Bijlage G - Ontwerp Omgevingsvisie Hilversum 2040 (naslag)
Tekst van het document
De economische positie van de regio Gooi en Vechtstreek
De bijgevoegde grafiek geeft een beeld van de positie van Gooi en Vechtstreek. De verticale as geeft de mogelijkheden weer om in te spelen op veranderingen. De horizontale as geeft het vermogen weer om met tegenslagen om te gaan. Conclusie: de economie van Gooi en Vechtstreek kan tegen een stootje, maar is minder goed in inspelen op veranderingen. Gebrek aan ruimte stuurt economische ontwikkeling Er zijn verschillende oorzaken aan te wijzen voor de positie die de economie van Gooi en Vechtstreek inneemt. Ruimtegebrek en tekort aan stuwende werkgelegenheid (ondanks de aanwezigheid van media/ICT) zijn daarbij terugkerende thema’s. Er is een structureel tekort aan geschikte ruimte voor bedrijven. Daardoor staat een gezonde ontwikkeling van bedrijven en ook groei van de werkgelegenheid onder druk. Binnen dit grotere geheel speelt een dreigend tekort aan stuwende werkgelegenheid, dat wil zeggen werkgelegenheid die andere werkgelegenheid aantrekt. Ook komt
Spanning op de arbeidsmarkt Q2 2021 65
de werkgelegenheid voor praktijkgeschoolden steeds meer in de knel. Dit wordt mede veroorzaakt door gebrek aan ruimte, innovatie en omscholing, bijvoorbeeld in de sectoren duurzaamheid en zorg. De kans op een grotere werkloosheid in deze doelgroep neemt daarmee verder toe. Beperkt arbeidsaanbod Hilversum kampt met beperkingen in het arbeidsaanbod en de arbeidsparticipatie, onder meer onder invloed van een steeds verdere (relatieve) krimp van de beroepsbevolking, maar ook door het ontbreken van voldoende passende woningen om personeel te huisvesten. Onvoldoende divers aanbod van kennisinstellingen Er is in Hilversum een onvoldoende divers aanbod van kennisinstellingen. Deze zijn belangrijk voor het aantrekken, opleiden en binden van talent en het vergroten van een aantrekkelijk vestigingsklimaat in Hilversum. Zo is het aantal werkenden dat de stap moet zetten naar een heel ander beroep tijdens de coronacrisis met gemiddeld 12 % toegenomen ten opzichte van de verwachtingen. Tegelijkertijd vraagt de krapte op de arbeidsmarkt om vergroting van de inzetbaarheid van mensen die nu aan de zijlijn staan. Omscholing, herscholing en bijscholing is de sleutel voor economische veerkracht. Daarbij moet de aandacht ook uitgaan naar de zwaksten op de arbeidsmarkt, zoals laagopgeleiden, minderheden, vrouwen en jongeren.
Mismatch op de arbeidsmarkt Door demografische ontwikkelingen en het verdwijnen van praktijkgeschoold werk is er kans op een relatief hoge structurele werkloosheid onder praktijkgeschoolden.13 Tegelijk zal als gevolg van de digitalisering de vraag naar banen waarschijnlijk juist aantrekken en het aantal administratieve (midden)klasse banen teruglopen.
Positie van binnensteden staat onder druk Ook Hilversum heeft te maken met toenemende winkelleegstand. Online winkelen is hiervan een van de belangrijkste oorzaken. Tegelijkertijd is de rol en positie van binnensteden aan het veranderen, waarbij de nadruk steeds meer komt te liggen op beleving. Horeca, cultuur en uitgaan vormen daarvan belangrijke onderdelen. Positieve ontwikkelingen Tegelijk zien we ook positieve bewegingen op economisch gebied. Bedrijven investeren steeds meer in technologische ontwikkelingen en in de overgang naar een groene, duurzame, digitale en inclusieve economie. Bedrijven worden steeds kennisintensiever en dus neemt het belang van een lerende economie toe. Economische ontwikkeling en opgaven op het gebied van transitie gaan hand in hand. Het gaat dan bijvoorbeeld om energietransitie, digitalisering en innovatie in de zorg. Ook in Hilversum zien we economische ontwikkelingen en transitieopgaven steeds meer verbinden.
3.2.3 Meedoen: verdeling van de welvaart wordt schever
We weten al enige tijd dat de welvaart in Nederland ongelijk is verdeeld. Op basis van recent onderzoek blijkt de verdeling nog schever te zijn dan verwacht. Landelijk bezit 10% van de huishoudens 61% van het vermogen. De top 1% is zelfs goed voor 26% van het vermogen.14 Hoewel Hilversum beter scoort dan veel andere Nederlandse gemeenten, is dit probleem ook in Hilversum aan de orde.15 Hilversum heeft dan wel een behoorlijke uitgangspositie, maar ook in Hilversum krijgt een steeds grotere groep mensen steeds lastiger toegang tot primaire levensbehoeften als onderwijs, een woning en passend werk. De steeds snellere opeenvolging van 14. Bron: Rijksoverheid, Licht uit, spot aan: de vermogensverdeling, IBO Vermogensverdeling (juli 2022).
13. Bron: Omgevingsfoto Hilversum (2021).
66
15. Bron: Brede welvaartsmonitor (2019).
(wereldwijde) crisissen en de daaraan gekoppelde prijsstijgingen versterken deze ontwikkeling nog verder. De sterk stijgende energieprijzen zijn hiervan een goed voorbeeld. Vraagstukken zijn steeds meer met elkaar verweven Welvaart, meedoen en sociale samenhang zijn sterk met elkaar verbonden. Het is bekend dat mensen met minder mogelijkheden een veel kortere levensverwachting hebben en veel eerder gezondheidsproblemen krijgen. Gezondheid, bestaanszekerheid en kansengelijkheid zijn belangrijke randvoorwaarden om mee te kunnen doen. Landelijk is het beeld dat de sociale scheiding tussen inwoners met verschillende achtergronden (qua leeftijd, gezondheid, werk, inkomen, opleiding, etniciteit) groeit. De wrijving tussen sociale groepen is toegenomen. Er is minder wijk- en omgevingsbetrokkenheid en minder tevredenheid over sociale contacten. Er is steeds meer sprake van een stapeling van vraagstukken Er is een groeiende groep mensen die een gebrek aan zekerheid heeft op verschillende terreinen. Dit is vaak gecombineerd met slechte vooruitzichten. Het gaat dan onder andere om gezondheid, opleiding, werk en inkomen en een geschikte woning. Dit belemmert deze mensen in het dagelijks leven en zorgt voor afstand tot mensen die betere vooruitzichten hebben. Die laatste groep is in Hilversum behoorlijk vertegenwoordigd.
Zij kunnen zich in alle crisissen gemakkelijker staande houden, of het nu gaat om inflatie, duurdere energie of de krappe woningmarkt. Volgens allerlei trendstudies (Platform 31, SCP) worden verschillen door meer mensen zo gevoeld en steeds minder geaccepteerd. De verschillen binnen en tussen wijken zijn soms groot Vaak wonen mensen met een minder goed toekomstperspectief bij elkaar in dezelfde wijk. We zien in die wijken een toename van het aantal kwetsbare volwassenen en jeugd. Kinderen van hoogopgeleide ouders gaan naar andere scholen dan kinderen van ouders met een lage sociaaleconomische status. Binnen en tussen wijken kunnen grote verschillen optreden. We zien
aan de ene kant een deel van de bevolking met problemen op verschillende levensgebieden (gezondheid, eenzaamheid, armoede, klimaatstress en bewegingsarmoede), terwijl aan de andere kant koopwoningen worden gekocht door hogere inkomens. Nieuwe begrippen als ‘energiearmoede’ en ‘vervoerarmoede’ doen hun intrede en de afstand tussen verschillende bevolkingsgroepen wordt scherper waargenomen. Kwaliteit van leven in de regio
Gemeente Hilversum in vergelijking met Nederland
Economie
Subjectief welzijn
Inkomen
Samenleving & Subjectief welzijn
Arbeid
Inkomen & Arbeid
Samenleving
Onderwijs Gezondheid & Leefomgeving Toegang voorzieningen
Gezondheid
Wonen
Milieu Veiligheid
Geen data
Veel slechter
Slechter
Gemiddeld
Beter
Veel beter
Hoe scoort Hilversum: ontwikkeling brede welvaart (bron: regionale monitor brede welvaart CBS 2020) 67
Gevolgen van grotere verschillen in de samenleving We zien toenemende maatschappelijke kosten. De lasten van overheidsvoorzieningen in het sociaal domein vormen nu al meer dan 54% van de gemeentebegroting. Daarnaast is sprake van afnemende solidariteit en betrokkenheid bij de wijk (mantelzorg), verenigingen en clubs. Tegelijkertijd zien we dat de beschikbaarheid en betaalbaarheid van allerlei voorzieningen afneemt. Buurthuizen, sportverenigingen en culturele instellingen hebben steeds meer moeite de exploitatie en de personele bezetting met vrijwilligers rond te krijgen. De druk op mantelzorgers neemt toe en grote verschillen zijn een voedingsbodem voor criminaliteit en onveiligheid. Als we dat koppelen aan de veranderende samenstelling van de bevolking, lijkt bijsturing noodzakelijk.
3.3 Drie samenhangende opgaven De hiervoor beschreven trends en ontwikkelingen zijn van invloed op bijna alle opgaven die aan het eind van hoofdstuk 2 zijn genoemd. Tegelijkertijd zien we vanuit de trends en ontwikkelingen steeds beter dat onderwerpen en opgaven samenhangen. Die samenhang is kenmerkend voor de opgaven van deze tijd en anders dan bijvoorbeeld bij het opstellen van de Structuurvisie Hilversum 2030. We geven drie voorbeelden. Er is sprake van grote spanning op de woningmarkt en voor steeds meer groepen in de samenleving van woningnood. Niet voor niets maakt het Rijk anno 2022 plannen om tot 2030 in Nederland 900.000 woningen bij te bouwen. Wonen staat echter niet op zichzelf: het is ook belangrijk voor het huisvesten van werknemers in kritische sectoren (werk en economie). De demografische ontwikkeling (dubbele vergrijzing) vraagt om levensloopbestendige woningen, sterke wijken met goede voorzieningen en een beweegvriendelijke openbare ruimte. En het toevoegen of vernieuwen van woningen is bij uitstek een kans voor duurzaamheids- en energieopgaven. Een tweede voorbeeld. Vraagstukken over de arbeidsmarkt zijn bijvoorbeeld verbonden aan de economie, bevolkingsontwikkeling, wonen (huisvesting van benodigd personeel) en het verdelen van welvaart (het voorkomen van grote verschillen). En daarmee indirect aan gezondheid en kunnen meedoen.
Huishoudens met een laag inkomen per wijk (blauw), tegenover het percentage lage inkomens in Hilversum (oranje)
68
Een derde voorbeeld: automobiliteit zorgt voor toenemende ruimtedruk, maar is ook een belangrijke vestigingsfactor voor bedrijven. Een mobiliteitstransitie kan bijdragen aan de energietransitie, stimuleren van beweging en meer ruimte voor bijvoorbeeld groen. En dat heeft vervolgens ook invloed op klimaatadaptatie en een gezonde en prettige leefomgeving. En tenslotte leidt ruimtedruk tot steeds minder ruimte voor praktijkgeschoolde bedrijvigheid. Praktijkgeschoolden komen hierdoor
steeds moeilijker aan een baan en kunnen steeds minder goed concurreren op de woningmarkt. Dit versterkt de verschillen in de samenleving. Enzovoorts. We zien ook dat het tempo van veranderingen toeneemt. De huidige samenloop van meerdere crisissen tegelijkertijd hebben we nog niet eerder meegemaakt. Zo hebben we in een paar jaar tijd te maken gekregen met een Coronacrisis, een energiecrisis, een klimaatcrisis, een crisis op de woningmarkt, een stikstofcrisis en een asielcrisis. Daarbij is ook bij al deze crisissen sprake van een sterke onderlinge samenhang. Dat uit zich ook in de stapeling ervan voor inwoners en leefomgeving. Opgaven in samenhang bekijken Zo bezien past het opknippen van opgaven in hapklare, sectorale brokken niet meer bij de opgaven van deze tijd en de antwoorden die daarop nodig zijn. Ruimte, geld en capaciteit moeten steeds meer meervoudig en in samenhang worden ingezet. Tegelijk leidt alles aan alles koppelen niet altijd tot de energie en visie die nodig is om de opgaven effectief aan te kunnen pakken. De Omgevingsvisie Hilversum formuleert daarom eerst drie samenhangende opgaven. Deze opgaven liggen aan de basis van het toekomstbeeld voor Hilversum dat in hoofdstuk 4 wordt uitgewerkt. Opgave 1 – Duurzaam Hilversum: verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving Een ‘groener’ Hilversum sprong er in de participatie als thema flink bovenuit.
Dit sluit aan bij de gesignaleerde trend, die laten zien dat de leefbaarheid van Hilversum onder druk staat, onder andere door klimaatverandering, energievraagstukken en de dominantie positie van de auto. Daarom is dit de eerste opgave. We moeten op al deze onderwerpen een omslag maken in de manier waarop we werken, reizen en leven. En dat vergt inpassing zodanig dat dit aansluit op de grote cultuurhistorische waarden van Hilversum en onze leefomgeving erdoor versterkt wordt.
Deze opgave haakt aan op trends en ontwikkelingen rondom de kwaliteit van de leefomgeving (klimaatverandering, extremer weer, droogte, bodemverzuring, waterkwaliteit), aantasting van de natuur (biodiversiteit, stikstof, geluid, recreatiedruk en ervaren drukte in de stad), economie en mobiliteit (duurzaam), gezondheid, wonen, veiligheid (verdroging natuurgebieden met risico op natuurbranden) en welvaartsverdeling. Opgave 2 – Meedoen in Hilversum: zorgen dat er kansen zijn voor iedereen Er zijn steeds meer Hilversummers die het gevoel hebben onvoldoende grip te hebben op hun eigen leven en leefomgeving. Een negatieve spiraal die doorbroken moet worden. Hilversum wil een gemeente zijn waar brede welvaart goed verdeeld wordt, want een robuustere samenleving en inwoners kunnen beter tegen een stootje. Dat betekent dat inwoners de zekerheid moeten hebben dat zij nu en in de toekomst over voldoende middelen voor levensonderhoud beschikken volgens de geldende normen voor welzijn en welvaart. Daarbij weten we dat een woning in een sterke buurt en de nabijheid van onderwijs, voorzieningen en werk belangrijke randvoorwaarden zijn.
Een sterke buurt is niet alleen fysiek of economisch van karakter, maar gaat óók over zorg, welzijn en een sterk sociaal weefsel: een vangnet van informele netwerken in de buurt (vrijwilligers, mantelzorgers, tegen eenzaamheid), mede in het licht van de houdbaarheid van de gemeentelijke vangnetfunctie. Deze integrale opgave haakt aan op de trends en ontwikkelingen rondom demografie (veranderende bevolkingssamenstelling, dubbele vergrijzing), zorg, welzijn, gezondheid, welvaartsverdeling en economie. Opgave 3 – Actief Hilversum: een robuuste, duurzame economie die past bij demografische ontwikkelingen De Hilversumse bevolking groeit en tegelijkertijd is sprake van dubbele vergrijzing. Het percentage werkenden neemt daardoor af. Tegelijk verandert de economie voortdurend. We moeten ervoor zorgen dat er in de
69
toekomst voldoende passende en betaalbare woonruimte is, gecombineerd met een flexibele economie en een beroepsbevolking die aansluit op de wensen van een vergrijzende samenleving. Deze opgave haakt aan op trends en ontwikkelingen rondom demografie, verdeling van de welvaart, de kwaliteit van de leefomgeving, voorzieningen, gezondheid, veiligheid en economische ontwikkeling. Opgaven en participatie In de drie opgaven komen ook de onderwerpen die wat inwoners, ondernemers en organisaties betreft extra aandacht vragen duidelijk naar voren. In de denkrichting werden genoemd: 1. Versterken van de groene kwaliteiten van de stad en het buitengebied. 2. Nieuwe prioriteiten stellen in de openbare ruimte en geleidelijke afwaardering van de rol van de auto. 3. De energie en klimaattransitie inpassen, bij voorkeur binnen de stad. 4. Bouwen aan sterke, inclusieve wijken met wonen, werken en voorzieningen. Dat gebeurt vanuit bestaande kwaliteiten en gemeenschappen. Samen met de denkrichtingen uit hoofdstuk 2 zijn ze de basis voor hoofdstuk 4: visie 2040. Het vijfde onderwerp dat om extra aandacht vraagt, komt terug in het laatste hoofdstuk 5: komen tot een voortdurend gesprek over de toekomst tussen gemeente, inwoners en organisaties.
70
4. Visie 2040
en complexiteit van de opgaven waar Hilversum voor staat. Tegelijkertijd doen ze recht aan de historische en moderne kwaliteiten en waarden van Hilversum.
4.1 Inleiding
Het tweede deel van de visie bestaat uit het beschrijven van een toekomstbeeld 2040. We doen dit vanuit de onderwerpen duurzaam, actief en meedoen. Aan dit toekomstbeeld zijn concrete maatregelen gekoppeld.
“Hilversum wordt om veel redenen gewaardeerd. Voor inwoners springen drie waarden eruit: het groen in en om Hilversum, de karakteristieke architectuur van Dudok en het ‘dorpse’ karakter met tegelijk ‘stadse’ voorzieningen. Stad of dorp, daar zijn Hilversummers niet over uit. En dat is ook een deel van de identiteit. Het dorpse zit hem in zaken als kleinschaligheid, menselijke maat – alles is dichtbij – en laagbouw in de wijken. Maar ook in de vriendelijke sfeer en in de betrokkenheid van inwoners en ondernemers. Buren groeten en helpen elkaar en dankzij een groot aantal vrijwilligers zijn allerlei activiteiten mogelijk. Het stedelijke zit hem vooral in goede voorzieningen: onderwijs, ziekenhuis, sport, winkels, uitgaan en cultuur naar ieders smaak. Wat ook duidelijk is, is dat Hilversum een woon- én een werkgemeente is, waarbij kleine én toonaangevende bedrijven zoals op het Media Park belangrijk zijn. En duidelijk is dat Hilversum als centrumgemeente voor Gooi en Vechtstreek geen eiland is. Hilversum is een gemeente met een grote diversiteit in bevolking en bebouwing. Die spanning is een deel van de Hilversumse identiteit”. Ruimtelijke keuzes en toekomstbeeld 2040 De voorgaande tekst komt uit de denkrichting die is opgesteld naar aanleiding van de participatie (bijlage B).
Die denkrichting ligt aan de basis van de visie op de ontwikkeling van Hilversum tot 2040, die in dit hoofdstuk wordt beschreven. We doen dat in twee stappen. Het eerste deel van de visie bestaat uit een aantal ruimtelijke keuzes op hoofdlijnen. Keuzes dus die bepalend zijn voor heel Hilversum. Het zijn grote, integrale én ingrijpende keuzes. Keuzes die passen bij de omvang
4.2 Ruimtelijke keuzes voor heel Hilversum 1. Hilversum zet in op het beste van twee werelden Al in de Structuurvisie uit 2013 is de nodige aandacht besteed aan de discussie of Hilversum een dorp of een stad is. En ook tijdens de participatie voor deze Omgevingsvisie kwam het onderwerp vaak aan bod. Als erop doorgevraagd wordt, dan blijkt het mensen niet zozeer om de term dorp of stad te gaan, maar vooral om de kwaliteiten die erachter schuilgaan. Het dorpse staat voor rustig wonen, voorzieningen dichtbij in de wijken en een sterk sociaal netwerk. Het stadse richt zich vooral op een ziekenhuis, cultuur, een levendig centrum en diverse mogelijkheden om te sporten. Bij nog verder doorvragen blijken veel Hilversummers beide kwaliteiten te waarderen en eigenlijk het beste van twee werelden te willen. En het beste van twee werelden is precies waar deze Omgevingsvisie op inzet. Hilversum is stad en dorp tegelijk. Hilversum wil daarom ook in de toekomst een volwaardige regionale centrumgemeente zijn, inclusief de bijbehorende centrumvoorzieningen. Tegelijkertijd wil Hilversum een veelheid aan aantrekkelijke woonmilieus blijven aanbieden. Woonmilieus met een menselijke maat en voorzieningen dichtbij in de wijken. Daar horen ook werkmilieus bij. Dat betekent dat Hilversum voortdurend op zoek moet naar de juiste balans.
Dat doen we door op wijkniveau te kijken naar de kwaliteiten, wat past én nodig is.
71
2. Een zekere mate van groei is nodig om vitaal te blijven Uit de participatie blijkt geen draagvlak voor een fors groeiscenario. Tegelijkertijd is er net zo weinig draagvlak voor een stilstand-scenario. Bij een stand-still scenario raakt bovendien de economie op slot en verliest vitaliteit. Tegelijkertijd is er ook de realiteit van een voorspelde autonome groei van de bevolking, een (landelijke én lokale) zeer forse druk op de woningmarkt en demografische ontwikkeling, die om aanvulling en vernieuwing van de woningvoorraad en de voorzieningen vragen. Binnen dit krachtenveld kiest Hilversum nadrukkelijk voor een weloverwogen ontwikkeling en gericht ruimte beschikbaar stellen. Ruimte voor werk, ruimte voor groen, ruimte voor energietransitie, ruimte voor huisvesting voor werknemers voor kritische economische sectoren, levensloopbestendige woningen of woonvormen waarin ouderen langer zelfstandig thuis kunnen wonen en sterke wijken met meer voorzieningen (huisartsen en wijkzorg, ontmoetingsplekken, sport en cultuur, beweegvriendelijke openbare ruimte). Door gericht woningen, werk en voorzieningen te ontwikkelen en vernieuwen, blijft de stad levendig en de wijken gezond. Het bevordert doorstroming op de woningmarkt, houdt de stadse voorzieningen én de voorzieningen in de wijken levensvatbaar en helpt om de uitgaven van de gemeente in het sociaal domein beheersbaar te houden.
Hilversum wil daarbij het concept groei graag anders definiëren: van 'meer’ naar ‘van toegevoegde waarde’. Groei van inwoneraantal, aantal woningen of aantal bedrijven staat niet op zichzelf, maar zijn nadrukkelijk verbonden aan het behoud of het verbeteren van het welzijn van inwoners, de ruimtelijke kwaliteit, identiteit, landschap en natuur en een gezonde economische structuur. De omvang van de groei (ruimtebeslag van deze visie) is uitgewerkt in paragraaf 4.6.
3. Hilversum ontwikkelt zich vooral binnen de bestaande stad We koesteren de natuur en het idee van de compacte Tuinstad. Daarom revitaliseert, versterkt, vernieuwt en ontwikkelt Hilversum vooral binnen de bestaande stadsgrenzen. Daarmee wordt niet nog meer druk op het landschap gelegd, zodat we de kans hebben om ook daar de basis op orde te brengen. Dat landschap is in het verleden bewust zo vormgegeven dat je eindeloos ver kan kijken zonder bebouwing te zien. Dit wordt ook wel het illusielandschap genoemd. Ook dat is een kwaliteit die we graag zo houden. Dat betekent echter niet dat er niets moet veranderen in het buitengebied: ook dat vergt onderhoud en verbeteringen. Ruimtelijke ontwikkelingen buiten de bestaande stad zijn alleen mogelijk als ze bijdragen aan een beter of duurzamer gebruik van de ruimte, zoals op landgoederen. Bij ontwikkelingen binnen de stad bouwen we voort op de Hilversumse traditie om stedenbouw, architectuur en buitenruimte in samenhang te ontwikkelen. Elke ontwikkeling moet kwaliteiten versterken of toevoegen: sociaal, ruimtelijk en/of economisch. Passend bij de diversiteit in Hilversum en het idee van de Tuinstad. 4. Meervoudig ruimtegebruik wordt de norm Kiezen voor ontwikkeling binnen de bestaande stad betekent ook dat Hilversum anders met de beschikbare ruimte om moet gaan.
We zetten daarom structureel in op dubbel of driedubbel ruimtegebruik, bijvoorbeeld door ruimte op daken te benutten of onder gebouwen ruimte te maken voor waterberging. Ook kijken we rondom OV knooppunten naar beide kanten van het knooppunt/spoor. Hoogte is op zulke plekken en op campussen en werklocaties geen doel op zich, maar een manier om zuinig en passend met de ruimte om te kunnen gaan, zeker als tegelijk de kwaliteit van het buitengebied wordt versterkt. In het algemeen geldt dat de best functionerende OV knooppunten zijn omgeven door meer ‘stadse’ woonwerkmilieus. Dit moet leiden tot het integreren van initiatieven en het opstellen van gebiedsvisies waarbij rekening wordt gehouden met alle relevante eisen en de samenhang. Alleen zo kunnen we de schaarse ruimte optimaal benutten en maatwerk leveren. 73
Raadsinspiratiesessie groei en voorzieningen Op 5 november 2022 organiseerde de gemeenteraad een inspiratiesessie over ‘groei in relatie tot voorzieningen'. Sprekers waren prof. Dr. Jan Latten (socioloog en demograaf), Drs. Matthijs de Boer (stedenbouwkundige), Dr. Marco Bontje (stadsgeograaf, hoogleraar UvA) en René Vierkant (Vierders, centrumontwikkeling en vastgoed). De aanbevelingen van de sprekers zijn hier samengevat.
naar voorzieningen verandert vooral door dubbele vergrijzing naar meer comfort en betere bereikbaarheid: zorg, wellness en andere woonvormen (klontering in hogere dichtheden met voorzieningen). Let op dat die niet alleen bereikbaar zijn voor hen die het kunnen betalen. Er komt ook meer vraag naar vergroening in de openbare ruimte. Daarvoor is het nodig om: •
‘Hoeveel moet Hilversum groeien voor behoud van voorzieningen?’ is een te brede en te algemene vraag, die bovendien niet te beantwoorden is. De centrale vraag moet zijn: moet het voorzieningenaanbod op orde worden gebracht en/of aangepast worden aan de veranderende bevolkingssamenstelling? Wees duidelijk over welke voorzieningen je het hebt. ‘Voorzieningen’ kan je smal of breed zien. In de brede definitie zijn groen, mobiliteit, werk en levendigheid ook voorzieningen, naast zorg, welzijn, winkels, horeca, cultuur en sport. Daarnaast heeft elke voorziening zijn eigen doelgroep en invloedssfeer: lokaal, regionaal en (boven)regionaal. Hilversum is gemiddeld Nederland, met een klein accent op een vermogende top. Een ‘nulgroei’ van Hilversum zal leiden tot versnelde vergrijzing, huishoudensverkleining, bevolkingsafname, afname van de beroepsbevolking en afnemend draagvlak voor/druk op bestaande voorzieningen. Er komt meer ‘woonobesitas’: inwoners gebruiken steeds meer vierkante meters voor zichzelf. Vrijkomende woningen door overlijden worden in bezit genomen door mensen met kapitaal, die niet in de buurt geworteld zijn. De juiste woningen bouwen is nodig om doorstroming te bevorderen en de bevolking op peil te houden.
De veranderende bevolkingssamenstelling is van grotere invloed op de vraag naar voorzieningen dan verandering in de bevolkingsomvang. De vraag 74
•
Het autogebruik terug te dringen: dat is een traject van de lange adem die vraagt om consequent zijn en in de buurten uitleggen wat de baten zijn. Rond de stations de compacte stad verder te ontwikkelen en wonen te mixen met voorzieningen en werk. Stelling: 2500 woningen per station in NL. Maak daar appartementen om starters en ouderen te bedienen en doorstroming te bevorderen. Maak het aantrekkelijk, door voorzieningen in de plint. Stapeling/compact bouwen is zinnig om op het maaiveld meer groene ruimte te kunnen maken.
Maak een krachtig en compact centrum dat aansluit bij de identiteit van Hilversum én de centrumfunctie voor de regio. Doe dat met alle betrokkenen. Knoppen waar de gemeenteraad aan kan draaien, zijn afhankelijk van ‘wat voor stad wil Hilversum zijn (‘doorsnee’, ‘bovenkant’, ‘onderkant’)? Een visie moet een manier van denken zijn die richting geeft. Voorkom ‘voorsukkelen’. Het is van belang je identiteit goed te definiëren en je zelfvertrouwen te permitteren om daar langere tijd aan vast te houden. Haalbaarheid is daarbij van minder groot belang; dat komt bij de uitwerking aan de orde.
Een stevige inzet op meervoudig ruimtegebruik biedt mogelijkheden voor alternatieven voor de auto. Dat kan leiden tot ruimtewinst in de openbare ruimte. Ook in andere gemeenten in Nederland neemt de auto veel ruimte in beslag, maar in Hilversum is de auto wel heel erg aanwezig. Zo is het bijvoorbeeld nergens anders in Nederland zo vanzelfsprekend om op de stoep te parkeren. Door betere alternatieven aan te bieden voor de auto kan ruimte worden vrijgespeeld voor groen, klimaatadaptatie, spelen, fietsen en ontmoeten. Meervoudig ruimtegebruik vraagt in eerste instantie vaak om een grotere investering dan bij meer traditionele bouw. Denk bijvoorbeeld aan ondergronds parkeren, ruimte voor waterberging of daken die een groter gewicht kunnen dragen. Op de wat langere termijn kan hier echter van geprofiteerd worden. De rechtvaardigt de inrichting van een compensatiefonds om meervoudig ruimtegebruik te stimuleren. De Omgevingswet biedt hiervoor mogelijkheden.
Meervoudig ruimtegebruik Meervoudig ruimtegebruik kan op veel verschillende manieren worden toegepast. Bekende wat kleinere voorbeelden zijn het benutten van daken voor groen, buitenruimte en het opwekken van energie. Ook parkeren onder gebouwen is een vorm van meervoudig ruimtegebruik. Naast deze vormen van ‘stapelen’ kunnen ook gevels op steeds meer manieren worden gebruikt, bijvoorbeeld door ze te vergroenen. Meervoudig ruimtegebruik kan ook op grotere schaal worden toegepast. Denk bijvoorbeeld aan de kantoren over de Utrechtsebaan in Den Haag, de Groene Loper boven de A2 in Maastricht en de Luchtsingel in Rotterdam. Vertaald naar de Hilversumse situatie liggen er op grote bedrijfsdaken in het Havenkwartier wellicht kansen voor het realiseren van extra sportvelden in aanvulling op sportpark Berenstein. Vooral sporten met wat kleinere velden, als tennis, padel en handbal, lijken hiervoor geschikt. Padel is zelfs op deze manier ontstaan! Andere opties zijn nieuwe parken en speel- en ontmoetingsplekken in de spoorzone.
5. Versterken en ontwikkelen doen we passend bij de kwaliteiten van de wijken Versterken, vernieuwen en ontwikkelen doet Hilversum op basis van wat kan en nodig is in de verschillende delen van de stad. We stellen daarvoor de komende jaren Gebiedsagenda’s op en doen dat in samenspraak met inwoners en organisaties. De wensen en eisen verschillen daarbij per gebied. Dat betekent in principe ontwikkeling in alle wijken en werklocaties, maar wel in elk gebied op basis van de eigen identiteit, wensen, opgaven én de juiste balans in de bevolkingsopbouw. Voor zo’n juiste balans bestaat niet één vast omkaderd, wetenschappelijk optimum. Het gaat vooral om het voorkomen van disbalans tussen de bevolkingsopbouw, de woningvoorraad en de bereikbaarheid van werk en voorzieningen. Verschillen mogen er natuurlijk zijn, maar té grote verschillen zorgen voor onvrede en een verlies aan cohesie in de wijken.
75
Hilversumse hoogte Ontwikkelen binnen de bestaande stad leidt in Hilversum vaak tot een discussie over de hoogte van gebouwen bij besluitvorming over gebieds- en locatieontwikkelingen. Ook tijdens de participatie is ‘hoogte’ onderwerp vaak genoemd; soms als een risico of dreiging, soms als een kans om bijvoorbeeld meer woningen te bouwen en op maaiveld ruimte te houden voor goede openbare ruimte. Iets vergelijkbaars geldt voor het onderwerp ‘dichtheid’. Veel deelnemers hopen dat de Omgevingsvisie een heldere uitspraak doet over de plekken waar hoger, lager, dichter of dunner gebouwd en vernieuwd mag worden. Bij de Structuurvisie 2030 was hoogte ook al een thema. In de Structuurvisie stond: “In de jaren negentig is bij de overdracht van natuurgebieden aan het GNR afgesproken niet meer in het buitengebied te bouwen. Sindsdien is in deze natuurgebieden niet gebouwd. De gemeenteraad van Hilversum heeft in de jaren negentig ook besloten om de gewestelijke richtlijn van maximaal 20 meter hoog bouwen te verlaten. Op een aantal plekken in de stad is in 2030 hoogbouw gerealiseerd. Dit om eenvormigheid in nieuwe bebouwing te voorkomen, bepaalde gebieden in de stad te accentueren en voldoende en aantrekkelijke openbare ruimte over te houden”.
Voor een aantal locaties – zoals het stationsgebied (38-45 meter), Media Park en Arenapark (30 meter), de Van Linschotenlaan (35 meter), Villa Industria (42 meter) en Kerkelanden (50 meter) bevatte de Structuurvisie specifieke hoogtes. Deze plekken liggen vaak in meer ‘dynamische gebieden’ van de stad. Bij overige nieuwbouwprojecten is de maximale bouwhoogte in de Structuurvisie tot maximaal 25 meter beperkt, vooral bij de groene grenzen van de stad. Dit komt overeen met zo’n 8 bouwlagen. De Structuurvisie bood dus veel ruimte voor hoogte. In de praktijk zien we dat we daarmee in Hilversum niet dogmatisch omgaan, maar dat we zorgvuldig kijken naar wat nodig en passend is, ook in relatie tot het
76
gekoesterde ‘illusielandschap’. Zo wordt het Stationsgebied 8 lagen (zo’n 25 meter) en wordt niet de maximale hoogte benut. Tegelijk wordt bij het Arenapark juist iets meer hoogte gezocht, voor een gebiedsontwikkeling met veel ambities op het gebied van wonen, werken, duurzaamheid en voorzieningen. Bij ‘overige nieuwbouwprojecten’ is alleen sprake van grotere hoogte als dat ook leidt tot kwaliteit en betere openbare ruimte in de buurt. Recente voorbeelden zijn enkele ontwikkellocaties in 1221. Voor ‘overige nieuwbouwprojecten’ heeft de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit al eens 5 á 6 lagen als ‘passend’ voor Hilversum geadviseerd. In deze Omgevingsvisie zijn de ruimtelijke hoofdkeuzes leidend: een zekere groei voor vitaliteit, ontwikkeling binnen de bestaande stad, meervoudig ruimtegebruik als norm en versterken/ontwikkelen passend bij de kwaliteiten van gebieden. Het is dus zoeken naar balans tussen wat past en wat nodig is, op niveau van de stad en in de wijken en werklocaties. In gebiedsagenda’s gaan we met dit vraagstuk concreet aan de slag. Voor het gesprek daarover hanteren we de volgende uitgangspunten: • •
•
De door de raad vastgestelde bestemmingsplannen. Stevige hoogte is legitiem rondom OV knooppunten, op campussen, in de spoorzone en op plekken waar al stevige hoogte is. De hoogtes in de Structuurvisie 2030 blijven we aanhouden. In wijken en op overige werklocaties kijken we waar 2 tot 4 woonlagen goed aansluiten bij de omgeving en waar 5 tot 6 lagen passend kan zijn, hetgeen aansluit bij het advies van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. We handhaven de 25 meter uit de Structuurvisie als maximum in wijken en op overige werklocaties.
Soms zal de conclusie van een uitwerking op gebiedsniveau zijn dat best wat verdicht kan worden of hoger kan worden gebouwd, terwijl dit op andere plekken niet mogelijk zal zijn. We houden daarbij rekening met de kwaliteiten van de compacte Tuinstad, de diversiteit van Hilversum (sociale waarde) en het landschap rondom de stad. Deze Omgevingsvisie biedt de kaders op hoofdlijnen waarbinnen de gebiedsagenda’s worden opgesteld. Zo komen ruimtelijke keuzes op de schaal van heel Hilversum en de kwaliteiten, opgaven en kansen in de wijken bij elkaar. En we doen niet alles overal tegelijk, maar gefaseerd. De looptijd van de Omgevingsvisie beslaat immers vijf bestuursperiodes. Daarbij wordt tussentijds gemonitord en zo nodig bijgestuurd. 6. De basis op orde brengen Tenslotte vestigen we expliciet aandacht aan het op orde brengen van de basis: een goede water-, bodem-, geluid- en luchtkwaliteit. Dit is de basis voor een gezonde dagelijkse leefomgeving en een voorwaarde voor verdere ontwikkeling van Hilversum. Omgekeerd kan ontwikkeling juist bijdragen aan het op orde brengen van de basis, bijvoorbeeld door saneringen of toepassing van betere materialen. Bij water, bodem, geluid en lucht gaat het in de meeste gevallen over een (veel) grotere schaal dan die van Hilversum ver overstijgen. Denk aan stikstof en fijnstof van buiten Hilversum, waar we in Hilversum de gevolgen van merken.
Opgaven op dit gebied moeten daarom ook aangepakt worden in samenwerking met rijk, provincie en regio. Na de hiervoor genoemde ruimtelijke keuzes voor heel Hilversum, werken we in de volgende paragrafen de drie opgaven verder uit.
4.3 Duurzaam Hilversum 2040 We willen de negatieve effecten van een verslechterende leefomgeving beperken voor de volgende generatie. Transities op het gebied van energie, klimaat, mobiliteit en grondstoffen worden daarbij ingepast.
4.3.1 Inleiding
We wonen en werken in Hilversum in een relatief gezonde omgeving met op veel plekken een hoge ruimtelijke kwaliteit. Het landschap en de natuur die Hilversum omringen worden door veel mensen sterk gewaardeerd. Het biedt ruimte voor recreatie en levert ons schoon drinkwater. Maar die kwaliteiten staan onder druk: we zullen moeite hebben om aan de nieuwe Kaderrichtlijn Water te gaan voldoen, de biodiversiteit neemt af en de natuur heeft last van het intensieve gebruik, de gevolgen van klimaatverandering en stikstofdepositie. Ook de openbare ruimte in de stad - de ruimte van ons allemaal - staat onder druk. Oudere Hilversummers herinneren zich goed hoe Hilversum landelijk bekend stond om een hoge kwaliteit van de openbare ruimte en slimme oplossingen. Zo is het voor Nederland unieke systeem van rabatparkeren ooit in Hilversum ingevoerd om de schaarse ruimte optimaal te gebruiken: overdag was er op de stoepen ruimte om te spelen en te wandelen, in de avond en nacht was er ruimte voor parkeren. Die ‘oude’ oplossingen werken niet meer. De druk op de openbare ruimte neemt toe en dat komt vooral door toenemend autobezit en autogebruik. Stoepen zijn tegenwoordig op veel plekken in de stad 24/7 het domein van de auto. Het gaat dan vooral om de wat oudere wijken.
Daarnaast leggen we in de openbare ruimte steeds meer nutsvoorzieningen aan: voor overtollig water van daken, afvalcontainers en extra trafo's doordat steeds meer mensen zonnepanelen en laadpalen hebben. De openbare ruimte is zo op een aantal plekken de afvoer van problemen die ook goed in private ruimte zouden kunnen worden opgelost. 77
Ook onder de grond wordt het steeds drukker. We staan er niet elke dag bij stil, maar er liggen net als in andere steden onder een groot deel van de openbare ruimte in Hilversum talloze kabels en leidingen en er komen er steeds meer bij. Dat maakt het op veel plekken bijvoorbeeld vrijwel onmogelijk om nieuwe bomen aan te planten of een ondergrondse afvalcontainer in te passen. Terwijl juist extra bomen een positieve impact hebben op gezondheid en leefbaarheid.
4.3.2 Toekomstbeeld 2040
In de periode tot 2040 wil Hilversum op een aantal belangrijke onderwerpen grote veranderingen doorvoeren. Op sommige onderwerpen heeft Hilversum al ambitieuze doelen. Denk bijvoorbeeld aan de energietransitie. Hier is het minder de vraag ‘of’, maar veel meer ‘hoe’ en ‘in welk tempo’. Op andere onderwerpen bevat deze Omgevingsvisie een nieuwe of aangescherpte visie. Het gaat dan bijvoorbeeld om de openbare ruimte, landschap en de landbouw. Als we al deze ‘transities’ goed doen, schenken we onszelf én de volgende generaties een betere en gezondere leefomgeving. Openbare ruimte De openbare ruimte is een belangrijk, maar tegelijk een beperkt deel van de totale ruimte in Hilversum. Voor realisatie van het hier geschetste toekomstbeeld zal daarom ook een beroep moeten worden gedaan op inwoners en organisaties om meer openbare ruimte te creëren, bijvoorbeeld door meervoudig grondgebruik. Maar de grootste winst zit in het realiseren van een betere openbare ruimte. Dat kan alleen als het ruimtebeslag van de (stilstaande) auto in de stad afneemt. Voor de openbare ruimte ziet het toekomstbeeld 2040 er als volgt uit: ●
Meer ruimte voor groen en bomen. Dat verbetert de bestaande groenstructuur en tegelijkertijd de leefkwaliteit, bijvoorbeeld door
●
●
●
●
minder hittestress tijdens warme periodes. Iedereen heeft recht op een koele plek op loopafstand. Juist in de meest verdichte wijken, met de meeste sociale problemen zijn die plekken er te weinig. Meer ruimte in de directe woonomgeving om te verblijven, te spelen en elkaar te ontmoeten. Dit vergroot de leefbaarheid in wijken, leidt tot een sterkere sociale samenhang, nodigt mensen uit tot bewegen en biedt kansen om de openbare ruimte toegankelijker te maken voor mensen met een beperking. Meer ruimte voor wandelen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit: dit zijn gezonde en veilige manieren om te bewegen en bovendien goede alternatieven voor de auto in een compacte stad als Hilversum. Meer ruimte om overtollig water bij extreme neerslag op te vangen en vast te houden. Hiermee voorkomen we wateroverlast en bufferen we water voor gebruik in droge perioden. Meer ruimte voor maatregelen op het gebied van duurzame energie.
Duurzame energie We gaan in de komende twintig jaar fundamenteel anders om met het opwekken en gebruiken van energie. In 2050 willen we CO2-neutraal zijn, met als tussenstap 55% CO2-reductie in 2030. We maken de omslag van fossiele energie naar duurzaam opgewekte energie en willen dat ruimtelijke ontwikkelingen altijd energieneutraal of –positief zijn. We kijken voor het opwekken van energie eerst naar het bestaande stedelijke gebied en pas naar het buitengebied als het niet anders kan. De regionale energiestrategie is gericht op zonne-energie op alle grote daken in 2030. Daarmee kunnen we in circa 10% van de huidige elektriciteitsbehoefte voorzien. In 2040 zijn alle gebouwen energie-efficiënter, waardoor de warmtevraag kleiner wordt. We zetten door isolatie en zonnepanelen stappen op weg naar een duurzaam energiesysteem, maar er is nog veel meer nodig. Waar halen we onze duurzame energie vandaan? Het grootste deel van de energievraag is warmte. Mogelijk kunnen geothermie (kilometers diep) en afvalwater in
79
een deel van deze warmte gaan voorzien, met nieuwe collectieve systemen. Dit kan voor een beperkt deel van Hilversum een oplossing zijn. Voor het grootste deel zijn we voor warmte aangewezen op technieken die gebruik maken van de warmte in lucht, bodem (tientallen meters diep) en (grond) water, via een warmtepomp. Dit kan op verschillende schalen, per woning, woningblok of buurt. Hiervoor is elektriciteit nodig, waardoor de vraag naar elektriciteit zal toenemen. De energie-infrastructuur verandert de komende 20 jaar, van een centraal, uniform en fossiel systeem, naar een decentraal, meer divers en duurzaam systeem. Daarbij zijn de lokale vraag en aanbod van energie bij voorkeur zoveel mogelijk in evenwicht, bijvoorbeeld door opslag duurzaam opgewekte stroom. In Buurtschap Crailo wordt de komende jaren al een ‘future grid’ gerealiseerd, als onderdeel van deze energiepositieve wijk. Circulaire economie Er is internationaal en nationaal overeenstemming dat we fundamenteel anders willen omgaan met natuurlijke hulpbronnen en dat onze economie meer gericht moet zijn op duurzaamheid en hergebruik. Dit wordt ook wel een circulaire economie genoemd. Hilversum ondersteunt de Europese ambitie van een 100% circulaire economie in 2050. Hilversum gaat deze omslag maken door bedrijven op dit gebied zo veel mogelijk te ondersteunen.
Dat begint met het behouden en creëren van ruimte voor nieuwe bedrijvigheid op de bestaande bedrijventerreinen. Natuur, water en bodem We keren de achteruitgang van de kwaliteit van de natuur in en rond Hilversum. Dat betekent onder andere dat we de kwaliteit van water en bodem op orde brengen en waar nodig onderscheid zullen maken tussen groengebieden die wat drukker kunnen zijn en groengebieden waar we het juist zo rustig mogelijk houden.
80
4.3.3 Doelen
Bij de uitwerking van dit toekomstbeeld horen de volgende doelen: 1. Lucht, water en bodem voldoen in 2040 aan de milieunormen. 2. Versterken biodiversiteit door het verbeteren van de kwaliteit van het buitengebied en de verbindingen met het groen in de stad. 3. Het tegengaan van hittestress en overlast door te veel of juist te weinig water. 4. De overgang naar een voor iedereen toegankelijk duurzaam energiesysteem versnellen en intensiveren. 5. De overgang naar een duurzamer systeem van mobiliteit versnellen en intensiveren. 6. Verantwoord en toekomstbestendig (her)gebruik van materialen. 7. Een betere gebruiks- en verblijfskwaliteit van de openbare ruimte realiseren. Parkeren, met ruimte voor groen, ontmoeten, wandelen, fietsen, deelmobiliteit, spelen en klimaatmaatregelen. We zetten daarbij in op meervoudig ruimtegebruik. Deze doelen worden hierna uitgewerkt in concrete maatregelen.
4.3.4. Maatregelen 1. Lucht, water en bodem voldoen in 2040 aan de normen Lucht, water en bodem moeten in aan de milieu- en natuurbeschermingsnormen voldoen. Denk daarbij aan de stikstofnormen voor Natura 2000-gebieden (2030) en de kaderrichtlijn water (KRW, 2027). Dat is niet alleen goed voor mens en natuur, maar voorkomt ook dat ontwikkelingen, zoals het vernieuwen of bouwen van woningen stil komen te liggen. In de omslag komen opgaven voor bodem, water, klimaat, biodiversiteit, gezondheid, economie en leefbaarheid samen. De gemeente is niet altijd het bevoegde gezag.
De doelen voor de kaderrichtlijn Water zijn Europees, de eindverantwoordelijkheid ligt bij het Ministerie van I&W en Waterschappen zijn penvoerder. De implementatie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van Rijk, provincies, waterschappen en (ook) gemeenten. Alle partijen leggen hun inspanningen vast in eigen waterprogramma’s en werken aan gezamenlijke inspanningen. De gemeentelijke verantwoordelijkheid gaat vooral om de invulling van de afvalwater-, hemel- en grondwaterzorgplicht en de gevolgen daarvan voor de oppervlaktewaterkwaliteit. Hilversum steunt de ambitie van alle partijen om het oppervlaktewatersysteem met alle betrokken partijen te optimaliseren met oog op waterkwaliteit, biodiversiteit en klimaatadaptatie en geeft uitvoering aan reeds afgesproken maatregelen, zoals met Waternet over het onderzoek naar een toekomstbestendige Heuvelrug en het beheer van oppervlaktewateren in Hilversum. Een van de maatregelen daarbij is het terugnemen van milieubelastende stoffen door regelmatig onderhoud aan wateren (ecologisch baggeren). Zie verder maatregel 3.
Samenwerken aan een toekomstbestendige Heuvelrug Waterschap, provincie, MRA, drinkwaterbedrijven en gemeenten (waaronder Hilversum) zijn recent gestart met onderzoek naar het robuust/toekomstbestendig maken van het unieke kwelsysteem van de Heuvelrug. Dit is een belangrijke basis voor de unieke landschappelijkeen natuurwaarde van Hilversum en omgeving (het plassengebied aan de westzijde) en de ‘watermotor’ voor Hilversum. Een robuuster systeem is nodig voor de toenemende drinkwatervraag, klimaatverandering, biodiversiteitsherstel en het verbeteren van de waterkwaliteit. Het gebied loopt nu al tegen grenzen aan door keuzen die in het verleden gemaakt zijn, vaak te veel vanuit lokale landgebruikswensen en te veel afhankelijk van techniek. De ambitie is een adaptiever gebied, waarin de unieke systeemeigenschappen beter tot hun recht komen (natuurlijk systeemherstel). Denk aan hemelwater zo veel als mogelijk schoonhouden en in de bodem infiltreren, om daarmee de grondwatervoorraad aan te vullen. Om bij groen- en vegetatiekeuzen rekening te houden met de effecten op het geohydrologische systeem. En een goede ruimtelijke ordening die past bij het systeem. Het komende half jaar werken de partijen samen aan een ontwerpend onderzoek om te komen tot een handelingsperspectief voor de integrale ontwikkeling.
Onderzoeken als dit kunnen op termijn leiden tot actualisering van de Omgevingsvisie.
De watermotor van Hilversum. Bron: Defacto - Resilience by Design MRA, 2020) 81
De doelen voor stikstof zijn Europees en Rijk en provincie zijn verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen zoals gebiedsbescherming in Natura2000 gebieden. Hilversum ondersteunt waar mogelijk maatregelen die zij treffen. Binnen de stadsgrenzen is Hilversum aan zet. Voor bodem geld dat bij ontwikkelingen altijd (bron)maatregelen genomen moeten worden om verontreiniging van bodem en grondwater te voorkomen. Voor lucht liggen bronnen voor het grootste deel buiten de invloedssfeer van de gemeente Hilversum. 2. Versterken biodiversiteit door het verbeteren van de kwaliteit van het buitengebied en de verbindingen met het groen in de stad Stad en landschap zijn in samenhang vormgegeven. We kunnen constateren dat de stad zich in de afgelopen decennia heeft ontwikkeld en het landschap minder, of minder snel. Het landschap staat voor uitdagingen, zowel qua gebruik (recreatiedruk) als wat betreft (bio)diversiteit, natuurwaarden en het ecologisch systeem. Het landschap om Hilversum kan worden ontlast door op plekken aan de randen wat intensiever en andere delen wat minder intensief te gebruiken. Dus: meer groene buitenruimte in en aan de randen van de stad maken, of de toegankelijkheid en kwaliteit verbeteren. Groen in een ring om de stad dat tegen een stootje kan en is berekend op recreatie. Hier mag het wat drukker zijn. Kwetsbaardere delen van de natuur kunnen dan rustiger worden.
Wat betreft de natuurgebieden zelf, is de vraag hoe we de natuurgebieden op een duurzame manier in stand kunnen houden als gevolg van het veranderende klimaat en de negatieve effecten van o.m. landbouw, industrie en mobiliteit. Daarbij moeten we oog hebben voor de kwetsbaarheid van onze natuur als gevolg van het veranderende klimaat: er is op de open heide en in de naaldbossen in toenemende mate kans op droogte, hitte en daardoor natuurbranden. We moeten goed kijken op welke plekken meer biodiversiteit nodig is.
82
De natuur aan de westzijde van Hilversum kan worden versterkt door optimalisatie van het (grond)watersysteem. Door hogere (grond) waterstanden kan schone kwel worden bevorderd. Locaties waar nu al sprake is van wateroverlast of een ondiepe grondwaterstand moeten als eerste worden bekeken. In samenwerking met de gebiedspartners gaan we onderzoeken wat de beste oplossing is. Hilversum heeft een beperkt aantal agrarische bedrijven, vooral rondom de Hilversumse Meent. In en om de stad zijn ook stadslandbouwachtige activiteiten, zoals de wijngaard en Urban Farming projecten. Waar sprake is van landbouw willen we de omslag maken naar kringlooplandbouw: een duurzame landbouw, zonder negatieve gevolgen voor de omgeving. Dat betekent extensivering, tot een niveau waarop landbouw en omgeving in balans zijn. De rol van de gemeente is daarbij het toelaten van (andere) bestemmingen die zich goed verhouden tot het karakter van het gebied en het stimuleren van samenwerking in de regio. In de participatie hebben de houders van de agrarische bedrijven in het buitengebied van de Hilversumse Meent aangegeven een gebiedsvisie te willen maken voor een duurzame toekomst van het gebied in bredere zin, denk bijvoorbeeld aan biodiversiteit, kringlooplandbouw, energietransitie, recreatie en voedselvoorziening. Dat honoreren we graag.
Iets vergelijkbaars is ook nodig voor de landgoederen Zonnestraal, Hoorneboeg en Zwaluwenberg, waar sprake is van unieke situaties en is dus maatwerk per locatie nodig. We hanteren daarbij als uitgangspunten: ●
Een goede balans tussen maatschappelijke waarde voor bewoners, omwonenden en de waarde van het landschap, waarbij: • •
●
Het cultuurlandschap zo veel mogelijk behouden wordt. De bodemkwaliteit verbetert.
Landbouwproducten zo veel mogelijk lokaal of regionaal afzetten (stads-/regiolandbouw, afspraken met lokale afnemers enz.).
●
Zorgvuldig omgaan met woningbouw om landgoederen rendabel te maken (Hilversum ontwikkelt binnen bestaand stedelijk gebied). Beperkte vormen van verblijfsrecreatie zijn wellicht mogelijk.
3. Tegengaan van hittestress, droogte en wateroverlast Groen helpt bij het tegengaan van hittestress. Hiervoor is al beschreven wat de mogelijkheden zijn buiten de stad. In de stad is het meeste groen in privaat eigendom (ten opzichte van de openbare ruimte). De grootste winst kunnen we behalen met het stimuleren van allerlei maatregelen zoals ‘operatie steenbreek’ en het zelf opvangen van hemelwater. Voor het versterken van de groenstructuur in de stad kijken we naar slimme combinaties met hoogwaardige fiets- en wandelroutes. Als er groen wordt aangeplant zetten we in op soorten die beter bestand zijn tegen warmte en droogte, die gebiedseigen zijn en passen bij het grondwatersysteem. Bij het realiseren van nieuwe boomrijen langs straten (laanbomen) zetten we in op het toepassen van het mengen van soorten, zodat bij boomziekten niet gelijk een hele laan uitvalt. We zetten in op het invoeren van een groennorm, zodat bij elke ruimtelijke ontwikkeling ook groen wordt gerealiseerd en koele, groene plekken voor alle Hilversummers binnen 300 meter bereikbaar zijn. Om substantieel bomen te kunnen toevoegen moeten we op een andere manier omgaan met ondergrondse infrastructuur. Onderzocht wordt wat de mogelijkheden zijn om kabels en leidingen anders te ordenen. Op verschillende plekken in Hilversum is regelmatig sprake van wateroverlast.
Het gaat dan vooral om het centrum, 1221 en het Havenkwartier. Tegelijkertijd is ook steeds vaker sprake van watertekorten. We moeten daarom toewerken naar meer ‘watermeedoen bouwen’ en een robuuster watersysteem, waarin het de eerste voorkeur heeft hemelwater lokaal vast te houden en de tweede voorkeur is hemelwater af te voeren naar gebieden voor wateropslag, zoals de omliggende natuurgebieden. Hiervoor zijn twee maatregelen in beeld: het afkoppelen
van de hemelwaterafvoer van het riool en het vinden van gebieden voor wateropslag. Het gaat dan bijvoorbeeld om het afkoppelen van regenpijpen van woningen, door het water op te vangen, te bergen en te hergebruiken (voor bijvoorbeeld sproeien van de tuin of het doorspoelen van toiletten). Dit kan op daken, onder wegen en gebouwen, in tuinen en plantsoenen. Er zijn ook grotere gebieden nodig om schoon hemelwater te bufferen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gezocht naar combinaties met meer intensief te gebruiken groengebieden direct rond de stad of oppervlaktewater in de stad. Als het water eenmaal is opgevangen, dan moet het de tijd krijgen om in de bodem te infiltreren. De voorkeur gaat uit naar natuurlijke voorzieningen, zoals greppels, wadi’s en vijvers. Op deze manier kan de grondwatervoorraad continu worden aangevuld. Ondergrondse infiltratievoorzieningen zijn gevoeliger voor verstoppingen en vragen meer onderhoud. In de zomer zijn de bovengrondse waterbuffers meestal leeg. Voor bijvoorbeeld bluswater kan in Hilversum gelukkig ook heel goed grondwater worden gebruikt. Reden te meer om de grondwatervoorraad zo veel mogelijk aan te blijven vullen. 4. Overgang naar een voor iedereen toegankelijk duurzaam energiesysteem versnellen en intensiveren Hilversum heeft recent stevig beleid vastgesteld in de vorm van de Transitievisie Warmte en de Regionale EnergieStrategie 1.0.
In de huidige aanpak brengen we de ‘all-electric’ aanpak actief naar inwoners met inzet van intermediaire organisaties, zetten fors in op ‘zon-op-dak’, doen onderzoek naar geothermie, collectiviteit/restwarmte in Kerkelanden, Oost (RWZI) en het Mediapark en ondersteunen particuliere initiatieven voor besparen en opwekken van energie waar mogelijk. We richten ons deze bestuursperiode het uitvoeren van vastgestelde plannen; er ligt voldoende om mee aan de slag te gaan. Als initiatieven aanleiding geven om te versnellen, dan nemen we bestuurlijk die ruimte. We weten dat we – net als alle gemeenten in Nederland – richting 2030 de beweging moeten vergroten. Onze inzet bepalen we bij de actualisatie van de Transitievisie
83
Warmte in 2026, die we vanaf 2025 voorbereiden. Dan is ook landelijk meer duidelijkheid over financiering en benodigde wetgeving; daar zitten thans de grootste belemmeringen. Maatregel 4.1 Energie-efficiëntie door isolatie We ondersteunen bewoners en ondernemers om hun woning, kantoor of bedrijfspand te isoleren. We werken samen met o.a. energiecoöperaties, het regionale energiedienstenbedrijf, woningcorporaties en bedrijvenverenigingen. Er is een link met circulair en natuur-meedoen bouwen, door het gebruik van milieuvriendelijke, herbruikbare of gebruikte materialen om te isoleren en het blijven bieden van voldoende nestelgelegenheid voor dieren. Maatregel 4.2 Duurzame stroom opwekken We streven naar zonnepanelen op alle daken waar dat mogelijk is, ondersteunen bewoners en ondernemers om dit te realiseren en werken samen met hun verenigingen. Nieuwbouw en renovatie van scholen zijn energieneutraal. Daarnaast stimuleren we initiatieven voor zonnepanelen op andere geschikte locaties, zoals zonnecarports op grote parkeerplaatsen, die ook dienen als laadplein voor elektrische deelauto's. Dit vergt ook aanpassing van het elektriciteitsnet, zoals meer kabels en onderstations. Maatregel 4.3 Warmtetransitie naar aardgasvrij Het gaat om het vervangen van aardgas door duurzame en betaalbare energiebronnen voor alle Hilversummers.
Vorig jaar is hiervoor de eerste Transitievisie Warmte opgesteld, die we vijfjaarlijks actualiseren. De komende jaren stimuleren we lokale energie-initiatieven rondom thermische energie uit oppervlaktewater (TEO, ook wel bekend als aquathermie) en thermische energie uit afvalwater (TEA, bij rioolwaterzuivering Anna’s Hoeve), bouwen we kennis en ervaring op in de Proeftuin Aardgasvrije Meent en we verwachten meer inzicht in de haalbaarheid van diepe geothermie in Hilversum. Als geothermie haalbaar is, dan is de eerste inschatting dat hiermee 5.000-10.000 woningen kunnen
worden verwarmd. Daarvoor is ruimte nodig voor 1 of 2 locaties met boorinstallatie plus warmtestation, ter grootte van 1 à 2 hectare per stuk en ruimte in de straat voor een warmtenet. Voor het grootste deel van de warmtetransitie zijn we aangewezen op technieken die gebruik maken van warmte in lucht, bodem (tientallen meters diep) en (grond)water, via een warmtepomp. Dit kan op verschillende schalen, bijvoorbeeld per woning, woningblok of buurt. Ook kan de bodem worden gebruikt om warmte uit de zomer en koude uit de winter in te bufferen, via Warmte-Koude Opslag (WKO). Dit is voor kantoren al een gangbaar systeem, vooral omdat zij ook een koudevraag hebben in de zomer. Maatregel 4.4 Regie op de energie-infrastructuur, ook in de ondergrond Uit de bovenstaande maatregelen vloeit voort dat de energie-infrastructuur verandert en er meer ruimte nodig is, boven en onder de grond voor energie-infrastructuur. In de nieuwe woonwijk Buurtschap Crailo wordt een nieuwe, energiepositieve wijk aangelegd, met een ‘future grid’, zodat de energie ook zoveel mogelijk in de wijk zelf kan worden gebruikt. In bestaande wijken gaat dat niet, of in elk geval niet in één keer.
De grote veranderingen daar zijn verzwaring van het elektriciteitsnet met extra transformatorhuisjes en ondergrondse kabels, lokale opslag van opgewekte energie (ook om piekbelasting van het systeem te dempen), het toevoegen van collectieve warmtesystemen (buizen en warmte-installaties) in sommige wijken/buurten en het intensievere gebruik van de bodem voor Warmte-Koude Opslag (WKO). Dit vergt ruimte, inpassing, investeringen en beheer van deze (nieuwe) eigendommen. In de voorlopige versie van de nieuwe Wet Collectieve Warmte is het beheer van grotere transportnetten voor warmte een publieke taak, die bijvoorbeeld door een gemeente, waterschap, netbeheerder of provincie uitgevoerd kan worden. Tot de volgende Transitievisie Warmte is het zaak in de gaten te houden dat individuele en gezamenlijke belangen elkaar niet in de weg gaan zitten. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als aan particulieren vergunningen worden afgegeven voor warmte-koude opslag (wko), waardoor 85
gezamenlijke wko-oplossingen niet meer mogelijk zijn. Merk daarbij op dat het grondwaterbeheer een taak van de Provincie Noord-Holland is. Wat Hilversum wel kan doen, is het stimuleren van het ontwikkelen van bodemenergiestrategieën voor gebiedsontwikkelingen. Dat doen we al, bijvoorbeeld voor het Arenapark. Ook denkbaar is het ondersteunen van collectieven van particulieren of corporaties of een verplichting voor alle ontwikkelingen van meer dan 25 woningen om te voorzien in een wko, met een verkenning naar het aanhaken van omliggende straten. Een collectieve wko kost overigens ook minder energie dan verschillende individuele. 5. Overgang naar een duurzamer systeem van mobiliteit versnellen Deze transitie is in alle grote en middelgrote steden in Nederland aan de orde en de essentie van de vastgestelde Mobiliteitsvisie Hilversum 2040. Voor de overgang naar een duurzamer systeem van mobiliteit is het nodig om gelijktijdig alternatieven voor het autobezit te ontwikkelen, parkeernormen naar beneden bij te stellen, het parkeren in de openbare ruimte vaker te beprijzen en passende vormen van handhaving in te zetten. Zo'n transitie is spannend, maar niet uniek voor Nederland en Hilversum. Grotere steden die Hilversum voorgingen zoals Amsterdam, Utrecht en Amersfoort ervaren een fors verbeterde leefbaarheid. Het gaat altijd om een combinatie van maatregelen.
Maatregel 5.1 het invoeren van betaald parkeren, te beginnen in de gebieden tot aan de buitenring Een systeem van beprijzen van parkeren is goed verdedigbaar: wie gebruik wil maken van de openbare ruimte - de ruimte die van ons allemaal is - mag daar best iets voor betalen. Voorwaarde is wel dat de opbrengsten weer worden geïnvesteerd in nieuwe mobiliteitsoplossingen. Gezien de geringe omvang van Hilversum moet betaald parkeren eigenlijk in de hele stad worden ingevoerd, anders verplaatst het probleem zich alleen maar. Keuzes in Bussum zijn bepalend voor wat er in De Meent kan.
86
Maatregel 5.2 het gelijktijdig invoeren van vergunningparkeren voor bewoners De eerste auto is relatief goedkoop, daarna wordt het snel duurder. En in sommige gebieden is het door een gebrek aan ruimte zelfs niet eens mogelijk om een tweede vergunning af te geven. Er moeten gepaste oplossingen komen voor mensen met een beperking en andere mensen die hun auto echt nodig hebben (zoals bijvoorbeeld een arts of verloskundige). Dat vraagt tegelijkertijd om meer inzet op handhaving, bijvoorbeeld door de inzet van een camera-auto. Als mensen ruimte hebben voor parkeren op de eigen oprit, dan moet die ruimte ook worden benut. Maatregel 5.3 het realiseren van allerlei maatregelen die vallen binnen wat Mobility as a service (MaaS) wordt genoemd MaaS gaat om het inzetten van technologie om vervoer zo efficiënt mogelijk te maken. Het gaat om het optimaal benutten van deelfietsen, deelauto’s, deelscooters en openbaar vervoer. Maar vooral ook de combinaties van al deze soorten vervoer. Door voertuigen te delen kunnen ze efficiënter worden gebruikt en zijn er minder voertuigen nodig. De ruimte die vrijkomt wordt benut voor een kwaliteitsslag van de openbare ruimte. Maatregel 5.4 het tegelijkertijd verbeteren van de alternatieven voor de auto Bijbehorende deelmaatregelen zijn: ●