CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Collegebrief inzake Op Koers + Naar een financieel gezond sociaal domein

GEMEENTERAAD 27 januari 2021, gemeente HilversumBij agendapunt: Ingekomen stukken - Rubriek 022.348 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

160.000 0 160.000

Financiële toelichting 3. Borgen en intensiveren uitvoeringsagenda verblijf De doorbraaktafel leidt tot op meerdere manieren tot opbrengsten:  Wij verwachten een instroomverlaging van 5 kinderen per jaar. Het kost €222 voor verblijf en zal € 122 kosten om ambulante begeleiding te geven. Dit bespaart € 100 per kind per dag.  Een besparing binnen pleegzorg van € 150 per kind per dag. Wij verwachten een volumedaling van 5 kinderen per jaar (1ste jaar 50% wegens aanloop).  MKBA gezinshuizen laat € 1,30 besparing zien voor elke euro in gezinshuizen. Wij verwachten een volumedaling van 5 kinderen per jaar (Eerste jaar 50% wegens aanloop). De kosten worden geschat op €85.000. Hieronder vallen de wervingskosten voor pleegouders, die geschat worden op €5.000 per kind en kosten voor de doorbraaktafel à € 35.000 per jaar. Een nettobesparing van €491.700 kan structureel worden gerealiseerd.

18

4. Gezamenlijke bekostiging van en toegang tot verblijf (via onafhankelijke commissie) Deze maatregel zorgt naar verwachting voor een uiteindelijke instroomverlaging van 15 kinderen per jaar met een besparing van €100 per kind per dag (€222 voor verblijf minus €122 voor ambulante begeleiding). Het eerste jaar zal de instroomverlaging naar verwachting 10 kinderen betreffen, vanwege de implementatie van de maatregel. Daarnaast verwachten we een uitstroomverhoging van 10 kinderen per jaar met besparing van 100 euro per kind per dag, waarbij het eerste jaar een uitstroomverhoging van 5 kinderen verwacht wordt vanwege implementatie van de maatregel. Een voorzichtige schatting gaat uit van een besparing van 15% tot 20%, d.w.z. €912.500. Qua kosten schatten we het eerste jaar €160.000 kwijt te zijn aan onderzoek- en ontwikkelkosten (2 fte). Het tweede jaar betreft projectkosten (1 fte) en implementatiekosten à € 50.000 (richtlijnen, mandaten, etc.). In de jaren erna zullen er extra uitvoeringskosten zijn op basis van 75 aanvragen per jaar, waarvan 25 per jaar gehonoreerd worden. De verwachte besparing komt hiermee structureel uit op €812.500.

19

Huishoudelijke hulp De kosten per cliënt dalen, maar het aantal cliënten stijgt hard. Dit effect wordt waarschijnlijk volledig veroorzaakt doordat de eigen bijdrage niet meer inkomensafhankelijk is, maar een vast bedrag per vier weken betreft. Als gevolg van de invoering zijn inwoners die voorheen particulier huishoudelijk hulp regelden een beroep gaan doen op de gemeenten. Om kosten binnen de voorziening huishoudelijke hulp te beperken, zal er gekeken moeten worden naar het beperken van de toegang en het versoberen van de huishoudelijke hulp.

Versoberen levering en aanscherpen toegang Analyse De gemeente is bij wet verplicht zorg te dragen voor maatschappelijk ondersteuning. Het is juridisch niet mogelijk op onderdelen van de zorg of ondersteuning of voor bepaalde doelgroepen geen zorg en ondersteuning te bieden. Echter zien consulenten van gemeenten nu weinig weigeringsgronden binnen de Wmo, waardoor instroom moeilijk beperkt kan worden. Dit varieert wel per gemeente. Waar sommige gemeenten aangeven niet strenger te kunnen indiceren, geven andere gemeenten aan hier wel nog naar te kunnen kijken. Gemeenten die aangeven niet strenger te kunnen indiceren, geven aan dat zij wel kunnen herindiceren als de huishoudelijke hulp eerst versoberd wordt. Er zal dus eerst gekeken worden naar de manieren waarop zorg versoberd kan worden, alvorens ook kan worden gekeken naar het werkproces rondom toewijzing. Momenteel wordt aan cliënten met regelmaat zorg geleverd. Met uitzondering van vakantie en enkele andere weken, komen aanbieders wekelijks bij cliënten langs om zorg te leveren. Hierbij wordt met cliënten overlegd wanneer huishoudelijke hulp langskomt. Hierdoor zijn aanbieders ook wekelijks tijd kwijt aan randzaken rondom de huishoudelijke hulp.

Oplossingsrichting De huishoudelijke hulp versoberen door: Bij cliënten waar het tot een mogelijkheid behoort, de huishoudelijke hulp een keer per twee weken in plaats van elke week langs te laten komen. Hierdoor zijn aanbieders per cliënt minder tijd kwijt zijn aan randvoorwaarden, zoals reistijd, inloop, afscheid, etc. De huishoudelijk hulp op vaste tijdstippen in de week aan te bieden. Cliënten kunnen dan kiezen uit maandagochtend of donderdagmiddag. Hierdoor zijn aanbieders minder tijd en geld kwijt aan het plannen van de huishoudelijke hulp. Daarbij zullen inwoners met voldoende inkomen en vermogen zelf op zoek gaan naar particuliere huishoudelijke hulp, omdat deze beter aansluit op de wensen en behoeften. Er wordt beter gekeken naar planningen rondom vakanties. Kan er minder geleverd worden in tijden dat mensen vakantie hebben. De toegang tot huishoudelijk hulp aan te scherpen door: de voorwaarde te stellen dat niet alleen ouderdom een reden is om in aanmerking te komen voor HH1, maar dat altijd sprake moet zijn van een combinatie met mantelzorgtaken, een chronische ziekte, een kortdurende hevige ziekteperiode of financiële problemen. Het is de moeite waard deze benadering nader uit te zoeken. de financiële draagkracht mee te nemen in het totale dienstverleningsconcept van de gemeente.

Vanuit alle lagen van de gemeente (politiek, bestuur, management en uitvoering) stevig(er) uitdragen dat inwoners die voldoende inkomen en vermogen hebben zelf moeten voorzien in huishoudelijk hulp. Hoewel gestuurd kan worden richting eigen financiering, kan inkomenvermogen niet als uitsluitende grond gebruikt worden. Dit is wettelijk niet toegestaan. nog scherper te kijken naar wat inwoners zelf/via het netwerk kunnen doen om huishoudelijke taken zelf uit te voeren. Gebruikelijke zorg dient ook voor aanbieders een prikkel te zijn om huishoudelijke hulp af te bouwen, wanneer zij constateren dat inwoners in staat zijn (een aantal) geïndiceerde huishoudelijke activiteiten zelf uit te voeren. nadrukkelijker bij de toegang de eigen kracht centraal te stellen, waardoor een (zwaardere) indicatie misschien niet nodig is. Dit kan bijdragen aan betere uitkomsten voor inwoners en het dalen van de maatschappelijke kosten door te verwijzen naar een voorziening waarbij de eigen kracht van de inwoner en zijn netwerk volledig benut is. Is er meer nodig, dan wordt alsnog een maatwerkvoorziening ingezet. 20

-

de cliënt vooraf goed te informeren over de implicaties van hulp bij het huishouden. Licht de cliënt goed voor over wat het betekent om huishoudelijke hulp vanuit de Wmo gefinancierd te krijgen. Men kan geen eisen stellen aan het tijdstip dat de hulp komt; er wordt niet met ammonia of chloor schoongemaakt; het kan zijn dat er niet steeds dezelfde hulp komt; etc.. Hierdoor kan de cliënt een afweging maken over de geschiktheid van een huishoudelijke hulp binnen de Wmo. 6

Op 23 november heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten in haar brief geadviseerd een aantal van deze maatregelen te nemen om kosten te beheersen en besparen binnen huishoudelijke hulp. Het draait o.a. om het betrekken van financiële zelfredzaamheid binnen het gesprek (met behulp van goede werkinstructie en vragenlijst) en maatregelen die eigen kracht bevorderen. Zij hebben aangegeven dat zij gemeenten kunnen ondersteunen in het verder uitwerken van deze maatregelen. Maatregelen 5. Het versoberen van de levering en aanscherpen van de toegang tot huishoudelijke hulp door: a. aanpassen verordening en beleidsregels (raad/ college); b. aanpassen overeenkomsten voor levering; c. aanpassen werk- en uitvoeringsprocessen toegang; d. informeren aanbieders huishoudelijke hulp; e. consulenten trainen in nieuwe werkprocessen; f. grootschalig herindiceren van bestaande cliënten.

Nieuw normenkader Analyse Bijna alle cliënten (5850) nemen huishoudelijke hulp basis af. Binnen huishoudelijke hulp basis krijgen mensen gemiddeld 2 uur per week huishoudelijke hulp (in 2019). Gemeenten hanteren nu bij indicering het indicatieprotocol van het Centrum Indicatiestelling Zorg. Dit indicatieprotocol is ontwikkeld voor de langdurige zorg en daarom niet toegesneden op de Wet maatschappelijke ondersteuning. Oplossingsrichting Onderzoeksbureau HHM en KPMG hebben gezamenlijk een nieuw normenkader voor huishoudelijke hulp ontwikkeld. De toepassing van dit normenkader is vorig jaar goedgekeurd door de Centrale Raad van Beroep. Binnen het normenkader wordt gekeken naar: Nieuwe normering Er kan gekeken worden naar standaard landelijke normtijden voor huishoudelijke ondersteuning. O.a. KPMG heeft landelijke normtijden onderzocht. Hierdoor kunnen standaard normtijden in Regio Gooi en Vechtstreek vergeleken en aangepast worden aan de landelijke norm, waardoor besparingen plaatsvinden. Gezien de gemiddelde tijd binnen Gooi en Vechtstreek al rond dit gemiddelde ligt, verwachten wij vooral een besparing door het meenemen van eigen kracht binnen het normenkader van KPMG. Efficiëntere inzet vakantieperiode Het ingezette aantal uren huishoudelijke hulp en algemene schoonmaakvoorziening kan verminderd worden door efficiëntere inzet in de vakantieperiode.

Bij de inwoners bij wie dat kan, wordt dan in overleg minder vaak schoongemaakt. “De normtijd voor een gemiddelde situatie is 108 uur per jaar of 125 minuten per week. De normtijden zijn weergegeven als ‘uren per jaar’, maar kunnen ook weergeven worden in minuten per week. Daarmee wordt tegemoetgekomen aan de wettelijke plicht om tijdbesteding inzichtelijk te maken voor de cliënt en daarmee diens rechtspositie te bewaken. Tegelijk wordt flexibele toepassing naar individuele situaties 7 mogelijk, zodat er ruimte is voor maatwerk dat van week tot week nodig is. “ Gooise Meren heeft het normenkader al (deels) ingevoerd. Zoals we hieronder kunnen zien, zat Gooise Meren eerst nog ruim boven het gemiddelde van Gooi en Vechtstreek en in 2019 met 5298 er ruim onder. Ook de relatieve daling is bij Gooise Meren hoger dan bij (bijna) alle andere gemeenten.

6 7

VNG, 23 november, 2020, Maatregelen beheersen kosten abonnementstarief KPMG/HHM, Normenkader huishoudelijke hulp 21

Gemiddeld aantal minuten huishoudelijke hulp per cliënt

Maatregelen 6. Toepassen normenkader huishoudelijke hulp door: a. aanpassen beleidsregels/richtlijn (college); 8 b. aanpassen normenkader toegang ; c. aanpassen werk- en uitvoeringsprocessen toegang; d. consulenten en huishoudelijke hulpen trainen in nieuwe werkprocessen; e. herindiceren bestaande cliënten huishoudelijke hulp.

Algemene voorziening huishoudelijk hulp Analyse De kosten voor huishoudelijke hulp stijgen hard. Dit komt voornamelijk door een stijging van het aantal cliënten, gezien de kosten per cliënt juist dalen. Mede door het abonnementstarief zijn er in 2019 742 extra cliënten ingestroomd ten opzichte van 2018. In 2020 wordt een nog grotere stijging verwacht. Een groot gedeelte van de cliënten die gebruik maken van huishoudelijke hulp, maken gebruik van huishoudelijke hulp basis. Slechts een klein deel (nog geen 1%) heeft huishoudelijke hulp plus. Oplossingsrichting Cliënten die het minimale aantal uren geholpen worden binnen huishoudelijke hulp basis zouden waarschijnlijk ook geholpen kunnen worden binnen een basisvoorziening, welke per cliënt goedkoper is dan een maatwerkvoorziening. Maatregelen 7. Algemene voorziening huishoudelijke hulp kan worden gerealiseerd door: a. Aanpassen verordening en beleidsregels (raad/college) b. Contracteren van aanbod voor thuisondersteuning c. Informeren van aanbod huishoudelijke hulp over nieuw aanbod thuisondersteuning d. Aanpassen werk- en uitvoeringsprocessen toegang e. Consulenten en huishoudelijke hulpen trainen in nieuwe werkprocessen

8

. Een rechterlijke uitspraak geeft aan dat een gemeente haar beleid weliswaar mag baseren op het KPMG-rapport, maar alleen als het gaat om zogenoemde clusters van huishoudelijke hulp, niet om individuele activiteiten, omdat het rapport daar niet genoeg basis voor geeft. Er moet dus gelet worden op beperkingen als er gekeken wordt naar landelijke normen. 22

Een onderzoek naar de mogelijkheden van het vormen van een algemene voorziening is nodig om deze oplossingsrichting concreet uit te voeren. Het is namelijk van belang dat er een norm in redelijkheid wordt vastgesteld voor deze collectieve voorziening en er geen sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie. In het geval deze collectieve maatwerkvoorziening onvoldoende ondersteuning biedt, kunnen maatwerkmodules worden ingezet. Om te bepalen of er sprake is van een algemene voorziening waarbij een duurzame hulpverleningsrelatie wordt aangegaan, is volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten met name de aard van de band tussen de cliënt en hulpverlener van belang. Deze afweging wordt per voorziening gemaakt, niet per cliënt. Bij een duurzame hulpverleningsrelatie gaat het om algemene voorzieningen waar(bij): er in belangrijke mate sprake is van persoonlijke hulpverlening (en waarbij arbeid verreweg de grootste kostencomponent is); en de continuïteit van de band tussen cliënt en hulpverlener belangrijk is voor de ondersteuning van de cliënt; en langdurig gebruik van wordt gemaakt. Voorzieningen waar cliënten incidenteel gebruik van maken hoeven niet onder het abonnementstarief gebracht te worden. Als de Regio een goede oplossing kan bieden met een algemene voorziening, zal er minder maatwerk hoeven plaatsvinden.

Zo is bijvoorbeeld als een algemeen gebruikelijke voorziening aan te merken: een boodschappenservice dienst; maaltijdverzorging (ook wel warme maaltijdvoorziening of tafeltje-dekje genoemd); hondenuitlaatservice; een glazenwasser(s)bedrijf; was- en strijkservice Door een deel van de huishoudelijke hulp basis als algemene voorziening aan te bieden, zou er dus een besparing op uitvoeringskosten plaats kunnen vinden. Een onderzoek naar mogelijkheden om van HH1 een algemene voorziening te maken, kan zich daarnaast ook richten op de mogelijkheid van inzet van medewerkers die vallen onder arbeidsmatige dagbesteding om de voorziening handen en voeten te geven.

Maatregelentabel Huishoudelijke Hulp Cliënten 2019 5850 Maatregel 5. Versoberen levering en aanscherpen toegangscriteria 6. Normenkader HHM toepassen

7. Algemene voorziening voor thuisondersteuning

Maatregel 5.

Versoberen levering en aanscherpen toegangscriteria

Uitgaven 2019 € 14.457.628

Volume 2019 507.222 uren

Prijs 2019 € 26,40 (basis)

Acties / organisatorische impact a. Aanpassen verordening en beleidsregels (raad/college) b. Aanpassen overeenkomsten voor levering (Regio) c. Aanpassen werk- en uitvoeringsprocessen toegang d. Informeren aanbieders huishoudelijke hulp e. Consulenten trainen in nieuwe werkprocessen a. Aanpassen beleidsregel (college) b. Aanpassen normenkader toegang c. Aanpassen werk- en uitvoeringsprocessen toegang d. Consulenten en huishoudelijke hulpen trainen in nieuwe werkprocessen e. Uitvoeringsoperatie voor herindicaties a. Aanpassen verordening en beleidsregels (raad/college) b. Contracteren van aanbod voor thuisondersteuning c. Informeren van aanbod huishoudelijke hulp over nieuw aanbod thuisondersteuning d. Aanpassen werk- en uitvoeringsprocessen toegang e. Consulenten en huishoudelijke hulpen trainen in nieuwe werkprocessen Maatschappelijk effecten a. Bij grootschalige herindicatie ontvangen nieuwe en bestaande cliënten minder huishoudelijke hulp en zal deze hulp op andere voorwaarden georganiseerd worden. b. Meer inwoners moeten langer beroep doen op voorliggende en particuliere oplossingen (verhoogde druk op mantelzorg en particuliere uitgaven) c. Afname werkgelegenheid op basis van cao VVT en toename particuliere 23

werkgelegenheid 6. Normenkader HHM toepassen

a. Nieuwe en bestaande cliënten ontvangen minder huishoudelijke hulp b. Afname werkgelegenheid op basis van cao VVT a. Bestaande cliënten behouden rechten: geen effect b. Grote(re) groep inwoners (met beperkingen) doet beroep op algemene voorzieningen c. Op lange termijn grote afname werkgelegenheid op basis van cao VVT en toename werkgelegenheid op basis van andere cao’s

7. Algemene voorziening voor thuisondersteuning

Maatregel 5. Versoberen levering en aanscherpen toegangscriteria

Financieel effect Kosten Opbrengsten Resultaat Kosten Opbrengst Resultaat Kosten Opbrengst Resultaat

6. Normenkader HHM toepassen 7. Algemene voorziening voor thuisondersteuning

2021

2022

2023

170.000

572.625

572.625

2024

90.000

0 170.000 170.000 0 170.000 300.000 0 300.000

-816.329 -243.705 572.625 -406.520 -166.105 300.000 -261.848 38.152

-1.632.659 -1.060.034 572.625 -813.041 -240.416 90.000 523.695 -433.695

-1.632.659 -1.542.659 90.000 -813.041 -723.041 90.000 1.047.390 -957.390

Financiële toelichting 5.

Versoberen levering en aanscherpen criteria

Versobering van levering en aanscherping van criteria leidt op meerdere manieren tot opbrengsten. Allereerst verwachten wij dat de versobering ervoor zal zorgen dat inwoners met een hoger inkomen op zoek zullen gaan naar alternatieven, bijvoorbeeld particuliere huishoudelijke hulp. We gaan ervan uit dat 5% van de inwoners met huishoudelijke hulp op zoek zal gaan naar een alternatief. Hiernaast is er een besparing door versobering op levering bij inwoners die niet op zoek gaan naar een alternatief. We gaan uit van een besparing van 6% op groep van 40% door versobering. Als laatste zorgt de verscherping van toegang ook voor een besparing. Het gaat om het aanscherpen van toegang door chronische beperking en financiële situatie mee te nemen als indicatoren. Wij nemen hierbij een 9 e voorbeeld aan Heerde. We gaan met deze verwachting ervanuit dat 60/500 deel geen indicatie zal krijgen, waarbij een gemiddelde klant 2471 euro kost. Om dit effect te bereiken zullen incidenteel veel kosten gemaakt moeten worden. Dit komt doordat herindiceren een omvangrijke kostenpost is. Per herindicatie zal 3 uur nodig zijn (1 uur voorbereiden, 1 uur gesprek, 1 uur uitwerken; 55 euro per uur). De kosten voor het indiceren zullen verdeeld worden over het tweede en derde jaar.

Hiernaast zijn er ook kosten voor het uitwerken van versobering en richtlijn voor strenger indiceren en het implementeren (2 fte) en het trainen van consulenten (€10.000). In het vierde jaar zal enkel 1 fte en trainingskosten (€10.000) nodig zijn. Kosten zullen oplopen van €170.000 tot €572.625 om vervolgens af te schalen naar €90.000. Het effect zal niet meteen zichtbaar zijn, gezien herindiceren een lang traject is en inwoners het recht op overgang hebben. Er wordt verwacht dat de structurele besparing €1.542.659 bedraagt. 6.

Normenkader HHM toepassen 10

11

12

Eindhoven , Leeuwarden , en Aalten noemen het toepassen van het nieuwe normenkader als besparende maatregel. Zij geven aan substantieel te kunnen besparen, omdat zij gemiddeld 20 minuten tot een uur boven de norm zitten die KPMG aanhoudt (5625 minuten per jaar). Wij verzorgen echter gemiddeld maar 5454 minuten huishoudelijke hulp per jaar. Wij focussen ons daarom niet op een besparing omdat het gemiddelde omlaag gaat, maar op een besparing door het strikter meenemen van eigen kracht in het proces. KPMG geeft aan dat gemiddeld 13 uur minder geïndiceerd

9

VNG analyse ten behoeve van de voortgangsrapportage Wmo, VNG, 2016 https://www.ed.nl/eindhoven/eindhovenaren-krijgen-minder-schoonmaakhulp~aa5b099c/ 11 Uitvoeringsplan ‘herijking ondersteuning Wmo’ Leeuwarden, 2019 12 Transformatieplan Sociaal Domein, gemeente Aalten, 2020 10

24

kan worden op het moment dat inwoners deze met eigen kracht kunnen invullen. Bij herindicatie gaan wij uit van een reductie bij 40% van cliënten. Dit zal uiteindelijk structureel €813.041 structureel per jaar opbrengen. Net als bij het versoberen en aanscherpen criteria zal ook hier een herindicatie nodig zijn. De kosten zijn gelijk aan maatregel 5, maar hoeven uiteraard geen twee keer te hoeven uitgevoerd als beide maatregelen doorgang vinden. Per herindicatie zal 3 uur nodig zijn (1 uur voorbereiden, 1 uur gesprek, 1 uur uitwerken; 55 euro per uur). De kosten voor het indiceren zullen verdeeld worden over het tweede en derde jaar. Hiernaast zijn er ook kosten voor het uitwerken van het normenkader en het implementeren (2 fte) en het trainen van consulenten (€10.000) en 1 fte plus trainingskosten in het vierde jaar. De uiteindelijke structurele besparing zal naar verwachting €723.041 bedragen. 7.

Algemene voorziening voor thuisondersteuning 13

14

15

16

Berg en dal , Hengelo , Heerde en Midden Groningen noemen het omvormen van Huishoudelijke Hulp Basis naar een algemene voorziening in (besparings-)plannen. Gebaseerd op hun verwachtingen gaan wij uit van besparingen door goedkopere hulp (-1 euro per uur volgens de CAO VVT; inwoners hebben gemiddeld 90,9 uur hulp per jaar) voor 86,6% van de nieuwe cliënten. Daarnaast zijn er minder uitvoeringskosten doordat er geen indicaties afgegeven hoeven worden. Er zijn dan naar 17 verwachting 7 consulenten minder nodig (55.000 per jaar per consulent). Dit levert volgens ons structureel €1.047.390 op. De kosten bestaan de eerste twee jaar uit ontwikkelkosten (projectleider, inkoop, en monitoring, d.w.z. 3 fte à €80.000) en trainingskosten (€10.000). Het derde en vierde jaar zal minder mankracht nodig zijn, en is er naar alle waarschijnlijkheid nog 1 fte nodig (loonkosten inkoop (0,5 fte) en data (0,5 fte) en zijn er kosten voor een herhaaltraining voor consulenten (€10.000). De totale kosten lopen daarmee af van €300.000 in het eerste jaar naar €90.000 in het vierde jaar. Structureel kan er naar verwachting €957.390 bespaard worden.

13

Grip op kosten in het sociaal domein: Wmo en Jeugdhulp, Berg en Dal, 2018 Interventieprogramma Sociaal Domein, gemeente Hengelo, 2018 15 VNG analyse ten behoeve van de voortgangsrapportage Wmo, VNG, 2016 16 Bezuinigingsvoorstellen, Gemeente Midden Groningen, 2019 17 Gemeentelijk dienstverleningsconcept Sociaal Domein, HBEL, 2016 14

25

Begeleiding & dagbesteding Begeleiding is de afgelopen jaren flink gegroeid qua kosten. Het aantal cliënten is sterk gestegen, terwijl de kosten per cliënt nagenoeg gelijk blijven. Bij de meeste cliënten wordt lichte begeleiding als voorziening ingezet. Bij specialistische begeleiding is vaak sprake van een stapeling of aaneenschakeling van zorginterventies. Deze cliënten hebben naast begeleiding, vaak ook nog andere hulp en ondersteuning. Hier is het advies om één zorgorganisatie te contracteren en zo de versnippering tegen te gaan. Hoewel dagbesteding laatste jaren redelijk stabiel is gebleven, zien we daar twee ontwikkelingen die van belang zijn. Ten eerste zien we meer inwoners die in begeleiding/dagbesteding zitten, terwijl voor hen misschien ook (sociaal) werk mogelijk is. Ten tweede zien we dat voorliggende dagbesteding (dus geen maatwerkvoorziening) mogelijk moet zijn, maar onvoldoende in de uitvoeringspraktijk van de grond komt.

Eenvoudige zorg bij complexe situaties Analyse De pareto coëfficiënt geeft aan dat een kleine groep inwoners verantwoordelijk is voor een substantieel van de gemeentelijke zorguitgaven. Bij deze inwoners werken veel bestaande oplossingen niet. Meerdere partijen zijn betrokken en proberen met specialistische interventies tot een oplossing te komen. Verwijzingen en hulpverleners zijn in een lange keten aangesloten bij het zorgtraject van het huishouden. De huidige inkoop in Gooi en Vechtstreek is onvoldoende gericht op deze kleine en kwetsbare groep huishoudens. Interventies worden los van elkaar gecontracteerd, terwijl de oplossing waarschijnlijk gelegen is in een samenhangende aanpak voor de meest complexe situatie. Door één partij in te schakelen voor deze kwetsbare groep in plaats van vele losse partijen, wordt de zorg niet alleen goedkoper maar ook effectiever. Oplossingsrichting De gemeenten starten naast de huidige zorginkoop een pilot/experiment voor de inkoop van (jeugd)zorg en ondersteuning voor de meest kwetsbare gezinnen. Het uitgangspunt daarbij is dat de regie op deze (jeugd)zorg en ondersteuning bij één partij komt te liggen. Door de (jeugd)zorg en ondersteuning bij deze groep inwoners lijkt aan doelmatigheid te kunnen winnen, waarbij zowel kosten bespaard kunnen worden als zorg verbeterd kan worden. Deze pilot zal worden uitgevoerd met 50 cliënten.

Er zal nader onderzoek plaatsvinden naar de omvang van de populatie de wordt geselecteerd voor de pilot. Voor een financiële schatting wordt er momenteel uitgegaan van een controlegroep van 25 personen en een testgroep van 25 personen. Huizen, Blaricum, Eemnes, en Laren hebben onlangs gevraagd om de mogelijkheden te verkennen om specialistische begeleiding Wmo en Jeugd binnen de bestaande regionale inkoopafspraken te organiseren via het systeem van lumpsumafspraken met een aanbieder voor jeugd en een aanbieder voor Wmo. Zij zien een aanleiding in de stijgende kosten voor dit type begeleiding en willen deze mogelijkheden verkennen om goedkopere trajecten te organiseren. Met deze pilot hopen de gemeenten hieraan te voldoen. Indien de evaluatie het experiment een positieve uitkomst laat zien, wordt voorgelegd aan de gemeenten de uitkomsten structureel te borgen in de financiering en contractering van de begeleiding en aanverwante voorzieningen. Maatregelen 8. Experiment uitvoeren door: a. nader onderzoek te doen naar de grootte van de populatie die aan de pilot mee kan doen; b. op basis van dossieronderzoek een selectie te maken van een interventie- en een 18 controlegroep ; c. één aanbieder te contracteren voor de interventiegroep die in staat is om bij deze populatie 19 de noodzakelijke (jeugd)zorg en ondersteuning te leveren . d.

de pilot minimaal twee jaar uit te voeren, waarbij jaarlijks wordt geëvalueerd.

18 19

De controlegroep het aanbod dat reeds is toegewezen. De interventiegroep ontvangt nieuw gecontracteerd aanbod Het nieuwe aanbod vervangt het bestaande aanbod. 26

Aanscherpen toegang Analyse Inwoners wonen steeds langer zelfstandig thuis. Vaak is dat goed, maar soms ook niet. Gemeenten zien regelmatig dat inwoners nog thuis hulp en ondersteuning krijgen, terwijl eigenlijk hulp vanuit de wet langdurige zorg nodig is. Redenen om hier geen gebruik van te maken zijn vaak onbekendheid, financiële redenen (een eigen risico of een hogere eigen bijdrage) of onvoldoende inzicht in de persoonlijke situatie (verwaarlozing, gevaarrisico, etc.). Oplossingsrichting Het Nederlandse zorgstelsel met de Zorgverzekeringswet, het sociaal domein en de langdurige zorg is complex georganiseerd. Gemeenten kunnen de inzet van begeleiding en dagbesteding scherper afbakenen met de inzet vanuit de Zorgverzekeringswet en de langdurige zorg. Gemeenten kunnen kiezen voor een verscherpte toetsing van toekenningen, waarbij ook gekeken wordt naar de juiste toepassing van de juiste wet, kortere indicaties bij een niet-chronische zorgbehoefte en frequentere toetsing of de geleverde zorg of ondersteuning nog passend is. Dit vergt een investering in de capaciteit van het gemeentelijk team. Met de huidige beschikbare tijd per melding is daar te weinig ruimte voor. Hier gaan de kosten dus voor de baat uit.

Het beperken van de toegang tot begeleiding en dagbesteding kan door: a) een extra check in te bouwen in het indicatieprotocol, waarbij wordt toegezien op de juiste toepassing van de juiste wetten (afbakening Wlz, Wmo, Zvw). Hierdoor worden structureel kosten geremd omdat cliënten– daar waar passend – geïndiceerd en vervolgens bekostigd krijgen vanuit flankerende wetten. b) chronische beperking als indicatie mee te nemen in het werkproces. In de praktijk worden beschikkingen vaak voor een kortdurende periode afgegeven. Dit sluit aan bij de bedoelingen van de wetgever, die de eigen kracht van de inwoner centraal stelt en bij een ondersteuningsbehoefte (kortdurende) zorgverlening dient te worden ingezet met het doel deze in de toekomst weer af te bouwen in het geval het beter gaat met de desbetreffende inwoner. Echter kan er onderscheid worden gemaakt in zorg die afgeschaald kan worden en cliënten met een chronische beperking, welke zijn aangewezen op meer langdurige voorzieningen. Zij krijgen van gemeenten veelal kortdurende voorzieningen toegewezen, waarbij een onderbouwing voor de duur in die gevallen ontbreekt. Dit geeft voor zowel cliënten als gemeenten extra administratieve lasten. c) financiële draagkracht mee te nemen in het werkproces. Er kan gevraagd worden in hoeverre inwoners over eigen kracht/ondersteuning vanuit de omgeving beschikken.

Hoewel gestuurd kan worden richting financiering, kan inkomen-vermogen niet als uitsluitende factor gebruikt worden. Hier moet zeer streng op gelet worden bij het uitwerken van deze maatregel. d) nadrukkelijk te vragen naar eigen kracht of hulp van de omgeving, waardoor een (zwaardere) indicatie misschien niet nodig is. Dit kan bijdragen aan betere uitkomsten voor inwoners en het dalen van de maatschappelijke kosten door te verwijzen naar een voorziening waarbij de eigen kracht van de inwoner en zijn netwerk volledig benut is. Maatregelen 9. Aanscherpen toegang begeleiding en dagbesteding uitvoeren door: a. werk- en uitvoeringsprocessen toegang aan te passen; b. consulenten te trainen in nieuwe werkprocessen; c. een uitvoeringsoperatie voor herindicaties door te voeren (kan gezamenlijk met andere maatregel herindicaties).

Algemene voorziening Analyse Een knop waar de gemeente invloed op heeft om kostenbesparing te realiseren is het type ondersteuning: licht, middel of zwaar. Door meer ondersteuningsbehoeften op te vangen binnen de basisvoorzieningen, kan de druk op de maatwerkvoorzieningen (en daarmee het benodigde budget) afnemen. Het is van belang te kijken hoe in het beleid de focus gelegd kan worden op de verschuiving van zwaardere naar lichtere vormen van ondersteuning. Oplossingsrichting Het aanbieden van lichte begeleiding en dagbesteding als algemene voorzieningen. Bijvoorbeeld door een breder aanbod van basisvoorzieningen te ontwikkelen en afspraken te maken met partners om 27

van deze voorzieningen gebruik te maken. De voorstelde maatregel is om lichte begeleiding en dagbesteding als algemene voorziening aan te bieden en waar mogelijk te koppelen aan de inloop en ontmoeting. Cliënten die momenteel door een traject moeten om lichte begeleiding of dagbesteding te ontvangen, hoeven dan geen indicatietraject meer te doorlopen en kunnen zich rechtstreeks tot de aanbieder wenden. Dit leidt tot een snellere en flexibelere inzet. Daarnaast heeft het vormen van lichte begeleiding en dagbesteding ook effect op de kosten van Wmo vervoer, omdat het vervoer bij een algemene voorziening niet door de aanbieder geregeld wordt. Om welk deel van de begeleiding en dagbesteding het gaat, moet worden onderzocht. Dit is nodig om een startsituatie te creëren waarmee de bedragen voor de voorziening kunnen worden bepaald. Belangrijk is dat er dan ook gestopt wordt met het aanbieden van lichte begeleiding als maatwerkvoorziening, omdat anders van beiden gebruik zal worden kunnen gemaakt, waardoor geen kostenbesparing op zal treden. Maatregelen 10. Algemene voorziening lichte begeleiding en dagbesteding vormen door: a. een projectgroep te vormen; b. de verordening en beleidsregels aan te passen (raad/college); c. overeenkomsten voor de levering van algemene voorzieningen op te stellen; d. informeren van aanbod begeleiding en dagbesteding over nieuw aanbod; e.

aanpassen werk- en uitvoeringsprocessen toegang f. consulenten en aanbieders trainen in nieuwe werkprocessen

Arbeid in plaats van zorg Analyse Een groot gedeelte van begeleiding wordt verzorgd voor beroepsbevolking volgens onze analyse. Van alle cliënten die begeleiding ontvangen is 77,45% tussen de 20 en 65 jaar. Dit geldt ook voor 38,34% van de cliënten die dagbesteding ontvangen. Cliënten die op jonge leeftijd een indicatie hebben ontvangen, ontvangen dit veelal voor langere periode. Het zou kunnen dat er te weinig wordt gekeken naar het werk dat zij kunnen verzetten. Sommige cliënten hebben Wmo begeleiding nodig in hun persoonlijke leven maar kunnen daarnaast best werk tegen loonwaarde verzetten omdat ze arbeidsvermogen hebben. Oplossingsrichting Wanneer wordt geïnvesteerd om een aantal van deze cliënten door te laten stromen naar andere vormen van daginvulling (bijv. vrijwilligerswerk, beschut werk of betaald werk) zorgt dit voor een afname van het zorgvolume en een groei van de arbeidsproductiviteit. Door dit mee te nemen in het keukentafelgesprek en regelmatige gesprekken met de klant te voeren kan beter gekeken worden of deze persoon richting arbeid kan gaan. Maatregelen 11. Sturen op arbeid in plaats van zorg door:: a. verordening, beleidsregel en indicatieprotocol aan te passen (raad, college); b. werk- en uitvoeringsprocessen toegang aan te passen; c. het aanbod sociale en beschutte werkplekken uit te breiden; d. consulenten trainen in nieuwe werkprocessen; e.

uitvoeringsoperatie voor herindicaties (kan gezamenlijk met andere maatregel herindicaties).

28

Maatregelentabel Dagbesteding & Begeleiding Cliënten 2019 2.284 (begeleiding) 819 (dagbesteding) Maatregel 8. Eenvoudige zorg bij complexe situaties (pilot)

9. Toegang aanscherpen

10. Algemene voorziening

11. Sturen op arbeid in plaats van zorg

Maatregel 8. Eenvoudige zorg bij complexe situaties

Acties / organisatorische impact a. Nader onderzoek doen naar de grootte van de populatie b. Op basis van dossieronderzoek een selectie te maken van een interventie- en een controlegroep c. Eén aanbieder contracteren voor de interventiegroep d. De pilot minimaal twee jaar uit te voeren met jaarlijkse evaluatie a. Aanpassen werk- en uitvoeringsprocessen toegang b. Consulenten trainen in nieuwe werkprocessen c. Uitvoeringsoperatie voor herindicaties a. Vormen projectgroep b. Aanpassen verordening en beleidsregels (raad/college) c. Contracteren van aanbod voor algemene voorzieningen begeleiding en dagbesteding d. Informeren van aanbod begeleiding en dagbesteding over nieuw aanbod e. Aanpassen werk- en uitvoeringsprocessen toegang f. Consulenten en aanbieders trainen in nieuwe werkprocessen a. Aanpassen beleidsregel en indicatieprotocol (college) b. Aanpassen werk- en uitvoeringsprocessen toegang c. Contracteren aanbod extra sociale werkplekken d. Consulenten trainen in nieuwe werkprocessen e. Uitvoeringsoperatie voor herindicaties Maatschappelijk effecten a. b. a. b.

9. Toegang aanscherpen c. c. a. b. 10. Algemene voorziening c.

11. Sturen op arbeid in plaats van zorg Maatregel

Uitgaven 2019 €11.612.185 (begeleiding) €3.812.597 (dagbesteding)

d. e. a. b. a.

Cliënten met een grote zorgvraag hebben te maken met een enkele aanbieder. Meer ruimte voor maatwerk en flexibiliteit onder cliënten. Nieuwe cliënten ontvangen minder begeleiding (bij keuze voor herindicatie ontvangen ook huidige cliënten minder begeleiding). Meer inwoners moeten langer beroep doen op voorliggende of particuliere voorzieningen. Inwoners kunnen te maken krijgen met een hoger eigen risico en mogelijke zorgval. Inwoners krijgen zorg die gefinancierd wordt vanuit de juiste financiering Bestaande cliënten behouden hun rechten: geen effect Meer inwoners moeten langer beroep doen op voorliggende en particuliere oplossingen (verhoogde druk op mantelzorg en particuliere uitgaven) Grote(re) groep inwoners (met beperkingen) doet beroep op algemene voorzieningen Meer flexibiliteit en sneller handelen als inwoners hulp nodig hebben. Minder uitvoeringskosten indiceren inwoners Nieuwe en bestaande cliënten ontvangen minder begeleiding Er wordt gekeken naar een nuttige invulling van tijd van cliënten Er zal meer werkgelegenheid met betrekking tot begeleiding werk zijn

8. Eenvoudige zorg bij complexe situaties (pilot)

Financieel effect 20 Kosten 21 Opbrengst Resultaat

9. Toegang aanscherpen

Kosten

2021

2022

2023

2024

80.000 -312.500 -232.500

60.000 -312.500 -232.500

40.000 -625.000 -585.000

40.000 -625.000 -585.000

50.000

10.000

10.000

10.000

20

Projectkosten pilot Aanname zorgtraject: 50.000 per cliënt per jaar. Besparing 25% per cliënt (praktijkonderzoek IPW). Eerste 2 jaar pilot met 25 cliënten. Daarna borgen voor ongeveer 50 cliënten 21

29

Opbrengst

10. Algemene voorziening

11. Sturen op arbeid in plaats van zorg

Resultaat

-154.248 -104.248

-308.496 -298.496

-308.496 -298.496

-308.496 -298.496

Kosten Opbrengsten Resultaat

280.000 -656.991 -376.991

280.000 -965.487 -685.487

180.000 -1.273.983 -1.093.983

180.000 -1.582.478 -1.402.478

Kosten Opbrengst Resultaat

450.000 0 450.000

450.000 -375.000 75.000

450.000 -750.000 -300.000

450.000 -750.000 -300.000

Financiële toelichting 8.

Eenvoudige zorg bij complexe situaties (pilot)

Een complex zorgtraject kost ongeveer €50.000 per cliënt per jaar. Er zal ongeveer 25% bespaard 22 worden naar onze verwachting. De eerste twee jaar zal de pilot uitgevoerd worden met 25 cliënten. In het derde en vierde jaar zullen opbrengsten project geborgd worden voor 50 cliënten. Hiermee zal dus structureel €625.000 opgebracht kunnen worden. Bij succesvolle resultaten kan nagedacht worden over opschaling, waarbij opbrengsten ook groter zullen zijn. De projectkosten voor de pilot zullen circa €80.000 zijn in het eerste jaar, aflopend naar €40.000 in het vierde jaar. De besparingen zouden hiermee €585.000 bedragen. 9.

Toegang aanscherpen 23

24

25

Een aanscherping van de toegang staat genoteerd in plannen van Hengelo , Meppel , Aalten , 26 27 28 Oisterwijk , Berg en Dal , Waterland . Door de hoeveelheid plannen waarin deze maatregel genoemd wordt verwachten wij een zekere besparing. Aalten geeft als enige relatieve besparing op (namelijk 1%) voor afbakening Wlz/Wmo/Zvw. Deze verwachting nemen wij over. Een verdere besparing van aanscherping gaat in elk plan hand in hand met additionele maatregelen, bijvoorbeeld een omgekeerde toets. Minimale besparingen van 1% (zoals Oisterwijk aangeeft) moet haalbaar zijn voor aanscherping als losse maatregel. In totaal is de opbrengst dan een voorzichtige 2%, ofwel €308.496 De kosten om deze maatregel uit te voeren zijn laag. We houden 0,5 fte aan voor het aanscherpen van de indicatierichtlijn. In principe kunnen consulenten getraind worden in aanscherping van indicatieprotocol (€10.000). Passendheid van voorzieningen kan steekproefsgewijs worden getest in volgende jaren. De structurele besparing wordt geschat op €298.496 10. Algemene voorziening 29

30

31

32

33

34

De notitie ombuigingen , Aalten , Hengelo , Midden Groningen , Berg en Dal , Heerde en 35 Leeuwarden noemen het vormen van lichte begeleiding en dagbesteding naar een algemene (collectieve) voorziening als maatregel. Door de hoeveelheid plannen waarin deze maatregel genoemd wordt verwachten wij een zekere besparing. De besparingen in voorgenoemde actieplannen lopen op van 3% tot 13%. Gezien het grote aantal cliënten dat lichte begeleiding ontvangt binnen Gooi en

22

Praktijkonderzoek IPW Interventieprogramma Sociaal Domein, gemeente Hengelo, 2018 24 Interventieplan Sociaal Domein: Grip op het sociaal domein in Meppel, Gemeente Meppel, 2018 25 Transformatieplan Sociaal Domein, gemeente Aalten, 2020 26 Strijdplan sociaal domein, Oisterwijk 2020 27 Grip op kosten in het sociaal domein: Wmo en Jeugdhulp, Berg en Dal, 2018 28 Betere financiële beheersbaarheid sociaal domein, gemeente Waterland, 2019 29 Notitie ombuigingen sociaal domein, 2019 30 Transformatieplan Sociaal Domein, gemeente Aalten, 2020 31 Interventieprogramma Sociaal Domein, gemeente Hengelo, 2018 32 Bezuinigingsvoorstellen, Gemeente Midden Groningen, 2019 33 Grip op kosten in het sociaal domein: Wmo en Jeugdhulp, Berg en Dal, 2018 34 VNG analyse ten behoeve van de voortgangsrapportage Wmo, VNG, 2016 35 Uitvoeringsplan herijking ondersteuning Wmo Leeuwarden, 2019 23

30

Vechtstreek, lijkt 10% zeker haalbaar in 4 jaar. Hierbij komt ook een kostenbesparing van 10% op Wmo-vervoer. De kosten hiervoor zijn €400.000 euro, wat een extra besparing van €40.000 oplevert. In totaal verwachten we een structurele opbrengst van €1.582.478 Om deze maatregel tot uitvoer te brengen, verwachten wij het 1e en 2e jaar ontwikkelkosten (d.w.z. projectleider, inkoop, en monitoring). Dit betreft 3 fte en trainingskosten (€10.000). Het derde en vierde jaar verwachten wij minder kosten, namelijk 0,5 fte voor inkoop en monitoring en 0,5 fte voor dataanalisten. Ook een nieuwe training consulenten (€10.000) behoren tot kosten in het derde en vierde jaar. De besparing zal hiermee naar verwachting structureel €1.402.478 zijn. 11. Sturen op arbeid in plaats van zorg 36

37

Het sturen op arbeid in plaats van zorg staat genoemd in plannen van Aalten en Hengelo . De verwachting is dat 150 personen kunnen worden bereikt. Gebaseerd op besparingen die genoemd worden in Aalten levert dit €5000 per persoon op. De kosten hiervoor zijn ongeveer € 3000, gebaseerd op plannen van Aalten. Het effect blijft uit op de kosten. Dat betekent dat wij vanaf het eerste jaar €3000 per persoon kwijt zijn, maar naar schatting pas vanaf het derde jaar het volledige effect hiervan zien. De besparing komt hierdoor neer op €300.000 structureel per jaar.

36 37

Transformatieplan Sociaal Domein, gemeente Aalten, 2020 Interventieprogramma Sociaal Domein, gemeente Hengelo, 2018 31

Beschermd wonen Gemeenten vormen de toegang tot beschermd wonen. De Regio voert de beleidsvoorbereiding, inkoop en het beheer uit. De uitgaven beschermd wonen stijgen mee in lijn met de ontwikkeling van het budget in het Gemeentefonds. Dit komt doordat gemeenten voor beschermd wonen een budgetplafond hebben ingesteld. De laatste jaren stijgt de wachtlijst voor beschermd wonen sterk, veroorzaakt door een hoge instroom en een lage uitstroom. Krapte op de arbeidsmarkt en het onvoldoende benutten van voorliggende alternatieven (beschermd thuis wonen) lijken de voornaamste oorzaak voor de stijging van de wachtlijst. De wachtlijst beschermd wonen komt op onhoudbaar niveau. Er is nog nauwelijks ruimte voor nieuwe instroom, waarbij acute bescherming nodig is.

Heronderzoeken van de wachtlijst en bestaande cliënten Analyse Beschermd wonen is nooit bedoeld als oplossing voor structurele problemen op de woningmarkt. Toch zien we dat beschermd wonen soms wel als zodanig wordt ingezet of dat mensen vanwege krapte op de woningmarkt moeilijk uit beschermd wonen stromen. Op dit moment is er een wachtlijst voor beschermd wonen. Oplossingsrichting Zowel de wachtlijst als de mensen die nu gebruik maken van beschermd wonen kunnen opnieuw onderzocht worden. Daarbij moet gekeken worden naar: 1. oplossingsmogelijkheden met voorliggende voorzieningen, bekostigd vanuit de Zorgverzekeringswet, Wet langdurige zorg of vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning; 2. oplossingsmogelijkheden op het terrein van huisvesting door mogelijkheden van urgentieverlening, terug naar thuis of alternatieve woonvormen (kamerbewoning, etc.) te onderzoeken; 3. oplossingsmogelijkheden op het terrein van werk, zodat zorgkosten (beschermd wonen pakketten) verlaagd kunnen worden. De gemeentelijke doelgroep beschermd wonen gaat door een overgang van een groot deel van de huidige groep naar de Wet langdurige zorg fors veranderen Een deel van de mensen die nu een indicatie hebben voor beschermd wonen, zal in 2021 overgaan naar de Wet langdurige zorg, omdat deze vanaf 2021 opengesteld wordt voor inwoners met langdurige psychische klachten.

Een inschatting van het Rijk is dat enerzijds ongeveer 30% van de mensen in beschermd wonen overgaat naar de Wet langdurige zorg. De uitkering in het gemeentefonds daalt met de uitname Wet langdurige zorg. Naar verwachting wordt het gemeentefonds met € 495 miljoen verlaagd. Voor de Regio komt dit neer op ongeveer €4,6 miljoen. Bij de beweging richting langdurige zorg hoort ook een beweging richting meer ambulante zorg. Een gedeelte van de mensen die nu een indicatie beschermd wonen heeft, zou meer ambulante zorg (begeleiding) kunnen ontvangen: (semi)zelfstandige woonruimte met zorg aan huis. Dat is goedkoper, maar vereist ook juiste woonruimte. Onderzoek kan duidelijk maken voor welke groep dit mogelijk is. Met deze voorziene ambulantiseringsopgave, moet er ook een discussie gevoerd worden over wat precies valt onder beschermd wonen (en welke kosten hierbij horen). Zowel in Hengelo als Arnhem heeft afgelopen jaar een herindicatieronde plaatsgevonden, waaruit bleek dat de indicaties fors naar beneden bijgesteld kunnen worden of alternatieve vormen van hulp passend zijn. Ook is het zinvol om te verkennen in hoeverre inwoners met beschermd wonen/op de wachtlijst arbeidspotentieel hebben. Wanneer hier sprake van is, is het advies een traject voor arbeidsinschakeling in te zetten.

Dit versterkt niet alleen de zelfredzaamheid van deze inwoners doordat het hun kansen op zelfstandig wonen vergroot, werk heeft ook een significant effect op het verminderen van de zorgbehoefte. Het lijkt nuttig pas uitspraken te doen over maatregelen te doen, als het beeld van de nieuwe situatie duidelijk is. Een onderzoek naar omvang, typering, en ondersteuningsbehoefte van cliënten kan hierbij helpen.

32

Maatregelen 12. Heronderzoek van de wachtlijst en bestaande cliënten vormgeven door de volgende stappen te doorlopen: ste a. uitvoeren van een grondige data-analyse (1 selectie van de populatie); b. uitvoeren van een dossieronderzoek beschermd wonen, waarbij dossiers van de de gemeentelijke toegang en de zorgorganisaties opgevraagd worden voor onderzoek (2 selectie populatie) c. openen van het heronderzoek op de onder a en b geselecteerde populatie, waarbij het onderzoek wordt uitgevoerd middels een huisbezoek (videobellen tijdens corona).

Gezamenlijke bekostiging van en toegang tot beschermd wonen Analyse Beschermd wonen kost de gemeente ongeveer € 55.000 per jaar per inwoner. Het is een dure en specialistische voorziening waar mensen langdurig gebruik van maken. Vraag is dan ook in hoeverre het verstandig is om alle consulenten bij een gemeente de mogelijkheid te geven beschermd wonen ste de toe te wijzen. Hierbij kan een vergelijking getrokken worden met de 1 en 2 lijns zorg. Een huisarts kan wel verwijzen naar het ziekenhuis, maar kan niet direct naar een dure hartoperatie verwijzen. Dat is een afweging die de specialist maakt. Er is veel kennis en expertise nodig om beschermd wonen goed toe te wijzen. Het vraagt een bepaalde mate van specialisatie (kennis van de populatie, het zorgaanbod en de woningmarkt) die op dit moment onvoldoende geborgd is in de gemeentelijke toegang. Om te voorkomen dat er een scheve verdeling tussen gemeenten ontstaat (ondermijning solidariteit), is het van belang de toegang tot beschermd wonen eenduidig en uniform vorm te geven. Door gezamenlijk toegang te organiseren wordt kennis geborgd en toegang geüniformeerd, waardoor een indicatie voor beschermd wonen alleen zal worden gegeven wanneer deze echt noodzakelijk is. Op deze wijze blijft de solidariteit tussen gemeenten gehandhaafd.

Oplossingsrichting Advies is dan ook om bij een gezamenlijke bekostiging ook te zorgen voor een gezamenlijke toegang. Een gezamenlijke toegang biedt ook een (extra) drempel, waarmee de instroom beperkt kan worden. Maatregelen 13. Gezamenlijke bekostiging van en toegang tot beschermd wonen door: a. onderzoek te doen naar de mogelijkheden om de toegang tot beschermd wonen gezamenlijk uit te voeren; b. in 2021 een raadsvoorstel beschermd wonen voor te leggen voor een gezamenlijke toegang tot beschermd wonen; c. op basis van dit raadsbesluit de implementatie van de toegang voor te bereiden in de tweede helft van 2021 (uitgangspunt is dat lokale consulenten waar mogelijk mee gaan naar een gezamenlijke toegangsorganisatie); d. vanaf 1 januari 2022 de toegang beschermd wonen gezamenlijk uit te voeren.

33

Maatregelentabel Beschermd wonen Cliënten 2019 320 Maatregel

12. Heronderzoek wachtlijst + bestaande cliënten

13. Gezamenlijke bekostiging van en toegang tot beschermd wonen

Maatregel

12. Heronderzoek wachtlijst + bestaande cliënten

13. Gezamenlijke bekostiging van en toegang tot beschermd wonen Maatregel 12. Heronderzoek wachtlijst + bestaande cliënten 13. Gezamenlijke bekostiging en toegang beschermd wonen

Uitgaven 2019 13.789.281

Volume 2019 97.973 etmalen

Prijs 2019 Pakketprijzen variëren

Acties / organisatorische impact ste a. uitvoeren van een grondige data-analyse (1 selectie van de populatie); b. uitvoeren van een dossieronderzoek beschermd wonen, waarbij dossiers van de gemeentelijke toegang en de zorgorganisaties opgevraagd de worden voor onderzoek (2 selectie populatie) c. openen van het heronderzoek op de onder a en b geselecteerde populatie, waarbij het onderzoek wordt uitgevoerd middels een huisbezoek (videobellen tijdens corona). a. onderzoek te doen naar de mogelijkheden om de toegang tot beschermd wonen gezamenlijk uit te voeren b. in een raadsvoorstel beschermd wonen voor te leggen voor een gezamenlijke toegang tot beschermd wonen; c. op basis van dit raadsbesluit de implementatie van de toegang voor te bereiden in de tweede helft van 2021 (uitgangspunt is dat lokale consulenten waar mogelijk mee gaan naar een gezamenlijke toegangsorganisatie); d. vanaf 1 januari 2022 de toegang beschermd wonen gezamenlijk uit te voeren. Maatschappelijk effecten a. Onrust onder wachtlijst en bestaande cliënten. Deel stroomt in bij beschermd wonen. Deel stroomt uit en een deel gaat van de wachtlijst af. b. Meer inwoners moeten langer beroep doen op voorliggende en particuliere oplossingen (verhoogde druk op gemeenten en WLZ) c. Extra uitvoeringscapaciteit op heronderzoek beschermd wonen en wachtlijst. d.

Substantiële afname van de wachtlijst (huidige niveau 133, gewenst niveau rond de 20) a. b.

Lagere instroom door hogere drempels Expertiseopbouw rondom complexe verblijfsvraagstukken

Financieel effect Kosten Opbrengsten Resultaat Kosten Opbrengst Resultaat

2021 150.000 -

2022

2023

2024

-

-

-

-600.000 0 -600.000

-400.000 0 -400.000

-400.000 0 -400.000

-400.000 0 -400.000

Financiële toelichting 12. Heronderzoek wachtlijst+ bestaande cliënten De kosten voor dataonderzoek (400 cliënten), dossieronderzoek (200 cliënten) en herindicatieproces (100 cliënten) worden geschat op €150.000. De dekking voor deze kosten komt uit de middelen voor bescherming en opvang (Regiobegroting). Er zal niet per se een financieel effect zijn, omdat het aantal te bekostigen plekken beschermd wonen gelijk blijft (budgetplafond). Het doel is het verkorten van de wachtlijst voor beschermd wonen. De verwachting is de wachtlijst in te korten van 130 inwoners naar 30 inwoners.

34

13. Gezamenlijke bekostiging van en toegang tot beschermd wonen Er zal een verschuiving van kosten plaatsvinden van de gemeentebegroting naar de regiobegroting voor de uitvoering. Gemeenten zullen daarmee wel besparen op kosten voor uitvoering. Budgetten voor bescherming en opvang blijven verder gelijk Het eerste jaar verwachten wij €200.000 projectkosten om overgang voor te bereiden.

35

Wmo vervoer 12.000 inwoners - jong en oud - uit Gooi en Vechtstreek zijn dagelijks afhankelijk van gemeentelijke ondersteuning bij het reizen. In landelijke gebieden is er sprake van een krimp van het openbaar vervoer. Niet alleen vanwege deze krimp, ook vanwege een groeiend aantal inwoners met beperkingen zien gemeenten zich geconfronteerd met een stijgende vervoersvraag. En dat tegen een achtergrond van toenemende krapte op de arbeidsmarkt, minder geld vanuit het Rijk, kostprijsverhoging als gevolg van fiscale maatregelen en toenemende verkeersdrukte. Analyse Om gebruik te maken van Wmo vervoer, betalen inwoner in 2020 € 0,65 cent per zone plus het 38 basistarief € 0,65 . De eigen bijdrage van inwoners voor Wmo vervoer ligt momenteel een stuk lager dan de bijdrage die men zou betalen als zij met het openbaar vervoer zouden reizen. Medische begeleiding wordt apart toegewezen en betaald geen eigen bijdrage. Echter mensen die meereizen met de pashouder (medereizigers) betalen een dubbele eigen bijdrage. De gemeente betaalt voor medereizigers dus ook een groot deel van de reis (ongeveer € 3,70 per zone). Door de lage eigen bijdrage en het aantrekkelijke medereizigers tarief wordt het gebruik van openbaar vervoer onvoldoende gestimuleerd.

Oplossingsrichting Door de eigen bijdrage voor het Wmo vervoer te verhogen, wordt het nemen van openbaar vervoer als alternatief voor vervoersvoorzieningen meer gestimuleerd. Dit gebeurt op verschillende manieren: de eigen bijdrage voor Wmo vervoer gelijktrekken met de bijdrage voor openbaar vervoer en daarbij te werken met een piek- en daltarief, zodat het vervoer beter gespreid kan worden; medereiziger alleen toestaan, indien zij een volledig kostendekkend tarief betalen. Maatregel 14. Het verhogen van de eigen bijdrage van Wmo-vervoer kan door: a. In de eerste helft van 2021 een raadsvoorstel verhogen eigen bijdrage Wmo-vervoer voor te leggen voor een gezamenlijke toegang tot beschermd wonen; b. op basis van dit raadsbesluit de implementatie voor te bereiden; c. vanaf 1 januari 2022 de eigen bijdrage Wmo-vervoer te verhogen.

Maatregelentabel Wmo Vervoer Cliënten 2019 225.000 ritten Maatregel 14. Verhogen eigen bijdrage Wmo vervoer

Maatregel 14. Verhogen eigen bijdrage Wmo vervoer Maatregel 14. Verhogen eigen bijdrage Wmo vervoer

38

Uitgaven 2019 €3.304.000

Acties / organisatorische impact a. In de eerste helft van 2021 een raadsvoorstel verhogen eigen bijdrage Wmo vervoer voor te leggen voor een gezamenlijke toegang tot beschermd wonen; b. Op basis van dit raadsbesluit de implementatie voor te bereiden c. Vanaf 1 januari 2022 de eigen bijdrage Wmo-vervoer te verhogen Maatschappelijk effecten a. Cliënten betalen voor Wmo ritten dezelfde prijs als in het openbaar vervoer b. Minder cliënten zullen gebruik maken van Wmo vervoer. Financieel effect 2021 2022 2023 2024 Kosten -80.000 0 0 0 Opbrengst 314.263 314.263 314.263 314.263 Resultaat 234.263 314.263 314.263 314.263

https://www.wmo-taxi.nl/hoe-werkt-het/kosten-en-betalen/ 36

Financiële toelichting 14. Verhogen eigen bijdrage Wmo-vervoer De opbrengst van de eigen bijdrage bedraagt nu €475.000. De kosten voor Wmo-vervoer bedragen nu €3.304.000. Wij gaan uit van een opbrengst door het tarief met 25% te verhogen, waardoor het gebruik volgens ons met 5% daalt. Daarnaast gaan we uit van een opbrengst van €30.000 euro voor het invoeren van een kostendekkend tarief voor medereizigers. Ook het invoeren van een piek/daltarief zal volgens ons €30.000 opleveren. Wij stellen voor gedurende 1 jaar 1 fte in te zetten om deze maatregelen verder vorm te geven. De kosten hiervoor zijn €80.000. Deze collega zal zich bezig houden met het doorvoeren van een hogere eigen bijdrage, kostendekkend tarief voor medereizigers en het invoeren van een piek/daltarief. De besparing zal naar schatting structureel €314.263 per jaar behelzen.

Deel 3 Kostenbeheersing

37

Kostenbeheersing Gemeenten ervaren onvoldoende grip op de ontwikkeling van de inkomsten en uitgaven in het sociaal domein. De uitdaging is om informatie en data uit het zorglandschap om te zetten naar goede sturingsinformatie voor gemeenten. Alleen door informatie op alle niveaus in te zetten, kan de sturing worden versterkt tussen inwoner, consulent & zorgprofessional en tussen zorgmanagement, toegangsmanagement & contractmanagement en tussen zorgdirectie, gemeentebestuur & gezamenlijke beleidsvoorbereiding.

Grip op de uitgaven Analyse Probleem op dit moment is dat gemeenten onvoldoende grip hebben op de ontwikkeling van de uitgaven in het sociaal domein. Dit komt omdat de informatie op de kostenontwikkeling in het sociaal domein vanuit vele bronnen bij elkaar gebracht moet worden. Afgelopen jaren waren er geen tekorten en dus was er ook geen noodzaak om tussentijds de kostenontwikkeling in het gehele sociaal domein op elk moment te kunnen monitoren. Inmiddels is die noodzaak er wel en dient data vanuit lokale subsidies, de gemeentelijke toegang en het regionale contractmanagement continue bij elkaar gebracht te worden om zo over de adequate sturingsinformatie te kunnen beschikken. Oplossingsrichting Het omzetten van data naar geschikte sturingsinformatie zal helpen met het geven van het inzicht in de kosten. Op basis van de sturingsinformatie zal er ruimte zijn om tijdig maatregelen te kunnen nemen. De data dient lokaal (op de schaal van de gemeente) bij elkaar gebracht te worden. Hiervoor kunnen gemeenten lokaal een data wharehouse inrichten, waarmee gemeenten in staat zijn om op basis van verschillende bronnen realtime datagedreven te werken en te vertalen naar adequate sturingsinformatie op elk gewenst niveau: a. Inzicht/benchmark in ontwikkeling zorgvraag b. Inzicht/benchmark in ontwikkeling zorgtoewijzing c. Inzicht/benchmark in ontwikkeling zorgaanbod d.

Inzicht in werkbegroting per voorziening e. Inzicht in realisatie per voorziening f. Inzicht in prognose/forecast per voorziening Maatregelen Om kwalitatief goede sturingsinformatie te geven aan deze partijen, moeten de volgende maatregelen worden genomen: a. De Regio stelt de data uit het digitaal leefplein beschikbaar aan de gemeentelijke data wharehouses en ondersteunt waar nodig bij het omzetten van data naar sturingsinformatie. b. Gemeenten richten (boven)lokaal data wharehouses in om de data vanuit de Regio, de toegang het voorveld (veel lokale inkoop en/of subsidies) om te zetten naar geschikte sturingsinformatie voor directie en bestuur.

38

Maatregelentabel Maatregelen kostenbeheersing Maatregel

15. Grip op uitgaven

Acties / organisatorische impact a. De regio stelt de ruwe data beschikbaar en ondersteunt gemeenten bij het omzetten van data naar sturingsinformatie. b. Gemeenten richten (boven)lokaal data wharehouses in om data vanuit de Regio, de toegang en het voorveld te bundelen en om te zetten naar adequate sturingsinformatie voor directie en bestuur.

Maatregel 15. Grip op uitgaven

Maatschappelijk effecten a. Geen direct aanwijsbare maatschappelijke effecten

Maatregel

Financieel effect Kosten Opbrengst Resultaat

15. Grip op uitgaven

2021 -80.000 0 -80.000

2022

2023 0 0 0

2024 0 0 0

0 0 0

Financiële toelichting 15. Grip op uitgaven Een betere kostenbeheersing zal niet direct een besparing opleveren. Wel zorgt het ervoor dat hogere kosten niet meer als een verrassing zullen komen. Hogere kosten zullen eerder opgemerkt worden en er kunnen eerder maatregelen worden genomen om deze kosten te beheersen. Voorgesteld wordt om gedurende één jaar 0,5 fte projectleiding en 0,5 fte (data analisten) in te zetten om de maatregel vorm te geven en aan te jagen. Verder zullen er ook kosten voor gemeenten zijn die hier niet weergegeven worden.

39

Kostenbewustzijn De inwoner, de zorgprofessional en de consulent maken elke dag financiële keuzes die grote invloed hebben op de gemeentelijke uitgaven. Het is voor de gemeente van groot belang hen goed te informeren over de kosten en baten van interventies, zodat zij keuzes goed onderbouwd kunnen maken. Daarbij kunnen prikkels ingebouwd worden om meer bewust om te gaan met de schaarste van gemeentelijke voorzieningen in het sociaal domein. Advies is om binnen de huidige vormgeving van de maatwerkvoorzieningen en jeugdzorg maatregelen te onderzoeken die leiden tot meer kostenbewustzijn bij inwoners, zorgprofessionals en consulenten.

Versterken kostenbewustzijn Analyse Drie verschillende perspectieven rondom kosten op individueel niveau: 1. De inwoner heeft nu beperkt inzicht in de begrootte kosten, de realisatie en de forecast van het toegewezen zorgtraject. Daarbij betaalt de inwoner weinig of geen bijdrage om deze zorg te verkrijgen. 2. De consulent heeft weinig inzicht in kosten van individuele trajecten en de impact van trajecten op de ontwikkeling van de gemeentefinanciën. 3. De zorgprofessionals wordt vooral gestimuleerd om zorg leveren op basis van ´uurtje factuurtje´. Er zijn weinig tot geen prikkels om minder of anders zorg te verlenen dan toegewezen. Daarbij hebben zorgorganisatie weinig beeld van goede voorbeelden en initiatieven bij andere zorgorganisaties. Er is dus op individueel niveau nog weinig bewustzijn van kosten van zorg en daarnaast ook weinig prikkels om geleverde zorg te verminderen. Oplossingsrichting Inzicht in de kosten kan leiden tot ander keuzes en gedrag binnen het sociaal domein. Dit inzicht moet gecreëerd worden op het niveau waarop de zorg tot stand komt: tussen de inwoner, de consulent en de zorgprofessional. Daar moet een goed begrip ontstaan van de (kosten van) toegewezen zorg, de geleverde zorg en de nog te verwachten zorg. Zo worden partijen zich meer bewust van de schaarste en gezamenlijk in staat gesteld om op maat de juiste (financiële) keuzes te maken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=8e803ef6-71d3-46bd-bde3-5a0a3579af1b