CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Geanonimiseerd_Ruimtelijke onderbouwing Noodweg 48

GEMEENTERAAD 17 mei 2023, gemeente HilversumBij agendapunt: Uitgebreide voorbereidingsprocedure Noodweg 48 (1235519)22.890 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

4.2

Vrijstellingen

19

4.3

Zorgplicht

20

4.4

Literatuuronderzoek

21

4.5

Effecten

21

Flora

21

4.5.1

3/30

XTAUW R002-1283196JWJ-V04-kzo-NL

Kenmerk

4.5.2

Grondgebonden zoogdieren

22

4.5.3

Vleermuizen

22

4.5.4

Broedvogels

24

4.5.5

Reptielen

25

4.5.6

Zorgplicht

25

5

Conclusies en aanbevelingen

26

6

Biodiversiteit

29

7

Literatuur

30

4/30

XTAUW Kenmerk

1

R002-1283196JWJ-V04-kzo-NL

Inleiding

Dit hoofdstuk bevat achtergrondinformatie over het doel van de toetsing, de relevante natuurwetgeving, de wijze van kwaliteitsborging en de te hanteren uitgangspunten voor toetsing.

1.1

Doel In opdracht van de initiatiefnemer heeft TAUW onderzoek gedaan naar de consequenties van de Wet natuurbescherming voor de ontwikkeling van een bijgebouw op een deel van het perceel aan de Noodweg 48 in Hilversum. Om dit bijgebouw te ontwikkelen is reeds een deel van de grond geklepeld. Daarnaast worden twee leegstaande schuurtjes gesloopt en het plangebied opgeschoond door rommelhoekjes als stapels hout, stenen en hooibalen te verwijderen. Verder worden ook een op het moment bewoond tijdelijk huis plus aangrenzende schuur gesloopt. De ontwikkeling kan alleen doorgaan als deze niet in strijd is met de natuurwetgeving, of als de benodigde vergunningen en/of ontheffingen kunnen worden verleend. In de rapportage volgt het antwoord op de volgende vragen: • Welke onderdelen van de Wet natuurbescherming (hierna te noemen Wnb) zijn van belang? • In hoeverre is de beoogde ontwikkeling (mogelijk) strijdig met de Wnb? • Zijn maatregelen en/of een ontheffing/vergunning nodig? • Wat betekent dit voor de verdere planvorming en uitvoering?

1.2

Wetgeving Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (hierna te noemen ‘Wnb’) in werking. De Wnb is het nieuwe wettelijke stelsel voor natuurbescherming en vervangt drie tot dan bestaande wetten, namelijk de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet.

Het beschermingsregime gaat uit van het ‘nee, tenzij-principe’. Dit betekent dat de genoemde verbodsbepalingen in de Wnb voor bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden altijd gelden. Het afwijken hiervan is alleen onder voorwaarden toegestaan. Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie Noord-Holland is het bevoegd gezag voor het verlenen van toestemming door middel van een vergunning, ontheffing of vrijstelling.

1.3

Te beschouwen onderdelen Wnb Het is noodzakelijk om de ontwikkeling te toetsen aan soortenbescherming (vanwege de mogelijke aanwezigheid van flora en fauna). Daarnaast is een toetsing aan beschermde gebieden nodig. Het plangebied maakt onderdeel uit van het NNN. De bouwplannen hebben dus een ruimtebeslag binnen het NNN (zie figuur 1.1). Toetsing aan houtopstanden is niet nodig aangezien er geen bomen zullen worden gekapt.

5/30

XTAUW Kenmerk

R002-1283196JWJ-V04-kzo-NL

2*- —

A

Legenda

N

NNN Noord-HoHand NNN bestaande natuur Plangebled

50

25

0

50 Meters

TAUW

Figuur 1.1 Ligging van het plangebied ten opzichte van het NNN

6/30

XTAUW Kenmerk

R002-1283196JWJ-V04-kzo-NL

A

Legenda □ Vogel- en Habitatriehti ingebleden I I Plangeblod O 250 500

N

1000

1 500

2,000 Meters

—

XTAUW

Figuur 1.2 Ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen

1.4

Werkwijze De mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten en gebieden is bepaald aan de hand van de volgende gegevens: • Regionale en landelijke verspreidingsatlassen en -data (zie ook H4) • Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) • Natuurkaart van TAUW (https://www.TAUW.nl/op-welk-terrein/ecologie/ecoviewer.html) • Een oriënterend veldbezoek op 5 oktober 2021 Het doel van de literatuurstudie is om na te gaan welke beschermde soorten en gebieden in of in de omgeving van het plangebied kunnen voorkomen. De ecoloog controleert tijdens het oriënterende veldbezoek of de locatie voldoet aan eisen die soorten aan hun leefomgeving stellen. Ook kijkt de ecoloog naar aanwijzingen van de aanwezigheid van beschermde soorten met behulp van zichtwaarnemingen en sporen van terreingebruik, zoals holen, uitwerpselen, haren, prooi- of voedselresten.

7/30

XTAUW Kenmerk

R002-1283196JWJ-V04-kzo-NL

1.5 Kwaliteit Bij ecologische veldwerkzaamheden biedt TAUW garantie op de volledigheid ten aanzien van beschermde gebieden. Voor soortenbescherming is een volledige garantie over de aanwezigheid niet te geven. Door inzet van deskundige ecologen en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethodes wordt de kwaliteit van het onderzoek zoveel mogelijk gewaarborgd. Mede in dit kader is TAUW aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus, een samenwerkingsverband van adviesbureaus die ecologisch advies geven en ecologisch onderzoek verrichten.

1.6

Uitgangspunten De volgende uitgangspunten zijn van toepassing op de beoogde ontwikkeling: 1. Kap van bomen en struiken is geen onderdeel van de werkzaamheden 2. Het vergraven of dempen van sloten is geen onderdeel van de werkzaamheden 3. Het vergraven van oevers van watergangen is geen onderdeel van de werkzaamheden

2 Situatie en beoogde ontwikkeling Dit hoofdstuk bevat achtergrondinformatie over de huidige situatie, het voorgenomen plan en de uit te voeren werkzaamheden.

2.1

Huidige situatie Figuur 2.1 toont de ligging van het plangebied. Het gaat om Noodweg 48 in Hilversum, NoordHolland. Figuur 2.2 geeft een sfeerimpressie van het gebied. Het plangebied bestaat uit een landgoed met een groot landhuis in het midden daarvan. Het landgoed bevindt zich te midden van een bebost gebied en dit karakter is op het landgoed behouden. De eigenaar van het gebied is voornemens om een bijgebouw te realiseren in het westelijk deel van het gebied. Dit deel bestaat nu nog uit een tweetal verlaten schuurtjes en een aantal rommel hoekjes. Het stuk land waarop het bijgebouw gebouwd zal worden is reeds geklepeld. Langs de Noodweg ten zuidoosten van het landhuis staat een huis in aanbouw en een tijdelijk huis met bijbehorende schuur, die gesloopt zullen worden.

8/30

XTAUW Kenmerk

R002-1283196JWJ-V04-kzo-NL

Aangebied

Figuur 2.1 Ligging van het plangebied

9/30

XTAUW Kenmerk

R002-1283196JWJ-V04-kzo-NL

"VM

4,9

ë

2*58

TV L

2"* A

til se=iI

4

u

Figuur 2.2 Impressie van het plangebied. Foto 1 (linksboven): Uitgegraven stuk grond waarop het bijgebouw gebouwd wordt. Foto 2 (rechtsboven): Zicht op plangebied vanuit nabij gelegen bosschage met uitzicht op een van

de te slopen schuurtjes. Foto 3 (links midden): Rommelhoekje van stenen gelegen naast een van de schuurtjes.

Foto 4 (rechts midden): Zicht op losse boomstammen langs hekwerk dat grenst aan een van de schuurtjes. Foto 5 (linksonder): Een van de te slopen schuurtjes. Foto 6 (rechtsonder): Overkapping met aantal planken en losse

hooibalen eronder

10/30

XTAUW R002-1283196JWJ-V04-kzo-NL

Kenmerk

2.2 Beoogde ontwikkeling De initiatiefnemer is voornemens een multifunctioneel bijgebouw op landgoed Dennendonck te realiseren (zie figuur 2.3). Dit bijgebouw zal bestaan uit een zwembad, wellnessfaciliteiten, bibliotheek en kantoor, en zal uitsluitend voor persoonlijk gebruik zijn. Het te realiseren gebouw zal verweven worden met de bosschages in de omgeving doormiddel van een groen dak. Daarnaast zullen de bestaande bijgebouwen (onder andere schuren en woningen) gesloopt worden om het landgoed ‘op te schonen’. De locatie waar het multifunctionele bijgebouw gerealiseerd zal worden is een reeds geklepelde open veld omringd door een volwassen dennen-, eiken en beukenbos. Het oppervlak van de te slopen gebouwen bedraagt circa 337 m2. De voetdruk van het te realiseren bijgebouw is 317 m2 (512 m2 over 2 verdiepingen). De sloopwerkzaamheden zullen hooguit 2 weken bedragen. De realisatie van het bijgebouw zal circa 6 tot 9 maanden in beslag nemen.

8 ►

IQ

/

M

A-

-E-

I

ƒI D 21 m

>

45

76

8*4

Pi

*

S D

: r/6 V{

4

;E‘ A,

11/30

TAUW R002-1283196JWJ-V04-kzo-NL

Kenmerk

3,NR

8

3

6

3

4

2-

g '

529136

Müd”

eezx.

EE"

jva.

t

pm

Figuur 2.3 Beoogde ontwikkeling bijgebouw aan de Noodweg 48 in Hilversum

1137

I

2624 3677

I = onderdeel landgoed Dennendonck

O = (nog) geen onderdeel landgoed

1234 = perceelnummer

4319 3979

□ = perceel met te slopen gebouwen 3010

375

43) 3755

3756

4320

3661

A

19 1346

1279

0

25 50 75 100 m

33

o = te slopen gebouwen op perceel 4319

p

A 12/30

XTAUW Kenmerk

R002-1283196JWJ-V04-kzo-NL

3 Gebiedsbescherming In dit hoofdstuk volgt de toetsing aan de gebiedenbescherming onder de Wro en het Barro.

3.1

Natuurnetwerk Nederland

Inleiding 3.1.1 Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur) is een netwerk van natuurgebieden waarmee de biodiversiteit behouden en versterkt wordt. De NNN is planologisch beschermd via de Wet ruimtelijke ordening (Wro). In het NNN geldt het 'nee, tenzij' principe. Tot slot beperkt het beschermingsregime zich wel tot het Natuurnetwerk zelf. Externe werking is niet van toepassing, omdat dit niet opgenomen is in de Provinciale Verordening.

3.1.2 Omgevingsverordening De Omgevingsverordening NH2020 is de provinciale uitwerking van de Wet ruimtelijke ordening en geeft uitvoering aan het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In dit beleid is het NNN geborgd (Omgevingsverordening 2020, Artikel 6.43). Deze verordening maakt activiteiten onmogelijk die: • Per saldo leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden • Of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden leiden, of van de samenhang tussen die gebieden Provinciale Staten kunnen de begrenzing van het NNN wijzigen wanneer wordt voldaan aan een aantal voorwaarden: • Er is sprake van een ‘groot openbaar belang’ en er zijn geen reële andere mogelijkheden • Negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte en samenhang worden beperkt en de overblijvende effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd 3.1.3 Vigerende bestemmingsplannen De beoogde ontwikkeling vindt plaats binnen het bestemmingsplan ‘Hilversum Buitengebied’ (onherroepelijk) vastgesteld op 30 juli 2014.

Op grond van dit bestemmingsplan ligt het plangebied binnen de volgende relevante bestemmingen: • Enkelbestemming - Wonen 4: De voor 'Wonen - 4' aangewezen gronden zijn bestemd voor: Het wonen in vrijstaande woningen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit Maximaal 1 recreatiewoning, ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning' Bescherming van karakteristieke objecten, ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' Een paardenbak, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch paardenbak' Een zwembad, ter plaatse van de aanduiding 'zwembad' Een tennisbaan, ter plaatse van de aanduiding 'tennisbaan'

13/30

XTAUW Kenmerk

R002-1283196JWJ-V04-kzo-NL

(ondergrondse) parkeergarage, ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' Behoud, herstel en ontwikkeling van de aanwezige landschappelijke waarden Dubbelbestemming - Natuur en landschap: De voor 'Waarde - Natuur en landschap' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar aangewezen bestemming(en), mede bestemd voor: Het behoud, het herstel en compensatie door middel van versterking van de natuurlijke en landschappelijke waarden Het is verboden op bedoelde gronden gebouwen te slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk van het bevoegd gezag De beoogde ontwikkeling van onder andere het slopen van meerdere bijgebouwen en de realisatie van een bijgebouw is niet geborgd in het vigerende bestemmingsplan. Een toetsing aan het NNN is daarom noodzakelijk.

3.1.4

Toetsing effecten op Natuurnetwerk Nederland

3.1.4.1 Methode toetsing Ontwikkelingen die per saldo leiden tot een significante aantasting van het NNN kunnen dus niet plaatsvinden tenzij er sprake is van groot openbaar belang en er geen reële andere mogelijkheden zijn. Dit zal om die reden voorafgaand aan de toetsing worden beoordeeld. De te toetsen onderdelen zijn: • Geen significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, te weten: Oppervlakte en samenhang van het NNN Natuurwaarden Abiotische en ruimtelijke factoren Vervangbaarheid

Toetsing groot openbaar belang 3.1.5 Er is in dit geval geen sprake van een groot openbaar belang bij het te realiseren voornemen. Het te bouwen bijgebouw is bestemd voor privé gebruik. Daarnaast zijn er voldoende publieke alternatieve in de omgeving beschikbaar. Toetsing ontbreken reële alternatieven 3.1.6 Het is voor de initiatiefnemer niet mogelijk om het bijgebouw buiten het NNN te realiseren. Het hele landgoed, dat eigendom is van de initiatiefnemer, valt namelijk binnen het NNN. 3.1.7

Wezenlijke kenmerken en waarden

3.1.7.1 Inleiding De wezenlijke kenmerken en waarden zoals die zijn opgenomen in de Omgevingsverordening worden in onderstaande paragrafen aan de hand van vier aspecten beschreven. Elke paragraaf sluit af met een conclusie wat de ontwikkeling voor effect heeft op de wezenlijke kenmerken en waarden, en of dit effect al dan niet significant is.

14/30

XTAUW Kenmerk

R002-1283196JWJ-V04-kzo-NL

3.1.7.2 Oppervlakte en samenhang van het NNN Het plangebied is gelegen in het NNN-gebied Gooi Midden en Zuid, wat in totaal een oppervlakte heeft van circa 2.200 ha. Omdat er sprake is van te realiseren nieuwbouw, zal er oppervlakte NNN verloren gaan. Er worden echter ook een aantal gebouwen en structuren gesloopt, waardoor er ook functioneel NNN gecreëerd wordt. In totaal komt er 337 m2 NNN ‘bij’ door de sloop van verschillende gebouwen, en gaat er 317 m2 NNN verloren door de realisatie van het bijgebouw. De locatie waar het bijgebouw gerealiseerd zal worden is al braakliggend, en er zullen dus geen bomen gekapt worden. Daarnaast zal een deel van het gebouw in de grond verzonken liggen, en blijft de bovengrond dus beschikbaar voor aanwezige flora en fauna. Omdat er sprake is van het verwijderen van meerdere kleine gebouwen, en daar één groot bijgebouw voor in de plaats komt, neemt de versnippering in dit deel van het NNN af en verbetert de samenhang. Ook is er per saldo geen sprake van oppervlakteverlies van het NNN.

3.1.7.3 Natuurwaarden In het Natuurbeheerplan 2021 en in de Omgevingsverordening is het plangebied opgenomen als beheertype ‘N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos’. Dit is ook het geambieerde beheertype voor het plangebied. Deze bossen bestaan vooral uit aanplant van grove den en uitheemse naaldhoutsoorten en verder uit spontaan ontwikkelde loofbossen op verwaarloosde heide met lokaal oude bosgroeiplaatsen. Bos- en/of struweelvogels die hier veel voorkomen zijn havik, sperwer, bonte vliegenvanger, kuifmees, zwarte mees en goudvink. Verder broeden er mogelijk ook boomvalk, wespendief en raaf. Deze vogels worden hooguit tijdelijke verstoord door de werkzaamheden ten behoeve van de beoogde ontwikkeling, en er is voldoende alternatief leefgebied in binnen dit deel van het NNN aanwezig om naar uit te wijken. Er zullen geen bomen gekapt worden, waardoor er ook geen nesten verloren zullen gaan. Het is aan te raden bomen in de omgeving voorafgaand aan de werkzaamheden te controleren om eventuele verstoring tijdens de werkzaamheden uit te sluiten. Daarnaast is de kernkwaliteit ‘Stuwwal met afwisselend bos-, heide- en vennenlandschap’ aangewezen voor dit deel van het NNN. De beoogde ontwikkeling zal geen effect op deze kernkwaliteit hebben, omdat er geen sprake is van verlies van boslandschap.

Potentiële natuurwaarden Aangezien het geambieerde beheertype van het plangebied hetzelfde is als het aanwezige beheertype, wordt aangenomen dat eventuele potentiële natuurwaarden een verbetering en continuatie van de huidige natuurwaarden zijn. De aanwezige bossen zouden meer variatie in boomsoorten kunnen vertonen, en het is mogelijk de natuurwaarde de verhogen door oude, afgestorven bomen te laten staan of liggen en het aandeel dood hout in het bos te bevorderen. De beoogde ontwikkeling heeft geen effect op de potentiële natuurwaarden, omdat er geen sprake van houtkap is, en de aanwezige natuurwaarden behouden blijven. 3.1.7.4 Abiotische en ruimtelijke factoren De bovengenoemde kernkwaliteiten en natuurwaarden zijn afhankelijk van enkele abiotische en ruimtelijke factoren. Voor het plangebied, waar er sprake is van ‘N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos’ zijn de volgende abiotische en ruimtelijke factoren mogelijk relevant:

15/30

TAUW R002-1283196JWJ-V04-kzo-NL

Stilte

Donkerte

Cultuurhistorisch element

Bestaand water- en/of verkavelingspatroon

kwel

Goede (grond- en oppervlaktejwaterkwaliteit

Basenrijke en/of brakke

Rust (beperkte menselijke aanwezigheid)

X

Stabiel hoog (grond)waterpeil Peil- en/of onverstromingsdynamiek

(Micro)reliëf

X

Windwerking (stuifzand, vennen)

Oude bodem (ongestoord)

X

Buffercapaciteit bodem/water

Relatief voedselarme onbemeste bodem

Veenbodem

N15.02

Beslotenheid

Vereiste ruimtelijke condities

Vereiste abiotische condities

Openheid

Kenmerk

X

X

X

X

Aardkundige waarden Een effect op de abiotische randvoorwaarden is uitsluitend relevant wanneer deze dusdanig worden aangetast dat de natuurwaarden worden beïnvloed. Als gevolg van het beoogd voornemen is sprake van graafwerkzaamheden op een braakliggend terrein. Er is daarmee potentieel effect op de abiotische conditie ‘Oude bodem (ongestoord)’. Het terrein waar de graafwerkzaamheden plaatsvinden is momenteel tot circa 1 m gewoeld. Voor de werkzaamheden zal tot 4 m worden gegraven. Er worden daarbij geen - voor de natuurwaarden - belangrijke bodemlagen verstoord. Er is dus geen sprake van significante aantasting van natuurwaarden als gevolg van aantasting van de abiotische conditie 'oude bodem (ongestoord)’. Effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden door aantasting van aardkundige waarden zijn uitgesloten.

Overige abiotische condities Zoals in bovenstaande tabel te zien is, zijn de ruimtelijke condities beslotenheid, rust, stilte en donkerte een vereiste voor het aanwezige beheertype in het plangebied. De condities beslotenheid, rust en stilte zullen de in de permanente situatie niets veranderen ten opzichte van de huidige situatie. Er zal wel verstoring van deze condities plaatsvinden tijdens de sloop van de oude bijgebouwen en realisatie van het nieuwe bijgebouw. Dit is echter van tijdelijke aard, en zal niet geen significante effecten op deze wezenlijke kenmerken en waarden tot gevolg hebben.

Ruimtelijke condities De ruimtelijke conditie donkerte wordt mogelijk wel aangetast nadat het nieuwe bijgebouw gerealiseerd is. Dit hangt af van de mogelijke uitstraling van het gebouw naar het omringende landschap als het in gebruik is. Het betreft een verzonken gebouw waardoor deze uitstraling beperkt is en niet tot significante aantasting van natuurwaarden zal leiden. Er is geen sprake van permanente verlichting langs de toegang naar het bijgebouw. Conclusie Significante aantasting van wezenlijke kenmerken en waarden als gevolg van aantasting van de abiotische en ruimtelijke condities is uitgesloten. 3.1.7.5 Vervangbaarheid Het vele millennia oude stuwwallenlandschap met leesbare sporen van en zandverstuivingen en sporen van menselijk gebruik is onvervangbaar. De fysieke kenmerken van de stuwwal, stuifzanden en vennen mogen niet significant worden aangetast, zodat de aardkundige waarden

16/30

XTAUW Kenmerk

R002-1283196JWJ-V04-kzo-NL

en de ontstaansgeschiedenis behouden blijven. De aanwezige natuurwaarden zijn het resultaat van een samenspel van de uitgestrekte restanten van deze stuwwallen, stuwwalflanken, bodemvorming en stuifzanden waarop zich gedurende eeuwen menselijke beïnvloeding heeft voorgedaan. De natuurwaarden van de droge heidevelden, de leemkuilen en zandgroeves met kwelsituaties, de landgoederen en oude bosgroeiplaatsen zijn zo goed als onvervangbaar. De beoogde ontwikkeling heeft zoals hierboven beschreven geen effect op de abiotische factoren, en ook worden er geen bomen gekapt. Hierdoor is er op landschapsniveau geen sprake van aantasting, en worden de natuurwaarden niet beïnvloed. Vervanging is dus niet noodzakelijk. 3.2

Overige gebiedsbescherming

3.2.1 Inleiding Het volgende gebiedsgericht beschermingsbeleid is ook van toepassing, namelijk het Bijzonder Provinciaal Landschap. Dit zijn in gebieden die in Noord-Holland aangewezen zijn vanwege de bijzondere eigenschappen en waarde voor mens en dier. Het BPL is geborgd in de Omgevingsverordening NH2020. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk in BPL, zolang ze de kernkwaliteiten niet aantasten. Uitvoering van plannen die de kernkwaliteiten aantasten, zijn alleen mogelijk als er sprake van groot openbaar belang is en als er kan worden aangetoond dat er geen andere mogelijkheden zijn. De schade aan het landschap moet dan worden gecompenseerd. 3.2.2 Effecten Figuur 3.1 toont de ligging van het plangebied ten opzichte van het BPL. De voorgenomen ontwikkelingen hebben echter geen betrekking op de delen van het plangebied die als BPL zijn aangewezen, zie ook de Eindadvies van de Gemeente Hilversum1. Er zal geen sprake zijn van negatieve effecten op het BPL. %

9 D Figuur 3.1 Ligging plangebied ten opzichte van het Bijzonder Provinciaal Landschap

1 Eindadvies verzoek om vooroverleg ten behoeve van het vergroten en herstructureren landgoed ‘Dennendonck’, Gemeente Hilversum, d.d. 14 juni 2021.

17/30

XTAUW Kenmerk

R002-1283196JWJ-V04-kzo-NL

3.3

Conclusie Hoewel er oppervlak NNN verloren gaat door het te realiseren bijgebouw, komt er ook functioneel NNN bij door de sloop van de overige bijgebouwen. Als er tijdens het ontwerp van het gebouw rekening gehouden wordt met verstoring door licht, en deze daardoor in de permanente situatie voorkomen kan worden, zijn significante effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN uitgesloten. Omdat beoogde ontwikkeling niet binnen het BPL plaatsvindt, zijn effecten ook hierop uitgesloten.

18/30

XTAUW Kenmerk

R002-1283196JWJ-V04-kzo-NL

4 Soortenbescherming In dit hoofdstuk volgt antwoord op de vraag de beoogde activiteiten schade (kunnen) op beschermde flora en fauna tot gevolg hebben.

4.1

Beschermingsregime en bepalingen Het onderdeel soortenbescherming onder de Wnb heeft bepalingen opgenomen voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten. Het gaat onder meer om soorten die in Nederland, maar ook in Europa in hun voortbestaan worden bedreigd. De Wnb kent drie beschermingsregimes: • Vogels: het gaat hier om alle inheemse vogels in hun natuurlijk verspreidingsgebied. Ze zijn beschermd via de Vogelrichtlijn • Dieren en planten: het gaat hier om inheemse dieren en planten, die zijn beschermd via de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn • Nationale soorten: het gaat hier om soorten, die niet onder de reikwijdte van de Vogel- of Habitatrichtlijn vallen. Deze soorten zijn wel nationaal beschermd

Per beschermingsregime geldt een aantal verbodsbepalingen. Hier is ook een beschrijving opgenomen onder welke voorwaarden een bevoegd gezag ontheffing of vrijstelling kan verlenen. Tabel 4.1 is een samenvatting van de verbodspalingen. Ze voorzien in een bescherming van verblijfplaatsen, evenals de bescherming tegen verstorende invloeden. Gedeputeerde Staten van provincie Noord-Holland kan een ontheffing verlenen van de verboden als genoemd in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10.

4.2

Vrijstellingen In de Wnb is een aantal algemene soorten amfibieën en zoogdieren beschermd onder de categorie ‘Nationale soorten’, zoals gewone pad, bruine kikker en konijn. De bescherming van deze soorten verschilt per provincie, omdat iedere provincie de bevoegdheid om bij verordening deze soorten ‘vrij te stellen’ van de ontheffingsplicht. Dit betekent dat geen ontheffing nodig is voor werken gericht op ruimtelijke inrichting en ontwikkeling en beheer en onderhoud. Vrijgestelde soorten zijn daarom niet meegenomen in deze toetsing. In veel provincies zijn steenmarter, bunzing, wezel en hermelijn vrijgesteld. In de provincie Noord-Holland is dit echter niet het geval (Provincie Noord-Holland, 2016). Steenmarter, bunzing, wezel en hermelijn zijn in deze provincie Noord-Holland niet vrijgesteld en worden daarom wel meegenomen in deze rapportage.

19/30

XTAUW R002-1283196JWJ-V04-kzo-NL

Kenmerk

Tabel 4.1 Verbodsbepalingen soortenbescherming onder de Wnb

Verbodsbepaling

A

B

C

D

E

Vogels Vrl

Dieren Hrl/

Planten

Dieren

Planten

Hrl/

(‘nationaal’)

(‘nationaal’)

Bonn/Bern

Bonn/Bern Dieren of planten:

Doden of vangen

Storen/verstoren

3.1.1

3.5.1

3.1.4

3.5.2

3.10.1.a

(tenzij 3.1.5) Plukken, verzamelen, afsnijden,

3.10.1.c

3.5.5

ontwortelen of vernielen Onder zich hebben of vervoeren

3.2.6

3.6.2

3.6.2

Plaatsen: Vernielen, beschadigen of wegnemen

3.1.2

nesten

Beschadigen of vernielen

3.5.4

voortplantingsplaatsen Beschadigen of vernielen rustplaatsen

3.10.1.b (vaste vp)

3.1.2

3.5.4

3.10.1.b (vaste rp)

Eieren: Vernielen (of -Vrl- beschadigen)

3.1.2

3.5.3

Rapen

3.1.3

3.5.3

Onder zich hebben

3.1.3

Toelichting: Codes verwijzen naar wetsartikelen Wet natuurbescherming.

Oranje

verbodsbepaling geldt alleen wanneer sprake is van opzet. verbodsbepaling geldt in alle gevallen, ook wanneer geen sprake is van opzet.

4.3

Zorgplicht

De zorgplicht (artikel 1.11 van de Wnb) houdt in dat handelingen, die nadelige gevolgen kunnen hebben voor in het wild levende dieren en planten achterwege worden gelaten. Als zich mogelijk negatieve effecten voordoen, dan treft de initiatiefnemer noodzakelijke maatregelen om die gevolgen te voorkomen of zo veel mogelijk te beperken/ongedaan te maken.

Het betreft alle in het wild levende dieren en planten. De zorgplicht dient onder meer als vangnet voor de bescherming van soorten waarvoor op grond van de Wnb geen specifiek verbod geldt. De zorgplicht is daarnaast van toepassing op beschermde gebieden.

20/30

XTAUW Kenmerk

R002-1283196JWJ-V04-kzo-NL

4.4 Literatuuronderzoek In de omgeving van het plangebied zijn verspreidingsgegevens bekend van de volgende soortgroepen (zie ook tabel 4.2): flora, grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, vogels, amfibieën en reptielen en vlinders, libellen en overige ongewervelden. Op voorhand kan gesteld worden dat het plangebied ongeschikt is voor vissen, amfibieën en libellen aangezien er geen oppervlakte water in het plangebied aanwezig is. Daarnaast voorziet ook de nabije omgeving niet in oppervlakte water. Hierdoor kan uitgesloten worden dat de genoemde soortgroepen in het plangebied voorkomen. Tabel 4.2 Soorten in de omgeving van het plangebied Soortgroep

Aanwezige soorten in omgevini

Flora

Dennenorchis

Grondgebonden zoogdieren

Wezel, hermelijn, bunzing, steenmarter, boommarter,

Vleermuizen

Gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis,

noordse woelmuis, waterspitsmuis, eekhoorn

kleine dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis,

rosse vleermuis, tweekleurige vleermuis, ruige

dwergvleermuis, watervleermuis Vogels

Meerdere algemene soorten

Vogels jaarrond beschermd

Grote gele kwikstaart, huismus, kerkuil, gierzwaluw, wespendief, roek, zwarte wouw, sperwer, buizerd,

ransuil, steenuil, boomvalk, ooievaar

Reptielen

Levendbarende hagedis, kamsalamander, ringslang,

alpenwatersalamander, zandhagedis Vlinders en overige ongewervelden

Platte schijfhoren, gevlekte witsnuitlibel, groene

glazenmaker, gestreepte waterroofkever, teunisbloempijlstaart, sierlijke witsnuitlibel

Effecten 4.5 In dit hoofdstuk is het mogelijk voorkomen van beschermde soorten beschreven. Daarnaast zijn de effecten van de plannen op deze soorten getoetst. 4.5.1 Flora Tijdens het veldbezoek heeft de ecoloog geen waarnemingen gedaan van de beschermde soorten zoals genoemd in tabel 4.2. Dennenorchis is in het verleden in de omgeving van het plangebied waargenomen (NDFF). De soort is gebonden aan open dennenbossen en wortelt in de bovenste humuslaag van verteerd naalden strooisel. Dennenorchis is weinig concurrentiekrachtig, dus als de kruidlaag zich sluit wordt de soort verdrongen. In het plangebied is onder de dennenbomen een dichte kruidlaag van verschillende soorten grassen en mossen aanwezig. Het plangebied is hierdoor ongeschikt als groeiplaats van dennenorchis. Door de afwezigheid van geschikte groeiplaatsen zijn negatieve effecten op beschermde flora als gevolg van de beoogde ontwikkeling uitgesloten.

21/30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=6eca2f99-7bc0-42b9-ade3-6b1577c67820