Concept-verslag raadsvergadering d.d. 9 juli 2025
Tekst van het document
VASTSTELLEN PLANUITWIKKELINGSKADER PUK BERGWEG
De VOORZITTER deelt mee dat er ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn op het perceel aan de Bergweg. Zo kunnen daar eventueel wonen en werken worden gecombineerd. De uitgangspunten daarvoor staan in het planuitwerkingskader Bergweg beschreven. Als de raad dat plan vaststelt, dan wordt dat de onderzoeksopgave voor het locatieontwikkelingsplan van de initiatiefnemer. In de commissievergadering adviseerden de aanwezige woordvoerders het onderwerp met debat voor de raadsvergadering te agenderen. Dit vanwege het doorlopen proces, de vraag of omzetting naar de bestemming wonen wenselijk is en of dat niet in concretere afspraken moet worden vastgelegd. Mevrouw VAN DE LINDE constateert dat instemming met het planuitwerkingskader betekent toestaan van werken naar wonen te transformeren, het gevolg van een gedane toezegging. Bij die toezegging is altijd gezegd dat de raad het finale oordeel moet vellen na het maken van een belangenafweging. En die afweging gaat wat de VVD betreft erover of het verstandig en goed RO-beleid is Verslag raadsvergadering 9 juli 2025
20
om over zo’n locatie apart toe te staan om transformatieafspraken te maken, terwijl een dergelijke afweging ook integraal in de context van een gebiedsagenda te maken is. Als het de intentie is dat de locatie langdurig werken zou moeten blijven ondanks de ruimte om wonen toe te staan, wat een niet te ontkennen prikkel is, is het de vraag of die waarborgen sterk genoeg in de stukken staan. Haar derde afweging is of wonen de best mogelijke bestemming voor die locatie is als wonen naar een andere bestemming mag worden omgezet. Haar afwegingen hebben ertoe geleid nu nee te zeggen tegen het planuitwerkingskader Bergweg. Zij ziet er naar uit om dit in een breder verband in de gebiedsagenda Boomberg af te wegen. Mevrouw VAN HATTUM Heeft ook serieuze zorgen over het voorstel, maar waardeert in ieder geval wel de inzet om belangrijke partijen, zoals Talpa, naar Hilversum te halen. Dat moet dan wel via een zorgvuldig en transparant proces gebeuren. Het voorliggende voorstel is gebaseerd op oude toezeggingen van collegeleden zonder duidelijke juridische onderbouwing en zonder tijdige betrokkenheid van de raad. De raad besloot in 2018 om geen kantoren meer om te zetten naar woningen. Dit voorstel doet dat nou juist wel en opent daarmee de deur voor andere vastgoedeigenaren om hetzelfde te vragen. D66 staat voor een goed bestuur en duidelijke regels en het voorstel voldoet daar niet aan.
En daarom vraagt zij het college om met een nieuw juridisch degelijk voorstel te komen, waarin de raad vanaf het begin wordt meegenomen en wel op een snelle, duidelijke en integrale manier. Alleen dan helpt men de gemeente en de vastgoedeigenaren echt vooruit. Zij vraagt of de wethouder hiermee uit de voeten kan. Mevrouw BRUSSAARD is het duidelijk dat het de intentie is om de werkgerelateerde vierkante meters zo lang mogelijk als zodanig te behouden, maar het stuk mist heldere en toetsbare criteria wat daaronder wordt verstaan als het gaat om een ‘aantoonbare en actieve aanbieding op de kantorenmarkt’. Dat maakt het lastig om de transformatie van werken naar wonen goed te beoordelen. De afweging past in een bredere integrale afweging en is niet zomaar los te zien. Als blijkt dat kantoorruimte geen haalbare kaart is kan men kijken wat een passend alternatief zou kunnen zijn, zoals maatschappelijke functies of werkgelegenheid, die bijdragen aan de ontwikkeling van de stad. Ook om deze reden zal het CDA tegen het voorstel stemmen. De heer LAHAISE sluit zich van harte aan bij de vorige sprekers en vult aan dat men naast maatschappelijke functies ook kan denken aan gemengde wijken, zoals sociale huurwoningen en/of betaalbare koop- of huurwoningen.
Overigens is hij van mening dat men zo’n plan eerst tegen het licht van een stedenbouwkundige visie of gebiedsagenda moet houden, voor daartegen zo maar ja te zeggen. Daarom stemt hij tegen het voorstel. De heer VONK is dolenthousiast over het plan vanwege de komst van sociale huurwoningen en hij wil flexibel omgaan met kantoren. Als die niet te vullen zijn kan men daarvan woningen maken. Dat het voorstel het niet zal halen betreurt hij. De heer VAN WAARDEN wil vooral graag betaalbare woningen bouwen, wat men zich op de Bergweg prima kan voorstellen, wat in het planuitwerkingskader goed is te zien. Per wijk/gebied wordt echter gebiedsgericht gewerkt en wordt integraal bezien wat daar nodig is in plaats van te werken met postzegelplannen. Daarin kan GroenLinks zich zeker vinden. Woningen zijn echter wel nodig. De rijksbouwmeester vertelde deze week dat woningsplitsing een enorme kans is om het woningprobleem een stuk kleiner te maken. In Hilversum zijn er per wijk andere kansen. In Noordwest zijn er kansen om woningen en kavels te splitsen, met behoud van de kwaliteiten van de wijk. Hij wil de gebiedsagenda van Noordwest snel op tafel hebben en weten wanneer die er kan zijn.
Verslag raadsvergadering 9 juli 2025
21
De heer GÖBBELS (wethouder) komt schriftelijk terug op de vraag van GroenLinks wanneer de gebiedsagenda Noordwest voorligt. Hij spreekt zijn teleurstelling erover uit dat fracties het voorstel niet zien zitten, temeer omdat het college heeft geprobeerd de raad in de ontwikkeling mee te nemen, zoals in de jaren 2019, 2022 en 2023. Het voorstel komt dus niet uit de lucht vallen en het college is nog steeds van mening een prima planuitwerkingskader te hebben gepresenteerd. De heer BAKKER verklaart voor het voorstel te stemmen om aan de Bergweg zoveel mogelijk sociale huurwoningen te kunnen realiseren, omdat de Bergweg daarvoor een uitgelezen plek is. Mevrouw REDMEIJER is tegen het voorstel, vanwege de afspraak ontwikkelingen in gebiedsagenda’s vorm te geven. Het voorstel van burgemeester en wethouders wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 3 tegen 32 stemmen aangenomen, met de stemmen van de SP en de PvdA voor. 14.
ERFGOEDVERORDENING HILVERSUM 2025
De VOORZITTER leidt in dat het vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet nodig is om de Monumentenverordening Hilversum 2016 aan te passen op het gebied van terminologie en verwijzingen naar de Omgevingswet. Daarnaast is het proces tot aanwijzing van een gemeentelijk monument bezien en in de verordening aangepast. In de commissievergadering adviseerde de woordvoerder van D66 om het onderwerp met debat voor de raadsvergadering te agenderen in verband met een mogelijk amendement over het toevoegen van een lijst met af te wegen zaken. Alle woordvoerders zijn het erover eens dat in dit geval het debat alleen over het amendement dient te gaan. De heer VAN NISTELROOIJ memoreert dat Lucebert al schreef dat alles van waarde weerloos is. Daarom wordt ook erfgoed beschermd en daarmee is hij blij. Maar ook eigenaren en gebruikers verdienen bescherming. En er zijn nog andere goed te wegen en te beschermen Hilversumse belangen. De voorliggende Erfgoedverordening noemt hij een verbetering en daarvoor dankt hij de ambtenaren en het college. Maar de integrale weging van belangen kan zijns inziens beter en daarom dient hij twee amendementen en een motie in. Ten eerste vindt D66 het heel goed dat er met kerken en kerkgemeenschappen in gesprek wordt gegaan, maar dat zou met alle eigenaren en gebruikers moeten gebeuren. Daarom dient hij amendement A 25 78 in.
Amendement A 25-78 ‘Ga in gesprek met de eigenaar en gebruikers’ “De gemeenteraad van Hilversum, in vergadering bijeen op 9 juli 2025 behandelend de Erfgoedverordening; constaterende dat: • de afgelopen jaren vele eigenaren en buurtbewoners1 zijn verrast dat een bepaald pand dat in ontwikkeling is opeens de status van gemeentelijk monument heeft gekregen; • er bredere afwegingen zijn dan alleen het monumentale belang die moeten worden meegenomen bij de besluitvorming; overwegende dat: • in gesprek gaan met de eigenaar en gebruiker zorgt voor een breder perspectief en daarmee betere besluitvorming; • de erfgoedverordening alleen voor kerkelijke gebouwen in gesprek gaat met eigenaar van een dergelijk gebouw; • het proces voor alle eigenaren in Hilversum hetzelfde zou moeten zijn; Verslag raadsvergadering 9 juli 2025
22
besluit: aan het beslispunt van het concept-raadsbesluit luidende: “De Erfgoedverordening Hilversum 2025 als volgt vast te stellen, onder gelijktijdige intrekking van de Monumentenverordening Hilversum 2016” toe te voegen: , met dien verstande dat in de bij het raadsbesluit gevoegde concept-erfgoedverordening Hilversum 2025 artikel 6, lid 2 als volgt wordt gewijzigd: Was: 2. Voordat een kerkelijk monument wordt aangewezen, voeren burgemeester en wethouders overleg over het voornemen met de eigenaar. Wordt: 2. Voordat een monument wordt aangewezen, voeren burgemeester en wethouders overleg over het voornemen met de eigenaar en gebruiker(s). “ (Amendement A 25-78 van D66) Ten tweede vraagt hij aandacht voor de brede afweging bij aanwijzing van nieuwe monumenten. De afgelopen jaren zag D66 meerdere voorbeelden, waarbij zij ernstige twijfels had of dat volledig gebeurt. De intentie is er, maar die is niet altijd te zien, zoals bij de Bijenschans, de Leeuwenstraat en eigenlijk recent het Wandelpad. Uit de commissiebehandeling blijkt nog onvoldoende hoe het college andere belangen dan erfgoedwaarden meeneemt. Hij heeft geen integraal afwegingskader kunnen ontvangen en dat staat niet uitgewerkt in de verordening. Daarom dient hij de volgende motie in.
Motie M 25-60 ‘Een kader voor bredere afweging bij aanwijzing nieuwe monumenten’ “De gemeenteraad van Hilversum, in vergadering bijeen op 9 juli 2025 behandelend de Erfgoedverordening; constaterende dat: • in artikel 3.16 van de Erfgoedwet is vastgelegd dat de gemeenteraad een verordening vast kan stellen; • de Omgevingswet in artikel 4.2 vereist dat gemeenten voor het gehele grondgebied functies evenwichtig toedelen aan locaties in het omgevingsplan; • tot het moment dat het tijdelijke omgevingsplan wordt omgezet in een omgevingsplan (uiterlijk 2029 maar dat kan ook eerder) nieuwe gemeentelijke monumenten nog kunnen worden aangewezen op grond van de gemeentelijke erfgoedverordening; • de Omgevingsvisie fungeert als basis voor het Omgevingsplan en bij de vaststelling van de omgevingsvisie in de beoordeling van de Plan MER is opgeroepen ‘om meer integraal beleid vast te stellen en een aantal beleidsleemtes in te vullen voor erfgoed, economische ontwikkeling (m.n. het lange termijnperspectief), bodem, lucht en geluid;’ •
de nieuwe concept Erfgoedverordening in artikel 5 lid 3 het college de mogelijkheid geeft nadere regels vast te stellen met betrekking tot de aanwijzing van gemeentelijke monumenten; overwegende dat: • een brede afweging door de Omgevingswet expliciet wordt beoogd met artikel 4.2. Zo staat in de memorie van toelichting bij artikel 4.2 dat naast de toekenning van functies aan locaties vanuit een planologische perspectief, de toedeling van functies ook vanuit andere motieven binnen de zorg van de fysieke leefomgeving wenselijk kan zijn; • in de beantwoording op de technische vragen en de bespreking in de commissie onvoldoende duidelijk is geworden hoe het college op een gestructureerde manier invulling geeft aan het wegen van andere belangen dan erfgoedbelangen; • een transparant en breed afwegingskader noodzakelijk is voor een zorgvuldige belangenafweging; draagt het college op:
Verslag raadsvergadering 9 juli 2025
23
•
een nadere uitwerking te maken van het (integrale) afwegingskader voor het wegen van andere belangen dan erfgoedwaarde bij nieuwe monumenten (conform art 5 lid 3), waarbij minimaal wordt ingegaan op: o bruikbaarheid voor eigenaar, gebruiker en/of huurder nu en voor toekomstig gebruik; o financiële effecten voor eigenaar (waardeverandering, onderhoudskosten); o timing van de aanvraag, redelijkheid en proportionaliteit daarvan; o planologische en economische belangen; o effecten op andere gemeentelijke beleidsterreinen (kwaliteit van onderwijs huisvesting, klimaatadaptatie, circulariteit, wonen, zorg, mobiliteit, vastgoedmarkt); o transformeerbaarheid en herontwikkelingsmogelijkheden; • dit afwegingskader via een raadsinformatiebrief te delen uiterlijk Q4 2025; en gaat over tot de orde van de dag.” (Motie M 25-60 van D66) Ten derde is het zijn vraag welk orgaan het beste is om integrale afwegingen te maken. Artikel 4.2 van de nieuwe Omgevingswet stelt dat de gemeenteraad functies evenwichtig moet toedelen, waarmee het aanwijzen van monumenten aan de raad is. Hij vraagt zich af waarom dat nu niet al gebeurt. Het gaat om 2,2 nieuwe monumenten per jaar. De heer LAHAISE vraagt of monumenten als het raadhuis of Zonnestraal door een brede afweging op het gebied van duurzaamheid, gebruiksmogelijkheden en toekomstbestendigheid voor een monumentenstatus in aanmerking zouden komen.
De heer VAN NISTELROOIJ denkt van wel, omdat bij Zonnestraal waarschijnlijk ook is gekeken naar de milieuwaarden en duurzaamheid. Bij het raadhuis wordt ook naar veel meer aspecten gekeken. Mevrouw VAN EXEL-VAN DIJK informeert naar de diepere motivatie van motie M 25-60, omdat zij de heer Van Nistelrooij zich vaak niet heel positief over monumenten heeft horen uitspreken, waaraan in het algemeen veel waarde wordt geacht, onder andere schoolgebouwen. De Bijenschans gaat volgens haar plat, wat veel mensen aan het hart gaat. Zij vraagt wat D66 met motie M 25-60 eigenlijk wil bereiken. De heer VAN NISTELROOIJ wijst erop dat een brede afweging bij een schoolgebouw laat nadenken over het een monument maken daarvan, wat directe gevolgen heeft voor de onderwijskwaliteit. Men moet dan afwegen of de kosten daarvan te dragen zijn. Meerdere belangen moeten dus moeten dus integraal worden afgewogen, wat uiteindelijk politiek is. Hij vindt het wel degelijk belangrijk om monumenten te beschermen. Als een bepaald gebouw niet klimaatbestendig te maken is, kan het alsnog bijvoorbeeld dienst doen als museum. Hij is blij dat ook het CDA monumenten wil beschermen.
Amendement A 25-61 ‘Nieuwe monumenten worden aangewezen door de raad’ “De gemeenteraad van Hilversum, in vergadering bijeen op 9 juli 2025 behandelend de Erfgoedverordening; constaterende dat: • in de Erfgoedwet niet expliciet is vastgelegd dat het aanwijzen van gemeentelijke monumenten een collegebevoegdheid is; • de Omgevingswet in artikel 4.2 vereist dat gemeenten voor het gehele grondgebied functies evenwichtig toedelen aan locaties in het omgevingsplan; • de memorie van toelichting bij artikel 4.2 van de Omgevingswet expliciet vermeldt dat gemeentelijke monumenten als functie kunnen worden toegedeeld via het omgevingsplan; • het omgevingsplan op grond van artikel 2.4 van de Omgevingswet door de gemeenteraad moet worden vastgesteld; • tot het moment dat het tijdelijke omgevingsplan wordt omgezet in een omgevingsplan (uiterlijk 2029 maar dat kan ook eerder) nieuwe gemeentelijke monumenten nog kunnen worden aangewezen op grond van de gemeentelijke erfgoedverordening; • het aantal nieuwe monumentaanwijzingen beperkt is (gemiddeld 2,2 per jaar), overwegende dat: Verslag raadsvergadering 9 juli 2025
24
•
het aanwijzen van monumenten vergaande gevolgen kan hebben voor eigenaren; omwonenden en andere belanghebbenden; • democratische controle en transparantie gebaat zijn bij raadsbetrokkenheid bij individuele aanwijzingsbesluiten; • de raad als volksvertegenwoordiging de juiste belangenafweging kan maken; besluit: aan het beslispunt van het concept-raadsbesluit luidende: “De Erfgoedverordening Hilversum 2025 als volgt vast te stellen, onder gelijktijdige intrekking van de Monumentenverordening Hilversum 2016” toe te voegen: , met dien verstande dat in de bij het raadsbesluit gevoegde concept-Erfgoedverordening Hilversum 2025 artikel 5, lid 1 als volgt wordt gewijzigd: o van: ‘Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op verzoek van een belanghebbende, besluiten een monument of archeologisch monument dat van bijzonder belang is voor de gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde aan te wijzen als gemeentelijk monument.’ o naar: ‘De gemeenteraad kan, op voorstel van burgemeester en wethouders, al dan niet op verzoek van een belanghebbende, besluiten een monument of archeologisch monument dat van bijzonder belang is voor de gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde aan te wijzen als gemeentelijk monument.’ o gevolg: Ook artikelen 6, 7, 8, 9 en 10 moeten worden aangepast van
‘burgemeester en wethouders’ naar "gemeenteraad" waar het gaat om het aanwijzingsbesluit. (Amendement A 25-61 van D66) Erfgoed en eigenaren verdienen bescherming en heel Hilversum verdient een integrale afweging. De heer GÖBBELS (wethouder) gaat in op motie M 25-60 over een breder afwegingskader bij aanwijzing van nieuwe monumenten. Daarvoor gaat hij te rade bij de Algemene wet bestuursrecht, waarin staat bij een afweging belangen mee te nemen die rechtsreeks worden geraakt. Ook wordt jurisprudentie bezien van de Raad van State. Men moet het pad van hypothetische constructies en toekomstige situaties niet bewandelen, maar wel concrete en actuele aspecten meenemen, zoals het gebruik, de eigendom, de waarde, de exploitatie- en verduurzamingsmogelijkheden en bouw- en herontwikkelingsmogelijkheden. Hij begrijpt dat D66 toetsingscriteria mist en die toegevoegd wil zien. Die wil hij daarom op papier zetten en delen met de raad. Een evaluatiemoment kan dan over een jaar worden ingepast. De redelijkheid en proportionaliteit van de timing van een aanvraag kan hij niet meenemen, omdat het wettelijk niet is toegestaan om rechten te beperken. Amendement A 25-61 over monumenten laten aanwijzen door de raad ontraadt hij, gezien de verdeling vanuit de Gemeentewet en het dualisme, waardoor de raad een kaderstellende en het college een uitvoerende taak heeft.
Bovendien is in oktober 2022 afgesproken dat het college in het kader van het ontwikkelingsplan die bevoegdheden uitoefent. Het in gesprek gaan met de eigenaar en gebruiker, zoals amendement A 25-78 vermeldt, gebeurt al. Ook hier geldt dat de wet gaat boven de verordening. De heer VAN NISTELROOIJ wil toch een wijziging doorvoeren, omdat het gesprek met eigenaren en gebruikers niet plaatsvindt. De heer GÖBBELS (wethouder) ging het bij het Wandelpad niet om een genomen besluit. Het afwegingsmoment start nu. In het algemeen zal het college altijd met de zakelijk rechthebbenden en eigenaren contact opnemen. De heer VAN NISTELROOIJ heeft de indruk dat de eigenaar uit de krant heeft moeten vernemen dat de voorbescherming op is. De heer GÖBBELS (wethouder) weerspreekt dat en stelt dat het college de eigenaar informeert.
Verslag raadsvergadering 9 juli 2025
25
Mevrouw VAN DE LINDE heeft het amendement opgevat als een tekstuele wijziging, waarbij het woord ‘kerkelijk’ wordt verwijderd, zodat bij elk monument in overleg wordt getreden, wat haar een prima wijziging lijkt. De heer GÖBBELS (wethouder) licht toe dat kerken vanuit de grondwettelijke gedachte zijn opgenomen om de vrijheid van religie te beschermen. Mevrouw VAN DE LINDE vraagt of het college van mening is dat het woord ‘kerkelijk’ moet blijven staan. De heer GÖBBELS (wethouder) bevestigt dat en ontraadt amendement A 25-78. Mevrouw VAN DE LINDE concludeert dat het de keuze is om de uitzondering voor kerken te laten staan en de VNG daarin te volgen of te bepalen naast kerken ook met anderen te praten in geval van beeldbepalende en belangrijke monumenten. Zij hoopt het amendement zo te mogen lezen dat het alleen maar over die tekstuele aanpassing gaat. De heer VAN NISTELROOIJ bevestigt dat. De heer STREUTKER verzoekt de voorzitter de vergadering te schorsen. De VOORZITTER schorst de vergadering. Schorsing (21.50 – 22.02 uur). De VOORZITTER heropent de vergadering.
De heer VAN NISTELROOIJ past amendement A 25-78 als volgt aan: Aangepast amendement A 25-78 ‘Ga in gesprek met de eigenaar en gebruikers’ “De gemeenteraad van Hilversum, in vergadering bijeen op 9 juli 2025 behandelend de Erfgoedverordening; constaterende dat: • de afgelopen jaren vele eigenaren en buurtbewoners1 zijn verrast dat een bepaald pand dat in ontwikkeling is opeens de status van gemeentelijk monument heeft gekregen; • er bredere afwegingen zijn dan alleen het monumentale belang die moeten worden meegenomen bij de besluitvorming; overwegende dat: • in gesprek gaan met de eigenaar en gebruiker zorgt voor een breder perspectief en daarmee betere besluitvorming; • de erfgoedverordening alleen voor kerkelijke gebouwen in gesprek gaat met eigenaar van een dergelijk gebouw; • het proces voor alle eigenaren in Hilversum hetzelfde zou moeten zijn; besluit: aan het beslispunt van het concept-raadsbesluit luidende: “De Erfgoedverordening Hilversum 2025 als volgt vast te stellen, onder gelijktijdige intrekking van de Monumentenverordening Hilversum 2016” toe te voegen: , met dien verstande dat in de bij het raadsbesluit gevoegde concept-erfgoedverordening Hilversum 2025 artikel 6, lid 2 als volgt wordt gewijzigd: Was: 2. Voordat een kerkelijk monument wordt aangewezen, voeren burgemeester en wethouders overleg over het voornemen met de eigenaar. Wordt: 2.
Voordat een kerkelijk monument of ieder ander monument wordt aangewezen, voeren burgemeester en wethouders overleg over het voornemen met de eigenaar of zakelijk gerechtigden. “ (Amendement A 25-78 van D66)
Verslag raadsvergadering 9 juli 2025
26
Hij kan zich voorstellen het amendement A 25-61 niet in stemming te brengen als de wethouder zoals toegezegd motie M 25-60 uit te voeren. De raad kan na een evaluatie na een jaar alsnog besluiten om monumenten zelf aan te wijzen. De heer GÖBBELS (wethouder) omarmt het aangepaste amendement. Het aangepaste amendement A 25-78 van D66, ‘Ga in gesprek met de eigenaar en gebruikers’, wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 34 stemmen voor en 1 stem tegen aangenomen, met de stem van de PvdA tegen. Het geamendeerde voorstel van burgemeester en wethouders wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en unaniem aangenomen. Motie M 25-60 van D66, ‘Een kader voor bredere afweging bij aanwijzing nieuwe monumenten’, wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 29 tegen 6 stemmen aangenomen, met de stemmen van Fractie Lahaise en Democraten Hilversum tegen. 15.
ZIENSWIJZE GOOI EN VECHTSTREEK PROGRAMMABEGROTING 2026-2029, RESULTAATBESTEMMING 2024 EN JAARVERSLAG 2024
De VOORZITTER deelt mee dat de raad op beide documenten een zienswijze kan afgeven. De jaarrekening is ter kennisname aan de raad gezonden. In de commissievergadering is geadviseerd het voorstel met debat te behandelen, met name gericht op het opnemen in de zienswijze van tijdige informatievoorziening aan de raad bij regionale onderbesteding en het voorstel om een aangepaste regiobegroting pas in 2026 aan te bieden met het oog op het opschuiven van het ravijnjaar. De heer BAKKER deelt mee zonet abusievelijk tegen amendement A 25-78 te hebben gestemd. De regio zet een slordige € 110 miljoen weg, waarvan ruwweg de helft voor de gemeente Hilversum. Dat is veel geld en er wordt ook heel veel voor gedaan. De regio staat ook op afstand en dat is te merken bij dit agendapunt. De raad besteedt één uurtje aan ongeveer € 110 miljoen. Dat vindt hij echt te weinig om goed na te gaan hoe de regio het werk voor de gemeente doet en uitvoert. Daarmee doet de raad de regio tekort. De invloed op de regio noemt hij te beperkt. De raad stelt een zienswijze op, waarvan mogelijk een deel wordt overgenomen door het algemeen bestuur van de regio. De raad moet zijn wethouders daarom goed op pad sturen om invloed te hebben in die regio. Zienswijzen worden de laatste tijd scherper neergezet en dat juicht hij van harte toe.
In de commissievergadering is daarover een goed debat gevoerd en dat heeft tot twee amendementen geleid op de zienswijze, amendement A 25-76 en amendement A 25-74. Amendement A 25-76 ‘Aanpassen regio begroting kan later’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 9 juli 2025, behandelend agendapunt 15 ‘Zienswijze Gooi en Vechtstreek programmabegroting 2026-2029, resultaatbestemming 2024 en jaarverslag 2024’;, constaterende dat: de Regio Gooi en Vechtstreek als verbonden partij een groot aantal werkzaamheden voor Hilversum en andere regiogemeentes uitvoert; dat met de uitvoering door de regio een bedrag van 110 miljoen euro (2026) is gemoeid; overwegende dat: kostenbeheersing en optimalisatie van de werkwijzen voor elke organisatie vast onderdeel moeten zijn van de bedrijfsvoering; Verslag raadsvergadering 9 juli 2025
27
-
vanwege onvolledige financiering door de Rijksoverheid er sprake was van het ravijnjaar 2026, waarbij de gemeenten mogelijk zouden moeten bezuinigingen om tot sluitende begrotingen te komen; - ook de Regio Gooi en Vechtstreek door dit ravijnjaar haar begroting zou moeten onderzoeken op mogelijke beheersmaatregelen; het ravijnjaar 2026 door de tijdelijke financiering van de Rijksoverheid niet is gedempt maar opgeschoven is naar 2028; de acute noodzaak om nu al mogelijk pijnlijke beheersmaatregelen te nemen door het verschuiven van het ravijnjaar is vervallen; besluit aan beslispunt 2 van het concept-raadsbesluit toe te voegen: ‘(…), met dien verstande dat de zienswijze als volgt wordt gewijzigd: a) in de paragraaf ‘Zienswijze ten aanzien van de ontwerp programmabegroting 2026 2029’ de tekst: ‘Wij vragen aan het algemeen bestuur van de regio om in het tweede kwartaal 2026 een aangepaste begroting 2026-2029 in zienswijze procedure te brengen.’ Te vervangen door: ‘Wij vragen aan het algemeen bestuur van de regio om in de loop van 2026 een aangepaste begroting 2027-2030 in zienswijze procedure te brengen.
Als onderligger voor deze aangepaste begroting dienen diverse bezuinigingsscenario’s te liggen voor de korte en lange termijn om een afgewogen keuze te maken in de kosten en baten van de aanpassingen.’ b) een paragraaf toe te voegen die luidt: ‘Jaarstukken in vervolg ook bespreken in regioverband Wij vragen aan het algemeen bestuur van de regio om in de planning van de regiopodia ook ruimte in te richten voor het bespreken van de jaarstukken om zo de voortgang op de beleidsdoelen en meer in brede zin de controlerende taak van de gemeenteraden in de regio beter vorm te geven. Als deze werkwijze voor de jaarrekening van 2025 een succes is kan dit regulier worden ingeregeld.’” (Amendement A 25-76 van de PvdA, D66 en Hart voor Hilversum) Amendement A 25-74 ‘Maak regionale onderbesteding expliciet in de bestuursrapportage’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 9 juli 2025, behandelend agendapunt 15 ‘Zienswijze Gooi en Vechtstreek programmabegroting 2026-2029, resultaatbestemming 2024 en jaarverslag 2024’; constaterende dat: de Regio Gooi en Vechtstreek als verbonden partij een groot aantal werkzaamheden voor Hilversum en andere regiogemeentes uitvoert; dat met de uitvoering door de Regio een bedrag van ca 110 miljoen euro (2026) is gemoeid; er bij de Regio Gooi en Vechtstreek al enkele jaren onderbesteding is op onderdelen van het sociaal domein zoals
Bescherming & Opvang en Laaggeletterdheid; overwegende dat, onderbesteding op deze cruciale onderdelen van het Sociaal Domein zeer ongewenst is; de rapportage over de onderbesteding de gemeenteraad te laat bereikt; in de voorliggende zienswijze niks is opgenomen over onderbesteding; er creatief gezocht moet worden naar het voorkomen van onderbesteding; besluit aan beslispunt 2 van het concept-raadsbesluit toe te voegen: (…), met dien verstande dat aan de zienswijze een extra paragraaf wordt toegevoegd luidend: ‘Aandacht voor onderbesteding– raad wil tijdig kunnen bijsturen De gemeenteraad van Hilversum maakt zich zorgen over de onderbesteding binnen de regionale begroting. Deze onderbesteding – ook als deze relatief beperkt lijkt – raakt in de praktijk programma’s die bedoeld zijn voor het ondersteunen van inwoners in een kwetsbare positie. Middelen die niet benut worden, zijn middelen die hun maatschappelijke doel niet hebben bereikt.
Verslag raadsvergadering 9 juli 2025
28
Juist daarom acht de raad het van groot belang om tijdig inzicht te krijgen in (te verwachten) onderbestedingen, zodat gedurende het jaar beleidsmatige of politieke bijsturing mogelijk is. De raad vraagt extra aandacht voor onderbestedingen bij de jaarlijkse bestuursrapportage, maar constateert tevens deze rapportage pas in het najaar beschikbaar is. Hierdoor is sturing door de raden op het lopende begrotingsjaar in de praktijk lastig. Soms resteert enkel de vaststelling achteraf via de jaarrekening. Binnen het programma Bescherming en Opvang is inmiddels een aanvullende werkwijze ontwikkeld, waarbij portefeuillehouders Gezondheid en Ondersteuning in mei al inzage krijgen in voorlopige financiële prognoses. Dat stelt hen in staat om vroegtijdig bestuurlijke keuzes te maken en eventueel aanvullende bestedingsvoorstellen te doen. De raad waardeert deze ontwikkeling als een zinvolle stap richting meer grip en effectievere inzet van middelen. Tegelijkertijd merkt de raad op dat deze informatievoorziening uitsluitend via het bestuurlijke spoor loopt. De raden ontvangen deze prognoses niet, terwijl ook zij een kaderstellende en controlerende taak hebben. Daarmee ontbreekt nu de mogelijkheid om als raden mede richting te geven aan eventuele bijsturing gedurende het jaar.
De raad van Hilversum spreekt daarom de wens uit dat het onderwerp onderbesteding regionaal structureel op de bestuurlijke en ambtelijke agenda wordt gehouden. Een werkwijze waarin zowel portefeuillehouders als raden vroegtijdig inzicht krijgen in relevante financiële prognoses draagt bij aan bestuurlijke samenwerking, transparantie en een doelmatige inzet van middelen. Zo kunnen we als regio gezamenlijk blijven sturen op het realiseren van onze maatschappelijke ambities – juist daar waar deze het hardst nodig zijn.’” (Amendement A 25-74 van de PvdA) De directeur van de regio was aanwezig bij de commissiebespreking. Zij heeft het signaal ook goed gehoord en met deze amendementen maakt de raad zijn zienswijze scherper en kan de wethouder zijn invloed pakken. Mevrouw VERWEIJ sluit zich aan bij de heer Bakker en vult aan dat van de € 1,5 miljoen die in de regio overbleef ruim € 1 miljoen het sociaal domein betreft. Het gaat dan om belangrijke beleidsvelden, zoals bescherming en opvang, laaggeletterdheid en een aantal andere zaken. Zij vertelt al enkele jaren dat bij het overblijven van zoveel geld de doelen niet gehaald worden. Uit gesprekken is gebleken dat er managementrapportages zijn. De wethouder is welwillend geweest om een oplossing te zoeken en daarom dient zij een amendement in om tijdig en eerder geïnformeerd te worden.
Zij hoopt dat haar collega’s dat steunen om daarop tijdig zicht te krijgen, omdat het Hilversumse laaggeletterde inwoners en Hilversumse daklozen zijn. Zij wil de wethouder vragen met haar en de heer Bakker een kopje koffie te drinken om daarover verder te praten en ook het gesprek in de regio aan te gaan. De heer POSTMA neemt graag deel aan dat koffiegesprek met de wethouder en dankt de PvdA voor het initiatief om de vinger op de zere plek te leggen. Inmiddels gaat het niet alleen om onderbesteding, maar ook om overbesteding. Daarover ging het nog niet, terwijl de regio aan dezelfde eisen als gemeenten moet voldoen. Hij wil weten wat de raad daarvan terugziet. Hij is blij met het voorstel om aan te sluiten bij het bestaande planning- en controlinstrumentarium, omdat men niets heeft aan het nog meer maken van rapportages. Naast geld wil hij het ook over prestaties hebben, waarvoor een vorm gevonden kan worden, zoals een regiopodium. Hij steunt het voorstel. De heer DEEN vindt het goed aan de regio aandacht te besteden. Hij is met mevrouw Jansson regioambassadeur om te kijken hoe de regio dichter bij de raad is te brengen en hoe besluitvorming beter kan worden. Hij is blij met het initiatief van de PvdA om de zienswijze beter te maken. De amendementen ondersteunt hij. Mevrouw REMMERS vindt de suggestie om een regiopodium te gebruiken niet zo goed.
Die zijn vaak leuk, maar worden slecht bezocht en zijn vaak niet inhoudelijk diepgaand, wat zij juist wel wil. Verslag raadsvergadering 9 juli 2025
29
Daarom wil zij een andere vorm vinden om € 110 miljoen te bespreken, waarbij het over de inhoud zal gaan. De heer DEEN zegt dat toe. De heer FENNEMA vindt onderbesteding even belangrijk als overbesteding, maar steunt amendement A 25-74 niet, vanwege passages als ‘middelen die niet benut worden zijn middelen die hun maatschappelijke doel niet hebben bereikt’, omdat het ook kan zijn dat sprake is van een meevaller in een aanbesteding. Overblijvend geld zou moeten teruggaan naar de gemeente. Naar onderbesteding als gevolg van niet uitgevoerd beleid wil hij wel laten kijken, maar die nuance staat niet in het amendement. De heer POSTMA wil daarom meer zicht hebben op wat een onderbesteding daadwerkelijk inhoudt, zodat het doel wel is bereikt maar minder middelen nodig waren, of niet is bereikt. De heer FENNEMA wil dat ook, maar het amendement verandert de tekst van het voorstel, wat hij niet wil. De heer BAKKER meent dat onenigheid over een paar woorden wel op te lossen is, zodat de VVD daarvoor wel zou kunnen stemmen. De heer FENNEMA kan die woorden nu niet bedenken en kwam wat laat erachter dat de gekozen woorden wat minder genuanceerd zijn om voor het amendement te kunnen stemmen. De heer VAN VOORDEN (wethouder) complimenteert de regio met het harde werk, dat hartstikke goed gaat. Onderbesteding kan plaatsvinden door halverwege het jaar van het Rijk nog geld te krijgen.
Sinds vorig jaar wordt meer gestuurd op bescherming en opvang en worden bestedingsvoorstellen gedaan als er binnen het bestaande programma een onderbesteding is te zien. Daardoor wordt onderbesteding veel meer voorkomen, hetgeen ook staat op pagina 40 van het conceptbeleidsplan. Het college kan heel goed op pad met de aangescherpte zienswijze. Besprekingen in regioverband zijn aan de raad. Zoekopdrachten in de Begroting 2027 laten landen is volgens hem heel verstandig, zodat er meer tijd is voor bezuinigingen, zodat hij positief adviseert op amendement A 25-76. Op het aanbod koffie te drinken met raadsleden gaat hij graag in en het lijkt hem verstandig met elkaar van gedachten te wisselen en zaken toe te lichten. Financiële informatie van de regio verdwijnt vaak in de ingekomen stukken. Elk half jaar is er een rapportage over bescherming en opvang en het is goed om daarvan kennis te nemen. De heer POSTMA wil graag over financiële info van gedachten wisselen en die bewuster agenderen. De heer VAN VOORDEN (wethouder) vindt dat heel verstandig, wat de regioambassadeur heel goed kan oppakken. Mevrouw VERWEIJ verzoekt de wethouder het koffiegesprek met haarzelf en de raadsleden Bakker, Postma en Deen te plannen. De heer VAN VOORDEN (wethouder) wil dat gesprek na het reces voeren. Mevrouw VERWEIJ lijkt dat goed.
Stemverklaring De heer LAHAISE vindt de argumenten van de heer Fennema sterk, maar steunt amendement A 25-74, omdat het hem om de intentie gaat en wat minder om de letterlijke tekst. Amendement A 25-74 van de PvdA, ‘Maak regionale onderbesteding expliciet in de bestuursrapportage’, wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 30 tegen 5 stemmen aangenomen, met de stemmen van de VVD tegen. Amendement A 25-76 van de PvdA, D66 en Hart voor Hilversum, ‘Aanpassen van de regiobegroting kan later’, wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en unaniem aangenomen. Verslag raadsvergadering 9 juli 2025
30
Het geamendeerde voorstel van burgemeester en wethouders wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 30 tegen 5 stemmen aangenomen, met de stemmen van de VVD tegen. 16.
SPREEKTIJDENREGELING
De VOORZITTER laat weten dat in het recent vastgestelde reglement van orde is bepaald dat het presidium een spreektijdenregeling voor de raad vaststelt. Op basis van een voorstel met inbreng van de werkgroep spreektijden heeft het presidium op 20 mei ingestemd met een regeling, die nu ter besluitvorming aan de raad is voorgelegd. In de commissievergadering bleek behoefte aan verdere politieke weging, met name over de spreektijd bij fractieafsplitsing en de wens om het besluit over deze regeling aan de nieuwe raad over te laten. De heer STREUTKER vindt het onderwerp fundamenteel en politiek geladen, omdat in zijn ogen een spreektijdenregeling op basis van fractiegrootte afbreuk doet aan de essentie van de lokale democratie. Democratie betekent dat alle stemmen worden gehoord en dat het niet gaat om het recht van de sterkste of het recht van de grootste, maar het recht van iedere gekozen vertegenwoordiger om het geluid van zijn of haar achterban in de raad te laten klinken. Elke vier jaar is er de kans om een gemeenteraad te kiezen en dat gebeurt op partijen met een partijprogramma. Daarmee worden de fracties in de raad gevormd. Er is dus sprake van een partijstelsel, waarbij meerdere leden namens een partij als fractie opereren. De machtsverhoudingen zijn daarmee verankerd in het aantal zetels per fractie.
De diversiteit van standpunten hoort echter tot uiting te komen in de inhoudelijke inbreng, in het debat. Door spreektijd te koppelen aan fractiegrootte vermengt men macht met zeggenschap. Daarom is het CDA tegen het voorliggende voorstel. Samen met de SP heeft het CDA een amendement opgesteld, om het dictum aan te passen. De directe aanleiding hiervoor is, omdat de hele noodzaak om nu tot deze aanpassing van de spreektijden regeling te komen ontbreekt. De indieners vinden dat het aan de nieuwe raad is om na de verkiezingen om hierover een besluit te nemen. En daarmee wordt dus ook het volledige dictum vervangen door de vaststelling van de spreektijdenregeling over te laten aan de nieuwe gemeenteraad.
Amendement A 25-80 ‘Uitgesproken over Spreektijden’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 9 juli 2025, behandelende de Spreektijdenregeling op basis van fractiegrootte; constaterende dat: • een directe aanleiding om de spreektijdenregeling aan te passen ontbreekt; • tijdens de commissiebehandeling niet duidelijk is geworden wat de motivatie is om tot een aangepaste spreektijdenregeling te komen; overwegende dat: • het tijdens de raadsperiode wijzigen van de spelregels voor spreektijden van directe invloed is op de woordvoering in de raad; • dit in de praktijk vooral van invloed is op de spreektijden in de nieuwe raad na de herindelingsverkiezingen in 2026; Besluit: Het dictum van het raadsbesluit als volgt te wijzigen, waarbij 1. een spreektijdenregeling vast te stellen, zoals in de bijlage bij het raadsvoorstel is berekend, met een fractie-deel en een zetel-deel. Dit komt nu (met 11 fracties) uit op 12 minuten per fractie + 1 minuut per raadslid; 2. als onderdeel van de spreektijdenregeling vast te stellen dat, als zich één of meer raadsleden afsplitsen en een eigen fractie vormen, het fractie-deel van de spreektijd naar rato wordt verdeeld tussen de oude en de nieuwe fractie. Bovenop het fractie-deel komt het zetel-deel van de spreektijd (van 1 minuut per raadslid); Verslag raadsvergadering 9 juli 2025
31
3.
dat deze spreektijdenregeling ingaat bij de eerste raadsvergadering na het zomerreces van 2026. Wordt vervangen door: 1. de vaststelling van een spreektijdenregeling over te laten aan de nieuwe raad.” (Amendement A 25-80 van het CDA en de SP) Mevrouw VERWEIJ bevestigt dat in de commissievergadering uitgebreid over de spreektijdenregeling is gesproken. Voor de SP is het volstrekt onduidelijk waarom het voorstel op tafel is gekomen en door wie dat is gebeurd. Zij ziet niet welk probleem het voorstel oplost, maar wel concludeert zij dat grotere partijen belang hebben om de spreektijd van een kleinere partij te verminderen. Zij vindt de huidige regeling prima en wil lopende de raadsperiode de regeling niet veranderen. De heer BAKKER herkent heel veel in de woorden van de SP en het CDA. De interessante discussie uit de commissievergadering wil hij nu niet overdoen. Afsplitsen van een raadslid is het recht van elk raadslid. Er moet echter bij het aanpassen van de spreektijdenregeling wel iets geregeld worden voor de situatie als een raadslid zich afsplitst. Er zijn dan voor hem twee mogelijkheden: overstappen naar een andere partij of een eigen fractie opzetten. Als een raadslid overstapt naar een andere partij gaat er één minuut spreektijd mee naar de andere partij. In het geval van het beginnen van een eigen fractie is het een stuk lastiger.
Één minuut spreektijd is dan wel heel weinig voor de nieuwe fractie, maar hij heeft ook moeite met het overdragen van een deel van de vaste fractiespreektijd. Het afsplitsende raadslid wordt zijns inziens dan beloond met spreektijd ten koste van de spreektijd van de fractie die verlaten is. Een afgesplitst raadslid moet dan ook wel wat meer spreektijd krijgen dan één minuut. Daarom stelt hij een spreektijd voor van één zevenendertigste deel. En in dit geval zou dat. 4,5 minuut betekenen. Amendement A 25-67 ‘Aanpassing spreektijd bij afsplitsing raadslid’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 9 juli 2025, behandelend de Spreektijdenregeling; constaterende dat: • er een spreektijdenregeling voorgelegd is waarin twee deelbesluiten zijn opgenomen: een nieuwe verdeling van spreektijd per fractie, en hoe om te gaan met afsplitsing van een raadslid c.q. raadsleden; • de totale spreektijd voor alle fracties 70% is van de totale duur van de vergadering, te weten 168 minuten (70% van 4 uur); • de spreektijd per fractie is onderverdeeld in een vast fractie-deel plus 1 minuut per raadslid (het zetel-deel); • afsplitsing tot de rechten van een raadslid behoort; overwegende dat: • het afsplitsende raadslid in de voorliggende regeling beloond wordt met spreektijd ten kosten van de fractie die verlaten is; besluit het concept-raadsbesluit als volgt aan te passen: a.
aan beslispunt 1 van het concept-raadsbesluit toe te voegen: Dit, met uitzondering van de onder beslispunt 2 beschreven situatie; b. heel besluitpunt 2 vervangen door: 2. Als onderdeel van de spreektijdenregeling vast te stellen dat, als zich één of meer raadsleden afsplitsen en een eigen fractie vormen, zij per raadslid een proportioneel deel (nu 1/37e, straks 1/39e) van de vastgestelde spreektijd van de raadsleden krijgen, waarbij die spreektijd ten koste gaat van de spreektijd van de raad als geheel. Dit proportionele deel komt dan in plaats van het fractie-deel en het zetel-deel. “ (Amendement A 25-67 van de PvdA) Verslag raadsvergadering 9 juli 2025
32
De heer VAN GRIEKEN vindt dat de voorgestelde spreektijdenregeling het systeem een heel klein beetje democratischer maakt en ook eerlijker. De heer STREUTKER vindt het niet goed het woordje ‘eerlijker’ in deze context te gebruiken, maar wel vindt hij het goed om machtsverhoudingen en meningsverschillen uit elkaar te halen, wat niets te maken heeft met of het eerlijk is om de spreektijd van een fractie aan te passen. De heer VAN GRIEKEN vraagt of de heer Van Grieken het voorliggende voorstel niet ver genoeg vindt gaan, of die dat in de toekomst nog zou willen aanpassen en of alle raadsleden de gelegenheid moeten hebben om over elk raadsvoorstel iets te zeggen. De heer VAN GRIEKEN denkt dat het voorliggende voorstel recht doet aan de gezamenlijke cultuur en het verleden en iets bijdraagt aan een betere weg in de toekomst. De heer LAHAISE voelt zich als vrij recent afgesplitst raadslid enigszins aangesproken en onderschrijft de woorden van met name de SP en het CDA. Bij afsplitsing van een raadslid kan er meer spelen, zoals een niet goed functionerende fractie of een afdelingsbestuur dat zich vreemd heeft opgesteld. Hij vindt dat in het amendement A 25-67 op een rare manier omgesprongen wordt met de rechten van een gekozen raadslid, met de Kieswet achter zich.
Dat verbaast hem ook, omdat het in feite uitnodigt om niet zomaar af te splitsen en als zelfstandig raadslid door te gaan in de geest van het verkiezingsprogramma waarmee men gekozen is, maar om zich aan te sluiten bij een totaal andere partij, hetgeen hij een merkwaardige oproep vindt. Hij zal wel voor het voorstel van D66 en SP stemmen. De heer EERENBERG nam wat aanstoot aan de sfeer die op een gegeven moment ontstond in de commissievergadering, alsof mensen de beslissing om bij hun fractie weg te gaan heel licht nemen. Er zou een soort opportunisme achter zitten, waarbij men spreektijd meeneemt. De heer Lahaise is in dezen ervaringsdeskundige en was fractievoorzitter van een coalitiepartij en hij vraagt hem te reflecteren op zijn analyse dat men zo’n beslissing om zich af te splitsen niet licht neemt. De heer LAHAISE wil daarop graag een andere keer reflecteren, maar nu wil hij slechts beamen wat de heer Eerenberg stelt. De heer DOCTER merkt op dat er heel veel manieren zijn om spreektijd te verdelen. Zijn fractie is er nog steeds niet uit wat ideaal zou zijn. Alle raadsleden zijn volksvertegenwoordiger zonder last of ruggenspraak. Door zich fractiegewijs te organiseren doet niets af aan die rechtspositie. Men kan ook van fractie wisselen. Over een heleboel zaken heeft Democraten Hilversum nog geen definitief standpunt.
De reden om de spreektijdenregeling te veranderen is hem volstrekt onduidelijk. Hij omarmt daarom amendement A 25-80 van het CDA en de SP om die beslissing over te laten aan een nieuwe raad. De heer EERENBERG herinnert aan het stevige inhoudelijke debat over de spreektijdenregeling in de commissievergadering. Hij gelooft niet dat mensen die bij hun fractie weggaan dat besluit licht nemen. Raadsleden nemen die beslissing en ze maken daar een afweging in. Hij respecteert hun keuzes. De heer Bakker heeft aangekondigd een amendement te maken en dat hij dat vanuit een integer uitgangspunt zou doen, niet met recente ontwikkelingen in diens achterhoofd, maar zuiver. Zo kijkt hij ook naar het amendement A 25-67. Als men voor amendement A 25-80 is kan men echter niet voor amendement A 25-67 zijn. Het voorstel is voor zijn fractie een vrije kwestie. De heer FENNEMA is gevraagd om een voorstel uit te werken. De heer STREUTKER wijst erop dat niet is gevraagd om een spreektijdenregeling. De heer FENNEMA reageert dat die vraag wel is meegegeven vanuit het presidium aan de commissie die het reglement van orde heeft herzien. De bottom line is dat een raadslid van een grote fractie slechts enkele minuten spreektijd heeft en een eenmansfractie zestien minuten.
De oplossing is de eenmansfractie veertien minuten te geven en een vijfmansfractie zeventien minuten, wat een minuut meer is dan de huidige regeling. Dat lijkt hem vrij gebalanceerd. Verslag raadsvergadering 9 juli 2025
33
Mevrouw VERWEIJ wil weten wie in het presidium om herziening van de spreektijdenregeling heeft gevraagd. De heer FENNEMA weet dat niet, maar het presidium gaat over het reglement van orde. Vanuit het presidium is een commissie samengesteld, bestaande uit mevrouw Remmers, de heren Lahaise, Van Grieken, Nanninga en hemzelf. Het hele reglement van orde is op tal van punten geactualiseerd en gezegd is dit onderwerp naar de raad te brengen. Mevrouw VERWEIJ is het volstrekt onduidelijk wie welk probleem heeft gesignaleerd, op de kaart gezet en daarvoor een oplossing heeft bedacht. Haar oplossing is het niet en zij vindt het heel vervelend iets te krijgen wat zij niet heeft besteld. De heer NANNINGA ziet ook geen probleem in de huidige regeling. De wijziging van het kleine dingetje betekent een systeemverandering, waarbij in de toekomst nog zal worden bezien wat er gebeurt. Hij constateert dat dit het begin is van een glijdend vlak. De heer FENNEMA herhaalt dat het presidium heeft besloten aan de spreektijden te draaien dat neemt ongewogen besluiten of adviseert. Mevrouw REMMERS merkt op dat het presidium een werkgroep met leden op vrijwillige basis heeft samengesteld, welke leden uit grote en kleine partijen afkomstig waren, waaruit een gewogen voorstel is gekomen, waarmee zij instemt.
Mevrouw VERWEIJ vraagt wie in het presidium heeft gezegd dat de spreektijdenregeling moest veranderen. Mevrouw REMMERS antwoordt dat niemand heeft gezegd dat dat moest. Er is over gesproken of dat een goed idee zou zijn. Niemand heeft iets doorgedrukt en uiteindelijk zeiden kleine en grote partijen dat best een evenwichtig voorstel voorligt. Mevrouw VERWEIJ laat weten dat haar fractievoorzitter heeft gezegd dat hij het er niet mee eens was. Er is op geen enkel moment een probleem gebleken zodat de spreektijdenregeling volgens haar aan de nieuwe raad is. Mevrouw REMMERS stemt voor het voorstel, maar tegen amendement A 25-67, omdat men daarmee treedt in de morele overwegingen van elk overstappend of af te splitsen raadslid. Collega’s zouden daarover geen moreel oordeel moeten vellen. Mevrouw REDMEIJER stemt tegen het voorstel en is voor gelijkheid, waarbij elke partij recht heeft op 16 minuten spreektijd. Zij gaat mee met het amendement A 25-80 van het CDA en de SP. Amendement A 25-80 van het CDA en de SP, ‘Uitgesproken over spreektijden’, wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 16 tegen 19 stemmen verworpen, met de stemmen van de SP, Democraten Hilversum, de PvdA, de ChristenUnie, Fractie Lahaise, het CDA en de Hart voor Hilversum-leden Boukhriss en Redmeijer voor.
Amendement A 25-67 van de PvdA, ‘Aanpassing spreektijd bij afsplitsing raadslid’, wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 16 tegen 19 stemmen verworpen, met de stemmen van D66, de PvdA, de VVD-leden Fennema, Westerneng, Ekelmans en Zeeuw van der Laan en de Hart voor Hilversum-leden Boukhriss, Lancé, Eerenberg en De JongSchrijvers voor. Het voorstel van het presidium wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 25 tegen 10 stemmen aangenomen, met de stemmen van de SP, de PvdA, de ChristenUnie, het CDA en de leden Boukhriss en Redmeijer van Hart voor Hilversum tegen.
Verslag raadsvergadering 9 juli 2025
34
17.
REKENKAMER DOEMEE-ONDERZOEK ENERGIEBESPARINGSPLICHT
De VOORZITTER deelt mee dat in 2024 op initiatief en onder begeleiding van de Vereniging van rekenkamers onderzoek is gedaan naar het toezicht op en de handhaving van de energiebesparingsplicht van bedrijven en instellingen en de bijbehorende informatieplicht. De Rekenkamer Hilversum heeft van februari tot en met mei 2024 deelgenomen aan dit zogeheten doemee-onderzoek, net als 96 andere gemeenten en 12 provincies. Omdat dit landelijke onderzoek te weinig informatie opleverde, die specifiek voor Hilversum van toepassing was, heeft de Rekenkamer aanvullende vragen gesteld aan de ambtelijke organisatie. Op basis van deze aanvullende informatie heeft de Rekenkamer een notitie opgesteld, die voor bestuurlijke wederhoor is aangeboden. De Rekenkamer heeft op basis van de bevindingen twee aanbevelingen geformuleerd, die nu ter besluitvorming aan de raad voorliggen. Er is één amendement ingediend. De heer NANNINGA spreekt namens de raad dank uit aan de Rekenkamer voor deelname aan het landelijke doemee-onderzoek over toezicht van gemeenten en omgevingsdiensten op de energiebesparingsplicht van bedrijven. De gemeente Hilversum doet al veel aan het stimuleren van energiebesparingen bij woningen, huishoudens en ook het eigen vastgoed en gemeentelijke gebouwen. Bedrijven zijn minstens zo belangrijk als het gaat om energiebesparing.
Hier zijn ook landelijke afspraken over gemaakt en dat heet de energiebesparingsplicht voor bedrijven. De controle op de naleving van deze energiebesparingsplicht gebeurt nu nog door de gemeente Hilversum zelf, maar vanaf 1 januari 2027 moet die taak zijn overgedragen aan de Omgevingsdienst Flevoland en Gooi en Vechtstreek (OFGV). De Rekenkamer heeft terecht hier aandacht voor gevraagd en de raad geadviseerd om ervoor te zorgen dat hiervoor de goede afspraken worden gemaakt. Daarnaast adviseert de Rekenkamer om er als raad voor te zorgen dat die zijn controlerende rol goed kan spelen. Dat betekent goed geïnformeerd worden over de mate waarin bedrijven aan deze energiebesparingsplicht voldoen. De Rekenkamer stelde voor om dit eerst door het presidium te laten bespreken, maar de commissie kwam tot de conclusie dat dat niet nodig is. De raad kan namelijk nu al concreet benoemen wat van het college nodig is. Vandaar het amendement, waarin de aanbevelingen van de Rekenkamer worden overgenomen en het college de opdracht krijgt om voor januari 2027 goede afspraken te maken met de OFGV en de raad hierover te informeren in een raadinformatiebrief en bij de OFGV aandacht te vragen voor goede voortgangsrapportages van de mate waarin door bedrijven aan die energiebesparingsplicht wordt voldaan. Dat kan eventueel via de jaarlijkse begroting en de jaarstukken van de OFGV.
Hij verwacht brede steun hiervoor. Omdat het past bij het onderwerp vraagt hij nog aandacht voor een motie, die vorige week is aangenomen door Provinciale Staten van Noord Holland. Daarin is besloten om met alle in Noord-Holland betrokken partijen, zoals de omgevingsdiensten en gemeenten, te bepalen hoe tot een bredere samenwerking dan wel fusie van de omgevingsdiensten in Noord Holland is te komen. Dat is best een belangrijk besluit, ook voor de gemeente. Hij is benieuwd wat de wethouder van deze motie vindt en wil vragen om een open gesprek hierover en niet direct standpunten daarover in te nemen, evenals hierover het gesprek met het OFGV-bestuur te voeren.
Amendement A 25-63‘Aanbevelingen rekenkamer Energiebesparingsplicht direct overnemen’ “De gemeenteraad van Hilversum in vergadering bijeen op 9 juli 2025, behandelende het Rekenkamer Doe Mee-onderzoek Energiebesparingsplicht; constaterende dat: • de Hilversumse Rekenkamer de raad adviseert om: o toezicht te houden op de totstandkoming van afspraken over de overdracht van taken ten aanzien van de energiebesparingsplicht aan de OFGV; o het college te vragen hierbij concrete afspraken te maken met betrekking tot de rapportage van de OFGV aan de gemeente over de mate waarin aan de energiebesparingsplicht en de informatieplicht wordt voldaan; o hierbij aan te geven hoe de raad hierover geïnformeerd wilt worden; Verslag raadsvergadering 9 juli 2025
35
o de aanbeveling van de rekenkamer aan de raad neer te leggen bij het presidium; overwegende dat: • de gemeenteraad grote waardering heeft voor het verrichte Doe Mee-onderzoek van de rekenkamer en de extra inspanning die is geleverd om de specifieke situatie in Hilversum inzichtelijk te maken; • de raad de aanbevelingen onderschrijft en deze door een directe opdracht aan het college kracht wil bijzetten; • behandeling in het presidium hierdoor niet langer noodzakelijk wordt geacht. besluit beslispunt 2 van het concept-raadsbesluit: ‘2. De aanbeveling van de rekenkamer aan de raad over te nemen en de uitvoering hiervan bij het presidium neer te leggen.’ als volgt te wijzigen: ‘2. De aanbeveling van de rekenkamer aan de raad over te nemen door het college opdracht te geven om: a. voor januari 2027 afspraken te maken met de OFGV over de overdracht van taken ten aanzien van de energiebesparingsplicht en de raad hierover te informeren in een raadsinformatiebrief; b. in het bestuur van de OFGV aandacht te vragen voor een deugdelijke rapportage, in de jaarlijkse begroting en jaarstukken, over de mate waarin aan de energiebesparingsplicht wordt voldaan; c.
de raad hierover te informeren via de gebruikelijke weg van de behandeling van zienswijzen op begroting en jaarstukken van de OFGV.’ (Amendement A 25-63 van de ChristenUnie, D66, de VVD, het CDA en GroenLinks) De heer HELLER (wethouder) neemt de opdracht in het amendement graag in ontvangst. Mevrouw KALK (wethouder) is het ermee eens dat het goed is met alle betrokkenen een open gesprek te gaan voeren over de beste toekomst van de omgevingsdiensten in Noord-Holland. Zij voelt zich gesteund door de oproep om dat gesprek te blijven voeren. Men moet altijd gaan voor de organisatievorm die het beste past bij de uit te voeren taak. Amendement A 25-63 van de ChristenUnie, D66, de VVD, het CDA en GroenLinks, ‘Aanbevelingen Rekenkamer energiebesparingsplicht direct overnemen’, wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en unaniem aangenomen. Het geamendeerde voorstel van burgemeester en wethouders wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en unaniem aangenomen. 18.
ZIENSWIJZE JAARSTUKKEN EN BEGROTING 2026 GNR
De VOORZITTER leidt in dat de raad jaarlijks de mogelijkheid heeft om een zienswijze in te dienen. Zowel de Jaarrekening 2024 als de Begrotingswijziging 2025 leiden niet tot een hogere bijdrage van de gemeente Hilversum aan het GNR. Voor de Begroting 2026 geldt dat er een indexatie plaatsvindt in lijn met de landelijk gehanteerde indexcijfers. In de zienswijze is de toon positief. Bij de commissiebehandeling is een amendement aangekondigd. De heer VONK is niet tegen fondsenwerving, maar wil niet dat die leidt tot meer commerciële uitingen. Hij dient het volgende amendement in. Amendement A 25-65 ‘Geen commerciële uitingen in onze natuurgebieden’
Verslag raadsvergadering 9 juli 2025
36
“De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 9 juli 2025, behandelende de zienswijze jaarstukken en begroting 2026 Goois Natuurreservaat; constaterende dat: • de jaarstukken 2024 en begroting 2026 van het Goois Natuurreservaat uitnodigen tot een positieve zienswijze; • dat er in de concept-zienswijze niets staat over commerciële uitingen in natuurgebieden van het Goois Natuurreservaat; overwegende dat: • reclame-uitingen het aanzicht van de natuur kunnen verstoren en afbreuk doen aan de pure uitstraling van onze natuurgebieden; • de natuur van iedereen is, en commerciële uitingen kunnen aanvoelen als een vorm van privatisering van publieke ruimte; • te veel commerciële uitingen in de natuur de geloofwaardigheid van natuurorganisaties kunnen ondermijnen. Daarom is het belangrijk dat zichtbare uitingen direct in de natuur vermeden worden; besluit aan het concept-raadsbesluit: ‘1. Bijgaande zienswijze vast te stellen en kenbaar te maken bij Stichting Goois Natuurreservaat.’ Toe te voegen: (…)’, met dien verstande dat aan de zienswijze het volgende wordt toegevoegd: Op pagina 2 onder het kopje ‘Jaarstukken 2024’, wordt na de zin: ‘Wij hebben een positief oordeel over de jaarstukken. Er is wederom veel werk verzet. Wij complimenteren u met de succesvolle aanpak voor fondsenwerving.’ De volgende zin toegevoegd: (…)’.
Wij blijven hopen dat dit niet leidt tot commerciële uitingen in uw natuurgebieden.’” (Amendement A 25-65 van de SP, Democraten Hilversum en Fractie Lahaise) Mevrouw VAN EXEL-VAN DIJK vraagt waaraan de heer Vonk denkt bij commerciële uitingen. De heer VONK denkt daarbij aan uitingen van bedrijven, die hij wil terugdringen. Mevrouw VAN EXEL-VAN DIJK vraagt waarvoor de heer Vonk kiest als zonder de hulp van bedrijven er geen heide meer zou zijn. De heer VONK kan die vraag niet beantwoorden, maar kiest uiteindelijk altijd voor de natuur. Als men kan zorgen dat meer mensen lid van het GNR worden en de invloed van Stichting Doen kan worden teruggedrongen, dan wil hij dat doen. Hij wil daarom één zin aan de zienswijze toevoegen. De heer LINDEBOOM deelt de zorgen over de invloed van geldschieters op de mogelijke koersvorming van het GNR en dat men daarmee prudent moet zijn. De visuele uiting daarvan zou wellicht het laatste punt zijn waarover men zich zorgen zou moeten maken. De heer VONK vindt de visuele uiting een uitvloeisel van invloed van geldschieters. Als het ravijnjaar eraan komt zal er wellicht minder geld naar het GNR toe gaan, maar wil hij daarop anticiperen door commerciële uitingen in GNR-gebieden te verbieden. De heer LINDEBOOM wil juist de oorzaak van het probleem aanpakken in plaats van specifieke uitingen. Amendement A 25-65 zal D66 niet steunen.
De heer LAHAISE neemt aan dat de indieners vooral doelen op grote reclame-uitingen en niet op kleine vermeldingen op bijvoorbeeld zitbankjes. De heer VONK stelt dat dat laatste al gebeurt, maar is niet zo blij met de Stichting Doen. De heer LAHAISE is inmiddels blij met het rookverbod in de horeca, omdat er nu meer mensen mee kunnen naar het café. Een rookverbod op de heide vindt hij nodig om de kwetsbare natuur en omwonenden daarvan in een tijd van toenemende droogte te beschermen. Daarom dient hij de volgende motie in.