Bijlage D. Beleids en projectentoets
Tekst van het document
Bedrijvigheid in de metropool kan zich blijven ontwikkelen binnen de beschikbare milieuruimte, waarbij op een beperkt aantal plekken nieuwe woningbouw te maken kan krijgen met een grotere mate van geluidhinder, binnen de wettelijke grenzen. Nieuwe ontwikkelingen van woningbouw en voorzieningen worden geconcentreerd in kernen, passend bij de rol van de kernen in het regionale netwerk, en voegen zich naar de vraag op basis van de meest actuele cijfers.
Om de bereikbaarheid van het noordelijk deel van de provincie te verbeteren, worden functies of bestemmingen zoveel mogelijk gebundeld nabij OV-, weg-, energie-, agri- en data-knooppunten, aangevuld met de ontwikkeling van vraaggestuurde vervoersconcepten. De regionale optimale energiemix voor opwekking van hernieuwbare energie in de ondergrond, op de bovengrond en in de bebouwde omgeving past bij de regionale landschappelijke en gebiedskwaliteiten en de economische kansen. Vraag en aanbod van hernieuwbare energie worden zodanig gebundeld dat sprake is van efficiënte benutting van bestaande en nieuwe energie-infrastructuur en van restwarmte. Ruimte wordt gereserveerd voor directe aanwending, opslag en doorvoer van door wind op zee opgewekte energie. Op strategische locaties wordt ruimte gereserveerd voor opslag en verwerking van reststromen. De agrifoodsector wordt gefaciliteerd bij de duurzame en economische ontwikkeling. Natuurlijke processen zijn richtinggevend voor inrichting en beheer van nieuwe en bestaande natuurgebieden. Om een robuust ecosysteem te realiseren worden verbindingen tussen natuurgebieden verbeterd en functies slim gepositioneerd. Het landgebruik en de waterpeilen worden in balans gebracht met de draagkracht van het veenweidegebied.
Economisch perspectief 2040 (2021) Aanleiding en doel De gemeente Hilversum streeft naar een toekomst waarin Hilversum een sociaal inclusieve stad blijft, waar inwoners prettig wonen, werken en verblijven. De Omgevingsvisie Hilversum moet daar ook aan bijdragen. Economie is een belangrijke bouwsteen voor de ontwikkeling van de Omgevingsvisie. Dat vraagt om een beeld van de economische opgaven waarmee Hilversum te maken krijgt en welk antwoord daarop nodig is, om in 2040 een vitale economie te hebben in Hilversum.
Na de economische crisis werkt Hilversum reeds aan herstel De afgelopen tien jaar is er een netto krimp van de Hilversumse economie (uitgedrukt in werkgelegenheid) geweest van twee procent. Dit terwijl de meeste gemeenten in Nederland cijfers in de plus hebben genoteerd: de gemiddelde Nederlandse groei kwam uit op +7,1 procent. Met name buiten de bedrijventerreinen en kantoorlocaties is een kwart van de Hilversumse werkgelegenheid verdwenen.
Het tij keren is dan ook een belangrijke opgave en de gemeente Hilversum is hier de laatste jaren hard mee bezig. De Agenda Economie en Media is hier belangrijk bewijs van en ook in de praktijk zijn de komst van Talpa, MediaMonks en het nieuwe Tergooi ziekenhuis duidelijke signalen. Crailo wordt ontwikkeld en van grote waarde zijn ook de ontwikkelingen in het stationsgebied en het Arenapark. De juiste weg is dus ingezet en dat is ook in de economische cijfers te zien.
Vestigingsklimaat is de grote boosdoener, met name door structureel ruimtetekort Hoewel Hilversum een goed portfolio heeft met sterke sectoren als Media & ICT, wordt de economische vitaliteit in Hilversum hard geremd door een slecht vestigingsklimaat. Dat slechte vestigingsklimaat heeft verschillende oorzaken. De matige bereikbaarheid van Hilversum is één van de oorzaken. De allerbelangrijkste is echter het structurele tekort aan ruimte voor bedrijvigheid. Daardoor kunnen nieuwe ondernemingen lang niet altijd landen in Hilversum en hebben bestaande bedrijven geen ruimte om uit te breiden. Het gevolg is dat er relatief weinig snelgroeiende bedrijven zijn in de gemeente én dat veel bedrijven de gemeente verlaten. Hilversum is hierdoor naar schatting zo’n 4.600 tot 9.700 nieuwe banen misgelopen in de afgelopen tien jaar.
Economie is belangrijk voor Hilversum Het wordt vaak over het hoofd gezien dat Hilversum haar goede leefklimaat niet alleen te danken heeft aan de groene omgeving. Economische vitaliteit is ook een zeer belangrijke drijvende kracht achter een goed leefklimaat. De economie biedt werkgelegenheid en
daarmee bestaanszekerheid. De economie zorgt voor verenigingsleven, belevingswaarde en ontmoetingsplekken.
Wanneer er voor de economie niet voldoende plaats is in Hilversum, leidt dit niet alleen tot verdere daling van werkgelegenheid, maar ook tot bevolkingsdaling. Ten eerste omdat de natuurlijke aanwas al laag is en ten tweede omdat de verhuizingen van buitenaf fors zullen afnemen. Immers: door afnemende baankansen in Hilversum neemt de aantrekkelijkheid om er te wonen af en zullen daardoor ook minder mensen voor Hilversum kiezen als nieuwe woonplek. Een gezonde economie vraagt om dynamiek, oftewel ruimte voor verplaatsing en groei. Stilstand is achteruitgang: het leidt tot een negatieve spiraal. Niets doen is dus geen optie.
Wat is een gezonde economische ontwikkeling voor Hilversum? Van een gezonde economische ontwikkeling is in Hilversum sprake, wanneer het vestigingsklimaat geen destructieve werking meer heeft op de economie. Als Hilversum de afgelopen tien jaar een sterk vestigingsklimaat had gehad, dan zou de gemiddelde economische groei per jaar zijn uitgekomen op 1,2 procent. Voor de toekomst ziet Ecorys een gemiddelde jaarlijkse groei van 1 procent als haalbaar. Dit uiteraard op voorwaarde dat het vestigingsklimaat wordt verbeterd.
Ruimte maken voor economische vitaliteit De sleutel zit aan de fysieke kant, door voldoende ruimte te maken voor de economie in Hilversum. Wanneer uit wordt gegaan van gezonde economische ontwikkeling in Hilversum, vraagt dit om meer ruimte voor bedrijvigheid: het gaat om ruim 38 hectare op bedrijventerreinen en ruim 130.000 m2 op overige locaties in Hilversum.
Het huidige aanbod van enkele tienduizenden vierkante meters werkruimte voldoet duidelijk niet om Hilversum een aangename woon- en werkgemeente te laten zijn. Bovendien: leegstaande panden zijn geen voldoende oplossing voor het ruimtevraagstuk. Leegstaande panden worden snel weer opgevuld indien ze courant zijn, of blijven leeg indien ze niet courant zijn.
De noodzaak van meer ruimte voor bedrijvigheid blijft bestaan, ook wanneer door andere ruimtelijke ontwikkelkeuzes een lagere jaarlijkse groei wordt behaald. Ter illustratie: bij 0,5 procent groei per jaar – en dan is er nog sprake van een negatief presterend vestigingsklimaat – bedraagt de extra ruimtevraag 18,2 hectare op bedrijventerreinen en bijna 63.000 m2 op overige locaties. Het is wel zo dat een deel van de nodige vierkante meters op overige locaties in de stad, inclusief woonhuizen, kan worden gevonden.
Voorziene programma kantoorlocaties voldoet, overige locaties vormen aandachtspunt Gekeken naar de drie onderscheiden type locaties (formele bedrijventerreinen en kantoorlocaties en informele werklocaties) kunnen we concluderen dat het voorziene programma op de formele kantorenlocaties goed voldoet voor de verwachte ruimtebehoefte en ook kan bijdragen aan de regionale ruimtevraag naar kantoorlocaties. Voor de bedrijventerreinen en de informele werklocaties ligt er een ruimtebehoefte waar Hilversum nu nog niet in voorziet. Hier ligt nog een aanvullende opgave.
Efficiënter ruimtegebruik nodig De eerste stap is het vrijmaken van schuifruimte ter grootte van 1 à 2 keer Hunkemöller – om de eerste bedrijfsverplaatsingen mogelijk te maken waarmee de ‘puzzel’ verder gelegd kan worden. Daarmee is er de eerste paar jaren ademruimte, maar er moet gelijk gewerkt gaan worden aan de acties om de overige ruimte te creëren. Een proces van de lange adem. Hiertoe behoren:
• • • • •
Heroverwegen van transformatielocaties. Toevoegen van nieuwe werklocaties. Herstructureren/intensiveren op bestaande werklocaties. Herstructureren/mengen op bestaande woonlocaties. Schuifruimte creëren op bestaande werklocaties.
De ontwikkelingen met betrekking tot Arenapark en het stationsgebied, waar extra vierkante meters bij komen, bieden ruimte. Daar landt een deel van de uitbreidingsvraag vanuit bedrijven die zelf het liefst op een bedrijventerrein zouden zitten. Maar hiermee kan niet alles opgelost worden. De meeste winst kan komen door een nieuwe werklocatie zoals het Circusterrein, Crailo en (de oostkant van) het vliegveld. Wanneer dit niet mogelijk blijkt, worden verdichting en functiemenging op zowel formele werklocaties als in de woonwijken en overige informele werklocaties een noodzakelijke oplossing. Daarbij horen ook hogere bouwhoogtes – die met toepassing van slimme stedenbouwkundige principes geen afbreuk doen aan de visuele kwaliteit.
Maatwerk en commitment nodig De benodigde ruimte is theoretisch haalbaar, maar het vraagt om maatwerk en een actieve houding en wilskracht om ruimte vrij te maken. De noodzakelijke maatregelen voor efficiënter ruimtegebruik vragen om maatwerk in de vorm van een gebiedsgerichte aanpak, die op de locaties langs OV- knooppunten (o.a. Media Park, Arenapark, 1221, stationsgebied) anders moet zijn dan op de bedrijventerreinen. Ook de woonwijken vragen om een aparte aanpak. Het Economisch Perspectief biedt van deze verschillende milieus een verdere
uitwerking. Maar de essentie is: maak gebiedsagenda’s in het kader van de Omgevingsvisie en ontwikkel ook bestuurlijke instrumenten om bij te dragen aan het vestigingsklimaat.
Economische ontwikkelprincipes Er zijn verschillende overkoepelende ontwikkelprincipes die nodig zijn voor een economisch vitaal Hilversum in 2040. Het gaat om de volgende ontwikkelprincipes:
1. Maak gebiedsagenda’s zodat er maatwerkoplossingen mogelijk zijn.
2. Ontwikkel door in de Media, ICT en zorg. 3. Stimuleer kennisintensiteit. 4. Vergroot het aanbod van werkplekken op formele en informele werklocaties en compenseer bij transformatie. 5. Functiemenging en verdichting op informele werklocaties. Verdichting met een bouwhoogte boven de boomgrens moet daarbij mogelijk zijn. 6. Bied meer flexibiliteit voor ondernemers om een bedrijfsvestiging aan huis te hebben. 7. Ontwikkel Media Park door tot high tech campus, met werken, wonen en verblijfskwaliteit. 8. Creëer meer belevingswaarde, stadsbreed. 9. Werk aan een compacter centrum, waar leegstaande en/of vrijkomende ruimte herbestemd wordt voor werkplekken, ontmoetingsruimte en leisure. 10. Bouw met ruimtelijke kwaliteit hoog in het vaandel: bouw voort op het groene karakter van Hilversum.
Mobiliteitsvisie Hilversum 2040 (2021) Inleiding Tussen nu en 2040 gaat er van alles veranderen in de wereld om ons heen. Dat heeft gevolgen voor ons allemaal. In de Mobiliteitsvisie staat hoe we in 2040 ons verkeer, vervoer en bereikbaarheid willen regelen. We willen natuurlijk dat Hilversum een fijne, leefbare stad blijft voor iedereen. Daarom is het belangrijk dat zoveel mogelijk mensen achter die visie voor de toekomst staan. Voor deze Mobiliteitsvisie hebben we dan ook samengewerkt met inwoners, ondernemers en heel veel betrokken partijen. Natuurlijk zijn in deze visie ook andere voor Hilversum belangrijke onderwerpen meegenomen, zoals de overgang naar een andere energiebron, economie, wonen, groen, milieu en de Omgevingsvisie.
De huidige situatie Hilversum is de stad van architect Dudok, omgeven door prachtige natuurgebieden. Natuurlijk willen we dat mooie groen koesteren. Maar we willen ook onze economie stimuleren en nieuwe huizen of wegen kunnen bouwen. Op dit moment heeft Hilversum drie treinstations. Ook ligt onze stad tussen twee snelwegen en een aantal drukke provinciale wegen. Hierdoor is het verkeer in en rond Hilversum vaak erg druk. Ook parkeren kan lastig zijn, voor auto’s én voor fietsen. Verkeersdrukte en parkeernood dragen niet bij aan ons woonplezier.
Werkwijze Tijdens het opstellen van de Mobiliteitsvisie zijn verschillende scenario’s ontwikkeld. Inwoners, bedrijven en stakeholders hebben de kans gekregen hierop te reageren en voorkeuren uit te spreken. Dit heeft geleid tot een voorkeursscenario. Dit voorkeursscenario is de basis voor de Mobiliteitsvisie van Hilversum voor 2040.
Hilversum: de stad voor groene, duurzame en innovatieve mobiliteit Duurzaamheid, groen en vernieuwing zijn de sleutelwoorden van het voorkeursscenario. Hierin blijft Hilversum een prettige stad om in te wonen, te leven, te werken en om te bezoeken. De omgeving is nog steeds aangenaam en groen. Het ‘dorpse’ karakter van Hilversum blijft behouden. Hierna leggen we uit hoe we de maatregelen voor ons zien.
Duurzaamheid In de toekomst zal het drukker zijn in Hilversum. Dat betekent meer bewegingen van, naar en door de stad. Tegelijkertijd willen we de uitstoot van CO2 en fijnstof verminderen. Daarom investeren we in verschillende (kleine) vervoersmiddelen, zoals elektrische auto’s, scooters, fietsen, steps en stadsbusjes die rijden op bestelling. Deze vervoersmiddelen vullen elkaar aan en zijn geschikt voor deelvervoer.
De gemeente zal dit meer aanmoedigen en zorgen dat er voldoende mogelijkheden zijn om daadwerkelijk van deelvervoer gebruik te maken. Een andere maatregel om de uitstoot te verminderen, is het instellen van een emissievrije zone in de stad. Dit gebied is alleen toegankelijk voor schone (elektrische) vervoersmiddelen.
High tech We maken gebruik van slimme technologische oplossingen, zoals intelligente verkeerslichten die communiceren met navigatiesystemen en smartphones, en daarop reageren. Ook komen er sensoren die de doorstroming van het verkeer verbeteren. Voor vrachtwagens wordt er gekeken of de gebruikte data en informatie op een andere manier kunnen worden verwerkt in het planningssysteem.
Autoluw centrum In het centrum rijden straks minder auto’s. Fietsers en voetgangers krijgen hierdoor meer ruimte. Aan de rand van de stad komen zogenoemde logistieke hubs waar inwoners hun pakketjes en bestelde boodschappen kunnen afhalen. Vrachtverkeer krijgt eigen hubs, zoals bijvoorbeeld op de Gijsbrecht. Vrachtwagens kunnen hier hun lading afleveren, waarna kleinere – en schonere – vervoersmiddelen de goederen naar de stad brengen. Ook komen er hubs waar bezoekers van buiten Hilversum kunnen parkeren. Vanaf deze centrale plek kunnen ze met kleine elektrische vervoersmiddelen de stad in gaan. De exacte gebieden die autoluw worden gemaakt, zullen nader worden bepaald. Er wordt nog onderzocht waar precies autoluwe zones in de binnenstad het meeste effect gaan hebben. Dit onderzoek én de participatie hierover loopt mee in het traject en de planning van de omgevingsvisie.
Nieuwe ontwikkelingen In het voorkeursscenario houden we rekening met nieuwe ontwikkelingen waar we op moeten inspelen of waar we gebruik van kunnen maken. Voorbeelden hiervan zijn de verwachte bevolkingsgroei en een verandering in de samenstelling van huishoudens. Ook komen er steeds meer technologische oplossingen waar we in de toekomst voordeel van kunnen hebben.
Buitenring Het is de bedoeling dat er in de toekomst minder vrachtverkeer over de buitenring en de Diependaalselaan rijdt. Door slim te werken met navigatiesystemen en planningssystemen, kunnen vrachtwagens gebruik maken van andere routes. Om hiertoe te komen, gaan we het gesprek met verantwoordelijke overheden en vervoerders aan.
Parkeerbeleid In de nabije toekomst komen er steeds meer wijken en bedrijfsterreinen waar mensen een betaalbare woning of een pand kunnen kopen of huren, inclusief het gebruik van een auto en parkeerplaats. Zij delen deze auto’s en parkeerplaatsen met andere wijkbewoners of mensen die op hetzelfde bedrijventerrein werken. Dat heeft gevolgen voor het parkeerbeleid.
De gemeente wil het gebruik van deelvervoer aanmoedigen. Zo kunnen bijvoorbeeld omwonenden ook gebruik maken van het deelvervoer in de wijken en op de bedrijfsterreinen. Deze flexibele manier van omgaan met vervoer zorgt er uiteindelijk voor dat minder mensen een eigen auto hebben. En omdat bovengenoemde parkeerplaatsen op eigen terrein liggen, verlicht dit de druk op de openbare ruimte. Die kunnen we daardoor goed voor andere doeleinden gebruiken.
Thuiswerken Het aantal verkeersbewegingen daalt wanneer mensen meer vanuit huis werken. De gemeente wil thuiswerken aanmoedigen. Dat doen we door het goede voorbeeld te geven en werkgevers te vragen om meer mensen thuis te laten werken.
Onderzoek naar tunnel Om de doorstroming van het verkeer in Hilversum te verbeteren, wil de gemeente onderzoeken of het mogelijk is om de Noordoost-tunnel aan te leggen. Hierdoor komt er minder verkeersdruk op de Johannes Geradtsweg en is het Media Park beter bereikbaar. Door te kiezen voor een tunnel, blijft de natuur op de heide behouden.
Voor én van Hilversum Dit voorkeursscenario sluit goed aan op de Hilversumse situatie en de mobiliteitsontwikkelingen in de stad. Alle voorgestelde maatregelen zijn doorgerekend door deskundigen. Hierdoor weten we dat ze technisch, ruimtelijk en financieel haalbaar zijn. In dit scenario hebben we veel gebruikgemaakt van de wensen en ideeën die in onze bijeenkomsten met inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden naar voren zijn gekomen. Dat maakt dit plan tot een Mobiliteitsvisie voor én van Hilversum.
Vervolg De Mobiliteitsvisie valt onder de paraplu van de Omgevingsvisie, waar de gemeente Hilversum ook aan werkt. Enkele ingrijpende maatregelen worden daarom opnieuw voorgelegd tijdens inspraaksessies over de Omgevingsvisie. Het gaat hier onder andere om
meer connected hubs en een mogelijke tunnel. Dit betekent niet dat alle genoemde maatregelen uit het plan blijven liggen. Na vaststelling door de gemeenteraad gaan we al aan de slag met een uitvoeringsplan voor enkele maatregelen, zoals het installeren van slimme verkeerslichten en sensoren.
Woonvisie 2030 (2021) Inleiding In de Woonvisie 2030 heeft de gemeente Hilversum de ambities op het vlak van het woonbeleid vastgelegd. Wonen is een sociaal grondrecht in Nederland. Dit betekent dat de overheid verantwoordelijk is voor voldoende en goede huisvesting van haar inwoners. De inzet van de overheid is daarbij gericht op drie aspecten: in de eerste plaats voldoende (beschikbare) woningen, in de tweede plaats betaalbare woningen en in de derde plaats kwalitatief goede woningen.Hoe we hier als gemeente Hilversum invulling aan geven, bepalen we in deze woonvisie.
Hilversum en de regio De woningmarkt werkt in belangrijke mate (boven)regionaal. Veel mensen verhuizen over gemeentegrenzen heen. Gemeenten vullen elkaar aan door verschillende woonmilieus, van hoogstedelijk tot dorps. Hilversum is onderdeel van de regio Gooi en Vechtstreek, wat weer een deel is van de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Binnen deze regio’s wordt intensief samengewerkt aan de regionale woonopgaven. Dit heeft uitwerking gekregen in het Jaarprogramma Wonen 2020 met als speerpunten:
- Het realiseren en behouden van divers en betaalbaar woningaanbod en voldoende instroom- en doorstroomkansen voor diverse groepen, zowel in de nieuwbouw als in de bestaande voorraad. Met een evenwichtige spreiding binnen de MRA en behoud van leefbare, aantrekkelijke steden en kernen. - Aanjagen woningproductie (15.000 woningen per jaar) en gebiedsontwikkeling korte termijn. - Afstemming woningbouwopgave in samenhang met andere (ruimtelijke) opgaven, met focus op de Sleutelgebieden.
Als onderdeel van de MRA werkt de regio Gooi en Vechtstreek haar woonbeleid uit om invulling te geven aan de aangegeven speerpunten. Dat is vertaald in een regionaal woonakkoord.
In de Hilversumse woonvisie sluiten we aan bij de opgaven die in de MRA en regio Gooi en Vechtstreek genoemd worden en geven we nadere uitwerkingen aan de ambities.
De Hilversumse woningmarkt Hilversum is binnen deze grotere regio een populaire woonstad: voor mensen die geboren en getogen zijn in Hilversum en voor vestigers van elders. Hierdoor is het niet voor iedereen even gemakkelijk om een huis te vinden in Hilversum. Door de coronapandemie zoeken naar
verwachting meer mensen naar ruime woningen met groen in de omgeving: kwaliteiten die Hilversum bij uitstek heeft. Dit kan voor nog meer druk op de woningmarkt zorgen. Nu is de bevolkingsopbouw van Hilversum nog redelijk evenwichtig en vergelijkbaar met het landelijke en provinciale gemiddelde. De huidige druk op de woningmarkt zorgt er echter voor dat met name middengroepen moeilijk hun plek vinden in de stad, waaronder veel jonge stellen.
De gemeente heeft enige mogelijkheden om op deze krappe woningmarkt de gewenste ontwikkelingen te sturen. De gemeente kan door gerichte inzet van instrumenten enigszins bijdragen aan een passende bewoning van delen van de woningvoorraad: al zijn mensen vrij om te kiezen waar ze willen wonen en aan wie zij hun huis verkopen. Sturingsmogelijkheden bij nieuwbouw zijn groter. Door nieuwbouw verandert het woningaanbod in Hilversum echter maar beperkt: een groot deel van de woningen staat immers al. Al met al betekent dit dat we als Hilversum de inzet van onze instrumenten goed moeten afwegen, zodat de gemeentelijke inzet effectief is: gericht op te bereiken doelen.
In de woonvisie worden vier thema’s behandeld: -
Hilversumse woningmarkt onder druk. Ontbrekende schakels in de woningmarkt. Langer en weer zelfstandig thuis wonen van mensen met een zorgvraag. Duurzame en energiezuinige woningen.
Hilversumse woningmarkt onder druk De woningmarkt in Hilversum staat onder een toenemende druk: van mensen uit Hilversum zelf, en van mensen van buiten Hilversum. Het is daardoor niet voor iedereen gemakkelijk mogelijk een huis te vinden in onze stad. We willen dat er voor iedereen, ongeacht inkomen of huishoudenssituatie, mogelijkheden zijn op de woningmarkt. De schaarste en regionale druk op de woningmarkt beschouwen we daarbij als een feit. We willen daarom actief sturen op benutting van woningen voor wie ze bedoeld zijn. Daarvoor zetten we onze mogelijkheden maximaal in door:
- Woningbouw: 3.000 extra woningen tot 2030. - Samenwerking met ontwikkelende partijen. - Goede benutting van de bestaande woningvoorraad.
Ontbrekende schakels in de woningvoorraad We willen sturen op woningmarktsegmenten die ontbreken. Door ontbrekende segmenten kunnen niet alle mensen naar een passende woning verhuizen. Dit heeft als gevolg dat deze mensen in hun huidige woning blijven, die weer voor andere woningzoekenden uitkomst zou bieden. De doorstroming op de woningmarkt stokt hierdoor. We willen deze doorstroming op gang helpen. Beschikbaarheid van woningen voor lage en middeninkomens is daarbij een
prioriteit. Het bevorderen van doorstroming uit deze woningen moet primair bijdragen aan de beschikbaarheid van woningen. Dat vraagt strategische toevoegingen aan de woningvoorraad. Op deze manier draagt ons woonbeleid bij aan een evenwichtige woningmarkt met voor elke groep die in Hilversum wil wonen keuze uit passend woonaanbod, ongeacht leeftijd, zorgvraag, inkomen of vermogen. Dit vraagt dat mensen binnen hun omgeving kunnen doorstromen, en daarmee een meer gevarieerde wijkopbouw: we willen dat in principe elke doelgroep in elke wijk kan wonen. We zetten hiervoor in op:
- Een goede benutting van bestaande woningen door kansen voor doorstroming te vergroten. - Aanvullend woningen toevoegen in segmenten die het meest onder druk staan: sociale huur, middenhuur en betaalbare koop. - Ruimte bieden aan de behoefte van bijzondere groepen.
Langer en weer zelfstandig thuis wonen van mensen met een zorgvraag Mensen met een zorgvraag wonen langer zelfstandig thuis. Dit betekent dat meer mensen met een zorgvraag in reguliere woningen wonen. De zorg is daarbij meer ingericht op (mantel)zorg aan huis. De gemeente Hilversum wil vanuit deze woonvisie in alle wijken huisvesting bieden aan mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag. Doel is een ongedeelde samenleving waar ruimte is voor mensen in een kwetsbare situatie. Hiertoe werkt de gemeente aan een drempelloze woningvoorraad en woonomgeving met in alle wijken toegankelijke woningen en ontmoetingsmogelijkheden. Variatie in wijken moet eraan bijdragen dat kwetsbare groepen niet ‘geclusterd’ bij elkaar wonen. Dit doen we als volgt:
- Voor ouderen bieden we meer levensloopgeschikte en geclusterde woonvormen, met aandacht voor zorg en ontmoeting in de omgeving. - Voor andere zorgvragers willen we voldoende aanbod verspreid over de stad, zodat mensen prettig kunnen wonen en buurten ook mensen kunnen opvangen.
Duurzame en energiezuinige woningen Er ligt een grote klimaatopgave. In het klimaatakkoord is afgesproken dat in 2050 de CO2uitstoot landelijk met 95% procent is teruggebracht ten opzichte van 1990. Dan zijn fossiele brandstoffen vrijwel uitgesloten. In 2030 moet de CO2-uitstoot ten opzichte van 1990 tot de helft gereduceerd zijn. Deze enorme opgave raakt direct de bestaande woningvoorraad.
Hoe Hilversum met deze opgave aan de gang gaat, wordt beschreven in de Transitievisie Warmte (TVW) die op dit moment wordt opgesteld en eind dit jaar wordt voorgelegd aan de gemeenteraad. In de TVW wordt voor de gehele bebouwde omgeving bepaald hoe Hilversum overstapt op andere warmtebronnen dan aardgas Het is van belang dat de gemeente hierop een zo helder en eenduidig mogelijk beleid voert, op basis waarvan
bewoners, ondernemers, projectontwikkelaars en woningcorporaties kunnen bouwen aan de toekomst.
Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs (2021)
Inleiding Dit document geeft perspectief op de toekomst van alle scholen in de gemeente Hilversum en is opgesteld samen met de schoolbestuurders van het basis-, voortgezet en (voortgezet) speciaal onderwijs. Dit IHP biedt de gemeente en schoolbesturen een dynamisch beleidsperspectief, geborgd in een gedragen en transparant uit te voeren Meerjaren Huisvestingsplan. Dit plan geeft aan hoe om te gaan met investeringen in gebouwen voor onderwijs, zodat in de gemeente Hilversum een duurzame en gezonde onderwijsomgeving kan blijven bestaan.
Landelijke ontwikkelingen De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft in maart 2018 het advies gegeven de normbedragen per 1 januari 2019 met 40% te verhogen. Tevens doet de VNG samen met de koepelorganisaties PO-Raad en VO-Raad voorstellen over hoe om te gaan met renovatie. In dit advies wordt het uitgangspunt gehanteerd dat renovatie moet worden beschouwd als een volwaardig alternatief voor nieuwbouw.
Feiten en cijfers In de 9 wijken van Hilversum is de totale onderwijscapaciteit aan schoolgebouwen momenteel 136.400 m2 bvo. Er is 50.920 m2 bvo aan onderwijscapaciteit beschikbaar voor basisonderwijs, 69.370 m2 bvo voor het voortgezet onderwijs en 16.110 m2 bvo voor het (voortgezet) speciaal onderwijs.
De gemeente beschikt over 70 schoolgebouwen. Van deze 70 gebouwen huisvesten er 44 het reguliere basisonderwijs, 17 gebouwen het voortgezet onderwijs en 9 gebouwen het (voortgezet) speciaal onderwijs.
Conform de leerlingenprognoses, opgesteld door Pronexus in juli 2019, stijgt het aantal leerlingen in het basisonderwijs naar 8.612 in 2035 (7.938 leerlingen in 2018). In het voortgezet onderwijs is de verwachting dat er in 2035 8.861 leerlingen zijn (8.700 leerlingen in 2018).
Visie op aanbod en samenwerking Aan de hand van verschillende thema’s wordt hieronder antwoord gegeven op de vraag die tijdens de totstandkoming van de visie centraal stond: “Wat is onze belofte voor het onderwijsaanbod en samenwerking aan de leerlingen in Hilversum?”
1. De gezamenlijke ambitie Primair is de ambitie om kwalitatief hoogstaand onderwijs aan te kunnen bieden voor alle kinderen in de gemeente Hilversum, optimaal passend bij de individuele behoeften die er zijn. Dat betekent een breed en divers onderwijsaanbod in onderwijsgebouwen die dit optimaal ondersteunen. Met goede onderwijsvoorzieningen in onze gemeente dragen wij bij aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor mensen en bedrijven, ook van buiten onze landsgrenzen. Vitaliteit is ook een belangrijk thema in ons onderwijsaanbod. We hebben hierbij specifiek aandacht voor de gezondheid van onze leerlingen. Wij hechten eraan, met ons onderwijs en de wijze waarop wij onze onderwijshuisvesting vormgeven, bij te dragen aan een duurzame leefomgeving. In ons onderwijsaanbod geven wij specifiek aandacht aan de zorg voor onze planeet. Gemeente Hilversum is een gemeente met een rijk cultureel erfgoed in haar gebouwde omgeving. Maar liefst 20 van de 70 schoolgebouwen hebben een monumentale status. Deze unieke gebouwen koesteren we en willen we (scholen en gemeente) graag zoveel mogelijk behouden voor onderwijsdoelen.
2. Groei en krimp Op de korte termijn is de ambitie om voldoende capaciteit voor alle scholen te realiseren, zodat alle leerlingen het onderwijs kunnen volgen dat hen past. Daarvoor moeten we verantwoord omgaan met de gebouwcapaciteit en de financiële middelen. Op de lange termijn dient de capaciteit toekomstbestendig te zijn. Dit houdt in dat voldoende capaciteit aanwezig is, de kwaliteit op orde is en de spreiding van scholen aansluit bij de onderwijsbehoefte.
3. Dekkend aanbod Voor de onderwijshuisvesting in de gemeente Hilversum dient de basis op orde te worden gebracht voor nu en voor de toekomst. Dit betekent dat er voldoende capaciteit voor het diverse aanbod is, waardoor kinderen en ouders keuzevrijheid hebben. Behoud van techniekonderwijs is een belangrijk speerpunt voor de inwoners van Hilversum. De samenwerkingsverbanden (en dus de gezamenlijke scholen) hebben de missie om met elkaar te zorgen dat er voor iedere leerling een passende onderwijsplek is, zo dicht mogelijk bij huis. De samenwerkingsverbanden hebben de ambitie het onderwijs en begeleiding op de reguliere scholen te versterken, waardoor er meer mogelijkheden kunnen komen voor leerlingen om op het reguliere onderwijs te blijven. Om het aanbod aan vervolgopleidingen te verrijken, zou een hbo-onderwijsinstelling een waardevolle aanwinst zijn voor de gemeente. Trends en ontwikkelingen zijn bewegen in de openbare ruimte en bewegen in en om de
school. Om deze trend te ondersteunen is het gewenst dat een dekkend en divers bewegingsonderwijsaanbod aanwezig is, zowel voor binnen- als buitenactiviteiten.
4. Doorgaande ontwikkellijn Het is de ambitie om een doorgaande ontwikkellijn van 0 – 12/18 jaar aan te bieden. Een soepele overgang tussen voorschoolse educatie, peuteropvang, primair onderwijs, buitenschoolse opvang, voortgezet onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs is hierbij van belang. De wens in de gemeente is om de samenwerking binnen en tussen het primair, voorgezet en (voortgezet) speciaal onderwijs verder te versterken en dat jeugddienstverlening op een eenduidige wijze bij het onderwijs kan aansluiten. Aanvullend hierop wordt de vroege voorschoolse educatie (VVE) uitgebouwd.
5. School in netwerk voorzieningen Naast opvangvoorzieningen kan wijkgericht geïnventariseerd worden welke andere relevante voorzieningen van meerwaarde zijn in een schoolgebouw. Uitgangspunt voor het huisvesten van bredere maatschappelijke voorzieningen is dat het meerwaarde heeft voor het onderwijs en/of een oplossing biedt voor (meer structurele) leegstand. Scholen zouden ook meer gebruik kunnen maken van elkaars voorzieningen of gezamenlijke faciliteiten realiseren. Het is ook wenselijk dat de gymzalen geschikt zijn voor breder gebruik.
6. Passend onderwijs en zorg Het is van belang om elk kind passend onderwijs te bieden. Daarbij is het de wens om dit zoveel mogelijk te organiseren in het reguliere onderwijs, met zo nodig ondersteuning vanuit tussenvoorzieningen, het (v)so en s(b)o. De samenwerking tussen het onderwijs en de zorg wordt verder versterkt. Ook de samenwerking tussen jeugdzorg, ouders en de school wordt geïntensiveerd. Waar nodig en mogelijk worden maatschappelijke organisaties gehuisvest op scholen, zodat deze laagdrempelig toegankelijk zijn voor ouders.
7. Internationalisering Nederlanders zijn steeds meer mondiaal actief en geïnteresseerd in tweetalig of internationaal onderwijs. Hilversum wil inspelen op deze ontwikkeling en een bijdrage leveren aan het vestigingsklimaat van Hilversum door kwalitatief goed internationaal onderwijs te blijven bieden, passend bij de eisen die daaraan worden gesteld.
Visie op huisvesting
De visie op ons onderwijsaanbod beschrijft naast onze ambities ook een aantal knelpunten en uitdagingen waar we met elkaar voor staan:
- Spanningsveld tussen de beschikbare capaciteit (onderwijs en gymnastiek) en de ruimtebehoefte, mede in relatie tot spreiding van de voorzieningen. Voor PO, VO en (V)SO gelden daarbij specifieke uitdagingen. - Er is behoefte aan het kunnen ontwikkelen van (onderwijskundige) vernieuwingen. Onderwijskundige ontwikkelingen kunnen een aanleiding zijn om een ingreep in de huisvesting voor te stellen. - Er is een behoefte aan de verdere ontwikkeling van Integrale Kindcentra (IKC). - We koesteren ons rijke bezit aan monumentale onderwijsgebouwen, maar de te ontvangen budgetten van schoolbesturen zijn ontoereikend. - Nog niet alle onderwijsgebouwen voldoen aan eisen die we stellen aan een gezond binnenklimaat. - Hilversum staat voor een enorme uitdaging om de gehele portefeuille onderwijshuisvesting te verduurzamen in lijn met (inter)nationale klimaatdoelen. Hilversum heeft de ambitie om bepaalde doelen in de tijd naar voren te halen.
1. Visie op onderwijs vertaald naar de huisvesting - In zijn totaliteit is er voldoende onderwijscapaciteit beschikbaar met de juiste spreiding over de wijken. - De kwaliteit (technisch en functioneel) van de onderwijs gebouwen sluit zoveel mogelijk aan bij de wensen van de gebruikers en voldoet minimaal aan wettelijke eisen. - De onderwijsgebouwen zijn toekomstbestendig. Er wordt flexibel gebouwd om in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen en nieuwe initiatieven. - De fysieke grenzen tussen PO, VO en (V)SO vervagen en scholen zoeken actief naar mogelijkheden om diversiteit in voorzieningen te vinden door van elkaars faciliteiten en faciliteiten van andere maatschappelijke organisaties gebruik te maken. - De school heeft een centrumfunctie binnen de wijk. Daarom wordt onderzocht of aanvullende functies (opvang en zorg) in het gebouw ondergebracht kunnen worden om een doorlopende leerlijn en passend onderwijs te faciliteren.
2. Oplossingsrichtingen IHP Het is de ambitie om, vooruitlopend op een mogelijke wetwijziging, in het IHP, naast de in de verordening opgenomen voorzieningen ‘nieuwbouw’ en ‘uitbreiding’ spelregels op te nemen ten aanzien van de oplossingsrichting ‘renovatie’. Uitgangspunt is dat renovatie in het IHP een gelijkwaardig alternatief vormt voor (vervangende) nieuwbouw en daarmee de levensduur eveneens met 40 jaar wordt verlengd. 3. Duurzaamheid Het begrip duurzaamheid richt zich op drie verschillende thema’s: energie, gezondheid en circulariteit.
De gemeente refereert aan het lopende Programma Duurzaam Hilversum 2016-2020 en coalitieakkoord 2018-2021 waarin de volgende maatregelen zijn opgenomen: - Duurzame, frisse scholen in programma Duurzaam Hilversum. - Aardgasvrij Hilversum in 2040 (coalitieakkoord), maakt onderdeel uit van het IHP.
Energie Vanaf 2020 moet alle nieuwbouw van overheidsgebouwen (inclusief scholen) in Nederland een Bijna Energie Neutraal Gebouw oftewel BENG zijn. BENG specificeert eisen voor de maximale energiebehoefte, het maximale fossiele energiegebruik en een minimaal aandeel hernieuwbaar op te wekken energie voor alle gebouwgebonden installaties. Het is de ambitie van de gemeente en schoolbesturen om toekomstbestendige gebouwen te realiseren in lijn met de verwachte wettelijke duurzaamheidseisen. Bovenop de aanstaande wetgeving om BENG te realiseren, is daarom de ambitie uitgesproken om bij nieuwbouw van scholen binnen de gemeente Hilversum te voldoen aan ‘0-op-de-meter’. Dit houdt in dat het saldo aan gebouw- en gebruiksgebonden energie 0 is. Gezond binnenklimaat Het is de ambitie om alle schoolgebouwen van een gezond binnenklimaat te voorzien. Gemeente en schoolbesturen hebben beide de verantwoordelijkheid om deze ambitie te realiseren. Circulariteit Circulariteit is meetbaar via de beoordelingsmethodiek ‘CirculariteitsPrestatie Gebouw’ (CPG). De CPG bestaat uit de volgende vijf hoofdstrategieën: Benut beschikbare materialen en producten: behoud, hergebruik, secundair. Gebruik hernieuwbare grondstoffen: biobased, duurzame energie, grijs of hemelwater. Minimaliseer de milieu-impact, ecologische footprint. Creëer voorwaarde voor een lange cyclus: vasthouden water, levensduur.
Creëer voorwaarde voor toekomstige cycli: herbruikbaar, recyclebaar. Benut beschikbare materialen en producten: behoud, hergebruik, secundair. 6. Gebruik hernieuwbare grondstoffen: biobased, duurzame energie, grijs of hemelwater. 1. 2. 3. 4. 5.
Het is de ambitie om onderdelen van de CPG mee te nemen bij de realisatie en het in stand houden van onderwijshuisvesting. Met name bij nieuwbouw- en renovatieprojecten zien de gemeente en schoolbesturen kansen om circulariteit te integreren in het bouw- en gebruiksproces.
4. Monumenten In Hilversum is een groot aantal scholen in monumentale gebouwen gehuisvest: van de 70 schoolgebouwen zijn 21 monumentaal. Het financiële instrumentarium is voor de schoolbesturen niet toereikend voor het exploiteren en toekomstbestendig maken van
de monumentale scholen. Het is de ambitie om concrete oplossingen in het integraal huisvestingplan op te nemen die ervoor zorgen dat de monumenten toekomstbestendig zijn en voldoen aan de wensen die vanuit het onderwijs aan de huisvesting worden gesteld. Ingrepen in monumenten vragen altijd om maatwerk.
5. Bewegingsonderwijs Voor het bewegingsonderwijs is de ambitie om de kwantiteit en kwaliteit van de voorzieningen op orde te hebben, passend bij actuele inzichten op gezondheid en bewegen voor kinderen. Er zijn voldoende hoogwaardige voorzieningen aanwezig waar een volwaardig aanbod bewegingsonderwijs kan worden gefaciliteerd.
Hilversumse Educatieve Agenda 2021 t/m 2024 (2021) Inleiding In Hilversum streven we ernaar dat kinderen en jongeren van 0 tot 23 jaar veilig, gezond en kansrijk opgroeien. Zij hebben het recht om te leren, zich optimaal te ontwikkelen en volwaardig mee te doen, ook als zij (tijdelijk) wat meer zorg nodig hebben.
Veel vraagstukken pakken we zowel lokaal als regionaal op. De Hilversumse Educatieve Agenda 2021-2024 sluit aan bij de lokale en regionale aanpakken en de voor kinderopvang en onderwijs relevante (aangrenzende) beleidskaders. Deze agenda is tot stand gekomen in een interactief en cocreatief samenwerkingsproces met het onderwijs, kinderopvang en (zorg)partners. De uitvoering en monitoring van de agenda vindt op dezelfde wijze plaats. Deze agenda beschrijft geen kant-en-klaar pakket maatregelen voor de komende vier jaar, maar biedt ruimte voor aanpassing en tussentijdse ontwikkelingen.
Gelijke kansen Eén van de belangrijkste onderwerpen is het verbeteren van de kansengelijkheid in Hilversum. Op de lange termijn betekent kansenongelijkheid dat er systematische verschillen ontstaan in gezondheid en levensverwachting tussen leerlingen. Eén van de belangrijkste factoren voor kansenongelijkheid is taalachterstand.
Doorontwikkeling onderwijskansenbeleid in Hilversum In december 2019 is er een bijeenkomst geweest met alle ketenpartners uit het onderwijs en de kinderopvang in de Lokaal Educatieve Agenda (LEA), over de verbreding van het onderwijskansenbeleid. Dit heeft geresulteerd in drie gedeelde ambities met bijbehorende speerpunten. De uitwerking van deze ambities is een continu proces dat in de LEA wordt gemonitord, geëvalueerd en waar nodig wordt bijgestuurd.
Uitgangspunten voor de Hilversumse Educatieve agenda We hanteren de volgende randvoorwaarden voor de uitvoering van de Hilversumse Educatieve Agenda:
-
Commitment van ketenpartners. Ouders zijn en/of worden betrokken bij hun kind. Tegengaan van (school)segregatie. Passende onderwijsplek beschikbaar voor ieder kind.
- Binnen beschikbare financiële kaders.
Ambities en speerpunten Bij de ambities streven we ernaar dat alle jeugdige inwoners de kans krijgen het beste uit zichzelf te halen. Uitgangspunt is dat kinderen en jongeren uit onze regio onderwijs volgen, werken, of anderszins een passende dagbesteding hebben.
In de Hilversumse Educatieve Agenda richten we ons op 3 ambities:
1. Een goede start in het onderwijs. In Hilversum streven we naar een goede start in het onderwijs. Al voor de geboorte van het kind werken we hierin samen zodat de risico’s tijdig worden gesignaleerd en passende ondersteuning wordt geboden. Speerpunt A ‘Werken aan positieve ouderbetrokkenheid bij kinderen’ Het doel is dat ouders het kind helpen zich te ontwikkelen en met het kind op een positieve wijze meegroeien en mee-ontwikkelen, zodat de kans groter wordt dat kinderen kunnen uitgroeien tot zelfredzame volwassenen.
Ouderbetrokkenheid krijgt specifieke aandacht bij de doelgroep Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE), zodat het belang van actief betrokken zijn duidelijk wordt voor ouders. Ouders kunnen hun kinderen ondersteunen bij het verwerven van taal- en woordenschat. Taalachterstand bij kinderen is vaak gerelateerd aan onvoldoende Nederlandse taalvaardigheid van hun ouders.
Een essentiële voorwaarde is dat ouders ook zelf in staat worden gesteld (beter) Nederlands te leren en waar nodig bekend worden met het Nederlandse onderwijssysteem. Waar een kind een risico op een ontwikkelingsachterstand loopt, bieden we een breed en laagdrempelig cursusaanbod voor ouders aan. Daarnaast streven we ernaar om ouders met een taalachterstand in te laten stromen in een taaltraject van volwasseneneducatie.
Speerpunt B ‘Alle peuters bereiken’ In Hilversum worden peuterspeelzalen die VVE bieden gesubsidieerd. De gemeente subsidieert de deelname van alle peuters, waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag.
Scholen in Hilversum signaleren grote verschillen in ontwikkeling tussen kinderen die instromen op de basisschool. Kinderen die een peuterspeelzaal of kinderdagverblijf hebben bezocht, zijn, over het algemeen, meer taal- en sociaal vaardig. Op dit moment bereiken we helaas nog niet alle peuters. We creëren inzicht in omvang en redenen van niet- deelname aan voorschoolse voorzieningen en werken samen met betrokken partijen aan oplossingen en activiteiten om het bereik te verhogen.
Speerpunt C ‘Een VVE-programma gericht op taal- én ontwikkelachterstand.’ De basisscholen geven aan dat diverse kinderen met een achterstand instromen. Met de regiegroep VVE wordt gewerkt aan een verbreding van de doelgroep van het VVEprogramma. Het inzicht creëren in de basisvaardigheden van een kleuter/peuter dient als basis voor het verhogen van de kwaliteit van het VVE programma en de doorgaande leerlijn. Door de verbreding gaan wij ons richten op kinderen met een verhoogd risico op een achterstand op: ‘taal en ontwikkeling’.
Beleidskeuze D ‘Doorgaande leerlijn van voorschool naar basisschool.’ Om de beste resultaten te boeken in het bestrijden van ontwikkelachterstanden zijn de doorgaande leerlijn en een goede overdracht van de voorschool naar de basisschool essentieel. De overdracht tussen voorschool en basisschool is nog niet overal op orde. We organiseren de komende jaren verschillende bijeenkomsten waar betrokken professionals elkaar ontmoeten en afspraken kunnen maken om hier structureel verbetering in aan te brengen.
Beleidskeuze E ‘Samenwerken aan een veilig en stimulerend opvoedklimaat in de thuissituatie.’ Een veilige en stimulerende thuissituatie van kinderen is een belangrijke voorwaarde voor een goede start in het onderwijs. Kinderopvang en scholen hebben zeer regelmatig contact met kinderen en hun ouders en spelen een belangrijke rol in het signaleren van een onveilige thuissituatie.
Armoede in een gezin heeft ook impact op het leven van kinderen. In Hilversum gaan we daarom vanaf 2021 samenwerken met het Jeugdeducatiefonds. Dit fonds helpt om de ontwikkelingskansen van kinderen die opgroeien vanuit een achterstand te vergroten. Waar geldgebrek een belemmering is voor de ontwikkeling van een kind, kan de school een beroep doen op het Jeugdeducatiefonds. Scholen met een leerlingpopulatie (50% of meer) die bestaat uit leerlingen uit gezinnen op of onder de armoedegrens, kunnen een aanvraag indienen bij het Jeugdeducatiefonds. De verwachting is dat maximaal 6 Hilversumse basisscholen voor deze regeling in aanmerking komen.
7. Een passende plek en tijdig de juiste hulp. Een van de hoofddoelstellingen bij de invoering van Passend Onderwijs in het schooljaar 2014-2015 was dat er voor alle kinderen een passende onderwijsplek in de buurt beschikbaar komt, zodat er geen kinderen meer thuis blijven zitten. Anno 2021 is dit streven nog niet volledig gerealiseerd. Blijvend werken aan het verzorgen van passende onderwijsplekken blijft dan ook een speerpunt binnen het Hilversumse en regionale (passend) onderwijsbeleid.
Speerpunt A ‘‘Heldere afspraken tussen onderwijs, gemeenten en samenwerkingsverbanden (regionaal).’ De gemeente heeft vanuit de Jeugdwet de plicht om jeugdhulp te organiseren voor kinderen en / of ouders die dit nodig hebben. We werken samen met het onderwijs om in het kader van Passend Onderwijs meer maatwerk te realiseren. De samenwerking tussen onderwijs en jeugd zorgt voor een meer integrale aanpak en samenhang van beleid en uitvoering.
In het regionaal op overeenstemming gericht overleg (OOGO) Passend Onderwijs maken gemeente(n), beide samenwerkingsverbanden en schoolbesturen afspraken over de aansluiting tussen passend onderwijs en jeugdhulp. We maken afspraken over de aansluiting passend onderwijs en jeugdhulp en over het grijze gebied tussen de beide verantwoordelijkheden. We formuleren gezamenlijke doelen en maken afspraken over de verantwoordelijkheden en de grenzen van onze gezamenlijke zorg in en om de school.
Speerpunt B ‘’Meten en weten.’ Omdat we onvoldoende inzicht hebben welke vormen van jeugdhulp geboden worden op onze scholen, gaan we onderzoeken wat de huidige situatie met betrekking tot jeugdhulp in het onderwijs is. Daarbij is inzicht in het aantal leerlingen dat ondersteuning ontvangt (vanuit het onderwijs en jeugdhulp), welke soorten ondersteuning daarin gemeengoed zijn en de effecten van deze (jeugd)hulp op het vergroten van de kansen van de leerlingen nodig. De uitkomsten van dit onderzoek bepalen mede de te maken keuzen op het gebied van passende ondersteuning. Samen met het onderwijs wordt de definitie bepaald van basisondersteuning, extra ondersteuning en specialistische ondersteuning. Per ondersteuningsvorm wordt duidelijk wat van een school, een samenwerkingsverband en van de gemeente mag worden verwacht.
Gemeenten en scholen voeren jaarlijks een gezamenlijke enquête uit onder ouders en leerlingen om de behoefte en de verwachtingen over het passend onderwijs aanbod in kaart te brengen. Op basis van de uitkomsten van de jaarlijkse enquête bepalen scholen en gemeenten of de samenwerkingsagenda moet worden bijgesteld en/of er nieuwe initiatieven moeten worden ontplooid om goed aan te sluiten bij de vraag van ouders en kinderen.
Speerpunt C ‘Laagdrempelige ondersteuning op scholen en een goede aansluiting op jeugdhulp.’ We onderzoeken hoe we op scholen effectief laagdrempelig lichte hulp kunnen bieden. Dit doen we door te leren van twee lopende pilots met onderwijs-zorgarrangementen in het speciaal (basis)onderwijs. Het doel van de pilots is het voorkomen van “thuiszitters”. We realiseren ondersteuning op basis van cofinanciering en we bespreken of we de scholen met veel achterstandsleerlingen kunnen ondersteunen. Ook monitoren we de resultaten van deze pilots op het gewenste effect en zorgen voor een doorontwikkeling.
Speerpunt D ‘Specialiseren en samenwerken op het gebied van het school ondersteuningsprofiel.‘ Dit speerpunt gaat over de doorontwikkeling van de basisondersteuning op de scholen. Iedere school heeft zijn eigen expertise(s). We gaan met elkaar inventariseren wat expertise(s) en succesvolle aanpakken zijn van en op scholen en maken afspraken hoe kruisbestuiving plaats kan vinden tussen scholen. Scholen en gemeente maken afspraken over de verschillende basis ondersteuningsprofielen. Deze afspraken worden geformaliseerd in een samenwerkingsovereenkomst waardoor het commitment van alle partijen wordt gegarandeerd.
8. Geslaagde doorstroom en uitstroom. In Hilversum ontwikkelen kinderen hun talent en nemen zij naar vermogen deel in een educatieve omgeving, zodat ze later als zelfredzame burgers in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien en een constructieve bijdrage aan de samenleving kunnen leveren. Voor de meeste kinderen en hun ouders verloopt dit proces zonder al te veel problemen. Soms is dit helaas niet het geval.
Speerpunt A ‘Jongeren hebben voldoende (taal)niveau om een startkwalificatie te halen.’ In toenemende mate stromen jongeren in het VO en het MBO in met een te laag taalniveau. Het versterken van taalonderwijs over de hele breedte is een aandachtspunt. Met ingang van schooljaar 2021-2022 treedt het nieuwe convenant eerste opvang onderwijs in werking, hiermee streven we ernaar dat kinderen in het eerste jaar dat ze in Nederland zijn over voldoende Nederlands taalniveau beschikken om in te stromen op regulier basisonderwijs of voortgezet onderwijs. Daarnaast werken we samen met het voortgezet onderwijs, MBO, de ISK en de taalaanbieders aan het terugdringen van taalachterstanden bij leerlingen die instromen in het MBO.
Speerpunt B ‘Startkwalificatie voor alle jongeren.’ Samen met het Regionaal Bureau Leren (RBL) gaan we zorgen voor een soepele door- en uitstroom van VO naar MBO naar een startkwalificatie voor jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt. De komende periode wordt dit speerpunt samen met het RBL, het VO, het Qinas en het MBO verder geconcretiseerd en geborgd. Dit moet ervoor zorgen dat alle
jongeren met een startkwalificatie het onderwijs kunnen verlaten en een passende plek op de arbeidsmarkt vinden, of kunnen uitstromen naar een zinvolle vorm van dagbesteding.
Het aantal jongeren dat zonder startkwalificatie het onderwijs verlaat is al jaren min of meer stabiel (1,9%). In 2024 willen we een structurele daling bereiken van dit percentage.
Speerpunt C ‘Perspectief op werk voor alle jongeren.’ In de regio Gooi en Vechtstreek is extra aandacht voor de kwetsbare leerlingen die de overstap maken naar de arbeidsmarkt. Met het Praktijkonderwijs (Pro) en de Voortgezet Speciaal Onderijs (VSO) scholen werken we samen om de aansluiting van school naar duurzame arbeid structureel te begeleiden en te faciliteren. Er komen oefen arbeidsplekken waar jongeren ervaring op kunnen doen. Dit wordt bekostigd vanuit de regionale impulsgelden baankansen Pro en VSO.
Er ligt een grote maatschappelijke opgave om kwetsbare jongeren naar een passende plek in de samenleving te begeleiden en duurzaam te ondersteunen. Meer aandacht moet uitgaan naar verbetering van de overgangen van school naar school, werk of dagbesteding. Ook is een effectieve samenwerking tussen ketenpartners nodig om doorgaande lijnen te realiseren. We zoeken uit of er applicaties inzetbaar zijn om de afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen. Hierdoor brengen we het percentage jongeren dat na school thuis komt te zitten (zonder dagbesteding of werk) terug van 30% naar 15% in de komende vier jaar.
Gemeentelijk Watermanagementplan 2021-2026 (2020) Inleiding Het Gemeentelijk Watermanagementplan van de Gemeente Hilversum beschrijft de visie op de watertaken, met welke ambitie de opgaven worden ingevuld, de uit te voeren maatregelen, welke eisen aan de uitvoering daarvan worden gesteld en welke personele en financiële middelen daarvoor nodig zijn. Dit plan is het vervolg op Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2020.
De visie van Hilversum op de gemeentelijke watertaken is grotendeels een voortzetting van het huidige beleid, gericht op uitvoering van de gemeentelijke watertaken en instandhouding van de huidige toestand en goede werking van de riolering. Waar nodig is deze visie verder uitgewerkt in ambities en ontwerpeisen. Stevige versterkingen van de visie ten opzichte van voorgaande rioleringsplannen zijn ten aanzien van de maatschappelijke en bestuurlijke opgaven voor klimaatadaptatie en de extra inzet op duurzaamheid.
De visie heeft de volgende zes speerpunten:
1. Gezonde en veilige leefomgeving met hoge ruimtelijke kwaliteit. 9. Klimaatbestendig Hilversum. 10. Duurzaam Hilversum. 11. Inzicht in toestand en werking van de waterhuishouding. 12. Slim koppelen met andere ruimtelijk/ maatschappelijke opgaven. 13. Communicatie met bewoners, bedrijven en andere beheerders.
Gezonde en veilige leefomgeving met hoge ruimtelijke kwaliteit Dé reden voor grootschalige aanleg van riolering in Hilversum begin vorige eeuw was de volksgezondheid. De bescherming van de volksgezondheid lijkt nu vanzelfsprekendheid, maar is daardoor niet minder belangrijk! Daarnaast is een goede uitvoering van de zorgtaken voor afvalwater, hemelwater en grondwater een voorwaarde voor de beschikbaarheid van voldoende water van geschikte kwaliteit, voor het behoud van de identiteit en schoonheid van tuinstad Hilversum, met haar vijvers, havens en kanaal.
Hiervoor is het behoud van een goed functionerende riolering en oppervlaktewatersysteem van belang, door planmatige vervanging en onderhoud. Naast het dagelijks beheer en onderhoud, bestaan de maatregelen hiervoor grotendeels uit rioolvervanging en –relining en renovatie van gemalen.
Klimaatbestendig Hilversum De urgentie om te anticiperen op de gevolgen van klimaatverandering wordt steeds groter. Ons klimaat is al merkbaar veranderd en dat gaat de komende decennia zeker door, ook al zou morgen de uitstoot van alle broeikasgasemissies stoppen. Klimaatadaptatie is niet meer vrijblijvend; er vindt daarom een grote omslag plaats in denken én doen!
Vanwege de lange levensduur van riolering van gemiddeld 75 jaar, moet daarbij rekening worden gehouden met het klimaat tegen het einde van deze eeuw. En in afgelopen decennia blijkt de vastgestelde klimaatontwikkeling steeds aan de bovenkant van de eerdere (naar boven gestelde) verwachting te zitten. Dit betekent dat we verstandig moeten omgaan met deze onzekerheid, een no-regret strategie moeten volgen en in plaats van ‘norm-denken’, vooral de kansen moeten benutten waar die zich voordoen.
De ontwerpeisen voor inzameling en transport van hemelwater door riolering en voor de tijdelijke opvang van hemelwater op het maaiveld (straten, parkeerplaatsen, pleinen, groenstroken, etc.) worden aangescherpt om de kans op schade door extreme neerslag te beperken.
Op korte termijn voert de gemeente een aantal maatregelen uit, waardoor de kans op wateroverlast al iets wordt teruggedrongen. Daarnaast wil de gemeente voor een structurele aanpak van de wateroverlast in postcodegebied 1221/Centrum twee omvangrijke maatregelen in de komende tien jaar (laten) uitvoeren. Hier staat zeer veel water op straat bij hevige regen en dit veroorzaakt schade aan gebouwen. Klimaatadaptatie is erop gericht om schade te voorkomen. Het is niet te voorkomen dat er water op straat staat tijdens en na intensieve regen. Om schade te voorkomen zijn de volgende maatregelen noodzakelijk, welke goed aansluiten op de lange termijn visie voor de riolering en het vijversysteem:
- Aanleg van waterbergingskelder en vijver in Centrum / Oost. - Afkoppelen en infiltreren van afstromend hemelwater van dakoppervlakken groter dan 200 m2 in postcodegebied 1221. Om ook in andere delen van Hilversum wateroverlast te voorkomen, wordt bij vervangingswerkzaamheden van weg en riool de hemelwaterafvoer geoptimaliseerd. Dit vindt plaats in de vorm van extra bergingsmogelijkheid van water op straat, infiltratievoorzieningen in de openbare ruimte en waar nodig verruiming van de afvoercapaciteit. Het beleid van afkoppelen en lokaal bergen, hergebruiken en infiltreren van afstromend hemelwater bij nieuwe ontwikkelingen, wordt voortgezet en is aangescherpt. Hierdoor wordt waterinclusief gebouwd. Ten aanzien van grondwateroverlast zijn geen specifieke maatregelen gepland. In Hilversum
is eerder sprake van droogte. Naast maatregelen voor meer infiltratie van hemelwater, neemt de gemeente vooralsnog pragmatische maatregelen om de gevolgen van droogte zo veel mogelijk beperken.
Duurzaam Hilversum Eén van de belangrijkste doelstellingen ten aanzien van duurzaam waterbeheer (én volksgezondheid!) is het scheiden van schoon hemelwater en vuil afvalwater en het lokaal benutten van hemelwater voor planten en bomen bij droogte en aanvulling van grondwater door infiltratie. De voorkeursvolgorde voor de hele gemeente, voor alle particuliere en openbare terreinen, voor het scheiden van schoon en vuil water en de afvoer van hemelwater is als volgt:
- Afvoer van alle vuilwater naar de rioolwaterzuivering. - Verwerking van alle hemelwater in de volgende voorkeursvolgorde:
- Vasthouden en hergebruik van hemelwater. - Vasthouden en (geleidelijk) afvoeren van hemelwater (bestaand beleid):
- Naar niet-infiltrerende stadsvijvers (evt. verontreinigingen kunnen bezinken, door baggeren te verwijderen), daarna naar infiltrerende watergangen (dus uiteindelijk naar bodem en grondwater). - Naar de bodem, via een zuiverende voorziening (zoals bodemverrijking). - Naar het oppervlaktewater van het poldersysteem. - Via het vuilwaterriool naar de rioolwaterzuivering (als verontreinigen worden verwacht).
- Afkoppelen en infiltreren van afstromend hemelwater bij nieuwbouw.
Om hier uitvoering aan te geven, gaat de gemeente bij vervanging van gescheiden hemelwaterriolen op openbaar terrein een aparte huisaansluiting voor hemelwater aanleggen (als die er nog niet ligt) en, indien kosteneffectief uitvoerbaar, de regenpijpen op particulier terrein daarop aansluiten. Om nieuwe foutieve (huis)aansluitingen van vuilwater op hemelwaterriool en andersom te voorkomen, voert de gemeente periodieke controles hierop uit.
Daarnaast wordt de actie voor verstrekking van gratis infiltratiekratten aan particulieren voortgezet en hier meer bekendheid aan gegeven. Hierdoor worden particulieren gestimuleerd om op eigen perceel het hemelwater te benutten. In de openbare ruimte wordt kritisch gekeken naar verhardingen en waar mogelijk overbodige verharding omgezet naar openbaar groen.
Inzicht in toestand en werking van de waterhuishouding Om de goede dingen te doen, investeringen te onderbouwen en maatregelen te dimensioneren, is inzicht nodig in het werkelijke functioneren van de stedelijke waterhuishouding. Naast inzicht in de hydraulische werking op basis van rekenmodellen is het noodzakelijk om te meten en te onderzoeken hoe het systeem in de praktijk functioneert. Op ‘papier’ kunnen dingen anders zijn dan in werkelijkheid, zeker als zich dit grotendeels ondergronds afspeelt.
Hiervoor is kennis en capaciteit nodig om data actueel te houden en om meetgegevens te valideren (zijn ze betrouwbaar) en te analyseren en conclusies uit te trekken (advies om ‘de goede dingen’ te doen). Daarnaast is een aantal onderzoeken nodig ter voorbereiding van de extra investeringen in klimaatbestendigheid en duurzaamheid.
Slim koppelen met andere ruimtelijk/ maatschappelijke opgaven Zonder de kerndoelen van de gemeentelijke watertaken uit het oog te verliezen (volksgezondheid, inzameling en transport van afvalwater, voorkomen van overlast door hemel- of grondwater), willen we mogelijke slimme koppelingen tussen de opgaven vanuit de watertaken met andere ruimtelijke en maatschappelijke opgaven benutten. De aanpak van wateroverlast kan bijvoorbeeld op verschillende manieren worden ingevuld, waarbij de meest kostenefficiënte manier puur vanuit de watertaken, niet altijd de meeste maatschappelijke waarde hoeft op te leveren. De invulling en uitvoering van de gemeentelijke watertaken kan ook bijdragen aan andere ruimtelijke en maatschappelijke opgaven voor de bouw (nieuw- en verbouw), biodiversiteit en de energietransitie.
Communicatie met bewoners, bedrijven en andere beheerders Bij de uitvoering van vrijwel alle bovenstaande speerpunten speelt communicatie met ‘de omgeving’ een belangrijke rol. In het plan wordt ingegaan op de communicatie met de inwoners en ondernemers van Hilversum rond een aantal thema’s, te weten: afkoppelen en infiltreren, lozingen op het riool, risicogebieden wateroverlast en risicodialogen. Bij deze communicatie werken we samen met de regio en het waterschap.