CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingsvisie Deel A - Visie op hoofdlijnen

GEMEENTERAAD 15 mei 2024, gemeente HilversumBij agendapunt: Vaststellen Omgevingsvisie Hilversum 2040 (1161393)21.558 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

7 De gemeenteraad heeft een ‘lijst met gevallen waarvoor advies van de gemeenteraad nodig

Locatie

Maximale hoogte

Stationsgebied

38-45 meter

Media Park

30 meter

Arenapark

30 meter

Kerkelanden

50 meter

buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ vastgesteld. Op de lijst staan onder andere het bouwen van gebouwen boven 18 meter.

is voor een 19

Randen van de stad

Grote Sigarenfabriek

25 meter

De opgaven, ruimtelijke hoofdkeuzes en leidende principes zijn in een Milieu Effect Rapport door een onafhankelijk bureau programmatisch vertaald: welk ruimtebeslag kunnen ze met zich meebrengen? Groen Voor nieuw openbaar groen is ongeveer 105 hectare nodig als gerekend wordt met een 75m2 per huishouden (een gedateerde richtlijn uit de Vierde Nota Ruimte uit 1988).

Arenapark

900

900

Circusterrein

550

Monnikenberg Stationsgebied

5.024

5.040

Werk en economie Voor werk en economie is gerekend met het ruimtebeslag voor ‘1% economische groei’ uit de bouwsteen Economisch Perspectief: hoeveel ruimte is nodig om schuifruimte (‘strategische voorraad’) en 1% economische groei te bewerkstelligen. Dit leidt tot een indicatieve ruimteclaim van 51 hectare.

Woningen We houden rekening met een woningbouwprogramma van 6.000 woningen tot 2040, waarvan er voor zo’n 5.000 plancapaciteit is en 1.000 woningen gevonden worden in bestaande stenen. Afhankelijk van de te kiezen woonmilieus, is het ruimtebeslag 68 tot 205 ha. Afgerond

totaal

Voorzieningen Op basis van het zgn. ‘Amsterdamse referentiemodel’ is berekend welke nieuwe voorzieningen nodig zijn voor woningbouw: voor gezondheidszorg, sport, ontmoeten, wijkcentra, spelen, jeugd cultuur etc. Dat vraagt 2,6 tot 3,7 hectare. Specifiek voor onderwijs is 1,2 tot 2,3 hectare nodig, om huidige tekorten weg te werken en capaciteit uit te breiden.

5.4 Programmatische consequenties en ruimtevraag

Totaal

70

Tabel: 50+ lijst woningbouwlocaties mei 2023

Tabel: hoogtes uit de Structuurvisie Hilversum 2030

Locatie

70

Locatie

Energietransitie en mobiliteit Voor het ruimtebeslag van mobiliteit en parkeren en de energietransitie is verder onderzoek nodig.

Totaal

Afgerond

Type ambitie

Indicatieve ruimtevraag

Zuiderweg/Lijsterweg

55

60

Openbaar groen

105 ha

550

Koornstraat/KPN

59

60

Woningbouw

68 – 205 ha, afhankelijk van het woonmilieu

330

350

Wybertjesfabriek

56

60

Voorzieningen nieuwbouw

2,6 – 3,7 ha

365

350

Werf35

51

50

Energietransitie

Verder onderzoek nodig 51 ha

Hunkemöller

279

300

Kapelplaats

50

50

Werklocaties

Korte Noorderweg

290

300

87

90

Mobiliteit en parkeren

Verder onderzoek nodig

Onderwijs

1,2 – 2,3 ha

220

200

Anna's Hoeve

145

150

Oude Torenstraat 1 -3 + postkantoor Puik Raaweg

Crailo

270

250

Alportie/Nieuw Zuid I

105

100

vml Philipslocatie

240

250

Joop Stokkermanstraat

89

90

Van Son

171

150

Locatie niet openbaar

196

200

Silverpoint

145

150

Locatie niet openbaar

96

100

Bruisend Hart

150

150

Locatie niet openbaar

55

60 20

Bovenstaande tabel bevat alle ruimtevragen. Opgeteld is de indicatieve ruimtevraag 326 tot 531 hectare. Bij die forse getallen horen drie flinke nuances: 1. Het grootste ruimtebeslag (voor wonen) zit al grotendeels in onze planvoorraad. Deze Omgevingsvisie vraagt daarvoor dus niets extra. Zonder

wonen resteert een ruimtevraag van 258-294 hectare voor groen, voorzieningen, werk, onderwijs en de energietransitie. 2. De getallen zijn gebaseerd op een klassieke stadsuitbreiding, uitgaande van het onbebouwde oppervlak op maaiveld dat nodig is om deze aantallen te realiseren. Dat is gebruikelijk in MER’s. In Hilversum is echter sprake van inbreiding, met goede mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik, herstructurering en transformatie, bijvoorbeeld van de openbare ruimte. Ook hoogte is belangrijk: hoogte leidt tot minder benodigde ruimte op maaiveld. De werkelijke ruimtevraag is dus lager. 3. Ten derde moeten we het ruimtebeslag afzetten tegen de huidige ruimte. Het grondgebied van Hilversum beslaat nu 4.635 hectare, waarvan zo’n 1.800 hectare in de bebouwde kom. Daarvan is 486 hectare openbare ruimte (groen en grijs). Van de grijze openbare ruimte is ca 40 hectare openbare parkeercapaciteit op straat. Als we de ruimtevragen hier tegen afzetten zien we dat: • De ruimte voor voorzieningen en onderwijs (3,8 – 6,0 hectare) relatief beperkt is en waarschijnlijk inpasbaar. • Het realiseren van veel extra openbaar groen in de openbare ruimte niet gaat zonder de ruimte voor grijs te beperken. • Veel ruimte voor werk goed te vinden is in meervoudig ruimtegebruik in de wijken en hoogte/verdichting op bestaande werklocaties.

• Er ruimte voor de energietransitie nodig is, maar dat die afhankelijk is van landelijke keuzes en netcongestie.

5.5 Ruimtelijke strategie

Er is geen regel die zegt dat de Omgevingsvisie nu een puzzel moet opleveren die 100% past. Bovendien moeten nog veel zaken geconcretiseerd worden voordat de puzzel goed gelegd kan worden. Wij denken dat het goed is om nu een aantal ruimteclaims vast te klikken door ambities te formuleren, bijvoorbeeld voor wonen (6.000 woningen als doel), ook om duidelijkheid te geven naar onze inwoners en partners in de stad. Voor een aantal andere ruimteclaims – met name in de openbare ruimte – is het eerder zaak om stap-voor-stap te gaan: perspectief schetsen, eerste stappen zetten en goed evalueren hoe dat uitpakt.

De kaart op de volgende pagina illustreert dit aan de hand van de ruimtelijke hoofdkeuzes en leidende principes uit dit hoofdstuk en van de belangrijkste maatregelen uit hoofdstuk 6. Het is met nadruk een illustratie: een praatplaat op hoofdlijnen, met vlakken, strepen, pijlen en symbolen om de ruimtelijke strategie te kunnen uitleggen. De kaart heeft geen juridische status.

De verschillende functies in Hilversum liggen over het algemeen op de goede plek. Er is geen aanleiding voor grootschalige transformatie. Wel bevat de Omgevingsvisie ruimteclaims, die ergens in de stad een plek moeten krijgen. We bepalen in deze Omgevingsvisie-op-hoofdlijnen niet exact wat waar komt, maar geven wel een globale richting in de vorm van een ruimtelijke strategie op het niveau van de stad. Die strategie kan het best geduid worden als ‘verbonden buurten, sterke stad’. De basisgedachte is dat de compacte stad het landschap ontziet. De strategie legt meer nadruk op een interne dan een externe oriëntatie en verhoudt zich in de diverse woon- en werkgebieden goed tot Hilversumse ruimtelijke principes. Er is bijzondere aandacht voor ontwikkeling van OV knooppunten en de gebieden daaromheen. De stad is niet alleen compact, maar ook compleet: een evenwichtige woningmarkt, behoud en versterken van werk en voorzieningen voor Hilversum, versterken van sociale cohesie en focus op duurzame mobiliteit. We leveren maatwerk in alle gebieden: uitgaande van de kwaliteiten van het gebied doen we wat kan en nodig is, maar wel zo dat in het totaal van de gebieden de opgaven voor de stad een plek krijgen. In hoofdstuk 7 beschrijven we daarvoor de methodiek van gebiedsagenda’s. Er zullen dynamischer en luwere gebieden zijn.

21

22

5.6 Indicatoren ruimtelijke hoofdkeuzes en kwaliteit Door middel van een beperkt aantal indicatoren in de Omgevingsmonitor (zie hoofdstuk 7 ‘Werken met de Omgevingsvisie’), volgen we de komende jaren de ontwikkelingen. De onderstaande tabel bevat een overzicht van indicatoren die horen bij de ruimtelijke hoofdkeuzes en ruimtelijke kwaliteit.

23

•

6. Doelen en maatregelen op hoofdlijnen

•

In dit hoofdstuk worden de opgaven Duurzaam, Meedoen en Actief uit hoofdstuk 4 aan de hand van de ruimtelijke hoofdkeuzes en leidende principes in hoofdstuk 5 uitgewerkt in doelen en maatregelen op hoofdlijnen.

•

Per opgave beschrijven we de doelen en werken de bijbehorende leidende principes uit paragraaf 5.2 een slag verder uit. Daarna noemen we kort de belangrijkste maatregelen en verbeelden de belangrijkste onderwerpen met Structuurkaarten8. Per opgave verwijzen we naar een detailuitwerking van maatregelen aan het einde van dit document. Ten slotte noemen we de belangrijkste samenwerkingspartners en te programmeren verdiepende onderzoeken. Elk doel krijgt een set indicatoren, waarmee we de komende tijd de ontwikkeling kunnen volgen en zien of bijsturing noodzakelijk is. De verwachte totale effecten van de doelen en maatregelen ten opzichte van een situatie zonder maatregelen staan in de laatste paragraaf.

Klimaatverandering: afnemende biodiversiteit en kwaliteit van bodem en water, bijvoorbeeld door stikstofdepositie en verdroging. Versnippering, vervuiling en het intensieve gebruik van de natuurgebieden (recreatiedruk). Het intensieve gebruik van de openbare ruimte in de stad, vooral door de dominante positie van de auto.

We maken voor al deze onderwerpen een omslag in de manier waarop we werken, reizen, leven en energie gebruiken en opwekken. Dat vergt aan- en inpassingen in de openbare ruimte, op een manier die past bij de cultuurhistorische waarden van Hilversum en die onze leefomgeving versterkt.

6.1.1 Doelen Duurzaam 1. Verbeteren van de diversiteit van planten en dieren in het buitengebied en verbindingen met het groen in de stad. 2. Tegengaan van hittestress en overlast door te veel/te weinig water en beschikbaarheid van voldoende drinkwater. 3. Lucht, water en bodem voldoen in 2040 aan de milieunormen. 4. De overgang naar een voor iedereen toegankelijk systeem van duurzame energie versnellen en intensiveren. 5. Stapsgewijs overgaan naar duurzamere vormen van mobiliteit. 6. Meer (her)gebruik van materialen. 7. De gebruiks- en verblijfskwaliteit van de openbare ruimte verbeteren.

6.1 Duurzaam Hilversum 2040: verbeteren leefomgeving We beperken de negatieve effecten van een verslechterende leefomgeving voor de huidige en de volgende generatie. We gaan verder met grote ontwikkelingen (transities) voor energie, klimaat, mobiliteit en grondstoffen. We wonen en werken in Hilversum in een relatief gezonde omgeving met op veel plekken een hoge ruimtelijke kwaliteit. Veel mensen waarderen het landschap en de natuur die Hilversum omringen. Het biedt ruimte voor recreatie en levert ons schoon drinkwater.

Op veel onderwerpen heeft Hilversum al ambitieuze doelen. Denk bijvoorbeeld aan de energietransitie. Hier is het niet de vraag ‘of’, maar veel meer ‘hoe?’ en ‘in welk tempo?’. Voor andere onderwerpen schetst de Omgevingsvisie nieuwe of scherpere doelen: voor de openbare ruimte, landschap, bodem en water.

Een ‘groener’ Hilversum sprong er in de participatie als kwaliteit en als ambitie flink bovenuit. Dit sluit aan bij de trends die laten zien dat de kwaliteit van de leefomgeving in en om Hilversum onder druk staat door:

8

De structuurkaarten zijn globale kaarten: een indicatie van de gebieden waar onderwerpen spelen. Ze tonen geen exacte locaties en bestaan daarom uit dikke pijlen, strepen en vlakken. 24

We zetten de transitie van vervoermiddelbezit naar -gebruik door; een transitie van de lange adem. Samen met ontwikkelaars, bedrijven en corporaties zetten we de fiets, het openbaar vervoer en deelmobiliteit centraler: die krijgen letterlijk meer ruimte. We ontwikkelen gebieden rond de stations en verhogen de aantrekkelijkheid van het openbaar vervoer en ketenmobiliteit, zodat onze OV knooppunten ook in regionaal verband sterk blijven. De ruimte voor de auto en vrachtvervoer wordt geleidelijk beperkter. We leggen geen grootschalige infrastructuur voor de auto aan, maar kijken wel kritisch naar de verkeerscirculatie. Zo zorgen we ervoor dat de stad bereikbaar blijft. Verlaging van de parkeernormen en bevordering van alternatieven voor de auto dragen bij aan andere prioriteiten in de openbare ruimte.

6.1.2 Leidende principes Duurzaam uitgewerkt Water en bodem zijn sturend bij alle toekomstige vernieuwingen in Hilversum. Hilversum wil minimaal voldoen aan de wettelijke normen. Het op orde brengen van de kwaliteit van water en bodem is goed voor mens en natuur en voorkomt dat ruimtelijke ontwikkelingen stilliggen als gevolg van het overschrijden van milieunormen, zoals de stikstofnormen en de kaderrichtlijn Water. Dit onderwerp overstijgt de gemeentegrenzen. Actieve regionale samenwerking met buurgemeenten, de provincie, de drinkwaterbedrijven en het waterschap is nodig en van het Rijk aangepaste wet- en regelgeving. We nemen maatregelen om de kwetsbare natuur om Hilversum heen te beschermen. We vergroten de biodiversiteit verder door verbindingen tussen groengebieden te herstellen, de juiste soorten aan te planten of - als dat nodig is - door delen van het buitengebied (periodiek) rust te geven om te laten herstellen. Binnen de stad maken we voor inwoners meer groene verblijfsruimte. Elke nieuwe ontwikkeling in en buiten de stad draagt bij aan het versterken van de bestaande groenstructuur en het realiseren van voldoende groene buitenruimte die bijdraagt aan een hoogwaardige verblijfskwaliteit. Onderzoek naar de beschikbare ruimte in de ondergrond brengt opties in beeld: collectieve binnentuinen, groene daken, groene gevels, tuinen of extra bomen in de straat.

Inwoners, organisaties en overheid maken als gezamenlijke eigenaars snelheid in de energietransitie. We worden in één generatie fossielvrij en concentreren ons op het bebouwde gebied. We denken in mogelijkheden en regie: nu beginnen om niet te laat te zijn. We bedenken oplossingen die passen in beschermde stadsgezichten. Als eerste maken we werk van isolatie en zonop-dak en zoeken bij zoveel mogelijk nieuwe ontwikkelingen naar mogelijkheden voor Warmte Koude Opslag (WKO). Op termijn zullen er steeds meer technologische mogelijkheden komen voor collectieve voorzieningen en zullen er innovaties zijn die we nu nog niet kunnen voorzien. Bouwen doen we altijd toekomstgericht: aanpasbaar en met daken die geschikt zijn voor zonnepanelen of daktuinen en zo mogelijk groene gevels. Bij de inrichting van de buitenruimte wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met het tegengaan van hittestress en het realiseren van mogelijkheden om water vast te houden. Toegepaste materialen voor gebouwen en de inrichting van de openbare ruimte zijn bij voorkeur duurzaam en herbruikbaar. Alleen als alle opties binnen de bebouwde kom benut zijn, komt het buitengebied in beeld als zoekruimte voor oplossingen.

In de openbare ruimte stellen we nieuwe prioriteiten, met oog op veiligheid, ontmoeting en klimaatadaptatie, gericht op een zo gezond mogelijke leefomgeving. Dat doen we bij alle ontwikkelingen, om zo milieunormen te halen en een gezonde omgeving te realiseren die uitnodigt tot bewegen. In de openbare ruimte hebben groen en water de eerste prioriteit. Zo houden we droge voeten, is er voldoende (drink)water in droge tijden en blijven gebieden leefbaar omdat de temperatuur niet te ver oploopt. Dat legt tegelijkertijd de basis voor een stevig ecosysteem. Ontmoetingsplaatsen en een veilige en toegankelijke openbare ruimte zijn de tweede prioriteit. Zo houden we de wijken levendig en zorgen we ervoor dat mensen elkaar kennen en kinderen veilig kunnen spelen. Meer ruimte voor de voetganger, de fiets en deelvervoer is de derde prioriteit. Ruimte voor de auto is het sluitstuk. 25

6.1.3 Maatregelen Duurzaam Per doel staan hier de belangrijkste maatregelen genoemd. Voor Energietransitie, groen en mobiliteit zijn ze ook ruimtelijk verbeeld in globale structuurkaarten. Ze zijn verder uitgewerkt in Deel C. 1. Verbeteren van de diversiteit van planten en dieren in het buitengebied en verbindingen met het groen in de stad • • • • •

Meer groene buitenruimte in een ring om de stad, die toegankelijk is, tegen een stootje kan en is berekend op recreatie om andere delen wat minder intensief te gebruiken. In de stad de biodiversiteit verbeteren door het maken van koele groene routes en verbindingen voor stadsecologie. Om de stad de biodiversiteit verbeteren en de natuur robuuster maken door ontsnipperingsmaatregelen bij infrastructuur en het bieden van ruimte voor vaste en mobiele schuilvoorzieningen voor dieren. Optimalisatie van het (grond)watersysteem aan de westzijde van Hilversum en bevorderen schone kwel en lagere CO2 uitstoot in veengebieden. Voor landbouw de omslag maken naar kringlooplandbouw en extensivering, inclusief het toelaten van bestemmingen die zich goed verhouden tot het karakter van het gebied. Regeneratieve landbouw en natuurbeheer gaan hierbij samen. Voor agrarische bedrijven en landgoederen maken we gebiedsvisies (maatwerk), met als uitgangspunt: o Een goede balans tussen waarden voor bewoners en de waarden van het landschap, met zoveel mogelijk behoud van cultuurlandschap en verbetering van de bodemkwaliteit. o Het verbeteren van natuurwaarden en borgen van beheer. o Zorgvuldig omgaan met woningbouw om landgoederen rendabel te maken. Beperkte vormen van verblijfsrecreatie zijn mogelijk.

26

2. Tegengaan van hittestress en overlast door te veel/te weinig water en beschikbaarheid van voldoende drinkwater • • •

• •

Het stimuleren van groen in privaat eigendom. Het versterken van de groenstructuur in slimme combinatie met hoogwaardige fiets- en wandelroutes. Het planten van soorten die beter bestand zijn tegen warmte en droogte, die gebiedseigen zijn en passen bij het grondwatersysteem. Hanteren van een streefpercentage groen per gebied, zodat bij elke ruimtelijke ontwikkeling ook groen wordt gerealiseerd en koele, groene plekken voor alle Hilversummers binnen 300 meter bereikbaar zijn. Toewerken naar een robuuster watersysteem, waarin het de eerste voorkeur heeft hemelwater lokaal vast te houden en de tweede voorkeur is hemelwater af te voeren naar gebieden voor wateropslag, zoals de omliggende natuurgebieden, greppels, wadi’s en vijvers.

3. Lucht, water en bodem voldoen in 2040 aan de milieunormen • • • • •

Verder verduurzamen en toekomstbestendig maken van het oppervlaktewatersysteem door het opstellen van een watergebiedsplan Hilversum (regionale aanpak voor implementatie van de kaderrichtlijn Water). Onderzoek doen naar een toekomstbestendige Heuvelrug. Beperken van vervuiling en terugnemen van milieubelastende stoffen door regelmatig onderhoud aan wateren (Oude Haven en Gooise Vaart). Ondersteunen van Rijk en Provincie voor het nemen van maatregelen voor bescherming van Natura2000 gebieden. Bevorderen van het nemen van bronmaatregelen om verontreiniging van bodem en grondwater te voorkomen.

27

4. Overgang naar een voor iedereen toegankelijk duurzaam energiesysteem versnellen en intensiveren • •

• •

Uitvoeren van de ‘all-electric’ aanpak voor inwoners (isolatie en duurzaam stroom opwekken door zon-op-dak). Warmtetransitie naar aardgasvrij door het stimuleren van energie-initiatieven voor thermische energie uit oppervlaktewater en afvalwater (bij rioolwaterzuivering Anna’s Hoeve) en de Proeftuin Aardgasvrije Meent. Faciliteren van (verzwaring van) energie-infrastructuur en het vooruitplannen van publieke laadinfrastructuur. Het aanleggen van toekomstbestendige energie-infrastructuur in gebiedsontwikkelingen, zoals op het Arenapark en in buurtschap Crailo.

We richten ons deze bestuursperiode tot 2026 op het uitvoeren van de grote hoeveelheid reeds vastgestelde plannen. Als initiatieven aanleiding geven om te versnellen, dan nemen we bestuurlijk die ruimte. We weten dat we – net als alle gemeenten in Nederland – richting 2030 de beweging moeten vergroten. Onze inzet bepalen we bij de actualisatie van de Transitievisie Warmte in 2026. Dan is ook landelijk meer duidelijkheid over financiering en benodigde wetgeving; daar zitten thans de grootste belemmeringen.

28

•

5. Stapsgewijs overgaan naar duurzamere vormen van mobiliteit • Ontwikkelen aantrekkelijke fiets- en wandelroutes • Meer ruimte voor fietsparkeren (w.o. het realiseren van 2.000 extra fietsparkeerplaatsen in Hilversum, boven op de lopende projecten stationsgebied (5.000) en Bruisend Hart (2.000)), deelvervoer en OV. • Het hanteren van het STOMP9 principe voor fysieke inrichting • Versteviging van de OV knooppunten en grote HOV haltes door verdichting, het beter vormgeven van de ‘last mile’ tussen station, inzet op ketenmobiliteit/overstappunten en het verbeteren van de buitenruimte. • Behoud van de intercity en andere snelle regionale treinverbindingen en opzetten van nieuwe (HOV) buslijnen en goede overstappunten. • Verder beprijzen van parkeren in de openbare ruimte door: o Uitbreiding van het bepaald parkeren tot aan de buitenring. o Stimuleren van parkeren op eigen terrein en in parkeergarages. o Verlagen van parkeernormen • Terugbrengen snelheid autoverkeer naar 30 km/u waar dat kan. • We snappen dat autogebruik soms nodig is. • Instellen van zero emissiezones voor vrachtwagens binnen de (verlegde) centrumring en het winkelgebied op De Gijsbrecht. • Doorontwikkeling van de Hillyhub en verder onderzoek naar mobiliteitsen goederenhubs bij Kerkelanden, Arenapark en buurtschap Crailo. 6. Meer (her)gebruik van materialen • • •

Realiseren van klimaatbestendige nieuwbouw in gebiedsontwikkelingen. Inrichten en beheren van openbare ruimte is qua materiaal circulair, natuur-inclusief en CO2-neutraal. Stimuleren van een regionale circulaire bouw/materiaalketens.

9

STOMP staat voor Stappen – Trappen – Openbaar vervoer – Mobility as a Service (MaaS) Particuliere auto. In die volgorde wordt het gebruik door inwoners, ondernemers en bezoekers gestimuleerd (bron: www.verkeerskunde.nl/artikel/met-het-ontwerpprincipe-stomp-krijgen-voetganger-en-fietser-de- ruimte) 29

Stimuleren van circulaire innovaties voor een duurzame economische ontwikkeling, bijvoorbeeld op het gebied van wonen, werken, de energietransitie en mobiliteit. Dit vergt ruimte en gericht onderwijs.

7. De gebruiks- en verblijfskwaliteit van de openbare ruimte verbeteren • Creëren van meer openbaar toegankelijke ruimte, bijvoorbeeld door meervoudig grondgebruik. • In de openbare ruimte plek maken voor opvang van water, groen, bomen, ontmoeting, wandelen, energie, fietsen en deelmobiliteit ten koste van ruimte voor de auto of door meervoudig grondgebruik, verdichting of hoogte, als eerste op plekken waar sprake is van transformatie. • Geen elementen als nutsvoorzieningen of afvalcontainers (meer) in de openbare ruimte plaatsen die inpandig of op eigen terrein van particulieren kunnen worden opgelost. • Ruimte creëren in de ondergrond door kabels en leidingen anders te ordenen (regie voeren) als we aanleiding hebben de grond in te gaan.

6.1.4 Samenwerkingspartners Duurzaam De gemeente kan het toekomstbeeld en de maatregelen voor Duurzaam niet alleen realiseren. Belangrijke partners van de gemeente binnen de regio zijn bijvoorbeeld het Goois Natuurreservaat, Natuurmonumenten, het waterschap, Hoogheemraadschap, Omgevingsdienst, drinkwaterbedrijven, netbeheerders, vervoerbedrijven, belangenvertegenwoordigers als LTO en de provincie. Lokale partners zijn bijvoorbeeld H100, energiecorporaties, erfgoedverenigingen, de fietsersbond en natuurorganisaties. De Omgevingsvisie is voor de gemeente het vertrekpunt voor het versterken van bestaande samenwerkingen en het aangaan van nieuwe.

6.1.6 Doelen en indicatoren Duurzaam De tabel op de volgende pagina bevat een overzicht van alle doelen en indicatoren voor Duurzaam, aan de hand waarvan we de ontwikkeling kunnen volgen.

6.1.5 Aanvullend onderzoek Duurzaam Om deze maatregelen zo gericht mogelijk uit te voeren is op onderdelen eerst verder onderzoek nodig, soms met samenwerkingspartners. De onderzoeken staan in Deel C. Het belangrijkste onderzoek voor Duurzaam is het omzetten van de streefcijfers voor groen per wijk in een norm.

30

31

verloedering, sociaal isolement en sociale problematiek zoals criminaliteit en overlast. Sterke buurten kunnen tegen een stootje en doen een minder groot beroep op de gemeentelijke vangnetfunctie en de lasten daarvan.

6.2 Meedoen in Hilversum 2040: kansen zijn voor iedereen In Hilversum kan iedereen meedoen en prettig leven. We willen de welvaart zo goed mogelijk verdelen. Bestaanszekerheid, kansen voor iedereen, passende woningen en gezonde, sterke buurten met goede voorzieningen zorgen ervoor dat mensen weerbaarder zijn, doordat ze meer grip hebben op hun eigen leven en omgeving.

In 2040 beschikken zoveel mogelijk Hilversummers over voldoende middelen voor levensonderhoud volgens de geldende normen voor welzijn en welvaart. Niet iedereen hoeft daarbij precies evenveel te hebben, maar iedereen heeft wel recht op bestaanszekerheid en gelijke kansen. De belangrijkste randvoorwaarde daarvoor is passend wonen in een sterke, gezonde groene buurt, waarin je elkaar kunt tegenkomen en werk en voorzieningen (onderwijs, voorzieningen als huisartsen, fysio’s, tandartsen, scholen, kinderopvang, een wijkcentrum sport en buurthoreca) nabij zijn. Van belang is te blijven anticiperen op demografische trends en ontwikkelingen, zoals de (dubbele) vergrijzing en veranderende bevolkingssamenstelling. Specifiek zijn er voor ouderen meer toegankelijke woningen met wijkzorg in de buurt en – voor als het nodig is - verpleeghuizen voor goede zorg in de laatste jaren.

Gemiddeld genomen gaat het met veel inwoners in Hilversum goed. Zij zijn prima in staat hun leven zelf in te richten en ervaren hun woonomgeving als prettig. Tegelijkertijd zijn er steeds meer Hilversummers die het gevoel hebben onvoldoende grip te hebben op hun eigen leven en leefomgeving. We zien verschillen tussen groepen inwoners en tussen/binnen buurten. Er zijn groenere buurten en meer versteende buurten. Buurten met grotere en kleinere verschillen in leeftijdsopbouw en sociaaleconomische status. Buurten waar meer of minder beroep wordt gedaan op overheidsvoorzieningen. Buurten met actieve bewonersorganisaties en buurten waar sociale cohesie wel een zetje kan gebruiken. In alle buurten komt verborgen problematiek als (on-)gezondheid, eenzaamheid, criminaliteit of schulden voor.

6.2.1 Doelen Meedoen 1. Het realiseren van voldoende geschikte en betaalbare woningen en goede voorzieningen. 2. Het verkleinen van economische en gezondheidsverschillen. 3. Het versterken van de sociale samenhang in de buurten. 4. Het waarborgen en versterken van veiligheid in buurten.

De neiging kan zijn vooral te kijken naar buurten of groepen waar relatief vaak sprake is van ‘stapeling’ van problemen: én geen werk én een slecht huis én schulden én een slechte gezondheid én een lage opleiding én een minder aantrekkelijke woonomgeving. Het is nodig daar oog voor te hebben; grote verschillen worden immers ervaren en kunnen tot spanning leiden. Tegelijk zijn we voorzichtig met ‘problematiseren’. Liever kijken we vanuit een positieve invalshoek naar de toekomst: uitgaan van de kracht van inwoners en in het besef dat geen enkele buurt al helemaal ‘klaar’ is voor 2040.

Deze doelen zijn niet nieuw voor Hilversum. Ze zijn terug te vinden in o.a. de visie Sociaal domein, in de woonvisie, in het integraal veiligheidsplan en het buurtenbeleid. Nieuw in de Omgevingsvisie is wel dat we nadrukkelijker de verbinding leggen tussen ‘fysiek’ en ‘sociaal’ en we handen en voeten geven aan het omgaan met verschillen: dat is zowel een kracht van Hilversum als een risico wanneer de verschillen te groot worden. Omdat elke wijk en buurt verschilt, zet Hilversum in op het opstellen van Gebiedsagenda’s. Zo krijgt de Omgevingsvisie een verdere uitwerking op wijk- en buurtniveau. We vinden het belangrijk dat zo’n agenda wordt opgesteld met inwoners, ondernemers en organisaties.

Kunnen meedoen en sociale samenhang zijn twee kanten van dezelfde medaille. Goed wonen, werken en je verbonden voelen geeft het gevoel dat je grip hebt op je leven en op je leefomgeving en leidt tot meer mentaal welbevinden en betere zorg voor elkaar. Een stevig sociaal weefsel is een vangnet van informele netwerken in de buurt (vrijwilligers, mantelzorgers, tegen eenzaamheid). Zulke netwerken maken sterke buurten weerbaar en voorkomen 32

6.2.2 Leidende principes Meedoen uitgewerkt Het organiseren van ontmoeting en het vergroten van kansengelijkheid staan centraal in de wijkontwikkeling: iedereen kan meedoen. Vernieuwen en ontwikkelen doen we met oog op meer vitaliteit en leefbaarheid in alle wijken. Het is belangrijk de doorstroming in de wijken op gang te brengen, door passende woningen voor ouderen, jongeren en middengroepen te realiseren. Waar mogelijk wordt ingezet op het rendabel maken en houden van wijkvoorzieningen als winkels, ontmoetingsplekken, zorg, sport en onderwijs. Gerichte verdichting in wijken en het inzetten van bestaande gebouwen kan daarbij helpen. We omarmen de diversiteit van de bevolking en mengen functies waar het kan. Waar mogelijk behouden we de maatschappelijke functie van gebouwen en plekken. Bij alle ontwikkelingen zet Hilversum in op het realiseren van een zo gezond mogelijke leefomgeving. Dat gaat over het behalen van milieunormen én het realiseren van een woonomgeving die uitnodigt tot bewegen. Dat betekent voldoende en goed bereikbare ruimte maken in de buurt om te spelen, wandelen, sporten én een omgeving die het vanzelfsprekend maakt om veel vaker te lopen of de fiets te pakken in plaats van de auto.

6.2.3 Maatregelen Meedoen Per doel staan hier de belangrijkste maatregelen genoemd en zijn structuurkaarten voor Meedoen en specifiek voor wonen opgenomen. De maatregelen zijn verder uitgewerkt in Deel C.

33

1a. Voldoende, geschikte en betaalbare woningen • Realiseren van voldoende woningen in lopende en voorziene gebiedsontwikkelingen, zoals het Circusterrein, Arenapark en Media Park. • Meer tijdelijke en flexibele woonconcepten voor de korte termijn en meer tijdelijke en vaste locaties voor onzelfstandige woonruimtes, voor opvang van vluchtelingen en spoedzoekers, verspreid over wijken. • Betaalbare huisvesting van werknemers in kritische maatschappelijke en economische sectoren (zorg, hulp, onderwijs en veiligheid) en starters. • Meer kleinere, levensloopbestendige woningen voor doorstroming. • Verspreiding van sociale huurwoningen over alle wijken. Het doel is 6.000 woningen toevoegen. Voor zo’n 5.000 zijn er plannen en initiatieven. 1.000 extra sociale woningen komen in bestaande stenen in alle wijken. Bij deze aantallen zal sprake zijn van nieuwbouw, zeker op goed bereikbare plekken, maar ook van vernieuwing en transformatie. Meervoudige bewoning of splitsing worden mogelijk in gebieden waar dat niet tot overlast leidt en waar het bijvoorbeeld bijdraagt aan vermindering van eenzaamheid. 1b. Goede voorzieningen • •

•

• •

Behoud en versterking van de stedelijke en regionale voorzieningen: winkels, horeca, gezondheidszorg, onderwijs, sport en cultuur. Huisvesten en spreiden van regionale functies als beschermd en geclusterd wonen met begeleiding, GGZ locaties die onder de Wlz vallen, gezinshuizen als alternatief voor Jeugd Verblijf, locaties voor Jeugd Verblijf en respijtzorg en andere – permanente of tijdelijke – opvanglocaties. Het ontwikkelen en behouden van een levendig en gezellig wijkcentrum of plek voor ontmoeting in elke wijk en het doen van verder onderzoek naar benodigde maatschappelijke voorzieningen als basis voor ‘maatwerk’ in gebiedsagenda’s, bijvoorbeeld naar woon-zorgvormen. Het benutten van sportparken en -hallen en religieuze gebouwen voor andere maatschappelijke functies gericht op ontmoeting. Cultuur is kansrijk om te verbinden. Faciliteren van voorzieningen vanuit het eigen vastgoed- en grondbeleid. 34

•

2. Verkleinen sociaaleconomische en gezondheidsverschillen Het verkleinen van verschillen gebeurt vooral door het vergroten van kansen voor kwetsbare groepen inwoners op goed onderwijs, op geschikte en betaalbare huisvesting, op geschikte en bereikbare banen en op toename van een gezonde levensverwachting. Op het niveau van de Omgevingsvisie betekent dat het gelijktijdig inzetten op: • Het versterken van de ingezette beweging van zorg en ziekte naar gedrag en gezondheid. Dat is een beweging van het problematiseren en medicaliseren naar eigen initiatief en positiviteit. Het accent ligt meer op veerkracht en op wat mensen betekenis in het leven geeft. Dat vraagt om een bredere benadering, waarin naast gezondheid ook plaats is voor welzijn, zingeving en veiligheid. • De individuele benadering van de energietransitie uitbreiden naar meer collectieve vormen, zodat ook kwetsbare groepen aan de energietransitie kunnen meedoen en door lagere energielasten kansen ontstaan om financieel redzamer te worden. • Het stimuleren van ondernemerschap/innovatie en het creëren van ruimte voor werk, met extra aandacht voor praktijkgeschoold werk. Het stimuleren van helpen. • Het bij elkaar brengen van instanties en plekken voor het bieden van werk en het verstrekken van een uitkering zodat mensen niet onder de radar blijven en problemen en kansen beter bij elkaar gebracht worden.

• Het behouden en realiseren van bereikbaar, toegankelijk en divers onderwijs op verschillende niveaus. • Koppelen van gezondheid aan andere thema’s in gebiedsagenda’s, zoals het investeren in ontmoetingsplekken, veilige routes, klimaatadaptatie, biodiversiteit, beweegvriendelijke openbare ruimte, sport- en cultuurparticipatie in de wijk, groen in en om de stad en de mobiliteitsopgave.

4. Waarborgen en versterken van de sociale veiligheid • •

•

Uitvoeren van het Integraal Veiligheidsplan met inwoners en veiligheidspartners. Inzetten op slimme functiemenging die sociale samenhang en controle versterkt ('ogen op straat’ en ‘eigenaarschap). Achterkantsituaties zijn vatbaar voor criminaliteit en moeten worden voorkomen, zeker langs belangrijke doorgaande routes en bij wijkvoorzieningen. Nader onderzoek met de veiligheidsregio naar: o De ontwikkelingen met betrekking tot externe veiligheid, inclusief het bepalen van een na te streven veiligheidsniveau. o Randvoorwaarden voor een veilige, fysieke leefomgeving voor locatie- en gebiedsontwikkelingen gericht op het beperken van veiligheidsrisico’s, ook in het licht van nieuwe opgaven zoals de energietransitie en klimaatverandering. o Het verhoogde risico op natuurbranden en maatregelen.

6.2.4 Samenwerkingspartners Meedoen De gemeente kan het toekomstbeeld en de maatregelen niet zelf realiseren. Zo bouwt de gemeente bijvoorbeeld zelf geen woningen. Belangrijke partners van de gemeente zijn bijvoorbeeld bewonersorganisaties, welzijnsorganisaties als Versa, woningcorporaties, ontwikkelaars, de veiligheidsregio, GGD, politie en brandweer, het sportberaad, onderwijs/scholen, het cultuurnetwerk en grote culturele instellingen, gezondheidszorgorganisaties waaronder Tergooi, huisartsen en ouderenzorg, religieuze organisaties en Hilversum One. De Omgevingsvisie is voor de gemeente het vertrekpunt voor het versterken van bestaande samenwerkingen en het aangaan van nieuwe.

3. Versterken van de sociale samenhang in buurten •

Als gemeente waar mogelijk regie nemen om de demografische samenstelling van wijken te optimaliseren en voorzieningen voor kwetsbare groepen over de stad te verdelen. Dit vraagt primair om het stimuleren van het bouwen en of vernieuwen van de juiste woningen.

Het inrichten van een leefomgeving die uitnodigt tot bewegen, ontmoeten en die veilig is.

35

6.2.5 Aanvullend onderzoek Meedoen Om deze maatregelen zo gericht mogelijk uit te voeren, is op onderdelen aanvullend onderzoek nodig. Alle onderzoeken staan in Deel C. De belangrijkste voor Meedoen is onderzoek naar de benodigde voorzieningen per wijk (met het oog op de demografische ontwikkeling). De bedoeling is richtinggevende indicaties te ontwikkelen per (maatschappelijke) voorziening en die t.z.t als aanvulling op de Omgevingsvisie op te nemen als basis voor het “maatwerk” in de gebiedsagenda’s. Een referentie is te vinden bij de gemeente Utrecht.10 Specifieke aandachtspunten zijn: • De benodigde onderwijsvoorzieningen per wijk (prioriteit). • Trends en ontwikkelingen met betrekking tot gezondheid en tot groei, toegankelijkheid en het aanbod van voorzieningen. Specifiek aandacht voor problemen met huisvesting van huisartsen per wijk. • Een onderzoek naar de omvang van de ruimtevraag van sporten in de openbare ruimte.

10 Bron: Ruimtelijke strategie Utrecht 2040, stedelijke barcode

36

6.2.6 Doelen en indicatoren Meedoen Onderstaande tabel bevat een overzicht van alle doelen en indicatoren voor Meedoen, aan de hand waarvan we de ontwikkeling kunnen volgen.

37

drijven en onderwijs vinden elkaar in ons toekomstbeeld steeds vaker en beter. Een regionaal centrum voor Gooi en Vechtstreek is en blijft ook onderdeel van ons toekomstbeeld. Daarin zullen we blijvend investeren.

6.3 Actief in Hilversum 2040: toekomstbestendige economie Hilversum zet in op een toekomstbestendige economische ontwikkeling en een weerbare economie, zonder negatieve effecten voor de leefomgeving. We houden rekening met de veranderende samenstelling van de bevolking en een kleinere beroepsbevolking.

6.3.1 Doelen Actief

Hilversum wil een prettige woon- én werkstad zijn. De woon- en werkstad hangen samen, omdat economie en wonen nadrukkelijk verbonden zijn met welzijn, welvaart en het voorzieningenniveau in Hilversum. Er is een nadrukkelijke link tussen de economische en sociale agenda.

De doelen voor Actief zijn: 1. Meer ruimte voor werk op bestaande werklocaties, in het centrum en in de wijken. 2. Meer innovatie en een sterke relatie tussen bedrijven en onderwijs. 3. Binden en boeien van jongeren en middengroepen. 4. Een compact en aantrekkelijk centrum voor Hilversum en de regio.

Economische vitaliteit is geen vanzelfsprekendheid. Een snel veranderende wereldwijde economie vraagt om weerbaarheid en wendbaarheid, bijvoorbeeld door het vermogen om te innoveren. Hilversum heeft een redelijk goede uitgangspositie met schone werkgelegenheid, nationale en internationale bedrijvigheid op o.a. het Media Park en Arenapark, een regionaal centrum voor cultuur, uitgaan en detailhandel en goede gezondheidszorgvoorzieningen op Monnikenberg. Door afnemende ruimte voor werk (vaak door transformatie naar wonen) en de demografische ontwikkelingen (groeiend en vergrijzend met een afnemende beroepsbevolking) is de positie van Hilversum met schone werkgelegenheid en een goed regionaal centrum verre van vanzelfsprekend.

Deze doelen zijn niet nieuw voor Hilversum. De aanzetten daarvoor zijn beschreven in het Economisch Perspectief: de bouwsteen voor deze Omgevingsvisie en de nieuwe economische visie die in 2024 gemaakt wordt. Deze bouwsteen benoemt ook andere opgaven, zoals wonen en mobiliteit/bereikbaarheid, als belangrijke vestigingsplaatsfactoren. Eerder beschreven we al dat het voor werknemers in kritische sectoren zoals gezondheidszorg en onderwijs lastig is om in Hilversum passende en betaalbare woonruimte te vinden. En voor regionale bereikbaarheid zijn alle vervoerwijzen belangrijk: auto, trein, (H)OV en fiets. Keuzes die we maken, grijpen zp op elkaar in.

6.3.2 Leidende principes Actief uitgewerkt

Voor een gezonde economie, samenleving en leefomgeving willen we onze belangrijkste economische sector (creatieve industrie) verder ontwikkelen en ruimte bieden aan andere sterke economische sectoren. Het is belangrijk dat de veranderende economie (duurzaam en circulair), de beroepsbevolking en maatschappelijke vraagstukken (bijvoorbeeld vanuit de demografie) meer op elkaar aansluiten. Daarbij denken we als eerste aan zorg, praktijkgeschoold werk, de grote transities op het gebied van energie en circulariteit en de maakindustrie. Dat vraagt om ruimte en van bedrijven en werknemers om mee te veranderen om zo ook in de toekomst flexibel en vitaal te blijven. Be-

Ruimte voor werk en toekomstbestendige economische ontwikkeling zijn de belangrijkste leidende principes. Hilversum wil meer ruimte creëren voor werk en duurzame economie, groot-, midden- en kleinbedrijf op bestaande werklocaties en in wijken. We kijken kritisch naar het transformeren van werkruimte naar wonen. Er komt ruimte voor transitie naar een circulaire en duurzame economie, inclusief (hoger) onderwijs en innovatie. We bieden passende woonruimte voor personeel in kritische sectoren en zetten in op het aantrekken van hoger onderwijs. We investeren in een compact, compleet, levendig centrum met winkels, uitgaan en culturele voorzieningen dat ook voor de regio van betekenis is. 38

3. Binden en boeien van jongeren en middengroepen • Verbetering samenwerking tussen onderwijs, kennisinstellingen en bedrijfsleven door netwerkvorming, innovatiebudgetten en het aantrekken van een HBO instelling. • Meer kansen voor starters en werknemers in kritische sectoren als zorg, politie en onderwijs op de woningmarkt. • Behoud en versterking van het hoge voorzieningenniveau. We denken daarbij aan: o Voorzieningen voor gezondheid, sport, welzijn, onderwijs en cultuur, winkels, leisure en horeca. Slimme combinaties zijn mogelijk tussen horeca, cultuur en ontmoetingsplekken in de buurt. o Station Hilversum als zwaartepunt in het regionale OV-systeem en goed functionerende knooppunten Media Park en Sportpark.

6.3.3 Maatregelen Actief Per doel staan hier de belangrijkste maatregelen genoemd en is een structuurkaart voor werken opgenomen. De maatregelen zijn verder uitgewerkt in Deel C. 1. Meer ruimte voor werk • • • • • •

Ontwikkeling van campussen op het Media Park, Arenapark/Laapersveld en Monnikenberg, met ruimte voor groei en functiemenging, waaronder het toevoegen van woningen. Behoud en intensivering van bedrijvigheid op bestaande functionele bedrijventerreinen, met aandacht voor praktijkgeschoold werk en de maakindustrie. Ontwikkelen gemengde woon-werk-voorzieningenmilieus in wijken of het mogelijk maken van werken in de wijk. Met daarbij uitbreiding van het horecabeleid voor levendigheid en werkcafés in de buurten. Kritisch kijken naar het omzetten van kantoorvilla's naar wonen en naar andere transformaties van werken naar wonen. Onderzoek naar duurzame, vitale landgoederen. Het opstellen van profielen van onze werklocaties.

4. Een compact en aantrekkelijk centrum voor Hilversum en de regio • •

Een compacter en aantrekkelijker centrum door toevoeging van levendigheid, werkruimte, dienstverlenende functies en woningen. Een bereikbaar centrum, vooral met de fiets.

6.3.4 Samenwerkingspartners Actief 2. Bevorderen van innovatie en relatie tussen bedrijven en onderwijs • • •

De gemeente kan dit toekomstbeeld en de bijbehorende maatregelen niet zelf realiseren. Belangrijke partners van de gemeente zijn bijvoorbeeld de Economic Boards in Utrecht en Amsterdam, de ROM Utrecht, de MKB bedrijven, het platform Economie, ondernemersverenigingen, eigenaren en grote bedrijven op het Media Park en Arenapark, onderwijsinstellingen als het ROC en de (internationale) scholen, Tomin, UWV, het Stadsfonds en Hilversum Marketing. De Omgevingsvisie is voor de gemeente het vertrekpunt voor het versterken van bestaande samenwerkingen en het aangaan van nieuwe.

Ruimte voor het (door)ontwikkelen van innovatieclusters op Media Park (creatief, digitaal en innovatief), Arenapark (sport, gezondheid en innovatie) en bedrijventerreinen Zuidwest (duurzaam en circulair). Bevorderen innovatie en versterken relatie bedrijven en onderwijs Bevorderen circulaire economie, door het gebruik van reststromen en stimuleren van lokale en regionale samenwerkingen

39

toekomst in het Media Park te kunnen blijven investeren en het vestigingsklimaat op peil te houden. De herpositionering van deze unieke plek in Nederland vraagt om een flexibele maatwerkbenadering. Voor de ontwikkelrichting en snelheid daarvan, zijn de ambities van stakeholders (eigenaren en gebruikers van het Media Park, gemeente) leidend. Ze verhouden zich goed tot ontwikkelingen in de creatieve sector, de vastgoedmarkt en het publieke belang. Flexibiliteit is van groot belang, gelet op de snelle ontwikkelingen, kansen en bedreigingen. Dat betekent dat marktonwikkelingen doorlopend worden meegewogen in strategische keuzes en verdere ruimtelijke planvorming en ontwikkeling.

Kadertekst –Toekomstbestendige creatieve sector en Media Park De creatieve industrie - en daarbinnen met name de mediasector - in Hilversum is (inter-)nationaal toonaangevend en een stevige pijler onder de identiteit en welvaart van Hilversum en de Gooi en Vechtstreek. Op dit moment zijn Media en ICT 5,3 maal zoveel vertegenwoordigd in vergelijking met het Nederlandse gemiddelde. Meer dan 27% van de werkgelegenheid (14.000 banen) in Hilversum en een groot deel van het bruto stedelijk product komt direct van de creatieve industrie. De aanwezigheid van een sterk ontwikkelde creatieve industrie en mediasector zorgen ook voor werk en omzet voor veel andere toeleverende bedrijven in de stad en regio. Denk aan hotelovernachtingen, congressen, bestellingen bij leveranciers, vergaderfaciliteiten, schoonmaak, beveiliging et cetera.

De Omgevingsvisie biedt op hoofdlijnen ruimte voor een toekomstbestendige, multifunctionele campus. Hierbij wordt in ieder geval gedacht aan de volgende zaken: • Het Media Park ontwikkelt zich tot een mediacampus door onder meer intensivering (hoogte, verdichting), een goede en ruimere functiemenging, betere bereikbaarheid en duurzaamheid en verhoging van de aantrekkelijkheid en verblijfswaarde; • We onderzoeken bredere en flexibelere bestemmingen met een positieve grondhouding voor thema’s als huisvesting, sport, leisure en werk, die passen bij een multifunctionele, bruisende campus en bijdragen aan de economische functie van het Media Park; • Gemeente, eigenaren en gebruikers onderzoeken het slim inzetten van verschillende vormen van mobiliteit, alsmede het inzetten van een nieuwe parkeernorm passend bij een campus met naastgelegen treinstation. • Het versterken van de (inter-)nationale positionering van het Media Park en de verbindingen met de creatieve industrie in de regio’s Gooi en Vechtstreek, Amsterdam en Utrecht. Een nieuwe, ambitieuze en toekomstgerichte campusorganisatie ondersteunt daarbij, door:

Het Media Park is het duidelijke fysieke hart en kristallisatiepunt van de (innovatieve) mediasector, met in 2023 ca. 100 bedrijven en meer dan 6.000 banen. Met de vele gehuisveste bedrijven, kantoren, onderwijsinstellingen en overige voorzieningen van (inter-)nationaal belang is het Media Park een duidelijke uiting van het ‘stadse’ karakter van Hilversum.

Veranderingen vragen om bijsturing De creatieve industrie en mediasector ontwikkelen zich in een razend tempo. Verdergaande digitalisering, dataficering11 en het gebruik van ‘immersive’ technologieën12 bepalen steeds meer de ontwikkeling van deze sector. Dit wordt onder andere zichtbaar in de groei van diverse deelsectoren zoals Edtech (onderwijs), e-sports en digital design agencies. De sector wordt steeds internationaler. We zien dat daardoor ook het verdienvermogen van (traditionele) mediabedrijven onder druk staat. Dat vraagt om een strategische herpositionering, ook om de gevolgen van de veranderingen op onder andere de rentabiliteit van het Media Park op te vangen. Dat laatste is nodig om ook in

11 Een manier van werken, waarbij beleid steeds meer gebaseerd is op feiten (data) en veel

12 Immersive technologie is een verzamelnaam voor technologieën waarmee iemand in een

minder op aannames en veronderstellingen

ervaring wordt 'ondergedompeld' 40

o

•

het aanjagen van talentontwikkeling op het Media Park, onder andere door het uitbreiden van de opleidingsmogelijkheden (bij reeds gevestigde opleidingsinstellingen, maar ook door aantrekken van een “topinstituut”), die goed aansluiten op de vraag vanuit de op het Media Park gevestigde en te vestigen bedrijven en daar werkende talenten; o het aanjagen en faciliteren van (open) innovatie, rondom voor de op het Media Park gevestigde bedrijven relevante thema’s en ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld de ontwikkelingen op het gebied van Artificial Intelligence; o het versterken van de netwerkfunctie van het Media Park als knooppunt in de mediasector. Het inzetten op het aantrekken van (en mogelijk ook ontwikkelen) van bedrijven uit deelsectoren die het bestaande mediacluster versterken en/of verbonden zijn met het Hilversumse economische DNA.

Gegeven de snel veranderende wereld waarin de mediasector zich op dit moment in bevindt, is een succesvolle doorontwikkeling van het Media Park tot toekomstbestendige multifunctionele en bruisende campus voor alle stakeholders een zeer grote uitdaging. Flexibiliteit, aanpassingsvermogen, een goede afstemming en samenwerking zijn van essentieel belang.

Figuur: Herkomst van het bruto stedelijk product (toegevoegde waarde) binnen Hilversum in 2019, Economisch Perspectief 2040

Startnotitie in 2024 In 2024 zal er aan de gemeenteraad een Startnotitie Media Park worden voorgelegd waarin op basis van de in deze Omgevingsvisie uitgesproken goede en ruimere functiemenging en flexibele maatwerkbenadering een ambitieuze en toekomstbestendige koers voor het Media Park wordt uitgewerkt in de vorm van een gebiedsagenda. In de gebiedsagenda wordt nadrukkelijk de relatie met de uitdagingen, ambities, maar ook de haalbaarheid en betaalbaarheid gemaakt. De startnotitie wordt in nauwe samenwerking met de eigenaar Media Park Enterprise vormgegeven.

41

6.3.5 Aanvullend onderzoek Actief Om deze maatregelen zo gericht mogelijk uit te voeren, is op onderdelen aanvullend onderzoek nodig. Alle onderzoeken staan in Deel C.

6.3.6 Doelen en indicatoren Actief Onderstaande tabel bevat een overzicht alle doelen en indicatoren voor Actief aan de hand waarvan we de ontwikkeling kunnen volgen.

42

43

ontwikkelingen. De maatregelen uit de Omgevingsvisie keren voor een aantal beleidsvelden de negatieve ontwikkeling: voor natuur, groen, water, klimaatadaptatie, wonen en veiligheid. Dat is te zien aan de groene pijlen in de figuur met het doelbereik.

6.4 Effecten van de Omgevingsvisie De effecten van alle maatregelen uit de Omgevingsvisie zijn beoordeeld in de PlanMER en andere toetsen. De resultaten zijn hier kort beschreven.

6.4.1 PlanMER

De spiegel die de PlanMER ons voorhoudt, laat zien dat het goed mogelijk is de benodigde ontwikkeling en vernieuwing in Hilversum vorm te geven op basis van de eigen identiteit en met behoud en verbetering van de leefkwaliteit. En zelfs dat die ontwikkeling en vernieuwing nodig zijn om autonome ontwikkelingen ten positieve bij te sturen: stilzitten betekent kwetsbaarder worden.

Door een extern bureau is beoordeeld wat de effecten van alle hiervoor genoemde maatregelen zijn. Onderstaande figuren geven in één oogopslag een samenvatting. In drie cirkels zijn de huidige situatie, de autonome ontwikkeling (wat als we niets doen?) en het doelbereik (wat gebeurt er als we de maatregelen uitvoeren?) van de maatregelen uit de Omgevingsvisie weergegeven. Die laatste vergelijkt met de situatie ‘wat als we niets doen?’.

Voor een aantal onderwerpen zijn voor ambitieuzere doelen richting 2040 meer maatregelen nodig: met name voor geluid, bodem en ondergrond, klimaatverandering en -adaptatie, energietransitie, economie en werkgelegenheid en onderwijs.

Bij ‘niets doen’ wordt de beoordeling slechter op een flink aantal onderdelen. Dit is te zien aan de rode pijlen in de middelste figuur bij o.a. cultuurhistorie, economie, bodem, groen en voorzieningen. Uitzondering zijn geluid en lucht, waarvoor autonoom verbeteringen zijn ingeschat door technologische

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling t.o.v. huidige situatie 44

Doelbereik t.o.v. autonome ontwikkeling

Voor drie onderwerpen moeten maatregelen in de toekomst concreter, zodat duidelijker is hoe ze aan de doelen bijdragen: energietransitie (bijdragen aan verminderen energiegebruik en vergroten energieopwekking?), meervoudig ruimtegebruik (opvangen ruimtedruk door bouwen in hogere dichtheden) en klimaatadaptatie (maatregelen om hittestress te voorkomen, tegen natuurbranden, klimaatadaptief te bouwen en hemelwater te infiltreren/ontkoppelen). Voor klimaatadaptatie hebben we sinds de PlanMER al het nodige beleid en maatregelen vastgesteld.

6.4.2 Overige beoordelingen In deel D zijn de overige beoordelingen opgenomen: een toets aan door de gemeenteraad vastgesteld bestaand beleid, bestaande programma’s en projecten. Dit was nodig, omdat tijdens het proces van de Omgevingsvisie de ‘winkel open beleef’. Bij het vaststellen van het bestuurlijk plan van aanpak (gemeenteraad maart 2021) gaf de gemeenteraad aan niet het beleid en lopende gebiedsontwikkelingen in Hilversum te willen stilleggen in afwachting van de Omgevingsvisie. De gemeenteraad stelde sindsdien onder andere programma’s voor groen en mobiliteit, een nieuwe visie op het sociaal domein, een nieuwe woonvisie, een stedenbouwkundig plan voor het Arenapark en het MRA verstedelijkingsconcept vast.

Deze onderwerpen spelen ook bij veel andere gemeenten en het gevolg van dat er twee nieuwe problematieken in Omgevingsvisies op tafel liggen: energietransitie en klimaatadaptatie. Het issue van de ruimteclaims speelt ook omdat de ruimte beperkt is, energietransitie en klimaatadaptatie nieuwe ruimte vragen en er een forse woningbouwopgave ligt in Nederland.

De conclusies uit de overige beoordelingen zijn: • Het bestaande beleid past in de Omgevingsvisie en hoeft niet direct te worden geactualiseerd. Aanscherpingen uit de Omgevingsvisie worden bij een volgende actualisatie van het beleid verwerkt. • De oproep is wel om meer integraal beleid vast te stellen en een aantal beleidsleemtes in te vullen voor erfgoed, economische ontwikkeling (m.n. het lange termijnperspectief), bodem, lucht en geluid. • De Omgevingsvisie is geen aanleiding om lopende projecten en initiatieven stop te zetten. Wel kunnen we in planvorming extra accenten leggen, bijvoorbeeld voor duurzaamheid en het OV knooppunt bij Arenapark of meer groen in locatie ontwikkelplannen in 1221. • Het door de raad vastgestelde ‘verstedelijkingsconcept MRA’ (gemeenteraad februari 2022) verhoudt zich goed tot de Omgevingsvisie. Alle onderdelen (landschap, groen, water, gebiedsontwikkelingen rondom OV knooppunten, mobiliteit en energie-infrastructuur) komen in de Omgevingsvisie terug.

Botsproeven en passende beoordeling Beoordeeld is ook of maatregelen elkaar versterken of verslechteren. Sommige botsingen zijn inherent aan keuzes, bijvoorbeeld dat meer ruimte voor de fiets ten koste gaat van ruimte voor de auto. Of dat het beperken van transformatie van kantoorvilla’s naar woningen goed is voor werk en minder voor woningen. Andere botsingen zijn goed te voorkomen, zoals hittestress en droogte in het buitengebied, die kunnen worden voorkomen door de juiste soorten groen aan te planten. In de zgn. Passende Beoordeling schatte de PlanMER in dat de Omgevingsvisie uitvoerbaar is in het kader van de Wet natuurbescherming zoals die in 2023 gold (nu: regels in de Omgevingswet over de bescherming en behoud van de natuur), mits bij nadere uitwerking van plannen en projecten rekening gehouden wordt met een beperkt aantal gesignaleerde risico’s of effecten op Natura 2000-gebieden. Dit vergt bij concrete plannen opnieuw een equivalent van de Passende Beoordeling en het onderzoeken van mitigerende maatregelen.

45

7. Werken met de Omgevingsvisie

7.1 Kerninstrumenten uit de Omgevingswet slim toepassen

In dit hoofdstuk beschrijven we kort zeven toepassingen van de Omgevingsvisie. Ze zijn verder uitgewerkt in Deel C. De Omgevingsvisie staat als instrument uit de Omgevingswet in verband met andere instrumenten. Uit de participatie bleken ook andere toepassingen of uitwerkingen gewenst, zoals goed participatiebeleid en het vertalen van de Omgevingsvisie in gebiedsagenda’s.

De Omgevingswet gaat uit van een beleidscyclus: de Omgevingsvisie wordt uitgewerkt in Programma’s en in regels in het Omgevingsplan, waarop initiatieven en projecten worden getoetst en vergund. Toezicht en monitoring geven na verloop van tijd aanleiding om de cyclus opnieuw te starten.

De Omgevingsvisie fungeert als basis voor: 1. Het Omgevingsplan, waarin we juridische regels voor het bouwen en de ruimtelijke inrichting van Hilversum opnemen. Het Omgevingsplan vervangt onder de Omgevingswet de bestemmingsplannen. 2. Thematische programma’s voor Duurzaam, Actief en Meedoen, waarin thema’s als mobiliteit, wonen, groen, welzijn en economie als (deel-) programma’s opgaan. 3. Gebiedsgerichte uitwerking van de Omgevingsvisie in gebiedsagenda’s (gebiedsprogramma’s) voor alle gebieden in Hilversum. 4. Herzien participatiebeleid; lerend van de ervaringen van het participatieproces voor de Omgevingsvisie. 5. Een toetsingskader voor het beoordelen van initiatieven van marktpartijen en inwoners. 6. Kostenverhaal; we gaan steeds vaker een bijdrage vragen aan ontwikkelende partijen voor algemene kosten van de gemeente bij nieuwe ontwikkelingen of het in stand houden/verbreden van voorzieningen. 7. Monitoring; een goede monitoring maakt duidelijk of het lukt het toekomstbeeld voor 2040 dichterbij te brengen, of dat moet worden bijgestuurd of -geschakeld.

Het Omgevingsplan, de (Omgevings-)Programma’s en de Omgevingsvergunning moeten als ‘kerninstrumenten’ uit de Wet aansluiten op de Omgevingsvisie13: • Het ‘beleid’ van de gemeente hoort in de Omgevingsvisie (integraal lange termijnbeleid) en de Programma's (beleidsuitwerking, gebiedsuitwerking en beleidsrealisatie). In de programma’s wordt getoetst op uitvoerbaarheid, tijd, geld en capaciteit en worden uitvoeringsprioriteiten gesteld. De gemeenteraad is bevoegd voor het vaststellen van de Omgevingsvisie. Het college is bevoegd voor het vaststellen van Programma’s. • De gemeenteraad is bevoegd gezag voor het Omgevingsplan: een (1) plan voor alle regels van de gemeente voor de fysieke leefomgeving. Het Omgevingsplan vervangt o.a. de bestemmingsplannen en een groot aantal verordeningen. Verdere regels in het Omgevingsplan komen voort uit wettelijke regels, de Omgevingsvisie en de Programma's. Per locatie is in het Omgevingsplan te vinden welke regels daar gelden. Het Omgevingsplan is juridisch bindend, dus vatbaar voor beroep. De Omgevingsvisie en de Programma’s zijn dat niet.

13 https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/samenhang-instrumenten/6-kerninstrumenten/

46

•

De Omgevingsvergunning is de officiële toestemming van het bevoegd gezag aan burgers, bedrijven en andere overheden om bepaalde activiteiten te verrichten in de fysieke leefomgeving. Het verlenen van omgevingsvergunningen is een uitvoeringsbevoegdheid van het college, na toetsing op basis van het Omgevingsplan. Voor aanvragen die afwijken van het Omgevingsplan is door de gemeenteraad een lijst vastgesteld in welke gevallen de raad om (bindend) advies gevraagd moet worden.

7.3 Het Omgevingsplan Het Omgevingsplan structureert op een nieuwe manier alle regelgeving van de gemeente voor de fysieke leefomgeving. Er is één omgevingsplan voor heel Hilversum, dat voortdurend bijgesteld wordt na besluitvorming. Met het in werking treden van de Omgevingswet, is een groot deel van de bestaande regels uit bijvoorbeeld bestemmingsplannen en verordeningen ‘van rechtswege’ opgegaan in een tijdelijk Omgevingsplan voor Hilversum. Gemeenten hebben tot 1 januari 2032 de tijd om deze regels in het (definitieve) Omgevingsplan op te nemen en om Rijksregels die naar de gemeenten komen (de zgn. 'bruidsschat') inhoudelijk te actualiseren en op elkaar af te stemmen. Gezien de scope van de opgave, is die tijd hard nodig.

Kadertekst – werken met PUK’s Als er initiatieven zijn die alleen mogelijk zijn via een grotere wijziging van het Omgevingsplan wordt de gemeenteraad betrokken. Het instrument dat daarvoor is het Planuitwerkingskader (PUK). In een PUK stemt de gemeenteraad voor de start van grote projecten of initiatieven in met de voorwaarden waaraan het plan dient te voldoen om medewerking te krijgen.

Het college stelt in 2024 een Plan van Aanpak/Startnotitie Omgevingsplan op voor de gemeenteraad. Daarin worden keuzes voorgesteld voor wel/niet over te nemen regels uit verordeningen, extra normen waarvoor de wet ruimte geeft, participatie en het principe om als gemeente zoveel mogelijk met algemene regels te werken waarin is aangegeven wat wel kan en zo weinig mogelijk met vergunningen. Dit past goed bij onze ambitie om initiatieven uit de samenleving sneller te kunnen faciliteren.

We veronderstellen dat de Omgevingsvisie acht jaar houvast biedt. Het is niet de bedoeling om tussentijds een hele nieuwe visie te maken. De gemeenteraad kan wel onderdelen tussentijds toevoegen of bijstellen. Programma’s gaan zo’n vier tot zes jaar mee. Periodiek monitoren we de voortgang en stellen waar nodig de programma's bij. We leggen steeds expliciet de verbinding met de Omgevingsvisie: zijn er veranderingen die bijstelling van de Omgevingsvisie noodzakelijk maken? Deelprogramma’s of agenda’s worden jaarlijks gemaakt, gemonitord en bijgesteld. Daarbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de jaarlijkse P&C cyclus (begroting, jaarrekening, voorjaarsnota). Het Omgevingsplan moet altijd actueel zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=8790b0b3-1b72-4dca-91db-d92e696293fe