Collegebrief inzake Op Koers + Naar een financieel gezond sociaal domein
Tekst van het document
G EMEENTE HILVERSUM POSTBUS 9900 1201 GM HILVERSUM BEZOEKADRES: RAADHUIS
Aan de gemeenteraad cc. college van B&W cc. pers
DUDOKPARK 1 TELE FOONNUMMER: 14 0 35 WWW.HILVERSUM.NL
15 januari 2021 734926 BEHANDELD DOOR T. Leroi TELEFOON (035) 629 2954 DATUM
ZAAKNUMMER
UW KENMERK BIJLAGEN BETREFT
Op Koers + regionaal actieprogramma ‘Naar een financieel gezond sociaal domein Geachte dames en heren, Afgelopen dinsdag heeft het college een besluit genomen om de gemeenteraad een voorstel te doen met betrekking tot “Op Koers + regionaal actieprogramma ‘Naar een financieel gezond sociaal domein”. Als aanvulling op het persbericht van 13 januari sturen wij u de stukken m.b.t. het raadsvoorstel. Deze brief (met bijlagen) is gepubliceerd in iBabs bij Overzichten nr. 7 (collegebrieven) en op www.ibabsonline.eu. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
D. Emmer
P.I. Broertjes
VOORSTEL zaaknummer:
734926
afdelingsnaam:
B en O - Sociaal Domein
steller:
Toine Leroi
telefoon:
035 6292954
onderwerp:
Op Koers + regionaal actieprogramma ‘Naar een financieel gezond sociaal domein’
Voorstel Bijgaande zienswijze in te dienen op het regionale actieprogramma ‘Naar een gezond financieel sociaal domein’.
Samenvatting De raad heeft het college gevraagd om te komen met een ‘koers voor de taakstelling sociaal domein’. De koers voor de taakstelling is de uitvoering van een nieuw regionaal actieprogramma, dat hierbij wordt voorgelegd (bijlage 1). De maatregelen tot kostenbeheersing en kostenbesparing komen bovenop de maatregelen die wij reeds zijn gestart in de Agenda Wmo Welzijn in de Wijk, de Visie en Agenda Jeugdzorg, de Begroting 2021 en de Bedrijfsvoeringsagenda (op grond van het KPMG-rapport). Dit totaal vormt onze aanpak om de uitvoering van de Wmo en de Jeugdzorg binnen de budgetten te houden, die geraamd zijn in de meerjarenbegroting. Het actieprogramma gaat om een regionale aanpak, maar dit is onderdeel van de totale aanpak van de problematiek van de oplopende kosten Wmo en Jeugd. Op lokaal niveau zijn in de afgelopen tijd al veel acties in gang gezet om de kosten op Wmo en Jeugd terug te dringen. Hiervan ziet u een overzicht in bijlage 3. Dat zijn tevens de documenten die het bestuurlijk kader vormen voor de kostenbeheersing en kostenbesparing bij de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet. Ook op landelijk niveau wordt actie ondernomen. Meestal doet de wethouder Welzijn en Zorg dit in G40verband."
Aanleiding De stijgende kosten voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (verder: Wmo) en Jeugd leggen een flink beslag op de meerjarenbegroting. In de Begroting 2021 zijn de lasten voor Wmo en Jeugd realistisch begroot en voor de komende jaren opgenomen. Daarnaast is er, om bij te dragen aan een sluitende begroting, een algemene taakstelling op Wmo en Jeugd opgenomen van € 900.000 in 2022 en € 1,2 miljoen vanaf 2023 (Begroting 2021, bladzijde 12). De invulling van deze taakstelling wordt gebaseerd op het KPMG-onderzoek en het regionale actieprogramma ‘Naar een financieel gezond sociaal domein’. In dit raadsvoorstel wordt het regionale actieprogramma ‘Naar een financieel gezond sociaal domein’ beschreven en vragen wij de raad hiervan kennis te nemen. Dit gebeurt door kennis te nemen met dit voorstel en om de bijgevoegde zienswijze (bijlage 2) in te dienen. Deze zienswijze wordt vervolgens ingebracht in het portefeuillehoudersoverleg in de Regio, waar het regionale actieprogramma door de
1
regiogemeenten gezamenlijk wordt vastgesteld. De definitieve uitwerking wordt opgenomen in de Kadernota, zodat wij, met de Regio en de andere regiogemeenten, daarna van start kunnen. Wij gaan graag in gesprek met de raad over het regionale actieprogramma. Welke vernieuwingen, aanscherpingen en begrenzingen zien wij om te komen tot de invulling van de taakstelling van € 900.000 in 2022 en € 1,2 miljoen vanaf 2023? De raad heeft aangegeven graag bij deze keuzen haar kaderstellende rol te willen vervullen. Op 11 november 2020 is de motie M20/96 ‘Visie op taakstelling sociaal domein’ met brede steun aangenomen. Daarmee gaf de raad aan graag met het college van gedachten te willen wisselen over de te nemen maatregelen tot kostenbeheersing en kostenbesparing. In de motie verzocht de raad het college ‘een koersdocument op te stellen waarin enerzijds geschetst wordt welke mogelijkheden er zijn voor besparingen en anderzijds welke van die mogelijkheden het college wenst in te zetten om de tekorten terug te dringen’. Dit koersdocument wilde de raad uiterlijk in maart 2021 bespreken in de commissie en in april 2021 vaststellen in de raad. Wij zijn hier nu 1 maand eerder mee, mede omdat de urgentie in Hilversum en in de andere gemeenten in de regio hoog is om hiermee aan de slag te gaan.
Het beheersen van de kosten Wmo en Jeugd en het beperken van de kosten in lijn met de meerjarenbegroting heeft voor ons binnen het sociaal domein de hoogste prioriteit. Wij hebben de raad in de afgelopen anderhalf jaar voortdurend op de hoogte gehouden van de financiële vooruitzichten en eventuele afwijkingen. Daarbij gaven wij telkens aan welke stappen wij zetten om de kosten te beheersen en te beperken. Dat blijven wij doen. Juist omdat wij veel informatie sturen is het misschien lastig om de hoofdlijn van ons handelen hierin te zien. Daarom beschrijven wij in bijlage 3 welke acties er nu lopen: vanuit de Agenda Wmo ‘Welzijn in de wijk’, vanuit de Visie en Agenda Jeugd, vanuit de eerdere begroting 2021 en op basis van het KPMG-rapport. Dit te samen is een hele set aan maatregelen die reeds in uitvoering is.
Regionaal actieprogramma (bijlage 1) In dit document gaan wij in op de maatregelen die wij samen met de Regio en de andere regiogemeenten hebben opgesteld en waarvan wij denken dat die een goede impact op de kosten hebben, waarbij de kwaliteit van de zorg, voor de inwoners die die zorg echt nodig hebben, op orde blijft. Alle gemeenten in de regio hebben te maken met stijgende kosten in het sociaal domein en mede daardoor, met krappe begrotingen of tekorten. Het is bijzonder dat de samenwerking in de regio zo sterk is, dat de wethouders Wmo en Jeugd van de 7 gemeenten menen dat dit een opgave is die wij het best samen kunnen beetpakken. Bij dit raadsvoorstel is het regionale actieprogramma ‘Naar een financieel gezond domein’ gevoegd (bijlage 1). Dit document bevat allereerst voor Wmo en Jeugdzorg een uitgebreide analyse van de ontwikkelingen die wij zien in de regio. Welke Wmo- en Jeugdzorg-onderdelen groeien en welke dalen? Hoe is dit beeld van de verschillende gemeenten ten opzichte van elkaar? Hierna volgt een beschrijving van de maatregelen die voorgesteld worden te starten, inclusief de begrote kosten en opbrengsten, regionaal gezien. Het aandeel van Hilversum hierin bedraagt (op basis van inwoner aantal) ongeveer 35%. In het derde deel van het document wordt beschreven wat de gemeenten samen willen opzetten aan dataanalyse en sturing/monitoring.
Tot slot wordt in de bijlage aangegeven welke 3 maatregelen wel zijn verkend, maar waarvan besloten is die niet te starten. Hieronder geven wij een samenvatting van de maatregelen, die opgenomen zijn in het regionale actieprogramma. Bij elke maatregel staat de maximale opbrengst die verwacht wordt op termijn in 2024 voor de 7 gemeenten samen. In de 7 gemeenten wordt in totaal een bedrag van zo'n 100 miljoen euro besteed aan Wmo en Jeugdzorg, dus dat zet de besparingen in perspectief. Bovendien beïnvloeden de 2
maatregelen elkaar (veelal sprake van communicerende vaten) en kunnen de beoogde besparingen daarom niet zomaar bij elkaar opgeteld worden. In de verdere uitwerking zal door de regio en ons de concrete (beoogde) besparing voor Hilversum berekend worden. De maatregelen: Jeugdhulp: o Van Vindplaats naar Werkplaats: meer kortdurende jeugdhulp op school:- 900.000 euro o Anders verwijzen: meer eenheid in de verwijzingen en afstemming met het Consultatie en Adviesteam: -1.458.246 euro Verblijf Jeugd: o Uitvoeringsagenda: meer gezinshuizen en pleegzorg: -491.000 euro o Gezamenlijke bekostiging verblijf: 1 regeling voor de 7 gemeenten: - 812.000 euro Huishoudelijke hulp: o Versoberen levering en scherpere toegang: -1.632.659 euro o Normenkader van HHM toepassen: de indicaties scherper stellen: -813.041 euro o Algemene voorziening thuisondersteuning: taken als wassen/strijken en glazenwassen apart organiseren: - 957.390 euro Dagbesteding en begeleiding: o Eenvoudige zorg bij complexe situaties: 1 regisseur/zorgaanbieder bij multiprobleem situaties: - 625.000 euro o Toegang aanscherpen: de indicaties scherper stellen: -298.496 euro o Algemene voorziening: dagbesteding als algemene voorziening inrichten: -1.402.478 euro o Arbeid in plaats van zorg: mensen vanuit de arbeidsmatige dagbesteding aan een baan helpen: -300.000 euro Beschermd wonen: o Heronderzoek van de wachtlijst:
voor welke mensen is de situatie en daarmee de passende indicatie ondertussen anders: + 150.000 euro (kwalitatieve maatregel, bespaart bij begeleiding van mensen op de wachtlijst dus niet direct bij Beschermd Wonen) o Gezamenlijke toegang: 1 regeling voor de 7 gemeenten: -400.000 euro Wmo-vervoer: o Verhogen eigen bijdrage: piek- en daltarief invoeren: -314.263 euro In bijlage 1 vindt u het uitgebreide voorstel voor het Regionale actieprogramma ‘Naar een financieel gezond sociaal domein’. In bijlage 2 vindt u de zienswijze die het college voorstelt om in het regionale portefeuillehoudersoverleg in te dienen. In de zienswijze geven wij aan dat de gemeente Hilversum het waardeert dat alle 7 gemeenten en de Regio samen een actieprogramma hebben opgesteld en gaan uitvoeren. Zo goed als alle beschreven maatregelen in het actieprogramma worden door de gemeente Hilversum ondersteund.
Zienswijze (bijlage 2) Wij geven in de zienswijze 5 aandachtspunten mee: 1. De maatregelen vragen extra inzet/kosten om daarmee de extra opbrengsten/baten te realiseren. Deze zijn nu alleen op regionaal niveau bekend. Er is een aanvullend raadsbesluit nodig om de financiële uitwerking voor Hilversum te bekrachtigen. Wij verzoeken de stellers van het regionale actieprogramma om op korte termijn een inschatting op te maken van de kosten en baten per gemeente, zodat wij op het niveau van Hilversum hier een besluit over kunnen nemen. 2. Er bestaat een reëel risico dat de kosten voor Jeugdzorg en Wmo verder doorstijgen, terwijl wij deze maatregelen starten en wij de besparingen daarom niet 1 op 1 terug zien maar meer als een beperking van de stijging. Er komen nog steeds meer kinderen in aanmerking voor jeugdhulp en door het abonnementstarief en de vergrijzing stijgen de Wmo-kosten ook nog verder. Het is wenselijk om regionaal een goede prognose op te zetten voor de groei van de Jeugdzorg en de Wmo, bij ongewijzigd beleid. Alleen door goed onderbouwde prognoses en het monitoren van de uitgaven en de 3
ontwikkelingen zal het lukken om grip op de financiën te houden. Wij verzoeken in het regionale actieprogramma de autonome groei/daling van de kosten voor Wmo en Jeugd te prognosticeren en te monitoren, zodat wij in gezamenlijkheid komen tot goede prognoses en inzichten voor alle 7 gemeenten. 3. Eind december 2020 is het onderzoek ‘Stelsel in groei’ van AEF uitgekomen. In dit onderzoek, dat uitgevoerd is in opdracht van het ministerie en de VNG, wordt beschreven en becijferd welke maatregelen tot kostenbeperking leiden en welke niet. De maatregel, inzet van jeugdhulpprofessionals in het (reguliere en speciaal) onderwijs, bleek juist te leiden tot meer extra kosten. Er worden dan meer problemen gesignaleerd en er wordt meer tijd besteed aan netwerkoverleggen. Daarom stellen wij voor om deze maatregel eerst/vooral in te zetten bij het speciaal onderwijs, gericht op ‘efficiencywinst’. Veel kinderen hebben daar al jeugdhulp en door inzet van directe jeugdhulp op school kan veel administratie en wachttijd vermeden worden. Aparte indicaties per kind en per hulpverlener zijn dan niet meer nodig. Voor de maatregel om met één regisseur/zorgaanbieder integraal hulp te verlenen in complexe situaties was het voor AEF onduidelijk of dit tot kostenbeperking of kostenstijging leidde.
Vooralsnog lijkt dit een goede maatregel, maar moet dit wel binnen de juiste randvoorwaarden uitgevoerd worden en eerst op kleine schaal. 4. Er is één maatregel opgenomen rond het Wmo-vervoer: het verhogen van de eigen bijdrage. Graag willen wij hier nog een maatregel aan toevoegen: het verminderen van het aantal ritten met de Wmotaxi naar ziekenhuis Tergooi. Op dit moment is dit de bestemming die verreweg het vaakst voorkomt: ziekenhuis Tergooi. Wij bevelen aan een maatregel op te nemen om ervoor te zorgen dat meer mensen, ook oudere inwoners, gebruik maken van beeldbellen met de specialist of van de onlangs gelanceerde app Beter Dichtbij, en daardoor minder vaak naar Tergooi ziekenhuis hoeven te reizen. Hiervoor is een actief project nodig, waarbij o.a. vrijwilligers oudere inwoners helpen met deze digitale vormen van overleg met de specialist. 5. Wat betreft de ‘Gezamenlijke bekostiging van en toegang tot verblijf’ (pagina 16-18 van het actieprogramma) benadrukken wij dat meer tijd nodig is voor een evaluatie van de Doorbraaktafel. Wij staan als gemeente Hilversum wel achter een gemeenschappelijke regeling voor toegang tot verblijf maar willen op dit moment geen regionale toegangsorganisatie. Wij wegen dat opnieuw af als dat na de evaluatie een optie blijkt.
Adviesraad Sociaal Domein Het college heeft de Adviesraad Sociaal Domein gevraagd advies uit te brengen over het regionaal actieprogramma ‘Naar een financieel gezond sociaal domein’. Uitgangspunt hierbij is dat de gemeenteraad heeft besloten tot een taakstelling op de uitgaven van Wmo en Jeugdzorg van 900.000 euro in 2022 en 1,2 miljoen euro in 2023 en verder. De vraagstelling aan de Adviesraad is dus of men kan instemmen met het Regionaal actieprogramma als middel om deze taakstelling te realiseren. Het advies van de Adviesraad zal worden meegenomen bij de uitvoering van het regionale actieprogramma. Wanneer dit advies klaar is voor de behandeling van dit voorstel in de raadscommissie en de raad (3 maart 2021) dan zal dit advies worden toegevoegd aan de stukken.
Risico’s
Zoals uit bijlage 3 blijkt lopen er op dit moment meerdere maatregelen om de kosten te beheersen en te beperken. Hier komt de uitvoering van het regionaal actieprogramma bovenop. Dit vergt veel inzet van de beperkte capaciteit op Wmo en Jeugd, zowel van de beperkte groep beleidsmedewerkers, als van de uitvoeringsteams Wmo en Jeugd & Regie. Daarbij stelt het college dat het halen van de kpi's van het raadsdashboard Sociaal Domein een bovenliggende prioriteit heeft, zodat de dienst/hulpverlening aan onze inwoners hier niet onder lijdt. Het uitwerken en implementeren van de maatregelen in het regionaal actieprogramma vergt een forse inzet. Deze kosten bij deze inzet staan vermeld bij de maatregelen. Er zullen tijdelijke of vaste medewerkers voor aangetrokken worden. Hiervoor zullen wij in april/mei en bij de kadernota voorstellen aan u voorleggen. Vanaf 1 januari 2021 zijn de gemeenten verplicht om vroegsignalering in te zetten bij schulden. Ook Hilversum gaat hiermee van start. Als onze medewerkers in huishoudens en gezinnen komen met 4
problematische schulden, zullen zij ook situaties zien, die vragen om inzet van Wmo-begeleiding en jeugdhulp. Vanuit het beleidskader ‘Iedereen doet mee’ voor het Sociaal Domein, is het zeer wenselijk om hier dan ook die hulp te verlenen. Het zal echter leiden tot extra kosten bij Wmo en Jeugd. Op dit moment is niet te voorspellen om welke bedragen het hier gaat. Ook hier is monitoring en het kennis delen tussen de gemeenten van belang. Het college juicht het zeer toe dat er een regionaal actieprogramma gestart wordt om de kosten voor Wmo en Jeugdzorg te beheersen en te beperken. Regionale samenwerking is echter niet zonder risico's. De financiële positie van iedere gemeente verschilt en daarmee ook de noodzaak tot snel ingrijpen of tot een gedegen voorbereiding van maatregelen, voordat tot uitvoering wordt overgegaan. Ook betekent dit dat Hilversum soms aan maatregelen of keuzen meewerkt, die niet (direct) haar eigen keuzen waren. Wij denken dat de gezamenlijke monitoring, kennisdeling en samenwerking zodanig van meerwaarde is voor de kostenbeheersing waardoor wij de voorkeur geven aan die samenwerking en dit regionale actieprogramma.
Financiën In bijgaand regionaal actieprogramma staat bij elke maatregel beschreven wat deze kost om uit te voeren en wat de verwachte kostenbesparing is. Dit is op regionaal niveau becijferd. In het regionale portefeuillehoudersoverleg Wmo en Jeugd zullen de zienswijzen van de 7 gemeenten input zijn om te komen tot het definitieve regionale actieprogramma. Hierin zullen ook de kosten en baten per gemeente opgenomen worden. Dus dan is de verwachte impact op de financiën van Hilversum bekend. In april/mei 2021 leggen wij een raadsbesluit aan u voor om te besluiten over de kosten en baten, die verwacht worden in 2021. In de Kadernota zullen wij de te verwachte kosten en baten opnemen vanaf 2022. Begin juni 2021 zal de uitvoering van het actieprogramma starten. Het actieprogramma zal enkele jaren doorlopen, totdat alle gestarte maatregelen zijn geïmplementeerd. In deel 3 van het regionaal actieprogramma wordt ingegaan op het verzamelen van data over de kosten van een Wmo- of jeugdhulp traject per inwoner en over de zorgkosten per zorgaanbieder. Hierdoor wordt het mogelijk om te gaan sturen op effectiviteit: welke trajecten leiden tot het meeste resultaat? Hoe doen zorgaanbieders het ten opzichte van elkaar? Deze kennis geeft handvatten om aanvullende afspraken te maken over de inkoop van zorgtrajecten bij aanbieders. Ook wordt het mogelijk om betere financiële prognoses te maken.
Dat is hard nodig. Overigens, beter inzicht in de financiële cijfers leidt niet vanzelf tot een besparing. Het wordt wel mogelijk om betere en vooral meer tijdige voorspellingen te doen en ervoor te zorgen dat college en raad zich niet op het laatste moment overvallen voelen door tegenvallers. Om bij te dragen aan een sluitende begroting is op Wmo en Jeugd een algemene taakstelling opgenomen van € 900.000 in 2022 en € 1,2 miljoen vanaf 2023 (Begroting 2021, bladzijde 12). Dit regionale actieprogramma, te samen met het onderzoek van KPMG, vormen de invulling van deze taakstelling.
Uitvoering Vanaf begin juni zal het regionale actieprogramma starten. Hieraan zullen beleidsambtenaren en consulenten van Team Wmo en Team Jeugd & Regie deelnemen. Via regionale werkgroepen zal er uitvoering gegeven worden aan de maatregelen. De sturing van het totale programma ligt bij het directeurenoverleg van de 7 gemeenten in de regio. De regio verzorgt de projectleiding en coördinatie. Over de uitvoering zal regelmatig gerapporteerd worden in het regionale portefeuillehoudersoverleg Wmo en Jeugd. Hier wordt ook besloten over eventuele bijsturing gedurende de uitvoering.
5
Tweemaal per jaar ontvangt de raad een update van de stand van zaken van het regionale actieprogramma. Waar mogelijk zullen wij dit laten aansluiten op het raadsdashboard sociaal domein, zodat de raad in één keer het gehele overzicht kan zien en, indien gewenst, kan bespreken. Met dit raadsvoorstel wordt de motie M20/96 ‘Visie op taakstelling sociaal domein’ als afgedaan beschouwd. Mocht u hierover nog vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met Toine Leroi, strategisch adviseur, via 06 41 79 98 27. Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris, de burgemeester,
D. Emmer
P.I. Broertjes
Bijlage 1: Het regionale actieprogramma "Naar een financieel gezond sociaal domein" Bijlage 2: De zienswijze van de gemeente Hilversum Bijlage 3: Een overzicht van de maatregelen, die reeds eerder besloten zijn en grotendeels in uitvoering zijn
6
RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Hilversum, Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders “op koers + Naar een gezond financieel sociaal domein” d.d. 12 januari 2021 (734926);
besluit: Bijgaande zienswijze in te dienen op het regionale actieprogramma ‘Naar een gezond financieel sociaal domein’. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 3 maart 2021. de griffier,
de burgemeester,
P.M.H. van Ruitenbeek
P.I. Broertjes
Naar een financieel gezond sociaal domein
Verkenning naar maatregelen die leiden tot kostenbeheersing en kostenbesparing in het sociaal domein
Ons kenmerk Versie Datum Contactpersoon E-mail
20.0006916 4.1 18 dec. 20 Hans Uneken h.uneken@regiogv.nl
INHOUD Deel 1 Algemeen
1
Inleiding
2
Analyse
4
Deel 2 Kostenbesparing
11
Jeugdhulp
12
Verblijf jeugd
16
Huishoudelijke hulp
20
Begeleiding & dagbesteding
26
Beschermd wonen
32
Wmo vervoer
36
Deel 3 Kostenbeheersing
37
Kostenbeheersing
38
Kostenbewustzijn
40
Bijlage 1 Niet opgenomen maatregelen
43
Budgetplafonds
44
Combinatiegraad vervoer
44
Preventie
45
Deel 1 Algemeen
1
Inleiding Vijf jaar na de decentralisaties zien gemeenten zich geconfronteerd met een structureel toegenomen zorgvraag in het sociaal domein. De situatie is financieel onhoudbaar voor gemeenten. Deze verkenning bevat maatregelen welke Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Weesp en Wijdemeren gezamenlijk kunnen nemen om te besparen op huishoudelijke hulp, jeugdhulp, jeugd verblijf, begeleiding, dagbesteding, beschermd wonen en Wmo vervoer. Ook bevat de verkenning maatregelen om met inwoners en zorgorganisaties te komen tot een betere kostenbeheersing in het sociaal domein.
Aanleiding 2011 Basis voor regionale samenwerking 1 Blaricum, Eemnes , Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Weesp en Wijdemeren werken al lange tijd samen aan de opgaven in het sociaal domein. De basis is gelegd in 2011 met de vaststelling van de gezamenlijke Wmo visie Gooi en Vechtstreek. Wmo visie Gooi en Vechtstreek
De visie maakt inzichtelijk op welke wijze gemeenten zorg en ondersteuning organiseren en aansturen. Lokale vormgegeven algemeen toegankelijke basisvoorzieningen en preventie in de wijk voorkomen dat inwoners duurdere (jeugd)zorg en ondersteuning nodig hebben. Gemeentelijke uitvoeringsdiensten vormen de toegang tot individuele maatwerkvoorzieningen en jeugdzorg. De toegang is dé plek waar inwoners terecht kunnen met vragen op het terrein van (jeugd)zorg, wonen, werk en inkomen. De regionale samenwerking richt zich op de gezamenlijke beleidsvoorbereiding, de inkoop en het beheer van de maatwerkvoorzieningen en jeugdzorg in het sociaal domein. 2012 Hervorm de (langdurige) (jeugd)zorg Het kabinet Rutte-Asscher kondigt de hervorming van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de jeugdzorg aan. Door taken en verantwoordelijkheden te decentraliseren naar gemeenten, bezuinigt het kabinet op de uitgaven voor deze (jeugd)zorg en ondersteuning. Gemeenten krijgen de opdracht de langdurige zorg en jeugdzorg te hervormen. 2015 Een soepele overgang Vanuit de gezamenlijke infrastructuur zorgen de gemeenten er in 2015 voor dat de decentralisatie van (jeugd)zorg, begeleiding, dagbesteding en beschermd wonen voor inwoners en zorgorganisaties uit Gooi en Vechtstreek soepel verloopt.
2017 Sociaal domein op orde Veel gemeenten in Nederland hebben in de eerste jaren te maken met financiële tekorten. De gemeenten Gooi en Vechtstreek hebben geen tekorten. Inwoners ontvangen de gewenste (jeugd)zorg en ondersteuning vanuit de middelen die gemeenten daarvoor beschikbaar hebben. Daarbij lukt het de
1
Geeft de jeugdzorg vorm in de regio Amersfoort. 2
gemeenten in Gooi en Vechtstreek, als één van de weinige gemeenten in het land, om elk jaar een goedkeurende accountantsverklaring te overhandigen voor de uitgaven in het sociaal domein. 2019 Zorgen over de financiële houdbaarheid Vanaf 2019 stijgen de gemeentelijke uitgaven snel. Veel meer inwoners doen een beroep op jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning. Gecombineerd met stijging van de lonen en prijzen in de (jeugd)zorg zien de gemeenten zich geconfronteerd met een jaarlijkse groei van de uitgaven in het sociaal domein. De voor het sociaal domein bestemde middelen in het gemeentefonds zijn ontoereikend om de groei van de gemeentelijke uitgaven op het sociaal domein op te vangen. 2020 Schaarste vraagt keuzes Het negatieve financiële beeld is structureel. Voor de financiële houdbaarheid in het sociaal domein, moeten gemeenten keuzes maken. Keuzes om te borgen dat de zorg toegankelijk blijft voor inwoners die dit het hardst nodig hebben. Gelet op de regionale samenhang en samenwerking in Gooi en Vechtstreek hebben de gemeenten gezamenlijk de bestuursopdracht ‘Naar een financieel gezond sociaal domein’ vastgesteld.
Doel Gemeenten in staat stellen om gezamenlijk te sturen op een betere kostenbeheersing en kostenbesparing op maatwerkvoorzieningen Wmo en jeugdzorg.
Leeswijzer De verkenning gaat uitsluitend in op maatwerkvoorzieningen Wmo en jeugdzorg. Lokale maatregelen rondom (meer) preventie en algemene voorzieningen zijn geen onderdeel van deze verkenning. Het volgende hoofdstuk bevat een analyse op basis van de regionale zorgcijfers over de jaren 2016 tot en met 2019. De analyse sluit af met een advies. Deel twee bevat hoofdstukken met daarin maatregelen die gemeenten kunnen nemen om te komen tot kostenbesparingen op jeugdhulp, jeugd verblijf, huishoudelijke hulp, begeleiding, dagbesteding, beschermd wonen en Wmo vervoer. Deel drie bevat maatregelen die gemeenten kunnen nemen om te komen tot meer kostenbewustzijn en een betere kostenbeheersing.
3
Analyse In lijn met landelijke ontwikkelingen, groeide ook in Gooi en Vechtstreek het aantal kinderen met jeugdzorg met 10% ten opzichte van 2018. Het aantal volwassenen met maatschappelijke ondersteuning groeide zelfs met 19%. De verkenning naar kostenbesparing concentreert zich op ambulante jeugdhulp, 24 uurs verblijf, huishoudelijke hulp, begeleiding, dagbesteding, beschermd wonen en Wmo vervoer. Gemeenten ervaren onvoldoende grip op de ontwikkeling van de inkomsten en uitgaven in het sociaal domein. De uitdaging is om informatie en data uit het zorglandschap om te zetten naar goede sturingsinformatie voor gemeenten.
Analyse Jeugdzorg Algemeen beeld Totaal
Bovenstaande data laat een sterke groei van de jeugdzorg in Gooi en Vechtstreek zien. Financieel vallen de uitvoeringsjaren 2017 en 2018 het meest op. Dit komt doordat gemeenten besloten hebben om voorheen gesubsidieerde voorzieningen in die jaren gezamenlijk regionaal in te kopen. Het beeld over die uitvoeringsjaren is daardoor vertekend. Vanaf 2018 zijn er geen voorzieningen toegevoegd aan de regionale dataset. Beeld per voorziening
Ambulante jeugdhulp bestaat uit de voorheen provinciaal gefinancierde jeugdhulp en de jeugd geestelijke gezondheidszorg. De groei van de ambulante jeugdhulp en de verblijfsvoorzieningen (24 uurs verblijf en tijdelijk verblijf) in de afgelopen jaren is opvallend. Daarbij is binnen deze voorzieningen zichtbaar dat de zorgintensiteit toeneemt. Er zijn dus steeds meer kinderen met jeugdzorg, waarbij de hoeveelheid zorg per kind toeneemt.
4
De groei van de jeugdzorg in 2019 wordt grotendeels verklaard door de groei van het aantal kinderen dat gebruik maakt van de jeugdzorg. Een deel van deze groei is autonoom. Bijvoorbeeld wegens de bouw van een kinderrijke wijk in één van de gemeenten. Een ander deel van de groei kan worden verklaard doordat er meer kinderen instromen, dan dat er uitstromen. Vooral in 2018 was de instroom groter dan de uitstroom (zie afbeelding hierboven). Beeld per verwijzer Verwijzer en kosten
Gemeenten en huisartsen zijn de voornaamste verwijzers naar ambulante jeugdhulp. Gemeenten verwijzen voornamelijk naar de voorheen provinciaal gefinancierde jeugdhulp (verhouding gemeente/huisarts is hier 90/10). Terwijl huisartsen voornamelijk verwijzen naar jeugd geestelijke gezondheidszorg (verhouding gemeente/huisarts is hier 10/90). Deze verhouding tussen huisarts en gemeente verklaard het verschil in de gemiddelde kosten per cliënt. 5
Beeld van de zorgpopulatie
De meeste kinderen zitten in ambulante jeugdhulp. Bij deze groep van 5.049 kinderen is er sprake van een redelijk evenwichtige spreiding over de leeftijdscategorieën. Opvallend is de groei van de totale jeugdzorg vanaf 14 jaar. Kinderen zitten steeds langer in jeugdzorg, waarbij de zorgzwaarte mee lijkt te groeien met de zorgduur. Het huidige beeld lijkt te zijn dat gemeenten steeds meer jeugdzorg inzetten, zonder dat dit leidt tot een lagere zorgzwaarte. Ook valt op dat 72% van de zorgkosten wordt gemaakt door een relatief kleine groep kinderen (1.200 van de 6.000). Bij een deel van deze populatie zijn zorgkosten niet of nauwelijks beïnvloedbaar voor de gemeenten. Zo zijn verblijfsvoorzieningen nu eenmaal dure voorzieningen ten opzichte van jeugdzorg aan huis. Binnen de groep is er ook een deel, waarbij er sprake is van een stapeling of een keten van zorgkosten. Bij deze kinderen worden achtereenvolgens of tegelijkertijd meerdere zorgprofessionals vanuit verschillende disciplines ingezet, waardoor hoge zorgkosten per kind ontstaan. Beeld tussen gemeenten Gemeenten vergeleken
Bij bovenstaande vergelijking is het goed te vermelden dat het alleen een vergelijking betreft op basis van de gegevens die zijn geregistreerd in het kader van de regionale zorginkoop. Daarom kunnen op basis van deze cijfers gemeenten ook moeilijk ten opzichte van elkaar vergeleken worden.
De ontwikkeling van het aantal cliënten per jaar laat in alle gemeenten een stijgende trend zien. Daarbij valt op dat de stijging bij de meeste gemeenten geleidelijk is. Zet je de ontwikkeling van het aantal 6
cliënten af tegen de kosten per cliënt, dan loopt het beeld tussen gemeenten zeer uiteen. In Huizen, Weesp en Wijdemeren stijgen de kosten per cliënt, net als het aantal cliënten. In Hilversum, Gooise Meren, Blaricum en Laren dalen de kosten per cliënt, terwijl het aantal cliënten wel stijgt.
Analyse maatschappelijke ondersteuning Algemeen beeld Totaal
Het beeld van 2016 op 2017 is vertekend, omdat in 2017 voorzieningen zijn toegevoegd aan de regionale inkoop. Vanaf 2017 is het beeld betrouwbaar. Opvallend is de groei van 12% in 2019. Tot de invoering van het abonnementstarief waren de uitgaven voor maatschappelijke ondersteuning redelijk stabiel. Na de invoering stijgen de uitgaven explosief doordat veel meer inwoners een beroep doen op maatschappelijke ondersteuning. Beeld per voorziening
De begeleiding is afgelopen jaren sterk gegroeid. Deze groei kan waarschijnlijk verklaard worden doordat steeds meer behandeling voor psychische en psychosociale problemen thuis wordt uitgevoerd, waardoor de begeleiding ook steeds meer aan huis wordt geleverd. De groei van de huishoudelijke hulp ontstaat door de invoering van het abonnementstarief Wmo. Beschermd wonen groeit niet, omdat daar een budgetplafond is ingesteld. Wel is zichtbaar dat meer inwoners op de wachtlijst voor beschermd wonen staan en daardoor langer gebruik maken van begeleiding.
7
Waar bij de jeugdzorg de instroom/uitstroom verhouding vooral in 2018 scheef was, is dat bij de maatschappelijke ondersteuning in 2019 het geval. Dit kan verklaard worden door de enorme instroom na de invoering van het abonnementstarief Wmo. Daarbij is maatschappelijke ondersteuning een vorm van langdurige ondersteuning die vaak ingezet wordt bij inwoners met chronische beperkingen, waardoor het moeilijk is na instroom te sturen op een hogere uitstroom. De zelfredzaamheid neemt bij het type beperking vaak niet meer toe. Beeld van de zorgpopulatie
Afgelopen jaren is het aantal inwoners dat valt onder de beroepsbevolking en begeleiding nodig heeft, sterk gegroeid. Een verklaring hiervoor kan zijn dat met de Rijksbezuinigingen op de Wajong en de sociale werkvoorziening en de veranderende arbeidsmarkt het voor deze inwoners moeilijker is geworden te participeren op de arbeidsmarkt. Daarnaast is er binnen deze groep ook een groep die voorheen in een instelling woonde en nu thuis zorg en ondersteuning krijgt. Verder valt de omvang van de populatie met huishoudelijke hulp op. Als gevolg van de invoering van het abonnementstarief zijn ook financieel draagkrachtige ouderen een beroep gaan doen op ondersteuning bij het huishouden. Beeld tussen gemeenten Gemeenten vergeleken
8
Bij bovenstaande vergelijking is het goed te vermelden dat het alleen een vergelijking betreft op basis van de gegevens die zijn geregistreerd in het kader van de regionale zorginkoop. Daarom kunnen op basis van deze cijfers gemeenten ook moeilijk ten opzichte van elkaar vergeleken worden.
Analyse sociaal domein Verklaring Een verklaring voor de stijgende gemeentelijke uitgaven voor maatwerkvoorzieningen en jeugdzorg kan gevonden worden in de volgende factoren. Onderwerp Veranderende samenleving
Toelichting Digitale ontwikkelingen als robotisering en informatisering zorgen voor een snel veranderende arbeidsmarkt en samenleving. Ook individualisering verandert de samenleving, waardoor mensen andere vaardigheden nodig hebben om zich staande te kunnen houden in de maatschappij. Inwoners in kwetsbare posities hebben vaak meer moeite om met deze veranderende samenleving mee te bewegen.
Rijksbeleid
De landelijke invoering abonnementstarief Wmo, de Algemene Maatregel van Bestuur reële prijs, de afbouw van de sociale werkvoorziening, de hervorming Wajong en bezuinigingen op jeugdzorg maken dat meer mensen een beroep doen op gemeentelijke voorzieningen, waarbij de gemeenten minder mogelijkheden hebben om te ondersteunen.
Meer zorg thuis
Inwoners ontvangen steeds vaker en steeds meer zorg thuis. De opnameduur in ziekenhuizen is verkort. Verzorgingshuizen en aanleunwoningen zijn verdwenen uit het zorglandschap. Verpleeghuizen zijn steeds meer gericht op de laatste levensfase. Naast ouderen worden ook mensen met zware psychische beperkingen vaker vanuit een thuissituatie behandeld. Gevolg van meer zorg aan huis is dat bij het verlenen van zorg aan huis ook steeds meer ondersteuning vanuit gemeenten nodig is.
Gemeente dichtbij
Een aantal jaren na de decentralisaties van deze ondersteuning en begeleiding, zijn inwoners gewend aan het nieuwe gemeentelijke takenpakket. De gemeentelijke toegang is dichtbij en outreachend georganiseerd. Daarbij hebben gemeenten nauwelijks drempels op de toegang tot (jeugd)zorg en ondersteuning die zij contracteren. De Zorgverzekeringswet kent juist wel drempels, zoals het eigen risico. Mensen beschouwen de gemeentelijke (jeugd)zorg en ondersteuning daarom als voorliggend.
Analyse & advies 1. De geboden begeleiding, behandeling en hulp is langdurig van aard, zonder dat duidelijk is in hoeverre het onderliggende beperkingen chronisch zijn en wat langdurige hulp oplevert. 2. Door langer zelfstandig thuis wonen kloppen veel meer mensen bij gemeenten/verwijzers aan voor hulp. Vaak met een steeds complexere zorgbehoefte. Voor de decentralisaties hadden alleen mensen met chronische beperkingen en die uitbehandeld waren recht op deze langdurige zorg (m.u.v. jeugdzorg) 3. Bij de toegang tot (jeugd)zorg: a. kunnen alle inwoners terecht; b. wordt het als lastig ervaren beroep te doen op financiële draagkracht van inwoners; c. wordt het als lastig ervaren beroep te doen op voorliggende/alternatieve oplossingen; d. hebben gemeenten het niet altijd voor het zeggen in verband met andere wettelijke verwijzers (zoals huisartsen, rechters, etc.).
9
4.
5. 6. 7. 8.
Bij de gezamenlijke inkoop/beheer: a. sturen gemeenten/regio met huidige afspraken niet op het zorgvolume, wel op prijs b. werken budgetplafonds wel als rem op het volume, maar ook met wachtlijsten tot gevolg; c. sturen gemeenten met huidige afspraken niet op de effectiviteit van zorginzet. Het wordt in het huidige systeem / samenwerking als lastig ervaren voor gemeenten om gezamenlijk en met aanbieders te sturen op de totale populatie, effectieve zorginzet en voorliggende oplossingen. Zijn wettelijke verantwoordelijkheden niet altijd goed ten opzichte van elkaar afgebakend. Bijvoorbeeld de afbakening tussen Wet langdurige zorg en de Wmo. En de afbakening Jeugdwet en Wet passend onderwijs. De verkenning naar besparen te richten op begeleiding, dagbesteding huishoudelijke hulp, beschermd wonen, 24 uurs verblijf jeugd en ambulante jeugdhulp, omdat deze voorzieningen qua omvang en groei boven andere voorzieningen uitstijgen. De verkenning naar kostenbeheersing te richten op maatregelen, waarmee het kostenbewustzijn en de (financiële) sturing worden versterkt op alle niveaus: a. tussen inwoner, consulent & zorgprofessional; b. tussen zorgmanagement, toegangsmanagement & contractmanagement; c. tussen zorgdirectie, gemeentebestuur & gezamenlijke beleidsvoorbereiding.
10
Deel 2 Kostenbesparing
11
Jeugdhulp Jeugdhulp bestaat uit ambulante jeugdhulp en jeugd geestelijke gezondheidszorg (ggz). Ongeveer 80% van alle inwoners met ondersteuning uit de Jeugdwet maakt gebruik van jeugdhulp. Het is qua volume en gemeentelijke uitgaven de grootste voorziening. Opvallend is de afhankelijkheid van jeugdhulp onder inwoners; de jeugdhulp kent een forse instroom en een kleine uitstroom. De effectiviteit en efficiency van jeugdhulp kan bediscussieerd worden. Kern is dat gemeenten willen dat minder kinderen jeugdhulp nodig hebben en dat er per kind en opvoeder minder (lang) jeugdhulp nodig is.
Van vindplaats naar werkplaats Analyse Er zijn meerdere plekken waar kinderen, jongeren en opvoeders met vragen terecht kunnen: kinderopvang, consultatiebureau, school en huisartsenpraktijk. Deze plekken zijn nu vindplaatsen van jeugdhulp: pedagogisch medewerkers, kinderartsen, onderwijzers en huisartsen verwijzen vanuit de opvang, de school en de praktijk naar jeugdzorg die elders geleverd wordt. Het is beter op deze plekken opvoeders en kinderen zoveel mogelijk in hun eigen context te helpen. En hoe dan ook is het zaak om die context gedurende de hulp zo te versterken dat de kans op terugval na afloop van de jeugdzorg wordt verkleind. Oplossingsrichting Kinderopvang, school en huisartsenpraktijken zijn de plekken waar kinderen en opvoeders samenkomen. Het is zaak om op deze plekken professionals vanuit het voorveld of de gecontracteerde jeugdhulp in te zetten met de opdracht om samen met pedagogisch medewerkers, leerkrachten, jeugdartsen en huisartsen te komen tot gerichte ondersteuning voor kinderen en opvoeders die daadwerkelijk op de plek zelf wordt aangeboden. De vindplaats van vragen naar jeugdhulp transformeert in een werkplaats van oplossingen voor jeugdhulp. Het gaat hier om een andere inzet van (preventieve) jeugdhulp in plaats van een nieuw aanbod.
De (preventieve) jeugdhulp op de kinderopvang, school of in de praktijk vervangt het huidige aanbod van jeugdhulp (veelal thuis of bij de zorgorganisatie op locatie). Om dit mogelijk te maken moet de levering van het huidige gecontracteerde aanbod (huishouden gebonden) omgezet worden naar een levering van het aanbod op locatie (kinderopvang, school of praktijk gebonden). De werkplaats dient lokaal goed ingebed te worden. Dat betekent goede samenwerking met de gemeente en de algemene basisvoorzieningen in de wijk. Het omvormen van een kinderopvang, school of huisartsenpraktijk naar werkplaats van jeugdhulp is niet voor elke locatie financieel rendabel. Dit is afhankelijk van het aantal kinderen met individueel toegewezen jeugdhulp dat op zo’n locatie aanwezig is. Daarbij geldt hoe meer individueel toegewezen jeugdhulp, hoe groter de kans dat de business case sluitend is. De inzet van gemeenten moet daarom gericht en gezamenlijk zijn. Het advies is om zorgorganisaties, onderwijs, kinderopvang en huisartsen een stappen te doorlopen. Stap 1 Selectie van vindplaatsen
Omschrijving Onder regie van gemeenten en in samenwerking met het samenwerkingsverband passend onderwijs worden locaties van kinderopvang, scholen en huisartsenpraktijken geselecteerd waar voldoende jeugdhulp wordt geleverd.
2 Selectie van aanbod
Onder regie van gemeenten en in samenwerking met het samenwerkingsverband passend onderwijs wordt bekeken welke aanbieder van ondersteuning (jeugdhulporganisatie, C&A team / praktijkondersteuner, opvoedondersteuning) het beste ingezet kan worden voor het vormgeven van de werkplaats jeugdhulp.
3 Uitwerken business case
Onder regie van gemeenten en in samenwerking met het samenwerkingsverband passend onderwijs en de aanbieder van de werkplaats wordt sluitende een business case opgesteld, waarmee de pilot wordt gefinancierd vanuit gemeenten en/of het passend onderwijs.
12
4 Contracteren werkplaats
Gemeenten en/of het samenwerkingsverband passend onderwijs contracteren de werkplaats jeugdhulp op basis van de business case. De nieuwe contractering werkplaats vervangt het huidige gecontracteerde aanbod jeugdhulp.
5 Evaluatie en bijstelling
Er worden standaard rapportage en evaluatie afspraken gemaakt, zodat de voortgang gemonitord en eventueel bijgesteld kan worden vanuit de gemeenten, het samenwerkingsverband passend onderwijs en de gecontracteerde werkplaatsorganisatie.
Maatregelen 1. Ontwikkelen en uitvoeren van de gezamenlijke aanpak ‘van vindplaats naar werkplaats’ door: a. een coördinerend team met een projectleider, een inkoper en een data-analist aan te stellen; b. de aanpak van vindplaats naar werkplaats uit te werken in een uitvoeringsplan; c. overeenkomsten te sluiten met het (passend) onderwijs, de regionale organisatie van huisartsen, de kinderopvangorganisaties/consultatiebureaus en de betrokken jeugdzorgorganisaties; d. uitvoeren van de aanpak van vindplaats naar werkplaats. e. evalueren en bijstellen van de aanpak.
In dialoog verwijzen naar effectieve jeugdhulp Analyse Het aantal naar jeugdhulp verwezen opvoeders en kinderen groeit de laatste jaren sterk. Daarbij valt op dat er veel opvolgende verwijzingen zijn, waarbij een uiteenlopend aanbod van interventies geschakeld achter elkaar wordt ingezet zonder dat de effectiviteit duidelijk is. De groei van het aantal (geschakelde) verwijzingen moet teruggebracht worden om de jeugdzorg ook op de lange termijn betaalbaar te kunnen houden. Wie mogen verwijzen naar jeugdhulp is wettelijk bepaald. Gemeenten, huisartsen, jeugdartsen, medisch specialisten, rechters, jeugdbeschermers en jeugdreclasseerders verwijzen naar jeugdhulp. Gemeenten kunnen daarom niks doen aan het aantal verwijzers. Wel is het mogelijk en gewenst om de verschillen in de manier van verwijzen te verkleinen. Door deze verschillen hebben opvoeders en hun kinderen nu de mogelijkheid om te ‘shoppen’ tussen verschillende verwijzers: krijg je bij de ene verwijzer niet de gewenste verwijzing, dan ga je naar de andere. Vanuit de algemene beginselen van behoorlijk bestuur bekeken, is het ongewenst dat er grote verschillen zijn tussen verwijzingen naar jeugdhulp. Voor een goede verwijzing is het noodzakelijk dat je weet in hoeverre een interventie voor een bepaalde situatie effectief is.
De effectiviteit van interventies in de jeugdhulp is op dit moment onvoldoende bekend bij de verwijzers. Vaak omdat de beschikbare informatie over effectieve interventies übehaupt niet bekend is. Impliciete praktijkkennis van verwijzers en zorgprofessionals over wat werkt wordt op dit moment niet systematisch geborgd in het verwijsproces. Elke verwijzer is verantwoordelijk voor zijn eigen kwaliteit. Niemand is het verantwoordelijk voor de verwijzing als geheel. Deze verantwoordelijkheid dient gezamenlijk en door goede samenwerking ingevuld te worden. Gelet op de gemeentelijke verantwoordelijkheid is het logisch dat gemeenten hier gezamenlijk regie op gaan voeren. Door een eenduidige en systematische aanpak te creëren, kunnen gemeenten effectiever en in dialoog verwijzen. Oplossingsrichting Omdat er meerdere wettelijke verwijzers zijn, is het van belang dat het terugbrengen van het aantal verwijzingen naar jeugdzorg een gedeelde verantwoordelijkheid is van alle verwijzers. Verwijzers dienen te handelen vanuit een gemeenschappelijk en transparant kader / richtlijn voor besluitvorming en dienen deze continue te onderhouden. Onder regie van gemeenten dienen er afspraken gemaakt te worden tussen alle verwijzers. Het resultaat van deze afspraken is de komst van een gezamenlijk verwijsnetwerk en een gedeelde verwijsrichtlijn.
Alle verwijzers die de samenwerkingsafspraken tekenen, leveren hun bijdrage aan dit netwerk en de richtlijn. Doel is om met elkaar te komen tot 2 onderbouwde, toetsbare en transparante verwijzingen naar jeugdzorg . 2
https://www.nji.nl/nl/Download-NJi/Wat-werkt-publicatie/(311053)-nji-dossierDownloads-WatWerkt_Indicatiestelling.pdf (p78) 13
Gemeenten dienen met jeugdzorgorganisaties wetenschappelijk onderbouwd de effectiviteit van ingezette jeugdhulp interventies systematisch in kaart te brengen. Indien interventies voor bepaalde situaties wel/niet effectief blijken, dan dienen verwijzers en zorgorganisaties hierover actief te worden geïnformeerd, zodat deze interventies wel/niet langer ingezet worden. Het monitoren van de effectiviteit van interventies dient uitgevoerd te worden door academisch opgeleide professionals die opgeleid zijn om uitspraken te doen over de effectiviteit van interventies (psychologen, gedragswetenschappers, psychiaters, artsen, etc.). Om dit kunnen realiseren moet een aantal stappen doorlopen worden. Stap 1 Samenwerkingsafspraken
Omschrijving Vastleggen van samenwerkingsafspraken met de regionale vertegenwoordiging van wettelijk verwijzers in Gooi en Vechtstreek. In deze afspraken vastleggen over de ontwikkeling het verwijsnetwerk en de verwijsrichtlijn.
2 Verwijsnetwerk en -richtlijn
Het netwerk krijgt de opdracht om onder coördinatie van gemeenten een gezamenlijke verwijsrichtlijn te ontwikkelen, waarbij er ook afspraken worden gemaakt over het continue onderhoud van de verwijsrichtlijn.
3 Uitvoering verwijsrichtlijn
Onder coördinatie van gemeenten wordt de verwijsrichtlijn geïmplementeerd bij alle wettelijk verwijzers en zien gemeenten toe op de naleving en het onderhoud van het verwijsnetwerk en de –richtlijn.
Maatregelen 2. Ontwikkelen en uitvoeren van een verwijsnetwerk en –richtlijn effectieve jeugdhulp door: a. een coördinerend verwijsteam op richten met daarin adequaat opgeleide professionals (overweging om het huidige C&A team om te vormen naar een coördinerend verwijsteam); b. een plan op te stellen om met verwijzer te komen tot een verwijsnetwerk en een verwijsrichtlijn; c. afspraken vast te leggen met en tussen alle verwijzers het verwijsnetwerk en verwijsrichtlijn in de praktijk te realiseren; d. uitvoeren van het secretariaat van het verwijsnetwerk en het onderhoud van de verwijsrichtlijn.
Maatregelentabel Ambulante jeugdhulp Cliënten 2019 5.049 Maatregel 1. Aanpak van ‘vindplaats naar werkplaats
2. In dialoog verwijzen naar effectieve jeugdhulp en waar nodig afschalen (middels bekostigingsprikkels)
Maatregel 1. Aanpak van ‘vindplaats naar werkplaats
Uitgaven 2019 € 18.349.650
Volume 2019 Gem. 321.000 uren Gem. 2.680 etmalen
Prijs 2019 Gem. € 89,- per uur Gem. € 315,- per etmaal
Acties / organisatorische impact a. Aanstellen coördinerend team met projectleider, inkoper en data-analist. b. Uitwerken van de aanpak van vindplaats naar werkplaats. c. Samenwerkingsovereenkomsten (passend) onderwijs, regionale organisatie van huisartsen en de kinderopvangorganisaties/consultatiebureaus. d. Uitvoeren van de aanpak van vindplaats naar werkplaats. e. Evalueren en bijstellen van de aanpak. a. Een coördinerend verwijsteam op richten met daarin adequaat opgeleide professionals (overweging om het huidige C&A team om te vormen naar een coördinerend verwijsteam). b. Een plan op te stellen om met verwijzer te komen tot een verwijsnetwerk en een verwijsrichtlijn. c. Afspraken vast te leggen met en tussen alle verwijzers het verwijsnetwerk en verwijsrichtlijn in de praktijk te realiseren. 3. Uitvoeren van het secretariaat van het verwijsnetwerk en het onderhoud van de verwijsrichtlijn. Maatschappelijk effecten a. Deel van bestaande cliënten verschuift hulpverlening van specialistische jeugdhulp naar lichtere jeugdhulp op de werkplaats 14
2. In dialoog verwijzen naar effectieve jeugdhulp en afschalen waar nodig (middels bekostigingsprikkels)
b. Verschuiving van de inzet van jeugdhulp thuis naar jeugdhulp vanuit de kinderopvang, school, consultatiebureau en huisartsenpraktijk. c. Wederzijdse versterking van het zorg- en onderwijsklimaat in de kinderopvang en op school (beter passend onderwijs) d. Verlies van werkgelegenheid op specialistische jeugdhulp a. Nieuwe cliënten of cliënten met een herindicatie ontvangen minder of meer jeugdhulp. b. Meer transparantie en eenduidigheid voor inwoners in het verwijzings- en besluitvormingsproces. c. Betere afstemming en samenwerking tussen verwijzers en hulpverleners. d. Brede maatschappelijke discussie over negatieve effecten van bepaalde prikkels.
Maatregel
Financieel effect Kosten 1. Aanpak van vindplaats naar Effect werkplaats Netto effect 2. In dialoog verwijzen naar Kosten effectieve jeugdhulp en Effect afschalen waar nodig Netto effect (middels bekostigingsprikkels)
2021 76.000 -500.000 -424.000 240.000 -458.741 -218.741
2022 100.000 -750.000 -650.000 210.000 -1.308.875 -1.098.875
2023 100.000 -1.000.000 -900.000 80.000 --1.538.246 -1.458.246
2024 100.000 -1.000.000 -900.000 80.000 -1.538.246 -1.458.246
Financiële toelichting 1. Van vindplaats naar werkplaats. De besparing wordt geschat op € 5.000 per kind p.m. (door de evaluatie van de pilot onderwijs 3 zorgarrangement Donnerschool ). Het eerste jaar zal een besparing van 5.000 per kind worden gerealiseerd voor 100 kinderen, oplopend tot 200 kinderen in het derde jaar. Opbrengsten kunnen daarmee oplopen tot € 1.000.000 structureel per jaar. De kosten lopen op tot 100.000. In het eerste jaar verwachten wij € 56.000 nodig te hebben voor loonkosten (projectleiding, inkoop en data) en € 20.000 voor projectkosten. In de daaropvolgende jaren denken wij 1 fte nodig te hebben (loonkosten projectleiding, inkoop + data) en € 20.000 voor projectkosten. In het transformatieplan jeugd is er € 150.000 beschikbaar om de uitvoeringskosten 4 2021 & 2022 te dekken. De besparing loopt hiermee netto op tot €900.000. 2. In dialoog verwijzen naar effectieve jeugdhulp en afschalen waar nodig (middels bekostigingsprikkels Opbrengsten voor deze maatregel lopen op tot €1.538.246 euro per jaar. Deze opbrengsten worden veroorzaakt door (naar schatting) 5% minder instroom bij huisartsen en gemeenten en 10% snellere uitstroom met besparing van 25% per traject. Daarnaast tellen ook reeds ingebouwde prikkels inkoop 2021 (-2,5%) en nieuwe prikkels in 2022 (-1,25%) en 2023 (-2,5%) hierbij op. Kosten zullen de eerste twee jaar hoger zijn.
Ze worden geschat op €240.000 en €210.000 in de eerste twee jaar door ontwikkel-, implementatie en onderhoudskosten voor het project en kosten voor het digitaal leefplein. Hierna zal nog 80.000 nodig zijn voor 1 fte (loonkosten per jaar). Er zijn geen extra kosten opgenomen voor verschuiving uitvoeringscapaciteit C&A team + gemeenten, omdat uitvoeringskosten I&C uit staande capaciteit kunnen komen. Het netto-effect zal daarmee oplopen tot €1.458.246 per jaar.
3
https://www.regiogv.nl/wp-content/uploads/2020/06/9.0-Evaluatie-onderwijs-zorg-pilots.pdf https://www.regiogv.nl/wp-content/uploads/2018/11/7.0-Bijlage-1_Transformatieplan-Zorg-voor-de-Jeugd-Gooi-enVechtstreek.pdf 4
15
Verblijf jeugd Van 2017 tot en met 2019 groeide het aantal kinderen met verblijf met 26,4%. Doordat ook de kosten per kind toenemen, stijgen de kosten voor gemeenten met 30,9%. Er is een verschuiving te zien van lichtere zorg naar zwaardere zorg die de stijging in kosten per cliënt verklaard. De gemeenten in Gooi en Vechtstreek hebben eind 2019 de uitvoeringsagenda verblijf vastgesteld. Voordat nieuwe maatregelen worden doorgevoerd is het van belang om goed handen en voeten te geven aan deze uitvoeringsagenda en de opgedane ervaringen te borgen en waar nodig te intensiveren in de uitvoering. Aanvullend is het advies om, gelet op de hoogte van de kosten van een verblijfsvoorziening, de toegang tot verblijf te versterken met een onafhankelijke toetsingscommissie.
Uitvoeringsagenda structureel borgen Analyse De uitvoeringsagenda verblijf is eind 2019 vastgesteld door het portefeuillehoudersoverleg sociaal domein. In fase 1 van het project is geconcludeerd dat de transformatie in de jeugdhulp nog niet voldoende in beweging is gekomen. Er is zelfs sprake van een tegengestelde beweging. Cijfers van het CBS tonen dat jeugdhulp in gezinsvormen (pleegzorg, gezinshuis) afnemen en verblijf in een instelling juist toe neemt. Ook landelijk is deze trend zichtbaar. Oplossingsrichting Zonder de bevlogen professionals die zich dag in en uit inzetten voor onze jeugdigen te kort te doen, is het noodzakelijk om in te zetten op de veranderopgave om de transformatie ‘zo thuis mogelijk opgroeien’ in beweging te brengen. Om deze reden is de visie “zo thuis mogelijk opgroeien” geconcretiseerd naar doelen en resultaten (het wat) voor de komende jaren met een uitvoeringsagenda waarin acties staan langs vier lijnen die benoemen hoe dit te gaan bereiken: 1. Faciliteren toegang en toeleiding 2. Versterken ambulante jeugdhulp in de thuissituatie 3. Versterken pleegzorg 4. Versterken gezinshuizen Het is echter belangrijk om deze maatregelen niet alleen structureel te borgen, maar ook waar mogelijk te intensiveren.
Daarvoor is structurele inzet en financiering nodig om het aantal pleegouders in de regio te vergroten en om te komen tot meer kleinschalige (en goedkopere) verblijfsvoorzieningen zoals gezinshuizen. Deze investeringen leiden bij uitstek tot lagere kosten op de lange termijn. Maatregelen 3. Structureel borgen van de doorbraaktafel, de inkoop van de wervingskosten voor pleegzorg en de inkoop van gezinshuizen binnen de inkoop sociaal domein (de overige onderdelen van de uitvoeringsagenda worden geborgd binnen de inkoop van ambulante jeugdhulp en waar mogelijk geïntensiveerd).
Gezamenlijke bekostiging van en toegang tot verblijf Analyse 5 Gemeenten werken per 1 januari 2021 met een doorbraaktafel jeugd. Aan de doorbraaktafel werken verwijzers en aanbieders van ondersteuning en verblijf samen aan het vinden van duurzame oplossingen wanneer kinderen uithuisgeplaatst (dreigen) te worden en/of geplaatst zijn in de tussenvoorziening voor maximaal 28 dagen. De doorbraaktafel is ondergebracht bij het regionale Expertteam Jeugd en de uitvoering van de doorbraaktafel wordt opgenomen in het convenant dat als basis geldt voor de samenwerking binnen het Expertteam. Of deze doorbraaktafel tot het gewenste effect gaat leiden, moet nog blijken in de praktijk. Een verblijfsvoorziening wordt vaak nog gezien als een oplossing om de thuissituatie te doorbreken. De casuïstiek is bijzonder complex en kent geen eenvoudige oplossing. Wel is duidelijk dat veel kinderen vervolgens langdurig in een verblijfssituatie zitten, waarbij de persoonlijke situatie vaak niet of nauwelijks verbeterd. Een verblijfsvoorziening kost de gemeente echter ongeveer € 80.000 per jaar,
5
https://www.regiogv.nl/wp-content/uploads/2020/08/16.0-Doorbraaktafel-Jeugd.pdf 16
per kind, waardoor fluctuaties in toewijzingen grote invloed hebben op de gemeentefinanciën. Bij de toewijzing lijkt weinig rekening te worden gehouden met de invloed die deze heeft op zowel de gemeente als de klant. Oplossingsrichting Mocht het effect van de doorbraaktafel uitblijven, dan is het gewenst om toegang en bekostiging regionaal onder te brengen. Er zal tegelijkertijd met de uitvoering van de doorbraaktafel onderzoek worden gedaan naar een gezamenlijke regionale bekostiging van en toegang tot verblijfsvoorzieningen, om kosten betaalbaar te houden per gemeente en fluctuaties te beperken. Het gezag over de verwijzing kan ondergebracht worden bij een onafhankelijke commissie verblijf. Vergelijk deze commissie met een regionale toetsingscommissie bij euthanasie of de urgentiecommissie bij woningtoewijzingen. Het gaat vaak om moeilijke gevallen, waarbij schaarste van voorzieningen, medisch ethische kwesties en expertise op het toetsen van voorliggende oplossingen een rol spelen. Een dergelijke commissie moet onafhankelijk zijn en op basis van expertise en transparante besluitvorming in staat zijn de juiste afweging te maken. De commissie vervangt voor de toegang tot verblijf, bestaande initiatieven zoals de doorbraaktafel. Daarnaast kan bekostiging van de voorziening op basis van solidariteitsafspraken plaatsvinden.
De gemeenten bepalen dan met elkaar per jaar het aantal gewenste verblijfplekken en financieren deze op basis van een afgesproken verdeelsleutel. Vervolgens kopen de gemeenten met een budgetplafond het afgesproken aantal plekken in. Om te voorkomen dat er een scheve verdeling tussen gemeenten ontstaat (ondermijning solidariteit), is het van belang de toegang tot verblijf eenduidig en uniform vorm te geven. Advies is dan ook om bij een gezamenlijke bekostiging ook te zorgen voor een gezamenlijke toegang. Een gezamenlijke toegang biedt ook een (extra) drempel voor verwijzers, waarmee de instroom beperkt kan worden. Maatregelen 4. Gezamenlijke bekostiging van en toegang tot verblijf door: a. Onderzoek uit te voeren naar haalbaarheid en effectiviteit van een onafhankelijke commissie en gezamenlijke bekostiging b. Bij uitblijven van resultaten van de doorbraaktafel in de eerste helft van 2021 een raadsvoorstel verblijf voor te leggen voor inkoop, toegang en bekostiging (solidariteit) van verblijf (conform het raadsbesluit bescherming en opvang); c. op basis van dit raadsbesluit de implementatie van de inkoop, toegang en bekostiging voor te bereiden in de tweede helft van 2021 (uitgangspunt is dat lokale consulenten waar mogelijk mee gaan naar een gezamenlijke toegangsorganisatie); d. vanaf 1 januari 2022 de inkoop, toegang en bekostiging van het verblijf gezamenlijk uit te voeren.
17
Maatregelentabel Verblijf jeugd Cliënten 2019 158 Maatregel 3. Borgen en intensiveren uitvoeringsagenda verblijf
4. Gezamenlijke bekostiging van en toegang tot verblijf (via onafhankelijke commissie)
Maatregel 3. Borgen en intensiveren uitvoeringsagenda verblijf 4. Gezamenlijke bekostiging van en toegang tot verblijf (via onafhankelijke commissie) Maatregel 3. Borgen en intensiveren uitvoeringsagenda verblijf 4. Gezamenlijke bekostiging van en toegang tot verblijf (via onafhankelijke commissie)
Uitgaven 2019 € 6.568.139
Volume 2019 Gem. 29.598 etmalen
Prijs 2019 Gem. € 222,- per etmaal
Acties / organisatorische impact a. Op basis van pilot pleegzorg en gezinshuizen in het voorjaar van 2021 een voorstel incl. business case doen voor de borging / uitbreiding van de inkoop van pleegzorg en gezinshuizen. b. Uitvoeren (van de uitbereiding) van inkoop van de inkoop pleegzorg en gezinshuizen per 1 januari 2022. A. Onderzoek uit te voeren naar haalbaarheid en effectiviteit van een onafhankelijke commissie en gezamenlijke bekostiging B. Bij uitblijven van resultaten van de doorbraaktafel in de eerste helft van 2021 een raadsvoorstel verblijf voor te leggen voor inkoop, toegang en bekostiging (solidariteit) van verblijf (conform het raadsbesluit bescherming en opvang). C. op basis van dit raadsbesluit de implementatie van de inkoop, toegang en bekostiging voor te bereiden in de tweede helft van 2021 (uitgangspunt is dat lokale consulenten waar mogelijk mee gaan naar een gezamenlijke toegangsorganisatie); D. vanaf 1 januari 2022 de inkoop, toegang en bekostiging van het verblijf gezamenlijk uit te voeren en Maatschappelijk effecten a. Minder kinderen stromen in op 24 uurs verblijf en meer kinderen stromen in op pleegzorg en/of gezinshuizen. b. Groter veiligheidsrisico in thuissituatie, pleeghuis of gezinshuis (gelet op toename van kinderen in kwetsbare situaties). a. Minder kinderen stromen in op 24 uurs verblijf; lagere instroom door hogere drempels b.
Groter veiligheidsrisico in thuissituatie c. Discussie over mate van solidariteit tussen gemeenten d. Expertiseopbouw rondom complexe verblijfsvraagstukken Financieel effect Kosten Effect Netto effect Kosten Effect Netto effect
2021
2022
2023
2024
85.000 -379.600 -294.600
85.000 -576.700 -491.700 130.000 -547.500 -417.500
85.000 -576.700 -491.700 100.000 -912.500 -812.500
85.000 -576.700 -491.700 100.000 -912.500 -812.500