt. Ouderen hebben bijna allemaal een auto en gebruiken deze tot op hoge leeftijd, deels als vervanging van verplaatsingen met de fiets of te voet. De actieradius (mogelijkheden) en de actieruimte (gedrag) van ouderen zijn door het toegenomen autobezit groter geworden. Ouderen gebruiken de auto niet meer zozeer voor woon-werkverkeer maar voor (onregelmatiger) vrijetijdsverkeer en rijden vaak korte afstanden binnen de eigen leefomgeving. De vergrijzing van de (auto)mobiliteit leidt tot een toename van het aantal ongelukken en verkeersslachtoffers. Ouderen zijn immers per afgelegde kilometer veel vaker slachtoffer van een verkeersongeval dan anderen en een grotere omvang van het autoverkeer vergroot de kans op ongevallen (Werkverband Periodieke Rapportage Bevolkingsvraagstukken, 2012) (Planbureau voor de Leefomgeving, 2013). Vergrijzing betekent hiermee dus meer autoverplaatsingen overdag binnen de wijk, en daarmee dus ook een hoger risico op ongevallen en verkeersslachtoffers. Vanaf 80 jaar daalt het gemiddeld aantal verplaatsingen per persoon per dag onder de Nederland telt ruim 4 miljoen ouderen. 25 procent één (Planbureau voor de Leefomgeving, 2013). daarvan voelt zich eenzaam.
Dat komt vooral De afname van het aantal verplaatsingen per dag omdat ze niet meer mobiel zijn. Deze afname van hangt samen met een (sterk) verminderde mobiliteit zien we ook in de Meent. Even mobiliteit. De groep ouderen met een (sterk) boodschappen doen of een partner in het verminderde mobiliteit maakt gebruik van verzorgingstehuis bezoeken is voor deze groep niet hulpmiddelen bij het lopen of van een meer vanzelfsprekend. Tegelijkertijd is de Meent een wijk met betrokken bewoners die hun scootmobiel of een rolstoel en heeft daarmee buurtgenoten graag helpen. Tegelijkertijd is het dan ook moeite zich binnen de wijk te bewegen. steeds moeilijker een beroep te doen op vervoer De afstand naar een winkel of zorgverlener in de met (Wmo) indicatie. wijk kan al te lang zijn. Het blijkt dan ook dat Het AutoMaatje project van de ANWB kan de mensen met ernstige beperkingen in de vraag naar vervoer en het aanbod van behulpzame mobiliteit inboeten op hun welbevinden en buurtbewoners bij elkaar brengen. Met sociale contacten (CBS, 2018). Daarbij zijn AutoMaatje vervoeren vrijwilligers hun minder personen met (ernstige) mobiliteitsproblemen mobiele plaatsgenoten tegen een kleine drie keer zo vaak minder gelukkig en tevreden onkostenvergoeding. Op deze manier blijven mensen mobiel en betrokken bij de sociaal met het leven dan personen zonder maatschappelijke omgeving. beweegproblemen.
Dit kan betekenen dat deze mensen, eerder dan anderen, niet meer AutoMaatje is een samenwerking tussen de zelfstandig mobiel zijn en zo meer afhankelijk ANWB, gemeenten en lokale welzijnsorganisaties. worden van anderen. Juist nu verwacht wordt Meer informatie over AutoMaatje: dat mensen langer thuis blijven wonen heeft dit https://www.anwb.nl/lidmaatschap/maatschappel ernstige gevolgen. Verminderde mobiliteit kan ijk/mobiliteit/automaatje bovendien sneller leiden tot vereenzaming, want voor een groot deel van je contacten moet je nu eenmaal zelf je huis uit (Visser, 2015). Het bevorderen van mobiliteit onder thuiswonende ouderen kan zelfredzaamheid en zelfstandigheid bevorderen en is daarmee zeer belangrijk. Dit kan gedaan worden door middel van het aanbieden van hulpmiddelen en transportvoorzieningen, maar ook het (her)inrichten van de openbare ruimte, ANWB AutoMaatje
13
het goed regelen van thuishulp en dagopvang en (beweeg)aanbod voor ouderen in buurthuizen en ontmoetingscentra is belangrijk (Visser, 2015).
Sociale samenhang en eenzaamheid Sociaal kapitaal Vergrijzing betekent dat er verschillende ruimtelijke opgaven zijn op het gebied van wonen, mobiliteit en ruimtelijke inrichting. Tegelijkertijd biedt de vergrijzing ook nieuwe perspectieven voor een wijk of buurt. De oudere van nu is immers steeds vaker vitaal, hoogopgeleid, welvarend en mobiel. Het omvangrijke sociale kapitaal onder ouderen is een belangrijke bron voor burgerinitiatieven, het verenigingsleven en mantelzorg. De vergrijzing is daarmee een belangrijke aanjager van sociale cohesie in de wijk. Tegelijkertijd wordt de beschikbare tijd, kennis, ervaring en sociale en het (voormalige) professionele netwerk van ouderen steeds belangrijker in lokale (burger)initiatieven. De oudere van nu staat niet meer aan de kant, maar is betrokken en trekt zelfs de kar. Vanaf 2025 zal dit grote reservoir aan aanjagers van sociale cohesie met een groot sociaal kapitaal weer langzaam leeglopen en sluit dit ‘window of opportunity’ zich weer (Dam & Daalhuizen, 2013). Om het opgebouwde sociaal kapitaal in de wijk in stand te houden is het van belang dat er goed contact tussen ouderen en de generaties na hen is, alleen dan kan het stokje worden overgenomen.
Contact tussen jong en oud Er is in Nederland echter weinig contact tussen verschillende generaties. Een belangrijke oorzaak van de scheiding tussen leeftijdsgroepen is de maatschappelijke loopbaan, die het leven grofweg opdeelt in drie aparte fasen: onderwijs, werk en pensioen. Wanneer kinderen naar kinderopvang of school gaan, brengen zij veel van hun dagen door met hun leeftijdsgenoten. Wanneer mensen gaan werken, komen zij terecht in een meer gemengd gezelschap, maar jongeren en 60-plussers zijn op de werkplek vaak afwezig. Gepensioneerden hebben weinig contact met andere leeftijdsgroepen die elders verplichtingen hebben. Als ouderen vrijwilligerswerk doen, ontmoeten zij daar bijvoorbeeld vooral veel andere ouderen. Niet alleen in de maatschappelijke loopbaan, ook in het openbare leven is er een scheiding zichtbaar tussen jong en oud. Ouderen sporten overdag, terwijl sportvelden, Club JOUD Bewust of onbewust leven jongeren en senioren structureel in twee volstrekt verschillende werelden. Cultuurverschillen tussen de twee generaties en verschillen in normen en waarden maakt de afstand tussen jongeren en senioren steeds groter. Een praktische manier waarop het contact en onderling begrip tussen jongeren en ouderen in een buurt vergroot kan worden is Joud Club. Onder begeleiding van een mentor organiseren jongeren activiteiten voor oudere buurtgenoten.
In Schiedam heeft de lokale Joud Club activiteiten voor ouderen opgezet welke nu ingebed zijn als een doorlopende voorziening in de wijk. Deze voorziening wordt ondersteund door de lokale organisaties van het jongeren en ouderenwerk. Naast het slechten van de (vaak fictieve) kloof tussen jong en oud is de werkwijze van een Joud Club gericht op de persoonlijke en sociale ontwikkeling van jongeren, een ketenaanpak tussen de lokale partners en het stimuleren van vrijwilligerswerk onder jongeren. Meer weten en de methodiek downloaden? https://www.movisie.nl/praktijkvoorbeeld/ontmoeting-tussen-jong-oud
tennisbanen en fitness-scholen tijdens de avonden juist vooral bevolkt worden door jongere
14
groepen. Ook in de supermarkt is deze tweedeling zichtbaar (van den Broek, Bronneman, & Veldheer, 2010). De woonomgeving is een belangrijke ontmoetingsplek voor verschillende generaties. In de meeste wijken en buurten in Nederland wonen jong en oud door elkaar heen. Het contact met buurtgenoten van een andere generatie blijft echter vaak oppervlakkig. Afgezien van de eigen kinderen, krijgt 42 procent van de zestigers zelden of nooit een jongere over de vloer. Van de twintigers ontmoet zelfs 59 procent, afgezien van de eigen ouders, zelden of nooit een oudere thuis (Vermeij, 2011). Vriendschappen tussen jong en oud zijn nog veel zeldzamer. Het lijkt erop dat Nederlanders er weinig moeite mee hebben dat generaties langs elkaar heen leven. Jonge en oude mensen geven aan dat ze elkaar begrijpen en dat ze het zelfs leuk vinden om met elkaar te praten. Nederlanders lijken de afstand tussen leeftijdsgroepen te accepteren als vanzelfsprekend en onschuldig. Toch is het percentage Nederlanders dat een grote maatschappelijke tegenstelling ziet tussen jong en oud gestegen, van 38 procent in de jaren tachtig tot 51 procent in 2010 (Dekker, den Ridder, & de Goede, 2010). Als redenen hiervoor worden genoemd: verschillen in normen en waarden en opvoeding. Ook bij politieke twistpunten als de AOW-leeftijd, pensioenen en ontslagrecht komen de tegengestelde belangen van generaties naar voren.
Het is belangrijk om generaties met elkaar in contact te brengen. Daarmee voorkomen we dat we als mensen loskomen van elkaar en het komt de onderlinge solidariteit en leefbaarheid van wijken en buurten ten goede. Contacten met jongere mensen zou kunnen bijdragen aan de levenslust van ouderen, hun gezondheid en het gevoel dat de wereld waarin zij leven ook nog de hunne is (Vermeij, 2011). Ook voor de jongere generaties biedt dit leerzame ervaringen. Ze komen niet alleen in contact met een andere wereld, ook ontdekken ze dat ze daarin een positieve rol kunnen vervullen. Samenwerkende generaties ervaren zo nieuwe vormen van verbondenheid. Je beseft dat je elkaar nodig hebt, dat je iets voor elkaar kunt betekenen en dat je onvermoede hulp kunt inschakelen van mensen buiten je eigen kringetje van leeftijdgenoten. Sterke gemeenschappen kenmerken zich door sterke banden tussen de generaties (Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg, 2013). Generaties huizen samen: veelbelovende woonprojecten voor jong en oud De maatschappelijke belangstelling voor intergenerationeel wonen neemt toe. Dat constateren het AedesActiz Kenniscentrum Wonen-Zorg, Leyden Academy on Vitality and Ageing en Vereniging Het Zonnehuis. Reden voor de drie organisaties om de digitale publicatie 'Generaties huizen samen' uit te brengen.
In een reeks portretten worden inspirerende woonvariaties en hun intergenerationele bewoners belicht. Op veel plekken werken mensen er hard aan dat kwetsbare ouderen en andere mensen met beperkingen en kwetsbaarheden langer zelfstandig kunnen blijven wonen. Ze doen dat onder meer door projecten op te zetten waar jong en oud samenwonen. Nu eens in bestaand vastgoed, dan weer in nieuwbouw, steeds vaker met oog voor de wijk en gebruikmakend van de kracht van bewoners. Zo ontstaan prachtige projecten. De kennis die de organisatoren al doende ontwikkelen en de ervaringen die de bewoners opdoen willen we graag verder brengen. In de publicatie 'Generaties huizen samen' komen vijf bestaande varianten in intergenerationeel wonen aan bod. Alle vijf zijn het voorbeelden van zinvolle ontmoetingen tussen jong en oud. In de brochure staan de aandachtspunten bij de organisatie van deze projecten omschreven, voorwaarden voor succes, en hobbels en knelpunten. Oude en jonge bewoners komen aan het woord. Beide generaties bieden elkaar gezelligheid, praktische steun en levenslessen, zo blijkt uit hun woorden. Een Goede Buur is beter dan een verre vriend, geldt hier in de praktijk.
Verder lezen over generatiehuizen en de verschillende projecten in Deventer, Dordrecht, Zwolle, Nijmegen en Utrecht? De digitale publicatie ‘Generaties huizen 15 samen’ vind je hier: https://www.kcwz.nl/doc/woonvariaties/Generaties-huizen-samen-web.pdf
Eenzaamheid Vooral de situatie van oudere ouderen Betrokken Buurten roept zorgen op (Hagestad & Uhlenberg, Buurtinitiatieven, zoals de Stichting Hilversumse 2005). Mensen van boven de zeventig Meent, bieden een mogelijke oplossing voor de hebben geen contacten meer op het werk groeiende eenzaamheid in wijken, juist zij staan dicht en ook in het verenigingsleven en de buurt bij bewoners en weten wat er speelt. Buurtinitiatieven ontmoeten ze minder jonge mensen streven naar inclusieve wijken waarin iedereen mee kan doen, zich thuis voelt en een plek heeft. Het naarmate ze ouder worden. Oudere project Betrokken Buurten geeft 6 initiatieven de ouderen geven aan dat zij een relatief grote kracht en kennis om eenzaamheid in de buurt te afstand ervaren ten opzichte van jongeren verminderen: in hun leefomgeving (en daarbuiten). Groeituinen in Dordrecht Contacten met jongere mensen zouden Dorpscoöperatie de Brug in Gasselternijveen kunnen bijdragen aan de levenslust van Bewonerscommissie Middellaan in Breda ouderen, hun gezondheid en het gevoel dat Vereniging de Bloesem in Wormerveer de wereld waarin ze leven ook nog de Bij de Halte in Deventer hunne is (van den Broek, Bronneman, & Meer informatie over de 6 initiatieven: Veldheer, 2010).
Wat de afwezigheid van https://www.lsabewoners.nl/zorg/de-6-initiatievencontact tussen jong en oud verder betrokken-buurten-zijn-bekend/ bemoeilijkt en eenzaamheid als gevolg kan hebben is dat ouderen met het verstrijken van de jaren steeds vaker de voorkeur geven aan sociale interacties met personen die zeer dicht bij hen staan. Dergelijke interacties ervaren ouderen als vertrouwd, omdat ze voorspelbaar zijn en in het verleden geleid hebben tot positieve ervaringen. Door te veel te focussen op deze relaties, en niet op het contact met andere (jongere) mensen, ontstaat echter het risico dat ouderen hun netwerk zelf (onbewust) steeds verder beperken. Als de interacties met naasten vervolgens onbereikbaar worden of in intensiteit afnemen, bijvoorbeeld door de verhuizing van een kind, wordt de kans op vereenzaming groter (Daalhuizen, van Dam, de Groot, Schilder, & van der Staak, 2019). Bovenstaande ontwikkelingen, in combinatie met een verminderde mobiliteit en achteruitgang van de gezondheid, maakt dat eenzaamheid toeneemt met het ouder worden. Dit geldt specifiek voor sociale eenzaamheid1. Het percentage mensen dat zich emotioneel eenzaam2 voelt, neemt toe vanaf 75 jaar (GGD Nederland, 2018).
Na de leeftijd van ongeveer 75 jaar is de kans op eenzaamheid groter bij een opeenstapeling van verschillende gebeurtenissen zoals het overlijden van de partner en van andere leeftijdsgenoten en het verlies van mobiliteit en zelfstandigheid door afnemend fysiek, cognitief en sensorisch functioneren. Van de 85-plussers voelt bijna tweederde zich eenzaam. Onder de 85-plussers zijn relatief veel vrouwen eenzaam. Een verklaring daarvoor is dat oudere vrouwen vaker alleenstaand zijn dan oudere mannen (GGD Nederland, 2018).
1
Sociale eenzaamheid draait om minder contact hebben met andere mensen dan je wenst. Denk aan het missen van vrienden, kennissen of collega’s. Het sociaal netwerk schiet tekort. Er is een sociale behoefte. 2 Emotionele eenzaamheid treedt op als iemand een hechte, intieme band mist met één of meerdere personen. Meestal gaat het om de levenspartner. Er is een emotionele behoefte.
16
Gezondheid en zorg Het aandeel ouderen in de samenleving neemt toe en tegelijkertijd worden steeds ouder en wonen mensen langer thuis. Door de vergrijzing heeft een groter deel van de bevolking chronische aandoeningen zoals diabetes en dementie.
Dementievriendelijke wijk het Franse Gat In wijken waar veel ouderen nog zelfstandig thuis wonen, zoals de Hilversumse Meent, speelt het thema dementie een steeds grotere rol. Mensen met (beginnende) dementie kunnen zichzelf meestal nog goed redden, maar soms kunnen zij wel wat hulp gebruiken uit hun omgeving, in de Meent is de dagbesteding een mooi voorbeeld van wat extra hulp in de omgeving.
Bovendien hebben mensen steeds vaker meerdere aandoeningen tegelijk. Dementie zal in de toekomst de meeste sterfte en de hoogste ziektelast veroorzaken. Naast chronische aandoeningen hebben ouderen ook vaak last van problemen zoals vallen, geheugenproblemen, gezichtsen gehoorstoornissen, beperkingen in het dagelijks functioneren, incontinentie, eenzaamheid en polyfarmacie (het gebruik van meerdere geneesmiddelen tegelijkertijd). Deze opeenstapeling vergroot de kwetsbaarheid van oudere en ontstaat er meer druk op zowel de formele als de informele zorg in de wijk.
In de Veenendaalse wijk het Franse Gat wordt er gewerkt aan een omgeving waarin mensen met dementie zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Door het vormen van een dementievriendelijke gemeenschap wordt het dagelijks leven van mensen met dementie zo gemakkelijk mogelijk gemaakt. Om deze doelstellingen te behalen worden er activiteiten en trainingen georganiseerd, hiervoor werd samengewerkt met mensen met dementie, hun mantelzorgers, zorgorganisaties, maar ook de politie en middenstand zijn betrokken. Wat blijkt? Een dementievriendelijke wijk komt alleen tot stand wanneer betrokken partijen, organisaties en buurtbewoners elkaar weten te vinden, elkaars taal leren spreken en weten samen te werken.
Door de vergrijzing zal de druk op de zorg toenemen, zowel in omvang als in complexiteit. Er zal niet alleen meer druk zijn op de formele Meer informatie over dementievriendelijke wijken en trainingen: samendementievriendelijk.nl en zorg, maar ook op de informele zorg https://www.dementiezorgvoorelkaar.nl/ (mantelzorg). Dit komt omdat steeds meer ouderen zelfstandig in hun eigen huis en wijk blijven wonen. Ook neemt het aantal alleenwonende ouderen toe (RIVM, 2018). De behoeften van ouderen liggen niet alleen op het gebied van medische zorg, maar ook op het gebied van welzijn. Meer inzet op welzijn kan ouderen helpen om een goede kwaliteit van leven te behouden ondanks ziekte en beperkingen. Dit vraagt niet alleen om een betere samenwerking tussen zorgprofessionals onderling, maar ook tussen zorgprofessionals, welzijnsprofessionals en mantelzorgers (RIVM, 2018). Deze ontwikkeling maakt samenwerking en contact tussen formele en informele zorg en ondersteuning in de wijk van groot belang.
17
Nu ook ouderen met gezondheidsproblemen langer thuis wonen is er een stijging van complexe patiënten op de eerste hulp te zien. Na een ziekenhuisopname is het van belang dat de doorstroom naar vervolgzorg zoals eerstelijnsverblijf of geriatrische revalidatiezorg snel op gang komt zodat iemand weer zijn of haar eigen leven kan oppakken. Een langere ligtijd in het ziekenhuis betekent immers een kleinere kans op terugkeer naar huis (Nederlandse Zorgautoriteit, 2018). De beweging dat ouderen langer thuis wonen vraagt daarmee om een integrale en sector overstijgende aanpak. Dit betekent niet alleen goede samenwerkingen en afspraken tussen de thuiszorg, ziekenhuizen,
Buurtziekenhuis Amsterdam Zuidoost Langer thuis wonen sluit voor veel ouderen aan bij de wens om oud te kunnen worden in de eigen omgeving. Ouder worden komt daarentegen vaak met een toenemende kwetsbaarheid waardoor de kans op acute gezondheidsproblemen toeneemt. Op de eerste hulp van ziekenhuizen is er de laatste jaren dan ook een toename zichtbaar van ouderen met acute gezondheidsproblemen, bijvoorbeeld een longontsteking of een val. En dat is maar al te vaak het begin van een vicieuze cirkel, ziekenhuisopname doet deze groep geen goed; omdat doorplaatsing naar een eerstelijnsverblijf of een verpleeghuis moeilijk is loopt de ligduur vaak op tot wel tien dagen en dat tast de zelfredzaamheid aan. Het buurtziekenhuis in Amsterdam Zuidoost doorbreekt deze vicieuze cirkel. Het achterliggende idee van beide initiatieven is een goede samenwerking tussen huisartsen, (wijk)verpleegkundigen, specialisten ouderengeneeskunde, thuiszorg en anderen zodat ouderen dicht bij huis geholpen kunnen worden en door middel van een ‘warme overdracht’ terug naar huis kunnen. Het buurtziekenhuis staat midden in de wijk, mensen kunnen via de SEH of de huisarts opgenomen worden. de focus ligt niet alleen op het oplossen van de acute zorgvraag maar op het snel en veilig weer terug kunnen naar huis.
Daarnaast maakt de locatie van het buurtziekenhuis in de wijk dat gedurende de opnametijd de sociale contacten niet stil komen te liggen en er een minder harde scheiding is tussen de thuiszorg en het ziekenhuis. Gezien de (vergrijzende)populatie in de Meent, en de sterke wens in de wijk om zo lang mogelijk thuis of elders in de wijk te wonen, sluit de buurtkliniek aan op een wens die in de wijk speelt. In dit filmpje wordt het buurtziekenhuis toegelicht: https://www.medischcontact.nl/nieuws/laatstenieuws/artikel/in-wijkkliniek-kan-oudere-patient-dicht-bij-huis-aansterken.htm
huisartsenposten, maar ook bijvoorbeeld met de gemeente.
Mantelzorg Ouderen blijven steeds langer thuis wonen. Omdat dit hun wens is, maar ook omdat de toegang tot verzorgings- en verpleeghuizen steeds meer beperkt wordt. Het langer thuis wonen in combinatie met de vergrijzing en de nadruk op zelfredzaamheid in zorg en ondersteuning maakt dat het belang van mantelzorg steeds groter wordt. Maar blijven mantelzorgers in de toekomst voldoende in staat en bereid om die zorg ook daadwerkelijk te verlenen? De verwachting is dat tussen 2018 en 2040 de groep ouderen die mantelzorg nodig heeft met bijna 70% zal stijgen (de Boer, Plaisier, & de Klerk, 2019). De groep potentiële mantelzorgers zal in de komende twintig jaar echter als gevolg van de vergrijzing halveren. Deze sterke toekomstige daling zet de mantelzorg verder onder druk (SCP, 2018). Met name de zorg voor mensen met dementie, psychische problemen en mensen met een terminale ziekte wordt door mantelzorgers als zeer belastend ervaren. Ongeveer 1 op de 10 mantelzorgers ondervindt een hoge belasting (de Boer, Plaisier, & de Klerk, 2019). Het verlichten van de lasten voor mantelzorgers kan door het delen van 18
de hulp met andere mantelzorgers of met professionals. Deze samenwerking verloopt vaak goed, maar er zijn ook verbeterpunten, vooral als het aankomt op het delen van informatie en het oog hebben voor het welzijn van de mantelzorger. Zo wordt er ervaren dat huisartsen zich nog vaak vooral op de cliënt focussen en niet op de mantelzorger, dat de POH’ers (praktijkondersteuners huisarts) gebrek aan tijd hebben om samen te werken met de mantelzorgers en dat thuiszorgmedewerkers niet geneigd zijn de mantelzorger te betrekken bij beslissingen over de te leveren zorg. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de ondersteuning van mantelzorgers, bijvoorbeeld door het leveren van respijtzorg. Het gebruik van deze ondersteuning is echter gering, veel mantelzorgers kent de weg naar ondersteuning niet (de Boer, Plaisier, & de Klerk, 2019). Het is van groot belang dat Vraagstukken en oplossingsrichtingen mantelzorgers weten hoe zij ondersteuning aan mantelzorg kunnen vragen en dat er aandacht is voor het welbevinden van deze informele ondersteuners. Steeds meer ouderen wonen langer thuis, waar nodig bieden familie, buren en vrienden Overbelasting van de mantelzorger is niet alleen een ondersteuning. Zij willen dat graag goed doen persoonlijk drama, het maakt ook dat degene die én de zorg kunnen volhouden.
Voor veel verzorgd wordt vaak niet meer thuis kan blijven mantelzorgers is dat echter niet eenvoudig. wonen (de Jong, 2018). Vragen als ‘hoe zorg ik voor mijn naasten De verwachting is dat de druk op de mantelzorg in de komende jaren zal toenemen en daarmee waarschijnlijk ook de belasting die hiermee gepaard gaat. Dit wordt onderbouwd door de ramingen van het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Planbureau voor de Leefomgeving die voorspellen dat er minder gevers per hulpbehoevende zullen zijn (Kooiker, de Jong, Verbeek-Oudijk, & de Boer, 2019). De toenemende druk zal onder meer zichtbaar worden bij ouderen die in toenemende mate hulp gaan geven aan hun partner of leeftijdsgenoten. Het afnemend potentieel aan mantelzorgers maakt ook dat zij vaker de enige helper zijn, wat het risico vergroot dat niemand zicht heeft op hun welzijn.
19
samen met beroepskrachten?’, ‘Hoe houd ik het zorgen voor mijn naaste vol?’ en ‘hoe geeft ik op een goede manier zorg en ondersteuning aan mijn naaste?’ spelen voor deze groep. Het programma ‘In voor mantelzorg thuis’ geeft inzicht in deze vraagstukken, de logische oplossingsrichtingen en de taaie opgaven binnen deze oplossingsrichtingen in de dagelijkse praktijk. Bij alle vraagstukken zijn tools en instrumenten genoemd die kunnen helpen. https://www.invoormantelzorg.nl/wpcontent/uploads/2019/07/Infographicvraagstukken.pdf
Samenvatting literatuurstudie De opgave voor de woningvoorraad is eerder een opgave van aanpassing van de bestaande voorraad dan van uitbreiding door nieuwbouw. De verhuisbereidheid onder ouderen is laag, maar wanneer zij in de eigen wijk kunnen blijven wonen neemt deze verhuisbereidheid wel toe. Vergrijzing zorgt voor een toename van het aantal autoverplaatsingen in een wijk, en daarmee ook voor een toename van het aantal verkeersongevallen. Het bevorderen van mobiliteit onder thuiswonende ouderen door middel van de inrichting van de openbare ruimte en het aanbieden van hulpmiddelen kan zelfredzaamheid en zelfstandigheid bevorderen. Het omvangrijke sociale kapitaal onder ouderen is een belangrijke bron voor burgerinitiatieven, het verenigingsleven en mantelzorg. De vergrijzing is daarmee een belangrijke aanjager van sociale cohesie in de wijk. Er is in Nederland weinig contact tussen verschillende generaties, dit vindt zijn oorzaak in de inrichting van de maatschappelijke loopbaan en het openbare leven. Het is belangrijk om generaties met elkaar in contact te brengen. Sterke gemeenschappen kenmerken zich door sterke banden tussen de generaties.
Met het verstrijken van de jaren geven ouderen steeds vaker de voorkeur aan sociale interacties met personen die zeer dicht bij hen staan, hierdoor ontstaat het risico dat ouderen hun netwerk zelf (onbewust) steeds verder beperken Door de vergrijzing heeft een groter deel van de bevolking chronische aandoeningen, met name dementie zal in de toekomst de oorzaak zijn van een hoge ziektelast Vergrijzing maakt dat de druk op de formele en informele zorg in een wijk toeneemt De beweging dat ouderen langer thuis wonen vraagt om een integrale en sector overstijgende aanpak. De vergrijzing maakt dat het potentieel van mantelzorgers in de nabije toekomst sterk zal afnemen terwijl het aantal ouderen dat een beroep zal doen op mantelzorg juist toeneemt. Veel mantelzorgers zijn niet bekend met de mogelijkheden tot ondersteuning vanuit de gemeente
20
Hoofdstuk 2 - Praktijkonderzoek – De Hilversumse Meent De Hilversumse Meent is een van de jongste woonwijken van de gemeente Hilversum, de bebouwing stamt uit de jaren ’70. De wijk ligt op enige afstand van Hilversum en wordt omringd door de Bussumse woonwijk Het Spiegel en verschillende natuurgebieden. De ligging maakt dat de bewoners meer gericht zijn op Bussum dan op Hilversum. Rondom de wijk ligt een groengordel in de vorm van een park met een singel. De Meent bestaat voornamelijk uit woonerfachtige straten, kenmerkend is dat de straten allemaal in een kronkelend patroon liggen. De verschillende ‘Meenten’ worden met elkaar verbonden door voetpaden en liggen allemaal aan de doorlopende Zuider- en Noordermeent die dwars door de wijk loopt. Centraal in de wijk vind je een winkelcentrum, kinderopvang, scholen, de sporthal en het wijkcentrum ‘de Kruisdam’. Kijken we verder dan de wijk, dan zien we dat het gebied omringd is door veel groen en natuur.
Gezondhei d en zorg
Bevolking (2018)
Wonen (2018)
De Hilversumse Meent is in de jaren ’70 gebouwd voor een éénzijdige doelgroep, namelijk gezinnen. Het feit dat er voornamelijk ééngezinswoningen (94%, bron: allecijfers.nl) staan maakt de wijk aan de ene kant zeer aantrekkelijk om te wonen. Aan de andere kant slaat de vergrijzing vaak hard toe in dergelijke wijken waardoor deze vorm van bebouwing niet goed meer aansluit bij de woonwensen van de (vergrijzende) oorspronkelijke bewoners van de wijk.
Aantal woningen Koopwoningen Huurwoningen (coöperatie Gemiddelde WOZ waarde Percentage eengezinswoning Huishoudens totaal Eenpersoonshuishoudens Huishoudens zonder kinderen Huishoudens met kinderen Totaal bevolking 65 tot 80 jaar Mannen Vrouwen Niet westerse migranten Westerse migranten Sociaal Economische Status Gebruik eerstelijnszorg Huisartsen (2015) Gebruik basis GGZ en/of POH-GGZ (2015) Gebruik Wijkverpleging (2015) 2 of meer chronische aandoeningen (2015)
21
De Meent 1.827 57% 40% €271.000 94% 1830 525 (29%) 705 (39%) 610 (33%) 4.085 1380 (34%) 1935 (46%) 2150 (53%) 430 (11%) 460 (10%) Hoog 83% 2,8% 2,4% 5,6%
Hilversum 42.259 17.588 (42%) 11.070 (26%) 13.601 (32%) 89.521 17.033 (19%) 79,2% 4,2% 2,7% 4,3%
Nederland 17.181.084 3.239.116 (19%) 78,4% 4% 3,2% 4,8%
Gebruik diabetes type II (2015) Psychische problematiek (2015) Verminderde mobiliteit (2016) Mantelzorg verlenen (2016) Eenzaamheid (2016) Beweegt voldoende (2012) Roken (2016) Overgewicht (2016)
6,2% 7,9% 9,0% 15,0% 38,0% 64,0% 17,0% 46,0%
5% 9,8% 9,5% 11,3% 41,3% 56,5% 17,6% 41%
5,7% 9,3% 9,6% 14,2% 42,9% 63% 20,4% 48%
Tabel 1: cijfers over de Meent (bronnen: CBS, Leefbarometer, Vektis en gezondheidsmonitor volwassenen)
Cijfers over de wijk Onderstaande tabel geeft de cijfers over de Hilversumse Meent weer. De cijfers zijn opgedeeld in drie categorieën; Wonen (bron: Kerncijfers wijken en buurten 2018), Bevolking (bron: Kerncijfers wijken en buurten 2018) en gezondheid en zorg (bron: Leefbarometer 2.0, Vektis dataset, Gezondheidsmonitor volwassenen). In de tabel is te zien dat verschillende cijfers al enkele jaren oud zijn, op moment van schrijven waren dit echter de meest recente gegevens. Niet alle cijfers geven dus een beeld over de huidige situatie in de wijk, in de onderstaande paragraven worden daarom verschillende gegevensbronnen gebruikt om de cijfers te duiden. In de tabel is te zien dat 34% van de bewoners van de Hilversumse Meent 65 jaar of ouder is terwijl het Hilversums en Nederlands gemiddelde op 19% ligt. Daarbij is bijna 80% van de inwoners autochtoon en heeft twee derde van de huishoudens geen inwonende kinderen. Kijkende naar de cijfers over gezondheid en zorg zijn er verschillende opvallende getallen. Zo ligt het gebruik van de eerstelijnszorg huisartsen relatief hoog, dit is te verklaren door de oudere bevolking van de wijk. Met de leeftijd neemt ook de kwetsbaarheid toe waardoor de huisarts vaker bezocht wordt.
Ook het wat hogere percentage mensen met diabetes en mensen met 2 of meer chronische aandoeningen ligt, net zoals het hogere percentage mantelzorg, in lijn met de verwachtingen van een vergrijsde wijk. Opvallend is wel dat het gebruik van de wijkverpleging op zijn beurt weer lager ligt dan het Hilversumse en landelijke gemiddelde, dit past eigenlijk niet bij de verwachting op basis van de demografie. Kanttekening hierbij is dat de cijfers over het gebruik van de wijkverpleging al enkele jaren oud zijn en deze situatie ondertussen anders kan zijn. Bovenstaande tabel geeft ook weer dat het percentage ‘verminderde mobiliteit3’ en de cijfers over genoeg bewegen4 niet veel afwijken, of zelfs beter zijn, dan het Hilversums en Nederlands gemiddelde. Hierbij moet wel gezegd worden dat de cijfers over bewegen uit 2012 stammen en dus vertekend kunnen zijn. Ook de psychische gezondheid van de Meentbewoners lijkt goed. Kijkende naar de GGZ en psychische problematiek valt op dat deze cijfers (ruim) onder de Hilversumse en landelijke gemiddelden liggen. Daarnaast ligt ook het percentage eenzame mensen relatief laag. Uit de cijfers is af te lezen dat de Meent een oude maar vitale wijk is waar mensen gezond oud worden. De kanttekening die te plaatsen is bij deze informatie is dat verschillende gegevensbronnen uit 2015 stammen.
In de afgelopen vier jaar is de wijk verder verouderd en daarmee ook 3
Hier wordt onder verminderde mobiliteit en beperking van de (fysieke)bewegingsmogelijkheden zonder immobiel te zijn verstaan. Dit hangt samen met voldoende bewegen. 4 Nederlandse Norm Gezond Bewegen schrijft voor dat volwassenen minstens vijf dagen per week een half uur per dag matig intensief moeten bewegen.
22
kwetsbaarder geworden. De cijfers zullen daarom een positiever beeld geven dan de huidige situatie in de wijk is.
Preventieve huisbezoeken De stichting Hilversumse Meent benadert samen met Versa Welzijn alle Meentbewoners van 75 jaar of ouder voor een preventief huisbezoek. Deze bezoeken zijn bedoeld om de bewoner te informeren over het zo lang en comfortabel mogelijk zelfstandig thuis te blijven wonen en om signalen op te halen. De huisbezoeken worden uitgevoerd door hiervoor speciaal getrainde vrijwilligers die gedurende het gesprek de wensen en behoeften van de bewoner vastleggen. Deze gesprekken zijn daarmee ook een bron van informatie over de behoeften, wensen en situatie van de oudere Meentbewoner. De huisbezoeken worden vanaf 2016 uitgevoerd, in totaal zijn er tussen 2016 en 2019 383 bewoners benaderd en zijn er 237 gesprekken gevoerd5. De informatie die uit deze gesprekken komt kan een aanvulling zijn op de cijfermatige informatie die in tabel 1 wordt weergegeven.
Verhuisbereidheid Opvallend is dat de verhuisbereidheid onder de oudere Meentbewoner laag lijkt, de meeste huishoudens geven aan dat ze niet willen verhuizen. De mensen die aangeven wel te willen verhuizen geven de voorkeur aan een verhuizing naar een serviceflat. Een type woning die nu niet (voldoende) in de Meent aanwezig is. Deze lage verhuisbereidheid komt ook naar voren in de onlangs in de Meent uitgevoerde enquête ‘woontransitie en energietransitie Hilversumse Meent’ (n = 339), hierin geeft 64,4% van de bevraagden aan in de huidige woning te willen blijven wonen. Tegelijkertijd geeft 83,8% van de mensen die open staan voor een verhuizing aan in de Meent te willen blijven wonen. Meentbewoners willen graag in de Meent blijven wonen, voor veel oudere bewoners is er echter geen passende woning in de wijk te vinden. Hierdoor neemt de verhuisbereidheid af, mensen blijven liever in de huidige woning, ook als deze niet meer bij de woonbehoeften past, dan dat zij de Meent verlaten. Een behoorlijk deel van de huishoudens gesproken tijdens de preventieve huisbezoeken staan dan ook niet ingeschreven bij woningnet, dit is verklaarbaar door de lage verhuisbereidheid, maar kan ook problematisch zijn aangezien mensen zonder inschrijving niet in aanmerking komen voor een huurwoning van een woning coöperatie.
Wanneer verhuizen onvermijdelijk is, maar er nog geen plek in het verzorgingstehuis (nodig) is, is het doorstromen naar een andere woning moeilijk.
Woonomgeving en wonen Het grootste deel van de deelnemers aan de preventieve huisbezoeken geeft aan contact met de buren te hebben. Er is echter ook een deel, ongeveer één derde van de gesproken Meentbewoners die aangeeft dat het contact met de buurt afneemt. Dit zou kunnen komen door een veranderende samenstelling van de buurt maar bijvoorbeeld ook door verminderde mobiliteit en kan een indicator zijn voor toenemende eenzaamheid. Het grootste deel van de bezochte huishoudens geeft aan bekend te zijn met de Stichting Hilversumse Meent en de activiteiten en ondersteuning die de Stichting aanbiedt en de Kruisdam te bezoeken.
5
De 237 gesprekken die gevoerd zijn, zijn niet bij 237 unieke huishoudens gedaan. Omdat iedereen boven de 75 jaarlijks de uitnodiging voor een gesprek krijgt is er sprake van overlap. 2016: n = 18; 2017: n = 95; 2018: n = 102; 2019: n = 22
23
Het grootste deel van de Meentbewoners die in het kader van de preventieve huisbezoeken gesproken zijn wonen in een ééngezinswoning, dit komt overeen met de samenstelling van het woningaanbod in de wijk. De bewoners ervaren deze woningen als goed toegankelijk, ondanks dat ze niet drempelvrij zijn. Aanpassingen aan toilet en badkamer zijn in ongeveer de helft van de huizen uitgevoerd en een klein deel heeft een (extra)kamer op de begane grond. De bereikbaarheid van voorzieningen zoals de winkels, maar ook medische voorzieningen wordt door de meeste huishoudens als goed ervaren. Over de bereikbaarheid van het openbaar vervoer heerst wel ontevredenheid.
Gezondheid en mantelzorg Uit de preventieve huisbezoeken komt het beeld dat de gezondheid van de oudere Meentbewoner redelijk goed is. De meest voorkomende lichamelijke klachten gaan over het gebruik van de benen en over hart en bloedvaten. Met name de klachten over het gebruik van de benen duiden op een vermindering van de mobiliteit. Al geeft een groot deel wel aan nog gebruik te maken van eigen vervoer en zelfstandig boodschappen en andere klusjes te doen. Dit sluit aan bij het relatief lage percentage mensen met een verminderde mobiliteit (tabel 1). Veel deelnemers aan de preventieve huisbezoeken krijgen hulp bij huishoudelijke taken, tuinonderhoud, klussen en reparaties en andere praktische steun van mantelzorgers. Er zijn dan ook weinig mensen die voor deze dingen gebruik maken van professionele hulp. De mantelzorg wordt verleend door de partner, de familie en de buren.
Sociale samenhang in de Meent Het relatief lage percentage eenzaamheid en het hogere percentage mantelzorg dat uit de cijfers en uit de preventieve huisbezoeken blijkt duidt op een goede en sterke sociale structuur in de wijk. Het bevorderen van de sociale samenhang in de Meent is, naast wijkontwikkeling en wijkbeheer, al ruim 40 jaar één van de kernfuncties van de Stichting Hilversumse Meent. De Stichting biedt een breed scala van activiteiten en evenementen aan ten behoeve van zoveel mogelijk doelgroepen waarin wijkbewoners elkaar kunnen ontmoeten en zich kunnen ontplooien. Door het grotere beroep dat in de ‘participatiesamenleving’ op de eigen verantwoordelijkheid en de omgeving zal worden gedaan, vraagt de zorg voor kwetsbare groepen in de wijk de bijzondere aandacht van de Stichting, een van de activiteiten die hieruit voortgekomen is, is de dagbestedingsactiviteit voor mensen met beginnende geheugenproblemen (Stichting Hilversumse Meent, 2018). Wijkcentrum de Kruisdam, centraal geleden in de wijk, vormt het decor van veel van de activiteiten van de stichting. Mede door sterke sociale samenhang in de wijk is de Meent voor veel bewoners een prettige woonomgeving. Dit maakt dat de bereidheid om uit de Meent weg te verhuizen laag is. De Meentbewoner wil oud worden in de prettige en vertrouwde omgeving waar hij/zij al 40 jaar woont.
24
Hoofdstuk 3 - Resultaten interviews en focusgroepen Voor het onderzoek naar kansen en bedreiging van de vergrijzing in de Hilversumse Meent is naast de bovenstaande kwantitatieve informatie ook kwalitatieve informatie opgehaald. Dit is gedaan in de vorm van interviews met professionals en betrokkenen bij de wijk en focusgroepen met bewoners. Daarnaast is er tijdens het Eetcafé (een activiteit van de Stichting Hilversumse Meent) aan de deelnemers gevraagd hoe zij de toekomst van de Meent zien en wat daarin voor hen belangrijk is. In totaal zijn er 9 interviews afgenomen bij medewerkers van de gemeente, welzijnswerkers, wijkverpleegkundigen en de woningcorporaties met een woningportefeuille in de Meent. Aan de drie focusgroepen hebben in totaal 32 Meentbewoners deelgenomen. Voor de samenstelling van de focusgroepen is een representatieve afspiegeling van de bewoners van de Meent nagestreefd. In totaal waren 29 van de 32 deelnemers ouder dan 65, hieruit kan geconcludeerd worden dat een representatieve afspiegeling van alle leeftijdsgroepen woonachtig in de Meent niet gehaald is. Tegelijkertijd ligt de focus van het onderzoek op de vergrijzing van de Meent, de oververtegenwoordiging van de oudere populatie is daarom geen obstakel voor dit onderzoek. De resultaten uit de focusgroepen zijn aangevuld met de wensen en behoeften van de bezoekers van het senioren-eetcafé in de Kruisdam.