Omgevingsvisie Deel A - Visie op hoofdlijnen
Tekst van het document
7.3 Programma’s In Programma’s vertalen we doelen en ambities in maatregelen en stellen we uitvoeringsprioriteiten op basis van tijd, geld, capaciteit en uitvoerbaarheid. We willen werken met een klein aantal programma’s voor integrale opgaven en gebieden, die verbijzonderd kunnen worden in deelprogramma’s.
Het instrumentarium uit de Omgevingswet kan goed worden benut om het beleid van Hilversum integraler en overzichtelijker te maken. Ter illustratie: het Hilversumse beleid staat op dit moment in ten minste 110 uiteenlopende ‘kaderstellende nota's’ en in een projectenportfolio van tientallen locatie- en gebiedsontwikkelingen van de gemeente of van derden. Een beter overzicht begint met het vaststellen van de Omgevingsvisie en vaststelling dat we een beperkter aantal instrumenten willen inzetten voor beleid en regelgeving.
We werken de Omgevingsvisie verder uit in drie soorten ‘vrijwillige’ programma’s: thematische, gebiedsgerichte en ondersteunende programma’s: • Drie thematische programma’s voor Duurzaam, Meedoen en Actief. • Twee gebiedsgerichte programma’s: een voor projectontwikkelingen en een voor gebiedsagenda’s.
47
•
Onderstaande tabel vat de opbouw van de Hilversumse kerninstrumenten samen. Hiërarchisch gaan de thematische programma’s boven de gebiedsgerichte programma’s: daar staan immers de doelen die in de locatie- en gebiedsontwikkelingen een plek moeten krijgen. Het ondersteunende programma is volgend op de andere programma’s. De tabel toont ook dat sommige agenda's kunnen bijdragen aan meerdere programma's.
Een ondersteunend programma, waarin de randvoorwaarden worden georganiseerd. Denk daarbij aan participatie, communicatie, data/informatie, financiën en processen.
Aan vrijwillige thematische programma's zijn weinig wettelijke eisen en er hoeft in principe geen koppeling te bestaan tussen de Omgevingsvisie en de programma's. In Hilversum zien we wel meerwaarde in zo'n koppeling. Door bijvoorbeeld bestaand sectoraal beleid en bestaande sectorale programma's als groen, energietransitie en mobiliteit bij elkaar te brengen in een nieuw programma Duurzaam, kan synergie, meerwaarde en werk-met-werk worden bereikt. We hoeven niet helemaal opnieuw te beginnen. Onder het programma Duurzaam kunnen de recent vastgestelde programma’s voor groen en mobiliteit goed als deelprogramma’s vallen. Bij mobiliteit, groen en energietransitie zien we bovendien dat al gewerkt wordt met kortcyclischer ‘agenda’s’ in de vorm van jaarplannen. Voor Actief en Meedoen is een vergelijkbare opzet denkbaar.
Visie Programma's Deelprogramma’s en agenda's (voorbeeld)
Gebiedsgericht werken is niet nieuw in Hilversum. Wel kent het vele vormen, variërend van buurt- en wijkagenda’s, gebiedsagenda’s tot masterplannen en beeldkwaliteitsplannen voor ontwikkellocaties. Twee gebiedsprogramma's kunnen de wens tot meer en eenduidiger gebiedsgericht werken bevorderen. Het bestaande projectenportfolio van locatie- en gebiedsontwikkelingen is de basis voor het gelijknamige programma. Het programma ‘gebiedsagenda’s ontstaat uit de wens van de gemeente, inwoners, ondernemers en organisaties om de Omgevingsvisie gebiedsgericht uit te werken voor alle gebieden in Hilversum: wat is er nodig en wat is passend? Met gebiedsagenda’s kunnen initiatieven en aanvragen beter beoordeeld worden. Paragraaf 7.4 beschrijft de werkwijze, die uitgaat op gedegen onderzoek en participatie.
Meedoen
Thematisch Actief
Visie sociaal domein
Programma economie
Agenda gezondheidsbeleid
Agenda Cultuur
Omgevingsvisie Gebiedsgericht Duurzaam Locatie- en Gebiedsgebieds-ontagenda's wikkelingen ProStedenGebiedsgramma bouwkundig agenda groen plan Arena1221 park Deelprogramma mobiliteit
Ondersteunend Datagedreven sturing Participatie
Agenda Energiebesparing Agenda jeugd Agenda werk Regelgeving
Verordeningen Omgevingsplan Omgevingsvergunning
Zo werken met een integraler en overzichtelijker beleidslandschap dat zich goed verhoudt tot de toekomstvisie zal niet in één keer gaan. Het is de stip op de horizon waar we al naar toe werken, bijvoorbeeld rondom mobiliteit en economie. De eerste versies van de nieuwe thematische programma's zullen bestaan uit de Omgevingsvisie (visie, doelen, genoemde maatregelen, monitoring), een weergave van reeds vastgestelde beleid en een oplossing voor eventuele discrepanties of conflicten en een verbinding met agenda's voor deze bestuursperiode, zoals uit het coalitieakkoord en de programmabegroting 2024.
In het ondersteunende programma zien we duidelijk meerwaarde in het meer in samenhang bezien van participatie, communicatie en data.
48
1. Leg een cultuurhistorische basis neer (architectuur, stedenbouw, openbare ruimte, landschap). 2. Breng de ruimtelijke consequenties van grotere en kleinere opgaven in beeld, bijvoorbeeld door middel van de structuurkaarten uit hoofdstuk 6 van deel A. 3. Definieer onderscheidende gebieden en principes, bijvoorbeeld om per gebied aan te geven op welke opgaven uit de Omgevingsvisie aanleidingen, kansen en beperkingen zijn. Er zullen gebieden zijn waar kiezen kan en waar kiezen moet. Ontwikkel een werkwijze om de versterking en ‘veranderbaarheid’ te verbeelden. 4. Vul gebiedsagenda's verder in met inwoners en ondernemers. 5. Borg gebiedsagenda’s in de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan.
7.4 Gebiedsagenda’s De Omgevingsvisie beschrijft de beleidskeuzes voor de toekomst van Hilversum op hoofdlijnen in termen van kwaliteiten, opgaven, ruimtelijke hoofdkeuzes, leidende principes, doelen en maatregelen. Helder is dat we kwaliteiten willen behouden en toevoegen én aan de slag gaan met de opgaven van de toekomst. Op een ‘Hilversumse’ manier, die volgt uit de lange lijnen van de geschiedenis, die uitgaat van een brede opvatting over mens en leefomgeving, die leidt tot behoud, herstel en toevoegen van ruimtelijke kwaliteit en die voorkomt dat we ‘ad hoc’ plekken herstructureren of verdichten. Wat dat voor alle gebieden in Hilversum betekent, onderzoeken we met inwoners en organisaties verder in gebiedsagenda’s. Zo werken we de ruimtelijke strategie Omgevingsvisie gebiedsgericht uit: wat kan er en wat is er nodig voor sterke en prettige wijken en werklocaties?
We werken de methodiek uit in een Startnotitie Gebiedsagenda’s voor de gemeenteraad. Zo hanteren we voor alle gebiedsagenda’s dezelfde kwaliteitseisen. Daarin zullen we ook de gebiedsagenda’s prioriteren, waarbij vooraf duidelijk is dat de reeds gestarte ‘sectorale’ gebiedsagenda’s voor de Hilversumse Meent en Kerkelanden (wijkgerichte uitwerkingen van de woonvisie), het Centrum, het Media Park en bedrijventerreinen Zuidwest doorlopen.
Goede gebiedsagenda’s maken het gemakkelijker om tot passende initiatieven te komen en draagvlak te verwerven. Ze bieden duidelijkheid voor inwoners en voor ontwikkelende partijen. Ze zijn bruikbare input voor het Omgevingsplan en de welstandsnota, zodat ze t.z.t. goed benut kunnen worden voor het toetsen van initiatieven en projecten. Gebiedsagenda’s zijn overigens niet nieuw voor Hilversum. Een bekende reeds bestaande gebiedsagenda is die voor postcodegebied 1221.
Elke gebiedsagenda zal opnieuw starten met een Startnotitie voor die specifieke agenda, zodat de gemeenteraad ook gebiedspecifieke uitgangspunten kan vaststellen. De gebieden in Hilversum verschillen immers. In deze startnotities staan aanvullende kaders/randvoorwaarden over de aanpak, de benodigde informatie, het participatieproces, de betrokkenheid van de raad, tijdpad en kosten. Wat betreft de participatie is van belang dat voor de start van elke gebiedsagenda een goed participatieplan is gemaakt, dat bevordert dat ook moeilijk bereikbare doelgroepen kunnen deelnemen en inwoners naar gelang van hun belangstelling kunnen meedoen. Uit eerdere ervaringen met ‘wijkagenda’s’ blijkt dat sommige inwoners overal bij betrokken willen zijn en sommige inwoners alleen behoefte hebben aan het kunnen noemen van prioritaire maatregelen.
In Deel C beschrijven we uitgebreid hoe we in de toekomst gebiedsagenda’s maken. De methodiek gaat uit van het idee dat we altijd integraal werken vanuit (eerst) een cultuurhistorische basis, dan vanuit thema’s/opgaven (uit te werken in beleidsprogramma’s of -nota’s) en ten slotte gebiedsgericht. Voor de gebiedsagenda’s is het belangrijk verleden en toekomst met elkaar te verbinden. Hoe en wanneer gebieden zijn ontstaan en hun kwaliteiten leidt automatisch tot inherente kwaliteiten, kansen en opgaven. Grote opgaven moeten een plek krijgen in de stad en aansluiten op de breed gewaardeerde kwaliteiten. Als we na goed onderzoek verleden en toekomst verbinden, kunnen we daaruit 'principes’ of 'spelregels’ afleiden: zo gaan we in Hilversum met de opgaven om. Dit leidt tot een methodiek in vijf stappen: 49
De gebiedsagenda’s krijgen globaal de volgende indeling: • Scope van de gebiedsagenda en de relatie met de Omgevingsvisie. • Overzicht van beschikbare informatie (foto): feiten en cijfers, analyses. (cultuurhistorisch, sociaal, fysiek, economisch, trends en ontwikkelingen, eigendomssituaties), bepalingen in bestemmingsplannen, opbrengst van eerdere participatietrajecten etc. Dit uit zich o.a. een beschrijving van het karakter (identiteit, beperkingen, kansen) van het gebied, een ruimtelijk programmatische structuur en beoordeling van de huidige situatie. • De analyse van de kwaliteiten. • De belangrijkste gebiedsopgaven uit de Omgevingsvisie, analyses en gesprekken met inwoners, ondernemers en organisaties. • Een duiding van de ruimte voor versterking en verandering voor de belangrijkste oplossingen en maatregelen. • Beoordeling van de effecten van oplossingen en maatregelen op basis van het 'model’. Hierin wordt duidelijk wat de effecten op gebiedsniveau zijn en de relatie met de doelen uit de Omgevingsvisie gelegd. • Afspraken over uitvoering van ideeën en toetsing van initiatieven.
• •
lobby richting Rijk en Provincie om maatregelen ook te kunnen realiseren. Maar ook in het besef dat de toekomst uitdagingen brengt die we nu nog niet voorzien. Afwijken van de Omgevingsvisie moet soms en mag als keuzes duidelijk onderbouwd zijn. Bij grote veranderingen kan de gemeenteraad besluiten de Omgevingsvisie bij te stellen. We blijven in gesprek; Gemeente, inwoners en organisaties blijven het gesprek over de toekomst van Hilversum voeren in wijken (van onderop) en op het niveau van de stad. We geven initiatieven de ruimte, door procedures makkelijker en sneller te maken, zodat inwoners en organisaties eerder zelf aan de slag kunnen.
Deze principes passen goed bij de bedoeling van de Omgevingswet: meer integraal en op een open manier aan de toekomst van Hilversum werken is dé manier om de complexe opgaven succesvol aan te gaan. Er zijn drie aanleidingen om het Hilversumse participatiebeleid een verdere impuls te willen geven: • Inwoners, ondernemers, organisaties en gemeente hebben veel tijd en energie geïnvesteerd om de Omgevingsvisie vorm te geven. Het is belangrijk om die energie en betrokkenheid vast te houden en het gesprek over de toekomst van Hilversum voort te zetten. • De Omgevingswet onderstreept het belang van goede participatie bij initiatieven en projecten, vanuit de wens dat inwoners meer invloed hebben op hun leefomgeving. Hoewel de intenties van ons participatiebeleid breed gedeeld worden, blijkt de praktijk weerbarstig en tot terugkerende vragen te leiden: wanneer zijn het participatieproces en de communicatie 'goed'? Waar zijn initiatiefnemers, belanghebbenden en gemeente op aanspreekbaar? Er wordt spanning gevoeld tussen het belang dat we in Hilversum aan participatie hechten, de mate waarin de gemeente op dit moment grip heeft op de kwaliteit van de participatie die door initiatiefnemers is georganiseerd en de mate waarin alle belanghebbenden bereikt en betrokken worden, met name inwoners ‘zonder macht’. Dit vraagt om verbeteringen.
De gebiedsagenda’s worden als aanvullingen op de Omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad en – net als de Omgevingsvisie –gepubliceerd op het Omgevingsloket.
7.5 Participatiebeleid De Omgevingsvisie biedt niet alleen perspectief op hoe Hilversum er in 2040 uit ziet, maar ook hoe inwoners, ondernemers, organisaties en gemeente samenwerken aan Hilversum 2040. Daarover zijn in het participatieproces veel goede suggesties gedaan, die in de Denkrichting in ‘vier omgangsvormen voor het gesprek tussen overheid en samenleving’ zijn samengevat: • De gemeente neemt regie op het collectief belang, en werkt vanuit een integrale visie en durf regie te nemen op opgaven die het algemeen/collectief belang aangaan, juist als het gaat om moeilijke keuzes. • We gebruiken de Omgevingsvisie actief, door er vaak op terug te grijpen, als toetsingskader bij ontwikkelingen en als basis voor een actieve 50
•
wordt getoetst op eerdere afspraken (zijn er bijvoorbeeld convenanten of intentieovereenkomsten afgesloten?), bestuurlijk draagvlak (is het initiatief onderdeel van het coalitieakkoord of de programmabegroting?) en zakelijke argumenten. Zo werken we als gemeente alleen aan initiatieven die de stad ook echt verder helpen. Het huidige toetsingskader helpt ook al om de inzet van de gemeente te kunnen prioriteren. De gemeente kan niet alles tegelijk faciliteren.
Gemeenten worden verplicht een Participatieverordening voor hun eigen projecten en beleid vast te stellen.
We stellen twee concrete impulsen voor: • Het faciliteren van een voortdurend gesprek over de toekomst, waarbij de gemeente een tweejaarlijks stadsgesprek organiseert en daarvoor een Omgevingsmonitor maakt. De eerste keer is dat in 2025. • Opstellen van een Startnotitie Participatiebeleid, die rekening houdt met steeds complexere initiatieven met steeds meer belanghebbenden. De startnotitie zal voorstellen: o
o
o
De leidraad ‘betrek de buurt’ aan te vullen en te verduidelijken met adviezen uit het participatieproces Omgevingsvisie over het doel van participatie, de betekenis van het algemeen belang, de rol van de gemeente en communicatie. Een participatieverordening voor gemeentelijke projecten op te stellen ter vervanging van de huidige inspraakverordening. Meer regie te voeren op alle participatieprocessen van de gemeente, zodat ze minder gefragmenteerd zijn.
In Deel C zijn deze voorstellen verder uitgewerkt.
7.6 Toetsingskader voor initiatieven Uit het vaststellen van de Omgevingsvisie vloeit voort dat Hilversum nieuwe initiatieven van inwoners, ondernemers en organisaties toetst aan de inhoud van de Omgevingsvisie en de wettelijke regels. Als initiatieven passen binnen de kaders, dan werkt Hilversum mee aan de uitvoering daarvan. Als dat niet zo is, kan de gemeente meedenken hoe initiatieven wel in het toekomstbeeld kunnen passen, of besluiten dat er geen plek voor is in Hilversum. Hilversum toetst initiatieven van ontwikkelaars en inwoners altijd al aan het vastgestelde beleid en regels uit het bestemmingsplan/Omgevingsplan: in welke mate draagt het initiatief bij aan doelen op het gebied van klimaat, landschap, energie, wonen, economie, mobiliteit, gezondheid etc.? Ook 51
De Omgevingsvisie is aanleiding om het huidige toetsingskader aan te scherpen. Dat doen we op vijf manieren: 1. We gebruiken het ‘model’ om verschillende situaties te verbeelden: de huidige situatie, een toekomstsituatie zonder maatregelen en een situatie met maatregelen. Paragraaf 6.5 geeft daar een mooi voorbeeld van: voor de Omgevingsvisie is daar de huidige situatie, de autonome ontwikkeling en het doelbereik van alle maatregelen gevisualiseerd. 2. We gebruiken de doelen en indicatoren uit hoofdstuk 6 om beoordelingen te objectiveren. We gebruiken het liefst ‘maatschappelijke indicatoren’. die de effecten van maatregelen beschrijven en liever niet ‘prestatie-indicatoren’, die enkel input en output weergeven. 3. We voegen een kwalitatieve toets toe over de samenhang van de verschillende doelen: waar versterken zij elkaar en waar botsen ze? 4. Na vaststelling van de gebiedsagenda’s toetsen we op: ‘past het initiatief in de gebiedsagenda?’ Totdat de gebiedsagenda’s er zijn, hanteren we de toetsvraag ‘past het initiatief binnen de Omgevingsvisie’? 5. Na vaststelling van de Omgevingsvisie werken we het toetsingskader verder uit. Het toetsingskader wordt onderdeel van een nieuwe brochure ‘Initiatieven in Hilversum’, waarin het proces en voorwaarden voor initiatiefnemers helder beschreven staan.
Het nut en de noodzaak van een toetsingskader voor het beoordelen van de kwaliteit van de participatie onderzoeken we verder in de startnotitie Participatiebeleid.
7.7 Monitoring Het model is ook de basis voor de Omgevingsmonitor, die we na vaststelling van de Omgevingsvisie opstellen. De Omgevingsmonitor is een instrument voor gemeenteraad, college en samenleving dat in beeld brengt: • of we er in de komende jaren in slagen de doelen voor 2040 dichterbij te brengen. Dit is de laatste stap uit de beleidscyclus; • of gedurende de looptijd van de Omgevingsvisie omstandigheden veranderen: (geo-)politiek, economisch en maatschappelijk. Beide punten kunnen aanleiding zijn om bij te sturen of te schakelen en zijn een goede basis voor de stadsgesprekken uit paragraaf 7.5. We bouwen de monitor binnen het ondersteunende deelprogramma ‘Transitie naar Datagedreven Sturing (2022-2025). De doelen en de indicatoren om de ontwikkeling te volgen, zijn in de laatste paragrafen van hoofdstukken 5 en 6 voor ruimtelijke kwaliteit, Duurzaam, Meedoen en Actief op een rij gezet. De monitor verschijnt elke twee jaar.
Hij is in eerste instantie kwantitatief van aard: maken we voldoende meters? Hoeveel woningen zijn er daadwerkelijk gebouwd? Hoe staat het met de werkloosheid en de cohesie in buurten? Daarnaast kijken we naar kwalitatieve aspecten: hoe tevreden bent u met het groen in uw buurt? Pakken we signalen uit de samenleving goed op? Gaan we de goede kant op? Trends en prognoses voor Hilversum komen uit de tweejaarlijkse trendstudie van Platform 31, die op Hilversums niveau vertaald wordt. Een eerste versie daarvan verscheen in 2022. In Deel C zijn deze voorstellen verder uitgewerkt.
52
deur’ de mogelijkheid openhouden om kosten publiekrechtelijk af te dwingen én regelen dat ontwikkelaars financieel bijdragen aan bovenwijkse voorzieningen en aan de instandhouding of verhoging van de ruimtelijke kwaliteit. Het publiekrechtelijk afdwingen van het kostenverhaal regelen we in ‘kostenverhaalregels’ in het Omgevingsplan of de Omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA’s). Daartoe stellen we eerst een nota kostenverhaal vast als (deel-)programma van de Omgevingsvisie: dit biedt de nodige juridische dekking (afdeling 13.7 Omgevingswet). De planning is dat Hilversum de nota kostenverhaal in 2024 vaststelt, na vaststelling van de Omgevingsvisie.
7.8 Kostenverhaal In deze Omgevingsvisie staan forse opgaven en transities. Het is onmogelijk om op voorhand te bepalen of deze 'betaalbaar’ zijn. Veel investeringen zijn immers ‘privaat’: inwoners die hun huis verduurzamen, corporaties die woningen vernieuwen en bouwen, onderwijsinstellingen die onderwijs aanbieden etc. Grote transities zoals de energietransitie zijn nauwelijks te ramen en sterk afhankelijk van regelgeving en financiering door andere overheden. Of van het werk-met-werk maken wanneer een ontwikkelaar gebieden of locaties (her)ontwikkelt. Uiteraard draagt de gemeente bij; via de programmabegroting, waarin de politiek keuzes maakt over de inzet van geld en capaciteit. Omdat private initiatieven nodig zijn om de doelen voor 2040 te halen, kan de gemeente niet alleen beperkingen opleggen. Het is in het algemeen belang dat initiatieven die passen binnen de Omgevingsvisie gefaciliteerd worden, dat wil zeggen dat er mogelijkheden zijn om tot haalbare ‘business cases’ te komen. Het algemeen belang vereist ook dat de gemeente aan kostenverhaal doet. We willen niet dat ontwikkelende partijen een hoge winst maken op een gebiedsontwikkeling en de kosten van nadelige gevolgen afwentelen op de samenleving of de omgeving. We willen wel dat ze bijdragen aan voorzieningen of investeringen die nodig zijn voor de stad en waar de gebiedsontwikkeling van profiteert.
Regulier kostenverhaal is onder de Omgevingswet een wettelijke plicht. Aanvullend krijgen gemeenten de bevoegdheid (geen plicht) om een aanvullende financiële bijdrage publiekrechtelijk af te dwingen, op voorwaarde van onderbouwing in de Omgevingsvisie of Omgevingsprogramma's. Inhoudelijk gezien komen onder de Omgevingswet meer kosten in beeld om te verhalen, zoals kosten voor klimaatadaptatie, energietransitie, maatschappelijke voorzieningen, nieuwe mobiliteitsconcepten en verbeteringen van het landschap, natuur, water of stikstofbalans.
7.9 Overige toepassingen
In Deel C werken we uit hoe we het kostenverhaal willen organiseren. We hebben daarbij een sterke voorkeur voor de privaatrechtelijke, vrijwillige route: via een anterieure overeenkomst voorafgaand aan een planologisch besluit het kostenverhaal regelen. Niettemin willen we als stok ‘achter de
Door vaststelling van bestemmingsplan ‘Stationsgebied 2022’ is het voorkeursrecht van de Koninginneweg reeds gecontinueerd. De vaststelling van de Omgevingsvisie heeft hiervoor geen gevolgen.
Voorkeursrecht gemeenten Een Omgevingsvisie kan het vestigen van voorkeursrechten onderbouwen. Onder de Wet ruimtelijke ordening kon dat o.a. ook met Structuurvisies. Gelijktijdig met het vaststellen van de Omgevingsvisie Hilversum 2040 wordt de Structuurvisie Hilversum 2030 ingetrokken. We hebben onderzocht of het vaststellen van de Omgevingsvisie onder intrekking van de gebiedsdekkende Structuurvisie Hilversum 2030 consequenties heeft voor de onderbouwing en continuering van gevestigde voorkeursrechten. De gemeenteraad heeft de afgelopen jaren voor drie gebieden voorkeursrecht gevestigd, namelijk voor: 1. De spoorzijde van de Koninginneweg (in het kader van de plannen voor het stationsgebied) 2. Arenapark 3. Entree Oost (Bruisend Hart)
Met betrekking tot het gevestigde voorkeursrecht op diverse gronden van het Arenapark is de vaststelling van de Omgevingsvisie het eerste ruimtelijke 53
besluit tot continuering van het voorkeursrecht. In de Omgevingsvisie is voldoende concreet aangegeven welke functies in de toekomst worden beoogd te verwezenlijken en waarvan voorzien wordt dat deze in het omgevingsplan toegedeeld zullen worden.
Grondbeleid De nota grondbeleid beschrijft hoe de gemeente omgaat met eigen grondposities en geeft aan of de gemeente een actieve of faciliterende rol inneemt. De nota grondbeleid van Hilversum gaat uit van situationeel grondbeleid en dat past naar ons oordeel goed bij deze Omgevingsvisie. We zien op voorhand geen noodzaak de nota Grondbeleid aan te passen, maar willen wel onderzoeken of er aanscherpingen zijn die leiden tot meer ruimtelijke regie.
Voor de oostzijde van het spoor heeft de gemeenteraad op 9 juni 2022 de structuurvisie ‘Bruisend Hart’ vastgesteld. Deze structuurvisie vormt de grondslag voor het continueren van het voorkeursrecht. Nu de structuurvisie ‘Bruisend Hart’ een niet grondgebied-dekkende structuurvisie betreft, houden we deze in stand en kwalificeren we deze op grond van de Omgevingswet als een ‘programma’ als onderdeel van de voorliggende Omgevingsvisie. De inhoud van de structuurvisie ‘Bruisend Hart’ is en blijft daarmee bepalend voor de uitvoering en uitwerking van dit gebied. Verwezen wordt naar de structuurvisie ‘Bruisend Hart’ voor het in dit gebied gedetailleerde beleid14.
7.10 Fasering en prioritering Uit de Omgevingsvisie komt veel voort: het inrichten van programma's, opstellen van gebiedsagenda's, de actualisatie van de participatieleidraad, het voeren van stadsgesprekken, datamonitoring, het opstellen van het Omgevingsplan, het werken met kostenverhaal, etc. Uiteraard kan niet alles tegelijk. Op hoofdlijnen zien we de volgende fasering voor ons.
14 De structuurvisie Bruisend Hart is hier te vinden.
54
Herstructurering: is een ruimtelijk-economisch begrip dat inhoudt dat bestaande gebouwen of terreinen worden aangepast aan een nieuwe vraag naar ruimte. Identiteit: de manier waarop mensen zich met plekken verbonden voelen. Illusielandschap: in de bossen en op de heide om Hilversum heen het gevoel te hebben je in een aaneengesloten landschap te bevinden. Indicator: een informatiebron, die een indruk geeft van een toestand, situatie of ontwikkeling. Integraal: alle aspecten worden in samenhang bekeken. In de Omgevingsvisie betekent dat, dat niet alleen gekeken wordt naar het fysieke domein, maar breed: dus ook naar het sociale en economische domein. Milieu Effect Rapport (MER): een rapport naast de Omgevingsvisie dat de verwachte milieueffecten en andere effecten van een plan in beeld brengt. Zo kan de overheid besluiten over het plan en daarbij alle mogelijke consequenties meewegen. Norm: een regel, waaraan je je geacht wordt te houden. Omgevingsvisie: dit document. De Omgevingsvisie schetst het toekomstbeeld voor Hilversum met als richtjaar 2040. Opgave: een maatschappelijk vraagstuk dat complex is, waarbij verschillende invalshoeken mogelijk zijn of verschillende doelen tegelijk behaald moeten worden. Participatieproces: de gesprekken met inwoners, ondernemers en organisaties in 2021 en 2022 over hoe Hilversum er in de toekomst uit moet zien.
Programma: werkt de doelen uit de Omgevingsvisie uit in maatregelen: hoe gaan we de doelen bereiken? Project: een tijdelijk organiseren van werkzaamheden, om een eenmalig resultaat te halen dat bijdraagt aan een of meer doelen. In Hilversum gebruiken we het woord ‘project’ vaak voor fysieke locatie- of gebiedsontwikkelingen. Sectoraal: er wordt naar één aspect gekeken. Bijvoorbeeld naar ‘verkeer’, ‘milieu’, ‘armoede’ of ‘gezondheid’. Dit noemen we ook wel thematisch. Structuurvisie: de voorloper van de Omgevingsvisie uit 2013, waarin de gemeente de hoofdlijnen van de ruimtelijke ordening voor de (middel)lange termijn heeft beschreven. Toetsingskader: het beleid waaraan nieuwe ontwikkelingen worden getoetst of ze passen in en bijdragen aan de doelen van de Omgevingsvisie.
Verklarende woordenlijst In de Omgevingsvisie staan veel abstracte begrippen, die soms erg op elkaar lijken. Het gebruik van abstracte begrippen is niet altijd te voorkomen. Daarom leggen we hier de belangrijkste uit. Agenda: in de context van de Omgevingsvisie bedoelen we met ‘agenda’ een set van uitvoeringsafspraken tussen de gemeente en (bijvoorbeeld) inwoners, ondernemers en organisaties. Beleid: een verzamelbegrip, dat de richting en de middelen die worden ingezet om doelen te bereiken binnen een bepaalde periode omvat. Het ‘beleid’ bevat vaak elementen van ‘visie’, ‘opgaven’ en ‘programma’s’ Campus: is een plaats waar ondernemingen, kennisinstellingen, andere organisaties en voorzieningen in elkaars nabijheid zijn, met als doel ontwikkeling, innovatie, onderwijs en onderzoek. Cluster: bestaat uit structuren of georganiseerde partijen (zoals grote en kleine ondernemingen, kennisinstellingen en andere organisaties) die tot doel hebben innovatieve activiteiten te stimuleren door het delen van faciliteiten en de uitwisseling van kennis en deskundigheid te bevorderen, en door daadwerkelijk bij te dragen aan technologieoverdracht, netwerken, informatieverspreiding en samenwerking. Denkrichting: het resultaat van het participatieproces, dat is samengevat in een aantal toekomstbeelden en dat de basis is voor deze Omgevingsvisie.
Doel: een wensbeeld, of een voornemen om een bepaalde situatie te realiseren. Gebiedsagenda: een uitwerking van de Omgevingsvisie of een toekomstbeeld voor het versterken, vernieuwen en ontwikkelen van een bepaald gebied. Een gebiedsagenda leidt tot uitvoeringsafspraken tussen gemeente, inwoners, ondernemers en/of organisaties. Een gebiedsagenda is integraal. Gebiedsgericht: waarbij het kijken naar een straat, buurt, wijk of groter gebied centraal staat. Gezondheid: Het welbevinden van mensen in brede zin, zowel fysiek, emotioneel en sociaal en breder dan de afwezigheid van ziekte. Het gaat over hoe mensen hun welzijn ervaren en de mate waarin ze veerkracht tonen en in staat zijn om zich aan te passen aan veranderende omstandigheden. 55
Transformatie: is een ruimtelijk-economisch begrip dat inhoudt dat bestaande functies in een gebied worden veranderd of nieuwe functies worden toegevoegd. Tuinstad: een in samenhang ontworpen stedenbouwkundige en architectonische vorm van een stad, die een gezonde, luchtige, mooie en afwisselende leefomgeving biedt waar het voor iedereen goed wonen en werken is, op een schaal waarbij het sociale leven wordt gestimuleerd. Visie: is afgeleid van het Latijnse ‘videre’, wat ‘zien’ of ‘kijken’ betekent. Een visie is dus een (jouw) kijk op de wereld. Het is vérder kijken, dus naar de lange termijn en wat er om je heen gebeurt. Voorziening: iets nuttigs waar je gebruik van kunt maken. Dit woord wordt in de praktijk verschillend gebruikt. In de Omgevingsvisie gaat het om nabijheid van openbare functies op een plek of in een gebouw (bibliotheek, kinderopvang, parkeerplaatsen, nutsvoorzieningen als transformatorhuisjes), activiteiten op zulke plekken (zorg en welzijn) en niet-locatiegebonden diensten, zoals uitkeringen en huishoudelijke hulp. Een voorziening kan een lokale, stedelijke of (boven-)regionale betekenis hebben.
56