CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Collegebrief inzake Stand van zaken De Stolpe

GEMEENTERAAD 2 juni 2021, gemeente HilversumBij agendapunt: Ingekomen stukken - Rubriek 031.102 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

In algemene zin kan er worden gesteld dat zeer kleine woningen (minder dan 30 m2) vooral geschikt zijn voor kort verblijf omdat hier geen sprake kan zijn van een volwaardig slaapvertrek en een woonvertrek. In de beoogde opzet van De Stolpe zijn er een aantal grotere studio’s beschikbaar rond de 35 m2. De overige studio’s zijn gemiddeld 26 m2 bruto vloeroppervlakte hierbij is er geen ruimte voor een apart slaapvertrek en blijft er een minimale maat over aan functioneel nuttig oppervlak. De beoogde opzet van Kwintes voor De Stolpe, met 86 wooneenheden waarvan het merendeel rond de 26 m2 ligt en daarbovenop gemiddeld 42 m2 aan gemeenschappelijke ruimte (m.u.v. de 4e verdieping) voor de 20 cliënten van een verdieping lijkt dus slechts deels te beantwoorden aan de behoefte van cliënten; de behoefte voor een zelfstandige wooneenheid met individuele voorzieningen t.o.v. de voorgaande groepswonen situatie. Tegelijkertijd zet de huidige woonopzet vanwege de grootschaligheid en beperkte leefruimte druk op de leefkwaliteit. Ter vergelijking bij nieuwbouwprojecten wordt voor dezelfde doelgroepen over het algemeen een minimum van 30-45 m2 gehanteerd voor elke zelfstandige wooneenheid. Cliënten die langer zijn aangewezen op woonvoorzieningen, waarvan sommigen geen wens (meer) hebben naar zelfstandig wonen, lijken zich vooral te onderscheiden door hun psychische kwetsbaarheid.

Zij zijn in vergelijking met mensen die (begeleid) zelfstandig wonen minder tevreden met hun kwaliteit van leven (1). Juist voor deze groep is het dus extra belangrijk de randvoorwaarden dusdanig te scheppen dat de dagelijkse kwaliteit van leven niet extra onder druk komt te staan. Ook Kwintes geeft in haar projectplan aan dat er in De Stolpe nadrukkelijk gestreefd wordt naar een beschermd woonklimaat met aandacht voor het welzijn van cliënten en waar cliënten zich maximaal kunnen ontwikkelen.

28

Niet iedere cliënt zal hier last van ondervinden, de kans is echter aanzienlijk vanwege de kwetsbaarheid van de betreffende cliënten en de hoge mate waarin dit aspect continu aanwezig is in hun dagelijkse leven. De impact is groot op de cliënten.

Risico 1b - Druk op leefkwaliteit van cliënten vanwege menging verpleging met niet-verpleging

Het combineren van zorgprofielen waarbij sprake is van gedragsregulering met verpleging en verzorging wordt afgeraden omdat het een nadelig effect kan hebben op de stabiliteit en het herstel van cliënten. Door het mengen van zorgprofielen waarbij intensieve begeleiding (en eventueel gedragsregulering) nodig is met zorgprofielen waarbij daarbovenop ook verzorging (en eventueel intensieve verpleging) nodig is, worden in de beoogde invulling van De Stolpe groepen met verschillende behoeften dicht op elkaar geplaatst. Niet iedere cliënt zal hier last van ondervinden, de kans is echter aanzienlijk vanwege de kwetsbaarheid van de betreffende cliënten. De impact is groot op de cliënten.

Risico 1c - Verstoring van evenwicht van cliënt door prikkels van medecliënten

Bij cliënten die psychisch gezien stabiel zijn, kan het evenwicht uit balans worden gebracht door spanningen bij of tussen medecliënten. De doelgroep die aanmerking komt voor beschermd wonen heeft baat bij een veilige, weinig eisende en prikkelarme woonomgeving die bescherming, stabiliteit, veiligheid en structuur biedt (5). Met 20 cliënten op een enkele verdieping wonen zorgt al voor de nodige prikkels op dagelijkse basis. Daarbovenop gaat het hierbij om zware zorgprofielen waarbij bij alle toekomstige WLZ cliënten van De Stolpe sprake kan zijn van enige terugkerende tot ernstige gedragsproblematiek. Deze laatste groep bewoners doen een groot beroep op hun omgeving en zetten deze voortdurend onder druk met probleemgedrag (5) . Daarnaast geldt dat waar cliënten vaak veel baat hebben bij contact met ervaringsdeskundigen, blootstelling aan medecliënten die (tijdelijk) probleemgedrag tonen hen juist ook kunnen verleiden in het gedrag mee te gaan en daarmee uit balans te raken. Onder gedragsproblemen, of probleemgedrag, verstaan we al het gedrag dat door de persoon zelf of zijn omgeving als moeilijk hanteerbaar wordt ervaren en dat een nadelige invloed heeft op diens kwaliteit van leven (bijvoorbeeld extreem teruggetrokken gedrag, apathie, (verbale) agressie en/of ontremd gedrag) (15). 29

Met de hoge aantallen cliënten is de kans aanzienlijk en de impact hoog voor de cliënten.

Risico 1d - Verstoring van evenwicht van cliënt door interactie met buurtbewoners

Ook in de interactie met buurtbewoners kunnen spanningen tussen cliënten en buurtbewoners het evenwicht van de cliënt verstoren. Stabiel wonen hangt, behalve van de vermogens en het gedrag van kwetsbare burgers, af van de responsiviteit van buren en andere betrokkenen in de leefwereld. Het collectief moet solidair zijn met mensen die in de samenleving niet kunnen meekomen, zoals door het geven van mogelijkheden om mee te doen en het tegengaan van stigmatisering en uitsluiting mechanismen. (6) Wederkerigheid vraagt van zowel het individu als het collectief dus een actieve inzet. (1) In het licht van hoe de buurt nu opgesteld staat tegenover de inpassing van een beschermd wonen voorziening kan worden gesteld dat spanningen in de interactie van de cliënten met de buurt zeker aanwezig zullen zijn, in ieder geval in de eerste afzienbare tijd. De impact is groot op de cliënten omdat ze mogelijk uitsluiting van de maatschappij kunnen ervaren.

Risico 1e - Verstoring van evenwicht door verhuizing en wijziging situatie

Grote veranderingen zoals een verhuizing naar een nieuwe woonsituatie met nieuwe regels kunnen het evenwicht van de cliënt verstoren. Cliënten die in aanmerking komen voor beschermd wonen zijn gevoelig voor prikkels en veranderingen in hun omgeving. Elke verhuizing vraagt veel van het aanpassingsvermogen van mensen, heeft vaak een groot effect op hun activiteiten en relaties met anderen en kan specifiek bij kwetsbare mensen risico geven op (opnieuw) een breuk in hun bestaan. (1) De cliënten die volgens het verhuisplan gaan doorstromen zijn volgens Kwintes al gewend om met meer mensen in een beschermde woonvorm te wonen. Zij wonen momenteel op een locatie in de Gooi en Vechtstreek. Dit zijn locaties van 3 tot maximaal 32 cliënten. De situatie op die locaties is niet ideaal omdat de cliënten daar geen appartement met eigen sanitair hebben. Zij delen vaak de woonkamer, het sanitair en de keuken. De groep van toekomstige cliënten is dus afkomstig van kleinere locaties dan hetgeen beoogd is op De Stolpe waarbij iedereen van dezelfde tuin en dezelfde ingang gebruik zal gaan maken. Geen van de nieuwe inwoners is de grootschaligheid van deze nieuwe opzet gewend.

30

De kans dat er een verstoring optreedt is hoog, zeker bij de opstart van de Stolpe waarin cliënten in een nieuwe leefomgeving komen. Er zijn verschillen t.o.v. hun vorige woonsituatie op de nieuwe verdieping, in en rond het pand en in de dagelijkse routine.

Wel zit er een verschil in de opstartperiode en de langere termijn. Op de lange termijn zal dit risico alleen nog gelden voor instromende cliënten en niet voor de totale populatie en daarmee op de lange termijn afnemen. Risico 1f - Probleemgedrag richting medewerkers Kwintes

Cliënten met gedragsproblematiek kunnen probleemgedrag tonen richting de verschillende medewerkers van Kwintes waar zij regelmatig interactie mee hebben. In de beoogde opzet van De Stolpe zullen cliënten naast contact met de aan hen gekoppelde begeleiders, ook contact hebben met bijvoorbeeld de receptiemedewerkers of overig personeel wat op de locatie werkt. Bij het lichtste Wlz zorgprofiel van de toekomstige invulling kan terugkerend sprake zijn van enige gedragsproblematiek die hanteerbaar is in de context van voortdurende begeleiding in de nabijheid. Dit speelt met name bij reactief gedrag met betrekking tot interactie. Bij de cliënten met een Wlz indicatie 3 is er sprake van ernstige gedragsproblematiek die, mede door intensieve begeleiding, voortdurend moet worden gereguleerd. Deze cliënten doen zoals eerder genoemd een groot beroep op hun omgeving en zetten deze voortdurend onder druk met probleemgedrag. Ze zijn beperkt gevoelig voor correctie en niet in staat hun gedrag na correctie aan te passen. Ze hebben weinig inzicht in hun eigen aandeel bij interactie­problemen en een relatief beperkt leervermogen. Er kan sprake zijn van verbaal agressief gedrag, manipulatief, dwangmatig, destructief en reactief gedrag met betrekking tot interactie. Er kan ook sprake zijn van zelf verwondend of zelfbeschadigend gedrag.

(5) De kans is daarmee aanzienlijk vanwege de continue behoefte aan regulering en het relatief beperkte leervermogen. De impact is ook aanzienlijk, voor niet alleen de cliënt zelf, maar ook voor eventuele medewerkers die te maken krijgen met het probleemgedrag.

Risico 1g - Probleemgedrag richting medecliënten

Cliënten met gedragsproblematiek kunnen probleemgedrag tonen richting medecliënten. Probleemgedrag kan zich ook uiten richting medecliënten die van dezelfde ingang, gemeenschappelijke ruimtes, balkon, etc. gebruik maken. Hiernaast woont men dicht op elkaar; binnen een straal van 5 m van

31

de eigen voordeur bevinden zich gemiddeld 5 andere voordeuren. Bijkomend verschijnsel is dat cliënten die probleemgedrag vertonen, anderen kunnen inspireren of aanjagen om mee te doen. Juist vanwege de kwetsbaarheid van de doelgroep en de hoge aantallen en dichtheid wordt er hier een aanzienlijke kans en impact gezien.

Risico 1h - Probleemgedrag richting kinderdagverblijf

Alhoewel er erfscheidingen zijn tussen De Stolpe en het kinderdagverblijf zou zich, gezien de aantallen, de zorgzwaarte van de cliënten en de nabijheid, in de toekomst probleemgedrag kunnen voordoen van cliënten richting het kinderdagverblijf. Bij het plaatsen van kwetsbare doelgroepen worden omgevingsfactoren zoals de aanwezigheid van overige kwetsbare doelgroepen meegenomen in de afweging of plaatsing wenselijk is. In de tijdelijke invulling van De Stolpe door Kwintes noemen buurtbewoners in ieder geval één situatie waarbij een ouder die een kind ophaalde zich onveilig voelde vanwege gedrag van een cliënt. Er zijn voorbeelden waarbij kwetsbare doelgroepen alsnog dicht bij elkaar worden geplaatst, een voorbeeld hiervan is het eerder genoemde woonzorg complex Cremerplein. Het gaat hier echter wel om een veel kleiner aantal appartementen (ca. de helft) in een gemengde setting (Wmo/Wlz en andere doelgroepen) en zonder zorg indicatie. Dit zijn dus lichtere zorgprofielen. De afstand tot de nabij gelegen buitenschoolse opvang is groter, het speelplein is anders georiënteerd en de route van inwoners van de woonzorg faciliteit loopt niet langs de BSO. Vanwege de nabijheid van het kinderdagverblijf en de beperkte buitenruimte van De Stolpe is het aannemelijk dat er dagelijks veel cliënten zullen passeren bij het kinderdagverblijf.

Door erfafscheidingen en continu toezicht van medewerkers van het kinderdagverblijf op de kinderen is er echter wel weinig ruimte voor interactie. De kans op voorkomen van een soortgelijk incident zoals tijdens de tijdelijke invulling, waarbij een ouder zich onveilig voelde bij het ophalen van een kind, is klein maar niet uitgesloten. Tegelijkertijd zijn jonge kinderen ook een kwetsbare doelgroep op zichzelf en hebben mogelijke incidenten die kinderen betreffen grote impact op niet alleen de betrokken cliënt en het kind zelf, maar ook de direct betrokkenen en de gemeenschap.

32

Risico 1i- Probleemgedrag richting passanten/buurtbewoners

Wanneer cliënten met gedragsproblematiek zich buiten De Stolpe begeven is er kans dat probleemgedrag getoond wordt richting passanten of buurtbewoners. In de door Kwintes beoogde opzet van De Stolpe is er 24/7 toezicht met behulp van dagdiensten, avonddiensten en een wakende en slapende wacht in de nacht; zorg en ondersteuning is daarmee altijd nabij om op relevante momenten onrust te voorkomen. Het gedrag van sommige cliënten vraagt volgens Kwintes continue aandacht en (bij)sturing om escalatie te voorkomen; de gevolgen die uit een escalatie voortvloeien hebben de meeste invloed op de cliënt zelf, begeleiders en medecliënten en zullen binnen het pand worden gereguleerd. Wanneer cliënten zich buiten het pand begeven, vallen ze buiten het toezicht van de begeleiding. Zorg en ondersteuning is dan niet nabij om op relevante momenten onrust en escalatie te voorkomen. Door de aantallen cliënten, de ligging in de buurt en relatief verre afstand van voorzieningen zijn er veel mogelijke interactiepunten. Tijdens het tijdelijke gebruik van De Stolpe door Kwintes hebben zich volgens buurtbewoners een aantal situaties voorgedaan waarbij bijvoorbeeld cliënten van De Stolpe zich dreigend hebben opgesteld tegenover passanten. Over het algemeen zijn cliënten van beschermd wonen voorzieningen kwetsbaarder dan de gemiddelde passant of buurtbewoner.

Echter blijft gedragsproblematiek een groot thema binnen de beoogde profielen voor De Stolpe waarbij probleemgedrag niet kan worden uitgesloten. Daarnaast heeft De Boomberg een relatief groot aandeel alleenstaande ouderen, wat ook een kwetsbare doelgroep is. Van de respondenten van de enquête in de buurt die de tijdelijke invulling hebben meegemaakt van Kwintes geeft een meerderheid aan dat er in die periode een afname was van de veiligheidsbeleving van de buurt. Als zich iets zou voordoen in een buurt zoals De Boomberg waar iedereen reeds op scherp staat, is de impact zeer groot voor niet alleen de cliënt en de direct betrokkenen maar ook de lokale gemeenschap en de achterliggende instanties.

Beheersmaatregelen Kwintes Om bovenstaande risico’s te elimineren of verminderen heeft Kwintes een aantal beheersmaatregelen reeds vastgelegd in het projectplan. In toevoeging daarop zijn op basis van vragen tijdens gesprekken een aantal additionele beheersmaatregelen toegelicht waarbij ook overig materiaal gedurende de looptijd van het project gedeeld is om bijvoorbeeld de werkwijze op de Lorentzweg in Bussum inzichtelijk te maken aangezien deze door Kwintes als leidraad voor de toekomstige opzet van De Stolpe wordt gebruikt.

33

De beheersmaatregelen die genomen worden om bovenstaande risico’s te adresseren zijn in ieder geval: -

Elke verdieping krijgt een eigen cliëntengroep waarbij de begeleiders aan de interieurarchitect mogen aangeven wat de specifieke wensen zijn voor de inrichting. Op de Lorentzweg in Bussum is er bijvoorbeeld een aparte vleugel met cliënten met een somatische zorgbehoefte.

-

De cliëntengroep en hun begeleidende team verhuist gezamenlijk naar de locatie De Stolpe.

-

Door de zorg kleinschalig te organiseren (op iedere verdieping een cliëntengroep met een eigen team van begeleiders) blijven cliënten in beeld van begeleiders, waardoor tijdig geïntervenieerd kan worden bij oplopende spanning, ontregeling of anderszins ervaren problematiek. Ook is een deel van de groep bewoners op een verdieping al bekend met elkaar, aangezien ze soms al langer met elkaar hebben gewoond op een vorige Kwintes locatie. Op deze manier ontstaat een “holding environment” wat bijdraagt aan een veilig woon- en leefklimaat.

-

Begeleiders signaleren en acteren proactief op een mogelijke verstoring van evenwicht bij individuele cliënten of bij spanningen tussen cliënten. Dit is een standaard onderdeel van hun dagelijkse werkzaamheden. Elke cliënt heeft hierbij een eigen signaleringsplan wat begeleiders bij de uitvoering van hun taken ondersteunt.

-

Er wordt op de cliëntengroep gestreefd naar een ‘therapeutisch leefklimaat’. Er wordt een dagstructuur aangeboden met activiteiten die worden georganiseerd en begeleid door activiteitenbegeleiders.

-

Als er sprake is van signaal- en onacceptabel gedrag, wordt dit besproken met de cliënt door de begeleiders. Indien nodig worden er passende maatregelen genomen. Als er sprake is van onacceptabel gedrag naar medecliënten, is er aandacht voor het begeleiden van de eventueel betrokken of aangedane medebewoners.

-

Medewerkers krijgen training in hoe om te gaan met probleemgedrag, bijv. middels een training over hoe om te gaan met agressie.

-

Er wordt samengewerkt met de behandelinstellingen. Kwintes heeft bij de Wlz cliënten de regie over de zorg, zowel behandeling als begeleiding. Bij het vermoeden van een ontregeling bij een cliënt wordt dit besproken met de behandelaar en worden passende maatregelen besproken (dit kan betrekking hebben op medicatie of tijdelijke opname om te stabiliseren). Cliënten kunnen zelf een Bed Op Recept (BOR) aanvragen bij de behandelende instelling, als zij dit nodig vinden.

-

Er wordt een verhuisplan, inclusief een planning, ontwikkeld in samenspraak met begeleiders om een goede overgang te bewerkstelligen.

-

Er zijn huisregels waar cliënten, medewerkers en bezoekers zich aan dienen te houden en waarop mensen worden aangesproken als zij zich daar niet aan houden. Zo worden met de cliënten afspraken gemaakt over wat wel en wat niet kan in en rondom het gebouw. Wanneer aanspreken niet de gewenste uitwerking heeft, worden andere passende maatregelen genomen op basis van de protocollen die gelden binnen Kwintes bij ongewenst gedrag.

-

Er wordt (anders dan in de tijdelijke situatie) geen jeugd geplaatst in De Stolpe. 34

-

Er worden geen (ex-)TBS cliënten en geen (ex)-zedendelinquenten geplaatst.

-

Er worden geen cliënten met een actuele verslaving geplaatst.

-

Er komt een camerasysteem rondom het gebouw.

-

Er worden afspraken gemaakt over de vrije toegang van het gebouw. Er wordt een sluitplan gemaakt waarin opgenomen is wanneer de deuren automatisch zullen sluiten (voor toegang tot het pand). Er vindt toegangscontrole plaats met behulp van camera’s. Op bepaalde tijdstippen overdag is er een receptiemedewerker aanwezig. Als er aanleiding toe is, kunnen er aanpassingen gedaan worden in deze afspraken.

-

Alle medewerkers zijn getraind in het voorkomen van agressie en incidenten. In het gebouw werken de teams nauw samen en kan men op elkaar terugvallen bij incidenten. Er is nauwe samenwerking met de politie, de BOA’s en de buurtcoördinator.

-

Indien nodig, wordt er gebruik gemaakt van een ‘time-out’ faciliteit (buiten De Stolpe), waar een cliënt voor bijvoorbeeld een periode van twee weken naar toe kan om af te koelen waarna er onder begeleiding weer terug gekomen kan worden naar De Stolpe. Indien dit geen verbetering van de situatie biedt, is uitplaatsing een optie.

-

Er zal worden gestart met een beheergroep die regelmatig bij elkaar komt om de gang van zaken, o.a. op het gebied van veiligheid, te bespreken. Naast de zorgmanager, manager Wonen en coördinerend begeleider zal de buurt BOA, buurtcoördinator en wijkagent samen met een afvaardiging uit de buurt onderdeel zijn van de beheergroep. De insteek is dat er met elkaar wordt gezorgd dat er voor iedereen een zo optimaal mogelijk woonklimaat heerst en er bijvoorbeeld geen overlast in de buurt plaatsvindt.

-

Bij de opstart van een nieuwe locatie komt de buurtbeheergroep vaker bij elkaar. In de loop van de tijd, naar mate het goed loopt en in overleg met de buurt, zal de frequentie worden verlaagd naar bijvoorbeeld één keer per kwartaal.

-

Voor een goed beheer in de buurt is de locatie 7 x 24 uur goed bereikbaar. Klachten of opmerkingen worden altijd serieus opgepakt. Ook wordt er direct actie ondernemen als dat nodig is. De zorgmanager is hiervoor bereikbaar en aanspreekbaar.

-

Incidenten die tijdens de begeleiding plaatsvinden worden gemeld in het VIM-systeem (Veilig Incidenten Melden) om te leren en te verbeteren. Informatie uit het VIM-systeem wordt Kwintesbreed verzameld voor analyse. Op basis van trends worden passende maatregelen en/of beleidsmatige aanpassingen gedaan.

-

Calamiteiten worden gemeld bij de toezichthoudende instanties. Er vindt altijd een intern onderzoek plaats naar aanleiding van een calamiteit. De uitkomst van het onderzoek wordt vastgelegd in een rapportage, waarin de situatie, de oorzaken en de verbetermaatregelen (indien van toepassing) zijn beschreven.

-

Er wordt gewerkt met een Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) waarbij elke twee jaar de risico’s in kaart worden gebracht op het gebied van veilig werken, gebouwaspecten en bedrijfshulpverlening. 35

Op basis van deze RI&E worden knelpunten in kaart gebracht en indien nodig een plan van aanpak gemaakt. Resterend risico Met deze beheersmaatregelen wordt bij de meeste risico’s ofwel de kans verlaagd of de impact verminderd zoals te zien is in onderstaande tabel.

Tabel 3 – Risico overzicht in categorie Cliënten Met o.a. een goede verdeling over de verdiepingen en een solide verhuisplan kunnen een aantal risico’s substantieel verlaagd worden. Het resterend risico in deze categorie blijft echter aanzienlijk en wordt voornamelijk veroorzaakt door: - De voorgenomen beheersmaatregelen veranderen weinig aan de grootschalige woon-opzet die druk kan zetten op de algehele leefkwaliteit van de cliënten. - Proactief signaleren en handelen vermindert prikkels en hun impact, maar het feit blijft dat een kwetsbare groep mensen die baat hebben bij een prikkelarme, veilige omgeving continu geconfronteerd kunnen blijven worden met het probleemgedrag wat veel medecliënten zouden kunnen tonen.

36

- Met huisregels en periodieke afstemming met de buurt blijft er dagelijks risico op probleemgedrag richting anderen buiten het pand. 6.2 Begeleiding, behandeling en medicatie Risico 2a – Begeleiding, behandeling en medicatie niet langer toereikend

Bij cliënten die stabiel zijn, kan de zorgbehoefte veranderen over tijd waardoor de begeleiding, behandeling en eventuele medicatie niet langer toereikend is om de stabiliteit te waarborgen. De cliëntgroep met GGZ Wlz indicatie 1 heeft vanwege een psychiatrische aandoening intensieve begeleiding nodig. Cliënten kunnen eenvoudige taken waar zij in het dagelijks leven voor staan niet zonder begeleiding uitvoeren. De psychiatrische problematiek bij deze cliënten varieert van passief tot actief. De psychiatrische symptomen zijn bij tijd en wijle lastig onder controle te krijgen, dan is intensivering van zorg gewenst (of bijstelling van medicatie). Cliënten hebben zelf geen of beperkt inzicht in de gevolgen van de aandoening en de effecten van hun (probleem)gedrag (5). De cliëntgroep met GGZ Wlz indicatie 3 heeft vanwege een complexe psychiatrische aandoening intensieve zorg en intensieve begeleiding nodig. De psychiatrische problematiek is bij deze cliënten actief van aard. De problematiek wordt getracht onder controle te houden met medicijnen en intensieve begeleiding, psychiatrische verpleging en/of behandeling. De aard van het begeleidings-/behandeldoel is stabilisatie en continuering van de situatie dan wel ontwikkelingsgericht (daar waar mogelijk) (5).

Bij cliënten waar de begeleiding, behandeling en medicatie tot nu toe toereikend waren voor het behouden van een stabiele situatie bij de cliënt, kunnen veranderingen optreden, waardoor de zorgbehoefte verandert. De kans dat dit voorkomt is gemiddeld aangezien het om een grote populatie gaat maar de Wlz cliënten vaak al langer behandeld worden. De impact wanneer dit gebeurt is aanzienlijk voor de betrokken cliënt, voornamelijk omdat aandoeningen en stoornissen bij niet toereikende zorg kunnen opspelen.

Risico 2b – Discontinuïteit in begeleiding of behandeling

Begeleiding of behandeling wordt tijdelijk aangepast of onderbroken, bijv. door uitval van begeleider of behandelaar, wat invloed kan hebben op de stabiliteit van de cliënt vanwege diens grote behoefte aan structuur. Door ziekteverzuim, verlof of overige omstandigheden, kan een begeleider of behandelaar tijdelijk uitvallen. Indien deze rol niet direct overgenomen kan worden door een even vertrouwd gezicht voor de cliënt, vindt er een onderbreking van de gewone situatie plaats: de begeleiding of behandeling wordt met

37

een andere begeleider of behandelaar doorgezet of tijdelijk onderbroken. Bij cliënten die intensieve zorg en begeleiding nodig hebben met grote behoefte aan structuur, kan een dergelijke discontinuïteit impact hebben op de stabiliteit van de cliënt.

Risico 2c – Medicatie-schema niet goed opgevolgd

Voor sommige cliënten is het moeilijk zich aan hun medicatie-schema te houden wat grote invloed kan hebben op het onder controle houden van de psychiatrische problematiek. Cliënten die medicatie gebruiken doen dit volgens een medicatie-schema. De cliëntgroep met GGZ Wlz indicatie 3 heeft ten aanzien van Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (ADL), zoals aan- en uitkleden, eten en het innemen van medicijnen, behoefte aan toezicht en stimulatie en/of hulp (5). Bij sommige cliënten kan bij gebrek aan toezicht, stimulatie en/of hulp het voorkomen dat het medicatie-schema niet opgevolgd worden. De impact is aanzienlijk vanwege de grote rol die medicatie speelt in het onder controle houden van de psychiatrische problematiek die bij deze cliënten actief van aard is.

Risico 2d – Medicatie geweigerd

Voor sommige cliënten is weigering van medicatie een terugkerend thema, waarbij het niet volgen van het medicatie-schema grote invloed kan hebben op het onder controle houden van de psychiatrische problematiek. Bij GGZ Wlz indicatie 3 cliënten is er sprake van verbaal agressief gedrag, manipulatief, dwangmatig, destructief en reactief gedrag met betrekking tot interactie. Er kan sprake zijn van zelfverwondend of zelfbeschadigend gedrag (5). Het actief weigeren van medicatie kan voorkomen bij cliënten in beschermd wonen voorzieningen, ondanks dat ze vaak wel weten dat het hen kan helpen. Dit betreft slechts een deel van de cliëntengroep, waarmee de kans beperkt is. De impact is echter aanzienlijk vanwege de grote rol die medicatie speelt in het onder controle houden van de psychiatrische problematiek die bij deze cliënten actief van aard is.

38

Risico 2e – Medicatie beïnvloed door alcohol-/drugsgebruik

Gebruik van alcohol en drugs kan een impact hebben op de werkzaamheid van de medicatie wat weer grote invloed kan hebben op het onder controle houden van de psychiatrische problematiek. Middelengebruik is iets waar vaak in ieder geval een deel van de beschermd wonen doelgroep mee in aanraking is geweest in hun verleden, al dan niet in de vorm van een verslaving. Indien op het gebruik van alcohol en drugs binnen en buiten de beschermd wonen voorziening onvoldoende toezicht en bijsturing plaats vindt, kan de werkzaamheid van medicatie ongemerkt verminderen wat een nadelige invloed heeft op het onder controle houden van de psychiatrische problematiek bij cliënten. Uit de praktijk blijkt daarnaast dat huisregels rond het gebruik van middelen weliswaar het startpunt zijn maar dat er vaak over tijd gedoogsituaties ontstaan waar periodiek strenger op gehandhaafd wordt wanneer afwijking van de huisregels te groot wordt. De kans is aanzienlijk vanwege de gemakkelijke verkrijgbaarheid van middelen en het mogelijk eerdere gebruik van middelen door een deel van de cliënten. De impact is ook aanzienlijk vanwege de grote rol die medicatie speelt in het onder controle houden van de psychiatrische problematiek.

Risico 2f – Spanningen tussen begeleiding en cliënt

Spanningen, en mogelijk conflicten, kunnen ontstaan doordat bijvoorbeeld begeleiding de medicatie weigering van een cliënt aankaart wat de stabiliteit van cliënten negatief kan beïnvloeden. Het is onvermijdelijk dat binnen de intensieve begeleiding met eventuele gedragsregulering wat de cliënten van De Stolpe zullen ontvangen, er spanningen op momenten zullen ontstaan tussen een begeleider en een cliënt, bijvoorbeeld wanneer de eerstgenoemde het niet opvolgen van het medicatieschema van een cliënt aankaart. Zeker met zwaardere zorgprofielen waarbij er continu sprake is van gedragsregulering kan dit vaker voorkomen. De impact op begeleiding en cliënt is middelmatig aangezien er sprake is van een zorgverlenende setting waarin deze kans optreedt.

Risico 2g – Begeleiding veel bezig met oplossen dagelijkse strubbelingen tussen medecliënten

Met hoge concentraties zware zorgprofielen neemt de kans op onderlinge strubbelingen toe. Cliënten die verstorend gedrag vertonen kunnen in grotere groepen op meer mensen impact hebben. Met grotere groepen heeft verstoring een groter effect omdat de reikwijdte van een verstoring groter is. De kans dat er een verstoring optreedt wordt ook groter naarmate de groep groter wordt. Deze 39

verstoringen kunnen onevenredig veel aandacht vragen van het zorgpersoneel wat ten koste gaat van reguliere zorg en herstel voor de cliënt.

Beheersmaatregelen Kwintes Ook voor deze categorie heeft Kwintes een aantal beheersmaatregelen: -

Cliënten hebben individuele begeleidingsplannen waarin doelen en afspraken zijn opgenomen. Deze plannen worden periodiek geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.

-

Begeleiders signaleren en acteren proactief op een mogelijke verandering in de zorgbehoefte van de cliënt.

-

Elke verdieping heeft een vast team van begeleiders, de cliënt heeft een vaste begeleider en schaduwbegeleider, er zijn dus meerdere vaste gezichten die de persoonlijke begeleiding kunnen overnemen in geval van uitval.

-

De begeleiding op de persoonlijke verzorging houdt in dat begeleiders cliënten stimuleren en/of aanleren van activiteiten op het gebied van persoonlijke verzorging. In enkele gevallen wordt dit overgenomen. Het begeleiden bij medicatiegebruik hoort hier ook bij.

-

In het medicatie-protocol staat beschreven welke mogelijkheden er zijn bij de begeleiding bij medicatie. Ook staat in het protocol wat de begeleider moet doen indien het beheer en toedienen van medicatie wordt overgenomen door de begeleiding.

-

Daar waar nodig zijn er signaleringsplannen voor individuele cliënten. Deze signaleringsplannen omschrijven hoe te handelen bij een cliënt in een bepaalde fase. Dit ondersteunt de begeleiders bij het begeleiden van cliënten. In het signaleringsplan kan ook opgenomen zijn wat de signalen zijn als een cliënt zijn medicatie niet inneemt.

-

In de huisregels staan afspraken over het gebruik van alcohol (beperkt gebruik) en softdrugs (mogen niet in huis gebruikt worden).

-

Er is recent een gedragswetenschapper in dienst voor de Gooi en Vechtstreek om de samenhang van zorg en begeleiding te borgen. De gedragswetenschapper zal o.a. de begeleiders van verschillende locaties van Kwintes ondersteunen bij casuïstiek.

-

In het kader van de Wlz zal de multidisciplinaire zorg worden opgeschaald. Er zullen afspraken worden gemaakt met het Fact-team van GGZ centraal waardoor er een vaste betrokkenheid ontstaat.

Resterend risico Met de beheersmaatregelen die Kwintes van plan is te treffen, kunnen alle risico’s in deze categorie tot op zeker hoogte verminderd worden. 40

Tabel 4 - Risico overzicht in categorie Begeleiding, behandeling en medicatie Het resterend risico in deze categorie wordt voornamelijk veroorzaakt door: - Ook met het medicatie-protocol en de eventuele aantekeningen rondom medicatie in het signaleringsplan kunnen zich incidenten blijven voordoen die van grote impact kunnen zijn gezien de grote rol die medicatie speelt in het onder controle houden van de psychiatrische problematiek die bij een groot deel van de cliënten actief van aard is. - De huisregels rond het gebruik van alcohol en softdrugs bieden in de startsituatie al ruimte voor verschillende interpretaties. 6.3 Dagelijkse operatie op locatie Risico 3a – Druk op toelaten cliënten

Vanwege het gebrek aan voldoende beschermd wonen plekken in de regio, kunnen er cliënten worden toegelaten die gebaat zouden zijn bij een andere opzet dan die van De Stolpe en die daar dus minder goed zullen gedijen. De verwachting in het projectplan van Kwintes is dat, na de verhuizing van bestaande Kwintes cliënten van huidige Kwintes locaties, vanuit het zorgkantoor en de wachtlijstbeheerder van de regio Gooi en Vechtstreek nieuwe aanmeldingen voor De Stolpe worden aangeleverd. Daarbij staan er cliënten in de regio Gooi en Vechtstreek die al een Wmo-beschikking of een Wlz-indicatie hebben op de wachtlijst voor Kwintes. Zij zullen worden geplaatst zodra er een plek vrij komt. Daarnaast stelt Kwintes dat het denkbaar is dat er vanuit andere zorgaanbieders in het land aanmeldingen van Wlz-cliënten volgen; hier moeten nog concrete afspraken over worden gemaakt. 41

De regio kampt met grote wachtlijsten en Kwintes met incourant vastgoed. Bij de plaatsing van zowel bestaande Kwintes cliënten als mogelijke nieuwe cliënten kan dit er toe leiden dat er minder streng wordt opgetreden wanneer het profiel van een cliënt niet past bij De Stolpe. De kans is gemiddeld omdat de wachtlijsten enerzijds groot genoeg zijn om selectie te kunnen toepassen, tegelijkertijd worden in de eerste beoogde invulling van De Stolpe bestaande populaties van overige Kwintes locaties volledig overgezet. De impact op cliënten, personeel en de buurt is aanzienlijk, aangezien één enkele medebewoner al voor veel onrust kan zorgen.

Risico 3b – Begeleiders hebben niet het geschikte profiel

Indien de ingezette begeleiders niet over de juiste profielen beschikken om effectief met de doelgroep te werken, kan dit van grote invloed zijn op het bewaren van de door Kwintes beoogde ‘holding environment’. De juiste begeleiding is een cruciaal component voor het bewerkstelligen en in stand houden van een goed werkende beschermd wonen voorziening. Begeleiders dienen naast de benodigde begeleidingsvaardigheden, o.a. ook voldoende kennis en kunde te hebben voor het signaleren en aanpakken van casuïstiek. De kans dat dit optreedt is beperkt maar kan optreden. Als het voorkomt is de impact aanzienlijk omdat een begeleider met meerdere cliënten contact heeft.

Risico 3c – Onvoldoende ondersteuning van medewerkers

Indien medewerkers niet de juiste ondersteuning krijgen bij hun dagelijkse werkzaamheden kunnen ze hun werk niet optimaal blijven doen, ook wanneer zich eventuele incidenten voordoen. De ondersteuning van personeel bij hun dagelijkse werkzaamheden is belangrijk om ook voor hen een optimale omgeving te creëren waarin zij hun werk effectief kunnen doen. In sommige gevallen kunnen er ook situaties ontstaan binnen een beschermd wonen voorziening, bijvoorbeeld bij een interactie met een cliënt die zich agressief opstelt richting een begeleider, waarbij zij extra ondersteuning nodig hebben. De impact op medewerkers is beperkt aangezien zij hiervoor opgeleid en getraind zijn.

42

Risico 3d – Onvoldoende begeleiding aanwezig overdag

Wanneer overdag onvoldoende begeleiding aanwezig is, kunnen belangrijke signalen van cliënten onopgemerkt blijven en er niet adequaat gehandeld worden in geval van escalerende situaties. Voldoende aanwezigheid van begeleiding overdag zorgt ervoor dat er voldoende toezicht, begeleiding en (bij)sturing geboden kan worden. Begeleiders pikken belangrijke signalen van cliënten op om proactief te handelen in de begeleiding om ongewenste situaties voor te zijn. Wanneer een dergelijke situatie zich voordoet, spelen zij de hoofdrol in het de-escaleren en het bieden van begeleiding bij het adresseren van de situatie. Wanneer er overdag onvoldoende begeleiding aanwezig is, kunnen bovenstaande taken niet optimaal uitgevoerd worden. Uitgaande van een minimale bezetting van 1 begeleider per verdieping is de kans hoog dat er signalen gemist worden en dat er niet adequaat gehandeld kan worden in het geval van een situatie. De impact bij een situatie is hoog voor zowel de begeleider als de cliënt.

Risico 3e – Onvoldoende begeleiding aanwezig 's nachts

Wanneer ’s nachts onvoldoende begeleiding aanwezig is, kan de 24-uurs zorgbehoefte van de beoogde doelgroep niet voldoende ingevuld worden en er ook niet adequaat gehandeld worden in geval van escalerende situaties. Bij de GGZ Wlz indicatie 1 cliëntengroep is er sprake van verlies van zelfregie en/of een verstoord dag- en nachtritme. Bij de GGZ Wlz indicatie 3 cliëntengroep is er vaak sprake van een verstoord dag- en nachtritme (5). Ook ’s nachts is voldoende aanwezigheid van begeleiders van noodzaak voor voldoende toezicht, begeleiding en (bij)sturing. Wanneer er onvoldoende begeleiding aanwezig is, kan de cliëntengroep die 24-uurs zorg in de nabijheid nodig heeft niet optimaal bediend worden. Bij ongewenste situaties dient er voldoende begeleiding aanwezig te zijn om deze adequaat te adresseren. Uitgaande van een minimale bezetting van 1 slapende wacht op een grote populatie en meerdere verdiepingen is de kans aanwezig dat er s ’nachts onvoldoende begeleiding aanwezig is en dat er niet snel genoeg gede-escaleerd kan worden bij een ongewenst situatie. Vanwege de mogelijk lange tijd die het kan kosten tot ingrijpen is de mogelijke impact op de cliënt groot.

43

Risico 3f – Onvoldoende toezicht bij in- / uitloop pand

Voldoende toezicht op wie met welk doel naar buiten gaat, dient goed belegd te zijn bij ofwel de begeleiding op de verdieping of de dienst hebbende baliemedewerker. De GGZ Wlz indicatie 2 en 3 cliëntengroepen hebben een woonomgeving nodig met veel structuur, toezicht, veiligheid en bescherming, die deels een besloten karakter kan hebben (gecontroleerde in- en uitgang) (5). Voldoende toezicht op wie in welke toestand en met welk doel naar buiten gaat, dient goed belegd te zijn bij ofwel de begeleiding op de verdieping of de dienst hebbende receptiemedewerker bij de in- en uitgang van het pand. Indien er onvoldoende toezicht wordt uitgeoefend bij de in-/uitloop van het pand kan het voorkomen dat cliënten ongewenste situaties veroorzaken voor zichzelf en eventueel anderen. Ook wanneer er wel een bepaalde mate van toezicht plaats vindt, kan het alsnog voorkomen dat een cliënt alsnog buiten komt, terwijl dat beter op dat moment voorkomen had kunnen worden. Het pand heeft 3 in- en uitgangen (hoofdingang, leveranciers ingang, kelder) en er wordt gesproken over een mogelijk 4e entree via de tuin direct naar het park. Hiermee is er een reële kans dat men zich buiten het toezicht om of met beperkt toezicht buiten het pand kan begeven. Dit zal niet direct leiden tot een incident dus de impact hiervan is beperkt op zowel de cliënt als de buurt.

Beheersmaatregelen Kwintes Voor deze risico’s heeft Kwintes de volgende beheersmaatregelen genoemd: -

Voordat de bestaande Kwintes cliënten van huidige Kwintes locaties verhuizen wordt er een individuele risico-inventarisatie en analyse gedaan, deze inventarisatie wordt vastgelegd. Op de risico’s die nog niet eerder zijn gesignaleerd, worden passende maatregelen genomen en wordt het signaleringsplan bijgesteld. Ook worden de woonwensen van de cliënt geïnventariseerd. De uitkomsten van de inventarisaties worden gebruikt bij het toewijzen van een appartement aan de cliënt.

-

Aanmeldingen van nieuwe cliënten (dus na de verhuizing van de bestaande Kwintes cliënten) verlopen via de adviseur Zorg van Kwintes, de eerste screening vindt daar plaats. Voor alle nieuwe cliënten zal een screeninggesprek worden gevoerd om een volledig beeld van de cliënt, zijn omstandigheden en zorgbehoefte te verkrijgen. Tijdens het screeninggesprek worden risico’s ingeschat. Op basis van de risico’s (met eventuele passende maatregelen) en de zorgbehoefte wordt bepaald of de cliënt passend is voor De Stolpe.

-

Als onderdeel van het begeleidingsproces, wordt tijdens een intakegesprek van een nieuwe cliënt de zorgvraag, de krachten, de risico’s en de randvoorwaarden in beeld gebracht en vastgelegd. De begeleider maakt indien nodig op basis van de risico’s een signaleringsplan samen met de cliënt. 44

-

Mocht een cliënt toch niet goed lijken te aarden in De Stolpe, wordt verhuizing niet uitgesloten.

-

Het taxeren van risico’s bij ex-forensische cliënten wordt door de justitiële instelling gedaan. De risico-taxatie van deze cliënten die bij Kwintes in begeleiding komen, wordt overgenomen en daar wordt naar gehandeld door de begeleiders.

-

Kwintes verhuist het huidige personeelsbestand aan begeleiders van de locaties die voorlopig op worden geheven mee naar De Stolpe. In het aannemen van nieuwe begeleiders letten ze erop dat deze ervaring hebben in werken met de doelgroep.

-

Er is een checklist aanwezig voor het inwerken van een nieuwe collega.

-

Het begeleidingsproces is beschreven. In dit proces staan alle stappen van begeleiding beschreven die elke cliënt doorloopt.

-

Er is in september 2020 een kader Standaard in Vakmanschap vastgesteld. In deze standaard staat beschreven welke kennis en kunde nieuwe medewerkers minimaal moeten hebben. De vaardighedenscan wordt in 2021 voor nieuwe medewerkers ingevoerd. Hierbij wordt van alle medewerkers het aanwezige kennisniveau bepaald en afgezet tegen de standaard. Als een tekort aan het kennisniveau wordt vastgesteld, wordt er voor de betreffende medewerker een opleidingsplan gemaakt.

-

Naast de basismethodiek Krachtwerk worden alle medewerkers geschoold in ‘omgaan met emoties en agressie’, ‘medicatie’, ‘signalering’ (meldcode huiselijk geweld en suïcidaliteit) en psychopathologie. Vanuit de Kwintes Academie worden alle opleidingen en cursussen aangeboden en gecoördineerd.

-

Medewerkers worden ondersteund in hun werk met kaders rond o.a. begeleiding bij medicijngebruik, meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, suïcidepreventie, veilig voedsel, verslaving, omgaan met gedrag, emotie en agressie en calamiteiten.

-

Er wordt gewerkt met dagdiensten, tussendiensten, avonddiensten en nachtdiensten. Elke verdieping heeft een eigen begeleidingsteam. Gemiddeld zijn er 10 dagdiensten en 10 avonddiensten aanwezig in het gebouw (twee begeleiders per verdieping). Naast de begeleiders in de dagdiensten zijn er ook huishoudelijk begeleiders en activiteitenbegeleiders overdag aanwezig. ’s Nachts zijn er 2 wakende/slapende nachtdiensten aanwezig in het gebouw bij de hoofdentree.

-

Naast de zorgmedewerkers is er overdag een locatiebeheerder in/rond het pand en een receptionist die bij de hoofdentree beneden de in- / uitloop in de gaten houdt. Ook is er een sluitplan; de deuren kunnen ’s nachts dicht.

Resterend risico Met deze beheersmaatregelen wordt bij de meeste risico’s ofwel de kans verlaagd of de impact verminderd zoals te zien is in onderstaande tabel.

45

Tabel 5 - Risico overzicht in categorie Dagelijkse operatie op locatie Zo kan met een goede intake-procedure kritisch beoordeeld worden of De Stolpe wel een goede plek voor een potentiële cliënt is. Het resterend risico in deze categorie wordt voornamelijk veroorzaakt door: - Met het overbrengen van hele locaties en druk op de wachtlijsten kan niet worden uitgesloten dat er profielen worden toegelaten die minder goed bij de opzet van De Stolpe zouden passen. - Het kan niet worden uitgesloten dat iemand ongemerkt het pand binnen loopt of dat iemand die beter even niet naar buiten was geweest op dat moment wel buiten komt. Zeker omdat De Stolpe meerdere ingangen heeft. - Met een populatie van 86 cliënten die een 24-uurs zorgbehoefte nodig heeft en waarvan een groot deel een verstoord dag- en nachtritme kan hebben is een terugschakeling van ruim 10 naar 2 medewerkers (1 wakende en 1 slapende medewerker) tijdens de nacht een forse, wat betekent dat er beperkte menskracht op locatie aanwezig is in geval van bijvoorbeeld een calamiteit. 6.4 Pand en perceel Risico 4a - Beperkte gemeenschappelijke ruimte

Voldoende gemeenschappelijke ruimte in het pand geeft cliënten bewegingsruimte en begeleiders de ruimte om te signaleren en tijdig te handelen op ongewenste situaties. Naast de eigen wooneenheden, zijn gemeenschappelijke ruimtes de belangrijke plekken waar cliënten naar toe kunnen uitwijken, waar sociale interactie plaats vindt, in een beschermde en gecontroleerde omgeving, en waar bijvoorbeeld samen gegeten kan worden. Ook bieden gemeenschappelijke ruimtes aan begeleiders de mogelijkheid om toezicht te houden en eventuele signalen van cliënten tijdig op te

46

pikken. Voldoende (en een verscheidenheid aan) binnenruimtes biedt cliënten ook de mogelijkheid om bijvoorbeeld juist wel of niet een drukke setting op te zoeken buiten de eigen wooneenheid. In het geval van onrust, hebben cliënten daarmee ook meerdere uitwijkmogelijkheden en zullen ze minder snel geneigd zijn het pand in een dergelijke situatie te verlaten. Eventuele spanningen kunnen hiermee tijdig en onder continu toezicht aangepakt worden door de begeleiding. Met de huidige beoogde indeling van het pand is er qua gemeenschappelijke ruimte op -

de begane grond 85 m2 waar naast de 17 cliënten van die verdieping alle 86 cliënten gebruik van zouden mogen maken,

-

de 1ste verdieping 41 m2 waar de 19 cliënten van die verdieping gebruik van mogen maken,

-

de 2de verdieping 43 m2 waar de 19 cliënten van die verdieping gebruik van mogen maken,

-

de 3de verdieping 43 m2 waar de 19 cliënten van die verdieping gebruik van mogen maken en

-

de 4de verdieping geen gemeenschappelijke ruimte waar de 12 cliënten van die verdieping gebruik van mogen maken.

Op elke verdieping, uitgezonderd de 4e verdieping, bevindt zich voor de rest in ieder geval een kantoor/gespreksruimte en een medicijnruimte. De kans dat de toekomstige bewoners in de huidige beoogde opzet beperkte bewegingsruimte hebben is aanzienlijk. Met de beperkte ruimte zullen cliënten zich eerder terugtrekken op hun kamer of zich buiten het pand ophouden. Dit kan leiden tot afzondering van de cliënt en beperkte ruimte voor toezicht door begeleiders.

Risico 4b – Beperkte ruimte in/rond het pand voor dagbesteding

Met beperkte ruimte voor dagbesteding in en rond het pand zelf, kunnen er een minder uitgebreid pakket van laagdrempelige dagbestedingsactiviteiten geboden worden die cliënten een zinvolle daginvulling bieden en begeleiders extra mogelijkheid voor toezicht. Cliënten met een GGZ Wlz indicatie 1 of 2 hebben grote problemen met het onderhouden van sociale relaties en het invullen van de dag. Cliënten met een GGZ Wlz indicatie 3 of 4 hebben ten aanzien van hun sociale redzaamheid dagelijks intensieve begeleiding nodig die voortdurend nabij is, met daarnaast een sterk gestructureerde dagindeling (5). Dagbesteding geeft voor veel cliënten een zinvolle invulling van de dag en vormt daarbij een belangrijk onderdeel van hun week. De activiteiten geven hun dag niet alleen structuur en invulling, ze bieden ook begeleiders een extra mogelijkheid om te kijken of alles goed gaat met de cliënten. Naast mogelijkheden voor dagbesteding in de omgeving van de beschermd wonen voorziening, is juist het aanbod van laagdrempelige activiteiten op een locatie zelf van belang voor een doelgroep die vaak beperkt mobiel is.

47

In de huidige beoogde opzet van De Stolpe is alleen de ruimte van 85 m2 op de begane grond beschikbaar voor dagbesteding van de 86 cliënten. In het projectplan van Kwintes wordt de vergelijking gemaakt met de Lorentzweg in Bussum. Op de Lorentzweg in Bussum is er naast grotere gemeenschappelijke ruimtes op elke verdieping, ook een ‘praathuis’ met begeleide koffiemomenten en een atelier beschikbaar op de begane grond, de totale ruimte aan inzetbare ruimte op de begane grond bij de Lorentzweg is 255 m2. Los van de vergelijking met de Lorentzweg is met 85 m2 ruimte voor dagbesteding in de Stolpe de kans aanzienlijk dat er een beperkt dagbestedingsaanbod zal zijn. De impact hiervan op de cliënten is groot omdat het een belangrijk onderdeel betreft van een zinvolle invulling van de dag.

Risico 4c – Beperkte buitenruimte voor cliënten

Beperkte buitenruimte (balkons of tuin), wat met 86 cliënten gedeeld dient te worden, biedt cliënten beperkt laagdrempelige mogelijkheid om in een beschutte omgeving zich in een rustige sfeer buiten te begeven wat hun leefkwaliteit ten goede komt. Vooral voor cliënten met beperkte mobiliteit en/of voortdurende behoefte aan gedragsregulering is voldoende buitenruimte van belang om ze laagdrempelig en beschut de mogelijkheid te bieden zich buiten te begeven. Een bij het pand horende buitenruimte biedt cliënten de mogelijkheid om buiten het pand maar in een beschutte omgeving een frisse neus te halen, te roken en eventueel iets te ondernemen. De beoogde opzet van De Stolpe heeft ten opzichte van de 86 wooneenheden een beperkte buitenruimte rond het pand naast de kleine gemeenschappelijke balkons die vanaf de 2de verdieping door cliënten van de betreffende verdiepingen of studio’s gebruikt kunnen worden: -

Een gemeenschappelijk balkon van 14 m2 voor de 19 cliënten op de 2de verdieping

-

Een gemeenschappelijk balkon van 7 m2 voor de 19 cliënten op de 3de verdieping

-

Op de 4de verdieping hebben met uitzondering van 1 appartement de appartementen een individueel balkon tot hun beschikking

Cliënten op de begane grond en de eerste verdieping hebben geen beschikking over een balkon en zijn hiervoor volledig aangewezen op de buitenruimte rond het pand. Cliënten hebben, met uitzondering van de appartementen op de 4e verdieping, geen directe toegang tot balkons en de gemeenschappelijke balkons zijn daarnaast erg klein in oppervlakte. De meeste cliënten zijn dus aangewezen op de tuin. Hierdoor zullen er veel bewegingen in het pand plaats vinden en is de kans op een rustig buiten moment met zoveel gebruikers beperkt. Voor een rustige buitenomgeving 48

zullen cliënten dus sneller moeten uitwijken naar het park, de verschillende perken of het bos. De cliënt wordt dus bloot gesteld aan meer prikkels wanneer laagdrempelige buitenruimte opgezocht wordt. De beperkte aanwezigheid van inpandige en prikkelarme buitenruimte heeft ook effect op de leefkwaliteit van de cliënt.

Risico 4d – Veel prikkels bij studio’s aangrenzend aan hoofd looproutes

Een aantal studio’s bevindt zich op plekken in het pand waar veel mensen voorbij lopen en waar dus veel prikkels kunnen zijn voor de bewoners van die studio’s, terwijl de beoogde cliënten van De Stolpe over het algemeen baat hebben bij een prikkelarme omgeving om in evenwicht te blijven. Cliënten hebben behoefte aan een prikkelarme omgeving, dus idealiter niet aan de hoofdentree of langs looproutes waar veel mensen op een dag langs komen. Een aantal studio’s op de begane grond is direct naast de hoofdentree van het pand gepositioneerd. Op de verdiepingen zijn er ook een aantal studio’s direct aan de hoofdlooproutes gepositioneerd. Niet alle cliënten zullen hier last van hebben dus de kans op overprikkeling is beperkt. Voor een cliënt die hier echter wel last van zou ondervinden is de impact groot.

Beheersmaatregelen Kwintes Voor deze risico’s heeft Kwintes de volgende beheersmaatregelen genoemd: -

De begane grond en de eerste drie verdiepingen beschikken over een eigen gemeenschappelijke woonvoorziening waar activiteiten voor elke verdieping apart worden georganiseerd. Daarnaast worden ook specifieke activiteiten voor alle cliënten georganiseerd als zij daar behoefte aan hebben.

-

Op de locatie is er ook het voornemen uitgesproken om, net als op de Lorentzweg in Bussum, een uitgebreid wekelijks dagbestedingsprogramma aan te bieden.

-

Er wordt in de laatste versie van de beoogde plattegronden van De Stolpe op de begane grond een gemeenschappelijke ruimte van 85 m2 ingetekend waar alle bewoners van het pand gebruik van mogen maken, waar ook dagbestedingsactiviteiten georganiseerd kunnen worden.

-

Alle benodigde parkeerplekken voor medewerkers worden in de kelder van De Stolpe gerealiseerd zodat alle ruimte rondom het pand als tuin gebruikt kan worden door bewoners.

-

Bij de hoofd looproutes kunnen bewoners geplaatst worden die weinig last van de prikkels zullen ervaren.

49

Resterend risico Deze beheersmaatregelen hebben beperkt effect op de risico’s en de kansen zoals te zien is in onderstaande tabel.

Tabel 6 - Risico overzicht in categorie Pand en perceel Het resterend risico wordt veroorzaakt doordat het pand wat eerder voor verpleegzorg ontworpen is tegen zijn beperkingen loopt indien er wordt vast gehouden aan het realiseren van 86 studio’s: - Naast een enkele woonkamersetting op elke verdieping en een enkele activiteitenruimte voor het hele pand, blijft het aanbod aan gemeenschappelijke ruimtes beperkt. - Met het beperken van de parkeerplekken tot de kelder blijft er alsnog weinig buitenruimte voor cliënten rond het pand. Binnen in het pand wordt er niet meer gerealiseerd dan het huidige beperkte aantal bestaande balkons. 6.5 Inbedding in de fysieke omgeving Risico 5a – Dicht op woningen

De Stolpe ligt dicht op een aantal woningen, waardoor eventuele overlast snel ontstaat of onrust snel doorstroomt. De Stolpe ligt dicht op een aantal woningen waarbij direct bij elkaar naar binnen gekeken kan worden en geluid ver draagt. In de tijdelijke situatie is er volgens buurtbewoners sprake geweest van overlast van bijvoorbeeld geluid vanaf de balkons. Uit gesprekken met direct omwonenden komt naar voren dat dergelijke situaties direct een groot gevoel van onveiligheid kunnen oproepen wat nog lang na blijft zingen. Dit gevoel is niet alleen van directe invloed op het woongenot maar beïnvloedt ook de leefkwaliteit op termijn en brengt zorgen met zich mee over wat er in de toekomst nog zou kunnen gebeuren.

50

In de toekomstige opzet van De Stolpe, zouden dit soort situaties zich opnieuw kunnen voordoen. De afstand tot de omliggende woningen is klein en er is beperkt sprake van erfscheiding. De kans is daarmee aanwezig dat er ook in de toekomst sprake is van overlast of incidenten. De impact voor vooral de direct omwonenden is aanzienlijk omdat het hun dagelijkse leven beïnvloedt.

Risico 5b – Extra druk op aangrenzend park

Als het aangrenzende park structureel als uitloopgebied van De Stolpe wordt gebruikt, wordt de druk op het park aanzienlijk vergroot. De Stolpe grenst aan een park waar gewandeld kan worden. De verwachting is dat cliënten hiervan gebruik zullen maken. Het betreft echter een relatief klein park wat reeds intensief wordt gebruikt door de bestaande buurtbewoners. Als het park voortaan ook structureel als uitloopgebied van het buitenterrein van De Stolpe wordt gebruikt, wordt de druk op het park aanzienlijk vergroot. Voor alle parkgebruikers geen ideale situatie. Daarnaast is het park qua opzet relatief gesloten waardoor eventuele incidenten zich gemakkelijk kunnen onttrekken aan openbaar toezicht. Hiernaast maken ook kwetsbare doelgroepen zoals ouderen en kinderen gebruik van het park. Het mengen van diverse kwetsbare groepen in deze gesloten situatie verhoogt de kans op incidenten. De impact verschilt per buurtbewoner; niet iedereen zal hier hinder van ondervinden. Echter voor degene die kwetsbaar is of zorg draagt voor kwetsbare doelgroepen kan de verblijfswaarde en de veiligheidsbeleving verminderen.

Risico 5c – Doorgang door buurt noodzakelijk voor bereiken voorzieningen

Cliënten dienen ruim een kilometer door de buurt te lopen om de nabijgelegen voorzieningen te bereiken, wat niet ideaal is voor minder mobiele cliënten en meer voorbijgangers betekent voor buurtbewoners ten opzichte van de huidige situatie wat tot overlast kan lijden. GGZ Wlz indicatie 1 cliënten kunnen vanwege lichamelijke schade ten gevolge van leefstijl en/of vanwege gevolgschade van de stoornis en/of de medicatie, eerder dan gemiddeld mobiliteitsproblemen hebben. Vaak maken zij dan gebruik van hulpmiddelen op relatief jonge leeftijd vanwege somatische aandoeningen. GGZ Wlz indicatie 2 cliënten kunnen daarbovenop op bekende ‘ingesleten’ routes zonder begeleiding reizen. Voor overige routes reizen ze met begeleiding. Voor GGZ Wlz indicatie 3 cliënten geldt reizen zonder begeleiding alleen voor zeer bekende ‘ingesleten’ routes. Voor GGZ Wlz indicatie 4

51

wordt ten aanzien van mobiliteit gebruik gemaakt van hulpmiddelen en ondersteuning door begeleiding (5). In vergelijking met de Lorentzweg in Bussum waar cliënten de winkelvoorzieningen na 300 m al bereiken, dienen ze in Hilversum hiervoor circa een kwartier te lopen naar de dichtstbijzijnde budget supermarkt die op 1 kilometer afstand ligt. Dit is buiten een gangbare loopafstand van 400 tot 600 meter. Deze langere afstand kan voor cliënten met een beperkte mobiliteit een uitdaging vormen. Cliënten zullen anders dan de buurtbewoners meerdere keren per week op en neer naar voorzieningen gaan aangezien dit een van de dagbestedingen zal zijn. In vergelijking met de Lorentzweg in Bussum is de kortste route volgens Google Maps vanaf de ingang naar de dichtstbijzijnde voorzieningen langs het groen en om de aangrenzende buurt heen. Voor De Stolpe dient men hiervoor recht door de buurt te lopen. In Bussum is de overlast beperkt gebleven tot het geluid van winkelwagens die cliënten op de route gebruikten. Wanneer cliënten echter direct langs een groot aantal voortuinen lopen over een langere afstand is er een grotere kans dat zich een vorm overlast voordoet voor de buurtbewoners die aan de looproute wonen. De impact op cliënten is dat zij relatief ver moeten lopen en voor diegene met hulpmiddelen is het te ver waardoor zij geen voorzieningen tot hun beschikking hebben.

Risico 5d – Verkeer aantrekkende werking

In de tijdelijke invulling van De Stolpe, hebben buurtbewoners een toename in het aantal verkeersbewegingen gezien wat bij hen zorgen oproept of er geen verkeersongelukken zullen gebeuren in de toekomst. In de tijdelijke invulling van De Stolpe is er door buurtbewoners een toename in het aantal verkeersbewegingen gesignaleerd, voornamelijk vanwege scooters die volgens hen De Stolpe bezochten. Dit werd voornamelijk gekoppeld aan de jongere cliënten die in de tijdelijke situatie in De Stolpe zijn geplaatst, maar die Kwintes niet van plan is in de toekomstige invulling opnieuw te plaatsen. Voor de algemene verkeerseffecten van de plannen van Kwintes op de omgeving van De Stolpe is de afdeling verkeer van de gemeente Hilversum geraadpleegd. Bij de gemeente is hiertoe de vergelijking gemaakt ten opzichte van het voormalig gebruik van De Stolpe door Hilverzorg. Dit waren 66 cliënten met een beperkte mobiliteit met bezoek, personeel en toelevering. De aanname is gemaakt dat het aantal verkeersbewegingen per cliënt oud of beoogd weinig zal verschillen. Beide cliëntengroepen hebben zelf geen autobezit en maken ook niet zelfstandig gebruik van de auto. Qua personeel, bezoek, bezorging en eventueel taxi busjes is dus ook ingeschat dat het verschil beperkt is.

52

Uitgaande van 2 verkeersbewegingen per cliënt per dag zou de extra verkeersbelasting zijn 86 (aantal cliënten Kwintes) – 66 (aantal cliënten Hilverzorg) x 2 = 40 extra verkeersbewegingen per dag. Vanuit verkeerskundig opzicht is dit een beperkte toename. Vervolgens is de capaciteit van de Zonnelaan en omgeving bepaald. Het betreffen Erftoegangswegen met een 30 km/uur aanwijzing. Volgens de CROW richtlijnen geldt voor een 30km-weg (binnen de bebouwde kom) indicatief een maximum van 6000 motorvoertuigen/etmaal. 1 Qua gebruik op de omliggende wegen zijn de volgende gegevens beschikbaar bij de gemeente: -

Telcijfers van motorvoertuigen uit 2015 voor de Zonnelaan

-

Telcijfers uit 2017 van fiets/bromfiets en motorvoertuigen voor de Albertus Perkstraat

Deze cijfers zijn hieronder weergegeven op een kaart met de aantallen voertuigen per rijrichting per gemiddelde werkdag en het totaal per etmaal.

Figuur 7 – Overzicht telcijfers Zonnelaan en Albertus Perkstraat Uit deze cijfers blijkt dat er verkeerskundig nog vrij veel ruimte is op beide wegen. De conclusie vanuit verkeerskundig oogpunt is dan ook dat er geen risico’s vanuit een verkeer aantrekkende werking optreden met het gebruik wat Kwintes voor ogen heeft, mits het scooterverkeer inderdaad niet op gang komt. Mocht er echter een ongeluk gebeuren is de impact mogelijk zeer groot, zeker omdat er veel

1

Een 30km/uur (-zone) aanwijzing is een bevoegdheid van de wegbeheerder (bevoegd gezag) op grond van de Wegenverkeerswet 1994. Om die 30km/h snelheid te kunnen

toepassen dient volgens de Uitvoeringsvoorschriften BABW te worden voldaan aan bijvoorbeeld het uitgangspunt dat wegen in het gebied voornamelijk een verblijfsfunctie hebben. Een weg met verblijfsfunctie is dan weer vergelijkbaar met de zogeheten Erftoegangsweg. Volgens de CROW richtlijnen geldt voor een erftoegangsweg binnen de bebouwde kom- indicatief een max. van 6000 motorvoertuigen/etmaal. Buiten de definitie van motorvoertuigen (RVV 1990) vallen voetganger, fiets, bromfiets, scooters en scootmobielen e.d.

53

fietsers en voetgangers door de wijk gaan en er beperkt stoepen en geen vrij liggende fietspaden aanwezig zijn.

Risico 5e – Parkeerdruk op de buurt

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=af62a3c2-bb83-4145-a23f-9f5a3dbaf525