Bijlage 3 : Ontwerp ChwBP1221_Toelichting en regels
Tekst van het document
Hoofdstuk 6 Omgevingsaspecten
In dit hoofdstuk zijn de omgevingsaspecten, belangrijke thema's ten aanzien van het milieu en de omgeving, beschreven. Op deze manier is getoetst of de uitgangspunten en regels van dit bestemmingsplan passen binnen de kaders van een gezonde en veilige leefomgeving. De omgevingsaspecten worden per ambitie uit de Gebiedsagenda behandeld. In alle paragrafen is informatie gebruikt uit de opgestelde omgevingsaspectenkaart en de uitgevoerde onderzoeken, welke zijn opgenomen in de bijlagen.
6.1
Gebiedsanalyse
In het Chw-bestemmingsplan moet worden aangetoond dat er geen onoverkomelijke belemmeringen zijn, die de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staan. Door middel van een gebiedsanalyse is aangetoond welke aandachtspunten er zijn in 1221. De gebiedsanalyse is opgesteld aan de hand van data over bodemverontreiniging, archeologische waarden, monumenten, natuurgebieden, geluidsbelasting, luchtkwaliteit, wettelijke geluidzones, bedrijven en milieuzonering, externe veiligheid en ecologie. De analyse is specifiek opgesteld voor 1221 en verwerkt in onderstaande paragrafen. Met deze analyse is aangetoond voor welke aspecten geen knelpunten worden verwacht en welke aandachtspunten er binnen 1221 zijn. Voor die aspecten waar in eerste instantie geen knelpunten worden verwacht is bepaald dat de initiatiefnemers bij een vergunningaanvraag een nader onderzoek dienen aan te leveren. De onderzoeksplicht is als regel in het Chw-bestemmingsplan opgenomen. Voor de aandachtspunten binnen 1221, te weten geluid, stikstof, externe en veiligheid is nader onderzoek uitgevoerd.
Uit dit hoofdstuk blijkt dat voor de relevante aspecten sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Per aspect is getoetst aan de sectorale wet- en regelgeving, het beleid en is de uitvoerbaarheid en aanvaardbaarheid van het plan beoordeeld. Alle aspecten in samenhang beziend acht de gemeente het woon- en leefklimaat eveneens aanvaardbaar. De ligging en historische ontwikkeling van het gebied brengen enkele bijzondere uitdagingen met zich mee. Zo is sprake van een relatief hoge geluidbelasting vanwege het wegverkeer en de spoorlijn en brengt het spoor ook risico's op het gebied van externe veiligheid met zich mee. Daar staat tegenover dat het plan voorziet in nieuwe, betaalbare woningen met behoud van werkgelegenheid, de wijk een goede (OV) bereikbaarheid kent, levendig is en voorzieningen op korte afstand aanwezig zijn. Bovendien draagt het plan bij aan verduurzaming en vergroening van de wijk.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 46 van 82
6.2
Omgevingsaspecten identiteit
Deze paragraaf gaat in op de omgevingsaspecten ten aanzien van de identiteit van 1221. Bij het realiseren van nieuwe ontwikkelingen wordt (nader) onderzoek en onderbouwing vereist, op basis van vastgestelde wettelijke kaders. 6.2.1
Archeologie
Gemeenten hebben de taak om bij de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met aanwezige en te verwachten archeologische waarden. De gemeente Hilversum heeft voor haar grondgebied een Archeologische Verwachtingskaart opgesteld. Uit de Archeologische Verwachtingskaart van de gemeente Hilversum (figuur 6.1) blijkt dat aan het plangebied grotendeels een middelhoge en deels een hoge archeologische verwachting is toegekend.
Figuur 6.1: Archeologische Verwachtingskaart (Lichtgroen: middelhoge verwachting, donkergroen: hoge verwachting) In vrijwel het gehele plangebied is archeologisch onderzoek nodig indien er ontwikkelingen plaats gaan vinden. Enkel indien ingrepen niet dieper dan 0,40 meter in de bodem reiken en de oppervlakte van de ingrepen of bouwwerken niet meer bedraagt dan 100 m² wordt geacht dat de archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad. Op een beperkt aantal locaties geldt een maximale diepte van 0,30 meter en een maximale oppervlakte van niet meer dan 25 m2. Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Bijna het gehele 1221 gebied kent een archeologische verwachtingswaarde. In dit Chw-plan is een werkingsgebied 'Archeologische waarden' opgenomen om de archeologische waarden in de grond te beschermen. Bij nieuwe ontwikkelingen met een oppervlakte van meer dan 100 m² en een diepte van meer dan 0,40 meter is een omgevingsvergunning nodig voor de aanlegactiviteit. De omgevingsvergunning kan alleen worden verleend indien is aangetoond dat archeologisch materiaal niet wordt verstoord. In de procesregels is een regeling opgenomen dat initiatiefnemers dit kunnen doen middels een archeologisch onderzoek.
Gelet op het reeds grotendeels bebouwde karakter van het plangebied is de kans vrij groot dat de bodem met de daarin eventueel aanwezige archeologische waarden al dusdanig verstoord is, dat archeologisch onderzoek niet zal leiden tot belemmeringen voor ontwikkelingen in het plangebied.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 47 van 82
6.2.2
Cultuurhistorie
Het gebied 1221 is eind van de 19e eeuw ontstaan door de aanleg van de eerste industrie- en arbeiderswijken. Vanaf de jaren '20 van de vorige eeuw zijn daar enkele volkswoningbouwcomplexen bijgekomen, geïnspireerd op de tuinstadgedachte om zelfvoorzienende wijken met elk eigen functies te creëren. Inmiddels telt de gemeente Hilversum ruim 850 gemeentelijke monumenten, 250 Rijksmonumenten, en één Provinciaal monument. Daarnaast gelden er drie beschermde stadsgezichten 'Noordwestelijk Villagebied', 'Tuindorp Zuid en Plan Zuid' en 'Tuinwijk Oost'. Het plangebied 1221 behoort niet tot één van de beschermde stadsgezichten van Hilversum. Wel kent het gebied verschillende monumenten (figuur 6.2).
Figuur 6.2. Monumenten in 1221 In de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 (figuur 6.3) zijn de belangrijkste landschappelijke karakteristieken in Het Gooi, waarbinnen Hilversum gelegen is, weergegeven. Uit de overzichtskaart blijkt dat er in 1221 geen landschappelijke karakteristieken aanwezig zijn, waar ontwikkelingen rekening mee dienen te houden.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 48 van 82
Figuur 6.3. (Afwezige) Landschappelijke karakteristieken in 1221 Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Het plangebied 1221 kent een cultuurhistorische waarde door de verschillende monumenten die zich in het gebied bevinden. De oude industriële gebouwen en het erfgoed vormen de trots van 1221. Het versterken van deze identiteit is een centrale opgave in de Gebiedsagenda, en daarmee een belangrijke ambitie om na te streven bij ontwikkelingen. In het Chw-bestemmingsplan is de monumentenverordening geïntegreerd. Alle gemeentelijke monumenten zijn als werkingsgebied 'gemeentelijke monumenten' op de verbeelding en de regels van het plan opgenomen. Voor deze monumenten zijn regelingen geïntegreerd voor zowel de activiteiten slopen, bouwen en gebruiken. Ook voor het toewijzen van monumenten zijn regelingen opgenomen.
6.3
Omgevingsaspecten wonen en werken
6.3.1
Laddertoets voor duurzame verstedelijking
Met het Chw-bestemmingsplan worden er tot 2040 maximaal 1.800 woningen binnenstedelijk mogelijk gemaakt. In deze paragraaf wordt de behoefte van de ontwikkeling aangetoond op basis van het woonbeleid van de provincie Noord-Holland, de regio Gooi en Vechtstreek en de gemeente Hilversum.
Kwantitatief gezien is er behoefte aan: versnelling van de woningbouwproductie (Woonagenda 2020 - 2025); een bouwprogramma voor de regio Gooi en Vechtstreek van 9.250 nieuwbouwwoningen en 2.275 toevoegingen door transformaties, voor de periode 2020 - 2030 geldt gemiddeld 550 nieuwbouwwoningen per jaar (Regionaal Actieprogramma Wonen 2016 - 2020); een woningbouwproductie van 3.194 woningen voor Hilversum tot 2030, waarvoor er 2.924 vallen onder de harde plancapaciteit en 270 woningen vallen onder de zachte plancapaciteit (Regionaal Actieprogramma Wonen 2016 - 2020); tot 2030 jaarlijks 250 extra woningen te realiseren (Woonvisie Hilversum); 1.000 nieuwe woningen binnen de ontwikkellocaties tot 2030 binnen 1221 (Gebiedsagenda, 2020).
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 49 van 82
Kwalitatief gezien is er behoefte aan: woningbouw in de bestaande verstedelijkte gebieden, met aandacht voor woon- en werklocaties (Omgevingsvisie NH2050); binnenstedelijk bouwen en transformatie (Regionale woonvisie Gooi en Vechtstreek); voldoende, betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen (Woonakkoord Gooi en Vechtstreek); substantieel meer aanbod in het laagste segment (Woonvisie Hilversum); nadruk op sociale huur, middeldure huur en middeldure huurwoningen plus (Doelgroepenverordening Hilversum). Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Het Chw-bestemmingsplan maakt tot 2030 maximaal 1.150 woningen mogelijk ten opzichte van het huidige woningaantal. De 1.150 woningen tot 2030 zijn bekend bij de provincie en de regio en behoren tot de harde plancapaciteit van de gemeente Hilversum tot aan 2030. Tot 2040 worden met het Chw-bestemmingsplan maximaal 1.800 woningen (inclusief de 1.150 woningen tot 2030) toegestaan. Het resterende aantal woningen dat na 2030 wordt gebouwd past ook nog binnen de provinciale en regionale woonbehoefte, maar betreft zachte plancapaciteit. Deze aantallen moeten nog worden vastgelegd in actieprogramma's tot aan 2040.
Van de 1.800 woningen bedraagt minimaal 33% sociale segment en minimaal 50% middeldure segment, waarmee wordt aangesloten bij de kwalitatieve behoefte aan sociale en middeldure woningen en wordt aangesloten bij de doelgroepenverordening van de gemeente Hilversum. Alle woningen in dit plan worden tot slot binnenstedelijk gebouwd middels transformaties. 6.3.2
Bedrijven en milieuzonering
Milieuzonering is een belangrijk middel om te voorkomen dat er hinder ontstaat. Hierbij wordt een scheiding tussen verschillende functies aangehouden, die elkaar moeilijk verdragen. Denk dan aan de functies wonen en bedrijvigheid. Hierbij wordt vrijwel altijd de VNG publicatie Bedrijven en Milieuzonering gehanteerd, waarin voor vrijwel alle bedrijfstakken is aangegeven wat de relevante milieuaspecten (geluid, geur, stof en/of externe veiligheid) zijn en welke richtafstand tot woningen passend zijn voor deze aspecten. Hiertoe zijn de bedrijven ingedeeld in een aantal verschillende milieucategorieën (1 t/m 6), waarbij voor een hogere milieucategorie er een grotere afstand tot woningen aangehouden dient te worden (zie tabel 6.1). Als bijlage bij de regels is een lijst met bedrijvigheid opgenomen inclusief de milieucategorie die erbij hoort. Onder de Omgevingswet zal de VNG publicatie Milieuzonering Nieuwe Stijl worden gehanteerd. Hierbij wordt er niet meer gewerkt met milieucategorieën, maar met concrete milieunormen. Bestemmingsplannen die vóór ingang van de Omgevingswet in werking zijn getreden, en gebruikmaken van de publicatie Bedrijven en Milieuzonering, zoals in dit Chw-bestemmingsplan, hoeven hun systematiek op het gebied van bedrijven en milieuzonering niet aan te passen aan de Nieuwe Stijl. Ook niet nadat deze plannen in het Omgevingsplan zijn opgenomen.
Milieucategorie
Richtafstand [m] Rustige woonwijk
Gemengd gebied
1
10
0
2
30
10
3.1 / 3.2
50 / 100
30 / 50
4.1 / 4.2
200 / 300
100 / 200
5.1 / 5.2 / 5.3
500 / 700 / 1.000
300 / 500 / 700
6
1.500
1.000
Tabel 6.1 Richtafstanden VNG publicatie Bedrijven en Milieuzonering
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 50 van 82
Postcodegebied 1221 is een gemengd gebied, waarin naast woningen ook diverse bedrijven gevestigd zijn. Er is sprake van een gemengd gebied omdat diverse functies naast elkaar voorkomen. Wonen is in 1221 gemengd met bedrijvigheid, detailhandel, dienstverlening en horeca. Omdat er sprake is van een gemengd gebied gelden er lagere richtafstanden (zie tabel 6.1). Voor bedrijfsmatige activiteiten met milieucategorie 1 (zoals een supermarkt of restaurant) geldt geen richtafstand voor gemengde gebieden. Verschillende soorten bedrijfsmatige activiteiten mogen daarmee in de zeer directe nabijheid van woningen gevestigd zijn. Vanwege het karakter van 1221 is er voor gekozen om in bepaalde delen (moderniseringsgebieden) ook bedrijven van categorie 2 niet als belemmering te zien voor een toekomstige woonfunctie. Deze bedrijven zijn met een omgevingsvergunning toegestaan. Enkel de bedrijven vanaf milieucategorie 3.1 worden gezien als mogelijke belemmering voor een toekomstige woonfunctie. In figuur 6.4 zijn de bedrijven met een milieucategorie vanaf 3.1, gevestigd buiten een woonbestemming opgenomen. Uit de figuur blijkt dat bedrijvigheid op diverse punten in 1221 een aandachtspunt is bij nieuwe ontwikkelingen.
Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Het Chw-bestemmingsplan maakt gebruik van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals die door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is opgesteld. Het is een hulpmiddel om te bepalen in welke milieucategorie het exploiteren van een bedrijf zit (zie hiervoor ook de tekst en uitleg bij de Staat van Bedrijfsactiviteiten). Het exploiteren van een bedrijf is gedefinieerd als (het exploiteren van) een onderneming of instelling gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen, alsmede verhuur, opslag en distributie van goederen. De Staat van bedrijfsactiviteiten is geen planologisch instrument in de zin van dat het bepaalt welke activiteiten zijn toegestaan. Dat wat is toegestaan staat in de regels van het Chw-bestemmingplan. In het Chw-bestemmingsplan is de hele Staat van bedrijfsactiviteiten van de VNG gebruikt. Daarin staan meer activiteiten dan alleen 'het exploiteren van een bedrijf'. Om misverstanden te voorkomen wordt hier nog opgemerkt dat de regels bepalen welke activiteit binnen een werkingsgebied is toegestaan, al dan niet met een omgevingsvergunning. Als de regels aangeven dat in een bepaald werkingsgebied 'het exploiteren van een bedrijf' is toegestaan, dan is dat dus toegestaan.
Als tevens is aangegeven dat alleen het exploiteren van een bedrijf in een bepaalde milieucategorie is toegestaan dan kan de Staat van bedrijfsactiviteiten worden geraadpleegd om na te gaan in welke milieucategorie het exploiteren van dat bedrijf valt. In de algemene Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn ook andere activiteiten opgenomen dan alleen 'het exploiteren van een bedrijf'. Bijvoorbeeld de activiteit 'het verlenen van diensten' of 'het exploiteren van een horeca-inrichting'. Ondanks dat deze in de algemene Staat van bedrijfsactiviteiten zijn opgenomen zijn deze activiteiten niet toegestaan in een werkingsgebied waarin alleen het 'exploiteren van een bedrijf' is toegelaten. Er bevinden zich in het plangebied bedrijven met een milieucategorie 3.1 of hoger. Er is geen sprake van het 'wegbestemmen' van bedrijven of het kleiner maken van milieuzones in de toekomst. In het Chw-bestemmingsplan is voor bestaande bedrijven de planologische milieuruimte gegeven die zij op basis van het vigerende bestemmingsplan 'Over het Spoor' hebben. Er dient aandacht te worden besteed aan de milieucontour van deze bedrijven indien gevoelige objecten, zoals woningen, binnen deze contour worden gerealiseerd. In het Chw-bestemmingsplan is daarom een regeling opgenomen dat bij de activiteit wonen er geen sprake mag zijn van onevenredige hinder van omliggende bedrijven.
In de procesregels is een regeling opgenomen dat, indien een veilige en gezonde leefomgeving niet op voorhand kan worden gewaarborgd, een onderzoek noodzakelijk is.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 51 van 82
Figuur 6.4 Bestaande bedrijven en milieuzonering 1221, de grote groene cirkel (Van Son) is op korte termijn niet meer relevant, omdat dit een ontwikkellocatie betreft
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 52 van 82
6.4
Omgevingsaspecten leefbaarheid, ontmoeten en spelen
6.4.1
Gezondheid
Uit de gezondheidspeiling van de GGD Gooi en Vechtstreek blijkt dat weinig bewegen /sporten, obesitas en een psychisch mindere gezondheid belangrijke thema's zijn in 1221. Ook eenzaamheid bij ouderen, overbelasting van mantelzorgers en een gebrek aan sociaal contact zijn problemen waar bewoners mee te kampen hebben. Bewoners in Oost (1221 + 1223) voelen zich verder (73%) minder vaak veilig dan in andere wijken (85% gemiddeld in Hilversum). Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Om gezondheid in 1221 te bevorderen zet de gemeente in op ontmoetingsplekken en een groenere omgeving en het stimuleren van lopen en fietsen (verminderen autoverkeer). Dit nodigt uit om elkaar te ontmoeten en om te bewegen, sporten en spelen. In het bestemmingsplan worden daarom de omgevingswaarden 'groene pleinen' en 'speelvoorzieningen' vastgelegd, waardoor de gemeente zichzelf een resultaat dan wel inspanningsverplichting oplegt om tot 2030 meer groene pleinen te realiseren (waar men kan ontmoeten en bewegen) en meer speelvoorzieningen te realiseren (waar men kan spelen). Daarnaast is in de procesregels opgenomen dat bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een nieuwe ontwikkeling moet worden onderbouwd dat een veilige en gezonde fysieke leefomgeving wordt gewaarborgd.
Indien dit op voorhand niet kan worden gedaan, dienen diverse onderzoeken, zoals voor geluid, luchtkwaliteit en bodemkwaliteit te worden uitgevoerd. 6.4.2
Externe veiligheid en kabels en leidingen
In een plan dat kwetsbare objecten (gebouwen waar veel mensen, gedurende een lange periode verblijven) mogelijk maakt moet aandacht worden besteed aan externe veiligheid. Nieuwe kwetsbare objecten, zoals woningen, mogen namelijk niet binnen de risicocontour (invloedsgebied van een risicobron) van bestaande risicobronnen liggen. Risicobronnen zijn bijvoorbeeld inrichtingen waar wordt gewerkt met gevaarlijke stoffen. Ook transport van gevaarlijke stoffen over weg, spoor, water en door buisleidingen vormen een risico. Het beleid voor externe veiligheid is geregeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In de genoemde besluiten zijn de diverse risicocontouren met betrekking tot externe veiligheid vastgelegd. Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Het Chw-bestemmingsplan maakt tot 2040 maximaal 1.800 woningen mogelijk ten opzichte van het huidige woningaantal. Daarom is er een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd. Uit het onderzoek naar externe veiligheid (zie bijlage bij de toelichting) blijkt dat in of nabij het plangebied zich geen Bevi-inrichtingen bevinden waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen en waar dus een ongeval met gevaarlijke stoffen zou kunnen plaatsvinden.
Binnen een straal van 2.000 meter van het plangebied bevinden zich wel de volgende risicobronnen: transport van aardgas door een aardgastransportleidingen (figuur 6.5, rood), aardgasontvangst en reduceerstation, transport van gevaarlijke stoffen over de rijksweg A27 (figuur 6.5, geel) en transport van gevaarlijke stoffen over het spoortraject Bussum-Hilversum-Baarn (figuur 6.5, geel). Dit spoortraject maakt onderdeel van het Basisnet waarover het vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 53 van 82
Figuur 6.5 Risicobronnen in de nabijheid van plangebied 1221 te Hilversum Het plangebied bevindt zich niet binnen het invloedsgebied van de meeste van deze risicobronnen. Alleen het invloedsgebied van de spoorlijn Bussum-Hilversum-Baarn, waarover zeer toxische vloeistoffen (D4) worden vervoerd, ligt over het plangebied (zie figuur 6.6). In dit gebied kunnen ongevallen plaatsvinden met brandbare gassen (explosie), met (zeer) giftige gassen (giftige wolk) en met brandbare vloeistoffen (plasbrand).
Figuur 6.6 Invloedsgebied spoorlijn
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 54 van 82
Voor de spoorlijn langs het plangebied zijn per baanvak risicoplafonds vastgesteld voor het plaatsgebonden risico, de PR 10-6 contour. Dit is de contour waarbij de kans 1 op een miljoen is dat iemand overlijdt ten gevolge van een zwaar ongeval met het transport van de gevaarlijke stoffen op het spoor. Het groepsrisico (GR) is de kans per jaar dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van het spoor in een keer dodelijk slachtoffer worden van een ongeval met het vervoer van gevaarlijke stoffen op het spoor. Hiervoor worden de PR 10 -7 en de PR 10-8 contouren toegepast. Hierbij gaat het dus om de kans van 1 op de 10 miljoen en de kans van 1 op de 100 miljoen dat dit gebeurt. Uit het onderzoek externe veiligheid blijkt dat het plaatsgebonden risico maximaal 7 meter is (gerekend vanaf het hart van de spoorbundel). Het plangebied 1221 ligt hierbuiten. Daarmee wordt voldaan aan de eisen die het Bevi stelt aan het plaatsgebonden risico. Het groepsrisico gaat met het toevoegen van de 1.800 woningen omhoog. Het groepsrisico stijgt in de nieuwe situatie met 37,5%. Het groepsrisico ligt reeds in de huidige situatie boven 1,0 van de oriëntatiewaarde (richtwaarde, waarnaar moet worden gekeken bij de verantwoording van het groepsrisico).
Omdat ook sprake is van een toename van meer dan 10%, moet conform het Besluit externe veiligheid transportroutes het groepsrisico volledig worden verantwoord. In het kader van het bestemmingsplan is een verantwoording groepsrisico uitgevoerd (zie hoofdstuk 5 van bijlage 1 bij de toelichting). Daaruit volgt dat de beschouwde risicobronnen kunnen leiden tot ongevallen die beheersbaar kunnen blijven. In de verantwoording zijn verschillende maatregelen benoemd die dit risico kunnen verkleinen. Voorbeelden van mogelijke maatregelen zijn tijdige alarmering en communicatie vooraf over de noodplannen. De in de verantwoording genoemde maatregelen kunnen de effecten van ongevallen mogelijk reduceren tot een omvang die beter beheersbaar wordt geacht door de hulpverleningsdiensten. De brandweer Gooi- en Vechtstreek is (dat onderdeel is van de Veiligheidsregio Gooi- en Vechtstreek) om advies gevraagd op het externe veiligheidsonderzoek en de verantwoording. De reacties van de brandweer zijn verwerkt in de rapportage die in de bijlage is opgenomen. Opgemerkt moet worden dat het maximale programma van 1.800 woningen niet volledig hoeft te worden benut. Dit betekent dat het berekende groepsrisico een worstcasescenario betreft en in de praktijk naar waarschijnlijkheid lager komt te liggen.
Daarnaast is sprake van een geleidelijke en organische gebiedsontwikkeling, waarbij huidige functies gefaseerd verdwijnen en nieuwe functies geleidelijk ontstaan. Daarnaast ligt de volledige ontwikkeling van 1221 nog niet vast. Het Chw-bestemmingsplan biedt de mogelijkheid om onderzoeken vooruit te schuiven naar de vergunningverlening. Op het moment dat concrete ontwikkelingen zich voor doen binnen 1221 zullen de risico's (en benodigde maatregelen) met betrekking tot externe veiligheid opnieuw worden afgewogen. Dit is met een regeling vastgelegd in het Chw-bestemmingsplan. 6.4.3
Luchtkwaliteit
In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer en enkele daaraan gekoppelde besluiten (de Algemene maatregelen van bestuur) en ministeriële regelingen zijn de belangrijkste regels voor luchtkwaliteit opgenomen. Stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5) zijn de belangrijkste stoffen in deze luchtkwaliteitsregelgeving. De jaargemiddelde waarden zijn 40 µg/m 3 voor NO2, 40 µg/m3 voor PM10 en 25 µg/m3 voor PM2,5. De Wereldgezondheidsorganisatie (Who) heeft daarnaast advieswaarden opgegeven, deze zijn 10 µg/m3, 15 µg/m3 en 5 µg/m3. Op basis van kaartmateriaal van Atlas leefomgeving (2019) blijkt dat grenswaarden in 1221 voor stikstof (NO2) tussen de 16 µg/m3 en 25 µg/m3 ligt. Voor fijnstof (PM10 en PM2,5) liggen de grenswaarden tussen de 19 en 20 µg/m3 en 11 en 12 µg/m3. Dit betekent dat ruimschoots aan de grenswaarden vanuit de Wet milieubeheer wordt voldaan. Aan de advieswaarden van de Who wordt (nog) niet voldaan.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 55 van 82
Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de landelijke regels (Besluit 'niet in betekenende mate' (NIBM)) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 3.000 woningen met meer dan twee ontsluitingswegen vrijgesteld van toetsing. Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Binnen 1221 worden maximaal 1.800 woningen mogelijk gemaakt. Binnen het plangebied bevinden zich meerdere ontsluitingswegen. Hiermee kan het globale plan worden beschouwd als project dat niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Aangezien de ontwikkelingen binnen 1221 nog niet concreet zijn en er op voorhand geen onoverkoombare belemmeringen worden verwacht, wordt een eventueel benodigde onderzoeksplicht doorgeschoven naar de vergunningverlening. Dit is het geval wanneer niet kan worden aangetoond dat het plan niet in betekende mate bijdraagt, bijvoorbeeld als meerdere functies tegelijkertijd worden gerealiseerd.
In het Chw-bestemmingsplan is in de procesregels een regelingen opgenomen dat initiatiefnemers moeten aantonen dat zij een goede luchtkwaliteit waarborgen. 6.4.4
Geluid
Vanuit de Wet geluidhinder (Wgh) dient er bij de ontwikkeling van gebieden aandacht te worden besteed aan wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai. Het plangebied bevindt zich vrijwel volledig binnen de wettelijke (Wgh) geluidzones van wegen met een maximumsnelheid van 50 km/h of hoger en grenst daarnaast aan de spoorlijn van Hilversum. Tevens zijn er meerdere wegen met een maximum snelheid van 30 km/uur gelegen binnen het plangebied. In het kader van een goede ruimtelijk ordening dient de geluidbelasting ten gevolgen van de deze wegen ook te worden bepaald. De grenswaarden voor geluidbelasting zijn in onderstaande tabel weergeven:
Normering
Grenswaarde
Hoogst toelaatbare geluidbelasting wegverkeerslawaai
48 dB
Maximale ontheffing wegverkeerslawaai
63 dB
Hoogst toelaatbare geluidbelasting spoorweglawaai
55 dB
Maximale ontheffing spoorweglawaai
68 dB
Tabel 6.2 Grenswaarden geluidbelasting Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Binnen 1221 worden maximaal 1.800 woningen tot 2040 mogelijk gemaakt, eventueel ook langs (50 km) wegen en het spoor. Door Sweco is daarom een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 2 bij de toelichting). Het hoofddoel van dit onderzoek is het in kaart brengen voorkeurszones en maximale te ontheffen zones. In het onderzoek zijn daarom de geluidcontouren berekend rondom de (spoor)wegen als gevolg van weg- en railverkeer. Deze geluidcontouren zijn opgenomen in bijlage 4 van het onderzoek. De optredende geluidsbelastingen overschrijden in een deel van het plangebied, bij bestaande gebouwen langs het spoor en de 50 km/h wegen, de ten hoogste toelaatbare waarde van Lden 48 dB ten gevolge van wegverkeer en 55 dB ten gevolge van railverkeer uit de Wet geluidhinder. Voor de nieuw te ontwikkelen gevoelige objecten in dit gebied dient er rekening te worden gehouden met de geluidbelasting van deze wegen om een goed woon- en leefklimaat te waarborgen.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 56 van 82
Bron- en overdrachtsmaatregelen zijn niet doelmatig en/of effectief. Daarom worden aan de hand van berekende geluidcontouren hogere waarden vastgesteld (zie bijlage 3). Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een nieuw geluidgevoelig object, moet aangetoond worden dat de gevelbelasting voldoet aan de voorkeursgrenswaarde danwel de vastgestelde hogere waarde. Als sprake is van een vastgestelde hogere waarde moet tevens voldaan worden aan de voorwaarden zoals opgenomen in het hogere waardenbesluit. Naast de geluidscontouren is in het akoestisch onderzoek de geluidbelasting vanwege weg- en railverkeer op de reeds bekende ontwikkellocaties binnen 1221 onderzocht. Uit dit onderzoek is gebleken dat: De geluidbelasting vanwege railverkeer op de locaties Venetapark en Zuiderweg / Lijsterweg boven de maximaal te ontheffen waarde ligt, hiervoor zijn maatregelen noodzakelijk. Een van de maatregelen kan zijn om de bebouwing binnen de plangebieden verder van het spoor te plaatsen. De 68 dB contour ligt op ongeveer 22 meter van het spoor voor het Venetapark en voor het plangebied Zuiderweg / Lijsterweg ligt de contour op ongeveer 19 meter. Met het vaststellen van het bestemmingsplan worden de berekende geluidbelastingen tot maximaal 68 dB vastgesteld als hogere waarden.
Bij het uitwerken van een omgevingsvergunning moet aangetoond worden dat voldaan kan worden aan de criteria die zijn opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. Daarbij is een afweging van bron- en/of overdrachtsmaatregelen een van de onderdelen. De geluidbelasting vanwege railverkeer op de locaties Hunkemöller en Korte Noorderweg onder de maximaal te ontheffen waarde ligt maar boven de voorkeursgrenswaarde. Met het vaststellen van het bestemmingsplan worden de berekende geluidbelastingen vastgesteld als hogere waarden. Bij het uitwerken van een omgevingsvergunning moet aangetoond worden dat voldaan kan worden aan de criteria die zijn opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. Daarbij is een afweging van bron- en/of overdrachtsmaatregelen een van de onderdelen. De geluidbelasting vanwege wegverkeer hoger is dan de voorkeurgrenswaarde op de locaties Korte Noorderweg, Wybertjesfabriek en Venetapark maar onder de maximaal te ontheffen waarde. Met het vaststellen van het bestemmingsplan worden de berekende geluidbelastingen vastgesteld als hogere waarden. Bij het uitwerken van een omgevingsvergunning moet aangetoond worden dat voldaan kan worden aan de criteria die zijn opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. Daarbij is een afweging van bronen/of overdrachtsmaatregelen een van de onderdelen.
De 30 km/uur wegen hebben een relevante geluidbelasting op de panden aan de wegen. Bij nieuw te ontwikkelen woningen dient hier rekening mee te worden gehouden om een goed woon- en leefklimaat te waarborgen. Vooral voor de Geuzenweg, de Snelliusstraat, de Amperestraat, de Professor Poelstraat, de Liebergerweg en de Nachtegaalstraat is het belangrijk om rekening te houden met de geluidbelasting. Aan de hand van berekende geluidbelastingen zijn hogere waarden vastgesteld. Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een nieuw geluidgevoelig object, moet aangetoond worden dat voldaan kan worden aan de voorkeursgrenswaarden danwel vastgestelde hogere waarde.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 57 van 82
6.5
Omgevingsaspecten groen en duurzaamheid
6.5.1
Bodemkwaliteit
Op grond van de Wet bodembescherming dient de kwaliteit van de bodem te worden bewaakt en dienen verontreinigingen in de bodem te worden voorkomen. De milieuhygiënische bodemkwaliteit van een gebied moet geschikt zijn voor het beoogde gebruik. Voor een gevoelige functie als wonen gelden andere eisen dan voor bijvoorbeeld bedrijven. De milieuchemische bodemkwaliteit mag geen risico's opleveren voor de gebruikers van een gebied. In de procesregels is een regeling opgenomen dat initiatiefnemers dit moeten aantonen bij een omgevingsvergunningaanvraag, bijvoorbeeld middels het overleggen bodemonderzoek. Binnen 1221 komen diverse bodemverontreinigingen voor. Op basis van de beschikbare informatie van de gemeente Hilversum (bodemkwaliteitskaart en diverse onderzoeken) blijkt dat een deel van de bodem in 1221 verontreinigd is met minerale olie, zware metalen, asbest, PAK en VOCL/PCB/OCB. Daarnaast is sprake van een aantal bodemverontreinigingen met overige stoffen (zie figuur 6.7). Ook op andere locaties in 1221 is mogelijk sprake van bodemverontreinigingen.
Figuur 6.7 bekende bodemverontreinigingen in 1221
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 58 van 82
Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Voor iedere ontwikkeling binnen het gebied zal minstens een historisch bodemonderzoek (NEN 5725) nodig zijn om aan te tonen of er mogelijk bodemverontreinigingen aanwezig zijn. Hieruit blijkt dan per ontwikkeling of vervolgens een verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) nodig is. Indien uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat er sprake is van een sterk verontreinigde bodem is nader onderzoek (NEN 5755) noodzakelijk. Uit het nader onderzoek kan blijken dat uiteindelijk een eventuele sanering van de bodem nodig is, waarmee de bodem geschikt wordt gemaakt voor de uit te voeren werkzaamheden en beoogde functie. Aangezien niet alle ontwikkelingen binnen 1221 concreet zijn en er op voorhand geen onoverkoombare belemmeringen worden verwacht, wordt de onderzoeksplicht doorgeschoven naar de vergunningverlening. In het Chw-bestemmingsplan is in de procesregels een regeling opgenomen dat, indien nodig, de initiatiefnemers een bodemonderzoek dienen aan te leveren bij de omgevingsvergunningaanvraag van hun project. 6.5.2
Natuur en soorten
In de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht. In 1221 bevinden zich geen (gedeelten van) Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Oostelijke Vechtplassen op circa 4,15 kilometer afstand. Natura 2000-gebied Eemmeer & Gooimeer Zuidoever bevindt zich op circa 7 kilometer afstand. Directe effecten op de Natura 2000-gebieden zijn op voorhand uit te sluiten, maar indirecte effecten door stikstofdepositie zijn niet op voorhand uit te sluiten. Om deze reden is een stikstofonderzoek uitgevoerd. Uit het stikstofonderzoek blijkt dat de verkeersgeneratie ten gevolge van de gebruiksfase van het project niet leidt tot een depositietoename groter dan 0,00 mol N/ha/jaar op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden rondom het plangebied. Hiermee is er voor het project voor het onderdeel stikstofdepositie geen vergunning Wet natuurbescherming nodig. Voor de aanlegfase geldt sinds 1 juli 2021 met de inwerkingtreding van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering een vrijstelling van de Wnb-vergunningplicht voor de bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten waarvan de emissies tijdelijk en beperkt zijn. Afhankelijk van de locatie in 1221 is het mogelijk dat beschermde soorten voorkomen.
Volgens de Effectenindicator soorten komen er in 1221 diverse beschermde soorten voor welke hinder kunnen ondervinden van ruimtelijke ontwikkelingen. Het betreft de gierzwaluw, de huismus en de gewone dwergvleermuis. Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Bij een concrete ontwikkeling dient aandacht te worden besteed aan beschermde soorten middels een verkennend natuuronderzoek. Mogelijk dient een initiatiefnemer op basis hiervan een aanvullend natuuronderzoek te doen naar bepaalde beschermde diersoorten. Er kunnen mitigerende maatregelen nodig zijn om een ontwikkeling mogelijk te maken. Aangezien de ontwikkelingen binnen 1221 nog niet concreet zijn en er op voorhand geen onoverkoombare belemmeringen worden verwacht, wordt de onderzoeksplicht doorgeschoven naar de vergunningverlening. In het Chw-bestemmingsplan is in de procesregels een regelingen opgenomen dat initiatiefnemers een verkennend natuuronderzoek dienen aan te leveren bij de vergunningaanvraag van hun project.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 59 van 82
Daarnaast wordt bij de ontwikkelingen in het postcodegebied 1221 natuurinclusief bouwen als randvoorwaarde opgenomen. De sturing van natuurinclusief bouwen vindt plaats door een bepaling in de regels waarin de verplichting is opgenomen tot het realiseren van voldoende maatregelen in het kader van natuurinclusief bouwen. Of men invulling geeft aan deze verplichting wordt getoetst aan de hand van een Realisatieplan natuurinclusief bouwen dat bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw ingediend moet worden. Voor de uitleg wanneer sprake is van voldoende maatregelen is gebruik gemaakt van een beleidsregel 'Natuurinclusief bouwen'. Doormiddel van deze regeling wordt er op gestuurd dat bij het bouwen van nieuwe gebouwen maatregelen voor natuurinclusief bouwen worden gerealiseerd. Uit de beleidsregel volgt wanneer sprake is van voldoende maatregelen voor verschillende mogelijke situaties. 6.5.3
Klimmaatadaptatie
Zoals in bovenstaande paragrafen wordt omschreven, is er weinig groen en blauw (water) in 1221. Dit is in het kader van klimaatadaptatie problematisch. Kleinschalige en incidentele vormen van groen (en water) zijn namelijk essentieel voor waterinfiltratie en het tegengaan van opwarming van de straat. De huidige mate van bebouwing en verharding in het gebied zorgen niet alleen voor problemen bij intensieve regen maar leiden in de heter wordende zomers ook in delen van een wijk waar de warmte niet meer weg kan. Deze zogenaamde urban heat islands zijn slecht voor mens en natuur en zorgen voor hittestress. Kleine toevoegingen van groen, in openbare ruimte of in tuinen, op daken of parkeerterreinen, kunnen de effecten van de klimaatverandering verzachten. Daarnaast wil de gemeente waar mogelijk hemelwater afkoppelen. Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan De gemeente heeft als een van haar doelstellingen om de wijk te vergroenen. Groen draagt bij aan het welzijn en de gezondheid van de mensen, is essentieel voor (beschermde) planten en dieren en zorgt voor een klimaatadaptieve(re) omgeving. Met het realiseren van een zogeheten 'Groene Loper' moet deze doelstelling worden gerealiseerd. Hierbij worden ook relaties gelegd met thema's als klimaatadaptatie, waterberging, hittestress en biodiversiteit.
Het bestemmingsplan biedt ruimte aan deze ambities door de omgevingswaarde 'Groene pleinen' vast te leggen, welke een resultaatsverplichting oplegt om tot 2030 zes pleinen te vergroenen. Daarnaast zijn groen- en waterbergende voorzieningen ten alle tijde toegestaan en is in het plan een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten aanzien van waterinfiltratie, waarin geregeld is bij nieuwbouw, renovatie en uitbreiding van verharding in het belang van de hydrologische situatie ter plaatse voldoende ruimte gereserveerd voor het bergen en infiltreren van hemelwater binnen de (toekomstige) eigendomsgrenzen van het perceel. Hiermee wordt bijgedragen aan een klimaatbestendig Hilversum. 6.5.4
Water
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient inzicht te worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met ruimtelijke ontwikkelingen. Een zogenoemde watertoets is hierbij verplicht om de waterhuishoudkundige aspecten (wateroverlast, hemelwaterafvoer, riolering, veiligheid) te kunnen beoordelen. De gemeente hanteert daarnaast het watermanagementplan 2021 - 2026, welke in hoofdstuk 4 reeds is toegelicht. Het gebied 1221 is hoofdzakelijk versteend en in de openbare ruimte zijn nauwelijks waterpartijen aanwezig. Er zijn enkele plekken met waterbergingen, met name in de Kleine Driftbuurt.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 60 van 82
Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan De gemeente heeft als doelstelling om het gebied 1221 te verduurzamen, o.a. door het klimaatadaptief in te richten. Dit houdt in dat de waterbergingsmogelijkheden in het gebied worden vergroot door waterpleinen of ondergrondse waterbergingen aan te leggen. Ook is de ambitie gesteld om hemelwater af te koppelen om het rioleringssysteem bij grote buien te ontzien. Bij ontwikkellocaties is het idee om regenwater op eigen terrein te laten infiltreren. Het bestemmingsplan biedt ruimte aan deze ambities waterbergende voorzieningen ten alle tijden toe te staan. Aangezien de ontwikkelingen binnen 1221 nog niet concreet zijn en er op voorhand geen onoverkoombare belemmeringen worden verwacht, wordt de watertoets doorgeschoven naar de vergunningverlening. In het Chw-bestemmingsplan is een regeling opgenomen dat initiatiefnemers een watertoets dienen aan te leveren bij de vergunningaanvraag van hun project. 6.5.5
Duurzame energie en circulariteit
Veel van de bestaande gebouwen in 1221 zijn gerealiseerd in het begin van de vorige eeuw. Door de doorgaans slechte isolering van deze woningen en bedrijfspanden gaat veel energie verloren. Daarnaast worden nagenoeg alle panden nu nog middels gas verwarmd. In de nabije toekomst zal 1221 van het gas af moeten, de energievraag moeten worden verlaagd én zal er duurzame energie opgewekt moeten worden. Ook ligt er de komende jaren een grote opgave in 1221 op het gebied van circulariteit. Zo worden er maximaal 1.800 nieuwe woningen gebouwd, en worden op verschillende ontwikkellocaties gebouwen gesloopt en opnieuw gebouwd. Het streven is om hier zoveel mogelijk in te zetten op waardeverhogende bouwmethodieken, milieu- en grondstofvriendelijke materialen en minder afval en uitstoot in het proces van bouwen. Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan In het visiedocument Circulair materiaalgebruik & Energie zijn de ambities en aanpak op het gebied van circulariteit en duurzame energie vastgelegd. Deze ambities en plannen zijn anno 2021 nog niet geconcretiseerd in specifieke projecten. In het bestemmingsplan is daarom rekening gehouden met de nieuwste landelijke bouw-energiestandaarden (BENG) en tegelijkertijd ruimte geboden aan toekomstige ontwikkelingen op het gebied van duurzame energie en circulariteit. Zo is de opwekking van duurzame energie direct toegestaan.
6.6
Omgevingsaspecten verkeer, verbinding en parkeren
6.6.1
Verkeer en parkeren
Het gemeentelijk verkeer- en parkeerbeleid is vastgelegd in de Mobiliteitsvisie 2040 (paragraaf 4.4.14), de parkeernota (paragraaf 4.4.15) en de parkeernormering OV-knooppunten (4.4.16). Slim omgaan met de mobiliteit betreft een groot aandachtspunt, met name als het gaat om verkeersveiligheid, verbinden en parkeren en vergroten van gezondheid door stimuleren van fietsen en lopen. De transformatie van het postcodegebied 1221 in Hilversum heeft consequenties voor de verkeersstromen in het gebied. Met het toevoegen van 1.800 woningen in het gebied en het behoud van werkgelegenheid neemt het aantal autoritten toe. Dit leidt tot hogere verkeersintensiteiten op de wegen en straten. Dit terwijl de doelstelling vanuit de gebiedsagenda juist is om de verkeer- en parkeerdruk te verlagen en meer ruimte te bieden aan langzaam verkeer.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 61 van 82
Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan In het verkeersonderzoek (bijlage) is de toename aan verkeersintensiteiten berekend met een verkeersprognosemodel. De toename bedraagt gemiddeld op een aantal wegvakken 500 motorvoertuigen per etmaal (mtv/etm). Deze toename bedraagt op een aantal wegvakken orde grootte 500 voertuigen per etmaal. De grootste toename is voorzien op de Noorderweg Larenseweg, waar de toename 700 tot 900 voertuigen per etmaal bedraagt. Vervolgens is er gekeken of deze toenames mogelijk leiden tot problemen voor de verkeersafwikkeling. Daarvoor is een viertal kruispunten nader geanalyseerd: 1. Voorrangspleintje Liebergerweg - Kamerlingh Onnesweg: de wachttijden voor het verkeer dat voorrang moet verlenen blijven zeer klein tot klein. Mogelijk kritisch zijn de linksafbewegingen op het voorrangspleintje in de avondspitsperiode, omdat hier de opstelruimte beperkt is. 2. Rotonde Larenseweg - Jan van der Heijdenstraat: deze rotonde blijft ruim voldoende capaciteit hebben om de verkeersstromen goed te kunnen afwikkelen. 3. Voorrangspleintje Minckelersstraat - Kamerlingh Onnesweg: de wachttijden voor het verkeer dat voorrang moet verlenen blijven zeer klein tot klein. 4.
VRI kruispunt Minckelersstraat - Jan van der Heijdenstraat: de cyclustijden op dit met verkeerslichten geregeld kruispunt blijven voldoende laag om geen problemen te verwachten met betrekking tot de afwikkeling van de verkeersstromen. Concluderend kan gesteld worden dat de verkeerskundige effecten van de ontwikkellocaties in de Gebiedsagenda beperkt zijn en dat het niet te verwachten is dat specifiek de toenames in verkeersintensiteiten zullen leiden tot problemen met de verkeersafwikkeling in en rond de wijk. Een andere belangrijke opgave in 1221 is om de huidige parkeerdruk te verminderen. Uitgangspunt voor nieuwe ontwikkelingen betreft parkeren op eigen terrein, waarbij de parkeernormen, zoals vastgelegd in de Parkeernota, het uitgangspunt vormen. Hiervan afwijken is enkel toegestaan als maatregelen worden getroffen, zoals beschreven in de parkeernormring OV-knooppunten.
6.7
M.e.r.-beoordeling
Een milieueffectrapportage (MER) brengt de milieugevolgen van een plan in beeld, voordat er een besluit over is genomen. De initiatiefnemer van het plan beschrijft de verwachte gevolgen voor het milieu in een MER. Soms is een MER verplicht. In de meeste gevallen moet eerst worden beoordeeld of een MER nodig is. In het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) zijn activiteiten opgenomen die m.e.r.(beoordelings)-plichtig zijn. Een plan is m.e.r.(beoordelings)-plichtig als de toegestane activiteiten boven een bepaalde drempelwaarde komen. Komen ze daar niet overheen dan moet worden beoordeeld of toch een MER nodig is. De ontwikkelingen binnen 1221 staan op de zogenoemde D-lijst van het Besluit m.e.r.: Activiteit D11.2 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De bijbehorende drempelwaarden van deze activiteit zijn: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De omvang van het planvoornemen ligt onder de drempelwaarden voor deze activiteit. Daarom volstaat een notitie voor een zogenoemde vormvrije m.e.r.-beoordeling.
De drempelwaarden zijn echter indicatief en het voornemen zit op twee onderdelen net onder deze drempelwaarden (1.800 woningen en een oppervlak van net onder de 100 hectare). Daarnaast ligt het plangebied in gevoelig (dichtbevolkt) gebied. Er is daarom gekozen om in de milieunotitie dezelfde diepgang te hanteren als nodig is voor een 'formele' m.e.r.-beoordeling.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 62 van 82
Betekenis voor het Chw- bestemmingsplan In de aanmeldingsnotitie voor de m.e.r.-beoordeling (zie bijlage 6 bij toelichting) zijn de potentiële effecten van het project voor de thema's natuur, verkeer, geluid, externe veiligheid, luchtkwaliteit, cultuurhistorie en landschap, archeologie, bodem, aardkundige waarden en water in beeld gebracht. In tabel 6.3 zijn de potentiële effecten op het milieu opgesomd. Vervolgens is direct aangegeven welke maatregel is toegepast om het effect te mitigeren.
Waarde
Effect
Maatregel
Natuur Het gebied ligt op grote afstand van Natura 2000-gebieden. Naar verwachting zijn in het plangebied wel beschermde soorten, zoals de gierzwaluw, de huismus en de gewone dwergvleermuis, aanwezig.
Effecten op beschermde Bij concrete ontwikkeling dient natuurgebieden worden niet aandacht te worden besteed aan verwacht. Door de hinder beschermde soorten. Mogelijk kunnen de beschermde soorten dient een initiatiefnemer op basis die in het plangebied aanwezig van een verkennend zijn worden verstoord in of natuuronderzoek een aanvullend verjaagd uit hun huidige onderzoek te doen naar leefomgeving. bepaalde beschermde diersoorten. In de praktijk kunnen mitigerende maatregelen belangrijk nadelige gevolgen voorkomen.
Geluid De realisatie van woningen in In het bestemmingsplan zijn In het plangebied ligt de gebieden dat een hogere waarden opgenomen tot geluidbelasting boven de geluidbelasting kent van boven de maximale ontheffingswaarde. voorkeursgrenswaarde. In de maximale ontheffingswaarde Daarmee is nog steeds sprake sommige delen ligt de schaadt mogelijk de gezondheid van een onvoldoende geluidbelasting boven de van toekomstige bewoners. leefomgevingskwaliteit, maar maximaal te ontheffen wordt wel voldaan aan de waarde. Vanuit geluidshinder De realisatie van de 1.800 wettelijke normen. bekeken is op dergelijke woningen en de Om te voldoen aan de locaties verkeersaantrekkende werking vastgestelde hogere waarde leefomgevingskwaliteit die hier vanuit gaat, zal leiden moeten bij de aanvraag van onvoldoende. tot een toename van de vergunningen verschillende bron geluidbelasting van minder dan en/of overdrachtsmaatregelen 1,5 dB. Dit is een toename die worden afgewogen. voor de meeste mensen niet waarneembaar zal zijn. Externe veiligheid Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de spoorlijn Bussum-Hilversum-Baarn.
Het groepsrisico is in de huidige Er is een verantwoording situatie reeds hoger dan 1,0 van opgesteld. Daarin zijn de oriëntatiewaarde. Het verschillende maatregelen groepsrisico gaat ten opzichte benoemd om het risico te van de huidige situatie met beperken. Ondanks de 37,5% omhoog. maatregelen zal sprake zijn van een restrisico.
Archeologie Het plangebied kent een middelhoge tot hoge verwachtingswaarde op aanwezigheid van archeologische waarden.
Het is niet uitgesloten dat bij grondwerkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen. De kans hierop wordt klein geacht, aangezien de grond in het plangebied reeds eerder is geroerd vanwege de eerdere bebouwing.
Het bestemmingsplan heeft een dubbelbestemming Waarde – Archeologie. Daaruit volgt een onderzoeksplicht voorafgaand aan realisatie van nieuwbouw.
Tabel 6.3 Samenvatting potentiële uit de aanmeldingsnotitie m.e.r.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 63 van 82
Uit de behandeling van de criteria en de beschrijving van de potentiële effecten blijkt dat de effecten op de verschillende (milieu)aspecten vooral effect hebben op de toekomstige bewoners van de nieuw te ontwikkelen woningen. De kwaliteit van de leefomgeving is in sommige ontwikkellocaties met name vanuit het oogpunt van geluid en externe veiligheid niet hoog. De benodigde hogere waarden zijn vastgesteld, waar mogelijk zijn de hogere waarden lager dan de maximale ontheffingswaarden. Ten aanzien van de toename van het groepsrisico is een verantwoording opgesteld, waarin verschillende maatregelen zijn benoemd om het risico te beperken. De kwaliteit van de leefomgeving acht de gemeente aanvaardbaar. Gezien de beperkte effecten en de in het bestemmingsplan geborgde maatregelen zal geen sprake zijn van belangrijk nadelige gevolgen.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 64 van 82
Hoofdstuk 7 Activiteiten en regelingen
In dit hoofdstuk zijn de activiteiten in het plangebied en daaraan verbonden regelingen omschreven.
7.1
Planmethodiek
Het Chw-bestemmingsplan heeft een andere indeling gekregen dan gebruikelijk bij de reguliere bestemmingsplannen. Eén van de doelen van het Chw-bestemmingsplan is om al te oefenen met de mogelijkheden van de Omgevingswet en het bestemmingsplan zo goed mogelijk aan te laten sluiten bij structuur van het omgevingsplan. Zo is er bijvoorbeeld niet meer gewerkt met bestemmingen, maar met activiteiten en werkingsgebieden en zijn nieuwe type regels toegepast. Daarnaast kent het Chw-bestemmingsplan de opbouw volgens het zogenoemde Casco Omgevingsplan. Het Casco is samengesteld door de VNG en is een voorbeeld van de structuur van een omgevingsplan. De opbouw van het Chw-bestemmingsplan 1221 is als volgt: Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen De begripsbepalingen vormen het eerste hoofdstuk van het Chw-bestemmingsplan en zijn ondersteunend voor de uitvoerbaarheid en/of leesbaarheid van de regels. In dit hoofdstuk zijn ook de anti-dubbeltelregeling opgenomen en zijn (delen van) verordeningen geïntegreerd. De doelgroepenverordening is in artikel 5 zelfs volledig geïntegreerd, voor zover relevant voor dit Chw-bestemmingsplan. Hoofdstuk 2: Doelen In het Chw-bestemmingsplan zijn doelen opgenomen die ten grondslag liggen aan de regels. Bepaalde doelen zijn geconcretiseerd door het gebruik van omgevingswaarden en geborgd middels juridische regelingen. In paragraaf 7.2 komt dit nader aan bod.
Hoofdstuk 3: Programma's In het Chw-bestemmingsplan zijn geen programma's aangewezen met een programmatische aanpak. Dit hoofdstuk is toegevoegd om aan te sluiten op de beoogde structuur van het omgevingsplan zoals dat kan worden opgesteld als de Omgevingswet in werking treedt, maar heeft in dit plan geen betekenis. Hoofdstuk 4: Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving In dit hoofdstuk zijn onderdelen van de fysieke leefomgeving aangewezen. In voorliggend geval zijn de gemeentelijke monumenten aangewezen. Hoofdstuk 5: Activiteiten In het Chw-bestemmingsplan is niet gedacht vanuit bestemmingen, maar vanuit activiteiten. In dit hoofdstuk zijn regels gesteld over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Er is hierbij onderscheid gemaakt in verschillende werkingsgebieden, met elk eigen gebruik- en bouwregels. In paragraaf 7.3 wordt dit uitgebreid toegelicht. Hoofdstuk 6: Beheer en onderhoud Het hoofdstuk beheer en onderhoud is niet toegepast in het plan. Dit hoofdstuk is toegevoegd om aan te sluiten op de beoogde structuur van het omgevingsplan zoals dat kan worden
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 65 van 82
opgesteld als de Omgevingswet in werking treedt, maar heeft in dit plan geen betekenis. Hoofdstuk 7: Financiële bepalingen In dit hoofdstuk is uitgelegd op welke manier het kostenverhaal vormgegeven wordt. Hoofdstuk 8: Procesregels In dit hoofdstuk zijn aanvullende procedureregels meegegeven voor de omgevingsvergunningaanvragen voor gebruik- en bouwactiviteiten, aanlegactiviteiten en gemeentelijke monumenten. Dit zijn ondersteunende regels welke gaan over de voorbereiding van besluiten, projecten van publiek belang en/of het aanwijzen van adviesorganen. In paragraaf 7.4 wordt hier uitgebreid op ingegaan. Hoofdstuk 9: Handhaving Dit hoofdstuk is niet toegepast op het plan. Het hoofdstuk is toegevoegd om aan te sluiten op de beoogde structuur van het omgevingsplan zoals dat kan worden opgesteld als de Omgevingswet in werking treedt, maar heeft in dit plan geen betekenis. Hoofdstuk 10: Monitoring en informatie In dit hoofdstuk is opgenomen hoe de monitoring plaatsvindt. Hierbij is ingegaan welke parameters worden gehanteerd, welke stappen worden doorlopen en welke mitigerende maatregelen eventueel nodig zijn. Hoofdstuk 11: Overgangs- en slotregels In dit hoofdstuk is het overgangsrecht opgenomen om te borgen dat de bestaande functies van 1221 kunnen blijven voortbestaan onder de nieuwe regels. Ook is ingegaan op de slotbepaling van het Chw-bestemmingsplan.
Hoofdstuk 12: Slotbepalingen Dit hoofdstuk is niet van toepassing in dit plan.
7.2
Omgevingsdoelen
Dit Chw-bestemmingsplan voorziet in een juridisch-planologisch kader voor postcodegebied 1221 waarin de doelen van de Gebiedsagenda 1221 en het Beeldkwaliteitsplan+ 1221 zijn vertaald. De regels in dit plan zijn te herleiden naar de algemene omgevingsdoelen in artikel 6 en de doelen zoals opgenomen in: a. de Gebiedsagenda 1221: 1. het voortbouwen op de ontwikkelgeschiedenis van de wijk en op de gewenste kwaliteiten van de drie buurten met als subdoelen: identiteit, voortbouwen op de ontwikkelgeschiedenis; wonen en werken; leefbaarheid, ontmoeten en spelen; groen en duurzaamheid; verkeer, verbinding en parkeren; het proces, de wijze van samenwerken; 2. een integrale benadering van de fysieke leefomgeving, met in dit plan regels die energietransitie, klimaatadaptatie, biodiversiteit, gezondheid, toegankelijkheid en (sociale) veiligheid borgen; 3. het hanteren van uitnodigingsplanologie, waarbij organische gebiedsontwikkeling wordt gefaciliteerd; 4. het beter benutten van de openbare ruimte en het juridisch-planologisch mogelijk maken van een kwaliteitsimpuls in de openbare ruimte met onder andere groene pleinen en speelvoorzieningen; 5. het versnellen van ruimtelijke ontwikkelingen door het scheppen van duidelijke kaders; 6. het binnen de kaders bieden van zo veel mogelijk flexibiliteit voor ruimtelijke ontwikkelingen;
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 66 van 82
7. het bieden van voldoende basis voor het verlenen van omgevingsvergunningen, waarbij de onderzoeksplicht voor ruimtelijke ontwikkelingen zo veel als mogelijk naar het moment van omgevingsvergunningaanvraag wordt verschoven; b. het Beeldkwaliteitsplan+ 1221: 1. het borgen van de kwaliteiten voor de ontwikkellocaties in het gebied 1221; 2. de ruimtelijke kaders voor nieuwe ontwikkelingen in 1221; 3. het waarborgen van en versterken van het bestaande karakter van de wijk; behoud door ontwikkeling; 4. een richting mee te geven over de gewenste verschijningsvorm; 5. een toetsingskader vormen voor de beoordeling van bouwplannen voor ontwikkellocaties in 1221. Bepaalde doelen van de regels van het Chw-bestemmingsplan, zijn geconcretiseerd door het gebruik van omgevingswaarden. Met omgevingswaarden draagt de gemeenteraad het college van burgemeester en wethouders op om enkele specifiek benoemde kwaliteiten te bereiken en in stand te houden. Dit draagt bij aan het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Ook ondersteunen ze bij het zorgen voor een goede omgevingskwaliteit. Een omgevingswaarde is onder de Omgevingswet een van de instrumenten waarmee overheden het beleid kunnen uitvoeren. Hiermee kan de gemeente de kwaliteit vastleggen die ze voor de fysieke leefomgeving wil bereiken. Deze kwaliteit moet objectief vast te stellen en meetbaar zijn.
In dit Chw-bestemmingsplan wordt, vooruitlopend op de Omgevingswet, de term omgevingswaarde gehanteerd. In basis gaat het om een opdracht die de gemeenteraad aan het college opdraagt via het bestemmingsplan om deze aspecten te monitoren en te handelen als de genoemde kwaliteiten niet behaald worden. Het handelen kan op verschillende manieren, vooral ook buiten het bestemmingsplan om. Het beoogde resultaat is vastgelegd in het bestemmingsplan. De gemeente Hilversum heeft met dit Chw-bestemmingsplan twee omgevingswaarden vastgesteld om de openbare ruimte een kwaliteitsimpuls te geven. Op deze wijze wordt bijgedragen aan de leefomgeving en de gezondheid in het postcodegebied 1221, zoals omschreven in de gemeentelijke omgevingsdoelen (artikel 6). Omgevingswaarde 1 'Groene pleinen' speelt in op het prachtproject 'Groene Loper' en gaat om het vergroenen van de pleinen. De omgevingswaarde legt de gemeente een resultaatverplichting op om eind 2023 drie pleinen te hebben vergroend. Eind 2030 moeten zes pleinen zijn vergroend. Omgevingswaarde 2 'Speelvoorzieningen' speelt in op het prachtproject 'Spelen en Ontmoeten' en legt de gemeente een resultaatsverplichting op om eind 2025 80% van het grondgebied van 1221 te laten vallen binnen het verzorgingsgebied van één of meerdere speelplaatsen.
Er geldt ook een inspanningsverplichting (eindbeeld waarnaar gestreefd wordt) om eind 2030 90% van het grondgebied van 1221 te laten vallen binnen een dekkend netwerk aan speelplaatsen. De stand van zaken met betrekking tot de resultaatsverplichtingen en inspanningsverplichting wordt tweejaarlijks opgemaakt. De monitoring van de omgevingswaarden wordt verder beschreven in hoofdstuk 8.
7.3
Activiteiten en werkingsgebieden
In het Chw-bestemmingsplan is niet gedacht vanuit bestemmingen, maar activiteiten. De activiteiten zijn juridisch relevante handelingen in de fysieke leefomgeving, welke worden gekoppeld aan een werkingsgebied. In het Chw-bestemmingsplan is onderscheid gemaakt in bestaande gebruiksactiviteiten, het benutten van de fysieke leefomgeving en bouwactiviteiten, aanlegactiviteiten en sloopactiviteiten. Voorafgaand aan deze activiteiten zijn in artikel 9 van de regels inleidende bepalingen meegegeven over de wijze van meten.
Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 67 van 82
7.3.1
Bestaande gebruiksactiviteiten
Om de bestaande activiteiten in 1221 te behouden zijn in artikel 10 van de regels de bestaande activiteiten, zoals vastgelegd in het vigerende bestemmingsplan 'Over 't Spoor', conserverend overgenomen. De activiteiten zijn gekoppeld aan de volgende werkingsgebieden en bijbehorende regelingen:
Activiteit
Toelichting regeling
Wonen
Ter plaatse van dit werkingsgebied is de activiteit wonen toegestaan. Ook een aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten zijn onder voorwaarden toegestaan. Bestaande legale meervoudige bewoning is tevens toegestaan.
Exploiteren van een Ter plaatse van dit werkingsgebied zijn bedrijven toegestaan tot ten bedrijf t/m categorie 2 hoogste de milieucategorie 2. Deze bedrijven moeten tevens zijn opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten, welke als bijlage bij de regels is toegevoegd. Ook zijn bedrijven toegestaan dit zijn opgenomen in de bij de regels opgenomen bijlage Toegelaten bedrijven. Exploiteren van een Ter plaatse van dit werkingsgebied zijn bedrijven toegestaan tot ten bedrijf t/m categorie 3 hoogste de milieucategorie 3. Deze bedrijven moeten tevens zijn opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten, die als bijlage bij de regels is toegevoegd. Ook zijn bedrijven toegestaan dit zijn opgenomen in de bij de regels opgenomen bijlage Toegelaten bedrijven. Verkooppunt motorbrandstoffen zonder LPG