CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief van Stichting Natuur en landschap Het Gooi inzake Bezwaarschrift inzake bestemmingplan Buurtschap Crailo

GEMEENTERAAD 26 oktober 2022, gemeente HilversumBij agendapunt: Ingekomen stukken - Rubriek III43.394 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Bezwaar 22: manipulatie door de raden en door GEM Crailo B.V. van zowel de Afdeling bestuursrechtspraak, als van de Omgevingsdienst NHN en van Gedeputeerde Staten van NoordHolland door advocaat Binnerts in zijn brief van 31 maart 2022 aan de ABRvS ( welke brief per definitie onderdeel is van het dossier van de ODNHN) met behulp van een door advocaat Binnerts valselijk daarin opgenomen “conclusie van AP Natuuradvies en Begeleiding”, als ware deze afkomstig uit het rapport van A. Popelier van 23 maart 2022 t.b.v. GEM Crailo B.V. en de raden, welke valselijke mededeling van advocaat Binnerts niet voorkomt in de conclusie van A. Popelier (archief ISNLG 2020-Crailo-XX-24c pagina 2 van 3). Ook hier hebben de raden en GEM Crailo B. V. de advocaat Binnerts laten begaan. Dit handelen is overeenkomstig de tuchtregels van de NOVA klachtwaardig en. Er is geen sprake van een “ slip of the pen” van advocaat Binnerts, maar van een moedwillig toegevoegde mededeling, die beantwoordt aan de vereisten van valsheid in geschrifte. Ook hier is besluitvorming van GS van Noord-Holland besmeurd door de GEM Crailo B.V. De gehele aanvraag is daarmee ongeloofwaardig geworden.

<<Regel 8 Geen onjuiste informatie Toelichting De advocaat dient zich zowel in als buiten rechte te onthouden van het verstrekken van feitelijke informatie waarvan hij weet, althans behoort te weten, dat die onjuist is.>>

Dit handelen raakt aan artikel 225 Wetboek van strafrecht: valsheid in geschrifte. In Wikipedia wordt als eerste in het lemma over valsheid in geschrifte m meegedeeld, waarmee oud-advocaat Bogaers instemt: “ Valsheid in geschrift(e) of schriftvervalsing is een strafbaar feit, waarvan sprake is 62

wanneer de valsheid gepaard gaat met bedrieglijke inzichten en betrekking heeft op welbepaalde documenten die volgens de wet een zekere geloofwaardigheid genieten.”

Dit raakt aan wat hier is gebeurd. Immers wie gaat controleren of de bewering van advocaat Binnerts over de conclusie van AP Natuuradvies en Begeleiding juist is? Vrijwel niemand, behalve een doorgewinterde advocaat bestuursrecht.

NB. Een nadere Analyse van de mededelingen van GEM Crailo B.V. en van de aan haar gelieerde advocaat Binnerts is hier geboden, Zie het volgende: Nadere beschouwing SNLG van de Ontheffingsvergunning in het kader van het bezwaarschrift van de misleiding op gezag en onder verantwoordelijkheid van de raden en de GEM Crailo B.V. door advocaat Binnerts:

Nadat door SNLG ontdekt is, dat de raden en TAUW en GEM Crailo B.V. bij herhaling zich schuldig hebben gemaakt aan misleiding en zich niet schamen voor een door hen geconstrueerd en samengesteld weefsel van onwaarheden en verdichtsels, wordt hier de kroon gespannen door hun advocaat door het verzinnen van een de raden en GEM Crailo welgezinde uitkomst, die dan “als conclusie” in de schoenen wordt geschoven van dhr. Popelier.

Voor het triomfalisme van advocaat Binnerts is evenwel geen plaats, waar hij op p. 2 van 3 in zijn brief aan de ABRvS van 31 maart 2022 meedeelt onder punt 5 na vermelding van een aanvraag van de Ontheffingsvergunning in voorbereiding bij de Omgevingsdienst NHN in februari 2022: “De Omgevingsdienst heeft op 1 maart de locatie bezocht. De Omgevingsdienst heeft daarop gereageerd bij mail van 17 maart jl, waarin aangegeven wordt dat zij “geen redenen [ziet] om aan te nemen dat wanneer de ontheffing aangevraagd gaat worden deze niet verleend zou kunnen worden” bijlage 6) ‘’>> SNLG: Dat triomfalisme stuit, wanneer de aanvrager zich bedient van onwaarheden en verdichtsels zoals hierboven en zoals hierna: Verderop in zijn schrijven aan de ABRvS komt advocaat Binnerts tot een tweede onwaarheid op pagina 2 van 3: <<”7 De Dassenwerkgroep heeft op haar verzoek toegang gekregen tot het terrein voor een veldonderzoek op 9 [moet zijn: 8} februari 2022. Bij die gelegenheid is een op dat moment recent uitgegraven bijburcht gevonden, waarvan de aanwezigheid is meegenomen in het rapport van Popeliers.” NB. Ook die mededeling is misleidend. Het was op initiatief van dhr Twan Zeegers van GEM Crailo B. V., , dat de SDWUG werd gevraagd mee te werken aan een onderzoek van Tauw en later van AP Natuuradvies en Begeleiding. Bovendien was er geen sprake van een op 8 ( niet 9) februari “recent 63

uitgegraven burcht”, maar van een reeds langer bestaande burcht die was uitgegraven in een berg puin van defensie in een oude stortwal van puin . Het uitgraven door de Das van deze burcht moet met grote moeite en vasthoudendheid door de Das zijn geschied, De eerste aanblik van deze burcht door SDWUG en SNLG is geweest op zondag 9 januari 2022 door ir. A. Meijer in aanwezigheid van de biologen drs. A. Bijlard en drs. P. Bogaers. Het volgende werd genoteerd door P. Bogaers in zijn veldnotitieboek: “Burcht, ontdekt door ir. Meijer: bij nummerplatenpaal op begroeide hoge wal, bij de Adelaarstraat met dassenhaar!”

Heer Binnerts is in zijn mededeling afgegaan op de onjuiste vermeldingen door Popelier in diens rapport over 9 februari 2022, waarbij Popelier ook ten onrechte heeft vermeld dat die burcht “een vers gegraven” dassenhol betrof. Dat was een manipulatie van de zijde van Tauw, die vervolgens voetstoots voor waar is aangenomen door Popelier en is overgenomen door Popelier zonder de SDWUG te raadplegen en welke stellingname daarna is overgenomen door Binnerts die telkens ten onrechte in al zijn stukken herhaalt in navolging van Tauw, dat alle door SNLG en door SDWUG aangetroffen dassensporen betrekking hebben op een vestiging van de das in het plangebied na het vaststellingsbesluit van 7 juli 2021. Zo wordt er en web van onjuistheden geweven door GEM c.s. over het plangebied. Bezwaar 23: het zonder argumenten en ten onrechte terugbrengen van het essentiële leefgebied van de genoemde diersoorten, gewone dwergvleermuis, bunzing, das, boommarter en eekhoorn tot kleine, niet gedefinieerde vlekjes op de bijbehorende “kaartjes”/figuren bij het Ontheffingsbesluit van 29 (23) augustus 2022

Verheugend is het, dat in het Ontheffingsbesluit nu wordt erkend dat het plangebied “essentieel leefgebied” is voor de daar genoemde diersoorten gewone dwergvleermuis, bunzing, das, boommarter, waarbij de eekhoorn zijdelings wordt behandeld. Maar wat opvalt in de Omgevingsvergunning is dat niet in de vergunning zelf, maar in de bijbehorende figuren het essentiële leefgebied van al deze soorten, ook voor de eekhoorn wordt teruggebracht tot enkele niet nader gedefinieerde plekjes in het plangebied. De kaartjes zijn van zo klein formaat en zo slecht afgedrukt, dat deze niet goed leesbaar en interpreteerbaar zijn. Opgeleid in de vegetatiekartering aan de vakgroep Systematische plantkunde/vegetatiekunde van de Rijksuniversiteit Utrecht (1975 – 1976), cum laude afgestudeerd in 1978, is het ongelooflijk te zien hoe de Omgevingsdienst NHN anno 2022 zich ervan afmaakt. Er ontbreekt een heldere legenda. Een kaartschaal ontbreekt. Niet 64

is gedacht aan elementaire eisen aan verantwoorde kaarten: binding, beeldvorming en orde! De vlakjes zijn naar willekeur en zonder enig criterium ingevuld en getuigen van ambtelijke willekeur. Dit is onacceptabel. Zulke kaartjes zijn in strijd met de vereiste rechtszekerheid bij de controle op het optreden van de GEM Carailo B. V.in dit gebied. In de bij het besluit horende figuur 2 en figuur 3 in onderling verband beschouwd wordt het “essentieel leefgebied” voor de Das bij voorbeeld terug gebracht tot enkele vlekken met rode stippen zonder de rest van de “paddenstoel rood met witte stippen” te benoemen, als zouden die verder niet beargumenteerde, maar wel getoonde gebiedjes , die ten dele diagonaal en roze omlijnd zijn of omcirkeld (wederom niet gedefinieerd of omschreven) als enige plekken “essentieel leefgebied” voor de Das zijn. Via de achterdeur van deze tekeningen wordt de betekenis van het hele plangebied dat in haar totaliteit 40 hectare omvat als onderdeel van het volledige territorium van de dassenclan van de Watertoren Laren gebagatelliseerd. Kaarten dienen echter te beantwoorden aan eisen van binding, beeldvorming en orde. Kaarten dienen gebaseerd te zijn op grondig onderzoek en niet op ficties. Aan deze grondbeginselen van de cartografie wordt met de figuren bij het Ontheffingsbesluit niet voldaan.

Opnieuw wordt verwezen naar bijlage 7 van het bezwaarschrift, het rapport van de Stichting Dassenwerkgroep Utrecht &`t Gooi van ir. A. Meijer van 2 april 2022, dat hier als volledig overgenomen en ingelast dient te worden beschouwd. Figuur 6 wordt hieronder er uit gelicht. Met vork en lepel zijn daarin de wroetplekken, voedselhapplekken van de Das vermeld, die per GPS zijn geregistreerd. Die GPS registraties betreffen maar een klein deel van het totaal aantal wroetplekken in het hele plangebied. . Maar overal in alleen al het noordelijk deel is het aantal wroetplekken overweldigend. Hetzelfde geldt voor het zuidelijk deel. Bioloog Bogaers heeft zes onderzoektochten uitgevoerd in het hele plangebied te beginnen op zaterdag 25 september 2021 ( noordelijk deel van 11.00 tot 13,35 uur), vervolgens op dinsdag 28 september 2021 van 11.00 tot 15.00 uur (noordelijk deel en langs het Gebed zonder End) . Daarna op dinsdag 16 november 2021 ( om 15,20 uur in het gebied ten zuiden van het Gebed zonder End tot 17.00 uur), vervolgens op zaterdag 27 november 2021 in het noordelijk deel (regen) samen met ir, A., Meijer van 13.00 uur tot 15.10 uur , overal wroetplekken en twee latrines van de Das.

Daarna zaterdag 18 december 2021 `s ochtends in het noordelijk deel bij de Glashorst met bewoners van Crailo, die bang waren voor ontdekking door GEM Crailo B.V., die de bewoners onder surveillance heeft. Vervolgens `s middags in het noordelijk deel met ir. Meijer. Daarna zondag 9 januari 2022 met drs. A. Bijlard en ir. A. Meijer in het noordelijk deel van 12.30 tot 16.00 uur. Onderweg drie reeën en op de terugweg nog twee reeën , en eerder die middag een houtsnip bij de kazernegebouwen bij de grens met het KPN gebouw. Vervolgens met mw. C. Bosmann op dinsdag 11 januari 2022 vanaf 9.30 uur in het noordelijk deel en vooral in het zuidelijk deel tot 11.25 uur. Daarna `s middags om 12.30 uur een ontmoeting met de beheerder Jeroen van der Werf en een kort afgebroken bezoek aan het noordelijk deel bij kazernegebouwen waar een dragline ca. 50 bij 50 meter van de Bremvegetatie had vernield zonder reden. Daarna zondag 16 januari 2022 zuidelijk deel van 11,45 uur tot 14.15 uur in het gebied van de Watertoren in Laren samen met de beheerder en met A, Bijlard en met A. Meijer, en vervolgens tot 16.00 uur het zuidelijk terrein. Alle hekwerken, Dan zondag 23 januari 2022 van 11.00 tot 14.10 uur met ir.

Meijer in het gebied Bussum Zuid achter de Gaarden in Bussum-Zuid met vele wissels naar het noordelijk terrein Overal wroetsporen en daarna naar het gebied van de Watertoren, waar bioloog Bogaers 65

een onbekende in gebruik zijnde dassenpijp mocht waarnemen, en vervolgens langs de Amersfoortsestraatweg. Overal wissels onder de hekken naar het plangebied door. Het helle gebied is dassen gebied. Het is mogelijk alle gegevens uit het volgeschreven notitie boek uit te werken, maar dat kost zeker een dag. Overal zijn talloze wroetsporen en wissels gevonden en latrines en pijpen binnen het plangebied en er omheen aan alle kanten. Onmogelijk kan worden volgehouden zoals GEM Crailo B.V. met Tauw blijft presteren en zo ook en ten onrechte advocaat Binnerts namens de raden met volle instemming van GEM Crailo B.V. en nu met ongecontroleerde instemming van de Omgevingsdienst NHN en GS van Noord—Holland blijkens de kaartjes bij het Ontheffingsbesluit , dat het binnen het plangebied slechts gaat om kleine plekjes “essentieel leefgebied”. GDS en de Omgevingsdienst fabuleren in navolging van GEM Crailo B.V. en Tauw en de raden.

Dit klemt te meer vanwege het volgende: Popelier beschrijft op, pagina 4 van zijn rapport: “Zoals uit de “Biologie van de Das“ kan worden afgeleid , vormt de naaste omgeving van het projectgebied een voedselarm leefgebied voor dassen. Er is geen begraasd grasland in de ruime omgeving van de burchtlocatie. De heidevelden en naaldhoutbosjes, hoe idyllisch ook, leveren voor dassen geen voedsel op . Het omringende loofbos is de belangrijkste voedselbron voor de dassenfamilie van de Watertoren.”

Commentaar SNLG: Deze mededeling van heer Popelier is helemaal juist. Maar wat niet is gebeurd, is dat Tauw, noch A. Popelier vegetatiekundig/ecologisch onderzoek hebben verricht naar alle trofische niveaus in het plangebied en niet hebben begrepen dat de daar aanwezige eikenbomen (en hun massale en gestage productie van eikels) en de vele aanwezige molshopen [die wijzen op een groot bestand aan regenwormen, zowel voor mol, als voor de Das het Stapelvoedsel] het belang van dit plangebied als onlosmakelijk onderdeel van het territorium voor de Dassenclan bij de Watertoren onderstrepen! Het hele gebied is essentieel leefgebied voor de Dassenclan van Crailo. Zie andermaal het rapport opgenomen als bijlage 7 (2020-Crailo-XX-41) Stichting Dassenwerkgroep Utrecht &`t Gooi. Def. rapport van 2 april 2022, rapportcode : Crailo-20220402: De Das (Meles meles) en het bestemmingsplan Buurtschap Crailo Toetsing aan de Wet natuurbescherming, dat is overgelegd op p.39 van dit bezwaarschrift. De volgende figuur, nr. 6 is aan dit rapport ontleend:

66

Figuur 6 uit het rapport van de Stichting Dassenwerkgroep Utrecht &`t Gooi van 2 april m2022 , zie pagina 20 van 23. Ir. Meijer voegt dan ook in zijn Commentaar op passages van het rapport van Dhr. Popelier van 3 april 2022 ( zie bijlage 8, 2020-Crailo-XX-45), dat telkens is ingelast na vermeldingen van diens rapport, het volgende toe aan bovengenoemde mededeling van Popelier [ SNLG: Popelier deelt correct mee over de naaste omgeving van dit plangebied, , zie pagina 4 van deze bijlage: “Zoals uit de “Biologie van de Das“ kan worden afgeleid , vormt de naaste omgeving van het projectgebied een voedselarm leefgebied voor dassen. Er is geen begraasd grasland in de ruime omgeving van de burchtlocatie. De heidevelden en naaldhoutbosjes, hoe idyllisch ook, leveren voor dassen geen voedsel op . Het omringende loofbos is de belangrijkste voedselbron voor de dassenfamilie van de Watertoren.”] Dassenstichting naar aanleiding van bovenstaande mededeling van Popelier over de “naaste” omgeving: “Loofbos is echter schaars rond de hoofdburcht. Juist in het plangebied komen echter restanten voor van bossen met oude Europese eik. Ook langs de oude landweg het Gebed zonder End komen Europese eiken voor . Voor het overige bestaat de omgeving kortgezegd uit e heide en dennenbos of bos dat zeer wordt gedomineerd door dennen.

Logisch geredeneerd volgens de basisaanname van AP dat “heidevelden en naaldhoutbossen” geen voedsel opleveren ‘kan de clan dus in het overgrote deel van het gebied rond de hoofdburcht, geen of nauwelijks voedsel vinden en is de clan dus vrijwel aangewezen op de kleine oppervlakten eikenbos die juist in het plangebied aanwezig zijn. De dassenstichting is van mening dat de heide en het door dennen gedomineerde bos uiterst weinig rendabel zijn als foerageergebied. Ook op basis van die aanname is de clan dan vrijwel volledig aangewezen op de kleine oppervlakten eikenbos die met name binnen het plangebied aanwezig zijn.` Vervolgens merkt Popelier op na zijn eerdere passage over de “naaste omgeving“ Popelier: “Dit betekent dat deze dassen veel terrein moeten bestrijken op zoek naar voedsel . Vanuit onderzoek is bekend dat dassen zich tot 1,5 à 2 km van hun burcht begeven om voedsel te vergaren . Voor de dassen van de Watertoren Laren bevindt het projectterrein zich ruimschoots binnen deze actieradius.” 67

Dassenstichting: “ De Dassenstichting is het daarmee eens. Het is echter nuttig om daar nader op in te gaan: De dassenstichting voegt hieraan toe dat in haar eigen onderzoek veel sporen werden gevonden binnen het plangebied op circa 1 kilometer van de hoofdburcht, waaronder grote oppervlakten die volledig door dassen waren doorzocht en daardoor helemaal vol zaten met wroetsporen (met de snuit opgeduwd blad en graafsporen in de grond). Ook AP vond op die afstand sporen binnen de vier veldonderzoeken in de periode 28 januari t/m 2 maart 2022 (bv. P4, W6 en W7 in de kaartbijlage) en bureau Tauw heeft op deze afstand dassen op camerabeelden vastgelegd in de periode 21 januari t/m 23 maart 2022. Naar het oordeel van de dassenstichting zijn dit erg veel waarnemingen van dassen en hun sporen op een afstand van ca. 1 km van een hoofdburcht binnen de onderzoeksperioden. Dan duiden deze vele waarnemingen op een zeer hoge waarde van de betreffende delen van het plangebied voor de clan. Deze waarnemingen zijn (vrijwel) allemaal gedaan binnen terrein met eikenbomen. Dit suggereert een oorzakelijk verband tussen de delen van het plangebied met veel eik en de waarde van deze delen van het plangebied voor de das als foerageergebied.” Popelier deelt dan mee over het Kazernekwartier:

.

Kazernekwartier: de randen van het terrein aan de westzijde (grenzend aan de manege) en

de oostzijde (bij de voormalige stormbaan) worden gevormd door ouder loofbos met enige kleine verhogingen. Op de kern van het terrein staan gebouwen, die deels nog bewoond dan wel overdag gebruikt worden. De ruimte tussen de gebouwen is verruigd. De randen van het Kazernekwartier bieden dassen enige, zij het uiterst beperkte foerageermogelijkheid. De nabijheid van woonhuizen en kazernegebouwen verhindert echter dat dassen zich vrijelijk kunnen verplaatsen naar de bosschages aan de oostzijde.” Dassenstichting: “De stichting ziet dit anders. Dit oudere loofbos, waarin eiken aanwezig zijn is uiterst waardevol als foerageergebied voor de clan. Allereerst volgt dat uit de vele waarnemingen van dassen en hun sporen binnen de korte onderzoeksperioden op grote afstand van de hoofdburcht. Daarbij kan nog worden opgemerkt dat het beeldveld en het bereik van cameravallen heel beperkt zijn en ook de reactietijd beperkt is. Er moet dan ook worden aangenomen dat de cameravallen vele keren een foeragerende das zal hebben gemist. Daarnaast vormen afgevallen eikels een zogenaamde food patch onder een eikenboom: een plek waar dassen in staat zijn om binnen korte tijd en binnen een heel klein gebied, zeer veel voedselobjecten te bemachtigen. Juist in het najaar kan zo’n food patch van enorme waarde zijn voor de clanleden om een onderhuidse vetlaag op te bouwen die ze door de winter helpt.

Hierbij wordt óók gewezen op het onderzoek van D. Wansink nabij Hollandsche Rading, die een erg groot aandeel eikels heeft gevonden in het menu van de daar levende clan(s).

68

Figuur 5 Impressie Kazernekwartier

•

Popelier: Op de Hei: het voormalige Oefenterrein Crailo wordt gevormd door verruigd terrein, velerlei bouwsels en een schietbaan. Her en der bevinden zich aarden wallen, die begroeid zijn met struweel en loofhout. Tot november 2021 vonden hier oefeningen plaats van de Veiligheidsregio, Politie, Korps Mariniers evenals politiehondentrainingen (med. M.Tijm, TAUW). Het is aannemelijk dat dassen pas na het beëindigen van deze verstorende activiteiten hun bezoeken aan het Oefenterrein Crailo geïntensiveerd hebben. Deze veronderstelling kan niet verder worden onderbouwd wegens het ontbreken van (geregistreerde) waarnemingen van afgelopen jaren.

Dassenstichting: “Niet alleen ontbreken er waarnemingen van de afgelopen jaren, maar bovendien is in onderzoek van J. Mulder en van bureau Waardenburg niet gebleken dat dassen werden verstoord door ingrijpende infrastructurele werkzaamheden met zware machines. In het onderzoek van Waardenburg bleef de clan de hoofdburcht net zo vaak gebruiken tijdens de periode met werkzaamheden, als daarbuiten. De gangbare theorie is dat dassen dergelijke signalen, zeker op grotere afstand van de hoofdburcht, niet langdurig associëren met de mogelijke dreiging van de nabije aanwezigheid van mensen of honden, in Nederland hun grootste vijanden. Dassen worden vooral nabij hun burcht echter heel snel en sterk verontrust door signalen die onvoorspelbaar wisselen in sterkte en aard, zoals geuren of geluiden die voor de Das onmiskenbaar samenhangen met de nabije aanwezigheid van mensen of honden. Zo kan een clan wennen aan de geur van telkens dezelfde mens of hond op een voorspelbare plek, maar blijft hij snel verontrust als er geuren zijn van telkens verschillende mensen of honden en/of op telkens verschillende plekken bij de burcht. Als de oefeningen overdag hebben plaatsgevonden en op plekken die voor de clan voorspelbaar zijn, dan ondergraaft dit de onderbouwing van de veronderstelling dus nog sterker.

Het is daarbij goed denkbaar dat de clan de bijburchten juist gegraven heeft als aanpassing op het optreden van de oefeningen, als extra schuilplaats. Omdat de hoofdburcht al minstens vanaf 2017 aanwezig is en loofbos met eiken juist binnen het plangebied voorkomen, in tegenstelling tot de weide omgeving daarvan, is het aannemelijk dat minstens vanaf 2017 de clan al intensief gebruik zal hebben gemaakt van het deelgebied ‘Op Hei’.” Popelier:

69

De plukjes loofhout leveren dassen wat voedsel op, in de vorm van mast (eikels) en insectenlarven. De aarden wallen zijn bij uitstek geschikt voor das en vos om hun burcht in te graven. Dassenstichting: “Volgens het kaartje van bijlage 1 is er in het deelgebied ‘Op Hei’ méér loofhout met eiken aanwezig dan in het ‘Kazernekwartier’, waar AP spreekt van ‘randen met ouder loofbos’. De uitdrukking ‘plukjes loofhout’ voor ‘Op Hei’ is daarmee niet onderbouwd en lijkt suggestief. Verder verwijst de dassenstichting naar haar commentaar voor het deelgebied ‘Kazernekwartier’. Naar de mening van de dassenstichting is ook in het deelgebied ‘Op Hei’ het loofbos met eik van zeer grote waarde voor de overleving van de clan, met verwijzing naar de bij ‘Kazernekwartier’ genoemde argumenten.” Popelier: • Op Zuid: op dit grotendeels verharde terrein staan diverse nog te slopen gebouwen. Het wordt benut als zandopslag en maakt een verrommelde indruk. Aan de zuidwestelijke rand liggen enkele naaldhoutbosjes. Voor dassen heeft dit terrein niets te bieden aangezien er geen voedselbronnen aanwezig zijn en er weinig dekking te vinden is. Dassenstichting: “Ook in ‘Op Zuid’ is loofbos aanwezig met eiken. De oppervlakte van dat loofbos lijkt inderdaad kleiner dan in de andere twee deelgebieden.

Evenwel kan slechts één eikenboom al volstaan voor een food patch, die een grote bijdrage kan leveren voor een clanlid voor een doorvoede overwintering. Naar het oordeel va de stichting is de stelling van AP dat dit terrein niets te bieden heeft, dan ook niet onderbouwd en bovendien onjuist.” Popelier: 7. Uitkomsten veldonderzoeken Ecologisch Adviesbureau TAUW heeft in 2019 en 2020 veldonderzoek uitgevoerd in het projectgebied. Bij deze onderzoeken werden geen foerageersporen van das aangetroffen. Ultimo 2021 is discussie ontstaan met Stichting Natuur en Landschap het Gooi (SNLG) en Dassenwerkgroep Utrecht en ‘t Gooi over mogelijke aanwezigheid van dassen op het terrein. Dassenstichting: “Van een discussie was géén sprake. De stichting heeft geen tijd voor dergelijke ‘discussies’ en heeft alle tijd en energie nodig voor haar activiteiten en veldonderzoeken, die ze zeer bewust volledig onafhankelijk verricht.” Popelier: Voor TAUW was dit aanleiding om 19 wildcamera’s op te stellen. Dassenstichting: “Neen.

Een onafhankelijk onderzoek, vastgelegd in een goed onderbouwd rapport, dat in het beroep van de SNLG is ingebracht, door gekwalificeerde veldonderzoekers van de SNLG en de dassenstichting, voldoend aan de criteria van het Kennisdocument Das, was de aanleiding.” Popelier: In de periode van 21-01-2022 t/m 23-03-2022 heeft dit 13 waarnemingen van één individuele das opgeleverd: de meeste waarnemingen betreffen een foeragerende das op het Kazernekwartier, één 70

opname is gemaakt bij een vers gegraven hol op het Oefenterrein Crailo. Helaas maakt de opname niet duidelijk of het dier uit het hol komt of het slechts inspecteert. Dassenstichting: “Vaak heeft dat te maken met de reactietijd van cameravallen. Een bijburcht wordt vaak vluchtig bezocht, zodat de cameraval ofwel niet reageert (beperkte gevoeligheid) of te laat om de das vast te leggen op beeld.” Popelier: Op uitnodiging van GEM Crailo hebben SNLG en de Dassenwerkgroep Utrecht en ’t Gooi op 0902-2022 een veldbezoek gebracht aan het Oefenterrein Crailo.

Figuur 8 De verlaten bijburcht (H1)

Dassenstichting: “Nee. Er was geen vertegenwoordiger van de SNLG aanwezig. Twee veldonderzoekers van de dassenstichting hebben de overige aanwezigen langs enkele burchten geleid.” Popelier: Tijdens dit veldbezoek werd een vers gegraven dassenhol (H3 op kaart in bijlage 1) aangetroffen in een aarden wal, centraal op het terrein. Dassenstichting: “Nee. Deze dassenburcht had de dassenstichting al eerder ontdekt. Hij werd op 8 (dus niet 9) februari getoond. De veldonderzoeker van adviesbureau Tauw gaf daarbij te kennen dat Tauw deze burcht nog niet had ontdekt.” Popelier: Dit hol was vermoedelijk hooguit enkele dagen oud. Dassenstichting: “Stop. Die stelling is niet onderbouwd en bovendien onjuist. De stichting had deze dassenburcht namelijk al eerder ontdekt en hij vertoonde toen minder sporen van gebruik dan op 8 februari.” Popelier: Tevens werd de aanwezigheid vastgesteld van een verlaten bijburcht (H1) en enkele losse (dassen)holen in de aarden wal aan de ZW-zijde van de schietbaan (H3 en H4). Wegens het ontbreken van geregistreerde waarnemingen is het onmogelijk om te bepalen hoe lang deze bijburcht en holen zich hier al zouden bevinden. Dassenstichting:

71

“Het is aannemelijk dat een deel van deze burchten al werd gegraven kort nadat de hoofdburcht werd gegraven. Die hoofdburcht was in elk geval 2017 aanwezig.” Popelier: In opdracht van GEM Crailo heeft AP Natuuradvies en Begeleiding medio februari 2022 drie veldbezoeken uitgevoerd in het projectgebied en het aangrenzende deel van het Goois Natuurreservaat.

Tijdens deze veldbezoeken werden op enkele plaatsen dassensporen aangetroffen, zowel op het projectgebied Crailo als in de omgeving van het ecoduct. Het meest concreet was het vers gegraven hol op het Oefenterrein Crailo (zoals hierboven genoemd). Niet alleen was er sprake van vers graafwerk, ook werden er verse dassenprenten (pootafdrukken) naast de wal gevonden. Tijdens het veldbezoek met medewerkers van ODNHN d.d. 02/03/2022 bleek dat dit hol al dagenlang niet meer in gebruik was; het zal vol blad.

Figuur 9 Verse dassenprenten op het oefenterrein

Dassenstichting: “Een bijburcht vol blad is doodnormaal. En zeker na de storm van februari. Voor dergelijke, kleine bijburchten is het normaal dat één of twee clanleden ze slechts een of enkele nachten per jaar gebruikt. De bladeren zijn dan verwijderd. Wettelijk gezien is er dan gewoon sprake van een bijburcht die in gebruik is door de Das en die valt onder het verbod op opzettelijke beschadiging of vernieling van artikel 3.10 lid 1b van de Wet natuurbescherming. Die bescherming hoort in stand te blijven tot vijf jaren na de laatste tekenen van het gebruik door een das (Soortenstandaard Das en/of Kennisdocument Das). “ Popelier: Pas over een langere termijn zal duidelijk worden of hier sprake is van permanente vestiging door een das dan wel van een bijburcht die incidenteel gebruikt wordt. Er kan geen enkele uitspraak over worden gedaan of dassen van de burcht Watertoren Laren in de toekomst frequenter zullen gaan foerageren in het projectgebied.

Dassenstichting: “In vervolge op de bovenstaande stellingen van AP, die vaak door de dassenstichting van kritisch en beargumenteerd commentaar zijn voorzien, wekt AP hier de suggestie van clanleden die incidenteel in het plangebied foerageren. De dassenstichting verwijst dan ook terug naar haar 72

commentaren. Kortgezegd: het plangebied wordt naar mening van de stichting zeer intensief door de clan gebruikt. De sporen spreken daarover boekdelen en het lijkt alsof AP de rapportages van de dassenstichting niet slechts heeft weggelaten uit de bronvermelding, maar ze ook niet heeft bestudeerd. Alléén al uitgesleten wissels, soms onder doorgangen in hekwerken, tonen aan dat clanleden af en aan lopen. Er kan hier dan ook wel degelijk een onderbouwde uitspraak worden gedaan, zo blijkt uit alle standaardliteratuur en ervaringskennis van de dassenstichting. Een clan is namelijk uitermate honkvast. Hij blijft jaar na jaar gebruik maken van dezelfde burchten. De territoriumgrenzen veranderen niet. De plekken waar binnen verschillende perioden in het jaar rendabel kan worden gefoerageerd, veranderen evenmin. De clan kent al die plekken en weet ze feilloos te vinden via geursporen en omgevingsgeuren. Bij een bepaald weertype en in bepaalde jaargetijden, worden dan ook telkens dezelfde plekken bij voorkeur gebruikt om te foerageren. De clan zal dan ook intensief gebruik blijven maken van de overlevingsfuncties van het plangebied bij de gegeven milieuomstandigheden. De bijburchten blijven dan in elk geval in gebruik tijdens één of enkele nachten jaarlijks, maar wellicht óók incidenteel als tijdelijk toevluchtsoord voor een moederdas met haar jongen.

Popelier: Ook op het deelprojectgebied Kazernekwartier hebben dassen bewijs achtergelaten van hun bezoeken. De sporen zijn schaars en niet vers, hetgeen overeenkomt met een kleine dassenfamilie die gebruik maakt van een groot territorium. Ze werden aangetroffen in het beboste deel aan de westzijde van het Kazernekwartier en bestonden uit wroetsporen. Dassenstichting: “Hier behoeft de stelling ‘niet vers’ nader commentaar. Veel dassensporen zijn kwetsbaar en kunnen binnen een of enkele dagen niet meer als zodanig herkenbaar zijn. Een voorbeeld daarvan zijn wroetplekken. Opgeduwd blad kan na één nacht regenval al niet meer herkenbaar zijn. Wroetplekjes in de grond kunnen na één nacht regenval, of droogte van enkele dagen soms al niet meer worden onderscheiden van ‘schraapjes’ van een konijn. In het algemeen: wroetplekken en mestputjes zijn meestal na korte tijd niet meer als dassensporen herkenbaar. En andersom: als ze (nog) wel herkenbaar zijn als dassensporen, dan zijn ze niet oud, dus zou je kunnen zeggen: vers. Al eerder werd beargumenteerd dat er juist veel waarnemingen van dassen en sporen zijn, in een korte tijd. Probleem is dat AP en Tauw geen ‘nul-meting’ hebben gedaan. Dat wil zeggen: geen analoog onderzoek hebben verricht in bijvoorbeeld naaldbos op gelijke afstand van de hoofdburcht. Zeer waarschijnlijk zou dat géén of veel minder waarnemingen hebben opgeleverd.

In elk geval heeft AP niet onderbouwd waarom de sporen ‘schaars en niet vers’ zouden zijn. De dassenstichting bestrijdt beide stellingen.”

73

Popelier: Van de holen in de zandwallen rond de schietbaan werd geconstateerd dat zij inderdaad gegraven zijn door das, hetgeen blijkt uit de halve maanvormige ingang van het hol, de wijze waarop het uitgegraven zand is opgeworpen (niervormige zandhoop) en de voor das typerende afbuiging van het hol. Nu zijn deze holen in gebruik door vossen; dit kan worden geconcludeerd uit de prenten (voetsporen) in het zand (binnen en buiten het hol) en de kenmerkende muskusachtige geur van vos.

Figuur 10 Wroetspoor van das

Dassenstichting: “De dassenstichting heeft in haar voorgaande commentaar al beargumenteerd dat de bijburchten in normaal gebruik zijn door de clan en daarmee vallen onder het wettelijke verbod op opzettelijke beschadiging of vernieling.

Zoals alle of nagenoeg alle bijburchten in Utrecht en Het Gooi, maken ook vossen gebruik van deze dassenburchten. De vossen inspecteren deze burchten zeer regelmatig, zo blijkt uit de vele duizenden videoregistraties (van cameravallen) die de stichting heeft gemaakt. Net zoals de Das, markeren zij de dassenburchten met geurklieren of urine. Voor de mens zijn deze geuren goed waarneembaar, maar dassengeuren doorgaans veel minder. Dat vossen de dassenburchten inspecteren, heeft dus geen invloed op de conclusie dat het dassenburchten zijn die op normale wijze door de dassen als bijburchten worden gebruikt. Overigens: vossen leven grotendeels bovengronds, in tegenstelling tot dassen.” Popelier: Deze wallen tonen duidelijk hun functie voor de biodiversiteit. Gezien hun ligging versterken zij de functie van het GNR. Daarom is het zonder meer aan te raden om met name de wal aan de ZWzijde te behouden. Uit enkele dassenprenten aan de zuidwestzijde van het AZC- terrein kan worden afgeleid dat dassen zich via de (aan GNR afgestoten) rand verplaatsen door het gebied. Naast sporen van das werden er opmerkelijk veel sporen van ree aangetroffen in het gehele projectgebied. Deze sporen betreffen wissels, losse prenten en ligplekken. Voorts werden sporen aangetroffen van vos en grote marters, vermoedelijk boommarters aangezien steenmarters in deze omgeving onbekend zijn.

Wageningen Environmental Research heeft in de periode 01-07-2018/30-06-2019 onderzoek uitgevoerd naar het gebruik van het Ecoduct Laarderhoogt door zoogdieren. Tijdens dit onderzoek is vastgesteld dat dassen slechts ééns per week het ecoduct benutten om te gaan foerageren aan de overzijde van de A1 (landgoed Larenberg). Er zijn geen gegevens voorhanden over het huidige gebruik door dassen. De aangetroffen wissels wekken de indruk dat het gebruik van het Ecoduct is toegenomen. Dassenstichting: “Ten noorden van het ecoduct liggen dassenburchten die nagenoeg zeker door andere clans worden gebruikt. Verder vormen snelwegen heel vaak de grenzen van een territorium. Het is dan ook waarschijnlijk dat de weinige dassen die heir zijn vastgelegd, weinig frequente ‘uitstapjes’ maken buiten het eigen territorium, in een ‘vijandig’ territorium.” 74

Popelier: NB: GEM Crailo heeft Dassenwerkgroep Utrecht en ’t Gooi aangeboden om in overleg te gaan met AP Natuuradvies over (de bevindingen van) haar onderzoek. Dassenwerkgroep Utrecht en ’t Gooi heeft expliciet aangegeven geen gebruik te willen maken van dit aanbod. Dassenstichting: “Dat klopt. De dassenstichting heeft als vaste beleid dat onderzoek zo onafhankelijk wordt verricht op wetenschappelijke basis en dat er geen tussentijds overleg plaatsvindt met commerciële bureaus, politiek of andere belanghebbenden. Praktisch gezien hebben de bestuursleden ook geen tijd daarvoor.” Popelier:

8. Conclusies Onderzoeksvraag: Wat is de kwaliteit van de omgeving van het projectgebied Crailo als dassenleefgebied? Conclusie: De directe omgeving van Buurtschap Crailo (Goois Natuurreservaat) bestaat voor een aanzienlijk deel uit heide en naaldbos. Aangezien deze biotopen voedselarm zijn voor dassen kan de omgeving gekwalificeerd worden als matig dassenleefgebied. Onderzoeksvraag: Wat is de functie van het projectgebied Crailo voor de das? Conclusie: Het projectgebied Crailo levert slechts heel beperkt voedsel op en vormt daarmee een klein en niet essentieel onderdeel van het omvangrijke foerageergebied van de dassenfamilie van de burcht Watertoren Laren.

Dassenstichting: “De stichting heeft hierboven en in haar rapportages uitgebreid beargumenteerd dat het plangebied essentieel foerageer-, rust en migratiegebied is voor het voortbestaan van de clan. Bovendien valt het samen met dassenburchten en daardoor onder de reikwijdte van artikel 3.10 lid 1b van de Wet natuurbescherming. Er zijn food patches met eikels aanwezig en een structuurrijke, donkere grond met bodemfauna onder de eiken. Tussen de loofbosjes met eik ligt terrein dat ten dele is verruigd, maar ook kortere, meer verrijkte plekken zal kennen. De historie van de legerplaats zal door het menselijk gebruik, namelijk hebben gezorgd voor variabeler milieuomstandigheden dan verreweg het meeste, voedselarme terrein rond de legerplaats. Niet voor niets loopt de clan dan ook zo vaak binnen de legerplaats om daar te foerageren. De vijf burchten geven ook duidelijk de waarde van het plangebied aan als rustgebied. De stichting verwijst daarbij naar haar onderzoeksrapportages.”

Popelier: Dassen maken (in beperkte mate) gebruik van het projectgebied. Dit blijkt uit enkele foerageersporen, en een zeer recent gegraven dassenhol in een aarden wal met verse prenten, centraal op het Oefenterrein (dat korte tijd later weer verlaten bleek te zijn).

75

Dassenstichting: “De stichting heeft hierboven beargumenteerd dat het aantal waarnemingen van dassen en hun sporen erg hoog is gezien de grote afstand tot de hoofdburcht en de korte periode van de onderzoeken. Daaraan wordt toegevoegd dat AP en Tauw in veel te weinig perioden in het jaar onderzoek heeft verricht. Op de bijburchten hoort naar mening van de stichting bij goed onderzoek minstens een jaar lange een cameraval te hangen. Er is géén sprake van een ‘verlaten’ bijburcht. Alle vijf bijburchten zijn in normaal gebruik als bijburcht en vallen onder het wettelijke verbod.” Popelier: Tevens is de aanwezigheid vastgesteld van een verlaten bijburcht en enkele losse holen in de aarden wal rond de schietbaan. Wegens het ontbreken van geregistreerde waarnemingen kan niet worden bepaald wanneer deze bijburcht en holen in gebruik waren bij dassen. Dassenstichting: “De haren, dassenprent en gedeeltelijke afwezigheid van bladstrooisel op storthopen bewijzen dat de burchten recent in gebruik waren door de Das en dat het gebruik normaal is voor dergelijke bijburchten. Ze vallen daarmee onder het verbod van artikel 3.10 lid 1b van de Wet natuurbescherming. AP noemt hier niet de gebruikssporen die de dassenstichting heeft vermeld in haar rapportages die inmiddels door de SNLG zijn ingebracht in het beroep bij de Raad van State.”

Popelier: Op het AZC terrein is vastgesteld dat dassen zich via de (aan GNR afgestoten) ZW-rand verplaatsen door het gebied. De gevonden sporen op het Kazerneterrein betreffen een aantal niet verse foerageersporen. Onderzoeksvraag: Wat is een mogelijke oplossing voor de das t.b.v. de ontheffingsaanvraag? Conclusie: Zoals aangegeven in paragraaf 4 heeft de realisatie van project Buurtschap Crailo gevolgen voor de das, een beschermde diersoort volgens de Wet Natuurbescherming. Het is volgens artikel 3.10 lid 2, sub b verboden om een rustplaats van dassen opzettelijk te vernielen. Uiteraard kunnen de aanwezige dassenburchten (en individuele holen) bij de realisatie van de plannen ontzien worden. Het gebied zal echter ingrijpend van karakter veranderen. De permanente aanwezigheid van mensen, honden en auto’s (geur, geluid, licht) zal het gebied ongeschikt maken als leefgebied voor dassen. Dat botst met de Zorgplicht, zoals omschreven in artikel 1.11 van de Wet Natuurbescherming. Hetgeen betekent dat GEM Crailo vergunningplichtig wordt en een ontheffing noodzakelijk is. Dassenstichting: “Daarmee staat óók volgens AP de Wet natuurbescherming in de weg aan de uitvoering van het bestemmingsplan ‘Buurtschap Crailo’.

Recente jurisprudentie van de Raad van State houdt echter in dat het plan óók in strijd is met artikel 3.10, het verbod op opzettelijke beschadiging of vernieling van een burcht.” Popelier: Om het projectgebied toch een functie te laten behouden als foerageergebied voor dassen inclusief een onderkomen, zou ingezet moeten worden op het behoud en versterken van bestaande landschapselementen aan de buitenranden van het projectgebied en het dasvriendelijk inrichten 76

van de zogenaamde Ecowal. Dit zijn maatregelen die benoemd zijn in het Kennisdocument Das van BIJ12. E.e.a. is nader uitgewerkt in paragraaf 9.

9. Aanbevelingen Aanbevolen wordt om te kiezen voor een insteek die een win-win-situatie oplevert voor het project Buurtschap Crailo én dassen. Deze insteek zou bestaan uit verschillende elementen: a. behoud de aarden wal (met oude dassenholen) aan de ZW-zijde van de schietbaan. b. bied de dassen een permanent, veilig en rustig alternatief voor de bijburcht en holen die verloren gaan. c. realiseer locaties, waar dassen ongestoord kunnen foerageren, ter compensatie van de huidige snippers terrein waar ze nu gebruik van maken. d. draag zorg voor voedselaanbod op meerdere plaatsen in het projectgebied. e. verbeter het aanbod van water in het droge foerageergebied van de dassen. ad a: ten oosten van de woonwijk Op Zuid zal de zogenaamde Ecowal worden aangelegd ter afscherming van het ecoduct Laarderhoogt. Voor zover bekend zal deze wal 3,5 à 4 meter hoog worden en grotendeels bestaan uit schoon puin dat vrij komt bij de sloop van de gebouwen. Met relatief eenvoudige middelen kan een kunstburcht voor dassen worden geïntegreerd in deze Ecowal. De kunstburcht wordt opgebouwd uit kamers (nestholtes), die door middel van buizen met elkaar verbonden zijn. Voor nadere details wordt verwezen naar het Kennisdocument Das par. 3.6.

Om het gebruik van een dergelijke kunstburcht door dassen te bevorderen is het noodzakelijk dat deze locatie niet toegankelijk is vanuit de (toekomstige) woonwijk en dat de Ecowal vrij blijft van recreatie. Het inrasteren van de kunstburcht, in combinatie met het planten van doornig struikgewas, verdient aanbeveling. Gezien het onderzoekende karakter van dassen is het zeker dat deze kunstburcht gevonden wordt door dassen. Of ze er gebruik van gaan maken, zal sterk afhangen van de mate waarin hierboven genoemde maatregelen worden getroffen. ad b: in de huidige plannen is een vrije ruimte ingepland tussen de Ecowal en de bosstrook langs het ecoduct. De mogelijkheid is aanwezig om deze ruimte – na enige grondverbetering- om te vormen naar grasland. Schapen die deze ruimte en eventueel ook de Ecowal begrazen, houden het gras kort en zorgen voor bemesting wat bevorderlijk is voor de aanwezigheid van regenwormen en insecten. Op deze manier wordt een nieuwe voedselbron gecreëerd voor dassen. Er kan overwogen worden om over te gaan tot inoculatie (herintroductie) van regenwormen. Hiervoor wordt verwezen naar het artikel “Dassen en de beschikbaarheid van regenwormen” in het vakblad “de Levende Natuur”, jaargang 123 nummer 1. ad c: zoals beschreven in “Biologie van de das” is het dier niet kieskeurig in de keuze van het voedselaanbod.

Daarom kan er voor gekozen worden om aan de randen van het projectgebied plekken te creëren waar dassen voedsel kunnen vinden in de vorm van besdragende struiken (bramen, vlier, vogelkers, hondsroos), zoete kers, wilde appel, mispel. Het planten van hoogstamfruitbomen lijkt weinig zinvol met het oog op de schrale, arme grond van het gebied.

77

ad d: in de projectplannen voor Op Zuid is de aanleg van een waterpartij voorzien, waarmee dit punt afgedekt kan worden. Er dienen wel voorzieningen te worden getroffen dat een deel van de waterpartij niet of minder toegankelijk is voor wandelaars, honden of spelende kinderen, aangezien de geursporen dassen af zouden schrikken. Dassenstichting: “Het rapport van AP houdt in dat het bestemmingsplan terug moet naar de tekentafel, omdat er ander niet is voldaan aan de Wet natuurbescherming. Als het zover is, dan is de dassenstichting graag bereid om mee te denken over verbeteringen van gebiedsfuncties voor de dassenclan.” Opgesteld d.d. 23-03-2022 door: Ton Popelier AP Natuuradvies en Begeleiding Dassendeskundige conform Kennisdocument Das par. 3.9 Geraadpleegde literatuur “Badger”, Timothy J. Roper 2010 “Badgers”, Ernest Neal & Chris Cheeseman 1996 “De Das”, Frans van Bommel e.a. 2015 “Kennisdocument DAS”, BIJ12 versie 1.0 d.d. juli 2017 “Gebruik van Natuurverbinding Laarderhoogt door zoogdieren……”, rapport WUR dec. 2020 Bijlagen 1. Sporenkaart projectgebied Crailo en omgeving 2. Toelichting bij Sporenkaart NB Een kopie in zwart-wit van het rapport Van Popelier is overgelegd als tweede onderdeel van bijlage 8

Nadere opmerkingen van de SNLG in het licht van de aanvraag van de ontheffing en het ontheffingsbesluit: Tauw beschikt niet over de nodige deskundigheid en expertise, en beperkt zich tot camera onderzoek, dat een uiterst gebrekkige manier van waarnemen is. Of zoals ir Meijer op 4 april 2022 per e-mail van 9.52 uur berichtte aan P. Bogaers [naar aanleiding van het aanvullend camera-onderzoek van Tauw in het rapport `Notitie door Tim van Leeuwen, 30 maart 2022, N0032/12w82276TVLK/V02/agv/NL, 18 pp. Cameraonderzoek aanwezigheid das Crailo terrein`, archief IISG: 2020-Crailo-XX-29, tevens bijlage 2 van schrijven van advocaat Binnerts aan ABRvs van 31 maart 2022]:

Wat schreef ecoloog Meijer op 4 april 2022? “Cameravallen zijn ongeschikt om te onderzoeken, waar een clan foerageert. Die methode wordt dan ook nooit toegepast op de manier die Tauw nu heeft gedaan. Het beeldveld van de 19 cameravallen samen is namelijk minder dan 0,6 promille van de oppervlakte van het plangebied. Er zijn dertien maal dassen waargenomen door Tauw. De stelling dat het beelden zouden zijn van hetzelfde individu is niet te handhaven. Daarvoor is langdurig volgen van de dassenclan en van de verschillende leden daarvan noodzakelijk (H. Kruuk, The Social Badger). Dassen zijn moeilijk individueel van elkaar te onderscheiden. Dat kost jaren onderzoek. 1. de 19 cameravallen hadden in totaal 99,4% van het plangebied niet in beeld

78

2. per nacht heeft één das 500 gram voedsel nodig 3. hoeveel gram voedsel aten de dertien dassen terwijl ze in beeld waren? (ik vermoed dat er geen enkele das etend in beeld was, maar laat dat 10 gram zijn...) 4. de dertien dassen hadden dan minstens 500 - 10 = 490 gram voedsel nodig 5. waar hebben die dertien dassen dan minstens 490 gram voedsel gegeten????

Kortom: De beelden van de 19 cameravallen zeggen helemaal niets over de relatieve waarde van het plangebied binnen het territorium als foerageergebied. De clanleden kunnen immers alle voedsel hebben vergaard buiten het beeld, maar binnen het plangebied, bijvoorbeeld binnen de niet gefilmde food patches met eikels. “

Bezwaar 24; het Ontheffingsbesluit is in het luchtledige blijven hangen vanwege het niet overleggen van een index van stukken die door GEM Crailo B.V. aan de Omgevingsdienst zijn verstrekt en ook vanwege het ontbreken van notulen van het gesprek van GEM Crailo B.V. met de Omgevingsdienst NHN op 1 maart 2022 . Dit gesprek wordt door advocaat Binnerts genoemd in zijn brief van 31 maart 2022 aan de ABRvS ( 20930209-Crailo/XX/24b). NB Onbekend is aan SNLG welke stukken door GEM Crailo B.V. zijn doorgeleid bij de ontheffingsaanvraag van ook onbekende datum. Deze tekortkoming schaadt de procedure in ernstige en onacceptabele mate! Daarmee is het Ontheffingsbesluit van 23 (29) augustus 2022 niet te controleren en dient het besluit te worden vernietigd als te berusten op strijd met de motiveringsplicht. Zie hierna. Het rapport van de SDWUG van ir. Meijer van 2 april 2022 onder kenmerk Rapportcode: Crailo202020402 “De Das (Meles meles) en het bestemmingsplan Buurtschap Crailo, Toetsing aan de Wet natuurbescherming” wordt hierbij als bijlage 7 overgelegd (2020-Crailo-XX-41).

Dit rapport ontkracht de overigens door de behandelaar onbeargumenteerde overwegingen tot vernietiging van het territorium van de Das in het Plangebied Buurtschap Crailo. Dit rapport is in conceptversie van 31 maart 2022 overgelegd in de 10de brief aan de ABRvS op 1 april 2022 als bijlage 1. De definitieve versie van dit rapport van 2 april 2022 overgelegd aan de ABRVS in de 14de brief van 8 september 2022 als bijlage 6. Duidelijk mag zijn dat de Omgevingsdienst NHN geen idee heeft van ecologie en biologie en gemeend heeft bij wege van standaardbenadering om “op voorhand alle door de behandelaar bedachte afwijzingsgronden rond te krijgen”.

Bezwaar 25: het volstrekt ten onrechte achterwege laten van welke dragende motivering dan ook in het Ontheffingsbesluit van 29 (23) augustus 2022: strijd met artikelen 3:46 en 3:47 Awb

79

(1) Op p. 2/23 wordt in voetnoot 1 de definitie genoemd van een deskundige die volgens voorschrift 8 “de werkzaamheden en voorschriften dient te begeleiden” Geenszins is zeker of de Tauw medewerkers die in de diverse ecologische rapporten aan het woord zijn aan deze definitie voldoen. Essentieel is het onderdeel van de definitie dat het moet gaan om personen / een persoon, “die zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en werkzaam is of aangesloten bij de volgende Nederlandse organisaties , waarna wordt genoemd “Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, etc.” En een volgende eis is dan: “ hij zet zich aantoonbaar actief in op het gebied van de monitoring en/of bescherming “ GEM Crailo B.V. en Tauw medewerkers in deze zaak zeten aantoonbaar zich in op het verkrijgen van een ontheffingsvergunning zodat essentieel leefgebied in het geval van Crailo “gewone dwergvleermuisbunzing, , das, boommarter, eekhoorn wordt vernietigd. Dit heeft niets te maken met personen “die zich aantoonbaar actief inzetten op het gebied van de soortenbescherming”.

Interessant is voorts dat in het plangebied Crailo er zich vele sloop- en saneringswerkzaamheden hebben voorgedaan, en dat er duizenden bomen zijn geveld en dat er onherstelbare schade is toegebracht aan de vegetatie met een dragline (de bremstruikvegetatie) zonder enig toezicht door de nu opgevoerde “”ecologisch deskundigen”. De SNLG en de SDWUG hebben geen enkele “ecologisch deskundige die dit soort activiteiten begeleidt” ooit aldaar ontmoet. De terreinbeheerders en bewakers en ook heer F. Bransen zijn geen “ecologisch deskundigen”, noch andere personen die aldaar voor GEM Crailo B.V. werkzaam zijn. Al die mensen hebben nul verstand van ecologie en van biologie. Vraag is en blijft: Wie oefent er controle uit op het handhaven van het landschap en de aanwezige natuurwaarden? Ook hier getuigt het omgevingsbesluit van ‘facelifting, windowdressing’, doen alsof GS van Noord – Holland de natuur en het landschap dienen. (2) Het “ecologisch werkprotocol”, dat genoemd wordt op p 3/23 dient ook voor de SNLG en in het algemeen voor de burgers in het Gooi beschikbaar te zijn om daarmee te kunnen bepalen, of de werkzaamheden correct worden uitgevoerd. Daarenboven komt, dat het terrein hermetisch gesloten blijft en dat burgers zich daar niet mogen begeven in dit openbare terrein zonder toestemming van de GEM Crailo B.V., die ook alle moeite heeft gedaan om de 80

SNLG en de SDWUG buiten de deur te houden. Dat zal in de toekomst niet anders zijn; andermaal getuigt de Ontheffingsvergunning van een theoretische exercitie. (3) In de ”specifieke voorschriften” onder elke genoemde diersoort wordt voorts bepaald, “elke vierkante meter ‘essentieel foerageergebied’ die verloren gaat, dient te worden gecompenseerd. Echter: voor geen van de genoemde diersoorten is op voorhand ”de omvang” van het essentiële foerageergebied (beter de omvang van het territorium in al haar functies, SNLG) door de aanvrager en ook niet door de Omgevingsdienst Noord-Holland-Noord en evenmin door GS van Noord-Holland ooit bepaald. Daardoor berust dit Ontheffingsbesluit op juridisch-bestuurlijk drijfzand en is er sprake van pure willekeur in strijd met artikel 3:4 Awb. Er is geen monitoringplan ooit vastgesteld in weerwil van het dringende advies van de Commissie voor de m.e.r. in het Toetsingsadvies van 16 maart 2021.

Vraag: waarom houden GS van Noord-Holland zichzelf en de burger voor de gek? (3) Waar met de gestelde en vereiste compensatie van door werkzaamheden verloren gegaan “essentieel leefgebied” van al deze diersoorten plaatsvinden? Voorbeeld is hetgeen onder punt 25 op pagina 4/23 wordt bepaald over de das: “Voor elke vierkante meter essentieel leefgebied dat verloren gaat van de soort das, zoals gesteld is in figuur 3 van de bijlage van dit besluit dient minimaal een even grote hoeveelheid vierkante meters leefgebied teruggebracht te worden.” Onder verwijzing naar bezwaar nr.23 [De kaartjes zijn van zo klein formaat en zo slecht afgedrukt, dat deze niet goed leesbaar en interpreteerbaar zijn. Opgeleid in de vegetatiekartering aan de vakgroep Systematische plantkunde/vegetatiekunde van de Rijksuniversiteit Utrecht (1975 – 1976), cum laude afgestudeerd in 1978, is het ongelooflijk te zien hoe de Omgevingsdienst NHN anno 2022 zich ervan afmaakt. Er ontbreekt een heldere legenda. Een kaartschaal ontbreekt. Niet is gedacht aan elementaire eisen aan verantwoorde kaarten: binding, beeldvorming en orde! De vlakjes zijn naar willekeur en zonder enig criterium ingevuld en getuigen van ambtelijke willekeur. Dit is onacceptabel. Zulke kaartjes zijn in strijd met 81

de vereiste rechtszekerheid bij de controle op het optreden van de GEM Carailo B. V.in dit gebied. In de bij het besluit horende figuur 2 en figuur 3 in onderling verband beschouwd wordt het “essentieel leefgebied” voor de Das bij voorbeeld terug gebracht tot enkele vlekken met rode stippen zonder de rest van de “paddenstoel rood met witte stippen” te benoemen, als zouden die verder niet beargumenteerde, maar wel getoonde gebiedjes , die ten dele diagonaal en roze omlijnd zijn of omcirkeld (wederom niet gedefinieerd of omschreven) als enige plekken “essentieel leefgebied” voor de Das zijn. Via de achterdeur van deze tekeningen wordt de betekenis van het hele plangebied dat in haar totaliteit 40 hectare omvat als onderdeel van het volledige territorium van de dassenclan van de Watertoren Laren gebagatelliseerd. Kaarten dienen echter te beantwoorden aan eisen van binding, beeldvorming en orde. Kaarten dienen gebaseerd te zijn op grondig onderzoek en niet op ficties. Aan deze grondbeginselen van de cartografie wordt met de figuren bij het Ontheffingsbesluit niet voldaan.]

Is duidelijk, dat ook hier de willekeur en rechtsonzekerheid zijn ingebakken in het Ontheffingsbesluit. Daarenboven komt, dat er waar ook in Nederland geen grond of reeds bestaande natuur is, die ie als compensatie kan worden gevonden. Het moet gaan om gronden die nog niet door een dassenclan zijn bezet. Clans accepteren geen naar hun leefgebied getransplanteerde vreemde clans! Zij staan daarmee op voet van oorlog. En zulke maagdelijke gronden dienen dan ook even hoogwaardige eigenschappen te bezitten waaraan een dassenterritorium dient te voldoen: stilte, donkerte, reliëf, vergraafbare grond, schuilgelegenheid, afwezigheid van mensen en honden, voldoende voedsel. En hoe dacht GS van Noord-Holland het te kunnen verkopen, dat juist een deel van het plangebied van het bestemmingsplan Buurtschap Crailo omstreeks 2020 is toegekend aan het Goois Natuurreservaat, te weten 3 hectare, dat reeds dient ter compensatie van verloren gegaan hoogwaardig bosgebied bij Monnikenberg en Anna’s Hoeve vanwege de aanleg van de HOV-lijn? En hoe denken de bestuurders over de grote risico’s die dit Ontheffingsbesluit met zich meebrengt voor de toch al kwetsbare functionaliteit van de natuurbrug Laarderhoogt ? Hoeveel miljoenen heeft die natuurbrug reeds gekost?

(4) En waarom meent de Omgevingsdienst als eenheidsworst aan diverse genoemde soorten een dieet voor te schrijven van aan te planten: “braam, Gelderse roos, hondsroos, meidoorn, sleedoorn, vlier en wilde appel”?

82

Bekend is dat Das en Boom veel ervaring hebben opgedaan met het aanleggen van kunstburchten en geschikte voedselmogelijkheden voor de Das. Waarom is de Omgevingsdienst niet bij de Stichting Das en Boom te rade gegaan? Zoals bekend zijn dassen zeer content met het grote aanbod in de overgebleven delen van het kapitaal van Crailo, waartoe de eiken (zomereik en Amerikaanse eik ) behoren. En waarom wordt er niet gedacht aan voedselleveranciers voor de das als beuk, tamme kastanje, paardenkastanje, walnoten, hazelnoten. Etc.? Onderstaand staatje is ontleend aan Voedsel voor de das van Das en Boom: Het menu van de das bestaat uit (in volgorde van belangrijkheid): * regenwormen * larven van insecten, zoals engerlingen en emelten * maïs en andere graansoorten * kevers * appels, peren, pruimen, kersen en ander valfruit * muizen, mollen, egels en konijntjes * amfibieën * slakken * eikels en tamme kastanjes * vogels en eieren * aardbeien, bramen, vlier- en meidoornbessen

(5) de SNLG is de Omgevingsdienst erkentelijk, dat tegen de stroom in op, pagina 5 onder A. erkend wordt dat het plangebied essentieel is niet alleen voor de voedselvoorziening van de genoemde diersoorten, maar voor alle essentiële levensfuncties ook voor de das. (6) niet geaccepteerd kan worden de vanzelfsprekendheid waarmee onderaan pagina 5/23 wordt gesteld: “Door de herontwikkeling van het voormalige defensieterrein Crailo tot een woonwijk (waar blijft “het buurtschap” met zijn “alomvattend “één samenhangend ecosysteem’ en de “versterking van de natuur” aldaar? ) zullen essentiële leefgebieden, vluchtpijpen, en bijburchten en eekhoornnesten verloren gaan.” Deze overweging geeft aan , dat de Omgevingsdienst op voorhand de ambities niet kent waarmee dit hele plan van meet af aan is opgezet : zie ambitiedocument, stedenbouwkundig en landschapsplan, beeldkwaliteitsplan. Overal wordt in die plannen en rapporten lippendienst bewezen aan het veilig stellen, nee beter: het versterken van de natuur, en dat het landschap leidend is voor de bebouwing. En nu worden die mooie principes in de kachel gegooid? De Omgevingsdienst had beter haar werk kunnen doen, door zelf te bepalen eventueel in overleg met de belangrijkste natuur beherende instantie, het GNR 83

hoe deze ambities en doelstellingen wel kunnen worden gerealiseerd en welke mogelijkheden er zin om de doorlopende migratieroutes van de Das bij bijvoorbeeld, en welke gebieden in het plangebied gespaard dienen te blijven als rustplaats voor ree, das, vos, bunzing, boommarter, eekhoorn ? Maar omdat de Omgevingsdienst geen enkel idee heeft van wat ecologisch verantwoord plannen inhoudt, wordt hier een blanketbepaling geformuleerd, waarmee GEM Crailo B.V. de bevoegdheid krijgt alle ecologische ambities van tafel te vegen en haar gang te kunnen gaan zonder restricties. Met bescherming van de natuur overeenkomstig de Wet natuurbescherming heeft dit niets te maken. Zie evenwel de zienswijze van het Goois Natuurreservaat van 16 februari 2021 over het ontwerpbestemmingsplan Buurtschap Crailo (bijlage 9, 2020-Crailo-X12). Die zienswijze is in de wind geslagen door GEM Crailo B.V. Het kwam haar niet goed uit; in feite is niet het landschap leidend , maar “de exploitatie is leidend”, zoals heer Twan Zeegers (GEM Crailo B.V. ) dit later aan de raden heeft gedecreteerd.

Het GNR is niet in de situatie vanwege financiële afhankelijkheidsrelaties met de Gooise gemeenten om procedureel op te treden in deze zaak, maar SNLG vraagt hierbij dringend aan Gedeputeerde Staten de zienswijze van het GNR te gebruiken om het Ontheffingsbesluit terug te draaien en dusdoende zelf te bepalen wat de grenzen zijn, die GEM Crailo B.V. in acht moet nemen in de ruimtelijke ordening bij het toelaten van projectontwikkelaars waar zij kunnen bouwen. Maar zoals het er nu ligt is dit besluit onaanvaardbaar vanuit de zo gekoesterde ambities van “een samenhangend ecosysteem” en “één buurtschap” De dringende verlangens van GNR zijn ook de gerechtvaardigde minimum verlangens van de SNLG. Maar alles is geblokkeerd. (7) Ten onrechte gaat de Omgevingsdienst en GS van Noord-Holland voetstoots akkoord met het niet getoetste idee op haalbaarheid en overlevingskansen en duurzaamheid van het ”creëren” van “alternatieve foerageergebieden, leefgebieden, en verblijfplaatsen binnen het plangebied”(zie p.6/23 bovenaan). En rampzalig genoeg staat daar vermeld: “akkoord te gaan met het op voorhand ongeschikt maken van de essentiële foerageer- en leefgebieden buiten de meest kwetsbare periode van de soorten”. 84

Gezien de verder gehanteerde overwegingen is er sprake van een defaitistische grondhouding van de Omgevingsdienst NHN en van GS van Noord-Holland in een tijd, dat Nederland het slechtste persoontje in de Europese klas is, waar het gaat om natuurbehoud en om natuurversterking. . Dat is onbestaanbaar en getuigt van weinig lef om de natuur en het landschap een kans te geven. Andermaal wordt geconcludeerd, dat het Openbaar bestuur, GS de biologie en haar ecologische grenzen niet wenst te begrijpen. Zij zagen de tak af, waarop wij mensen zitten. (8) En zo wordt er voetstoots gesteld in het Ontheffingsbesluit op p. 6/23 onder B Wettelijk kader dat een “ontheffing uitsluitend wordt verleend , indien er geen andere bevredigende oplossing bestaat dat er niet (..) vrijstelling kan worden verleend , dat er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan, en zij nodig is op grond van een in de wet genoemd belang. Te weten: (…) “ En dan blijft er één in de wet genoemd belang over voor GS van NoordHolland, te weten: (…) andere dwingende redenen van groot openbaar belang , met in begrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; “ En op p.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=df86afa5-e224-476c-8cb3-e7ab31277e4a