Geanonimiseerd_Ruimtelijke onderbouwing Noodweg 48
Tekst van het document
t,
transect
5.1.2.e
ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ► ADVIES
5.1.2.e
T:
5.1.2.e
F: 5.1.2.e E: 5.1.2.e
Samenvatting In opdracht van TAUW b.v. heeft Transect b.v. op 11 en 14 november 2022 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in een plangebied van circa 4.600 m2 aan de Noodweg 48 te Hilversum (gemeente Hilversum). De aanleiding voor het onderzoek is het voornemen om een
wellness-paviljoen te realiseren. Met de voorgenomen plannen worden de grenswaarden uit de
Structuurvisie Archeologie van de gemeente Hilversum overschreden, waarmee archeologisch onderzoek nodig was. In december 2021 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in het plangebied (Boelsma 2021).
Hieruit bleek dat het plangebied een hoge verwachting heeft op archeologische resten uit het MiddenPaleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen. Vanaf een diepte van 5-15 cm -Mv konden in de top van de sandr-afzettingen archeologische resten worden verwacht. Op basis hiervan heeft de
bevoegde overheid besloten dat een vervolgonderzoek moest worden uitgevoerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek met de mogelijkheid tot een doorstart naar een Opgraving (Selectiebesluit:
Wiedemeijer, 28-04-2022). Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn zes proefsleuven met een totale oppervlakte van circa 480 m2
aangelegd. Het onderzoek heeft geen vondsten opgeleverd. De herkende sporen bleken natuurlijke sporen op vier spitsporen na (S.l). Deze sporen kunnen gerelateerd worden aan de ontginning van het
heidegebied in de 18e en 19e eeuw. De bodemopbouw in het plangebied bestaat uit een verstoorde bouwvoor van circa 20 tot 40 cm dik. Deze verstoringen zijn het resultaat van het gebruik van het plangebied als camping in de tweede helft
van de 20e eeuw evenals de aanplant van struiken, kabels en bomen. De bouwvoor wordt gevolgd door een enkele verploegde A/B-horizont (S.1500 in werkput 4), een veelal geploegde BC-horizont
(S.2000) en een B-horizont (S.2500). In de meer intactere bodems van werkputten 3, 4 en 5 is hier en daar ook nog lokaal de uitspoelingslaag (E-horizont) zichtbaar. Zo'n 40 tot 60 cm -Mv begint de C-
horizont, die bestaat uit een laag dekzand (S.3000) en stuwwalafzettingen (S.4000). Deze bodemopbouw stemt overeen met de bevindingen gedaan in het vooronderzoek (Boelsma 2021). Op basis van de intacte bodemopbouw en de vondst van archeologische indicatoren gaf het
vooronderzoek van Boelsma (2021) een hoge archeologische verwachting op archeologische resten uit
de periode Midden-Paleolithicum - Vroege Middeleeuwen. Het proefsleuvenonderzoek heeft echter geen archeologische resten uit deze periode opgeleverd.
Selectieadvies voor het plangebied Het proefsleuvenonderzoek moest de vraag beantwoorden of in het plangebied archeologische
vindplaatsen aanwezig zijn, of deze behoudenswaardig zijn en onder welke randvoorwaarden behoud mogelijk is. Op basis van de gemaakte waardestelling is geconcludeerd dat in het plangebied geen sprake is van een behoudenswaardige vindplaats. Wij adviseren dan ook dat het plangebied wordt vrijgegeven voor verdere ontwikkeling. Het bevoegd gezag neemt op basis van het advies een selectiebesluit.
Wij attenderen erop dat bij grondwerkzaamheden alsnog archeologische resten kunnen worden aangetroffen, ondanks het uitgevoerde onderzoek. Hiervoor geldt vanuit de Erfgoedwet een wettelijke
verplichting om archeologische resten te melden. Dit kan via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort, dan wel via de gemeente.
Inhoud 1.
Aanleiding
6
2.
Vooronderzoek
8
3.
Doel en onderzoeksvragen
10
4.
Methodiek
11
5.
Resultaten
14
6.
Waardestelling
17
7.
Conclusie en advies
18
Geraadpleegde bronnen
19
Bijlage 1.
Archeologische periode-indeling voor Nederland
20
Bijlage 2.
Allesporenkaart
21
Bijlage 3.
Vlaktekeningen
22
Bijlage 4.
Sporen- en lagenlijst
28
Bijlage 5.
Beantwoording van de onderzoeksvragen
30
1.
Aanleiding
Provincie
IVO-P Hilversum, Noodweg 48
Gemeente
Hilversum
Plaats
Hilversum
Toponiem
Noodweg 48
Kaartblad
31F
Perceelnummers
HVSOO - D - 3040, 4319
Centrumcoördinaten
139.481/467.282
CMA/AMK-status
Nee
Archis-monumentnummer
n.v.t
Oppervlakte plangebied
Circa 4.600 m2
Oppervlakte onderzoeksgebied
Circa 4.600 m2
Huidig grondgebruik
Bos
De aanleiding voor het onderzoek is het voornemen om een wellness-paviljoen te realiseren in het
plangebied aan de Noodweg 48 te Hilversum (gemeente Hilversum; figuur 1). Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 4.600 m2 en het nieuwe wellness-paviljoen zal een oppervlakte krijgen van
4.600 m2. In het plangebied is nog een bijgebouw aanwezig met een oppervlakte van 40 m2. Dit bijgebouw zal als onderdeel van de ontwikkeling worden gesloopt. Voor het nieuwe wellness-paviljoen zal worden ontgraven tot een diepte van 2,0 m +NAP (minimaal 350 cm -Mv).
Het archeologiebeleid van de gemeente Hilversum staat verwoord in de Structuurvisie Archeologie van de gemeente. Op de archeologische verwachtingskaart die hiervan deel uitmaakt, is het plangebied
aangeduid als een zone met een hoge archeologische verwachting. Dit houdt in dat archeologisch onderzoek verplicht is bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 40 cm -Mv.
In december 2021 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in het plangebied (Boelsma 2021).
Hieruit bleek dat het plangebied een hoge verwachting heeft op archeologische resten uit het MiddenPaleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen. Vanaf een diepte van 5-15 cm -Mv kunnen in de
top van de sandr-afzettingen archeologische resten worden verwacht. Op basis hiervan heeft de bevoegde overheid besloten dat een vervolgonderzoek moet worden uitgevoerd in de vorm van een
proefsleuvenonderzoek met de mogelijkheid tot een doorstart naar een Opgraving (Selectiebesluit: Wiedemeijer, 28-04-2022). Het proefsleuvenonderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de bevoegde overheid en de
Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1 (KNA 4.1). In dit rapport zijn de resultaten van het onderzoek beschreven en wordt een advies geformuleerd over de al dan niet te nemen
vervolgstappen.
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES
6
140000
139000 -
,I
467500
‘iA
‘e.,
.79
0%
ta
/ Èa
i
2
l*
467500
Hoomeborg
6
553
O
2
467000
467000
b)/ - 5, 0005
v,,, "*£
*
$
4: 2
8
4
1
6275 123
i
A
% t
A,
140000
139000
Legenda
N
plangebied Hilversum
0
150
t
transect ARCHEOLOGISCI
300 m zo
ONDERZOEK » AD* Es
Figuur 1. Ligging van het plangebied op een topografische kaart. Bron: pdok.nl.
t
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ► ADVIES
7
2.
Vooronderzoek
Eerder uitgevoerd onderzoek
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O), verkennende fase Uitvoerder
Transect b.v.
Uitvoeringsperiode
2021
Uitvoeringsmethode
Bureau - en booronderzoek
Rapportage
5.1.2.e
2021. Hilversum, Noodweg 48, gemeente
Hilversum (NH). Archeologisch bureauonderzoek en
inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Nieuwegein (Transect-rapport 3718). Onderzoeksmeldingsnummer
5134877100
Vondsten/monsters/documentatie
Digitaal: E-depot, Archis3 Vondstdocumentatie: geen vondsten
2.1
Landschap4
Het plangebied ligt in het Midden-Nederlandse zandgebied, op de zuidflank van de stuwwal van 't
Gooi (Berendsen 2005). Deze stuwwallen hebben zich gevormd gedurende de voorlaatste ijstijd, het
Saalien (370.000 tot 130.000 jaar geleden). Aan de randen van de stuwwallen komt verspoeld sediment voor dat is afgezet als gevolg van smeltwater afkomstig van het landijs (sandr-afzettingen).
In de laatste ijstijd, het Weichselien (120.000 tot 10.000 jaar geleden) zijn deze afzettingen grotendeels bedekt geraakt met dekzand.
Volgens de geomorfologische kaart bevindt het plangebied zich op een stuwwal (code 13B11). Op het AHN (versie 4; www.ahn.nl) is de ligging van het plangebied op de zuidwestelijke flank van de stuwwal zichtbaar. Het maaiveld in het plangebied ligt tussen 5,2 en 6,3 m +NAP. Dit loopt richting het noorden
op tot circa 20,0 m +NAP (op de Hoorneboeg, circa 450 meter noordwaarts). Volgens de bodemkaart
zijn in het plangebied haarpodzolgronden aanwezig die zich hebben gevormd in grof zand (code
Hd30). Er is een grondwatertrap VII gekarteerd. Dit duidt over het algemeen op vrij droge gronden,
waarbij de gemiddeld hoogste grondwaterstand tussen 40 en 80 cm -Mv ligt en de gemiddeld laagste grondwaterstand onder 1,2 m -Mv.
2.2
Archeologische waarden
In de omgeving van het plangebied heeft tot op heden één gravend archeologisch onderzoek
plaatsgevonden. Het betreft een proefsleuvenonderzoek waarbij geen archeologische resten zijn aangetroffen (Bouma 2019). Bij veel andere verkennende en karterende booronderzoeken bleek de
bodemopbouw verstoord te zijn, of werden geen archeologische indicatoren in de zeefmonsters gevonden. Op basis hiervan is vrijgave geadviseerd.
Vanwege de ligging van het plangebied op de Hoorneboegse Heide, op de flank van de stuwwal,
kunnen bij een intacte bodemopbouw archeologische resten uit het Midden-Paleolithicum tot de Vroege Middeleeuwen voorkomen. Zo is er een in het Midden-Paleolithicum gedateerde geretoucheerde afslag gevonden ten noorden van het plangebied (vondstmelding 3090760100). De archeologische verwachting voor de periode Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd is laag.
i
Teksten in dit hoofdstuk op basis van / overgenomen uit het vooronderzoek ( 5.1.2.e
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES
) en
5.1.2.e
8
2.3
Historische achtergronden en huidig gebruik
Het plangebied ligt aan de zuidgrens van de Hoorneboegse Heide, die ten zuiden van de bebouwde
kom van Hilversum ligt. Op historische kaarten is te zien dat het plangebied tijdens de 18® en een groot deel van de 19e eeuw uit heide bestond. Aan het eind van de 196 eeuw is bos aangeplant. Er is
vanaf deze periode nooit permanente bebouwing gerealiseerd in het plangebied. Wel lijkt het vanaf 1970 deel uit te hebben gemaakt van camping Zonnehoek. Vanaf 2015 is dit niet meer het geval. De enige bebouwing in het plangebied ten tijde van het onderzoek is een stal met een oppervlakte van
40 m2. De gebruiksgeschiedenis van deze stal is onbekend. 2.4
Gespecificeerde archeologische verwachting
Het plangebied heeft een hoge verwachting op archeologische resten uit de periode Midden-
Paleolithicum - Vroege Middeleeuwen. De verwachting is gericht op archeologische lagen,
vondstconcentraties en grondsporen, met een gemiddelde spoordichtheid. In het plangebied is nog geen vindplaats bekend. Er worden kleine tot grote vindplaatsen verwacht, met een omvang van 500
tot meer dan 8.000 m2. Het archeologisch niveau wordt verwacht in de top van de sandr-afzettingen. Dit niveau (de top van de C-horizont) ligt op een diepte van 40 en 85 cm -Mv (4,6 - 5,6 m +NAP).
Archeologische vondsten kunnen al in de hierboven gelegen E- en B-horizonten aanwezig zijn, die op een diepte vanaf 5-15 cm -Mv (5,45 - 5,85 m +NAP) liggen.
Voor de periode Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd is de archeologische verwachting laag. In deze
periode was het plangebied in gebruik als heide voordat het bebost werd. Een middelhoge archeologische verwachting geldt voor de Tweede Wereldoorlog vanwege de nabijheid van
vliegvelden en de Korporaal van Oudheusdenkazerne.
2.5
Vooronderzoek
Uit het vooronderzoek ( 5.1.2.e
) is gebleken dat de ondergrond in het plangebied bestaat uit
zwak tot matig grove sandr-afzettingen. Hierin is een haarpodzolbodem gevormd. De C-horizont is aangetroffen tussen 40 en 85 cm -Mv (4,6 - 5,6 m +NAP). Naar boven toe zijn ook een BC-horizont (2555 cm -Mv), een B-horizont (10-20 cm -Mv) en een E-horizont (5-15 cm -Mv). De E-horizont is in vier
boringen en in een profielputje aangetroffen. Op basis van de aanwezigheid van een E-horizont in
grote delen van het plangebied kunnen vondstconcentraties uit het Midden-Paleolithicum -
Neolithicum worden verwacht. In boring 2 zijn twee fragmenten handgevormd aardewerk gevonden op een diepte tussen 0 en 50 cm -Mv. Deze fragmenten zijn gemagerd met grind en dateren vermoedelijk uit de periode Neolithicum - Ijzertijd. Op basis van de intacte bodemopbouw en de
vondst van archeologische indicatoren kan de hoge verwachting op archeologische resten uit de
periode Midden-Paleolithicum - Vroege Middeleeuwen worden gehandhaafd.
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES
9
Doel en onderzoeksvragen
3.
Het doel van dit onderzoek is het toetsen en aanvullen van de archeologische verwachting door het
opsporen en het waarderen van eventueel aanwezige archeologische resten. Het onderzoek moet,
voor zover mogelijk, inzicht geven in de aard, datering, omvang, gaafheid, conservering en begrenzing
van de mogelijk aanwezige archeologische resten. Het doel van de eventuele opgraving is het documenteren van gegevens en het veiligstellen van vondsten en monsters om daarmee informatie te behouden die van belang is voor kennisvorming over het verleden. Het onderzoek moet de vraag beantwoorden of in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, of deze behoudenswaardig zijn en onder welke randvoorwaarden behoud mogelijk is.
Dit wordt onderzocht aan de hand van de volgende onderzoeksvragen uit het Programma van Eisen ( 5.1.2.e
1.
2022), die in bijlage 6 worden beantwoord: Zijn er in het plangebied archeologische resten aanwezig in de vorm van grondsporen, en/of vondsten?
2.
Hoe ziet de bodemopbouw in het plangebied eruit en in hoeverre is deze intact?
3.
Wat is de aard, diepteligging, samenhang en spreiding van de aanwezige archeologische resten, grondsporen en structuren (horizontaal en verticaal)?
4.
Wat is de datering van de archeologische resten op basis van (chrono-)stratigrafie en
typochronologie? En in hoeverre is er sprake van (dis-)continuïteit in gebruik/bewoning? 5.
Welke categorieën vondstmateriaal zijn aanwezig en in welke mate (ook in relatie tot elkaar)?
Wat zegt de aard en mate van voorkomen van het vondstmateriaal over het gebruik van het plangebied in het verleden? 6.
Welke depositionele en post-depositionele processen zijn te onderscheiden en in hoeverre
hebben deze invloed gehad op de bewoningsgeschiedenis en vondstcontexten?
7.
Hoe verhouden de onderzoeksresultaten zich tot de resultaten uit het vooronderzoek?
8.
Wat is de relatie met omliggende historische/archeologische resten?
9.
Wat is de fysieke en inhoudelijke kwaliteit van de aangetroffen archeologische resten (gaafheid en conserveringsgraad)? Is sprake van (een) behoudenswaardige archeologische vindplaats(en)? (Maak voor het beantwoorden van deze vraag gebruik van de KNA-
waarderingssystematiek).
10.
Zijn er vanuit de toestand van de archeologische resten, bodemcondities en toekomstig gebruik mogelijkheden voor behoud in situ?
11.
Bij afwezigheid van een vindplaats; wat is hier de verklaring voor (verstoord, ander landschap dan verwacht, e.d.)?
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES
10
4.
Methodiek
Het veldwerk heeft plaatsgevonden op 11 en 14 november 2022 en werd uitgevoerd door 5.1.2.e (senior KNA-archeoloog MA) en 5.1.2.e
(archeoloog BA) van Transect b.v. Het archeologisch
onderzoek is uitgevoerd conform het Programma van Eisen ( 5.1.2.e
2022). Figuren 2 t/m 4
geven een impressie van het plangebied en de werkzaamheden.
Het proefsleuvenonderzoek stond gepland voor één dag (11 november 2022). Door miscommunicatie, verplaatsing van putten en de aanwezigheid van vele boomstronken liep de voortgang van het
onderzoek vertraging op en is het onderzoek verlengd met een extra dag (14 november 2022).
Volgens het puttenplan in het Programma van Eisen ( 5.1.2.e
2022) zijn er zes proefsleuven van
ca. 4 x 20 m (totaal 480 m2) aangelegd. De precieze locatie van de proefsleuven is echter gewijzigd ten
opzichte van dit plan (bijlage 2). Centraal in het plangebied lag een dikke kabel die het noordelijk
gelegen congrescentrum voorziet van stroom. Deze kabel was niet aangemeld in de KLIC-database. Verspreid door het plangebied bevond zich ook een aantal nieuw ingeplante boomvakken en een grote hoeveelheid bomen en stronken lagen op beoogde locatie van sleuven. Hier konden geen putten worden gegraven. De beoogde dekking van 10% van het plangebied is gehaald, hoewel het areaal aan
sleuven aan de zuidzijde van het plangebied beperkt is door de grote hoeveelheid bomen en de
aanwezige kabelsleuf. De proefsleuven zijn laagsgewijs verdiept tot in de top van het dekzand (C-horizont). Dit niveau
bevindt zich op ongeveer 40 - 60 cm -Mv. Als gevolg van de locatie van het plangebied op de zuidelijke
flank van een stuwwal loopt het maaiveld van het zuiden naar het noorden op van circa 5,41 tot 6,40
m +NAP. Tijdens de aanleg van de putten werd gelet op de aanwezigheid van archeologische sporen en vondsten en is een metaaldetector gebruikt. Vlakfoto's zijn direct na aanleg van het vlak genomen.
Van het vlak is ten minste om de 5 m een hoogtemaat genomen; ook werden maaiveldhoogtes genomen met de dGPS. Per put zijn twee profielen aangelegd om de bodemopbouw te documenteren. De profielen zijn ingemeten, gefotografeerd en getekend. Zes van de negen sporen zijn gecoupeerd
om de onderzoeksvragen uit het PvE te kunnen beantwoorden.
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES
11
1 asm.
e ,
. ■
9 1
IüLA"a*-
Mha
a2022 ■
yg
7" IC.
2
7:
L.
1 8
G
e
M0,
.H 5 1
1
1.
S*i*e
0
—
NF.
' 442
453.
a Figuur 2. Impressie van het plangebied aan de Noodweg 48 te Hilversum.
ia 1 9I
,a
BW -66
#8 4
••
UT
5
gmaav
$ t Maz
-8im -.“2*3 2 2-1 g
$,"e A,ioë
2e
63
aa
"*6$,
-bs.t.m. ~ 5 9, q.
38
ia"
ge
I,id-ra Hjag,
Eƒ
92
63
Figuur 3. Werkput 3, vlak 1.
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ► ADVIES
12
#N8ë
W7
ë
3F r':.' ■ ■
i
npEa" om. orc.i*Ncemmg eae . c.r Pe" 3 , L h 3 1 Bk -
T
d-.-7
më
■ ।
u 92
”2539
Sb I-M
—8 1
LI
ve
2
9
sTEe A— sisul
- - ro■
' GsF
"
3
.
2%
oi -
,ë ,■<
F7?
kj
•oa
9 I
)
L Agachee
346
■
1
=
7333523
M
Ë
35)
2"
7
re A 3 5■-5 —,s soe,2 2ad 2 24, ‘o 0- A. 35* °25 g
23
• f
MëG
it,
-,s
.«
ges=,
5Ddje# “:32
go,,* *0!H,2 1
- - Ce-{*01844: --00 26.2 a i X 58. 4 h 78683 ayeë. 2,19
2,0e ■ 2__ >
ënë
288542-5ë, A20a
20 5922
42018 5 zen
*
Figuur 4. Werkput 5, vlak 1.
t
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ► ADVIES
13
5.
Resultaten
5.1
Bodemopbouw
De bodemopbouw zoals beschreven in het booronderzoek van 5.1.2.e
(2021) is ook tijdens het
proefsleuvenonderzoek aangetroffen. De pleistocene afzettingen waarin het vlak is aangelegd bestaan uit dekzand als onderdeel van een gordeldekzandwelving. Uit een dieper uitgevoerd profiel in de
westzijde van werkput 3 blijkt dat het pakket dekzand circa 1,0 m dik is en op gestuwde afzettingen
(sandr-afzettingen) ligt. Namens de AWN (Archeologische Werkgroep Nederland) is 5.1.2.e 5.1.2.e
langs geweest om het profiel tot grotere diepte geologisch te beschrijven. De algemene
bodemopbouw is de volgende: een verstoorde bouwvoor van circa 20 tot 40 cm dik met restanten B-,
BC-, of E-horizont (S.999 en 1000; in werkputten 1, 2 en 6). Deze verstoringen zijn het resultaat van het gebruik van het plangebied als camping in de tweede helft van de 20e eeuw, evenals de aanplant van struiken en bomen en aanleg van kabels.
De bouwvoor wordt gevolgd door een enkele verploegde A/B-horizont (S.1500 in werkput 4), een
veelal geploegde BC-horizont (S.2000) en een B-horizont (S.2500 in werkputten 1 en 3). Deze Bhorizont is voornamelijk het gevolg van ijzerinspoelingen. Uzervlekken zijn ook veel aangetroffen in
werkput 5. In de meer intactere bodems van werkputten 3, 4 en 5 is hier en daar ook nog lokaal de
uitspoelingslaag (E-horizont) zichtbaar. Zo'n 40 tot 60 cm -Mv begint de C-horizont, die bestaat uit een laag dekzand (S.3000) en stuwwalafzettingen (S.4000). De profielfoto's in figuren 5 tot en met 7 laten de bodemopbouw zien in werkputten 1, 3 en 4.
In de sporen- en lagenlijst in bijlage 4 zijn de details en kenmerken van de verschillende bodemlagen
opgenomen.
* geae
-1 li
«E
E:
10
0220)
E, ■
5306420100
2
s/
-d
wi
-%
} ë 23
__ Figuur 5. Profiel 1.2 in werkput 1, vlak 102.
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES
14
I
9g V
9c2 8
352 t
32
oumuuen 5306426100
6
3152
"u 83
ANV
3
Pjc
F
4
Fe-
_____
•m.f*h____ L__ ___
Figuur 6. Profiel 3.2 in werkput 3, vlak 103.
eee
t
„. 5306426100
8
$
22
e
r)
b
75_ 2P
2sce, "
. -
2 Nr
kHs*
- 3330*9
V
.
5
__ ___
Figuur 7. Profiel 4.2 in werkput 4, vlak 102.
t
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ► ADVIES
15
5.2
Sporen
In het onderzoeksgebied zijn vier spitsporen (S.l) aangetroffen in werkput 2 bovenop de
stuwwalafzettingen (S.4000; 4,87 m +NAP / circa 50 cm -Mv). Deze sporen zijn waarschijnlijk gerelateerd aan de ontginning van het heidegebied in de 18e of 19e eeuw (figuur 8). In totaal zijn er negen spoornummers vergeven. Na couperen en nadere inspectie bleken acht daarvan natuurlijke sporen (S.2-S.9; bijlagen 3-4). De allesporenkaart is te vinden in bijlage 2 en de vlaktekeningen in bijlage 3. Details van de sporen zijn
opgenomen in de sporenlijst in bijlage 4.
5.3
Vondsten
Er zijn geen vondsten aangetroffen.
3
-d
i
P
d
-A
.ck
.d
*
/ 2,-7.
«
ee 4.
: me--
4da
S
-M5.
0=
hh2s
Ph. 1-
da
2a 4"-
3•
e
■'
d.
$
."4 t
-
U .
f
a‘-0 • se‘ Ë
\
00
#-msa—,
■ ’■
..
4
xg
Figuur 8. Werkput 2, vlak 1. Rechts in de foto zijn de spitsporen zichtbaar.
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ► ADVIES
16
6.
Waardestelling
Het doel van dit onderzoek is het toetsen en aanvullen van de archeologische verwachting door het
opsporen en het waarderen van eventueel aanwezige archeologische resten. Het onderzoek moet,
voor zover mogelijk, inzicht geven in de aard, datering, omvang, gaafheid, conservering en begrenzing
van de mogelijk aanwezige archeologische resten. Concluderend zijn in het plangebied één concentratie van spitsporen, acht natuurlijke sporen en geen
vondsten aangetroffen. De zeer geringe aanwezigheid van archeologische resten duiden erop dat er zich in het plangebied geen behoudenswaardige vindplaats bevindt.
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES
17
7.
Conclusie en advies
Conclusie
Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn zes proefsleuven met een totale oppervlakte van circa 480 m2 aangelegd. Het onderzoek heeft geen vondsten opgeleverd. De herkende sporen bleken natuurlijke sporen op vier spitsporen na (S.l). Deze sporen kunnen gerelateerd worden aan de ontginning van het
heidegebied in de 18e en 19e eeuw. De bodemopbouw in het plangebied bestaat uit een verstoorde bouwvoor van circa 20 tot 40 cm dik.
Deze verstoringen zijn het resultaat van het gebruik van het plangebied als camping in de tweede helft
van de 20e eeuw evenals de aanplant van struiken en bomen en de aanleg van kabels. De bouwvoor wordt gevolgd door een enkele verploegde A/B-horizont (S.1500 in werkput 4), een veelal geploegde BC-horizont (S.2000) en een B-horizont (S.2500). In de meer intactere bodems van werkputten 3, 4 en
5 is hier en daar ook nog lokaal de uitspoelingslaag (E-horizont) zichtbaar. Zo'n 40 tot 60 cm -Mv begint de C-horizont, dat bestaat uit een laag dekzand (S.3000) en stuwwalafzettingen (S.4000). Deze
bodemopbouw stemt overeen met de bevindingen gedaan in het vooronderzoek (Boelsma 2021).
Op basis van de intacte bodemopbouw en de vondst van archeologische indicatoren gaf het vooronderzoek van Boelsma (2021) een hoge archeologische verwachting op archeologische resten uit de periode Midden-Paleolithicum - Vroege Middeleeuwen. Het proefsleuvenonderzoek heeft echter
geen archeologische resten uit deze periode opgeleverd.
Selectieadvies voor het plangebied
Het proefsleuvenonderzoek moest de vraag beantwoorden of in het plangebied archeologische
vindplaatsen aanwezig zijn, of deze behoudenswaardig zijn en onder welke randvoorwaarden behoud mogelijk is. Op basis van de gemaakte waardestelling is geconcludeerd dat in het plangebied geen
sprake is van een behoudenswaardige vindplaats. Wij adviseren dan ook dat het plangebied wordt
vrijgegeven voor verdere ontwikkeling. Het bevoegd gezag neemt op basis van het advies een selectiebesluit. Wij attenderen erop dat bij grondwerkzaamheden alsnog archeologische resten kunnen worden
aangetroffen, ondanks het uitgevoerde onderzoek. Hiervoor geldt vanuit de Erfgoedwet een wettelijke verplichting om archeologische resten te melden. Dit kan via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
(RCE) te Amersfoort, dan wel via de gemeente.
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES
18
Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden
Archeologisch Informatie Systeem III (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE),
Amersfoort, 2016.
www.ahn.nl
www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl www.bodemloket.nl
www.pdok.nl
www.ruimtelijkeplannen.nl Literatuur
Berendsen, H.J.A. 2005. Landschappelijk Nederland: de fysisch-geografische regio's. Assen.
Boelsma, J. 2021. Hilversum, Noodweg 48, gemeente Hilversum (NH). Archeologische
bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Nieuwegein (Transectrapport 3718).
Bouma, N. 2019. Korporaal van Oudheusdenkazerne in Hilversum. Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven. Amersfoort (ADC Rapport 4762). SIKB, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1 (KNA4.1).
Van Cruchten, T. 2022. Hilversum, Noodweg 48, gemeente Hilversum (NH). Een inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, karterende en waarderende fase met de mogelijkheid tot
doorstart naar Opgraven. Nieuwegein (Transect-PvE 20221004/TvC2.0).
Figuren en tabellen
Figuur 1. Topografische kaart met de locatie van het plangebied. Figuur 2. Impressie van het plangebied aan de Noodweg 48 te Hilversum. Figuur 3. Werkput 3, vlak 1. Figuur 4. Werkput 5, vlak 1. Figuur 5. Profiel 1.2 in werkput 1, vlak 102. Figuur 6. Profiel 3.2 in werkput 3, vlak 103. Figuur 7. Profiel 4.2 in werkput 4, vlak 102. Figuur 8. Werkput 2, vlak 1. Rechts in de foto zijn de spitsporen zichtbaar.
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES
19
Bijlage 1. Periode
Archeologische periode-indeling voor Nederland Van
Tot
1945 na Chr.
2050 na Chr.
Nieuwe tijd A
1850 na Chr. 1650 na Chr. 1500 na Chr.
1945 na Chr. 1850 na Chr. 1650 na Chr.
Late-Middeleeuwen B
1250 na Chr.
1500 na Chr.
Late-Middeleeuwen A
1050 na Chr.
1250 na Chr.
Vroege-Middeleeuwen D
900 na Chr.
1050 na Chr.
Vroege-Middeleeuwen C
725 na Chr.
900 na Chr.
Vroege-Middeleeuwen B
525 na Chr.
725 na Chr.
Vroege-Middeleeuwen A
450 na Chr.
525 na Chr.
Laat-Romeinse tijd B
350 na Chr.
450 na Chr.
Laat-Romeinse tijd A
270 na Chr.
350 na Chr.
Midden-Romeinse tijd B
150 na Chr.
270 na Chr.
Midden-Romeinse tijd A
70 na Chr.
150 na Chr.
Vroeg-Romeinse tijd B
25 na Chr.
70 na Chr.
Vroeg-Romeinse tijd A
12 voor Chr.
25 na Chr.
Deel-/subperiode
Recent
Nieuwe tijd
Nieuwe tijd C Nieuwe tijd B
Middeleeuwen
Romeinse tijd
Ijzertijd
Bronstijd
Neolithicum
Mesolithicum
Paleolithicum
Late-Ijzertijd
250 voor Chr.
12 voor Chr.
Midden-IJzertijd
500 voor Chr.
250 voor Chr.
Vroege-IJzertijd
800 voor Chr.
500 voor Chr.
Late-Bronstijd
1100 voor Chr.
800 voor Chr.
Midden-Bronstijd B
1500 voor Chr.
1100 voor Chr.
Midden-Bronstijd A
1800 voor Chr.
1500 voor Chr.
Vroege-Bronstijd
2000 voor Chr.
1800 voor Chr.
Laat-Neolithicum B
2450 voor Chr.
2000 voor Chr.
Laat-Neolithicum A
2850 voor Chr.
2450 voor Chr.
Midden-Neolithicum B
3400 voor Chr.
2850 voor Chr.
Midden-Neolithicum A
4200 voor Chr.
3400 voor Chr.
Vroeg-Neolithicum B
4900 voor Chr.
4200 voor Chr.
Vroeg-Neolithicum A
5300 voor Chr.
4900 voor Chr.
Laat-Mesolithicum
6450 voor Chr.
4900 voor Chr.
Midden-Mesolithicum
7100 voor Chr.
6450 voor Chr.
Vroeg-Mesolithicum
8800 voor Chr.
7100 voor Chr.
Laat-Paleolithicum B
18.000 BP
8.800 voor Chr.
Laat-Paleolithicum A
35.000 BP
18.000 BP
Midden-Paleolithicum
300.000 BP
35.000 BP
Vroeg-Paleolithicum
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES
300.000 BP
20
Bijlage 2. Allesporenkaart 139440
139480
139520
467320
0]
E
467320
Allesporenkaart
Hilversum, Noodweg 48 Gemeente Hilversum
Legenda Plangebied
Proefsleuven
Werkput O
E
Recente verstoring Natuurlijk spoor
467280
467240
467240
467280
-
§
E
Paalkuil
139480
139440
139520
N
0
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES
20
40
60
80
100 m
t
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES
21
Bijlage 3. Vlaktekeningen 139447
139454
139461
139468
T
T
T
T +5.49
Vlaktekening Werkput 1 vlak 1
36.16
1V0-P Hilversum, Noodweg 48 Gemeente Hilversum
*+5.09 467324
467324
+5.39 +5.46
Legenda ] plangebied werkput
101 +5.34
maaiveldhoogte (m +NAP) +5.96
vlakhoogte (m +NAP)
* +5.36
|
WP.Ï
profielpin - coupelijn
• spoor | natuurlijk spoor recente verstoring
+5.95
+5.31
+5.32 467313
467313
102
+5.Z9 +5.84
1
1
139447
139454
1 139461
N o
2
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES
4
6
8
10 m
139468
t
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES
22
139433
139440
139447
T
T
I
Vlaktekening Werkput 2 vlak 1
IVO-P Hilversum, Noodweg 48
467292
467292
Gemeente Hilversum
Legenda
• plangebied werkput
maaiveldhoogte (m +NAP) +4.87
vlakhoogte (m +NAP)
s.,
profielpin
4
44.84
coupelijn spoor
■201
+4.92
| +5.00
recente verstoring
467286
+5/08
+5.48
| natuurlijk spoor
■202
+4.99
WP.2
467286
.+5.41
+5.69
+5.71
1
1
1
139433
139440
139447
N
0
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES
2
4
6
8
10 m
t
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES
23
139475
139482
139489
T
T
T
Vlaktekemng Werkput 3 vlak 1 46730
467304
'
+6.00
IVO-P Hilversum, Noodweg 48 Gemeente Hilversum
+5.35
Legenda
• plangebied +5.91
+5.33
werkput
maaiveldhoogte (m +NAP) vlakhoogte (m +NAP) - coupelijn
467298
467298
profielpin
*
+ 5.38
301
+5.37
E spoor
|
+5:78
| natuurlijk spoor recente verstoring
+5.46
WP.3 +5.43
+5.79
467292
+5.77 «+5.80
1
1
1
139475
139482
139489
N 0
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES
2
4
6
8
10 m
467292
302
t
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES
24
139496
139503
139510
T
T
—T
139517
T
Vlaktekening Werkput 4 vlak 1
„+5.68
+5.21
IVO-P Hilversum, Noodweg 48
WP.4
Gemeente Hilversum
467280
467280
:$.2
401
+5.19
Legenda plangebied
S.3
9
|
+5.57
| werkput maaiveldhoogte (m +NAP)
+5.24
*
vlakhoogte (m +NAP) profielpin - coupelijn
467274
467274
•• spoor
|
| natuurlijk spoor recente verstoring
+5.60
+5.08
+5.04 467268
467268
+5.58 S.4 O +5,224+5.16
.402 +5.51
1
1
1
1
139496
139503
139510
139517
N
0
t,
2
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES
4
6
8
10 m
t,
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES
25
139468
139475
139482
T
T
T
Vlaktekening Werkput 5 vlak 1
IVO-P Hilversum, Noodweg 48
467286
467286
WP.5
Gemeente Hilversum
-5 18,
Legenda ] plangebied
cS.8 +5.10 +5.48
S.7 O 502
werkput
($.9 +5.19
maaiveldhoogte (m +NAP) vlakhoogte (m +NAP)
LS.6
+5.14
profielpin
4
- coupelijn 467280
467280
+5.57
+5.13
+5.49
• spoor
|
| natuurlijk spoor recente verstoring
501
95.5
+5.16
+5.71
1
1
1
139468
139475
139482
N
0
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES
2
4
6
8
10 m
467274
467274
+5.64
t
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES
26
139468
139475
139482
T
T
T
Vlaktekening
60r
Werkput 6 vlak 1
+6.33;
IVO-P Hilversum, Noodweg 48 Gemeente Hilversum 467328
467328
#5,54
Legenda |
| plangebied werkput
maaiveldhoogte (m +NAP)
+5.64
2+6.24
vlakhoogte (m +NAP)
profielpin
4
— coupelijn
+5.65 467322
467322
• spoor
602
467316
Wpe
„+6.00
139468
1
1
139475
139482
N 0
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES
2
4
recente verstoring
+5.70
+6.03
1
| natuurlijk spoor
467316
V
|
6
8
10 m
t
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES
27
Bijlage 4. Sporen- en lagenlijst Spoor
Put
Vlak
Spooraard
Spoorvorm
0001
02
001
SS
OVL
0002
04
001
NAT
OVL
0003
04
001
NAT
OVL
0004
04
001
NAT
OVL
0005
05
001
NAT
OVL
0006
05
001
NAT
OVL
0007
05
001
NAT
OVL
0008
05
001
NAT
OVL
0009
05
001
NAT
OVL
0999
06
001
LG
0999
06
104
LG
1000
01
001
BV
1500
04
001
LG
verploegde a/b hor
2000
01
001
LG
geploegd b/c hor
2500
01
001
LG
b hor
3000
01
001
C-hor
dekzand
4000
01
001
C-hor
stuw afzet
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES
Spoordiepte
Opmerking
4 spitsporen
20 cm
verstoord
28
Vullingenlijst Spoor
Put
Vulling
Kleur
0001
02
1
DBRGR
zs2
hl, mg, gr2
0002
04
1
LBRGR
zs2
mg, gevlekt
0003
04
1
BR
zs2
mf,
0004
04
1
DBR
zs2
gr2, mg,
0005
05
1
BR
zs2
mf, fel
0006
05
1
DBR
zs2
mg
0007
05
1
DBR
zs2
mg
0008
05
1
BR
zs2
mg, ovaal
0009
05
1
DBR
zs2
mg
0999
06
1
BRGR
zs2
mg, gr2, gevlekt
1000
01
1
DBR
zsl
mf, pl2
1500
04
1
DBR
zs2
mf, pl2, hl
2000
01
1
GEBR
zs2
grl, pll,h2
2500
01
1
DBR
zs2
h2, gevl, mg, gr2, pl2
3000
01
1
GE
zsl
mf, hl, c-hor
4000
01
1
BRGE
zs2
mg, hl, gr2
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES
Kleurstruc
heterogeen
heterogeen
Opmerking
Textuur
29
Bijlage 5. Beantwoording van de onderzoeksvragen 1.
Zijn erin het plangebied archeologische resten aanwezig in de vorm van grondsporen, en/of vondsten?
Ja. In het plangebied zijn vier spitsporen (S.l) aangetroffen. Alle andere sporen bleken natuurlijke sporen. Er zijn geen vondsten gedaan.
2.
Hoe ziet de bodemopbouw in het plangebied eruit en in hoeverre is deze intact? De bodemopbouw in het plangebied bestaat uit een verstoorde bouwvoor van circa 20 tot 40 cm dik. De bouwvoor wordt gevolgd door een enkele verploegde A/B-horizont (S.1500 in werkput 4), een
veelal geploegde BC-horizont (S.2000) en een B-horizont (S.2500). In de meer intactere bodems van werkputten 3, 4 en 5 is hier en daar ook nog lokaal de uitspoelingslaag (E-horizont) zichtbaar. Zo'n 40
tot 60 cm -Mv begint de C-horizont, dat bestaat uit een laag dekzand (S.3000) en stuwwalafzettingen (S.4000). De bodem in enkele werkputten (1, 2 en 6) was erg verstoord door het vroegere gebruik van dit gebied
als campingterrein. Ook waren er veel boomstronken en boomkuilen. In deze putten was de
bodemopbouw niet intact. 3.
Wat is de aard, diepteligging, samenhang en spreiding van de aanwezige archeologische resten, grondsporen en structuren (horizontaal en verticaal)?
In het onderzoeksgebied zijn vier spitsporen (S.l) aangetroffen in werkput 2 bovenop de
stuwwalafzettingen (S.4000; 4,87 m +NAP / circa 50 cm -Mv).
4.
Wat is de datering van de archeologische resten op basis van (chrono-)stratigrafie en typochronologie? En in hoeverre is er sprake van (dis-)continuïteit in gebruik/bewoning?
De spitsporen zijn waarschijnlijk gerelateerd aan de ontginning van het heidegebied in de 18e of 19e
eeuw. Een specifieke datering is niet mogelijk. Het plangebied was lang deel van een heidegebied,
waarna het bebost is. In de tweede helft van de 20e eeuw was het een campingterrein.
5.
Welke categorieën vondstmateriaal zijn aanwezig en in welke mate (ook in relatie tot elkaar)? Wat zegt de aard en mate van voorkomen van het vondstmateriaal over het gebruik van het plangebied in het verleden?
Er is geen vondstmateriaal gevonden.
6.
Welke depositionele en post-depositionele processen zijn te onderscheiden en in hoeverre hebben deze invloed gehad op de bewoningsgeschiedenis en vondstcontexten?
Er zijn geen vondsten gedaan noch zijn er aanwijzingen voor bewoning van dit plangebied.
7.
Hoe verhouden de onderzoeksresultaten zich tot de resultaten uit het vooronderzoek? De herkende bodemopbouw in het vooronderzoek en in het proefsleuvenonderzoek is dezelfde.
8.
Wat is de relatie met omliggende historische/archeologische resten? In de omgeving van het plangebied zijn weinig archeologische resten aangetroffen. Dit komt overeen met de resultaten van dit proefsleuvenonderzoek.
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES
30
9.
Wat is de fysieke en inhoudelijke kwaliteit van de aangetrojfen archeologische resten (gaafheid en
conserveringsgraad)? Is sprake van (een) behoudenswaardige archeologische vindplaats(en)? (Maak voor het beantwoorden van deze vraag gebruik van de KNA-waarderingssystematiek).
Er zijn geen behoudenswaardige archeologische resten aangetroffen.
10. Zijn er vanuit de toestand van de archeologische resten, bodemcondities en toekomstig gebruik mogelijkheden voor behoud in situ?
Nee.
11. Bij afwezigheid van een vindplaats; wat is hier de verklaring voor (verstoord, ander landschap dan verwacht, e.d.)? De hoger gelegen bodemlagen zijn veelal verstoord door het gebruik van het gebied als
campingterrein in de tweede helft van de 20® eeuw. In de 19e en vroegere 20® eeuw was het gebied een heide - en bosgebied.
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES
31
XTAUW Kenmerk
Bijlage 3
R003-1283196SSW-V03-hme-NL
Onderzoek cultuurhistorische waarden
XTAUW
I/N
1)
61
lil
3
Hilversum Noodweg 34, 34A en 36 Cultuurhistorische verkenning landgoed Dennendonck
31 augustus 2022
XTAUW Kenmerk
R002-1283196SSW-V03-kzo-NL
Verantwoording Titel
Hilversum Noodweg 34, 34A en 36
Cultuurhistorische verkenning landgoed Dennendonck Opdrachtgever
5.1.2.e
Projectleider
5.1.2.e
Auteur(s)
5.1.2.e
Tweede lezer
5.1.2.e
Projectnummer
1283196
Aantal pagina’s
14
Datum
31 augustus 2022
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking
Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv 5.1.2.e
Postbus 133 5.1.2.e
T
5.1.2.e
E 5.1.2.e
2/14
XTAUW R002-1283196SSW-V03-kzo-NL
Kenmerk
Inhoud 1
Inleiding
Aanleiding
4
Het voornemen
5
Methodiek
7
1.1 2
2.1 3
4
Beleidskader
7
3.1
Provinciaal beleid
7
3.2
Gemeentelijk beleid
9
4
Cultuurhistorische waarden
11
5
Conclusie en aanbevelingen
14
Bijlage 1
Literatuur en bronnen
3/14
XTAUW Kenmerk
1
R002-1283196SSW-V03-kzo-NL
Inleiding
Landgoed Dennendonck ligt zuidelijk van Hilversum aan de Noodweg die loopt tussen de Rading in Nieuw-Loosdrecht tot de Utrechtseweg. Het landgoed werd aan het begin van de 20® eeuw ontwikkeld in het grensgebied van het veen en de zandgronden van de Gooise stuwwal. Het oorspronkelijke hoofdhuis en de bijgebouwen, die later zijn toegevoegd, vormen een samenhangend geheel vanwege de materialisering, uitstraling en kleur. De architectuur van de gebouwen sluit aan bij de landelijke of zogenaamde cottagestijl van landhuizen en andere bebouwing in de omliggende omgeving1. De tuin van het landgoed is in 1952 ontworpen door de Nederlandsche Heidemaatschappij. Deze maatschappij heeft destijds een bebossingsplan opgesteld met een hoofdzichtas, heidegronden en een tennisbaan. Nu de initiatiefnemer het voornemen heeft het landgoed te herstructureren, moet in beeld gebracht worden of de aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische waarden hierdoor niet geschaad worden.
\ 9 --- m N "
TAUW Plangebied Figuur 1.1 Ligging van het plangebied aan de Noodweg in Hilversum
1.1
Aanleiding De initiatiefnemer heeft het plan om een multifunctioneel bijgebouw op landgoed Dennendonck te realiseren. Dit bijgebouw zal bestaan uit een zwembad, wellness-faciliteiten, bibliotheek en kantoor. Het realiseren van dit bijgebouw is planologisch niet zonder meer mogelijk (zie ook de 1 Hylkema Consultants BV (2008) landgoed Dennendonck Noodweg 34, Hilversum, (p. 44)
4/14
XTAUW R002-1283196SSW-V03-kzo-NL
Kenmerk
ruimtelijke onderbouwing). Voor deze ruimtelijke onderbouwing zijn verschillende milieuonderzoeken uitgevoerd. De voorliggende cultuurhistorische verkenning geeft inzicht in de cultuurhistorische waarden en het effect van het voornemen op deze waarden. In voorliggende cultuurhistorische verkenning staat het voornemen (hoofdstuk 2), het cultuurhistorisch relevante beleid (hoofdstuk 3), de aanwezige cultuurhistorisch waarden (hoofdstuk 4) en of deze al dan niet worden aangetast (hoofdstuk 5).
2 Het voornemen Het voornemen is om landgoed Dennendonck uit te breiden met een extra multifunctioneel bijgebouw. In het bijgebouw komt een zwembad, wellness-faciliteiten, kantoor en bibliotheek. Deze faciliteiten zullen alleen voor persoonlijk gebruik zijn. Het bijgebouw zal opgaan in het omliggende landschap door het aanleggen van een groen dak. Bestaande bijgebouwen op het adres 36A met perceelnummer 4319 zullen gesloopt worden. Het oppervlak aan te slopen gebouwen is ongeveer 337 m2. Het te realiseren bijgebouw heeft een oppervlak van 317 m2en een vloeroppervlak van 512 m2 in totaal (twee verdiepingen). De gemeente Hilversum gaat voor deze ontwikkeling uit van een uitgebreide procedure in het kader van de Wro en dient aangetoond te worden dat bestaande cultuurhistorische waarden hierbij niet worden aangetast. Op de figuren 2.1 tot en met 2.4 is de ligging van het plangebied, de verschillende percelen, een aanduiding van de te slopen gebouwen, de locatie en het eindbeeld van het te realiseren multifunctionele bijgebouw afgebeeld.
1137
• = onderdeel landgoed Dennendonck
2624 3677
• = (nog) geen onderdeel landgoed 1234 = perceelnummer
4319
3979
• = perceel met te slopen gebouwen 3040
37'
435 3755
4320
3978
3756 3681
439
1745
A
19 433
1346 1279
0
25
50
75 100 m
Figuur 2.1 Plangebied met perceelnummer en aanduiding
5/14
XTAUW Kenmerk
R002-1283196SSW-V03-kzo-NL
= te slopen gebouwen op perceel 4319
p
12-03-2020
139714.69,467202.68
A
Figuur 2.2 Plangebied met aanduiding te slopen gebouwen
A N
Figuur 2.3 Locatie te realiseren bijgebouw ten opzichte van het landhuis en andere bijgebouwen
6/14
TAUW R002-1283196SSW-V03-kzo-NL
ë<KF-e
Kenmerk
1"
n
i.t
>.
B
TN-RF
4
Figuur 2.4 Impressie eindsituatie multifunctioneel bijgebouw
2.1
Methodiek
In deze cultuurhistorische verkenning worden de cultuurhistorische waarden beschreven zoals die op en direct rond het plangebied aanwezig zijn. Het onderzoek gaat met name in op de historisch geografische en monumentale waarden. De basis van deze cultuurhistorische verkenning is een bureaustudie van bestaande beleidsstukken en cultuurhistorische informatie. Een locatiebezoek en veldwerk is geen onderdeel geweest van deze verkenning. Voor deze bureaustudie zijn onderstaande bronnen gebruikt: • Leidraad Cultuurhistorie en Landschap Noord-Holland (Provincie Noord-Holland, 2018) • Eerder uitgevoerd cultuurhistorisch onderzoek • Cultuurhistorisch beleid van de provincie Noord-Holland en gemeente Hilversum • Monumentenkaart van de gemeente Hilversum: Monumenten (arcqis.com)
3 Beleidskader In dit hoofdstuk wordt het voor cultuurhistorie relevante beleid op provinciaal en lokaal niveau toegelicht.
3.1
Provinciaal beleid Vanuit het Besluit Ruimtelijke Ordening (2012) moet bij het maken van ruimtelijke plannen zoals een bestemmingsplan, beheersverordening, of ruimtelijke onderbouwing rekening gehouden worden met cultuurhistorische waarden. Rijksmonumenten worden beschermd via de Erfgoedwet. Omgevingsvisie en -verordening en Leidraad Landschap en Cultuurhistorie Het provinciaal beleid voor het provinciale cultureel erfgoed is vastgelegd in de Omgevingsvisie NH2050 en de Omgevingsverordening NH20202. In de visie benadrukt de provincie het behoud en
2
Provincie Noord-Holland 2020 Omgevingsverordening
7/14
XTAUW Kenmerk
R002-1283196SSW-V03-kzo-NL
versterking van cultuurhistorisch waardevolle structuren en ensembles die van bijzonder provinciaal belang zijn, via bescherming én passende ruimtelijke ontwikkeling. Het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) is een beschermingsregime binnen de Omgevingsverordening NH2020 bedoeld om de meest waardevolle landschappen in Noord-Holland te beschermen. Per landschap is aangegeven welke ecologische, landschappelijke, cultuurhistorische of aardkundige waarden aanwezig zijn. De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie uit 2018 biedt een handreiking van de provincie voor het landschappelijk inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen3. De provinciale Leidraad heeft tot doel om gezamenlijk met gemeentes en initiatiefnemers te werken aan behoud en het versterken van ruimtelijke kwaliteit van landschap en cultuurhistorie.
Handreiking Nieuwe Landgoederen Noord-Holland In de structuurvisie Noord-Holland 2040 is opgenomen dat de provincie de ruimte biedt voor ontwikkeling van nieuwe landgoederen, omdat deze een bijdrage (kunnen) leveren aan het in stand houden en mogelijk verbeteren van de natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten van een gebied. Hierbij is het in het bijzonder van belang dat particulieren bij het groenbeleid in de provincie betrokken raken. De Omgevingsverordening3 biedt de randvoorwaarden waar nieuwe landgoederen aan moeten voldoen. Samengevat zijn de randvoorwaarden uit de handreiking nieuwe landgoederen4 dat een landgoed nieuwe (groene) kwaliteiten dient toe te voegen aan het gebied. Het gaat hier om een integrale verbetering van het landschap. Aan de andere kant dient een nieuw landgoed aan te sluiten op de bestaande landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten. Een nieuw landgoed moet aansluiten op de bestaande identiteiten en kwaliteit van de verschillende cultuurlandschappen. Deze zijn per landschapstype beschreven in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie4.
Bijzonder Provinciaal landschap het Gooi De gemeentegrens van Hilversum vormt ook de grens van het Bijzonder Provinciaal Landschap van het Gooi [BPL], Het BPL van het Gooi wordt gekenmerkt door een stuwwallenlandschap met heide- en bosgebieden. Bijzondere kwaliteiten van dit landschap zijn de gaafheid van zichtbare overblijfselen uit de voorlaatste ijstijd en de bewoningsgeschiedenis die teruggaat tot de prehistorie. Het gebied heeft dan ook hoge archeologische en cultuurhistorische waarden als gevolg van de lange geschiedenis. Verder is bijna het gehele buitengebied in het Gooi onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland. De kernwaarden van het Gooi die relevant zijn voor het landgoed Dennendonck is de landschappelijke karakteristiek van het beboste stuwwallenlandschap met nabijgelegen hoogteverschillen, heidevelden en resterende engen. De afwisseling tussen (dichte) bebossing en open ruimtes van heidevelden vormt een andere kernkwaliteit. Oude verbindingswegen binnen dit landschap vormen een radiaal stelsel dat kenmerkend is voor het Gooi. De huidige Noodweg, voorheen Nieuw Loosdrechtse Weg of Loosdrechtse weg loopt tussen de Rading in Nieuw-Loosdrecht via de Zwarte berg naar de Utrechtseweg. Waarschijnlijk is de naam Noodweg afgeleid van het middeleeuwse woord ‘no(o)t’
3
1 Provincie Noord-Holland 2018 Leidraad Landschap en Cultuurhistorie
4/'Provincie Noord-Holland - Natuur, recreatie en landschap (z.d.) Handreiking Nieuwe Landgoederen
https://www.noord-holland.nl/dsresource?objectid=4aaa5450-ca1a-4b3d-a4a2-302c6222208f&type=PDF
8/14
XTAUW Kenmerk
R002-1283196SSW-V03-kzo-NL
dat vee betekent. Nootwegen waren paden die over particuliere gronden liepen, maar gebruikt mochten worden voor het binnenhalen van de oogst of het drijven van vee. Het landgoed Dennendonck ligt aan de noordzijde van de Noodweg. De naam Noodweg herinnert dus nog aan de overgang tussen heide- en bosgebied en Veenweiden en de hogere gronden van het Gooi.
3.2 Gemeentelijk beleid Hierna wordt de gemeentelijke Welstandsnota, monumentenverordening en het landschapsbeleidsplan van de gemeente Hilversum kort toegelicht. Welstandsnota gemeente Hilversum 2014 In de welstandsnota van de gemeente Hilversum die in 20145 is vastgesteld, staat het behoud van bestaande kwaliteiten centraal. Het doel van de herziening is een vereenvoudiging en vernieuwing van het welstandsbeleid. In de welstandsnota staan beoordelingskaders die als basis de samenhang van stedenbouwkundige kenmerken, landschappelijke structuren en het bebouwingsbeeld hebben. De beoordelingskaders zijn bedoeld voor de beoordeling van objecten en gebieden. Het doel van de welstandsnota is om op voorhand duidelijkheid te verschaffen over de welstandscriteria die de gemeente hanteert bij beoordeling van bouwinitiatieven. In Hilversum is de afspraak gemaakt dat bestemmingsplannen en omgevingsvergunningaanvragen voor monumenten vooraf worden voorgelegd aan de commissie voor welstand en monumenten voor advies. Dit wordt gedaan om te zorgen dat bestemmingsplan en welstandsnota goed op elkaar zijn aangesloten. Het welstandsbeleid biedt de gemeente de mogelijkheid om cultuurhistorische, architectonische en stedenbouwkundige waarde een rol te geven bij de ontwikkeling en beoordeling van bouwplannen.
Monumentenverordening Hilversum 20166 De huidige Monumentenverordening Hilversum is een geactualiseerde versie van de Monumentenverordening uit 2001. De kern van de Monumentenverordening is het beschermen van gemeentelijke monumenten en stadsgezichten en het behoud van die monumentale waarden. De verordening vormt de wettelijke basis voor verlening, weigering en het intrekken van vergunningen die ten doel hebben dat monumenten niet worden geschaad en rekening wordt gehouden met de gebruiksmogelijkheid van het monument. In de verordening is vastgelegd dat het advies van de Commissie voor Welstand en Monumenten wettelijk verplicht is. Het college is bevoegd om nadere eisen te stellen en om nader onderzoek te vragen. Landschapsbeleidsplan gemeente Hilversum Het landschapsbeleidsplan ‘Hilversum meer dan groen’7 is in december 1992 door de gemeenteraad vastgesteld en geldt voor het buitengebied. Over het algemeen zijn de natuurgebieden in de gemeente in handen van natuurorganisaties. De gemeente heeft alleen
5
Gemeente Hilversum (2008) Welstandsnota. Verkregen via de website van de gemeente
6Gemeente Hilversum (2016) Raadsvoorstel Monumentenverordening Hilversum. Verkregen via de website van de
gemeente 7 Gemeente Hilversum (1992) Landschapsbeleidsplan
9/14
XTAUW Kenmerk
R002-1283196SSW-V03-kzo-NL
publiekrechtelijke invloed op het behoud en de ontwikkeling van de natuurlijke en landschappelijke waarden in het buitengebieden. Het beleidsplan voor landschap is een totaalvisie op natuur en landschap. Uit het beleidsplan volgt een aantal handvatten die planologisch gevolgen kunnen hebben zoals: • Het creëren van robuuste aaneengesloten gebieden die bestemd zijn voor 'Natuur' • Het creëren van verbindingszones tussen natuurgebieden • Het actualiseren van planologische regelingen in de kritische stadrandzones, ter bescherming van landschappelijke en ecologische structuren en een betere overgang van stad naar buitengebied • Het instellen van rustzones voor natuurontwikkeling en deze zoneringsuitgangspunten vertalen in bestemmingsplannen
Cultuurhistorische waarden opgenomen in het bestemmingsplan8 In het bestemmingsplan Buitengebied uit 2013 is een dubbelbestemming waarde-Cultuurhistorie opgenomen. Volgens artikel 37.1 van het bestemmingsplan zijn de voor 'Waarde cultuurhistorie’ aangewezen gronden behalve voor de andere daar aangewezen bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en het herstel van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden. In artikel 37.3 van het bestemmingsplan is opgenomen dat van de bouwregels afgeweken kan worden als: • De bestaande cultuurhistorische waarden niet worden aangetast • De aanpassingen vanuit de nagestreefde stedenbouwkundige en/of landschappelijke karakteristiek aanvaardbaar zijn • De Monumentencommissie om advies is gevraagd Status Natuurschoonwet In 2008 heeft het landgoed Dennendonck de formele landgoedstatus onder de Natuurschoonwet [NSW] gekregen9. Het landgoed heeft de status gekregen vanwege onderstaande voorwaarden: • De grootte van het landgoed • De houtopstander die er staan of de aanwezigheid van natuur • De oppervlakte en omheining van landbouw terrein • De opstallen en het gebruik van het landgoed Bovendien is de natuur op het landgoed onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland. Over dit beschermingsregime staat meer beschreven in de Quickscan natuur R002-1283196JWJ-V01-ssc.
8
Gemeente Hilversum (2013) Buitengebied 2013 verkregen via: ruimtelijkeplannen.nl
9
Gemeente Hilversum Landgoed Dennendonck Landschapsplan (2010). Verkregen van: 100901 -Landschapsplan
Landgoed Dennendonck def.doc (planviewer.nl)
10/14
XTAUW Kenmerk
R002-1283196SSW-V03-kzo-NL
4 Cultuurhistorische waarden In dit hoofdstuk worden de op het landgoed of nabij het landgoed gelegen aanwezige cultuurhistorische waarden beschreven. Allereerst wordt ingegaan op de ontstaans- en ontwikkelingsgeschiedenis van het landgoed waarna de cultuurhistorische waarden van provinciaal en vervolgens gemeentelijk belang besproken worden. Vervolgens wordt het ontwerp van het landgoed door de Nederlandse Heide Maatschappij besproken. Beknopte cultuurhistorische ontwikkelingsgeschiedenis Dennendonck Landgoed Dennendonck ligt tussen het veengebied rond Loosdrecht en de hogere zandgronden van de Gooise stuwwal met bos en heide. Het landgoed ligt landschappelijk dus in een overgangsgebied. Vanaf de Loosdrechtse plassen waaieren lange smalle percelen radiaal uit richting Hilversum waar langs de Noodweg met name zandheuvels met heidevelden te vinden zijn. Veeteelt en akkerbouw waren hier eeuwenlang de belangrijkste middelen van bestaan. Tot laat in de vorige eeuw lagen er bouwlanden langs de Noodweg en werd de heide onder andere gebruikt voor het weiden van schapen. De huidige percelen van landgoed Dennendonck (zie ook figuur 2.1 en 2.2) zullen historisch gezien onderdeel zijn geweest van dezelfde grond met heidegronden. Deze heidegrond is na 1837 uitgegeven in lange en smalle percelen. Het ontwerp van het landgoed Dennendonck komt uit het jaar 1917.
Het houten landhuis op adres Noodweg 48 is in 1909 gebouwd. Het eerste huis op het terrein van nummer 34 is een hoofdhuis met bijbehorend koetshuis. Daaraan werd eveneens begonnen in 191710.
Op onderstaande figuur is het plangebied van landgoed Dennendonck weergegeven. Binnen het landgoed is nummer 48 afgebeeld als gemeentelijk monument en de hoofdzichtas tussen nummer 34 en Sparrenlaan 20 is afgebeeld. Ook zijn andere rijks- en gemeentelijke monumenten in de omgeving afgebeeld. Hierna volgt meer informatie over het gemeentelijke monument op nummer 48 en de hoofdzichtas die over het landgoed loopt.
10
Hylkema Consultants BV (2008) landgoed 5.1.2.e
Hilversum.
11/14
XTAUW R002-1283196SSW-V03-kzo-NL
Kenmerk
I
2
)
o
o
♦
t
ï
l
i
©
= Rijksmonument
0
= Gemeentelijk monument = Hoofdzichtas vanaf Noodweg 34
= Indicatie plangebied landgoed Dennendonck Figuur 4.1 Monumenten en zichtas rondom en op landgoed Dennendonck
Gemeentelijk monument Noodweg 48 Het zogenaamde ‘landhuis’ met het adres Noodweg 48 is gebouwd in 1909 en is in 2008 aangewezen als gemeentelijk monument. Het houten landhuis is gebouwd naar het ontwerp van de architect J. van Dillewijn. Het pand is gebouwd in Chaletstijl met in vakwerk gebouwde geveldelen. Het landhuis is aangewezen als monument vanwege de cultuurhistorische, ensemble en architectuurhistorische waarde en is van belang vanwege de gaafheid en herkenbaarheid11. Het huis heeft cultuurhistorische waarde als een bijzondere uitdrukking van een typologische ontwikkeling in de bouw van woonhuizen voor de beter gesitueerden Het huis is van architectuurhistorisch belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp en vanwege de voorde bouwtijd kenmerkende hoofdvorm, materiaalgebruik en detaillering Het huis is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, de architectuurhistorische en de ensemblewaarde, alsmede vanwege de gaafheid
11
Gemeente Hilversum. Monumenten op de kaart - kaartgegevens (z.d.). Verkregen via: Monumenten op de kaart -
Gooqle My Maps
12/14
XTAUW R002-1283196SSW-V03-kzo-NL
Kenmerk
Het huis heeft ensemblewaarde als een belangrijk, representatief onderdeel van de bebouwing aan de Noodweg Het huis is tevens van belang vanwege de herkenbaarheid en de ruime mate van gaafheid van het exterieur
A
Y.
R
Y,
Figuur 4.2 Gemeentelijk monument ‘Landhuis' Noodweg 48 (Bron: Virtuelestad.nl)
Hoofdzichtas Landgoed Dennendonck De hoofdzichtas van het landgoed is waarschijnlijk onderdeel van de oorspronkelijke opzet uit 1917. Deze zichtas staat net niet loodrecht op de Noodweg en leidt over het landgoed langs landgoed Hoorneboeg. Op bovenstaande figuur 4.1 is de zichtas afgebeeld in rood. De hoofdzichtas loopt vanaf het woonhuis (nummer 34) richting de noordelijke grens van het terrein langs landgoed de Hoorneboeg. Het eerste gedeelte van de zichtas is geflankeerd door beukenbomen, het laatste deel door naaldbomen. Waarschijnlijk stond het woonhuis Dennendonck met de hoofdzichtas visueel in verbinding met het huidige Sparrenlaan 20. Het landhuis de Bijenschans op dat adres werd net zoals landgoed Dennendonck ontworpen door de architect A.H. Wegerif. Bebossingsplan Nederlandse Heidemaatschappij Gedeeltes van het bebossingsplan van de NHM zijn nog altijd terug te zien in het ontwerp van het landgoed Dennendonck. De hoofdzichtas die aan beide kanten beplant is met beuken, het pad langs de grenzen van het terrein en de tennisbaan die onderdeel vormt van de inrichting van het landgoed zijn onderdeel van het bebossingsplan. Enkele stukken heidegrond vormen ook onderdeel van het bebossingsplan. Wijzigingen van latere datum zijn het toevoegen van een
13/14
XTAUW Kenmerk
R002-1283196SSW-V03-kzo-NL
grasveld en zwembad. Bovendien zijn de oprijlanen en parkeerplekken gewijzigd vergeleken met het eerdere ontwerp. Boomsoorten uit het oorspronkelijke bebossingsplan zijn: ceder, loofboom (in vakken), Spaanse den en Oosterse spar, beuk en Kaukasische spar (langs de hoofdzichtas), Douglas, reuzen zilverspar, westelijke Hemlokspar, Lariks, Reuze levensboom en loofhout (in vakken)12.
Op het landgoed zijn ook archeologische en aardkundige waarden aanwezig die ook via het vigerende bestemmingsplan beschermd zijn. De archeologische en aardkundige waarden worden beschreven in de rapportage van Transect13.
5 Conclusie en aanbevelingen Met het voornemen van de herstructurering van het landgoed door het toevoegen van nieuwe bebouwing en het slopen van bijgebouwen mogen de bestaande cultuurhistorische waarden vanwege de bestemmingsplanregels in het bestemmingsplan Buitengebied 2013 niet worden aangetast. Eventuele aanpassingen moeten vanuit stedenbouwkundige of landschappelijke kenmerken toelaatbaar zijn.
In deze cultuurhistorische verkenning is middels een bureaustudie onderzocht of het voornemen van invloed is op cultuurhistorische waarden en waardevolle structuren. Gezien de locatie van het nieuwe bijgebouw treedt er geen beïnvloeding of aantasting op van bestaande structuren en monumenten. De sloop op perceel 4319 en de bouw van het nieuwe bijgebouw op perceel 3040/3979 raken namelijk niet aan monumenten en belangrijke elementen uit het bebossingsplan zoals de hoofdzichtas en de tennisbaan. Bovendien zijn er al eerder wijzigingen gedaan aan boomvakken, oprijlanen en parkeerplekken vergeleken met het originele bebossingsplan. Het nieuw te realiseren bijgebouw beïnvloedt de hoofdzichtas niet en de te slopen gebouwen hebben geen beschermde status en voor zover bekend geen bijzondere cultuurhistorische waarde. De conclusie van deze cultuurhistorische verkenning is dat er geen sprake is van aantasting van bestaande cultuurhistorische waarden. Het thema cultuurhistorie vormt geen belemmering voor dit ruimtelijk voornemen. Een aanbeveling hierbij is overigens wel dat rekening gehouden kan worden met de boomsoorten uit het bebossingplan van de Nederlandse Heidemaatschappij en zoals deze in samenstelling nog op het huidige landgoed aanwezig is. Ook met nieuwe beplanting kan hierbij worden aangesloten.
De aankoop van perceel 4319 en herstructurering van het landgoed als geheel biedt mogelijkheden om de samenhang van en op het landgoed te verbeteren. Dit werd in 2008 als kans genoemd11 en bij verdere ontwikkeling van het landgoed blijft dit evengoed een mogelijkheid om de samenhang en leesbaarheid van de cultuurhistorische geschiedenis van het landgoed leesbaar te maken en daarmee door te geven naar volgende generaties in de toekomst. 12
Hylkema Consultants BV (2008) landgoed Dennendonck Noodweg 34, Hilversum (pp. 19-23)
13
Transect rapport 3718, Hilversum, Noodweg 48 Gemeente Hilversum (NH). Archeologisch bureauonderzoek (BO)
en inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase
14/14
XTAUW Kenmerk
Bijlage 1
R002-1283196SSW-V03-kzo-NL
Literatuur en bronnen
Gemeente Hilversum. Monumenten op de kaart-kaartgegevens (z.d.). Verkregen via: Monumenten op de kaart -
Gooqle My Maps
Gemeente Hilversum. Monumentenkaart (z.d.) Verkregen via: Monumenten (arcqis.com)
Gemeente Hilversum (1992) Landschapsbeleidsplan. Verkregen via de website van de gemeente
Gemeente Hilversum (2014) Welstandsnota. Verkregen via de website van de gemeente
Gemeente Hilversum. Landgoed Dennendonck Landschapsplan (2010). Verkregen van: 100901 -Landschapsplan Landgoed Dennendonck def.doc (planviewer.nl)
Gemeente Hilversum (2013) Buitengebied 2013 verkregen via: ruimtelijkeplannen.nl
Hylkema Consultants BV (2008) landgoed Dennendonck Noodweg 34, Hilversum. Verkregen via de opdrachtgever
Provincie Noord-Holland (2020) Omgevingsverordening. Verkregen via de website van de provincie
Provincie Noord-Holland - Natuur, recreatie en landschap (z.d.) Handreiking Nieuwe Landgoederen Verkregen via:
https://www.noord-holland.nl/dsresource?obiectid=4aaa5450-ca1a-4b3d-a4a2-302c6222208f&type=PDF
Provincie Noord-Holland (2018) Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. Verkregen via de website van de provincie
TAUW oktober 2021, R001 1283196SSW V001
XTAUW Kenmerk
Bijlage 4
R003-1283196SSW-V03-hme-NL
Ecologisch onderzoek
XTAUW Kenmerk
Bijlage 5
R003-1283196SSW-V03-hme-NL
Stikstofonderzoek
XTAUW
I/N
1)
61
lil
3
Quickscan natuur Noodweg 36 Hilversum Toetsing in het kader van de wet natuurbescherming 25 november 2022
XTAUW Kenmerk
R002-1283196JWJ-V04-kzo-NL
Verantwoording Titel
Quickscan natuur Noodweg 36 Hilversum
Opdrachtgever
5.1.2.e
Projectleider
5.1.2.e
Auteur(s)
5.1.2.e
Tweede lezer
5.1.2.e
Uitvoering meet- en inspectiewerk
5.1.2.e
en 5.1.2.e en 5.1.2.e en 5.1.2.e
Projectnummer
1283196
Aantal pagina’s
30
Datum
25 november 2022
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking.
Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv 5.1.2.e
Postbus 3015 5.1.2.e
T
5.1.2.e
E 5.1.2.e
2/30
XTAUW R002-1283196JWJ-V04-kzo-NL
Kenmerk
Inhoud 1
2
3
1.1
Doel
5
1.2
Wetgeving
5
1.3
Te beschouwen onderdelen Wnb
5
1.4
Werkwijze
7
1.5
Kwaliteit
8
1.6
Uitgangspunten
8
Situatie en beoogde ontwikkeling
8
2.1
Huidige situatie
8
2.2
Beoogde ontwikkeling
11
Gebiedsbescherming
3.1
Natuurnetwerk Nederland
13 13
3.1.1
Inleiding
13
3.1.2
Omgevingsverordening
13
3.1.3
Vigerende bestemmingsplannen
13
3.1.4
Toetsing effecten op Natuurnetwerk Nederland
14
3.1.5
Toetsing groot openbaar belang
14
3.1.6
Toetsing ontbreken reële alternatieven
14
3.1.7
Wezenlijke kenmerken en waarden
14
3.2
Overige gebiedsbescherming
17
3.2.1
Inleiding
17
3.2.2
Effecten
17
Conclusie
18
Soortenbescherming
19
3.3 4
5
Inleiding
4.1
Beschermingsregime en bepalingen
19