CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Geanonimiseerd_Ruimtelijke onderbouwing Noodweg 48

GEMEENTERAAD 17 mei 2023, gemeente HilversumBij agendapunt: Uitgebreide voorbereidingsprocedure Noodweg 48 (1235519)22.890 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

XTAUW

jl

83

Ruimtelijke onderbouwing realisatie multifunctioneel bijgebouw Noodweg 48 Hilversum 1 maart 2023

XTAUW Kenmerk

R003-1283196SSW-V03-hme-NL

Verantwoording Titel

Ruimtelijke onderbouwing realisatie multifunctioneel bijgebouw Noodweg 48

Hilversum Opdrachtgever

5.1.2.e

Projectleider

5.1.2.e

Auteur(s)

5.1.2.e

Tweede lezer

5.1.2.e

Projectnummer

1283196

Aantal pagina’s

25

Datum

1 maart 2023

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking

Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv 5.1.2.e

Postbus 133 5.1.2.e

T

5.1.2.e

E 5.1.2.e

2/25

XTAUW R003-1283196SSW-V03-hme-NL

Kenmerk

Inhoud 1

2

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel

5

1.2

Voorgenomen initiatief

5

1.3

Leeswijzer

5

Het plan, bestaande en toekomstige situatie. Bestaande situatie

2.1

5

Ligging project en plangebied

5

2.1.2

Strijdigheid vigerend bestemmingsplan

6

Toekomstige situatie

8

Relevante beleidskader

11

Rijksbeleid

3.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

3.1.1

3.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Provinciaal beleid

3.2

11 11 11 11

3.2.1

Omgevingsvisie NH2050 en Omgevingsverordening

11

3.2.2

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

12

3.2.3

Leidraad Landschap en Cultuurhistorie

12

3.2.4

Bijzonder Provinciaal Landschap

13

Gemeentelijk beleid

3.3

4

5

2.1.1

2.2

3

5

13

3.3.1

Structuurvisie Hilversum 2030

13

3.3.2

Welstandsnota gemeente Hilversum

14

3.3.3

Status Natuurschoonwet

14

3.3.4

Structuurvisie Archeologie gemeente Hilversum

15

3.3.5

Groenbeleidsplan Hilversum 2030

15

Milieu- en omgevingsaspecten

15

4.1

Archeologie en aardkundige waarden

15

4.2

Cultuurhistorische waarden

17

4.3

Bodemonderzoek

18

4.4

Ecologische waarden- en soortenbescherming

18

4.5

Natuurwaarden en stikstofdepositie

19

3/25

XTAUW R003-1283196SSW-V03-hme-NL

Kenmerk

5

4.5.1

Natuurwaarden - gebiedenbescherming

19

4.5.2

Stikstofdepositie

21

4.6

Watertoets

22

4.7

Geluid en lucht

23

4.8

Externe Veiligheid

23

4.9

Parkeren en verkeersaantrekkende werking

24

4.10

Milieuzonering

24

Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid

25

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

25

5.2

Economische uitvoerbaarheid

25

Bijlage 1

Samenvattende notitie ontwikkeling Landgoed Dennendonck in Hilversum

Bijlage 2

Onderzoek archeologie en aardkundige waarden

Bijlage 3

Onderzoek cultuurhistorische waarden

Bijlage 4

Ecologisch onderzoek

Bijlage 5

Stikstofonderzoek

Bijlage 6

Bodemkundig onderzoek

4/25

XTAUW Kenmerk

1

R003-1283196SSW-V03-hme-NL

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel Aan de Noodweg 36-48 in Hilversum ligt het landgoed Dennendonck. De aanleiding voor deze ruimtelijke onderbouwing is het plan om een multifunctioneel bijgebouw op dit landgoed te creëren. Dit plan is in strijd met het vigerende bestemmingsplan, aangezien dit buiten het bouwvlak voorzien is. Het doel van deze ruimtelijke onderbouwing is om op basis van een aantal onderzoeken te onderbouwen dat het plan ondanks de strijdigheid met het bestemmingsplan doorgang kan vinden. De ruimtelijke onderbouwing is daarmee onderdeel van de ruimtelijke procedure van de afwijking van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (vastgesteld op 30 juli 2014) van de gemeente Hilversum.

1.2

Voorgenomen initiatief Het multifunctionele bijgebouw zal dienen als zwembad, wellnesscentrum en als kantoor, bibliotheek, fitness- en ontvangstruimte. Om dit plan te realiseren worden de reeds op het landgoed bestaande bijgebouwen gesloopt en vervangen door één groter multifunctioneel bijgebouw. Het is de bedoeling dat het bijgebouw opgaat in het landschap van het landgoed en visueel aansluit op de omgeving en het hoofdgebouw op het landgoed.

1.3

Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk is in hoofdstuk 2 het plan omschreven, met daarbij aandacht voor de bestaande en toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het relevante Rijks-, provinciale-, en gemeentelijke beleid. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het geldende beleid en milieuwetgeving. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 ingegaan op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan.

2 Het plan, bestaande en toekomstige situatie 2.1

Bestaande situatie

2.1.1 Ligging project en plangebied Het plangebied ligt aan de Noodweg in de gemeente Hilversum tussen Hilversum, NieuwLoosrecht en Hollandsche Rading. Het landgoed ligt in het buitengebied en te midden van bos en nabij de Korporaal Van Oudheusdenkazerne en Vliegveld Hilversum. In het plangebied bevinden zich in de huidige situatie bijgebouwen. Deze bijgebouwen worden in wisselende mate gebruikt. Op onderstaande afbeeldingen is de ligging van het plangebied en de huidige situatie in beeld gebracht.

5/25

XTAUW R003-1283196SSW-V03-hme-NL

Kenmerk

Staatsliedenkwartier

NieuwLoosdrecht

j

l/e

# J

A27

Figuur 2.1 Omgeving van het plangebied (landgoed Dennendonck rood omkaderd)

■

7 p

♦

— 139714.69.467202.68

4

9

Figuur 2.2 Plangebied met aanduiding te slopen (bij)gebouwen (rode arcering)

2.1.2 Strijdigheid vigerend bestemmingsplan De beoogde ontwikkeling vindt plaats binnen het bestemmingsplan “Hilversum Buitengebied” (onherroepelijk) vastgesteld op 30 juli 2014. Op grond van dit bestemmingsplan ligt het plangebied binnen de onderstaand beschreven relevante bestemmingen. Hierbij zijn alleen die passages opgenomen die voor deze ontwikkeling relevant zijn: • Enkelbestemming - Wonen 4 De voor 'Wonen - 4 ' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

6/25

XTAUW Kenmerk

R003-1283196SSW-V03-hme-NL

Het wonen in vrijstaande woningen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit Behoud, herstel en ontwikkeling van de aanwezige landschappelijke waarden Daarnaast zijn de volgende dubbelbestemmingen relevant: • Dubbelbestemming - Waarde natuur en landschap • Dubbelbestemming - Waarde archeologie Hoorneboegse Heide en omstreken • Dubbelbestemming - Waarde cultuurhistorie • Dubbelbestemming - Waarde geomorfologie Binnen deze dubbelbestemmingen is bouwen niet zonder meer toegestaan. Aangetoond moet worden dat aantasting van de specifieke waarden niet in het geding is. Figuur 2.3 toont een uitsnede van het betreffende bestemmingsplan.

4,*±±

:2:2/N t !i/t

•o y

+©t

♦ + +

+tt&ttt • ++ t$ 12 * +*++ 44 t4+ 40

±+ + + + £ + 4 +Q + £+

/p 7

ü t>

+*+ Figuur 2.3 Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied'

Ter plaatse van het te realiseren multifunctionele gebouw is op dit moment geen bouwvlak opgenomen in het bestemmingsplan. Omdat momenteel al een te groot oppervlakte aan bijgebouwen buiten het bouwvlak aanwezig is, is realisatie van het gebouw in strijd met het bestemmingsplan. Om het multifunctionele gebouw desondanks te realiseren worden de nu aanwezige bijgebouwen gesloopt. Hiervoor dient een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan te worden aangevraagd, waarbij gebruik wordt gemaakt van de afwijkingsmogelijkheid van een uitgebreide procedure Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3.

7/25

XTAUW R003-1283196SSW-V03-hme-NL

Kenmerk

2.2 Toekomstige situatie De initiatiefnemer is voornemens een multifunctioneel bijgebouw te realiseren op zijn terrein, dat zal dienen als zwembad, wellnesscentrum en als kantoor, bibliotheek, fitness- en ontvangstruimte, uitsluitend voor eigen gebruik. Het landgoed is verbreed door de aanschaf van een kavel aan de westzijde van het plangebied. Hierdoor ontstaat een groene buffer naar de naastgelegen camping. De verbreding van het landgoed biedt de kans om de samenhang van het landgoed te versterken. Zo wordt de rommelige inrichting en de diversiteit aan opstallen getransformeerd, en wordt in het verlengde van de westelijke zichtlijn, kijkend vanuit het hoofdgebouw, het multifunctionele bijgebouw gerealiseerd. De plannen zijn verbeeld door Architectenbureau de Vries en Theunissen, in samenwerking met landschapsontwerper Mare van der Zwet (zie figuren 2.4 en 2.5). Het te realiseren bijgebouw kent een oppervlakte van 317 m2, en een bruto vloeroppervlak van 512 m2 in totaal (verspreid over twee verdiepingen).

J/ /)

2

7

AM

% 7

4-4

# .I

F. .

Y

Ek

0>

i

7

1 ,

\* A

1/

-1

1*

Q.

69

7

/B

7/1

■

L

QI

L —\

8 "0-

————f

Figuur 2.4 Toekomstige situatie landgoed Dennendonck (bijgebouw rood omkaderd) (bron: Architectenburo

8/25

XTAUW R003-1283196SSW-V03-hme-NL

Kenmerk

de Vries en Theunissen, in samenwerking met landschapsontwerper Mare van derZwet)

G4

5

2amaë m1U2

HC

Sa

*

*

13 p

< X -

22

IHH

HF

"4

2P F[

llt

gL I

7ok

!g

Aah

v

V.

I

e

#

s*8

“ELBkk

A

*€8 if

(a

3e

ég

77

Lg

dtu5 EMLNSm

Sk M

&asë

; dn '

/en

1

N9e

e

Eë

us.

m.kupd--

zuazmdemmandëmaaü ■

56&

M

Figuur 2.5 Impressies van bijgebouw landgoed Dennendonck (bron: Architectenburo de Vries en Theunissen, in samenwerking met landschapsontwerper Mare van der Zwet)

9/25

XTAUW R003-1283196SSW-V03-hme-NL

Kenmerk

Landschappelijke inpassing De beoogde nieuwbouw is gesitueerd in de westelijke zichtlijn, op een open gedeelte van het aan het landgoed toegevoegde perceel1. Door alle resterende rommelige bebouwingen te verwijderen ontstaat de kans voor herbebossing. Net zoals bij het hoofdhuis zal de boscontour het ruimtelijke decor vormen van de nieuwbouw. Gezien de functie van de uitbreiding is rondom het gebouw maar een beperkte ruimte nodig voor enkele parkeerplaatsen. Het resterende deel van de kavel wordt opnieuw bebost waarbij alle bestaande bomen worden gehandhaafd. Aan de westzijde aan de zijde van de camping - zal een visueel afschermende beplanting worden aangebracht. Voor de ontsluiting van de nieuwbouw (onderhoud, personeel) wordt gebruik gemaakt van de bestaande inrit. Ook Woonhuis nummer 48, direct gelegen aan de Noodweg, zal gebruik maken van deze inrit. Dit woonhuis krijgt een eigen kavel en maakt ruimtelijk gezien een samenhangend onderdeel uit van het Landgoed Dennendonck.

(.

(

ó

1

N Figuur 2.6 Basisschets van het ontwerpconcept voor het landschap van Mare van der Zwet uit 2019

Alle bestaande verhardingen en bebouwing worden verwijderd en de vrijkomende ruimte wordt een nieuw bos ontwikkeld met enkele kleinere open plekken. Bestaande bomen worden gehandhaafd en vormen de basis voor het nieuw te ontwikkelen bos. Het toe te passen sortiment sluit aan op de beplantingstypologie van het natuurgebied in de directe omgeving. Het is inheems én gebiedseigen en bestaat onder meer uit berk, zomer- en wintereik, grove den, lijsterbes. Voor de onderbeplanting zal gebruik worden gemaakt van onder meer hulst en hazelaar. Door de bodem zo minimaal mogelijk te verstoren zal zich in de loop der jaren een natuurlijke bodemvegetatie ontwikkelen die aansluit op de vegetatie in de directe omgeving.

1 Samenvattende notitie ontwikkeling Landgoed Dennendonck in Hilversum, 28 februari 2023

10/25

XTAUW R003-1283196SSW-V03-hme-NL

Kenmerk

3 Relevante beleidskader 3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) kan gezien worden als de opvolger van de Structuurvisie

Infrastructuur en Ruimte. De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op onze leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen,

maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want onze ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. De NOVI legt voor wat betreft woningbouw vooral de prioriteit en nadruk op woningbouw binnen de

bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven.

Tegelijk wordt gestreefd naar leefbaarheid, vitaliteit en klimaatbestendigheid. 3.1.2

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het

nationaal ruimtelijk beleid zoals dat in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vastgelegd. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken.

De ontwikkeling is uitvoerbaar wat betreft het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie NH2050 en Omgevingsverordening

De Provinciale Staten van Noord-Holland hebben op 19 november 2018 de Omgevingsvisie 2050 vastgesteld. In de Omgevingsvisie staat het beleid voor de fysieke leefomgeving van de provincie

beschreven. De provincie wil hierbij de balans tussen economische groei en leefbaarheid

behouden. Belangrijke thema’s waarvoor randvoorwaarden zijn geformuleerd zijn klimaatverandering, natuur inclusieve ontwikkeling, behoud van karakteristieke landschappen,

clustering van ruimtelijke economische ontwikkelingen rondom infrastructuur en inrichting van de ondergrond.

Op 17 november 2020 is de Omgevingsverordening NH 2020 in werking getreden. In de

Omgevingsverordening zijn provinciale regels samengevoegd op gebied van natuur, milieu, ruimte, water, mobiliteit en erfgoed. De Omgevingsverordening NH 2020 blijft van kracht tot

vaststelling van de Omgevingswet. Ondertussen werkt de provincie aan de Omgevingsverordening NH 2022 om te voldoen aan de Omgevingswet. Met het voorliggend plan blijft het landschap van het landgoed behouden. Het gebouw is op een

dusdanige manier ontworpen dat het opgaat in het landschap. Het krijgt een groen dak waarmee

het klimaatbestendig en natuurinclusief is. Het ontwerp is daarmee in overeenstemming met de

uitgangspunten vanuit het provinciaal beleid.

11/25

XTAUW Kenmerk

R003-1283196SSW-V03-hme-NL

3.2.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de ecologische hoofdstructuur van Nederland: een samenhangend netwerk van bestaande en toekomstige natuurgebieden in Nederland. Landgoed Dennendonck maakt onderdeel uit van de NNN, wat betekent dat ingrepen in die in het plangebied worden gedaan in principe dienen te worden gecompenseerd. Aangezien er enkel sprake is van een verschuiving van het bebouwde oppervlak zijn compensatiemaatregelen niet noodzakelijk. Het Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van natuurgebieden waarmee de biodiversiteit behouden en versterkt wordt. De NNN is planologisch beschermd via de Wet ruimtelijke ordening (Wro). In het NNN geldt het 'nee, tenzij' -principe. Tot slot beperkt het beschermingsregime zich wel tot het Natuurnetwerk zelf. Externe werking is niet van toepassing, omdat dit niet opgenomen is in de Provinciale Verordening van Noord-Holland. Herinrichting van de vrijkomende delen van het landgoed door sloop van de aanwezige bebouwing gebeurt met behoud van het karakter van het landgoed. Op deze locaties wordt nieuw bos aangeplant overeenkomstig het bestaande bos. Hierdoor blijven de gebiedskenmerken van de NNN behouden. Een nadere beschrijving hiervan is gegeven in de samenvattende notitie van landschapsontwerper Mare van der Zwet in bijlage 1.

3.2.3 Leidraad Landschap en Cultuurhistorie Noord-Holland is onderverdeeld in 20 gebieden, de zogenaamde ensembles, en 10 provinciale structuren, zoals de Westfriese Omringdijk, de Stelling van Amsterdam en (agrarische) erven. Elk ensemble en elke structuur biedt een beschrijving van de ontstaansgeschiedenis, van de dynamiek en van de belangrijkste drie kernwaarden: landschappelijke karakteristiek, openheid en ruimtebeleving, en ruimtelijke dragers. Bij het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied moet rekening worden gehouden met de ambities en ontwikkelprincipes die staan beschreven bij de afzonderlijke ensembles en structuren. Voor de ontwikkeling op landgoed Dennendonck dient rekening te worden gehouden met de ambities en ontwikkelprincipes van landschappelijk ensemble Het Gooi. Zodoende is het doel om ruimtelijke ontwikkelingen: • Bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek • Bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid en • Helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers De wijze waarop het nieuw te realiseren gebouw is vormgegeven en gesitueerd, in combinatie met sloop van aanwezige, verspreid staande panden, zorgt ervoor dat voldaan wordt aan de leidraad. Bij het onderdeel cultuurhistorie wordt hier nader op ingegaan.

12/25

XTAUW Kenmerk

3.2.4

R003-1283196SSW-V03-hme-NL

Bijzonder Provinciaal Landschap

Het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) is het regime voor bescherming en waar mogelijk versterking en ontwikkeling van gebieden in Noord-Holland die landschappelijk, aardkundig, ecologisch of cultuurhistorisch van bijzondere waarde zijn. Het BPL is beschreven in

kernkwaliteiten per deelgebied. De voormalige beschermingsregimes Bufferzones, Aardkundig

Monument en Weidevogelleefgebied zijn geborgd in de kernkwaliteiten. Het Natuurnetwerk

Nederland (NNN, gericht op de wezenlijke kenmerken en waarden van natuur en landschap) en Provinciale Monumenten hebben een eigen regime en vallen daarom buiten het BPL-regime. In

het BPL zijn ontwikkelingen, met uitzondering van nieuwe stedelijke ontwikkelingen, toegestaan

wanneer de beschreven kernkwaliteiten niet worden aangetast. De beoogde ontwikkeling van het bijgebouw tast de kernkwaliteiten niet aan.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie Hilversum 2030

Deze visie is een integrale visie op hoofdlijnen voor het hele grondgebied van de gemeente en is omvattend voor alle aspecten van het gemeentelijk ruimtelijke beleid. De structuurvisie is in mei

2013 door de gemeenteraad vastgesteld. De structuurvisie is het strategische beleidsdocument voor de functionele en ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente op de middellange termijn met een planhorizon tot 2030. De structuurvisie heeft een hoger abstractieniveau dan concrete

plannen of besluiten. De structuurvisie is richtinggevend voor de toekomst beredeneerd vanuit de

huidige situatie. De visie biedt het kader voor en geeft richting aan het realiseren van ambities

voor natuur, wonen, zorg, media en architectuur. Vanuit duurzaamheid, bereikbaarheid en de regio is ook gekozen voor een meer integrale benadering. In de visie wordt het onderscheid aangehouden tussen dynamische gebieden en gebieden met

weinig ontwikkelingen. In de niet dynamische gebieden staat behoud van het huidige karakter

centraal en wordt weinig tot geen ruimtelijke ontwikkeling voorzien. Behoud en ontwikkeling moeten met elkaar in balans zijn.

Bij de vaststelling in 2013 is gekozen voor vijf ambities voor 2030 die aansluiten op de kernkwaliteiten die de gemeente wil behouden en waar mogelijk versterken. Dit zijn:

1.

Goede woongemeente om te leven en met voldoende werkgelegenheid en

basisvoorzieningen

2.

Behoud omringende natuurgebieden

3.

Mediastad en vestigingsplaats voor creatieve bedrijvigheid

4.

Centrumgemeente met accent op Zorg

5.

Hoge architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit

13/25

XTAUW Kenmerk

R003-1283196SSW-V03-hme-NL

Het plangebied ligt in een gebied met weinig voorziene ontwikkelingen. Op de planlocatie is wonen reeds toegestaan. De realisatie van het bijgebouw (317 m2) gaat gepaard met de sloop van enkele opstallen op het landgoed, waarmee 337 m2 aan bebouwing verdwijnt. De nettobijdrage aan open, groene ruimte kan op die manier worden gezien als het vinden van een balans tussen behoud en ontwikkeling. De impressies van het bijgebouw laten daarnaast zien dat er wordt gestreefd naar een zo veel mogelijk natuurinclusieve ontwikkeling, door middel van het doortrekken van de groene ruimte over het bijgebouw heen. Het ontwerp van het bijgebouw sluit zodoende aan bij het streven van de gemeente Hilversum om te komen tot hoogwaardige stedenbouwkundige, architectonische en landschappelijke kwaliteiten.

3.3.2 Welstandsnota gemeente Hilversum Doel van de welstandstoets is het behartigen van het publieke belang door de lokale overheid, waarbij de individuele vrijheid van de burger of ondernemer wordt afgewogen tegen het aanzien van hun omgeving als algemene waarde. Met de verschijningsvorm van een bouwwerk wordt iedere voorbijganger geconfronteerd. Het beleid is opgesteld vanuit de gedachte, dat welstand een bijdrage levert aan de totstandkoming en het beheer van een aantrekkelijke bebouwde omgeving. Landgoed Dennendonck is onderdeel van Gebied 8B - Buitengebied in de Welstandsnota. De nota weidt uit over het zorgvuldig rekening houden met waardevolle bebouwing, landschap en aanwezige cultuurhistorische waarden. De waarde is vooral gelegen in de oorspronkelijke structuur en het groene karakter. De welstandscommissie let met name op de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een zorgvuldige en gevarieerde vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren. Bij de beoordeling van bouwplannen op landgoederen en buitenplaatsen is daarnaast de samenhang tussen de bebouwing onderling en de relatie tussen bebouwing en terrein van een landgoed of buitenplaats belangrijk. Inmiddels is het plan op hoofdlijnen goedgekeurd door de welstandscommissie (eindadvies gemeente d.d. 14 juni 2021).

3.3.3 Status Natuurschoonwet In 2008 heeft het landgoed Dennendonck de formele landgoedstatus onder de Natuurschoonwet gekregen. Het landgoed heeft de status gekregen vanwege onderstaande voorwaarden: • De grootte van het landgoed • De houtopstanden die er staan of de aanwezigheid van natuur • De oppervlakte en omheining van landbouw terrein • De opstallen en het gebruik van het landgoed

14/25

XTAUW Kenmerk

R003-1283196SSW-V03-hme-NL

3.3.4 Structuurvisie Archeologie gemeente Hilversum In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend; ook wel het Verdrag van Malta of Valletta genoemd. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. Met ingang van juli 2016 is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die in 2022 in werking zal treden. Het archeologiebeleid van de gemeente Hilversum staat verwoord in de Structuurvisie Archeologie van de gemeente, die onder meer bestaat uit een archeologische verwachtingskaart. Op deze kaart is per zone vastgelegd welke archeologische verwachting een gebied heeft. Het plangebied is op de gemeentelijke kaart aangeduid als een zone met een hoge archeologische verwachting. Aan het hoge verwachtingsgebied zijn planregels toegekend. Initiatieven die kleiner zijn dan 100 m2 en waarbij bodemingrepen niet dieper reiken dan 40 cm -Mv worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Omdat de voorgenomen ingreep de vrijstellingscriteria voor dit gebied overschrijdt, geldt op basis van het bestemmingsplan een archeologische onderzoeksplicht. Dit onderzoek is uitgevoerd.

De conclusies zijn beschreven in paragraaf 4.1. 3.3.5 Groenbeleidsplan Hilversum 2030 Het Groenbeleidsplan Hilversum 2030 is een integrale visie op al het groen in de gemeente. Het groene karakter is kenmerkend voor Hilversum. Het beleid in het groenbeleidsplan is er opgericht om deze kwaliteit te behouden en verbeteren. Het plan beschrijft hoe het groen in Hilversum wordt uitgebreid, ingericht en onderhouden. Het Groenbeleidsplan bevat dus de groene randvoorwaarden en ambities voor alle gebieden en kansen en bedreigingen per wijk op het gebied van groen. Als onderdeel van de visie zijn vier speerpunten opgesteld die zijn uitgewerkt in maatregelen voor de korte, middellange en lange termijn: • Behoud en versterking natuurgebieden in het buitengebied • Verbetering samenhang tussen stadsrand en buitengebied • Inzetten op kwaliteit en beleving van groen in de stad • Mensen betrekken bij groen en profileren Hilversum als groene stad

4 Milieu- en omgevingsaspecten In dit hoofdstuk worden de verschillende thema’s besproken die onderzocht zijn ten behoeve van de aanleg van het multifunctionele bijgebouw op landgoed Dennendonck. De volgende thema’s worden in dit hoofdstuk beschreven: archeologie en aardkundige waarden, cultuurhistorische waarden, ecologische waarden, bodemkundig onderzoek, natuurwaarden en stikstofdepositie, milieuzonering, parkeren en verkeersaantrekkende werking.

4.1

Archeologie en aardkundige waarden Relevant kader Begin 1992 ondertekende Nederland het Verdrag van Valletta/Malta. Daarmee heeft de zorg voor het archeologisch erfgoed een prominentere plaats gekregen in het proces van de ruimtelijke planvorming. Uitgangspunten van het verdrag zijn het vroegtijdig betrekken van archeologische belangen in de planvorming, het behoud van archeologische waarden in situ (ter plaatse) en de

15/25

XTAUW Kenmerk

R003-1283196SSW-V03-hme-NL

introductie van het zogenaamde 'veroorzakerprincipe'. Dit principe houdt in dat degene die de ingreep pleegt, financieel verantwoordelijk is voor behoudsmaatregelen of een behoorlijk onderzoek van eventueel aanwezige archeologische waarden.

Specifiek voor deze ontwikkeling is het gemeentelijk archeologiebeleid relevant vastgelegd in de Structuurvisie Archeologie zoals beschreven in hoofdstuk 3 van dit document. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van de archeologische verwachtingskaart uit dit document. Op deze kaart is per zone vastgelegd welke archeologische verwachting een gebied heeft. Het plangebied is op de gemeentelijke kaart aangeduid als een zone met een hoge archeologische verwachting. Aan het hoge verwachtingsgebied zijn planregels toegekend. Initiatieven die kleiner zijn dan 100 m2 en waarbij bodemingrepen niet dieper reiken dan 40 cm -Mv worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Omdat de voorgenomen ingreep de vrijstellingscriteria voor dit gebied overschrijdt, geldt op basis van het bestemmingsplan een archeologische onderzoeksplicht. Plangebied Transect heeft in het kader van de voorgenomen ontwikkeling een archeologisch bureau- en veldonderzoek2 uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek is de archeologische verwachting in het plangebied hoog voor de periode Laat-Paleolithicum - Vroege Middeleeuwen. In de nabijheid van het plangebied zijn voornamelijk vondsten bekend uit het Neolithicum en de Bronstijd, hoewel ook een vuurstenen afslag uit het Midden Paleolithicum bekend is. Archeologische onderzoeken hebben tot op heden geen archeologische resten aangetroffen.

Tijdens het doorzoeken van de boormonsters zijn twee archeologische indicatoren aangetroffen in de vorm van grof gemagerde (handgevormde) aardewerkfragmenten. Aangezien de bodem in het plangebied intact is en archeologische indicatoren zijn aangetroffen, blijft de hoge archeologische verwachting voor het plangebied gehandhaafd en is eveneens door Transect een proefsleuvenonderzoek3 uitgevoerd om vast te kunnen stellen of daadwerkelijk sprake is van aanwezige archeologie. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn zes proefsleuven met een totale oppervlakte van circa 480 m2 aangelegd. Het onderzoek heeft geen vondsten opgeleverd. De herkende sporen bleken natuurlijke sporen op vier spitsporen na. Deze sporen worden gerelateerd aan de ontginning van het heidegebied in de 18e en 19e eeuw. Op basis van de intacte bodemopbouw en de vondst van archeologische indicatoren gaf het vooronderzoek een hoge archeologische verwachting op archeologische resten uit de periode Midden-Paleolithicum - Vroege Middeleeuwen. Het proefsleuvenonderzoek heeft echter geen archeologische resten uit deze periode opgeleverd. Op basis van dit onderzoek is de locatie vrijgegeven wat betreft archeologie.

Het proefsleuvenonderzoek beantwoordt de vraag of in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, of deze behoudenswaardig zijn en onder welke randvoorwaarden behoud mogelijk is. Op basis van de gemaakte waardestelling is geconcludeerd dat in het

2

Archeologisch bureauonderzoek(BO) en inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase, 6 december 2021 Transect - rapport 4417, Hilversum Noodweg 48, Een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven, karterende en waarderende fase met de mogelijkheid tot doorstart naar opgraven, 17 november 2022

16/25

XTAUW Kenmerk

R003-1283196SSW-V03-hme-NL

plangebied geen sprake is van een behoudenswaardige vindplaats en het plangebied kan worden vrijgegeven voor verdere ontwikkeling. Conclusie Op basis van het proefsleuvenonderzoek wordt geconcludeerd dat geen archeologisch waardevolle restanten op locatie aanwezig zijn. De locatie wordt vrijgegeven vanuit archeologie. Het plan is hiermee uitvoerbaar wat betreft archeologie.

4.2 Cultuurhistorische waarden Relevante kaders Vanuit het Besluit ruimtelijke ordening (2012) moet bij het maken van ruimtelijke plannen zoals een bestemmingsplan, beheersverordening, of ruimtelijke onderbouwing rekening gehouden worden met cultuurhistorische waarden. Vanuit de provincie zijn de volgende kaders meegegeven: Omgevingsvisie en -verordening en Leidraad Landschap en Cultuurhistorie, Handreiking Nieuwe Landgoederen Noord-Holland en Bijzonder Provinciaal Landschap het Gooi. Deze kaders zijn uitgewerkt in paragraaf 3.2. Vanuit de gemeente zijn de Welstandsnota gemeente Hilversum, de Monumentenverordening Hilversum 2016, het Landschapsbeleidplan gemeente Hilversum, de cultuurhistorische waarden uit het bestemmingsplan en de Status Natuurschoonwet de leidende kaders. Deze kaders zijn uitgewerkt in paragraaf 3.3. Plangebied Ten behoeve van de ontwikkeling is door TAUW een cultuurhistorische verkenning4 uitgevoerd. Landgoed Dennendonck ligt tussen het veengebied rond Loosdrecht en de hogere zandgronden van de Gooise stuwwal met bos en heide. Het landgoed ligt landschappelijk dus in een overgangsgebied. Vanaf de Loosdrechtse plassen waaieren lange smalle percelen radiaal uit richting Hilversum waar langs de Noodweg met name zandheuvels met heidevelden te vinden zijn. Veeteelt en akkerbouw waren hier eeuwenlang de belangrijkste middelen van bestaan.

Tot laat in de vorige eeuw lagen er bouwlanden langs de Noodweg en werd de heide onder andere gebruikt voor het weiden van schapen. De huidige percelen van landgoed Dennendonck zullen historisch gezien onderdeel zijn geweest van dezelfde grond met heidegronden. Deze heidegrond is na 1837 uitgegeven in lange en smalle percelen. Het ontwerp van het landgoed Dennendonck komt uit het jaar 1917.

Gezien de locatie van het nieuwe bijgebouw treedt er geen beïnvloeding of aantasting op van bestaande structuren en monumenten. De sloop op perceel 4319 en de bouw van het nieuwe bijgebouw op perceel 3040/3979 raken namelijk niet aan monumenten en belangrijke elementen uit het bebossingsplan zoals de hoofdzichtas en de tennisbaan. Bovendien zijn er al eerder wijzigingen gedaan aan boomvakken, oprijlanen en parkeerplekken vergeleken met het originele bebossingsplan. Het nieuw te realiseren bijgebouw beïnvloedt de hoofdzichtas niet en de te slopen gebouwen hebben geen beschermde status en voor zover bekend geen bijzondere cultuurhistorische waarde. TAUW, Hilversum Noodweg 34, 34A en 36. Cultuurhistorische verkenning landgoed Dennendonck. 31 augustus 2022

17/25

XTAUW Kenmerk

R003-1283196SSW-V03-hme-NL

Conclusie De conclusie van de cultuurhistorische verkenning is dat er geen sprake is van aantasting van bestaande cultuurhistorische waarden. Het voornemen is daarmee uitvoerbaar wat betreft cultuurhistorie.

4.3 Bodemonderzoek Relevant kader De bodem moet geschikt zijn voor het beoogde gebruik op de locatie. Aangetoond moet worden wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plan verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het plan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Indien er sprake is van bouwactiviteiten, is ook in het kader van de omgevingsvergunning onderzoek naar de kwaliteit van de bodem nodig. Deze bodemonderzoeken mogen wettelijk niet ouder zijn dan vijfjaar. Plangebied TAUW heeft een verkennend bodemonderzoek5 uitgevoerd op die delen van het terrein waar grondwerkzaamheden plaats gaan vinden. In het kader van de bodem gaat het plan voor het bijgebouw op landgoed Dennendonck tot 330 centimeter diepte beneden maaiveld voor de realisatie van het souterrain, waarop tot een diepte van 4 meter is gezocht naar mogelijke verontreiniging van de bodem. Het grondwater in het plangebied bevindt zich op 460 centimeter diepte beneden maaiveld, wat betekent dat werkzaamheden in den droge kunnen worden uitgevoerd. Conclusie uit het bodemonderzoek is dat geen verontreinigingen zijn aangetoond.

Er zijn in het plangebied geen verdachte (deel)locaties als het gaat om chemicaliën of asbest. De kans op aanwezigheid van PFAS in de bodem als gevolg van aanwezigheid van puntbronnen wordt verwaarloosbaar geacht.

Conclusie Vanuit het thema bodem bezien is de realisatie van het bijgebouw op landgoed Dennendonck uitvoerbaar. Er zijn geen vervolgprocedures noodzakelijk in het kader van de Wet bodembescherming.

4.4 Ecologische waarden- en soortenbescherming Relevant kader De Wet natuurbescherming (Wnb) voorziet in de kadering die geldt voor soortenbescherming van in het wild levende dier- en plantsoorten. De zorgplicht (artikel 1.11 van de Wnb) houdt in dat handelingen, die nadelige gevolgen kunnen hebben voor in het wild levende dieren en planten achterwege worden gelaten. Als zich mogelijk negatieve effecten voordoen, dan treft de initiatiefnemer noodzakelijke maatregelen om die gevolgen te voorkomen of zo veel mogelijk te beperken dan wel ongedaan te maken.

5

TAUW, Verkennend bodemonderzoek Noodweg 48 in Hilversum, 22 oktober 2021

18/25

XTAUW R003-1283196SSW-V03-hme-NL

Kenmerk

Plangebied TAUW heeft in 2021 een ecologische quickscan6 uitgevoerd binnen het plangebied voor de beoogde ontwikkeling. Uit de quickscan is gebleken dat het plangebied in potentie geschikt is als voortplantings- of rustplaats van marterachtigen, levendbarende hagedis en vleermuizen. Om deze reden is aanvullend onderzoek5 naar deze soorten uitgevoerd. Het plangebied bevindt zich te midden van bebost gebied en dit karakter is op het landgoed behouden. Het stuk land waarop het bijgebouw zal worden gerealiseerd is reeds geklepeld.

Conclusie In het gebied zijn beschermde soorten aanwezig. Het onderdeel soortbescherming is dan ook onderdeel van de toetsing. Het onderdeel Wnb houtopstanden is niet van toepassing aangezien er geen bomen worden gekapt. Tijdens het aanvullende onderzoek5 is een zomerverblijfplaats van een gewone grootoorvleermuis, in de meest noordoostelijke schuur, aangetroffen. Uit dit onderzoek blijkt dat het slopen de betreffende schuur zou leiden tot de vernietiging van een zomerverblijfplaats van de desbetreffende gewone grootoorvleermuis. Om deze reden wordt een ontheffing voor de grootoorvleermuis aangevraagd. Gezien het vele groen en voldoende mitigatiemogelijkheden binnen het plangebied is de verwachting dat de ontheffing van de Wet natuurbescherming voor de sloop van de schuur wordt verleend. Daarnaast is na het aanvullende onderzoek vastgesteld dat er zich geen voortplantings- of rustplaats van de levendbarende hagedis op het terrein bevindt. Uit dit onderzoek blijkt daarmee dat de voorgenomen werkzaamheden niet zullen leiden tot vernieling of beschadiging van een voortplantingsplaats of rustplaats van een levendbarende hagedis. Verder is er tijdens het onderzoek geen voortplantings- of rustplaats van marterachtigen vastgesteld.

Uit dit onderzoek blijkt daarmee dat de voorgenomen werkzaamheden niet zullen leiden tot vernieling of beschadiging van een voortplantingsplaats of rustplaats van een marterachtige. Tot slot zijn er tijdens het onderzoek foerageerplaatsen van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis vastgesteld boven de open plekken binnen het plangebied. Door de aanwezigheid van vergelijkbare open plekken in de omgeving van het plangebied zijn deze plekken echter niet als essentieel foerageergebied aan te duiden.

4.5

Natuurwaarden en stikstofdepositie

4.5.1 Natuurwaarden - gebiedenbescherming Naast soortenbescherming is gebiedenbescherming eveneens van belang voor de ontwikkeling. In dit geval gaat het om het Natuurnetwerk Nederland (NNN), het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) en Natura 2000.

Natuurnetwerk Nederland De kadering voor natuurwaarden zijn te vinden in Natuurnetwerk Nederland (NNN), de omgevingsverordening en het vigerende bestemmingsplan. Het NNN is een netwerk van natuurgebieden waarmee de biodiversiteit behouden en versterkt wordt. De NNN is planologisch beschermd via de Wet ruimtelijke ordening (Wro). In het NNN geldt het 'nee, tenzij' -principe. De 6

TAUW, Quick scan natuur Noodweg 36 Hilversum, 5 september 2022 fauna onderzoek, september 2022

5 Buiting, Aanvullend

19/25

XTAUW Kenmerk

R003-1283196SSW-V03-hme-NL

Omgevingsverordening NH2020 is de provinciale uitwerking van de Wet ruimtelijke ordening en geeft uitvoering aan het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In dit beleid is het NNN geborgd (Omgevingsverordening 2020, Artikel 6.43). Deze verordening maakt activiteiten onmogelijk die per saldo leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden leiden, of van de samenhang tussen die gebieden. Provinciale Staten kunnen de begrenzing van het NNN wijzigen wanneer er is sprake van een ‘groot openbaar belang’ en het uitblijven van reële andere mogelijkheden, of wanneer negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte en samenhang worden beperkt en de overblijvende effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd. Ten slotte het bestemmingsplan, waar, met betrekking tot dit plan, het verbod op het slopen van gebouwen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning mogelijk het belangrijkste kader is. Aangezien ook de realisatie van het bijgebouw niet geborgd wordt in het bestemmingsplan is toetsing aan het NNN noodzakelijk. De effecten op de NNN zijn beschreven in eerder genoemd ecologisch onderzoek7. Het plangebied is gelegen in het NNN-gebied Gooi Midden en Zuid, wat in totaal een oppervlakte heeft van circa 2.200 hectare.

Omdat er sprake is van te realiseren nieuwbouw, zal er oppervlakte NNN verloren gaan. Er worden echter ook een aantal gebouwen en structuren gesloopt, waardoor er ook functioneel NNN gecreëerd wordt. In totaal komt er 337 m2 NNN ‘bij’ door de sloop van verschillende gebouwen, en gaat er 317 m2 NNN verloren door de realisatie van het multifunctionele gebouw. De locatie waar het multifunctionele gebouw gerealiseerd zal worden is al braakliggend, en er zullen dus geen bomen gekapt worden. Daarnaast zal een deel van het gebouw in de grond verzonken liggen, en blijft de bovengrond dus beschikbaar voor aanwezige flora en fauna. Omdat er sprake is van het verwijderen van meerdere kleine gebouwen, en daar één groot bijgebouw voor in de plaats komt, neemt de versnippering in dit deel van het NNN af. De vrijkomende terreindelen worden opnieuw ingericht overeenkomstig met het resterend deel van het landgoed (met name bosstructuren). Ook is er per saldo geen sprake van oppervlakteverlies van het NNN. Het ontwerp wordt op een dusdanige manier vormgegeven dat verstoring door licht in de permanente situatie wordt voorkomen. Ook zijn ecologische effecten op aanwezige aardkundige waarden in de ondergrond uitgesloten. Geconcludeerd wordt dat significante effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN zijn uitgesloten.

Bijzonder Provinciaal Landschap Het Bijzonder Provinciaal Landschap zijn gebieden die in Noord-Holland aangewezen zijn vanwege de bijzondere eigenschappen en waarde voor mens en dier. Het BPL is geborgd in de Omgevingsverordening NH2020. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk in het BPL, zolang ze de kernkwaliteiten niet aantasten. Uitvoering van plannen die de kernkwaliteiten aantasten, zijn alleen mogelijk als er sprake van groot openbaar belang is en als er kan worden aangetoond dat er geen andere mogelijkheden zijn. De schade aan het landschap moet dan worden gecompenseerd. De voorgenomen ontwikkelingen hebben echter geen betrekking op de delen van het plangebied die als BPL zijn aangewezen waardoor er geen zal sprake zijn van negatieve effecten op het BPL.

7 TAUW, Quick scan natuur Noodweg 36 Hilversum, 5 september 2022

20/25

XTAUW Kenmerk

R003-1283196SSW-V03-hme-NL

Natura 2000 Het plangebied ligt op ruime afstand van het Natura 2000 Oostelijke Vechtplassen. Gezien de afstand en beperkte ingreep zijn directe effecten uitgesloten. Effecten als gevolg van stikstofdepositie zijn beschouwd in paragraaf 4.5.2. Conclusie Hoewel er oppervlak NNN verloren gaat door het te realiseren bijgebouw, komt er ook functioneel NNN bij door de sloop van de overige bijgebouwen. Deze delen worden opnieuw beplant en heringericht, aansluitend bij de rest van het landgoed. Per saldo is er zodoende geen sprake van oppervlakteverlies. Omdat beoogde ontwikkeling niet binnen het BPL en op ruime afstand van het Natura 2000-gebied plaatsvindt, zijn effecten ook hierop uitgesloten. Het plan is hiermee uitvoerbaar wat betreft natuurwaarden. 4.5.2 Stikstofdepositie Relevant kader Tijdens of na de realisatie van activiteiten of projecten kunnen er bronnen zijn die stikstofoxiden (NOx) en/of ammoniak (NH3) emitteren. De stikstofoxiden en ammoniak in de lucht komen uiteindelijk weer op de grond terecht. Dit heet stikstofdepositie. Vooral in natuurgebieden kan stikstofdepositie een probleem zijn, omdat hierdoor de bodem rijk wordt aan voedingsstoffen waardoor de biodiversiteit afneemt. In Nederland zijn ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen, dit zijn gebieden met een Europese beschermingsstatus.

Het is verboden zonder vergunning ingevolge de Wet natuurbescherming (Wnb-vergunning) een project te realiseren dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Voor een dergelijk project wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het Natura 2000-gebied, rekeninghoudend met de instandhoudingsdoelstellingen voor dat gebied. Het bevoegd gezag verleent voor het project uitsluitend een vergunning, indien uit de passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Daarom dient voor nieuwe of gewijzigde projecten onderzocht te worden of er sprake kan zijn van een mogelijk significant effect door depositie van stikstof op relevante Natura 2000-gebieden. Plangebied Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Het meest nabije beschermde gebied uit de Natura 2000-lijst ligt op 1,7 kilometer bij het plangebied vandaan: de Oostelijke Vechtplassen. TAUW heeft een stikstofonderzoek8 uitgevoerd (bijlage 5). Hierbij is gebruik gemaakt van de vigerende versie van het rekenmodel AERIUS Calculator, versie 2021.2. In de berekeningen wordt onderscheid gemaakt tussen de aanlegfase en de gebruiksfase en zijn de NOx en NH3 emissies van alle relevante bronnen meegenomen.

Het gaat hierbij om: • Mobiele werktuigen in de aanlegfase • Bouwverkeer in de aanlegfase • De emissies ten gevolge van houtstook en/of gasstook in de beoogde situatie

8

TAUW, Stikstofdepositie-onderzoek Noodweg 48 te Hilversum, 18 november 2022

21/25

XTAUW Kenmerk

R003-1283196SSW-V03-hme-NL

AERIUS Calculator berekent voor de aanlegfase een maximale stikstofdepositiebijdrage van 0,00 mol/ha/jaar. Wanneer we de NOx-emissie opvoeren berekent AERIUS bij een emissie van circa 86 kg NOx/jaar een depositiebijdrage van 0,01 mol/ha/jaar. Dit is het equivalent van de bouw van circa 25 woningen. Daarmee zijn er voor de aanlegfase geen negatieve effecten te verwachten op stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden ten gevolge van het project. AERIUS Calculator berekent voor de beoogde situatie, waarbij houtstook in het bijgebouw de enige bron van NOx-emissies is, een maximale stikstofdepositiebijdrage van 0,00 mol/ha/jaar. Wanneer we de NOx-emissie opvoeren berekent AERIUS bij een emissie van circa 86 kg NOx/jaar een depositiebijdrage van 0,01 mol/ha/jaar. Dit is het equivalent van houtstook door circa 200 huishoudens. Daarmee zijn er voor de gebruiksfase geen negatieve effecten te verwachten op stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden ten gevolge van het project. Er is daarmee voor het aspect stikstofdepositie geen sprake van vergunningplicht voor het project in het kader van de Wet natuurbescherming. Conclusie Op basis van het stikstof onderzoek wordt geconcludeerd dat geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Het plan is zodoende uitvoerbaar wat betreft stikstof.

4.6

Watertoets

Relevant kader Voor de herontwikkeling van het plangebied is het noodzakelijk de wateraspecten te beoordelen. Dit gebeurt in de watertoets procedure. De toepassing van het watertoetsproces vindt plaats op basis van bestuurlijke afspraken tussen het Rijk, de provincies, de gemeenten en de waterschappen. Deze afspraken zijn vastgelegd in het Waterbeleid 21e eeuw (2001) en het laatst (her)bevestigd in het Nationaal Bestuursakkoord Water Actueel (2008). In deze verschillende bestuursakkoorden hebben partijen onderling afgesproken dat de watertoets van toepassing is op alle ruimtelijke plannen. Het doel van het watertoetsproces is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze meewegen bij alle ruimtelijke plannen en besluiten die relevant zijn voor de waterhuishouding. Plangebied De waterhuishouding is sterk afhankelijk van de geomorfologie en geologie. Het watersysteem in Hilversum is in grote lijnen te zien als wisselwerking tussen de hoger gelegen heuvelrug en de lagergelegen veenweidegebieden. Met de heuvelrug als infiltratiegebied en de lagergelegen delen zoals de veenweidegebieden (vooral aan de voet van de heuvelrug) als gebieden met uittredend kwelwater. Oppervlaktewater komt voor in het buitengebied in de vorm van vennen, gegraven vijvers, watergangen en vaarten.

Hilversum ligt volledig in het beheersgebied van Hoogheemraadschap Amstel Gooi en Vecht (AGV). Binnen het beheersgebied geldt de AGV Keur 2011 van het waterschap. Daarnaast behoort het plangebied tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN). In het NNN geldt het 'nee, tenzij' -principe, dat wil zeggen dat ingrepen die in het NNN worden gedaan in principe gecompenseerd dienen te worden. Tot slot beperkt het

22/25

XTAUW Kenmerk

R003-1283196SSW-V03-hme-NL

beschermingsregime zich wel tot het Natuurnetwerk zelf. Externe werking is niet van toepassing, omdat dit niet opgenomen is in de Provinciale Verordening van Noord-Holland. Het plangebied kent relatief weinig verhard oppervlak doordat het in gebruik is als tuin/landgoedspark. In de toekomstige situatie blijft dit groen en onverhard karakter grotendeels bestaan. De realisatie van het bijgebouw (317 m2) gaat gepaard met de sloop van enkele opstallen op het landgoed, waarmee 337 m2 aan bebouwing verdwijnt. De nettobijdrage aan open, groene ruimte kan op die manier worden gezien als het vinden van een balans tussen behoud en ontwikkeling. Het is niet aannemelijk dat de realisatie van het bijgebouw tot wateroverlast leidt gezien de zandige, goed doorlatende ondergrond op locatie. Daarbij is sprake van afname van het verhard oppervlak waardoor geen extra waterberging noodzakelijk is. Het hemelwater infiltreert binnen het landgoed, enkel voor vuilwater wordt een rioolaansluiting gerealiseerd. Aanvullend is gekeken naar de overige wateraspecten (geen oppervlaktewater aanwezig wat wordt aangetast, locatie valt ook niet binnen de beschermingszone van een kering et cetera) die relevant zijn voor het plangebied. Hier komen geen bijzonderheden uit naar voren.

Conclusie Geconcludeerd wordt dat er vanuit het thema water het plan uitvoerbaar is.

4.7 Geluid en lucht Relevant kader Voor de bescherming van geluidgevoelige objecten is de Wet geluidhinder in Nederland van toepassing. Voor geluidgevoelige objecten zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd. Toetsing hieraan dient plaats te vinden bij realisatie van een geluidgevoelig object. Voor luchtkwaliteit is de Wet luchtkwaliteit het wettelijk kader. Hierin zijn normen opgenomen waaraan de luchtkwaliteit moet voldoen. Plangebied Het te realiseren bijgebouw wordt niet gezien als een geluidgevoelig object aangezien het geen overnachtingsfunctie heeft. Toetsing vanuit de Wet geluidhinder is zodoende niet noodzakelijk. Ook zijn geen effecten te verwachten wat betreft luchtkwaliteit. Omdat het bijgebouw uitsluitend voor privégebruik is bedoeld is er geen sprake van een verkeerstoename na realisatie van het gebouw. Ook worden geen substantiële overige luchtemissies verwacht. Omdat overal in Nederland voldaan wordt aan de geldende normen vanuit de Wet luchtkwaliteit, wordt geconcludeerd dat geen sprake is van een overschrijding.

Conclusie Het plan is uitvoerbaar wat betreft lucht- en geluidskwaliteit.

4.8 Externe Veiligheid Relevant kader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, Ipg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. Ook de risico's van het gebruik van luchthavens vallen onder externe veiligheid.

23/25

XTAUW Kenmerk

R003-1283196SSW-V03-hme-NL

Plangebied Het bijgebouw is geen risicovolle inrichting, welke onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen vallen, toetsing daaraan is niet noodzakelijk. Ook in de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen risicovolle inrichtingen waardoor mogelijke effecten optreden. Wel is de Noodweg aangewezen als een route gevaarlijke stoffen. Dit betekent dat deze weg een voorkeursroute is voor vervoer van gevaarlijke stoffen. Om dat het te realiseren bijgebouw geen (beperkt) kwetsbaar object is, zijn effecten vanuit externe veiligheid niet aan de orde.

Conclusie Effecten vanuit externe veiligheid zijn niet te verwachten. Geconcludeerd wordt dat het plan uitvoerbaar is wat betreft externe veiligheid.

4.9

Parkeren en verkeersaantrekkende werking Relevant kader In Hilversum wordt gestreefd naar de inrichting van wegen volgens de principes van Duurzaam Veilig. Concreet betekent dit dat alle wegen in de bebouwde kom van Hilversum zijn gecategoriseerd in gebiedsontsluitingswegen (50 km/u) en verblijfsgebieden (30 km/u). In het buitengebied bevinden zich ook een aantal stroomwegen, zoals provinciale en rijkswegen. In het buitengebied zijn verder enkele doorgaande wegen gecategoriseerd als gebiedsontsluitingsweg. Een aantal hiervan hebben een maximaal snelheidsregime van 60 km/u. Door de categorisering te versterken neemt de functionaliteit, vindbaarheid en herkenbaarheid in de wijk en daarmee ook de voorspelbaarheid van het autoverkeer toe. Verder zijn er binnen het buitengebied verschillende vormen van parkeren aanwezig. Zo zijn er in het grootste deel van het buitengebied vormen van langsparkeren en voornamelijk parkeergelegenheid op eigen terrein aanwezig. Plangebied Het landgoed Dennendonck is gelegen aan de Noodweg, deze weg is gecategoriseerd als een gebiedsontsluitingsweg waarbij een maximumsnelheid van 60 km/h geldt. Wat betreft parkeren geldt dat er parkeergelegenheid op eigen terrein aanwezig is. Door realisatie van het bijgebouw vindt geen toename in verkeersstromen plaats aangezien het voor privégebruik bedoeld is.

De huidige wijze en locatie van parkeren wijzigt niet waardoor er niet extra geparkeerd wordt.

Conclusie Geconcludeerd wordt dat het plan uitvoerbaar is wat betreft verkeer en parkeren. 4.10 Milieuzonering Relevant kader In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient in ruimtelijke plannen rekening te worden gehouden met afstemming tussen gevoelige functies en milieuhinderlijke functies. Uitgangspunt daarbij is dat nieuwe en bestaande bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de afstemming tussen functies kunnen de richtlijnen in de VNG-handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) gehanteerd worden om de afstand te bepalen tussen woningen en de verschillende

24/25

XTAUW Kenmerk

R003-1283196SSW-V03-hme-NL

milieucategorieën van bedrijven. Deze afstemming beperkt zich tot de volgende milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof.

Plangebied Wat betreft milieuzonering zijn in de omgeving van het landgoed een camping en restaurant in de nabije omgeving aanwezig. Omdat het te realiseren gebouw op het landgoed geen gevoelige functie heeft is milieuzonering niet van toepassing op de beoogde ontwikkeling. Daarbij is de bestemming Wonen op dit perceel al van toepassing, waardoor eventuele externe bronnen al moeten voldoen aan de daarvoor geldende wet- en regelgeving op het landgoed. Wijziging van het bouwvlak heeft hier geen effect op.

Conclusie Geconcludeerd wordt dat het project uitvoerbaar is wat betreft milieuzonering.

5 Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid 5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid De realisatie van het multifunctionele gebouw en de sloop van enkele opstallen in het plangebied als groencompensatie is niet noodzakelijk, maar kan vanuit de groencompensatie als gunstig worden gezien. Vanuit de gemeente zijn, mits de ontwikkeling volgens wet- en regelgeving wordt uitgevoerd, geen directe bezwaren tegen het plan. De initiatiefnemer heeft omwonenden geïnformeerd van zijn plannen voor het terrein, waarop ook geen bezwaren zijn aangevoerd. 5.2 Economische uitvoerbaarheid De kosten voor de realisatie van het multifunctionele gebouw op landgoed Dennendonck komen volledig ten laste aan de initiatiefnemer van het project. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges. Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door een anterieure overeenkomst. Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat het plan economisch uitvoerbaar is.

25/25

XTAUW Kenmerk

Bijlage 1

R003-1283196SSW-V03-hme-NL

Samenvattende notitie ontwikkeling Landgoed Dennendonck in Hilversum

Notitie onderbouwing landgoed fase 2 Dennendonck 28 februari 2023

Samenvattende notitie ontwikkeling Landgoed Dennendonck in Hilversum

Analyse historie van landgoed Dennendonck Landgoed Dennendonck is gelegen op de zandgronden op de overgang naar het veengebied richting Loosdrecht. Deze zandgronden waren zogenaamde woeste gronden met een afwisseling van heide,

bospercelen en kleine akkers. In de 19e eeuw werden de woeste gronden deels verkocht en verkaveld. In 1917

werd aan de Noodweg een woonhuis op nr 34 gebouwd naar een ontwerp van Architect A.H. Wegerif. Vanaf

1952 vond bebossing van de kavel plaats naar een ontwerp van de Heidemij met tevens de aanleg van een beukenlaan loodrecht op het woonhuis 34, parallel aan de richting van de oorspronkelijke verkaveling. In 2016 wordt het nieuwe woonhuis gebouwd naar een ontwerp van architect de Vries uit Loosdrecht: midden op het

landgoed en centraal in de oorspronkelijke zichtlijn. De inrichting van het landschap rondom het nieuwe huis

werd in 2019 uitgevoerd naar het ontwerp van Mare van der Zwet van Copijn Tuin- en Landschapsarchitecten.

Basisontwerp landgoed Dennendonck (2017) T- 1

I [

l I I t

s

( i i ।

!

I I

40e

I

t ।

■l"!

I

t I

2

i i

)

Schets van het ontwerpconcept voor het landschap, Copijn Tuin- en Landschapsarchitecten

Met een rechthoek en vier zichtassen wordt de positie van het nieuwe hoofdhuis versterkt. Voor de vier

zichtlijnen wordt gebruik gemaakt van de formele as van de beukenlaan en open gedeeltes in de bosaanplant. De rechthoek - tevens ontsluitingsweg - vormt de zonering in het landschap. Aan de binnenzijde ligt de nadruk

op representatie van het huis met vier tuinen; het landschap buiten de rechthoek is gericht op de verdere ontwikkeling van ecologische waarden met versterking van het bos, stimulering van natuurlijke

onderbeplanting met een natuurlijk, extensief beheer. Voor de ontsluiting van het huis is gebruik gemaakt van een oorspronkelijke informele bosweg. Bij het ontwerp en uitwerking van het landschappelijk ontwerp werden

alle waardevolle bomen bewaard, is de bodem buiten de rechthoek minimaal verstoord, is gewerkt met een

gesloten grondbalans en met een volledige infiltratie van hemelwater.

1

Notitie onderbouwing landgoed fase 2 Dennendonck 28 februari 2023

Visie uitbreiding landgoed Dennendonck

De beoogde nieuwbouw is gesitueerd in de westelijke zichtlijn, op een open gedeelte van het aan het landgoed toegevoegde perceel. Door alle resterende rommelige bebouwingen te verwijderen ontstaat de kans voor

herbebossing. Net zoals bij het hoofdhuis zal de boscontour het ruimtelijke decor vormen van de nieuwbouw.

Gezien de functie van de uitbreiding is rondom het gebouw maar een beperkte ruimte nodig voor enkele parkeerplaatsen. Het resterende deel van de kavel wordt opnieuw bebost waarbij alle bestaande bomen worden gehandhaafd. Aan de westzijde - aan de zijde van de camping - zal een visueel afschermende

beplanting worden aangebracht. Voor de ontsluiting van de nieuwbouw (onderhoud, personeel) wordt gebruik gemaakt van de bestaande inrit. Ook Woonhuis Nr 48, direct gelegen aan de Noodweg, zal gebruik maken van

deze inrit. Dit woonhuis krijgt een eigen kavel en maakt ruimtelijk gezien een samenhangend onderdeel uit van

het Landgoed Dennendonck.

(.

(

-

‘6

I

'I;

EL

$7 2

Basisschets van het ontwerpconcept voor het landschap van Mare van derZwet uit 2019

2

Notitie onderbouwing landgoed fase 2 Dennendonck 28 februari 2023

Nieuwe beplanting en vegetatie Alle bestaande verhardingen en bebouwing worden verwijderd en de vrijkomende ruimte wordt een nieuw bos

ontwikkeld met enkele kleinere open plekken. Bestaande bomen worden gehandhaafd en vormen de basis voor het nieuw te ontwikkelen bos. Het toe passen sortiment sluit aan op de beplantingstypologie van het

natuurgebied in de directe omgeving. Het is inheems én gebiedseigen en bestaat onder meer uit berk, zomer­ en wintereik, grove den, lijsterbes. Voor de onderbeplanting zal gebruik worden gemaakt van onder meer hulst en hazelaar. Door de bodem zo minimaal mogelijk te verstoren zal in de loop der jaren een natuurlijke bodemvegetatie ontwikkelen die aansluit op de vegetatie in de directe omgeving.

v -P

2:

A-a

N

-9

2

la

IV280 e

12

"E7

■

08

9

EaN

"7

-

um exyapece— n;

5

■

,

■'I

Bestaande waardevolle bosbeplanting verder ontwikkelen

Naast bos komen er ook enkele opener plekken voorde ontwikkeling van een natuurlijke bodemvegetatie

Mare van der Zwet, landschapsontwerper, Amsterdam, 28 februari 2023 3

XTAUW Kenmerk

Bijlage 2

R003-1283196SSW-V03-hme-NL

Onderzoek archeologie en aardkundige waarden

t

TFE

■

1

*

T z5

“er*. 2

\ 249

22%

3,

Transect-rapport 4417 Hilversum, Noodweg 48 Gemeente Hilversum (NH)

gës8d

■■

•'

Een inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven,

■

karterende en waarderende fase met de mogelijkheid tot

doorstart naar opgraven

C

0)

0)

re

D)

e

B)

transect

“43

2*

■

Pë i

suuag.-icd

•]

8

i

Mil

m

-

-G -

-g.

*ase.

gAm

8N

I 2

S/

853 23 3

55

-2 985 gse e-

- x--Ea~2

2,8 7

-

« %

ë. --

q22e2

41,7 -

-324

222202

54 45

6 2

‘E.

4v

3, •

a=

e 2

-

&

B ex"0Ssë

8 8

iiF 85823

2 1

5

28639 2e7

’ V .25* e e K 228üs M M A"

= 5.1.2.e

3285 2s m e =.a e ül

28

22

“

«y

12 ë 7; ' • ë

8

6 8

9

#8

a

i

-

43 a.- 3

6

i*i -3-

0 <N

88 d t

132

2

n

pe

K

—7

*

v-/.

,9—e

,u 2

i

G *

9*6

2 17

r

%

e #r

9 2

ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ► ADVIES

on e .22,02 {L

-6,

t,

T: 5.1.2.e

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ► ADVIES

5.1.2.e

F: 5.1.2.e

5.1.2.e

E: 5.1.2.e

Colofon Hilversum, Noodweg 48. Gemeente Hilversum (NH).

Titel

Een inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, karterende en waarderende fase met de mogelijkheid tot

doorstart naar opgraven

Rapportnummer

Transect-rapport 4417

Auteurs Versie

& 5.1.2.e Concept, versie 1.0

Datum

17-11-2022

Projectnummer

Onderzoeksmelding

22090059 5306426100

Opdrachtgever

TAUW b.v.

Uitvoerder

Transect b.v.

5.1.2.e

5.1.2.e 5.1.2.e

Bevoegde overheid

Gemeente Hilversum

Adviseur bevoegde overheid

5.1.2.e

Toetsing bevoegde overheid

In aanvraag

Beheer en plaats documentatie

Transect b.v., Nieuwegein

Omslagafbeelding

Foto van het plangebied

Autorisatie Naam 5.1.2.e

Datum

17-11-2022

5.1.2.e 5.1.2.e

Senior KNA Archeoloog

ISSN: 2211-7067 © Transect b.v., Nieuwegein Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers.

Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=6eca2f99-7bc0-42b9-ade3-6b1577c67820