Collegebrief inzake Stand van zaken De Stolpe
Tekst van het document
G EMEENTE HILVERSUM POSTBUS 9900 1201 GM HILVERSUM BEZOEKADRES:
Aan de gemeenteraad Cc College van B&W Cc Pers
RAADHUIS DUDOKPARK 1 TELE FOONNUMMER: 14 0 35 WWW.HILVERSUM.NL
28 april 2021 759033 BEHANDELD DOOR M. van der Hoff-Israël TELEFOON (035) 035-629 2806 DATUM
ZAAKNUMMER
UW KENMERK BIJLAGEN BETREFT
5 Aanbieden antwoordbrieven Kwintes en de buurtbewoners, Inzake De Stolpe + Risicosanalyse Ravenkop
Geachte raads- en commissieleden, Op 2 en 8 maart 2021 hebben respectievelijk Kwintes en vertegenwoordigers van de Boombergbuurt ons een brief gestuurd. In de brief van Kwintes is aangegeven wat haar besluit is voor de huisvesting van cliënten in gebouw De Stolpe. De buurtbewoners hebben vervolgens naar de gemeente toe gereageerd hierop. De brieven hebben wij beantwoord. Om zoveel mogelijk transparant te zijn ontvangt u van ons de (geanonimiseerde) brieven en de (geanonimiseerde) antwoorden daarop. Volledigheidshalve ontvangt u hierbij van ons ook het rapport risicoanalyse De Stolpe, opgesteld door Bureau Ravenkop. Dit rapport stond al op onze website: Boomberg - Stolpe - Gemeente Hilversum. Zoals wij in onze antwoorden aan de buurt al hebben aangegeven is de rol van de gemeente, na het besluit van Kwintes, nog maar zeer beperkt. Het beoogde gebruik van De Stolpe – zoals verwoord in de brief van Kwintes van 2 maart 2021 - past binnen de kaders van het bestemmingsplan. Zolang voor de plannen van Kwintes geen aanvullende vergunning nodig is, heeft de gemeente geen mogelijkheid om iets te doen. Kwintes heeft nadrukkelijk aangegeven draagvlak in de buurt te willen creëren en de gemeente verzocht zich op de achtergrond te houden. Wij respecteren dat verzoek maar blijven het proces monitoren.
De primaire verantwoordelijkheid voor de veiligheid en leefbaarheid op en rondom het terrein van De Stolpe ligt bij Kwintes. Op verzoek van de buurtbewoners zijn wij op 8 april jl. nogmaals met de buurtbewoners (online) in gesprek gegaan. Hierbij waren de burgemeester en de wijkwethouder aanwezig. Een laatste afrondend gesprek vindt tweede helft april plaats. Hierbij is in ieder geval de wijkwethouder aanwezig. Heeft u aanleiding van deze brief vragen? Neemt u dan gerust contact op met M. van der Hoff-Israël, afdelingsmanager a.i. Beleid & Ontwikkeling en op dit moment contactpersoon op dit dossier, bereikbaar via telefoonnummer 035-629 2806 en e-mail m.vanderhoff-israel@hilversum.nl.
Wij vertrouwen erop u voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
D. Emmer
K.J. Walters, l.b.
Risicoanalyse De Stolpe 29 januari 2021
RAVENKOP urban strategies and concepts
Inhoudsopgave
Samenvatting........................................................................................................................................... 3 1.
Introductie ....................................................................................................................................... 5
2.
Aanpak ............................................................................................................................................. 6
3.
Beschermd wonen ........................................................................................................................... 8 3.1
Introductie op beschermd wonen ........................................................................................... 8
3.2
Toekomstbeeld beschermd wonen ......................................................................................... 9
3.3
Ontwikkelingen in Gooi en Vechtstreek ................................................................................ 13
4.
Beoogde invulling van De Stolpe ................................................................................................... 14
5.
Buurt De Boomberg ....................................................................................................................... 15
6.
7.
5.1
Beschrijving van de buurt ...................................................................................................... 15
5.2
Inzichten ................................................................................................................................ 17
5.3
Inpassingsmogelijkheden beschermd wonen concept (absorptievermogen) ...................... 18
Risicoanalyse ................................................................................................................................. 22 6.1
Cliënten ................................................................................................................................. 26
6.2
Begeleiding, behandeling en medicatie ................................................................................ 37
6.3
Dagelijkse operatie op locatie ............................................................................................... 41
6.4
Pand en perceel ..................................................................................................................... 46
6.5
Inbedding in de fysieke omgeving ......................................................................................... 50
6.6
Opstart van locatie ................................................................................................................ 56
6.7
Toekomstige ontwikkelingen ................................................................................................ 58
6.8
Tweedegraads effecten ......................................................................................................... 61
6.9
Invloed van aantallen ............................................................................................................ 62
Conclusies & Aanbevelingen ......................................................................................................... 63 7.1
Conclusies .............................................................................................................................. 63
7.2
Aanbeveling voor vervolg ...................................................................................................... 65
Appendix | Vergelijking De Stolpe met de Lorentzweg in Bussum ....................................................... 69 Appendix | Uitkomsten enquête........................................................................................................... 74 Appendix | Overzicht van risico’s .......................................................................................................... 80 Appendix | Bronnen .............................................................................................................................. 82
2
Samenvatting Met de aankoop van De Stolpe door Kwintes voor het huisvesten van ca. 80 beschermd wonen en Wlzcliënten is bezorgdheid ontstaan in de buurt De Boomberg rondom de impact daarvan op de leefbaarheid. De gemeente Hilversum heeft hierop toegezegd een risicoanalyse te laten uitvoeren waarbij de gemeente, de buurt en Kwintes gezamenlijk de opdracht hebben uitgevraagd. In de onderzoeksopdracht wordt gevraagd om een inventarisatie van de risico’s voor de leefbaarheid van de buurt De Boomberg, de beheersmaatregelen en de aanvaardbaarheid van resterende netto risico’s. Deze rapportage is daar het resultaat van. Voor de risicoanalyse is gebruik gemaakt van een prospectieve risico-inventarisatie. Voor het verzamelen van de informatie zijn betrokken partijen bevraagd, bestaande documentatie doorgenomen en analyses uitgevoerd. Aanvullend zijn externe experts geraadpleegd. Er is ook gekeken naar het absorptievermogen van de buurt. Hierbij is het absorptievermogen van de buurt breed maatschappelijk gedefinieerd, dus niet alleen vanuit het perspectief van buurtbewoners. Draagvlak en acceptatievermogen van buurtbewoners vormen wel een onderdeel van dit absorptievermogen. Uit de risicoanalyse blijkt dat er 37 bruto risico’s zijn.
Kwintes treft een groot aantal effectieve beheersmaatregelen; veel van de geobserveerde risico’s nemen van bruto naar netto af in zwaarte zoals te zien is in onderstaande diagram.
Figuur 1 - Overzicht van totaal aantal bruto en netto risico’s Van de 17 grote bruto risico’s blijven er echter 8 grote netto risico’s over waar in ieder geval beheersmaatregelen nodig zijn: 1.
Druk op leefkwaliteit van cliënten op lange termijn vanwege woon-opzet
2.
Probleemgedrag richting passanten/buurtbewoners in de buurt
3.
Medicatie beïnvloed door alcohol-/drugsgebruik
3
4.
Beperkte gemeenschappelijke ruimte
5.
Beperkte ruimte in/rond het pand voor dagbesteding
6.
Beperkte buitenruimte voor cliënten
7.
Verzwaring van zorgprofielen over tijd
8.
Personeelstekort (in de zorgsector)
Hierbij moet worden opgemerkt dat de risico’s 7 en 8 externe factoren betreffen waar Kwintes beperkt invloed op heeft. Er blijven, ondanks de door Kwintes voorgenomen beheersmaatregelen, aanzienlijke netto risico’s die beheersmaatregelen nodig hebben om de leefbaarheid in de buurt te waarborgen. Hiermee is het resterende netto risico zonder additionele maatregelen niet aanvaardbaar. Ook het absorptievermogen van de buurt wordt met de beoogde invulling van de Stolpe overstegen. Bepalende factor voor zowel het absorptievermogen als de risico’s zijn de aantallen. Verder blijkt dat de beoogde invulling van De Stolpe niet in lijn is met de na de commissie Dannenberg ingezette richting in Nederland om van traditioneel beschermd wonen af te bouwen richting een scala van beschermde woonvormen die opgaan in de buurt. Ook voor de kleine groep die niet op zichzelf kan staan en afhankelijk is van beschermd wonen, wordt door de commissie Dannenberg een voorziening voorgesteld die zo goed mogelijk op gaat in de buurt om alle bewoners een zo goed mogelijke kans te blijven bieden om te participeren in de (lokale) maatschappij. Het plan zoals voorgesteld door Kwintes heeft daarmee een negatief effect op de leefbaarheid van de Buurt de Boomberg. Toch liggen er ook kansen in de buurt; een deel van de buurtbewoners staat open voor het opvangen van kwetsbare doelgroepen.
Een sterke aanbeveling is om met deze groep die mogelijkheden ziet het concept verder uit te werken en zo gezamenlijk, gemeente, Kwintes en als buurtbewoners, uit te werken wat De Stolpe zou kunnen zijn in de toekomst. Ondanks de aanbeveling om te kiezen voor een kleinschaliger opzet kan er niet voorbij worden gegaan aan lange wachtlijsten in de ggz. Het valt daarom aan te bevelen om vanuit een integrale (regionale) samenwerking tussen zorgverzekeraars, gemeenten, zorgaanbieders, cliëntenorganisaties en woningbouwcorporaties te komen tot een ruimtelijk programmatische woon-zorg strategie die aansluit op de huidige en toekomstige behoefte voor de Zvw, Wmo en de Wlz.
4
1.
Introductie
Het pand De Stolpe ligt in de buurt De Boomberg in de wijk Noordwestelijk villagebied ten zuidoosten van de ’s-Gravelandseweg in Hilversum. De hele wijk heeft een beschermd stadsgezicht. Er wonen 1.355 huishoudens. Er staan meerdere maatschappelijke gebouwen, vier scholen voor voortgezet onderwijs en een basisschool. Er zijn ook drie buitenschoolse opvang en kinderdagverblijf locaties. Een van de kinderdagverblijven is aangebouwd aan De Stolpe. De wijk is verder ruim opgezet en heeft veel bomen en groen. Zorgaanbieder Kwintes heeft in de periode 2019/2020 het pand De Stolpe op de Zonnelaan 17 in Hilversum gehuurd voor de tijdelijke huisvesting van een aantal beschermd wonen cliënten. In deze periode hebben er nooit meer dan ca. 60 cliënten gewoond. In april 2020 meldde Kwintes dat zij voornemens waren het pand te kopen. Kwintes heeft daarover om bedrijfseconomische redenen vooraf geen informatie verstrekt aan of overleg gehad met gemeente of omwonenden. De koop is inmiddels definitief. Kwintes zal het pand gaan gebruiken voor de huisvesting van ca. 80 cliënten beschermd wonen en Wet langdurige zorg (Wlz). Omwonenden geven aan tijdens de huurperiode regelmatig overlast te hebben ervaren. Het besluit om het pand om te bouwen tot een permanente huisvesting voor beschermd wonen en Wlz-cliënten, heeft de wijk geschokt en gezorgd voor de nodige commotie.
Omwonenden maken zich ernstige zorgen dat de komst van deze voorziening, bovenop de reeds aanwezige maatschappelijke voorzieningen die al in de wijk aanwezig zijn, te veel is. Die zorgen bestaan uit verschillende onderdelen (afzonderlijk en in combinatie met elkaar) te weten: - Het aantal cliënten en de soort zorgprofielen van deze cliënten - De (on)mogelijkheden van het pand en de ligging in de wijk - De niet uitgesloten mogelijkheid om forensische cliënten op te nemen in de wetenschap dat dit voor omwonenden als gevolg van privacywetgeving nooit bekend zal zijn Men vreest dat deze invulling van De Stolpe ernstige gevolgen zal hebben voor de leefbaarheid en de (sociale) veiligheid. Daarnaast is men verbaasd dat het beleid om te werken met kleinschalige opvang op deze manier ingevuld wordt. Men ziet dit niet als kleinschalig maar als grootschalig. De gemeente heeft voor de tijdelijke situatie de vergunningaanvraag getoetst aan het bestemmingsplan en geoordeeld dat dit een passende situatie is. Daarbij is uitgegaan van het toetsingskader van de Wet ruimtelijke ordening. Het pand had eerder al een bestemming voor maatschappelijke doeleinden t.w. de huisvesting van ouderen. Er heeft destijds (2010) geen onderzoek plaats gevonden naar het totaal aan maatschappelijke voorzieningen in de woonwijk en de belasting daarvan op het woon- en leefklimaat.
De gemeente kent de overlastklachten. Deze zijn echter niet allemaal te relateren aan De Stolpe / Kwintes en / of haar cliënten. 5
Op een informatiebijeenkomst voor bewoners van de buurt De Boomberg, en in zowel individuele als collectieve correspondentie aan zowel Kwintes als het college van B&W, hebben omwonenden hun zorgen geuit. Naar aanleiding daarvan hebben de burgemeester en de verantwoordelijke wethouders aangeboden een risicoanalyse uit te laten voeren door een onafhankelijke partij op basis van een in gezamenlijkheid op te stellen onderzoeksopdracht. In de onderzoeksopdracht wordt gevraagd om een inventarisatie van de risico’s voor de leefbaarheid van de buurt De Boomberg, de beheersmaatregelen en de aanvaardbaarheid van resterende netto risico’s.
2.
Aanpak
De gebruikte aanpak voor de risicoanalyse bestaat uit drie onderdelen die hieronder beknopt worden toegelicht. Plannen en belangen | Als eerste stap zijn alle beschikbare en relevante materialen rond het beoogde beschermd wonen concept opgevraagd bij Kwintes. Met het doornemen van deze materialen is een beeld gevormd van de plannen van Kwintes en de afspraken die er reeds gemaakt zijn. Hierbij is onder andere stil gestaan bij: -
Opzet van het woon-zorg concept
-
Beleidsuitgangspunten en werkwijze
-
Beoogde (omvang van) doelgroepen (incl. ontwikkeling hierin over tijd)
-
Type zorgverlening
-
Reeds geïdentificeerde risico’s op pand- en buurtniveau en geplande beheersmaatregelen
-
Mate van sociaal beheer
-
Veiligheidsprotocollen en afspraken rondom verantwoordelijkheden
-
Afspraken en afstemming rondom in- en uitstroom
-
Eventuele voorgaande evaluaties
Voor de verkenning is er ook gebruik gemaakt van een uitgebreide rondleiding in de Stolpe en een andere locatie van Kwintes op de Lorentzweg in Bussum onder leiding van de betreffende lokale zorgmanager. Ook bij de gemeente zijn er materialen opgevraagd rond beleid en de buurt. De buurtbewoners hebben in deze fase ook materialen aangeleverd, zoals een door de buurt bijgehouden incidentenoverzicht. Op basis van deze eerste verkenning zijn vragen gedefinieerd welke met de drie partijen afzonderlijk zijn doorgenomen in meerdere gesprekken gedurende de looptijd van het project. Met deze gesprekken is het beeld van de plannen aangescherpt. Daarnaast is er ook inzicht verkregen in de individuele belangen, zorgen, vragen en ervaringen tot nu. In deze gesprekken is er als laatste ook stil gestaan bij de kansen die
6
de verschillende partijen zien in het goed laten landen van een beschermd wonen concept in De Boomberg en het draagvlak van de buurt voor een dergelijk concept. Locatie- en omgevingsanalyse | Tegelijkertijd met bovenstaande verkenning, is een locatie- en omgevingsanalyse uitgevoerd. Deze analyse was gericht op -
de mogelijkheden en beperkingen van het daadwerkelijke vastgoed,
-
de sociale opbouw van en netwerken in de buurt,
-
de fysieke omgeving inclusief voorzieningen en
-
mogelijke veiligheidsaspecten ten aanzien van bijvoorbeeld de veranderende samenstelling van de buurt.
Ook is er gekeken naar de inpassingsmogelijkheden van een woonzorg concept in de buurt De Boomberg, zoals de aansluiting op de directe omgeving, de mogelijkheden om toe te treden tot sociale netwerken en aansluiting op (maatschappelijke) voorzieningen in de buurt. Voor deze analyse is gebruik gemaakt van locatiebezoeken, de door de opdrachtgevers beschikbaar gestelde materialen en externe bronnen. Voor specifieke vragen is er medewerking van de gemeente gevraagd om zodoende een zo compleet mogelijk beeld te schetsen. Aangezien fysieke bijeenkomsten gedurende de looptijd van de opdracht niet mogelijk waren, is er in aanvulling op gesprekken met een selectie van buurtbewoners tevens een enquête uitgezet in de bredere buurt om nog meer informatie op te halen. De locatie- en omgevingsanalyse is vervolgens gebruikt om het absorptievermogen van de buurt te onderzoeken. Risicoanalyse | Op basis van de verzamelde gegevens is er in de laatste stap een overzicht gecreëerd van de verschillende categorieën risico’s die worden gezien voor De Stolpe en de eventuele kansen. Binnen elke categorie zijn dan de belangrijkste individuele risico’s benoemd en gekarakteriseerd qua waarschijnlijkheid en mogelijke impact. Voor elk van de waargenomen risico’s zijn vervolgens de reeds geplande beheersmaatregelen en de resterende risico’s genoemd.
Dit overzicht is vervolgens aangevuld met mogelijke tweedegraads risico’s die door een specifieke combinatie van factoren kunnen ontstaan. Naar aanleiding van de waargenomen typen risico’s rond De Stolpe zijn gesprekken gevoerd in dit onderdeel van het traject met een selectie van experts voor nadere informatie. Op basis van bovenstaande stappen zijn als laatste de conclusies en aanbevelingen geformuleerd.
7
3.
Beschermd wonen
3.1 Introductie op beschermd wonen Nederland telt ongeveer 280.000 mensen met ernstige psychische aandoeningen. Het grootste deel van deze groep woont op zichzelf, met ambulante zorg. Een kleine groep woont in een instelling of beschermende woonvorm zoals beschermd wonen. Met de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo, 2015) heeft de gemeente de taak gekregen om maatschappelijke ondersteuning te organiseren voor de burgers. Het bieden van beschermd wonen en opvang is een onderdeel daarvan (1). In de Wmo 2015 is beschermd wonen als volgt omschreven: Beschermd wonen is wonen in een accommodatie van een instelling of een wooninitiatief met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gekenmerkt door 24-uurs beschikbaarheid, die zich richt op -
het bevorderen en herstel van zelfredzaamheid en participatie
-
het bevorderen van het psychische en psychosociaal functioneren
-
stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld (inclusief verslaving)
-
het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast
-
het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen
Beschermd wonen is bestemd voor personen met psychische- of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving (Wmo 2015, artikel 1.1.1). Het arrangement beschermd wonen is vaak een ‘all inclusive’ pakket: wonen, hotelmatige voorzieningen, eten/drinken, begeleiding, persoonlijke verzorging, welzijnsactiviteiten en dagbesteding. Bij beschermd wonen gaat het dus niet alleen om wonen, eten en verzorging, maar ook om bezigheden. Behandeling valt buiten beschermd wonen. (1) Cliënten die in een beschermde woonvorm wonen, leren om zo goed als mogelijk met hun psychische kwetsbaarheid om te gaan. (2) Dit kunnen cliënten zijn met ondersteuning vanuit de Wmo of de Wet langdurige zorg (Wlz). Voor een Wlz-indicatie moet er sprake zijn van een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking, een psychische stoornis of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap (artikel 3.2.1, eerste lid, Wlz). De Wlz is per 1 januari 2021 ook open voor mensen met een psychische kwetsbaarheid. Mensen die hun leven lang intensieve geestelijke gezondheidszorg (ggz) nodig hebben, kunnen vanaf 2021 toegang krijgen tot de Wlz als zij voldoen aan de Wlztoegangscriteria. Het gaat hierbij naar verwachting om ca. 10.000 cliënten die permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben.
Deze groep cliënten kreeg tot 31 december 2020 zorg en ondersteuning vanuit de Wmo of de Zorgverzekeringswet (3). 8
Beschermd wonen, en daarmee het huisvesten van en de zorgverlening voor kwetsbare mensen, is de afgelopen en komende periode nog flink in beweging. Recent is het implementatieplan GGZ Toegang Wlz voor mensen met een psychische stoornis afgerond. Hiermee is de toegang tot de Wlz voor ggzcliënten die langdurige zorg nodig hebben geregeld. In het implementatieplan wordt benadrukt dat intensieve afstemming met de aanbevelingen van de commissie Toekomst Beschermd wonen van groot belang is (4). Met een indicatiewijziging van de Wmo naar de Wlz verandert primair de zekerheid voor cliënten dat er langdurige zorg geboden kan worden. De langdurige zorg wordt gefinancierd door het Zorgkantoor in plaats van de gemeente (of in het geval van De Stolpe het regiokantoor Gooi en Vechtstreek). 3.2 Toekomstbeeld beschermd wonen In opdracht van de Vereniging Nederlands Gemeenten (VNG) heeft de commissie Dannenberg in 2015 een toekomstvisie geschreven over beschermd wonen. Deze visie is vervolgens overgenomen en wordt breed gedragen door partijen die betrokken zijn bij de uitvoering van beschermd wonen. Volgens de commissie Dannenberg, is er in de samenleving een brede consensus over de wenselijkheid en noodzaak van een vermaatschappelijking van ondersteuning en zorg voor kwetsbare mensen (1).
In de praktijk is er volgens de commissie een ontwikkeling waarneembaar naar (versterking van) ambulante begeleiding en lichtere woonvormen, in relatie tot afbouw van intramurale capaciteit; kwetsbare mensen komen meer in buurten en wijken te wonen. Tegelijkertijd zijn gemeenten druk bezig geweest met een herinrichting van het sociale domein met als cruciaal element de sociale wijk-/ buurtteams die burgers in hun eigen leefomgeving integrale, generalistische hulp bieden (1). Door de genoemde ontwikkelingen is bij gemeenten een duidelijke trend waarneembaar om beschermd wonen onderdeel te maken van een breed scala van ondersteuningsvormen en huisvestingsvarianten dichtbij de burger. Inmiddels is een waaier aan begeleidings- en huisvestingsvarianten beschikbaar. Deze varianten zijn afgestemd op de behoeften van cliënten, hun zelfregulerend vermogen en de steunkracht van hun sociale netwerk (1). Herstel is in de ggz een relatief nieuw concept dat verwijst naar iets anders dan genezing van ziekte alleen. In de traditionele zorg richten zorgverleners zich vooral op mensen beter maken. Daarbij wordt wel met patiënten overlegd, maar de patiënt is niet sturend of leidend. De huidige zorg is ingericht op een herstelondersteunend proces.
Herstel wordt daarbij gezien als een individueel proces waarin mensen veerkracht ontwikkelen, leren omgaan met en het leven weer oppakken na ontwrichtende ervaringen. Het beslaat veel verschillende aspecten, waaronder het hervinden van hoop en een positief zelfbeeld, en het herwinnen van de eigen regie over een leven buiten de psychiatrie in een maatschappelijke omgeving.
9
Belangrijke elementen van herstelprocessen zijn: -
Verbondenheid met anderen: contact met familieleden, vrienden, collega’s en meedoen in de samenleving.
-
Hoop: doorbreken van stilstand door verkennen en oprekken van grenzen.
-
Identiteit: herdefiniëren van klachten en kwetsbaarheid en ontwikkelen van een positief zelfbeeld.
-
Betekenisgeving: toekennen van nieuwe betekenissen aan gebeurtenissen (uit het verleden) en aandacht voor zingeving.
-
Grip op het eigen leven: persoonlijke groei, opnemen van taken en rollen, keuzes kunnen maken (2) (3).
Ook Kwintes werkt herstelgericht, dat wil zeggen dat de begeleiding erop gericht is om cliënten een zo zelfstandig mogelijk leven te laten leiden, er wordt uit gegaan van wat een cliënt wel kan en dat een cliënt leert omgaan met zijn beperkingen. De manier van wonen, een eigen appartement met eigen sanitair en een eigen voordeur en de nabijheid van medecliënten en medewerkers zorgt er volgens Kwintes voor dat cliënten een stabiel leven kunnen leiden. Kenmerkend voor deze cliënten is volgens Kwintes dat zij een psychiatrische kwetsbaarheid hebben en daar zo goed mogelijk mee leren leven (2) . De herstelbeweging heeft zijn grenzen en niet iedereen is in staat om weer volledig op zichzelf te functioneren in de maatschappij. Beschermd wonen is daarbij het middel om iemand zo volledig mogelijk te laten functioneren in een veilige en gecontroleerde omgeving. In het toekomstbeeld van beschermd wonen staat de sociale inclusie van mensen met een verstoorde zelfregulatie centraal. In essentie gaat het om een beschermd thuis. Bij nieuwe hulpvragen vormen in deze visie beschermde woonplekken in de wijk het uitgangspunt, met een 7 x 24 uur woonvoorziening voor een kleine groep mensen die langdurig of blijvend hierop zijn aangewezen, bijvoorbeeld bij degeneratie van cognitieve of mentale functies (1).
Dit vraagt volgens de commissie Dannenberg een transformatie van beschermd wonen binnen diverse zorgsectoren naar het beschermen van kwetsbare burgers midden in de samenleving door uiteenlopende woonvarianten met flexibele herstelondersteuning, gericht op een zingevend bestaan. Algemeen geldt, dat bij de kleine groep in de 7 x 24 uur woonvoorziening de verstoringen in zelfregulatie dermate ernstig en voor hun functioneren beperkend zijn dat praktische hulp, observatie en toezicht in de nabijheid van de persoon nodig zijn voor het behouden van een aanvaardbare dagelijkse levenskwaliteit. Bij deze kleine groep mensen zal een scheiding tussen wonen, begeleiden en behandelen minder passend zijn. Ook bij deze mensen blijft de oriëntatie op volwaardig burgerschap bestaan. Geen mens wordt ooit afgeschreven (1). De transformatie, die in veel gemeenten en ook bij zorgsectoren is ingezet, zal op den duur leiden tot een krimp van de huidige capaciteit van intramuraal beschermd wonen. Die krimp is geen doel op zich,
10
maar een resultaat van een beter functionerend stelsel van beschermde woonplekken met flexibele begeleiding en behandeling waar nodig (1). Cliënten die in een woonzorg situatie zitten hebben net zoals iedereen ook de behoefte aan privacy. Dit maakt dat groepswonen, waarbij het delen van voorzieningen zoals keuken, woonkamer en sanitair de norm is, niet populair is. Slechts een klein deel van de totale woningvoorraad in Nederland bestaat uit een 1- of 2-kamer appartement. Er is vanwege stijgende prijzen en meer alleenstaanden op de woningmarkt toenemende concurrentie voor dit type woningen. Dit leidt tot tekorten waarbij juist voor kwetsbare doelgroepen de impact hiervan groot is. Dit betekent langere wachtlijsten wat op zijn beurt weer leidt tot meer druk om elk mogelijk stuk beschikbaar maatschappelijk vastgoed te benutten voor kwetsbare doelgroepen. Grootschalige beschermd wonen voorzieningen die passen bij de ingezette herstelbeweging zijn er niet veel. Van de grootschalige locaties die bekend zijn, zijn de meeste in de vorm van een gemengd wonen concept waarbij er sprake is van zogenaamde leunende en steunende of vragende en dragende bewoners. Woonconcepten die passen bij de herstelbeweging met de doelgroep beschermd wonen of cliënten met een zwaarder zorgprofiel hebben vaak een kleinere maat dan De Stolpe.
Als voorbeeld van een beschermd wonen voorziening die tevens dicht bij een buitenschoolse opvang is gepositioneerd, is het Cremerplein Utrecht genomen. Een locatie waarbij er sprake is van een groter woonzorg concept, naast een buitenschoolse opvang en aan een plek waar de buurt en kinderen bij elkaar komen.
11
Figuur 2 – Cremerplein in Utrecht De locatie Cremerplein is een appartementencomplex met 42 appartementen. Er zijn 20 appartementen voor cliënten van het Corporatiehotel en 22 éénpersoonsappartementen voor cliënten vanaf 21 jaar met een geldige zorgindicatie. Alle appartementen (met 1 of 2 kamers) beschikken over een eigen voordeur, keuken en badkamer. Daarnaast zijn er twee inloopruimtes in het complex voor sociale activering. De appartementen variëren van 31 tot 45 m2 met eigen balkon en zijn ontsloten door een centraal trappenhuis met galerijen. Groot verschil met De Stolpe is dat hier een andere mix van doelgroepen gemaakt is; zowel Wlz en Wmo als inwoners zonder zorgindicatie. Er is sprake van o.a. ex-verslaafden, exforensisch, vrouwenopvang, jongeren en ouderen en mensen die verkeren in een onacceptabele woonsituatie en dakloos dreigen te raken. Men woont hier in hoge mate zelfstandig. Er is een locatieteam opgezet met ondersteunende begeleiders om zeer laagdrempelig aanwezig te zijn voor een kop koffie, voor praktische vragen en een hart onder de riem. Hiermee is er toezicht zonder dat de cliënt dat zo ervaart. Uit interviews in de buurt blijkt dat deze vorm van wonen dusdanig goed opgaat in de lokale omgeving dat men er geen weet van heeft. Dit is deels te verklaren doordat dit een binnenstedelijke locatie is met een zeer diverse omgeving.
12
3.3 Ontwikkelingen in Gooi en Vechtstreek De gemeenten Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Weesp en Wijdemeren laten sinds 1 januari 2017 gezamenlijk het beleidsplan bescherming en opvang 2017 - 2020 uitvoeren door de gemeenschappelijke regeling Regio Gooi en Vechtstreek. De gemeenten hebben de beleidscoördinatie, inkoop en het (financieel) beheer van Bescherming en Opvang hierbij ondergebracht. De gemeenten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg, vrouwenopvang en de bestrijding van huiselijk geweld en kindermishandeling (4). De gemeenten hebben in het beleidsplan de gezamenlijke visie geformuleerd om ervoor te zorgen dat inwoners uit de regiogemeenten langer (of eerder) zelfstandig kunnen wonen. In het beleidsplan zijn diverse maatregelen geformuleerd die hier een bijdrage aan leveren (4). Een van de genoemde maatregelen is het ‘Scheiden van wonen zorg’ met als resultaat tot nu dat er met Kwintes afspraken zijn gemaakt om in de komende 3 jaar klassieke beschermd wonen plekken om te zetten naar scheiden wonen en zorg, waarbij cliënten huur betalen en voorbereid worden op uitstroom. Deze plekken worden conform planning gerealiseerd. Deze beweging wordt de komende jaren in principe doorgezet (4).
Ondanks de genomen maatregelen bleek in najaar 2019 dat er nog onvoldoende resultaat werd geboekt als het gaat om de ambulantisering en dat er aanvullende maatregelen nodig waren. Het regioteam had daarbij de indruk dat er, zeker gezien de gerealiseerde en beoogde vernieuwingen in het aanbod, vaak nog te vanzelfsprekend een beschikking voor beschermd wonen wordt afgegeven. Tevens is door het gebrek aan woningen voor de doelgroep vooralsnog sprake van een te lage uitstroom uit beschermd wonen. Beide ontwikkelingen resulteren in een lange wachtlijst voor beschermd wonen (4). De beperkte beschikbaarheid van woningen is volgens het regio team een gevolg van de krappe woningmarkt als zodanig en het ontbreken van concrete afspraken in de regio voor het realiseren van geclusterde zelfstandige huisvesting van kwetsbare burgers met een zorgbehoefte (4).
13
4.
Beoogde invulling van De Stolpe
Kwintes is als zorgaanbieder een belangrijke partij voor de uitvoering van de Wmo en de Wlz. Kwintes is verantwoordelijk voor het welzijn van mensen met psychiatrische of psychosociale problemen. Kwintes biedt zorg op maat aan een brede doelgroep. Het gaat om mensen met een psychiatrische diagnose, (tijdelijke) psychosociale problemen, een forensische maatregel, een dubbele diagnose (combinatie van verslaving én een psychiatrische diagnose), slachtoffers van huiselijk geweld, tienermoeders, jong en oud met autisme, zwerfjongeren en dak- of thuislozen. Kwintes heeft De Stolpe aangekocht met oog op Beschermd Wonen, als onderdeel van een bredere vastgoedstrategie om aan de vraag te voldoen na tijdelijk gebruik te hebben gemaakt van het pand. Kwintes geeft in haar projectplan van 1 december 2020 inzage in haar plannen voor De Stolpe, enkele onderdelen daaruit zijn: -
Het zorgconcept gaat uit van het principe: grootschalig wonen en kleinschalig zorg organiseren. De zorg in het pand wordt daarmee opgedeeld in kleinere eenheden die uit circa 20 bewoners bestaat, met een eigen begeleidend team.
-
De begeleiders ondersteunen de cliënten in hun eigen proces van herstel met behulp van de methodiek Krachtwerk. Deze methodiek wordt in 2021 binnen Kwintes geïmplementeerd. Krachtwerk richt zich op de (veer)kracht van mensen en gaat uit van de mogelijkheden die iemand heeft. Krachtwerk ondersteunt het eigen proces van herstel van mensen in de richting van een door henzelf gewenste kwaliteit van leven waarbij zij, net als iedere burger, in de samenleving mogen meedoen, erbij horen, ertoe doen en mogen zijn wie ze zijn. Bij herstel gaat het om een zingevend bestaan met hoop en zicht op een betere toekomst en leven in veiligheid.
-
Kwintes zorgt voor een veilige woon- en leefomgeving met 24-uurs toezicht. Er is een samenhangend aanbod van zorg en ondersteuning, gericht op sociale redzaamheid en zelfregie. Het beschermd wonen is primair voor de cliënt zelf en niet zozeer op zijn omgeving of de maatschappij. Door cliënten een veilige en stabiele woonomgeving te bieden zullen zij ook stabieler door het leven kunnen gaan en kunnen deelnemen aan de maatschappij.
-
Iedere verdieping heeft ruimten voor cliënten om samen te komen, er wordt zo veel mogelijk een huiselijke sfeer gecreëerd met zo min mogelijk prikkels, die bescherming, stabiliteit en veiligheid biedt.
14
5.
Buurt De Boomberg
5.1 Beschrijving van de buurt Locatie en ontsluiting De Boomberg is één van de zes buurten in de Hilversumse wijk ‘Noordwest’. Noordwest is als villawijk eind 19e / begin 20e eeuw ontstaan. De hier oorspronkelijk aanwezige landgoederen bestaan nu vaak nog als monumentale villa’s (5). Dit villagebied kent een duidelijke ruimtelijke samenhang vanwege de stedenbouwkundige structuur, het groene karakter en de harmonische aansluiting van de wijken en (villa-)parken onderling (6). Het karakter van de wijk wil de gemeente beschermen; daartoe is de status van ‘beschermd stadsgezicht’ toegekend. De gehele buurt De Boomberg valt in dit beschermd stadsgezicht. De Boomberg ligt tegen het centrum van Hilversum aan zoals te zien is in onderstaande figuur.
Figuur 3 – Ligging van De Boomberg met de ligging van De Stolpe (rode ster) De langste (diagonale) lijn door de wijk heen is ca. 1,2 km. Het verste punt in De Boomberg tot het midden van het centrum meet hemelsbreed minder dan 1,5 km en is ca. 20 minuten lopen. Aan de andere kant, direct ten westen van de buurt, aan de overzijde van de Schuttersweg / Geert van Mesdagweg, grenst De Boomberg direct aan het groene buitengebied: het Corversbos. Ten noorden en zuiden van de wijk liggen andere woonwijken.
15
Ten westen van de wijk ligt de Geert van Mesdagweg, een belangrijke weg voor autoverkeer (onderdeel van de ring rond Hilversum). Op wijkniveau zijn de noordelijke (de ’s-Gravelandseweg) en de zuidelijke grens van de wijk (de Vaartweg) ontsluitingswegen die vanaf de ring de stad in prikken. Qua openbaar vervoer is het meest nabijgelegen treinstation Hilversum wat vanaf het midden van de wijk op ca. 1,4 km afstand ligt. In de buurt zelf zijn geen bushaltes te vinden; op de ’s-Gravenlandseweg en de Vaartweg rijden wel bussen op elk 2 verschillende lijnen. Bebouwing en voorzieningen Ongeveer 90% van de adressen in De Boomberg kent een woonfunctie. Op de overige adressen zijn diverse functies gevestigd; de kantorenfunctie is hiervan de grootste. Supermarkten zijn afwezig in de buurt. Kinderdagopvang en scholen zijn veelvuldig aanwezig in de buurt. De Boomberg kent diverse woningtypes. Maar liefst 52% van de woningen is (inmiddels) een meergezinswoning. Ook aan de bouwperiode van de panden is te zien dat niet de gehele buurt (meer) bestaat uit eind 19e- / begin 20eeeuwse villa’s. 30% van de panden in de buurt is tussen 1700 en 1925 gebouwd; de rest erna (7). Van de woningen in de buurt is 65% een koopwoning en 8% een sociale huurwoning. De gemiddelde WOZ-waarde van de woningen is afgelopen jaren hard gestegen. In 2019 bedroeg deze 558.000 euro.
Bevolking Er wonen 3100 mensen in de buurt (2019) (5), die 1355 huishoudens vormen. De bevolkingsdichtheid is met 33 inwoners per km2 relatief laag. Vergeleken met Hilversum als geheel wonen er in De Boomberg relatief veel 65-plussers en relatief weinig 25 tot 44-jarigen (jongere gezinnen en starters op de woningmarkt) zoals te zien is in onderstaande figuur (8).
Figuur 4 – Overzicht leeftijden bewoners Boomberg t.o.v. Hilversum De Boomberg kent een relatief hoog aandeel 1-persoonshuishoudens (40%) en relatief veel verweduwde inwoners (8%). Uiteraard hangen deze cijfers met elkaar samen en met de leeftijdsverdeling van de buurt. Ook samenhangend met deze leeftijdsverdeling worden in De Boomberg per 1000 inwoners de minste baby’s geboren van Hilversum (met uitzondering van het buitengebied). Het gemiddeld bruto jaarinkomen bedraagt per inwoner 47.800 euro; per inkomensvanger is dat 62.300 euro (7).
16
Figuur 5 – Leefbarometer De Boomberg Op de leefbarometer scoort De Boomberg overwegend ‘uitstekend’. Bij de lichter groene gebieden is het m.n. de veiligheid die wat lager scoort. 5.2 Inzichten In de criminaliteitscijfers valt het relatief hoge aantal diefstallen op. Desondanks hebben bewoners volgens de enquête een hoge veiligheidsbeleving. De Boomberg is in sociaal maatschappelijk opzicht een sterke buurt met een gezonde saamhorigheid wanneer wordt gekeken naar zorg voor elkaar en of men elkaar kent in de buurt. Het aandeel koopwoningen en de hogere inkomens leidden tot een redelijk homogene samenstelling met netwerken die vanwege die homogeniteit hoogdrempelig zijn en enigszins gesloten. Mensen worden aangetrokken door de buurt vanwege de rust en het groene karakter. De reeds aanwezige maatschappelijke voorzieningen sluiten goed aan op het karakter van de buurt en zijn goed ingepast. Er is geen buurtcentrum, of sprake van andere inlooppunten in de nabijheid waar gebruik van gemaakt zou kunnen worden door cliënten van De Stolpe. Wel is er een goede groenvoorziening aangrenzend aan De Stolpe, met uitloopmogelijkheden richting het Corversbos. De buurt kent ook enkele kwetsbaarheden. De eerste is het hoge aantal oudere inwoners en hiervan extra kwetsbaar de alleenstaande ouderen.
Dan in de fysieke zin heeft de buurt een aantal plekken die zich aan het openbaar toezicht onttrekken en hiermee ongewenst gedrag in de hand werken zoals hangjeugd en incidenteel een onveilig gevoel. Als laatste geven de wegprofielen aanleiding voor langzaam verkeer om de weg breeduit te gebruiken. Dit kan op enkele punten in de buurt leiden tot overlast of gevaarlijke situaties.
17
5.3 Inpassingsmogelijkheden beschermd wonen concept (absorptievermogen) Het is belangrijk om te duiden hier dat het absorptievermogen van de buurt breed maatschappelijk wordt gedefinieerd, dus niet alleen vanuit het perspectief van buurtbewoners. Draagvlak en acceptatievermogen van buurtbewoners vormen wel een onderdeel van dit absorptievermogen. Om het absorptievermogen te duiden is rekening gehouden met de volgende elementen 1.
Beoordeling huidige staat van de wijk, o.a. sociale opbouw, veiligheid en veiligheidsbeleving
2.
Beoordeling in hoeverre er al sprake is van maatschappelijke druk op de wijk
3.
Inschatting of de wijk een nieuwe populatie zonder meer kan opnemen, rekening houdend met verschillen (een groter verschil of contrast tussen nieuwe bewoners kan spanning geven)
4.
Inschatting overige mogelijke spanningen, o.a. verschillende opvattingen omgangsvormen en normen, afwijkend en of overlast gevend gedrag
Huidige staat van de wijk De Boomberg buurt is een villawijk met relatief hoge inkomens en opleidingsniveaus. De buurt is vrij homogeen en kent ondanks een verhoogde kans op inbraak een hoge veiligheidsbeleving. Sociale interactie is hoogdrempelig en vind onder andere plaats rondom evenementen en in besloten kringen.
Maatschappelijke druk De wijk kent naast De Stolpe verschillende maatschappelijke functies
Figuur 6 – Overzicht maatschappelijke locaties De Boomberg
18
Zorg: 1.
Amaris Gooizicht, Paulus van Loolaan 21
2.
Marijke Elisabeth, Oranjelaan 1
3.
Koetshuys Erika, Alb. Perkstraat 14
4.
De Boomberg, Vaartweg 42
5.
Philadelphia Zorg, Alb. Perkstraat 8 + 10
6.
Stichting Gooische Tehuizen, Alb. Perkstraat 12
7.
Tehuis begeleid wonen, Alb. Perkstraat 4
8.
Grasboom beschermd wonen, Vondellaan 65 -99
Overige: 1.
A. Roland Holst College, Jonkerweg 31
2.
A. Roland Holst College, Schuttersweg
3.
Vondelschool, Schuttersweg 36
4.
Gemeentelijk Gymnasium, Vaartweg 54
5.
Balneum Gem. Gymnasium, Badhuislaan 10A
6.
Bibliotheek, 's Gravelandseweg
7.
Kids voor Kinderen, Alb. Perkstraat 73
8.
Talud, Badhuislaan 10
9.
Vondelschool, Schuttersweg 36
De zorgfuncties betreffen qua omvang vooral ouderenzorg en enkele kleinere woonzorg voorzieningen voor kwetsbare doelgroepen. Uit de enquête blijkt dat niet alle zorginstellingen bekend zijn. Dit is goed te verklaren aangezien het in oppervlakte een grote wijk is en er verschillende kleinere zorgvoorzieningen zijn die in een huiselijke setting zijn geplaatst. Ondanks dat niet alle zorgvoorzieningen bekend zijn, geeft de meerderheid van de respondenten aan dat de hoeveelheid precies goed is of iets teveel. Gevraagd naar overlast komen niet de zorgvoorzieningen aan bod maar vooral de scholieren die onderweg zijn naar de scholen of buiten schooltijd verblijven in de openbare ruimte. De Stolpe heeft een maatschappelijke bestemming, het pand is ook op die manier ingevuld geweest in de afgelopen jaren, een soortgelijke nieuwe maatschappelijke invulling gaat het absorptievermogen van de buurt dus niet direct te boven. Volgens interviews met buurtbewoners en de enquêteresultaten wordt er over het algemeen positief terug gekeken op de periode dat Hilverzorg invulling gaf aan De Stolpe. Er waren sporadisch incidenten, maar deze werden niet als bedreigend voor de veiligheid en leefkwaliteit van de buurt beschouwd door buurtbewoners.
19
Nieuwe populatie In een dunbevolkte buurt, is het toevoegen van een nieuwe populatie van 86 nieuwe bewoners (nadat het pand langere tijd onbewoond is geweest) bij voorbaat niet proportioneel en vindt daarmee niet direct aansluiting op de buurt terwijl dit wel gewenst is voor zowel nieuwe als huidige bewoners. Ten opzichte van de periode dat Hilverzorg invulling gaf aan De Stolpe stijgt het aantal nieuwe inwoners met 20 (er verbleven 66 personen). Nu is dit qua aantal niet veel maar er zit een groot verschil in zorgzwaarte en mobiliteit tussen psychogeriatrische (demente) cliënten en psychosociale cliënten. Beide kunnen verward gedrag vertonen maar waar demente ouderen over het algemeen een bekend beeld zijn, vormen de cliënten van Kwintes een groter contrast met de buurt. De inpassing van deze nieuwe groep in de buurt is dus geen vanzelfsprekendheid en verdient extra aandacht om ze een natuurlijk onderdeel te laten worden van het lokale weefsel. De overgrote meerderheid van de geïnterviewden en respondenten van de enquête geeft aan dat zwaardere zorgprofielen, en expliciet ex-forensisch en ex-tbs, niet aansluiten op de buurt vanwege de opzet van de buurt en relatief veel kwetsbare oudere inwoners.
Een deel van de buurtbewoners geeft aan er wel ruimte is voor kwetsbare doelgroepen in De Stolpe, mits het om een aanzienlijk kleiner aantal dan het beoogde aantal van 86 nieuwe bewoners gaat en de opzet goed uitgedacht is. Belangrijkste randvoorwaarde is de veiligheid en behoud van de leefkwaliteit van de buurt.
Inschatting mogelijke spanningen In de tijdelijke situatie waarin Kwintes invulling gaf aan De Stolpe is in korte tijd veel onrust ontstaan in de buurt rond De Stolpe. Dit werd voornamelijk veroorzaakt door een aantal incidenten en communicatie naar de buurt die achteraf door alle partijen wordt geëvalueerd als niet optimaal. Ondanks dat een deel van de incidenten achteraf als niet zwaar werden beschouwd, heeft de frequentie en de afhandeling door Kwintes alsnog blijvend voor veel onrust gezorgd in de buurt. De buurt heeft middels een variëteit aan initiatieven haar ongenoegen aan zowel Kwintes als de gemeente kenbaar gemaakt. Duidelijk is hiermee dat voor de buurt het acceptatievermogen is overschreden. Geïnterviewde buurtbewoners gaven aan: bij een voor de buurt behapbaar aantal bewoners van De Stolpe, kent men op termijn genoeg gezichten om zich niet alleen vertrouwd te (blijven) voelen in de buurt maar ook een zekere mate van sociale controle gezamenlijk te kunnen blijven uitvoeren. Men leert elkaar als bewoners over tijd kennen, inclusief elkaars eigenaardigheden, en kan een kort praatje maken. Aansluiting die twee kanten op werkt en beide kanten daarmee onderdeel maakt van de lokale maatschappij.
20
Absorptievermogen De wijk heeft een relatief gesloten karakter wat absorberen van nieuwe inwoners in de weg zit. Het risico bestaat dat een grote populatie kwetsbare cliënten geen aansluiting vindt op de buurt. Hiermee worden mogelijke spanningen niet opgelost en blijft contrast bestaan tussen de verschillende inwoners. Verder zal het contrast en de onbekendheid voor het gedrag van de cliënten van Kwintes een negatief effect hebben op de veiligheidsbeleving en daarmee de leefbaarheid van de buurt. Qua voorzieningen heeft de Stolpe een maatschappelijke functie en is ook als zodanig ingezet geweest op zichzelf is dit daarmee geen overschrijding van het absorptievermogen. Met het veranderen van psychogeriatrische zorg naar psychosociale zorg is er echter wel een verandering die het huidige absorptievermogen van de buurt te boven gaat. Het overschrijden van het absorptievermogen wordt vooral veroorzaakt door de hoge aantallen. Een kleinschaliger inpassing schikt zich naar de buurt en zoals te zien is in de enquête vallen de kleinere woonzorg voorzieningen niet of nauwelijks op. Ook geven buurtbewoners aan dat men met lagere aantallen genoeg gezichten kan onthouden en zich vertrouwd kan voelen.
21
6.
Risicoanalyse
In dit hoofdstuk worden de risico’s in kaart gebracht die worden gezien bij de toekomstige invulling van De Stolpe. Voor het uitvoeren van de risicoanalyse zijn de RISMAN-, COSO en ISO 9003 methoden voor risico management als basis genomen: -
Stap 1 – Bepalen van het doel: wat is de (on)gewenste situatie?
-
Stap 2 – Identificeren van de risico’s: welke risico’s zijn er?
-
Stap 3 – Classificatie van de risico’s: wat is de kans en wat is de impact?
-
Stap 4 – In kaart brengen van de (beheers)maatregelen
Vanwege het feit dat het bij deze risicoanalyse om het in kaart brengen van mogelijke risico’s van een toekomstige situatie gaat, is er bij de identificatie van de risico’s gebruik gemaakt van een prospectieve risico-inventarisatie (PRI). Een methode die in de zorg gebruikt wordt om mogelijke risico’s binnen zorgprocessen te analyseren en te beheersen voordat een incident optreedt (10). Het gaat hier om de vraag: wat kan er mis gaan? (11) Om conform de uitvraag van de risicoanalyse bruto en netto risico’s in kaart te brengen, zijn in stap 2 en 3 de bruto risico’s in kaart gebracht. In stap 4 zijn vervolgens de door Kwintes voorgenomen beheersmaatregelen op de locatie opgesomd waarmee beoogd wordt de risico’s te mitigeren of te elimineren. Op basis van deze beheersmaatregelen is vervolgens een inschatting gemaakt van het netto risico. Hieronder volgt een korte toelichting op elk van de doorlopen stappen. Stap 1 – Bepalen van het doel De uitvraag van de risicoanalyse vraagt om: ‘Het inventariseren van de risico’s die het besluit tot aankoop van De Stolpe, ten behoeve van het huisvesten van circa 80 beschermd wonen en Wlz cliënten, met zich mee kan brengen voor de leefbaarheid in de Buurt de Boomberg.’ Het in kaart brengen en afwenden van risico’s die de leefbaarheid van de Buurt de Boomberg negatief beïnvloeden is daarmee als doel voor de risicoanalyse genomen.
Waarbij leefbaarheid als een breed begrip is gedefinieerd, waar in ieder geval de aspecten wonen en veiligheid van alle bewoners van een buurt onder worden geschaard. Stap 2 – Identificeren van de risico’s Voor de identificatie van de risico’s is het beoogde woon-zorgconcept en de mogelijke risico’s die het met zich mee kan brengen voor de leefbaarheid als uitgangspunt genomen. In eerste instantie is er een lijst van mogelijke risico’s opgesteld aan de hand van: 22
-
eigen kennis en ervaring met het inpassen van woon-zorgconcepten in de maatschappelijke en ruimtelijke context en
-
de materialen die gedeeld zijn vanuit de opdrachtgevers voor de specifieke context van De Stolpe.
Zoals eerder genoemd, is er op dit punt ook gebruik gemaakt van een prospectieve risico-inventarisatie om mogelijke risico’s rond de volgende kritische processen te identificeren: -
Het plaatsen van nieuwe cliënten
-
Het over langere termijn bieden van begeleiding en behandeling
-
Het bieden van begeleiding op een gemiddelde dag
Iedere bewoner van een beschermd wonen voorziening heeft een uniek profiel. Voor het opstellen van de risicoanalyse is er echter gebruik gemaakt van de algemene Wmo profiel beschrijvingen behorende bij Wmo indicaties 3-6 en de Wlz profiel beschrijvingen behorende bij de Wlz indicaties 1-4 als uitgangspunt voor de toekomstige invulling van De Stolpe. Bij het inschatten van de risico’s is verder uitgegaan van 86 cliënten met de verhouding in Wmo/Wlz indicaties zoals aangegeven door Kwintes in het projectplan. Het cijfer 86 is afgeleid van het aantal kamers wat ingetekend is op de meest recent ontvangen plattegronden. De lijst van mogelijke risico’s is vervolgens gedurende de looptijd van het project uitgebreid aan de hand van gesprekken met de betrokken partijen. Naast de inzichten uit de locatie- en omgevingsanalyse, is er tevens additioneel literatuuronderzoek uitgevoerd. Als risico’s meerdere malen werden genoemd tijdens de gesprekken met bijvoorbeeld buurtbewoners, zijn deze risico’s in de lijst opgenomen om te zorgen dat ze expliciet geadresseerd worden in de rapportage. De lijst van risico’s is vervolgens onderverdeeld in een aantal categorieën, zoals te zien in onderstaande tabel. Categorie
Definitie
1
Cliënten
Cliënt gerelateerde risico’s
2
Begeleiding, behandeling en
Risico’s rond de begeleiding, behandeling en medicatie, inclusief
medicatie
risico’s rond bijv. signalering, de aangeboden dagbesteding
Dagelijkse operatie op locatie
Risico’s gerelateerd aan de dagelijkse operatie die gevoerd wordt
3
op de locatie, incl. bijvoorbeeld risico’s rond de intake-procedure van nieuwe cliënten 4
Pand en perceel
Risico’s rond het specifieke pand en perceel, bijv. rond de indeling van het pand
5
Inbedding in de fysieke
Risico’s rond hoe het pand en het perceel gepositioneerd zijn in
omgeving
de fysieke omgeving, incl. verkeersaspecten 23
6
Opstart van locatie
Risico’s rond het opstarten van de operatie, zowel aan de zijde van Kwintes, als aan de gemeentelijke kant rond bijv. het buurtteam of BOA’s
7
Toekomstige ontwikkelingen
Risico’s vanwege mogelijke toekomstige ontwikkelingen in het zorglandschap of bij Kwintes
Tabel 1 - Risico categorieën Stap 3 – Classificatie van de risico’s In stap 3 is voor elk risico op basis van kwalitatieve en waar mogelijk ook kwantitatieve gegevens ingeschat wat de bruto kans van voorkomen is volgens de volgende classificatie: -
10 = Zeer hoog (kan dagelijks voorkomen)
-
8 = Hoog (kan wekelijks voorkomen)
-
6 = Middelmatig (kan maandelijks voorkomen)
-
4 = Laag (kan een aantal keer per jaar voorkomen)
-
2 = Zeer Laag (kan 1 tot 2 keer per jaar voorkomen)
-
0 = Uitgesloten (komt niet voor)
Voor elk risico is tevens ingeschat, wanneer de situatie zich zou voordoen, wat de mogelijke impact is op -
de directe betrokkenen (dus bijvoorbeeld de cliënt zelf, de begeleider en omstanders),
-
de omgeving (dus bijvoorbeeld medecliënten, andere begeleiders, omwonenden, de buurt) en
-
de betrokken instanties.
Op basis van bovenstaande impact, is er vervolgens ingeschat wat dit voor de leefbaarheid van de buurt De Boomberg betekent waarna vervolgens een classificatie voor de bruto impact is toegekend: -
10 = Zeer groot
-
8 = Groot
-
6 = Middelmatig
-
4 = Klein
-
2 = Zeer klein
-
0 = Geen
Kanttekening hier is dat de impact groot kan zijn als enerzijds de leefbaarheid van een grote groep buurtbewoners beïnvloedt wordt, maar ook wanneer de leefbaarheid voor slechts een kleine groep mensen aanzienlijk beïnvloed wordt. Ook hier is de inschatting van de bruto kans en bruto impact in eerste instantie gedaan op basis van eigen kennis en ervaring en de materialen aangeleverd door de opdrachtgevers. Vervolgens is de
24
inschatting verfijnd op basis van gesprekken met de betrokken partijen. Er zijn geen metingen opgezet en uitgevoerd gedurende de looptijd van het project. Met de toegekende bruto kans en bruto impact is vervolgens de bruto risico-score van het betreffende bruto risico berekend met de formule Risico = Kans x Impact. Hierbij is de onderstaande risicoinventarisatie matrix met een kleurcodering gebruikt om de zwaarte van het bruto risico te duiden.
Tabel 2 – Risico-inventariesatiematrix Stap 4 – In kaart brengen van de (beheers)maatregelen In deze stap zijn de beheersmaatregelen van Kwintes gekoppeld aan de verschillende categorieën van risico’s. Deze lijst van beheersmaatregelen is vervolgens uitgebreid op basis van de gevoerde gesprekken met Kwintes en de naderhand extra aangeleverde Kwintes materialen. 25
Vervolgens is voor elk risico op basis van de daarvoor relevante beheersmaatregelen beoordeeld wat het effect is of kan zijn: -
Beheersmaatregelen elimineren risico (100% effectief)
-
Beheersmaatregelen zeer effectief in verminderen risico (80% effectief)
-
Beheersmaatregelen effectief in verminderen risico (60% effectief)
-
Beheersmaatregelen beperkt effectief in verminderen risico (40% effectief)
-
Beheersmaatregelen zeer beperkt effectief in verminderen risico (20% effectief)
-
Beheersmaatregelen hebben geen effect op risico (0% effectief)
Ook in deze stap is op basis van de gevoerde gesprekken met de betrokken partijen, en eventuele additioneel aangeleverde materialen, de inschatting verfijnd en indien nodig aangepast. Op basis van de toegekende percentages aan de effectiviteit, is de netto risico-score berekend. In het vervolg van dit hoofdstuk wordt een samenvatting gegeven van de risicoanalyse. In onderstaande secties worden per categorie de risico’s in eerste instantie kort toegelicht, eindigend met de bruto kans, impact en risico-score. Daarna worden de door Kwintes geplande beheersmaatregelen voor deze categorie van risico’s geduid. Hierna volgt een tabel waarin voor elk geïdentificeerd risico ook de netto kans en netto impact wordt ingeschat met inachtneming van de door Kwintes geplande beheersmaatregelen. Iedere sectie wordt als laatste afgesloten met een toelichting op de resterende risico’s. Nadat de verschillende categorieën van risico’s zijn toegelicht, wordt er stil gestaan bij eventuele tweedegraads effecten van de eerdergenoemde risico’s. Deze tweedegraads effecten volgen uit een integrale toets op alle risico’s. Hierin wordt gekeken naar •
de onderlinge domino-effecten: het effect dat het ene risico een ander risico kan veroorzaken en
•
de coïncidentie: het effect waarbij verschillende risico’s elkaar versterken.
Als laatste volgt er een toelichting op de invloed van het aantal cliënten op de resterende risico’s in de verschillende categorieën. 6.1 Cliënten Risico 1a – Druk op leefkwaliteit van cliënten op lange termijn vanwege woon-opzet
Een hoge concentratie van beschermd wonen cliënten op een relatief klein plot met studio appartementen met beperkte gemeenschappelijke voorzieningen biedt cliënten geen volwaardige woning in de maatschappij en zet daarmee op de lange termijn druk op de kwaliteit van leven voor een groep die al een lage kwaliteit van leven ervaart. Hoe kwetsbaar mensen ook zijn en hoe hun levensgeschiedenis ook is, zij zijn en blijven burger. Burgerschap geeft toegang tot sociale grondrechten, zoals inkomen, onderdak en onderwijs en is
26
daarmee vitaal voor de dagelijkse kwaliteit van leven van mensen. Een goede en veilige woonplek is een belangrijke behoefte van iedere burger en een voorwaarde voor maatschappelijke participatie. Een woning geeft een basis voor het opbouwen van een bestaan en draagt ook bij aan de identiteit van mensen. Woonruimte is een belangrijk sociaal grondrecht van burgers (1). In Nederland is slechts een kleine groep mensen met ernstige psychische aandoeningen langdurig of blijvend aangewezen op beschermende woonvormen, al dan niet met klinisch geïntegreerde behandeling (10). Bij beschermde woonplekken met flexibele begeleiding is - in aansluiting op de ingezette vermaatschappelijking van de zorg - inclusief wonen het uitgangspunt. Inclusief wonen betekent dat de cliënten maximaal worden aangesproken op hun zelfmanagement, zoveel mogelijk deel uitmaken van het gewone maatschappelijke verkeer en bronnen benutten van informele steun (1). Kwetsbare burgers, waaronder degenen die gebruik maken van beschermde woonplekken, hebben een voorkeur voor zelfstandig wonen in een wijk (Van Straaten e.a., 2014; De Heer-Wunderink, Vos en Van der Zee, 2015). Volgens Kwintes en het Regioteam Gooi en Vechtstreek zijn cliënten inderdaad het meest content met een zelfstandige wooneenheid. Kwintes heeft verschillende locaties waarbij er nog sprake is van groepswonen.
Kwintes geeft aan dat er op deze locaties, ondanks de wachtlijsten, sprake is van leegstand. Woningen waarbij er sprake is van privacy met een eigen slaap/woonkamer met eigen keuken en sanitair zijn daarom gewild. Binnen de Wmo, Wlz is er geen eenduidig kader wat de eisen ten aanzien van de woonruimte omschrijft. De richtlijn die wordt gegeven is ‘zo normaal mogelijk wonen’ of ‘zo dichtbij regulier wonen als mogelijk’. Richtlijnen die in het algemeen worden aangehouden om zo regulier als mogelijk wonen aan te bieden voor beschermd wonen zijn 2-kamer appartementen van 30 tot 45 m2 met een eigen voordeur op loopafstand van voorzieningen. De ligging is idealiter niet geïsoleerd van de maatschappij, op loopafstand van voorzieningen. Het pand heeft verder ruime mogelijkheden voor dagactiviteiten en koffiemomenten. Een 1-kamer appartement of studio, welke iets kleiner is, wordt ook wel toegepast als het echt niet anders kan en dan vooral voor doelgroepen die een beperkte tijd in de voorziening zullen verblijven. Naast de eigen voordeur, het eigen sanitair en de eigen keukenvoorziening wat Kwintes in De Stolpe kan aanbieden aan cliënten, is dus ook de overige leefruimte en inpassing in de lokale maatschappij van belang voor de leefkwaliteit. De beoogde opzet van het woonzorg concept in De Stolpe ligt met de focus op efficiënt gebruik van het pand ‘de herstelbeweging’ in de weg.
Het betreft een opzet waarbij elke mogelijkheid om een woonunit te maken genomen is. Dit leidt tot een beperkte beschikbare oppervlakte voor gezamenlijke ruimtes en een zekere ‘verkamering’ van het pand. Een te kleine leefruimte kan op termijn beklemmend werken voor de bewoner ervan. Een grootschalige voorziening die niet in proportie staat tot de dunbevolkte omringende buurt maakt het daarnaast voor de cliënten van De Stolpe lastiger om samen met de andere buurtbewoners deel uit te 27
maken van het gewone maatschappelijke verkeer. De opzet van de buurt die gekenmerkt kan worden als een villawijk kent verder geen ondersteunende voorzieningen voor mensen die afhankelijk zijn van bijstand en hulp nodig hebben bij dagelijkse handelingen. Er ontbreekt een inlooppunt en er ontbreken dichtbij De Stolpe plekken waar mogelijkheden liggen voor dagbesteding en participatie. Verder is de opzet van het pand dusdanig dat deze ondanks een verbouwing zal herinneren aan verpleegzorg en is de dominante aanwezigheid van personeelsruimtes strijdig met de gangbare ideeën rondom genormaliseerd wonen. De commissie Dannenberg spreekt verder van kleinschaligheid. Deze dient te worden opgevat als een reguliere woonopzet waarbij er sprake is van inpassing in de buurt en ruimte om zo normaal mogelijk te functioneren in de lokale maatschappij. Kleinschalig in deze setting is 15 tot 20 appartementen. Dit is een beweging die weg gaat van een institutionele setting waarbij het zwaartepunt op zorg en verpleging ligt. De insteek van De Stolpe voldoet niet aan het begrip kleinschaligheid zoals beoogd wordt door de commissie Dannenberg en heeft een institutionele lading vanwege de opzet van het pand als voormalig verpleeghuis. Met andere woorden er is geen sprake van een reguliere woonopzet.