CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Collegebrief inzake Richtlijnen en uitvoeringsregels cameratoezicht

GEMEENTERAAD 19 juli 2023, gemeente HilversumBij agendapunt: Ingekomen stukken - Rubriek 017.583 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

1 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A32016R0679

5

2. Schematisch overzicht vormen van cameratoezicht2 Cameratoezicht verantwoordelijkheid gemeente (ingezet) Vorm

Doeleinden

Publiekrechtelijk Handhaving openbare orde cameratoezicht zoals in het centrum en stationsgebied

Besluit inzet camera's

Verwerkings verantwoordelijke voor beelden Korpschef politie

Burgemeester; raad verleent burgemeester de bevoegdheid Publiekrechtelijk Digitale verkeershandhaving College van B en W College van B en W cameratoezicht bijv. bij de geslotenverklaring Parket Centrale College Procureursvan de Mussenstraat Verwerking Generaal Openbaar Ministerie

Publiekrechtelijk Verkeersonderzoek door cameratoezicht middel van Slimme verkeersregelinstallaties (iVRI’s /ANPR) bijv. op de Snelliuslaan en Joh. Geradtsweg. Privaatrechtelijk Zaakbescherming van cameratoezicht gemeentelijke gebouwen, eigendommen, personeel en bezoekers van bijv. - Raadhuis, Stadskantoor, Wilhelminastraat - dynamische binnenstad afsluiting - opvanglocatie Heuvellaan 50 Privaatrechtelijke Persoonsbeveiliging van cameratoezicht buitengewoon opsporingsambtenaren door middel van bodycams.

College van B en W College van B en W

Wet- en regelgeving

Wet politiegegevens Gemeentewet Algemene Plaatselijke Verordening. Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens Wegenverkeerswet 1994 Besluit Administratieve Bepalingen inzake het wegverkeer Wet Mulder Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden, Openbaar Ministerie Algemene Verordening Gegevensbescherming Wegenverkeerswet 1994 Besluit Administratieve Bepalingen inzake het wegverkeer

College van B en College van B en W W als privaatrechtelijke rechtshandeling

Algemene Verordening Gegevensbescherming

College van B en W College van B en W als privaatrechtelijke rechtshandeling

Algemene Verordening Gegevensbescherming

2 Deze opsomming geeft een indicatie welke vormen van cameratoezicht kan worden ingezet en is niet limitatief.

6

Cameratoezicht verantwoordelijkheid gemeente (niet ingezet) Vorm

Doeleinden

Publiekrechtelijk cameratoezicht Publiekrechtelijk cameratoezicht

Handhaven milieuzones

College van B en W

Verwerkingsverantwoordelijke voor beelden College van B en W

Parkeerhandhaving met behulp van scanauto’s

College van B en W

College van B en W

Besluit inzet camera's

Wet- en regelgeving Algemene Verordening Gegevensbescherming Algemene Verordening Gegevensbescherming

Publiek-privaatrechtelijke samenwerking (niet ingezet) Vorm

Doeleinden

Publiekprivaatrechtelijk samenwerking

Handhaving openbare orde (gemeente) en zaakbescherming van gebouwen, eigendommen, personeel en bezoekers (private partijen).

Besluit inzet camera's Burgemeester; raad verleent burgemeester de bevoegdheid en private partijen

Verwerkingsverantwoordelijke voor beelden Korpschef politie en private partijen afzonderlijk van elkaar

Wet- en regelgeving Wet politiegegevens Gemeentewet Algemene Plaatselijke Verordening Algemene Verordening Gegevensbescherming

Gescheiden opslag.

Cameratoezicht door derden en verantwoordelijkheid derden3 Vorm

Doeleinden

Privaatrechtelijk cameratoezicht

Zaakbescherming van gebouwen, eigendommen, personeel en bezoekers. Bescherming eigendommen en bezittingen. Dreigende ordeverstoringen bij rellen Verkeersveiligheid, verkeershandhaving Opsporing van criminaliteit Stelselmatige observatie Hulpverlenende taak politie Opsporing en vervolging bijv. door de inzet van ANPR en

Particulier cameragebruik Cameratoezicht opsporingsdienst en

Publiekprivaatrechtelijke samenwerking

Zaakbescherming van gebouwen,

Wet- en regelgeving

Private partij

Verwerkingsverantwoordelijke voor beelden Private partij

Particulier

Particulier

Algemene Verordening Gegevensbescherming

Politie en OM

Korpschef politie /OM

O.a. Politiewet Wetboek van Strafvordering Wet politiegegevens, Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens Wegenverkeerswet 1994

Opsporingsdiensten en private partijen

Korpschef politie/ OM en private partijen afzonderlijk van elkaar

O.a. Politiewet Wet Politiegegevens Wetboek van Strafvordering Algemene Verordening Gegevensbescherming

Besluit inzet camera's

Algemene Verordening Gegevensbescherming

3 Deze vorm van cameratoezicht valt buiten de scope van de richtlijnen en is als voorbeeld ter illustratie opgenomen.

7

eigendommen, personeel en bezoekers

Gescheiden opslag.

3. Cameratoezicht verantwoordelijkheid gemeente (ingezet)

In dit hoofdstuk een toelichting op de verschillende vormen van cameratoezicht die door de gemeente wordt ingezet. Dat betekent niet dat automatisch een bestuursorgaan van de gemeente de verwerkingsverantwoordelijke is voor de persoonsgegevens die met de beelden tot stand komen.

3.1 Handhaving openbare orde

De gemeente mag camera’s ophangen om toezicht te houden op openbare plaatsen ter handhaving van de openbare orde. Dit is cameratoezicht in de openbare ruimte. Dat wil zeggen een ruimte die in beginsel voor iedereen toegankelijk is en waar voor een groot deel het publieke leven zicht afspeelt. De meeste openbare ruimtes bevinden zich in de open lucht, maar ook vrij toegankelijke overheidsgebouwen en publieke instellingen kunnen tot de openbare ruimte worden gerekend. Bij cameratoezicht ter handhaving van de openbare orde neemt de burgemeester hiertoe een besluit, nadat de raad hem daar de bevoegdheid voor heeft verleend op basis van artikel 151c Gemeentewet. Sinds 4 oktober 2012 wordt in Hilversum gemeentelijk cameratoezicht ingezet voor toezicht en handhaving van de openbare orde in het uitgaansgebied. Dat is het centrum, het stationsgebied en toegangs- en vluchtroutes. Dit cameratoezicht wordt periodiek geëvalueerd om te bezien of het nog noodzakelijk is en naar behoren functioneert. De inzet van cameratoezicht ter handhaving van de openbare orde kent zijn grondslag in artikel 151c en 172 Gemeentewet en artikel 2.8.1 van de Algemene Plaatselijke verordening (APV). De burgemeester is verantwoordelijk voor de inzet van het cameratoezicht in de openbare ruimte.

De verwerking van de beelden zijn politiegegevens in de zin van de Wet politiegegevens (Wpg) en de korpschef van de politie is de verwerkingsverantwoordelijke voor de persoonsgegevens. De korpschef moet zorgen dat wordt voldaan aan de eisen van de Wpg. Voor de inzet van cameratoezicht ter handhaving van de openbare orde gelden de Uitvoeringsregels cameratoezicht openbare orde. Hierin is onder meer het afwegingskader beschreven onder welke voorwaarden cameratoezicht voor dit specifieke doel mag worden ingezet.

3.2 Digitale verkeershandhaving

Gemeenten kunnen ook handhaven op kleine verkeersovertredingen, zoals het negeren van geslotenverklaringen en rijden in voetgangersgebieden. Dit wordt bijvoorbeeld ingezet op de Mussenstraat. De buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) kunnen handhaven voor hieraan gerelateerde overtredingen. Digitale verkeershandhaving kent zijn grondslag uit onder meer de Wegenverkeerswet 1994, het Besluit Administratieve bepalingen inzake het wegverkeer en de wet Mulder. Om de kwaliteit van de handhaving door middel van cameratoezicht te waarborgen, moet worden voldaan aan de voorwaarden die zijn beschreven in beleidskader “Digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden” van het Openbaar Ministerie, augustus 2018.

3.3 Verkeersonderzoek

Ook kan de gemeente camera’s ophangen in het kader van verkeersonderzoek. In specifieke wetgeving, zoals de Wegenverkeerswet, is bepaald dat Automatic Nummer Plate Recognation (ANPR) tijdelijk ingezet mag worden om de doorstroming van het verkeer te meten en heeft daarmee een publiekrechtelijke taak. Deze vorm van verkeersonderzoek is bijvoorbeeld ingezet op de Snelliuslaan en de Joh. Geradtsweg. Dit verkeersonderzoek wordt momenteel niet meer toegepast.

8

Bij het schrijven van de richtlijnen wordt in kaart gebracht in hoeverre monitoring van doorstroming van verkeer op de buitenring Noord door middel van camera’s kan worden gedaan. De mogelijke inzet hiervan wordt door middel van een Data Protection Impact Assessment (DPIA) getoetst.

3.4 Zaakbescherming gemeentelijke gebouwen en eigendommen

De gemeente heeft cameratoezicht ingezet om haar gebouwen, terreinen, bezoekers en personeel te beveiligen door middel van cameratoezicht. Het cameratoezicht vindt dan ook plaats op het privé terrein van de gemeente. Het hoofddoel van dit toezicht is altijd zaakbescherming en is privaatrechtelijk cameratoezicht waarop de AVG van toepassing is. Voordat wordt overgegaan op deze vorm van cameratoezicht moet altijd een belangenafweging worden gemaakt op basis van artikel 6, lid, 1, onder f, AVG. Zo moet deze vorm van cameratoezicht in verhouding staan tot de ernst van de situatie en niet door andere, minder ingrijpende, maatregelen worden vervangen. Daarnaast moet het cameratoezicht bestaan uit een pakket van maatregelen. Bijvoorbeeld betere verlichting, extra surveillance, toegangspoorten, slagbomen etc. Dezelfde regels zijn ook van toepassing, zoals is beschreven onder paragraaf 6.1. Zaakbescherming door private partij. De gemeente mag de camerabeelden niet langer bewaren dan noodzakelijk is. De richtlijn hiervoor is maximaal 4 weken. Maar is er een incident vastgelegd, zoals diefstal? Dan mogen de betreffende beelden worden bewaard tot dit incident is afgehandeld. In het Reglement Cameratoezicht installaties Binnenstad Hilversum 2021 is toegelicht hoe aan deze voorwaarden wordt voldaan. Hiermee is de gemeente Hilversum transparant.

3.5 Bodycams

Buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) in Hilversum kunnen te maken krijgen met agressieve en gewelddadige burgers. Om hun veiligheid en gevoel van veiligheid te vergroten, maakt de bodycam onderdeel uit van de uitrusting van de boa. Deze vorm van cameratoezicht wordt enkel ingezet ter beveiliging van het personeel. Pas op het moment dat een burger agressief of gewelddadig wordt richting een boa, wordt na waarschuwing, de situatie gefilmd met de bodycam. Het college van B en W is verwerkingsverantwoordelijke voor de persoonsgegevens die met de bodycams tot stand komen. De inzet van de bodcyams kent zijn grondslag in het gerechtvaardigde belang (artikel 6, lid 1, onder f, AVG). Op de inzet van de bodycam is onder meer een DPIA toegepast, aan de Ondernemingsraad voorgelegd en is een privacyverklaring4 gepubliceerd.

4. Cameratoezicht verantwoordelijkheid gemeente (niet ingezet)

In dit hoofdstuk een toelichting op de verschillende vormen van cameratoezicht die door de gemeente kan worden ingezet, maar (vooralsnog) niet operationeel is.

4.1 Handhaven milieuzones

Handhaving is een verantwoordelijkheid van de gemeente. Boa’s kunnen door middel van camera’s controleren of de verkeersregels voor milieuzones worden opgevolgd. Deze camera’s kunnen automatisch nummerplaten herkennen door een foto van het kenteken te koppelen aan het kentekenregister van de RDW. Voor deze vorm van toezicht gelden het beleidskader “Digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden” van het Openbaar Ministerie, augustus 2018. Hilversum kent op dit moment geen milieuzones en cameratoezicht vindt voor dit doel daarom niet plaats.

4 https://hilversum.nl/privacyverklaring-bodycams

9

4.2 Parkeerhandhaving scanauto’s

Een scanauto onder verantwoordelijkheid van de gemeente scant kentekens en controleert of parkeergeld is betaald. De scanauto maakt een scan van het kenteken en beelden van de situatie. Daarna volgt een automatische controle in het Nationaal Parkeer Register of parkeergeld betaald is. De scanauto kan ook worden ingezet voor onderzoek naar parkeerdruk of het in kaart brengen van beschikbare parkeerruimte. De inzet van een scanauto voor parkeerhandhaving is in Hilversum nog niet aan de orde. De keuze hiertoe speelt eerst na het volledig invoeren van digitaal kenteken-parkeren.

5. Publiek-privaatrechtelijke samenwerking (niet ingezet)

Indien de gemeente wil samenwerken met private partijen om de veiligheid door middel van cameratoezicht te vergoten, kan er een vorm van publiek-private samenwerking ontstaan. Bepaald moet dan worden of er een gemeentelijk belang en verantwoordelijkheid is. Dat is volgens de Functionaris Gegevensbescherming (FG) al snel aan de orde. In Hilversum vindt deze vorm van publiek-private samenwerking niet plaats.

5.1 Een voorbeeld ter illustratie

Camerabewaking handhaving openbare orde (gemeente) en zaakbescherming (private partij) De beveiliging van een bedrijventerrein is in handen van een stichting. Deze stichting heeft camera’s opgehangen ter beveiliging van haar bedrijventerrein. Op dit bedrijventerrein is ook sprake van wanordelijkheden die de openbare orde verstoren, zoals samenscholing, geluidsoverlast, scheld- en vechtpartijen, bedreigende taal en vandalisme. Daarom wordt door de burgemeester een besluit (in de zin van artikel 151c Gemeentewet) genomen om in datzelfde gebied cameratoezicht ter handhaving van de openbare orde in te zetten en de openbare weg te filmen. In dit geval is zowel het regime van de AVG, Gemeentewet en de Wpg van toepassing. Er zijn twee verwerkingsverantwoordelijken: • de stichting in de zin van de AVG • korpschef van de politie in de zin van de Wpg. Afspraken over de verantwoordelijkheid van de gemeente, politie en van de stichting dienen schriftelijk te worden vastgelegd. De camerabeelden van de bedrijven en ander particulieren zijn persoonsgegevens in de zin van de AVG en vallen onder de verantwoordelijkheid van de stichting. De camerabeelden die worden verwerkt in opdracht van de burgmeester zijn politiegegevens, waarop de Wpg van toepassing is. De korpschef van de politie is de verwerkingsverantwoordelijke voor deze gegevens.

De twee soorten camerabeelden moeten daarom gescheiden worden verwerkt, omdat onder andere de toegangsrechten tot de beelden afwijken. Indien overgegaan wordt tot een publiek-private samenwerking worden de Uitvoeringsregels cameratoezicht handhaving openbare orde gevolgd.

6. Cameratoezicht door derden en verantwoordelijkheid derden

Hieronder een toelichting welke meest voorkomende vormen van cameratoezicht door derden kunnen worden ingezet en waar deze derden zelf verantwoordelijk voor zijn.

6.1 Zaakbescherming door private partij

Ondernemers en bedrijven (hierna: private partijen) kunnen ervoor kiezen om hun privé-eigendommen (gebouwen, terreinen) bezoekers en personeel te beveiligen door middel van cameratoezicht. In principe dient het cameratoezicht beperkt te blijven tot het eigen terrein van het betreffende bedrijf. Wanneer het in beeld brengen van de openbare ruimte onvermijdelijk is voor de beveiliging van personen en goederen die aan hun zorg zijn toevertrouwd, mag dat worden gefilmd.

10

Cameratoezicht in de openbare ruimte in het belang van de handhaving van de openbare orde is, zoals gezegd, uitsluitend voorbehouden aan de burgemeester in de zin van artikel 151c en 172 Gemeentewet. Private partijen kunnen ervoor kiezen om het toezicht te melden bij ‘Camera in Beeld’ van de politie. Dan wil echter niet automatisch zeggen dat het cameratoezicht is toegestaan. Ook in dat geval moet het toezicht worden voldaan de beginselen van de AVG. De camera moet dus goed worden afgesteld en is de verantwoordelijkheid van de private partij. De grondslag voor privaatrechtelijk cameratoezicht is het gerechtvaardigde belang (artikel 6, lid 1, onder f, AVG). Dat betekent dat de belangen van de private partij om zijn zaak te beschermen moeten worden afgewogen tegen de inbreuk van de persoonlijke levenssfeer van werknemers, klanten en bezoekers. Ook mag het cameratoezicht niet op zichzelf staan. Het moet onderdeel zijn van een totaalpakket aan maatregelen (de noodzakelijkheidstoets). Het gebruik maken van cameratoezicht door een private partij behoeft geen goedkeuring vooraf van de gemeente. De toetsing in hoeverre de inzet van die camera's voldoet aan de beginselen van de AVG is voorbehouden aan de Autoriteit persoonsgegevens.

6.2 Particulier gebruik

Ook particulieren, zoals inwoners kunnen camera's gebruiken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan dashcams, slimme deurbellen, mobiele telefoons en drones. Beelden die met behulp van deze camera's worden opgenomen, kunnen door opsporingsdiensten in het kader van een strafrechtelijk onderzoek worden opgevraagd. Een zorgvuldig gebruik van dergelijke camera's is echter een verantwoordelijkheid van de particulier. Zo moet de particulier de camera zo instellen dat alleen de bezittingen van de particulier filmt en niet de openbare weg of het huis en de tuin van de buren. De gemeente houdt hier geen toezicht en handhaving op. Dat is aan de Autoriteit Persoonsgegevens om te toetsen of particulier cameragebruik voldoet aan de AVG. Bij de AP kunnen inwoners terecht voor informatie over de inzet van particulier cameragebruik. Zie hiertoe de website AP particulier cameragebruik. Bij eventuele klachten of zorgen kan ook bij de AP melding worden gedaan over ongewenste vide opnames via klacht melden bij de AP.

6.3 Cameratoezicht door opsporingsdiensten

Opsporingsdiensten zoals politie en OM kunnen verschillende vormen van ‘cameratoezicht ‘ inzetten voor verschillende doeleinden. Bijvoorbeeld laserguns bij verkeerscontroles om de snelheid vast te stellen of camera’s voor kentekenplaatherkenning (ANPR). De politie kan cameratoezicht inzetten op grond van artikel 3 van de Politiewet en het Wetboek van Strafvordering, als daarvoor een concrete aanleiding bestaat. Een bijzondere vorm van camera's die voor opsporing kunnen worden gebruikt, is de inzet van ANPR. Deze camera scant kentekens van voorbijrijdende voertuigen. De gelezen kentekens worden vergeleken met een referentiebestand in een computersysteem. Een referentiebestand is een lijst met kentekens van bijvoorbeeld gestolen auto's of die op naam staan van personen die worden gezocht, boetes open hebben staan of om andere redenen bij de politie bekend zijn. Deze vorm van inzet van camera’s valt altijd onder de verantwoordelijkheid van justitie op grond van artikel 126jj Wetboek van Strafvordering. NB: ongeacht doel en vorm van het cameratoezicht bestaat de mogelijkheid dat op basis van een vordering van de Officier van Justitie camerabeelden kunnen worden gevorderd in het kader van een strafrechtelijk onderzoek.

11

6.4 Publiek- privaatrechtelijke samenwerking

Ook tussen opsporingsdiensten en private partijen kan een publiek-privaatrechtelijk samenwerking ontstaan. Zo kan op een plaatselijke bedrijventerreinen ondernemers voor hun eigen terrein beveiligingscamera’s hebben. De politie surveilleren er en kunnen eigen (ANPR)- camera’s inzetten om criminaliteit op te sporen. Indien het nodig is dat ook in dit gebied cameratoezicht ter handhaving van de openbare orde moet worden ingezet, wordt de gemeente onderdeel van de samenwerking. In dat geval is een besluit van de burgemeester nodig, in de zin van artikel 151c Gemeentewet en worden de Uitvoeringsregels cameratoezicht handhaving openbare orde gevolgd.

7. Voorwaarden cameratoezicht

In aanvulling op het Privacy Beleid 2020-20245 zijn deze voorwaarden van toepassing indien cameratoezicht door de gemeente wordt inzet. Als cameratoezicht wordt ingezet door de gemeente dan worden de voorwaarden gevolgd, zoals in dit hoofdstuk zijn beschreven. Op cameratoezicht die door de burgemeester ter handhaving van de openbare orde wordt ingezet, zijn de Uitvoeringsregels cameratoezicht openbare orde van toepassing.

1. Stel vast wie de verwerkingsverantwoordelijke is

De verwerkingsverantwoordelijke is die partij die - alleen of samen met anderen - beslist wat het doel en de middelen van het cameratoezicht zijn. Bijvoorbeeld het college van B en W die cameratoezicht wil instellen ter beveiliging van de bezoekers en goederen van de gemeentelijke gebouwen. In sommige gevallen is wettelijk bepaald wie de verwerkingsverantwoordelijk is. Bijvoorbeeld bij cameratoezicht ter handhaving van de openbare orde is in de Gemeentewet bepaalt dat de korpschef van de politie de verwerkingsverantwoordelijke is voor de persoonsgegevens die door middel van de beelden worden verwerkt. Als cameratoezicht wordt ingezet ter beveiliging van gemeentelijke eigendommen, gebouwen, personeel en bezoekers of bij het inzetten van camera’s ten behoeve van verkeersonderzoeken is het college van B en W de verwerkingsverantwoordelijke.

2. Stel vast of sprake is van een publiek-private samenwerking

Als de gemeente met private partijen gaat samenwerken, wordt getoetst of sprake is van een publiek-private samenwerking. Bepaald moet dan worden of er een gemeentelijk belang en verantwoordelijkheid is. Dat is volgens de Functionaris Gegevensbescherming (FG) al snel aan de orde. Indien sprake is van een publiekprivate samenwerking - hoe breed of hoe smal deze dan ook is - worden schriftelijke afspraken gemaakt over verantwoordelijkheden. In ieder geval heeft de gemeente een voorlichtende rol. Bijvoorbeeld dat het cameratoezicht niet mag strekken tot het filmen van de openbare ruimte als dat niet onvermijdelijk is en dat de Autoriteit Persoonsgegevens de toezichthouder is op het cameratoezicht die door de private partij wordt ingezet. Verder worden schriftelijke afspraken gemaakt over de toegang en de gescheiden opslag van de beelden als ook cameratoezicht ter handhaving van de openbare orde wordt ingezet. Daarmee wordt duidelijk waar de scheiding van de verantwoordelijkheden liggen. De Uitvoeringsregels cameratoezicht handhaving van de openbare orde worden gevolgd als cameratoezicht voor dit doel t.b.v. de samenwerking wordt ingezet.

3. Bepaal de doeleinden van de inzet van een camera

Benoem expliciet de hoofd- en nevendoelen van het cameratoezicht, zodat er geen twijfel bestaat waarvoor een camera wordt ingezet. Voor de gemeente is de inzet van camera’s voor publiekrechtelijke doeleinden 5 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2020-79660.html

12

altijd gerelateerd aan de wettelijke taak. Bijvoorbeeld voor het uitvoeren van verkeersonderzoek op basis van de Wegenverkeerswet 1994. Een ander doel kan zijn de beveiliging van personen, gebouwen, terreinen, zaken en productieprocessen die aan de zorg van de verantwoordelijke zijn toevertrouwd. Dit kan zowel gelden voor private partijen als voor overheidsorganisaties. In de meeste gevallen heeft cameratoezicht ook als doel om bij aangifte van diefstal, braak of vernieling de beelden te verstrekken aan de politie, zodat de beelden kunnen worden gebruikt om de daders op te sporen of schade af te wikkelen. Ook kunnen beelden worden opgevraagd door middel van een vordering van het Openbaar Ministerie (OM) in het kader van een opsporingsonderzoek. Doelbinding (verdere verwerking)

Persoonsgegevens die door middel van het cameratoezicht worden verkregen mogen niet worden gebruikt voor andere onverenigbare doelen. Bijvoorbeeld door medewerkers aan te spreken op hun functioneren op basis van beelden van beveiligingscamera’s. Het gebruik van beelden van beveiligingscamera’s van gemeentelijke gebouwen voor het controleren van het functioneren van werknemers is onverenigbaar met het oorspronkelijke doel. Zo is er geen enkele verwantschap met het doel van de cameraobservaties, namelijk het waarborgen van de veiligheid van de klant, werknemers en het voorkomen van braak en diefstal. Samen met de privacy officer wordt bepaald of sprake is van verenigbaarheid en eventueel ter advies aan de FG voorgelegd.

4. Stel vast of een DPIA aan de orde is

Het instellen van cameratoezicht vereist een zorgvuldige voorbereiding. Voorafgaand aan de inzet van het cameratoezicht wordt getoetst of een Data Protection Impact Assessment (DPIA) verplicht is. Met een DPIA worden vooraf mogelijke privacy risico’s in kaart gebracht en beheersmaatregelen getroffen om deze risico’s weg te nemen of te beperken. Hierdoor kan de verantwoordelijke de negatieve gevolgen die het cameratoezicht met zich mee kunnen brengen voor de betrokkene, maar ook voor hemzelf, zo veel mogelijk beperken. Deze toetsing vindt plaats aan de hand van het Besluit inzake lijst van verwerkingen van persoonsgegevens waarvoor een DPIA verplicht is, van de Autoriteit Persoonsgegevens6. Bij cameratoezicht ter handhaving van de openbare orde is een DPIA verplicht en ook de politie aan zet voor de uitvoering hiervan. De gemeente en de politie dienen dit samen uit te voeren - gelet op de onderlinge verhoudingen. Voor de overige vormen van gemeentelijk cameratoezicht wordt samen met de privacy officer in kaart gebracht of een DPIA nodig is. Betrek stadspanel data bij uitvoering van een DPIA

Om een volledig beeld van de impact van het beoogede cameratoezicht te krijgen waar de gemeente een verantwoordelijkheid in heeft, is de mening van de betrokkene of zijn vertegenwoordiger nodig. Dat is wettelijk bepaald in artikel 39, lid 5, AVG. Cameratoezicht toepassingen kunnen van invloed zijn voor de burger in de openbare ruimte. Daarom wordt in de gemeente Hilversum bij in de inzet van cameratoezicht in de publieke ruimte het Stadspanel Data betrokken, bijvoorbeeld bij de inzet van de bodycams en bij verkeersonderzoeken. Samen met de privacy officer wordt bepaald in hoeverre het stadspanel betrokken moet worden.

6 https://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/zelf-doen/data-protection-impact-assessment-dpia#voor-welke-

soorten-verwerkingen-is-het-uitvoeren-van-een-dpia-verplicht-6667

13

5. Stel vast op welke grondslag een camera wordt ingezet

De verwerking van persoonsgegevens door middel van een camera mag alleen plaatsvinden indien daar een grondslag in de zin van AVG aanwezig is. Artikel 6 AVG noemt zes grondslagen. Voor de inzet van cameratoezicht door de gemeente is dat of de uitvoering van een publiekrechtelijke taak (artikel 6, lid 1, onder e, AVG) of een gerechtvaardigd belang (artikel 6, lid 1, onder f, AVG). De publiekrechtelijke taak kan bijvoorbeeld blijken uit de Wegenverkeerswet 1994 waarin is bepaald dat verkeersonderzoek met behulp van camera’s een taak van de gemeente is, voor bijvoorbeeld de inzet van de bodycams is dat het gerechtvaardigde belang. Stel vast dat de inzet van cameratoezicht noodzakelijk is

Naast de grondslag moet de inzet van een camera noodzakelijk zijn om de gestelde doeleinden te kunnen realiseren. Hierbij moeten de belangen van de betrokkene worden meegewogen ten opzichte van het gerechtvaardigde belang van de organisatie. Op deze belangen mag namelijk geen onevenredige inbreuk worden gemaakt op de persoonlijke levenssfeer in verhouding tot de gestelde doeleinden (proportionaliteit). Als de doeleinden bovendien op een andere wijze kunnen worden verwezenlijkt die minder nadelig is voor de betrokkene, dan is het betreffende cameratoezicht niet toegestaan (subsidiariteit). Bijvoorbeeld omdat zaakbescherming ook bereikt kan worden met een slagboom of extra surveillance. Ook moet de noodzaak het gehele verwerkingsproces aanwezig zijn. Dat betekent dat de verwerkingsverantwoordelijke regelmatig moet evalueren of het cameratoezicht nog steeds noodzakelijk is, bijvoorbeeld door het uitvoeren van een DPIA. Voorbeeld noodzakelijk

Op een gemeentelijke parkeerplaats worden ’s nachts vaak auto’s vernield. De gemeentelijke parkeerplaatshouder heeft reeds een hek om de parkeerplaats geplaatst, extra verlichting aangebracht en een beveiligingsbeambte laten surveilleren. Deze maatregelen blijken echter onvoldoende. Daarom wordt besloten tot het inzetten van cameratoezicht. Deze camera’s staan alleen aan gedurende de nachtelijke uren. Hiermee is de proportionaliteit en subsidiariteit aangetoond.

6. Stel vast welk soort camera of softwaretechniek nodig is.

De ene camera of softwaretechniek kan een grotere inbreuk op de persoonlijke levenssfeer maken dan de andere. Ook hierbij moeten de belangen van de betrokkenen worden meegewogen (proportionaliteit en subsidiariteit). Drones en mobiele camera’s maken een grotere inbreuk op de privacy dan nagelvaste /statische camera’s. Daarnaast dien rekening te worden gehouden met het bereik van de camera. De techniek moet het mogelijk maken dat de doeleinden van het cameratoezicht wordt bereikt. Bij zaakbescherming is het dus niet de bedoeling dat de camera’s de gehele openbare ruimte kan filmen.

7. Stel vast hoe de beelden adequaat beveiligd worden.

Maak voor de informatiebeveiliging gebruik van algemeen geaccepteerde beveiligingsstandaarden, bijvoorbeeld versleuteling middels encryptie. Controleer vervolgens periodiek of de beveiligingsmaatregelen daadwerkelijk zijn getroffen en worden nageleefd. Bepaal hierbij wie toegang heeft tot de beelden. Dit is afhankelijk van de functie en de aard van de gegevens en de doeleinden van het cameratoezicht. Hieronder kunnen ook de mensen vallen die onderhoudswerkzaamheden van de camera-installatie verrichten. De activiteiten die met de beelden worden uitgevoerd dienen te worden gelogd, evenals pogingen van anderen om ongeautoriseerd toegang te krijgen. Evalueer tevens periodiek, bijvoorbeeld door een DPIA of de getroffen beveiligingsmaatregelen (technisch en organisatorisch) nog voldoende zijn. Waar nodig worden de beveiligingsmaatregelen aangepast.

14

Voorbeeld onvoldoende beveiliging:

IP-camera’s maken gebruik van het Internet-Protocol om camerabeelden te streamen via internet. Indien de toegangsbeveiliging tot deze camerabeelden niet goed is geregeld, is het mogelijk dat eenieder de beelden via internet kan bekijken (hetgeen een datalek is). Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn ingeval het standaardwachtwoord van de camera, zoals is ingesteld door de fabriek, niet wordt gewijzigd.

8. Bepaal of sprake is van een verwerker(sovereenkomst)

Een verwerker is degene die ten behoeve van de verantwoordelijke persoonsgegevens verwerkt, zonder aan zijn rechtstreeks gezag te zijn onderworpen (artikel 4, onder 8, AVG). Daar waar een hiërarchische verhouding tot de verantwoordelijke staat, is sprake van (intern) beheer. De verwerker heeft nooit zeggenschap over de gegevens. Hij maakt dus geen beslissingen over het gebruik van de gegevens, de verstrekking aan derden, de duur van de opslag et cetera. Indien de verantwoordelijke een verwerker inschakelt, dan moeten schriftelijke afspraken in een zogenoemde verwerkersovereenkomst worden vastgelegd. Voorbeeld verwerker

Bijvoorbeeld de gemeente hangt die camera’s op ter beveiliging van het gemeentelijke gebouw, eigendommen en personeel. De gemeente laat de beelden uitkijken door een extern bedrijf en moet een verwerkersovereenkomst laten ondertekenen waarin expliciet is opgenomen wat dit externe bedrijf met de camerabeelden mag doen.

9. Stel vast dat de beelden niet langer dan strikt noodzakelijk worden bewaard

In het algemeen geldt dat gegevens niet langer mogen worden bewaard dan noodzakelijk is voor de verwerkingsdoeleinden. Voor cameratoezicht ten behoeve van privaatrechtelijke doeleinden noemt de AVG geen specifiek bewaartermijn. De Autoriteit Persoonsgegevens geeft als richtlijn maximaal vier weken, dan wel tot een geconstateerd incident is afgehandeld. Uiteraard zullen er ook gevallen zijn dat de beelden niet langer bewaard hoeven te worden dan de maximale bewaartermijn. In dat geval moeten ze eerder vernietigd worden.

10. Cameratoezicht is kenbaar en transparant

Het adequaat informeren van de betrokkenen over de inzet van cameratoezicht is een belangrijk instrument om de gegevensverwerking transparant te maken. Bijvoorbeeld door bij de ingang van een gemeentelijk gebouw een duidelijk bord te plaatsen met een symbool van een camera. Onderzocht wordt in hoeverre rekening gehouden kan worden met visueel beperkten. Op een bedrijventerrein moet ook duidelijk zijn aangegeven wie de verantwoordelijke is voor het cameratoezicht. Cameratoezicht ter handhaving van de openbare orde wordt kenbaar gemaakt door middel van borden aan de randen van het cameragebied. Verder wordt de betrokkene geïnformeerd door reglementen en protocollen over de inzet van cameratoezicht dat wordt gepubliceerd. De camera’s die door de gemeente in de openbare ruimte wordt ingezet, wordt daarnaast opgenomen in het camera- en sensorregister.

11. De betrokkene kan zijn rechten kan uitoefenen

De betrokkenen hebben diverse rechten jegens de verantwoordelijke die camerabeelden van hen maakt. Zo hebben de betrokkenen bijvoorbeeld recht op inzage van hun persoonsgegevens en kunnen zij de verantwoordelijke in bepaalde gevallen verzoeken om hun gegevens te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen of af te schermen. De van toepassing zijnde wettelijke regelingen kunnen hierover nadere regels stellen. Bijvoorbeeld als een inwoner inzage wil hebben in de camerabeelden die ter handhaving van de openbare orde worden ingezet, dient hij zijn verzoek aan de politie te richten. Inwoners met vragen en klachten over gemeentelijk cameratoezicht kunnen terecht bij de Functionaris Gegevensbescherming via fg@hilversum.nl of bij de privacy officer via privacy@hilversum.nl. 15

12. Cameratoezicht wordt opgenomen in het register van de verwerkingsactiviteiten

Van belang is dat het cameratoezicht wordt opgenomen in het register van de verwerkingsactiviteiten (hierna: register). Het register is in beheer bij het Privacy en Informatieveiligheid Team (PIT) en de verwerking wordt dan ook aan het PIT gemeld via privacy@hilversum.nl.

8. Toezicht en handhaving cameratoezicht

De Functionaris Gegevensbescherming (FG) is de toezichthouder van cameratoezicht die onder verantwoordelijkheid van de gemeente wordt ingezet. Bijvoorbeeld bij de inzet van de bodycams of bij zaakbescherming van de gemeentelijke gebouwen of indien sprake is van een publiek-private samenwerking. De burgmeester is bevoegd om overtredingen van wettelijke voorschriften die betrekking hebben op de openbare orde, te beletten of te beëindigen (artikel 172, lid 2, Gemeentewet). Zo kan de burgmeester optreden ingeval de bepalingen van de APV worden overtreden door inzet van het cameratoezicht door private organisaties als de openbare ruimte te veel wordt gefilmd. De burgemeester heeft echter geen actieve handhavingsplicht. Dat is altijd aan de AP. Daar waar het gaat om gebruik van camera’s door derden, is het niet de Gemeente die toeziet op de juiste naleving van de Avg en eventueel handhavend optreedt. Dat is voorbehouden aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Bij AP kan een klacht worden ingediend, indien men van mening is dat cameratoezicht in overtreding met wet- en regelgeving wordt ingezet7. Zij kan handhavend optreden in geval van overtreding van de wet- en regelgeving waar overheden, bedrijven en instellingen zich aan moeten houden. De AP kan een boete opleggen van maximaal 20 miljoen euro of 4% van de wereldwijde jaaromzet als dit cijfer hoger is.

7 https://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/zelf-doen/gebruik-uw-privacyrechten/klacht-melden-bij-de-ap

16

FG-advies Aan: het gemeentebestuur Van: de functionaris gegevensbescherming Betreft: aanbevelingen voor gespreksvoering over camera’s Datum: 9 september 2022 Versie: 1.1

Doel Gebruik van camera’s door de gemeente mondt gemakkelijk uit in privacydiscussies. Met dit advies lever ik graag een bijdrage door te verduidelijken wanneer camera’s volgens de privacywetgeving problematisch zijn, en wanneer niet. Deze notie bevat: • Drie aanbevelingen voor goed gesprek • Verdere toelichting

Inleiding Praten over camera’s hangt samen met de bredere vraag: wat voor gemeente wilt u in digitaal opzicht zijn in 2035? In hoeverre passen camera’s bij de gemeentelijke visie op de toekomst en kernwaarden? Het antwoord is aan u, en bevindt zich ergens in het spectrum tussen het zijn van een volledig cameraloze gemeente tot aan ‘Chinese toestanden’. Hierbinnen positie nemen is een keuze. Maar die keuze dient wel te passen in het huidige tijdsgewricht. Camera’s zijn nu eenmaal breed verkrijgbaar, ze bestaan in soorten en maten, en worden overal gebruikt. Er zitten er zelfs meerdere in je mobiele telefoon. Ook uw gemeente heeft op technologische en maatschappelijke in te spelen. Tegelijk mag je verwachten dat cameraoplossingen nuttig zijn. 1e aanbeveling Mijn eerste aanbeveling is daarom om te praten over het nut van een specifieke cameratoepassing. Wat kan het precies en waarom heeft dat de voorkeur boven andere oplossingen? Degene die daarover gaat, de eigenaar (zie hierna), moet dat kunnen uitleggen.

Privacybescherming Zoals met alles, hebben camera’s ook nadelen. Meestal denken we meteen aan privacyrisico’s. Hoe terecht is dat?

2/8

In de afgelopen decennia is er veel over privacy gediscussieerd en nagedacht. Dat heeft zowel geresulteerd in afspraken over hoe je privacy beschermt, als de norm ‘wat is privacy en wat is privacybescherming?’. Sinds 2016 bepalen EU-verordening 2016/679 (de AVG) en EU-richtlijn 2016/680 het antwoord en, daarachter, het EU-handvest Grondrechten. Op nationaal niveau zijn er vervolgens nog andere wetten en regelingen om rekening mee te houden. Maar omdat EU-recht prevaleert, schrijf ik deze notitie naar Europees recht. Dat maakt het meteen ook overzichtelijker. Althans; over cameragebruik door gemeenten bevat de Gemeentewet een bijzondere bepaling, artikel 151c, die specifieke aandacht verdient. Ook daarover daarom hierna meer. Meest belangrijk op dit punt, is om bij gesprekken over camera’s de volgende tweedeling voor ogen te houden: • De AVG beschermt tegen onverantwoord gebruik van camerabeelden die worden gemaakt voor particuliere en bestuurlijke doelen (beeldverwerking in privaatrechtelijke en bestuurlijke informatieketens). • Richtlijn 2016/680 – in Nederland vooral bekend als de Wet politiegegevens – beschermt tegen te gemakkelijke verkrijging of gebruik van camerabeelden voor opsporing en vervolging van strafbare feiten, en bestraffing (beelden die bestemd zijn voor de justitieketen).

Die tweedeling is terug te voeren op de lessen die nationaal en internationaal zijn getrokken uit de periode 1939-1945, en werden verankerd in mensenrechtenverdragen, waar de AVG en Richtlijn 2016/680 direct mee in verband staan. Om voortaan de rechtsstaat te waarborgen, is door middel van dubbele EU-wetgeving voorzien in twee gescheiden werelden – ieder met zijn eigen spelers (scheiding van machten). Nederlandse gemeenten vallen voornamelijk onder het regime van de AVG. Maar daar waar een gemeente bijzondere opsporingstaken heeft (denk bijvoorbeeld aan het werk van de leerplichtambtenaar), geldt toch ook Richtlijn 2016/680. Evengoed heeft in deze wereld het gemeentebestuur het voor het zeggen. In de opsporingswereld ligt de zeggenschap voornamelijk bij de korpschef of het college van procureurs-generaal. Dat het twee gescheiden werelden zijn, wil niet zeggen er geen onderlinge uitwisseling van informatie mogelijk is, maar dat moet voldoen aan strenge voorwaarden. Zie voor de regelingen op dit vlak in de eerste plaats het Wetboek van strafvordering, maar ook het al aangehaalde artikel 151c Gemeentewet. Daarnaast zijn er zijn er nog enkele ministeriële regelingen in verband met bijzondere opsporingsbevoegdheid.

In gesprekken over camera’s blijft de tweedeling echter vaak onderbelicht, waardoor camera’s voor particuliere en bestuurlijke doelen gemakkelijk over één kam geschoren worden met opsporingscamera’s (‘je wordt in de gaten gehouden’). Maar is dat wel zo? Een particuliere beveiligingscamera houdt in de regel niet joù in de gaten. Neem bijvoorbeeld camera’s voor beveiliging van een tankstation. Pas als je wegrijdt zonder te betalen, is het aannemelijk dat camerabeelden worden gebruikt om je te achterhalen. Zolang dat niet speelt, worden beelden al snel weer gewist door ze met nieuwe beelden te overschrijven, bijvoorbeeld na 48 uur.

3/8 e

2 aanbeveling Bespreek het primaire doel van een cameratoepassing. Hoe werkt de camera? Wie heeft toegang tot de beelden. Wat gebeurt er mee? Met wie worden ze gedeeld? – Camera’s voor particulier gebruik zijn meestal bedoeld voor beveiliging (gebouwen, persoonsbeveiliging, balies, terreinen), communicatie – denk aan thuiswerken en nieuws of herinneringen voor later. – Camera’s voor bestuurlijk gebruik ondersteunen een gemeentelijke taak op het gebied van dienstverlening, openbare orde, belastingheffing). Typische voorbeelden zijn camera’s om het straatbeeld te monitoren, verkeersdoorstroming, de camera’s voor controles op betaling van parkeerbelasting of camera’s voor ruimtelijke inrichting of bijvoorbeeld vaststelling van WOZwaarde. – Camera’s in het domein van Richtlijn 2016/680 mogen alleen worden ingezet op basis van opsporingsbevoegdheid. Typische voorbeelden zijn camera’s voor verkeersovertreding, camera’s op plekken waar ernstige ordeverstoring worden verwacht, verborgen camera’s voor opsporingsonderzoek, infraroodcamera’s tegen hennepkwekers, enzovoorts.

Passende waarborgen Door voorschriften uit de AVG en Richtlijn 2016/680 te volgen (beide weten zijn vooral een handboek als je door de wetgevingstaal heen leest), krijg je cameratoepassingen die met allerlei privacywaarborgen zijn omkleed. Films of boeken zoals 1984, The Circle, Enemy of The State en Minority Rapport of Weapons of Math Destruction zetten terecht aan het denken. Maar bij goede toepassing van de AVG en Richtlijn 2016/680 hoef je niet bang te zijn voor de scenario’s die ze schetsen. Tenminste; we zijn nog in afwachting van de nieuwe EU-wet voor bescherming tegen algoritmes. Maar op basis van de AVG en Richtlijn 2016/680 komen we ook al een eind. Als uitvloeisel van de AVG en Richtlijn 2016/680, is het vast beleid volgens het gemeentelijk privacybeleidskader, óók ten aanzien van cameratoepassingen: 1. dat er privacyrisico-analyses worden uitgevoerd (DPIA’s); 2. er bijpassende beschermingsplannen worden opgesteld (procesplannen); 3. deze daadwerkelijke worden uitgevoerd (managementverantwoording); 4. op daadwerkelijke bescherming worden gecontroleerd (zo nodig zelfs audits) 5. en worden geëvalueerd op doelmatigheid en doeltreffendheid (behoorlijk bestuur). De DPIA-fase is meteen ook het moment voor inspraak. Onbeschermde cameratoepassingen komen, als het goed is, dan ook niet voor.

3e aanbeveling Besteed vooral aandacht aan de specifieke privacywaarborgen waarmee een cameratoepassing is omkleed. Vergeet hierbij ook niet hoe het zit met de algemenere waarborgen: informatieverstrekking, waar mensen terecht voor uitoefening van rechten (recht op uitleg, inzage, correctie, …), het meldpunt datalekken en de FG-ombudsregeling bij klachten.

4/8

Verantwoordelijk Degene die voor dit alles verantwoordelijk is, is degene met de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid; de eigenaar. Hij moet niet alleen het waarom van een cameratoepassing kunnen uitleggen maar vooral ook hoe het precies geregeld is met de privacybescherming. • Bij gemeentelijke camera’s voor particulier gebruik ligt het eigenaarschap bij het dagelijks bestuur van de gemeenteorganisatie. • In de bestuurlijke sfeer en waar Richtlijn 2016/680 speelt, ligt het eigenaarschap bij het verantwoordelijke bestuursorgaan, dus het college, de burgemeester of de raad. De eigenaar wordt hierin bijgestaan door het management (‘proceseigenaarschap’), het privacyondersteuningsteam, eventueel andere stafafdelingen en concerncontrol. Waar passend komt er zelfs een externe auditor aan te pas om te controleren of ook inderdaad volgens afspraak privacybeschermende maatregelen zijn genomen. Momenteel speelt dit in het kader van Richtlijn 2016/680 (de WPG-audits).

Toetsing aan de wet De toetsing of bij een cameratoepassing de AVG of Richtlijn 2016/680 naar behoren zijn nageleefd, is uiteindelijk aan de FG – wat neerkomt op een keuring. Landelijk wordt gewerkt aan de mogelijkheid dat ook erkende expertisebureaus zulke keuringen mogen doen. Dat zou op termijn betekenen dat cameratoepassingen van een wettelijk certificaat en keurmerk kunnen worden voorzien. Toetsing van een specifieke cameratoepassing heb ik voor uw gemeente nog niet gedaan. Maar om een indruk te geven, komt deze beoordeling van de Hilversumse druktemeter meest dicht in de buurt.

Sergej Katus __________ Mr. S.H. Katus Functionaris gegevensbescherming fg@pmpartners.nl www.pmpartners.nl

5/8

Verdere toelichting Hoever gaat het recht op privacy? Privacy wordt vaak omschreven als het recht om met rust te worden gelaten. Maar dat is een ideaal. Juridisch bestaat dit recht niet – tenminste, niet letterlijk en ook niet zo absoluut. Het recht op privacy ligt dus genuanceerder. Zonder hier een verhandeling over grondrechten te houden, merk je dat meteen al aan de juridische benaming van het recht op privacy: het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Dat is vooral iets fysieks, maar hangt ook samen met informatieverwerking. Om er beter gevoel bij te krijgen, is een gemakkelijke vuistregel dat de privacy van je woning absoluter is dan privacy op je werk of op straat. In je woning moet je je ongezien kunnen terugtrekken of bezoek ontvangen, terwijl je op het werk en op straat weet dat je gezien wordt. Toch bestaan er ook de bevoegdheden om zelfs woningen te betreden, te observeren of af te luisteren als daar goede reden voor is. Dat is allemaal streng gereguleerd en dat is óók privacybescherming. Als op straat een camera hangt, word je – afhankelijk van de werking van het camerasysteem – in principe ook door die camera ‘gezien’. Of dat ook meteen een privacyprobleem is, hangt er maar vanaf.

Je privacyrisico De AVG en Richtlijn 2016/680 ‘slaan aan’ als met een camera beelden worden gemaakt waardoor de gemeente of een derde, jou zonder onevenredig veel moeite zal of kan identificeren. Zie voor dit criterium artikel 4.1, 25 en overweging 26 AVG. En artikel 3.1, 20 en overweging 21 Richtlijn 2016/680. Naar voormalig privacyrecht noemen we dit vaak ‘herleidbaarheid’. •

Bij de ene cameratoepassing is de kans op identificatie theoretisch (‘de Chinezen’ – hoe groot is werkelijk de kans dat iemand in China zodanig geïnteresseerd is wie zich in het winkelgebied bevindt dat hij er geld, tijd en energie voor over heeft om je te identificeren, om daar vervolgens in te slagen?). Of zelfs 100% onmogelijk.

•

Bij de andere cameratoepassing is de kans op identificatie reëel genoeg of is dat ook helemaal de bedoeling. Pas in deze categorie classificeren de beelden zich als ‘persoonsgegevens’. Ze hebben betrekking op jou, zeggen iets over jou en je bent geïdentificeerd of identificeerbaar.

Toch is zelfs identificeerbaarheid nog niet meteen een privacyrisico. Dat wordt het pas als een cameratoepassing niet voldoet aan dé twee kerneisen in zowel de AVG als Richtlijn 2016/680: (a) dat de cameratoepassing rechtmatig is; en (b) met passende waarborgen is omkleed. Pas als aan één of beide voorwaarden niet is voldaan, kun je spreken van schending van de privacywetgeving. Het privacyrisico is de waarschijnlijkheid dat je hierdoor schade ondervindt. Om dat risico te duiden, hanteert de gemeente het classificatiesysteem volgens de ‘Schaal van Erg’. Zie hiervoor het gemeentelijk privacybeleid, en ook overweging 76 AVG / overweging 52 Richtlijn 2016/680.

6/8

Privacy by design Een typisch risico van bewakingscamera’s is dat beelden onjuist worden geïnterpreteerd, waardoor je ten onrechte met iets in verband wordt gebracht zoals een verdenking. Of dat je woning zonder geldige reden in de gaten gehouden wordt, wat werkelijk een inbreuk op je persoonlijke levenssfeer inhoudt. Want de privacy van je woning – zoals eerder aangegeven – telt immers extra zwaar. Dit zijn maar twee voorbeelden. Of en met welke privacyrisico’s rekening moet worden gehouden, valt alleen maar per cameratoepassing te beoordelen. Het is daarom wezenlijk om goede risicoanalyses uit te voeren in de vorm van data protectie impact assessments (DPIA’s). ‘Met passende waarborgen omkleed’, wil zeggen dat aan de hand van zo’n DPIA vervolgens in passende oplossingen is voorzien om de geconstateerde risico’s tegen te gaan. De cameratoepassing voldoet dan aan de eisen van ‘privacy by design’ (zie artikel 25 AVG / artikel 20 Richtlijn 2016/680). Privacy by design kan zo ver gaan dat een cameratoepassing in hoge mate anonimiteit garandeert. De camera’s lijken op camera’s maar ze zijn het eigenlijk niet. Bijvoorbeeld de camera van de slagboom van een parkeergelegenheid die bij het wegrijden automatisch open gaat.

Als dat technisch zo is aangepakt dat het parkeersysteem uitsluitend werkt op basis van kentekenherkenning (de camera filtert al het andere weg), is dat een toonvoorbeeld van privacy by design. In het jargon moet ik eigenlijk spreken van ‘sterke pseudonimisering’ maar de strekking is dat je anoniem parkeert en wegrijdt – voor het systeem volstaat de wetenschap dat je betaald hebt.

Eigenaarschap Alles staat of valt met ‘goed eigenaarschap’, dat wil zeggen de regievoering door de eigenaar op passende waarborgen en duurzame beheer ervan, en zijn vermogen om hierover verantwoording af te leggen. Wettelijk heet dat ‘de verantwoordelijkheid/plicht van de verwerkingsverantwoordelijke’. Zoals al aangegeven; het eigenaarschap voor verwerking van persoonsgegevens voor particuliere doelen ligt bij het dagelijks bestuur (degene die uiteindelijk beslist door vaststelling van doel en middelen). Het eigenaarschap in de bestuurlijke sfeer of bij opsporing, ligt bij het bestuursorgaan, de overheidsinstantie of autoriteit waaraan de taak is opgedragen. Zie artikel 4.7 en artikel 24 e.v. AVG, artikel 4.8 en 20 e.v. Richtlijn 2016/680, evenals de uitleg over expliciete en impliciete verwerkingsverantwoordelijkheid in EU-richtsnoeren 07/2020. Eigenaarschap is naar zijn aard niet af te wentelen op een ander, omdat het onlosmakelijk verbonden is met het particuliere of publieke belang dat wordt nagestreefd, zoals bedrijfsveiligheid, goed werkgeverschap, milieubeheer, wonen, werken, sociale zaken, re-integratie enzovoorts. Specifiek toegepast op camera’s, is het besluit om ze in te zetten, automatisch gekoppeld aan de verantwoordelijkheid om daar dan ook goed eigenaarschap over te betrachten.

Vergeet niet dat het in de kern gaat om de bescherming van grondrechten – dus de bestuurlijke borging dát je bescherming van grondrechten duurzaam wordt gegarandeerd. In de praktijk wordt eigenaarschap nog wel eens verward met operationele zeggenschap. Dat is problematisch omdat daardoor vaak het eigenaarschap waar het in deze handreiking over gaat, niet meer wordt gevoeld. Bij operationele zeggenschap gaat het er om wie in de uitvoering de gegevensverwerking aanstuurt, dus de manager. Of bij uitbesteding, de uitvoeringsorganisatie (vestiging ‘verwerkerschap’ – zie artikel 28 AVG / 22 Richtlijn 2016/680). Het eigenaarschap waar het in deze notitie over gaat is het bestuurlijk eigenaarschap en de bestuurlijke regievoering (good governance). Sinds jaar en dag (TK 1997-1998, 25892, p. 57) ligt die

7/8

opdracht – naar gelang de bevoegdheidsverdeling – bij het college, de burgemeester of de raad. Onder de AVG en Richtlijn 2016/680 is dat des te meer het geval. Vandaar nu ook het recht van iedere gedupeerde op volledige schadevergoeding bij gebrekkig eigenaarschap volgens artikel 82 AVG / 56 Richtlijn 2016/680, en bestuurlijke boete c.q. bestraffing volgens artikel 83 AVG / 57 Richtlijn 2016/680.

Artikel 151c-camera’s Camera’s zijn er in soorten en maten. Uit het voorgaande komt naar voren dat er pas iets zinnigs over camera’s valt te zeggen als zowel de eigenschappen als het eigenaarschap voldoende duidelijk zijn – waarbij het vooral gaat om de vraag hoe camerabeelden nou eigenlijk worden verwerkt, en waar ze verder nog terecht komen. De meest spannende camera’s die een gemeente mag inzetten, zijn de camera’s volgens artikel 151c Gemeentewet. Het lijken politiecamera’s omdat ook de politie er aan te pas komt, maar zijn dat juist niet omdat ze onder gemeentelijk gezag staan (en daarmee ook uitsluitend onder gemeentelijk gezag, zie artikel 29 AVG / 23 Richtlijn 2016/680). Ze zijn specifiek bedoeld voor situaties waarin ernstige verstoring de openbare orde speelt of dreigt te spelen in de vorm van overlast, geweld of criminaliteit. Logischerwijs zijn ze ook in te zetten voor de bewaking van de publieke veiligheid bij evenementen (discretionaire bevoegdheid). Hoe dan ook, artikel 151c-camera’s zijn geen opsporingsmiddel maar zijn in eerste instantie instrumenteel voor de handhaving van de openbare orde, en dat is een bestuurlijke taak (artikel 172 Gemeentewet). Tegelijk legitimeert artikel 151c dat beelden ook voor opsporing en vervolging mogen worden gebruikt.

Daarmee worden de werelden van de AVG en Richtlijn 2016/680 aan elkaar gekoppeld – alleen dan wel volgens een specifiek protocol. • Groen gemarkeerd de stappen van het protocol • Blauw gemarkeerd hoe rechtmatige inzet van artikel 151c-camera’s ontstaat • Geel gemarkeerd waaruit blijkt wie de eigenaar is (de verwerkingsverantwoordelijke, zie hiervoor) • In vet overige wettelijke privacywaarborgen Artikel 151c Gemeentewet 1. De raad kan bij verordening de burgemeester de bevoegdheid verlenen om, indien dat in het belang van de handhaving van de openbare orde noodzakelijk is, te besluiten om voor een bepaalde duur camera’s in te zetten ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats (…). 2. De burgemeester besluit (…): a. binnen welk gebied, bestaande uit openbare plaatsen of andere voor een ieder toegankelijke plaatsen (…) camera’s worden ingezet; b. voor welke duur de gebiedsaanwijzing plaatsvindt. 3. De burgemeester stelt, na overleg met de officier van justitie in het [driehoeksoverleg], (…), de periode vast waarin (…) daadwerkelijk gebruik van de camera’s plaatsvindt en de met de camera’s gemaakte beelden in elk geval rechtstreeks worden bekeken. 4. De burgemeester bedient zich bij de uitvoering (…) van de onder zijn gezag staande politie. 5. De burgemeester trekt het besluit (…) in zodra de inzet van camera’s niet langer noodzakelijk is (…). 6.

De aanwezigheid van camera’s als bedoeld in het eerste lid is op duidelijke wijze kenbaar voor een ieder die het gebied (…) betreedt. 7. Met de camera’s worden uitsluitend beelden gemaakt van een openbare plaats (…).

8/8

8. Ten behoeve van de handhaving van de openbare orde worden in het kader van het toezicht [op een openbare plaats] (…) gegevens verwerkt. 9. De verwerking van [deze] gegevens (…) is een verwerking als bedoeld in [Richtlijn 2016/680], met dien verstande dat (…) vastgelegde beelden na ten hoogste vier weken worden vernietigd [tenzij] (…) er concrete aanleiding bestaat te vermoeden dat die gegevens noodzakelijk zijn voor de opsporing van een strafbaar feit, [en deze] ten behoeve van de opsporing (…) worden verwerkt. (…)

Het eigenaarschap van de burgemeester eindigt wanneer alle beelden ook weer zijn vernietigd. Bezien vanuit de AVG, is het gebruik van openbare orde-beelden voor opsporingsonderzoek een vorm van verdere verwerking in de zin van artikel 6.4 AVG. De politiemensen die het feitelijke werk doen, leent de burgemeester in. Volgens het gemeentelijk beleidskader wijst hij voor de dagelijks aansturing daarvoor een manager aan die onder zijn gezag staat (‘proceseigenaar’). Bij het delen van de beelden met het OM (en wellicht ook met de politie in het kader van breder opsporingsonderzoek), ontstaat aan verkrijgingszijde automatisch nieuw eigenaarschap. De burgemeester is bij rechtmatige verstrekking niet meer verantwoordelijk voor wat er verder nog met de beelden wordt gedaan. Voor opsporingsonderzoek en rechtmatige verstrekking is vereist dat de beelden iets zeggen over strafbare feiten. Want pas onder die voorwaarde kan er sprake zijn van een verwerking in de zin van Richtlijn 2016/680. Wat dat betreft, behoeft het 9e lid van artikel 151c enige nuancering. Zolang 151c-camera’s uitsluitend het normale leven registreren, zijn de beelden nooit Richtlijn 2026/680-beelden. Weliswaar worden ze bekeken door de politie, maar dan enkel met de pet op als ordehandhaver – niet anders dan wat een agent ziet als hij/zij door de straat loopt (surveillance).

151c-camera’s zijn daarom primair toezichtcamera’s. Bij een zorgvuldige aanpak, zijn goedwillende passanten die in beeld komen niet bij voorbaat verdacht.

De FG heeft tot taak om te adviseren over en toe te zien op de naleving van de AVG, Richtlijn 2016/680, gerelateerde wet- en regelgeving en het gegevensbeschermingsbeleid van de gemeente. Dit doet hij in onafhankelijkheid en in samenwerking met de Autoriteit Persoonsgegevens. Hij let in het bijzonder op de risico’s voor de rechten en vrijheden van personen. FG’s zijn aangewezen op grond van hun professionele kwaliteiten, in het bijzonder hun deskundigheid op het gebied van het gegevensbesch ermingsrecht en de praktijk. Dit FG-advies vloeit dan ook voort uit toepassing van het EU-publiekrecht - met name het EU Handvest Grondrechten, de AVG en Richtlijn 2016/680 en de richtsnoeren van het EU-comité voor interpretatiecoördinatie, de EDPB. Voor herziening is ruimte bij valide argumenten binnen hetzelfde stramien. Met Nederlandse wet- en regelgeving is rekening gehouden, met voorrang aan het Unierecht bij onduidelijkheid, dubbelzinnigheid of tegenstrijdigheid. Ook opvattingen en advies van anderen zijn meegenomen (dank daarvoor!), voor zover dat past binnen de bedoeling, het systeem en de bewoording van de AVG en Richtlijn 2016/680. Ook de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 1 maart 2022 (ROT 20/4974) is meegewogen, alleen paste de rechter niet het Unierecht toe.

Want zoals uitgelegd; ‘operationele regie’ is niet het criterium en de korpschef is geen gezagsdrager volgens de Gemeentewet. Per definitie is hij niet de verwerkingsverantwoordelijke. Dit advies is een FG-aanwijzing in de zin van overweging 77 AVG. #LeesdeAVGbeter

Privacy Management Partners Coöperatie UA adres

Vondellaan 58 3521 GH Utrecht telefoon

+31 85 401 38 66 e-mail

info@pmpartners.nl website

www.pmpartners.nl

Reactie op concept versie 0.5 van Uitgangspuntennotitie Cameratoezicht 16 Augustus 2022 Inleiding Het Stadspanel is bij diverse projecten betrokken geweest waarin camera’s en sensoren een rol speelden. Adviezen zijn verstrekt bij de projecten Snelliuslaan, Druktemeter en Bodycams voor BOA’s (misschien goed dit expliciet te vermelden?) Op verzoek van de afdeling Informatiemanagement heeft het Stadspanel de conceptversie van de Uitgangspuntennotitie Cameratoezicht besproken. Hieronder volgen onze observaties en aanbevelingen. Bestaande situatie De notitie is een helder stuk dat een goed beeld schetst van het beheer en de governance rondom cameratoezicht. Een uitgebreide opsomming van alle mogelijke partijen en samenwerkingsverbanden waarin de gemeente mogelijk partij is wordt gemaakt en er wordt helder beschreven waar en hoe de verantwoordelijkheden liggen. Naar ons oordeel wordt de grootse partij echter genegeerd: de particulier. Terwijl het aantal camera’s in auto’s, deurbellen, mobiele telefoons en drones sterk groeit, wordt hier in het stuk nauwelijks gewag van gemaakt. Wij begrijpen dat dit een enorm diverse en gecompliceerde groep is om mee om te gaan, maar juist hier komt de beleving van ongecontroleerd cameratoezicht door bijvoorbeeld de buren het dichtst bij huis.

Het verdient dan ook zeker de aanbeveling om tenminste een uitspraak te doen, hoe de gemeente hier tegenover staat en welke maatregelen worden getroffen om ongebreidelde groei tegen te gaan. Een eenvoudige verwijzing naar de AP is naar onze mening niet voldoende. Ook zouden we graag een meldpunt bij de gemeente zien, waar burgers kunnen klagen, cq verhaal halen over ongewenste video opnames. Is het duidelijk voor de burgerij dat de politie beelden kan opvragen, ook van particuliere camera’s? Ook hieromtrent zou meer informatie kunnen worden verschaft. Zouden burgers of bijvoorbeeld verzekeringsbedrijven in de toekomst beelden kunnen opvragen via de daartoe ge-eigende kanalen in het geval van doorrijden na een ongeluk?

In Amerika zien we al situaties ontstaan waarin bezorgers wordt gevraagd een dansje te doen voor de slimme deurbel, zodat dit op social media kan worden gepost. Gaan wij ook hier naartoe? Wij zouden graag zien dat de gemeente voorschrijft, waaraan camera’s en de behandeling van de opnames moeten voldoen. Ook bij particulieren. Wordt er ook nagedacht over handhaving? Tot op heden is een vergunningsstelsel, inclusief verplichte aanmelding van het plaatsen van camera’s, niet van toepassing en kan iedereen camera’s plaatsen tot iemand een bezwaar indient. Dit is in onze ogen een reactief beleid dat nadere discussie verdient. Een ander punt, dat we al in een eerder advies hebben gemaakt is het aanleggen van een camera- en een sensorenregister. De laatste bestaat al een aantal jaren, maar is maar gedeeltelijk gevuld met informatie. Een cameraregister hebben we niet kunnen vinden, terwijl er honderden camera’s in de gemeente hangen bij overheid, bedrijven en particulieren. De burger heeft naar onze mening het recht om te weten waar en door wie hij/zij gevraagd en ongevraagd wordt opgenomen. Wij zouden graag zien als een advies/aanbeveling hieromtrent wordt toegevoegd. In onze optiek verdient de signalering van cameratoezicht in de overheidsgebouwen voor visueel gehandicapten zeker speciale aandacht. Beleid Het belangrijkste dat we missen in het document is beleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=17135662-11dc-4d89-8405-94ed11ed1468