Collegebrief inzake Beheer en onderhoud oppervlaktewateren Hilversum
Tekst van het document
Sweco | Verantwoordelijkheden watersysteem Projectnummer: 51006867 Datum: 21-02-2022 Versie: D01 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5325\51006867_hilversum_advies_beheer_oppervlaktwateren\02_do_work\rapportage\defini tief2\definitieve rapportage\nl22-648800269-17432.docx
26/89
3. Aandachtspunten beheer en onderhoud Verslag bijeenkomst 3 december 2021 Tijdens de bijeenkomst op 3 december 2021 met de huidige uitvoerders van beheer is geïnventariseerd of er knelpunten in het huidige beheer en onderhoud waren. Het verslag van de bijeenkomst is als bijlage 7 toegevoegd. Daaruit kwamen de enkele opmerkingen en discussiepunten naar voren. Over de volgende beheertaken is geen discussie, deze worden momenteel door de Gemeente Hilversum vervuld: beheren van greppels en wadi’s, drijfvuilvissen in oppervlakte wateren, diverse kleine sloten, overstortbassins van de riolering. Wateren en kunstwerken rondom Hilversums Meent zijn primair en worden conform primair door waterschap onderhouden (conform handboek). Gemeente voert de andere waterbeheertaken uit (drijfvuil, botulisme). Dit gaat redelijk naar tevredenheid. Verdere afstemming van onderhoud van de oevers is wenselijk. Onderhoud van de wateren Spanderswoud en Anna’s Hoeve worden uitgevoerd door de eigenaren, deze wateren zijn in handen van derden. Het beheer en onderhoud van de fonteinen ligt in handen van de eigenaar, of de gemeente, als het gaat om sierfonteinen. Als de fonteinen een functie hebben in op peil houden van waterkwaliteit, is het onderhoud een taak van het waterschap. Over enkele onderhoudstaken ontstond discussie tijdens de beheerdersessie of er was spraken van onduidelijkheid.
Deze taken worden hieronder beschreven. Rondom het baggeren van primaire wateren ontstaat in sommige gevallen een discussie. Waterschap baggert de primaire watergangen op basis van de afvoernormen. Vaak zijn de afmetingen van de watergangen groter dan nodig, en zijn er andere functies (bijvoorbeeld recreatie en waterkwaliteit) aan toegekend. Het waterschap faciliteert geen andere functies, maar in veel gevallen is dit niet afdoende, hier zijn verdere afspraken voor nodig. De secundaire wateren worden onderhouden door de gemeente, het waterschap ziet hierop toe door middel van de jaarlijkse schouw. Sweco | Verantwoordelijkheden watersysteem Projectnummer: 51006867 Datum: 21-02-2022 Versie: D01 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5325\51006867_hilversum_advies_beheer_oppervlaktwateren\02_do_work\rapportage\defini tief2\definitieve rapportage\nl22-648800269-17432.docx
27/89
Het bijhouden van begroeiing wordt verdeeld, de natte oevers (de waterlijn) is de taak van het waterschap, de droge oevers (boven de waterlijn) de taak van de desbetreffende gemeente. Op sommige plekken ontstaat hierover onduidelijkheid, een voorbeeld is het Hilversums kanaal. Een afstemming in het onderhoud van oevers is wenselijk. Ook bij het onderhouden van natuur-oevers is verdere afstemming nodig. Er is onduidelijkheid over enkele kunstwerken. Zo is er onduidelijkheid over de derde pomp in Lorentz gemaal, verzoek gemeente is om deze in te zetten voor het spoelen van de vuilwater-bufferbak bij RWZI Hilversum- oost. Voor het gemaal Riebeeck geldt dat onderhoud in handen van de gemeente ligt. Dit gemaal heeft ook een functie in het regelen van het oppervlaktewater. Ten slotte moet het actief beheer is een probleempunt. Onderhoud van verbindende leidingen / duikers tussen watergangen moet geregeld worden. Ten slotte zijn er nog enkele opmerkingen over overige objecten. Ten eerste, hoe moet er omgegaan worden met ‘geïsoleerde ‘ vijvers die niet in verbinding staan met de rest van het watersysteem. Discussie over het beheer en onderhoud van de met de riolering verbonden Berlage vijver en Kastanje vijver. En ten slotte, het beheer en onderhoud van de vaarwegfunctie van het Hilversums kanaal.
Het nautisch en vaarwegbeheer van het Hilversums kanaal inclusief sluis 't Hemeltje is door de provincie NH toegewezen aan de gemeente Hilversum.
Verslag veldbezoek 16 februari 2022 Tijdens het veldbezoek op 16 februari 2022 is er een verdiepingsslag gemaakt in de knelpunten in het huidige beheer en onderhoud. Tijdens het veldbezoek is er met een groep uitvoerders van beide partijen dieper ingegaan op het beheer van de objecten: gemaal Diependaalselaan, gemaal Riebeeck, Riebeeckvijver, regelput Mussenstraat, oude haven. Het verslag van het veldbezoek is bijgevoegd als bijlage 12. In deze paragraaf worden in hoofdlijnen de algemene bevindingen beschreven. De taakverdelingen moeten vooral duidelijk worden. Als een bewoner belt over een waterprobleem moet duidelijk zijn wie dat oppakt. Nu ontstaat er vaak een situatie waar beide partijen zich niet verantwoordelijk voelen voor het beheer en onderhoud. Ook is er op enkele specifieke locaties onduidelijkheid over het precieze functioneren van het systeem, en de verantwoordelijkheden die daarbij horen. Bijvoorbeeld bij het gemaal Riebeeck. Voor waterschap en gemeente is de onder houdbaarheid belangrijk. Zij hebben daar een verschillend inzicht in. Voor het overnemen van het onderhoud door het waterschap zijn (beperkte) aanpassingen nodig. Bijvoorbeeld voor de toegankelijkheid van materieel en voor de afvoer van verzameld materiaal.
Een voorbeeld waar deze discussie ontstaat is de Riebeeckvijver Om verantwoordelijk te kunnen zijn voor een systeem is het essentieel dat er ook toegang tot het systeem mogelijk is (qua informatie en fysieke toegang). Bij het effectueren van de eventuele overdracht zijn nadere uitwerkingen nodig op object niveau. Algemene indruk is dat deze uitwerkingen weliswaar op detail Sweco | Verantwoordelijkheden watersysteem Projectnummer: 51006867 Datum: 21-02-2022 Versie: D01 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5325\51006867_hilversum_advies_beheer_oppervlaktwateren\02_do_work\rapportage\defini tief2\definitieve rapportage\nl22-648800269-17432.docx
28/89
niveau tot discussies zullen leiden, maar er geen onoverkomelijke punten zijn genoemd.
Sweco | Verantwoordelijkheden watersysteem Projectnummer: 51006867 Datum: 21-02-2022 Versie: D01 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5325\51006867_hilversum_advies_beheer_oppervlaktwateren\02_do_work\rapportage\defini tief2\definitieve rapportage\nl22-648800269-17432.docx
29/89
4. Verdeling van verantwoordelijkheden en taken Dit advies gaat over de verdeling van verantwoordelijkheden en taken van het beheer en onderhoud van het watersysteem. Na vaststelling van de voorgestelde verdeling moet dat verder uitgewerkt worden in detail afspraken per object.
Verdeling primair – secondair oppervlaktewater In het “Handboek Onderhoud Oppervlaktewater van 5 maart 2018, AGV “ wordt voor primair water de volgende definitie gegeven: primair water: water waaraan het waterschap een belangrijke functie toekent voor de aan- en afvoer van water en voor waterberging5. In het handboek staat dat alle (nieuwe) watergangen in stedelijk gebied primair zijn ( of worden), mits ze goed kunnen worden onderhouden. In nieuwe situaties is het ook redelijk om watergangen zodanig te ontwerpen dat toekomstig onderhoud tegen redelijke kosten mogelijk is. In Hilversum gaat het echter niet om nieuw water maar om overdracht van al lang bestaand stedelijk water. In de Nota Peilbeheer ( zie bijlage 8 ) wordt voor de minimaal gewenste grootte van een peilgebied ca. 25 ha. aangehouden. Als kanttekening staat aangeven dat in stedelijke gebied kleinere peilgebieden kunnen voorkomen. Essentie voor het waterschap is het kosteneffectief kunnen uitvoeren van het beheer en onderhoud. Op basis van jurisprudentie (paragraaf 2.1 ) en het beleid van het waterschap adviseren we om al het openbare stedelijke oppervlakte water over te dragen aan het waterschap. Daarmee krijgt het waterschap de zorgplicht voor het stedelijk water en de verantwoordelijkheid voor het goed functioneren van het watersysteem ten aanzien van waterkwantiteit en waterkwaliteit.
5
Mail Tom Schoenmaker 24 november 2021: De Nota Peilbeheer hanteert het uitganspunt dat primaire watergangen minimaal 20 ha afvoeren (zie bijlage 8 ). Op basis van een beoordeling kan dit meer of minder zijn. Op alle watergangen in stedelijk gebied is minimaal 25 ha aangesloten.
Sweco | Verantwoordelijkheden watersysteem Projectnummer: 51006867 Datum: 21-02-2022 Versie: D01 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5325\51006867_hilversum_advies_beheer_oppervlaktwateren\02_do_work\rapportage\defini tief2\definitieve rapportage\nl22-648800269-17432.docx
30/89
Het vaarwegbeheer en het nautisch beheer van het Hilversums Kanaal ligt bij de gemeente Op kaart “Objectenkaart advies overdracht verantwoordelijkheden oppervlaktewateren Hilversum” (bijlage 13) zijn de wateren aangegeven waar overdracht van verantwoordelijkheid plaatsvindt. Het onderhoud van de particuliere wateren blijft vooralsnog zoals het nu is. Ook daar zijn in overleg met de eigenaren nadere afspraken over verantwoordelijkheden en taken nodig. Op de genoemde kaart in bijlage 13 zijn deze wateren ook aangegeven.
Sweco | Verantwoordelijkheden watersysteem Projectnummer: 51006867 Datum: 21-02-2022 Versie: D01 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5325\51006867_hilversum_advies_beheer_oppervlaktwateren\02_do_work\rapportage\defini tief2\definitieve rapportage\nl22-648800269-17432.docx
31/89
Objecten en verdeling verantwoordelijkheden 4.2.1
Oppervlaktewatersysteem algemeen
Het in 2018 door de gemeente en AGV vastgestelde handboek “Onderhoud Oppervlaktewater” heeft als basis gediend voor het verdelen van de onderhoudstaken. Binnen het over te dragen watersysteem bevinden zich de in tabel 4.1 genoemde type objecten. Op basis van het handboek zijn de daaraan gerelateerde beheer en onderhoudstaken toegevoegd. Bij het invullen van de tabel is uitgegaan van stedelijk water. Tabel 4-1 Overzicht objecten, onderhoudsactiviteiten en verantwoordelijkheden Type object
onderdeel
activiteit
primaire watergang
bodem (gehele breedte)
baggeren transport ontvangen bagger verwerken bagger schonen / maaien
natte dwarsprofiel (incl. natuurvriendelijke oever)
natte rietoever
bodem en natte dwarsprofiel bodem en natte dwarsprofiel secondaire watergang
bodem (gehele breedte)
natte dwarsprofiel
natte rietoever bodem en natte dwarsprofiel greppels
bodem (gehele breedte)
vijver (primair / openbaar)
bodem (gehele breedte)
natte dwarsprofiel
bodem en natte dwarsprofiel
transport ontvangen maaisel verwerken maaisel uitkrabben ontvangen en verwerken vuil verwijderen / verwerken botulisme, algenbloei en invasieve soorten baggeren transport ontvangen bagger verwerken bagger schonen / maaien transport ontvangst verwerken maaisel uitkrabben vuil verwijderen / verwerken ruimen / schonen transport ontvangen materiaal verwerken materiaal baggeren transport ontvangen bagger schonen / maaien transport ontvangen maaisel verwerken maaisel vuil verwijderen / verwerken
Verantwoordelijke (financier) waterschap waterschap gemeente gemeente waterschap waterschap gemeente gemeente waterschap gemeente gemeente gemeente gemeente of eigenaar gemeente of eigenaar gemeente of eigenaar gemeente of eigenaar gemeente of eigenaar gemeente of eigenaar gemeente of eigenaar gemeente of eigenaar gemeente of eigenaar gemeente gemeente of eigenaar gemeente of eigenaar gemeente of eigenaar gemeente of eigenaar waterschap waterschap gemeente waterschap waterschap gemeente ?? gemeente
Sweco | Verantwoordelijkheden watersysteem Projectnummer: 51006867 Datum: 21-02-2022 Versie: D01 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5325\51006867_hilversum_advies_beheer_oppervlaktwateren\02_do_work\rapportage\defini tief2\definitieve rapportage\nl22-648800269-17432.docx
32/89
oevers (primair water, secondair, greppel en vijvers)
oevers primair water leiding / duiker primair leiding / duiker secondair
gemaal primair systeem
peil regulerende kunstwerken (stuwen, afsluiters, e.d.)
droge natuurvriendelijke oever
oeverbescherming belemmering doorstroming door oeverval natte profiel constructie leiding / duider natte profiel constructie leiding / duider bouwkundig en mech.elek. bouwkundig en mech.elek. bouwkundig en mech.elek. bouwkundig en mech.elek.
bouwkundig en mech.elek.
beluchter vijver
bouwkundig en mech.elek. bouwkundig en mech.elek.
sierfontein
bouwkundig en mech.elek. bouwkundig en mech.elek. bouwkundig en mech.elek.
schonen / maaien
gemeente of eigenaar
ontvangen materiaal verwerken materiaal instandhouding herstel doorstroming
gemeente of eigenaar gemeente of eigenaar gemeente of eigenaar waterschap
reinigen herstel / vervanging reinigen herstel / vervanging
waterschap gemeente of eigenaar gemeente of eigenaar gemeente of eigenaar
bediening en elektra Inspectie en onderhoud vervanging bediening en elektra
waterschap waterschap
inspectie en onderhoud vervanging inspectie en onderhoud vervanging inspectie en onderhoud vervanging
waterschap
waterschap waterschap
waterschap waterschap waterschap gemeente of eigenaar gemeente of eigenaar
Voor niet genoemde objecten of activiteiten wordt verwezen naar het handboek “Onderhoud Oppervlakte water”, zie ook bijlage 10
Opmerkingen: • Niet verspreidbare bagger uit primaire watergang wordt door waterschap afgevoerd en bekostigd; • Algenbloei ( en overmatige kroosvorming) wordt vaak veroorzaakt door achterstallig baggerwerk en / of slechte waterkwaliteit. Het waterschap treft waterbeheermaatregelen om dat te voorkomen (doorspoelen, baggeren, etc. ); • Verbindingsleidingen tussen primair water hebben soms een dubbelfunctie. Afvoer oppervlaktewater en afvoeren hemelwater vanuit riolering. Het gaat dan om de locatie van het overdrachtspunt van riolering naar oppervlaktewater. Het lijkt logisch om het punt van intrede in de leiding als overdrachtspunt te nemen omdat de leiding zelf tot het primaire systeem behoort. Tabel 4-2 Onderhoudsfrequenties activiteit Baggeren Schonen Vuil verwijderen Natte natuurvriendelijke oever Droge natuurvriendelijke oever Uitkrabben natte rietoever Leidingen en duikers reinigen Gemalen inspectie en onderhoud Peil regulerende kunstwerken inspectie en onderhoud Beluchter vijver inspectie en onderhoud
1 per 10 jaar 1 per jaar of zo nodig vaker ‘) 1 per jaar of zo nodig vaker ‘’) 33% 1 per jaar 33% 1 per jaar 1 per 10 jaar 1 per 5 jaar 2 per jaar 2 per jaar 2 per jaar
Sweco | Verantwoordelijkheden watersysteem Projectnummer: 51006867 Datum: 21-02-2022 Versie: D01 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5325\51006867_hilversum_advies_beheer_oppervlaktwateren\02_do_work\rapportage\defini tief2\definitieve rapportage\nl22-648800269-17432.docx
33/89
Fontein inspectie en onderhoud 2 per jaar ‘) Waterplanten worden één maal per jaar verwijderd. Als de doorstroming belemmerd wordt, wordt dat vaker uitgevoerd. ‘’) Op bepaalde plaatsen zal zich drijfvuil verzamelen. Het is wenselijk het daar in ieder geval vaker te verwijderen.
Onderhoudbaarheid Voor het doelmatig en kosteneffectief kunnen uitvoeren van het onderhoud aan het watersysteem is het nodig dat het watersysteem goed toegankelijk is en dat het materieel zich goed op of langs het water kan verplaatsen. Bij nieuwe aanleg stelt het waterschap eisen aan de inrichting. Deze zijn beschreven in “ Leidraad Ontwerp nieuwe waterinfrastructuur water, 22 mei 2019”. Zoals de titel al aangeeft is het een leidraad en geen wettelijke verplichting. Het waterschap geeft wel aan dat het nieuwe water pas wordt overgenomen als aan de richtlijn is voldaan. Daarmee is het wel een indirecte verplichting. Het lijkt niet redelijk en doelmatig om al bestaand water geheel aan de richtlijn te laten voldoen. De beschreven inrichtingseisen kunnen wel een leidraad vormen voor eventuele aanpassingen die het onderhoud van watersysteem efficiënter maken. In deze paragraaf worden een aantal onderhoudsaspecten aangegeven. Bij het effectueren van de overdracht kunnen die verder uitgewerkt worden. Onderhoud vanaf de kant of vanuit het water? Het waterschap heeft, vanwege kosten en ecologische verstoring van het water, de voorkeur om het onderhoud vanaf het land uit te voeren. In het stedelijk gebied van Hilversum is dat echter vanwege de inrichting van de oevers en de breedte van de waterpartijen niet mogelijk.
Het is redelijk om voor het stedelijk gebied standaard uit te gaan van onderhoud vanuit het water. Aandachtspunten daarbij zijn het te waterlaten van materieel en (ecologische) verstoring van het water en de bodem. Het waterschap geeft in de leidraad nieuw infrastructuur aan dat wateren breder dan 6 m vanuit het water worden onderhouden. Alle over te dragen wateren, met uitzondering van een deel in de Oude Haven, zijn breder dan 6 m. Om het onderhoud met varend materieel goed te kunnen uit voeren is een waterdiepte van minimaal 1,25 m nodig. Van de over te dragen vijvers is alleen de Luthervijver ( 0,6 m) minder diep. De andere vijvers zijn dieper dan 1,25 m. (zie tabel 4.3).
Sweco | Verantwoordelijkheden watersysteem Projectnummer: 51006867 Datum: 21-02-2022 Versie: D01 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5325\51006867_hilversum_advies_beheer_oppervlaktwateren\02_do_work\rapportage\defini tief2\definitieve rapportage\nl22-648800269-17432.docx
34/89
Tabel 4-3 Vaste bodemdiepte van de vijvers (bron: Waterkwaliteit en aantrekkelijkheid stadsvijvers en Hilversum kanaal, 24 mei 2019, Tijhuis ingenieurs) Naam water
Bodemdiepte [m]
Andere taakverdeling ja / nee
Vijver Arenapark
1.1.j
1,40
ja
Van Riebeeckvijver
1.1.f
0,60 – 2,20
ja
Lorentzvijver
1.1.m
0,50 – 1,70
ja
Laapersvijver
1.1.e
1,60 – 1,80
ja
Kastanjevijver
1.1.n
1,25
ja
Raadhuisvijver Groot
n.v.t.
0,50 – 1,15
nee
Raadhuisvijver Klein
n.v.t.
0,25
nee
Berlagevijver
1.1.p
0,70 – 2,05
ja
Vijver Laan van Vogelzang
n.v.t.
0,95
nee
Vijver Romerolaan Noord
1.1.k
0,90 – 1,40
ja
Lutherhofvijver
1.1.o
0,606
ja
Kerkelandenvijver Noord
1.1.d
0,70 – 1,75
ja
Kerkelandenvijver Zuid
1.1.d
1,40 – 1,90
ja
Op enkele plaatsen is onderhoud vanaf de kant wellicht wel mogelijk. Bij de nadere uitwerking kan een kaart gemaakt worden waarin is aangegeven of onderhoud van het natte profiel vanuit het water of vanaf de kant wordt uitgevoerd.
Figuur 4-1 Lutherhofvijver, diepte 0,6 m 6
Is waarschijnlijk fout gemeten. De eufotische diepte is 1,05 m (diepte waarover zonlicht doordringt). Die kan niet groter zijn dan de bodemdiepte.
Sweco | Verantwoordelijkheden watersysteem Projectnummer: 51006867 Datum: 21-02-2022 Versie: D01 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5325\51006867_hilversum_advies_beheer_oppervlaktwateren\02_do_work\rapportage\defini tief2\definitieve rapportage\nl22-648800269-17432.docx
35/89
Te waterlaat plaats In Hilversum zijn ca.13 vijvers en 2 watergangen in het stedelijk gebied. De vijvers zijn niet varend te bereiken. Voor deze vijvers moeten te waterlaat plaatsen worden aangewezen en zo nodig worden heringericht. Het waterschap heeft in de ontwerpleidraad onderstaande schets van een te waterlaat plaats opgenomen. Bij de nadere uitwerking zal onderzocht moeten worden waar te waterlaat plaatsen komen, hoe ze worden vormgegeven en hoe ze kunnen worden ingepast. Daarbij gaat het om het zo goed mogelijk behalen van de gebruiksfunctionaliteit van de te waterlaat plaats, rekening houdend met de randvoorwaarden die voortkomen uit de ligging in stedelijk gebied (beleving, recreatief medegebruik, cultuurhistorie, etc.).
Figuur 4-2 Schets van een te water laatplaats
Ontvangst bagger en maaisel De gemeente is verantwoordelijk voor een locatie voor de ontvangst van bagger en maaisel. Direct op de kant storten van bagger of maaisel en lokaal verwerken is het voordeligst. Dit is in stedelijk gebied nagenoeg nooit mogelijk, toch verdient het vanwege de kosten aanbeveling om te onderzoeken wat lokaal mogelijk is. Alternatieven, zoals de bagger naar een (diepe) hoek duwen, laten inklinken en dan alsnog afvoeren, kunnen aantrekkelijk zijn. Maaisel eerst enkele weken op de kant laten staan, zodat het volume en gewicht afneemt en dieren de kans krijgen om terug te kruipen, is doelmatig. Uiteraard moet daar wel plaats voor zijn langs de oevers van de vijvers en watergangen. De gemeente moet, in geval van afvoer, een ontvangstdepot aanwijzen. De afstand tussen bagger / maaisel locatie en stortlocatie is mede bepalend voor de kosten. Grote afstanden moeten vermeden worden. Bij de uitwerking kunnen de depot locaties vastgesteld worden. Voor eventueel vervuilde bagger gelden andere regels. Dan heeft de gemeente geen taak. Het waterschap vervoert de vervuilde bagger naar een verwerkingslocatie en draagt daarvan de kosten.
Sweco | Verantwoordelijkheden watersysteem Projectnummer: 51006867 Datum: 21-02-2022 Versie: D01 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5325\51006867_hilversum_advies_beheer_oppervlaktwateren\02_do_work\rapportage\defini tief2\definitieve rapportage\nl22-648800269-17432.docx
36/89
4.3.1
Onderhoud bijzondere objecten
In deze paragraaf worden voor enkele bijzondere objecten de taken en verantwoordelijkheden nader toegelicht. Hilversums Kanaal Het vaarwegbeheer en het nautisch beheer wordt uitgevoerd door de gemeente Hilversum. In het kader van het vaarwegbeheer wordt het vaarprofiel op de gewenste afmeting gehouden. In bijlage 9 staan de dimensies van het Hilversums Kanaal. Oude Haven De Oude Haven wordt niet meer bevaren. Het water is in 2001 omgevormd tot stedelijk belevings- / recreatief water. De Oude Haven behoort tot het primaire watersysteem en heeft een water-afvoerende en waterbergende functie. Het waterschap draagt conform de taakverdeling in tabel 4.1 zorg voor het baggeren en schonen van het natte profiel. Het water is voldoende breed en diep om het onderhoud vanaf het water uit te voeren. De gemeente draagt zorg voor het in stand houden van de beschoeiing, de droge oevers en de steigers. Vanaf het water kan deels onder de steigers gebaggerd worden. Het zal lastig zijn om alle bagger te verwijderen. Dit is ook niet nodig. Als het centrale deel iets dieper gebaggerd wordt, zal een deel van de bagger daarnaar toe stromen. Desondanks zal achter de steigers wat bagger blijven liggen. Als dit ook weggehaald moet worden is dat een taak van de steigereigenaar.
Figuur 4-3 Oude Haven met wandelsteiger
Sweco | Verantwoordelijkheden watersysteem Projectnummer: 51006867 Datum: 21-02-2022 Versie: D01 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5325\51006867_hilversum_advies_beheer_oppervlaktwateren\02_do_work\rapportage\defini tief2\definitieve rapportage\nl22-648800269-17432.docx
37/89
Kastanje-vijver en Berlage-vijver
Figuur 4-4 Kastenje vijver (foto Pieter Veenendaal) en Berlage vijver
De Kastanje-vijver en de Berlage-vijver zijn vijvers die aangesloten zijn op het rioleringssysteem. Bij grote zware neerslag voert water vanuit de riolering af naar de vijvers en daarna stroomt het weer terug naar de riolering. Volgens jurisprudentie zijn de vijvers oppervlaktewater vanwege het aanwezig zijn van een ecologisch systeem. Ze behoren daarmee tot het oppervlaktewatersysteem en zijn gekwalificeerd als primair water. Het waterschap draagt conform de taakverdeling in tabel 4.1zorg voor het baggeren en schonen van het natte profiel. Het water is voldoende breed en diep om het onderhoud vanaf het water uit te voeren. De gemeente draagt zorg voor het in stand houden van de beschoeiing en de droge oevers. Voor het uitvoeren van het onderhoud vanaf het water is het nodig dat het materieel eenvoudig in het water kan komen. Annahoeve Het rioleringssysteem van Hilversum - oost stort bij hevige neerslag over op het water in de Annahoeve. Het water in Annahoeve (zie figuur 4.5 , code C.2.5. ) maakt onderdeel uit van het Goois Natuurreservaat en is in bezit van de stichting Goois Natuurreservaat.
Figuur 4-5 Vijvers Anna Hoeve
Voor het watersysteem Hilversum - oost, waar de vijvers Anna’s Hoeve onderdeel van uitmaken, is voldoende bergingscapaciteit belangrijk om krapte te voorkomen. Omdat de vijvers een
Sweco | Verantwoordelijkheden watersysteem Projectnummer: 51006867 Datum: 21-02-2022 Versie: D01 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5325\51006867_hilversum_advies_beheer_oppervlaktwateren\02_do_work\rapportage\defini tief2\definitieve rapportage\nl22-648800269-17432.docx
38/89
belangrijk onderdeel vormen van het oppervlaktewatersysteem is het belangrijk dat de bergende functie gewaarborgd is. In het verleden waren de vijvers als primair water aangemerkt. Het is, gezien de functie, logisch om dit weer in het primaire systeem op te nemen. Bij de verdere uitwerking, wanneer ook de particuliere beheerders worden betrokken, wordt aangeraden dit mee te nemen. Dan kan ook de waterbergingscapaciteit opnieuw getoetst worden. Spanderswoud
Het rioleringssysteem van Hilversum stort bij hevige neerslag over op het water in het Spanderswoud (E.2). Het water stoomt via vijvers en een watergang langs de Leeuwenlaan naar de s’ Gravelandse Vaart. Het water is in bezit van Natuurmonumenten en wordt onderhouden door stichting Goois Natuurreservaat.
Natuurvriendelijke oevers Van natuurvriendelijke oevers en andere begroeide oevers wordt het natte deel door het waterschap onderhouden en het droge deel door de gemeente. Het is doelmatig en efficiënt om dit onderhoud af te stemmen. Dit is zeker nodig als vanwege ecologische redenen een deel van het areaal wordt gemaaid (onderhouden) en de andere delen blijven staan. Bij de effectuering van de overdracht is het nodig om daarover concrete werk en planningsafspraken te maken. Een mogelijkheid is om de taken met onderlinge verrekening over te dragen. Bij natuurvriendelijke oevers komen soms onderwaterbeschoeiingen voor. Deze maken onderdeel uit van het natte deel van de watergang. Deze komen op dit moment voor in de Oude haven, Groengordel Hilversumse meent en is op dit moment in uitvoering in het Hilversums Kanaal.
Kosten van beheer en onderhoud Het waterschap heeft na de overdracht van het stedelijk water naar het waterschap de zorgplicht voor het watersysteem. De zorgplicht behelst de verantwoordelijkheid voor een goed kwantitatief en kwalitatief functioneren van
Sweco | Verantwoordelijkheden watersysteem Projectnummer: 51006867 Datum: 21-02-2022 Versie: D01 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5325\51006867_hilversum_advies_beheer_oppervlaktwateren\02_do_work\rapportage\defini tief2\definitieve rapportage\nl22-648800269-17432.docx
39/89
het watersysteem. Voor de kwaliteit zijn de (ecologische) richtlijnen van de Europese Kaderrichtlijn Water van belang. Op basis van de in tabel 4.1 aangeven onderhoudsmaatregelen en het in kaart in bijlage 13 aangegeven areaal zijn de onderhoudskosten van het areaal waarvan de taken worden overgedragen geschat. Deze zijn in tabel 4-4 weergegeven.
Tabel 4-4 Onderhoudskosten van de over te dragen objecten activiteit
baggeren schonen vuilvissen klein onderhoud gemalen en kunstwerken
frequentie
1 per 10 jaar 1 per jaar 1 à 2 per jaar
waterschap kosten per jaar
gemeente kosten per jaar
€ 100.000 tot € 200.000 € 15.000 tot € 30.000 € 10.000 tot € 20.000 € 10.000 tot € 20.000
De onderhoudskosten zijn geraamd op basis van het aanwezige areaal water, oevers, duikers en kunstwerken en aannames voor de onderhoudskosten per daaraan gerelateerde activiteit.
Sweco | Verantwoordelijkheden watersysteem Projectnummer: 51006867 Datum: 21-02-2022 Versie: D01 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5325\51006867_hilversum_advies_beheer_oppervlaktwateren\02_do_work\rapportage\defini tief2\definitieve rapportage\nl22-648800269-17432.docx
40/89
5. Advies en aanbevelingen voor vervolg Advies Op basis van de wetgeving, jurisprudentie en de bevindingen van Sweco, Gemeente Hilversum en waterschap AGV wordt geadviseerd om al het stedelijk water als oppervlaktewater te zien. Geadviseerd wordt om het stedelijk water dat in eigendom is van de gemeente Hilversum over te dragen aan het waterschap. Dat wil zeggen dat de verantwoordelijkheid voor beheer en onderhoud wordt overgedragen, eigendom kan in sommige situaties ook overgedragen worden, maar is niet nodig. Eén van de door het waterschap genoemde probleempunten is de onderhoudbaarheid van het watersysteem. Alhoewel het niet redelijk lijkt om hiervoor strikt het “handboek beheer oppervlaktewater “ te volgen (dat gaat immers over nieuw stedelijk water) kan deze wel als handreiking dienen. Ook wordt aangegeven dat gestreefd moet worden naar de laagst maatschappelijk kosten van beheer en onderhoud. Dat onderschrijven we, maar dat streven staat ons inziens los van de discussie over verantwoordelijkheden. Als het in de praktijk doelmatiger en of voordeliger is om het onderhoud door een andere partij dan de verantwoordelijke partij te laten doen lijkt ons dat vanzelfsprekend. Ook daar moeten dan duidelijke afspraken over worden gemaakt.
Op basis van wet- en regelgeving, jurisprudentie en functies van de stedelijke watersystemen stellen we voor om het stedelijk water zoals dat op kaart ““Objectenkaart advies overdracht verantwoordelijkheden oppervlaktewateren Hilversum” (bijlage 13) is aangegeven over te dragen aan het waterschap. Daarmee wordt het waterschap ook verantwoordelijk voor het stedelijk water in Hilversum-oost. Daarmee ontstaat een eenduidige situatie in het waterbeheer. De hoofdmotieven voor het advies zijn: • De taken voor de waterstaatkundige verzorging zijn via besluiten van de provincie Noord-Holland opgedragen aan het waterschap voor haar gehele beheergebied; • Al het stedelijk water is oppervlaktewater en behoort tot het watersysteem;
Sweco | Verantwoordelijkheden watersysteem Projectnummer: 51006867 Datum: 21-02-2022 Versie: D01 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5325\51006867_hilversum_advies_beheer_oppervlaktwateren\02_do_work\rapportage\defini tief2\definitieve rapportage\nl22-648800269-17432.docx
41/89
• • •
Waterschap AGV heeft als beleid stedelijk water als primair water te beschouwen; Om de beheer en onderhoudstaken goed te kunnen uitvoeren is ook zeggenschap noodzakelijk over de verbindingsleidingen / duikers tussen de watergangen en vijvers; De stedelijke wateren zijn voldoende goed onderhoudbaar. Wel is het wenselijk de toegankelijkheid tot het watersysteem op enkele plaatsen te verbeteren
Enkele opmerkingen bij de motivatie: • De verantwoordelijkheid en onderhoudstaken van kleine vijvers die puur voor recreatie, esthetica of parkinvulling dienen, worden niet overgedragen; • Secondair water, zoals greppels, wadi’s en kleine sloten worden niet overgedragen; • Onlosmakelijk met de riolering verbonden bergbezinkbassins, toevoerleidingen naar bergbezinkbassins of gemalen die alleen een rioleringsfunctie hebben worden niet overgedragen; • De Berlage vijver en de Kastanje vijver zijn door de terugloopmogelijkheid van water naar de riolering meer verbonden met de riolering dan met de rest van het oppervlaktewatersysteem. Ze zijn via infiltratiemogelijkheden wel verbinden met grondwaterlichamen. We adviseren om ook deze vijvers over te dragen, omdat ze volgens de definitie vanuit de wet oppervlaktewater zijn en omdat op die wijze een eenduidiger beheer en onderhoudssituatie ontstaat.
Aanbevelingen In deze rapportage is een advies gegeven over de verantwoordelijkheden en taakverdeling van het beheer en onderhoud van het watersysteem van Hilversum. Als dat advies wordt overgenomen moet het in een verdere uitwerking geëffectueerd worden. Effectueren van de overdracht Voor het effectueren van de overdracht moet hetgeen in dit rapport is aangegeven nog verder uitgewerkt worden in de volgende documenten: • Een overdrachtsovereenkomst; • Een overdrachtsdocument met detailgegevens van de over te dragen objecten en een nadere toelichting over de te verrichten werkzaamheden voor, tijdens en na de overdracht. Bij het maken van deze rapportage zijn al een aantal aandachtspunten naar voren gekomen. Deze worden hier toegelicht. Overdrachtspunten Voor de overdracht en voor het beheer van het watersysteem is het raadzaam om ook de overdrachtspunten van het rioleringssysteem op te nemen in de kaart. Dat zijn de overstorten vanuit de riolering en de regenwateruitlaten vanuit de riolering. Het is wenselijk om ook de punten van de riolering die aansluiten op de verbindingsleidingen op te nemen. Natuurvriendelijke oevers
Sweco | Verantwoordelijkheden watersysteem Projectnummer: 51006867 Datum: 21-02-2022 Versie: D01 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5325\51006867_hilversum_advies_beheer_oppervlaktwateren\02_do_work\rapportage\defini tief2\definitieve rapportage\nl22-648800269-17432.docx
42/89
Zowel gemeente als waterschap hebben een taak voor het onderhoud van natuurvriendelijke oevers. Vaak lopen deze oevers van nat naar droog door over de oever. Het waterschap onderhoud in principe de natte oever en de gemeente de droge oever. Dat kan tot ondoelmatig onderhoud leiden. Bovendien is het voor het behalen van ecologische doelen wenselijk dat het onderhoud goed wordt afgestemd. Het is nodig om de natuurvriendelijke oevers goed in beeld te brengen en nadere afspraken te maken over beheer en onderhoud. Dit kan ook voor andere specifieke oevers nodig zijn. Bijzondere objecten In het over te dragen watersysteem zitten enkele bijzondere objecten die niet over gedragen worden. Bijvoorbeeld de wandelsteigers in de Oude Haven en de sierfonteinen in de vijvers. Het is wenselijk hier nadere afspraken over te maken. Te waterlaat plaatsen materieel Voor het onderhoud van de vijvers en watergangen moet materieel voor baggeren, schonen e.d. te water worden gelaten. Het is nodig hiervoor locaties aan te wijzen, deze zo nodig aan te passen en afspraken te maken over het onderhoud van deze te waterlaat plaatsen. Gezamenlijk beheer en onderhoudsplan Het is te overwegen om het eerste beheer en onderhoudsplan gezamenlijk op te stellen. Dan worden ook detailafstemmingen mogelijk. Daarna is gezamenlijk opstellen van de beheer en onderhoudsplannen minder nodig.
Wel blijft het handig om kennis te blijven nemen van elkaars beheer en onderhoudsplannen. In enkele gemalen zitten meerdere pompen met een gekoppelde geautomatiseerde sturing. Na overdracht van taken komt het voor dat in één gemaal een pomp van het waterschap zit en één van de gemeente. Voor dit soort situaties zijn zeer duidelijke afstemmingsafspraken nodig. Toekomstige herinrichting Er is een trend om meer natuurvriendelijke oevers aan te leggen. Het is raadzaam daar nu al principe afspraken over te maken.
Sweco | Verantwoordelijkheden watersysteem Projectnummer: 51006867 Datum: 21-02-2022 Versie: D01 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5325\51006867_hilversum_advies_beheer_oppervlaktwateren\02_do_work\rapportage\defini tief2\definitieve rapportage\nl22-648800269-17432.docx
43/89
1 Kaart van gebied
Sweco | Verantwoordelijkheden watersysteem Projectnummer: 51006867 Datum: 21-02-2022 Versie: D01 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5325\51006867_hilversum_advies_beheer_oppervlaktwateren\02_do_work\rapportage\defini tief2\definitieve rapportage\nl22-648800269-17432.docx
44/89
2 Reglement voor waterschap Amstel, Gooi en Vecht
Sweco | Verantwoordelijkheden watersysteem Projectnummer: 51006867 Datum: 21-02-2022 Versie: D01 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5325\51006867_hilversum_advies_beheer_oppervlaktwateren\02_do_work\rapportage\defini tief2\definitieve rapportage\nl22-648800269-17432.docx
45/89
Sweco | Verantwoordelijkheden watersysteem Projectnummer: 51006867 Datum: 21-02-2022 Versie: D01 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5325\51006867_hilversum_advies_beheer_oppervlaktwateren\02_do_work\rapportage\defini tief2\definitieve rapportage\nl22-648800269-17432.docx
46/89
Sweco | Verantwoordelijkheden watersysteem Projectnummer: 51006867 Datum: 21-02-2022 Versie: D01 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5325\51006867_hilversum_advies_beheer_oppervlaktwateren\02_do_work\rapportage\defini tief2\definitieve rapportage\nl22-648800269-17432.docx
47/89
3 Waterwet Waterwet Geldend van 01-07-2021 t/m heden Hoofdstuk 2. Doelstellingen en normen § 1. Doelstellingen Artikel 2.1 1. De toepassing van deze wet is gericht op: a. voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met b. bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en c. vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. 2. De toepassing van deze wet is mede gericht op andere doelstellingen dan genoemd in het eerste lid, voor zover dat elders in deze wet is bepaald. § 2. Normen waterkering Artikel 2.2 1. In de bij deze wet behorende bijlage II wordt voor elk dijktraject, met uitzondering van dijktraject 16-5, vermeld in bijlage I, een signaleringswaarde vastgesteld. De signaleringswaarde is voor: a. een dijktraject, niet zijnde een dijktraject als bedoeld in onderdeel b, de overstromingskans per jaar waarvan overschrijding op grond van artikel 2.12, vijfde lid, wordt gemeld aan Onze Minister; b. de dijktrajecten 201, 204a, 204b, 206, 208 tot en met 212, 214 tot en met 219 en 222 tot en met 225, vermeld in bijlage I, de faalkans per jaar waarvan overschrijding op grond van artikel 2.12, vijfde lid, wordt gemeld aan Onze Minister. 2. In de bij deze wet behorende bijlage III wordt voor elk dijktraject een ondergrens vastgesteld. De ondergrens is voor: a.
een dijktraject als bedoeld in het eerste lid, tweede zin, onderdeel a, de overstromingskans per jaar waarop het dijktraject ten minste berekend moet zijn; b. een dijktraject, genoemd in het eerste lid, tweede zin, onderdeel b, de faalkans per jaar waarop het dijktraject ten minste berekend moet zijn; c. dijktraject 16-5, vermeld in bijlage I, indien dit hydraulische belasting ondervindt door het overstromen van het door een voorliggend dijktraject beschermde gebied, de overstromingskans waarop het dijktraject dan ten minste berekend moet zijn. Sweco | Verantwoordelijkheden watersysteem Projectnummer: 51006867 Datum: 21-02-2022 Versie: D01 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5325\51006867_hilversum_advies_beheer_oppervlaktwateren\02_do_work\rapportage\defini tief2\definitieve rapportage\nl22-648800269-17432.docx
48/89
3. Onverminderd het tweede lid vermeldt bijlage III voor: a. een dijktraject dat een toename van hydraulische belasting kan ondervinden ten gevolge van een maatregel gericht op het vergroten van de afvoer- of bergingscapaciteit van een watersysteem, de overstromingskans waarop het dijktraject ten minste berekend moet zijn, indien een zodanige toename optreedt; b. de dijktrajecten 208 tot en met 210 en 225 de kans op niet-sluiten waaraan de stormvloedkering ten minste moet voldoen, indien deze gesloten moet worden. Artikel 2.3 1. Ten behoeve van de beoordeling van de veiligheid van een dijktraject worden bij ministeriële regeling regels gesteld voor het bepalen van de hydraulische belasting en de sterkte. 2. De in het eerste lid bedoelde ministeriële regeling wordt telkens voor maximaal twaalf jaren vastgesteld. Bij de voorbereiding van de regeling worden de besturen van de waterschappen gehoord. Artikel 2.4 1. Bij algemene maatregel van bestuur, gedeputeerde staten gehoord, of provinciale verordening wordt voor daarbij aan te wijzen andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk, onderscheidenlijk een andere beheerder, een veiligheidsnorm vastgesteld. 2.
In afwijking van het eerste lid wordt de veiligheidsnorm voor andere dan primaire waterkeringen die ingevolge artikel 1.3, eerste lid, zoals dat luidde op 31 december 2016, werden aangemerkt als primaire waterkeringen, voor 1 januari 2019 vastgesteld. Tot die vaststelling moeten de desbetreffende keringen ten minste gelijke veiligheid bieden als het geval was op 1 januari 2017. Artikel 2.5 Bij ministeriële regeling, gedeputeerde staten gehoord, dan wel bij of krachtens provinciale verordening wordt ten aanzien van daarbij aan te wijzen andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk, onderscheidenlijk een andere beheerder, voor daarbij aan te geven plaatsen vastgesteld welke relatie tussen waterstanden en overschrijdingskansen daarvan uitgangspunt is bij de bepaling van het waterkerend vermogen daarvan. Bij die vaststelling kunnen tevens waarden worden vastgesteld van andere zodanige factoren. Artikel 2.6 Onze Minister draagt zorg voor de totstandkoming en verkrijgbaar stelling van technische leidraden voor het ontwerp, het beheer en het onderhoud van primaire waterkeringen. Deze leidraden strekken de beheerders tot aanbeveling. Artikel 2.7
Sweco | Verantwoordelijkheden watersysteem Projectnummer: 51006867 Datum: 21-02-2022 Versie: D01 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5325\51006867_hilversum_advies_beheer_oppervlaktwateren\02_do_work\rapportage\defini tief2\definitieve rapportage\nl22-648800269-17432.docx
49/89
1. Landwaartse verplaatsing van de kustlijn wordt van rijkswege voorkomen of tegengegaan, voor zover dat naar het oordeel van Onze Minister noodzakelijk is vanwege de ingevolge deze wet te handhaven normen voor dijktrajecten. 2. De in het eerste lid bedoelde kustlijn wordt aangegeven op een door Onze Minister kosteloos verkrijgbaar gestelde kaart die telkens na zes jaren wordt herzien. Van de verkrijgbaar stelling wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. § 3. Normen waterkwantiteit, waterkwaliteit en functievervulling Artikel 2.8 Bij provinciale verordening worden, met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, normen gesteld met betrekking tot de gemiddelde kans per jaar op overstroming van daarbij aan te wijzen gebieden. Artikel 2.9 1. Bij algemene maatregel van bestuur wordt de rangorde van maatschappelijke en ecologische behoeften vastgesteld, die bij watertekorten of dreigende watertekorten bepalend is voor de verdeling van het beschikbare oppervlaktewater. 2. Bij of krachtens de maatregel en, in de gevallen bij die maatregel bepaald, provinciale verordening kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde rangorde. Deze regels kunnen mede voorzien in de overeenkomstige toepassing van de rangorde op het beschikbare grondwater.
Artikel 2.10 Normen voor de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen worden vastgesteld krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer, in overeenstemming met het stelsel van milieudoelstellingen, opgenomen in artikel 4 van de kaderrichtlijn water. Artikel 2.11 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor rijkswateren en, met het oog op internationale verplichtingen of bovenregionale belangen, voor regionale wateren normen worden vastgesteld voor de overeenkomstig hoofdstuk 4 aan watersystemen toe te kennen functies. Voor regionale wateren kunnen zodanige normen voorts worden gesteld bij of krachtens provinciale verordening. § 4. Meten en beoordelen Artikel 2.12 1. Iedere twaalf jaren brengt de beheerder verslag uit aan Onze Minister over de algemene waterstaatkundige toestand van de primaire waterkering. Sweco | Verantwoordelijkheden watersysteem Projectnummer: 51006867 Datum: 21-02-2022 Versie: D01 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5325\51006867_hilversum_advies_beheer_oppervlaktwateren\02_do_work\rapportage\defini tief2\definitieve rapportage\nl22-648800269-17432.docx
50/89
2. Iedere twaalf jaren brengt de beheerder van het buitenwater, zijnde de grote rivieren, verslag uit aan Onze Minister over de mate waarin voldaan wordt aan de voor deze wateren opgestelde legger, mede in het licht van de regels voor het bepalen van de hydraulische belasting en de sterkte, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid. 3. Onze Minister brengt telkens over de in het eerste en tweede lid genoemde periode verslag uit aan de beide Kamers der Staten-Generaal. 4. Het in het eerste lid bedoelde verslag bevat een beoordeling van de veiligheid. Die beoordeling geschiedt onder meer in het licht van de voor een dijktraject in bijlage II en III vastgestelde norm of normen, de ingevolge artikel 2.3, eerste lid, vastgestelde regels voor het bepalen van de hydraulische belasting en de sterkte, de in artikel 2.6, eerste lid, bedoelde technische leidraden en de legger. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de beoordeling. Bij de voorbereiding van de regeling worden de besturen van de waterschappen gehoord. 5. Overschrijding van een in bijlage II vastgestelde norm wordt door de beheerder aan Onze Minister gemeld in het in het eerste lid bedoelde verslag. 6.
Indien de beoordeling van de veiligheid, bedoeld in het vierde lid, daartoe aanleiding geeft, bevat het in het eerste lid bedoelde verslag een omschrijving van de voorzieningen die op een daarbij aan te geven termijn nodig worden geacht. 7. De eerstvolgende toezending van een verslag als bedoeld in het derde lid vindt plaats voor 1 januari 2024. Artikel 2.13 1. Onze Minister zendt elke twaalf jaar aan de beide Kamers der StatenGeneraal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de in bijlagen II en III aangegeven normen voor dijktrajecten. 2. De eerstvolgende toezending van een verslag als bedoeld in het eerste lid vindt plaats voor 1 januari 2037. Artikel 2.14 Onverminderd artikel 2.12 kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur dan wel bij of krachtens provinciale verordening, regels worden gesteld ten aanzien van het periodiek door de beheerder meten van daarbij aan te geven grootheden en het aan de hand van de meetresultaten beoordelen van de mate van verwezenlijking van de normen, bedoeld in de paragrafen 2 en 3, voor zover het betreft normen die van rijkswege, onderscheidenlijk op provinciaal niveau, zijn vastgesteld
Sweco | Verantwoordelijkheden watersysteem Projectnummer: 51006867 Datum: 21-02-2022 Versie: D01 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5325\51006867_hilversum_advies_beheer_oppervlaktwateren\02_do_work\rapportage\defini tief2\definitieve rapportage\nl22-648800269-17432.docx
51/89
4 Definities Definities in Waterwet7 Beheer: Overheidszorg met betrekking tot een of meer afzonderlijke watersystemen of onderdelen daarvan, gericht op de volgende doelstellingen: Waterbeheer: de overheidszorg die is gericht op de in artikel 2.1 genoemde doelstellingen; • voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met • bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en • vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Beheerder: bevoegd bestuursorgaan van het overheidslichaam dat belast is met beheer. Oppervlaktewaterlichaam: samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende bodem, oevers en, voor zover uitdrukkelijk aangewezen krachtens deze wet, drogere oevergebieden, alsmede flora en fauna; (zie bijlage) Legger: legger als bedoeld in artikel 5.1; De beheerder draagt zorg voor de vaststelling van een legger, waarin is omschreven waaraan waterstaatswerken naar ligging, vorm, afmeting en constructie moeten voldoen. Van de legger maakt deel uit een overzichtskaart, waarop de ligging van waterstaatswerken en daaraan grenzende beschermingszones staat aangegeven. Regionale wateren: watersystemen of onderdelen daarvan die niet in beheer zijn bij het Rijk.
Grondwater: water dat vrij onder het aardoppervlak voorkomt, met de daarin aanwezige stoffen. Grondwaterlichaam: samenhangende grondwatermassa. Watersysteem: samenhangend geheel van een of meer oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken. Openbaar vuilwaterriool: voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, in beheer bij een gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is belast. Stedelijk afvalwater: huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. 7
wetten.nl - Regeling - Waterwet - BWBR0025458 (overheid.nl)
Sweco | Verantwoordelijkheden watersysteem Projectnummer: 51006867 Datum: 21-02-2022 Versie: D01 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5325\51006867_hilversum_advies_beheer_oppervlaktwateren\02_do_work\rapportage\defini tief2\definitieve rapportage\nl22-648800269-17432.docx
52/89
Definities Wet milieubeheer8
Afvloeiend hemelwater: Begrip spreekt voor zich, maar er is geen wettelijke definitie. Er is wel een relatie met de zorgplicht voor hemelwater op grond van artikel 3.5 van de Waterwet(opent in nieuw venster)(verwijst naar een andere website), Uit een uitspraak van de Raad van State (200704332/1, 18 juni 2008(opent in nieuw venster)(verwijst naar een andere website)) blijkt dat het afstromend hemelwater wordt aangemerkt als afvalstof. Dit is onafhankelijk van de vraag of en in welke mate, dit water al dan niet verontreinigd is; Openbaar hemelwaterstelsel • voorziening voor de inzameling en verdere verwerking van afvloeiend hemelwater, niet zijnde een openbaar vuilwaterriool; • in beheer bij een gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is belast. Openbaar ontwateringsstelsel • voorziening voor de inzameling en verdere verwerking van grondwater, niet zijnde een openbaar vuilwaterriool; • in beheer bij een gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is belast.
8 Afvalwater begrippen Wet milieubeheer - Kenniscentrum InfoMil
Sweco | Verantwoordelijkheden watersysteem Projectnummer: 51006867 Datum: 21-02-2022 Versie: D01 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5325\51006867_hilversum_advies_beheer_oppervlaktwateren\02_do_work\rapportage\defini tief2\definitieve rapportage\nl22-648800269-17432.docx
53/89
5 Uitspraak ECLI:NL:PHR:2005:AV2769 De artikelen 6.1 t/m 6.21 geven aan wat onder oppervlaktewater wordt verstaan. 6.1. In het tweede cassatiemiddel wordt het oordeel van het Hof in r.o. 4.2. bestreden. Het Hof oordeelt daar dat het vijverstelsel dient te worden aangemerkt als een oppervlaktewater in de zin van de Wvo. In het middel wordt betoogd dat het vijverstelsel ook gevoed moet worden door ander water dan afvalwater en regenwater. Daarnaast is geen sprake van een vrije wisselwerking tussen het vijverstelsel en E, terwijl het stelsel voorts een kunstmatig karakter heeft. Ook deze omstandigheden zouden in de weg staan aan de kwalificatie 'oppervlaktewater'. Bovendien is het vijverstelsel niet in de waterkwaliteitsbeheersplannen opgenomen, hetgeen ook blijkt uit het feit dat het stelsel niet op de legger is vastgelegd. 6.2. Naast het begrip 'oppervlaktewater' kent de Wvo ook het begrip 'zuivering technisch' werk. In het vierde middel betoogt de Minister dat het Hof het vijverstelsel ten onrechte niet als (onderdeel van) een zuivering technisch werk heeft aangemerkt. Zoals hierna zal blijken is er een directe samenhang tussen het tweede en vierde cassatiemiddel. Om die reden worden zij tezamen besproken. Begrip 'oppervlaktewater'. 6.3. Het Hof heeft in r.o. 4.1.
van de uitspraak direct aansluiting gezocht bij de door de (strafkamer van de) Hoge Raad gegeven definitie van het begrip oppervlaktewater. Het gaat hier om de door de strafkamer van de Hoge Raad gegeven definitie: (3) 'Als oppervlaktewater in de zin der wet is te beschouwen een - anders dan louter incidenteel aanwezige - aan het aardoppervlak en aan de open lucht grenzende watermassa (met inbegrip van een bedding waarin zodanige watermassa al dan niet bij voortduring voorkomt), tenzij daarin als gevolg van rechtmatig gebruik ten behoeve van een specifiek doel geen normaal samenhangend geheel van levende organismen en een niet-levende omgeving (ecosysteem) aanwezig is, dan wel het een ter berging van afval gegraven bekken betreft waarin slechts in een overgangsfase water aanwezig is en zich nog geen normaal ecosysteem heeft ontwikkeld.' 6.4. Bij mijn weten heeft de belastingkamer van de Hoge Raad de hiervoor aangehaalde definitie nooit zelf rechtstreeks gebruikt. Wel kan uit de (fiscale) jurisprudentie worden opgemaakt dat een ruime definitie van het begrip wordt gehanteerd.
In BNB 1983/247(4) overweegt de Hoge Raad ondermeer: 'dat immers de omstandigheid dat gedeelten van een sloot die als oppervlaktewater moet worden aangemerkt, daarvan worden afgescheiden door middel van een kunstwerk, aan die slootgedeelten niet het karakter van oppervlaktewater ontneemt; Sweco | Verantwoordelijkheden watersysteem Projectnummer: 51006867 Datum: 21-02-2022 Versie: D01 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5325\51006867_hilversum_advies_beheer_oppervlaktwateren\02_do_work\rapportage\defini tief2\definitieve rapportage\nl22-648800269-17432.docx
54/89
dat een andere opvatting leidt tot het onwenselijke resultaat dat rechthebbenden op een oppervlaktewater hun lozingen daarop buiten de verontreinigingsheffing zouden kunnen brengen enkel door dat water tot dit doel af te scheiden van het overige oppervlaktewater; dat ook niet van belang is dat de afgedamde gedeelten van de sloot in feite niet behoefden te dienen tot een der in bovenbedoelde memorie van toelichting vermelde doeleinden; dat immers, nog daargelaten dat de opsomming in deze memorie niet uitputtend is bedoeld, de Wet verontreiniging oppervlaktewateren tot strekking heeft het tegengaan en voorkomen van verontreiniging van oppervlaktewateren en derhalve ook van wateren die redelijkerwijs tot een van die doeleinden kunnen dienen zonder dat zij daartoe in feite gebruikt behoeven te worden;' 6.5. De doeleinden waarnaar de Hoge Raad in bovenstaand citaat verwijst worden vermeld in de Memorie van Toelichting bij het wetsontwerp voor de Wvo. Deze doeleinden houden ondermeer in dat een oppervlaktewater grondstof voor drinkwater moet kunnen zijn, voor industriële doeleinden bruikbaar moet zijn, voor economische bereiding van industriewater geschikt moet zijn, voor landbouwdoeleinden moet kunnen dienen, zonder gevaar voor de volksgezondheid voor recreatie geschikt moet zijn en een behoorlijke visstand mogelijk moet doen zijn.(5) 6.6.
Van Leijenhorst in zijn annotatie bij BNB 1997/149 schrijft: (6) 'In HR 12 november 1980, nr. 19 797, na conclusie van A-G mr. Mok, BNB 1981/43*, met noot van Scheltens, overweegt de Hoge Raad dat het begrip oppervlaktewateren ruim moet worden uitgelegd. Een ruime uitlegging van het begrip oppervlaktewateren is ook geboden om te bewerkstelligen dat water, dat redelijkerwijs kan dienen voor één van de door de Hoge Raad aan de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet VO ontleende doeleinden, onder de werkingssfeer van de Wet VO valt.' 6.7. Scheltens schrijft onder BNB 1981/43(7): 'Men zou dan ook wellicht het begrip "oppervlaktewater'' kunnen definiëren als een geografische gesteldheid: alle water dat zich permanent aan de oppervlakte bevindt, waaronder mede begrepen tijdelijke uitbreidingen. (...) Men kan echter ook een wettelijk begrip creëren, waarvan de omschrijving voortvloeit uit de eigenschappen, die de wet wil beschermen. Welk door de wet te waarborgen gebruik moet van zich aan de oppervlakte bevindende wateren kunnen worden gemaakt? Die gebruiksmogelijkheden bepalen dan tevens de omvang van het begrip "oppervlaktewater''. De Hoge Raad volgde reeds in eerdere arresten deze methode (...) en doet dit ook nu. (...)' 6.8. In Hoge Raad, BNB 1997/149, wordt in r.o. 3.3. overwogen:
Sweco | Verantwoordelijkheden watersysteem Projectnummer: 51006867 Datum: 21-02-2022 Versie: D01 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5325\51006867_hilversum_advies_beheer_oppervlaktwateren\02_do_work\rapportage\defini tief2\definitieve rapportage\nl22-648800269-17432.docx
55/89
'Een sloot met een inhoud van ongeveer 300 m3, welke - naar in 's Hofs uitspraak ligt besloten - doorgaans water bevat, is een oppervlaktewater van een zodanige omvang dat sprake is van een oppervlaktewater in voormelde zin (HR 12 november 1980, nr. 19 797, BNB 1981/43). Hierbij is niet van belang of in die sloot het ecosysteem nog aanwezig is danwel als gevolg van lozingen van verontreinigende stoffen reeds is tenietgegaan.' 6.9. Daarmee heeft de belastingkamer van de Hoge Raad geen afstand genomen van de definitie die de strafkamer in BNB 1983/244 had gegeven, waarin immers de aanwezigheid van een ecosysteem van belang wordt geacht. Van Leijenhorst geeft daarvoor in zijn eerder aangehaalde annotatie de volgende verklaring, waarbij ik mij aansluit: 'Scheltens merkt in zijn noot bij het arrest mijns inziens terecht op dat (de belastingkamer van) de Hoge Raad het begrip oppervlaktewateren niet definieert (...). In elk concreet geval moet de vraag worden beantwoord of de Wet VO, gezien haar doeleinden, van toepassing behoort te zijn en er "dus'' sprake is van een oppervlaktewater. In het onderhavige geval beantwoordt het hof de zo-even genoemde vraag ontkennend en de Hoge Raad bevestigend.
Het hof grondt zijn antwoord op de door belanghebbende aangevoerde omstandigheden dat de afgedamde sloot niet in verbinding stond met enig oppervlaktewater, dat vanuit de sloot geen lozingen plaatsvonden op een ander oppervlaktewater en dat er geen ecosysteem in de sloot meer aanwezig was. Omdat alleen de laatstgenoemde omstandigheid niet meespeelt in de rechtsoverwegingen van de Hoge Raad in BNB 1981/43*, neem ik aan dat het juist díe omstandigheid is die het hof brengt tot het oordeel dat de sloot geen oppervlaktewater is. De Hoge Raad acht het evenwel niet van belang of in de sloot het ecosysteem nog aanwezig is danwel als gevolg van lozingen van verontreinigende stoffen reeds is tenietgegaan. Uit de woordkeuze van de Hoge Raad in de laatste volzin van r.o. 3.3 maak ik op dat de afwezigheid van een ecosysteem wél relevant is indien in het water nimmer een ecosysteem aanwezig is geweest of indien het ecosysteem anders dan door lozing van verontreinigende stoffen is tenietgegaan. Als mijn gevolgtrekking juist is lijkt het erop dat de belastingkamer van de Hoge Raad op het punt van het ecosysteem enige toenadering zoekt tot de strafkamer (...)' 6.10. Blijkens de jurisprudentie van de Hoge Raad kan ook het in verbinding staan met ander oppervlaktewater een rol spelen voor de kwalificatie van een water als 'oppervlaktewater'.
Het gaat dan om het geval waarin een op zichzelf beschouwd niet als oppervlaktewater te aan te merken water (bijvoorbeeld een afgesloten sloot die doorgaans droog staat) aan de orde is. Zo oordeelde de Hoge Raad in BNB 1982/163:(8) 'dat hierin ligt besloten, dat naar 's Hofs opvatting de sloot waarop belanghebbende afvalstoffen loost, op zich zelf niet een oppervlaktewater is, doch die hoedanigheid slechts dankt aan de verbinding via een hoger gelegen sloot met een slotenstelsel; dat alsdan moet vaststaan dat de verbinding met het slotenstelsel van zodanige aard is, dat vanuit de sloot waarop wordt geloosd ook geregeld - dat wil zeggen:
Sweco | Verantwoordelijkheden watersysteem Projectnummer: 51006867 Datum: 21-02-2022 Versie: D01 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5325\51006867_hilversum_advies_beheer_oppervlaktwateren\02_do_work\rapportage\defini tief2\definitieve rapportage\nl22-648800269-17432.docx
56/89
niet minder dan eenmaal per jaar - gedurende enige tijd water wegvloeit naar het slotenstelsel; dat het Hof dit uit het oog heeft verloren door aan te nemen dat voldoende is dat bij een uitzonderlijk hoge waterstand water uit de sloot kan wegvloeien naar een slotenstelsel;' 6.11. Geconcludeerd kan worden dat de belastingkamer van de Hoge Raad uitgaat van een ruim begrip 'oppervlaktewater', waarin wordt bezien of het betreffende water dient of kan dienen voor de doeleinden waarvoor oppervlaktewateren normaal gesproken (kunnen) dienen. Naar het mij voorkomt is de aanwezigheid van een ecologisch systeem in een water een belangrijke aanwijzing dat het betreffende water inderdaad geschikt is voor die doeleinden. In zoverre nadert de benadering van de belastingkamer van de Hoge Raad die van de strafkamer. De afwezigheid van een ecosysteem hoeft echter, anders dan wellicht voor de strafkamer, niet te leiden tot de conclusie dat geen sprake is van een oppervlaktewater. De ruime werking van het begrip 'oppervlaktewater' blijkt verder uit het feit dat ook wateren die op zichzelf beschouwd niet kwalificeren als oppervlaktewater, toch als zodanig kwalificeren doordat zij in verbinding staan met een (ander) oppervlaktewater. Begrip 'zuiveringtechnisch werk'. 6.12.
Het begrip zuiveringtechnisch werk is gedefinieerd als een werk voor het zuiveren van afvalwater of het transport van afvalwater, niet zijnde een riolering. De term afvalwater wordt niet gedefinieerd. Naar ik meen dient hieronder te worden verstaan water, althans een substantie, bevattende stoffen als bedoeld in artikel 1, lid 1, van de Wvo. 6.13. De parlementaire geschiedenis vermeldt over het begrip zuiveringtechnisch werk: 'Het begrip omvat (...) naast afvalwaterzuiveringsinstallaties ook gemalen, persleidingen, vrijvervalleidingen, open en dichte afvoergoten, pompstations ten behoeve van het transport van afvalwater en dergelijke. Deze ruime begripsomschrijving is in overeenstemming met de jurisprudentie van de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 16 maart 1988, BNB 1988/175, uitgemaakt dat van een zuiveringtechnisch sprake kan zijn ook al wordt het afvalwater met behulp van dat werk niet gezuiverd doch slechts getransporteerd. (HR 7 februari 1990, Belastingblad 1991, blz. 557 t/m 562, HR 25 mei 1994, Belastingblad 1994, blz. 509 t/m 517). Een werk voor het zuiveren of het transport van afvalwater dat niet door een kwaliteitsbeheerder wordt gebruikt kan ingevolge het huidig artikel 11, derde lid, van het Uvr, ook een zuiveringtechnisch werk zijn.