CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Collegebrief inzake Beantwoording toezeggingen 7 april 2021 (T21-43, T21-44 en T21-33)

GEMEENTERAAD 2 juni 2021, gemeente HilversumBij agendapunt: Ingekomen stukken - Rubriek 023.684 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

voor

de prestatieafspraken over de sociale voorraad.

dynamiek

en

kwaliteitsverbetering

van

de

sociale

huurvoorraad als geheel. Er is echter nog steeds veel vraag naar sociale huurwoningen. Het instrument verkoop moet daarom met

terughoudendheid ingezet worden, zeker in gemeenten met een beperkte voorraad (Laren, Blaricum, Wijdemeren). De effecten van verkoop op de beschikbaarheid en betaalbaarheid moeten worden gemonitord. Investeren in de sociale voorraad kan en moet dus, maar wel binnen het kader dat de omvang van de

voorraad sociale huurwoningen minimaal op peil (2015, zie figuur 14) blijft. Dit zorgt voor de dynamiek die nodig is om de voorraad

Kenmerk van al deze formules is dat de corporatie zijn financiële vermogen inzet om de bewoning voor de doelgroep mogelijk te maken. Dit kan op verschillende manieren:  Door een deel van het eigendom bij de corporatie te laten, bijvoorbeeld alleen de grond (KoopGoedkoop en Kopen naar Wens)  Door een korting te geven op de aankoopprijs (90% vrij op naam, KoopGarant)

 Door een terugkoopgarantie te geven en de waardeontwikkeling te delen (KoopGarant)

aan te passen aan de toekomstige vraag en tegelijkertijd waarborgen we hiermee dat mensen aan de onderkant van de woningmarkt

voldoende

gemeenten

en

kansen

behouden.

woningcorporaties

hierover

Lokaal maken afspraken

in

woonvisies en prestatieafspraken.

39

DE INCLUSIEVE REGIO

Passend toewijzen Sinds 1 januari 2016 zijn woningcorporaties verplicht sociale huurwoningen passend toe te wijzen.

Figuur 15. Passend toewijzen

Dit houdt in dat minimaal 95 procent van de woningzoekenden die recht hebben op huurtoeslag, een woning met een huur tot de aftoppingsgrenzen moet worden aangeboden (figuur 15). Deze

maatregel is bedoeld om mensen zo veel mogelijk te laten wonen in een woning die past bij hun inkomen. Door passend toewijzen verandert er het nodige voor zowel woningzoekenden als voor de woningcorporaties. Woningzoekenden met lagere inkomens komen bijvoorbeeld niet meer in aanmerking voor alle woningen binnen de sociale huurvoorraad. Afhankelijk van hun inkomen en de huishoudenssamenstelling gelden maximale huurprijzen. Woningcorporaties passen hun huurbeleid aan op deze nieuwe wetgeving, waardoor er evenwicht moet zijn in vraag en aanbod in de verschillende inkomenscategorieën. De regio heeft als standpunt dat de slagingskansen van

mensen met recht op huurtoeslag niet mogen afnemen door passend toewijzen. Dit zal, in overleg met de woningcorporaties, worden gemonitord samen met de slagingskansen van andere

doelgroepen. Een mogelijk effect van passend toewijzen kan zijn dat grote gezinnen met een laag inkomen vaker terecht komen in een kleine woning. Ook deze effecten zullen de komende jaren gemonitord moeten worden. De afgelopen jaren zien we dat het aantal huishoudens dat ‘duur scheef woont’ (zie pagina 41) in

de regio sterk is toegenomen, van 4 procent in 2009 naar 26 procent in 2015. Huishoudens die duur scheefwonen lopen een verhoogd risico op betalings- en schuldenproblematiek. Door passend toewijzen zal het aandeel dure scheefwoners waarschijnlijk afnemen. De regio wil het aandeel dure scheefwoners terugbrengen naar maximaal 10 procent in 2030.

40

DE INCLUSIEVE REGIO

WAT IS SCHEEFWONEN EIGENLIJK? Scheefwonen is een veel gehoorde en vaak ook beladen term. Maar wat betekent het nu precies? Hieronder

een uitsplitsing naar drie typen van scheefwonen. Voor goedkope en dure scheefheid maken we gebruik van de definities zoals die zijn gehanteerd in het Woononderzoek Nederland 2015 (WoON 2015), uitgevoerd in opdracht van de Rijksoverheid. Goedkope scheefheid

Dit is de meest bekende variant van het scheefwonen. Volgens de in het WoON 2015 gehanteerde definitie woont een huishouden goedkoop scheef als het een belastbaar inkomen heeft boven de lage inkomensgrens van het inkomensafhankelijke huurbeleid en een bruto huur onder de liberalisatiegrens. Anno 2016 betekent dit concreet dat iemand goedkoop scheef woont als hij een inkomen heeft boven € 35.739 en een huur onder de € 710 per maand. Dure scheefheid De definitie van dure scheefheid in het WoON 2015 luidt als volgt: “Het huishouden komt op grond van zijn inkomen, huishoudsamenstelling en leeftijd in aanmerking voor huurtoeslag, en heeft een bruto huur boven de aftoppingsgrens. “ Voor tweepersoonshuishoudens betekent dit bijvoorbeeld een inkomen van maximaal € 30.000 en een huur boven € 586,68 per maand. Kwalitatieve scheefheid Voor kwalitatief scheefwonen bestaat geen eenduidige definitie, maar hiermee wordt bedoeld dat een huishouden, los van het inkomen, woont in een woning die niet (meer) bij hun huidige gezinssamenstelling of woonwensen past. Voorbeelden zijn een groot gezin in een kleine tweekamer flat of alleenstaande senioren in grote eengezinswoningen.

Foto: Flickr

41

DE INCLUSIEVE REGIO

Woonruimteverdeling

KEUZES MAKEN MET HET DRIEKAMERMODEL

Omdat er sprake is van schaarste aan sociale huurwoningen geeft de Huisvestingswet de

Woningcorporaties investeren in verschillende maatschappelijke doelen. Bijvoorbeeld de

mogelijkheid om toewijzingsregels op te stellen. Deze regels moeten zorgen voor een eerlijke en transparante verdeling van de sociale huurwoningen over de verschillende doelgroepen. In Gooi

en Vechtstreek bestaat een regionale Huisvestingsverordening en één regionaal systeem voor woonruimteverdeling. Via Woningnet kunnen woningzoekenden reageren op het hele aanbod binnen de regio. Bepaalde doelgroepen hebben via de reguliere woningtoewijzing een (te) lage slagingskans of er kan sprake zijn van noodsituaties (bijvoorbeeld bij medische problematiek of huiselijk geweld). De Huisvestingswet en de regionale Huisvestingsverordening bieden dan mogelijkheden om deze groepen door het verlenen van voorrang (o.a. mensen met sociaal economische binding), urgentie (o.a. mantelzorgers en vergunninghouders) of loting (jongeren)

betaalbaarheid en beschikbaarheid van sociale huurwoningen in de regio, maar ook in verduurzaming van de bestaande woningvoorraad en leefbaarheid van wijken en buurten. Onder andere door de verhuurdersheffing is het investeringsvermogen van woningcorporaties

afgenomen. Omdat een Euro maar één keer kan worden uitgegeven gebruiken veel corporaties het zogenaamde DrieKamerModel om investeringen in verschillende maatschappelijke doelen inzichtelijk te maken en tegen elkaar af te wegen. In de maatschappelijke kamer vallen onder andere uitgaven voor het betaalbaar houden van de huren (aftopping), onrendabele investeringen in nieuwbouw, verduurzaming en

meer kansen te bieden.

leefbaarheid. In de vastgoedkamer draait het om het zo efficiënt mogelijk beheren en

De werking van het woonruimteverdeelsysteem wordt periodiek geëvalueerd. Eén keer in de vier

genereren die kunnen worden ingezet in de maatschappelijk kamer. Ten slotte is er de

jaar moet de Huisvestingsverordening opnieuw worden vastgesteld. Op dat moment (of

vermogenskamer, oftewel het financiële hart van de corporatie. De vermogenskamer vormt de

tussentijds indien nodig) kunnen aanpassingen worden gemaakt. Op dit moment zijn er een aantal

schakel tussen de vastgoedkamer en de maatschappelijke kamer en zorgt ervoor dat de

ontwikkelingen die de komende tijd aandacht vragen. Zo is er als gevolg extramuralisaties in de

corporatie financieel gezond blijft en geldstromen goed van de ene naar de andere kamer

geestelijke gezondheidszorg een ‘nieuwe’ doelgroep die zelfstandig gehuisvest moet worden. Over

kunnen stromen.

exploiteren van het vastgoed van de corporatie, met als doel om zo veel mogelijk middelen te

nieuwe huisvestingsvraagstukken die voortkomen uit maatschappelijke ontwikkelingen (zoals extramuralisatie), maar ook vanuit leefbaarheidsopgaven en het vergroten van kansen voor jongeren op de woningmarkt, kunnen op regionaal niveau afspraken gemaakt worden, die Maatschappelijke kamer

mogelijk leiden tot aanvullingen op of aanpassing van het woonruimteverdeelsysteem. Tot slot heeft ook de regio Gooi en Vechtstreek te maken met toenemende huisvestingsvraag van

statushouders sinds 2014. Mogelijk wordt de automatische urgentieregeling voor deze groep geschrapt uit de Huisvestingswet. Gemeenten moeten dan zelf bepalen of urgentie noodzakelijk is

voor deze doelgroep. De taakstelling en daarmee de noodzaak voor gemeenten om statushouders te huisvesten blijft echter gehandhaafd.

Vastgoed kamer

Het DrieKamerModel © Ortec Finance

Vermogens kamer

42

DE BOUWENDE REGIO

43

DE BOUWENDE REGIO Nieuwbouw en transformatie opgave De meest recente huishoudensprognose van de provincie Noord-Holland (figuur 5) laat zien dat er tussen 2015 en 2030 nog circa 11.000 huishoudens bij komen in de

regio. Dit betekent dat uitbreiding van de woningvoorraad nodig blijft. In de periode 2010 tot 2015 was de nieuwbouwproductie in de regio stabiel en lag gemiddeld iets boven de 500 woningen per jaar. De komende jaren vindt de woningbouw in de regio voor een groot deel plaats op een beperkt aantal grote nieuwbouwlocaties. De geplande woningbouwproductie tot 2030 kan gerealiseerd worden binnen de nu al

bekende planvoorraad. Voor de lange termijn zal de regio de mogelijkheden en wenselijkheid van verdere grootschalige nieuwbouw onderzoeken.

De regio Gooi en Vechtstreek streeft naar meer evenwicht in vraag en aanbod op de woningmarkt. De verwachte huishoudensgroei is de belangrijkste onderlegger voor

het regionaal vraaggestuurd bouwprogramma. Voor de periode 2015 t/m 2020 is een versnelling nodig om aan de groeiende vraag te kunnen voldoen. Tot 2030 bevat het programma 9.250 nieuwbouwwoningen en 2.275 toevoegingen

2015

2030

door transformaties. Het realiseren van dit bouwprogramma, met behoud van

bestaande kwaliteiten en de regionale identiteit, is een belangrijke regionale opgave voor de komende periode.

44

DE BOUWENDE REGIO

Wat gaan we doen?

9.250 nieuwbouwwoningen tot 2030

Minimaal 20 procent woningtoevoegingen door transformaties

Het nieuwbouwprogramma bevat voor de periode 2015 tot en met

Voor de periode 2105 t/m 2019 gaan we uit van 175 transformaties

2019 per jaar 750 woningen. Vanaf 2020 is een nieuwbouwproductie

per jaar. Voor de periode 2020 tot 2030 bedraagt het programma

van 550 woningen per jaar nodig. In totaal komt het regionaal

gemiddeld 140 transformaties per jaar. In totaal bevat het regionaal

vraaggestuurde bouwprogramma op 9.250 nieuwbouwwoningen

vraaggestuurde bouwprogramma 2.275 transformaties voor de

voor de periode 2015 tot 2030.

periode 2015 tot 2030. Dit komt neer op minimaal 20 procent van

het totaal aantal woningtoevoegingen.

1/3 van de woningtoevoegingen betaalbaar

Strategisch inzetten nieuwbouw

We handhaven de afspraak om 1/3 van de woningtoevoegingen in

Nieuwbouw wordt ingezet als strategisch instrument om waar nodig

het

voor

tekorten in bepaalde segmenten op te lossen, leefbaarheid in kleine

tot maximaal € 710 en voor

kernen te helpen borgen, lange verhuisketens in gang te zetten en

betaalbare

huurwoningen

segment

te

een huurprijs

realiseren.

Dit

betekent

koopwoningen een verkoopprijs van maximaal € 180.000 (prijspeil

verduurzaming van de regionale woningvoorraad te realiseren.

2016).

45

DE BOUWENDE REGIO

Wat gaan we doen?

1.000 woningen in het middeldure huursegment

Onderzoek nieuwbouwambities lange termijn

De regio wil tot 2030 1.000 middeldure huurwoningen (€ 710 - €

Het woningbouwprogramma tot 2030 kan gerealiseerd worden

850) toevoegen aan de woningvoorraad. Hiervoor gaan we actief in

binnen de nu reeds voorziene plannen. Voor de lange termijn wil de

gesprek met de (beleggers)markt waarvoor onder andere een

regio de noodzaak en wenselijkheid van verdere grootschalige

‘biedboek middeldure huur ‘ wordt gemaakt.

nieuwbouw onderzoeken. Factoren als behoud van ruimtelijke kwaliteit, sociale en economische vitaliteit en woningbehoefte zullen

hierbij afgewogen moeten worden.

46

DE BOUWENDE REGIO

Vraaggestuurd regionaal bouwprogramma Voor het opstellen van het regionale bouwprogramma tot

(de trend dat er steeds minder mensen in één woning wonen).

Voor de periode 2105 t/m 2019 gaan we uit van gemiddeld

2030 is gebruik gemaakt van de prognose 2015-2040 van de

Aandachtspunt is dat de groei de komende jaren voornamelijk

175 transformaties per jaar. Voor de periode 2020 tot 2030

provincie Noord-Holland. Deze prognose is gebaseerd op het

voor rekening komt van één- en tweepersoonshuishoudens in

bedraagt het programma 140 transformaties per jaar.

Primos model dat periodiek wordt opgesteld in opdracht van

de leeftijdscategorie boven 65 jaar (figuur 3).

het Rijk en is bewerkt door de provincie zodat op regionaal en lokaal

niveau

een

vraaggestuurde

prognose

van

de

bevolkings- en huishoudensontwikkeling gemaakt kan worden. Omdat wordt uitgegaan van de toekomstige behoefte aan

woonruimte in de regio spreken we van een vraaggestuurd regionaal bouwprogramma .

Wanneer vraag en aanbod op de woningmarkt te sterk uiteen

lopen, bijvoorbeeld bij onvoldoende aanbod van nieuwbouw, dan heeft dit consequenties voor de functioneren van de woningmarkt als geheel. Woningprijzen in de bestaande woningvoorraad zullen als gevolg van schaarste stijgen, waardoor het voor starters en doorstromers moeilijker wordt

Gooi en Vechtstreek is een gewilde en strategisch gelegen

om aan een woning te komen. De doorstroming en dynamiek

woonregio in de Noordvleugel van de Randstad. Het is een

op de woningmarkt worden daarmee belemmerd.

woningmarktregio

met

veel

vraagdruk

in

vrijwel

alle

segmenten en in zowel de grotere als de kleine kernen.

Hierdoor is het nieuwbouwprogramma een belangrijk sturend instrument voor de bevolkingsontwikkeling. Omdat de markt een grote opnamecapaciteit heeft, is de bevolkingsontwikkeling min of meer te sturen door de grootte van het nieuwbouwprogramma. Worden in een bepaalde periode veel

nieuwbouwwoningen

opgeleverd,

dan

zal

de

bevolking

groeien. Worden er geen of weinig woningen opgeleverd dan

krimpt de bevolking als gevolg van huishoudensverdunning

Figuur 16. Regionaal woningbouwprogramma 2015-2030

2015-2030 nieuwbouw

9.250

2015-2019 Per jaar

3.750 750

2020-2030 Per jaar

5.500 550

Het vraaggestuurde regionale bouwprogramma bestaat uit doelstellingen voor zowel nieuwbouw als transformatie. Het nieuwbouwprogramma voor de regio bevat voor de periode 2015 t/m 2019 per jaar 750 woningen. Vanaf 2020 neemt de

2015-2030 transformatie 2.275

vraag iets af en is een nieuwbouwproductie van 550 woningen per jaar nodig. In totaal komt het regionaal vraaggestuurde

bouwprogramma op 9.250 nieuwbouwwoningen tot 2030. Onder transformatie worden alle toevoegingen anders dan

nieuwbouw verstaan (definitie ‘toevoegingen anderszins’ CBS).

2015-2019 Per jaar

875 175

2020-2030 Per jaar

1.400 140

47

DE BOUWENDE REGIO

INTERVIEW: TRANSFORMATIE VAN WINKELPANDEN NAAR WONINGEN Door de opkomst van online winkelen, verandert de functie van stads- en dorpscentra. Winkelen wordt steeds meer een uitje en een

Kansen voor transformatie

beleving. Ook neemt het aantal benodigde vierkante meters winkelruimte af. Aanleiding voor Ellen van Vossen, dorpsmanager vanuit

de Stichting Pro-Bussum, om samen met eigenaren van panden na te denken over de functie van winkelpanden in een aantal

Het behoud van karakteristieke landschappen en de groenblauwe

aanloopstraten. Dit leidde tot een pilot aan de Brinklaan in Bussum waar voor tien winkelpanden de mogelijkheid ontstond om bij

kwaliteit is een speerpunt voor de regio (zie ook de Regionale

leegstand de panden om te bouwen naar woningen.

Samenwerkingsagenda). Om waardevolle landschappen zo veel

mogelijk te ontzien en toch aan de toekomstige vraag naar

Het omzetten van winkels naar woningen is een kostbare operatie. Zaten eigenaren van winkelpanden hier wel op te

woningen te kunnen voldoen, wil de regio maximaal gebruik

wachten?

maken

Leegstand is een groot probleem voor zowel de eigenaren van de panden als voor het centrumgebied als geheel. Uiteindelijk is het

van de mogelijkheden

van

transformaties

binnen

bestaand stedelijk gebied. Denk hierbij aan leegkomende

belangrijk dat panden een functie houden en rendement opleveren, uiteraard moet de investering uiteindelijk wel terug te verdienen

kantoren, winkels, bedrijfsgebouwen, scholen en kerken. Ook het

zijn.

splitsen van grote woningen in kleinere eenheden kan voorzien in de groeiende vraag naar huisvesting één- en tweepersoons-

huishoudens.

Waarom de functie wonen? Al snel kwam de functie wonen in beeld. Dit komt omdat de panden zich hier goed voor lenen en de locatie zeer geschikt is. Er is

veel vraag naar kleinere woningen op centrumlocaties voor alleenstaanden of stellen.

Transformaties leveren vaak woningen op in gewilde woon-

milieus. We zien dat centrum-dorpse en centrum-(klein)stedelijke

Wat moest er allemaal gebeuren om wonen mogelijk te maken?

woonmilieus de laatste jaren steeds meer in trek zijn. Vooral

Het belangrijkste is dat het bestemmingsplan moest worden aangepast. Daarvoor moeten veel zaken onderzocht worden, onder

voor kleinere huishoudens (zowel jong als

andere de geluidsbelasting, fijnstof en parkeerdruk. Lange en kostbare trajecten die sommige eigenaren ook afschrikken. Als er

oud)

bieden

transformaties aantrekkelijke woonproducten op gewilde locaties.

De regio Gooi en Vechtstreek heeft de ambitie om tot 2030 minimaal 20 procent van de woningtoevoegingen door middel

van transformaties aan de woningvoorraad toe te voegen.

vervolgens een pand vrijkomt moet er natuurlijk ook verbouwd worden. In overleg met de architect proberen we dan zoveel mogelijk woonfuncties aan de straatkant te realiseren, zodat we een levendig straatbeeld houden. Op dit moment worden drie van de tien

panden verbouwd. Is deze aanpak ook geschikt voor andere dorpen en steden in de regio Gooi en Vechtstreek? We hebben hier niet te maken met een typisch Bussums probleem, maar een ontwikkeling die je in heel Nederland terug ziet. Het versterking van de economische functie van centra en het toevoegen van woningen in een gewild woonmilieu, is een logische

combinatie die ook past bij het dynamische karakter van veel kernen in Gooi en Vechtstreek. Ik denk dat deze aanpak daarom ook zeker voor andere gemeenten interessant kan zijn.

48

DE BOUWENDE REGIO

WAT IS BETAALBAARHEID? De regio Gooi en Vechtstreek zet in op betaalbare nieuwbouw. Maar wat is nu een betaalbare koopwoning voor

Betaalbaarheid

mensen met een kleine beurs? Het Nederlands Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) berekent jaarlijks

Naast het aantal woningen, zijn ook het type woningen en de

doelgroepen waarvoor wordt gebouwd, van belang voor een evenwichtige

woningmarkt.

Voldoende

differentiatie

in

de

normbedragen voor de maximale hypotheekuitgaven per inkomensgroep. Deze normbedragen worden onder andere gebruikt door de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Het uitgangspunt is dat bij een maximale hypotheeklast bij de

laagste inkomens minimale bedragen beschikbaar moeten blijven voor de overige uitgaven naast het wonen. De

woningbouwprogramma’s is nodig om de woningmarkt goed te

maximale hypotheeklast staat niet gelijk aan de maximale koopsom. Door de inbreng van eigen middelen (spaargeld)

laten functioneren. In de praktijk blijkt dat het in de regio Gooi

kan de koopsom hoger liggen.

en Vechtstreek lastig is om voldoende betaalbare koop (tot

€180.000) en sociale huurwoningen (tot €710) te realiseren.

De rentestand heeft een grote invloed op de maximale hypotheeklast. Hoe lager de rente, hoe meer geleend kan

Door de hoge woningprijzen in de regio is het verdienpotentieel

worden tegen dezelfde hypotheeklasten (zie onderstaande tabel). De huidige lage rentestanden (2016) zorgen ervoor

op bouwgrond navenant groot. Het realiseren van sociale

dat huishoudens dus meer kunnen lenen. Tegelijkertijd zijn dezelfde lage rentestanden mede oorzaak van de stijgende

huurwoningen en middeldure huurwoningen moet een bewuste

woningprijzen, waardoor het effect op de betaalbaarheid (deels) teniet wordt gedaan.

keuze zijn, waarbij de lagere grondopbrengsten moeten worden afgewogen tegen het maatschappelijk rendement.

De afgelopen jaren heeft de regio de afspraak gehanteerd dat 1/3 van de nieuwbouw in het betaalbare segment moet worden gerealiseerd. Dit uitgangspunt blijft gehandhaafd, waarbij de definitie voor nieuwbouw goedkope koop is aangepast, zodat deze

beter

aansluit

bij

de

inkomens-

en

Bruto jaarinkomen

€35.000

€50.000

€70.000

Rente 2,75%

155.757

227.684

362.225

Rente 5,00%

143.241

208.566

325.047

financieringsmogelijkheden van de beoogde doelgroep. Het uitgangspunt 1/3 betaalbaar geldt zowel, voor huur- als voor

Maximale hypotheek volgens Nibud financieringsnormen 2016

koopwoningen en voor zowel nieuwbouw als transformatie. Wanneer

we

deze

doelstelling

confronteren

met

de

woningbouwplannen voor de komende jaren, dan zien we dat

Met betaalbaarheid als uitgangspunt hanteert de regio Gooi en Vechtstreek een maximale koopgrens van €180.000 voor nieuwe woningtoevoegingen in de categorie betaalbaar ( figuur 17).

een extra inspanning nodig is om voldoende plancapaciteit in deze categorie beschikbaar te maken (figuur 19).

49

Definities betaalbaarheid Bij het formuleren van doelstellingen op het gebied van betaalbaarheid is het belangrijk om eenduidige definities te hanteren. In de onderstaande figuur zijn de definities voor de verschillende inkomensgroepen en de prijscategorieën voor huur- en koopwoningen opgenomen. De betaalbaarheid van het wonen voor alle doelgroepen is steeds het uitgangspunt. Soms zijn hiervoor wettelijke kaders (inkomenseisen sociale huursector) beschikbaar. In andere gevallen is de relatie met betaalbaarheid bepaald op basis van landelijk gehanteerde normen (NIBUD). Op deze manier wordt zichtbaar wat huishoudens met verschillende inkomens daadwerkelijk aan woonlasten kunnen dragen. Voor wat betreft de betaalbaarheid ligt de focus in deze regionale woonvisie op de groep met de lage- en

middeninkomens tot €44.658,-. Iets minder dan de helft van alle huishoudens in de regio valt binnen deze groep. De hier gepresenteerde huur- en koopgrenzen zijn van toepassing op woningtoevoegingen door nieuwbouw of transformatie. Figuur 17. Huur- en koopgrenzen

€ € €

HUUR

INKOMENS

KOOP

Doelgroep Sociale Huur primair+ secundair tot € 35.739

Betaalbaar

< Liberalisatiegrens € 710

Lage middeninkomens € 35.739 tot € 39.874

< € 160.000

€ 160.000 tot € 180.000

1/3 betaalbaar Middelduur

Middeninkomens

€ 710 – € 850

€ 39.874 tot € 44.658

€ 180.000 tot € 200.000

1.000 woningen middeldure huur

Focusgroep Regionale Woonvisie

Duur

Hoge (midden)inkomens

> € 850

vanaf € 44.658

> €200.000

50

DE BOUWENDE REGIO

18. Woningtypen planvoorraad Grondgebonden

De planvoorraad Om te bouwen is ruimte nodig, ruimte die schaars is in de regio Gooi en Vechtstreek. Ieder jaar

Regio

Weesp

planmonitor wonen (www.planmonitorwonen.nl). Hierdoor ontstaat een goed overzicht van de

Muiden

planvoorraad voor de komende jaren. De zes grootste bouwlocaties in de regio bevatten samen de helft (figuur 22) van de planvoorraad. Bloemendalerpolder (Weesp; 2.750 woningen) en de Krijgsman (Gooise Meren; 1.300 woningen) zijn veruit de grootste locaties. Deze grote woningbouwlocaties hebben een grote invloed op de totale bouwproductie in aantallen, maar ook in segmentering in de regio en zijn daarom van strategisch belang voor het behalen van de regionale ambities. Kleinere bouwlocaties vinden we in vrijwel alle kernen. In het kader van

47%

Wijdemeren

brengen de regiogemeenten daarom alle toekomstige bouwmogelijkheden in beeld in de

Appartementen 53%

82%

18%

77%

23%

27%

Laren

73% 45%

Huizen

55%

17%

Hilversum

83%

27%

73%

Blaricum

72%

28%

doorstroming en leefbaarheid van kleinere kernen hebben ook deze locaties een belangrijke

functie. De kernen groeien organisch door kleinere uitbreidingsplannen en transformaties. Om een gewenst woningbouwprogramma ook daadwerkelijk te realiseren blijkt in de praktijk een planvoorraad nodig te zijn die ongeveer 30 tot 50 procent groter is dan de gewenste productie in

19. Planvoorraad en nieuwbouwprogramma 2025+

28%

2.750 nieuwbouw

een bepaalde periode. Dit komt omdat een deel van de geplande woningen niet of later dan

3.513 planvoorraad

gepland gerealiseerd worden, als gevolg van planwijziging, planuitstel of uitval. In figuur 19 is te

Gewenste planvoorraad bedraagt minimaal 130% van het nieuwbouwprogramma

zien dat er voor de periode tot 2019 voldoende capaciteit beschikbaar is om het regionaal

vraaggestuurde bouwprogramma uit te kunnen voeren, ook als we de extra benodigde

2020-2024

2.750 nieuwbouw

planvoorraad van 30 tot 50 procent in ogenschouw nemen. Voor de twee perioden na 2019 zien

28%

3.530 planvoorraad

we dat de planvoorraad bijna 130 procent van het regionale vraaggestuurde bouwprogramma bedraagt. Bij eventuele uitbreiding van de planvoorraad, bijvoorbeeld ter vervanging van planuitval, ligt de focus op binnenstedelijke locaties, transformatielocaties en locaties rondom

openbaar vervoer knooppunten.

2015-2019

3.750 nieuwbouw

55%

5.804 planvoorraad 0

1.000

2.000

3.000

4.000

5.000

6.000

51

DE BOUWENDE REGIO

Woningtypen

20. Planvoorraad per segment (voor zover bekend)

Wanneer we kijken naar het type woningen dat de komende jaren gerealiseerd gaat worden, dan zien we dat op regionaal niveau iets meer grondgebonden woningen (54%) dan appartementen (46%) zijn gepland. We zien vooral veel grondgebonden woningen gepland op de grotere

Huur tot €710

22%

woningbouwlocaties zoals Blaricummermeent (Blaricum), Ter Sype (Wijdemeren) en Bloemen-

dalerpolder (Weesp) (figuur 22).

Huur €710-€850

40%

Van het totaal aan geplande woningen in de regio bestaat 22 procent uit huurwoningen in het

6%

sociale segment (<€710 per maand) en 9 procent uit koopwoningen tot € 200.000. De totale

4%

planvoorraad goedkope woningen komt hiermee op 31 procent (figuur 20). Iets onder de

Huur €850> Koop tot €200k Koop €200k-€275k

9%

doelstelling van 1/3 betaalbaar. Aandachtspunt is wel dat in deze woonvisie, vanuit het perspectief

Koop €275k>

19%

van betaalbaarheid, een maximale koopprijs van € 180.000 wordt gehanteerd voor het segment betaalbare koop. De huidige monitor planvoorraad is hierop nog niet op ingesteld. Mogelijk is dus de planvoorraad tot € 180.000 kleiner dan de 9% die is aangegeven in figuur 20.

Er staan ruim 400 woningen gepland in het middeldure huursegment (€ 710 - € 850), dat is 6

21. Aandeel betaalbaar in planvoorraad

procent van de totale planvoorraad. Voor een belangrijk deel van de nieuwbouwplannen (circa 5.000 woningen) zijn prijscategorieën nog niet bekend. Dit geldt met name voor de koopwoningen. Dit betekent dat gemeenten hier nog sturingsmogelijkheden hebben als het gaat om het toevoegen van gewenste segmenten. De gemeenten Weesp, Laren en Hilversum hebben het grootste aandeel betaalbaar (huur en koop) in hun totale planvoorraad voor de komende jaren (figuur 21). Van alle geplande woningen in het betaalbare segment in de regio is 55 procent

voorzien in Hilversum. Gemeenten hanteren verschillende strategieën bij het realiseren van het betaalbare segment. Zo bestaat de geplande betaalbare nieuwbouw in Weesp volledig uit koopwoningen, terwijl in Laren en Wijdemeren een relatief groot deel van de planvoorraad uit huurwoningen bestaat. Dit heeft te maken met de samenstelling van de huidige woningvoorraad. Weesp heeft binnen de regio het hoogste percentage sociale huurwoningen in de voorraad. Laren en Wijdemeren hebben relatief kleine sociale huurvoorraad.

Regio Wijdemeren Weesp Laren Huizen Hilversum Gooise Meren

Blaricum 0%

10%

20%

% huur tot € 710

30%

40%

50%

60%

%koop tot € 200k

52

DE BOUWENDE REGIO

Strategisch inzetten nieuwbouw Nieuwbouw heeft impact op het ruimtegebruik en het aanzien van de regio. Dit vraagt bij elk nieuwbouwprogramma weer om een kritische analyse, met vragen als: Waar moet nieuwbouw plaats vinden? Welke type woningen zijn nodig op de korte en op de lange termijn? En welke

kwaliteiten moeten nieuwbouwwoningen hebben om een bijdrage te leveren aan de diversiteit van

Lange termijn

Uit analyse van de planvoorraad blijkt dat het woningbouwprogramma tot 2030 gerealiseerd kan worden binnen de nu reeds voorziene plannen. Voor de lange termijn

woonmilieus en de identiteit van de regio?

wil de regio de noodzaak en wenselijkheid van verdere grootschalige nieuwbouw

Binnen de looptijd van deze regionale woonvisie zal naar verwachting minder dan 10 procent aan

vitaliteit en woningbehoefte zullen hierbij afgewogen moeten worden. De prognoses

de huidige bestaande woningvoorraad worden toegevoegd. Toch is nieuwbouw een strategisch en

geven aan dat de groei van het aantal huishoudens in Nederland vanaf 2040

krachtig middel om de ambities uit deze regionale woonvisie te verwezenlijken. Wanneer

waarschijnlijk stabiliseert.

onderzoeken. Factoren als behoud van ruimtelijke kwaliteit, sociale en economische

nieuwbouw wordt ingezet als strategisch instrument, biedt het mogelijkheden om meerdere ambities in één keer te verwezenlijken. Met nieuwbouw kan worden ingespeeld op tekorten in bepaalde segmenten van de woningvoorraad, waardoor vraag en aanbod meer in evenwicht komen. Ook kunnen, door het toevoegen van de juiste segmenten op de juiste plaats (denk aan

22. Grootste nieuwbouwprojecten in de regio

in eengezinswoningen wonen), lange

Anna´s Hoeve (Hilversum)

verhuisketens worden gerealiseerd, waardoor er ook in de bestaande voorraad meer beweging

Ter Sype (Wijdemeren)

seniorenwoningen in wijken

waar veel senioren

ontstaat. Bij het behalen van duurzaamheidsdoelstellingen speelt nieuwbouw ook een belangrijke rol. Vanaf 2020 moeten nieuwbouwwoningen energieneutraal gebouwd worden en technieken om

Monnikenberg (Hilversum)

woningen zelfs netto energie te laten opwekken worden steeds bereikbaarder. De regio stimuleert

Blaricummermeent (Blaricum)

innovatie en experimenten op dit gebied.

De Krijgsman (Gooise Meren)

Ontwikkelende partijen en gemeenten hebben een verantwoordelijkheid om nieuwbouw in te

Bloemendalerpolder (Weesp)

zetten als strategische instrument, vanuit het perspectief om de regionale woningvoorraad als

geheel toekomstbestendig te maken.

0

500

1.000 1.500 2.000 2.500 3.000

Opleveringen vanaf 2016

53

DE BOUWENDE REGIO

Middeldure huurwoningen Verschillende onderzoeken wijzen op een groeiende vraag

arbeidsmobiliteit kan het ontbreken van een middensegment

locatieafhankelijk. Het perspectief op waardeontwikkeling van

naar huurwoningen in het middensegment. In de regio Gooi

op de huurwoningmarkt consequenties hebben voor de

een gebied vormt een belangrijke factor voor beleggers om al

en Vechtstreek definiëren we het middensegment huur als

regionale economie.

dan niet in een ontwikkeling te participeren. Waar je bij

huurwoningen met een huur tussen €710 en € 850 per maand. Historisch heeft Nederland een relatief grote sociale huursector en een klein aandeel vrije sector huur (5% van de totale woningvoorraad). De belangrijkste doelgroepen voor middensegment huurwoningen zijn jongeren, jonge gezinnen

en senioren eigenarenbewoners. Huishoudens tot 35 jaar komen door hun inkomen vaak (net) niet in aanmerking voor

een sociale huursector. Tegelijkertijd zijn hun woon-, werk- en huishoudenscarrières nog in ontwikkeling. Een deel van deze groep zal daarom (nog) geen woning willen kopen, een ander deel kan belemmeringen ondervinden bij het krijgen van een hypotheek en relatief hoge koopprijzen in de regio Gooi en

Vechtstreek. De tweede, maar lastiger te bereiken groep potentiële vragers, zijn seniore eigenarenbewoners die het in

de eigen woning opgebouwde vermogen liquide willen maken. Deze grote groep neemt in de toekomst in omvang nog flink toe, maar is overwegend naar tevredenheid gehuisvest. Er is ook een economisch belang bij de huisvesting van de

groep jongeren en jonge gezinnen. Onvoldoende aanbod in het

middensegment

hindert

het

functioneren

van

de

woningmarkt. Onder meer via het drukkend effect op de

Belangrijke spelers bij het creëren van aanbod in het segment middeldure huur zijn (institutionele)beleggers. Zij beleggen

veelal geld van grote fondsen (waaronder pensioenfondsen) in vrije sector huurwoningen. Hier liggen kansen voor de regio

corporaties als huurder niet te veel mag verdienen, kijken de beleggers

juist

of

er

voldoende

wordt

woningmarktgebied

is

de

Gooi

regio

verdiend. en

Als

vechtstreek

aantrekkelijk voor beleggers.

Gooi en Vechtstreek. Het aantal huurwoningen in bezit van

De ambitie van de regio is om tot 2030 1.000 middeldure

institutionele beleggers in de regio is nu zeer laag. In

huurwoningen toe te voegen aan de woningvoorraad. Aan-

Nederland investeerden institutionele beleggers in 2015 in

dachtspunt hierbij is dat, samen met de markt, wordt

circa 6.500 nieuwbouw huurwoningen. De beleggers geven

onderzocht hoe deze woningen ook op termijn voor midden-

aan deze capaciteit nog te kunnen verdubbelen. Bijna 90

inkomens beschikbaar kunnen blijven en passen binnen de

procent van de beleggers geeft aan vooral te willen investeren

kwalitatieve kaders van gemeenten, bijvoorbeeld als het gaat

in het middensegment huur (€ 710 - € 850). Ze zien echter

om beeldkwaliteit en minimale grootte van de woningen.

onvoldoende aanbod doordat ontwikkelaars, gemeenten en de

Omdat het een relatief klein en nieuw segment is, is het

bouwsector zich teveel richten op koopwoningen.

belangrijk om de wensen en kansen van de regio kenbaar te

Ook

woningcorporaties kunnen een

rol spelen

in het

middensegment. Bijvoorbeeld door vanuit het liberaliseerbare

maken aan de markt. Hiervoor wordt onder andere een ‘biedboek middeldure’ huur gemaakt.

deel van de corporatiewoningen aanbod te realiseren en ter

Op dit moment zijn in de regio ruim 400 middeldure

compensatie meer sociale huur toe te voegen.

huurwoningen opgenomen in de nieuwbouwprogramma’s. De

De verwachting is dat de komende tijd meer geïnvesteerd gaat worden in het vrije sector segment door beleggers. Investeringsafwegingen

van

beleggers

zijn

sterk

plancapaciteit in dit segment zal dus de komende jaren vergroot moeten worden om aan de regionale doelstelling te voldoen.

54

“

Zowel voor lage inkomens als voor lage middeninkomens is de betaalbaarheid in het geding. Dit komt doordat de koopprijzen hier relatief hoog zijn. Online enquête de Dag van het Wonen

” 55 Afbeelding: Capital Value

DE VERNIEUWENDE REGIO

56

DE VERNIEUWENDE REGIO Vernieuwing van de bestaande woningvoorraad Gooi en Vechtstreek is een regio waar mensen met plezier wonen. Dit komt onder andere door de grote diversiteit aan woonmilieus en woningtypen. Woningeigenaren,

particulieren en woningcorporaties, investeren in ouderhoud, woningverbetering en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Hierdoor vindt er continue vernieuwing plaats. Dorpen en steden in de regio zijn in beweging en passen zich aan aan nieuwe ontwikkelingen en nieuwe doelgroepen.

Niet in alle wijken en dorpen verloopt de verbetering van de bestaande woningvoorraad even goed. Soms is extra aandacht nodig. Vaak gaat het om een combinatie van fysieke en sociale problemen die extra investeringen vragen. Om een effectieve aanpak

te kunnen

formuleren moeten aandachtswijken en hun

problematiek in kaart worden gebracht. Steeds vaker zien we dat bij de aanpak van

buurten het initiatief vanuit bewoners komt. Dit zorgt voor een rolverschuiving tussen overheid en burgers, nieuwe samenwerkingsvormen en nieuwe geldstromen. De regio streeft naar een toekomstbestendige woningvoorraad. Dit betekent continue investeren in onderhoud, aanpasbaarheid en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Naast de focus op vastgoed zal er ook aandacht moeten zijn voor

de aanpak van sociale problematiek en de kwaliteit van de openbare ruimte. Steeds vaker wordt vernieuwing geïnitieerd door burgers. De regio wil deze nieuwe vorm

van burgerparticipatie bij vernieuwing van wijken en buurten stimuleren, onder andere door het gezamenlijk opbouwen van kennis en het delen van goede voorbeelden.

57

DE VERNIEUWENDE REGIO

Wat gaan we doen?

Aandachtswijken in kaart brengen

Ontwikkelen van kennis en instrumenten voor buurt gestuurde initiatieven

De regiogemeenten gaan aan de slag met het in kaart brengen van

Buurt gestuurde initiatieven zijn collectieve activiteiten van burgers

aandachtswijken (en dorpen) en de achterliggende problematiek. Dit

die zich richten op het verbeteren van hun woningen of

resulteert in een regionale ‘kaart’ van aandachtswijken. Deze kaart

woonomgeving. De regiogemeenten bundelen kennis en capaciteit

vormt de onderlegger voor gerichte aanpak van deze wijken en

om gezamenlijk deze vragen te onderzoeken. Speciaal aandachts-

dorpen.

punt hierbij zijn gedeeld eigendomssituaties (VvE’s).

Opstellen goede voorbeeldenboek ‘buurt gestuurd’ De

regio

wil

samenwerken’

een

goede

opstellen

met

voorbeeldenboek

aansprekende

‘buurt

gestuurd

voorbeelden

en

aandacht voor rollen, financiering en instrumentarium.

58

DE VERNIEUWENDE REGIO

Aandacht voor wijken en dorpen De diversiteit aan woningtypen en woonmilieus binnen regio maken dat er niet één type buurt of één

type probleem is aan te wijzen. Daarom is het van belang om een goede analyse te maken van de wijken en dorpen die extra aandacht nodig hebben en van de problemen die daar spelen. Die kunnen

betrekking hebben op fysieke aspecten zoals de kwaliteit van de woningen of de inrichting van het openbaar gebied,. Maar ook kunnen er sociale en economische problemen spelen, zoals onveiligheid, werkeloosheid, verdwijnen van voorzieningen enzovoorts. De regio wil daarom aandachtswijken en dorpen en de achterliggende problematiek goed in kaart brengen, zodat een onderlegger ontstaat voor gerichte aanpak van deze wijken en dorpen. Veel informatie over leefbaarheid is op gemeentelijk niveau al beschikbaar. Een ander hulpmiddel is de landelijke Leefbarometer. Wijken en buurten in de regio Gooi en Vechtstreek scoren hierin relatief goed. De lagere scores (matig of voldoende) vinden we terug in een beperkt aantal buurten in Weesp, Hilversum, Bussum en Huizen. Toch betekent dit niet dat er geen aandachtsgebieden zijn. Door de

veelheid aan gebruikte indicatoren kunnen lagere scores op bepaalde indicatoren verhuld worden door hoge scores op andere indicatoren. De komende jaren zien we drie typen wijken waar extra aandacht

nodig kan zijn:  Naoorlogse grootschalige uitbreidingswijken uit de jaren ’50 tot en met ’70 (in de meer verstedelijkte

gemeenten Hilversum, Bussum, Huizen en Weesp)  Dorpen met een afnemend voorzieningenniveau (zoals Ankeveen en Nederhorst den Berg)  Vooroorlogse wijken met relatief kleine arbeiderswoningen en veel particulier bezit

59

DE VERNIEUWENDE REGIO

Van overheid gestuurd naar buurt gestuurd De opkomst bewonersinitiatieven past binnen een bredere herijking van de verzorgingsstaat in

Nederland. De overheid krijgt steeds meer een stimulerende, faciliterende of een co-producerende rol. Niet in de laatste plaats omdat er steeds minder publieke middelen beschikbaar zijn. Dit betekent zeker

niet dat nieuwe initiatieven altijd vanzelf en volledig buiten het blikveld van de overheid zullen ontstaan. Actief burgerschap, in de vorm van bewonersinitiatieven, ontstaat vaak juist in nauwe contacten tussen bewoners en professionals (overheden en instellingen). Naast de buurt gestuurde initiatieven zal ook een gecoördineerde aanpak vanuit gemeenten, woningcorporaties, welzijnsinstellingen en andere betrokken organisaties nodig blijven. Waarbij de mogelijkheden voor woningcorporaties om te investeren in

leefbaarheid binnen de Woningwet 2015 ook meer gereguleerd zijn. Binnen de regio Gooi en Vechtstreek noemen we de samenwerkingsvorm tussen burgers en overheden ‘buurt gestuurd’. In deze nieuwe samenwerking tussen burger en overheid is het belangrijk dat de betrokkenheid van burgers niet wordt ingevuld, maar juist aangevuld. Bij de meeste initiatieven ontstaat

namelijk op enig moment behoefte aan informatie, kennis en advies of het wegnemen van regels of procedures. Hoewel er op verschillende plaatsen al ervaring wordt opgedaan met vormen van buurt

gestuurd werken, is het instrumentarium dat hier bij hoort nog volop in ontwikkeling. Vraagstukken die hierbij

aan

de

orde

komen

zijn

de

rolverdeling

tussen

burger

en

overheid

en

nieuwe

financieringsvormen. Belangrijk is ook de vraag hoe buurt gestuurde initiatieven gestimuleerd kunnen worden in wijken en buurten waar dat wel nodig lijkt, maar waar ze niet altijd vanzelf ontstaan. De regiogemeenten bundelen kennis en capaciteit om gezamenlijk deze thema’s te onderzoeken om

zodoende samen te investeren in het instrumentarium en experimenten voor buurt gestuurde initiatieven. Een middel hierbij is het samenstellen van een goede voorbeeldenboek, waarin ook

aandacht wordt besteed aan rollen, financiering en instrumentarium.

WAT VERSTAAN WE ONDER ‘BUURT GESTUURD’? Buurt gestuurde initiatieven zijn collectieve activiteiten van burgers die zich richten op het verbeteren van hun woningen of woonomgeving. Op woningniveau kan dit betrekking hebben op gezamenlijk onderhoud, verduurzaming of het levensloopbestendig maken van woningen. Ook kunnen de activiteit worden ontplooid

rondom veiligheid in de buurt, sociale cohesie of inrichting en beheer van de collectieve ruimte. Bewoners bepalen hierbij zelf wat ze willen, hoe ze dat willen

bereiken en wanneer ze dat doen. Gemeenten en instellingen hebben daarbij een stimulerende, faciliterende of een coproducerende rol.

60

DE VERNIEUWENDE REGIO

GEDEELD EIGENDOM IN DE PRAKTIJK Woningcorporatie Dudok Wonen is actief in de samenwerking met VvE’s om te investeren

Nieuwe financieringsvormen

in verbetering en verduurzaming van complexen. Vier appartementencomplexen aan de

Bij de investeringen in wijken en buurten speelde het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing

Oosterengweg in Hilversum, waar zowel huurders als kopers wonen, hebben in 2015 groot

(ISV) van 2000 tot 2014 een belangrijke rol. Het ISV bundelde subsidieregelingen voor wonen,

onderhoud uitgevoerd. Doordat er gezamenlijk is aanbesteed en bouwbegeleiding is

ruimte, groen en de fysieke stadseconomie, met als doel het verbeteren van de kwaliteit van de

ingekocht, konden de werkzaamheden heel kostenefficiënt worden uitgevoerd.

leef- en werkomgeving. Niet alleen vormde ISV de financiële bron voor stedelijke vernieuwingen,

Dudok Wonen heeft een coördinerende rol gespeeld in het bij elkaar brengen en op koers

het betekende ook dat de overheid (gemeenten) een centrale rol in de organisatie hiervan had.

houden van alle partijen (onder andere kopers, huurders, aannemers en beheerder). Ook

Sinds het wegvallen van het ISV wordt gezocht naar alternatieven, zowel voor de financiering als

heeft de woningcorporatie bij de oprichting van de VvE’s de nodige voorzieningen gepleegd

de organisatie van de aanpak van bestaande wijken en dorpen. Hierbij staan twee bewegingen

om het onderhoud en verduurzaming van de complexen op termijn mogelijk te maken. Zo

centraal: Die van publiek naar privaat gefinancierd en die van overheidsgestuurd naar een aanpak

is er per complex een meerjarenonderhoudsbegroting aangeleverd en ook zijn financiële

waarin burgerinitiatief centraal staat. Gelukkig zien we al veel voorbeelden van nieuwe

middelen in de vorm van een zogenaamde bruidsschat beschikbaar gesteld. Bovendien is

geldstromen in de wijk. Bijvoorbeeld straten die gezamenlijk zonnepanelen of isolatiemaatregelen

er een investeringsfonds voor duurzaamheidsmaatregelen opgericht. Alle eigenaren, dus

inkopen. Investeringen in duurzaamheid kunnen op termijn een belangrijke aanjaagfunctie voor

ook Dudok Wonen, dragen hier maandelijks via de VvE-bijdrage aan bij. Vanuit dit

wijkvernieuwing gaan krijgen.

Investeringsfonds zijn de duurzaamheidsmaatregelen gefinancierd.

Gedeeld eigendom

Oorspronkelijk was gepland om de kozijnen, deuren en het glas te vervangen en voegwerk

We zien een groei van het aantal complexen in gedeeld eigendom. Bij gedeeld eigendom is er vrijwel altijd sprake van een Verenigingen van Eigenaars (VvE). Door de verkoop van appartementen door woningcorporaties zien we ook steeds meer VvE’s waarin corporaties een eigenaarsrol hebben. Door de gedeelde eigendomsstructuur vragen investeringen in onderhoud en verduurzaming meer tijd en overleg. Ook hebben veel VvE’s in het verleden te weinig reserves opgebouwd om noodzakelijk onderhoud te plegen. Om investeringen in onderhoud en verduurzaming te stimuleren lopen in de regio verschillende initiatieven. Zo heeft de gemeente

Hilversum,

in

samenwerking

met

het

Stimuleringsfonds

stimuleringslening speciaal voor VvE’s ingevoerd.

Volkshuisvesting

(SVn),

een

te herstellen. Door de voordelen uit de samenwerking konden ook kozijnen van de trappenhuizen worden vervangen en voorzien van dubbel glas. Vanuit het

investeringsfonds is spouwmuurisolatie aangebracht en zijn de gevel schoon gemaakt en waterafstotend gemaakt. Het resultaat is dat er een aantal appartementen van energielabel D naar B zijn gegaan. Het groot onderhoud heeft ook een andere betrokkenheid bij de eigenaars opgeleverd, naast trots dat dit allemaal gerealiseerd is, is er nu ook de behoefte om het gebouw verder te verbeteren. De volgende stappen zijn het vervangen van de intercom installaties en het

verder opknappen van de entrees.

61

DE ZORGZAME REGIO

62

DE ZORGZAME REGIO Wonen met zorg De beleidsvelden wonen en zorg hebben veel raakvlakken met elkaar. Net zoals bij het beleidsveld wonen, zijn ook in de zorg de afgelopen jaren een aantal

systeemwijzigingen doorgevoerd. Denk daarbij aan de extramuralisatie van mensen vanuit instellingen naar zelfstandig wonen (al dan niet met zorg en/of begeleiding) en het scheiden van wonen en zorg. Mensen wonen door strenge indiceringen langer zelfstandig, ook als er sprake is van fysieke, mentale of sociale beperkingen. Dit vraag naast passende woonvormen ook aandacht voor ondersteuning en begeleiding

in brede zin. Van medische zorg tot begeleiding bij de (re)integratie in wijken en buurten van mensen die vanuit instellingen weer zelfstandig gaan wonen. Naast deze

beleidsontwikkelingen zien we ook dat de inwoners van de regio Gooi- en Vechtstreek, net als de rest van Nederland, ook de komende jaren nog verder vergrijzen. De regio Gooi en Vechtstreek wil een zorgzame regio zijn, waar vraag en aanbod naar wonen met zorg in balans is, ook voor de meest kwetsbare groepen. Hiervoor is

samenwerking tussen alle betrokken partijen en een goede koppeling tussen sociaal en fysiek domein een voorwaarde. Ook wil de regio meer dynamiek op de woningmarkt creëren door senioren met een (latente) verhuiswens te coachen en senioren meer bewust te maken van de toekomstmogelijkheden in hun huidige woonsituatie. Tot slot ziet de regio kansen voor innovatieve vormen van wonen met zorg die de diversiteit aan woonmilieus voor regionale woningmarkt als geheel zullen vergroten.

Foto: Rigo

63

DE ZORGZAME REGIO

Wat gaan we doen?

Stimuleren doorstroming senioren

Strategisch inzetten van nieuwbouw voor senioren

Met het stimuleren van doorstroming van senioren die kwalitatief

De diversiteit aan woonmilieus en woningtypen moet worden

scheefwonen

behouden

worden

lange

verhuisketens

gerealiseerd.

en

versterkt. ook

Dit op

maakt de

de

langere

totale

regionale

Uitgangspunt van de regio is dat de doorstroming niet mag worden

woningvoorraad,

termijn,

meer

belemmerd door een gebrek aan kennis of informatie over de

toekomstbestendig. Het strategisch inzetten van nieuwbouw biedt

mogelijkheden die er zijn. Met de inzet van een wooncoach wordt

hierbij kansen. Door geschikte woningen te bouwen in buurten waar

voorzien in de informatiebehoefte die er is bij senioren.

veel senioren nu nog in (te grote) eengezinswoningen wonen, komt de doorstroming op gang.

Innovatieve woonzorg vormen faciliteren

Regie op extramuralisatie

We zien steeds meer (kleinschalige)collectieve initiatieven die

Mensen met een zwaardere zorg indicaties (o.a. vanuit de

invulling geven aan een gedifferentieerde vraag naar wonen met

geestelijke gezondheidszorg) worden steeds vaker behandeld in een

zorg.

initiatieven

eigen woonomgeving. Hiervoor zijn niet alleen woningen nodig,

ondersteunen. Door het bieden van goede kaders en één regionaal

maar dit vraagt vooral extra inzet van alle betrokken partijen:

aanspreekpunt worden initiatiefnemers sneller op weg geholpen. Dit

gemeenten, woningcorporaties en zorgorganisaties. Gezien de

biedt tevens kansen om leegstaand ‘regulier’ zorgvastgoed een

kwetsbaarheid van deze groep neemt de regio Gooi en Vechtstreek

nieuwe bestemming te geven.

de regiorol op zich om te komen tot een goed format voor

De

regio

Gooi

en

Vechtstreek

wil

deze

succesvolle huisvesting én een zo goed mogelijke integratie in wijken en buurten.

64

DE ZORGZAME REGIO

Wat gaan we doen?

Regionale afspraken over huisvesting kwetsbare groepen Corporaties en gemeenten maken op korte termijn afspraken over taken, rollen en risico’s rondom de huisvesting van kwetsbare doelgroepen. De regio heeft hierbij een regisserende rol.

23. Aandeel 65-plussers per wijk

65

DE ZORGZAME REGIO

Dynamiek en innovatie Vergrijzing zet door De vergrijzing in de regio Gooi en Vechtstreek varieert per

betekent echter niet dat het aanbod ook altijd kwalitatief

dat senioren (met zorgindicatie) in de sociale huursector

volledig aansluit op de vraag.

voorrang krijgen bij toewijzing van een voor hen geschikte

gemeente, maar ligt gemiddeld op het provinciaal gemiddelde.

Op basis van de nu bekende plannen kunnen we concluderen

Zoals in veel regio ’s neemt het aantal 65-plussers fors toe de

dat ruim de helft van de woningen die de komende jaren

komende jaren en verdubbelt het aantal huishoudens boven

worden bijgebouwd in de regio, nultreden woningen zullen

de 75 jaar (figuur 3). Landelijk vindt er vergroening van de

zijn.

bevolking plaats nadat de vergrijzing zijn hoogtepunt heeft bereikt, maar dat is in deze regio niet overal zo. Delen van de regio trekken structureel 45-plussers aan, die na 20 jaar ook 65-plussers zijn, Laren en Blaricum blijven zo ook op de langere termijn vergrijsde gemeenten. In de kernen Bussum en Hilversum zien we naast een toename van het aantal

ouderen ook een toename van jongeren (5 – 29 jaar).

om in de eigen buurt of wijk te blijven wonen een belangrijke rol, maar ook financiële consequenties van verhuizen vormen een belemmering. Bovendien zien ouderen soms op tegen het geregel rondom een verhuizing of weten ze simpelweg de weg

Strategische inzetten van nieuwbouw

naar het aanbod niet te vinden.

Een mogelijkheid om meer dynamiek en doorstroming te

In de regio Gooi en Vechtstreek hanteren we als uitgangspunt

realiseren is het strategisch inzetten van nieuwbouw van voor ouderen geschikte woningen. Bij voorkeur in wijken en buurten waar deze ouderen op dit moment al wonen. Een aantal experimenten in de regio hebben aangetoond dat deze aanpak ook daadwerkelijk verhuisstromen op gang brengt

Zorggeschikte woningen

woning. De motieven hiervoor zijn divers. Vaak speelt de wens

(bijvoorbeeld complex de Reiger van corporatie het Gooi en

dat

de

doorstroming

van

senioren

niet

mag

worden

belemmerd door een gebrek aan kennis of informatie over de mogelijkheden die er zijn. De inzet van een senioren

wooncoach kan helpen om de kennis over mogelijkheden te vergroten en aanwezige belemmeringen weg te nemen. Onder

andere de woningcorporaties de Alliantie en Vidomes (regio Delft) hebben hier goede ervaringen mee opgedaan. Wanneer

In de regio Gooi en Vechtstreek is de vergrijzing eerder

Omstreken in Hilversum). Bijkomend voordeel is dat hierdoor

ingezet dan in veel andere regio’s in Nederland. Het

lange verhuisketens ontstaan en hiermee bijvoorbeeld (een-

onderwerp staat daarom al langere tijd op de regionale

gezins)woningen beschikbaar komen voor meerpersoons-

bestuurlijke agenda. In 2010 is al een uitgebreide analyse

huishoudens.

bij het toekomstbestendig maken van de woning. Bij de inzet

Senioren wooncoach

aanhaking op bestaande zorg- en welzijnsnetwerk in wijken te

gemaakt van de toegankelijkheid en zorggeschiktheid van de woningvoorraad in de regio. De uitkomst van deze analyse

was dat de volledige (regionale) vraag naar toegankelijke of zorggeschikte

woningen

in

aantallen

kan

worden

geaccommodeerd. Wel bestaan er lokale verschillen. Dit

Voor ouderen geldt dat verhuizing naar een meer geschikte woning door ouderen wordt vaak uitgesteld, ondanks het feit

senioren er voor kiezen om in hun huidige woning te blijven wonen, kan de senioren wooncoach hen ook op weg helpen

van een senioren wooncoach is het belangrijk een goede verzorgen, onder andere met de uitvoeringsdiensten van de gemeenten. Wanneer er over en weer een signaleringsfunctie is, kunnen deze initiatieven elkaar versterken.

66

DE ZORGZAME REGIO

Innovatie woonvormen We zien steeds meer (kleinschalige) collectieve initiatieven die invulling geven aan een gedifferentieerde vraag naar wonen met zorg. Een goed voorbeeld van een dergelijke initiatief is het concept Thuishuis, dat zich richt op alleenwonenden

ouderen. Particuliere

initiatieven

en

samenwerking

tussen

zorgorganisaties en woningcorporaties uit de regio hebben al veel goede voorbeelden opgeleverd. Binnen de regio zijn er

mogelijkheden en bestaat de wens om innovatie woonzorg initiatieven verder te ondersteunen. Dit biedt ook kansen om

leegstaand

‘regulier’

zorgvastgoed,

bijvoorbeeld

verzorgingstehuizen, een nieuwe bestemming te geven. (Particuliere) initiatiefnemers van innovatieve woonvormen zijn soms professioneel georganiseerd, maar bestaan soms ook uit vrijwilligers. Vaak zijn initiatieven niet lokaal gebonden,

maar wordt gezocht naar een locatie in een groter gebied. Het bieden van goede kaders en één regionaal aanspreekpunt

helpt initiatiefnemers om sneller de haalbaarheid van hun initiatief binnen de regio te toetsen.

wonen nu eerder en langer in een reguliere woning, waar zij begeleiding

ontvangen.

de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) worden steeds vaker

huisvesting is een gezamenlijke taak voor gemeenten,

behandeld in een eigen woonomgeving. Omdat deze mensen

zorgorganisaties en woningcorporaties in de regio. Hierbij is de

voorheen in instellingen woonden, betekent dit extra druk op

zorgkant verantwoordelijk is voor het in kaart brengen van de

de bestaande woningvoorraad, met name in het segment

kwantitatieve en kwalitatieve vraag en de woonkant voor een

sociale huurwoningen onder de aftoppingsgrens. Omdat ook

passend

veel

zijn

woningbouwprogramma is met de huisvestingsvraag van

aangewezen, bestaat er risico op verdringingseffecten in de

kwetsbare groepen, op basis van prognoses, reeds rekening

vorm

gehouden. Uitgangspunt is het creëren van een passend,

andere

van

doelgroepen

langere

juist

op

wachttijden

dit

dan

segment

vanuit

het

extramuralisatiebeleid wenselijk is. Ook daarom is het van

belang

dat

er

de

komende

jaren

voldoende

begeleiding

aanbod.

In

van

het

mensen

naar

vraaggestuurde

zelfstandige

regionale

gedifferentieerd en regionaal gespreid aanbod.

sociale

huurwoningen in de regio beschikbaar komen.

Om de extramuralisatie succesvol te laten verlopen zijn niet alleen woningen nodig, maar dit vraagt ook extra inzet van

alle betrokken partijen: gemeenten, woningcorporaties en zorgorganisaties. Gezien de kwetsbaarheid van deze groep neemt de regio Gooi en Vechtstreek de regiorol op zich om te

BLIJVERSLENING

komen tot een goed format voor een succesvolle huisvesting én een zo goed mogelijke (re)integratie in de wijken en

Speciaal voor mensen die zo lang mogelijk thuis willen blijven

buurten.

wonen heeft het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) de

‘blijverslening’ ontwikkeld. Deze lening, met een laag

Mensen die vroeger in instellingen woonden (intramuraal) en/of

mogelijk,

Kwetsbare groepen

Regie op extramuralisatie

zorg

extramuralisatie. Ook mensen met een zwaardere indicatie in

Dit

noemen

we

Niet iedereen is in staat om volledig zelfstandig en op eigen

kracht te wonen. Het zorgen voor voldoende en passende huisvesting voor deze kwetsbare groepen en het, indien

rentepercentage, kan worden ingezet om aanpassingen aan

de woning te kunnen financieren, denk dan bijvoorbeeld aan het plaatsen van een slaapkamer of badkamer op de begane grond of aan het verwijderen van drempels.

67

DE ZORGZAME REGIO

24. Kansenmatrix kwetsbare doelgroepen

Wat

Maatregel(en)

Regievoering

Facilitering

Eerste kans

Vroegsinalering bij overlast en/of huurachterstanden

Hulpaanbod op vrijwillige basis

Verhuurder (corporatie)

Uitvoeringsdienst gemeente

Tweede kans

Bij aanhoudende overlast en/of huurachterstanden en daardoor dreigende uitzetting

Verplichte hulp op basis van zorgcontract (Huren onder Voorwaarden)

Verhuurder (corporatie)

Uitvoeringsdienst gemeente

Derde kans

Na uitzetting en verplichte 'time-out' periode volgt een herkansing

Na uitzetten en verplichte ‘time-out’ periode wordt beoordeeld onder welke voorwaarden de huurder een 3e kans krijgt.

Uitvoeringsdienst gemeente in samenwerking met de regio Gooi en Vechtstreek

Verhuurder (corporatie), zorgorganisaties

68

DE ZORGZAME REGIO

In de regio zijn verschillende regelingen en huisvestings-

samenwerking tussen de verschillende betrokkenen kan

wordt, gelijktijdig met het opstellen van de regionale

vormen voor kwetsbare groepen. Het gaat onder andere om

preventieve hulp en ondersteuning, oftewel een Eerste Kans,

woonvisie, gewerkt aan een regionale ‘nota Bescherming en

bijna

worden geboden.

Opvang’. Corporaties en gemeenten maken in dit kader op

250 plekken waar mensen met een

psychische

aandoening onder begeleiding kunnen wonen verdeeld over de regio. Ook is er het zogenaamde ‘Tweede Kansbeleid’ voor huurders voor wie een ontruimingsvonnis is aangevraagd, vanwege een huurachterstand en/of overlast. Deze Tweede Kans gaat altijd samen met verplichte hulpverlening; het

‘huren onder voorwaarden’.

Preventieve maatregelen zullen niet altijd afdoende zijn en in een beperkt aantal gevallen zal zelfs de Tweede Kansregeling overlast. In die gevallen komt de betreffende persoon niet meer

in

aanmerking

voor

een

sociale

huurwoningen.

Eventuele terugkeer naar reguliere huisvesting (of naar alternatieve of meer beschermde woonvormen) zal, na een

geen huurcontract meer kunnen krijgen is er de regeling

‘time out’ periode, onder strikte voorwaarden en na een

‘huren onder voorwaarden’. Het opstellen en uitvoeren van

strenge beoordeling, pas kunnen gebeuren (Derde kans).

een goed ‘zorgcontract’ is hierbij een essentieel voorwaarde om mensen succesvol, mogelijk onder begeleiding, weer

zelfstandig te laten wonen. De coördinatie van het Tweede Kansbeleid en Huren onder

Voorwaarden gebeurt vanuit de regio Gooi en Vechtstreek, maar het is een gedeelde verantwoordelijkheid van corporaties

en gemeenten in de regio om ervoor te zorgen dat zo min mogelijk mensen te maken krijgen met deze regelingen. Door signalering

de huisvesting van kwetsbare doelgroepen.

geen uitkomst bieden, bijvoorbeeld in het geval van blijvende

Voor mensen die vanwege wanbetaling en/of overlast zelf

vroegtijdige

korte termijn afspraken over taken, rollen en risico’s rondom

van

problemen

en

efficiënte

In figuur 24 zijn de maatregelen die betrekking hebben op de Eerste, Tweede en Derde kans schematisch weergegeven. De

huidige

regelingen

voor

kwetsbare

groepen,

zoals

huisvestingsurgentie en huren onder voorwaarden (al dan niet met urgentie) kunnen beter op elkaar afgestemd worden. Gezien de kwetsbaarheid van deze groepen neemt de regio Gooi en Vechtstreek de regiorol op zich om te komen tot een goed format voor een succesvolle huisvesting én een zo goed

mogelijke (re)integratie in de wijken en buurten. Hiervoor

69

DE DUURZAME REGIO

70

DE DUURZAME REGIO Verduurzaming woningvoorraad Verduurzaming speelt een centrale rol in het toekomstbestendig maken van de woningvoorraad in de regio Gooi en Vechtstreek. Op dit moment komt ongeveer één

derde van het totale energieverbruik in Nederland van woningen en gebouwen. Het terugdringen van het energieverbruik in de bebouwde omgeving levert niet alleen milieuwinst op, maar leidt ook tot lagere energielasten voor huurders en kopers. Bovendien zijn goed geïsoleerde woningen comfortabeler om in te wonen en levert het verduurzamen de nodige economische impulsen en banen op.

De regio heeft forse ambities op het gebied van duurzaamheid. De regio zet in op energieneutraliteit in 2050 door het terugdringen energieverbruik en opwekken van duurzame energie. In de woningvoorraad kan nog veel energie bespaard worden.

Door het uitvoeren van energetische maatregelen in bestaande woningen, door het nemen

van

extra

energiebesparende maatregelen

in

nieuwbouw

en

door

bewustwording en gedragsverandering. Hiervoor zijn zowel particuliere investeringen als investeringen van woningcorporaties nodig.

71

DE DUURZAME REGIO

Wat gaan we doen?

Behalen doelstellingen energieakkoord

Corporatiebezit gemiddeld naar label B in 2020

De regio Gooi en Vechtstreek onderschrijft de doelstellingen uit het

De doelstelling voor corporatiewoningen is om in 2020 gemiddeld

nationale energieakkoord voor de woningvoorraad tot 2020. De

energielabel B te halen. Gemeenten en corporaties zorgen voor

lange termijn ambitie van de regio is een energieneutrale gebouwde

afstemming en monitoring van de energetische programma’s.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=9cf92189-08ba-4d59-96cf-2a062b283fe4