Collegebrief inzake Richtlijnen en uitvoeringsregels cameratoezicht
Tekst van het document
GEMEENTE HILVERSUM POSTBUS 9900 1201 GM HILVERSUM BEZOEKADRES: RAADHUIS
Aan de gemeenteraad cc commissieleden cc pers
DUDOKPARK 1 TELEFOONNUMMER: 14 035 WWW.HILVERSUM.NL
14 juni 2023 ZAAKNUMM ER 1187443 BEHA NDELD DOOR Tjibbe Buruma /Peter Porte BIJLAGEN 6 BETREFT Uitvoeringsregels en Richtlijnen cameratoezicht DATUM
Geachte raadsleden, Naar aanleiding van vragen over het voorgenomen cameratoezicht door de Ondernemersvereniging Arenapark & Laapersveld (OVAEL) hebben wij met de collegebrief van 2 december 2021 geïnformeerd over de rol van de gemeente in deze. In de brief hebben wij u laten weten een notitie op te stellen over de diverse soorten van cameratoezicht in de openbare ruimte. Met als doel om met elkaar een helder beeld te hebben omtrent de diverse wet- en regelgeving over de inzet van camera’s. In deze collegebrief informeren wij u over de uitwerking van de uitgangspuntennotitie. Bij de uitwerking is gekozen om de informatie in twee notities te beschrijven. De uitvoeringsregels, het bestaande beleid ten aanzien van de inzet in het kader van handhaving van de openbare orde, en de richtlijnen cameratoezicht waarin op informatieve wijze is beschreven welke vormen van cameratoezicht er zijn en wat de rol van de gemeente daarbij is. Graag delen wij deze notities met u. In de collegebrief van 2 december 2021 is aangegeven dat wij de notitie met u zouden bespreken in een beeldvormende sessie. Ondertussen zijn de afspraken over het organiseren van een BVS gewijzigd. We verwachten dat u met deze collegebrief en de bijgevoegde notities voldoende bent geïnformeerd over de diverse toepassingen van cameratoezicht.
Mocht er echter naar aanleiding van deze informatie behoefte zijn aan een verder verdieping zijn wij uiteraard bereid hiertoe een informatiebijeenkomst te organiseren. Richtlijnen en uitvoeringsregels De notitie is opgesplitst in twee verschillende documenten: 1. De Uitvoeringsregels cameratoezicht handhaving openbare orde (hierna: Uitvoeringsregels) zijn bedoeld als afwegingskader om te bepalen of cameratoezicht ter handhaving van de openbare orde noodzakelijk is. Dit betreft een specifiek juridisch kader waarop de Gemeentewet en de Wet politiegegevens (Wpg) van toepassing is. Het betreft dan ook een uitwerking van de voorwaarden waarop deze vorm van cameratoezicht is toegestaan. Ter verduidelijk van deze materie is aanvullend een beslisboom opgesteld waarin de wettelijke bevoegdheden inzake het cameratoezicht ter handhaving van de openbare orde zijn samengevat.
2. De Richtlijnen cameratoezicht (hierna: Richtlijnen) hebben een overkoepelend karakter en gaan in op de overige vormen van cameratoezicht. Hierin wordt geschetst bij welke vormen van cameratoezicht de gemeente een rol heeft en aan welke voorwaarden het gebruik van camera's moet voldoen. Bijvoorbeeld voor de inzet van camera’s om gemeentelijke gebouwen te beveiligen of het doen van verkeersonderzoek met behulp van camera’s. Voor dergelijke vormen van cameratoezicht dienen deze Richtlijnen te worden gevolgd. De Uitvoeringsregels en Richtlijnen scheppen duidelijkheid over de rol en verantwoordelijkheid van de gemeente en van private en derde partijen. De informatie in de documenten behelst daarom niet alleen het publiekrechtelijke cameratoezicht, maar gaat ook in op andere vormen van cameratoezicht zoals het gebruik van cameratoezicht op gemeentelijke eigendommen. Ook komen publiek-private samenwerkingsvormen aan de orde en is duidelijk gemaakt in welke gevallen de gemeente niet verantwoordelijk is. Middels deze documenten wordt een volledig beeld geschetst voor de inzet van camera’s binnen gemeente Hilversum. Met deze stukken is de raad op de hoogte van de verscheidene vormen van cameratoezicht. De verantwoordelijkheid van de raad ligt specifiek bij het cameratoezicht ter handhaving van de openbare orde.
De raad verleent namelijk de bevoegdheid aan de burgemeester voor de inzet van camera’s volgens artikel 2.8.1 in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Hilversum. Aanleiding Bij cameratoezicht ontstaat snel het gevoel dat er sprake is van privacy-schending. Dit komt met name doordat het niet altijd duidelijk is waar een camera precies op gericht staat, wat allemaal wordt gefilmd en waarom. Hierdoor kunnen inwoners het gevoel krijgen dat zij constant worden gevolgd en in de gaten worden gehouden. Om dit gevoel tegen te gaan is het van belang dat de verwerkingsverantwoordelijke moet voldoen aan de wettelijke eisen rondom gegevensbescherming. De belangrijkste zijn de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de Wet politiegegevens (Wpg). Camerabeelden mogen niet langer worden bewaard dan noodzakelijk is. De richtlijn hiervoor is maximaal 4 weken. Maar is er een incident vastgelegd, zoals diefstal, dan mogen de betreffende beelden worden bewaard tot dit incident is afgehandeld. Omdat rondom cameratoezicht verschillende wetgeving en regels bij elkaar komen, kan onduidelijkheid ontstaan over de inzet van cameratoezicht. Dit kan ervoor zorgen dat niet de juiste richtlijnen en regels gevolgd worden waardoor de privacy van personen en verwerking van persoonsgegevens niet goed geborgd zijn. De verantwoordelijkheid van de gemeente is hierin een belangrijk aspect.
Het is daarom van belang om in de Uitvoeringsregels en Richtlijnen een helder beeld te scheppen tot waar de rol van de gemeente reikt en ook waar deze ophoudt bij bestaand en toekomstig cameratoezicht. Zowel de Uitvoeringsregels als Richtlijnen zijn een uitwerking van toepasselijke wet- en regelgeving, waaraan getoetst wordt of cameratoezicht mag worden ingezet. Het geeft weer waar de gemeente aan moet voldoen bij het gebruik van camera’s en in het geval van een publiek-private samenwerking. Wanneer de gemeente participeert in een samenwerkingsvorm, zoals Veilig ondernemen, betekent dat niet automatisch dat de gemeente verantwoordelijk is voor de persoonsgegevens die met de inzet van cameratoezicht tot stand komen. In ieder geval heeft de gemeente een voorlichtende rol om ondernemers te wijzen op een verantwoord gebruik van camera’s. Hierbij kunnen de Richtlijnen als handvat worden toegepast. Ondanks het bestaan van de Richtlijnen en Uitvoeringsregels, kan het gevoel bij de inwoner zijn dat er toch sprake van privacy schending. Dit gevoel kan nooit volledig worden weggenomen. Daarom is het tevens van belang dat de evaluaties op de inzet van cameratoezicht handhaving openbare orde worden voortgezet. Met de evaluaties wordt immers getoetst of het cameratoezicht nog noodzakelijk is en ten alle tijden transparant en kenbaar is.
Bijdrage aan duidelijkheid verschillende vormen cameratoezicht Door de Uitvoeringsregels en Richtlijnen in één keer aan te bieden is er een volledig overzicht van de verscheidene vormen van cameratoezicht, verantwoordelijkheden en samenwerkingsrelaties. Ook wordt door het aanbieden van de Uitvoeringsregels en Richtlijnen duidelijk waar de scheiding ligt tussen cameratoezicht voor de handhaving van de openbare orde (Uitvoeringsregels) en overige vormen van cameratoezicht die voor andere doeleinden worden ingezet (Richtlijnen). Met name bij publiek-private samenwerking kan er onduidelijkheid bestaan over een ieders verantwoordelijkheid en de scheiding tussen wel of geen betrokkenheid van de gemeente. Derhalve is specifiek aandacht besteed aan de eisen die gelden bij een publiek-private samenwerking tussen gemeente en private partijen. Vooral de richtlijnen gaan dieper in op dit aspect van cameratoezicht en moet het voor private partijen zoals ondernemers en voor de gemeente duidelijk maken wat wel of niet toegestaan is en welke afspraken moeten worden vastgelegd. Naast alle regels en richtlijnen wordt uit de Uitvoeringsregels en Richtlijnen ook duidelijk waar de gemeente niet verantwoordelijk voor is. Voorgaande is belangrijk om te benadrukken en om mogelijke verwarring te voorkomen.
Derden (particulieren, bedrijven of opsporingsdiensten) kunnen er zelf voor kiezen om cameratoezicht in te zetten. Camera’s die door derden wordt ingezet, vallen onder de verantwoordelijkheid van deze derden. Dat betekent dat zij moeten voldoen aan de eisen van privacywetgeving, waaronder de AVG. Of aan de wettelijke voorwaarden wordt voldaan op de inzet van camera’s door derden, is aan de Autoriteit Persoonsgegevens om te beoordelen. De gemeente heeft hier krachtens wet- en regelgeving geen actieve toezicht- en handhavingsplicht in. In- externe afstemming De Uitvoeringsregels en Richtlijnen zijn getoetst en afgestemd met de afdeling Interne Advisering, specifiek Team Juridische Zaken, Inkoop en Subsidies. Aan het Stadspanel Data zijn de Richtlijnen voorgelegd. Volgens het Stadspanel Data geven de Richtlijnen helderheid en schetst het een goed beeld van het beheer en de governance rondom cameratoezicht. Zij heeft een aantal suggesties en aanbevelingen gedaan. Zo miste het Stadspanel Data de rol van de particulier. In de Richtlijnen is dit nader uitgewerkt. Ook zijn de Uitvoeringsregels en Richtlijnen voorgelegd aan de Functionaris Gegevensbescherming (FG). Naar aanleiding hiervan heeft de FG, d.d. 9 september 2022, een advies opgesteld over cameragebruik (hierna: FG-advies). In dit advies worden aanbevelingen gedaan over het gebruik van camera's.
De eerste, tweede en derde aanbeveling zijn uitgewerkt in de Uitvoeringsregels en Richtlijnen. Het FGadvies is bijgevoegd als bijlage. Er bestaat echter een verschil van inzicht met betrekking tot de verwerkingsverantwoordelijkheid voor cameratoezicht ter handhaving van de openbare orde. Wij volgen hierin het standpunt van de wetgever en de Autoriteit Persoonsgegevens dat de korpschef van de politie verwerkingsverantwoordelijk is voor de camerabeelden ter handhaving van de openbare orde en volgen het FG- advies op dit punt niet op. Uitvoering De Richtlijnen en Uitvoeringsregels zullen in de gemeentelijke organisatie via een campagne bekend worden gemaakt. Zo zal via de daarvoor aangewezen informatiekanalen de documenten worden gepubliceerd en waar nodig mondeling worden toegelicht binnen de teams die cameratoezicht toepassen.
Hierbij zullen de spelregels die binnen de publiek-private samenwerking gelden, extra worden benadrukt. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
mr. C.P. Torres Barrera
dr. ir. G.M. van den Top
Uitvoeringsregels Cameratoezicht handhaving openbare orde 2022
Versiebeheer: Versie
Datum
Door
Wijzigingen
0.1 0.2 0.3 0.4 0.5 0.6 1.0
April 2022 April 2022 Mei Juni Juli September Mei 2023
AM IA PO PO /OO&V PO / OO&V JZ FG PO
Eerste opzet Wijzigingen Wijzigingen Wijzigingen Geen wijzigingen FG-advies Definitief
Datum
Door
Bijzonderheden
Casenummer Nummer 1187443
PO
In beheer bij Afdeling
Team
Datum
Openbare Orde en Veiligheid
Samenleving
Juli 2022
Bijzonderheden
Inhoudsopgave 1.
Inleiding...........................................................................................................................................5
2.
Doelstelling uitvoeringsregels ........................................................................................................6 2.1 Afbakening uitvoeringsregels ........................................................................................................7
3.
Stand van zaken cameratoezicht openbare orde ..........................................................................7
4. Type cameratoezicht ..........................................................................................................................8 4.1 Nagelvast cameratoezicht .............................................................................................................8 4.2 Mobiel (flexibel) ............................................................................................................................8 4.3 Drones ...........................................................................................................................................8 5.
Juridisch kader cameratoezicht......................................................................................................9 5.3 Aanwijzingsbesluit Cameratoezicht...............................................................................................9 5.4 Algemene wet bestuursrecht ........................................................................................................9 5.5 Wet politiegegevens......................................................................................................................9
6.
Betrokken partijen........................................................................................................................10 6.1 Bevoegdheid burgemeester ........................................................................................................10 6.2 Rol gemeenteraad .......................................................................................................................10 6.3 Rol politie.....................................................................................................................................10 6.4 Rol Openbaar Ministerie .............................................................................................................11
7.
Uitgangspunten conform wetgeving............................................................................................11 Cameratoezicht is noodzakelijk en tijdelijk........................................................................................11 Cameratoezicht is aan de hand van een veiligheidsanalyse door politie ..........................................11 Evaluatie op cameratoezicht; Data Protection Impact Assessment ..................................................12 Cameratoezicht alleen op een openbare plaats................................................................................12 Cameratoezicht is niet in privévertrekken ........................................................................................12 Cameratoezicht is ter handhaving van de openbare orde (doelbinding) ..........................................12 Cameratoezicht volgt de principes van dataminimalisatie ...............................................................12 Cameratoezicht is kenbaar................................................................................................................13 Camerabeelden worden maximaal vier weken bewaard..................................................................13 Camerabeelden zijn beveiligd en de toegang is beperkt...................................................................13 Indien nodig wordt een
verwerkersovereenkomst afgesloten ..........................................................13 Er is recht op inzage in de camerabeelden........................................................................................13
8.
Toezicht en handhaving................................................................................................................14
Rol Functionaris Gegevensbescherming............................................................................................14 Rol Autoriteit Persoonsgegevens ......................................................................................................14 9.
Besluit, procedure en uitvoering..................................................................................................14 9.1 Evaluatie ......................................................................................................................................14 9.2 Overig ..........................................................................................................................................14
Bijlage 1 Overzicht cameraposities........................................................................................................15 Bijlage 2 Beslisboom cameratoezicht openbare orde ...........................................................................16
1. Inleiding Gemeente Hilversum mag camera’s ophangen om toezicht te houden op openbare plaatsen ter handhaving van de openbare orde. Deze vorm van cameratoezicht wordt ook wel gemeentelijk of publiekrechtelijk cameratoezicht genoemd. De politie mag de beelden van de camera’s bekijken om te controleren of alles rustig en veilig verloopt op de plekken waar de camera’s staan of hangen. De politie mag beelden gebruiken om de daders van verschillende delicten op te sporen. De beelden mogen maximaal 4 weken worden bewaard. Als er concrete vermoedens zijn dat er strafbare feiten op de camerabeelden staan, dan mag de politie de beelden langer bewaren om die strafbare feiten op te sporen. Sinds 4 oktober 2012 wordt in Hilversum gemeentelijk cameratoezicht ingezet voor toezicht en handhaving van de openbare orde in het uitgaansgebied en opsporing in het kader van het wetboek van strafvordering. Dit cameratoezicht wordt periodiek geëvalueerd om te bezien of het nog noodzakelijk is en naar behoren functioneert. De raad heeft destijds ingestemd met het instellen van cameratoezicht in het uitgaansgebied, conform de Algemene Plaatselijke Verordening. De Gemeentewet is duidelijk over de bevoegdheden. De Raad kan bij verordening de burgemeester de bevoegdheid verlenen om, indien dat in het belang van de handhaving van de openbare orde noodzakelijk is, te besluiten om camera’s in te zetten.
De Raad is in de afgelopen jaren intensief betrokken geweest bij het cameratoezicht. Bij iedere behandeling van plaatsing van nieuwe camera’s in het uitgaansgebied is telkens besproken dat het cameratoezicht nog steeds noodzakelijk is. De raad heeft na de evaluatie in 2019 mee ingestemd dat op basis van artikel 2.8.1 van de APV het cameratoezicht tot 1 januari 2022 wordt verlengd. Tijdens de COVID-pandemie en door de maatregelen die door de landelijke overheid zijn genomen was er nauwelijks sprake van uitgaanspubliek. Daarom is besloten om het cameratoezicht een jaar op te schuiven en in Q1 2023 uit te laten voeren zodat er een helder beeld ontstaat over 2021 en 2022 en het hele jaar 2022. Over de resultaten van deze evaluatie wordt u later geïnformeerd. De burgemeester beslist over de inzet van het reguliere cameratoezicht, maar de politie is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van de camerabeelden. Er zijn wel voorwaarden waar de burgemeester en de politie zich aan moeten houden. Aanvullend op het protocol cameratoezicht van 3 maart 2020 gelden deze uitvoeringsregels om aan deze voorwaarden te voldoen. Naar aanleiding van artikel 41 vragen betrekking hebbende op cameratoezicht door de ondernemersvereniging Laapersveld, Arenapark (OVAEL) is aangegeven dat er uitgangspunten worden opgesteld voor het inzetten van cameratoezicht in de openbare ruimte.
Dit is nader uitgewerkt in een richtlijnen cameratoezicht en deze uitvoeringsregels.
Veiligheid
Cameratoezicht is, naast andere vormen van toezicht, al heel lang een beproefde methode om de veiligheid en het gevoel van veiligheid in onze stad te vergroten. Cameratoezicht is niet meer weg te denken als hulpmiddel bij de aanpak van het veiliger maken en houden van de stad. Het toezicht door middel van camera's is in de loop der jaren vanzelfsprekend geworden. De veiligheid in de stad vraagt er om. Zeker ook met de notie dat veiligheid steeds meer wordt gezien als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de overheid en de burger is het belangrijk om aan te geven tot waar ieders verantwoordelijkheid reikt. Cameratoezicht levert zoals gezegd, in aanvulling op vele andere maatregelen, een bijdrage aan de veiligheid in de stad. Het gebruik van cameratoezicht is echter niet onomstreden. Het inzetten van
cameratoezicht kent zijn begrenzing in een wettelijk kader om de privacy van de burger te beschermen. Het spanningsveld van maximaal toezicht door het inzetten van camera's versus de inperking van de persoonlijke levenssfeer vraagt om uitvoeringsregels waarin wordt aangegeven op welke wijze de gemeente daar invulling aan geeft. Zo zorgen we ervoor dat cameratoezicht met respect voor de privacy van mensen wordt toegepast.
Publiek-private samenwerking
In het kader van cameratoezicht in de openbare ruimte bestaat ook de mogelijkheid tot een publiekprivate samenwerking. Hierbij kan de burgemeester in samenwerking met een private partij besluiten tot cameratoezicht in de openbare ruimte op basis van artikel 151c Gemeentewet. Daarbij moet sprake zijn van een gescheiden opslag en toegang tot de beelden en moeten afspraken in een convenant worden vastgelegd. Vooralsnog vindt deze vorm van samenwerking in Hilversum niet plaats.
Aanvullend instrument
Cameratoezicht is geen doel op zich, maar is een noodzakelijk aanvullend instrument om bij te dragen aan een veilige stad voor haar inwoners, ondernemers en bezoekers. Met de inzet van cameratoezicht kan de openbare orde in de publieke ruimte beter worden gehandhaafd waardoor het aantal incidenten wordt beperkt. Met de inzet van camera's voor de opsporing door politie en Openbaar Ministerie kan effectief criminaliteit worden bestreden. Cameratoezicht in het publieke domein biedt de politie de mogelijkheid om verstoringen van de openbare orde in de kiem te smoren en waar nodig gepast en met gezag en aandacht voor de persoonlijke veiligheid op te treden. Dit geldt evenzeer voor de inzet van handhavers van de gemeente en hulpdiensten als brandweer en ambulance. Bij grootschalige evenementen is het gebruik noodzakelijk om een goed verloop ervan te bevorderen. Het plaatsen van de camera's kan een preventieve werking hebben om af te schrikken om ongepast gedrag te vertonen. Tevens hebben de camera's een repressieve werking bij het live uitlezen tijdens uitgaansavonden waarbij toezicht op bepaalde situaties afgestuurd kan worden. Beelden van de geplaatste camera's kunnen daarnaast ook gebruikt worden als belangrijke bron voor opsporing en het oplossen van misdrijven.
2. Doelstelling uitvoeringsregels De doelstelling van de uitvoeringsregels Cameratoezicht is om vastgestelde richtlijnen te hebben in de afweging of cameratoezicht in de openbare ruimte bij de handhaving van de openbare orde een geschikte maatregel is en zo ja, in welke vorm en met welke duur dit cameratoezicht er moet komen. De uitvoeringsregels zijn eveneens van toepassing als toetsingskader voor de huidige en toekomstige camera’s. Met deze uitvoeringsregels wordt in het belang van de handhaving van de openbare orde, het gebruik van camera's in de openbare ruimte door de gemeente vastgelegd. Het besluit om cameratoezicht in te zetten is maatwerk, afhankelijk van de aard en omvang van de problematiek en de locatie. De uitvoeringsregels bevatten dan ook een afwegingskader of cameratoezicht in de openbare ruimte noodzakelijk is. Deze uitvoeringsregels zijn aanvullend op het Protocol cameratoezicht Groest en omgeving (i.c. openbare orde in het horecagebied in Hilversum), d.d. 03-03-2020.
In de loop van de jaren zijn er meer camera’s bijgekomen, de problematiek is veranderd en verschoven, wetgeving is aangepast en richtlijnen aangevuld. Daarom zijn in deze uitvoeringsregels actuele landelijke ontwikkelingen opgenomen die eraan moeten bijdragen dat cameratoezicht alleen daar wordt ingezet waar het noodzakelijk is.
2.1 Afbakening uitvoeringsregels Deze uitvoeringsregels gaan uitsluitend over cameratoezicht op grond van artikel 151c Gemeentewet. De gemeente is echter niet de enige instantie die cameratoezicht inzet op openbare plaatsen. Denk bijvoorbeeld aan andere overheidsorganisaties, zoals de politie en Rijkswaterstaat of aan organisaties in het openbaar vervoer. Ook bedrijven en particulieren maken gebruik van bewakingscamera’s en een deel van deze private camera’s staat gericht op openbare plaatsen. Bijvoorbeeld camera’s bij tankstations, in geldautomaten, aan de gevel van bedrijven zoals juweliers of bij horecaondernemers. Gemeenten richten soms camera’s op openbare plaatsen, zonder dat deze vallen onder de handhaving van de openbare orde (artikel 151c Gemeentewet). Dat zijn bijvoorbeeld camera’s voor het monitoren van verkeersstromen of het handhaven van het parkeerbeleid. Ook het gebruik van de bodycams valt niet onder de handhaving van de openbare orde. Deze worden op privaatrechtelijke gronden ingezet, namelijk ter bescherming van het personeel. Verder vallen bewakingscamera’s aan gemeentelijke gebouwen en eigendommen onder privaatrechtelijk cameratoezicht, zoals bewakingscamera’s ten behoeve van de zaakbescherming van het Stadskantoor, in en om gemeentelijke parkeergarages en de dynamische binnenstadafsluiting. Zie hiertoe de Richtlijnen cameratoezicht.
Een bijzondere vorm van camera's die voor de opsporing kan worden gebruikt is Automatic Number Plate Recognition (ANPR). Deze camera scant enkel de kentekens van voorbijrijdende voertuigen. De gelezen kentekens worden vergeleken met een referentiebestand van de politie in een computersysteem. Een referentiebestand is een lijst met kentekens van bijvoorbeeld gestolen auto's of die op naam staan van personen die worden gezocht, boetes open hebben staan of om andere redenen bij de politie bekend zijn. Deze vorm van inzet van camera’s valt altijd onder de verantwoordelijkheid van justitie op grond van artikel 126jj Wetboek van Strafvordering.
3. Stand van zaken cameratoezicht openbare orde Gemeenten kunnen sinds 2006 op grond van artikel 151c van de Gemeentewet cameratoezicht inzetten voor handhaving van de openbare orde. De gemeente Hilversum doet dit sinds 2012. Dit cameratoezicht vindt plaats in het uitgaansgebied en stationsgebied van Hilversum (zie hiertoe het protocol cameratoezicht. Dit cameratoezicht wordt periodiek (tweejaarlijks) geëvalueerd om te bezien of het cameratoezicht nog noodzakelijk is en naar behoren functioneert. In 2019 heeft de vierde evaluatie op de inzet van camera’s in de openbare ruimte plaatsgevonden. Hierin werd onder andere geconcludeerd dat het cameratoezicht ten behoeve van de handhaving van de openbare orde goed functioneert. Enkele verbetersuggesties zijn aangedragen, welke direct werden opgevolgd. Zoals het kenbaar maken dat cameratoezicht plaatsvindt middels informatiebordjes en actieve communicatie. Zie bijlage 3 dat een overzicht geeft van waar camerabewaking ten behoeve van handhaving van de openbare orde in de gemeente Hilversum wordt ingezet.
4. Type cameratoezicht 4.1 Nagelvast cameratoezicht Vast cameratoezicht zijn camera's die worden ingezet met een doel om langdurig toezicht te houden op een bepaald gebied of locatie. De aard, omvang en duur van de problematiek legitimeert de plaatsing. Zo is er in Hilversum vast cameratoezicht in het gebied in en rondom het uitgaanscentrum op de Groest, het stationsgebied en toegangs- en vluchtroutes. De beelden worden gedurende bepaalde tijden live uitgekeken om op ordeverstoringen en incidenten snel te kunnen reageren door politiefunctionarissen en toezichthouders. Vast cameratoezicht maakt voor een langdurige periode inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van eenieder die het gebied betreedt. De aard, omvang en de continuïteit van de aanwezige overlast en incidenten waar de openbare orde in het geding is bepaald dat vast cameratoezicht nodig is. Ook de noodzakelijke ondersteuning van de politie, handhavers en hulpdiensten op bepaalde tijdstippen in dat gebied of op die locatie is een bepalende factor.
4.2 Mobiel (flexibel) Mobiele, flexibele camera’s zijn camera's die worden ingezet indien naar verwachting het te bereiken doel binnen een korte periode kan worden gerealiseerd. Flexibel cameratoezicht is toegestaan op basis van artikel 151c Gemeentewet en artikel 2.8.1., lid 2, APV. Deze vorm van cameratoezicht biedt een mogelijkheid om de inzet van camera's doelgerichter te laten zijn. Door de beperkte duur van het cameratoezicht wordt ook recht gedaan aan de eisen die het recht op privacy aan deze vorm van toezicht stelt. Zoals in het afwegingskader is weergegeven moet deze vorm van cameratoezicht voldoen aan de eisen van subsidiariteit, proportionaliteit en noodzakelijkheid en wordt de afweging gemaakt voor het wel of niet toepassen van dit type cameratoezicht. Mobiel cameratoezicht kan eveneens een optie zijn om tijdelijk een bepaald gebied of een locatie te monitoren. De aanleiding kan voortkomen uit de aangetoonde aanwezigheid van ernstige overlast, de omvang van incidenten en delicten of grote maatschappelijke onrust naar aanleiding van een ernstig incident met grote maatschappelijke impact of bijvoorbeeld bij evenementen, zoals de jaarwisseling.
Denk hierbij aan de mogelijkheid om plaatsing van camera's te overwegen als er sprake is van bijvoorbeeld overlast van (jeugd)groepen, straatraces, bepaalde aan een specifieke locatie of gebied gebonden geweldsincidenten of delicten. Het gebruik van mobiel cameratoezicht is in dit geval ondersteunend aan een bredere aanpak. Mocht worden overgegaan op mobiel cameratoezicht dan zal periodiek een evaluatie van de inzet van deze vorm van cameratoezicht plaatsvinden. Ook worden dan afspraken gemaakt over o.a. het live uitkijken van de beelden, zodat de inbreuk op de privacy bij het gebruik van deze tijdelijke interventie zo beperkt mogelijk blijft. Op basis van deze evaluatie, met de daarbij horende toets op noodzakelijkheid, wordt bepaald of mobiel cameratoezicht nog steeds een passende maatregel is. De inzet kan dan telkens worden verlengd. Zo niet, dan wordt de mobiele camera verwijderd. Het kan ook aanleiding zijn om te besluiten dat deze vorm van cameratoezicht langdurig wordt ingezet. Op dit moment vindt alleen nagelvast cameratoezicht in Hilversum plaats.
4.3 Drones Zoals uit artikel 2.8.1, lid 2, APV blijkt, worden drones niet ingezet voor cameratoezicht op de openbare orde vanuit de gemeente. De politie heeft vanuit de politiewet wel de mogelijkheid om drones in te zetten bij bijvoorbeeld demonstraties en festivals of vermissingen en delicten. Dit wordt
ook wel incidenteel cameratoezicht genoemd (dat door opsporingsdiensten wordt ingezet).
5. Juridisch kader cameratoezicht Verschillende (wetten en nadere regelgeving geven en begrenzen de mogelijkheden voor het gebruik van cameratoezicht bij het handhaven van de openbare orde. Deze vormen de basis voor de inhoudelijke uitvoeringsregels.
5.1 Gemeentewet Cameratoezicht is opgenomen in artikel 151c van de Gemeentewet en artikel 3 Politiewet. Op basis van artikel 172 Gemeentewet is de burgemeester belast met de handhaving van de openbare orde. Artikel 151c Gemeentewet regelt de bevoegdheid van de Raad om de burgemeester bij verordening de bevoegdheid te verlenen om cameratoezicht in te zetten. Daarbij kan de gemeenteraad bepalen tot welke openbare plaatsen de bevoegdheid van de burgemeester zich uitstrekt en voor welke duur de plaatsing van camera's ten hoogste mag plaatsvinden. Voorts regelt het artikel een aantal voorwaarden waaronder de burgemeester gebruik mag maken van de hem door de Raad gegeven bevoegdheden. Het moet bijdragen aan het bevorderen van de rechtszekerheid voor de burger en tot uniformering van de toepassing van cameratoezicht. De politie is ook de instantie die gebruikmaakt van de beelden voor de handhaving van de openbare orde. Daarom ligt de operationele regie bij de politie.
5.2 Algemene Plaatselijke Verordening In artikel 2.8.1. Algemene Plaatselijke Verordening Hilversum (hierna: APV) verleent de Raad de burgemeester de bevoegdheid om vaste en flexibele camera's te plaatsen ten behoeve van toezicht op een openbare plaats. Met deze verkregen bevoegdheid kan de burgemeester besluiten tot het plaatsen van camera's.
5.3 Aanwijzingsbesluit Cameratoezicht In het aanwijzingsbesluit Cameratoezicht van 4 augustus 2012 worden gebieden met cameratoezicht aangewezen.
5.4 Algemene wet bestuursrecht Het besluit van de burgemeester tot plaatsing van camera's op een openbare plaats is een besluit van algemene strekking waartegen op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor belanghebbende bezwaar en beroep openstaat.
5.5 Wet politiegegevens De persoonsgegevens die worden verwerkt door middel van het cameratoezicht op openbare plaatsen in het belang van de openbare orde zijn politiegegevens in de zin van de Wet politiegegevens (Wpg). Deze wet regelt de verwerking van verzamelde politiegegevens en vloeit voort uit de Europese Richtlijn Gegevensbescherming Opsporing en Vervolging1. De verkregen camerabeelden vallen onder de Wpg, zoals is bepaald in artikel 151c, lid 9, Gemeentewet. Onder politiegegeven wordt verstaan
1 https://wetten.overheid.nl/EUR20160680?g=2020-07-15&z=2020-07-15
dat elk persoonsgegeven in het kader van de uitoefening van de politietaak wordt verwerkt (artikel 1, sub a, Wpg). Het begrip ‘persoonsgegeven’ maakt dus onderdeel uit van het begrip ‘politiegegeven’. Bij digitale camera’s worden intern geheugen en een digitale processor ingezet om de beeldgegevens op te slaan en door te zetten tussen verschillende componenten van het systeem. Dat betekent dat dit proces zoals het live uitkijken van de beelden – hoe tijdelijk ook van karakter – altijd wordt beschouwd als een verwerking in de zin van de Wpg. Ook als beelden niet actief worden vastgelegd. De camerabeelden mogen niet langer worden bewaard dan vier weken, tenzij er een concrete aanleiding bestaat dat de gegevens voor de opsporing van een strafbaar feit nodig zijn.
6. Betrokken partijen Bij cameratoezicht ten behoeve van de openbare orde en veiligheid zijn diverse partijen betrokken.
6.1 Bevoegdheid burgemeester De burgemeester is op grond van artikel 172, lid 1, van de Gemeentewet belast met de handhaving van de openbare orde. De wetgever heeft het begrip “openbare orde” niet beschreven en dit kan dus op meerdere manieren geïnterpreteerd worden, maar het wordt meestal uitgelegd als rust, veiligheid en vreedzaam kunnen leven in openbare gebieden. De Hoge Raad oordeelde dat verstoring van de openbare orde gezien moet worden als een verstoring van enige betekenis van de normale gang van zaken in een openbare ruimte.2 Artikel 151c jo artikel 172 van de Gemeentewet geeft de burgemeester de bevoegdheid om, op grond van artikel 2.8.1 APV, publiekrechtelijk cameratoezicht in te stellen in het belang van handhaving van de openbare orde. De burgemeester is daarmee verantwoordelijk voor de inzet van cameratoezicht. De burgemeester wijst op grond van artikel 151c Gemeentewet een gebied aan waarbinnen de camera's kunnen worden geplaatst of verplaatst. De burgemeester bepaalt ook de duur van de gebiedsaanwijzing. Hij informeert de gemeenteraad zo spoedig mogelijk over dit aangewezen cameragebied. Hierna heeft de gemeenteraad niet meer de bevoegdheid om het besluit te wijzigen. Deze wettelijke grondslag betreft een discretionaire bevoegdheid. Het schept dus geen verplichting voor gemeenten om cameratoezicht toe te passen.
6.2 Rol gemeenteraad De burgemeester kan pas besluiten tot inzet van cameratoezicht indien de gemeenteraad hem bij verordening daartoe de bevoegdheid heeft verleend. Daarbij kan de gemeenteraad bepalen tot welke openbare plaatsen de bevoegdheid van de burgemeester zich uitstrekt en voor welke duur de plaatsing van camera’s ten hoogste mag geschieden. In Hilversum is dit voor het huidige cameratoezicht geregeld in artikel 2.8.1. APV.
6.3 Rol politie De politie heeft een belangrijke rol bij de inzet van cameratoezicht op openbare plaatsen. Het handhaven van de openbare orde is een politietaak. Daarom heeft de politie de operationele regie van cameratoezicht (artikel 151c, lid 3, Gemeentewet) en is de korpschef van de politie verwerkingsverantwoordelijke voor de beelden op grond van de Wpg (artikel 151c, lid 9, Gemeentewet jo artikel 1, onder f, 1, Wpg). Verder kan de politie de burgemeester adviseren over locaties waar cameratoezicht gewenst is.
2 Hoge Raad, 30 januari 2007 LJN:AZ2401
De politie dient dus betrokken te worden bij de opzet en uitvoering van cameratoezicht. Zij is immers verantwoordelijk voor de gegevens die met behulp van de camera’s worden verwerkt. Het uitlezen van de beelden gebeurt ook door observanten onder regie staand van de politie. Aanvullend heeft de politie een eigen grondslag krachtens artikel 3 Politiewet om flexibel cameratoerzicht in te zetten. Voornoemde grondslag kan worden toegepast op onder meer een signalement van onvoorziene (grootschalige) ordeverstoringen of (de vrees voor) ordeverstoringen van tijdelijke aard, bijvoorbeeld bij demonstraties, evenementen en risicowedstrijden in het betaalde voetbal.
6.4 Rol Openbaar Ministerie In artikel 151c, lid 2, Gemeentewet is voorgeschreven dat de burgemeester na overleg met de Officier van Justitie in het lokaal driehoeksoverleg ook de periode vaststelt waarin de geplaatste camera's zullen worden gebruikt en de beelden live worden uitgekeken. Gaat het om strafrechtelijke opsporing van stafbare feiten, dan heeft de Officier van Justitie de leiding over het opsporingsonderzoek.
7. Uitgangspunten conform wetgeving Cameratoezicht is noodzakelijk en tijdelijk Cameratoezicht mag alléén worden toegepast op openbare plaatsen als dit aantoonbaar noodzakelijk is. Dat betekent dat de inzet van camera's proportioneel en subsidiair moeten zijn afgewogen. Cameratoezicht alleen mag worden ingezet als de omvang van de criminaliteit, de onveiligheid of overlast zo groot is dat het de schending van de persoonlijke levenssfeer van een inwoner van Hilversum rechtvaardigt. De burgemeester maakt in elk afzonderlijk geval de afweging of cameratoezicht evenredig is aan het doel dat bereikt moet worden. Het gebied, de locatie waar de camera wordt geplaatst c.q. op uitkijkt, moet beperkt blijven tot wat voor de handhaving van de openbare orde noodzakelijk is. Cameratoezicht kan immers alleen worden ingezet in gebieden waar een bovengemiddeld risico bestaat op verstoringen van de openbare orde. Dit moet blijken uit een voor die specifieke situatie opgestelde veiligheidsanalyse. Een enkele en ongemotiveerde verwijzing naar de gehele binnenstad geeft geen blijk van een dergelijke zorgvuldige afweging.
Cameratoezicht ter handhaving van de openbare orde mag slechts worden ingezet indien minder ingrijpende maatregelen onvoldoende effectief zijn en niet kunnen worden uitgebreid (subsidiariteit), bijvoorbeeld met meer toezicht en handhaving door opsporingsambtenaren of inzet door politie, betere straatverlichting, of samenwerking met jeugdwerk en straatcoaches. Als de camera’s niet (meer) noodzakelijk zijn, wordt het besluit tot de inzet van het cameratoezicht door de burgmeester ingetrokken (151c, lid 5, Gemeentewet). Periodiek wordt door middel van evaluaties beoordeeld, op basis van een onderbouwd voorstel van met name de politie en eventuele andere veiligheidspartners, of cameratoezicht nodig is. Dat betekent dat cameratoezicht altijd een tijdelijk karakter kent en niet permanent mag worden ingezet.
Cameratoezicht is aan de hand van een veiligheidsanalyse door politie Uit een grondige veiligheidsanalyse van de politie is gebleken dat andere, minder ingrijpende maatregelen, onvoldoende resultaat hebben gehad en een beschrijving van de aard (welke incidenten) en omvang (hoeveelheid van de incidenten) van de overlast en een risicoanalyse van de situatie. Naast een veiligheidsanalyse van de politie kan er aanvullende informatie, indien gewenst en nodig, worden opgevraagd bij en toegevoegd van relevante partijen. In het advies worden ook de maatregelen beschreven die aanvullend worden ingezet om het doel te bereiken
Evaluatie op cameratoezicht; Data Protection Impact Assessment De politie is wettelijk verplicht om in te schatten of een DPIA (risicoanalyse)3 rondom de inzet van cameratoezicht noodzakelijk is. Bij de evaluatie op het cameratoezicht door de gemeente wordt een risicoanalyse op het gebruik van de beelden meegenomen. Dit aangezien de gemeente verantwoordelijk is voor de inzet van camera’s. Hiermee worden mogelijke privacyrisico’s in kaart gebracht. De politie is voor de verwerking van de gegevens verwerkingsverantwoordelijke en daarmee ook verantwoordelijk voor de eventuele uitvoering van een DPIA.
Cameratoezicht alleen op een openbare plaats Cameratoezicht voor de handhaving van de openbare orde mag alleen worden toegepast op openbare plaatsen. Concreet betekent dit dat bij besluitvorming rondom cameratoezicht telkens nauwkeurig wordt afgewogen welke openbare plaatsen wel en welke niet worden aangewezen voor cameratoezicht ten behoeve van handhaving van de openbare orde. De selectie van de plaatsen waar cameratoezicht zal worden ingezet dient gemotiveerd te worden. Cameratoezicht moet zo selectief mogelijk toegepast worden, waarbij ook rekening gehouden moet worden met het aantal camera’s, het aantal uren van toezicht en het aantal mensen dat in beeld gebracht wordt. Afstemming binnen de ‘driehoek’ van burgemeester, politie en openbaar ministerie over de inzet van cameratoezicht vindt altijd plaats.
Cameratoezicht is niet in privévertrekken Het is niet toegestaan dat publiekrechtelijke camera’s video-opnames maken van privévertrekken, zoals van tuinen en het interieur van woonhuizen, of op andere wijze een ongerechtvaardigde inbreuk maken op de privésfeer van de inwoners in Hilversum.
Cameratoezicht is ter handhaving van de openbare orde (doelbinding) Het doel gaat primair om voorkoming en beëindiging van zich concreet voordoende of dreigende verstoringen van de openbare orde, inclusief het voorkomen van strafbare feiten die invloed hebben op de orde en de rust in de samenleving. Openbare orde is de normale gang van het maatschappelijk leven op een bepaalde plaats en onder de gegeven omstandigheden. Secundair gaat cameratoezicht om efficiënte inzet van politie en ander diensten, straalt het een preventieve werking uit en bevordert het gevoel van veiligheid. De opsporing van strafbare feiten vormt in zichzelf nooit een zelfstandig doel voor de inzet van gemeentelijk cameratoezicht. Wel kan het Openbaar Ministerie beelden uit het cameratoezicht gebruiken bij de opsporing en vervolging van stafbare feiten evenals de politie in het kader van artikel 3 Politiewet.
Cameratoezicht volgt de principes van dataminimalisatie Camera’s mogen niet meer en langer camera’s ingezet en niet meer personen en/of plaatsen in beeld brengen dan strikt noodzakelijk is voor handhaving van de openbare orde. Bovendien mag door de camera’s niet meer van de openbare ruimte worden bestreken dan het gebied dat door de burgemeester expliciet is aangewezen (dataminimalisatie).
3 https://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/zelf-doen/data-protection-impact-assessment-dpia#voor-
welke-soorten-verwerkingen-is-het-uitvoeren-van-een-dpia-verplicht-6667
Cameratoezicht is kenbaar In het kader van cameratoezicht is het noodzakelijk dat iedereen die verblijft in het gebied of op de locatie van het cameratoezicht wordt geïnformeerd over het feit dat zij gefilmd worden door onder andere informatiebordjes. Cameratoezicht mag dus niet heimelijk plaatsvinden en dient altijd breed te worden gecommuniceerd. Het besluit waarin de burgemeester bekendmaakt dat er camera's worden geplaats is gepubliceerd.4 Burgers hebben de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen. De gemeente plaatst op de website een actueel overzicht van de geplaatste camera’s ten behoeve van de handhaving van de openbare orde. Ook wordt deze vorm van cameratoezicht opgenomen in het camera- en sensorregister. Met het publiceren van deze uitvoeringsregels is de inzet van cameratoezicht ook transparant.
Camerabeelden worden maximaal vier weken bewaard De kwaliteit van de gegevens wordt gewaarborgd doordat de camerabeelden authentiek zijn. De verwerking van de gegevens is een verwerking als bedoeld in de Wpg met dien verstande dat, in afwijking van het bepaalde in artikel 8 Wpg, de vastgelegde beelden na ten hoogste vier weken moeten worden vernietigd (artikel 151c, lid 9, Gemeentewet). Alleen tenzij er een concrete aanleiding is te vermoeden dat de gegevens noodzakelijk zijn ten behoeve van de opsporing van een gepleegd strafbaar feit, mogen de gegevens langer worden bewaard. De beelden worden na het verstrijken van de bewaartermijn verwijderd en automatisch overschreven. Dit kan ook handmatig. Echter slechts door de administrator /geautoriseerd cameraobservanten op verzoek van de politie.
Camerabeelden zijn beveiligd en de toegang is beperkt De beelden staan op een gemeentelijke server in de beveiligde afzonderlijke serverruimte waartoe slechts geautoriseerde personen toegang hebben. Hiertoe geautoriseerde medewerkers (observanten) van de politie (operationeel expert wijk, thema cameratoezicht) en de cameraobservanten kunnen de beelden raadplegen, echter uitsluitend op uitdrukkelijk verzoek en onder begeleiding van de geautoriseerde politiefunctionaris. Raadplegen is ook het terugkijken van beelden. Het is vereist dat cameratoezicht plaatsvindt onder operationele regie van de politie.
Indien nodig wordt een verwerkersovereenkomst afgesloten Het is geen dwingende eis dat camerabeelden wordt uitgekeken door politiefunctionarissen. Dat mag ook worden gedaan door camera-observanten zonder opsporingsbevoegdheid. In dat geval dient door de politie te worden beoordeeld of sprake is van verwerkerschap. De politie sluit hiervoor een verwerkersovereenkomst af (artikel 22 Richtlijn Opsporing en Vervolging). De beveiligingsbeambten geven incidenten door aan de politie, zodat de politie kan beoordelen en beslissen om op te treden. Hier heeft de gemeente geen rol in of zeggenschap over.
Er is recht op inzage in de camerabeelden Betrokkenen hebben onder de Wpg recht van inzage van de beelden en daaraan gekoppelde gegevens. Verzoeken tot inzage, correctie en verwijdering van de gegevens worden bij de politie ingediend. Die beslist of het verzoek gehonoreerd kan worden.
4 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2018-5529.html
8. Toezicht en handhaving Rol Functionaris Gegevensbescherming De Functionaris Gegevensbescherming van de gemeente Hilversum houdt toezicht op de verwerkingen waarop de Algemene Verordening Gegevensbescherming van toepassing is. De beelden die met camerabewaking zijn politiegegevens in de zin van de Wpg en de verwerkingsverantwoordelijke is de korpschef van de politie. Dat betekent dat ook de FG van de politie een rol heeft op de toepassing en naleving van de privacywetgeving.
Rol Autoriteit Persoonsgegevens Bij de Autoriteit Persoonsgegevens kan een klacht worden ingediend, indien men van mening is dat cameratoezicht in overtreding met wet- en regelgeving wordt ingezet. Zij kan handhavend optreden indien het cameratoezicht in overtreding is met de wet- en regelgeving. Bijvoorbeeld omdat cameratoezicht op onjuiste gronden is ingezet en de noodzaak tot het inzetten van cameratoezicht onvoldoende is gebleken.
9. Besluit, procedure en uitvoering Conform artikel 151c Gemeentewet en de door de Gemeenteraad aan de burgemeester gegeven bevoegdheden vindt de afweging plaats om cameratoezicht in te zetten. De burgemeester neemt, na overleg met de officier van Justitie (OM) en de politie in de lokale driehoek, een gemotiveerd besluit. Daarbij worden de aard en duur van het cameratoezicht bepaald en afspraken gemaakt over de aanvullende maatregelen waaraan cameratoezicht ondersteunend is. Ter voorbereiding van het besluit wordt een advies opgesteld. Onderdeel daarvan is een veiligheidsanalyse door de politie waarin een beschrijving van de aard (welke incidenten) en omvang (hoeveelheid van de incidenten) van de overlast en een risicoanalyse van de situatie. Naast een veiligheidsanalyse van de politie kan er aanvullende informatie, indien gewenst en nodig, worden opgevraagd bij en toegevoegd van relevante partijen. In het advies worden ook de maatregelen beschreven die aanvullend worden ingezet om het doel te bereiken. De burgemeester trekt het besluit tot het plaatsen van camera's in zodra de inzet niet langer noodzakelijk is in het belang van de openbare orde. In ieder geval wordt tweejaarlijks door de burgemeester het besluit genomen tot verlenging van het vaste cameratoezicht. De laatste evaluatie is van 2019.
Tijdens de COVID-pandemie en door de maatregelen die door de landelijke overheid zijn genomen was er nauwelijks sprake van uitgaanspubliek. Daarom is besloten om de evaluatie met een jaar te verschuiven en uit te brengen in 2023 om een helder beeld te krijgen van de volledige jaren.
9.1 Evaluatie De Gemeenteraad wordt één keer per twee jaar door middel van een evaluatie geïnformeerd over de wijze waarop door de burgemeester invulling is gegeven aan de aan hem, bij verordening, gegeven bevoegdheid. Tweejaarlijks ontvangt de Gemeenteraad een actueel overzicht van de camera's die volgens deze uitvoeringsregels zijn geplaatst.
9.2 Overig Technische ontwikkelingen op het gebied van cameratoezicht gaan snel. De camera's worden slimmer en beter waardoor het rendement hoger wordt. Deze ontwikkelingen worden nauwgezet gevolgd en waar mogelijk toegepast met in acht name van het afwegingskader.
Bijlage 1 Overzicht cameraposities .3
Bijlage 2 Beslisboom cameratoezicht openbare orde
Cameratoezicht openbare orde gemeente Hilversum
Plaatsgebonden (langdurig)
BESLISBOOM
Winkelgebieden Drukke looproutes, vervoersknooppunten en vluchtroutes
Check: veiligheidsanalyse openbare orde noodzakelijk proportioneel subsidiair onderdeel pakket aan maatregelen Data Protection Impact Assessment (DPIA)
Ja
Gemeentewet art. 151c jo. 2.8.1. APV
Welke problematiek heeft er plaatsgevonden?
Stationsgebieden Uitgaansgebieden en horeca
Vast cameratoezicht voor bepaalde tijd krachtens de Gemeentewet
Industrieterreinen
Heeft er een verstoring van de openbare orde plaatsgevonden?
Situatiegebonden (in pieken) Nee
Is er een concrete aanleiding van (dreigende) ordeverstoringen?
Seizoensgebonden problematiek
Ja
Gemeentewet art. 151c jo. 2.8.1. APV
Geweldsincidenten of delicten gebonden aan een specifieke locatie of gebied (o.a. focuswijken) Overlast (jeugd)groepen
Nee
Evenementen en risicowedstrijden Geen cameratoezicht
Flexibel cameratoezicht voor bepaalde tijd krachtens de Gemeentewet
Politiewet art. 3
Gemeentewet: grondslag gemeente (burgemeester) voor het inzetten van cameratoezicht in het kader van de handhaving van de openbare orde Politiewet: grondslag politie voor het inzetten van kortstondig en incidenteel cameratoezicht in het kader van de handhaving van de rechtsorde
Welke problematiek gaat een verstoring van de rechtsorde veroorzaken?
Demonstraties of dreigende rellen Concrete bedreiging gebouwen of personen (bijv. politici)
Flexibel cameratoezicht incidenteel en kortstondig cameratoezicht krachtens de Politiewet
Richtlijnen Cameratoezicht versie 1.0
1
Versiebeheer: Versie
Datum
Door
Wijzigingen
0.1 0.2 0.3 0.4 0.5 0.6 0.7 1.0
April 2022 April 2022 Mei Juni Juli Augustus November Mei 2023
AM IA PO PO /AM IA PO /AM IA PO PO PO PO
Eerste opzet Wijzigingen Wijzigingen Wijzigingen Geen wijzigingen door JZ Wijzigingen input FG Wijzigingen input Stadspanel Data Definitief
Datum
Door
Casenummer Nummer 1187443
Bijzonderheden
PO
In beheer bij Afdeling
Team
Datum
Informatiemanagement
PIT
Juli 2022
Bijzonderheden
Bronnen • • •
Beleidsregels Cameratoezicht Autoriteit Persoonsgegevens, 2016 Informatie van de Autoriteit Persoonsgegevens Richtsnoeren 3/2019 inzake de verwerking van persoonsgegevens door middel van Videoapparatuur, European Data Protection Board, 29 januari 2020
2
Inhoudsopgave GEBRUIKTE AFKORTINGEN ...........................................................................................................................................4 INLEIDING ....................................................................................................................................................................5 IN- EN EXTERNE AFSTEMMING ...................................................................................................................................................5 1.
DOEL RICHTLIJNEN ................................................................................................................................................5
2.
SCHEMATISCH OVERZICHT VORMEN VAN CAMERATOEZICHT ...............................................................................6
3.
CAMERATOEZICHT VERANTWOORDELIJKHEID GEMEENTE (INGEZET) ....................................................................8 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
4.
CAMERATOEZICHT VERANTWOORDELIJKHEID GEMEENTE (NIET INGEZET) ............................................................9 4.1 4.2
5.
ZAAKBESCHERMING DOOR PRIVATE PARTIJ .....................................................................................................................10 PARTICULIER GEBRUIK ................................................................................................................................................11 CAMERATOEZICHT DOOR OPSPORINGSDIENSTEN..............................................................................................................11 PUBLIEK- PRIVAATRECHTELIJKE SAMENWERKING ..............................................................................................................12
VOORWAARDEN CAMERATOEZICHT ...................................................................................................................12 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12.
8.
EEN VOORBEELD TER ILLUSTRATIE .................................................................................................................................10
CAMERATOEZICHT DOOR DERDEN EN VERANTWOORDELIJKHEID DERDEN .........................................................10 6.1 6.2 6.3 6.4
7.
HANDHAVEN MILIEUZONES ...........................................................................................................................................9 PARKEERHANDHAVING SCANAUTO’S .............................................................................................................................10
PUBLIEK-PRIVAATRECHTELIJKE SAMENWERKING (NIET INGEZET)........................................................................10 5.1
6.
HANDHAVING OPENBARE ORDE......................................................................................................................................8 DIGITALE VERKEERSHANDHAVING ...................................................................................................................................8 VERKEERSONDERZOEK..................................................................................................................................................8 ZAAKBESCHERMING GEMEENTELIJKE GEBOUWEN EN EIGENDOMMEN .....................................................................................9 BODYCAMS ................................................................................................................................................................9
STEL VAST WIE DE VERWERKINGSVERANTWOORDELIJKE IS......................................................................................................12 STEL VAST OF SPRAKE IS VAN EEN PUBLIEK-PRIVATE SAMENWERKING .......................................................................................12 BEPAAL DE DOELEINDEN VAN DE INZET VAN EEN CAMERA ......................................................................................................12 STEL VAST OF EEN DPIA AAN DE ORDE IS ...........................................................................................................................13 STEL VAST OP WELKE GRONDSLAG EEN CAMERA WORDT INGEZET ............................................................................................14 STEL VAST WELK SOORT CAMERA OF SOFTWARETECHNIEK NODIG IS. ........................................................................................14 STEL VAST HOE DE BEELDEN ADEQUAAT BEVEILIGD WORDEN.
.................................................................................................14 BEPAAL OF SPRAKE IS VAN EEN VERWERKER(SOVEREENKOMST) ..............................................................................................15 STEL VAST DAT DE BEELDEN NIET LANGER DAN STRIKT NOODZAKELIJK WORDEN BEWAARD ............................................................15 CAMERATOEZICHT IS KENBAAR EN TRANSPARANT ............................................................................................................15 DE BETROKKENE KAN ZIJN RECHTEN KAN UITOEFENEN .......................................................................................................15 CAMERATOEZICHT WORDT OPGENOMEN IN HET REGISTER VAN DE VERWERKINGSACTIVITEITEN .................................................16
TOEZICHT EN HANDHAVING CAMERATOEZICHT ..................................................................................................16
3
Gebruikte afkortingen AM IA
Afdelingsmanager Interne Advisering
ANPR
Automatic Number Plate Recognition
AP
Autoriteit Persoonsgegevens
APV
Algemene Plaatselijke Verordening
AVG
Algemene Verordening Gegevensbescherming
Awb
Algemene wet bestuursrecht
Boa
Buitengewoon opsporingsambtenaar
DPIA
Data Protection Impact Assessment
EDPB
European Data Protection Board
FG
Functionaris Gegevensbescherming
JZ
Juridische Zaken
OM
Openbaar Ministerie
PIT
Privacy Informatieveiligheid Team
PO
Privacy Officer
RDW
Rijksdienst voor het Wegverkeer
Wpg
Wet politiegegevens
4
Inleiding
Cameragebruik komt in veel verschillende vormen voor. Zo heeft de burgemeester cameratoezicht ingezet ter handhaving van de openbare orde in het centrum en stationsgebied in Hilversum. Een ander voorbeeld is het inzetten van camera’s bij verkeersonderzoek of het handhaven van parkeerbeleid. Deze vormen van cameratoezicht zijn allemaal op basis van een publiekrechtelijke taak van de gemeente. Maar bewakingscamera’s kunnen ook worden ingezet zonder dat deze vallen onder een publiekrechtelijke taak. Dit is een vorm van cameratoezicht waarbij de gemeente Hilversum handelt als een privaatrechtelijk rechtspersoon. Bijvoorbeeld bij het gebruik van bodycams door de buitengewoon opsporingsambtenaren, bewakingscamera’s aan de gemeentelijke gebouwen, bewakingscamera’s in en om gemeentelijke parkeergarages en bewakingscamera’s ten behoeve van de dynamische binnenstadafsluiting. Niet alleen de gemeente gebruikt camera’s. Ook andere overheidsorganisaties of private partijen kunnen cameratoezicht inzetten. Denk aan Rijkswaterstaat of organisaties in het openbaar vervoer. Of aan camera’s bij tankstations, geldautomaten, juweliers of (horeca)ondernemers die gebouwen, eigendommen, personeel en bezoekers beschermen. Maar ook opsporingsdiensten kunnen cameratoezicht instellen, zoals Automatic Number Plate Recognition (ANPR).
Daarnaast kunnen private partijen samenwerken met publieke partijen voor de inzet van cameratoezicht. Op dit moment participeert de Gemeente Hilversum niet in een dergelijke samenwerkingsverband. Met cameratoezicht kan door middel van bewegend beeld persoonsgegevens worden verwerkt. Dat betekent dat de organisatie of private partij (de verwerkingsverantwoordelijke) moet voldoen aan de wettelijke eisen rondom gegevensbescherming. De belangrijkste zijn de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)1 en de Wet politiegegevens (Wpg).
In- en externe afstemming
De Uitvoeringsregels en Richtlijnen zijn getoetst en afgestemd met Team Juridische Zaken, Inkoop en Subsidies. Aan het Stadspanel Data zijn de Richtlijnen voorgelegd en is feedback grotendeels overgenomen. Ook zijn de documenten voorgelegd aan de Functionaris Gegevensbescherming (FG). Naar aanleiding hiervan heeft de FG een advies opgesteld (hierna: FG-advies). In dit advies worden aanbevelingen gedaan over het gebruik van camera's. Het FG-advies is bijgevoegd als bijlage
1. Doel richtlijnen
Deze richtlijn is opgesteld naar aanleiding van eerdere vragen over cameratoezicht in de gemeente Hilversum, zoals aangegeven in de collegebrief van 2 december 2021. Het doel van de richtlijn is om duidelijkheid te verschaffen over de wet- en regelgeving over verschillende soorten van cameratoezicht en de rol en verantwoordelijkheid van de gemeente hierin. Met deze richtlijnen wordt uitgelegd wat de spelregels zijn bij de inzet van cameratoezicht door de gemeente in de openbare ruimte, op privéterrein of in een publiek-private samenwerking. Tot slot geven de richtlijnen ook weer welke vormen cameratoezicht er zijn die buiten de verantwoordelijkheid van de gemeente vallen. Samenhang Uitvoeringsregels cameratoezicht handhaving openbare orde Cameratoezicht dat door de burgemeester ter handhaving van de openbare orde wordt ingezet, is nader uitgewerkt in de Uitvoeringsregels Cameratoezicht handhaving openbare orde. Voor de verwerking van persoonsgegevens bij deze vorm van cameratoezicht geldt een specifiek juridisch kader, waaronder de Wet politiegegevens en de Gemeentewet. Daarom zijn hier aparte uitvoeringsregels voor opgesteld.