Bijlage D. Beleids en projectentoets
Tekst van het document
Bijlage D – Beleids- en projectentoets Verhouding ontwerp-Omgevingsvisie t.o.v. vastgesteld beleid, gebieds-/locatieontwikkelingen en het verstedelijkingsconcept MRA Inleiding In de Omgevingsvisie mogen alle onderwerpen die van belang zijn voor de toekomst van Hilversum aan de orde komen. Hoewel het gesprek met de samenleving bewust open is gestart met vragen naar de identiteit, kwaliteit en verbeterpunten van Hilversum en de Omgevingsvisie de integrale visie van Hilversum op de toekomst wordt, is er natuurlijk ook een bestaande situatie waartoe de Omgevingsvisie zich moet verhouden: -
De gemeenteraad van Hilversum heeft al veel beleid vastgesteld. Lopende het proces van de Omgevingsvisie werkt de gemeente aan actualisatie of nieuw beleid en projecten, zoals die zijn opgenomen in de programmabegroting en het coalitieakkoord. Denk aan het stedenbouwkundig plan voor het Arenapark, de gebiedsagenda centrum of het programma groen.
Bij het vaststellen van het bestuurlijk plan van aanpak voor de Omgevingsvisie (gemeenteraad maart 2021) heeft de gemeenteraad aangegeven niet het beleid en lopende planvorming in Hilversum te willen stilleggen in afwachting van de Omgevingsvisie. Er wordt (dus) gelijktijdig gewerkt aan een integrale visie (de Omgevingsvisie) en voorbereiding en uitvoering van meer sectoraal beleid en projecten. De lijn daarbij is: we gaan bij projecten uit van vastgesteld beleid. Dat betekent: -
-
Mocht de Omgevingsvisie verandering van reeds vastgesteld beleid of projecten betekenen, dan wordt dat meegenomen bij de volgende actualisatie van het betreffende beleid/project. Als de Omgevingsvisie is vastgesteld, prevaleert die. Discrepanties met bestaand beleid/projecten die we zien aankomen bij het opstellen van de Omgevingsvisie maken wij inzichtelijk, opdat de gemeenteraad daar een politiek debat over kan voeren.
Dit is ook gevraagd in amendement A22-59 (gemeenteraad juli 2022): signaleer discrepanties en doe bij het (t.z.t.) vaststellen van de Omgevingsvisie voorstellen hoe daarmee om te gaan. Daarnaast is bij de besluitvorming over het ‘verstedelijkingsconcept MRA’ (gemeenteraad februari 2022) aangegeven dat over de doorwerking ervan bij de Omgevingsvisie wordt besloten. Het voorstaande vraagt om drie toetsen over de impact van de Omgevingsvisie: voor beleid, voor gebieds- en locatieontwikkelingen en voor het verstedelijkingsconcept MRA. Deze toets is in deze bijlage vormgegeven. De conclusies zijn samengevat in hoofdstuk 4 van de ontwerp-Omgevingsvisie.
1. Toets beleid Het beleid van de gemeente Hilversum is op dit moment beschreven in ten minste 107 ‘kaderstellende nota's’ (bron: concept programmabegroting 2023). Het gaat om visies, beleidsnota's, kader- en uitvoerings/uitwerkingsnota's, programma's, handboeken, agenda's, regelingen, actieplannen, verordeningen en andere regelgeving. Vaak themagericht en soms gebiedsgericht. Sommige nota's combineren het formuleren van beleidsdoelstellingen met uitvoeringsprogramma's; andere nota's houden dat juist uit elkaar. Elk van deze nota's heeft een andere looptijd, wijze van monitoring en termijn van actualisatie. Al het Hilversumse beleid is op een rij gezet in bijlage D.1, waarbij een onderscheid is gemaakt naar vastgesteld beleid, vastgesteld uitvoeringsbeleid en beleid in voorbereiding. Ook is onderscheid gemaakt naar thematisch beleid, gebiedsgericht beleid en bedrijfsvoering. Het thematisch beleid is geordend naar de bekende cirkel met thema's. Naast het Hilversumse beleid is er ook provinciaal beleid en Rijksbeleid dat in Hilversum ‘werkt’. Het is ondoenlijk om al het beleid samen te vatten. Daarom zijn in bijlage D.2 de beleidskaders van Rijk, provincie regio en Hilversum die zich goed tot de opgaven uit hoofdstuk 3 verhouden (strategisch en op hoofdlijnen) samengevat.
Denk aan de Nationale en Provinciale Omgevingsvisie en Hilversumse beleidskaders als de woonvisie Hilversum 2030, de mobiliteitsvisie Hilversum 2040 en de kadernota voor het sociaal domein. We toetsen hier het thematische beleid en volgen daarbij de thema's uit de figuur. Drie vragen staan daarbij centraal die ieder tot een score ‘groen', ‘oranje’ of ‘rood’ leiden: Toets-vragen Is het vastgestelde beleid volledig, consistent en overzichtelijk? Is het beleid voldoende integraal, d.w.z. afgestemd op andere aspecten uit de meest relevante integrale opgave uit hoofdstuk 3 van de Omgevingsvisie? Is actualisatie voorzien en wat is de belangrijkste verbeterslag?
Groen Ja Ja
Oranje Gedeeltelijk Gedeeltelijk
Rood Nee Nee
Ja (nodig en voorzien, of niet
Gedeeltelijk
Nee
nodig en niet voorzien)
Let op: we toetsen hier niet inhoudelijk of beleid en maatregelen voldoende zijn om de gestelde doelen te bereiken. Die toetsing vindt plaats in de Milieu Effect Rapportage. 1.1 Integraal beleid Vastgesteld beleid en beleid in voorbereiding Niveau
Integraal
Vastgesteld (raad)
In voorbereiding
Beleid
Uitvoering
Structuurvisie Hilversum 2030 (2013)
Corona-herstelagenda (2021)
Toets Beleid Integraal
Volledigheid en consistentie
Integraliteit
Actualisatie
Omgevingsvisie, Omgevingsplan
Toelichting De Structuurvisie uit 2013 was een toekomstbeeld van Hilversum, bezien vanuit ruimtelijk perspectief. Veel van de benoemde kwaliteiten en speerpunten uit de Structuurvisie Hilversum 2030 zijn nog steeds actueel en veel genoemd tijdens de participatiebijeenkomsten. Veel maatregelen en projecten zijn in de afgelopen jaren gerealiseerd. De analyses uit de Omgevingsvisie laten zien dat het voor veel opgaven niet gemakkelijker is geworden, zoals voor woningbouw en de kwaliteit van de openbare ruimte. Ook zien we ten opzichte van 2013 nieuwe onderwerpen op de agenda, zoals energie, klimaatverandering, gezondheid en kunnen meedoen in de samenleving. De Structuurvisie biedt niet meer de antwoorden op alle vragen. De Omgevingsvisie wordt daarmee integraler van karakter. Dit geldt in mindere mate voor de Corona-herstelagenda, die actueler is en qua scope breder dan de Structuurvisie.
1.2 Hilversumse waarden Vastgesteld beleid en beleid in voorbereiding Niveau
Hilversumse waarden
Vastgesteld (raad)
In voorbereiding
Beleid
Uitvoering
Herziene welstandsnota (2022)
Monumentenverordening Diverse beleidskaarten (archeologie, beschermde stadsgezichten, natuurmonumenten) in bestemmingsplannen
Inventarisatie naoorlogs cultureel erfgoed (19402005)
Toets Beleid
Volledigheid en consistentie
Integraliteit
Actualisatie
Hilversumse waarden
Toelichting Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid in de (recent herziene) welstandsnota is op orde en verhoudt zich goed tot de geschetste ontwikkelingen in de Omgevingsvisie. Het beleid wordt periodiek geactualiseerd. Op onderdelen – zoals zonnepanelen in beschermde stadsgezichten – wordt nader onderzoek verricht. Ook zijn de beschermde stadsgezichten, archeologische en natuurwaarden goed verwerkt in bestemmingsplannen. Zo is de ruimtelijke kwaliteit geborgd. Verder doet de gemeente veel aan onderzoek naar en duiding van cultuurhistorische waarden en brengt die deskundigheid in gebiedsplannen en andere ruimtelijke ontwikkelingen. Zo wordt binnenkort een start gemaakt met een inventarisatie naar naoorlogs cultureel erfgoed, ook met oog op de Agenda Centrum. Wat opvalt is dat er geen expliciet beleidskader voor Erfgoed is. De Omgevingsvisie vult een deel van die leemte in, maar het is voorstelbaar dat voor het werken met gebiedsagenda's een duidelijker kader nodig is.
1.3 Klimaat, energie en circulaire materialen Vastgesteld beleid en beleid in voorbereiding Niveau
Klimaat, energie en circulaire materialen
Vastgesteld (raad)
In voorbereiding
Beleid
Uitvoering
Visie op Klimaatneutraal Hilversum 2050 (2012) Regionale Energie Strategie NH Zuid 1.0 (2021) Transitievisie Warmte
Leidraad duurzaam bouwen (2022) Uitvoeringsprogramma Duurzaam Hilversum 2016-2020 (2016) Regionaal uitvoeringsplan Huishoudelijk afval 2015-2020 (2016) Verordening afvalstoffenheffing 2022 (2021) Programma Aardgasvrije Wijken
Uitwerking Transitievisie Warmte Jaarplannen programma duurzaamheid Regionaal grondstoffenbeleid
Toets Beleid
Volledigheid en consistentie
Integraliteit
Actualisatie
Klimaat, energie en circulaire materialen
Toelichting Het vastgestelde beleid is behoorlijk volledig en voldoet aan de wettelijke eisen. Het gaat in op de trends, ontwikkelingen en opgaven uit hoofdstuk 3 van de Omgevingsvisie. Er wordt op teruggegrepen in uitvoeringsbeleid en er is sprake van periodieke actualisatie. Er wordt steeds meer verband gelegd met andere opgaven (zoals wonen, mobiliteit of circulaire economie), maar dat kan altijd meer. Het formuleren van de integrale opgave duurzaamheid helpt om die verbanden te verstevigen. Met de leidraad duurzaam bouwen is een bruikbare vertaling gemaakt naar projecten en initiatieven.
1.4 Landschap, groen en natuur Vastgesteld beleid en beleid in voorbereiding Niveau
Landschap, groen en natuur
Vastgesteld (raad)
In voorbereiding
Beleid
Uitvoering
Groenbeleidsplan Hilversum 2030 (2013)
Nota impuls voor extra groen in Hilversum (2016)
Toets Beleid Landschap, groen en natuur
Volledigheid en consistentie
Integraliteit
Actualisatie
Programma groen
Toelichting Het groenbeleid wordt consistent uitgewerkt en geactualiseerd in het programma Groen. Omdat het parallel aan de Omgevingsvisie wordt opgesteld, verhoudt het zich goed tot de daarin geschetste opgaven, trends en ontwikkelingen. Zo komt er in het programma groen extra aandacht voor het omliggende landschap en trends als biodiversiteit, klimaatadaptatie, bodem en water. Het programma groen is zo een goede uitwerking van een programma, zoals bedoeld in hoofdstuk 5.
1.6 Water en bodem Vastgesteld beleid en beleid in voorbereiding Niveau
Water en bodem
Vastgesteld (raad)
In voorbereiding
Beleid
Uitvoering
Gemeentelijk watermanagementplan 2021-2026 (2020)
KEUR AGV (2011) Verordening havengelden 2022 (2021) Verordening rioolheffing 2022 (2021) Bepalingen bodem in bestemmingsplannen
Toets Beleid
Volledigheid en consistentie
Integraliteit
Actualisatie
Water en bodem
Toelichting Het gemeentelijk watermanagementplan is recent vastgesteld en gaat in op alle relevante trends en ontwikkelingen uit hoofdstuk 3 van de Omgevingsvisie. Benoemd is wat nodig is: aandacht voor de grond- en drinkwaterkwaliteit en beschikbaarheid en de overlast door extreme weersomstandigheden (hitte, droogte). Nog niet alle maatregelen zijn geprogrammeerd. Dat komt mede omdat water en bodem zijn bij uitstek onderwerpen zijn waarvoor de gemeente niet alleen aan de lat staat. Voor water en bodem is de Provincie Noord-Holland het belangrijkste bevoegde gezag en voor maatregelen (bijvoorbeeld om te voldoen aan de Kaderrichtlijn water) staan ook partijen als het Rijk en Waternet aan de lat. Wat het gemeentelijk beleid betreft is dat voor water consistent en op orde; bodem kan baat hebben bij een duidelijk beleidskader dat ook inspeelt op de geschetste ontwikkelingen rondom bodem (stikstof etc). Een uitdaging is om water en bodem steeds voldoende in planontwikkelingen te laten terugkomen. Het programma Duurzaam uit de Omgevingsvisie zal daarbij helpen.
1.7 Bevolkingsopbouw en wonen Vastgesteld beleid en beleid in voorbereiding Niveau
Bevolkingsopbouw en wonen
Vastgesteld (raad)
In voorbereiding
Beleid
Uitvoering
Woonvisie Hilversum 2021-2030 (2021) Regionale woonvisie regio Gooi en Vechtstreek 2030 (2021)
Regionale Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek (2019) Doelgroepenverordening (2020) Regionaal woonakkoord (2021)
Uitwerking woonzorgvisie (programma wonen) Prestatieafspraken corporaties Huisvestingsverordening (regio) Opkoopbescherming Doelgroepenverordening in bestemmingsplannen en Omgevingsplan
Toets Beleid
Volledigheid en consistentie
Integraliteit
Actualisatie
Bevolkingsopbouw en wonen
Toelichting Het woonbeleid van Hilversum heeft nadrukkelijk een lokale en regionale kant. Het woonbeleid is in principe op orde, met recent vastgestelde lokale en regionale woonvisies, die ingaan op de trends, ontwikkelingen en opgaven uit hoofdstuk 3 van de Omgevingsvisie. Gebiedsgerichte uitwerkingen zijn gepland, waarbij het goed voorstelbaar is dat die in de gebiedsagenda's uit de Omgevingsvisie vorm krijgen. Tegelijk merken we in de Omgevingsvisie dat de woonopgave complex is en met alle opgaven verbonden: duurzaam (verduurzaming woningvoorraad), vitaal (wonen als vestigingsplaatsfactor) en inclusief (passend wonen als voorwaarde om mee te kunnen doen). Het gekozen ambitieniveau voor wonen is ruimte-scheppend of ruimte-beperkend voor alle opgaven en kan dus steeds minder 'sectoraal’ bekeken worden.
1.8 Economie en innovatie Vastgesteld beleid en beleid in voorbereiding Niveau
Economie en innovatie
Vastgesteld (raad) Beleid
Uitvoering
Economisch perspectief 2040 (2021)* Horecakader (2017) Detailhandelskader (2017) Evenementenkader (2017) Mediavisie (2016) Economische visie (2007)
Agenda Economie en Media (2020) Verordening marktgelden (2021) Winkeltijdenverordening (2018) Uitwerkingsnota zorg (economische kansen) (2009) Uitwerkingsnota Arbeidsmarkt en werkgelegenheid (2008) Uitwerkingsnota toerisme en recreatie (2008)
In voorbereiding
Agenda Economie & Media 2022-2023 Regionale HCA Plannen voor aanloopstraten
* Het economisch perspectief is geen klassiek beleidskader, maar een schets van trends, ontwikkelingen en opgaven. De gemeenteraad heeft dit meegegeven aan de participatie voor de Omgevingsvisie
Toets Beleid
Volledigheid en consistentie
Integraliteit
Actualisatie
Economie en innovatie
Toelichting Het was duidelijker geweest zijn als het Economisch Perspectief als beleidskader was vastgesteld. De gesignaleerde trends, ontwikkelingen en opgaven in de Omgevingsvisie sluiten aan bij gesignaleerde trends in het Economisch Perspectief (2021). Het vastgestelde economisch beleid in Hilversum (zoals de agenda economie en media) kijkt echter erg vaak naar de korte termijn, terwijl economisch beleid, beleid van de lange adem is. Nieuw economisch beleid zal meer perspectief moeten bieden op de economie van morgen schetsten om kansen tijdig te herkennen er en ruimte bieden om daarop te kunnen inspelen. Daarnaast moet het handelingsperspectief geven op werken in gemengde woon-werkmilieus, werklocaties en hoe we in toekomstige (gebieds-)ontwikkelingen omgaan met de ruimte voor werk. Daarnaast is duidelijker regionaal economisch beleid nodig.
1.9 Verkeer en vervoer Vastgesteld beleid en beleid in voorbereiding Niveau
Verkeer en vervoer
Vastgesteld (raad)
In voorbereiding
Beleid
Uitvoering
Structuurvisie Verkeer en vervoer 2030 (2016) Mobiliteitsvisie Hilversum 2040 (2021) Herziening laadpalenbeleid (2015)
Parkeerverordening Hilversum (2018) Verordening parkeerbelastingen 2022 (2021) Verordening mobiliteitsfonds Hilversum (2009) Wijziging verordening mobiliteitsfonds Hilversum 2009 (2019)
Uitvoeringsprogramma mobiliteit Parkeernota/programma parkeren Uitwerking fietsmaatregelen
Toets Beleid
Volledigheid en consistentie
Integraliteit
Actualisatie
Verkeer en vervoer
Toelichting Het mobiliteitsbeleid is recent geactualiseerd met de Mobiliteitsvisie Hilversum 2040. Die sluit goed aan bij de gesignaleerde trends, ontwikkelingen en opgaven uit hoofdstuk 3. De mobiliteitsvisie wordt uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma, parallel aan de Omgevingsvisie en aansluitend op andere programma's (zoals de actualisatie van de visie Hilversum Buiten, het Economisch Perspectief en de duurzaamheidsagenda). De Omgevingsvisie bevestigt een aantal keuzes uit de Mobiliteitsvisie,
waaronder de inzet op deelmobiliteit, het terugbrengen van de ruimte voor de auto en de wijze waarop naar parkeren wordt gekeken. In het uitvoeringsprogramma mobiliteit kan dit concreter worden gemaakt. We verwachten dat op grond hiervan waarschijnlijk alle verordeningen moeten worden aangepast.
1.10 Mee kunnen doen Vastgesteld beleid en beleid in voorbereiding Niveau
Mee kunnen doen
Vastgesteld (raad)
In voorbereiding
Beleid
Uitvoering
Kadernota Sociaal domein 20172021 (2016)* Beleidsplan integrale schuldhulpverlening 2020-2024 (2019) Beleidsnota schuldhulpverlening aan ondernemers (2009) Beleidsplan minimabeleid (2020) Nota bijzondere bijstand (2004) Meerjarenbeleidsplan participatie 2015-2018 Visie en agenda jeugdhulp 20192021 (2019) Naar een financieel gezond sociaal domein (2021) Beleidsplan bescherming en opvang (regionaal) Beleidsplan LHBTI 2019-2022 (2019) Nationaal programma Onderwijs Hilversumse Educatieve Agenda 2021-2024 (2021) Regionale Onderwijsagenda 20202022 Agenda WMO-welzijn in de wijk 2019-2021 (2019)*** Uitvoeringsnotitie buurten 3.0 (2020)***
Agenda lokale inclusie (2020) Actieplan tegen eenzaamheid (2020) Transformatieplan zorg voor de jeugd Gooi en Vechtstreek (2019) Regionaal arbeidsmarktbewerkingsplan (2019) Focus op werk (2019) Kindpakket (2017) Beleidsregels kindregelingen (2015) Beleidsregels verhaal en terugvordering (2015) Regionale nota inkoop sociaal domein Beleidsregels woonkosten en schoolverlaters (2015) Beleidsregels re-integratie (2016) Beleidsregels boete bij schending inlichtingenplicht (2016) Beleidsregels inkeerregeling (2017) Beleidsregels terugvordering WWB, Ioaw en Ioaz (2013) Beleidsregels terugvorderdering levensonderhoud Bbz (2011) Beleidsregels inburgering (2013) Beleidsregels schuldhulpverlening (2012) Beleidsregel individuele studietoeslag (2016) Beleidsregel vergoeding eigen bijdrage kinderopvang (2013) Beleid krediethypotheek en pandrecht bijstand (2008) Regeling Meedoen Hilversum (2016) Verzamelverordening inkomensvoorzieningen en participatiewet (2016) Verordening inburgering (2013) Verordening PGB begeleid werken WSW GR Tomingroep (2008)
Toets Beleid Mee kunnen doen
Volledigheid en consistentie
Integraliteit
Actualisatie
Nieuwe visie sociaal domein Actieplan Ouder worden in Hilversum Beleidsplan mantelzorg Evaluatie doelstellingen lokale educatieve agenda Voorbereiden nieuw Minimabeleid 2024-2027 Voorbereiden beleidsplan schuldhulpverlening 2024-2027 nota's WMO, jeugd Actieprogramma's eenzaamheid, vrijwilligerswerk
Toelichting Wat direct opvalt is het grote aantal beleidskaders bij dit thema, zowel lokale als regionale, vanwege de intensieve regionale samenwerking in het sociaal domein. Het grote aantal heeft ook te maken met dat binnen dit thema sprake is van veel uitvoeringsbeleid (uitvoering van wettelijke regelingen), waarvoor specifieke regelingen soms verplicht zijn. Veel beleidskaders vinden hun oorsprong in de kadernota sociaal domein 2017-2021. Veel van het sectorale beleid past ook in de Omgevingsvisie (het is niet ‘fout'). Wel wordt steeds duidelijker dat onderwerpen in het sociaal domein sterk samenhangen met opgaven in het economische en ruimtelijke domein en dat sommige onderwerpen nog onderbelicht zijn: een brede blik op gezondheid, voorzieningen in relatie tot extramuralisering en veiligheid. Dit vraagt om meer samenhangend beleid over de sociaal domeindoelen heen, meer relatie met economische en ruimtelijke opgaven, meer relatie tussen regionaal en lokaal beleid. Vooral vraagt het om een 'mind shift’ bij het opstellen van beleidsnota's. Nu maken we beleidsnota's gericht op specifieke kwetsbare groepen en het uitvoeren van regelingen/besteding van middelen (vangnetfunctie). Hoofdstuk 3 van de Omgevingsvisie roept op meer te kijken naar thema's als kansengelijkheid en preventie. Reeds gepland is het maken van een nieuwe visie sociaal domein.
Daarvoor kan goed worden aangesloten bij de trends, ontwikkelingen en opgaven uit hoofdstuk 3 van de Omgevingsvisie. Het werken met een programma Meedoen kan de relaties tussen verschillende onderwerpen goed versterken.
1.11 Gezondheid Vastgesteld beleid en beleid in voorbereiding Niveau
Gezondheid
Vastgesteld (raad)
In voorbereiding
Beleid
Uitvoering
Nota Sport en Bewegen 2016-2020 (2016) Dierenwelzijnsbeleid Hilversum (2016) Integraal veiligheidsplan 20182022 Regionaal beleidsplan veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek 2019-2022 Sportakkoord Hilversum Preventieakkoord Hilversum
Actieplan Geluid (2013) Provinciale milieuverordening (tranche 10a) Sluiting drugspanden Hilversum, damoclesbeleid Programmabegroting 2022 veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek Landelijk programma digitale overheid (2017) Beleidsregel toepassing wet Bibob 2020 Hilversum Plan van Aanpak ondermijning (2020)
Actualiseren IVP Actieplan ondermijning Nieuw beleid lucht, geluid en stikstof
Toets Beleid
Volledigheid en consistentie
Integraliteit
Actualisatie
Gezondheid
Toelichting Het sport- en veiligheidsbeleid zijn actueel of worden binnenkort geactualiseerd. Voor lucht, geluid, gezondheid en stikstof hebben we geen aparte beleidskaders, die aanvullend zijn op wet- en regelgeving. Het verdient aanbeveling zulke kaders wel te ontwikkelen.
1.12 Voorzieningen en openbare ruimte Vastgesteld beleid en beleid in voorbereiding Niveau
Voorzieningen en openbare ruimte
Vastgesteld (raad)
In voorbereiding
Beleid
Uitvoering
Visie Hilversum Buiten (2004)
Handboek Beheer Hilversum Buiten (2009) Handboek Inrichting Hilversum Buiten (2009) Meerjaren onderhoudsplanning 20202034 (2020)
Integraal huisvestingsplan Onderwijs 2020-2035 (2020)* Cultuurbeleid Metrum
Actualiseren Hilversum Buiten en handboeken IHP actualisatie Herzien cultuurbeleid Sport in de stad
Toets Beleid
Volledigheid en consistentie
Integraliteit
Actualisatie
Voorzieningen en openbare ruimte
Toelichting De gemeente werkt aan het actualiseren van al het deelbeleid. De uitgangspunten uit de Omgevingsvisie kunnen daarin goed worden meegenomen. De Omgevingsvisie biedt ook aanknopingspunten om meer samenhangend beleid t.a.v. ‘voorzieningen’ te maken: wat is op welke plek nodig (maatschappelijk, eerste en tweedelijns zorg)?. De programma’s uit hoofdstuk 5 helpen daarbij.
Conclusie Het bestaande beleid past in de Omgevingsvisie. Of omgekeerd: er is geen beleid door de gemeenteraad vastgesteld dat niet in de Omgevingsvisie past. Wel is de Omgevingsvisie aanleiding om onderdelen van het beleid: - in de toekomst meer samenhangend of integraler op te stellen, zoals rondom voorzieningen en der verbinding vanuit het sociaal domein met het fysiek en economisch domein. De programma’s uit hoofdstuk 5 van de Omgevingsvisie lenen zich daar goed voor. - Leemtes aan te vullen: erfgoed, economische ontwikkeling (m.n. het lange termijnperspectief) bodem, lucht en geluid. De Omgevingsvisie kan daar een goed vertrekpunt voor zijn. Of beleid geïntensiveerd moet worden (halen we met dit beleid de doelen?) is onderdeel van de MER-beoordeling.
2. Toets lopende gebieds- en locatieontwikkelingen Projecten en initiatieven (gebieds- en locatieontwikkelingen) behoren tot de uitvoering. De doelen uit visie en beleid krijgen in projecten van de gemeente en initiatieven van initiatiefnemers concreet vorm. De gemeente werkt met een projectenlijst. Die is opgenomen in de tabel hiernaast Alle projecten en initiatieven passen in de Omgevingsvisie, of beter: de Omgevingsvisie is geen aanleiding om deze projecten en initiatieven stop te zetten. Integendeel: in veel projecten zijn de grote opgaven uit hoofdstuk 3 en de maatregelen uit hoofdstuk 4 aan de orde en wordt integraal gekeken. Denk aan de mooie plannen voor het Stationsgebied of het Arenapark. In projecten altijd een gezonde spanning. De projecten zijn bij uitstek geschikt om doelen uit de Omgevingsvisie vorm te geven en te versnellen. Aan de andere kant kunnen we niet eindeloos ambities stapelen: business cases moeten wel sluiten en de ruimte is niet oneindig. Het opplussen van ambities in reeds ingekaderde projecten verdient geen aanbeveling. Wel kunnen we in projecten waar planvorming nog loopt mogelijk extra inzetten op de doelen uit de Omgevingsvisie. We denken aan: -
-
-
In Arenapark steviger inzetten op duurzaamheidsmaatregelen (d.w.z. op een hoger niveau dan het wettelijk minimum) en het functioneren van/investeren in het OV knooppunt en maatschappelijk vastgoed (school en integraal sportcomplex). In het stationsgebied de ruimte voor de auto beperken. Hierbij doelen we vooral op het afwaarderen van de centrumring, met als gevolg meer ruimte voor voetgangers en fietsers en stimuleren van alternatieven voor de auto. In 1221 moeten we voor de grotere locaties nog Locatie Ontwikkel Plannen met initiatiefnemers overeenkomen. Hierin kunnen we de beweging naar minder verstening/meer groen/betere openbare ruimte versterken door minder parkeren te realiseren. Dit maakt waarschijnlijk de business cases haalbaarder.
De programma’s uit hoofdstuk 5 bieden de projecten meer houvast om beleid te concretiseren naar het niveau van projecten. We denken daarbij specifiek aan: - Het hebben van heldere ambities voor de energie/warmtetransitie, een heldere rolneming door de gemeente en het uitwerken van doelen en mogelijkheden in concrete toepasbare oplossingen. - Meer toepasbaarheid geldt ook voor het thema wonen. Voor de projecten helpt om de huidige verdeling 33-50-17 uit te werken naar concrete(re) woonproducten voor concrete
-
doelgroepen. Voor het versnellen van woningbouw helpt het harder maken van de planvoorraad of het innemen van grondposities door de gemeente. Heldere ontwikkelregels voor parkeren en het gebruik van de openbare ruimte. Een nota bovenwijks kostenverhaal. Het idee is dat de markt meer kan bijdragen aan bovenwijkse voorzieningen en dat vormen van ‘uitruil’ projecten kunnen versnellen. Als voorbeeld: in projecten kunnen meer duurzaamheids/energieambities worden gerealiseerd (‘een stap extra') als er concrete mogelijkheden en financiering is.
Wanneer de Omgevingsvisie is vastgesteld, kan een analyse gemaakt worden in welke projecten eventueel extra doelen gerealiseerd kunnen worden, of projecten versneld kunnen worden.
3. Toets verstedelijkingsconcept MRA In februari 2022 heeft de gemeenteraad het ‘verstedelijkingsconcept MRA’ vastgesteld. Daarbij is aangegeven dat de gemeenteraad bij de Omgevingsvisie kan besluiten over een eventuele doorwerking van het verstedelijkingsconcept in het lokaal beleid. In het raadsvoorstel is geconstateerd dat het verstedelijkingsconcept uitgaat van een meerkernige ontwikkeling en dat Gooi en Vechtstreek daar een eigen invulling aan kan geven. Het verstedelijkingsconcept agendeert geen fundamentele keuzevraagstukken of nieuwe ambities (zoals grootschalige woningbouwlocaties) voor Gooi en Vechtstreek en Hilversum. Wel zijn er (bestaande) opgaven en ambities die vragen om samenwerking met/investeringen door Rijk en provincie opgenomen en vertaald in een integrale gebiedsuitwerking voor Gooi en Vechtstreek. Het gaat daarbij om de volgende onderwerpen: Met het Rijk: -
-
Uitwerking van een integrale aanpak van het watersysteem in relatie tot functies en inrichting in de Gooi en Vechtstreek met aandacht voor de Natura 2000-gebieden, de landbouw, de inrichting van natuur- en woningbouwgebieden op de Heuvelrug, drinkwaterwinning in het gebied, het peilbeheer van de Vechtplassen, het benutten en vasthouden van kwelwater, mogelijke tijdelijke waterbuffers en extra gemaalcapaciteit bij Muiden Functioneren A1 en A27 als onderdeel van het multimodaal toekomstbeeld 2040 en vanwege de scheve woon-werkbalans Integrale ontwikkeling stadshart Hilversum (gebiedsontwikkelingen stationsgebied, Arenapark, 1221 en in de toekomst rondom station Mediapark rondom de Gooicorridor en HOV-lijnen) Toekomstbestendig en ecologisch veerkrachtig Groene Hart (behoud en ontwikkeling van oude cultuurlandschappen)
Met de regio: -
Verder versterken van het economisch profiel Gooi en Vechtstreek op media (Mediapark), gezondheid (in Arenapark en elders in het deelgebied) en vrijetijdseconomie Versterken van de (internationale) concurrentiekracht en verdienvermogen van de mediaindustrie in Nederland door in te zetten op innovatie en talentontwikkeling, gebruik makend van de mogelijkheden die AI biedt, vanuit een sterke toekomstvaste Media Campus in Hilversum Voldoende aandacht voor behoud van praktijkgeschoolde werkgelegenheid in Gooi en Vechtstreek, als voorwaarde voor leefbaarheid en inclusiviteit De woonwerkrelatie met Utrecht, Amersfoort, Amsterdam en Flevoland, met aanvullend aandacht voor HOV- en fietsverbindingen richting de werkplekken in deze gebieden en vice versa
-
Het behoud van de leefbaarheid in de kleine kernen, zoals met inzet op het tegengaan van winkelleegstand en het verbeteren van de bereikbaarheid per HOV en fiets
Dit is als volgt verbeeld in verschillende kaarten in het verstedelijkingsconcept.
We kunnen constateren dat deze onderwerpen goed aansluiten op de opgaven (H3), keuzes (H4) en maatregelen in deze Omgevingsvisie Hilversum 2040. Zowel de Omgevingsvisie als het verstedelijkingsconcept behoeven geen aanpassing.
Bijlage D.1: overzicht thematisch beleid (‘kaderstellende nota’s’) Bron: conceptprogrammabegroting 2023 Niveau
Integraal
The matis ch
Vastgesteld (raad) Beleid (visies, kadernota’s, Uitvoering beleidsnota's, masterplannen)** (uitvoerings/uitwerkingsnota's, programma's, handboeken, agenda’s, regelingen, verordeningen) Structuurvisie Hilversum 2030 Corona-herstelagenda (2021) (2013)*
In voorbereiding
Omgevingsvisie, Omgevingsplan
Hilversumse waarden
Herziene welstandsnota (2022)
Monumentenverordening VTH beleid Diverse beleidskaarten (archeologie, beschermde stadsgezichten, natuurmonumenten) in bestemmingsplannen
Inventarisatie naoorlogs cultureel erfgoed (1940-2005)
Klimaat, energie en circulaire materialen
Visie op Klimaatneutraal Hilversum 2050 (2012)* Regionale Energie Strategie NH Zuid 1.0 (2021)* Transitievisie Warmte
Uitwerking Transitievisie Warmte Jaarplannen programma duurzaamheid Regionaal grondstoffenbeleid
Landschap, groen en natuur Water en bodem
Groenbeleidsplan Hilversum 2030 (2013)*
Leidraad duurzaam bouwen (2022) Uitvoeringsprogramma Duurzaam Hilversum 2016-2020 (2016) Regionaal uitvoeringsplan Huishoudelijk afval 2015-2020 (2016) Verordening afvalstoffenheffing 2022 (2021) Programma Aardgasvrije Wijken Nota impuls voor extra groen in Hilversum (2016)
Bevolkingsopb ouw en wonen
Woonvisie Hilversum 2021-2030 (2021)* Regionale woonvisie regio Gooi en Vechtstreek 2030 (2021)
Economie en innovatie
Economisch perspectief 2040 (2021)* Horecakader (2017) Detailhandelskader (2017) Evenementenkader (2017) Mediavisie (2016) Economische visie (2007)
Verkeer en vervoer
Structuurvisie Verkeer en vervoer 2030 (2016) Mobiliteitsvisie Hilversum 2040 (2021)* Herziening laadpalenbeleid (2015)
Mee kunnen doen
Kadernota Sociaal domein 20172021 (2016)*
Gemeentelijk watermanagementplan 2021-2026 (2020)*
KEUR AGV (2011) Verordening havengelden 2022 (2021) Verordening rioolheffing 2022 (2021) Bepalingen bodem in bestemmingsplannen Regionale Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek (2019) Doelgroepenverordening (2020) Regionaal woonakkoord (2021)
Agenda Economie en Media (2020) Verordening marktgelden (2021) Winkeltijdenverordening (2018) Uitwerkingsnota zorg (economische kansen) (2009) Uitwerkingsnota Arbeidsmarkt en werkgelegenheid (2008) Uitwerkingsnota toerisme en recreatie (2008) Parkeerverordening Hilversum (2018) Verordening parkeerbelastingen 2022 (2021) Verordening mobiliteitsfonds Hilversum (2009) Wijziging verordening mobiliteitsfonds Hilversum 2009 (2019) Agenda lokale inclusie (2020) Actieplan tegen eenzaamheid (2020) Transformatieplan zorg voor de jeugd Gooi en Vechtstreek (2019)
Programma groen
Uitwerking woon-zorgvisie (programma wonen) Prestatieafspraken corporaties Huisvestingsverordening (regio) Opkoopbescherming Doelgroepenverordening in bestemmingsplannen en Omgevingsplan Agenda Economie & Media 20222023 Regionale HCA Plannen voor aanloopstraten
Uitvoeringsprogramma mobiliteit Parkeernota/programma parkeren Uitwerking fietsmaatregelen
Nieuwe visie sociaal domein Actieplan Ouder worden in Hilversum Beleidsplan mantelzorg
Beleidsplan integrale schuldhulpverlening 2020-2024 (2019) Beleidsnota schuldhulpverlening aan ondernemers (2009) Beleidsplan minimabeleid (2020) Nota bijzondere bijstand (2004) Meerjarenbeleidsplan participatie 2015-2018 Visie en agenda jeugdhulp 20192021 (2019) Naar een financieel gezond sociaal domein (2021) Beleidsplan bescherming en opvang (regionaal) Beleidsplan LHBTI 2019-2022 (2019) Nationaal programma Onderwijs Hilversumse Educatieve Agenda 2021-2024 (2021) Regionale Onderwijsagenda 20202022 Agenda WMO-welzijn in de wijk 2019-2021 (2019)*** Uitvoeringsnotitie buurten 3.0 (2020)***
Gezondheid
Nota Sport en Bewegen 2016-2020 (2016) Dierenwelzijnsbeleid Hilversum (2016) Integraal veiligheidsplan 2018-2022 Regionaal beleidsplan veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek 2019-2022 Sportakkoord Hilversum Preventieakkoord Hilversum
Voorzieningen en openbare ruimte
Visie Hilversum Buiten (2004)
Gebiedsgericht
Integraal huisvestingsplan Onderwijs 2020-2035 (2020)* Cultuurbeleid Metrum
Verstedelijkingsstrategie MRA (2022) Ontwikkelingsvisie Noordvleugel Utrecht 2015-2030 Centrumvisie (2015) Masterplan Stationsgebied Masterplan Arenapark
Regionaal arbeidsmarktbewerkingsplan (2019) Focus op werk (2019) Kindpakket (2017) Beleidsregels kindregelingen (2015) Beleidsregels verhaal en terugvordering (2015) Regionale nota inkoop sociaal domein Beleidsregels woonkosten en schoolverlaters (2015) Beleidsregels re-integratie (2016) Beleidsregels boete bij schending inlichtingenplicht (2016) Beleidsregels inkeerregeling (2017) Beleidsregels terugvordering WWB, Ioaw en Ioaz (2013) Beleidsregels terugvorderdering levensonderhoud Bbz (2011) Beleidsregels inburgering (2013) Beleidsregels schuldhulpverlening (2012) Beleidsregel individuele studietoeslag (2016) Beleidsregel vergoeding eigen bijdrage kinderopvang (2013) Beleid krediethypotheek en pandrecht bijstand (2008) Regeling Meedoen Hilversum (2016) Verzamelverordening inkomensvoorzieningen en participatiewet (2016) Verordening inburgering (2013) Verordening PGB begeleid werken WSW GR Tomingroep (2008) Actieplan Geluid (2013) Provinciale milieuverordening (tranche 10a) Sluiting drugspanden Hilversum, damoclesbeleid Programmabegroting 2022 veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek Landelijk programma digitale overheid (2017) Beleidsregel toepassing wet Bibob 2020 Hilversum Plan van Aanpak ondermijning (2020) Handboek Beheer Hilversum Buiten (2009) Handboek Inrichting Hilversum Buiten (2009) Meerjaren onderhoudsplanning 20202034 (2020)
Evaluatie doelstellingen lokale educatieve agenda Voorbereiden nieuw Minimabeleid 2024-2027 Voorbereiden beleidsplan schuldhulpverlening 2024-2027 nota's WMO, jeugd Actieprogramma's eenzaamheid, vrijwilligerswerk
Regionale samenwerkingsagenda Gooi en Vechtstreek 2019-2022 Uitvoeringsprogramma Regionale samenwerkingsagenda 2019-2022 Gebiedsagenda 1221 (20XX) Beeldkwaliteitplan Plus 1221 (2020) Programma Kerkelanden (2014) Programma Havenkwartier (2013) Programma aanpak leegstand (2012) Meerjarenperspectief gebiedsontwikkelingen (2021)
Gebiedsagenda centrum Wijkgerichte uitvoeringsagenda’s wonen in de Meent en Kerkelanden Stedenbouwkundig plan Arenapark Gebiedsagenda’s Mediapark en werklocaties in Zuidwest Bestemmingsplan stationgebied Circusterrein Kerkbrink Actualisatie MPG
Actualiseren IVP Actieplan ondermijning Programma VTH (handhaving) Nieuw beleid lucht, geluid en stikstof
Actualiseren Hilversum Buiten en handboeken IHP actualisatie Herzien cultuurbeleid Sport in de stad
Uitvoeringsnota stationsgebied + stbk en bkp Bedrijfsvoering
Nota grond en vastgoedbeleid (2019)
Financiële verordening gemeente Hilversum 2022 (2021) Uitvoeringsnota grondprijzen (2021) Verordening OZB 2022 (2021) Verordening precariobelasting 2022 (2021) Verordening hondenbelasting 2022 (2021) Legesverordening 2022 (2021) Data gedreven sturen Subsidieverordening VTH beleid
Nota kostenverhaal Visie samenwerking en governance Programma VTH (handhaving)
* Dit worden voor de Omgevingsvisie als de belangrijkste beleidsdocumenten gezien. De inhoud er van is samengevat in bijlage D.2, samen met een aantal landelijke en regionale beleidsdocumenten, zoals de NOVI (2020) en POVI (2018). ** veel beleid heeft raakvlakken met meerdere onderwerpen. Het is hier geplaatst bij het thema waar het zwaartepunt ligt. *** deze nota's bevatten weliswaar veel uitvoeringsaspecten, maar worden ook gezien als belangrijke beleidsnota's
Bijlage D.2 Samenvatting belangrijkste beleidsdocumenten Rijk, provincie en gemeente In deze bijlage worden de beleidsdocumenten die zich verhouden tot de trends/ontwikkelingen en opgaven uit hoofdstuk 3 samengevat. Het gaat om: Rijk -
Nationale Omgevingsvisie (2020)
Provincie & regio Gooi- en Vechtstreek - Provinciale Omgevingsvisie (2018) - Koersdocument Gooi- en Vechtstreek (2021) - RES 1.0 (2021) Gemeente Hilversum - Visie op Klimaatneutraal Hilversum 2050 (2012) - Groenbeleidsplan Hilversum 2030 (2013) - Structuurvisie Hilversum 2030 (2013) - Kadernota voor het sociaal domein Hilversum 2017-2021(2017) - Gemeentelijk Watermanagementplan (2020) - Economisch Perspectief 2040 (2021) - Mobiliteitsvisie Hilversum 2040 (2021) - Woonvisie 2030 (2021) - Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs (2021) - Hilversumse Educatieve Agenda 2021 t/m 2024 (2021)
Nationale Omgevingsvisie (2020) Inleiding In de Nationale Omgevingsvisie, de NOVI, geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip.
Vier prioriteiten In de NOVI worden vier prioriteiten gesteld. De NOVI is erop gericht om voor deze vier prioriteiten de nationale beleidskeuzes (op strategisch niveau) zo scherp mogelijk te formuleren. Dat gebeurt vanuit het doel van de Omgevingswet: het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.
1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. De klimaatverandering, de energietransitie en de afspraken uit het Klimaatakkoord hebben een grote invloed op de fysieke leefomgeving en vragen om afwegingen en vergaande keuzes in de inrichting van onze fysieke leefomgeving. De maatregelen om de negatieve gevolgen van de klimaatverandering op te kunnen vangen en de energietransitie te realiseren, moeten worden ingepast, terwijl er ook grote druk op de ruimte is vanuit andere opgaven en belangen. Daarom is het belangrijk dat de mogelijkheden voor energiebesparing worden benut. Beleidskeuze 1.1 Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Bij (her)ontwikkelingen wordt voorkomen dat het risico op schade en slachtoffers door overstromingen of extreem weer toeneemt, voor zover dat redelijkerwijs haalbaar is. We behouden en reserveren voldoende ruimte voor toekomstige waterveiligheidsmaatregelen.
Beleidskeuze 1.2 Om de klimaatdoelstellingen voor 2050 te behalen kiezen wij ervoor het grootste gedeelte van de energieproductie te realiseren door middel van windparken op de Noordzee.
Beleidskeuze 1.3
We maken de energie-infrastructuur geschikt voor duurzame energiebronnen en reserveren daarvoor ruimte.
Beleidskeuze 1.4 We realiseren de opgave van duurzame energie met oog voor de kwaliteit van de omgeving en combineren deze zo veel mogelijk met andere functies.
2. Duurzaam economisch groeipotentieel. Vanuit onze sterke internationale concurrentiepositie moeten we werk maken van een nieuw (duurzaam en circulair) sociaaleconomisch verdienmodel en blijven zorgen voor een excellent vestigingsklimaat met een aantrekkelijke, veilige en gezonde leefomgeving en voldoende fysieke ruimte voor bedrijvigheid.
Beleidskeuze 2.1 De Nederlandse economie verandert van karakter en is in 2050 geheel circulair en de broeikasgasemissies zijn dan met 95 procent gereduceerd, met 55 procent reductie als beoogd tussendoel in 2030. Het Rijk investeert, faciliteert met kennis en onderzoek en stelt eisen aan het benutten van circulaire grondstoffen en zet in op reductie van het grondstoffengebruik van 50 procent in 2030. Beleidskeuze 2.2 We zetten in op het gebruik van duurzame energiebronnen en op verandering van productieprocessen.
Beleidskeuze 2.3 Ingezet wordt op optimale (inter)nationale bereikbaarheid van steden en de economische kerngebieden.
Beleidskeuze 2.4 Overheden investeren in een aantrekkelijke, gezonde en veilige leefomgeving in steden en regio’s en bevorderen een onderscheidend en aantrekkelijk vestigingsklimaat.
Beleidskeuze 2.5 Institutionele, technisch-operationele belemmeringen en knelpunten in regelgeving die goede grensoverschrijdende verbindingen belemmeren, moeten worden opgelost.
Beleidskeuze 2.6
In samenwerking met de andere overheden, de netbeheerders en het bedrijfsleven zet het Rijk ten behoeve van de digitalisering van de economie in op de uitrol van nieuwe netwerken en selectieve groei van datacenters.
Beleidskeuze 2.7 Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen en (groot)winkelbedrijven moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk, goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven én de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken.
Beleidskeuze 2.8 Nieuwe vestiging van toeristische attracties vindt bij voorkeur plaats buiten de huidige toplocaties en in de nabijheid van OV of bestaande aansluitingen op het hoofdwegennet. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s. Het voorzien in een aantrekkelijke omgeving om in te wonen, werken en ontspannen vraagt om keuzes vanuit een brede afweging: samenhang met bereikbaarheid, gezondheid en veiligheid, klimaatadaptatie, versterking en instandhouding van culturele waarden en verduurzaming van de gebouwde omgeving. Zeker omdat het niet alleen gaat om de beschikbaarheid van voldoende woningen van hoge kwaliteit, maar vooral ook omdat we een aantrekkelijke woonomgeving willen realiseren. Gestreefd wordt naar steden en regio’s als gezonde habitat, waarin zoveel als nodig en mogelijk functies worden gecombineerd.
Beleidskeuze 3.1 We versterken het Stedelijk Netwerk Nederland door de ontwikkeling van de stedelijke regio’s te ondersteunen en te zorgen voor goede onderlinge en externe verbindingen. Het Stedelijk Netwerk Nederland breidt uit, waarbij de richting van de verstedelijking wordt gekoppeld aan die van de ontwikkeling van de (OV-)infrastructuur.
Beleidskeuze 3.2 Steden ontwikkelen zich duurzaam door een samenhangende aanpak van wonen, werken, mobiliteit, gezondheid, veiligheid en leefomgevingskwaliteit.
Beleidskeuze 3.3 Verstedelijking vindt geconcentreerd plaats in de regio, toe te voegen nieuwe woon- en werklocaties worden zorgvuldig en op ruimte- en mobiliteitsefficiënte wijze ingepast. Het woningaanbod in de regio’s sluit daarbij aan bij de vraag naar aantallen en typen woningen, woonmilieus en prijsklasse.
Beleidskeuze 3.4 Voor de bestaande bebouwing zetten we in op een integratie van stedelijke ontwikkeling en beheer om te komen tot een efficiënte aanpak van de vele opgaven daar.
Beleidskeuze 3.5 We richten de leefomgeving zo in dat deze een actieve, gezonde leefstijl en maatschappelijke participatie bevordert en we verbeteren de luchtkwaliteit, zodat in 2030 wordt voldaan aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie.
Beleidskeuze 3.6 We versterken het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad en verbeteren de aansluiting op het groene gebied buiten de stad in een samenhangende aanpak van de stedelijke groenstructuur. Een natuurinclusieve ontwikkeling van de stedelijke regio’s en natuurinclusief bouwen zijn het uitgangspunt.
Beleidskeuze 3.7 Steden en regio’s worden klimaatbestendig ingericht.
Beleidskeuze 3.8 Het mobiliteitssysteem in, rondom en tussen de steden levert een goede bereikbaarheid. We benutten de bestaande netwerken optimaal en zorgen dat modaliteiten onderling zijn verknoopt en worden benut op hun specifieke kwaliteiten.
Beleidskeuze 3.9 Voor gebieden buiten het Stedelijk Netwerk Nederland, die liggen aan de grens van het land en/of waar vraagstukken rond bevolkingsdaling spelen, ontwikkelen de overheden gezamenlijk een integrale gebiedsgerichte ontwikkelstrategie.
4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijke gebied. Natuurlijke systemen en landschap staan in bepaalde regio’s onder druk. Tegelijkertijd zijn er veel opgaven in het landelijk gebied zoals transitie van de landbouw, de energietransitie, klimaatadaptatie, natuurherstel, bodemdaling en verdergaande verstedelijking. Een toekomstbestendige ontwikkeling vraagt een verantwoorde herinrichting van het landelijk gebied en een verbetering van de milieukwaliteit.
Beleidskeuze 4.1 In het landelijk gebied verbeteren we de balans tussen het landgebruik en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht.
Beleidskeuze 4.2 De biodiversiteit wordt beschermd en versterkt en het natuurlijk kapitaal duurzaam benut.
Beleidskeuze 4.3 Er wordt een duurzaam en vitaal landbouw- en voedselsysteem mogelijk gemaakt, gebaseerd op kringlopen en natuurinclusiviteit.
Beleidskeuze 4.4 Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief.
drie afwegingsprincipes Om de beleidskeuzes weloverwogen te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het afwegen en prioriteren van de verschillende belangen en opgaven:
1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. Tegelijkertijd willen we de kwaliteit van de leefomgeving en de identiteit van Nederland versterken. Dit vraagt om meer inventiviteit en creativiteit, zowel in de boven- en ondergrond als op en onder water en in het luchtruim. Het gaat om combineren, intensiveren en transformeren.
5. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. De waardering van het bestaande en de invloed van mogelijke veranderingen kunnen van plek tot plek anders worden ervaren. Bij de inpassing van nieuwe functies moet rekening gehouden worden met de kwaliteit van bodem, water, lucht, cultureel erfgoed en natuur. De aanwezige en door bewoners en gebruikers beleefde kwaliteiten en
ontwikkelingsmogelijkheden zijn overal anders. Dit moet doorwerken in de aanpak van opgaven in ieder specifiek gebied.
6. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Afwentelen naar tijd moeten we daarom voorkomen. Hetzelfde geldt voor afwentelen naar plaats. Bij ingrepen in het ene gebied moeten negatieve effecten op andere gebieden en wie daar leven en werken zoveel als mogelijk worden voorkomen. Cumulatie van problemen in wijken en gebieden wordt voorkomen, evenals afwenteling op bodem en water, bijvoorbeeld door het hanteren van de lagenbenadering.
Koersdocument Gooi- en Vechtstreek (2021) Inleiding Inwoners van Gooi en Vechtstreek identificeren zich sterk met de regio en bewegen zich voor werk, voorzieningen en ontspanning door het gebied. De vraagstukken die spelen in deze leefomgeving stoppen niet bij gemeente- of provinciale grenzen. Daarom zijn de gemeenten in 2018 een samenwerking gestart. In een intensief proces hebben Regio Gooi en Vechtstreek en de gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Weesp en Wijdemeren samen onderzocht, geanalyseerd, regionale opgaven benoemd en een koers uitgezet. Medeoverheden, maatschappelijke organisaties en diverse experts hebben op diverse momenten meegedacht, geadviseerd en gereageerd.
Hoofdambitie en drie ontwikkellijnen De kwaliteit van de leefomgeving in de regio is hoog en onderscheidend. Dat vormt onze belangrijkste ambitie: kwaliteiten behouden, versterken en ontwikkelen. Het koersdocument start met dit gezamenlijk vertrekpunt. Aan de hand van drie samenhangende ontwikkellijnen wordt geschetst hoe deze ambities kunnen worden ingevuld. Het gaat om de volgende ontwikkellijnen:
De ontwikkellijn Sterk netwerk van steden en dorpen gaat over de thema’s die met verstedelijking te maken hebben (wonen, werken, mobiliteit). In de ontwikkellijn Robuust en vitaal landelijk gebied ligt de focus op thema’s in het buitengebied (landschap/cultuurhistorie, biodiversiteit, veenoxidatie). De ontwikkellijn Blauwe draad door het gebied raakt zowel het stedelijk als het landelijk gebied (klimaatverandering/energietransitie en water).
Ontwikkelprincipes Iedere ontwikkellijn geeft per thema de opgaven en doelstellingen die bijdragen aan de hoofdambitie. Vervolgens worden oplossingsrichtingen beschreven aan de hand van ontwikkelprincipes. Ontwikkelprincipes zijn te lezen als strategische adviezen over de richting waarin oplossingen zitten van één of meer doelstellingen. In een ontwikkellijn wordt zo het ‘wat en waarom de regio iets wil’ (ambitie en doelstellingen) vertaald naar hoe dat zou kunnen (ontwikkelprincipes).
Ontwikkelprincipes Sterk netwerk van steden en dorpen
De kern van de verstedelijking ligt bij goed bereikbare, binnenstedelijke locaties bij OVknooppunten langs het spoor (Gooicorridor) en aanvullend langs de HOV lijnen.
De sociale woningvoorraad en het middensegment huur groeit verhoudingsgewijs mee met de voorraadontwikkeling. Er wordt rekening gehouden met verschillende doelgroepen. De werkgelegenheid, zeker voor praktijkgeschoolden, groeit mee met de beroepsbevolking. Werklocaties worden behouden en toegevoegd door wonen en werken meer te combineren en bedrijventerreinen te intensiveren of toe te voegen. Het economisch profiel van de regio wordt versterkt. De groei van mobiliteit wordt vooral opgevangen met openbaar vervoer, fiets en lopen. Doorstroming op het hoofdwegennet blijven bevorderen. Er wordt rekening gehouden met de ontwikkelingen in het goederenvervoer. Gezondheid en veiligheid is integraal onderdeel van ruimtelijke afwegingen. Verstedelijking sluit aan bij de cultuurhistorische en stedenbouwkundige kwaliteiten van de kernen. Ontwikkelingen zijn zoveel als mogelijk natuurinclusief. Concentratie van wonen, werken en voorzieningen in de grote kernen geeft ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid om kleine kernen vitaal te houden.
Ontwikkelprincipes Robuust en vitaal landelijk gebied De landschappelijke kwaliteiten worden behouden, waar nodig hersteld en versterkt.
In waardevol landschap of natuur wordt verstedelijking zoveel mogelijk voorkomen. Bij een hoogwaardig stedelijk gebied hoort een hoogwaardig landschap. Natuurgebieden en biodiversiteit worden versterkt. Samenhangende, gebiedsgerichte oplossingen voor het veen(weide)gebied. Perspectief voor agrarische sector.
Ontwikkelprincipes Blauwe draad door het gebied De toekomstige energiemix past bij de unieke regionale landschappelijke en gebiedskwaliteiten en de economische kansen van het gebied.
Het streven om klimaatneutraal te worden vraagt om inzet om uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Ontwikkelingen dragen bij aan een robuuster watersysteem. Ontwikkelingen zijn zoveel als mogelijk klimaatbestendig.
Regionale Energie Strategie (2021) Inleiding De energietransitie zorgt voor grote uitdagingen in Nederland. Als we de jeugd een duurzame toekomst willen geven, dan kunnen we niet wachten en moeten we nu echt aan de slag. Dat begint bij onszelf en onze omgeving. Die gaat de komende jaren veranderen, dat is niet altijd makkelijk maar verandering biedt ook kansen.
In 2019 zijn landelijk heldere afspraken gemaakt in het Klimaatakkoord. De belangrijkste afspraak is de CO2-uitstoot in 2030 met 49% te laten afnemen ten opzichte van 1990. In de 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen met 95% afgenomen zijn. Dit is nodig om de opwarming van de aarde niet verder te laten oplopen dan 1,5 graden Celsius.
Inventarisatie Op basis van deze nationale afspraken zijn voor Noord-Holland Zuid de consequenties en mogelijkheden in beeld gebracht. De RES 1.0 bevat die voorstellen. Het is de uitkomst van een intensief meerjarig samenwerkingstraject tussen gemeenten, waterschappen, provincie en netbeheerders. Op basis hiervan doet de RES-regio een ambitieus bod om in 2030 2,7 TWh hernieuwbare energie op te wekken. Op dit moment wordt al 0,7 TWh opgewekt.
Bovenop deze ambitie is nog meer mogelijk: de ‘theoretische potentie’ in Noord-Holland Zuid is in totaal 3,0 TWh. Dit biedt ruimte om in de verdere uitwerking van de plannen op zoek te gaan naar de best passende oplossingen. Daarbij wordt gekeken naar draagvlak, ruimtelijke inpassing en een efficiënte inzet van de energie-infrastructuur.
Zoekgebieden In het RES-proces in Noord-Holland Zuid zijn 32 zoekgebieden aangemerkt voor de opwek van zonne- en windenergie. In de RES 1.0 staan verschillende soorten zoekgebieden met elk hun eigen kansen en uitdagingen. Algemene zoekgebieden voor zonne-energie zijn grote daken, parkeerplaatsen en geluidsschermen. Daarnaast zijn er plaatsgebonden zoekgebieden voor zonne- of windenergie, zoals grond langs wegen of kanalen en grond op of rond bedrijventerreinen. Deze plaatsgebonden zoekgebieden staan op de kaarten van de deelregio’s in de RES. Daarbij is aangegeven of het gaat om een zoekgebied voor zonnepanelen (geel) of windturbines (blauw) of een combinatie van beide (groen). De zoekgebieden zijn nu nog ruim genomen. In het vervolgproces gaan we samen met de omgeving en belanghebbenden bepalen wat de meest geschikte plek is voor de zonnepanelen of windturbines.
Wat betekent dit voor de Gooi en Vechtstreek en Hilversum De theoretische potentie voor de opwekking van duurzame energie in de zoekgebieden in Gooi en Vechtstreek is 229 GWh (0,23 TWh). Deze potentie bestaat uit de huidige opwek (30 GWh) en de opwek uit zoekgebieden (199 GWh).
Voor Gooi en Vechtstreek zet de RES in op een combinatie van opwekken van zonne-energie en energiebesparing. Kansen voor het opwekken van zonne-energie worden vooral gezien op grote daken (178,5 GWh), boven parkeerplaatsen (13,8 GWh), op geluidschermen (3,7 GWh) en in zonneweides (3 GWh). Er worden geen kansen gezien voor het opwekken van windenergie. De randen van vliegveld Hilversum zijn in beeld voor het opwekken van zonneenergie op land. Ook Crailo is als bijzonder zoekgebied aangewezen.
Energiebesparing In Gooi en Vechtstreek is de gebouwde omgeving verantwoordelijk voor 58 procent van de CO2-uitstoot in de regio. Het energiebesparingspotentieel in de regio bedraagt 43 procent ten opzichte van de uitstoot in 2016. Om deze reden ligt de nadruk van de energietransitie in de regio op energiebesparing. Vanuit de gedachte ‘wat je bespaart, hoef je ook niet op te wekken’, is dit de meest effectieve manier om de CO2-uitstoot te verminderen. De regio richt zich daarbij op alle inwoners, bedrijven en instellingen. Uitgangspunt is dat iedere partij verantwoordelijkheid neemt om een concrete bijdrage te leveren aan de landelijke opgave uit het Klimaatakkoord: een reductie van de uitstoot van CO2 met 49 procent in 2030 ten opzichte van 1990.
Gooi en Vechtstreek heeft weinig vrije ruimte; het landschap om de kernen is grotendeels cultuur- of natuurlandschap en de kernen hebben veelal een beschermde status. Dit zorgt ervoor dat er weinig plekken zijn waar grootschalige opwekking van duurzame energie, zoals zonneweides en windturbines, inpasbaar is. Uitgangspunt voor de energietransitie is dat de toekomstige energiemix passend dient te zijn bij de unieke regionale landschappelijke en gebiedskwaliteiten en de economische kansen van het gebied. Dit betreft zowel de hernieuwbare energie in de ondergrond, als op de bovengrond en in de bebouwde omgeving. Hiermee rekening houdend staat de ambitie om een klimaatneutrale regio in 2050 te zijn. Daarnaast zoekt de regio naar andere mogelijkheden om bij te dragen aan de energietransitie. Zo zet Gooi en Vechtstreek extra in op energiebesparing en vermindering van CO2-uitstoot door extra inzet op de verduurzaming van bebouwing en de aanpak van bodemdaling in het veenweidegebied.
Provinciale Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 (2018) Hoofdambitie Noord-Holland heeft een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richt Noord-Holland zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven.
Sturingsfilosofie De provincie gaat uit van het principe ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’, gelet op de diversiteit aan regio’s, om ruimte te bieden aan maatwerk en om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. Hierbij staat de opgave centraal. Dat bepaalt de wijze van sturing en samenwerking.
Ambities In de POVI zijn acht ambities beschreven, voor de leefomgeving, het gebruik van de leefomgeving en de energietransitie.
Leefomgeving We staan voor een gezonde en veilige basiskwaliteit van de leefomgeving, maar sluiten een verhoging van deze ambitie in de toekomst niet uit.
Klimaatverandering Onze ambitie is een klimaatbestendig en waterrobuust Noord-Holland. We zetten ons in om gebiedsgericht en in gezamenlijkheid met de partners die daar mede voor verantwoordelijk zijn de bodemdaling in veenweidegebieden af te remmen, te stoppen en zo mogelijk te herstellen.
Gezondheid en veiligheid Onze ambitie is het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. In elk geval voldoen we aan de wettelijke normen, en waar mogelijk zoeken we ruimte voor verbetering. We spannen ons in om samen met onze partners zo spoedig mogelijk aan de KRW-normen voor water en aan de WHO-normen voor luchtkwaliteit te voldoen, doch uiterlijk in 2027 wat betreft de KRW-normen en 2050 wat betreft de WHOnormen.
Biodiversiteit en natuur Onze ambitie is om de biodiversiteit in Noord-Holland te vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt. Zoals een gezonde leefomgeving, economisch duurzame landbouw, bodem- en waterkwaliteit, aantrekkelijke verstedelijking en klimaatadaptatie.
Gebruik van de leefomgeving We willen ruimtelijk ontwikkelingen faciliteren, onder voorwaarde van behoud en ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit.
Economische transitie Onze ambitie is een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. We bieden daarom ruimte aan de ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten.
Wonen en Werken Onze ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt.
Mobiliteit Onze ambitie is dat de inwoners en bedrijven van Noord- Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. We sturen op een optimale afstemming tussen ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur. We streven naar een vorm van basisbereikbaarheid voor kleine kernen.
Landschap Onze ambitie is het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie.
Energietransitie
Onze ambitie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op (een maximale inzet op opwekking van) hernieuwbare energie. Daarom bieden we de ruimte aan de noodzakelijke energietransitie en daarvoor benodigde infrastructuur. Rekening houdend met de ambities voor verstedelijking en landschap. We monitoren de ontwikkeling van de energievraag, het aandeel duurzame energie en de hoogte van de CO2-uitstoot.
Hoofdkeuzes In aanvulling op de acht ambities worden 21 hoofdkeuzes beschreven:
Ontwikkelingen en beheer zijn passend bij de waarden, de karakteristiek en het draagvermogen van het landschap. Nieuwe ontwikkelingen zijn zo veel mogelijk natuurinclusief. Nieuwe ruimtelijk-economische ontwikkelingen worden zo veel mogelijk ruimtelijk geclusterd op locaties nabij OV-, weg-, energie- en data-knooppunten. Bij nieuwe ontwikkelingen worden de effecten op de ondergrond meegewogen. Bij nieuwe ontwikkelingen in de kustzone wordt aangesloten bij de verscheidenheid en karakteristieken van de kustlandschappen en aanliggende grote wateren. Bij nieuwe ontwikkelingen in de wateren (Noordzee, Waddenzee, IJsselmeer, Markermeer, IJmeer en Gooimeer) wordt aangesloten op de karakteristieken van de kustlijnen. Ecologische verbindingen worden behouden en aangevuld, met oog op robuuster maken van het ecologisch systeem in de kustgebieden, inclusief de grote wateren. Wonen en werken worden zoveel mogelijk binnenstedelijk gerealiseerd en geconcentreerd. Om de groei van het verkeer in de metropool in goede banen te leiden moet worden geïnvesteerd in alle verkeersnetwerken, het regionaal OV en fietsnetwerk en auto, waarbij de grotere behoefte aan ruimte voor regionaal verkeer boven interregionaal en doorgaand verkeer wordt gefaciliteerd. Versterken van het landschap als onderdeel van het metropolitaan systeem.