CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 : Ontwerp ChwBP1221_Toelichting en regels

GEMEENTERAAD 26 oktober 2022, gemeente HilversumBij agendapunt: Vaststelling Chw bestemmingsplan 1221 (1084642)35.201 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 25 van 82

te wonen en niet als investering. Dit wordt geregeld middels een zelfbewoningsplicht. Een zelfbewoningsplicht is een set regels waarmee we de eigenaar van een huis verplichten om de woning (voor een bepaalde periode) zelf te bewonen. Het verkopen of verhuren van de woning wordt daarmee (onder voorwaarden) verboden. Zelfbewoningsplicht bij nieuwbouw Voor nieuwbouwwoningen op grond van de gemeente of van derden heeft de gemeente een zelfbewoningsplicht ingesteld. Deze geldt voor woningen die nog gebouwd moeten worden (nieuwbouw) en woningen die worden gebouwd door 'transformatie', doordat de bestemming wordt gewijzigd naar wonen. Bij nieuwbouwwoningen op grond van derden kan alleen een zelfbewoningsplicht worden afgesproken wanneer voor het bouwplan de medewerking van de gemeente nodig is. In dat geval kan de zelfbewoningsplicht anterieur worden vastgelegd. De zelfbewoningsplicht is een beleidsregel waarin de regels voor zelfbewoning staan opgenomen. We kunnen dan afspraken maken met de ontwikkelaar over het opnemen van de regels in het koopcontract. Om ook voor bestaande woningen een zelfbewoningsplicht te kunnen eisen wordt de Huisvestingsverordening gewijzigd. Goede benutting bestaande woningvoorraad Een goede benutting van de bestaande woningvoorraad betekent o.a.

een rechtvaardige verdeling van schaarse woonruimte en het voorkomen dat door deze schaarste sommige groepen helemaal niet meer voor een woning in aanmerking komen. Dit geldt zeker voor mensen die door hun inkomen zijn aangewezen op betaalbare koopwoningen (tot NHG-grens), sociale of middeldure huurwoningen. Daarnaast moeten nieuwe woningen voor een specifieke doelgroep worden ontwikkeld, optimaal bij die doelgroep terecht laten komen. Met het Chw-bestemmingsplan 1221 leggen we de woningmarktsegmenten vast en via de doelgroepenverordening leggen we vast hoe lang deze woningen beschikbaar moeten blijven in het betreffende segment. Bij nieuwbouwwoningen maken we met de ontwikkelende partijen afspraken over de bewoning van deze woningen, ter voorkoming van speculatie. Hiervoor werken we met een anti-speculatiebeding en een kettingbeding voor zelfbewoningsplicht. Dit instrumentarium vullen we aan in anterieure overeenkomsten door anti-speculatiebeding en zelfbewoningsplicht. Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Het Chw-bestemmingsplan draagt bij aan de ambitie van de gemeente Hilversum om jaarlijks 250 extra woningen te realiseren om een passende woningvoorraad te bewerkstelligen.

In het Chw-bestemmingsplan geldt dat er niet minder dan 33% sociaal en niet minder dan 50% middeldure huur mag worden gebouwd binnen 1221, waarmee wordt aangesloten op de opgave om het tekort aan lage en middensegment te verkleinen. Tevens is bepaald dat er in het plangebied tot 2030 niet meer dan 1.150 zelfstandige woningen en tot 2040 niet meer dan (in totaal) 1.800 zelfstandige woningen worden toegevoegd boven op het aantal woningen dat aanwezig is (of legaal kon worden gebouwd op het moment direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit plan). Ten aanzien van de keuzemogelijkheid van splitsing van woningen is binnen het Chw-bestemmingsplan de relatie gelegd tussen de Structuurvisie 2030, de Woonvisie 2021 tot 2030 en het vigerende paraplubestemmingsplan Regeling meervoudige bewoning (2016). Het paraplubestemmingsplan is opgesteld om een eenduidige regeling te bieden voor het gebruik en verbouwen van gebouwen voor meervoudige bewoning. De Gebiedsagenda 1221 en het Beeldkwaliteitsplan+ hebben inzicht gegeven in de mogelijkheden van het postcodegebied 1221. Er zijn duidelijk zones naar voren gekomen waarbinnen de woonfunctie (consolidatiegebieden) een prominente rol heeft en zones die meer gericht zijn op functiemenging en ontwikkelingen (moderniseringsgebieden). Binnen de consolidatiegebieden is het niet wenselijk (meer) om meervoudige bewoning toe te staan.

Binnen deze consolidatiegebieden is meervoudige bewoning dan ook uitgesloten. Binnen de

Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 26 van 82

moderniseringsgebieden liggen over het algemeen de grotere gemengde functies. Het ligt dan ook voor de hand dat er binnen de moderniseringsgebieden meer ruimte is, onder voorwaarden, ten aanzien van herbestemming en transformatie. Dit Chw-bestemmingsplan bevat regels voor het toestaan, onder voorwaarden, van nieuwe meervoudige bewoning in de moderniseringsgebieden. Daarvoor is een omgevingsvergunning nodig. Die kan alleen worden verleend als aan voorwaarden wordt voldaan. Allereerst moet voldaan worden aan de parkeernormen, Daarnaast moet de kwaliteit, het woongenot en de gebruiksmogelijkheden van de bouwwerken en het woongenot op en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast en er mag geen overconcentratie aan meervoudige bewoning ontstaan. Hieronder wordt daarop nader ingegaan en wordt uitgelegd wat wordt verstaan onder die voorwaarden.  Woongenot en kwaliteit openruimte Onevenredige aantasting van het woongenot en van functionele gebruiksmogelijkheden van belendingen kan zich voordoen door de specifieke situering van panden ten opzichte van elkaar, zoals bij krappe achterterreinen en door de indeling en opzet van het perceel met meervoudige bewoning zelf.

Ter voorkoming van onevenredige aantasting van het woongenot en verslechtering van de kwaliteit van de open ruimte moet er rekening worden gehouden dat de gevels van panden op een die zo genoemde binnenterrein op minimaal 5 meter van achtertuinen en minimaal 10 meter van (oorspronkelijke) achtergevels liggen (exclusief uitbouw). Als de afstand kleiner is, dient de gevel als blinde gevel (zonder doorzichtig raam of deuropeningen) uitgevoerd te worden. De consequentie van deze regel kan zijn dat geen omgevingsvergunning voor meervoudige bewoning wordt verleend, of dat toestemming alleen kan worden verleend bij gedeeltelijke sloop van het gebouw/pand om voldoende buitenruimte en afstand te creëren.  Oppervlakte buitenruimte Een gebouw/pand met meervoudige bewoning met een begane grondverdieping moet op de begane grond een buitenruimte hebben. De buitenruimte is minimaal 5 m2. Op de bovenverdiepingen geldt dat bestaande balkons en dakterrassen niet mogen worden verwijderd of dicht gebouwd.  Oppervlakte zelfstandige woning en onzelfstandige woonruimten De minimale oppervlakte van zelfstandige woning is 35 m2 vloeroppervlakte. Het gaat hier om verblijfsruimte. De minimale oppervlakte van een onzelfstandige woonruimte is 18 m2 vloeroppervlak. Het gaat hier om verblijfsruimte. Dit is gebaseerd op de bepalingen uit het Bouwbesluit.

 Oppervlakte bergruimte De minimale oppervlakte van een bergruimte is 2 m2 per zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte. Dit hoeft geen overdekte stalling te zijn, maar moet wel op eigen terrein (dat kan ook een eigen voortuin zijn). In de regeling meervoudige bewoning van 2016 was een ruimte van 1,5 m2 voorgeschreven. Omdat tegenwoordig meer kliko's worden uitgedeeld (papier, plastic en restafval) is de bergruimte verhoogd met 0,5 m2. De bergruimte moet feitelijk 2 m2 bergruimte hebben. Een bergruimte die geheel of gedeeltelijk wordt gebruikt voor bijvoorbeeld een stookinstallatie waardoor feitelijk geen 2 m2 bruikbaar is, voldoet dus niet.  Overconcentratie Aangenomen wordt dat er sprake is van overconcentratie van meervoudige bewoning als er in de buurt te veel bewoning is dan de buurt/straat aankan. Dat wordt per aanvraag om een omgevingsvergunning voor meervoudige bewoning bepaald aan de hand van de oogmerken van het betreffende werkingsgebied. Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 27 van 82

Het gaat dan om oogmerken als: 1. het bereiken en in stand houden van een goed woon- en leefklimaat; 2. behoud en versterking van het bestaande karakter en inrichting, kenmerkend voor de betreffende buurt; 3. het voorkomen en beperken van hinder; 4. het beschermen van de gezondheid; 5. het waarborgen van de veiligheid. 4.4.7

Doelgroepenverordening (2020)

Met de doelgroepenverordening kan de gemeente nieuwbouwwoningen behouden voor in de verordening bepaalde doelgroepen. De Hilversumse verordening ziet op de doelgroepen sociale huurwoningen, middeldure huurwoningen en 'middeldure huurwoningen plus'. Met de verordening heeft de gemeente een middel om woningen die voor deze doelgroepen op de markt komen ook voor deze doelgroepen beschikbaar te houden. De doelgroepenverordening maakt het niet mogelijk om woningen te bouwen, daarvoor is het bestemmingsplan. De doelgroepenverordening heeft alleen betrekking op nieuwbouwwoningen in de genoemde segmenten en legt daarvoor de huurprijsgrenzen vast. De doelgroepen worden bepaald aan de hand van inkomensgrenzen. De doelgroep sociale huur is wettelijk vastgelegd. Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan De doelgroepenverordening werkt pas 'door' als de koppeling is gemaakt met het bestemmingsplan. Hiervoor is in de regels het Chw-bestemmingsplan bepaald welk percentage voor welke woningbouwcategorie geldt in het postcodegebied 1221. Voor het postcodegebied 1221 geldt dat er niet minder dan 33% sociaal en niet minder dan 50% middeldure huur mag worden gerealiseerd. Op die manier wordt gewaarborgd dat een bepaald percentage van een woningbouwcategorie moet worden gebouwd.

De verordening geldt aanvullend op het Chw-bestemmingsplan, namelijk om ook te waarborgen dat die woningcategorie een bepaalde periode blijft behouden voor de doelgroep. Op het moment dat het Chw-bestemmingplan wordt vastgesteld, geldt ook de verordening. Anticiperend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de voor dit Chw-bestemmingsplan relevante bepalingen uit de doelgroepenverordening ook geïntegreerd in de regels van dit plan. 4.4.8

Groenbeleidsplan 2030

Het Groenbeleidsplan Hilversum 2030 kent een integrale, samenhangende visie op het groen in de gehele gemeente Hilversum. Het groen in en rondom Hilversum staat onder druk en de verwachting is dat deze druk de komende jaren verder zal toenemen. Dit maakt het noodzakelijk om actief groenbeleid te voeren. Het groenbeleidsplan heeft onder andere aandacht voor: versterking van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), het veiligstellen van de groenstructuur die het groene imago van Hilversum bepaalt, groen in bouwplannen, de aanpak van de stadranden, versterking van groen in het centrum, kleine groenplannen op buurtniveau en spelen in het groen. Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Eén van de belangrijke doelstellingen van het Chw-bestemmingsplan is om de wijk 1221 te vergroenen, hiermee wordt aangesloten bij het groenbeleidsplan welke onder andere inzet op het versterken van het groene imago van Hilversum. Groen in bouwplannen wordt geborgd middels het Beeldkwaliteitsplan+, welke juridisch/planologisch is geborgd in voorliggend Chw-bestemmingsplan (paragraaf 5.4). Kleine groenplannen op buurtniveau worden gerealiseerd middels de omgevingswaarde 'Groene Pleinen' welke in het bestemmingsplan is opgenomen (paragraaf 7.2).

Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 28 van 82

4.4.9

Leidraad natuurinclusief bouwen

De biodiversiteit in Nederland neemt al decennia lang af. Dat geldt voor biodiversiteit buiten de stad, maar ook voor biodiversiteit binnen de stad. Het is aannemelijk dat dat voor het postcodegebied 1221 niet anders is. De stad heeft zijn eigen ecosysteem van planten- en diersoorten die zich hebben aangepast aan het leven in een dicht bebouwde omgeving. Als gezegd staat de leefomgeving van veel gebouwbewonende diersoorten onder druk door het verlies aan verblijfplaatsen door sloop, nieuwbouw, renovatie en isolatie. Ook de leefomgeving van deze soorten wordt steeds kleiner door de toename van verharding in de openbare ruimte en in particuliere tuinen en de afname van de hoeveelheid en diversiteit aan groen. Gevolg is dat dier- en plantensoorten verdwijnen en dat het ecosysteem van de stad uit balans is. Door het ontbreken van natuurlijke vijanden krijgen plaagdieren zoals de eikenprocessierups vrij spel en door het gebrek aan variatie in beplanting zijn verschillende boomsoorten vatbaar voor diverse ziektes. Willen we het tij keren dan zullen we moeten investeren in het herstellen van de natuurlijke balans in de stad. Voor de gebouwbewonende diersoorten betekent dat meer verblijfplaatsen maken en de leefomgeving beter geschikt maken. Dit is een bredere aanpak dan de Wet natuurbescherming (Wnb).

De Wnb is gericht op bescherming van het individu en niet op de leefomgeving van de populatie als geheel: worden er voor een vergunningaanvraag geen beschermde diersoorten aangetroffen dan hoeven er ook geen maatregelen te worden genomen. Het uiteindelijke resultaat is dat er potentiële nest- en verblijfplaatsen verloren gaan zonder dat deze worden gecompenseerd. De benadering is om maatregelen voor gebouwbewonende diersoorten te stimuleren zodat we postcodegebied 1221 voor de gehele populatie beter maken. Diersoorten zullen daardoor minder kwetsbaar worden voor veranderingen in hun leefomgeving als gevolg van bijvoorbeeld bouwwerkzaamheden. Overigens moeten werkzaamheden altijd voldoen aan de Wnb. Tot slot profiteren ook de inwoners van Hilversum mee. Een natuurlijke, biodiverse woonomgeving is immers een prettiger en gezonder woonomgeving. Niet voor niets heeft het burgerpanel in een peiling over de Omgevingsvisie aangegeven dat het vergroten van de biodiversiteit met afstand het belangrijkste onderwerp is. Bij de ontwikkelingen in het postcodegebied 1221 wordt natuurinclusief bouwen als randvoorwaarde opgenomen. Bij het stellen van de randvoorwaarden wordt gebruik gemaakt van de Leidraad Natuurinclusief Bouwen. Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Bij de ontwikkelingen in het postcodegebied 1221 wordt natuurinclusief bouwen als randvoorwaarde opgenomen.

De sturing van natuurinclusief bouwen vindt plaats door een bepaling in de regels waarin de verplichting is opgenomen tot het realiseren van voldoende maatregelen in het kader van natuurinclusief bouwen. Of men invulling geeft aan deze verplichting wordt getoetst aan de hand van een Realisatieplan natuurinclusief bouwen dat bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw ingediend moet worden. In hoofdstuk 7 worden nader ingegaan op de regelingen.

Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 29 van 82

4.4.10 Horecakader Hilversum werkt hard aan een centrum dat meer mensen aantrekt, die het centrum meer waarderen, vaker terugkomen, langer verblijven en meer uitgeven. Horeca speelt hierin een belangrijke rol. Hilversum heeft de ambitie om als sterke centrumgemeente te functioneren voor de regio Gooi & Vechtstreek. Om deze ambitie te realiseren moet de horeca (potentiële) bezoekers meer gaan bieden. Het onderscheidend vermogen van de horeca moet worden vergroot. Daarbij is herkenbaarheid van de horeca van belang, net als de juiste ondernemer op de juiste plaats. De gemeente draagt bij aan de herkenbaarheid van de horeca door deze vooral in het centrum te faciliteren. Hier speelt de horeca een belangrijke rol als onderdeel van een aantrekkelijk centrum. Buiten het centrum wordt (al jaren) terughoudend omgegaan met het toevoegen van horeca. Daarbij is de ontmoetingsfunctie het belang van horeca voor buurten en wijken. Het concentreren van horeca in gebieden in het centrum werkt en blijft het uitgangspunt. Buiten de horecaconcentratiegebieden is er geen focus op uitbreiding van horeca. Initiatieven voor zogenoemde 'pareltjes' blijven wel mogelijk. Bij initiatieven die niet passen in het bestemmingsplan wordt een zorgvuldige afweging gemaakt. De horeca in het postcodegebied 1221 is voornamelijk geconcentreerd rondom het Oosterspoorplein. Rondom dit plein gebeurt het nodige.

Er is voor dit gebied een ontwerp structuurvisie Bruisend Hart opgesteld. Dit plein maakt geen onderdeel uit van voorliggend Chw-bestemmingsplan. Tevens is er horeca aanwezig in woongebieden. Dit zijn horecabedrijven met een buurtverzorgende functie. Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan In het Chw-bestemmingsplan zijn de bestaande horeca-inrichtringen opgenomen. Alleen de categorieën A, B, C zijn toegestaan binnen de bestaande horeca-inrichtingen. Deze bestaande horeca-inrichtingenzijn voorzien van het werkingsgebied 'exploiteren van een horeca-inrichting' waar de horeca activiteit mogelijk is. De vestiging van nieuwe horecazaken is binnen het Chw-bestemmingsplan alleen mogelijk midels een omgevingsvergunning en dient een zogenaamd 'pareltje' te zijn. De meest aangewezen plek voor nieuwe horeca is gelegen rond het Oosterspoorpplein. Dit maakt echter geen onderdeel uit van dit Chw-bestemmingsplan. 4.4.11 Detailhandelskader 2017 Hilversum investeert in haar winkelgebieden. Dit is zichtbaar in het centrum, maar ook elders. Goed winkelaanbod is belangrijk voor Hilversum om een aantrekkelijke stad te zijn en blijven. Detailhandel in de stad zorgt voor levendigheid en leefbaarheid voor bewoners. Ook kan een goed aanbod aan winkels zorgen voor een toename van toeristisch bezoek aan de stad.

De uitdaging waarvoor Hilversum staat is het toekomstbestendig houden van haar detailhandelsstructuur en het herbevestigen van de regionale verzorgingsfunctie. Gemeente, ondernemers en vastgoedeigenaren blijven hierom investeren in aantrekkelijke winkelgebieden, die voldoen aan de moderne eisen die bezoekers stellen. Het detailhandelskader draagt bij aan toekomstbestendige winkelgebieden:  een compact, aantrekkelijk centrum met ruimte voor ondernemerschap;  een goed functionerende Gijsbrecht met een functie voor de omliggende buurt en daarbuiten;  robuuste buurt- en wijkwinkelgebieden die naast een boodschappenfunctie bijdragen aan de sociale cohesie in buurten;  een cluster van perifere detailhandel dat tegemoetkomt aan de vraag van de consument. De detailhandelsstructuur van Hilversum kent een vrij heldere opzet met de centrum als regionaal verzorgend hoofdwinkelcentrum en diverse ondersteunende centra. De Gijsbrecht kan worden gekarakteriseerd als binnenstedelijke winkelstraat. Kerkelanden en Seinhorst zijn wijkwinkelgebieden. Buurtwinkelgebieden zijn De Meent, Riebeeckgalerij, Stephensonlaan, Heigalerij en Chatham. Verder ligt er een cluster van winkels en andere functies op de kop van

Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 30 van 82

de Larenseweg met een onduidelijk profiel. Hiervoor wordt een structuurvisie opgesteld en valt buiten het plangebied van dit Chw-bestemmingsplan. Op basis van de voorspelde bevolkingsontwikkeling en de ontwikkelingen met betrekking tot internet en de steeds sterker wordende positie van Amsterdam en Utrecht valt geen kwantitatieve uitbreidingsvraag te verwachten in Hilversum, waarschijnlijk zal de vraag naar meters zelfs minder worden. Er blijft binnen het centrum ruimte voor uitbreiding, bedoeld om het centrum als geheel of een deelgebied binnen het centrum hierdoor kwalitatief te versterken. Er wordt terughoudend omgegaan met het toevoegen van detailhandel, zeker buiten het compacte centrumgebied. Straten in het randgebied, waaronder de Larenseweg hebben veelal weinig perspectief als winkelstraat. Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan In dit Chw-bestemmingsplan zijn alle bestaande horeca-inrichtingen opgenomen met een werkingsgebied. Er wordt geen ruimte geboden voor het toevoegen van horeca-inrichtingen in het plangebied. Voor het toevoegen van horeca-inrichtingen is de kop van de Larenseweg aangewezen. Dit gedeelte maakt geen onderdeel uit van dit voorliggende Chw-bestemmingsplan. Hiervoor wordt een separate procedure doorlopen. 4.4.12 Transitievisie Warmte De gemeente heeft de ambitie om in 2040 aardgasvrij te zijn en in 2050 klimaatneutraal.

In het Klimaatakkoord is zij aangewezen als regisseur van de warmtetransitie voor de gebouwde omgeving. Daar ligt de grootste opgave voor CO2-reductie. Om te komen tot een aanpak voor deze transitie is de Transitievisie Warmte opgesteld. De benadering van deze visie gaat er vanuit dat de verduurzaming van de gebouwde omgeving in Hilversum het meest gebaat is bij een individuele aanpak, die woningeigenaren in staat stelt om op het moment dat hen het beste past de maatregelen te nemen die specifiek voor hun woning en gezinssituatie het beste resultaat opleveren. De gemeente kiest er dan ook voor om haar inwoners individueel te faciliteren bij het verduurzamen van hun woning. Vanuit haar rol als regisseur stuurt de gemeente hier op aan de hand van enkele uitvoeringslijnen. Gezien de grote, complexe opgave van de warmtetransitie sluiten we graag aan bij initiatieven uit de samenleving en benutten we kansen die zich voordoen vanuit andere opgaven in Hilversum. Gebiedsontwikkeling biedt kansen om verder toe te werken naar een duurzaam gebouwde omgeving. Daarom heeft de gemeente een verkenning uit laten voeren naar de manier waarop ambities op het gebied van de warmte- en circulaire transitie kunnen worden meegenomen in gebiedsontwikkelingen.

De ontwikkelingen in het Stationsgebied en 1221 gaven een directe aanleiding en behoefte om invulling te geven aan circulair materiaalgebruik en de energievoorziening. Het ontbreekt aan een duidelijk beleidskader hiertoe. De richtlijnen die voortkomen uit de verkenning zijn ter inspiratie en om ervaring mee op te doen binnen projecten ten behoeve van gebiedsontwikkeling Hilversum breed.

Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Bij ontwikkelingen in de gebouwde omgeving zullen de wettelijke eisen van aardgasvrij en de BENG-norm (Bijna Energie Neutrale Gebouwen) als uitgangspunt gehanteerd worden. Daarnaast dient de Transitievisie Warmte als beleidskader en zijn er richtlijnen voor ontwikkelaars om toe te kunnen werken naar een duurzame gebouwde omgeving.

Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 31 van 82

4.4.13 Gemeentelijk watermanagementplan 2021-2026 Het gemeentelijk watermanagementplan beschrijft de visie op de watertaken, met welke ambitie de opgaven worden ingevuld, de uit te voeren maatregelen, welke eisen aan de uitvoering daarvan worden gesteld en welke personele en financiële middelen daarvoor nodig zijn. De visie van Hilversum op de gemeentelijke watertaken is grotendeels een voortzetting van het huidige beleid, gericht op uitvoering van de gemeentelijke watertaken en instandhouding van de huidige toestand en goede werking van de riolering. Stevige versterkingen van de visie ten opzichte van voorgaande rioleringsplannen zijn ten aanzien van de maatschappelijke en bestuurlijke opgaven voor klimaatadaptatie en de extra inzet op duurzaamheid. De visie heef de volgende speerpunten: 1. Gezonde en veilige leefomgeving met hoge ruimtelijke kwaliteit; 2. Klimaatbestendig Hilversum; 3. Duurzaam Hilversum; 4. Slim koppelen met andere ruimtelijke/maatschappelijke opgaven; 5. Communicatie met bewoners, bedrijven en andere beheerders Het gemengde rioolstelsel van 1221 kent behoorlijke wateroverlast problemen bij intensieve regen. Het vuilwater en hemelwater wordt via een absoluut stelsel afgevoerd naar de rioolwaterzuivering,( RWZI-oost). Bij een bui van 40 mm/uur of meer kan het stelsel niet meer al het water, ook afkomstig van een deel van het centrum, snel genoeg afvoeren.

In de lage delen van het gebied / van het rioolstelsel, bij de Kleine Drift en Lorentzweg, komt het water op straat te staan en leidt tot wateroverlast aan woningen en gebouwen.

Om de hoeveelheid water op straat op relatief korte termijn hier te verminderen zijn in het Watermanagementplan 2021-2026 drie opgaven opgenomen:  Het afkoppelen van alle grote dakoppervlakken van het riool, het hemelwater dat afvoert van deze daken komt dan niet langer in het riool maar wordt lokaal opgevangen en geïnfiltreerd.  Het aanleggen van een extra waterberging in het centrum of postcodegebied 1221 die vol kan lopen bij hevige regen. Uit nader onderzoek/monitoring moet blijken waar en hoe de waterberging het beste kan functioneren.  Bij nieuwbouw/nieuwe ontwikkelingen moet al het water lokaal binnen de ontwikkeling worden opgevangen, vastgehouden en geïnfiltreerd. Het hemelwater van deze oppervlakken voert niet meer af naar het rioolstelsel, waardoor krapte afneemt. Op de lange termijn, als het riool hier is afgeschreven, kan het gemengde riool worden vervangen door een gescheiden stelsel. Hemelwater voert dan apart af. De genoemde waterberging kan op dat moment blijven functioneren als berging voor de wijk. Andere Hilversumse wijken kennen ook zo'n hemelwaterberging in de vorm van een vijver (Riebeeck- , Laapers-, Berlage- en Kastanjevijver). Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Het Chw-bestemmingsplan houdt rekening met het gemeentelijk watermanagementplan door nieuwe initiatieven hieraan te toetsen.

Daarnaast is er in het plan een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten aanzien van waterinfiltratie, waarin geregeld is bij nieuwbouw, renovatie en uitbreiding van verharding in het belang van de hydrologische situatie ter plaatse voldoende ruimte gereserveerd voor het bergen en infiltreren van hemelwater binnen de (toekomstige) eigendomsgrenzen van het perceel. Hiermee wordt bijgedragen aan een klimaatbestendig Hilversum.

Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 32 van 82

4.4.14 Mobiliteitsvisie 2040 De mobiliteit in Hilversum is in beweging. De huidige en de verwachte mobiliteitsproblemen moeten worden aangepakt. Dit vraagt om een aangescherpte visie inclusief maatregelen om de bereikbaarheid van Hilversum, de doorstroming op het wegennet en de verkeersveiligheid te verbeteren. De Mobiliteitsvisie Hilversum 2040 is een lokale visie op de mobiliteitsvraagstukken van Hilversum nu en in de toekomst. Hierbij zijn mogelijke consequenties voor andere ruimtelijke onderwerpen (zoals wonen, werken, gezondheid, klimaat en energietransitie) op hoofdlijnen in beeld gebracht. Er is gewerkt met 5 scenario's passend bij Hilversum. Het scenario "Hilversum: de stad voor groene, duurzame en innovatieve mobiliteit" geeft voor de mobiliteit in Hilversum realistische en haalbare oplossingen, die passen bij Hilversum. Het bevat een slimme brede mix van gefaseerd te nemen maatregelen. De mobiliteitsvisie met het voorliggende scenario bevat een mix van maatregelen en geeft een oplossing op hoofdlijnen voor de aanpak van de Hilversumse problemen op het gebied van mobiliteit. Op basis hiervan kan een groot deel van de maatregelen worden opgenomen in een eerste uitvoeringsprogramma Mobiliteit Hilversum 2040 voor de korte en middellange termijn.

Het gaat hierbij om de volgende maatregelen:  de mogelijkheden van smart mobility (slimme iVRI installaties en diverse typen sensoren om het gebruik van alle modaliteiten te meten en te regelen);  één of meerdere zero emissie zones (max. 3);  een fijnmazig vervoersnetwerk;  ketenmobiliteit en OV-Knooppuntenontwikkeling;  deelvervoer;  betere faciliteiten voor langzaam vervoer, zoals voor voetgangers en fietsers;  contacten met bedrijven om de in- en uitgaande pendel te verkleinen (meer hybride werken naar aanleiding van Covid-19);  een aanpassing van het parkeerbeleid. Voor de volgende maatregelen geldt dat zij, onder andere vanwege het beslag op ruimte, eerst in de participatie van de omgevingsvisie moeten worden meegenomen:  de gefaseerde realisatie van mogelijk een drietal multimodale hubs voor o.a. goederenvervoer aan de randen van Hilversum op strategisch gelegen locaties bij invalswegen;  een autoluwe binnenstad (binnen de contouren van de centrumring) die toch goed bereikbaar is;  nader onderzoek naar de (betaalbaarheid van de) Noordoost-tunnel (van de Larenseweg naar de Nieuwe Crailoseweg (Crailosebrug). Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan De gemeente ziet een toekomst voor 1221 waarin de auto niet meer dominant aanwezig is en er meer ruimte is voor langzaam verkeer.

De ontwikkellocaties binnen 1221 bieden hier goede kansen voor door de mogelijkheden van smart mobility te verkennen, deelvervoer te stimuleren en collectief parkeren te bewerkstelligen. In de gebiedspaspoorten, behorende bij het Beeldkwaliteitsplan+ en voorliggend bestemmingsplan zijn criteria opgenomen ten aanzien van verkeer en parkeren. 4.4.15 Parkeernota Hilversum 2017 In de Parkeernota Hilversum 2017 zijn de parkeernormen beschreven, onderverdeeld in drie gebieden: 'centrum', 'schil' en 'buitenschil/rest bebouwde kom/buiten bebouwde kom'. De parkeernota gaat hierbij uit van de volgende doelen:  Het beter inspelen op de veranderingen die in de hedendaagse samenleving zichtbaar zijn.  Het bereikbaar en leefbaar houden van de buurten van Hilversum.  Het creëren van een evenwichtige parkeerbalans door vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen.  Effectiever gebruik beschikbare parkeerplaatsen.

Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 33 van 82

 

Het verbeteren van processen rondom invoering betaald parkeren. Het bijdragen aan een hoogwaardig woon- en werkklimaat van Hilversum.

Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan In het Chw-bestemmingsplan is een dynamische verwijzing opgenomen naar de Parkeernota, zodat de parkeernormen juridisch/planologisch zijn geborgd. In hoofdstuk 7 wordt hier nader op ingegaan. 4.4.16 Beleidsnotitie Parkeernormering OV-knooppunten (2020) De projecten rondom de OV-knooppunten, zoals postcodegebied 1221, kennen ambitieuze programma's, waardoor de claim op de beperkte ruimte hoog is. In algemene zin mag een toevoeging of wijziging van functies bij een nieuwe ontwikkeling geen parkeeroverlast veroorzaken in de omliggende gebieden. Deze notitie laat zien onder welke voorwaarden het mogelijk is om bij de grote ontwikkelingen rondom de OV-knooppunten af te wijken van de parkeernormen uit de parkeernota. Concreet houdt dit in dat de huidige parkeernorm de basis blijft. Onder voorwaarden kan deze norm gereduceerd worden tot maximaal 50%. Voorbeelden van deze voorwaarden zijn dat de ontwikkeling mobiliteitsmaatregelen opneemt die het autobezit en gebruik verlagen. Een van de elementen die kunnen zorgen voor een reductie van het aantal parkeerplaatsen is bijvoorbeeld de aanwezigheid van deelauto's en de aanwezigheid van voldoende fietsparkeerplaatsen. Voor nieuwbouw bij de OV-knooppunten dient te worden voldaan aan de 'Fietsparkeercijfers 2019' van de CROW.

Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan In het Chw-bestemmingsplan is een dynamische verwijzing opgenomen naar de Parkeernormering OV-knooppunten, zodat dit toetsingskader kan worden gehanteerd zodra wordt afgeweken van de parkeernormen uit de Parkeernota. Daarmee wordt het autogebruik ontmoedigd en het wandelen en fietsen gestimuleerd. In hoofdstuk 7 wordt hier nader op ingegaan. 4.4.17 Monumentenverordening Hilversum 2016 Het belangrijkste motief van de Monumentenverordening Hilversum 2016 is het beschermen van de boven- en ondergrondse cultuurhistorische waarden van de gemeente Hilversum en regelt onder meer de volgende onderwerpen:  de aanwijzing van monumenten tot gemeentelijke monumenten;  de aanwijzing van stadsgezichten tot gemeentelijke beschermde gezichten;  voorbescherming;  het vergunningenstelsel voor de gemeentelijke en beschermde (rijks)monumenten;  de inschakeling van de Commissie voor Welstand en Monumenten als adviesorgaan voor de aanwijzing tot gemeentelijk en beschermd (rijks)monument en gemeentelijk stadsgezicht en de verlening van een vergunning voor gemeentelijke en beschermde (rijks)monumenten;  het regelen van bovengrondse cultuurhistorische waarden in bestemmingsplannen;  eisen die worden gesteld aan cultuurhistorisch onderzoek, bouw-, architectuurhistorisch, stedenbouwkundig-, landschappelijk- of archeologisch onderzoek;  de regeling van

betreding in het belang van archeologisch onderzoek in het kader van planologische procedures, zoals een bestemmingsplan. Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan In het Chw-bestemmingsplan is de monumentenverordening als pilot geïntegreerd. Het doel van de pilot is om te oefenen met het overnemen, aanscherpen en/of minimaliseren van regels uit verordeningen in de geest van de Omgevingswet. In het Chw-bestemmingsplan zijn alleen de ruimtelijk relevante regels overgenomen. De monumentenverordening blijft voor de overige regels van kracht.

Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 34 van 82

4.4.18 Bouwverordening Hilversum 2009 In de bouwverordening Hilversum 2009 zijn voorschriften openomen met betrekking tot het bouwen, verbouwen, gebruik en slopen van bouwwerken. In de bouwverordening wordt onder andere ingegaan op indieningsvereisten voor de omgevingsvergunning bouwen, is een verbod opgenomen voor het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem, zijn voorschriften opgenomen van stedenbouwkundige aard, bereikbaarheidseisen, brandveiligheidsinstallaties en vluchtroutes, regels ten aanzien van welstand en overige administratieve bepalingen. Vanaf 1 april 2012 zijn diverse onderwerpen die voorheen in de bouwverordening stonden ondergebracht in het Bouwbesluit 2012. Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan In het Chw-bestemmingsplan is de bouwverordening als pilot geïntegreerd. Het doel van de pilot is om te oefenen met het overnemen, aanscherpen en/of minimaliseren van regels uit verordeningen in de geest van de Omgevingswet. In het Chw-bestemmingsplan zijn alleen de ruimtelijk relevante regels overgenomen. De bouwverordening blijft voor de overige regels van kracht.

Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 35 van 82

Hoofdstuk 5 Ruimtelijk plan 1221

Het postcodegebied 1221 is aan een kwaliteitsimpuls toe, de wijk moet veiliger, gezonder, duurzamer en leefbaarder worden. Om dit te bewerkstelligen, wordt de wijk tot 2040 op een geleidelijke en op organische wijze getransformeerd in een gemengd woongebied. Om richting te geven aan de toekomst van de wijk, is de Gebiedsagenda opgesteld, die op 27 februari 2021 is vastgesteld door de raad. De zes opgaven uit de Gebiedsagenda, zoals verwoord in paragraaf 4.4.2 (identiteit, wonen en werken, leefbaarheid, ontmoeten en spelen, groen en duurzaamheid, verkeer verbinding en parkeren en de manier van samenwerken), zijn leidend en worden in dit hoofdstuk uitgebreid toegelicht. De opgaven zijn, samen met de ruimtelijke principes en beoogde sfeer, verder uitgewerkt in het Beeldkwaliteitsplan+. Het beeldkwaliteitsplan is het beleidskader voor voorliggend Chw-bestemmingsplan, waarin de bouwcontouren, functies en bouwhoogtes zijn vastgelegd. Het Beeldkwaliteitsplan+, de Gebiedsagenda 1221 en voorliggend Chw-bestemmingsplan vormen de drie belangrijkste kaders voor de verdere ontwikkeling van het postcodegebied 1221 in Hilversum.

Op basis van de Gebiedsagenda en het Beeldkwaliteistplan zijn verschillende typen gebieden te onderscheiden in he postcodegebied 1221. Langs de toegangswegen en de zonde langs het spoor worden de gebieden gedomineerd door de mogelijkheid van functiemenging. Dit worden de moderniseringsgebieden genoemd. Naar de toekomst toe wordt een fijnmazige vermenging tussen werk en wonen mogelijk. In deze gebieden wordt ruimte geboden aan voorzieningen en werk. Belangrijk is dat ook 's avonds de begane grond actief wordt gebruikt en daarmee sociaal veilig en aantrekkelijk is. In deze gebieden sluiten de nieuwe ontwikkelingen aan qua oppervlakte, structuur en bouwhoogte op de directe omgeving. Ontwikkelingen hebben een maximale bouwhoogte van 15 meter. Dit zijn maximaal 5 bouwlagen. Door de opzet en vormgeving (stedenbouw en architectuur) van gebouwen wordt deze bouwhoogte ervaren als menselijke maat. Een grotere bouwhoogte is alleen mogelijk daar waar extra programma gewenst is én dit programma gecombineerd wordt met een relatief grote en hoogwaardige openbare ruimte. Denk daarbij aan een plein of park dat functioneert op het niveau van de buurt (vanaf zo'n 1.000 m2). De maximale bouwhoogte blijft met 25 meter binnen de kaders van de structuurvisie.

5.1

Identiteit

De buurten binnen 1221 hebben ieder een eigen uitstraling en identiteit. Het is deze eigenheid die de buurten aantrekkelijk maakt. Deze kwaliteit staat al langer onder druk. Met de ontwikkelingen tot 20240 bestaat er de kans om 1221 te versterken. Het gaat hierbij om het versterken van vijf kernkwaliteiten: 1. Functiemenging: een goede mix van wonen én werken én voorzieningen. Grote diversiteit van gebouwen en functies die aansluiten op elkaar en karakter geven aan de buurt. Ontmoetingsplekken en levendigheid rond Oosterspoorplein en omgeving. 2. Menselijke maat: ontwikkelingen voegen zich in de buurt, door de bestaande korrel op te pakken, deze kent een overwegend kleinschalige en menselijke maat. 3. Gemeenschap: er ontstaat diversiteit en er is ruimte voor iedereen, waardoor saamhorigheid ontstaat. 4. Open en toegankelijk: er wordt gestuurd op rustige straten met minder auto's en meer ruimte voor langzaam verkeer. Ook inzetten op lage snelheid en prioriteit voor lopen en fietsen. 5. Geschiedenis: ontwikkelingen hebben oog voor cultuurhistorie en erfgoed. Vanuit deze kernkwaliteiten worden de inhoudelijke opgaven voor wonen en werken, leefbaarheid, ontmoeten en spelen, groen en duurzaamheid en verkeer, verbinding en parkeren benaderd.

Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 36 van 82

Vertaling in het Chw-bestemmingsplan In het Chw-bestemmingsplan vormt de identiteit per buurt het uitgangspunt voor nieuwe ontwikkelingen. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen verschillende werkingsgebieden met eigen oogmerken, om de identiteit per gebied te benadrukken en alleen ontwikkelingen toe te staan die passend zijn binnen het oogmerk van de buurt. De oogmerken beschrijven de karakteristieken van de buurt (hoofdstuk 3) op het gebied van stedenbouw, functie(menging) en de openbare ruimte en vormen het toetsingskader bij het al dan niet toestaan van nieuwe activiteiten.

5.2

Wonen en werken

De behoefte aan woningen in Hilversum is hoog. Nieuwe woningen kunnen vrijwel alleen worden gebouwd op plekken waar nu andere functies gevestigd zijn, zoals bestaande werklocaties. 1221 is echter altijd de plek geweest waar eenieder kon wonen én werken. Het aantal bestaande arbeidsplaatsen moet worden behouden. Het realiseren van nieuwe woningen met behoud van werkgelegenheid is daarom een centrale opgave in de Gebiedsagenda. Belangrijke uitgangspunten hierbij zijn:  Voldoende extra woningen, passend binnen de diversiteit van 1221. Dit betekent op het niveau van de gehele wijk minimaal 33% sociale huur en 50% middeldure huur, de overige 17% kan worden ingevuld binnen de vrije sector. De woningen zijn bedoeld voor jongeren, starters, gezinnen, senioren en mensen met een beperking.  Aandacht voor betaalbare werkruimte voor startende en doorgroeiende bedrijven en het onderwijs. Daarnaast moet aandacht worden besteed aan de creatieve sector met het accent op ZZP'ers.  Nieuwe gebouwen moeten passend zijn binnen de bestaande buurtkwaliteiten, bijzondere gebouwen, met inspiratie vanuit het verleden, vormen hierbij het uitgangspunt.  Het gaat om een slim en gericht gemengd programma om een kwalitatief centrum stedelijk milieu te realiseren.

Figuur 5.1 Ruimte voor ontwikkeling Op basis van de Gebiedsagenda en het Beeldkwaliteitsplan+ zijn gebieden benoemd waar er

Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 37 van 82

meer ruimte voor ontwikkelingen en waar minder ruimte voor ontwikkelingen mogelijk zijn. In de woonbuurten (consolidatiegebieden) Geuzenbuurt, Electrobuurt en Kleine Driftbuurt) is in het Chw-bestemmingsplan minder ruimte voor ontwikkelingen mogelijk gemaakt dan langs de toegangswegen en het spoor (moderniseringsgebieden), zie figuur 5.2. Binnen de moderniseringsgebieden zijn de tot nu bekende ontwikkellocaties gelegen. Dit zijn de grotere ontwikkelingen binnen het postcodegebied 1221 en daarvoor zijn de gebiedspaspoorten vastgesteld.

Figuur 5.2 Consolidatiegebieden (blank), moderniseringsgebieden (rood, geel en blauw) en ontwikkellocaties (rood gestreept).

In 1221 zijn momenteel zes ontwikkellocaties (met een totaaloppervlak van ca. 47.000 m²) bekend, waar nieuwe woningen met behoud van werkgelegenheid, worden gerealiseerd. Het gaat om het Hunkemöllerterrein, het Venetapark, Van Son, de Wybertjesfabriek, de Grote Sigarenfabriek en de Zuiderweg/Lijsterweg (zie figuur 5.3). Voor deze ontwikkellocaties zijn in het Beeldkwaliteitsplan+ algemene beeldkwaliteitscriteria opgesteld en concrete gebiedspaspoorten uitgewerkt. De algemene beeldkwaliteitscriteria zijn opgesteld aan de hand van de thema's en opgaven van deze tijd: gezonde verstedelijking, woningbouwversnelling, klimaatadaptatie, energietransitie, circulariteit, veranderend mobiliteitsgebruik, aandacht voor biodiversiteit en natuurinclusiviteit. Nieuwe bouwplannen worden onder andere getoetst aan stedenbouwkundige randvoorwaarden over de ligging, massa, bouwhoogte, dak- en kap beëindiging, de interactie tussen begane grond en buitenruimte, architectonische uitwerking, materiaal en kleur. Daarnaast zijn er criteria

Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 38 van 82

opgesteld ten aanzien van de openbare ruimte over woningtypologie, maatvoering, gebruik, beeld, toegankelijkheid, klimaatadaptatie, duurzaamheid, beheer en onderhoud, architectonische uitwerking en ontwerp in samenspraak. Voor de concrete criteria wordt verwezen naar bijlage 4 van de regels van het Chw-bestemmingsplan, waarin het Beeldkwaliteitsplan is opgenomen. In de gebiedspaspoorten is per ontwikkellocatie beschreven wat er vroeger was, wat er nu is en waar we naartoe willen bij de verdere planvorming. Het gebiedspaspoort geeft een beeld van de uitgangspunten en geeft een principeverbeelding van mogelijke planvorming. Belangrijkste onderdeel van het gebiedspaspoort is een kaart met randvoorwaarden ten aanzien van maximaal bouwvlak, maximale bouwhoogte en maximaal bouwvolume. De randvoorwaardenkaart vormt een hard kader voor toekomstige ontwikkelingen. Binnen deze randvoorwaarden maakt de ontwikkelende partij samen met omgeving en gemeente een concreet plan waarin de architectuur en het ontwerp van de openbare ruimte verder worden ingevuld. Dit wordt vertaald in een zogenoemd Locatie Ontwikkel Plan (LOP).

Figuur 5.3 Ontwikkellocaties 1221 Vertaling in het Chw-bestemmingsplan De gebiedsagenda biedt een gezamenlijk toekomstperspectief met korte en lange termijn opgaven om het woon,- werk-, leefklimaat van het postcodegebied 1221 te versterken. De exacte invulling van het plangebied, wat én wanneer ontwikkeld gaat worden, is nog niet volledig bekend. Uitnodigingsplanologie staat dan ook centraal in het Chw-bestemmingsplan. In de Gebiedsagenda is aangegeven dat circa 1.000 nieuwe woningen mogelijk worden gemaakt binnen de ontwikkellocaties tot 2030. Dit Chw-bestemmingsplan kent echter een planhorizon van 20 jaar. De mogelijke ontwikkelingen na 2030 zijn nog niet bekend. Om 1221 na 2030 niet

Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 39 van 82

op slot te zetten en in lijn met de gedachte van uitnodigingsplanologie zijn in voorliggend Chw-bestemmingsplan maximaal 1.800 woningen tot 2040 mogelijk binnen 1221 ten opzichte van het huidige woningaantal. Dit betreft een maximaal programma en hoeft niet volledig te worden benut. Een deel van deze woningen (1.150) wordt binnen de nu bekende ontwikkellocaties gerealiseerd. De overige woningen worden verdeeld over geheel 1221. De exacte invulling van het plangebied, wat én wanneer ontwikkeld gaat worden, is nog niet bekend. Aan de ontwikkeling van de nieuwe woningen zijn de voorwaarden gekoppeld dat van de maximaal 1.800 woningen er niet minder dan 33% sociaal en niet minder dan 50% middeldure huur mag worden ontwikkeld. Bij het opstellen van een gebiedspaspoort wordt dit meegenomen in de voorwaarden. De zelfbewoningsplicht wordt geregeld in de op te stellen anterieure overeenkomst.

Behoud van voldoende werkgelegenheid is hierbij één van de uitgangspunten. Met voorliggend bestemmingsplan is daarom te allen tijde ruimte geboden aan het bestaande bruto vloeroppervlakte voor werken. Indien een bedrijf verdwijnt, dient bij een nieuwe ontwikkeling weer voldoende ruimte voor werkgelegenheid terug te komen. Concreet zal ruimte moeten worden geboden om het aantal bestaande arbeidsplaatsen te behouden. De nieuwe werkgelegenheid zal doorgaans minder ruimte vragen dan de bestaande werkgelegenheid. Dat is mogelijk aangezien een deel van de arbeidsplaatsen in een werkomgeving die veel ruimte vraagt (bijvoorbeeld logistiek) wordt vervangen door arbeidsplaatsen die veel minder ruimte vragen (bijvoorbeeld in de creatieve sector). Voor de vergelijking hanteren we een rekenregel van 15 m2 bruto vloeroppervlak per arbeidsplaats. Het uitwisselen tussen locaties is tot op zekere hoogte mogelijk. Beroepen aan huis zijn toegestaan en extra bedrijvigheid (t/m milieucategorie 2) is ook toegestaan middels een omgevingsvergunning. Bij ontwikkelingen wordt ook bekeken in hoeverre er ruimte is voor (maatschappelijke) voorzieningen.

Op basis van de Gebiedsagenda en het Beeldkwaliteitsplan+ zijn gebieden benoemd waar er meer ruimte voor ontwikkelingen en waar minder ruimte voor ontwikkelingen mogelijk zijn. In de woonbuurten (consolidatiegebieden) Geuzenbuurt, Electrobuurt en Kleine Driftbuurt) is in het Chw-bestemmingsplan minder ruimte voor ontwikkelingen mogelijk gemaakt dan langs de toegangswegen en het spoor (moderniseringsgebieden). Binnen de moderniseringsgebieden zijn de tot nu bekende ontwikkellocaties gelegen. Dit zijn de grotere ontwikkelingen binnen het postcodegebied 1221 en daarvoor zijn de gebiedspaspoorten vastgesteld. Aangezien de consolidatiegebieden al dicht bevolkt zijn is het bouwen en verbouwen tot nieuwe meervoudige bewoning binnen deze woonbuurten niet mogelijk. Binnen de moderniseringsgebieden bestaat de mogelijkheid van het bouwen en verbouwen van bouwwerken tot meervoudige bewoning onder de huidige randvoorwaarden.

In het beeldkwaliteitsplan zijn zes gebiedspaspoorten opgesteld middels een samenwerkingsverband tussen de ontwikkelaar, de gemeente en de buurt. De ontwikkellocaties zijn in het Chw-bestemmingsplan opgenomen als aparte werkingsgebieden, met afwijkende gebruik- en bouwregels, middels een dynamische verwijzing naar he beeldkwaliteitsplan. Daarnaast is een verplichting opgenomen dat voor nieuwe ontwikkellocaties een gebiedspaspoort moet worden opgesteld. In hoofdstuk 7 wordt hier nader op ingegaan.

In het Chw-bestemmingsplan is in basis uitgegaan van de bestaande (toegelaten) bouwhoogten. In de consolidatiegebieden is dat doorgaans een goothoogte van 6 meter en een bouwhoogte van 10 meter, tenzij anders is aangegeven. In de moderniseringsgebieden is, in lijn met de Gebiedsagenda, een algemene bouwhoogte tot 15 meter voorzien. Daarbij kan in een gebiedspaspoort besloten worden tot een hoger stedenbouwkundig accent. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het gebeidspaspoort voor het Hunkemöllerterrein, waar bebouwing tot 33 meter is voorzien. Voor nieuwe gebiedspaspoorten is de maximale hoogte beperkt tot 25 meter. Overigens moet voorzien worden in extra publiek toegankelijk groen (1.000 m) bij een hoogte boven 15 meter.

Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 40 van 82

Elke gebied is gebaat bij een optimaal voorzieningenaanbod. Verdeeld over de buurten zijn kleinschalige voorzieningen gelegen. Het voorzieningenaanbod (winkels, horeca) biedt langs de toegangswegen doorgaans weinig kwaliteit en wisselt snel. De Gebiedsagenda gaat uit van het ontwikkelen van Bruisend hart voor de wijk. Hiervoor zal een structuurvisie, stedenbouwkundig plan en een zelfstandige bestemmingsplanprocedure voor doorlopen worden. Dit gebied maakt geen onderdeel uit van het Chw-bestemmingsplan maar dit gebied zal wel ontwikkeld worden met functies (winkels, horeca, maatschappelijke voorzieningen, flexwerklocaties) die het een aantrekkelijk en levendig gebied voor heel 1221 maken. Met een mix van wonen en werken wordt bijgedragen aan de levendigheid. Buiten dit gebied wordt in mindere mate ingezet op het voorzieningenaanbod maar wordt niet uitgesloten. In het Chw-bestemmingsplan is ingebouwd dat bij de grotere ontwikkellocaties (meer dan 11 woningen en/of meer dan 500 m 2 bvo) een mogelijkheid bestaat om via een omgevingsvergunning dit soort functies te realiseren.

5.3

Leefbaarheid, ontmoeten en spelen

Als het aantal bewoners en gebruikers van 1221 groeit, moet er voor worden gezorgd dat de mensen hier prettig blijven wonen, werken en verblijven. De centrale opgave in de Gebiedsagenda is dan ook om een passend aanbod van voorzieningen in de buurt te vinden. Opgaven hierbij zijn de uitbreiding van ontmoetingsplekken in de directe nabijheid, een netwerk creëren van speelplekken voor alle leeftijden en een Bruisend hart voor de wijk. Zoals al eerder aangegeven is een ontwerp structuurvisie opgesteld om het Bruisend hart van 1221 verder uit te werken. Daarnaast is het prachtproject 'Spelen & Ontmoeten' onder de aandacht gebracht, waarin de herinrichting en kwaliteitsverbetering van speelplekken en ontmoetingsplekken in 1221 centraal staat. Op termijn (2030) is de wens om een netwerk voor speel- en ontmoetingsplekken te realiseren, verspreid over de wijk, veilig te bereiken en welke voldoen in de behoefte. Het netwerk richt zich op leefbaarheid, sociale cohesie, gezondheid en bewegen. Samenwerking met omwonenden, scholen en maatschappelijke organisaties vormt hierbij een belangrijke rol. Op diverse plekken in de wijk liggen al speelvoorzieningen. Op de kortere termijn moeten de speelplekken worden vergroot en vernieuwd en dienen extra speelplaatsen te worden toegevoegd.

De aanpak van de zogenoemde ontwikkellocaties in 1221 geeft daarnaast volop kansen voor het vergroten van de leefbaarheid. Kansen om publieke ruimte aan 1221 toe te voegen, doordat het bebouwd oppervlak per ontwikkellocatie verkleind kan worden en de open ruimte groen ingericht kan worden met ruimte voor ontmoeten, sporten en spelen.

Om de leefbaarheid in het postcodegebied 1221 te optimaliseren bestaat de kans om een heel aantal straten te vergroenen. Dit kan plaatsvinden wanneer het verkeersregime wijzigt van hoofdverkeersstructuur naar wijkstructuur, het verlagen van de snelheid en het samenvoegen van fietsstroken met de hoofdrijbaan. De leefbaarheid kan zo worden vergroot, door meer ruimte te creëren voor de voetganger, vergroening en kilmaatadaptatie. Mogelijke straten die hiervoor in aanmerking komen zijn de Noorderweg, Larenseweg, Kleine Drift, Liebergerweg, Lijsterweg. Herinrichting van de Noorderweg is, als onderdeel van de afsluiting kleine spoorbomen voor gemotoriseerd verkeer, opgenomen in de gemeentelijke begroting. Gemeente en ontwikkelende partijen langs de Liebergerweg onderzoeken mogelijkheden van een volledige herinrichting van de Liebergerweg. Een onderdeel daarvan is de verdere uitwerking van een snelfietsroute, zoals al eerder benoemd in hoofdstuk 4 (regionale doorfietsroutes). Vertaling in het Chw-bestemmingsplan Om de wijk 1221 leefbaarder te maken en ontmoeten en spelen te faciliteren is met voorliggend Chw-bestemmingsplan de omgevingswaarde 'Speelvoorzieningen' opgesteld, waarmee de gemeente zichzelf de taak oplegt om speelvoorzieningen te realiseren. In paragraaf 7.2 wordt dit verder toegelicht.

Het concreet aanpassen van de infrastructuur wordt niet geregeld in een bestemmingsplan en dus ook niet in dit Chw-bestemmingsplan. Dit Chw-bestemmingsplan maakt activiteiten mogelijk die verband houden met verkeer en verblijf binnen de consolidatieen moderniseringsgebieden.

Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 41 van 82

5.4

Groen en duurzaamheid

De gemeente heeft als een van haar doelstellingen om 1221 te vergroenen en geeft daarbij bijzondere aandacht aan thema's, zoals klimaatadaptatie, biodiversiteit, energietransitie en circulariteit. Concrete opgaven die de gemeente heeft zijn het versterken van de groenstructuren, het klimaatadaptief maken van de wijk (voorkomen van hittestress en wateroverlast) en de overgang naar duurzame vormen van energie. Bij nieuwe ontwikkelingen moete zo veel als mogelijk kansen worden benut door bijvoorbeeld groen (en water) toe te voegen, hemelwater af te koppelen, gebouwen beter te isoleren, elektrische vervoersmiddelen in te zetten, meer inzetten op gedragsverandering voor mobiliteit gericht op lopen en fietsen en circulair te bouwen. Samen met bewoners en ontwikkelaars zijn de groene ambities van de gemeente daarnaast omgezet in concrete uitvoeringsprojecten, de zogeheten 'Groene Loper'. Met hen is een kansenkaart opgesteld waarin acht verschillende pleinen zijn aangewezen als kansgebieden voor vergroening (figuur 5.4). Uiteindelijk zijn daaruit enkele pleinen naar voren gekomen die als eerst worden heringericht. Insteek hierbij is om in de geest van de Omgevingswet, het groener maken van de pleinen te combineren met andere opgaves op het gebied van biodiversiteit, bevorderen van gezondheid, spelen/ontmoeten en klimaatadaptatie.

Na de herinrichting moeten de pleinen een prettige plek zijn om te vertoeven, waarmee gelijk wordt bijgedragen aan de ambitie om meer ontmoetingsplekken in 1221 te realiseren. Hierbij wordt ook de combinatie gemaakt met het vernieuwen van verouderde speeltoestellen op de pleinen. Inmiddels zijn de eerste projecten opgestart aan het Jac. P. Thijsseplein, de Ampèrestraat en het plein aan de Kleine Drift. Daarnaast bieden de zes ontwikkellocaties kansen om gesloten en volledig bebouwde achterterreinen te openen, te vergroenen en als publieke ruimte weer open te stellen voor de buurt en de stad. Herkenbare elementen uit het Hilversumse landschap zijn de basis voor de groene inrichting: lanen, brinken en hoven. Met alle nu bekende ontwikkellocaties wordt ca. 23.000 m2 nieuwe publieke buitenruimte beoogd, welke groen is ingericht en spelen en ontmoeten faciliteert. De plaatsing van bomen en groen versterkt de stedenbouwkundige structuur en is gericht op het compleet maken van lanen en ruimte-begeleidende beplantingen en draagt bij aan het tegengaan van hittestress, vergroting van biodiversiteit en klimaatadaptatie.

De rand langs het spoor - waar aan de overzijde van het spoor het komende jaar de HOV in het Gooi wordt aangelegd - heeft de potentie omgevormd te worden tot een publieke ruimte op het schaalniveau van de stad, een continue, groene en publieke verbinding tussen Anna's Hoeve en het centraal station (zie figuur 5.4). De noordelijke spoorzone laat zich lezen als een continu straatprofiel, in de zuidelijke spoorzone passeert het spoor een opeenvolging van afzonderlijke stedelijke ruimtes. Aan de zuidzijde verwijst de zaagtand langs het spoor naar de vroegere fabriekscomplexen in dit deel van Hilversum. Voordeuren en voorkanten naar het spoor maken deze ruimte ook echt tot een aantrekkelijke openbare ruimte. Voor het spoorgeluid zijn integrale ontwerpoplossingen mogelijk, onder ander door een deels verhoogd maaiveld. Op een wat grotere afstand van bestaande woningen is de rand langs de open ruimte van de sporen een plek waar gebouwen wat hoger kunnen zijn. Kansen zijn er voor een autovrij maaiveld, waarbij parkeren onder maaiveld is opgelost en bewoners en bezoekers met elektrische deelauto's toekunnen met een lagere parkeernorm. Een deel van de doelgroep zal sowieso niet meer een eigen auto hebben, omdat dit niet past bij hun leefstijl en omdat het station op loopafstand ligt.

Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 42 van 82

Figuur 5.4 Groene verbinding tussen Anna's Hoeve en station Vertaling in het Chw-bestemmingsplan Om de wijk 1221 te vergroenen is met voorliggend Chw-bestemmingsplan de omgevingswaarde 'Groene Pleinen' opgesteld, waarmee de groene pleinen, zoals hierboven beschreven, juridisch, planologisch geborgd worden en de gemeente zichzelf de taak oplegt om deze ook daadwerkelijk te realiseren. In paragraaf 7.2 wordt dit verder toegelicht. Bij de beoordeling van ontwikkelingen wordt daarnaast getoetst aan de uitgangspunten van het Beeldkwaliteitsplan+, waarin criteria zijn opgenomen over onder andere het aanplanten van bomen, duurzaamheid en klimaatadaptatie. Voor de concrete criteria wordt verwezen naar bijlage 4 van de regels van het Chw-bestemmingsplan, waarin het beeldkwaliteitsplan is opgenomen. Met voorliggend bestemmingsplan zijn deze criteria juridisch, planologisch beoogd door het maken van een dynamische verwijzing (zie hoofdstuk 7).

Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 43 van 82

Figuur 5.5 Kansenkaart Groene Loper

5.5

Verkeer, verbinding en parkeren

De gemeente ziet een toekomst voor zich waarin de auto niet meer dominant aanwezig is in 1221, er meer ruimte is voor langzaam verkeer en 1221 beter verbonden is onderling en met de rest van Hilversum. Daarnaast wil zij nieuwe mobiliteitsvormen stimuleren (bijvoorbeeld deelautosystemen) en investeren in gedragsverandering. Belangrijk hierbij is om bestaande verbindingen (noord/zuid) tussen de buurten te verbeteren en ontbrekende routes (opnieuw) te realiseren. Daarnaast moet de verkeersveiligheid worden aangepakt bij de herinrichting van de wegen, waarbij voetganger en de fietser centraal komen te staan. Bestaande knelpunten moeten worden aangepast en collectief parkeren op centrale plekken in de wijk moet het uitgangspunt gaan vormen. De wens is om het verkeersregime te wijzigen van hoofdverkeersstructuur naar wijkstructuur, een verlaging van de snelheid door te voeren en fietsstroken met de hoofdrijbaan samen te voegen. Op deze manier ontstaat er vrije ruimte, welke groen kan worden ingericht. De leefbaarheid kan zo worden vergroot, door meer ruimte te creëren voor de voetganger, vergroening en kilmaatadaptatie. Mogelijke straten die hiervoor in aanmerking komen zijn de Noorderweg, Larenseweg, Kleine Drift, Liebergerweg, Lijsterweg.

Herinrichting van de Noorderweg is, als onderdeel van de afsluiting kleine spoorbomen voor gemotoriseerd verkeer, opgenomen in de gemeentelijke begroting. Gemeente en ontwikkelende partijen langs de Liebergerweg onderzoeken mogelijkheden van een volledige herinrichting van de Liebergerweg. Er wordt een integraal mobiliteitsplan opgesteld voor 1221 om de ambities te concretiseren. Ook zijn er projecten opgestart, zoals de Oostereng onderdoorgang van het spoor en de HOV-verbinding in het Gooi langs het spoor.

Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 44 van 82

Binnen de ontwikkellocaties zijn er volop kansen. Kansen zijn er voor een autovrij maaiveld, waarbij parkeren onder maaiveld is opgelost en bewoners en bezoekers met elektrische deelauto's naartoe kunnen met een lagere parkeernorm. Een deel van de doelgroep zal sowieso niet meer een eigen auto hebben, omdat dit niet past bij hun leefstijl en omdat het station op loopafstand ligt. Er zijn meerdere verzoeken tot uitbreiding van het parkeervergunningssysteem in de bestaande wijk met als doel een leefbaarder wijk. Het is gewenst afspraken te maken waarbij nieuwe bewoners uitgesloten worden van het recht op een parkeervergunning in de bestaande straten. Meer hierover is te lezen in de recent vastgestelde mobiliteitsvisie voor Hilversum. Vertaling Chw-bestemmingsplan Ten aanzien parkeren is rekening gehouden met de nieuwste ontwikkelingen en parkeernormen (hoofdstuk 7). Daarnaast zijn voor de ontwikkellocaties criteria opgesteld ten aanzien van parkeren (collectief en onder maaiveld). In de consolidatiegebieden en de moderniseringsgebieden zijn de activiteiten die verband houden met verkeer en verblijven opgenomen.

5.6

Manier van samenwerken

De Gebiedsagenda is het resultaat van een interactief gebiedsproces, waarin bewoners, ontwikkelende partijen, maatschappelijke organisaties en gemeente open en transparant de dialoog met elkaar zijn aangegaan. Dit proces wil de gemeente voortzetten, waarbij rollen veranderen. Uitnodigingsplanologie staat hierbij centraal, waarbij gebiedsontwikkeling wordt gefaciliteerd en de gemeente enkele kaders stelt (het Chw-bestemmingsplan en het beeldkwaliteitsplan) waarbinnen de initiatiefnemer vrij is met een plan te komen. De gemeente wil samen naar een nieuwe 1221 toe. Er zijn diverse werkgroepen ingesteld om de prachtprojecten (Groene Loper, Bruisend Hart en Spelen & Ontmoeten) uit te voeren en er wordt nauw samengewerkt met ontwikkelaars voor de ontwikkellocaties.

Vertaling Chw-bestemmingsplan De vernieuwende manier van samenwerken is in het Chw-bestemmingsplan tot uiting gekomen door uitnodigingsplanologie toe te passen. Voor de grotere ontwikkelingen wordt een gebiedspaspoort in samenspraak met de omgeving opgesteld, dat is vernieuwend. Het gebiedspaspoort wordt door de raad vastgesteld.

Chw-bestemmingsplan 1221 Pagina 45 van 82

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=d8ed7990-fed7-4ce1-bea4-05efc9d35ffa