Collegebrief inzake Beantwoording toezeggingen 7 april 2021 (T21-43, T21-44 en T21-33)
Tekst van het document
omgeving in 2030.
Voortzetten programma Energie Besparen Gooi en Vecht
Nieuwbouw energie neutraal vanaf 2020
Particuliere woningbezitters worden gestimuleerd om hun woning te
Vanaf 2020 worden alle nieuwbouwwoningen in de regio energie-
verduurzamen. Hiervoor wil de regio het programma Energie
neutraal gebouwd.
Besparen Gooi en Vecht, dat in 2012 is gestart, ook de komende jaren voortzetten.
72
DE DUURZAME REGIO
Energieakkoord In 2013 is het landelijk energieakkoord voor duurzame groei afgesloten door meer dan 40 organisaties, waaronder gemeenten (VNG), woningcorporaties (AEDES) en milieuorganisaties. Het energieakkoord bevat doelstellingen voor het verduurzaming van onze samenleving en de
economie in het algemeen, maar ook maatregelen die specifiek gericht zijn op het verduurzamen van de woningvoorraad in Nederland. De lange termijn ambitie van de regio Gooi en Vechtstreek sluit hier op aan. De regio streeft naar een energieneutrale gebouwde omgeving in 2030 (Regionale Samenwerkingsagenda).
KLIMAATAKKOORD 2050 - PARIJS Eind 2015 sloten 195 landen in Parijs het Klimaatakkoord 2050. In dit akkoord spreken de deelnemende landen onder andere af om maatregelen te nemen om de opwarming van de
aarde te beperken tot maximaal 2° Celsius. Hoe deze afspraken op Europees en nationaal niveau vertaald gaan worden is nog niet duidelijk, maar de verwachting is dat het zal
leiden tot verdere aanscherping van de doelstellingen richting 2050.
De doelstellingen uit het nationale energieakkoord voor de woningvoorraad tot 2020 zijn: 300.000 Bestaande woningen en andere gebouwen per jaar minimaal twee labelstappen laten maken
Energietransitie De komende jaren zal ook in Gooi en Vechtstreek de energietransitie hoog op de agenda staan. Dit vraagt om nadenken over en experimenteren met de wijze waarop we onze
Nieuwbouw bijna energieneutraal vanaf 2020
woningen verwarmen. We voorzien dat dat energie producerende of ten minste
Gemiddeld label B voor het corporatiebezit en minimaal label C voor 80 procent van de
gas afbouwen en werken aan de transitie naar gasloze woningen en wijken. We willen
particuliere verhuur in 2020 De regio Gooi en Vechtstreek onderschrijft de doelstellingen uit het energieakkoord en wil
corporaties, particuliere eigenaren en VvE’s faciliteren en stimuleren bij het behalen van deze stevige ambities. Investeringen in verduurzaming van de bestaande woningvoorraad kunnen naast
milieuwinst namelijk ook zorgen voor meer wooncomfort lagere energielasten voor huurders en kopers.
energieneutrale woningen uiteindelijk de norm worden. De regio wil de afhankelijkheid van daarom de komende jaren ervaring opdoen in zowel de nieuwbouw als bestaande bouw, waarbij we denken aan: All electric (gasloze) oplossingen voor nieuwbouwlocaties Energieneutrale of –leverende nieuwbouw
Experimenten met Nul-Op-de-Meter oplossingen in de bestaande bouw (zowel koop als huur)
73
DE DUURZAME REGIO
Verduurzaming bestaande woningvoorraad Huurwoningen
NA 100 JAAR VAN LABEL G NAAR A
De afgelopen jaren zijn woningcorporaties actief aan de slag gegaan met de ambities uit het energieakkoord. Door een complexmatige aanpak leveren woningcorporaties een grote bijdrage
In 2014 en 2015 renoveerde woningcorporatie de Alliantie in totaal 44 karakteristieke
aan het verduurzamen van de woningvoorraad. In samenspraak met bewoners worden sociale
woningen in het oude dorp van Huizen. De woningen, precies 100 jaar oud en beschermd
huurwoningen verduurzaamd en krijgen vaak een energielabel B of hoger. Gemiddeld hebben
dorpsgezicht, behoren tot het eerste sociale huurcomplex in Huizen, getuige ook één van
sociale huurwoningen daardoor een beter energielabel dan de gehele woningvoorraad.
de straatnamen: ‘de Eerste Woningbouwstraat’. Wat begon met een brandbrief van de
Desondanks
voor
bewoners over de staat van onderhoud van de woningen, eindigde in een succesvol
corporatiewoningen in 2020 te halen. Investeringen in verduurzaming moeten afgewogen worden
verduurzamingsproject waarbij de woningen van energielabel G en F naar label A zijn
tegen andere investeringen, bijvoorbeeld in nieuwbouw van sociale huurwoningen. Bovendien
gebracht. Bijzonder is dat de bewoners vanaf het begin van het traject een actieve rol
zorgen de gemiddeld oudere woningvoorraad en vele monumentale sociale huurcomplexen voor
hebben gespeeld. Al snel vormde zich een actieve bewonerscommissie die de Alliantie
extra uitdagingen bij de verduurzaming. Gemeenten en corporaties zorgen voor afstemming en
gevraagd en ongevraagd van advies voorzag. Dit heeft er mede toe geleid dat uiteindelijk
monitoring van de verschillende energetische programma’s.
alle bewoners hebben ingestemd met de verduurzamingsmaatregelen, waar ook een
is
het
een
uitdaging
om
de
doelstelling
van
gemiddeld
label
B
huurverhoging tegenover stond. Particuliere voorraad Vanaf medio jaren ’70 is isolatie bij nieuwbouw verplicht geworden en vanaf die tijd zijn de eisen steeds strenger geworden. Over het algemeen kunnen we daarom zeggen dat oudere woningen
minder goed geïsoleerd zijn dan nieuwere woningen. Ook voor de particuliere woningvoorraad geldt dat de relatief oude woningvoorraad met zich meebrengt dat de energielabels slechter zijn dan gemiddeld. Hier ligt een grote opgave in relatie tot de duurzaamheidsdoelstellingen van de regio. Hoewel steeds meer huizen worden voorzien van isolatie en zonnepanelen, blijven de investeringen in particuliere woningen achter bij de aanpak door corporaties. Juist bij goedkopere woningen, met vaak ook lagere inkomens, is dit relevant. Voor deze huishoudens bestaat er een risico op ‘energie-armoede’. Dat wil zeggen een vicieuze cirkel van stijgende energielasten en
krimpend budget om te investeren in verduurzaming van de woning.
Naast het uitvoeren van noodzakelijk onderhoud zijn de woningen voorzien van een volledige warme jas. Dat wil zeggen dat het dak, de vloeren en de spouwmuren zijn
geïsoleerd en op de zolderverdieping zijn voorzetwanden geplaatst. Alle ramen zijn voorzien van isolerend HR++ glas en de woningen hebben een hoogrendementsketel gekregen. Tot slot zijn alle woningen voorzien van een innovatief ventilatiesysteem.
74
DE DUURZAME REGIO
Er zijn verschillende initiatieven om particuliere woningbezitters te stimuleren tot verduurzaming in Gooi en Vechtstreek. Regionaal is, met financiële ondersteuning vanuit de provincie (RAP), het programma Energie Besparen Gooi en Vecht opgezet. Dit programma bestaat uit een basispakket
waaraan alle gemeenten meedoen (website, energieloket, een coördinator en communicatiemateriaal), en pluspakketten (laagdrempelige wijkaanpak en duurzaamheidsleningen). Een aantal gemeenten (Hilversum en Weesp) hebben via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) ook een stimuleringsregeling voor verduurzaming door particulieren. De komende jaren wil de regio het programma Energie Besparen Gooi en Vechtstreek voortzetten, hierbij heeft het faciliteren van buurtgerichte initiatieven specifieke aandacht. Ook is de regio aangesloten op het Duurzaam Bouwloket . Dit is een digitaal en fysiek loket waar inwoners en ondernemers terecht kunnen met al hun vragen op het gebied van duurzaam (ver)bouwen, energiebesparing en energie opwekken.
25. Ontwikkeling EPC norm nieuwbouw 1,6
Nieuwbouw
1,4
De afgelopen jaren zijn nieuwbouw woningen steeds duurzamer geworden. De mate van
1,2
duurzaamheid wordt uitgedrukt in de energieprestatiecoëfficiënt (EPC). Een EPC van 0 betekent het nationaal energieakkoord, worden de eisen voor nieuwbouwwoningen eind 2020 waarschijnlijk aangescherpt naar (bijna) energieneutraal (figuur 25). De aanscherping van de EPC norm voor nieuwbouw helpt de regio bij het realiseren van haar lange termijn ambitie van een energieneutrale gebouwde omgeving in 2050. Op beperkte schaal, ook in Gooi en Vechtstreek, worden al (bijna) energieneutrale woningen gebouwd. De regio daagt opdrachtgevers en ontwikkelaars uit om gezamenlijk de lat op het gebied van duurzaamheid zo hoog mogelijk te
leggen.
1 EPC
dat een woning in theorie energieneutraal is. Op basis Europese richtlijnen die zijn vertaald naar
0,8 0,6
0,4 0,2 0
1996
1998
2000
2006
2011
2015
2021
75
“ Wonen is een belangrijk onderdeel van de identiteit van de regio Gooi en Vechtstreek Reimar von Meding, Dag van het Wonen
” 76
ACTIEPROGRAMMA
77
Actieprogramma 2016 – 2030 Van visie naar actie In totaal zijn in deze regionale woonvisie 21 acties/afspraken (wat gaan we doen?) geformuleerd, verdeeld over de vijf inhoudelijke thema’s. Deze acties vormen samen het
actieprogramma 2016-2030 voor het regionale woonbeleid van Gooi en Vechtstreek. Tijdens het interactieve proces ter voorbereiding op deze regionale woonvisie zijn
verschillende ideeën opgehaald om de ambities uit de woonvisie uit te werken in concrete projecten. Tijdens de Projectendag (26 mei 2016) is een start gemaakt met het vertalen
van deze ideeën in projectplannen, die in de eerste komende periode, tot 2020, uitgevoerd zullen worden.
Aan de uitvoering van deze regionale woonvisie en projecten zijn kosten verbonden, daarom is als onderdeel van dit actieprogramma een voorlopige begroting opgenomen.
Dekking voor het actieprogramma tot 2020 is voorzien vanuit het Woonfonds van de provincie Noord-Holland en de gelden die zijn gereserveerd vanuit de Regionale Samenwerkingsagenda (RSA). Om in aanmerking te komen voor het provinciale Woonfonds zal een Regionaal Actieprogramma Wonen opgesteld moeten worden. De regionale woonvisie vormt hiervoor de inhoudelijke onderlegger. Voor structurele dekking
van het regionale woonbeleid vanaf 2020 zullen gemeenten in overleg treden.
78
WAT GAAN WE DOEN?
DE VERNIEUWENDE REGIO DE INCLUSIEVE REGIO 1.
De omvang van de sociale huurvoorraad blijft minimaal op peil
2.
De slagingskansen voor mensen met recht op huurtoeslag blijven minimaal gelijk
3.
Monitoring effecten passend toewijzen op de slagingskansen van verschillende doelgroepen
4.
Maximaal 10% dure scheefwoners in het jaar 2030
Opstellen goede voorbeeldenboek ‘buurt gestuurd’
12.
Aandachtswijken in kaart brengen
13.
Ontwikkelen van kennis en instrumenten voor buurt gestuurde initiatieven
P DE ZORGZAME REGIO
14. DE BOUWENDE REGIO
5.
9.250 nieuwbouwwoningen tot 2030
6.
1/3 van de woningtoevoegingen betaalbaar
7.
Minimaal 20% woningtoevoegingen door transformaties
8.
Strategisch inzetten nieuwbouw
9.
1.000 woningen in het middeldure huursegment P
10.
Onderzoek nieuwbouwambities lange termijn
P
roject
P
11.
15.
P
Innovatieve woonzorg vormen faciliteren Stimuleren doorstroming senioren P
16.
Strategisch inzetten van nieuwbouw voor senioren
17.
Regie op extramuralisatie
DE DUURZAME REGIO 18.
Corporatiebezit gemiddeld naar label B in 2020
19.
Voortzetten programma Energie Besparen Gooi en Vecht
20.
Behalen doelstellingen energieakkoord
21.
Nieuwbouw energie neutraal vanaf 2020 79
PROJECTEN
Regionale woonmonitor Samenwerking binnen de regio Gooi & Vechtstreek is één van de drie sleutelambities van deze regionale woonvisie. Voor een goede samenwerking is inzicht in de ontwikkelingen op de regionale woningmarkt is essentieel. Een regionale woonmonitor zorgt voor inzicht in de voortgang van de acties uit en effecten van de regionale woonvisie. Dit maakt tussentijdse bijsturing in de toekomst mogelijk. Het is belangrijk dat de data over de te meten parameters actueel, eenduidig (definities) en accuraat is.
2016
2020
Regionaal inzichtelijk en meetbaar maken van ontwikkelingen op de woningmarkt (van zowel doelgroepen als woningvoorraad) en de ambities uit de regionale woonvisie.
2030
INPUT VANUIT DE PROJECTENDAG De monitor moet interessant zijn, dan krijgt hij vanzelf ook supporters. De gegevens in de monitor moeten herkenbaar, openbaar en gemakkelijk deelbaar zijn. Hierbij kan ook data van bijvoorbeeld makelaars en ontwikkelaars worden geïntegreerd. Denk ook goed na over de nieuwe indicatoren die worden gebruikt. Soms is het verstandiger om bestaande indicatoren te gebruiken, die mogelijk iets minder precies zijn (maar wel de ontwikkeling kunnen weergeven), dan nieuwe indicatoren waarvoor veel extra middelen moeten worden ingezet. Voor de bruikbaarheid is het goed als er gewerkt wordt met een dashboard, bijvoorbeeld met stoplicht indicatoren voor kwantitatieve doelstellingen. Kwalitatieve ambities zoals ‘samenwerking’ zouden ook onderdeel van de monitor moeten zijn, ook al zijn die niet cijfermatig te onderbouwen. Wees ook slim en efficiënt in het meten. Niet alle indicatoren zijn even dynamisch en hoeven dus ook niet met dezelfde frequentie gemeten te worden. Tot slot is het belangrijk om de monitor vooral veel te gaan gebruiken en samen te bespreken. Zo wordt het niet alleen een meetinstrument, maar kan er ook verbetering uit voortkomen.
80
PROJECTEN
Biedboek middeldure huurwoningen Meer beweging op de regionale woningmarkt is één van de drie sleutelambities van de nieuwe regionale woonvisie. Door de relatief hoge woningprijzen en weinig aanbod van middeldure huurwoningen hebben starters die niet in aanmerking komen voor een sociale huurwoningen het lastig. Ook verloopt de doorstroming vanuit de sociale huursector moeizaam. Daarom wil de regio de komende jaren het aanbod middeldure huurwoningen (€710 - €850) vergroten. De regio wil daarom actief de markt gaan benaderen om de investeringsmogelijkheden in die specifieke segment onder de aandacht te brengen. Hiervoor wordt onder andere een biedboek voor beleggers en ontwikkelaars opgesteld.
2016
2020
Om de komende jaren 1.000 middeldure huurwoningen aan de voorraad toe te voegen wil de regio actief marktpartijen gaan informeren over de mogelijkheden, onder andere door het opstellen van een biedboek middeldure huur.
2030
INPUT VANUIT DE PROJECTENDAG
Aan de project tafel die zich boog over middeldure huurwoningen waren ook een aantal marktpartijen aanwezig. De behoefte aan huurwoningen tussen €710 en €850 is evident en zal naar verwachting nog groeien. De regio Gooi en Vechtstreek is aantrekkelijk voor beleggers. Nadeel is wel dat de locaties relatief klein zijn en dat de regio is opgedeeld in zeven gemeenten, wat het voor de grotere institutionele beleggers niet aantrekkelijk maakt om te investeren. Aan de projecttafel is hiervoor een oplossing bedacht in de vorm van een bundeling van locaties, bijvoorbeeld 100 woningen verdeeld over zeven locaties in de regio. Voordeel is dat deze bundels interessant zijn voor beleggers, die hiermee in één keer een, over de regio gespreide, portefeuille kunnen verwerven. Dit zou een krachtig signaal naar de markt kunnen zijn. Bij het in de praktijk te brengen van dit soort bundels moet aandacht besteed worden aan de volgende zaken: • Er zal onderling overeenstemming moeten zijn over de grondprijs(systematiek) • Afstemming van huurprijsbeleid (bandbreedte) • Meerwaarde afdracht bij verkoop of huurprijzen boven de bandbreedte Naast commerciële beleggers zijn ook een aantal woningcorporaties in de regio actief op het gebied van midden huur, onder andere door liberalisering van voormalige sociale huurwoningen.
81
PROJECTEN
Goede voorbeeldenboek buurt gestuurd De regio zet in op vernieuwing van bestaande wijken en dorpen. Door het ontbreken van grote publieke financieringsprogramma’s de komende jaren, ligt de focus steeds meer op initiatieven vanuit bewoners zelf. We noemen dit “buurt gestuurd”. Er valt nog veel te leren over het opzetten, stimuleren, faciliteren en financieren van buurt gestuurde initiatieven. Door het gezamenlijk opstellen van een Goede Voorbeelden Boek Buurt Gestuurd kan kennis op een efficiënte manier worden gebundeld en gedeeld. Het boek kan zowel basisprincipes als inspirerende voorbeelden bevatten. De buurt gestuurde aanpak kan betrekking hebben op onder anderen: Verduurzaming (particulier bezit) van de woning en/of wijk; particuliere woningverbetering en aanpak van de openbare ruimte.
2016
2020
Het Goede voorbeelden Boek Buurt Gestuurd dient als handboek om beleidsmakers en burgers in de regio Gooi & Vechtstreek te stimuleren en te inspireren om buurt gestuurd te handelen.
2030
INPUT VANUIT DE PROJECTENDAG Het maken van een goede voorbeeldenboek is geen doel op zich, maar een middel. Het doel is om de buurt aan zet te laten zijn door betere communicatie tussen burgers, gemeenten, corporaties en andere instellingen. Als nieuwe titel voor het project heeft de groep twee suggesties: ‘Samen maken we de buurt’ en ‘Buurten maken de regio’. Het is belangrijk om het onderwerp en het ‘probleem’ goed af te kaderen, omdat het onderwerp snel de breedte in schiet. Ook moeten we als beleidsmakers ook echt bottom-up leren denken en leren signalen uit buurten op een goede manier op te vangen en te interpreteren. Een regionaal aanspreekpunt voor burgers met initiatieven kan hier bij helpen. Het thema duurzaamheid (ook sociaal) kan een belangrijke initiator zijn voor buurt gestuurde initiatieven. Hiervan zijn al diverse voorbeelden in de regio. Tot slot heeft de groep een dummy boek gemaakt. Een blanco boek dat vanuit buurten ingevuld kan worden met goede voorbeelden.
82
PROJECTEN
Senioren wooncoach Meer beweging op de regionale woningmarkt is één van de drie sleutelambities van deze regionale woonvisie. Eén van de doelgroepen waar we op focussen zijn senioren die kwalitatief scheefwonen. Dat wil zeggen dat mensen wonen in een woning die minder goed past bij de huidige fase in de wooncarrière (te groot, niet energiezuinig, niet goed toegankelijk/doorgankelijk, te ver van voorzieningen, etc.) Een senioren wooncoach kan deze mensen helpen bij het maken van een afgewogen volgende stap in hun wooncarrière. Overigens kan dit ook betekenen dat de huidige woning wel als meest gewenste alternatief uit de bus komt en met tips over bijvoorbeeld verduurzaming en aanpassingen toekomstbestendig kan worden gemaakt.
2016
2020
Het inzetten van een senioren wooncoach die er op gericht is om senioren te begeleiden bij het maken van een weloverwogen keuze in de volgende stap van de wooncarrière.
2030
INPUT VANUIT DE PROJECTENDAG De (senioren) wooncoach wordt gezien als een goed middel om senioren te bereiken en met hen hun woonsituatie door te nemen. Doorstroming van senioren stimuleren moet niet als hét doel worden gezien, het gaat er om dat senioren prettig en veilig kunnen wonen. Als ze willen verhuizen dan kan de coach daarbij helpen. Willen ze dat niet dan kan de wooncoach andere tips geven, bijvoorbeeld over het aanpassen van de woning. De project tafel stelt voor om niet te veel onderwerpen te koppelen aan de wooncoach. Wel is een koppeling naar wonen, welzijn en zorg belangrijk. De wooncoach kan ook een belangrijke signalerende functie hebben voor andere professionals. Verder is het belangrijk om de doelgroep goed scherp in beeld te krijgen, daarvoor is een goede analyse nodig. Als voorbeeld van een geschikte doelgroep worden genoemd: alle ouderen die wonen in een eengezinswoning of een appartement zonder lift. Het advies is om klein te starten bij bewoners van sociale huurwoningen. Later kan wellicht opgeschaald worden naar koopwoningen. Een van de regiogemeenten zou trekker kunnen zijn van het project, met supporters vanuit de corporaties, mogelijk aangevuld met mensen vanuit de zorg. Maar zorg voor een kleine werkgroep die actiegericht is.
83
PROJECTEN
Vernieuwende woonzorg concepten De regio Gooi & Vechtstreek gaat voor een divers aanbod aan (vernieuwende) woonzorg concepten. Dit biedt kansen om leegstaand ‘regulier’ zorgvastgoed, bijvoorbeeld verzorgingstehuizen, een nieuwe bestemming te geven. Ook kan gedacht worden aan kleinschalige voorzieningen in (voormalige) (kantoor)villa’s. Initiatiefnemers van vernieuwende woonvormen zijn soms professioneel georganiseerd, maar bestaan vaak ook uit vrijwilligers. Meestal zijn initiatieven niet lokaal gebonden, maar wordt gezocht naar een locatie in een groter gebied. Het bieden van eenduidige kaders en één regionaal aanspreekpunt kan initiatiefnemers helpen om sneller de haalbaarheid van hun initiatief binnen de regio te toetsen.
2016
2020
Regionale kaders en een centraal aanspreekpunt voor initiatiefnemers van innovatieve woonzorg concepten.
2030
INPUT VANUIT DE PROJECTENDAG
Door omstandigheden waren er op de Projectendag (26 mei 2016) onvoldoende professionals aanwezig om dit onderwerp verder uit te werken. Vernieuwende woonzorg concepten is wel onderdeel van de projecten in de actieagenda van de regionale woonvisie.
84
BEGROTING EN ORGANISATIE
2016 t/m 2019 x € 1 mio
KOSTEN Uitvoering projecten* Programmamanagement en proceskosten Totaal
Regionale Stuurgroep Wonen (bestuurlijk)
€ 0,8 € 0,5 € 1,3
Wethouders wonen van de 7 regiogemeenten
+
Bestuurders woningcorporaties
DEKKING Regionaal Actieprogramma Wonen (RAP)** Regionale Samenwerkingsagenda Totaal
Programmamanager
€ 1,0 € 0,3 € 1,3
Platform Brede Kijk (ambtelijk)
* Inclusief voortzetting programma Energiebesparen Gooi en Vecht
Regiogemeenten Woningcorporaties Regio Gooi en Vechtstreek
** Voor het RAP geldt een co-financieringseis van 50%. Deze wordt ingevuld middels ambtelijke capaciteit vanuit de regio, regiogemeenten en woningcorporaties (Brede Kijk), conform de subsidieverordening van de provincie Noord-Holland
Voor de uitvoering van het actieprogramma van deze regionale woonvisie is een voorlopige
De bestuurlijke begeleiding van de regionale woonvisie gebeurt vanuit de Regionale Stuurgroep
begroting opgesteld. De begroting bestaat uit de kosten voor het uitvoeren van projecten,
Wonen. Hierin zijn alle wethouders wonen uit de regio vertegenwoordigd. Periodiek schuiven
programmamanagement en algemene proceskosten. Deze begroting loopt tot 2020 en sluit
ook de bestuurders van de woningcorporaties aan.
daarmee aan op de looptijd van het Regionaal Actieprogramma Wonen (RAP).
. Vanuit het ambtelijke Platform Brede Kijk vindt periodieke afstemming op de uitvoering van de
Dekking voor het actieprogramma gebeurt vanuit het Regionaal Actieprogramma Wonen
regionale woonvisie plaats. Dit platform bestaat uit ambtelijke vertegenwoordigers van de
(RAP) en de middelen die zijn gekoppeld aan de regionale Samenwerkingsagenda. Het
regiogemeenten en de woningcorporaties.
Regionaal Actieprogramma Wonen 2016 t/m 2019 (inclusief de definitieve begroting) moet
nog worden vastgesteld door de gemeenteraden en goedgekeurd door de provincie Noord-
De programmamanager wonen is verantwoordelijk voor de dagelijkse aansturing op
Holland.
programmaniveau. De programmamanager bewaakt de aansluiting van het actieprogramma en
de projecten op de missie en de ambities uit deze regionale woonvisie.
85
BIJLAGEN
86
BEGRIPPENLIJST
Begrip
Toelichting
Aftoppingsgrens
De aftoppingsgrens bedraagt € 586,68 voor één- en tweepersoonshuishoudens en € 628,76 voor huishoudens die uit drie of meer mensen bestaan (prijspeil 2016). Het deel van de huur dat boven de aftoppingsgrens uitkomt, wordt bij meerpersoonshuishoudens niet meegenomen voor de hoogte van de huurtoesla g. Ouderen, alleenstaanden en gehandicapten krijgen over het deel van de huur, boven de voor hen geldende aftoppingsgrens, 40% vergoed.
Beschermd wonen
Bij beschermd wonen gaat het om het bieden van onderdak en begeleiding aan personen met een psychische aandoening. Het gaat o m personen bij wie op participatie gerichte ondersteuning vanuit een beschermende woonomgeving centraal staat. Voor het bieden van beschermd wonen kan aanleiding bestaan indien iemand er vanwege psychische problematiek niet in slaagt om zelfstandig te wonen zonder de directe nabijheid van 24 uur per dag toezicht of ondersteuning.
Extramuralisatie
De verschuiving van wonen in een instelling (intramuraal) naar zelfstandige woning met zorg en/of begeleiding noemen we extramuralisering. Extramuralisaties spelen in de ouderenzorg, gehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg.
Kwetsbare groepen
Mensen die als gevolg van sociaal niet aangepast gedrag , psychische of psychiatrische aandoening (verwarde personen), een ve rstandelijke beperking, of anderszins niet zonder hulp, begeleiding of zorg zelfstandig kunnen wonen.
Ladder duurzame verstedelijking
De ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro bepaalt dat voor bestemmingsplannen de drie treden van de ladder moet worden doorlopen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hiervoor dient te worden aangetoond of er regionale behoefte is een bepaalde functie, of die behoefte is op te vangen binnen bestaand stedelijk gebied en wanneer dat niet het geval is of er een locatie is die multimodaal ontsloten is.
Primaire doelgroep
De groep van huishoudens met een belastbaar inkomen tot de grens waarop men in aanmerking kan komen voor huurtoeslag (Eénpersoonshuishoudens € 22.100; Meerpersoonshuishoudens € 30.000, prijspeil 2016)
Prestatieafspraken
Afspraken tussen gemeenten, woningcorporaties en huurdersorganisaties over het woonbeleid in een gemeente of regio.
Regionaal Actieprogramma Wonen Het Regionaal Actieprogramma Wonen is een afsprakenkader tussen de provincie Noord-Holland en de regio. Het RAP bevat regionale afstemmingsafspraken over kwantitatieve en (RAP) kwalitatieve woningbouwprogramma’s. Voor de periode 2016-2020 wordt een nieuw RAP opgesteld. Scheefwonen
Voor een uitleg over de verschillende vormen van scheefwonen zie de box op pagina 41.
Scheiden wonen en zorg
De situatie waarin wonen en zorg apart gefinancierd worden. De cliënt betaalt zelf voor het wonen via huur of koop. De zorg wordt apart gefinancierd via de zorgverzekeringswet, Wmo, AWBZ en eventueel via eigen middelen. De gedachte achter het scheiden van wonen en zorg is dat bewoners van intramurale zorglocaties hierdoor meer keuzevrijheid krijgen en de diversiteit in wonen wordt vergroot.
Secundaire doelgroep
Huishoudens met een inkomen tussen de inkomensgrens voor de primaire doelgroep en € 35.739 (tot en met 2020: € 39.874) afhank elijk van de samenstelling van het huishouden.
Verhuurdersheffing
Heffing op de verhuur van sociale huurwoningen. Het tarief van de heffing is gebaseerd op de WOZ-waarde van de huurwoning. Dit heffing moet de verhuurder jaarlijks afstaan aan het Rijk.
WoON (2015)
Het WoonOnderzoek Nederland (WoON) wordt om de 3 jaar uitgevoerd door de Rijksoverheid. WoON 2015 is de meest recente versie waarvoor circa 70.000 enquêtes zijn verwerkt. De resultaten van het onderzoek vormen een belangrijke basis voor het woonbeleid van het rijk, provincies en gemeen ten.
87
FIGUREN LIJST
Pagina
Figuur
Bron
11
1. Gemiddelde transactieprijs woningen (Provincie Noord-Holland)
Centraal Bureau voor de Statistiek
19
2. Inwoners: ontwikkeling en prognose
Provincie Noord-Holland, Prognose 2015
20
3. Regionale ontwikkeling aantal senioren
Centraal Bureau voor de Statistiek
20
4. Leeftijdsopbouw, 2015
Centraal Bureau voor de Statistiek
21
5. Inwoners- en huishoudensprognose 2015-2040
Provincie Noord-Holland, Prognose 2015
22
6. Migratiestromen
Centraal Bureau voor de Statistiek
23
7. Tabel relatie in- en uitstroom
Centraal Bureau voor de Statistiek
24
8. Ontwikkeling regionale woningvoorraad
ABF Research - Systeem woningvoorraad (Syswov)
24
9. Samenstelling woningvoorraad
ABF Research - Systeem woningvoorraad (Syswov)
25
10. Woningvoorraad naar bouwperiode
Centraal Bureau voor de Statistiek
25
11. Woningvoorraad naar woningtype
Centraal Bureau voor de Statistiek
37
12. Gemiddelde WOZ-waarde
Centraal Bureau voor de Statistiek
37
13. Inkomensverdeling
Centraal Bureau voor de Statistiek
38
14. Bezit corporaties (DAEB) in Gooi en Vechtstreek
Regiotool autoriteit woningcorporaties
40
15. Passend toewijzen
Woningnet
47
16. Regionaal vraaggestuurd bouwprogramma
Regio Gooi en Vechtstreek
50
17. Huur- en koopgrenzen
Regio Gooi en Vechtstreek
51
18. Woningtypen planvoorraad
Provincie Noord-Holland, Planmonitor
51
19. Planvoorraad en nieuwbouwprogramma
Provincie Noord-Holland, Planmonitor
52
20. Planvoorraad per segment (voor zover bekend)
Provincie Noord-Holland, Planmonitor
52
21. Aandeel betaalbaar in planvoorraad
Provincie Noord-Holland, Planmonitor
53
22. Grootste nieuwbouwprojecten in de regio
Provincie Noord-Holland, Planmonitor
66
23. Aandeel 65-plussers per wijk
Centraal Bureau voor de Statistiek
68
24. Kansenmatrix kwetsbare doelgroepen
Regio Gooi en Vechtstreek
75
25. Ontwikkeling EPC norm nieuwbouw
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
88
LITERATUURLIJST Amsterdam School of Real Estate (2015), Middeninkomens en het middensegment: De ontbrekende schakel op de woningmarkt
Regio Gooi en Vechtstreek (2012), Projectplan: Energiebesparing particuliere woningvoorraad
ABF Research (2010), Kwalitatieve woningmarktverkenning 2010-2020 Noord-Holland
Regio Gooi en Vechtstreek (2012), Regionaal Actieprogramma Wonen 2011-2015
Capital Value (2013, update 2016), De woning(beleggings)markt in beeld
Regio Gooi en Vechtstreek (2015), Regionale Samenwerkingsagenda Gooi en Vechtstreek
Deloitte (2015), State of the State Woningmarkt: Kantorentransformatiepotentie
Rigo (2008), Regionale Woonvisie van de 9 gemeenten uit het gewest Gooi en Vechtstreek
Metropool Regio Amserdam (2016), MRA Agenda 2016
Rigo (2013), Meer zicht op betaalbaarheid: “betaalbaar wonen in de regio Gooi en Vechtstreek
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koningrijksrelaties, Cijfers over bouwen en wonen 2016
Rigo (2015), Best practice seniorenhuisvesting: Effectanalyse van de Reiger in Hilversum
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (2011), Woonvisie
RIGO in opdracht van Platform 31 (2014), Senioren in beweging
Ministerie van Infrastructuur en Milieu (2012), Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
SER (2013), Energieakkoord voor duurzame groei
MRA, NV Utrecht en ministerie van BZK (2015), Transformatie in de Noordvleugel
TransitieBureau WMO (2014), Informatiekaart Beschermd Wonen
MRA, NV Utrecht en ministerie van BZK (2015), Monitor woningbouwproductie Noordvleugel 2015
Twynstra Gudde en Rigo (2015), MKBA Seniorenhuisvesting de Reiger
Ortec Finance (2013), DrieKamerModel: De resultaten van het pilotprogramma Planbureau voor de Leefomgeving (2011), Langetermijneffecten van de kredietcrisis op de regionale woningmarkt
WoON 2012, WoonOnderzoek Nederland 2012 WoON 2015, WoonOnderzoek Nederland 2015
Planbureau voor de Leefomgeving (2014), De Nederlandse bevolking in beeld www.energiebesparengenv.nl Planbureau voor de Leefomgeving (2015), Quickscan ontwikkelingen vraag en aanbod geliberaliseerde www.leefbarometer.nl huurwoningen Platform 31 (2012), Burgers maken hun buurt
www.plancapaciteit.nl
Provincie Noord-Holland (2015), Monitor Woningbouw 2015
www.statline.cbs.nl (CBS statline)
Provincie Noord-Holland (2015), Prognose 2015-2040: Concentratie in steden
www.woningwet2015.nl/regios/regiotool (Regiotool)
Provincie Noord-Holland (2015), Prognose 2015-2040: Concentratie in Steden
www.woononderzoek.nl (CitaVista)
89
Colofon In opdracht van de Regio Gooi en Vechtstreek.
Tekst & vormgeving Bureau Loefzij
Edwin Prins
JongeHonden
Marga van Beek
Regio Gooi en Vechtstreek Burgemeester de Bordesstraat 80
1404 GZ Bussum Postbus 251
1400 AG Bussum Telefoon: (035) 69 26 444 Fax: (035) 69 26 440
E-mail: info@regiogv.nl
90
Woningmarktonderzoek Toegankelijkheid van de particuliere woningvoorraad in de regio Gooi en Vechtstreek.
Jasper Prins Hilversum 31 juli 2012
c
olofon
Titel:
Toegankelijkheid van de particuliere woningvoorraad in de regio Gooi en Vechtstreek
Opdrachtgever:
Gemeente Hilversum
Datum:
31 juli 2012
Auteur:
Jasper Prins
Stagebegeleidster:
Inge Huiskers
School:
Hogeschool Utrecht
Faculteit:
Gebouwde omgeving
Opleiding:
Ruimtelijke ordening en planologie
v
oorwoord
Voor u ligt het onderzoekrapport naar de toegankelijkheid van de particuliere woningvoorraad in de regio Gooi en Vechtstreek. Gedurende 5 maanden ben ik bezig geweest met het onderzoek, die deel uit maakt van mijn stageperiode voor de opleiding Ruimtelijke Ordening en Planologie aan de Hogeschool Utrecht. Allereerst wil ik de gemeente Hilversum bedanken dat mij de mogelijkheid is geboden om daar onderzoek te mogen doen. Daarbij wil ik Inge Huiskers in het bijzonder bedanken. Zij was gedurende de 5 maanden mijn begeleidster voor dit onderzoek. Met haar inzichten, kennis en ideeën heeft zij mij uiteindelijk op het juiste spoor gebracht van waar het met dit onderzoek naar toe moest gaan. Daarnaast wil ik alle meewerkende gemeente in de regio Gooi en Vechtstreek bedanken voor de beschikbaar gemaakte tijd en de geleverde input aan de quickscan. Veel leesplezier, Jasper Prins Dordrecht, 1 augustus 2012
I
nhoudsopgave
1. Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doelstelling 1.3 Onderzoeksvraag 1.4 Deelvragen 1.5 Methoden en technieken 1.6 Planning 1.7 Randvoorwaarden en uitgangspunten 1.8 Leeswijzer 2. Theoretisch kader 2.1 Inleiding 2.3 Woningvoorraad 2.5 Toegankelijkheid per woningtypen 2.6 Geschiedenis stedelijke ontwikkeling 2.7 Conclusie 3. Model 3.1 Inleiding 3.2 Uitleg beslisboom 4. Quickscan 4.1 Inleiding 4.2 Resultaten van de quickscan 4.2.1 Blaricum 4.2.2 Bussum 4.2.3 Hilversum 4.2.4 Huizen 4.2.5 Laren 4.2.6 Muiden 4.2.7 Naarden 4.2.8 Weesp 4.2.9 Wijdemeren 5. Conclusie 5.1 Inleiding 5.2 Beantwoording onderzoeksvraag 5.3 Aanbevelingen
6 6 7 7 7 8 9 9 9 11 11 12 16 19 20 21 21 22 24 24 25 25 28 31 36 39 43 44 48 52 53 53 53 54
1 1 .1
Inleiding
Aanleiding
De regio Gooi en Vechtstreek kent al en wacht nog een vergrijzing, die zich sterker en eerder voordoet dan elders in Nederland. Binnen de regio vertonen zich echter grote verschillen in demografische ontwikkelingen. De zorgvraag in de regio Gooi en Vechtstreek neemt toe en zal de komende jaren verder toenemen. Het deel van de zorgvraag dat niet in intramurale voorzieningen ondergebracht wordt zal ook toenemen. Ouderen willen langer zelfstandig wonen. De rijksoverheid zet onder de noemer “extramuralisering” in op het zo lang mogelijk zelfstandig thuis wonen (met zorg en begeleiding). Het is een belangrijke ambitie van regio en de provincie om het behoud van deze zelfredzaamheid te ondersteunen. De scheiding van wonen en zorg speelt hierbij een belangrijke rol. Een passend woningaanbod dat hierop is gericht wordt dus steeds belangrijker. Hiervoor is het nodig zicht te hebben op de toegankelijkheid en zorggeschiktheid van de woningvoorraad. Dit inzicht maakt het mogelijk om vraag en aanbod goed op elkaar af te stemmen. Binnen de regio is een 5-sterrenclassificatiesysteem ontwikkeld. Dit systeem biedt per woning inzicht in de toegankelijkheid en zorggeschiktheid van de woning. De afgelopen jaren is door corporaties de sociale huurvoorraad volgens dit classificatiesysteem ingedeeld, als is de classificatie nog niet compleet.
Het zelfde geldt al (gedeeltelijk) voor het inhuurbezit van zorginstellingen (woningen van corporaties die door zorginstellingen worden gehuurd) en (voor een klein deel) voor de zelfstandige woningen van de zorginstellingen in de regio.
Toegankelijkheid van de particuliere woningvoorraad Inleiding 6
Voor de particuliere huur- en koopvoorraad geldt dat er nog geen zicht is op de toegankelijkheid en zorggeschiktheid van de woningen. Dit inzicht is nodig om een goede afstemming van vraag en aanbod mogelijk te maken. Het resultaat van het onderzoek zal zijn dat de regio Gooi en Vechtstreek in staat is om naast de sociale sector ook de particuliere sector in beeld te brengen en te gebruiken in beleidsvorming.
1 .2
Doelstelling
Het doel van het onderzoek bestaat uit het opstellen van een quickscan naar de toegankelijkheid van de particuliere woningvoorraad, die resulteert in een beter en transparanter beeld van de huidige particuliere woningvoorraad.
1 .3
Onderzoeksvraag
Hoe staat het met de toegankelijkheid van de particuliere woningvoorraad in de regio Gooi en Vechtstreek voor huishoudens met een fysieke beperking (mobiliteitsbeperking)?
1 .4
Deelvragen
Om de onderzoeksvraag te beantwoorden zijn daarnaast de volgende deelvragen opgesteld:
1. Welk deel van de particuliere woningvoorraad is toegankelijk voor huishoudens met fysieke beperkingen?
2. Hoe breng je de toegankelijkheid van de particuliere woningvoorraad het beste in beeld?
3. Hoe is de particuliere woningvoorraad lokaal gespreid over de regio?
Toegankelijkheid van de particuliere woningvoorraad Inleiding 7
1 .5
Methoden en technieken
Stap Beantwoorden van de deelvraag: Welk deel van de particuliere woningvoorraad is toegankelijk voor huishoudens met fysieke beperkingen? Beantwoorden van de onderzoeksvraag: Hoe breng je de toegankelijkheid van de particuliere woningvoorraad het beste in beeld? Beantwoorden van de deelvraag: Hoe is de particuliere woningvoorraad lokaal gespreid over de regio?
Beantwoorden van de onderzoeksvraag: Hoe staat het met de toegankelijkheid van de particuliere woningvoorraad in de regio Gooi en Vechtstreek voor huishoudens met een fysieke beperking (mobiliteitsbeperking)?
Methoden en technieken Bij het beantwoorden van de deelvraag wordt er een theoretisch kader opgesteld, die de basis vormt voor het onderzoeksmodel
Resultaat Theoretisch kader
Aan de hand van de informatie uit het theoretisch kader en het beoogde resultaat wordt een onde
Onderzoeksmodel
Bij het beantwoorden van de deelvraag wordt de basis gelegd op het theoretisch kader en conceptueel model. De toegankelijkheid van de particuliere woningvoorraad wordt aan de hand van het conceptueel model per gemeente getoetst met behulp van vastgoed informatie. De resultaten worden per gemeente cijfermatig en visueel gepresenteerd. Voor deze stap wordt de onderzoeksvraag beantwoordt aan de hand van de conclusie.
Quickscan
Conclusie en aanbevelingen
Toegankelijkheid van de particuliere woningvoorraad Inleiding 8