Bijlage 3 : Ontwerp ChwBP1221_Toelichting en regels
Tekst van het document
Ter plaatse van dit werkingsgebied is een tankstation toegestaan zonder LPG.
Laboratoria
Ter plaatse van dit werkingsgebied is het exploiteren van een laboratorium toegestaan.
Ondergrondse parkeergarage
Ter plaatse van dit werkingsgebied is parkeren in een ondergrondse of halfverdiepte parkeergarage toegestaan.
Houden van een kantoor
Ter plaatse van dit werkingsgebied is het houden van een kantoor toegestaan.
Gemengde activiteiten Ter plaatse van dit werkingsgebied zijn het verrichten van maatschappelijke diensten toegestaan. Uitsluitend op de begane grond zijn het verlenen van diensten en het exploiteren van een bedrijf behorende tot ten hoogste milieucategorie 3 toegestaan. Deze bedrijven moeten tevens zijn opgenomen in de bij de regels opgenomen bijlage Staat van bedrijfsactiviteiten. Verrichten van maatschappelijke diensten
Ter plaatse van dit werkingsgebied zijn maatschappelijke diensten toegestaan.
Evenemententerrein
Ter plaatse van dit werkingsgebied is het toegestaan om evenementen te houden.
Exploiteren van een horeca-inrichting
Ter plaatse van dit werkingsgebied is het exploiteren van een horeca-inrichting toegestaan, mits deze uitsluitend op de begane grond plaatsvindt, tot categorie A, B en C behoort en is opgenomen in de bij de regels behorende bijlage Module horeca.
Exploiteren van een Ter plaatse van dit werkingsgebied is het exploiteren van een detailhandelsvestiging detailhandelsvestiging met bijbehorende voorzieningen toegestaan. Sportactiviteiten
Ter plaatse van dit werkingsgebied zijn recreatieve en sportactiviteiten toegestaan.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 68 van 82
Activiteit
Toelichting regeling
Gemeentelijke monumenten
Ter plaatse van dit werkingsgebied zijn gemeentelijke monumenten toegestaan. In het artikel is bepaald dat het verboden is om het gebruik te wijzigen zonder omgevingsvergunning.
Activiteiten die verband houden met railverkeer
Ter plaatse van het werkingsgebied 'railverkeer' is het gebruiken van bouwwerken en/of gronden toegestaan ten behoeve van railverkeer.
7.3.2
Benutten van de fysieke leefomgeving
Binnen 1221 kunnen drie verschillende type gebieden worden onderscheiden: de consolidatiegebieden, de moderniseringsgebieden en de ontwikkellocaties (figuur 7.1). De consolidatiegebieden binnen 1221 zijn gebieden waar consolidatie van het bestaande het uitgangspunt is. De huidige inrichting en de bestaande structureren worden in stand gehouden en er vinden geen ingrijpende functies plaats. De consolidatiegebieden bestaan uit de bestaande woonwijken Geuzenbuurt, Elektrobuurt, Kleine Driftbuurt en Villa Industria. De moderniseringsgebieden zijn gebieden waar vernieuwing en menging van functies centraal staat. Veranderingen zijn mogelijk, met het oog op het behoud van de kwaliteit. Wonen, werken en leven moet naast elkaar bestaan. De moderniseringsgebieden bevinden zich met name langs de toegangswegen en bestaan uit de Larenseweg, de Minckelersstraat en de Spoorzone. De ontwikkellocaties zijn gebieden binnen de moderniseringsgebieden waar een ingrijpende verandering in hoofdfuncties gewenst is. De gebieden worden volledig herontwikkeld tot (hoog)stedelijk woon- en werkgebieden met een hoge omgevingskwaliteit. De nu bekende ontwikkellocaties betreffen het Hunkemöllerterrein, het Venetapark, Van Son, de Wybertjesfabriek, de Grote Sigarenfabriek en de Zuiderweg/Lijsterweg. In het Beeldkwaliteitsplan+ zijn gebiedspaspoorten opgesteld voor deze ontwikkellocaties.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 69 van 82
Figuur 7.1 Consolidatiegebieden (blank), moderniseringsgebieden (rood, geel en blauw) en ontwikkellocaties (rood gestreept). In artikel 11 en artikel 12 van de regels zijn deze gebieden gekoppeld aan de volgende werkingsgebieden, waar specifieke regelingen voor gelden: Consolidatiegebied Geuzenbuurt; Consolidatiegebied Elektrobuurt; Consolidatiegebied Kleine Driftbuurt; Consolidatiegebied Villa Industria; Moderniseringsgebied Larenseweg; Moderniseringsgebied Minckelersstraat; Moderniseringsgebied Spoorzone; Gebiedspaspoort Grote Sigarenfabriek; Gebiedspaspoort Wybertjesfabriek; Gebiedspaspoort Van Son; Gebiedspaspoort Hunkemöller; Gebiedspaspoort Venetapark; Gebiedspaspoort Zuiderweg/Lijsterweg. Per werkingsgebied zijn allereerst oogmerken opgesteld. De oogmerken beschrijven de karakteristieken van de buurt en wensen op het gebied van stedenbouw, functie(menging) en de openbare ruimte. De oogmerken vormen het toetsingskader bij het al dan niet toestaan van
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 70 van 82
nieuwe activiteiten. In het licht van deze oogmerken zijn per werkingsgebied in artikel 11 van de regels gebruiksactiviteiten toegestaan. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in activiteiten die direct zijn toegestaan en activiteiten die met een vergunning zijn toegestaan. De activiteiten die bij voorbaat strijdig zijn met het Chw-bestemmingsplan, zijn opgenomen in artikel 11.18. Activiteiten die direct zijn toegestaan Voor de consolidatiegebieden en de moderniseringsgebieden geldt over het algemeen dat bestaande activiteiten, zoals vastgelegd is artikel 10 van de regels, direct zijn toegestaan. Ook activiteiten die verband houden met verkeer en verblijven, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en nutsvoorzieningen zijn direct toegestaan. Deze activiteiten mogen echter niet strijdig zijn met het oogmerk van het werkingsgebied. Ook mag er geen sprake is van een nadelige invloed op de normale verkeersafwikkeling en wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Aanvullend hierop is de opwekking van duurzame energie direct toegestaan, mits er sprake is van een kleinschalige gebouwgebonden opwekking en er geen sprake is van bodemenergiesystemen met een effect buiten de kavelgrens. Voor de activiteit wonen geldt aanvullend dat voor nieuwe woningen niet minder dan 33% van de toekomstige woningen in het plangebied mag worden gebouwd voor sociale woningbouw.
Niet minder dan 50% van de woningen in het plangebied mag worden gebouwd als middeldure huur. Activiteiten die met een vergunning zijn toegestaan Het onderscheid tussen de consolidatiegebieden en de moderniseringsgebieden ligt vooral in de activiteiten die met een omgevingsvergunning zijn toegestaan. Het gaat hierbij om een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit. Een binnenplanse omgevingsactiviteit is een activiteit die voldoet aan de regels in het Chw-bestemmingsplan, maar waar toch een vergunningplicht voor geldt. Voor de consolidatiegebieden is, aanvullend op de bestaande activiteit, met een omgevingsvergunning de activiteit wonen mogelijk, met een daarbij behorende beroep- of bedrijfsmatige activiteit. Voor de moderniseringsgebieden zijn, aanvullend op de bestaande activiteit, met een omgevingsvergunning de activiteiten wonen, met een daarbij behorende beroep- of bedrijfsmatige activiteit, het verlenen van diensten, het exploiteren van een bedrijf tot maximaal milieucategorie 2, het verrichten van maatschappelijke diensten en het houden van een kantoor mogelijk. Het exploiteren van een horeca-inrichting of een detailhandelsvestiging is alleen op de huidige locaties mogelijk in 1221. Dit is in lijn met het Horecakader (paragraaf 4.4.10) en het Detailhandelskader (paragraaf 4.4.11). Aan de omgevingsvergunningen zijn voorwaarden verbonden.
Zo mag de activiteit niet strijdig zijn met de specifieke oogmerken van de werkingsgebieden, moet een veilige en gezonde fysieke leefomgeving worden gewaarborgd, moet een evenwichtige toedeling van functies aan gebieden worden gegeven, moet het aantal arbeidsplaatsen behouden blijven, mogen geen nadelige invloeden op de verkeersafwikkeling plaatsvinden en moeten voldoende parkeergelegenheden worden gerealiseerd. Ook dient te worden voldaan aan de indieningsvereisten, zoals opgenomen in artikel 14 van de regels. In paragraaf 7.4 wordt hier verder op ingegaan. Voor de activiteit wonen gelden aanvullende voorwaarden. Zo mogen er in het plangebied 1221 tot 2030 niet meer dan 1.150 zelfstandige woningen worden toegevoegd boven op het aantal woningen dat aanwezig is of legaal kon worden gebouwd op het moment direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit Chw-bestemmingsplan. Voor 2040 geldt een maximum van (in totaal) 1.800 zelfstandige woningen. Verder geldt ook dat niet minder dan 33% van de toekomstige woningen in het plangebied mag worden gebouwd als sociale woningbouw en niet minder dan 50% van de toekomstige woningen in het plangebied mag worden gebouwd als middeldure huur.
Meervoudige bewoning is enkel toegestaan, indien de kwaliteit, het woongenot en de gebruiksmogelijkheden van de bouwwerken en het woongenot op en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast en er geen overconcentratie aan meervoudige bewoning ontstaat. In de consolidatiegebieden is de activiteit wonen niet toegestaan ter plaatse van het werkingsgebied 'exploiteren van een bedrijf',
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 71 van 82
dit om de kleine bedrijvigheid op de achterterreinen te behouden. In de moderniseringsgebieden is deze gebruikswijziging wel toegestaan, mits zoals eerder genoemd, het aantal arbeidsplaatsen behouden blijft. Dit in lijn met de ambitie van de Gebiedsagenda. 7.3.3
Bouwactiviteiten, aanlegactiviteiten en sloopactiviteiten
In artikel 12 zijn algemene en specifieke regels per werkingsgebied opgenomen over het bouwen van hoofdgebouwen, het bouwen van bijbehorende bouwwerken en het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde. In de algemene bouwregels is geborgd dat niet meer woningen worden gebouwd, dan in beleid vastligt en waar de onderzoeken op gebaseerd zijn. Bovendien is een minimaal percentage sociale huurwoningen en middeldure huurwoningen opgenomen, waarbij wordt verwezen naar de doelgroepenverordening die tevens is geïntegreerd in dit Chw-bestemmingsplan. Tot slot is bij de algemene bouwregels bepaald dat voor grotere ontwikkelingen (meer dan 11 woningen en/of meer dan 500 m 2 bvo werkfuncties) een gebiedspaspoort door de raad dient te worden vastgesteld. Voor de gebiedspaspoorten gelden in beginsel dezelfde regels als voor de consolidatiegebieden en moderniseringsgebieden, afhankelijk tot welk werkingsgebied zij toebehoren (elk gebiedspaspoort behoort tot een consolidatiegebied of moderniseringsgebied). Aanvullend hierop geldt, middels een dynamische verwijzing, dat voor gebruiksactiviteiten de regels gelden die zijn opgenomen in hoofdstuk 4 van het op 8 december 2021 door de gemeenteraad vastgestelde Beeldkwaliteitsplan+ 1221 Hilversum, welke is bijgevoegd als bijlage bij de regels. Indien een opvolger wordt vastgesteld, zijn die regels van toepassing.
De regelingen voor de consolidatiegebieden en moderniseringsgebieden vertonen grote overeenkomsten, hoewel de oogmerken per werkingsgebied verschillen. Voor de gebiedspaspoorten gelden wederom dezelfde regels als voor de consolidatiegebieden en moderniseringsgebieden, afhankelijk tot welk werkingsgebied zij toebehoren. Wel kan gekozen worden voor een hogere bouwhoogte op locaties waar een stedenbouwkundig accent gewenst is, tot maximaal 25 meter mits ook minimaal 1.000 m2 groen wordt gerealiseerd. Aanvullend hierop gelden ook, middels een dynamische verwijzing, de regels voor bouwactiviteiten die zijn opgenomen in hoofdstuk 4 van het op 8 december 2021 door de gemeenteraad vastgestelde Beeldkwaliteitsplan+ 1221 Hilversum, welke is bijgevoegd als bijlage bij de regels. Indien een opvolger wordt vastgesteld, zijn die regels van toepassing. Hieronder wordt per bouwactiviteit de regels nader toegelicht. Tot slot zijn in dit artikel algemene regels opgenomen voor de aanlegactiviteiten i.v.m. archeologische waarden, de bouw- en sloopactiviteiten voor gemeentelijke monumenten, de bescherming van het stadsgezicht, het bouwen ter plaatse van verontreinigde grond en waterinfiltratie. Aanlegactiviteiten archeologische waarden Ter plaatse van het werkingsgebied 'archeologische waarden' gelden specifieke regels voor aanlegactiviteiten.
Er is onderscheid gemaakt in aanlegactiviteiten waarvoor een omgevingsvergunning nodig is, zoals voor het uitvoeren van grondbewerkingen die dieper reiken dan 0,40 meter en een planomvang hebben van meer dan 100 m2. Een omgevingsvergunning wordt enkel verleend indien de activiteit niet leidt tot een verstoring van het archeologisch materiaal of technische maatregelen worden getroffen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden. Bouw- en sloopactiviteiten gemeentelijke monumenten Vanuit de monumentenverordening van de gemeente Hilversum is de regel geïntegreerd in voorliggend Chw-bestemmingsplan dat ter plaatse van het werkingsgebied 'gemeentelijke monumenten' het verboden is om zonder, of in afwijking van een omgevingsvergunning een gemeentelijk monument in enig opzicht te wijzigen of te herstellen op een wijze dat het wordt ontsierd. Ook is het verboden om het monument geheel of gedeeltelijk te slopen.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 72 van 82
Bescherming stadsgezicht Vanuit de monumentenverordening van de gemeente Hilversum zijn de regels ter bescherming van het stadsgezicht geïntegreerd in voorliggend Chw-bestemmingsplan. Bouwen ter plaatse van verontreinigde grond Vanuit de omgevingsverordening 'bouwen' van de gemeente Hilversum is de regel geïntegreerd dat voor het bouwen van een bouwwerk ter plaatse van verontreinigde grond aanvullende regels gelden, zoals het overleggen van een onderzoeksrapport en een goedgekeurd saneringsplan. Waterinfiltratie Conform het gemeentelijke watermanagementplan (paragraaf 4.4.13) is een algemene bouwregel vastgelegd dat in het plangebied voldoende ruimte gereserveerd dient te worden voor het bergen en infiltreren van het hemelwater. Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning moet middels een hemelwaterplan worden aangetoond dat de beoogde ontwikkeling hydrologisch neutraal geschiedt. Hierin moet worden onderbouwd dat er voldaan wordt voldaan aan de bergingseis van T=100 neerslagsituatie. Bouwen van hoofdgebouwen Voor de verschillende bouwactiviteiten (wonen, exploiteren van een bedrijf etc.) zijn per werkingsgebied regels opgenomen. De regels voor de maximale goot- en bouwhoogte verschillen voor de consolidatie- en moderniseringsgebieden. Voor de consolidatiegebieden geldt een algemene goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 10 meter.
Voor de moderniseringsgebieden geldt, conform de Gebiedsagenda, een algemene bouwhoogte van 15 meter. In bepaalde gebieden waar afwijkende bouwhoogtes gelden, is dit opgenomen op de verbeelding. Er wordt, in lijn met het Casco, niet meer gewerkt met bouwvlakken. Er zijn daarentegen specifieke regelingen opgenomen over de bebouwingsdiepte, positionering van het hoofdgebouw en het bebouwingspercentage van het terrein, soms gekoppeld aan maatvoeringsvlakken op de verbeelding. Bij het bouwen van hoofdgebouwen moet verder worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid en moet worden voldaan aan de algemene beeldkwaliteitscriteria uit het Beeldkwaliteitsplan+. In lijn met de Leidraad natuurinclusief bouwen (paragraaf 4.4.9) dient binnen 2 jaar na de start van het bouwen voldoende maatregelen te zijn gerealiseerd in het kader van natuurinclusief bouwen. Het is verder verboden om woningen om bestaande bouwwerken te verbouwen met als doel deze geschikt te maken voor meervoudige bewoning. In afwijking hiervan is meervoudige bewoning in de moderniseringsgebieden wel toegestaan indien wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, er geen overconcentratie ontstaat en de kwaliteit, het woongenot en de gebruiksmogelijkheden van de bouwwerken en het woongenot op en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast.
Bouwen van bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken zijn voor alle consolidatiegebieden en moderniseringsgebieden dezelfde regels opgenomen die gaan over bebouwingspercentage, grootte, bouwhoogte en de maximale breedte naast de afstand tot aan het hoofdgebouw. Deze regels sluiten aan bij de uniforme regels zoals zij gelden in de rest van Hilversum.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 73 van 82
Bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn voor alle consolidatiegebieden en moderniseringsgebieden dezelfde regels opgenomen die gaan over bebouwingspercentage, grootte, bouwhoogte en de maximale breedte naast de afstand tot aan het hoofdgebouw. Deze regels sluiten aan bij de uniforme regels zoals zij gelden in de rest van Hilversum.
7.4
Procesregels omgevingsvergunningen
7.4.1
Aanvragen omgevingsvergunningen gebruiks- en bouwactiviteiten
In artikel 14 zijn aanvullende procedureregels meegegeven voor de omgevingsvergunningaanvragen voor gebruiks- en bouwactiviteiten. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen algemene omgevingsvergunningsaanvragen en aanvragen voor omgevingsvergunningen voor grote ontwikkelingen. Het gebruik of bouwen van meer dan 11 woningen of meer dan 500 m2 bvo aan andere activiteiten (exploiteren van een bedrijf, verlenen van diensten etc.) wordt gezien als grote ontwikkeling. Daarbij is aangesloten bij het begrip nieuwe stedelijke ontwikkeling uit het (voormalige) Besluit ruimtelijke ordening. Een stedelijke ontwikkeling is 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Als een project een nieuwe stedelijke ontwikkeling is dan moet daarvoor de 'ladder voor duurzame verstedelijking' worden toegepast. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een streng motiveringsvereiste als een nieuwe stedelijke ontwikkeling planologisch mogelijk worden gemaakt. In de jurisprudentie is in een zogenoemde overzichtsuitspraak van de Afdeling bestuursrechtzaak van de Raad van State van 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724) dat begrip nader begrensd. Zo wordt een plan voor 11 of minder woningen of 500 m 2 bvo aan andere activiteiten niet gezien als een stedelijk ontwikkeling.
Voor algemene omgevingsvergunningsaanvragen dient een omschrijving van het initiatief te worden ingediend, evenals een onderbouwing waaruit blijkt dat wordt voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en een veilige gezonde fysieke leefomgeving. Indien een veilige, gezonde fysieke leefomgeving op voorhand niet kan worden gewaarborgd moet dit met behulp van onderzoeken worden aangetoond. Het kan hierbij gaan om alle aspecten van de fysieke leefomgeving. Vooruitlopend op de Omgevingswet dient ook een omschrijving te worden ingediend waarop participatie heeft plaatsgevonden. Verder dient een onderbouwing te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de beeldcriteria uit het Beeldkwaliteitsplan en dient een Realisatieplan Natuurinclusief bouwen te worden ingediend, waaruit blijkt dat er natuurinclusief wordt gebouwd.
Voor de grotere ontwikkelingen wordt door de gemeente, samen met de initiatiefnemer een proces doorlopen. Eerst wordt door de gemeente, in samenwerking met de initiatiefnemer een gebiedspaspoort opgesteld en vastgesteld door de gemeenteraad, waarin de harde randvoorwaarden en stedenbouwkundige opzet van het plan wordt opgenomen. Aan de hand van het gebiedspaspoort wordt door de initiatiefnemer een Locatie Ontwikkel Plan opgesteld, met daarin een beschrijving van het initiatief, een plan voor participatie, een mobiliteitsplan en een onderbouwing dat wordt voldaan uit de ambities van de Gebiedsagenda, de beeldkwaliteitscriteria uit het Beeldkwaliteitsplan+, past binnen de kaders van het gebiedspaspoort en voldoet aan een veilige en gezonde leefomgeving. Indien een veilige, gezonde fysieke leefomgeving op voorhand niet kan worden gewaarborgd moet dit met behulp van onderzoeken worden aangetoond. Het kan hierbij gaan om alle aspecten van de fysieke leefomgeving. Ook dient een realisatieplan natuurinclusief bouwen te worden ingediend, in lijn met de Leidraad natuurinclusief bouwen van de gemeente. Het LOP wordt uiteindelijk beoordeeld. Gedurende dit proces wordt een intentieovereenkomst gesloten tussen de gemeente en initiatiefnemer, welke later wordt opgevolgd door een anterieure overeenkomst.
Deze stappen resulteren in een aantal indieningsvereisten die in artikel 14.2 zijn opgenomen.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 74 van 82
7.4.2
Aanvragen omgevingsvergunningen aanlegactiviteiten
Ter plaatse van het werkingsgebied archeologische waarden, dient de aanvrager voor de aanlegactiviteit een deskundig archeologisch rapport te overhandigen, waaruit blijkt dat archeologische waarden beschermd blijven. Hieraan zijn enkele procedurevoorschriften verbonden, waarbij de Monumentencommissie en Stichting Cultureel Erfgoed om advies wordt gevraagd. 7.4.3
Aanwijzing gemeentelijke monumenten
Vanuit de Monumentenverordening zijn in voorliggend Chw-bestemmingsplan, als pilot, regels geïntegreerd over de aanwijzingsprocedure van gemeentelijke monumenten. De regels zijn overgenomen uit de Monumentenverordening en gaan over de benodigde bepalingen voor een aanwijzingsprocedure, de voorbescherming van aan te wijzen gemeentelijke monumenten, het wijzigen van een aanwijzing en het intrekken van een aanwijzing. 7.4.4
Aanvragen omgevingsvergunning gemeentelijke monumenten
Voor een omgevingsvergunning voor gebruiksactiviteiten, bouwactiviteiten en/of sloopactiviteiten met betrekking tot een gemeentelijk monument, geldt aanvullend dat er advies moet worden ingewonnen bij de Commissie voor Welstand en Monumenten. Een omgevingsvergunning kan pas worden verleend indien naar oordeel van burgemeester en wethouder het belang van monumentenzorg in acht is genomen. 7.4.5
Vaststellen gebiedspaspoort
In het Chw-bestemmingsplan is opgenomen dat voordat de raad een (nieuw) gebiedspaspoort vaststelt, de omgeving heeft kunnen reageren op een concept gebiedspaspoort. Het college geeft aan advies aan de raad (doet een voorstel) waarbij de reactie vanuit de omgeving wordt betrokken.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 75 van 82
Hoofdstuk 8 Monitoring
In dit hoofdstuk is het monitoringsplan voor de omgevingswaarden 'Groene pleinen' en 'Speelvoorzieningen' omschreven. Ook is beschreven op welke manier de regelingen in het bestemmingsplan zijn gehandhaafd. De regels ten aanzien van de monitoring zijn opgenomen in artikel 19 van de regels.
8.1
Monitoring omgevingswaarde groene pleinen
Voor de omgevingswaarde 'Groene pleinen' is een nulmeting uitgevoerd, waarbij de huidige situatie is vastgelegd. Uit deze nulmeting is naar voren gekomen dat acht bestaande pleinen in aanmerking komen voor vergroenen, te weten: 1. Ampèrestraat/Siemensstraat; 2. Voltastraat/Wattstraat; 3. Ohmstraat/Bellstraat; 4. Galvanistraat; 5. Kleine Drift/Minckelersstraat; 6. Jac. P. Thijsseplein; 7. Pelikaanstraat/Veenhof; 8. Lijsterweg/Liebergerweg. Vervolgens wordt elke twee jaar een monitoring uitgevoerd. De monitoring wordt uitgevoerd door het tellen van het aantal groene pleinen en het bepalen van het aandeel groen op de acht pleinen binnen 1221. Indien op het monitoringsmoment blijkt dat het aantal van drie groene pleinen in 2023 niet is gehaald, geven burgemeester en wethouders aan hoe dit aantal zo snel mogelijk wordt bereikt en zien burgemeester en wethouders toe dat zo snel mogelijk sprake is van drie groene pleinen. Indien op een monitoringsmoment blijkt dat het aantal van drie groene pleinen is gehaald, maar dat er minder dan zes pleinen in 2030 zijn vergroend, geven burgemeester en wethouders aan op welke manier het zich inspant om het aantal van zes groene pleinen te behalen. Het postcodegebied 1221 heeft een homepage (https://1221.hilversum.nl) waarop de nodige informatie te vinden is over het project Groene Loper, waarbinnen deze groene pleinen worden uitgevoerd.
Op deze website wordt de komende jaren bijgehouden welke pleinen en op welke wijze zijn uitgevoerd.
8.2
Monitoring omgevingswaarde speelvoorzieningen
Voor de omgevingswaarde 'Speelvoorzieningen' is een nulmeting uitgevoerd door de reeds in en nabij het plangebied aanwezige speelplaatsen in kaart te brengen, onderverdeeld naar speelplaatsen voor 0 - 4 jaar, 4 - 12 jaar en 12 - 18 jaar. Rondom deze speelplaatsen zijn verzorgingsgebieden ingetekend. De verzorgingsgebieden zijn: Categorie speelplaats 0-4 jaar: verzorgingsgebied betreft een gebied met een straal van 400 meter vanaf de grens van de speelplaats; Categorie speelplaats 4-12 jaar: verzorgingsgebied betreft een straal van 800 meter vanaf de locatie van de grens van de speelplaats; Categorie speelplaats 12-18 jaar: verzorgingsgebied betreft een straal van 1.200 meter vanaf de grens van de speelplaats.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 76 van 82
Figuur 8.1 Aanwezige speelvoorzieningen met vezorgingsgebied Elke twee jaar wordt een monitoring uitgevoerd. De monitoring wordt uitgevoerd door het op kaart zetten de aanwezige speelvoorzieningen en hun verzorgingsgebieden op kaart te zetten, per categorie speelplaats te bepalen welk oppervlakte van het plangebied gedekt wordt door het verzorgingsgebied (uitgedrukt in percentage) en het verschil in dekking ten opzichte van de nulmeting te berekenen.
Indien op het monitoringsmoment blijkt dat een dekking van 80% in 2025 niet is gehaald, geven burgemeester en wethouders aan hoe deze 80% dekking zo snel mogelijk wordt bereikt en zien burgemeester en wethouders toe op het zo snel mogelijk bereiken van de gewenste 80% dekking. Indien uit een monitoringsmoment blijkt dat een dekking van 80% is gehaald, maar dat er nog geen volledig dekkend netwerk van speelvoorzieningen aanwezig is in 2030, geven burgemeester en wethouders aan op welke manier het zich inspant om een dekking van 90% te bereiken. Het postcodegebied 1221 heeft een homepage (https://1221.hilversum.nl). Op deze website wordt de komende jaren bijgehouden welke pleinen en op welke wijze zijn uitgevoerd. Monitoring woningen In dit Chw-bestemmingsplan zijn regels opgenomen ten aanzien van de woningcategorieën voor nieuwe woningen in het plangebied 1221. Er geldt dat voor nieuwe woningen niet minder dan 33% van de toekomstige woningen in het plangebied mag worden gebouwd voor sociale woningbouw. Niet minder dan 50% van de woningen in het plangebied mag worden gebouwd als middeldure huur. Tevens wordt geregeld dat er in het plangebied 1221 tot 2030 niet meer dan 1.150 zelfstandige woningen worden toegevoegd boven op het aantal woningen dat aanwezig is of legaal kon worden gebouwd op het moment direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit Chw-bestemmingsplan.
Voor 2040 geldt een maximum van (in totaal) 1.800 zelfstandige woningen. Het aantal nieuwe woningen wordt onder andere bijgehouden via het verlenen van omgevingsvergunningen. De realisatie van nieuwe woningen zal voornamelijk plaatsvinden binnen de vastgestelde gebiedspaspoorten. Hiervoor worden tevens anterieure overeenkomsten gesloten waarbinnen ook afspraken worden gemaakt ten aanzien van de woningcategorieën. Op de website (https://1221.hilversum.nl) worden de ontwikkelingen binnen de gebiedspaspoorten bijgehouden en inzichtelijk gemaakt. Tevens wordt de realisatie van woningen binnen Hilversum bijgehouden middels de 'Teller van Heller' (zie Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 77 van 82
www.hilversum.nl/Home/Inwoner/Werkzaamheden_en_projecten/Projecten/Woonagenda). Om inzichtelijk te maken hoever de plannen zijn voor het bouwen van kleinere huizen, is de Teller van Heller geintroduceerd, vernoemd naar wethouder Heller. Met de Teller laat de gemeente Hilversum zien hoeveel woningen voor een- en tweepersoonshuishoudens zijn gebouwd, hoeveel er zijn opgenomen in de bestemmingsplannen en hoeveel er op korte termijn kunnen aankomen
8.3
Handhaving
Het bestemmingsplan is bindend voor burgers, bedrijven, maatschappelijke instellingen en voor de overheid zelf. Het afdwingen van het naleven van het bestemmingsplan is, met behoud van ieders verantwoordelijkheid, in eerste instantie een taak van de gemeentelijke overheid. Er is veel aandacht besteed aan voorlichting met betrekking tot de consequenties die een gevolg zijn van het vaststellen van dit bestemmingsplan. Daarnaast is er veel aandacht voor een effectieve en doelgerichte controle op zaken die in het bestemmingsplan zijn geregeld. Voor de controle en handhaving van het bestemmingsplan is samenwerking in brede zin een noodzaak. In het plangebied is een scala aan regelgeving van toepassing, zoals de Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet milieubeheer, de Provinciale Milieuverordening, de Algemene Plaatselijke Verordening, die samenwerking binnen de overheid noodzakelijk maakt. Op die manier kan het hoge ambitieniveau gestalte krijgen. Het zich niet houden aan de regels doet afbreuk aan de kwaliteit van het plangebied; daadwerkelijke handhaving heeft voor de samenleving een belangrijke waarde. Tegen illegale situaties zal worden opgetreden. 8.3.1
Preventief en repressief toezicht
Handhaving van het bestemmingsplan gebeurt bij de beoordelingen van bouwaanvragen, verzoeken om ontheffing van het bestemmingsplan en aanvragen om aanlegvergunning (preventieve handhaving) en vervolgens bij controle van verleende bouw- en aanlegvergunningen en ontheffingen, maar ook aan de hand van geconstateerde illegale situaties, klachten e.d. (repressieve handhaving). 8.3.2
De instrumenten
Een overtreder riskeert: a. dat publiekrechtelijke sancties plaatsvinden (dwangsom of bestuursdwang). Een last onder dwangsom is een veel toegepast middel om te zorgen, dat de overtreder door middel van het verbeuren van een bepaald bedrag ertoe moet weerhouden de overtreding voort te zetten. Mocht een dwangsom niet het gewenste effect hebben dan kan de gemeente bestuursdwang toepassen hetgeen er op neer komt dat de gemeente datgene doet wat de overtreder behoort te doen of verhindert dat hij/zij doet wat niet mag. Een en ander op kosten van de overtreder; b. dat strafrechtelijke vervolging plaatsvindt. Overtreding van bepaalde bestemmingsplan-regels zijn strafbare feiten. De bevoegdheid tot het instellen van vervolging op grond van het strafrecht berust bij het Openbaar Ministerie. Daartoe wordt een proces-verbaal tegen de overtreder opgemaakt en vindt vervolgens strafrechtelijke vervolging plaats. Strafrechtelijke vervolging kan plaatshebben in combinatie met de onder 1 genoemde bestuursrechtelijke dwangmiddelen. Bijzonderheid hierbij is dat de Wet Economische Delicten op overtredingen van het bestemmingsplan van toepassing is, wat inhoudt dat de strafmaat aanzienlijk is verzwaard; c. de bestuurlijke boete. Door de uitbreiding van de bestuurlijke handhaving met de bestuurlijke boete kan de handhaving verder worden geïntensiveerd.
De gemeente krijgt daardoor extra mogelijkheden om daadkrachtig en snel op te treden tegen overtredingen. Aan de hand van recente luchtfoto's kan achterhaald worden wat er aan bebouwing aanwezig is op alle percelen in het plangebied. Eventuele bebouwing die illegaal (zonder vergunning) gebouwd is, en waartegen wordt, of alsnog kan worden opgetreden, wordt niet automatisch
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 78 van 82
gelegaliseerd met het nieuwe bestemmingsplan. Dit geldt ook voor een eventueel gewijzigd gebruik van opstallen waarvoor geen toestemming is gevraagd cq. verleend. Van geval tot geval zal bezien moeten worden of sprake is van een situatie die alsnog voor legalisatie in aanmerking komt of niet. 8.3.3
Prioriteiten in de handhaving
Voor de handhaving van illegale situaties op het gebied van ruimtelijke ordening, Woningwet, Bouwbesluit, Bouwverordening en Monumentenwet zijn beleidsregels vastgesteld. Het college moet jaarlijks haar beleidsvoornemens in het kader van handhaving van de bouwregelgeving bekend maken. Ook moet jaarlijks verslag worden gedaan over de uitvoering van het handhavingsbeleid. Het handhavingsbeleid vormt het kader voor een jaarlijks vast te stellen handhavingsprogramma. In de beleidsregels zijn prioriteiten gesteld (hoog, middelhoog en laag). De hoogste prioriteit richt zich tot onveilige situaties in zijn algemeenheid en tot veranderingen van percelen en gebouwen zichtbaar vanuit de openbare ruimte. Tegen overtredingen met een hoge prioriteit zal onmiddellijk handhavend worden opgetreden. Overtredingen uit de categorie met een middelhoge prioriteit, zoals erfafscheidingen, bijgebouwen en uitbreidingen aan de achterzijde zullen op de gebruikelijk wijze binnen de werkvoorraad worden afgehandeld. Bovenstaande wil niet zeggen dat tegen geconstateerde illegale situaties met een lage prioriteit bijvoorbeeld aan de achterzijde niet zal worden opgetreden.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 79 van 82
Hoofdstuk 9 Uitvoerbaarheid en evaluatie
In dit hoofdstuk is de uitvoerbaarheid van het planvoornemen beschreven. Ook is geëvalueerd hoe de pilot (het opstellen van een Chw-bestemmingsplan) is verlopen.
9.1
Financieel
Als een bestemmingsplan (o.a.) de bouw van 1 of meerdere woningen mogelijk maakt dan bepaalt de Wet ruimtelijke ordening (Wro) dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld als het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd en noodzakelijk geachte locatie-eisen niet anderszins verzekerd zijn. In het plangebied wordt het kostenverhaal anderszins verzekerd door anterieure overeenkomsten voor gronden van private partijen waar het bestemmingsplan bouwmogelijkheden biedt. De percentages die opgenomen zijn in het Chw-bestemmingsplan met betrekking tot een woningbouwcategorie worden opgenomen in de anterieure overeenkomsten.
9.2
Participatie
In aanloop naar de gebiedsagenda is onder regie van de gemeente een intensief gebiedsproces doorlopen. Er zijn verschillende bijeenkomsten georganiseerd met specifieke doelgroepen, zoals bewoners of ontwikkelende partijen, en er zijn een aantal bredere werkplaatsen en gebiedstafels georganiseerd.
Participatie Gebiedsagenda De Gebiedsagenda is het resultaat van een intensief werkproces. Een werkproces waarin een open en brede dialoog heeft plaatsgevonden tussen bewoners, ondernemers, ontwikkelende partijen, maatschappelijke organisaties en gemeente. In deze dialoog zijn samen de urgente kwesties en opgaven benoemd, is gewerkt aan principes om hieraan richting te geven en is op hoofdlijnen een gezamenlijk toekomstperspectief ontwikkeld. Vanaf de zomer van 2018 is het proces vormgeven in een serie Gebiedstafels en Werkplaatsen, waarin alle betrokken partijen bijeen kwamen. Hiernaast zijn er verschillende kleinschalige bijeenkomsten georganiseerd met alleen bewonersgroepen. En ook separaat met alleen de ontwikkelende partijen. Tevens zijn diverse aanvullende activiteiten georganiseerd zoals diverse buurtschouwen, fietstocht voor raadsleden, informatieavond voor bewoners Kleine Driftbuurt en bilaterale overleggen met private en maatschappelijke organisaties. Veel activiteiten waren voorbereidend op het kernproces van Gebiedstafels en Werkplaatsen. Participatie Beeldkwaliteitsplan+ Met de Gebiedsagenda 1221 ligt er een breed gedeeld toekomstperspectief voor de wijk.
Bij de vertaling van de gebiedsagenda naar concrete en haalbare plannen voor verschillende ontwikkellocaties lopen we aan tegen enkele vraagstukken, zoals dichtheid, hoogte en kwaliteit van de openbare ruimte, die betrokkenen niet gezamenlijk tot een oplossing kunnen brengen en daarmee om nadere besluitvorming vragen. Hiervoor is het beeldkwaliteitsplan opgesteld.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 80 van 82
Het beeldkwaliteitsplan is o.a. opgesteld door de supervisor Spoorzone. Zijn rol als supervisor is het bewaken van de kwaliteit van en samenhang tussen de vele locatie- en gebiedsontwikkelingen in 1221 en het Stationsgebied. De supervisor heeft tal van gesprekken gevoerd met bewoners en ontwikkelende partijen over projecten en specifieke ontwikkellocaties. Dit zijn doorlopende processen waarop voor de participatie voor dit beeldkwaliteitsplan is aangesloten. Deze participatiemomenten en -verslagen zijn ook terug te vinden middels verwijzing op de website https://1221.hilversum.nl naar de websites van ontwikkelende partijen. Eerste ronde tot aan ontwerp Het participatieniveau is niveau raadplegen. Bij de participatie gaat het om het in beeld brengen van de belangen van partijen, zowel die van bewoners als ontwikkelende partijen. In het proces zijn, aanvullend op de genoemde doorlopende processen twee participatieronden voorzien. De eerste ronde heeft middels een webinar plaatsgevonden, waarin de supervisor het concept heeft toegelicht. Daarnaast zijn verdere gesprekken gevoerd met bewoners, ontwikkelende partijen, Commissie Welstand en Monumenten (CWM) en de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK). Alle opbrengst is meegenomen bij het opstellen van het ontwerp beeldkwaliteitsplan. Hiermee is het ontwerp gereed om ter inzage te leggen.
Tweede ronde tot aan besluit Het ter inzage leggen van het ontwerp beeldkwaliteitsplan heeft betrokkenen de gelegenheid geboden om een formele reactie (zienswijze) in te dienen op een uitgewerkt plan in tekst en beeld. De mogelijkheid om een reactie in te dienen wordt breed (diverse kanalen, publieksvriendelijk) onder de aandacht gebracht. Door het ontwerp voor een lange periode, twee maanden, ter inzage te leggen heeft iedereen de gelegenheid om te reageren. Gelijktijdig is advies aan de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) en de Commissie Welstand en Monumenten (CWM) gevraagd.
9.3
Wettelijk vooroverleg en ter inzage legging
PM
9.4
Evaluatie pilot
Het Chw-bestemmingsplan is (onder andere) ingezet als pilot om te oefenen met het opstellen van een plan in de geest van de Omgevingswet. De pilot geeft de mogelijkheid om te oefenen met een integrale benadering van de fysieke leefomgeving, het integreren van verordeningen, het vaststellen van omgevingswaarden en het formuleren van nieuwe regels voor belangrijke thema's, zoals energietransitie, circulariteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit, gezondheid, toegankelijkheid en sociale veiligheid.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 81 van 82
Eén van de doelen van het Chw-bestemmingsplan is om al te oefenen met de mogelijkheden van de Omgevingswet en het bestemmingsplan zo goed mogelijk aan te laten sluiten bij structuur van het omgevingsplan. In het Chw-bestemmingsplan 1221 is er bijvoorbeeld niet meer gewerkt met bestemmingen, maar met activiteiten en werkingsgebieden en zijn nieuwe type regels toegepast. Daarnaast kent het Chw-bestemmingsplan de opbouw volgens het zogenoemde Casco Omgevingsplan. Het Casco is samengesteld door de VNG en is een voorbeeld van de structuur van een omgevingsplan. In het Chw-bestemmingsplan zijn de bouwverordening, monumentenverordening en de doelgroepenverordening geïntegreerd. De doelgroepenverordening zal de meeste impact hebben, aangezien in dit Chw-bestemmingsplan een artikel is opgenomen ten aanzien van woningcategorieën en aandacht is geschonken aan zelfbewoningsplicht en meervoudige bewoning in relatie tot de woonvisie. Het formuleren van regels ten aanzien van klimaatadaptatie dient eigenlijk te gebeuren op basis van een Omgevingsvisie. Desalniettemin hebben we regels opgenomen ten aanzien van o.a. natuurinclusief bouwen en hittestress. Door het opnemen van omgevingswaarden wordt in dit Chw-bestemmingsplan aandacht geschonken aan gezondheid. Dit soort thema's komen dan ook terug in de oogmerken. Het betreft ook een nieuw artikel in de geest van de Omgevingswet.
In den landen is voornamelijk geëxperimenteerd met Chw-bestemmingsplannen in gebieden die bestonden uit onbebouwde terreinen. Het postcodegebied wordt gekenmerkt door stedelijke bebouwing. Dit bemoeilijkt het experimenteren omdat je te maken hebt met bestaande rechten vanuit vigerende bestemmingsplannen.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 82 van 82
Regels
Inhoudsopgave regels
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Algemene bepalingen Begripsbepalingen Anti-dubbeltelregel Intrekken artikelen monumentenverordening in 1221 Intrekken artikelen bouwverordening in 1221 Doelgroepenverordening
3 3 10 11 12 13
Hoofdstuk 2 Artikel 6 Artikel 7
Doelen Omgevingsdoelen Omgevingswaarden
15 15 16
Hoofdstuk 3
Programma's
17
Hoofdstuk 4 Artikel 8
Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving Gemeentelijke monumenten
18 18
Hoofdstuk 5 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Activiteiten Inleidende bepalingen Bestaande gebruiksactiviteiten Benutten van de fysieke leefomgeving Bouwactiviteiten, aanlegactiviteiten en sloopactiviteiten
19 19 20 23 40
Hoofdstuk 6
Beheer en onderhoud
58
Hoofdstuk 7 Artikel 13
Financiële bepalingen Kostenverhaal
59 59
Hoofdstuk 8 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18
Procesregels Aanvragen omgevingsvergunning gebruiks- en bouwactiviteiten Aanvragen omgevingsvergunning aanlegactiviteiten Aanwijzing van gemeentelijke monumenten Aanvragen omgevingsvergunning gemeentelijke monumenten Vaststellen gebiedspaspoort
60 60 62 63 65 66
Hoofdstuk 9
Handhaving
67
Hoofdstuk 10 Monitoring en informatie Artikel 19 Monitoring omgevingswaarden
68 68
Hoofdstuk 11 Overgangs- en slotregels Artikel 20 Overgangsrecht Artikel 21 Slotregels
70 70 71
Hoofdstuk 12 Slotbepalingen
72
Bijlagen bij regels Bijlage 1 Module Horeca Bijlage 2 Staat van bedrijfsactiviteiten Bijlage 3 Toegelaten bedrijven Bijlage 4 Beeldkwaliteitsplan+ 1221 Hilversum
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 2 van 72
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 1.1
Begripsbepalingen
aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten
Een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dan wel het uitoefenen van (ambachtelijke) bedrijvigheid door middel van handwerk inclusief bed & breakfast, dat door zijn beperkte omvang in een woning en in voorkomende gevallen daarbij functioneel ondergeschikte bijbehorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend. 1.2
achtererfgebied
Erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1,00 meter van de voorkant van het hoofdgebouw. 1.3
bijbehorend bouwwerk
Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. 1.4
bebouwing
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.5
bebouwingspercentage
Een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van een bouwperceel, dat ten hoogste mag worden bebouwd. 1.6
bed & breakfast
Bed & breakfast is een aan de woonfunctie ondergeschikte toeristisch-recreatieve voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt. Onder een bed & breakfast voorziening wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid of permanente kamerverhuur. De toeristisch recreatieve overnachtingsmogelijkheid mag niet als zelfstandige wooneenheid functioneren. Dit betekent dat realisatie van een aparte kookgelegenheid niet is toegestaan. Daarnaast dient het authentieke uiterlijk of de verschijningsvorm van de woning te worden gehandhaafd. Tot slot is het maximaal aantal slaapplaatsen ten dienste van de toeristisch-recreatieve overnachtingsmogelijkheid vijf. 1.7
bestaande activiteit
Activiteit die rechtmatig is aangevangen voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit plan of waarvoor een omgevingsvergunning is aangevraagd voor de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan en dat is of wordt vergund op basis van die aanvraag.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 3 van 72
1.8
bestaande bouwwerken
Bouwwerken die rechtmatig aanwezig zijn ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan en bouwwerken waarvoor een omgevingsvergunning is aangevraagd voor de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan en dat is of wordt vergund op basis van die aanvraag. 1.9
bouwlaag
Een verdieping van zodanige afmetingen en vorm dat de daardoor ontstane ruimte zonder ingrijpende voorzieningen geschikt kan worden gemaakt voor (woon)functies en daarmee gelijke gebruiksmogelijkheden geeft als de daaronder en/of -boven gelegen bouwlagen. 1.10
bouwperceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.11
bouwperceelgrens
De grens van een bouwperceel. 1.12
bruto vloeroppervlak (bvo)
Bruto vloeroppervlakte, de som van de oppervlaktes van alle bouwlagen van een gebouw, gemeten op de vloer van de bouwlaag, tussen de binnenzijden van de gevelmuren. 1.13
Chw-bestemmingsplan
Een bestemmingsplan dat op grond van de regelingen uit de Crisis- en herstelwet is opgesteld. 1.14
dekkend netwerk aan speelplaatsen
Er is sprake van een dekkend netwerk aan speelplaatsen als iedere locatie binnen het plangebied zich binnen de hieronder opgenomen afstand van een speelplaats bevindt: voor de categorie speelplaats 0-4 jaar: 400 meter; voor de categorie speelplaats 4-12 jaar: 800 meter; voor de categorie speelplaats 12-18 jaar: 1.200 meter. 1.15
erf
Al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. 1.16
evenwichtige toedeling van functies aan gebieden
Het op een zo goed mogelijke wijze verdelen, inrichten en benutten van de schaarse ruimte binnen de fysieke leefomgeving, wat wordt bereikt door activiteiten evenwichtig over locaties binnen het plangebied te reguleren. 1.17
exploitatiegebied
Gebied als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder a Wro juncto artikel 7c, elfde lid, onder c Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 4 van 72
1.18
exploiteren van een bedrijf
Een onderneming of instelling gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen, alsmede verhuur, opslag en distributie van goederen. 1.19
exploiteren van een detailhandelsvestiging
Een onderneming of instelling gericht op het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit. 1.20
functie
Het gebruiksdoel of de bijzondere eigenschap die een onderdeel van de fysieke leefomgeving op een bepaalde locatie heeft. 1.21
fysieke leefomgeving
De fysieke leefomgeving omvat in ieder geval: a. bouwwerken; b. infrastructuur; c. watersystemen; d. water; e. bodem; f. lucht; g. landschappen; h. natuur; i. cultureel erfgoed; j. werelderfgoed. 1.22
garagebox
Een zelfstandig gebouw bedoeld voor de stalling van auto's en (motor)fietsen. 1.23
gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.24
gemengde activiteiten
Een willekeurige combinatie van meerdere van de hieronder genoemde activiteiten: a. het verrichten van verrichten van maatschappelijke diensten; b. het verlenen van diensten, uitsluitend op de begane grond; c. het exploiteren van een bedrijf, uitsluitend op de begane grond, behorende tot ten hoogste categorie 2 van de in de bijlage bij deze regels opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten. 1.25
gestapelde woning
Een woning die geheel of gedeeltelijk boven/onder een andere woning is gelegen, indien de bestemming dat toelaat, met één of meer andere functies.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 5 van 72
1.26
groen plein
Een plein waarbij het aandeel aan groen (de oppervlakte aan groen op het plein uitgedrukt als percentage ten opzichte van de totale oppervlakte van het plein) minimaal 50 % bedraagt of waarbij het aandeel groen minimaal 10 % is toegenomen ten opzichte van de situatie zoals deze was bij inwerkingtreding van dit plan. 1.27
hoofdgebouw
Een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken en waarin de hoofdfunctie ingevolge de bestemming is ondergebracht. 1.28
exploiteren van een horeca-inrichting
Een onderneming, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie. 1.29
huishouden
Een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren. 1.30
inspanningsverplichting
Bij een inspanningsverplichting moet de gemeente zich inspannen om de omgevingswaarde te bereiken, maar er is geen verplicht resultaat na een vooraf bepaalde termijn. 1.31
inwoning
Bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de bruto vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in bruto vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg). 1.32
houden van kantoor
Een onderneming die bedrijfsmatig diensten verleent of een instelling, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder congressen, vergaderaccommodatie. 1.33
meervoudige bewoning
Bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen. 1.34
natuurinclusief bouwen
Bouwen en verbouwen, waarbij verblijfplaatsen en de leefomgeving van gebouwbewonende diersoorten integraal worden meegenomen.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 6 van 72
1.35
omgevingswaarden
Omgevingswaarden zijn bedoeld om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving objectief en meetbaar vast te leggen, waarbij de gemeente zichtzelf de inspannings- of resultaatsverplichting oplegt deze omgevingswaarden na te leven. 1.36
ondergeschikte activiteit
Activiteit waarvoor maximaal 30% van de bruto vloeroppervlakte als zodanig mag worden gebruikt. 1.37
onzelfstandige woonruimte
Woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. 1.38
peil
a. Voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde: het aansluitend afgewerkt terrein of oever, waarbij plaatselijke niet bij het verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.39
plan
Het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte als bedoeld in artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0402.ChwBp1221- on01 met de bijbehorende regels en eventuele bijlagen. 1.40
plein
Open ruimte omgeven door bebouwing. Een plein is een verbijzondering binnen het stratenpatroon die afwijkt door een grotere maat tussen gevels en eigendom. 1.41
resultaatverplichting
Bij een resultaatsverplichting moet de omgevingswaarde verplicht binnen een bepaalde tijd worden bereikt en vervolgens in stand worden gehouden. 1.42
seksinrichting
Een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub, een privé-huis of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.43
speeltoestel
Ander bouwwerk ten behoeve van het spelen, zoals een wipkip of een schommel. 1.44
speelvoorziening
Een verzameling speeltoestellen danwel een voorziening in de vorm van bijvoorbeeld een voetbal- of basketbalveldje, een speeltuin of een jeu de boulesbaan, waar meerdere personen gelijktijdig kunnen spelen.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 7 van 72
1.45
veilige en gezonde fysieke leefomgeving
Bij een veilige en gezonde fysieke leefomgeving gaat het om aspecten van leefomgeving met betrekking tot de fysieke veiligheid en gezondheid voor de mens. Bij fysieke veiligheid betreft het aspecten zoals externe veiligheid, veiligheid tegen overstromingen, brandveiligheid en constructieve veiligheid. Bij gezondheid van de mens gaat het om bescherming van de bevolking tegen invloeden vanuit het milieu, zoals geluid en luchtkwaliteit. 1.46
verbeelding
De verbeelding van het 'Chw-bestemmingsplan 1221' met identificatienummer NL.IMRO.0402.ChwBp1221-on01. 1.47
verbouwen
Een bouwkundige wijziging aan een bestaand gebouw. 1.48
vergroenen
Versterken van groenstructuren, door het realiseren van nieuw groen en behouden en versterken van de diversiteit aan groen. 1.49
verkeer en verblijven
Activiteiten die verband houden met: a. wegen en straten; b. voet- en rijwielpaden; c. parkeervoorzieningen; d. groenvoorzieningen; e. speelvoorzieningen; f. nutsvoorzieningen met de daarbij behorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde, waaronder abri's, bruggen, duikers en/of dammen. 1.50
verlenen van diensten
Een onderneming of instelling gericht op het verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder belwinkel, reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren, internetwinkels en bankfilialen, maar met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting. 1.51
verrichten van maatschappelijke diensten
Het uitoefenen van activiteiten gericht op de sociale, maatschappelijke, educatieve en openbare dienstverlening, waaronder begrepen: gezondheidszorg en/of, zorg- en welzijn en/of, jeugd/kinderopvang en/of, onderwijs en/of, religie en/of, bibliotheken en/of, openbare dienstverlening en/of, verenigingsleven. 1.52
voorgevelrooilijn
De lijn die horizontaal loopt door het buitenwerks vlak van de voorgevel, tot aan de perceelsgrenzen. 1.53
werkingsgebied
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik of het bebouwen van deze gronden.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 8 van 72
1.54
wonen
Bewoning van een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden. 1.55
zelfstandige woning
Een woning die een eigen toegang heeft en welke één huishouden kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 9 van 72
Artikel 2
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 10 van 72
Artikel 3
Intrekken artikelen monumentenverordening in 1221
In het plangebied van onderhavig Chw-bestemmingsplan zijn de artikelen 2, 3, 7, 8, 9 lid 2 sub a, 11.1, 15, 16, 17, 20 van de Monumentenverordening van de gemeente Hilversum of de overeenkomstige artikelen uit diens opvolger met de inwerkingtreding van dit Chw-bestemmingsplan niet langer van toepassing. Voor deze artikelen uit de Monumentenverordening treden voor het plangebied de regels van dit Chw-bestemmingsplan in de plaats, in het bijzonder de artikelen 8, 10.14, 11.15 12.16, 12.17, 12.18, 12.20,16 en 17.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 11 van 72
Artikel 4
Intrekken artikelen bouwverordening in 1221
Op de bepalingen voor bouwactiviteiten zoals opgenomen in artikelen 12.2, 12.3, 12.5 12.4, 12.6, 12.7, 12.8, 12.9, 12.10, 12.11, 12.12, 12.13, 12.14 en 12.20 zijn de artikelen 2.4.1 en 2.4.2 van de Bouwverordening van de gemeente Hilversum of de overeenkomstige artikelen uit diens opvolger met de inwerkingtreding van dit Chw-bestemmingsplan niet langer van toepassing in het plangebied. Voor deze artikelen uit de Bouwverordening treden voor het plangebied de regels van dit Chw-bestemmingsplan in de plaats, in het bijzonder het artikel 12.19.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 12 van 72
Artikel 5 5.1
Doelgroepenverordening
Begripsomschrijvingen
In dit artikel wordt verstaan onder: a. aanvangshuurprijs: de huurprijs bij de start van de huurovereenkomst; b. het college: het college van burgemeester en wethouders van Hilversum; c. DAEB-norm: de inkomensgrens bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Woningwet; d. eigenaar: diegene die bevoegd is tot het in gebruik geven van - dan wel het treffen van voorzieningen aan een gebouw of gedeelte daarvan; e. gebruiksoppervlakte: gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580, hierna te noemen gbo, is de bruikbare vloeroppervlakte, geschikt voor beoogd gebruik; f. huishouden: een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren; g. ov-knooppunt: de stations Hilversum Centraal, Hilversum Mediapark en Hilversum Sportpark. h. huurprijs: de prijs die bij huur per maand is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte inclusief het gebruik van een bij de woning behorende parkeerplaats; i. inkomen: rekeninkomen als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder i van de Wet op de huurtoeslag; j. middeldure huurwoning: geliberaliseerde woning voor middeldure huur als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder j van het Besluit ruimtelijke ordening; k. middelduur: zowel middeldure koopwoningen als middeldure huurwoningen. l.
sociale huurwoning: huurwoning als bedoeld in artikel 1.1.1., eerste lid, onder d van het Besluit ruimtelijke ordening; m. woning: zelfstandige woning. 5.2
Huurprijsgrenzen
1. De huurprijsgrenzen voor sociale huurwoningen en middeldure huurwoningen zijn: a. de maximale huurprijs voor sociale huurwoningen bedraagt ten hoogste het bedrag bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag; b. de aanvangshuurprijs voor middeldure huurwoningen bedraagt tenminste het bedrag bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag en ten hoogste €900,00 (prijspeil 2020); c. in aanvulling op artikel 5.2 lid 1.b kan het college op locatieniveau een segment middeldure huurwoning plus aanwijzen, waarvan de aanvangshuurprijs vanaf €900,00 en tot ten hoogste €1.100,00 bedraagt (prijspeil 2020); 2. De in artikel 5.2 lid 1, sub b en c bedoelde minimale aanvangshuurprijs wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12, tweede lid van het Besluit huurprijzen woonruimte. 3. De in artikel 5.2 lid 1, b en c bedoelde maximale aanvangshuurprijs wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd overeenkomstig de consumentenprijsindex van het Centraal Bureau voor de Statistiek. 4. De hoogte van de huurprijs van sociale huurwoningen dient gerekend vanaf de datum van eerste verhuur gedurende de instandhoudingstermijn zoals genoemd in artikel 5.4, onder het bedrag bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag te blijven. 5.
De hoogte van de huurprijs van middeldure huurwoningen en middeldure huurwoningen plus dient gerekend vanaf de datum van eerste verhuur gedurende de instandhoudingstermijn zoals genoemd in artikel 5.4, met toepassing van het tweede en derde lid, te blijven vallen binnen de bandbreedte genoemd in artikel 5.2 lid 1 sub b en c.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 13 van 72
5.3
Doelgroep
1. Als doelgroep voor sociale huurwoningen worden aangemerkt, huishoudens met een maximaal inkomen tot de toelatingsgrens voor sociale huurwoningen (DAEB-norm). 2. Als doelgroep voor middeldure huurwoningen worden aangemerkt huishoudens met een inkomen tot maximaal €49.960,00 (prijspeil 2020). 3. Als doelgroep voor middeldure huurwoningen plus worden aangemerkt huishoudens met een inkomen tot maximaal 1,5 keer de DEAB norm. 4. In aanvulling op de definiëring van de doelgroepen naar inkomen kan het College in overleg met de ontwikkelaar/belegger bepalen dat de woningen in een bepaald project bij voorrang worden aangeboden aan huishoudens met (lokale en/of regionale) binding en/of bij voorrang aan huishoudens met maatschappelijke beroepen (zoals zorg en onderwijs) en/of aan ouderen met een AOW-gerechtigde leeftijd en/of een sociale huurwoning achterlaten. 5. De in artikel 5.3 lid 2 genoemde inkomensgrens wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd overeenkomstig de consumentenprijsindex vanuit het Centraal Bureau voor de Statistiek. 5.4