CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Collegebrief inzake Financiële impactanalyse IV Covid-19 2021 (758803)

GEMEENTERAAD 2 juni 2021, gemeente HilversumBij agendapunt: Ingekomen stukken - Rubriek 020.107 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

21

Financiële impactanalyse IV Covid-19 risico’s Gemeente Hilversum Risico Invloed Risicogebeurtenis Nr. (%)

Financieel Minimum

Financieel Maximum

Kans

12-03-2021

Toelichting haalbaarheid en kostenefficiënte te borgen. De subsidieregeling bevindt zich ten tijde van FIA IV nog in een te vroege conceptfase om een goede, kostendekkende, risico inschatting voor te kunnen maken. Voor de kwantificering wordt nu een bandbreedte aangehouden op basis van de genoemde 400 – 500 MKB-bedrijven tegen een mogelijk subsidiebedrag tussen de € 1.500 – € 2.500. De kans wordt vooralsnog hoog ingeschat (85%).

R73

8%

Werkvoorzieningsschap € 520.000 Tomingroep - dividendopbrengst 2020 wordt niet gerealiseerd en aanspraak op compensatieregeling Rijk

€ 620.000

80%

Zoals verwoord in de collegebrief "Stand van zaken Corona en verbetermaatregelen bij Tomin groep" van 19 november 2020 is de omzet en daarmee de winstgevendheid sterk teruggelopen. Ook blijkt uit de daarbij gevoegde Najaarsrapportage 2020 dat Tomin aanspraak doet op de door de gemeente ontvangen € 520.000 compensatieregeling vanuit het rijk (septembercirculaire 2020). Het minimale risico komt hiermee op € 520.000. Het dividend dat voor het laatst geraamd was in begroting 2020 (€ 150.000) zal niet worden ontvangen. Dit heeft echter niet tot een overschrijding van de begroting geleid en zal derhalve niet leiden tot een onttrekking van de reserve Covid19. Of verdere verliezen van de Tomin zullen zorgen voor aanvullende bijdrage van de deelnemende gemeenten is o.a. afhankelijk van de hoogte van het eigen vermogen van Tomin. Vooralsnog veronderstellen we dat de liquiditeit en het eigen vermogen voldoende is om een extra bijdrage te voorkomen. Als het zich toch voordoet gaat dit spelen bij het vaststellen van de jaarrekening 2020, welke in het tweede kwartaal van 2021 wordt verwacht. Bovenstaande leidt ertoe dat bij FIA IV het minimale risico toeneemt tot €520.000 (was nihil) en het maximale risico tot € 620.000 (was € 200.000). De kans wordt met 80% hoog ingeschat, omdat Tomin reeds aanspraak heeft gemaakt op de door de gemeente ontvangen rijksbijdrage.

R42

7,7%

Verwerken verhoogde instroom aanvragen (o.a. BUIG/BBZ/debiteurenbeheer etc.)

€ 500.000

€ 750.000

70%

Door stijgende aanvragen als gevolg van Covid-19 neemt het werk op het sociaal plein toe. Er is extra capaciteit nodig om deze aanvragen te verwerken. Voor 2020 werd het risico aanvankelijk ingeschat op € 750.000. Inmiddels is bekend dat de werkelijke onttrekking vanuit de Covid-19 reserve nog geen €60.000 betrof. Dit zegt echter weinig over de verwachting voor 2021. De aanvragen blijven hoger en ook de verhoogde aanvragen 2020 vragen om extra capaciteit ondanks dat het meerwerk in 2020 grotendeels is opgevangen met bestaande mensen. Vooralsnog sluiten we aan bij de oorspronkelijke maximale raming in 2020 van €750.000, maar met een hoger minimum en kans percentage. Naar mate de crisis langer duurt wordt het steeds moeilijker om de aanhoudende werkdruk binnen het team op te vangen. Die werkdruk neemt naar verwachting ook nog verder toe omdat het aantal aanvragen zal stijgen. In het eerste half jaar van 2021 wordt een extra inhuur aanvraag verwacht om de capaciteit hiertoe tijdelijk uit te breiden.

R88

6,3%

Faillissement/surseance culturele instellingen (o.a. matchingsregelingen)

€ 300.000

€ 500.000

90%

De culturele instellingen ontvangen uit het Rijk of overige regelingen een bijdrage om de gederfde inkomsten te dekken en zich staande te houden. De reserve van een culturele instelling is (zoals gebruikelijk) te laag om dit zelf volledig en/of langere tijd op te kunnen vangen. De bijdragen vanuit het Rijk en de overige regelingen zijn niet in alle gevallen voldoende. Tevens nemen deze bijdragen doorgaans een 'matchingsregeling' vorm aan, waarin de gemeente meebetaalt aan het extra bedrag dat vanuit een externe (Rijks)regeling aan een instelling wordt uitgekeerd. De matchingsregelingen zijn bedoeld om te kunnen voorzien in de vaste lasten. Indien instellingen bij de aanvraag van een matchingsregeling worden afgewezen, zal dit leiden tot een opwaartse bijstelling van de kosten voor de gemeente. De

22

Financiële impactanalyse IV Covid-19 risico’s Gemeente Hilversum Risico Invloed Risicogebeurtenis Nr. (%)

Financieel Minimum

Financieel Maximum

Kans

12-03-2021

Toelichting gemeentebijdrage aan een dergelijke instelling zal dan namelijk hoger uitvallen om die overeind en gezond te kunnen houden. Met instellingen die geen aanspraak kunnen doen op een matchingsregeling wordt er op basis van maatwerk gekeken naar steunmaatregelen met betrekking tot bijvoorbeeld huurlasten of andersoortige kosten. De meerkosten en gederfde inkomsten in de culturele sector bestaan onder andere uit: - minder gegenereerde inkomsten door (gedeeltelijke) sluiting in periodes, terwijl kosten doorlopen - minder inkomsten doordat (veel) minder publiek is toegestaan en door het wegblijven van publiek - aanpassingen met betrekking tot de 1,5 meter samenleving (meer ruimte nodig betekent: meer podia, extra programmering, minder publiek toegestaan per voorstelling, hogere productiekosten etc.) - minder inkomsten vanuit horeca De culturele instellingen zijn actief bezig met het monitoren van hun financiële positie maar het is lastig in te schatten hoe dit zich als gevolg van de coronacrisis verder zal ontwikkelen. Gezien de onzekerheidsfactor worden de financiële consequenties regelmatig geactualiseerd. Het minimum-maximum bereik van dit risico kan daardoor fluctueren. Op dit moment betreft de financiële prognose voor de basisinfrastructuur instellingen in 2021 rond de € 350.000 ten behoeve van matchingsregelingen en € 100.000 voor de overige instellingen.

Het is zeker dat ook in 2021 financiële steun aan de culturele sector zal moeten worden verleend, maar tegen welk bedrag is nu nog onzeker. Om die reden wordt dit risico ten tijde van FIA IV ingestoken op een 90% kans van optreden. Hier is wel de kanttekening op zijn plek dat in 2020 veel instellingen hun subsidie vanuit de gemeente hebben ingezet om de vaste lasten te kunnen dragen en op die manier overeind te blijven. Omdat de subsidies binnen de begroting vallen, heeft dit niet geleid tot meerkosten voor de gemeente. Daar staat wel tegenover dat de instellingen vanwege de coronacrisis (o.a. door periodes van sluiting en de 1,5e meter maatregelen) niet hebben kunnen voldoen aan de bijbehorende subsidie-eisen voor dat jaar. De gemeente past vanwege de omstandigheden van de coronacrisis een coulancebeleid toe om terugvordering van de subsidies te beperken. De kleinere culturele instellingen die niet in aanmerking komen voor landelijke matchingsregelingen vallen onder een apart risico (R199) en zijn daarom geen onderdeel van de kwantificering van dit risico (R88).

R189

5,7%

Extra inhuur vanwege extra € 240.000 werkzaamheden in bezwaar en beroep en werkzaamheden inzake (horeca) verordeningen

€ 480.000

90%

Vanaf de start van de coronacrisis in maart 2020 is de werkwijze ten aanzien van bezwaar- en beroepsprocedures aanzienlijk gewijzigd. Voorheen was fysieke afstemming mogelijk, zoals o.a. bij hoorzittingen. Momenteel dient alles schriftelijk of via videocalls, binnen de (wettelijke) termijnen, afgehandeld te worden wat een forse druk legt op de interne organisatie. Daarnaast zijn er ook extra werkzaamheden bij de horeca- en handhaving juristen die zich voor een groot deel voordoen door deelnemen aan overleggen, beantwoorden van vragen en emails, het uitwerken van maatregelen voortkomend uit de noodverordening (en later de Tijdelijke wet maatregelen Covid 19) en de aanpassingen daarin (bijv. plotseling sluiten Horeca en later de vergroting van de terrassen, laad-, los- en sluitingstijden winkels, sluiting andere ondernemingen). Bij

23

Financiële impactanalyse IV Covid-19 risico’s Gemeente Hilversum Risico Invloed Risicogebeurtenis Nr. (%)

Financieel Minimum

Financieel Maximum

Kans

12-03-2021

Toelichting de handhavingsjuristen ligt ook in het reguliere werk extra druk vanwege Covid (o.a. meer advisering Toezicht, meer handhavingsverzoeken). Om dit extra werk het hoofd te kunnen bieden is extra inhuur noodzakelijk. Een deel van deze inhuur is in 2020 al ingezet en loopt in 2021, voor de duur van de coronacrisis, door. Daarnaast vraagt onder andere het opstellen en controleren van de nieuwe gedoogbesluiten voor horeca en voor winkeliers (vanwege het openstellen van winkels als afhaallocatie tijdens de lockdown) tot extra inzet voor in ieder geval het eerste half jaar van 2021. Afhankelijk van het verloop van de crisis zou een groot deel van de inzet ook in het tweede half jaar nog nodig blijken, wat uitkomt op een verwacht maximumbedrag van € 480.000 voor het hele jaar. De zekere kosten voor het eerste half jaar zullen in de eerstvolgende verzamel RIB afwijkingen Covid-19 worden opgenomen.

R51

4,9%

Minder inkomsten lokale € 200.000 belastingen - uitstel betaaltermijnen en faillissementen

€ 600.000

70%

Vanaf de start van de coronacrisis is voorzien dat het economische schade tot gevolg zal hebben. Er wordt onder andere voorzien dat bedrijven in financieel zwaar weer terecht zullen komen met onder andere faillissementen en betalingsachterstanden van de gemeentelijke belastingen tot gevolg. Vanwege de steunpakketten vanuit het Rijk is dit risico in 2020 nog niet merkbaar opgetreden: er is geen sprake van grootschalig gemiste inkomsten of betalingsachterstanden van gemeentelijke belastingen op de begroting 2020. Zolang er steunpakketten zijn vanuit het Rijk, zullen bedrijven het langer kunnen rekken. De verwachting dat deze klap gaat komen, blijft desondanks wel staan maar wordt vooruitgeschoven naar gelang de steunpakketten blijven bestaan en niet worden versoberd. Om die reden blijft dit risico bestaan. De gemeente monitort de ontwikkelingen wat betreft betalingsachterstanden van gemeentelijke belastingen zodat snel gesignaleerd kan worden wanneer het risico op begint te treden. Er zijn geen aanwijzingen dat de verwachte schadekosten hoger of lager uit zouden vallen dan in dit risico gekwantificeerd. De kwantificering is ten tijde van FIA IV daarom ongewijzigd ten opzichte van FIA III.

R220

3,9%

Tweede Kamerverkiezing maart 2021 - meerkosten als gevolg van het coronaproof organiseren van de verkiezingen

€ 200.000

€ 300.000

90%

Er zullen meerkosten worden gemaakt ten behoeve van het 'coronaproof' organiseren van de Tweede Kamerverkiezing van maart 2021. De diverse maatregelen om iedereen veilig te kunnen laten stemmen in deze coronatijd zijn toegelicht in de Collegebrief Verkiezingen van 9 februari 2021. Het kostenplaatje is op moment van opstellen van FIA IV nog niet compleet, maar de verwachting (90%) is dat deze verkiezingen tot meerkosten van € 200.000 à € 300.000 zal leiden. Van het Rijk hebben we tot nu toe in totaal € 244.000 aan compensatiegelden voor deze meerkosten ontvangen (septembercirculaire 2020 € 133.000 en decembercirculaire € 111.000) die volledig in de reserve Covid-19 zijn (of nog worden) gestort. De meerkosten zullen daarom ook volledig ten laste worden gebracht van deze reserve.

R56

3,6%

Minder inkomsten precario

€ 228.000

€ 228.000

90%

In 2020 heeft de raad besloten geen vaste precario te heffen om tegemoet te komen aan de financieel zware tijden voor de lokale ondernemers. De verwachting is dat de Raad zal besluiten ook in 2021, nu de coronacrisis nog voortduurt, de verordening precariobelasting te wijzigen zodat ook dit jaar geen vaste precariobelasting opgelegd zal worden. Dit zou betekenen dat de begrote inkomsten precariobelasting ter hoogte van € 228.000 in begroting 2021 niet zullen binnenkomen. Naar verwachting zal het raadsvoorstel in voorjaar 2021 aan de raad worden voorgelegd. We schatten de kans erg groot in dat er met dit voorstel zal worden ingestemd. Evenementen precario is ondergebracht in R109. Het maakt geen onderdeel uit van de vaste precario en staat daarom los van dit risico.

24

Financiële impactanalyse IV Covid-19 risico’s Gemeente Hilversum

12-03-2021

Risico Invloed Risicogebeurtenis Nr. (%)

Financieel Minimum

Financieel Maximum

Kans

Toelichting

R156

€0

€ 650.000

50%

Als gevolg van Covid-19 neemt de vraag naar inkomensregelingen toe en stijgen de uitgaven. Het grootste risico hier lopen we bij de BUIG, waarbij we grotendeels afhankelijk zijn van het Rijk.

2,6%

Sterkte instroom bijstandsgerechtigden Minimaregelingen (o.a. BUIG)

Inmiddels is het definitieve BUIG budget vastgesteld en het blijkt dat we door het Rijk gecompenseerd worden voor de hogere BUIG uitgaven. Voor 2020 blijven we hiermee binnen de begroting. Als gevolg van de Covid-19 maatregelen zijn er in 2020 minder aanvragen voor schulddienstverlening en minimaregelingen ontvangen. Met als gevolg dat de uitgaven achter zijn gebleven en dat een deel van het budget in 2020 over is gebleven. Vooralsnog gaan we ervan uit dat dit uitgestelde vraag betreft en dat de uitgaven alsnog gedaan moeten worden in de jaren 2021 en verder. Het maximale risico van de uitgestelde vraag wordt vooralsnog ingeschat op € 650.000. Het minimumbedrag is ten tijde van FIA IV echter wel naar beneden bijgesteld.

R69

2%

Onrechtmatige verstrekkingen (meer ad hoc, zonder toetsing vooraf) waardoor onvoldoende verantwoording naar het Rijk

€ 100.000

€ 400.000

50%

Ten aanzien van de openeinderegelingen bestaat het risico dat, door minder makkelijk fysiek contact en/of verhoogde toestroom nieuwe aanvragen, er door Covid-19 meer onrechtmatige verstrekkingen zullen plaatsvinden. Ten aanzien van een aantal regelingen is er een direct verband met de opbrengsten vanuit het Rijk. Bij deze regelingen kunnen onrechtmatige verstrekkingen tot lagere opbrengsten leiden. Het gaat o.a. om de volgende regelingen: BUIG, TOZO, BBZ, OAB, WEB. Ten tijde van opstellen van FIA IV wordt de interne controle uitgevoerd. Er kunnen op dit moment daardoor geen conclusies aan worden verbonden. In de accountantsverklaring bij de jaarrekening zal hier duidelijkheid over worden gegeven. De kwantificering van dit risico is daarom ongewijzigd ten opzichte van FIA III.

R236

<2%

TONK - meerkosten als gevolg van de regeling Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (per 2021)

€ -200.000

€ 510.000

70%

Het kabinet heeft voor de huishoudens die te maken hebben met een terugval in hun inkomen de Tijdelijke Ondersteuning van Noodzakelijke Kosten (TONK) in het leven geroepen. Over de TONK en de onttrekking vanuit de Covid-19 reserve van €1.590.000 is inmiddels een raadinformatiebrief (2021-17) gestuurd. De TONK heeft een looptijd van 1 januari tot 1 juli. Als het rijk zou besluiten de regeling te verlengen tot en met einde jaar 2021, dan vallen de kosten voor de gemeenten 6 maanden hoger uit dan nu becijferd. De gemeente heeft echter geen invloed op dit eventuele rijksbesluit. Ook de nu vastgestelde beleidsregels, als opgenomen in RIB 2021-17, beslaan enkel de periode van de huidige looptijd van 1 januari tot 1 juli 2021. Ten tijde van FIA IV wordt nog geen rekening gehouden met een eventuele verlenging van de regeling. Over de uitgaven (aantallen) en in mindere mate over de inkomsten bestaat vooralsnog hoge mate van onzekerheid. Ondanks de reeds gemelde onttrekking van € 1.590.000 blijven additionele risico's bestaan, mede omdat het een openeinderegeling betreft en omdat de werkelijke hoogte van de rijkscompensatie nog niet bekend is. Het aantal uitkeringen wordt ingeschat op 1700 uitkeringen. De werkelijke aantallen kunnen fluctueren. Gelet op de omvang van de doelgroep populatie is de kans groter dat de aantallen hoger dan lager zullen uitvallen.

Ingeschat wordt dat het werkelijk aantal tussen 10% minder (- €200.000) en 25% meer (€ 510.000) zal liggen. De kans op optreden van dit risico op meerkosten als gevolg van de TONK wordt relatief hoog (70%) ingeschat.

R61

<2%

Meer beroep op openbare orde en € 50.000 handhaving (o.a. horeca, sportvelden, openbare gebouwen)

€ 250.000

70%

Het risico bestaat ten tijde van FIA IV uit vier componenten: 1 - Extra inzet op jeugdboa’s en jongerenwerken (Versa). In 2020 zijn deze meerkosten opgevangen doordat er minder inzet nodig was op ‘veilig uitgaan’. De verwachting is dat het uitgaansleven in 2021 wel weer op gang zal komen, al valt

25

Financiële impactanalyse IV Covid-19 risico’s Gemeente Hilversum Risico Invloed Risicogebeurtenis Nr. (%)

Financieel Minimum

Financieel Maximum

Kans

12-03-2021

Toelichting nog niet goed te voorspellen per wanneer de landelijke maatregelen dit zullen toelaten. Als de inzet op veilig uitgaan weer toeneemt, wordt de extra inzet op jeugdboa’s en jongerenwerken niet per definitie afgeschaald. Voor nu is de inschatting dat die extra inzet in 2021 daarom wel tot meerkosten zou kunnen leiden. 2 - Coronabesmettingen binnen het boa-team. Tot nu toe is dit nog niet gebeurd, maar de kans blijft aanwezig. Mocht er een coronabesmetting binnen het team gevonden worden, dan zou het hele team mogelijk tijdelijk thuis komen te zitten om verdere verspreiding binnen het boa-team in de kiem te smoren. Er zou dan voor een korte periode boa-inzet moeten worden ingehuurd. 3 - Inhuur crisismanager Covid-19. Met het voorduren van de coronacrisis wordt de inhuur van de crisismanager doorgezet. In de laatste verzamel RIB van 2020 zijn de betreffende kosten voor het eerste kwartaal van 2021 al aangemeld voor de reserve Covid-19. Deze kosten zijn daarom geen onderdeel meer van het risico. Ook de inzet in het tweede kwartaal is inmiddels zeker en zal met de eerstvolgende verzamel RIB worden aangemeld. Tot de aanmelding in een verzamel RIB een feit is, worden de kosten in het risico opgenomen. De kans bestaat daarnaast dat de inzet van deze crisismanager ook in het derde en vierde kwartaal van dit jaar nog nodig is.

Deze zijn opgenomen in de kwantificering van dit risico. 4 - Extra inzet als gevolg van de avondklok. De onrust aan het begin van de instelling van de avondklok vroeg om extra inzet in de vorm van straatcontact en particuliere beveiliging. Vooralsnog verloopt de avondklok in Hilversum rustig. De situatie wordt continu gemonitord. Deze onderdelen komen voor FIA IV samen uit op een risico inschatting voor heel 2021 van minimaal € 50.000 (inclusief de inhuur van de crisismanager in het tweede kwartaal van dit jaar) en maximaal € 250.000. Op dit moment wordt de kans van optreden op 70% gezet omdat de inzet van de crisismanager in Q2 al een zekerheid is. Op deze manier wordt het risico wel opgenomen in het risicoprofiel van 70% en hoger, aan de hand waarvan de hoogte van de reserve Covid19 zal worden getoetst. De inschatting op dit moment is dat het rest risico zo'n 40% kans van optreden zal hebben, maar dat wordt bij de volgende FIA opnieuw beoordeeld.

R87

1,5%

Heffen en innen - extra inhuur t.b.v. tijdig opleggen aanslagen en afhandelen bezwaar en beroep binnen wettelijke termijn

€ 80.000

€ 160.000

80%

In 2020 is dit risico opgetreden. De thuiswerksituatie veroorzaakt productieverlies doordat het onder andere het benodigde afstemmingsproces bemoeilijkt. Zaken als herwaardering, het opleggen van aanslagen en het afhandelen van bezwaar- en beroepschriften zijn aan strakke planningen en wettelijke termijnen onderhevig. Op het moment dat er sprake is van productieverlies, komen die planningen en termijn snel onder druk te staan met mogelijke boetekosten of zelfs het niet kunnen opleggen van gemeentelijke belastingaanslagen tot gevolg. Naast het productieverlies als gevolg van de thuiswerksituatie, worden in 2021 meer bezwaar- en beroepschriften verwacht. Ook deze toenemende werkvoorraad zal het hoofd geboden moeten worden. Er zal extra inhuur nodig zijn om de werkzaamheden wat betreft heffen en innen binnen de gestelde termijnen te kunnen verwerken. Zeker het eerste kwartaal van 2021 zal extra inhuur nodig zijn met een mogelijke uitloop naar het tweede kwartaal. Voor nu (FIA IV) beperkt de kwantificering van dit risico zich tot het eerste half jaar van 2021 in de verwachting dat de maatregelen in de loop van de zomer versoepeld kunnen worden en het productieverlies daardoor zal afnemen.

R74

1,5%

Regio Gooi en Vechtstreek - extra inzet a.g.v. Corona

€0

€ 250.000

75%

De gemeenschappelijke regeling Regio Gooi en Vechtstreek verwacht meerkosten als gevolg van Covid-19. Deze worden veroorzaakt door extra inzet bij de uitvoering (o.a. GGD en GAD), maar ook om thuiswerken mogelijk te maken. De hoogte van de meerkosten is nog niet bekend. De meerkosten zullen via het resultaat 2020 verrekend worden met het

26

Financiële impactanalyse IV Covid-19 risico’s Gemeente Hilversum Risico Invloed Risicogebeurtenis Nr. (%)

Financieel Minimum

Financieel Maximum

Kans

12-03-2021

Toelichting eigen vermogen en/of met de regiogemeenten. Dit zal gebeuren bij het vaststellen van de jaarrekeningen over 2020. Dit gaat derhalve spelen in de eerste helft van 2021. Dit risico is ongewijzigd ten opzichte van FIA III.

R108

1%

Uitvallen cruciale rollen team Functioneel Beheerders

€ 60.000

R58

1%

Hogere uitgaven volksgezondheid, € 0 WMO, jeugdzorg, etc.

€ 120.000

70%

Binnen het team functioneel beheerders bestaat een aantal specialistische functies die niet te vervangen zijn in het team. Op het moment dat zij zouden uitvallen, zou er op korte termijn ingehuurd moeten worden. Dergelijke specialisten zijn doorgaans duur. Eind 2020 werd duidelijk dat de druk verhogende werking van de coronacrisis (o.a. op de projectenkalender) en het productieverlies als gevolg van de thuiswerksituatie toch heeft geleid tot extra inhuur om het team te ondersteunen en uitval op te vangen. Voor het eerste half jaar 2021 is die inhuur inmiddels definitief en de meerkosten (€ 60.000), die ook de ondergrens van dit risico zijn, zullen in de eerste verzamel RIB worden aangemeld voor de reserve Covid-19. De kans dat deze inhuur ook het tweede half jaar zal moeten worden doorgezet is bovendien aanwezig. Om die reden worden voor FIA IV de jaarkosten als maximum kwantificering van dit risico aangehouden.

€ 250.000

50%

Het Rijk heeft in overleg met de VNG bepaald dat de gemeenten de omzet 2019 (+ contractuele indexatie) voor 2020 moeten garanderen voor de zorgaanbieders (continuïteitsbijdrage). Voor 2021 geldt deze afspraak vooralsnog alleen voor WMO vervoer. Normaliter is deze verplichting binnen de begroting op te vangen. Binnen de regio Gooi en Vechtstreek heeft de zorg maar beperkt stilgelegen, waardoor de niet geleverde zorg beperkt is. Met RIB 2020-52 hebben we u geïnformeerd over financiële afwijkingen bij WMO en Jeugdzorg. Naast de continuïteitsbijdrage dienen de meerkosten als gevolg van de Covid-19 vergoed te worden aan de zorgleveranciers. Hiervoor is reeds € 707.000 doorgeven aan de Regio Gooi en Vechtstreek. Momenteel werkt de Regio Gooi en Vechtstreek aan de eindverantwoording 2020, waarin o.a. gerapporteerd wordt over de meerkosten en de continuïteitsbijdrage (wordt 1 juni 2021 verwacht). De gevolgen van Covid-19 op de vraag naar zorg en de mogelijke inhaalvraag na 2020 zijn onduidelijk. In 2021 zal het ministerie van VWS extra middelen beschikbaar gaan stellen waarmee activiteiten ontwikkeld kunnen worden die de jeugd/jongeren meer perspectief moet gaan bieden. Vooralsnog is de inschatting dat het risico op ongedekte meerkosten als gevolg van Covid-19 beperkt is en schatten we in op maximaal € 250.000.

R238

<1%

Beveiliger publieke ruimte stadskantoor

€ 40.000

€ 80.000

90%

Sinds juli 2020 wordt er een beveiliger ingezet in de hal van het Stadkantoor. De beveiliger is belast met het faciliteren van het naleven van de corona gerelateerde maatregelen in deze openbare ruimte van het stadskantoor. Zo reguleert de beveiliging bijvoorbeeld de inloop en de ingerichte looprichtingen en houdt deze toezicht op het dragen van mondkapjes, onder andere. Binnen Publiekszaken is er geen capaciteit om deze werkzaamheden zelf uit te voeren. Zolang de coronacrisis voortduurt en de landelijke basismaatregelen omtrent de 1,5e meter samenleving van kracht zijn, zal deze beveiliging inzet nodig blijven. De kosten in 2020 waren opgenomen in het extra Facilitaire budget ten behoeve van het coronaproof inrichten van de huisvesting (verzamel RIB 2020-42 financiële afwijkingen a.g.v. coronacrisis). Omdat dat budget echter niet doorloopt in 2021, zullen de kosten voor dit jaar ten laste van de reserve Covid-19 komen.

27

Financiële impactanalyse IV Covid-19 risico’s Gemeente Hilversum Risico Invloed Risicogebeurtenis Nr. (%)

Financieel Minimum

Financieel Maximum

Kans

12-03-2021

Toelichting De beveiliging inzet is voor het eerste half jaar van 2021 inmiddels een zekerheid (kosten € 40.000) en zullen in de eerstvolgende verzamel RIB worden aangemeld. De kans dat de landelijke basismaatregelen ook de tweede helft van 2021 van kracht zijn wordt zeer hoog ingeschat (90%). Het maximumbedrag bij dit risico staat gelijk aan de kosten voor het hele jaar.

R76

<1%

Markten met minder marktstands en aanvullende voorziening (toiletwagen)

€ 53.500

€ 81.000

80%

Het (grootste deel van het) eerste kwartaal van 2021 bevindt het land zich in een lockdown. Specifiek voor de markt betekent dit dat er geen non-food kramen aanwezig mogen zijn. De non-food kramen zijn goed voor ongeveer de helft van het totaal aantal kramen dat zich op de Hilversumse markt bevindt. Zolang een dergelijke lockdown duurt, is er daarom zo'n 50% minder inkomsten aan marktgelden, gelijk aan de afwezigheid van de non-food kramen. Daarnaast wordt voor 2021 ook de inzet van de toiletwagen, net als in 2020, doorgezet. De verwachting is dat de toiletwagen nog dit hele jaar op de marktdagen aanwezig moet zijn. De kosten komen met € 250 per dag uit op zo'n € 26.000 per jaar. Ten tijde van opstellen van FIA IV is zo'n € 27.500 aan gederfde merkinkomsten plus € 26.000 aan meerkosten vanwege de toiletwagen zodoende al zeker. Deze zullen worden aangemeld in de eerstvolgende verzamel RIB en vormen samen de minimum kwantificering van dit risico. In het maximum wordt aanvullende inkomstenderving uit de marktgelden opgenomen omdat de kans bestaat dat de huidige lockdown langer dan een kwartaal zal aanhouden, of er later dit jaar een nieuwe lockdown zou kunnen volgen.

R68

<1%

Extra voorzieningen tijdelijk thuiswerken - Licentiekosten (o.a. Windows)

€ 64.000

€ 140.000

50%

De meeste kosten voor de ICT-gerelateerde tijdelijke thuiswerk voorzieningen (extra laptops, muizen, webcams etc.) hebben zich in de beginfase van de Covid-19 situatie al voorgedaan. Een ander onderdeel van dit type thuiswerk voorzieningen is de digitale infrastructuur voor het digitaal – op afstand – werken. In 2020 zijn er in hele korte tijd grote stappen gezet om dit voor de hele organisatie mogelijk te maken. Dit heeft vooral op het gebied van licenties tot meerkosten geleid, bijvoorbeeld voor Windows (gebruikers accounts voor de kantooromgeving) en VMWare (op afstand inloggen in kantooromgeving). Een deel van de meerkosten over 2020 zijn vorig jaar binnen de budgetten opgevangen door minder kosten te maken die te maken hebben met de fysieke kantooromgeving. Een andere deel van de meerkosten over 2020 wordt pas in 2021 in rekening gebracht en komen daardoor ten laste van begroting 2021. Inmiddels is duidelijk dat er geen coulance is over licentie meerkosten vanuit leveranciers zoals vorig jaar nog een mogelijkheid leek. Daarbovenop komt dat ook over 2021 meerkosten qua licenties gemaakt zullen worden omdat ook dit jaar nog sprake is van grootschalig thuiswerken. Daarnaast is de verwachting dat later dit jaar, afhankelijk van landelijk beleid en de ontwikkelingen van de coronacrisis, de beweging terug naar de kantoorwerkplek start.

Op dat moment zullen de fysieke kantooromgeving budgetten daar ook weer voor moeten worden aangewend. Om die reden is het op moment van opstellen van FIA IV niet duidelijk of de meerkosten wat betreft licenties in 2021 binnen de begroting kunnen worden gedekt. De meerkosten zullen naar schatting uitkomen tussen de € 64.000 en € 140.000 en de kans wordt ingeschat op 50%.

R159

<1%

Garantstelling OZB Stadsfonds

€ 44.000

€ 87.500

70%

Over de onroerende zaakbelasting (OZB) niet-woningen wordt een opslag van 10,25% gegarandeerd in het Stadsfonds. Deze OZB gerelateerde opbrengsten voor het Stadsfonds worden door de gemeente geïnd maar zijn, conform de uitvoeringsovereenkomst, van het Stadsfonds. Omdat ze gekoppeld zijn aan de OZB en daarmee aan de waarde van vastgoed fluctueren deze opbrengsten. De gemeente raamt de opbrengsten aan het begin van een begrotingsjaar op basis van een voorspelling van de ontwikkeling van de WOZ waarde. Op basis van de geraamde OZB worden de OZB gerelateerde opbrengsten voor het Stadsfonds (de opslag) berekend. Die raming (het begrote bedrag) wordt vervolgens

28

Financiële impactanalyse IV Covid-19 risico’s Gemeente Hilversum Risico Invloed Risicogebeurtenis Nr. (%)

Financieel Minimum

Financieel Maximum

Kans

12-03-2021

Toelichting opgenomen in de subsidietoekenning voor het Stadsfonds in het begin van elk jaar. Na afloop van het jaar volgt de subsidievaststelling, die zich baseert op de werkelijke (gerealiseerde) OZB gerelateerde opbrengst. Na het jaar wordt dus gekeken hoeveel opslag daadwerkelijk is ontvangen door de gemeente en op basis daarvan vindt een afrekening plaats met het Stadsfonds. Tot nu toe is de raming altijd erg accuraat geweest en heeft de afrekening aan het eind van het jaar niet tot grote afwijkingen geleid in het totaal dat het Stadsfonds uit deze middelen van de gemeente ontving. Op het moment dat er betalingsachterstanden of faillissementen zijn, lopen de OZB inkomsten en daarmee ook de opslag voor het Stadsfonds, terug. Vanwege de economische gevolgen van de coronacrisis is de hoogte van de OZB gerelateerde opbrengsten voor het Stadsfonds onzeker, waardoor de activiteiten van het Stadsfonds ook onzeker worden. Om die onzekerheid weg te nemen is in 2020 besloten deze opbrengsten voor het Stadsfonds te garanderen. Dat betekent dat er geen afrekening plaatsvindt maar dat de opbrengsten zoals ze aan het begin van het jaar geraamd (begroot) zijn, worden toegekend. Als de OZB inkomsten achterblijven, legt de gemeente zelf het verschil bij. In 2020 heeft deze garantstelling niet tot meerkosten geleid omdat de geraamde OZB ook (nagenoeg) is gehaald.

Ook in 2021 zal deze garantstelling aan het Stadsfonds worden afgegeven. Een dergelijke garantstelling zou mogelijk ook voor de BIZ De Gijsbrecht overwogen kunnen worden. Zolang de landelijke steunpakketten aanhouden zullen de OZB inkomsten waarschijnlijk op peil blijven. Zodra de steunpakketten versoberd worden of stoppen, zal dit naar verwachting echter grote gevolgen hebben voor het bedrijfsleven. Als dat dit jaar al zou gebeuren, met een mogelijke faillissementsgolf tot gevolg, zouden de OZB inkomsten daardoor wel teruglopen. Om die reden is het risico aanwezig dat de garantstelling dit jaar wel tot meerkosten voor de gemeente zal leiden. Overigens is er al sprake van een (tot nu toe beperkte) inkomstenderving vanwege het besluit de WOZ waarde van een aantal panden naar beneden bij te stellen (persbericht 9 februari 2021). Ten tijde van FIA IV wordt ingeschat dat zo’n 5% a 10% van de geraamde OZB opslag in 2021 (totaal € 873.000) mogelijk niet zal worden opgehaald en daarom uit eigen middelen gedekt zal moeten worden. De kans van optreden wordt vooralsnog ingeschat op 70%.

R90

<1%

Afname opbrengsten buitenreclame

€ 29.000

€ 85.000

80%

Met de voortdurende coronacrisis staat de omzet van onze concessiehouders voor het reclame maken in de buitenruimte (lichtmasten, A0-borden en abri's) ook in 2021 nog onder druk. Afhankelijk van de lengte en veelheid van lockdowns is de verwachting dat ook voor dit jaar verzoeken tot reductie van de afdrachten binnen zullen komen. De inschatting voor 2021 ten tijde van FIA IV is dat het maximale schadebedrag voor het jaar gelijk is aan 2020 (zo'n € 85.000) met een minimum van € 29.000 (1/3e van het totaal van 2020) met het oog op de corona ontwikkelingen en lockdown in het eerste kwartaal van 2021.

R230

<1%

Minder opbrengsten OZB waardeverlaging objecten

€ 20.000

€ 80.000

80%

De VNG en Waarderingskamer hebben landelijk geadviseerd om de corona-maatregelen aan te merken als een bijzondere omstandigheid en de WOZ-waarde te bepalen aan de hand van de toetsingsdatum (1 januari 2021) in plaats van waardepeildatum (1 januari 2020). Voor de volgende categorieën objecten heeft dit een effect op de waardering van de WOZ-waarde: restaurants en cafés, concertzalen, bioscopen, uitgaansgelegenheden, sportaccommodaties, dorpshuizen, scholen, musea en theaters. Als gevolg van de corona-maatregelen zijn deze objecten nu (per 1-1-2021) minder waard dan de waardepeildatum van 1 januari 2020. Door uit te gaan van de huidige waarde valt de OZB aanslag

29

Financiële impactanalyse IV Covid-19 risico’s Gemeente Hilversum Risico Invloed Risicogebeurtenis Nr. (%)

Financieel Minimum

Financieel Maximum

Kans

12-03-2021

Toelichting voor die objecten lager uit, waardoor de OZB opbrengsten € 79.157 lager zouden uitvallen. De gemeente heeft besloten dit advies over te nemen en de gederfde inkomsten onder voorbehoud te dekken uit de reserve Covid-19. De begrote OZB opbrengsten zijn altijd gebaseerd op een prognose. Het komt voor dat op basis van de definitieve aanslagen blijkt dat er meer wordt opgebracht dan aan de voorkant voorspeld. In maart 2021 zal duidelijk worden hoeveel van de gederfde inkomsten van dit risico daadwerkelijk tot een tekort in de begroting zal leiden en dus aan de reserve zal worden onttrokken. Totdat het concreet is aangemeld voor onttrekking aan de reserve wordt het opgenomen als risico met 80% kans. Het tekort zal maximaal afgerond € 80.000 en, naar schatting, minimaal € 20.000 zijn.

R55

<1%

BNG Bank - lagere dividenduitkering door tegenvallers als gevolg van Covid19

€0

€ 150.000

50%

Er bestaat een risico inzake een lagere dividenduitkering door BNG Bank vanwege tegenvallers als gevolg van de coronacrisis op de jaarcijfers van 2020 waarover het dividend wordt uitgekeerd in 2021. De coronacrisis heeft vergaande gevolgen voor de financiële positie van de klanten van de BNG Bank en de BNG Bank zelf. Het is te verwachten dat de BNG Bank, net als andere banken zoals de ING, de Rabobank en de ABN AMRO, een hoger dan geraamde toevoeging heeft gedaan aan de kredietvoorziening. Deze kredietvoorziening is ter dekking van verliezen op leningen die wellicht niet meer worden terugbetaald door de klanten van de BNG. Door deze extra toevoeging zou de winstgevendheid van de BNG Bank over 2020 onder druk komen te staan. In de programmabegroting 2021 van de gemeente Hilversum is een dividenduitkering over 2020 van € 300.000 geraamd. Op basis hiervan wordt dit risico ten opzichte van de begroting voor 2021 als volgt gekwalificeerd: 50% kans op een lagere winst van de BNG Bank dan voorzien met een maximaal nadelig gevolg van € 150.000. Medio maart zou er duidelijkheid moeten komen over het dividend vanuit de BNG Bank. Nu de coronacrisis ook in 2021 nog voortduurt, bestaat er een vergelijkbaar risico over het dividend dat over dit jaar uitgekeerd zou worden.

Het dividend over 2021 maakt onderdeel uit van de gemeentebegroting van 2022, welke pas later in 2021 zal worden vastgesteld. Omdat we nu nog aan de voorkant van die begroting zitten, zal een inschatting over het mogelijk verlaagde dividend over 2021 in de begroting worden opgenomen. Dit is conform het gemeentebrede beleidskader inzake risicomanagement. Een mogelijk lager dividend over 2021 is een voorspelbare ontwikkeling die verwerkt moet worden in de begroting. Door het in de begroting te verwerken, valt het buiten de risicosfeer en maakt het daarom geen onderdeel uit van de kwantificering van dit risico.

R207

<1%

Gederfde inkomsten leges paspoorten, NID, Rijbewijzen, VOG's, etc.

€ 25.000

€ 73.000

70%

Over het jaar 2020 is op de budgetten voor leges paspoorten, NID-kaarten en rijbewijzen een totaal van € 73.000 aan minder opbrengsten geweest. Met name de uitgifte van rijbewijzen bleek goed door te lopen, waar paspoorten en NIDkaarten achterbleven. Ten tijde van het opstellen van FIA IV zitten we nog erg vroeg in het jaar (februari) en is het moeilijk in te schatten in hoeverre 2021 van 2020 zal afwijken. De kans dat ook dit jaar op deze zaken sprake zal zijn van een inkomstenderving is wel erg aannemelijk. Hoe groot die derving zal zijn, zal gaandeweg dit jaar duidelijker moeten worden. Mogelijk worden er ook verschuivingen zichtbaar in de onderlinge producten. Zolang de internationale reisbeperkingen grotendeels standhouden, wordt de vraag naar paspoorten bijvoorbeeld mogelijk minder. De verwachting is bovendien dat ook VOG aanvragen zullen achterblijven. Voor FIA IV wordt een bandbreedte van minimaal € 25.000 en maximaal € 73.000 (conform het totaal van 2020) aangehouden met een kans percentage van 70%.

30

Financiële impactanalyse IV Covid-19 risico’s Gemeente Hilversum

12-03-2021

Risico Invloed Risicogebeurtenis Nr. (%)

Financieel Minimum

Financieel Maximum

Kans

Toelichting

R109

0,5%

Minder inkomsten leges evenementen (incl. evenementen precario)

€ 30.000

€ 40.000

90%

Gelijk aan de gederfde inkomsten wat betreft leges evenementen (incl. evenementen precario) in 2020 is de verwachting dat ook in 2021 deze inkomsten voor een groot deel zullen uitblijven. De evenementenpiek ligt doorgaans tussen (ongeveer) april en september, wanneer er nog geen of zeer beperkt sprake zal zijn van het versoepelen van de coronamaatregelen. Ondanks de mogelijke versoepelingen vanaf het derde kwartaal 2021 is de kans dat er nog veel en/of grote evenementen zullen plaatsvinden dit jaar zeer klein. Gedurende het jaar worden de ontwikkelingen hieromtrent gemonitord. Vooralsnog gaan we echter uit van een totale inkomstenderving van € 30.000 tot € 40.000 (het totaal van de begrote opbrengsten leges evenementen en evenementen precario). De kans op deze inkomstenderving wordt met 90% als nagenoeg zeker ingeschat. In de eerste verzamel RIB afwijkingen Covid-19 2021 zal € 30.000 aan zekere gederfde inkomsten worden aangemeld voor onttrekking uit de reserve Covid-19.

R48

<0,5%

Minder ontvangen huurinkomsten € 0 van sportorganisaties

€ 110.000

50%

Vanwege het stilvallen van de activiteiten bij sportorganisaties lopen eigenaren van sportaccommodaties het risico op minder huurinkomsten. De gemeente Hilversum is van de meeste sportaccommodaties grondeigenaar en dus verhuurder. Voor de binnensportaccommodaties die eigendom van de gemeente Hilversum zijn, is Optisport de exploiterende partij. Zowel de gemeente als Optisport maken gebruik van de regeling Tegemoetkoming verhuurders sportaccommodaties (TVS). Deze regeling is bedoeld om verhuurders van sportaccommodaties te compenseren voor huurkwijtscheldingen aan amateursportorganisaties. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de kwijtgescholden huursom. Bij overschrijding van het totaal beschikbare gestelde bedrag voor de regeling wordt er naar rato verstrekt. Vorig jaar is over het tweede kwartaal 2020 een beroep gedaan op deze regeling. Om Optisport aan te sporen de Hilversumse verenigingen maximaal tegemoet te komen, heeft de gemeente Hilversum destijds garant gestaan voor het verschil tussen de door Optisport kwijtgescholden huur en de hoogte van de tegemoetkoming. Door garant te staan voor het volledige kwijtgescholden bedrag worden de verenigingen ondersteund die via Optisport een gemeentelijke sportaccommodatie huren. Er gaan hiermee geen extra middelen naar Optisport.

De gemeente draagt enkel het risico tussen de kwijtgescholden huur en de beschikbaar gestelde tegemoetkoming. De TVS regeling bleek voor het tweede kwartaal van 2020 kostendekkend voor de volledige huurkwijtschelding voor dat kwartaal. Naast de volledige dekking voor de huurinkomsten van de gemeente, heeft ook de garantstelling aan Optisport daardoor niet tot meerkosten geleid. Ook voor het vierde kwartaal 2020 kan een beroep worden gedaan op de TVS regeling. De verwachting is dat de garantstelling aan Optisport ook voor deze periode zal worden afgegeven. Deze keer zijn de beschikbaar gestelde middelen voor de regeling echter fors lager dan voor de eerdere periode. Het risico bestaat dat de TVS regeling daardoor niet meer kostendekkend blijkt te zijn. Ook de garantstelling aan Optisport zou daardoor nu wel tot meerkosten kunnen leiden. Voor de kwantificering wordt er ten tijde van FIA IV vanuit gegaan dat de regeling voor minimaal 75% kostendekkend zal zijn en daardoor tot maximaal € 35.000 meerkosten kan leiden. Het rijk werkt momenteel aan aanvullende regelingen voor de sportsector voor het eerste en tweede kwartaal van 2021. Omdat nog niet duidelijk is welke vorm die zullen hebben, valt er ten tijde van FIA IV moeilijk een voorspelling te

31

Financiële impactanalyse IV Covid-19 risico’s Gemeente Hilversum Risico Invloed Risicogebeurtenis Nr. (%)

Financieel Minimum

Financieel Maximum

Kans

12-03-2021

Toelichting doen over eventuele inkomstenderving huurinkomsten van sportorganisaties voor onze gemeente. Mogelijk zal er voor die periode ook sprake zijn van een vergelijkbare garantstelling richting Optisport. Uitgaande van vergelijkbare kostendekkendheid als de TVS regeling over het vierde kwartaal van 2020, zouden de meerkosten in 2021 rond de € 75.000 kunnen uitkomen. Afgerond wordt dit risico hiermee ingeschat op een maximumbereik van € 110.000 met een kans van optreden van 50%.

R216

<0,5%

KCC - meer inhuur nodig om uitval als gevolg van Covid-19 (symptomen) op te vangen

€ 18.000

€ 43.000

90%

De werkzaamheden vanuit het klantcontactcentrum (KCC) kunnen (om juridische en technische redenen) enkel vanuit het stadskantoor plaatsvinden. Dit betekent dat deze medewerkers fysiek aanwezig moeten zijn. De werkomgeving is aangepast op de 1,5e meter maatregelen. Ten tijde van FIA III werd voorzien dat, omdat iedereen al met milde klachten thuis moet blijven en getest worden, er met de winter op komst meer sprake zou zijn van uitval. Dat zou voor het KCC meer inhuurkosten tot gevolg hebben om het niveau van dienstverlening te kunnen garanderen. Inmiddels is de wachttijd tussen symptomen en testuitslag echter enorm teruggebracht, van zo’n 5 dagen naar 1 dag. De gemeente heeft commerciële tests ingekocht waardoor onder andere de medewerkers van het KCC snel kunnen worden getest. Daarnaast is opgevallen dat ook het aantal griepgevallen meevalt. Het goed naleven van de 1,5e meter maatregelen draagt hieraan bij. Deze meerkosten vallen al met al dus mee. Daarnaast is inmiddels wel duidelijk dat uitval als gevolg van corona vaak een langere periode opgevangen moet worden dan de seizoensgebonden griep. Tot medio april 2021 zal er naar schatting € 18.000 aan dergelijke inhuurkosten worden gemaakt. De kans bestaat dat deze kosten in de loop van dit jaar verder oplopen. Ten behoeve van FIA IV wordt dit risico ingeschat op 90% met een bandbreedte van € 18.000 à € 43.000.

De ontwikkeling van deze kosten zal gaandeweg het jaar worden gemonitord en bijgesteld.

R245

<0,5%

Tegemoetkoming buurthuizen inkomstenderving

€ 25.000

€ 75.000

50%

Net als in de maanden april, mei en juni 2020 zijn als gevolg van de coronamaatregelen de buurthuizen gesloten. Vaste lasten, waaronder huurverplichtingen, lopen door terwijl er geen inkomsten uit verhuur zijn. Met name de door vrijwilligers gerunde buurthuizen zijn financieel getroffen. Een tegemoetkoming zal bijdragen aan de financiële continuïteit van de buurthuizen. Op basis van de tegemoetkoming 2020 gaan we uit van een bedrag van ongeveer € 8.000 per maand. Op dit moment is nog niet te bepalen of deze bijdrage net als in 2020 uit de Welzijnsmiddelen gedekt kan worden.

R72

<0,5%

TOZO - uitvoering, debiteuren, rente

€0

€ 150.000

30%

Het Rijk heeft als reactie op Covid-19 een Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO) in het leven geroepen die wordt uitgevoerd door de gemeente. Omdat de uitgaven aan TOZO worden vergoed door het Rijk is het gekwantificeerde risico relatief laag. De volgende risico’s bestaan: Uitvoering: Voor de uitvoering van de regeling wordt gebruik gemaakt van een robot. Dit maakt snelle afhandeling mogelijk tegen lage kosten. We ontvangen grote aantallen aanvragen. En er is naast de robot ook veel handmatig op te lossen. Het risico bestaat dat de capaciteit niet snel genoeg kan worden opgeschaald. Inmiddels is meer bekend over hoe het Rijk de uitvoeringskosten vergoedt. Deze vergoeding lijkt vooralsnog voldoende voor de gemaakte uitvoeringskosten.

32

Financiële impactanalyse IV Covid-19 risico’s Gemeente Hilversum Risico Invloed Risicogebeurtenis Nr. (%)

Financieel Minimum

Financieel Maximum

Kans

12-03-2021

Toelichting

Onrechtmatige verstrekkingen: Zie voor uitwerking risico 69 Debiteurenrisico: Bij de start zijn in eerste instantie voorschotten verstrekt die vervolgens verrekend dienen te worden. Het kan zijn dat ten onrechte voorschotten zijn verleend. Enerzijds omdat de zelfstandige niet in aanmerking komt (in deze gevallen is er sprake van een debiteurenrisico (deels dubbel met onrechtmatige verstrekkingen R69)). Inmiddels is meer bekend over hoe het Rijk het debiteurenrisico vergoedt. Deze vergoeding lijkt vooralsnog voldoende. Rente: Het Rijk heeft voorschotten gedaan voor TOZO. De voorschotten van de regiogemeente zijn inmiddels overgemaakt naar Hilversum. Vooralsnog zijn de voorschotten ruim toereikend en lijkt het risico beperkt. Als gevolg van de gegeven duidelijkheid over de rijksvergoedingen wordt het risico lager ingeschat. Het risico is daarom voor FIA IV teruggebracht met een maximum van € 150.000 (was € 250.000) en een minimum van € 0 (was € 100.000). De kans is gelijk gebleven. R248

<0,5%

Risicomanagement Covid-19 inhuur specialisme

€ 25.000

€ 61.000

50%

In 2020 heeft de organisatie zich met het plotselinge aandienen van de coronacrisis ingezet om snel afgewogen financiële voorspellingen te kunnen doen over de mogelijke gevolgen van de crisis. De eerder ingezette doorontwikkeling van het risicomanagement kwam hierdoor in een stroomversnelling. Er is interne capaciteit vrij gemaakt voor het begeleiden en verwerken van risicogesprekken en het opstellen van de financiële impactanalyses Covid-19 (FIA's). Daarbij is ook een beroep gedaan op externe expertise om deze onderdelen, gelet op de snelheid van de ontwikkeling die op dat moment vanwege de coronacrisis nodig was, kwalitatief goed op te zetten en uit te bouwen. Uiteindelijk heeft dit in 2020 geleid tot een totaal van € 61.000 aan meerkosten die niet binnen de begroting konden worden opgevangen. Deze zijn abusievelijk niet in de 2e verzamel RIB 2020 gemeld en worden bij de jaarrekening 2020 gevraagd ten laste te brengen van de reserve Covid-19. Ook in 2021 zetten de risico- en financiële prognose werkzaamheden als gevolg van de coronacrisis zich voort. Het proces is continu in ontwikkeling, onder andere omdat de FIA zo goed mogelijk inhoudelijk wordt afgestemd op de informatiebehoefte van dat moment. De kans dat ook dit jaar externe expertise op onderdelen nodig is, is aanwezig, maar in dit stadium qua omvang niet goed te voorspellen.

Voor FIA IV wordt het risico ingeschat op een bandbreedte van € 25.000 (de ondergrens voor aanmeldingen voor de reserve) - € 61.000 (het totaal aan meerkosten in 2020) met een kans van optreden van 50%.

R199

<0,5%

Faillissement/surseance kleine culturele instellingen (uitgaande subsidies)

€ 20.000

€ 30.000

70%

Van kleine stichtingen en verenigingen komen sinds zomer 2020 aanvragen binnen voor acute financiële steun. Zij kunnen geen aanspraak doen op het steunpakket dat door het Rijk is gevormd en hebben een te kleine buffer om de consequenties van de 1,5 meter samenleving langere tijd op te vangen. Met 40 kleine stichtingen en verenigingen heeft de gemeente een structurele subsidierelatie. In december 2020 is de eerste noodsteun verstrekt aan 4 verenigingen. In het tweede kwartaal van 2021 vindt er een nieuwe inventarisatie plaats, om de volgende 6 maanden te overbruggen. De inschatting is dat er circa € 20.000 nodig is om deze organisaties overeind te houden in de coronacrisis. De kans is gesteld op 70%. Het geschatte maximumbedrag is ten opzichte van FIA III iets verlaagd, kans percentage ongewijzigd.

33

Financiële impactanalyse IV Covid-19 risico’s Gemeente Hilversum Risico Invloed Risicogebeurtenis Nr. (%)

Financieel Minimum

Financieel Maximum

Kans

12-03-2021

Toelichting Dit risico is een afsplitsing van R88, welke onder andere is gekoppeld aan landelijke matchingsregelingen om te voorzien in vaste lasten. Deze kleinere instellingen vallen buiten de matchingsregelingen en wenden zich indien nodig rechtstreeks tot de gemeente.

R41

<0,5%

Verminderde inzet personeel

€0

€ 250.000

10%

Dit risico betreft de mogelijke extra kosten voor inhuur als gevolg van uitval vanwege (de regels omtrent) het Coronavirus. Om snel te kunnen testen zijn er voor bepaalde functiegroepen afspraken gemaakt voor sneltesten. Omdat verreweg de meeste medewerkers vanuit huis hun werkzaamheden kunnen verrichten, is er voor wat betreft wachttijd voor een test of quarantainetijd weinig effect op de gehele organisatie. Bovendien zijn er geen alarmerende ziekteverzuim signalen. Sinds de thuiswerk situatie startte, is het aantal ziektemeldingen nagenoeg gelijk gebleven. De medewerker beleving wordt onder andere door middel van enquêtes gemonitord. De verwachting is dat als de medewerkers beleving zou dalen, er een stijging in het ziekteverzuim zou kunnen volgen. Er is zodoende veel aandacht voor het betrokken houden van de medewerkers, juist nu de meeste zich op afstand bevinden. Inmiddels werken we al bijna een jaar thuis. Het thuiswerken in combinatie met het sluiten van scholen en kinderopvang heeft voor de groep medewerkers die dit raakt wel voor extra druk gezorgd. Dit uit zich (nog) niet in verzuim maar trekt wel een wissel op de werk-privé balans. Inmiddels zijn de basisscholen met restricties weer open. Ook wordt er binnen het management kritisch gekeken naar prioriteitstelling van het werk.

Dit alles leidt ertoe dat de huidige kans en kwantificering gelijk blijven ten opzichte van FIA III. Op sommige functies en/of teams heeft uitval een specifiek direct, en mogelijk groot, financieel gevolg ten opzichte van het organisatie overkoepelende beeld. Voor dergelijke teams zijn afzonderlijke verzuim/uitval risico's opgenomen en maken om die reden geen onderdeel meer uit van de kwantificering van dit organisatie overkoepelende verzuimrisico.

R52

<0,5%

Faillissement/surseance maatschappelijke instellingen (sociaal domein)

€0

R244

<0,5%

Compensatie eigen bijdrage € 50.000 kinderopvang en leerlingenvervoer

€ 150.000

15%

De gemeente wordt juridisch niet verplicht om faillissementen van maatschappelijke organisaties te voorkomen. Hieruit komen uiteraard wel imago risico’s voort. In een aantal gevallen is de gemeente wel verplicht de dienst mogelijk te maken (wettelijke taak gemeente). In deze gevallen heeft de gemeente meer verantwoordelijkheid bij de continuïteit van organisaties. Uiteraard dient er oog te zijn voor de maatschappelijke gevolgen van faillissementen en zal de gemeente per geval moeten beoordelen of een bijdrage wenselijk is. In het algemeen geldt dat welzijnsorganisatie in grote mate afhankelijk zijn van financiering door de overheid. In deze tijden kan dat een voordeel zijn omdat deze inkomsten in principe beperkt worden beïnvloed als gevolg van Corona. Het financiële risico ligt hiermee lager dan bij maatschappelijke instellingen waarbij afhankelijkheid geldt van inkomstenstromen die worden beïnvloed door Corona. Gemeente Hilversum is goed op de hoogte van de financiële positie van maatschappelijke organisaties en heeft de afstemming gedurende Corona verder geïntensiveerd. Het risico blijkt daaruit beperkt en is daarom voor FIA IV teruggebracht naar een kans van 15% (was 30%) met een maximum van € 150.000 (was € 400.000).

€ 125.000

10%

Ouders worden door de rijksoverheid gevraagd hun factuur voor de kinderopvang door te betalen, ook als zij vanwege de sluiting geen gebruik kunnen maken van kinderopvang. Door de rijksoverheid is besloten dat er, net als in het voorjaar 2020, sprake is van een financiële tegemoetkoming voor de eigen bijdrage van ouders, ook van de eigen bijdrage leerlingenvervoer. De totale kosten per maand van sluiting worden geschat op €37.500. Vooralsnog gaan we er van uit dat deze extra kosten, net als in 2020, gedekt kunnen worden binnen de huidig beschikbare middelen

34

Financiële impactanalyse IV Covid-19 risico’s Gemeente Hilversum Risico Invloed Risicogebeurtenis Nr. (%)

Financieel Minimum

Financieel Maximum

Kans

12-03-2021

Toelichting onderwijskansenbeleid. Mocht de dekking toch niet toereikend blijken, dan zullen de meerkosten ten laste worden gebracht van de reserve Covid-19. Die kans wordt ten tijde van FIA IV echter klein ingeschat (10%).

R237

<0,5%

Overbelasting ICT-systemen - meer € 15.000 mensen loggen tegelijkertijd in dan het systeem aankan

€ 30.000

25%

Als gevolg van de coronacrisis is 'het nieuwe werken' in een stroomversnelling geraakt. In een situatie waar veel thuis wordt gewerkt, vervagen vaste werktijden voor een deel. Waar mensen voorheen alleen op vaste dagen aan het werk waren, valt nu op dat mensen ook op normaliter vrije weekdagen inloggen op de server. Normaal gesproken is niet het hele personeelsbestand tegelijk aan het werk. Zo waren er voor corona bijvoorbeeld al minder fysieke werkplekken dan het totaal aantal personeelsleden. Niet iedereen is tegelijk op kantoor en daarnaast zitten gedurende de dag ook veel mensen in overleg en hebben ze die tijd geen werkplek nodig. Op dat model is ook de servercapaciteit voor het aantal tegelijk werkzame mensen ingericht: niet iedereen kan tegelijk inloggen op de server. Steeds vaker is er nu echter een overvraging van de server zichtbaar waarbij meer mensen tegelijk inloggen dan het maximumaantal dat verwerkt kan worden. Op moment van opstellen van FIA IV zijn maatregelen getroffen om de servercapaciteit te bevorderen binnen de bestaande inrichting en mogelijkheden. Zo kunnen er nu al meer mensen tegelijk inloggen doordat het geheugen flexibeler is gemaakt en wordt de verbinding van inactieve gebruikers eerder verbroken om ruimte te maken voor anderen.

Vooruitlopend op de ontwikkeling van het nieuwe werken, die al vóór de coronacrisis is begonnen, had de gemeente al een project opgestart ter vernieuwing van de kantoorautomatisering. Deze vernieuwing en uitbreiding van de server- en opslagcapaciteit zou volgens planning tegen het eind van dit jaar (2021) klaar kunnen zijn. Op dat moment zal het probleem van een overbelasting van de server als gevolg van een overvraging door gelijktijdige inlogs verholpen moeten zijn. De tijdlijn van het lopende project was zonder de versnelling van de ontwikkeling van het nieuwe werken als gevolg van de coronacrisis op tijd geweest om dit soort problemen te kunnen voorkomen. Mochten de huidige getroffen maatregelen niet voldoende blijken, dan zou het tijdelijk uitbreiden van de servercapaciteit en mogelijk ook opslagcapaciteit een oplossing kunnen zijn tot het lopende project is afgerond. Deze mogelijkheid wordt technisch onderzocht. De kosten zouden tussen de € 15.000 en € 30.000 bedragen. De noodzaak is ten tijde van FIA IV echter nog niet aanwezig omdat tot dusverre de getroffen maatregelen toereikend lijken. De kans (dat de servercapaciteit inderdaad tijdelijk wordt uitgebreid) wordt daarom vooralsnog ingeschat op 25%.

R79

<0,5%

Sociale opvangorganisaties kunnen € 0 werk niet aan (daklozen, etc.)

€ 100.000

10%

De uitvoering van opvang wordt gedaan door de regio Gooi en Vechtstreek. De extra kosten voor de opvang zullen naar verwachting gecompenseerd worden door het Rijk of, indien dit onverhoopt niet gebeurt, ten laste worden gebracht van de reserve Bescherming en Opvang (reserve van de regio G&V met een geschatte omvang eind 2020 van bijna € 2 miljoen). Het risico voor de gemeente wordt laag ingeschat. Dit risico heeft raakvlakken met risico 58.

R221

0%

Rijkscompensatie - nog te € -550.000 ontvangen compensatiegelden (na decembercirculaire 2020)

€ -400.000

90%

Dit risico betreft een positief risico: de kans op extra compensatiegelden die op moment van schrijven nog onzeker zijn. Door dit positieve risico op te nemen, kan een zo gebalanceerd mogelijk beeld van de (rest)risico's en de benodigde weerstandscapaciteit van de Covid-19 reserve worden geschetst.

35

Financiële impactanalyse IV Covid-19 risico’s Gemeente Hilversum Risico Invloed Risicogebeurtenis Nr. (%)

Financieel Minimum

Financieel Maximum

Kans

12-03-2021

Toelichting Naast de reeds ontvangen Rijkscompensatiegelden in 2020 wordt er voor 2021 nog aanvullende Rijkscompensatie verwacht. Omdat niet bekend is hoeveel er beschikbaar wordt gesteld om gemeenten dit jaar te kunnen compenseren, kan er nog geen inschatting worden gemaakt van hoeveel er in 2021 in algemeenheid aan compensatiemiddelen via de algemene uitkering zal worden ontvangen. Daarnaast zijn er in de decembercirculaire 2020 vier onderdelen genoemd waar in een volgende circulaire invulling aan wordt gegeven: 1- Inkomstenderving: er is in totaal € 250 miljoen beschikbaar gesteld om de inkomstenderving van gemeenten in 2020 te compenseren, aanvullend op de compensatie die in eerdere circulaires al is verwerkt. 2- Afvalinzameling: de meerkosten als gevolg van corona zullen worden gecompenseerd. Op dit moment is nog niet duidelijk hoe hoog de meerkosten voor onze gemeente zullen uitvallen (zie R239). De verwachting is dat de hiervoor te ontvangen compensatie (grotendeels) weg te strepen zal zijn tegen de uiteindelijke hoogte van de meerkosten vanuit het GAD. 3- Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) – In de raadsinformatiebrief RIB 2021-17 Beleidsregels TONK en beroep op de Covid-reserve wordt uitgegaan van ongeveer € 600.000 aan inkomsten vanuit het Rijk voor toekenning en uitvoering van de TONK regeling.

De huidige inschatting is dat de regeling Hilversum zo’n € 2.190 miljoen zal kosten. In de RIB wordt gevraagd € 1.590 miljoen te dekken uit de reserve Covid-19. Dat zijn feitelijk de netto kosten van de regeling (de totale kosten van € 2.190 minus € 600.000 inkomsten). Om die reden worden de geschatte inkomsten voor de TONK regeling ten tijde van FIA IV niet opgenomen in de kwantificering van dit risico. 4- Perspectief Jeugd en jongeren: dit onderdeel is nader uitgewerkt in de kamerbrief Steunpakket sociaal en mentaal welzijn en leefstijl van 12 februari 2021. De inhoud van de kamerbrief gaat verder dan de doelgroep jeugd en jongeren. Het uitgangspunt is de uitwerking van dit steunpakket voor onze gemeente te passen binnen de hiervoor te ontvangen middelen (zie R246). Op dit moment worden hiervoor geen inkomsten en uitgaven gekwantificeerd, omdat ze naar verwachting dus tegen elkaar weg zullen vallen. Op moment van opstellen van FIA IV wordt alleen het eerste punt, de aanvullende compensatie van inkomstenderving, opgenomen in de kwantificering van dit positieve risico over extra te ontvangen compensatiegelden vanuit het Rijk. Uitgaande van het aandeel van Hilversum in het totaal van de algemene uitkering (0,49%) zou er nog zo’n € 1.225 miljoen van de totaalpot van € 250 miljoen ontvangen moeten worden.

Het Rijk heeft echter aangegeven dat de definitieve compensatie van de inkomstenderving van gemeenten over 2020 zal gebeuren op basis van vastgestelde jaarrekeningcijfers 2020. Om die reden baseert de kwantificering van dit risico zich voorzichtigheidshalve op het verschil tussen de reeds ontvangen compensatie t.b.v. inkomstenderving in 2020 (zo’n € 960.000 uit coronacompensatie pakketten 1, 2 en 3 in 2020) en de daadwerkelijke inkomstenderving zoals in 2020 gedekt uit de reserve Covid-19 (€ 1.445 miljoen). Op basis hiervan zou Hilversum nog zo’n € 486.000 aan aanvullende compensatie inkomstenderving moeten ontvangen. Concluderend wordt ten tijde van FIA IV een bereik van tussen de € 400.000 en € 550.000 ingeschat aan nog te ontvangen compensatiegelden met een kans van optreden van 90%.

36

Financiële impactanalyse IV Covid-19 risico’s Gemeente Hilversum

12-03-2021

Risico Invloed Risicogebeurtenis Nr. (%)

Financieel Minimum

Financieel Maximum

Kans

Toelichting

R226

€0

€0

0%

Er worden ten opzichte van andere jaren als gevolg van de coronacrisis momenteel andersoortige markteffecten opgemerkt op uitvoeringsprojecten in de openbare ruimte. Bepaalde bouwmaterialen zijn bijvoorbeeld plotseling schaars (waaronder straatstenen), waardoor de projecten mogelijk niet tijdig volgens planning van start kunnen gaan of afgerond kunnen worden. Als projecten door zouden schuiven naar een volgende jaarschijf, zou daardoor de jaarverplichting niet gehaald kunnen worden. Op het moment dat een project verschuift, heeft dat een domino-effect op de gehele planning. Een los project kan niet eenvoudig later worden 'ingehaald' boven op de lopende planning, onder andere omdat er in het geval van openbare ruimte werkzaamheden vaak straatafsluitingen aan te pas komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=db7bb94d-c884-4961-b614-8d13a738d2ca