Gewaarmerkt Stichting Gemeentelijk Gymnasium Hilversum, jaarrekening incl. bestuursverslag 2022
Tekst van het document
4.6 Begeleiding en beoordeling In het traject van begeleiding en beoordeling van nieuwe docenten hebben de sectievoorzitters structureel een plaats: op deze wijze is de begeleiding vanuit de school en vakinhoudelijke begeleiding vanuit de sectie geborgd. Voor startende docenten krijgt het begeleidingstraject regelmatig een vervolg: ze hebben de mogelijkheid hun klassenmanagement en pedagogisch – didactische repertoire uit te breiden met behulp van een externe coach. Zittende docenten participeren in een peertraject. Op het gebied van personeelsbeleid heeft de school samenwerkingsverbanden met de lerarenopleiding in Utrecht en Leiden met als doel opleidingsschool te zijn voor stagiaires en docenten in opleiding. In aanvulling hierop participeert de school in de zogenaamde Regionale Aanpak Personeelstekort (RAP). Ook via andere initiatieven (ASK van de UvA; TeachIn in samenwerking met de HU; Statushouders voor de klas) levert school een bijdrage aan het aanpakken van het (aanstaande) personeelstekort. 4.7 Lerende gemeenschap: intervisie en didactiek De afgelopen jaren stromen nieuwe en soms onervaren docenten de school binnen. Zij hebben nieuwe werkvormen als vanzelfsprekend bij ons op school geïntroduceerd. Nieuwe docenten brengen nieuwe energie, waar ook meer ervaren docenten van kunnen profiteren.
Een van de onderdelen die docenten meer zijn gaan toepassen is het voeren van de dialoog met de klas. Mondelinge taalvaardigheid krijgt meer aandacht, onder andere in de vorm van debat en discussie. De aanstelling van native speakers in enkele moderne vreemde- talensecties biedt nieuwe mogelijkheden. Intervisie en een degelijk opgezette begeleiding van de nieuwe docenten betekent ook een kruisbestuiving tussen nieuwe docenten onderling en nieuwe en meer ervaren docenten. De school bevordert en stimuleert een open houding en overleg tussen docenten, waarbij de variatie van
18 van 38
werkvormen, lesideeën, maar eventueel ook uitdagingen wat betreft omgang met een klas op het programma staan. Ook voor ervaren docenten biedt een peer-traject een middel om zich te ontwikkelen en ‘scherp' te blijven kijken naar de eigen professionaliteit. In deze komende schoolplanperiode zal de intervisie voor ervaren docenten op collegiaal niveau verder worden ontwikkeld. 4.8 Bevoegde docenten De school beschikt over kwalitatief hoogwaardig personeel; 99 procent van de lessen wordt door bevoegde docenten gegeven en slechts 1 procent van de lessen door onder- of onbevoegde docenten of docenten in opleiding. Als opleidingsschool streeft de school ernaar voor docenten in opleiding een stageplaats te realiseren. In periodieke gesprekken wordt hun ontwikkeling naar bevoegd docent gevolgd. Ook de bevoegde docenten worden gestimuleerd zich verder te ontwikkelen. Een deel van hen participeert, naast het lesgeven, in diverse organisatorische taken. 13% van de bevoegde docenten is gepromoveerd of is bezig met een promotie. 4.9 Ontwikkelgesprek en leerlingen - enquête In 2017 heeft de school de jaarlijkse functioneringscyclus gemoderniseerd en vereenvoudigd. Hierdoor lukt het de schoolleiding jaarlijks met alle onderwijzende medewerkers een ontwikkelgesprek te voeren op basis van leerling enquêtes en een zelfevaluatie; voorafgaand aan het gesprek zijn vragen gesteld over o.a.
lesgeven, lesplezier, samenwerking, werkdruk en niet - lesgebonden taken. Als onderdeel van deze gesprekken wordt onder alle leerlingen van klassen waarin de docent lesgeeft een enquête afgenomen. Beide gegevens - aangevuld met incidenteel een lesbezoek, intervisie en een palet aan externe training - leidt op termijn tot beter zicht op functioneren en de bekwaamheid van de docenten, tot beter inzicht in de kwaliteit van de lessen (met name op didactisch en pedagogisch vlak) en geeft de school de mogelijkheid gerichter met docenten eventueel een verbetertraject in te zetten. Voor het onderwijsondersteunend personeel is onlangs door de MR eenzelfde cyclus van ontwikkelgesprekken goedgekeurd. Deze zullen plaatsvinden zonder leerling enquêtes of lesbezoek, maar aan de hand van een functiebeschrijving en de strategie en activiteiten van de school in de komende jaren. 4.10 CAO - VO en taakbeleid Door een goede planning in de jaaragenda probeert de organisatie te grote pieken in de taakbelasting te voorkomen. Het blijft noodzakelijk om regelmatig te toetsen of het taakbelastingbeleid van de school nog in voldoende mate recht doet aan de voortdurend veranderende aard en inhoud van de door de school uit te voeren werkzaamheden.
Bovendien streeft de school ernaar (door een zo objectief mogelijke kwalificatie in zwaarte en omvang van taken) tot een evenwichtige verdeling te komen (taakverdelingsbeleid) en de totale taakomvang binnen redelijke grenzen te houden (taakomvangbeleid). De organisatie hanteert in aanvulling hierop ook een kwalitatieve benadering: alle taken worden benoemd en inzichtelijk gemaakt en in frequent terugkerend gesprekken tussen leidinggevende en medewerker en aan het eind van ieder schooljaar geëvalueerd. De school houdt zich aan de actualisatie van de CAO-VO, die met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2022 inging en die vastgesteld werd in juli 2022. Ook de aanvullende afspraak over het uitkeren van het persoonlijk budget heeft de school gevolgd. Dit alles is in nauwe afstemming met de PMR gedaan. Hiermee heeft de schoolleiding alle adviezen van de sociale partners met betrekking tot de vigerende CAO-VO met betrekking tot het individuele deel van de werkdrukverlagende middelen overgenomen in de jaartaak van de medewerkers, ook al was dit nadat de huidige formatie was vastgesteld. Alle medewerkers konden hun persoonlijke voorkeur voor de inzet van de individuele middelen aangeven en hierover in gesprek gaan met de schoolleiding.
Met het onderhandelaarsakkoord dat onder andere voorziet in 90 ontwikkeluren uitgaande van 1,0fte voor docenten, is de actualisatie van het vigerende taakbeleid aangehouden. Daarnaast heeft de schoolleiding ook de beschikking over een collectief deel van werkdrukverlagende middelen uit het akkoord. Hierover is zij tevens de dialoog aangegaan met de PMR. Die heeft middels een enquête ruggenspraak gezocht met alle medewerkers. Dit heeft erin geresulteerd dat het collectieve deel voor het afgelopen schooljaar 21/22 is geland in het resultaat van kalenderjaar 2022
19 van 38
en het collectieve deel van het schooljaar 22/23 in 2023 ingezet wordt in de eerste zeven maanden van 2023 om op maat collectief de werkdruk te verlagen voor alle medewerkers. De sociale partners hebben kalenderjaar 2022 en schooljaar 2022-2023 als transitieperiode benoemd, waardoor de afspraken in deze anderhalve jaar wellicht afwijken van de structurele afspraken die in zullen gaan per schooljaar 2023-2024. De PMR heeft de leiding met betrekking tot het ontwerpen van een structurele inzet van de collectieve werkdrukverlagende middelen voor alle medewerkers. De maatregelen uit de cao-vo die betrekking hebben op het levensfasebewust personeelsbeleid bieden een goede aanvulling op de middelen die de school ter beschikking staan om de werkomstandigheden verder in lijn te brengen met de privéomstandigheden. De verwachting is dat de combinatie van de inzet van de gespaarde uren Levensfase Bewust Personeelsbeleid (LBP) en ontwikkeltijd binnen een strakke organisatie voor docenten een reële tegemoetkoming is van de (gevoelde) werkdruk. De schoolorganisatie maakt binnen de beperkte financiële mogelijkheden zodanige keuzes dat er sprake is van een goed en professioneel personeels- en financieel beleid.
4.11 Convenant LeerKracht en functiemix In 2008 is door de werkgevers in het onderwijs (de VO–raad), de werknemers (de verschillende onderwijsvakorganisaties) en de minister van OCW het 'Convenant LeerKracht van Nederland' ondertekend. In dit convenant zijn maatregelen opgenomen die het beroep van docent aantrekkelijker moeten maken. Naast de inkorting van de salarisschalen is de belangrijkste maatregel een betere doorstroom van docenten naar een hogere functie (functiemix). De ‘functiemix’ is de verdeling van docentenfuncties (in voltijdbanen, fte ‘s) over de verschillende salarisschalen (LB, LC en LD). De wettelijk vastgestelde functiemix (i.e. de verdeling van leraren over de verschillende salarisschalen LB, LC en LD) is op 1 oktober 2014 bereikt. Onze school heeft vervolgens een streefpercentage met bijbehorende waardepunten vastgesteld op 150 waardepunten. Bevorderingen worden sinds 2015 volgens deze functie-mix met bijbehorende criteria zoals wachttijd (1 jaar bij LB-LC en 3 jaar bij LC – LD) en bevoegdheid uitgevoerd. In het verslagjaar komen we uit op de volgende functiemix: Functiemix
1-10-2021 1-10-2022 16,0%
01-10-2022 na bevordering 11,8%
Streefpercentage 3%
LB
7,8%
LC
33,8%
32,6%
27,1%
44%
LD
58,4%
51,4%
61,1%
53%
Functiemixwaarde
151
135,4
149,3
150
Uitgaande van de eerder vastgestelde streefpercentages (de waarde functiemix 150) was er in het verslagjaar ruimte om 10 medewerkers te bevorderen. In het verslagjaar zijn de streefpercentages bij 1 categorie gehaald (LD). Door het hoge aantal nieuwe docenten die dit jaar in LB gestart is, voldoen deze docenten nog niet aan het wachttijd criteria van 1 jaar. Naar verwachting zullen de percentages LB en LC volgend jaar in lijn zijn met het streefpercentage, afhankelijk van het verloop. Ter vergelijking: in 2008 kende de school nog een functiemix van 26% LB, 45% LC en 29% LD. Door de aanpassingen in het vigerende beleid behouden ook jonge leerkrachten de mogelijkheid door te stromen naar een hogere functie en ontstaat er op termijn een meer wenselijk evenwicht tussen LCen LD-functies. 4.12 Beleid inzake beheersing van uitkeringen na ontslag Het beleid van de stichting is op gericht op behoud van personeel, mits goed functionerend. Voor de komende jaren is in de begroting rekening gehouden met een lager leerlingaantal, namelijk, 816 in 2022, 771 in 2023 en 710 in 2024. Door de onzekerheid over de ontwikkelingen van leerlingaantallen in de toekomst, is het nodig om bij personeelsuitbreiding voorzichtig te zijn met het aangaan van verplichtingen (vaste contracten). We investeren in een passend aantal vacatures met een tijdelijke duur zodat de school flexibel mee kan
20 van 38
bewegen met de leerlingaantallen zonder reserves rondom transitievergoedingen te hoeven aanspreken. Indien wel sprake is van ontslag, dan zal het bestuur het betreffende personeelslid op een adequate en financieel verantwoorde manier ondersteunen in het vinden van een andere betrekking. Hierbij kan worden gedacht aan het aanbieden van een loopbaan-begeleidingstraject, waarbij een nieuwe werkkring binnen of buiten het onderwijs geboden wordt. Er zijn geen werknemers waarvan het bevoegd gezag in het verslagjaar gedwongen afscheid heeft genomen noch hebben we aanspraak gemaakt op onze bestemmingsreserve Afvloeiing personeel. 4.13 Kwaliteitsbeleid Het kwaliteitsbeleid heeft zich in 2022 gericht op de kernindicatoren waarover de school jaarlijks informatie moet verstrekken aan de Inspectie van het Onderwijs in het kader van het overheidstoezicht op de scholen. Dat zijn de onderwijstijd, in-, door- en uitstroomgegevens (IDU), de opbrengstenkaart van de Inspectie van het Onderwijs en de eindexamenresultaten en slagingspercentages. Deze gegevens worden jaarlijks nader geanalyseerd met het oog op mogelijke verbeterpunten, waarvoor plannen en doelen zijn geformuleerd. De resultaten en bevindingen van deze analyse stemmen tot tevredenheid en laten zien dat de school op de genoemde kwaliteitsonderdelen ook in het verslagjaar weer bovengemiddeld scoort.
In aanvulling op de kernindicatoren van het reguliere toezichtkader richt het kwaliteitsbeleid van de school zich op het onderwijsproces, het schoolklimaat en het financiële beheer. Het lukt de school steeds beter instrumenten in te zetten om de kwaliteit van onderwijs, het personeel, de bedrijfsvoering en het financiële beleid te monitoren en inzichtelijk te hebben voor de interne en externe stakeholders. Naar aanleiding van hun vierjaarlijkse kwaliteitsonderzoek van de school in september 2021, heeft de onderwijsinspectie de school de waardering Goed doen toekomen. 4.14 Relationele beleid inclusief samenwerkingsverbanden In het relationele beleid beschikt de school over een groot netwerk: contacten en onderwijskundige projecten met toeleverende basisscholen, participatie in bestuurlijk - politiek overleg in de regio, in de Regionale Aanpak Personeelstekort, in de bestuurlijke samenwerking Qinas voor leerlingenzorg en daarnaast samenwerking met Pre - University college van de VU. De school is vertegenwoordigd in de stuurgroep Chinese Taal en Cultuur die door het ministerie van OC&W ondergebracht is binnen het Nuffic, werkt samen met de docentenopleidingen in Utrecht en Leiden, en werkt in het bèta -onderwijs samen met het bedrijfsleven en instituten zoals ARCNC, Kraton, TNO of de NS. Voor Leadership en internationalisering is er een samenwerking met U-Study.
De inzet van deskundigheid van externe partners vormt een belangrijke kwaliteitsimpuls voor het onderwijsniveau en zijn een stimulans om nieuwe en coherente ontwikkelingen op te starten. De alumnivereniging, in nauw contact met de alumnicoördinator, houdt namens de school frequent contact met de groep oud–leerlingen. Veel van de doelstellingen die de alumnivereniging in 2010 had geformuleerd zijn een decennium later gerealiseerd, zoals alumni events en lezingen op locatie. Steeds meer alumni participeren in deze activiteiten, die hen met de huidige leerlingen in contact brengt. 4.15 Passend Onderwijs De wet Passend Onderwijs is op 9 oktober 2012 aangenomen. Vanaf januari 2013 is een aantal voorbereidende artikelen in werking getreden, zoals de inrichting van de samenwerkingsverbanden. Uitgangspunt is dat ouders die hun kind aanmelden bij een school recht hebben op een passend onderwijsaanbod bij die school of een andere school. Dat betekent dat het betrokken bestuur ervoor verantwoordelijk is dat dit passend onderwijs wordt aangeboden dan wel elders wordt gevonden. De school heeft de begeleiding en de basisvoorzieningen ingericht en waar nodig aangepast. Om de zorgplicht te borgen werkt de school met andere schoolbesturen in het Gooi samen in het regionale samenwerkingsverband Qinas.
De zorgstructuur van de school is goed afgestemd op de eisen die Passend Onderwijs aan de school stelt om een goede opvang of doorgeleiding te garanderen. In het verslagjaar heeft de school € 293.685 van het samenwerkingsverband Qinas ontvangen om te besteden aan passend onderwijs op school. De verantwoording van de middelen zal ook in de
21 van 38
jaarrekening van Qinas plaatsvinden. Tevens kan de school gebruik maken van de faciliteiten die Qinas heeft om scholen in het samenwerkingsverband te ondersteunen. De school heeft een zorgcoördinator die de ondersteuning regelt voor leerlingen met extra ondersteuningsbehoefte. In september 2021 is hiervoor een orthopedagoog aangetrokken voor 3 dagen per week zodat er meer ondersteuning georganiseerd kan worden en ook een professionalisering plaatsvindt, dat is gelukt. Verder is er een schoolpsycholoog die ook zorgt dat hoogbegaafde leerlingen een aparte intake krijgen en goede begeleiding intern. Hoogbegaafde leerlingen worden begeleid door speciaal opgeleide pluscoaches (docenten) en verder krijgen zij de mogelijkheid tot verdieping via samenwerkingen met universiteiten in de regio. Alle leerlingen worden gescreend in klas 1 op intelligentie, faalangst en welbevinden. Wij werken hierin samen met het CBO uit Nijmegen. Leerlingen worden in de reguliere leerlingbegeleiding begeleid door hun mentor in overleg met de leerjaarcoördinatoren. Wanneer extra hulp nodig is, is er een vertrouwenspersoon, hulp bij dyslexie (met screening in klas 1), een cursus studievaardigheden en een stresspreventietraining.
Voor leerlingen die meer ondersteuningsbehoefte hebben zijn er persoonlijk begeleiders beschikbaar, docenten die zijn opgeleid om leerlingen te ondersteunen met bijvoorbeeld ASS of andere problematiek. Het GGH werkt samen met ECHT Gooi en andere tussenvoorzieningen in de regio. Wanneer dat nodig is, wordt extra hulp ingeschakeld, bijvoorbeeld via schoolmaatschappelijk werk, of expertise de school ingehaald, zoals intelligentie-onderzoek. De zorgcoördinator heeft het druk. Er zijn meer zorgleerlingen dan eerder het geval en met heftigere problematiek. De school is goed in staat om passende ondersteuning op school te bieden. Het intern zorgoverleg is gestroomlijnd en tegelijkertijd in ontwikkeling. Wat aandacht behoeft, is de samenwerking met externe partijen en ook intern de plek van de leerlingbegeleiding ten opzichte van het mentoraat. Met ECHT verloopt de samenwerking steeds beter. Wel loopt de school aan tegen capaciteitsproblemen. Er zijn veel meer zorgleerlingen dan eerder voorzien. We merken ook dat de problematiek heftiger is. Onze zorgcoördinator heeft haar handen vol en we hebben daarnaast een schoolpsycholoog aangetrokken met affiniteit met hoogbegaafdheid. Ook merken we dat er meer hoogbegaafde leerlingen met gedragsproblemen bij ons op school komen in klas 1. Dit vraagt intensieve begeleiding, soms in samenwerking met ECHT.
We zouden graag een meer persoonlijke en uitgebreidere overdracht van de basisschool willen en gaan onze contacten intensiveren. Verder merken we dat steeds vaker zeer jonge kinderen, van 9 of 10 jaar, zich melden bij ons als nieuwe leerling. Vaak lukt dat prima, maar soms lopen deze kinderen vast in leerjaar 2 of 3. We willen daarom ons meer oriënteren op een Intermezzojaar. Veel gymnasia hebben hier de afgelopen jaren ervaring in opgedaan en daarom is dit najaar een werkgroep ingesteld, die deze mogelijkheid voor onze school gaat onderzoeken. Wanneer de plannen meer concreet worden, vragen we bekostiging van QINAS. De insteek is in schooljaar 2023-2024 te starten met ten minste vijftien leerlingen. De activiteiten die in het kader van passend onderwijs zijn uitgevoerd passen binnen de basisondersteuning op beide niveaus. De schoolgids van 2022-2023 heeft een uitgebreidere passage over Passend Onderwijs. De school werkt handelingsgericht via een jaarlijks opgesteld OPP. Op dit moment hebben wij een enkel leerling met een plusarrangement waarbij hulp wordt ingeschakeld van buiten school. Het samenwerkingsverband bekostigt afgelopen kalenderjaar en dit kalenderjaar 100% van de kosten van de plusarrangementen. Binnen het dekkend netwerk waarover de scholen in het Gooi- en de Vechtstreek beschikken, beschikt de school over een eigen beperkt schoolondersteuningsprofiel.
De doelstellingen zijn in het profiel opgenomen en afgestemd met de stakeholders. In afstemming met ouders/verzorgers/leerling wordt een ontwikkelingsperspectief geformuleerd. De school beschikt niet over een Atheneum- of HAVO-afdeling waar een leerling die door de beperkingen die de zorgvraag voor zijn of haar onderwijsprestatie met zich meebrengt, naar kan afstromen. Kiezen voor een opleiding aan het Gemeentelijk Gymnasium brengt met zich mee dat ondersteuning en oplossingen alleen gerealiseerd kunnen worden binnen de erkenning van de schooleigen criteria door ouders en leerlingen.
22 van 38
De inzet van de zorgfunctionarissen en de organisatie van het zorgoverleg zijn met behulp van deze middelen die door Qinas beschikbaar worden gesteld, dit verslagjaar verder geprofessionaliseerd. 4.16 Governance ontwikkelingen (interne beheersing en toezicht) Het bestuur fungeert als intern toezichthouder en ziet toe op de naleving van de wettelijke verplichtingen ten aanzien van het onderwijs. Naast de reguliere bestuursvergaderingen is er regelmatig contact tussen individuele bestuursleden en de rector of leden van de schoolleiding over specifieke zaken op het gebied van interne beheersing en toezicht. In verband met wijzigingen in het waarderingskader van de onderwijsinspectie, is naar aanleiding van de gesprekken gevoerd tijdens het vierjaarlijks kwaliteitsonderzoek in 2021 binnen het stichtingsbestuur een discussie gestart over de vorm van governance van de stichting. Deze reflectie op de eigen governance is samen met het vormgeven van de examencommissie onderdeel van de twee herstelopdrachten zoals opgegeven door de onderwijsinspectie aan het stichtingsbestuur. De examencommissie is inmiddels geïnstalleerd en daarmee is aan die herstelopdracht voldaan. De discussie over de governance van het stichtingsbestuur is gecontinueerd in 2022 en wordt gecontinueerd en aangevuld met gesprekken met de inspecteurs van de onderwijsinspectie.
Jaarlijks is er overleg met de wethouder van onderwijs van de Gemeente Hilversum en het bestuur over de stand van zaken van het openbare onderwijs. Op deze wijze is de interne beheersing en het toezicht goed geborgd. Het bestuur publiceert conform de Code Goed Onderwijs, Goed Bestuur op de website van de school de statuten, het bestuursreglement, de integriteitscode, diverse (klachten)regelingen, de klokkenluidersregeling, het jaarverslag en de besluiten van de vergaderingen. 4.17 Horizontale verantwoording: de dialoog met interne en externe actoren In het verslagjaar is de dialoog over het onderwijs en de kwaliteit van de school regelmatig intern en extern gevoerd. De school heeft in het kader van de zelfevaluatie voor de aanvraag van het predicaat Excellente School en met het opstellen van het (NPO)schoolprogramma uitvoerig gesproken met diverse stakeholders. Frequent wordt de dialoog gezocht met bestuurders, schoolleiders en directeuren van basisscholen in de regio in de diverse samenwerkingsverbanden. De opbrengst van de dialoog is goed verwoord in de rapporten over het kwaliteitsonderzoek van de Inspectie van het Onderwijs, en het juryverslag van de jury Excellente Scholen.
De doelstelling van deze dialogen is de stakeholders van informatie te voorzien, verantwoording over het gevoerde beleid af te leggen en informatie binnen te halen die voor de verbetering van de kwaliteit van de school zinvol is. 4.18 Klachtenregeling Het Gemeentelijk Gymnasium Hilversum heeft een interne en externe klachtenregeling, gebaseerd op de Wet voor het Voortgezet Onderwijs. Ouders en leerlingen kunnen een klacht indienen over gedragingen en beslissingen of het nalaten daarvan. Door de klachtenregeling ontvangen het bevoegd gezag en de school signalen die hen ondersteunen bij het verbeteren van het onderwijs en de goede gang van zaken op school. De klachtenregeling beoogt een zorgvuldige behandeling van klachten, waarmee zowel het belang van de betrokkenen wordt gediend, als het belang van de school. Klachten over de dagelijkse gang van zaken in de school worden meestal in onderling overleg tussen school en betrokkenen afgehandeld. Indien dat echter, gelet op de aard van de klacht niet mogelijk is, of indien de afhandeling niet naar tevredenheid heeft plaatsgevonden, kan men een beroep doen op de klachtenregeling van de school. Sinds 2014 is de school aangesloten bij de Landelijke Klachten Commissie (LKC) te Utrecht: een professionele organisatie met uitgebreide ondersteuning. Het bestuur heeft kennisgenomen van het jaarverslag van de externe vertrouwenspersoon.
In het verslagjaar is er een klacht bij het bestuur of de Landelijke Klachten Commissie gemeld en afgehandeld, waarbij de school grotendeels in het gelijk is gesteld en het advies van de LKC heeft overgenomen.
23 van 38
5.0 Risico‘s 5.1 Inleiding In deze paragraaf van het bestuursverslag worden de risico’s beschreven en de maatregelen die het bestuur daartegen neemt. 5.2 Daling aantal leerlingen Landelijk gezien laten de demografische ontwikkelingen in het PO en het VO een daling van het aantal leerlingen zien. De Pronexus-prognose die de Gemeente Hilversum jaarlijks opstelt en waarin de demografische ontwikkeling van het PO en het VO in de regio Gooi- en Vechtstreek wordt verkend, laat zien dat het leerlingenaantal in het PO de komende jaren min of meer gelijk blijft. Een lichte krimp (5 tot 7%) in de regio wordt gesignaleerd richting 2030, maar deze prognoses kunnen de komende jaren wijzigen. De trend van een lichte krimp in de regio wordt ook bevestigd door de berekeningen van DUO. Op langere termijn lijkt het aantal leerlingen in de regio zich te stabiliseren. De verwachting is dat het aantal leerlingen op onze school zich stabiliseert rond de 700 leerlingen. 5.3 Vaardigheden PO leerlingen Met het toenemende tekort aan leerkrachten in het PO merkt de school dat het verschil in kennisniveau en vaardigheden onder leerlingen die instromen in leerjaar 1 langzaam toeneemt. School merkt ook dat, wellicht, door de Covid –19 situatie bij enkele leerlingen in het huidige leerjaar 2 en 3 door de periode van de lockdown bepaalde studievaardigheden ontbreken.
Deze effecten gelden in mindere mate ook voor enkele leerlingen uit de overige leerjaren. Een reparatietraject is inmiddels ingezet en lijkt zijn vruchten af te werpen. De school zal hier de komende jaren op moeten inspelen door bijvoorbeeld intern in leerjaar 1 een aanvullende toets af te nemen om de mate van eventuele extra ondersteuning beter te kunnen bepalen. In aansluiting hierop kan de school beter inspelen op de wenselijke of noodzakelijke differentiatie in de vervolgjaren. De school verwacht hierdoor dat alle leerlingen meer over dezelfde basis beschikken. Dit heeft een positief effect op de kwaliteit van het onderwijsniveau in de successievelijke leerjaren en zal de uitstroom in de onderbouw verder beperken. In dit verslagjaar is onder andere door bovenstaande redenen het gedifferentieerde aanbod in het talenonderwijs met betrekking tot grammatica voortgezet. Het doel is om alle leerlingen eind klas 1 op het niveau te krijgen waarop zij kunnen starten met de talen in klas 2, ongeacht wat het startniveau was bij binnenkomst. Dit betekent dat sommige leerlingen meer onderwijs nodig hebben dan anderen. 5.4 Toenemende vraag om innovatie en vernieuwingen in het onderwijs Het traditionele gymnasiale onderwijs heeft in de afgelopen twee decennia een modernisering doorgemaakt.
Hierdoor sluit het huidige gymnasiale onderwijs goed aan bij de eisen die de leerlingen, ouders en de maatschappij aan voorbereidend wetenschappelijk onderwijs stellen. Het GGH opereert in een regio met sterke concurrentie in het voortgezet onderwijs. Bovendien heeft een aantal van de omliggende scholen ook een gymnasiumklas, soms zelfs twee, een sterke focus op internationalisering en bèta, of bieden alternatieve schooleigen profielen aan zoals media, talent- of sportklassen e.d. Dit, in combinatie met de beeldvorming van ‘eliteschool' met een zware opleiding waar leerlingen de school moeten verlaten als ze niet doorstromen, kan een bedreiging zijn. In het verslagjaar was de aanmelding met 106 leerlingen voor klas 1, lager dan gebruikelijk. De school heeft verschillende interne en externe onderzoeken gedaan over de reden voor de lage aanmelding en daar via de marketing voor de nieuwe leerling werving op ingespeeld, zodat de beeldvorming klopt bij hoe de school daadwerkelijk is, een veilige en kleinschalige plek waar veel valt te leren voor iedereen die van leren houdt.
De aanwezigheid op sociale media is verhoogd en mede in het licht van de sterkte concurrentie onder vwo-scholen in de regio Gooi – en Vechtstreek en het streven om tot een (nog) betere aansluiting met de PO scholen te komen, heeft de school de dialoog en samenwerking met toeleverende basisscholen geïntensiveerd. Deze samenwerking, onder andere in de vorm van het PO–VO-project, lijkt haar vruchten af te werpen. In het verslagjaar volgende 170 leerlingen uit groep acht gedurende zes vrijdagmiddagen extra lessen bij ons op school. Om onderscheidend te blijven is het uitgebreide vakken- en projectaanbod van belang, net als behoud en verdere versterking van het docententeam. De docenten zijn het visitekaartje van de school, en bovendien belangrijke aanjagers in het extra aanbod en de externe samenwerkingen. In het verslagjaar organiseerde de school een studiedag over de thema’s van het nieuwe schoolplan en formatief handelen. De komende jaren zal ook het actualiseren van de pedagogische leerlijn met meer mogelijkheden tot differentiatie en zelfstandiger werken, het voortijdig
24 van 38
afsluiten van een examenvak of versnelling in het curriculum voor meer leerlingen, ervoor zorgdragen dat de school de aansluiting behoudt met de maatschappelijke eisen die aan modern onderwijs worden gesteld. De school is actief bezig met het ontwerpen van een curriculum voor burgerschapsonderwijs en zoekt hiervoor de samenwerking zowel op landelijk niveau als met de zelfstandige gymnasia. Intern is een werkgroep gevormd en twee docenten hebben zich aangesloten bij een landelijk initiatief rondom het thema burgerschapsonderwijs. De inrichting van de gebouwen beperkt de mogelijkheden voor onderwijskundige vernieuwing en doet een beroep op de kwaliteit en creativiteit van de docenten. 5.5 Complexiteit van wet- en regelgeving Het bestuur voorziet in een toenemende complexiteit van de wet- en regelgeving waarvoor een verdere professionalisering van het bestuur nodig blijft. Hiervoor is het bestuur sinds 2014 versterkt met een bestuurslid dat gespecialiseerd is op het gebied van onderwijswet- en regelgeving. Daarnaast beschikt de school(leiding) over een uitgebreid regionaal en landelijk netwerk, waarin kennis en expertise gedeeld wordt. 5.6 Krapte op de arbeidsmarkt voor docenten Het (dreigend) tekort aan goede docenten en invallers is een reëel risico, ook in combinatie met de werkdruk in het onderwijs.
De docenten hebben veel kennis van hun eigen vak, dragen bij aan het positieve schoolklimaat, zorgen voor de persoonlijke benadering van leerlingen en zijn in staat leerlingen te stimuleren en enthousiasmeren. De duurzaamheid van het docententeam vraagt om alertheid in de verhouding tot de kerntaak van lesgeven en extra -curriculaire activiteiten. De cultuur tussen docenten is open, er wordt samengewerkt en eventuele knelpunten zijn bespreekbaar. Daarbij maken de aantrekkelijke (secundaire) arbeidsvoorwaarden en ambitieuze leerlingenpopulatie het GGH een aantrekkelijke school om bij te werken. 5.7 Prestaties personeel Het gymnasium kenmerkt zich als een ambitieuze school, waar van medewerkers en leerlingen veel gevraagd wordt, maar waar ook ruim baan wordt gegeven aan professionele ontwikkeling en een eigen invulling van de werkzaamheden. De school creëert de randvoorwaarden om medewerkers optimaal te laten presteren in hun werk. Tegelijkertijd kent het Nederlandse onderwijs, in vergelijking met omringende landen, een hoog aantal lesuren en een hoge gemiddelde groepsgrootte. Deze problematiek wordt ook (h)erkend in de CAO-VO. De aanbevelingen hebben, in beperkte mate, hun weerslag gekregen in een nieuwe CAO-VO. Taakbelasting en werkdruk van medewerkers blijven in een moderne organisatie aandacht van de schoolleiding vragen.
Daarnaast doen de voortdurende veranderingen in het onderwijs in toenemende mate een beroep op het onderhouden van de bekwaamheid en de professionalisering van de medewerkers. 5.8 Samenvatting Periodiek stelt het bestuur in samenspraak met de schoolleiding een risicoanalyse op en kijkt hierbij minimaal naar de genoemde onderwerpen: jaarlijks wordt een extrapolatie gemaakt van het leerlingenaantal op basis van de bestaande prognosemodellen, het onderwijs en de leerlingenbegeleiding wordt frequent geëvalueerd op kwaliteit, de breedte van het aanbod en op de noodzakelijkheid van onderwijskundige vernieuwingen. Frequente externe validatie draagt bij aan het monitoren van de onderwijskwaliteit. Op personeelszaken wordt middels ontwikkelgesprekken naar de didactisch pedagogische vaardigheden en ontwikkeling van docenten gekeken. Het ziekteverzuim is in het verslagjaar gestegen tot boven het landelijk gemiddelde. Ontwikkeltijd en uren Levensfase Bewust Personeelsbeleid geven medewerkers de ruimte om hun werk in een goed balans uit te blijven oefenen. Er is in het verslagjaar bovengemiddeld hoog verloop geweest, naast pensionering, in het personeel. Het personeel kent een gelijkmatige opbouw in leeftijd.
Het docententekort in het voortgezet onderwijs lijkt ook in de regio Gooi – en Vechtstreek voelbaar te worden: de school heeft in het verslagjaar wederom een grote inspanning geleverd om gekwalificeerde docenten te vinden. De school participeert met de andere besturen in de regionale aanpak personeelstekort.
25 van 38
6.0
Financieel jaarverslag
6.1 Algemeen De financiële paragraaf van het jaarverslag geeft naast de belangrijkste kengetallen op de balansdatum en de ontwikkeling daarvan een korte beschouwing van de financiële positie en verantwoording van het financiële beleid. In de continuïteitsparagraaf geeft het bestuur een doorkijk van de financiële effecten van het beleid in de komende jaren. De belangrijkste onderwijskundige en personele ontwikkelingen die hierop betrekking hebben zijn eerder in het jaarverslag beschreven. Allocatie van middelen op schoolniveau De allocatie van de middelen die de Stichting verwerft, worden gealloceerd naar één school, het Gemeentelijk Gymnasium Hilversum. 6.2 Financiële positie op balansdatum De financiële positie van de Stichting is in 2022 achteruitgegaan. Het resultaat over 2022 is € 396.000 negatief in plaats van een begroot resultaat van € 0 een negatief verschil van € 396.000. De baten zijn € 9.925.000 terwijl € 8.914.000 begroot is, een positief verschil van € 1.011.000. Voor een deel leiden de extra baten ook tot extra lasten. Belangrijke afwijkingen zijn de verhoging van de vergoedingsbedragen in verband met de nieuwe cao en de extra ontvangsten in verband met het inhalen van de reizen en excursies die niet doorgegaan waren in verband met Corona. De lasten zijn € 10.312.000 terwijl € 8.912.000 begroot is, een negatief verschil van € 1.400.000.
Met name de personele lasten en de overige lasten zijn hoger. De lonen zijn per 1 juli met 4.75% verhoogd en er is een eenmalige uitkering van € 500 per FTE betaald. De kosten van de reizen en excursies zijn hier nu gesplitst verantwoord en in het voorjaar hebben de uitgestelde reizen plaatsgevonden en in het najaar de reguliere. De financiële baten en lasten bedragen € 9.000 terwijl € 2.000 begroot is, een negatief verschil van € 7.000. 6.3 Kengetallen De financiële positie van de Stichting is tamelijk zwak. Het weerstandsvermogen en de ratio normatief eigen vermogen zijn te laag. De kengetallen liquiditeit, solvabiliteit, rentabiliteit, weerstandsvermogen, huisvestingsratio en de ratio normatief eigen vermogen zijn gedaald. De kengetallen van de Inspectie zijn gewijzigd. Alleen de signaleringswaarden voor de liquiditeit, solvabiliteit en de ratio normatief eigen vermogen zijn van toepassing. Voor de volledigheid zijn ook de andere kengetallen nog opgenomen.
Liquiditeit Solvabiliteit (incl. voorz.) Solvabiliteit (excl. voorz.) Rentabiliteit Weerstandsvermogen (incl. mva) Weerstandsvermogen (excl. mva) Huisvestingratio Ratio normatief eigen vermogen
Realisatie 2021
Realisatie 2022
Prognose 2023
Prognose 2024
Prognose 2025
1,94 0,61 0,35 0,02 0,14 0,01 0,07 0,52
1,45 0,52 0,26 -0,04 0,09 -0,04 0,06 0,32
1,45 0,54 0,25 -0,01 0,09 -0,05 0,06 0,30
1,58 0,56 0,26 0,00 0,10 -0,05 0,06 0,31
1,74 0,60 0,28 0,00 0,11 -0,04 0,05 0,33
26 van 38
Signaleringswaarde Insp. < 1,00 < 0,30 geen geen geen geen geen > 1,00
Daarnaast zijn ook de volgende kengetallen opgenomen. De baten en de lasten in percentage van de totale opbrengsten: Realisatie 2021
Realisatie 2022
Begroot 2022
Begroot 2023
Begroot 2024
Begroot 2025
Rijksbijdragen Overige overheidsbijdragen Overige baten
96 2 2 100
86 2 12 100
90 2 8 100
90 2 7 100
91 2 7 100
91 3 7 100
Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige materiële lasten
80 6 6 7 98
76 5 5 18 104
77 6 5 12 100
79 6 5 11 101
77 7 5 11 100
76 7 5 11 100
2
-4
0
-1
0
0
in % van totale baten
De stichting is in 2022 voor 86% van de inkomsten afhankelijk van het rijk. In 2021 waren er extra inkomsten NPO, namelijk voor het hele schooljaar 2021-2022. De overige baten bedragen 12% van de baten en zijn een stuk hoger dan in 2021, omdat in 2022 de ontvangsten voor de reizen en excursies voor de reguliere en de uitgestelde ontvangen zijn. De personele lasten bedragen 76% van de baten. De overige materiële lasten zijn 18% en een stuk hoger dan in 2021 in verband met de kosten voor de reguliere en uitgestelde reizen en excursies. 6.4 Balans Hierna treft u de balans aan per 31 december 2022. De balans is een momentopname van de vermogensstructuur van een organisatie. Hierna vindt u een overzicht van de financiële situatie op 31 december 2021 in vergelijking tot de situatie van een jaar daarvoor. Na de balans volgt een korte toelichting op de belangrijkste wijzigingen in de balans.
Activa
31-12-2022
31-12-2021
Passiva
Materiele vaste activa Financiële vaste activa Vorderingen Liquide middelen
1.121.125 163.800 201.969 1.923.684
1.044.987 177.800 119.494 2.357.877
Eigen vermogen Voorzieningen Langlopende schulden Kortlopende schulden
Totaal activa
3.410.578
3.700.158 Totaal passiva
31-12-2022
31-12-2021
888.945 898.256 163.800 1.459.577
1.285.188 957.912 177.800 1.279.257
3.410.578
3.700.158
6.5 Toelichting op de balans: Activa: Materiële vaste activa In 2022 is voor € 399.000 (2021: € 335.000) geïnvesteerd in materiële vaste activa. De afschrijvingslasten, na verrekening vrijval investeringssubsidie, bedragen € 323.000 (2021: € 321.000). Aangezien de investeringen hoger zijn dan de afschrijvingslasten na verrekening vrijval investeringssubsidie, is de omvang van de materiële vaste activa gestegen met € 76.000 (2021: € 14.000). De boekwaarde is 23% (2021: 21%) van de aanschafwaarde. De extra investeringen zijn vooral eenmalige investeringen in het binnenklimaat ten gevolge van de Coronapandemie. Financiële vaste activa De financiële vaste activa betreffen de borg voor het boekenfonds. Aangezien het leerlingenaantal is gedaald, zijn ook de financiële vaste activa gedeeld. Vorderingen De omvang van de vorderingen is met € 82.000 toegenomen (2021: € 15.000 afgenomen). De debiteuren bedragen € 82.000 (2021: 79.000) en voor mogelijke oninbaarheid is een voorziening van
27 van 38
€ 40.000 (2021: € 40.000) opgenomen. De vooruitbetaalde kosten en overlopende activa bedragen € 160.000 (2021: € 81.000). De vooruitbetaalde kosten betreffen o.a. deelbetalingen voor de reizen in 2023. Liquide middelen De omvang van de liquide middelen is met € 434.000 afgenomen (2021: € 271.000 toegenomen). Dit is hoger dan het negatieve resultaat en komt door andere mutaties. Een nadere toelichting op de mutatie van de liquide middelen wordt gegeven in het kasstroomoverzicht. Passiva: Eigen vermogen. Het negatieve exploitatieresultaat van € 396.000 is ten laste (2021: € 207.000 ten gunste) van het eigen vermogen gebracht. Het eigen vermogen bedraagt per 31 december 2022 € 889.000 (2021 € 1.285.000). Het eigen vermogen is onderverdeeld in een algemene reserve en bestemmingsreserves. Algemene reserve Van het resultaat is € 0 (2021: € 0) ten gunste van de algemene reserve gebracht. Deze bedraagt per 31 december 2022 € 77.000 (2021: € 77.000). Bestemmingsreserve Huisvestingsbeleid De bestemmingsreserve huisvestingsbeleid dient om eventuele huisvestingslasten te kunnen opvangen voor investeringen die niet of in een later stadium door de gemeente worden vergoed. Van het resultaat is € 0 (2021: € 0) ten gunste van de bestemmingsreserve gebracht. Deze bedraagt per 31 december 2022 € 597.000 (2021: € 597.000).
Bestemmingsreserve Meubilair De bestemmingsreserve meubilair dient om de kosten van vervanging van het meubilair te dekken. Van het resultaat is € 0 (2021: € 0) ten gunste van de bestemmingsreserve gebracht. Deze bedraagt per 31 december 2022 € 79.000 (2021: € 79.000). Bestemmingsreserve Personeel De bestemmingsreserve personeel is o.a. bedoeld om personele lasten op te vangen bij eventueel dalende leerlingenaantallen en de inkrimping van personeel noodzakelijk is. Bij de bestemming van het resultaat is € 396.000 ten laste (2021: € 207.000 ten gunste) van de bestemmingsreserve gebracht. Deze bedraagt per 31 december 2022 € 136.000 (2021: € 532.000). 6.6 Voorzieningen De stichting beschikt over een onderhoudsvoorziening, een jubileumvoorziening, een voorziening langdurig zieken en een voorziening Levensfase Bewust Personeelsbeleid. Onderhoudsvoorziening De voorziening groot onderhoud is bedoeld ter egalisatie van de kosten van het groot onderhoud. In 2022 bedraagt de dotatie € 70.000 (2021: € 90.000) en de onttrekking € 70.000 (2021: € 87.000). De stand van de voorziening bedraagt per 31 december 2022 € 645.000 (2021: € 645.000). De voorziening is sinds 2019 gebaseerd op de componentenmethode. Jubileumvoorziening De jubileumvoorziening is bedoeld ter dekking van de gratificaties bij een 25- of 40-jarig ambtsjubileum.
Aan de voorziening is € 16.000 (2021: € 10.000) gedoteerd en € 2.000 (2021: € 10.000) onttrokken. De voorziening bedraagt per 31 december 2022 € 79.000 (2021: € 65.000).
Voorziening langdurig zieken In verband met een langdurig zieke zijn de loonkosten in een voorziening ondergebracht. Aan de voorziening is € 22.000 gedoteerd. De voorziening bedraagt per 31 december 2022 € 22.000.
28 van 38
Voorziening Levensfase Bewust Personeelsbeleid De voorziening levensfasebewust personeelsbeleid is bedoeld ter dekking van gespaarde uren die later opgenomen worden. In 2022 is € 0 (2021: € 7.000) gedoteerd, € 73.000 (2021: € 0) vrijgevallen en € 23.000 (2021: € 12.000) onttrokken aan de voorziening. De voorziening bedraagt per 31 december 2022 € 152.000 (2021: € 248.000). 6.7 Langlopende schulden De langlopende schulden betreffen de borgsommen die door de ouders betaald zijn voor de schoolboeken. Na inlevering van de boeken bij het verlaten van de school worden deze geretourneerd. In verband met de daling van het aantal leerlingen is de omvang met € 14.000 (2021: € 7.000) afgenomen naar € 164.000 (2021: € 178.000). 6.8 Kortlopende schulden De omvang van de kortlopende schulden is met € 180.000 (2021: € 66.000) toegenomen. De belangrijkste schulden zijn de salarisgebonden schulden, zoals de af te dragen loonheffing, pensioenen sociale premies en de nog te betalen vakantiegelden en bindingstoelage. Deze schulden worden in januari, mei en augustus betaald. De salarisgebonden schulden bedragen per 31 december 2022 € 648.000 (2021: € 691.000). De nog te besteden subsidies van € 510.000 (2021: € 0) betreft met name de SUVIS-subsidie (€ 477.000). De crediteuren, vooruit ontvangen bedragen en overige schulden bedragen € 301.000 (2021: € 588.000).
6.9 Analyseresultaat De begroting van 2022 liet een resultaat zien van € 0. Uiteindelijk resulteert een negatief resultaat boekjaar 2022 van € 396.000, een nadelig verschil van € 396.000 met de begroting. Het positieve resultaat over het boekjaar 2021 bedroeg € 207.000. Het leeuwendeel van het negatieve resultaat wordt verklaard doordat er €377.000 aan baten in 2021 is verantwoord aan NPO gelden waarvan de kosten in 2022 plaatsvonden. In de navolgende paragraaf treft u een vergelijking aan en een specificatie van de belangrijkste verschillen. 6.10 Analyse realisatie huidig jaar vs realisatie voorgaand jaar en vs begroting Onderstaand een vergelijking van de staat van baten en lasten op basis van de gerealiseerde en begrote baten en lasten voor het kalenderjaar 2022 en de gerealiseerde baten en lasten voor het kalenderjaar 2021: Staat van baten en lasten Realisatie 2022
Begroot 2022
Verschil 2022
Realisatie 2021
Verschil
Baten Rijksbijdragen OCenW Overige overheidsbijdragen Overige baten Totaal baten
8.518.456 8.027.000 194.007 194.000 1.212.585 693.000 9.925.048 8.914.000
491.456 7 519.585 1.011.048
8.904.725 194.007 149.893 9.248.625
-386.269 0 1.062.692 676.423
Lasten Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige instellingslasten Totaal lasten
7.568.264 6.885.000 517.032 510.000 477.417 455.000 1.748.986 1.062.000 10.311.699 8.912.000
683.264 7.032 22.417 686.986 1.399.699
7.356.202 514.475 519.366 651.705 9.041.748
212.062 2.557 -41.949 1.097.281 1.269.951
Saldo baten en lasten Financiële baten en lasten Financiële baten Financiële lasten Totaal financiële baten en lasten Nettoresultaat
-386.651
2.000
-388.651
206.877
-593.528
205 9.786 -9.581
0 2.000 -2.000
205 7.786 -7.581
25 0 25
180 9.786 -9.606
-396.232
0
-396.232
206.902
-603.134
29 van 38
6.11 Toelichting op de resultatenrekening Rijksbijdrage OC&W De Rijksbijdragen zijn € 491.000 hoger dan begroot. De vergoedingsbedragen zijn aangepast, onder andere in verband met de salarisverhoging van 4.75% per 1 juli en de eenmalige uitkering van € 500 per fte. De vereenvoudiging van de bekostiging leidt tot een hogere vergoeding van € 279.000 waar in 4 jaar naar toe gegroeid wordt. In 2022 is € 231.000 gekort waardoor de vergoeding € 68.000 hoger is dan in de oude situatie. De extra middelen voor het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) bedragen € 303.000 (begroot € 409.000). In de begroting is van een lager bedrag uitgegaan per leerling maar wel voor de ontvangst in 2022 voor het gehele schooljaar 2022-2023. In het VO wordt namelijk altijd per kalenderjaar betaald. Echter voor NPO is in 2022 5/12 ontvangen en in 2023 wordt 7/12 ontvangen. In verband met de verlaging van de werkdruk is het bedrag voor strategisch personeelsbeleid aanzienlijk verhoogd. In 2022 is € 467.000 ontvangen terwijl € 307.000 is begroot. Het verschil met 2021 is € 386.000 lagere vergoedingen. Het leerlingenaantal is afgenomen, In 2021 zijn er extra vergoedingen ontvangen in verband met de coronacrisis, zoals € 55.000 voor de eindexamens en € 63.000 voor inhaal- en ondersteuningsprogramma’s. Voor Extra Handen in de Klas is een bedrag van € 110.000 verantwoord.
De vergoeding NPO in 2021 bedroeg € 757.000. Overige overheidsbijdragen De overige overheidsbijdragen betreffen de vrijval van de investeringssubsidie voor het gebouw. Overige baten De overige baten zijn € 521.000 hoger dan begroot. Dit komt voornamelijk door het inhalen van de excursies/reizen die in verband met de coronacrisis in 2021 niet plaatsgevonden hebben. De opbrengsten en kosten zijn nu apart tot uitdrukking gebracht en niet meer gesaldeerd. Dit verklaart ook het verschil met 2021.
Huur en medegebruik Detacheringen e.d. Overige personele opbrengsten Ouderbijdragen Overige baten
Realisatie 2022
Begroting 2022
Verschil 2022
Realisatie 2021
Verschil
8.000 18.000 10.000 175.000 1.002.000
9.000 34.000 0 150.000 500.000
-1.000 -16.000 10.000 25.000 502.000
10.000 25.000 0 100.000 15.000
-2.000 -7.000 10.000 75.000 987.000
1.213.000
693.000
520.000
150.000
1.063.000
Personele lasten De personele lasten zijn € 683.000 hoger dan begroot. De lonen en salarissen (minus de uitkeringskosten) zijn € 567.000 hoger dan begroot, o.a. in verband met de nieuwe cao vo. De lonen zijn per 1 juli met 4.75% verhoogd en er is een eenmalige uitkering van € 500 per FTE betaald. De managementondersteuning en ingehuurd personeel is € 93.000 hoger dan begroot en de overige personeelslasten € 25.000. Afschrijvingen De afschrijvingsbedragen zijn € 7.000 hoger dan begroot. Er is meer geïnvesteerd in ICT en boeken.
Gebouwen Inventaris en apparatuur Blokhuislaan Boeken
Realisatie 2022
Begroting 2022
141.000 112.000 111.000 153.000
156.000 100.000 110.000 144.000
517.000
510.000
30 van 38
Verschil 2022
Realisatie 2021
Verschil
-15.000 12.000 1.000 9.000
163.000 104.000 111.000 136.000
-22.000 8.000 0 17.000
7.000
514.000
3.000
Huisvestingslasten De huisvestingslasten zijn € 22.000 hoger dan begroot. Er is meer onderhoud gepleegd en de prijzen zijn sterk gestegen. De dotatie aan de onderhoudsvoorziening is verlaagd, omdat rekening gehouden is met het beginsaldo van de voorziening waardoor de stand van de voorziening verlaagd kon worden.
Dotatie onderhoudsvoorziening Onderhoud Energie Schoonmaak Heffingen en overige huisvestingslasten
Realisatie 2022
Begroting 2022
Verschil 2022
Realisatie 2021
Verschil
70.000 90.000 146.000 151.000 20.000
120.000 60.000 130.000 130.000 15.000
-50.000 30.000 16.000 21.000 5.000
90.000 86.000 167.000 147.000 29.000
-20.000 4.000 -21.000 4.000 -9.000
477.000
455.000
22.000
519.000
-42.000
Overige instellingslasten De overige instellingslasten zijn € 687.000 hoger dan begroot. De uitgaven voor administratie en beheerslasten zijn hoger dan begroot en dan in 2021 in verband met de inzet van een controller, ondersteuning op de administratie en hogere accountantskosten. De kosten voor inventaris, apparatuur en leermiddelen zijn hoger. De baten en lasten van de reizen en excursies zijn nu gesplitst verantwoord. De lasten zijn extra hoog, omdat in het voorjaar de uitgestelde reizen hebben plaatsgevonden en in het najaar de reguliere. De overige lasten zijn lager. De juridische advieskosten zijn met name hoger, maar de overige kosten lager.
Administratie en beheerslasten Inventaris, apparatuur en leermiddelen Overige lasten
Realisatie 2022
Begroting 2022
Verschil 2022
Realisatie 2021
Verschil
251.000 1.360.000 138.000
102.000 796.000 164.000
149.000 564.000 -26.000
99.000 365.000 187.000
152.000 995.000 -49.000
1.749.000
1.062.000
687.000
651.000
1.098.000
Financiële baten en lasten In verband met de lage rentestand zijn de financiële baten laag. De financiële lasten betreffen de negatieve rente die betaald moest worden over saldi boven een bepaald bedrag. Investeringen en financieringsbeleid Het beleid van de stichting is gericht op het zoveel mogelijk met eigen middelen financieren van die investeringen waarvoor geen subsidie van derden wordt ontvangen. De liquide positie van de stichting is gezien de liquiditeitsratio van 1.5 (2021: 1.9) nog goed te noemen. Er is derhalve geen aanleiding voor het aantrekken van vreemd kapitaal ten behoeve van de investeringen. De investeringen van 2022 zijn dan ook met de eigen middelen gefinancierd. Jaarlijks wordt het meerjaren investeringsplan bijgesteld. Treasury-verslag Het Treasurybeleid is onderdeel van het financiële beleid van de Stichting. In 2020 is het Treasurystatuut aangepast aan de nieuwe Regeling beleggen en belenen zoals die per 1 juli 2016 van toepassing is. Bij het aantrekken, respectievelijk uitzetten van alle benodigde, respectievelijk overtollige liquide middelen wordt gehandeld in overeenstemming met de in de regeling getelde verplichtingen.
De algemene doelstelling van het Treasurybeleid luiden; Het beheren van korte-termijn financiële geldstromen met als doel op het juiste moment over de juiste hoeveelheid liquide middelen te kunnen beschikken, zonder dat er sprake is van een aanzienlijk overschot of tekort aan liquide middelen in rekening-courant. Essentieel en voor het bereiken van deze doelstelling is een korte-termijn liquiditeitsplanning.
31 van 38
De Stichting heeft een zeer terughoudend financieel beleid gevoerd. De tijdelijk overtollige middelen zijn aangehouden op de reguliere rekening-courant of korte-termijn deposito’s bij een Nederlandse Bank. Bij het voeren van het Treasurybeleid zijn de volgende Treasury instrumenten toegestaan: - Rekening-courant - Spaarrekeningen - Deposito’s - De solvabiliteit (verhouding Eigen Vermogen/Totaal Vermogen) dien minimaal het door de overheid voorgeschreven percentage te zijn - Het minimaliseren van de kosten van leningen (kostenminimalisatie) in relatie tot de geld- en kapitaalmarktrente - Het optimaliseren van het rendement van de overtollige liquide middelen binnen de kaders van het Treasurybeleid (rente-maximalisatie) - Het beheersen en bewaken van financiële risico’s die aan de financiële posities en geldstromen (risico-minimalisatie) - Het aantrekken van benodigde middelen dient plaats te vinden op basis van een actuele prognose van de financieringsbehoefte en een actuele rentevisie - Bij het aantrekken van langlopende geldleningen worden offertes gevraagd bij minimaal twee partijen. Bovenstaande is een samenvatting en geen limitatieve opsomming.
6.12 Rapportage aanwezigheid en werking interne risicobeheersings- en controlesysteem In het kader van het kwaliteitsbeleid en de financiële inrichting van de school, beschikt de school al een aantal jaren over een intern beheersingssyteem; de reeds bestaande interne beheersmatrix is afgestemd op het boekhoudkundig systeem. Daarnaast beschik de school over een intern protocol, waarin de financiële taken en verantwoordelijkheden van operationeel tot bestuurlijk niveau benoemd zijn. Naast regelmatige verantwoording voorziet het intern risicobeheer in een tweemaandelijkse rapportage, in diverse overlegmomenten tussen het bestuur en de directie en in een regelmatig toezicht op de financiële processen door het bestuur. De rector is bevoegd tot het doen van betalingen binnen de door het bestuur vastgestelde begroting. Bedragen die buiten de begroting vallen worden door het bestuur apart geaccordeerd. Binnen de materiële begroting zijn budgethouders benoemd; met name de hoofden van dienst vervullen hierin een belangrijke rol. Het doel van het interne beheersingssyteem is te beschikken over een voor de schoolorganisatie werkbare risicobeheersing. De tweemaandelijkse managementrapportage is in het verslagjaar geconsolideerd met een tussentijdse controlematrix.
Daarnaast is per balanspost een onderbouwing en documentatie aangemaakt op basis waarvan de directe en de accountant inzage hebben in de mutaties en zicht houden op de rechtmatigheid van de uitgaven. Op deze wijze heeft de school zicht op en is in controle over de bestemming van de financiële middelen die OCW ter beschikking stelt. De school beschikt daarnaast over een (meerjaren)investeringsbegroting; het niveau van de investeringen wordt jaarlijks door het bestuur vastgesteld. De begroting wordt jaarlijks in een ontwerpfase door de Gemeente Hilversum goedgekeurd. De raad keurt ook de jaarrekening goed. In het verslagjaar heeft de een geactualiseerde meerjarenbegroting opgesteld die op basis van 3 scenario’s een meerjarenperspectief beidt. De verwachting is dat de ontwikkelde instrumenten, in samenhang met elkaar, de school in staat stelt een verantwoorde financiële bedrijfsvoering te voeren.
32 van 38
7.0 Financiële risico’s 7.1 Algemeen De Stichting Gemeentelijk Gymnasium Hilversum kent in de normale bedrijfsvoering geen bijzondere financiële risico’s anders dan de vorderingen en schulden die in de balans zijn opgenomen. De Stichting handelt niet in financiële instrumenten en heeft procedures en gedragslijnen om de omvang van het kredietrisico bij elke tegenpartij of markt te beperken. Bij het niet nakomen door een tegenpartij van aan de Stichting verschuldigde betalingen blijven eventuele daaruit voortvloeiende verliezen beperkt tot de marktwaarde van de desbetreffende vorderingen. 7.2 Kredietrisico Het kredietrisico uit hoofde van subsidieverstrekkers en vorderingen op overige debiteuren is beperkt. 7.3 Renterisico Het renterisico is beperkt tot eventuele veranderingen in de markt. De Stichting heeft als beleid geen afgeleide financiële instrumenten te gebruiken om rentefluctuaties te beheersen. 7.4 Liquiditeitsrisico De stichting bewaakt de liquiditeitspositie door middel van opvolgende liquiditeitsbegrotingen. De rector ziet erop toe dat voor de Stichting steeds voldoende liquiditeiten beschikbaar zijn om aan de kortlopende verplichtingen te kunnen voldoen en dat tevens voldoende financiële ruimte beschikbaar blijft onder de beschikbare faciliteiten.
7.5 Reële waarde De reële waarde van de meeste in de balans verantwoorde financiële instrumenten, waaronder vordering, liquide middelen en kortlopende schulden, benadert de boekwaarde ervan. 7.6 Financiële continuïteitparagraaf Inleiding In deze paragraaf van het bestuursverslag wordt aangegeven op welke wijze het bestuur omgaat met de financiële gevolgen van het gevoerde en te voeren beleid. De paragraaf biedt ook zicht op het verwachte exploitatieresultaat in de komende jaren en de ontwikkeling van de vermogenspositie. Opbrengst 2022 Het leerlingenaantal heeft zich als volgt ontwikkeld:
De structurele en tijdelijke huisvesting is op dit moment toereikend om 816 leerlingen te huisvesten. Het Gemeentelijk Gymnasium Hilversum kent geen loting als beperkende maatregelen. De verwachting is dat het aantal aanmeldingen voor het volgende schooljaar de beschikbare ruimtecapaciteit niet zal overschrijden. Personeelsbezetting De bezetting van het personeel laat een stabiele situatie zien. Ook in het verslagjaar 2022 hebben een aantal nieuwe medewerkers de weg naar onze school gevonden. Het verloop onder het personeel is gemiddeld en wordt hoofdzakelijk veroorzaakt doordat medewerkers met pensioen gaan, dichterbij huis gaan werken of doorstromen (naar een hogere functie) buiten school. In het verslagjaar is een formatie (inzet van medewerkers) gerealiseerd die niet volledig binnen de bekostiging van OCW past. De additionele middelen zijn ingezet voor de daarvoor bestemde doeleinden, hoofdzakelijk op personele zaken of onderwijs(ontwikkeling).
33 van 38
Het personeelsbestand heeft zich in absolute aantallen en in FTE als volgt ontwikkeld:
Er is een tijdelijke uitbreiding op de directie in schooljaar 2022-2023. Door het toevoegen van een vierde schoolleider sinds 01-08-2022 is er tijdelijk een toename in fte’s. Deze uitbreiding vervalt weer op 31-07-2023. Door de tijdelijke ondersteuning van de NPO-gelden is het Onderwijzend Personeel op peil gebleven terwijl de leerlingaantallen daalden. Het onderwijsondersteunend personeel daalt , ook omdat er 1,2fte aan zorgmedewerkers sinds dit jaar als OOP meegerekend worden, maar nadert de ondergrens in bezetting. Twee vestigingen met bijbehorend personeel en de niet-leerling gebonden taken zoals Personeelszaken, Financiële administratie en Facilitaire zaken maken dat een verdere daling van het OOP niet waarschijnlijk is ook al dalen de leerlingaantallen. Raming personele bezetting en ontwikkeling leerlingenaantal De meerjarenraming is gebaseerd op een meerjarenbegroting waarin 3 scenario’s zijn doorgerekend. De scenario’s kennen verschillende IDU (instroom, doorstroom en uitstroom) getallen. Deze zijn gebaseerd op de huidige demografische- en marktaandeel ontwikkelingen. Afhankelijk van het scenario is de jaarlijkse instroom en daarmee door– en uitstroom anders. De scenario’s bestaan uit: Laag (100 aanmeldingen), Midden (125 aanmeldingen) en Hoog (150 aanmeldingen). De tussentijdse uitstroom is in elk scenario ruim aangenomen op 3%.
In onderstaande raming zal de personele bezetting zich bij een aanmelding van jaarlijks 125 leerlingen op basis van een extrapolatie naar verwachting als volgt ontwikkelen:
Toelichting De (financiële) ontwikkeling in de personele bezetting De verwachting is dat de daling van het aantal leerlingen zich voortzet. In het meerjarenperspectief verwacht de school daardoor een afname in de personele bezetting. Deze trend is in 2018 ingezet met lagere aanmeldingen en zet zich licht fluctuerend door. De ontwikkeling bij het onderwijzend personeel is afhankelijk van de verwachte leerlingaantallen. De inzet van het personeel houdt direct verband met de, in de formatie, jaarlijks vastgelegde stamklassen. De verwachting is dat deze stamklassen naar een maximum van 30 leerlingen zullen gaan. Een dalend leerlingaantal en een grotere stamklas levert minder klassen en bijbehorende taken als mentoraat op en dus een kleinere OP formatie en waarbij het streven is hetzelfde curriculum te kunnen blijven aanbieden. De financiële gevolgen van ontwikkeling in de verwachte aantallen leerlingen De school heeft voor 2018 jaarlijks een gestage groei van gemiddeld 5% doorgemaakt. In 2018 stroomden voor het eerst substantieel minder eersteklassers in (159). Vervolgens daalde de instroom fluctuerend naar een instroom in 2022 van 106 leerlingen. De verwachting is dat de instroom zal stabiliseren waarbij het nog onduidelijk is op welk niveau de gemiddelde instroom zich zal stabiliseren.
De daling van de totale leerlingaantallen zal zich de komende jaren zich vooraleer voortzetten doordat grote cohorten zullen uitstromen.
34 van 38
Het leerlingenaantal van het PO in de regio laat volgens de geactualiseerde Pronexus-prognose van de Gemeente Hilversum en de DUO- prognose tot 2030 een krimp zien. Naar verwachting zal het leerlingenaantal van de school deze trend volgen. Mede ook doordat er op het PO minder vaak een vwo-advies gegeven wordt. De school anticipeert op een situatie waarin er minder leerlingen instromen en de personele en exploitatielasten deze dalende trend volgen terwijl de kwaliteit van onderwijs en begeleiding gelijk blijven of stijgen. De school heeft diverse maatregelen ingezet om de instroom van leerlingen te vergroten: naast diverse pilots en samenwerkingsverbanden met basisscholen, wordt concreet geïnvesteerd in de voorlichting en positionering van de school in de regio. Het totale leerlingenaantal zal ook bij het hoge-instroom scenario (150 leerlingen) in de komende jaren een daling laten zien, omdat de komende paar jaren in de bovenbouw grote cohorten eindexamen zullen doen en daarmee uitstromen. Raming Balans Op basis de genoemde demografische prognoses is de verwachting dat de balans zich de komende jaren als volgt ontwikkelt: