Hilversum, Philipshof Beeldkwaliteitplan
Tekst van het document
STEDENBOUW EN LANDSCHAP - 31 -
E RFA FS C H EIDING EN In het Philipshof gaat veel zorg en aandacht uit naar erfafscheidingen. In themagebied 'wonen aan de bosrand' (deelgebied 1) zijn de bouwblokken alzijdig. Voor- en zijgevels zijn mee-ontworpen. De randen van de bouwblokken worden omzoomd door een voortuin die varieert in diepte. In deelgebied 2 worden de erfafscheidingen in het vervolgproces verder uitgewerkt. Aan de voorzijde is een mee-ontworpen bankje of pergola denkbaar. Aan de achterzijde zal een balans gezocht worden tussen de beoogde aansluiting op het landschap en voldoende privacy.
L EGEN DA Hoge, groene erfafscheiding (achterterrein) Lage, groene erafscheiding (voortuin) Mee-ontworpen afscheiding oprit Mee-ontworpen tuinmuur Mee-ontworpen erfafscheiding
Afscheiding parkeerhof meeontworpen met bebouwing
B E E L D K W A L I T E I T PA R A G R A A F - 32 -
B EELDK WA LI TEI TP L A N IN LEIDIN G
WON E N AA N, O P EN BOV EN HET V EL D
verschillende manieren en op verschillend schaalniveau:
In het beeldkwaliteitplan zijn de architectonische
De deelgebieden 2 en 3 hebben een sterke ruimtelijke
in de keuze voor materialisatie, kleurgebruik, massa
randvoorwaarden voor het stedenbouwkundig plan
relatie met elkaar. Ten noorden ligt de groene vinger van
van hoofdvolumes en daken en terugkerende details.
Philipshof vastgelegd. De randvoorwaarden betreffen
het Kamrad. De bebouwingsrichting van deelgebied 2
Overgangen openbaar-privé zijn met zorg vormgegeven.
onder andere sfeer, karakter, materiaal, detail, kleur,
en 3 reageert hierop door een gespiegelde compositie.
Daarnaast is veel aandacht geschonken aan de indeling en
grafiek en expressie van de gebouwen en hun omgeving
De bebouwingshoogte van de woningen aan het veld
de beeldkwaliteit van het openbaar gebied als verbindende
en beogen de doelstelling betreffende kwaliteit en
is laag, in aansluiting op de omgeving. De bouwblokken
ruimte tussen de gebouwen en als aansluiting op het
identiteit van het gebied te beschrijven.
boven en op het veld zijn hoger en liggen iets opgetild
omringende landschap.
van het maaiveld. Het terrein van de brandweerkazerne Het beeldkwaliteitplan dient als sturend document tijdens
en de Anton Philipsweg begrenzen de zuidwestkant. Aan
In het inrichtingsplan zal het openbaar gebied verder
uitwerking van het plan alsmede als toetsingskader bij
de oostkant grenzen deelgebied 2 en 3 aan de groene
ontworpen worden. Ook zal dan een voorstel voor
de beoordeling daarvan. Dit beeldkwaliteitplan wordt
parkzone en door het gebied heen loopt de zichtas vanaf
materialisatie van onder andere de verhardingen,
door de gemeenteraad vastgesteld als vervanging van
de Lorentzvijver.
verlichting, straatmeubilair, speelobjecten en het beplantingssortiment worden gedaan, afgestemd op de
de gebiedscriteria. Daar waar dit BKP geen uitspraken doet, blijven de algemene en objectcriteria en overige
WON E N AA N D E BO S RA ND
architectuur en de wensen voor het openbaar gebied
bepalingen gelden vanuit de welstandsnota (2022).
De zichtlijn vanaf de Lortentzvijver loopt door tot aan de
vanuit beeld en beheer.
bosrand van de Zuiderheide. Samen met de parkzone
HET PHI LI PSHOF
vormt verbindt ze deelgebied 3,2 en 1. met elkaar en met
In het Philipshof zijn verschillende deelgebieden te
de omgeving Deelgebied 1 kan worden gezien als de poort
herkennen. Deze volgen vanuit de stedenbouwkundige
aan de stadsrand: aan de buitenrand begint het Goois
en landschappelijke visie. Twee ruimtelijke assen zijn
Natuurreservaat. De bebouwing aan de bosrand is laag, de
drager van het plan en zorgen voor verbinding met de
bouwblokken zijn alzijdig en gesloten. De meest zuidelijke
omgeving op landschapsniveau: een as oost-west in het
bebouwing vindt aansluiting bij de woonwijk Anna's Hoeve.
verlengde van de Lorentzvijver en een as noord-zuid
Aan randen en op hoeken is extra aandacht geschonken
als voortzetting van de parkstrook langs de Anthony
aan een vanzelfsprekende overgang en toegang van en
Fokkerweg. Het plangebied wordt daarmee grofweg
naar de bestaande omgeving.
ingedeeld in deelgebieden met een eigen karakter en woningtypologieën, passend in de omgeving. Deze
Deze beeldkwaliteitparagraaf beschrijft de identiteit van de
beeldkwaliteitparagraaf beschrijft de verhoudingen binnen
verschillende themagebieden, de onderlinge samenhang
het plan en van het plan in relatie tot de omgeving.
en de relatie van het plan tot de omgeving. Philipshof is niet uitgewerkt in een enkelvormige vertaling van een concept. Het plan kenmerkt zich juist door samenhang op
B E E L D K W A L I T E I T PA R A G R A A F - 33 -
R E LATIE VA N H ET P LAN ME T D E OM GE VING Philipshof is een ontwikkeling met een subtiele eigen identiteit. Het plan is met aandacht voor relatie met de
P HIL I PS H O F
omgeving ontworpen. Een aantal beeldkwaliteitkenmerken reageert op die omgeving. Soms zijn stijlkenmerken - al dan niet in een eigen vertaling - overgenomen. Andere kenmerken zijn specifiek gekozen voor deze ontwikkeling. In deze paragraaf wordt de relatie van deelgebieden binnen het plan en de relatie van het plan met haar omgeving aan de hand van thema's beschreven.
M ATER I AAL EN KLEUR Voorgestelde materialen en kleuren voor Philipshof zijn in harmonie met kleuren in de omgeving. Er is gekozen voor een basis in baksteen en een licht kleurenpalet in de gevels, met het doel om de beleving van de bebouwing en het landschap waar de bebouwing in staat te versterken. Door de bebouwing een ingetogen expressie mee te geven komt het landschap op de voorgrond te staan. Met dit landschap als drager, zullen verschillen in woningtypes het rustige karakter niet verstoren.
U I TGANGSPUNTEN VO OR H E T G E H E LE P LAN ■ Gevels zijn net als in de omgeving in basis uitgevoerd in baksteen, afgewisseld met siermetselwerk en houten accenten; ■ Een "bandbreedte" binnen het kleurenpalet biedt ruimte voor bescheiden variatie binnen het plan en aansluiting aan de randen; ■ Materialen en kleuren hebben een ingetogen karakter en zijn per rij of cluster in samenhang; ■ Hellende daken zijn voorzien van donkergrijze (gesmoorde) keramische pannen.
B E E L D K W A L I T E I T PA R A G R A A F - 34 -
K LEUR ENPALET GEVELS OMG E VIN G
VOORGE STEL D KL EU RENPA L ET GEV EL S
PHI LI PSHOF
P H ILIP S H O F
NIEU W PA L ET GEV EL S
VOORGE STEL D E KL EU R DA KEN P HIL IP S HO F
Voorbeeld van een dak met gesmoorde pannen
K LEUR ENPALET DAKEN OMGE VIN G PHI LI PSHOF
KLE U RE N PA L ET D ETA IL S P HIL IP S HO F Kozijnen en deuren zijn bij voorkeur en indien mogelijk uitgevoerd in hout. Kleuren kunnen variëren maar zijn goed onderbouwd en ondersteunend aan het architectuurbeeld.
NIEU W PA L ET DA KEN
B E E L D K W A L I T E I T PA R A G R A A F - 35 -
B O UW HOOGTES & KAP P E N LAN DS CH AP
Dit is een voorbeeldverkaveling; exacte details, kapvorm, setbacks, balkons et cetera zijn nog niet toegevoegd.
In het Philipshof is een variatie in bouwhoogtes en kappen te vinden, net als in de omgeving. De bouwvolumes in deelgebied 2 en 3 hebben een moderne en kubistische
P HIL I PS H O F
basismassa met plat dak en vormen zo een ensemble. De
Combinatie van
rijwoningen zijn opgebouwd uit 3 bouwlagen en refereren
volumes met
in bouwhoogte en opbouw naar het noordelijk gelegen
platte daken
kamrad. Naar het zuiden toe wordt de bebouwing hoger,
en kappen,
in de vorm van meer stedelijke blokken: de hoogte van de
samenhang
appartementengebouwen varieert van 4 tot 5 lagen. Door
binnen de
een halfverdiepte parkeergarage onder de gebouwen
afzonderlijke
staan deze volumes iets 'opgetild' van het maaiveld. De
ensembles.
Langskappen
bovenste laag van de blokken op het veld krijgt een setback, waardoor de beleving op maaiveldniveau lichter is en de ervaring van het bouwblok minder massief. In deelgebied 1 wisselen kappen en platte daken elkaar af. Zo wordt een speelse diversiteit gecreëerd met accenten op hoeken of plekken met een stedenbouwkundige aanleiding. De woningen aan de zuidzijde van deelgebied 1 worden uitgevoerd met kap, in aansluiting op de tegenovergelegen bebouwing van Anna's Hoeve.
U I TGANGSPUNTEN VO OR H E T G E H E LE P LAN ■ Bouwmassa's zijn - zoals ook in de omgeving gedifferentieerd en gevarieerd: onder meer in type, hoogte en kapvorm;
Combinatie van langs-
Plat Langskappen met haakse
Plat
en dwarskappen
Langskappen
richting als accent op de hoek
■ Kappen en platte daken wisselen elkaar af. Een afwijkende kapvorm kan worden ingezet als accent; ■ Binnen de afzonderlijke ensembles is sprake van samenhang; ■ Setbacks op de bovenste laag van woongebouwen zorgen voor een weidser beleving op maaiveld.
B E E L D K W A L I T E I T PA R A G R A A F - 36 -
Plat
M ASSA & LI GGI NG
Dit is een voorbeeldverkaveling; exacte details, kapvorm, setbacks, balkons et cetera zijn nog niet toegevoegd.
Binnen de ontwikkeling van Philipshof zijn ensembles in de bouwvolumes te herkennen. De opbouw van het plan in ensembles past bij de omgeving, waarin dit ook gebeurt.
P HIL IP S HO F
P HIL IP SH O F
De ensembles hangen sterk samen met onderliggende
Bebouwing in deelgebied
Bebouwing in
stedenbouwkundige en landschappelijke structuur.
2/3 reageert op de
deelgebied 1 sluit
bebouwing ten noorden
aan op de schaal
van het Philliphof.
van Anna's Hoeve.
De onderliggende
Onderliggende
stedenbouwkundige
stedenbouwkundi-
structuur leidt tot ensembles.
ge structuur leidt tot
U I TGANGSPUNTEN VO OR H E T G E H E LE P LAN ■ Bouwblokken en gebouwclusters gaan een ruimtelijke relatie aan met eerder beschreven onderliggende stedenbouwkundige en landschappelijke structuur;
gesloten bouwblok-
■ Bouwmassa's vormen samen herkenbare ensembles of clusters;
ken.
■ Bebouwing in deelgebied 2 en 3 reageert wat betreft positie en relatie tot het landschap op de bouwvolumes in het noordelijk gelegen kamrad; ■ De bouwvolumes in deelgebied 2 en 3 worden opgedeeld in ensembles door de centrale ruimtelijke as in oost-west richting; ■ De verspringende positie van bouwblokken ten opzichte van elkaar in deelgebied 2 en 3 zorgt voor 'lucht in het plan' en afwisselende zichtlijnen; ■ De gesloten bouwblokken in deelgebied 1 ontstaan in reactie op de twee ruimtelijke assen in het plan; ■ Vooral in deelgebied 1 is sprake van een karakteristieke morfologie, bestaande uit volumecombinaties; ■ Doorzichten zijn geborgd door hoofdvolumes en bijgebouwen of technische gebouwen onderdeel te laten zijn van de compositie zoals ook elders in de omgeving; ■ Bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume;
B E E L D K W A L I T E I T PA R A G R A A F - 37 -
2257 stijl-citaten (Dudok
)
S P EL VA N V LA K K EN EN LI JN EN
A R C HI TEC TUUR Ingetogen basisarchitectuur met zorgvuldig ontworpen 2257 stijl-citaten (Dudok) onderdelen. De identiteit van Philipshof is te beschrijven aan de hand van een aantal stijlkenmerken. Vaak sluiten deze aan bij stijlkenmerken uit de omgeving, of zijn (Dudok)van Dudok, zoals een ze afgeleid2257 vanstijl-citaten stijlkenmerken Horizontale gevelgeleding, Lorentzweg
Spel van horizontale en verticale lijnen, A. Fokkerweg
Balkons in materiaal van de gevel (Dudok)
Doduk, balkons in mate
GEBOUWON DERDELEN ALS AC C EN T
riaal van gevel
volumes. In Philipshof krijgen ze een eigentijdse invulling.
Doduk, trappenhuis herk enbaar door raa
U I TGANGSPUNTEN VO OR H E T G E H E LE P LAN ■ Een zichtbaar spel van vlakken en lijnen creert een Doduk, balkons in materiaal van gevel samenhangend beeld met de omgeving; ■ De architectonische uitwerking en detaillering zijn ingetogen en zorgvuldig en in lijn met de rij of het cluster; Doduk, balkons in materiaal van gevel
■ Er is veel aandacht voor de uitwerking van afzonderlijke gebouwonderdelen;
Doduk, trappenhuis herkenbaar door raamontwerp
Trappenhuis met grote raampartij (Dudok)
Kap overkraagt de onderbouw, Lorentzweg
Entree met zorg vormgegeven
Dudok, entree met dubb
ele hoge nis
Doduk, trappenhuis herkenbaar door raamontwerp
■ Gevels zijn zorgvuldig gedetailleerd met aandacht voor een expressief verband en voegwerk; 2257 stijl-citaten (Dudok)
■ Ter plaatse van gevelopeningen, dakranden en hoeken worden subtiele verbijzonderingen toegepast;
Metselwerkdetail rondom raamkozijnen Dudok, entree met dubbele hoge nis
Zorgvuldig metselwerk en kleurgebruik (Dudok) Dudok, zorgvuldig metselwerl en kleurgebruik
VOLUMES EN DAKEN
■ Er is afwisseling van kapvormen, platte daken en
Doduk, kap overkraagt onderbouw ■ De kleuren van de kozijnen en deuren zijn ondersteunend aan het architectuurbeeld;
Dudok, zorgvuldig metselwerl en kleurgebruik
Samengestelde kapvormen (Dudok)
Setback appartementengebouw
Combinatie van volumes, Lorentzweg
Groeperen van raamkozijnen, omgeving
Kleine erkers aan de gevel
RAAMPARTIJEN E N GEVELOPE NINGE N
■ Er is aandacht voor herhaling en symmetrie binnen het hoofdvolume;
Doduk, samengestelde kapvormen
■ Overgangen openbaar-privé worden overal zorgvuldig en met oog voor detail vormgegeven; Ritmiek in de gevel
Dudok, groeperen van raamkozijnen
B E E L D K W A L I T E I T PA R A G R A A F
Dudok, metselwerkdetail rondom raamkozijnen
Dudok, zorgvuldig mets
Metselwerkdetail rondom raamkozijnen, Lorentzweg
■ Detaillering en ornamenten worden ingezet met als doel de architectonische compositie te versterken; Dudok, entree met dubbele hoge nis setbacks, met accenten op de kop van het (bouw)blok;
MATERIAAL EN DETAIL
afgewogen horizontale en verticale compositie van
- 38 -
elwerl en kleurgebru
e ag ar rg t ee diep rk pa lfver ha
15 PP 15 PP 15 PP P
P
P
P
parkeergarage halfverdiept
P
P
18 PP
e ag ar rg t ee diep rk pa lfver ha
P
P
e ag ar rg t ee diep rk pa lfver ha
e ag ar rg t ee diep rk pa lfver ha
PP
20 PP
DOORKIJK NAAR DE ZUIDERHEIDE MET OP LINKS HET KAMRAD (DEN OOL)
e ag ar rg t ee diep rk pa lfver ha
15 PP 15 PP 15 PP P
P
P
P
parkeergarage halfverdiept
PP
18 PP
e ag ar rg t ee diep rk pa lfver ha
P
P
e ag ar rg t ee diep rk pa lfver ha
e ag ar rg t ee diep rk pa lfver ha
PP
20 PP
DOORKIJK NAAR DE UIDERHEIDE GEKEKEN VANUIT HET PLANGEBIED
B E E L D K W A L I T E I T PA R A G R A A F - 39 -
e ag ar rg t ee diep rk pa lfver ha
15 PP 15 PP 15 PP P
P
P
P
parkeergarage halfverdiept
P
P
18 PP
e ag ar rg t ee diep rk pa lfver ha
P
P
e ag ar rg t ee diep rk pa lfver ha
e ag ar rg t ee diep rk pa lfver ha
PP
20 PP
ZICHT DOOR HET PLANGEBIED, ALS VERLENGDE VAN DE LORENTZWEG
e ag ar rg t ee diep rk pa lfver ha
15 PP 15 PP 15 PP P
P
P
P
parkeergarage halfverdiept
PP
18 PP
e ag ar rg t ee diep rk pa lfver ha
P
P
e ag ar rg t ee diep rk pa lfver ha
e ag ar rg t ee diep rk pa lfver ha
PP
20 PP
DOORKIJK DOOR HET GEBIED MET ALS ALS VERLENGDE DE LORENTZWEG
B E E L D K W A L I T E I T PA R A G R A A F - 40 -
e ag ar rg t ee diep rk pa lfver ha
15 PP 15 PP 15 PP P
P
P
P
parkeergarage halfverdiept
P
P
18 PP
e ag ar rg t ee diep rk pa lfver ha
P
P
e ag ar rg t ee diep rk pa lfver ha
e ag ar rg t ee diep rk pa lfver ha
PP
20 PP
ZICHT VANAF DE ANTON PHILIPSWEG RICHTING HET WESTEN
e ag ar rg t ee diep rk pa lfver ha
15 PP 15 PP 15 PP P
P
P
P
parkeergarage halfverdiept
PP
18 PP
e ag ar rg t ee diep rk pa lfver ha
P
P
e ag ar rg t ee diep rk pa lfver ha
e ag ar rg t ee diep rk pa lfver ha
PP
20 PP
ZICHT DOOR MIDDENGEBIED MET OP DE VOORGROND HET VERLENGDE VAN GROENE AS
B E E L D K W A L I T E I T PA R A G R A A F - 41 -
P
P
P
P
P P
e ag ar rg t ee diep rk pa lfver ha
20 PP
e ag ar rg t ee diep rk pa lfver ha
P
P
PP
e ag ar rg t ee diep rk pa lfver ha
e ag ar rg t ee diep rk pa lfver ha
PP e ag ar rg t ee diep rk pa lfver ha
20 PP
e ag ar rg t ee diep rk pa lfver ha
P
P
- 42 -
PP e ag ar rg t ee diep rk pa lfver ha
B E E L D K W A L I T E I T PA R A G R A A F
e ag ar rg t ee diep rk pa lfver ha
15 PP
15 PP
15 PP
parkeergarage halfverdiept
18 PP
P
P
ZICHT VANUIT HET BOS
15 PP
15 PP
15 PP
parkeergarage halfverdiept
18 PP
P
P
GROENE AS MET IN DE VERTE DE ANTHONY FOKKERWEG
R E LATIE TUS S EN LA N DSCHAP E N GE BOUW
OP H E T VE L D EN BOV EN HET V EL D
A A N HET V EL D
De relatie tussen gebouw en landschap vormt een
■ Woongebouwen staan als autonome volumes met grillige randen in een groen landschap. Het tussenliggend maaiveld is openbaar toegankelijk en ligt glooiend rond de voet van de gebouwen;
■ Rijtjes geschakelde woningen zijn vormgegeven als bouwblokken met grillige randen als onderdeel van een groen landschap. Bergingen staan geclusterd in het verlengde van het bouwvolume, binnen de rooilijn;
belangrijke basis voor de voorstellen die gedaan worden in deze beeldkwaliteitparagraaf.
A AN DE B OSR AND ■ Het openbaar gebied wordt ingericht als woonerf (15 km/u) met een smal verhardingsprofiel, maximaal groen. De nadruk ligt op verblijfskwaliteit: ruimte om te spelen, te bewegen, elkaar te ontmoeten; ■ Er wordt een zachte overgang gecreëerd van bebouwd gebied naar Zuiderheide door keuzes in de vormgeving van het straatprofiel en aangrenzende bebouwing: ■ De as van de straat “slingert” in het profiel, met een ontspannen inrichting en ruimte voor groene invulling aan weerszijden als resultaat. Het bos vormt hier de voortuin; ■ Woningen staan op de erfgrens of springen terug in de rooilijn. In combinatie met setbacks op de bovenste niveaus en bijvoorbeeld kleine erkers op begane grond-niveau, ontstaat dynamiek; ■ Aan de binnenzijde van het themagebied staat de bebouwing iets verder van de erfgrens. Zo ontstaan kleine voortuinen die bijdragen aan een groene, vriendelijke en veilige buitenruimte.
■ Hoofdentrees sluiten aan op maaiveldniveau van de straat; ■ Halfverdiepte parkeervoorzieningen onder de gebouwen worden ingepakt door een glooiend maaiveld dat varieert in steilte; ■ Entrees naar parkeergarages zijn subtiel vormgegeven en ingepast in het landschap; ■ Hellingbanen naar fietsenstallingen zijn vormgegeven als onderdeel van het landschap; ■ Heestervakken en enkele kleine of middelgrote bomen zorgen voor een vloeiende overgang op het omringend landschap; ■ Tussenliggende parkeerkoffers worden ingepast als onderdeel van het landschap: met open verharding, ruimte voor enkele (bestaande) bomen, glooiend maaiveld rondom;
■ De overgang privé - openbaar aan de achterzijde: ■ Afbakening van privaat terrein door middel van een mee ontworpen erfafscheiding; ■ In het openbaar gebied liggen heestervakken met kleine bomen die de tuinen "inpakken". Ze zorgen voor inpassing in het landschap, een robuust groen aanzicht van buitenaf en privacy voor bewoners; ■ De overgang privé - openbaar aan de voorzijde: ■ Voortuinen grenzen aan een informeel vormgegeven woonerf (15 km/u) met parkeergelegenheid, groen ingekleed. De nadruk ligt op verblijfskwaliteit: ruimte om te spelen, te bewegen, elkaar te ontmoeten "voor de deur"; ■ Een openbare groenstrook scheidt de kavel van verharding op het woonerf;
■ De daktuin tussen blok 3.4 en 3.5 is vormgegeven als collectieve, private binnenplaats voor bewoners. De invulling is zo groen mogelijk, passend in de context;
■ Gebied in eigendom van RPG en gebied in eigendom van gemeente zijn beide openbaar toegankelijk. De grens wordt gemarkeerd door bijvoorbeeld heestervakken. Hekwerken worden voorkomen;
■ De vormgeving van architectuur is onderdeel van de groene inpassing.
■ De vormgeving van architectuur is onderdeel van de groene inpassing.
Relatie landschap - gebouw. De groene aankleding van gebouwen is indicatief; de mogelijkheden worden in vervolg onderzocht.
B E E L D K W A L I T E I T PA R A G R A A F - 43 -
N ATU URIN CLU S IEF BOUWE N
de aanbevolen ecopunten verplicht in/aan het gebouw
Philipshof zien wij, naast eerder genoemde verplichte
Gemeente Hilversum heeft een leidraad opgesteld ten
gerealiseerd worden. Dit komt neer op 2.182 ecopunten. Er
voorzieningen, de volgende maatregelen voor ons:
behoeve van natuurinclusief bouwen bij nieuwbouw.
zijn ook een aantal verplichte voorzieningen:
■ Huismuskasten in de gevel;
Onderdeel van de leidraad is een ecopuntensysteem,
■ Kraamverblijf laatvlieger (hoogbouw)
■ Gierzwaluwkasten in de gevel;
dat helpt bij de keuze in fauna- en groenvoorzieningen in een nieuwbouwproject. Voor een project groter dan 1.500m is het handvat voor ecopunten: 75 punten, plus 10 3
punten voor elke 250m3. Philipshof omvat 260 woningen met een totaal bouwvolume van ongeveer 107.200m3. Dit betekent dat er voor dit plan ongeveer 4.363 ecopunten moeten worden gerealiseerd. De beleidsadviseur Natuur, Landschap en Ecologie bij de gemeente Hilversum heeft een advies opgesteld voor natuurinclusief bouwen in Philipshof. Er is afstemming op hoofdlijnen geweest met betrekking tot de oplossingsrichtingen die in dit document worden aangedragen. Het plangebied bevindt zich in deelgebied “Buitenrand Noord en Oost”. De ecologische bijzonderheden in dit stadslandschap zijn de hoge dichtheid aan huismussen, de schrale, droge graslanden in het Kamrad en als doelsoort de vlinder Het Groentje die hier is waargenomen. Om de biodiversiteit te stimuleren zijn er 3 ecologische kansen benoemd in dit gebied: ■ Het ontwikkelen van kruidenrijke schrale graslanden en heide met open zand;
■ Kraamverblijf gewone grootoorvleermuis (laagbouw) Bovenstaande verplichte voorzieningen zijn in het hele plangebied gerealiseerd. Daarnaast is in de grotere appartementengebouwen en de rijwoningen het maximaal aantal punten voorzien. Bij de kleinere geschakelde woningen is een lagere hoeveelheid punten
M A ATREGEL EN 'GRO ENE EC O P U NTEN' Op basis van het landschappelijk en stedenbouwkundig concept, waarin veel aandacht is voor een groene inrichting van het maaiveld en aansluiting bij aangrenzende typen natuur:
ingecaluculeerd, in lijn met wat passend en haalbaar wordt
■ Aanplant inheemse bomen (min. 6 cm stamomtrek);
geacht voor dit plan. Een toegankelijke spouw wordt gerealiseerd in grofweg de bovenste strook metselwerk bij
■ Behoud van inheemse bomen (min. 50 cm. stamomtrek);
de dakranden, tot ca. 1 m. onder de dakrand.
■ Aanplant inheemse struik (t/m 80 cm. hoog); ■ Inzaaien inheems kruidenrijk grasland;
In de tabel op de volgende pagina is een overzicht gegeven van een globale telling voor zo ver die is in te schatten op dit moment in het planproces. De oplossingen passen bij de opzet en de ambities in het plan voor
■ Plaatsen van takkenrillen ■ Toepassen van ecodaken (mogelijkheden onder andere afhankelijk van de aanwezigheid van zonnepanelen);
Philipshof. De haalbaarheid en wenselijkheid van de verschillende ingrepen moet op een later moment verder worden onderzocht. Met de gemeentelijk adviseur is afgesproken op een later moment een maatwerk-oplossing verder uit te werken.
■ Het verbinden van het Kamrad met de oostelijke heidegebieden;
MOG E LIJK E INV U L L ING NATU U RINC LU S IEV E
■ Verbetering van het leefgebied voor de vleermuissoort Laatvlieger.
Op basis van genoemde doelsoorten en aandachtspunten
Volgens de leidraad moet in dit deelgebied 50% van
M O GEL IJ KE INV U L L ING NATU U RINC LU S I E V E
MAAT RE GEL EN 'GEBO U W EN' uit de leidraad en als beschreven door de gemeentelijk adviseur, en in aansluiting op de opzet en beeldkwaliteit die op dit moment voor ogen is voor de gebouwen in het Een voorbeeld van een kraamverblijf in de gevel.
B E E L D K W A L I T E I T PA R A G R A A F - 44 -
WO N EN A A N DE BOS R AND
Dit is een voorbeeldverkaveling; exacte details, kapvorm, setbacks, balkons et cetera zijn nog niet in definitieve vorm toegevoegd.
Dit deelgebied ligt in het oosten van het Philipshof. Het is aan de oost-, west- en noordkant omgeven door groen en grenst aan de zuidzijde aan de laagbouw van Anna’s Hoeve. Hierbinnen vormt het een besloten en dichtbebouwd gebied met vrijstaande en twee-onder-eenkap-woningen. De woningen liggen aan smalle, groene straatjes die reageren op het naastgelegen bos, waar de auto niet de overhand heeft. De bebouwing in dit gebied heeft de vorm van alzijdige sculpturale blokken die doet denken aan een vorm van close-housing. De woningen hebben een meerzijdige oriëntatie met rondom een tuin aan het openbaar gebied en mee ontworpen erfafscheidingen. De 2-kappers en vrijstaande woning vormen één gesloten bouwblok (“aus einem guss”) middels een gebouwde koppeling van de bouwmassa’s in de vorm van geschakelde pergola’s,
L EG E N DA
veranda’s, erkers of andere architectonische middelen.
Wonen aan de bosrand Wonen aan het park
Spel van vlakken en lijnen - kubistisch
Spel van vlakken en lijnen met kap
Setbacks versterken het spel van vlakken en lijnen
B E E L D K WA L I T E I T B E B O U W D E R U I M T E - 45 -
WO N EN A A N DE BOS R AND M ASSA & LI GGI NG De volumes binnen dit deelgebied zijn onderdeel van één
EI SEN
familie, maar variëren door verschillende dakrichtingen en
■ Bebouwingstype bestaan uit tweekappers en
-vormen, door detail- en tintverschillen, door het toevoegen
vrijstaande woningen, het geheel is “aus einem
van objecten zoals bijvoorbeeld uit- en aanbouwen,
Geen blinde gevels richting
dakkapellen, of schoorstenen. Zo ontstaat diversiteit
de straat.
binnen een samenhang. Alle woningen liggen met hun
Woningen aan de randen: hoofdvolume op de erfgrens of 0,4 tot 0,5 m. terugspringend in rooilijn
achtertuinen tegen elkaar aan, en hebben een voorzijde aan het openbaar gebied. Het individuele volume is altijd afleesbaar binnen een totaal-volume, door segmentering, plasticiteit en/of detaillering. Aan de 'buitenrand' van het gebied valt het maximale bouwvlak gelijk aan het bouwveld. De hoofdmassa
Woningen in het middengebied:
De hoofdmassa van een woning is
hoofdvolume 1,5 m. tot 1,6m. van
maximaal aan één zijde verbonden met
de erfgrens
de hoofdmassa van de buurkavel.
staat hier in de basis dus op de grens openbaar-privé. Aansluitend op de grillige randen van het plangebied aan de bos- en parkzijde (west en oost) zijn er subtiele en divers beeld op maaiveldniveau, en voorkomt
15 PP 15 PP
eentonigheid. Bovendien ontstaat ruimte om een erker te
15 PP
parkeergarage halfverdiept
PP
privé of maximaal 0,5 meter terug van de grens e ag ar rg pt ee ie rk rd pa lfve ha
PP
20 PP
buitenrand
■ Een verspringing in de rooilijn moet minimaal 0,4m
e ag ar rg pt ee ie rk rd pa lfve ha
natuurlijke overgang tussen woonwijk en bosrand.
openbaar-privé;
P
P
e ag ar rg pt ee ie rk rd pa lfve ha
plaatsing van bomen in het straatprofiel. Zo ontstaat een
van het deelgebied staan op de grens openbaar-
18 PP
architectuur. De verspringingen passen bij/versterken de gebied: met licht slingerende straten en een wisselende
■ De gevels van bebouwing aan de buitenranden
binnengebied
erker is, wordt een lage plantbak mee ontworpen in de beoogde zachte en groene overgang aan de rand van het
■ De bebouwing op de hoeken van een bouwblok hebben geen blinde gevels en een tweezijdige oriëntatie;
P
P
P
Daar waar de gevel terugstaat van de erfgrens en er geen
■ De bouwhoogte is 2 lagen met kap, 3 lagen met plat dak en dakterras of een combinatie hiervan. Specieke eisen voor woningen aan de parkrand en de Anton Philipsweg op volgende pagina's;
P
realiseren met een gelijke diepte als de terugspringing.
■ De hoofdmassa is maximaal aan één zijde verbonden met de hoofdmassa op de buurkavel, en kan aan de andere zijde enkel middels een berging of aanbouw van één laag verbonden zijn met een andere buurkavel;
■ De meerzijdige oriëntatie wordt kracht bijgezet door bijvoorbeeld een entree om de hoek, een erker, één of meerdere ramen of een verbijzondering in detaillering;
e ag ar rg pt ee ie rk rd pa lfve ha
verspringingen in de rooilijn. Dit zorgt voor een speels
guss”;
zijn en mag maximaal 0,5m zijn; ■ Aan de buitenrand staat tenminste 20% van de gevels op de erfgrens; ■ Aan de buitenrand staat tenminste 40% van de
Anton Philipsweg
gevels minimaal 0,4m terug van de erfgrens; ■ De gevels van bebouwing aan het binnengebied staan minimaal 1,50m en maximaal 1,60m van de grens openbaar-privé, waardoor een voortuin ontstaat.
B E E L D K WA L I T E I T B E B O U W D E R U I M T E - 46 -
WO N EN A A N DE BOS R AND A R C HI TEC TUUR De architectonische stijl kenmerkt zich door het gebruik
EI SEN
van zowel kappen als platte daken, baksteen met
■ Gesloten bouwblokken worden 'bijeengehouden' met architectonische middelen; de plintlaag is hierin het belangrijkst;
houten details en architectonische objecten zoals erkers, opgemetselde kappen, overstekken, schoorstenen en dakkapellen. De bebouwing vormt een familie door
Eerste laag houdt bouwblokken
Bouwmassa's op de hoeken
hun vergelijkbare vormgeving in materiaalgebruik en
bijeen
van het bouwblok overhoeks
architectonische elementen. Ook de bebouwing is aan
ontworpen, geen bergingen
elkaar verbonden ofwel direct (twee onder één kap) ,ofwer door de pergola over de oprit. Binnen deze samenhang bestaat er ruimte voor variaties om de woningen een individualiteit te geven. De variaties ontstaan door verschillende dakrichtingen en dakvormen, door detail-
Bergingen en aanbouwen
Erkers max. 0,5m. diep
worden (overhoeks)
en tintverschillen, door het toevoegen van objecten
mee-ontworpen met het
zoals bijvoorbeeld uit- en aanbouwen, dakkapellen,
hoofdvolume.
schoorstenen, enzovoorts en komen voort uit een reactie
■ Bergingen en aanbouwen worden meeontworpen met het hoofdvolume, in dezelfde architectonische taal en materialisatie; ■ Kleur en materialisatie volgt het palet van het gehele plan (baksteen met houten details, zandkleurig variërend van beige tot bruin) ■ Aangebouwde erkers zijn maximaal 0,5m diep en vallen binnen de kavel. Erkers mogen op de erfgrens mits het hoofdvolume 50cm terug staat; ■ Daar waar het hoofdvolume niet op de erfgrens staat en er ook geen erker is, wordt een mee-
op hun positie in het stedenbouwkundige geheel.
ontworpen plantbak gemaakt die de lijn van de erfgrens volgt.
De volumes hebben een beëindiging in de vorm van ofwel
■ Voorbeelden van detaillering zijn het
een kap of een derde verdieping met plat dak en dakterras. Deze vormen kunnen ook samengesteld zijn, maar zijn
verbijzonderen van het metselwerk van een
altijd zorgvuldig mee-ontworpen. De woningen die met
dichte gevel of entree, het verbijzonderen van
een zijkant aan de openbare ruimte grenzen dienen aan
de nok, en een onderbreking in de gevel om de
die zijde een kwalitatieve uitstraling te hebben. Daarnaast
individualiteit van de woning zichtbaar te maken;
is de vormgeving en materialisatie van de erfafscheiding
■ Ornamenten of bijzondere detaillering worden
tussen de kavel en de openbare ruimte een integraal
toegepast op meerdere volumes, zodat een
onderdeel van de ontwerpopgave. Bijzondere aandacht
samenhang in het gebied ontstaat;
dient gegeven te worden aan de erfafscheidingen van de
■ Ornamenten worden op een subtiele manier
achtertuinen waar deze grenzen aan openbaar gebied.
ingezet, passend in de vormgeving van het
De erfafscheiding is een zorgvuldig vormgegeven
geheel zonder de compositie te overstijgen.
overgang tussen privé en openbaar; ontworpen passend bij het karakter van de woningen zodat privacy wordt gewaarborgd, verrommeling wordt voorkomen en het ontwerp van de openbare ruimte wordt ondersteund.
Gesloten bouwblokken worden 'bijeengehouden' met architectonische middelen
B E E L D K WA L I T E I T B E B O U W D E R U I M T E - 47 -
WO N EN A A N DE BOS R AND OVER GANG PR I VÉ – C OLLE CT IE F/OP E N BAAR Overgangen tussen openbaar en privé worden verschillend
EI SEN
vormgegeven. Daarbij valt onderscheid te maken tussen
■ De bebouwing heeft ofwel geen voortuinen (buitenrand), ofwel voortuinen van minimaal 1,5m en maximaal 1,6m diep (binnengebied). Aan de Anton Philipsweg varieert deze diepte. Voortuinen worden ingeplant met lage beplanting;
de kavels aan de 'buitenranden' van het deelgebied, en de kavels die grenzen aan het 'binnengebied' van het deelgebied. Aan de 'buitenrand' van het deelgebied (met uitzondering
Voortuinen in het
Muurtjes (in combinatie met
binnengebied zijn 1,5 m. tot
groen) zij-erfafscheiding
1,6m. diep, beplanting max.
mee-ontworpen met het
60 cm. hoog.
hoofdvolume
van de Anton Philipsweg) grenst de gevel in de basis direct aan de openbare ruimte. Op plekken waar de rooilijn iets terugspringt, ontstaat een ondiepe voortuin. Voorwaarde is dat het openbaar straatprofiel hier voldoende kwalitatief
Mee-ontworpen plantbak waar de
wordt ingericht. In het hoofdstuk over beeldkwaliteit in
gevel terugstaat van de erfgrens en
onbebouwd gebied wordt hier verder op ingegaan.
er geen erker is
Onderdeel van de beoogde kwaliteit is een voortuin op de aangrenzende kavels van 1,50m diep. Aan de gevel is er de mogelijkheid om een erker aan te bouwen van maximaal 0,5m. Een oplossing voor de positie van kliko's moet worden mee-ontworpen latere in uitwerking, zodat deze niet aan de gevel langs de straat komen te staan. Een
■ Beplanting en erfafscheidingen in voortuinen en in zijtuinen (tot 3m voor de achtergevel van de woning) zijn in totaal maximaal 0,6m hoog; ■ De overgang tussen de openbare ruimte en de parkeerterreinen moeten zodanig ontworpen zijn dat samen met de gemetselde erfafscheidingen onderdeel zijn van het bouwblok; ■ De in het beeldkwaliteitsplan opgenomen erfafscheidingen worden gelijktijdig met de woningen gebouwd en aangeplant en zullen verplicht door toekomstige bewoners in stand worden gehouden. Dit zal als een kwalitatieve verplichting in een akte van levering worden opgenomen.
oplossingssuggestie is te zien in de bijlage; detail 1B. PRIVE-PRIVE
EI SEN
De maat van de achtertuinen in dit deelgebied doet denken aan een vorm van close-housing. Dit brengt extra eisen met zich mee voor de erfafscheidingen tussen privé en privé. Deze worden vormgegeven door middel van een haag. Dit geeft een samenhangend beeld door de wijk en zorgt
Oprit mee-ontworpen,
Haag langs
bijvoorbeeld in de vorm van
achtererfafscheiding is
een carport
maximaal 2,0 m. hoog
ook voor extra groenoppervlak, wat de hittestress in de
■ De maat van een enkele oprit is tenminste 3,0 m breed; ■ Hagen op overgangen privé - privé zijn maximaal 2,0m hoog; ■ De in het beeldkwaliteitsplan opgenomen erfafscheidingen worden voor de oplevering van de woningen aangeplant en verplicht door toekomstige bewoners of VVE in stand gehouden. Dit zal contractueel worden vastgelegd.
achtertuinen vermindert en de biodiversiteit verhoogt. Om deze kwaliteit in stand te houden zijn de volgende eisen vastgesteld: Maat enkele oprit = min. 3m
B E E L D K WA L I T E I T B E B O U W D E R U I M T E - 48 -
WO N EN A A N DE BOS R AND M OGELI J KE VOR M GEVIN G E N
MOG E LIJK E VO RM GEV ING EN
M O GEL IJ KE VO RM GEV ING EN
U I TGANGSPUNTEN B I J UIT WE RKIN G VAN E E N
U ITGAN GS P U NTEN BIJ U ITW ERKING AC HTER-
U ITGA NGS P U NTEN BIJ U ITW ERKING VO O R - E N
L AGE PLANTB AK AAN DE GE VE L BU IT E N RAN D
E N Z IJT U IN HO O G
Z IJ TU IN L A AG - BINNENGEBIED
■ Enkel van toepassing daar waar gevels terug staan van de rooilijn;
■ Een basis bestaande uit een gemetselde tuinmuur die met de architectuur is meeontworpen en op plaatsen is opengewerkt (bijvoorbeeld braziliaans of claustra verband);
■ Een laag muurtje (0,3m) van natuurlijke materialen;
■ Een lage gemetselde plantbak, mee ontworpen met de architectuur;
■ Op nader te bepalen plekken worden opengewerkte delen gecombineerd met natuurlijke materialen, die aan beide zijden zichtbaar zijn;
■ Minimale diepte 40 cm, maximale diepte 50 cm;
■ Kleine openingen of ecovoorzieningen in de erfafscheiding dragen bij aan biodiversiteit; ■ De tuin wordt ingeplant met een lage heester of siergras tot een maximale hoogte van 0,6m, passend bij de sfeer van deelgebied 1 (wonen aan de bosrand).
■ Kleine openingen of ecovoorzieningen in de erfafscheiding dragen bij aan biodiversiteit;
Mee-ontworpen plantbak aan de gevel in het verlengde van een erker (links)
Erfafscheiding met opengewerkt verband
Gestapelde boomstammen als erfafscheiding in Kerckebosch Zeist
B E E L D K WA L I T E I T B E B O U W D E R U I M T E - 49 -
WONEN AAN DE ANTON P H ILIP S WE G
Dit is een voorbeeldverkaveling; exacte details, kapvorm, setbacks, balkons et cetera zijn nog niet in definitieve vorm toegevoegd.
De woningen in deelgebied 1 die grenzen aan de Anton Philipsweg verhouden zich tot de architectuur aan de andere kant van de weg. De woningen zijn 2 lagen met een kap met een voortuin. De woningen aan de Anton Philipsweg in deelgebied 1 zullen ook een vergelijkbare overgang van prive-openbaar krijgen.
Bouwhoogte: 2 lagen+kap
E IS EN ■ De bouwhoogte is 2 lagen met kap.
B E E L D K WA L I T E I T B E B O U W D E R U I M T E - 50 -
WONEN AAN HET PAR K
Dit is een voorbeeldverkaveling; exacte details, kapvorm, setbacks, balkons et cetera zijn nog niet in definitieve vorm toegevoegd.
De woningen in deelgebied 1 die grenzen aan de parkzone verhouden zich tot de architectuur in deelgebied 2 en 3 aan de andere kant van de parkzone. De hogere appartementengebouwen met balkons aan het park hebben platte daken en setbacks op de hoogste verdieping. Hoewel de typologie duidelijk anders is, is naar een mate van samenhang gezocht door de woningen op deze plek in deelgebied 1 geen kappen te geven, maar enkel 3 verdiepingen met plat dak, setbacks en dakterrassen richting de parkzone. De woningen hebben hiernaast verspringingen in de rooilijn, om een speels beeld te creëren aan de parkzone.
3 lagen+plat dak en dakterras.
E IS EN ■ De bouwhoogte is 3 lagen met plat dak, setbacks en dakterrassen richting de parkzone.
B E E L D K WA L I T E I T B E B O U W D E R U I M T E - 51 -
WO N EN OP H ET V ELD
Dit is een voorbeeldverkaveling; exacte details, kapvorm, setbacks, balkons et cetera zijn nog niet in definitieve vorm toegevoegd.
Het gebied wonen op het veld ligt in het midden van het plangebied. Het vormt samen met de gebieden wonen boven het veld en wonen aan het veld een stedenbouwkundig en architectonisch ensemble. De gedraaide positionering van de bouwblokken komt voort uit de aansluiting op Dudok’s Kamrad. Hierdoor ontstaat een open structuur van zelfstandige en alzijdige bouwblokken die aan alle kanten georiënteerd zijn op de landschappelijk ingerichte ruimte tussen de woongebouwen. Zo vormt zich een ontspannen ensemble, met een contrast tussen “strakke” gebouwvolumes en organische buitenruimten. In het gebied wonen op het veld staan vier bouwblokken.
Het maaiveld 'plooit' om gebouwen heen en daar tussendoor
B E E L D K WA L I T E I T B E B O U W D E R U I M T E - 52 -
WO N EN OP H ET V ELD M ASSA & LI GGI NG De bouwmassa’s van de vier bouwblokken zijn compact
EI SEN
gezien het vereiste woonprogramma. De blokken zijn
■ De bouwblokken hebben vier tot vijf woonlagen met een plat dak;
voorzien van een plat dak en kennen verschillende bouwhoogtes. De diagonale verkaveling heeft geleid tot
■ De rechthoekige bouwblokken zijn op de koppen bewerkt: d.m.v. een inspringend en uitspringend volume ontstaat een bajonet-vorm;
een “bajonet”-vormige footprint. De basisvorm is op de koppen bewerkt d.m.v. een verspringend volume. Hierdoor ontstaat een interessant en minder rigide bouwmassa. Bovendien wordt hiermee de hoofdentree van het gebouw, welke zich in de hoek van het uitstekende volume bevindt, op een vanzelfsprekende manier benadrukt. Een setback
Bajonet-vormig
Alzijdige volumes
gebouwvolume met 3-5
■ De bouwblokken hebben een setback op de topverdieping.
lagen
op de bovenste laag van de volumes zorgt daarnaast voor een speels en divers beeld, en geeft lucht in het plan.
Setbacks op de bovenste laag
Stedenbouwkundig - en architectposch ensemble
Set-back en alzijdige oriëntatie
Aansluiting maaiveld - gebouw
B E E L D K WA L I T E I T B E B O U W D E R U I M T E - 53 -
WO N EN OP H ET V ELD A R C HI TEC TUUR
versterken en te verrijken.
■ Woningen komen in alle gevels gelijkmatig tot
De kleur en materialisatie volgt het palet van het gehele plan, zie hiervoor de eerdere beschrijving. De
De balkons vormen een integraal onderdeel van de
woongebouwen worden ontworpen als villa’s en hebben
architectuur. De samenhang betreft o.a. de hekwerken,
een alzijdig woonkarakter (geen galerijen), vormen ieder
de uitvoering van de randen en de overige zichtvlakken.
één afgerond geheel en samen een stedenbouwkundig-
De randen van de balkons zullen worden behandeld als
en architectonisch ensemble. De gebouwen staan vrij in de
onderdeel van de architectonische belijning van de gevels.
ruimte. Vanwege de hoge bebouwingsdichtheid is het van
De hekwerken zijn in materiaal en kleur samenhangend
belang om veel verschillende architectonische thema’s en
met de gevelopeningen en kozijnen.
contrasten te vermijden. Vanuit de hoofdopzet zullen de
uitdrukking, volledig gesloten gevels zijn niet toegestaan; ■ Voorbeelden van bijzondere detaillering of ornamenten zijn het metselwerk van een dichte gevel of entree en een onderbreking in de gevel om de individualiteit van de woning zichtbaar te maken; ■ Ornamenten of bijzondere detaillering worden
bouwmassa’s verder worden uitgewerkt door middel van
De daken van de woongebouwen dienen zorgvuldig te
inspringingen, erkers en negges die zorgen voor subtiele
worden ontworpen waar het gaat om bijvoorbeeld de
schaalverkleiningen. Met name op de gebouwhoeken, de
zichtbaarheid van technische installaties. Deze installaties
bovenste laag en de plint. Ook de balkons spelen hierbij
worden zoveel mogelijk aan het zicht onttrokken door de
■ Ornamenten dienen op een subtiele manier
een belangrijke rol. De architectuur van de vier blokken
toepassing van architectonische elementen. Hierbij kan
te worden ingezet, deze moeten passen in
moet harmonisch en afgewogen zijn, rust en helderheid
gedacht worden aan een hogere dakrand of zorgvuldig
de vormgeving van het geheel en dienen de
uitstralen.
ontworpen dakschermen. Rekening houdend met
compositie niet te overstijgen;
technische en functionele aspecten zal er een maximaal Gevelopeningen als puien, ramen en deuren, worden
groen ingericht dakoppervlak worden toegepast, bijv. in
ontworpen met gevoel voor detail en architectonische
de vorm van een mos-sedumdakpakket. Dakopbouwen
uitdrukking. De gevelindelingen en raamverhoudingen
worden volwaardig architectonische uitgewerkt door
zijn evenwichtig en harmonieus. De verkeersruimtes
bijvoorbeeld de toepassing van materialen gelijk aan
en trappenhuizen worden integraal opgenomen in het
de gevel. Voor kleinere technische buitenunits en
totaalvolume zonder grote contrasten of toevoegingen.
dakdoorvoeren zal een bewuste kleurstelling worden
Er wordt wel architectonische expressie gezocht in de
gekozen die zo terughoudend mogelijk is.
plastische bewerking van het gevelvlak. Bijvoorbeeld door een diepe raamnegge (+200mm) af te wisselen met vlakke detailleringen. In de woongebouwen is t.p.v. de woonruimtes van de appartementen ruimte voor grote glaspartijen mits op een zorgvuldige manier ingepast in het
EIS EN ■ Kleur en materialisatie volgt het palet van het gehele plan;
toegepast op meerdere volumes, zodat een samenhang in het gebied ontstaat;
■ Balkons vormen een integraal onderdeel van de architectuur en zijn geen "aangeplakte" onderdelen. De samenhang betreft o.a. de hekwerken, de uitvoering van de randen en de overige zichtvlakken; ■ Uitpandige balkons zijn maximaal één woning breed en worden niet aan elkaar geschakeld; ■ Balkons steken maximaal 3m uit de gevel en mogen niet boven de openbare weg óf boven de groenstrook ten zuiden van de Lorenzweg worden gebouwd; ■ Installaties op het dak worden zo veel mogelijk
gevelontwerp. Detaillering en ornamenten worden ingezet
■ De bouwblokken zijn alzijdige volumes met
met als doel om de architectonische totaal compositie te
woonfuncties gericht naar alle zijden;
aan het zicht onttrokken door de toepassing van architectonische elementen;
B E E L D K WA L I T E I T B E B O U W D E R U I M T E - 54 -
WO N EN OP H ET V ELD E N TR EE EN PLI NT
van de verdiepingen.
EI SEN
De eerste woonlaag ligt iets opgetild ten opzichte van het maaiveld, waardoor de privacy op de eerste woonlaag
In de woongebouwen wordt in de capaciteit voor het
wordt geborgd en er ruimte ontstaat voor een half-
bewonersparkeren voorzien door middel van een half-
verdiepte parkeerlaag onder het gebouw. Het bouwvolume
verdiepte parkeerlaag onder de woongebouwen. Deze
is door middel van een omliggend talud gehecht aan het
parkeerlaag is voor auto’s toegankelijk door middel van
maaiveld.
een hellingbaan. De hellingbanen van de parkeergarages die aansluiten op de centrale oost-west as zullen inpandig
Door de inzet van een contrasterend architectonisch
liggen. De hellingbanen die aansluiten op het parkeerhofje
thema rondom de hoofdentree krijgt de plint plaatselijk
aan de Anton Philipsweg bevinden zich buiten het
een andere uitstraling. Hierdoor wordt vanuit de
gebouw.. Het exterieure gedeelte van de hellingbanen
openbare ruimte direct helder waar de entree zich
wordt functioneel en architectonisch ingepast in de ruimte
bevindt. Ter plaatse van de hoofdentree zijn zaken
rondom de woongebouwen. Voor de hoogteafscheidingen
als toegangscontrole, postbussen, buitenverlichting
wordt gebruik gemaakt van borstweringen en hekwerken
en naamaanduiding bewust mee-ontworpen en
die onderdeel zijn van de architectonische hoofdopzet van
architectonisch geïntegreerd. De entreepui is maximaal
gebouwen. Tevens zijn deze randen goed geïntegreerd in
transparant. Een luifel is aanwezig om een prettige toegang
de inrichting van de buitenruimte ter plaatse.
tot het woongebouw te realiseren. In de begane grond laag van de woongebouwen zijn De delen van de plint waar zich appartementen bevinden
fietsenbergingen voorzien. Ze zijn bereikbaar via een
sluit aan bij de bovengelegen verdiepingen. Het
hellingbaan. De fietsenbergingen zijn sociaal veilig
ontwerp en materiaalgebruik mag licht afwijken van de
vormgegeven, o.a. door de toepassing van transparantie en
bovenliggende verdiepingen zonder in harde contrasten
daglichtvoorzieningen. Ter plaatse van de fietsenbergingen
te vervallen. Speciale aandacht is besteed aan de
is een afwijkende (gevel)materiaal toegestaan mits
gevelopeningen van de appartementen op de begane
harmonieus onderdeel van het architectonisch geheel.
■ De landing van de woongebouwen in het groen krijgt speciale aandacht door bijvoorbeeld de toepassing van een plintmateriaal of bijzonder detail in metselwerk ■ Entrees zijn goed herkenbaar vanaf de openbare ruimte en toegankelijk op straatniveau; ■ Parkeergarages (stallingsgarages) liggen halfverdiept in het maaiveld; ■ Voor de hoogteafscheiding van hellingbanen en trappen wordt gebruikgemaakt van borstweringen, hekwerken en materialen die onderdeel zijn van de architectonische hoofdopzet van het gebouw; ■ Fietsbergingen zijn sociaal veilig vormgegeven en vormen een integraal onderdeel van de plint van het gebouw. Een afwijkend (gevel)materiaal is toegestaan mits harmonieus onderdeel van het architectonisch geheel; ■ Hellingbanen naar de fietsbergingen zijn onderdeel van het landschap.
grond. Deze mogen om functionele redenen licht afwijken
Overhoekse entree
Entree herkenbaar en op
Inspringend en uitspringend
Balkons tot maximaal 3m. uit
Zorgvuldig meeontworpen
straatniveau
volume
de gevel
gebouwonderdelen zorgen voor subtiele
B E E L D K WA L I T E I T B E B O U W D E R U I M T E - 55 -
schaalverkleiningen
WO N EN BOV EN H ET VE LD
Dit is een voorbeeldverkaveling; exacte details, kapvorm, setbacks, balkons et cetera zijn nog niet in definitieve vorm toegevoegd.
Het gebied wonen boven het veld ligt in het zuidwesten van het plangebied. Het vormt samen met de gebieden wonen op het veld en wonen aan het veld een stedenbouwkundig en architectonisch ensemble. De gedraaide positionering van de bouwblokken komt, net als de bouwblokken op en aan het veld, voort uit de aansluiting op Dudok’s Kamrad. Hierdoor ontstaat een open structuur van zelfstandige en alzijdige bouwblokken die aan alle kanten georiënteerd zijn op de landschappelijk ingerichte ruimte tussen de woongebouwen. Zo vormt zich een ontspannen ensemble, met een contrast tussen “strakke” gebouwvolumes en organische buitenruimten. In het gebied wonen boven het veld staan twee bouwblokken met kleinere appartementen die verbonden zijn door een collectieve buitenruimte boven het maaiveld.
Spel van vlakken en lijnen met setback
Leefdek bovenop parkeerlaag
Impressie: horizontale geleding in de gevel, sculpturale kop
B E E L D K WA L I T E I T B E B O U W D E R U I M T E - 56 -
WO N EN BOV EN H ET VE LD M ASSA & LI GGI NG De bouwmassa’s van de twee bouwblokken zijn zo
EI SEN
compact mogelijk gezien het vereiste woonprogramma. De
■ De bouwblokken hebben vijf woonlagen met een plat dak;
blokken hebben 5 lagen en zijn voorzien van een plat dak. De bouwblokken hebben een eenvoudige rechthoekige
■ De gebouwen hebben een meerzijdig karakter (geen galerijen) en vormen ieder één afgerond geheel;
basisvorm. De basisvorm is op de koppen bewerkt d.m.v. een inspringend en uitspringend volume. Hierdoor ontstaat een interessant en minder rigide bouwmassa. Bovendien wordt hiermee de hoofdentree van het gebouw, welke zich in de hoek van het uitstekende volume bevindt, op een vanzelfsprekende manier benadrukt.
Eenvoudige basisvorm met
Meerzijdige volumes (geen
in- en uitspringend volume
galerijen)
■ De twee gebouwen samen vormen een stedenbouwkundig en architectonisch ensemble; ■ De rechthoekige bouwblokken zijn op de koppen bewerkt d.m.v. een verspringend volume;
op de koppen, 5 lagen
■ De twee gebouwen hebben een setback op de topverdieping.
De twee woongebouwen hebben een meerzijdig woonkarakter (geen galerijen) en vormen ieder één afgerond geheel en samen een stedenbouwkundig- en architectonisch ensemble. Tussen de gebouwen ligt een verdiept parkeerniveau. De gebouwen zijn verbonden door een collectieve buitenruimte op het dak van deze parkeerlaag.
Entree naar de parkeergarage wordt groen ingepast
Setback op de bovenste laag
Impressie: vlakken en lijnen, geclusterde gevelopeningen
B E E L D K WA L I T E I T B E B O U W D E R U I M T E - 57 -
WO N EN BOV EN H ET VE LD A R C HI TEC TUUR
De daken van de woongebouwen dienen zorgvuldig te
De kleur en materialisatie volgt het palet van het gehele
worden ontworpen waar het gaat om bijvoorbeeld de
EI SEN
plan, zie hiervoor de eerdere beschrijving.
zichtbaarheid van technische installaties. Deze installaties
■ Kleur en materialisatie volgt het palet van het gehele plan;
worden zoveel mogelijk aan het zicht onttrokken door de Vanwege de hoge bebouwingsdichtheid is het van
toepassing van architectonische elementen. Hierbij kan
belang om veel verschillende architectonische thema’s
gedacht worden aan een hogere dakrand of zorgvuldig
en contrasten te vermijden. Vanuit de hoofdopzet zullen
ontworpen dakschermen. Rekening houdend met
de bouwmassa’s verder worden uitgewerkt door middel
technische en functionele aspecten zal er een maximaal
van negges en detaillering die zorgt voor subtiele
groen ingericht dakoppervlak worden toegepast, bijv. in de
schaalverkleiningen. Met name op de gebouwhoeken
vorm van een mos-sedumdakpakket. Grote dakopbouwen
en de plint. De architectuur van de twee blokken moet
worden volwaardig architectonische uitgewerkt door
harmonisch en afgewogen zijn, rust en helderheid
bijvoorbeeld de toepassing van materialen gelijk aan
uitstralen.
de gevel. Voor kleinere technische buitenunits en dakdoorvoeren zal een bewuste kleurstelling worden
Gevelopeningen als puien, ramen en deuren, worden
gekozen die zo terughoudend mogelijk is.
ontworpen met gevoel voor detail en architectonische uitdrukking. De gevelindelingen en raamverhoudingen zijn evenwichtig en harmonieus. De verkeersruimtes
■ Woningen komen in alle gevels gelijkmatig tot uitdrukking; ■ Voorbeelden van bijzondere detaillering of ornamenten zijn het metselwerk van een dichte gevel of entree en een onderbreking in de gevel om de individualiteit van de woning zichtbaar te maken; ■ Ornamenten of bijzondere detaillering worden toegepast op meerdere volumes, zodat een samenhang in het gebied ontstaat ■ Ornamenten dienen op een subtiele manier te worden ingezet, deze moeten passen in de vormgeving van het geheel en dienen de compositie niet te overstijgen; ■ De hekwerken van de te openen ramen zijn in materiaal en kleur samenhangend met de gevelopeningen en kozijnen;
en trappenhuizen worden integraal opgenomen in het totaalvolume zonder grote contrasten of toevoegingen. Het gevelvlak wordt plastische bewerking van het gevelvlak.
■ Installaties op het dak worden zo veel mogelijk aan het zicht onttrokken door de toepassing van architectonische elementen.
Bijvoorbeeld door een diepe raamnegge (+200mm) af te wisselen met vlakke detailleringen. Detaillering en ornamenten worden ingezet met als doel om de architectonische compositie te versterken. Door gevelopeningen te clusteren wordt voorkomen dat de uitdrukking van kleine appartementen leidt tot een grote mate van repetitie van kleine ramen. Gevelpuien hebben een te openen deel, waardoor een frans balkon ontstaat. De hekwerken zijn in materiaal en kleur samenhangend met de gevelopeningen en kozijnen.
B E E L D K WA L I T E I T B E B O U W D E R U I M T E - 58 -
WO N EN BOV EN H ET VE LD E N TR EE EN PLI NT
bovenliggende verdiepingen zonder in harde contrasten te
De eerste woonlaag ligt iets opgetild ten opzichte van het
vervallen.
EI SEN
wordt geborgd. Tussen de 2 bouwdelen ligt een half-
Tussen de twee woongebouwen ligt een half-verdiepte
verdiepte parkeerniveau. Het bouwvolume is door middel
parkeerlaag. Deze parkeerlaag krijgt een horizontale en
van een omliggend talud gehecht aan het maaiveld.
verticale afscheiding die de geparkeerde auto’s aan het
■ De landing van de woongebouwen in het groen krijgt speciale aandacht door bijvoorbeeld de toepassing van een plintmateriaal of bijzonder detail in metselwerk
maaiveld, waardoor de privacy op de eerste woonlaag
zicht onttrekt. Deze afscheiding heeft een groen karakter. Door de inzet van een contrasterend architectonisch
De parkeerlaag is voor auto’s toegankelijk door middel
thema rondom de hoofdentree krijgt de plint plaatselijk
van een exterieure hellingbaan. Deze wordt functioneel
een andere uitstraling. Hierdoor wordt vanuit de
en architectonisch ingepast in de ruimte rondom de
openbare ruimte direct helder waar de entree zich
woongebouwen. Voor de hoogteafscheidingen wordt
bevindt. Ter plaatse van de hoofdentree zijn zaken
gebruik gemaakt van borstweringen en hekwerken die
als toegangscontrole, postbussen, buitenverlichting
onderdeel zijn van de architectonische hoofdopzet van
en naamaanduiding bewust mee-ontworpen en
gebouwen. Tevens zijn deze randen goed geïntegreerd in
architectonisch geïntegreerd. De entreepui is maximaal
de inrichting van de buitenruimte ter plaatse.
transparant. Een luifel is aanwezig om een prettige toegang In de half-verdiepte laag onder de woongebouwen
tot het woongebouw te realiseren.
zijn fietsenbergingen voorzien. Deze zijn sociaal veilig De delen van de plint waar zich appartementen bevinden
vormgegeven en vormen een integraal onderdeel van de
sluit aan bij de bovengelegen verdiepingen. Het
plint van het gebouw. Ze zijn bereikbaar via de hellingbaan.
ontwerp en materiaalgebruik mag licht afwijken van de
Daktuin op een parkeerdek met een private strook voor de woningen ten behoeve van individuele expressie
■ Entrees zijn goed herkenbaar vanaf de openbare ruimte; ■ Parkeergarages (stallingsgarages) liggen halfverdiept in het maaiveld; ■ De geparkeerde auto’s zijn aan het zicht onttrokken door horizontale en verticale afscheidingen. ■ Deze afscheidingen krijgen een groen karakter, ie. worden voorzien van beplantingen. ■ Voor de hoogteafscheiding wordt gebruikgemaakt van borstweringen en hekwerken die onderdeel zijn van de architectonische hoofdopzet van het gebouw; ■ Fietsbergingen zijn sociaal veilig vormgegeven en vormen een integraal onderdeel van de plint van het gebouw.
Inspringend en uitspringend
Entree herkenbaar en op
Zorgvuldig meeontworpen
volume
straatniveau
gebouwonderdelen zorgen voor subtiele
B E E L D K WA L I T E I T B E B O U W D E R U I M T E - 59 -
schaalverkleiningen
WO N EN A A N H ET V ELD
Dit is een voorbeeldverkaveling; details, kapvorm, setbacks, balkons et cetera zijn nog niet in definitieve vorm toegevoegd.
Het gebied wonen aan het veld ligt in het noord-westen van het plangebied. Het vormt samen met de gebieden wonen achter op het veld en wonen op het veld een stedenbouwkundig en architectonisch ensemble. De samenhang komt o.a. tot uitdrukking door de toepassing van platte daken. De gedraaide positionering van de bouwblokken komt voort uit de aansluiting op Dudok’s Kamrad. Hierdoor ontstaat een open structuur van zelfstandige en alzijdige bouwblokken die aan alle kanten georiënteerd zijn op de landschappelijk ingerichte ruimte tussen de woongebouwen. Zo vormt zich een ontspannen ensemble, met een contrast tussen “strakke” gebouwvolumes en organische buitenruimten. In het gebied wonen aan het veld staan drie bouwblokken met rijwoningen.
Samenhang en individualiteit
Voortuin mee-ontworpen
Groene uitstraling voorgevel
B E E L D K WA L I T E I T B E B O U W D E R U I M T E - 60 -
WO N EN A A N H ET V ELD M ASSA & LI GGI NG Ten zuiden van het gebied WONEN AAN HET VELD loopt
EIS EN
de zichtas vanaf de Lorentzvijver. Ten noorden ligt de
■ De bouwblokken hebben drie lagen met een plat dak;
groene vinger van het Kamrad. De voorbeeldverkaveling van het stedenbouwkundig plan reageert hierop door de bebouwingsrichting te spiegelen en de bebouwingshoogte in dit gebied lager te maken. De geschakelde rijwoningen hebben hiertoe een helder leesbaar, abstract hoofdvolume
■ De rechthoekige bouwblokken hebben een alzijdige oriëntatie; ■ Tussen de rijwoningen liggen woonerven met een groen en informeel karakter.
van 3 lagen met een plat dak. De abstracte volumes
3 lagen met plat dak
contrasteren met de natuurlijk ogende landschappelijke
ARCH IT E CTU U R
inrichting waardoor beide elkaar versterken.
De kleur en materialisatie volgt het palet van het gehele De rijwoningen hebben een alzijdige oriëntatie en zijn
plan, zie hiervoor de eerdere beschrijving.
georiënteerd op zowel de zichtas in het verlengde van
De drie bouwblokken hebben een alzijdig woonkarakter
de Lorentz vijver, de groene vinger van het Kamrad en de
en vormen ieder één afgerond geheel en samen een
tussenliggende woonerven. De woonerven hebben een
stedenbouwkundig- en architectonisch ensemble. De
groen en informeel karakter en zullen gebruikt worden
uitdrukking van de individuele woning in de rij wordt door
door bestemmingsverkeer en verblijfsruimte.
subtiele detaillering en materiaalgebruik gewaarborgd,
Hoekwoning heeft
zonder uiteen te vallen in “pandjes”. Hierbij kan gedacht
meerzijdige oriëntatie
worden aan herkenbare entrees, (subtiele) onderbrekingen in de gevel of het toepassen van erkers.
Bergingen als onderdeel van het hoofdvolume
Bergingen als onderdeel van het hoofdvolume
Aandacht voor vormgeving van de kopgevels
B E E L D K WA L I T E I T B E B O U W D E R U I M T E - 61 -
WO N EN A A N H ET V ELD
oningen tbv BKP
Vanwege de alzijdige oriëntatie is het ontwerp van
Vanwege de alzijdige oriëntatie is het ontwerp van
De private ruimte aan de voorzijde van de woning is
de voor -, achter- en zijgevels van gelijk belang. De
de voor -, achter- en zijgevels van gelijk belang. De
herkenbaar door bijvoorbeeld verschil in materiaalgebruik
hoekwoningen hebben hierdoor een meerzijdige oriëntatie.
hoekwoningen hebben hierdoor een meerzijdige oriëntatie.
of een pergola. De overgang van privaat/vve gebied aan de
De meerzijdige oriëntatie wordt kracht bijgezet door
De meerzijdige oriëntatie wordt kracht bijgezet door
achterzijde grenst direct aan openbare groene ruime en is
bijvoorbeeld een entree om de hoek, één of meerdere
bijvoorbeeld een entree om de hoek, één of meerdere
vormgegeven als begroeingszone met een mee-ontworpen
ramen of een verbijzondering in detaillering. Vanwege de
ramen of een verbijzondering in detaillering. Vanwege de
erfafscheiding.
alzijdige zichtbaarbeid heeft de achtergevel heeft hetzelfde
alzijdige zichtbaarbeid heeft de achtergevel heeft hetzelfde
niveau van architectonische uitwerking als de achtergevel
niveau van architectonische uitwerking als de achtergevel
De gevelindelingen en raamverhoudingen zijn evenwichtig
De gevelindelingen en raamverhoudingen zijn evenwichtig
architectuur
en harmonieus en zijn gepositioneerd. Gevelopeningen als
De kleur en materialisatie volgt het palet van het gehele
puien, ramen en deuren, worden ontworpen met gevoel
plan, zie hiervoor de eerdere beschrijving.
voor detail en architectonische uitdrukking. Er worden
De drie bouwblokken hebben een alzijdig woonkarakter
uitdrukkelijke contrasten opgezocht in de plastische
en vormen ieder één afgerond geheel en samen een
bewerking van het gevelvlak. Bijvoorbeeld door een
stedenbouwkundig- en architectonisch ensemble. De
diepe raamnegge (+200mm) af te wisselen met vlakke
uitdrukking van de individuele woning in de rij wordt door
detailleringen.
Architectonische geleding van de bovenste laag > relatie met naastgelegen kamrad
subtiele detaillering en materiaalgebruik gewaarborgd, zonder uiteen te vallen in “pandjes”. Hierbij kan gedacht
De bergingen worden mee-ontworpen en hebben dezelfde