Bijlage 2 Reactienota Beeldkwaliteitsplan plus 1221
Tekst van het document
Royal Haskoning concludeert dat deze acceptabel lijken. De verkeerssituatie en de leefbaarheid, zeker in de wijk, zal op deze manier verbeteren, zonder dat dit naar verwachting leidt tot nieuwe knelpunten op het wegennet elders.
Het BKP gaat niet over de fietstunnel. Door Goudappel Coffeng is eerder onderzoek gedaan naar de toekomstbestendigheid van de fietstunnel. Het fietspad in de bestaande tunnel is aan de smalle kant voor het aantal fietsers dat er gebruik van maakt en zal gaan maken. Verschillende mogelijkheden zijn onderzocht, waaronder een verbreding van de fietstunnel. De opbrengst (1,5 meter) weegt echter niet op tegen de kosten (15 miljoen euro). De fietstunnel zal wel op onderdelen worden verbeterd, waarbij het uit de tunnel halen van de entree van de fietsenstalling een belangrijk verbeterpunt is, naast versterken van de visuele verbindingen over het spoor en verbinding in materiaalgebruik en inrichting van de reizigerspassage en fietstunnel. De gemeenteraad heeft op 15 september 2021 een besluit genomen over de Uitvoeringsnota Stationsgebied. In die raadsvergadering is de breedte van de fietstunnel aan de orde geweest. Een motie om alsnog te kijken naar verbreding vond daar geen steun. In de planvorming voor Bruisend Hart, geen onderdeel van dit BKP, is opgenomen dat de ingang en de fietstunnel die onder het station doorloopt met een volwaardige entree met allure en stationsgerelateerde functies (horeca, fietsparkeren) een stevige impuls krijgt. 25.
Waarom wordt die andere belangrijke tunnel in 1221, de Beatrixtunnel, niet genoemd? Welke verbeteringen zijn hier mogelijk die de leefbaarheid van 1221 ten goede komen? Als onderdeel van het project Stationsgebied wordt de verbinding via de Beatrixtunnel aangepast voor gemotoriseerd verkeer. Door het vervallen van de busbanen komt er meer opstelruimte beschikbaar onder andere voor een verlengd rechtsaf vak vanaf de tunnel naar de Schapenkamp. Tevens zullen door de aanleg van de HOV-baan langs de spoorlijn veel minder bussen op het kruispunt Schapenkamp-Beatrixtunnel komen. Hierdoor neemt de capaciteit van het kruispunt toe.
24. Blijkens het BKP wordt meer ingezet op (elektrisch) fietsen. Maar bij toenemend fietsverkeer zal de huidige drukke fietserstunnel nog drukker worden. Zorg voor meer ruimte van en naar de fietstunnel en het uitwerken van een bredere, en daardoor veiliger en makkelijker doorheen te fietsen tunnel. De gebiedsagenda geeft prioriteit aan lopen en fietsen, boven de auto. In het ontwerp BKP is deze ambitie voor de ontwikkellocaties concreet gemaakt door het formuleren van diverse criteria, waaronder het primair voor voetganger en fietser inrichten van de open publieke ruimte op de ontwikkellocaties en het gebruik van collectieve inpandige fietsenbergingen nabij de entreehal.
26. Dat de geprefereerde wijze van vervoer niet de auto is wordt niet ingegeven door milieuoverwegingen, maar omdat het zo vol gepropt wordt met inwoners dat dit niet te behappen is als die allemaal een auto gebruiken. Dat is niet het geval. Lopen en fietsen verdient, zoals ook is opgenomen in de gebiedsagenda, om meerdere redenen de
16
voorkeur boven de auto. Deze redenen zijn de verwachte toename van mobiliteit, duurzaamheid en gezondheid. De parkeerdruk die wordt veroorzaakt door autobezit van de huidige bewoners is al fors. De wijk is niet gebouwd voor en niet berekend op het aanwezige aantal auto’s. De woon- en leefkwaliteit in bestaande woonstraten staat hierdoor fors onder druk. Alle reden dus om nieuwe (en bestaande) bewoners te stimuleren te kiezen voor andere vormen van mobiliteit. De gebiedsagenda sluit daarmee naadloos aan op de recent vastgestelde mobiliteitsvisie. In het ontwerp BKP wordt deze ambitie concreet gemaakt door het formuleren van diverse criteria, waaronder het primair voor voetganger en fietser inrichten van de open publieke ruimte op de ontwikkellocaties en het gebruik van collectieve inpandige fietsenbergingen in de direct nabijheid van de entreehal.
en bijvoorbeeld een aantal HUB’s buiten de wijken, waardoor in wijken meer parkeerruimte kan ontstaan. De toekomst is nooit zeker. Voor de projecten die nu worden ontwikkeld in 1221 verwachten wij op de langere termijn echter eerder een overschot dan een tekort aan parkeerplaatsen. Mogelijk dat daarmee op langere termijn kansen ontstaan voor bewoners uit de omringende buurt. Door bewoners Villa Industria wordt op dit moment aangegeven dat de parkeerplaatsen aan de verdiepte parkeerstraat nauwelijks benut worden. Dat zou betekenen dat een deel van de auto’s van huidige bewoners uit het straatbeeld zou kunnen verdwijnen. Dit zou het woon- en leefklimaat in bestaande buurten ten goede komen. 28. Waar in het BKP staat "Het verkeersregime wijzigt van hoofdverkeersstructuur naar wijkstructuur, het verlagen van de snelheid en het samenvoegen van fietsstroken met de hoofdrijbaan." is de vraag wat hiervan wordt uitgevoerd als de kosten daarvan duidelijk worden. Die zijn nu nog niet inzichtelijk gemaakt. Een recent voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld de nu geschrapte verbreding van de tunnel onder het station, ondanks de toezeggingen aan de raad en bewoners en de aanbevelingen in bijvoorbeeld het MOVARES-rapport. De supervisor heeft vanuit zijn onafhankelijke rol een mening over een aantal wegen in 1221.
Zoals ook in het ontwerp staat is daar in de gemeentelijke begroting nu geen rekening mee genomen. Dat is ter besluitvorming aan de volgende gemeenteraad. Wel wordt specifiek voor de Liebergerweg verkend of met bijdragen van derden, zoals subsidies, herinrichting mogelijk zou kunnen zijn. De gemeenteraad heeft recent besloten niet tot verbreding van de fietstunnel over te gaan. Door de gemeenteraad is bij vaststelling van het stedenbouwkundig plan voor het stationsgebied in mei 2019 gevraagd om een integraal onderzoek naar mogelijke verbeteringen in de verbinding tussen Hilversum Oost en Centrum. In dit MOVARES-rapport zijn aanbevelingen gedaan voor het verbeteren van de verbinding tussen Oost en Centrum. Een van die aanbevelingen was: ontwikkel een plan dat de beide stationspleinen via een sociaal veilige en aantrekkelijke verbinding tot eenheid smeedt. In de uitwerking hiervan is o.a. onderzoek gedaan naar de
27. Het BKP probeert de automobiliteit te beperken. Het steunt op een lagere parkeernorm die voor ontwikkelaars de kosten drukken. Het steunt ook op die éne leefstijl en die éne verwachting: jongeren die nu en tot in lengte van dagen willen afzien van eigen auto en met deelvervoer of Openbaar Vervoer genoegen nemen. Hoe robuust en toekomstbestendig is BKP voor die omstandigheden? Voor het BKP zijn voor parkeren, de gebiedsagenda, de parkeernormen en de mobiliteitsvisie uitgangspunt. Conform de mobiliteitsvisie wordt geïnvesteerd in allerlei vormen van vervoer, zoals deelauto’s, scooters, fietsen, steps en stadsbusjes die op bestelling rijden. Het mobiliteits- en parkeerbeleid steunt daarmee niet op 1 leefstijl of 1 verwachting. Het BKP gaat niet in op hoeveel parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd (dat komt uit gebiedsagenda en de parkeernormen), maar over de manier waarop deze worden ingepast. Op elke ontwikkellocatie wordt nog steeds een substantieel aantal parkeerplaatsen gerealiseerd. Dus ook voor bewoners die niet vrij van gebreken zijn is autobezit en –gebruik nog steeds mogelijk. U vraagt naar de robuustheid en toekomstbestendigheid van de mobiliteitsoplossingen op deze ontwikkellocaties. Daarvoor verwijzen wij naar de mobiliteitsvisie die een helder toekomstbeeld formuleert, gericht op onder meer het stimuleren van deelvervoer
17
toekomstbestendigheid van de fietstunnel. De gemeenteraad is over de uitkomsten van dit onderzoek geïnformeerd via collegebrief van 14 juni 2021. Uit het onderzoek van Goudappel Coffeng blijkt dat het fietspad in de bestaande tunnel aan de smalle kant is voor het aantal fietsers dat er gebruik van maakt en zal gaan maken. Verschillende mogelijkheden zijn onderzocht, waaronder een verbreding van de fietstunnel. De opbrengst (1,5 meter) weegt echter niet op tegen de kosten (15 miljoen euro). De fietstunnel zal wel op onderdelen worden verbeterd, waarbij het uit de tunnel halen van de entree van de fietsenstalling een belangrijk verbeterpunt is, naast versterken van de visuele verbindingen over het spoor en verbinding in materiaalgebruik en inrichting van de reizigerspassage en fietstunnel. De gemeenteraad heeft op 15 september 2021 een besluit genomen over de Uitvoeringsnota Stationsgebied. In die raadsvergadering is de breedte van de fietstunnel aan de orde geweest. Een motie om alsnog te kijken naar verbreding vond daar geen steun.
vrijgegeven voor de herinrichting van de pleinen aan de Ampèrestraat en Kleine Drift en de herinrichting van het voorplein van wijkcentrum De Geus. Voor het Jac. P. Thijsseplein wordt ten tijde van het opstellen van deze reactie aan ontwerp gewerkt. De gemeenteraad zal na afronding van dit proces gevraagd wordt hier ook het benodigde budget voor vrij te geven. Meer pleinen zullen volgen. Naast deze 3 miljoen euro heeft de gemeenteraad bij het opleggen van de Wet voorkeursrecht gemeente een bedrag van 12,6 miljoen euro beschikbaar gesteld voor aankoop van vastgoed in Bruisend Hart. Bij de stukken over Variant Bruisend Hart (raadsvergadering 6 oktober 2021) is een eerste raming opgenomen van de benodigde investering voor Bruisend Hart. 30. De gebiedsagenda meldt te mikken op woonruimte, lees appartementen, die geschikt zijn voor 1-en 2 persoonshuishoudens en dus in mindere mate gericht zijn op gezinnen. Het BKP maakt niet duidelijk hoe dit de sociale cohesie zal bevorderen. En op de Korte Noorderweg wordt nog gedacht over ’short-stay'. De gemeente is 'positief'. Maar leg dan maar eens uit hoe een stroom van mensen die komt en na korte tijd weer gaat de sociale cohesie in de buurt ten goede komt! Een BKP beschrijft de ruimtelijke kaders voor nieuwe ontwikkelingen in 1221.
Deze kaders gaan bijvoorbeeld over de samenhang van het geheel, de kwaliteit van de openbare ruimte, over bouwhoogte en over architectuur. Een BKP draagt op zichzelf niet bij aan de sociale cohesie in een wijk. In de gebiedsagenda zijn wel voorwaarden geschapen die bij kunnen dragen aan de aanpak ervan. Zo worden nieuwe woningen toegevoegd aan de wijk die het voor ouderen mogelijk maken door te stromen van een (grotere) eengezinswoning met trappen naar een goed toegankelijke woning. In de woonvisie is daarvoor ook een nieuw instrument genoemd. Namelijk lokaal maatwerk in de huisvestingsverordening. Hierdoor kunnen mensen uit de wijk voorrang krijgen. Met het toevoegen van woningen wordt ook de kans groter dat jongeren en jonge gezinnen in Hilversum een woning kunnen betrekken en verschillende generaties in dezelfde wijk of stad kunnen wonen groter. Ook de realisatie van wonen met zorg voor dementerende mensen in de Sigarenfabriek draagt hieraan bij. Een dergelijke voorziening is nog
29. In de gebiedsagenda kondigt de gemeente een Investeringsfonds van 3 miljoen euro aan. Toch is het voor de burger onduidelijk hoeveel gemeenschapsgeld gemoeid is met 1221. Uit WOB stukken blijkt alleen dat pas in februari 2021 de eerste financiële doorrekening van 1221 is gemaakt. Maak die eerst beschikbaar. In de programmabegroting 2019 is voor investeringen in 1221 die volgen uit de gebiedsagenda een bedrag van 3 miljoen euro gereserveerd. Ontwikkelende partijen doen op basis van hun ontwikkelplannen een flinke investering in grond en vastgoedontwikkeling en daarmee in het realiseren van in de gebiedsagenda geformuleerde ambities die ten goede komen aan de straat, de buurt en de stad. Niet meer dan logisch dat ook de gemeente, bovenop reguliere taken, extra investeert. Deze 3 miljoen euro is een reservering in de begroting, vooral bedoeld voor de sleutelprojecten. Op basis van concrete plannen komen deze gelden beschikbaar. Er ligt dus geen financiële doorrekening onder deze 3 miljoen euro. Bij een concreet plan volgt een financieel beeld. De eerste bestedingen uit deze reserve komen ten goede aan het project Groene Loper. De gemeenteraad heeft zoals bekend op 2 juni 2021 een bedrag van 479.000 euro ter beschikking gesteld en
18
niet aanwezig in de wijk en is waardevol omdat mensen op deze manier in hun eigen wijk kunnen blijven met partners en buurtbewoners in de directe nabijheid. Voor de Korte Noorderweg is eerder dit jaar een voorstel ingediend waarop de gemeente een eerste oordeel heeft gegeven. Op basis van het voorstel, te weten transformatie van de locatie naar gemengd wonen en werken met daarbij woningbouw voor met name ouderen en starters, is besloten tot het aangaan van een intentieovereenkomst. Het gebiedspaspoort Korte Noorderweg wordt voor nu uit dit BKP gehaald. Er wordt meer tijd genomen om tot een gewijzigd gebiedspaspoort te komen. In de fase daarna, het maken van het locatie ontwikkelplan door de ontwikkelende partij, wordt het woningbouwprogramma verder uitgewerkt. Dan wordt ook duidelijk of en hoe ‘short stay’ precies wordt ingevuld als een van de onderdelen in het woonprogramma.
haalbaarheid en precieze invulling hiervan wordt in de verdere uitwerking van de plannen meegenomen. 32. Het BKP bevat denkrichtingen over hoogbouw, hoger dan de in de gebiedsagenda genoemde vier verdiepingen. Dit betekent in de praktijk dat vanuit de hogere verdiepingen het contact met de straat verloren gaat. Welke visie heeft dit BKP op het voorkomen van gentrificatie? Waar moeten de mensen gaan wonen die nu betaalbaar wonen in panden die worden aangemerkt voor sloop? Waarom wordt niet overwogen bestaande bebouwing te herstellen (renoveren) in plaats van te slopen voor nieuwbouw? Een BKP beschrijft ruimtelijke kaders en geeft daarmee geen visie op gentrificatie. In de gebiedsagenda en in de woonvisie is een gemengd programma voorzien. Met gemiddeld eenderde sociale huurwoningen en de helft middeldure woningen is een gemengd, grotendeels betaalbaar, programma toegevoegd. De plannen voor de 7 ontwikkellocaties voorzien alle in een mix van woningen. Hiermee wordt gentrificatie voorkomen. Op de meeste ontwikkellocaties wordt nu niet gewoond. Wel beperkt op een locatie als bijvoorbeeld Van Son. De ontwikkelende partij is aan zet om huidige bewoners, die daar vaak al geruime tijd wonen, een goed alternatief aan te bieden. Met een breed palet aan woningen, vooral sociaal en middenduur, worden hiervoor mogelijkheden geschapen.
31. Het BKP duidt niet hoe het wonen in een appartement voor ouderen een remedie is tegen de eenzaamheid die staat benoemd in de gebiedsagenda. Waar is de slimmere opzet bijvoorbeeld door op de Van Son locatie een besloten hofje voor senioren te ontwikkelen? Een BKP lost op zichzelf de eenzaamheid onder ouderen of jongeren niet op. Sociale cohesie draagt wel bij aan de aanpak van eenzaamheid. Zie dan ook het antwoord op de vorige vraag. De wijkcentra De Geus en St. Joseph spelen een belangrijke rol in de aanpak van eenzaamheid. Aanvullend hierop zijn afgelopen tijd diverse andere initiatieven gerealiseerd en zijn er plannen voor meer. Voorbeelden zijn de tijdelijke invulling van een van de ontwikkellocaties aan de Larenseweg met VONK, de recent geopende Buurtkamer ‘Verbindingshuis’ in Lucent (ontmoetingsplek voor bewoners zorgflat en de directe omgeving) en de plannen voor een generatietuin bij de Sigarenfabriek. Locaties als deze dragen bij aan ontmoeting en draagt daarmee bij aan de aanpak van eenzaamheid. Daarnaast kijken verschillende ontwikkelaars naar het bedienen van de vraag onder senioren/ouderen, om hiermee niet alleen in deze behoefte te kunnen voorzien, maar ook in de noodzakelijke doorstroming in de wijk zelf. Bij Hunkemöller onderzoekt men de mogelijkheid tot een ‘Knarrenhof’, de
33. In het verlengde van het sociale aspect liggen de beschikbare voorzieningen in de buurt: het zwembad gaat weg uit Oost, en Theater Achterom is gesloten. Hoe vaak wordt in de planvorming beterschap beloofd met het toevoegen van voorzieningen en blijft het in de praktijk een loze kreet? immers, wat is recent gebeurd met de openbare horecagelegenheid in het plan van de Sigarenfabriek die het BKP het Petit Café noemt? Het is geschrapt. Waar is in de 'levendige plint' van Entrada het grand café waar Media-uitzendingen plaatsvinden? Het is er nooit van gekomen. Hoe snel verdwijnt een speelvoorziening als een paar bewoners over overlast klagen? Denk aan de voetbalkooi bij vrijstaande huizen in Anna's Hoeve. In 1221 zijn al de afgelopen decennia door het gebrekkige beleid vrijwel alle
19
ondernemers en voorzieningen verdwenen en heeft de gemeente zelf maatschappelijke bestemmingen geschrapt omwille van meer "woningen". Wat er overblijft of nu bijkomt is vaak van de twijfelachtige kwaliteit die de gemeente zelf zegt te willen bestrijden. In dit BKP komt 'maatschappelijke voorziening' maar 1 keer voor: "Aan de Zuiderweg is op de begane grond ruimte voor een commerciële en of maatschappelijke voorziening." Let vooral ook op "en of". Trefwoorden als 'theater' of 'bibliotheek' ontbreken. Nergens wordt kunst in de openbare ruimte ingevlochten. Over beeldkwaliteit gesproken. Het BKP beschrijft de ruimtelijke kaders voor nieuwe ontwikkelingen in 1221. Het BKP gaat niet over het realiseren, stimuleren dan wel financieren van maatschappelijke voorzieningen. Ook niet over kunst in de openbare ruimte. Kunst in de openbare ruimte is wel een thema in de in voorbereiding zijnde Cultuurnota. Op verschillende ontwikkellocaties en in Bruisend Hart zijn mogelijkheden voor het toevoegen van maatschappelijke voorzieningen. Dat geldt ook voor invalswegen in 1221, waar in de gebiedsagenda en straks ook in het bestemmingsplan functiemenging uitgangspunt is. Dit wordt bijvoorbeeld bij Zuiderweg/Lijsterweg en Hunkemöller ook concreet in de plannen als mogelijkheid benoemd.
Of een maatschappelijke functie zich vestigt en blijvend is, is echter ook afhankelijk van de behoefte van bewoners, mate waarin (langjarig) overlast wordt ondervonden door de buurt, investeringsbeslissingen van maatschappelijke organisaties en van initiatieven uit de wijk zelf, waar VONK een mooi voorbeeld van is. Komende tijd wordt nader onderzocht welke initiatieven er concreet zijn, zodat deze meegenomen kunnen worden in de verdere planvorming. In de gebiedsagenda werd onder andere gesproken over een andere locatie voor Centrum Jeugd en Gezin (in plaats van de Edisonstraat) en een maatschappelijke voorziening voor ontmoeten en arbeidsmatige activiteit. Verschillende organisaties geven aan hun reeds aanwezige steunpunten in de wijk graag breder in te zetten. En ook gedachten over een arbeidsmatige activiteit zijn weer actueel. Daarnaast wordt zorgvuldig omgesprongen met panden met een maatschappelijke bestemming, denk bijvoorbeeld aan de kerk aan de Kleine Drift. In de plannen van de Sigarenfabriek is een generatietuin opgenomen waar verschillende generaties, zowel
bewoners, bezoekers als omwonenden elkaar kunnen ontmoeten. De ontwikkelende partij heeft een eerdere gedachte over kleinschalige horeca laten vervallen. In plaats hiervan wordt ontmoeting met de buurt gestimuleerd door realisatie van een generatietuin. 34. Er is een trend zichtbaar in de plannen dat de bij uitzondering maximale bouwhoogten worden gebruikt als nieuwe minimale maten. Dus ook geen aansluiting op de bestaande bebouwing. Dit is een terecht punt, waar in het BKP meer aandacht naar uit zal gaan. In de nieuwe gebiedspaspoorten zijn hoogtes per bouwvlek duidelijk op kaart vastgelegd. Hierbij wordt juist ook aandacht gegeven aan aansluiting van de hoogte van nieuwe bouwdelen op bestaande bouwdelen. 35. De plannen die nieuwe hoogten introduceren tonen geen affiniteit met de wijken en buurten. Ze tasten de bestaande kernkwaliteiten aan: de menselijke maat, de kleine korrel, de afwisseling, de kleinschaligheid. Zij leveren geen proeve van een kundige, goede ruimtelijke ordening Dat is onjuist. Juist de menselijke maat, de korrelgrootte en de afwisseling zijn zaken die nauwkeurig en zorgvuldig zijn vastgelegd in het BKP. 36. De term 'hoogte-accent' wordt lachwekkend, omdat er onderhand geen plan zonder 'hoogteaccent' is. En zo wordt de uitzondering standaard. In het BKP zal hier meer aandacht naar uit zal gaan.
In de nieuwe gebiedspaspoorten zijn hoogtes per bouwvlek duidelijk op kaart vastgelegd. Hierbij wordt juist ook aandacht gegeven aan de aansluiting van de hoogte van nieuwe bouwdelen op bestaande bouwdelen. 37. Nieuwe hoge gebouwen die hun schaduwen werpen op de omgeving zijn vooral financieel-economisch voordelig voor ontwikkelaars en van nut voor een gering aantal woningzoekenden in het duurdere woonsegment waarvan Hilversum al meer dan genoeg heeft.
20
Voor het totale woningbouwprogramma in 1221 geldt 33% sociale en 50% middeldure woningen als uitgangspunt. Dat is conform de woonvisie en betekent dat slechts een beperkt aantal woningen in het dure woonsegment wordt gerealiseerd. De behoefte aan zowel sociale als middeldure woningen is in Hilversum heel fors. Met de nieuwe woningen in 1221 wordt hierin, net als met plannen voor andere gebieden, voor een deel voorzien.
Het klopt dat de nieuwe gebouwen langs het spoor wat hoger zijn dan de gebouwen in de bestaande wijk. Overigens is de maximumhoogte bij Hunkemöller in overleg met buurt-ontwikkelaargemeente verlaagd naar max. 33m bouwhoogte vanaf bestaand maaiveld. De keuze voor deze extra hoogte komt voort uit de sterke wens om juist aan de zijde van de Liebergerweg een lagere bouwmassa te hebben. Dus een wens vanuit de buurt. De stelling dat extra bouwhoogte automatisch leidt tot visuele blokkade en wandwerking wordt niet herkend. Immers de voorgestelde bouwblokken in de verschillende gebiedspaspoorten hebben een totaal andere verhouding tussen lengte/hoogte dan het huidige stationsgebouw en Teleac-gebouw. Tot slot: de keuze voor 4 tot 5 bouwlagen aan de Koninginneweg is ingegeven door het feit dat de hoogtesprong met de overzijde van het spoor anders te fors zou zijn. De wens om de ontwikkelingen van Koninginneweg en Korte Noorderweg meer met elkaar in balans te brengen wordt door de supervisor herkend.
38. Ontwikkelaars wordt gevraagd om 33% van het woningaanbod beneden de sociale huurgrens van ca. 750 euro per maand aan te bieden (voor hoe lang is overigens nog maar de vraag). Dat worden microappartementen die eigenlijk alleen geschikt zijn voor alleenwonende starters. Die betalen dan 750 euro kale huur, dus met vaste lasten erbij ca. 900 euro per maand. Welke starter kan dat betalen? Uitgangspunt in de gebiedsagenda is om van het totaal aantal nieuwe te woningen 33% sociaal en 50% middeldure woningen te realiseren. Om woningen duurzaam aan de beoogde doelgroepen aan te bieden wordt binnen bestemmingsplannen, zoals ook die voor 1221, de doelgroepenverordening ingezet. Dit betekent dat sociale huurwoningen ook sociaal blijven. Voor middeldure huurwoningen geldt dat deze conform de doelgroepenverordening voor een periode van minimaal 25 jaar middelduur blijven. Middeldure huurwoningen zullen zeker niet voor iedereen betaalbaar zijn. Toevoeging in het middensegment is echter cruciaal voor de doorstroming. Daarmee komen woningen, onder andere in de sociale huur beschikbaar. De woningen hebben een minimale omvang en zijn geschikt voor meerdere doelgroepen, zowel starters als ouderen. Zowel alleen als samen. De ontwikkelende partijen zetten vooral in op sociale woningbouw en middelduur, vanuit het uitgangspunt in de gebiedsagenda van betaalbare woningbouw.
De vloeroppervlakte bij de sociale woningbouw ligt veelal in de range van 35-55 m², het middensegment tussen de 50 en 75 m².
40. Er is sprake van ontspoorde verdichting waardoor het laadvermogen per locatie wordt overvraagd. Deze ontsporing neemt gaandeweg steeds meer toe. Wij vinden niet dat sprake is van ontspoorde verdichting. In de reactie lijkt ook vergeten te worden dat het hier nu om vaak intensief gebruikte bedrijfslocaties gaat met bijbehorend (groot) vrachtverkeer. De Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) deelt deze mening: “Uit de gepresenteerde oplossingen per locatie spreekt een grote zorgvuldigheid bij de behandeling van de openbare ruimte met verrassende (soms verborgen) pleintjes, plekken en parkzones. Op geen enkel moment ontstaat het gevoel dat het laadvermogen van een locatie op gespannen voet staat met de kwaliteit van de openbare ruimte. Maar waakzaamheid blijft geboden bij de neiging om bij realisatie het laadvermogen van een locatie onder druk te zetten. Hier is het stadsontwerp leidend en niet 'de markt'. De sturing naar een evenwichtig stadsontwerp blijft een spannende opgave die om strakke regie vraagt.” In de afgelopen jaren is door zowel ontwikkelaar als buurt meermalen gewezen op het feit dat de vergelijking met aantal woningen per hectare mank gaat, omdat het type woningen dat in 1221 ontwikkeld zal gaan
39. In het BKP staan doelen geformuleerd die niet stroken met de planpresentaties. Lees bijvoorbeeld: "Het is belangrijk dat nieuwe bebouwing en openbare ruimte goed aansluit op bestaande bebouwing in 1221 en op bebouwing aan de overzijde van het spoor."
21
worden een andere maatvoering heeft dan de klassieke eengezinswoning. Derhalve is al vroeg in het proces met buurtontwikkelaar-gemeente gekozen om te spreken over FSI. Daarbij is het juist dat een drietal locaties omwille van haalbaarheid een wat steviger volume kennen. Er zijn evenwel ook vier locaties (Zuiderweg/Lijsterweg, Grote Sigarenfabriek, Wybertjesfabriek en Van Son) waar dit punt in het geheel niet speelt.
van Van Son destijds bijvoorbeeld niet bekend. Maar de opgaven en ambities uit 2012 hebben na een intensief participatieproces voor een belangrijk deel een plek gekregen in de gebiedsagenda voor 1221 en zijn goed te herkennen in BKP en de plannen voor de ontwikkellocaties. 42. Het College heeft in 2019 aangegeven dat ook circa 750 woningen i.p.v. 1.000 mogelijk zouden zijn in 1221. Echter de actuele stand in 2021 is circa 1.150 woningen. In die 1.150 zitten zijn nog niet eens alle initiële ontwikkelplannen in 1221 verwerkt. En hier wordt tegenwoordig een jaartal bij genoemd 'tot 2030'. Dus de periode na 2030 wordt nadrukkelijk opengelaten om nog verdere toevoegingen te doen. In de planmonitor van de provincie staat de teller al op 1500. In de gebiedsagenda is aangegeven dat tot aan 2030 naar verwachting circa 1.000 woningen worden toegevoegd. Het jaartal 2030 is verre van nieuw. Er staat letterlijk in de gebiedsagenda: “Het aantal woningen in 1221 kan groeien met circa 1.000 nieuwe woningen tot 2030”. Ook in de inleiding van de gebiedsagenda (Over deze gebiedsagenda) staat klip en klaar dat de gebiedsagenda een horizon heeft tot 2030. Over ’t Spoor is vanaf de komst van het spoor een dynamisch gebied geweest. Net als in het verleden, met ontwikkelingen variërend van Jac. P.
Thijsseplein tot Melkfabriek, Villa Industria en meest recent Lucent, zullen we ook na 2030 nog verschillende ontwikkelingen zien. In de gebiedsagenda zijn circa 1.000 woningen tot aan 2030 voorzien. Daarbij is aangetekend dat de toekomst nooit volledig te overzien is. Tal van ontwikkelende partijen gaven op het moment van afronden aan te willen investeren in het gebied. Of en zo ja, hoe snel die ontwikkelingen tot stand zouden komen was niet duidelijk. Afgelopen periode hebben we gezien dat op sommige locaties planontwikkeling snel gaat, maar dat er ook ontwikkellocaties zijn die mogelijk pas (ver) na 2030 tot ontwikkeling komen. In het raadsvoorstel bij het ontwerp BKP is aangegeven dat op de 7 locaties in het ontwerp BKP op het moment van opstellen van het ontwerp BKP een programma was voorzien van ca. 1.150 woningen. Diverse plannen zijn afgelopen maanden in samenspraak met de buurt weer een stap verder gebracht. Zo is in de plannen voor de locatie Hunkemöller, waarvoor recent een
41. De vastgestelde Structuurvisie Hilversum 2030 spreekt over wijken en buurten rond het centrum (waaronder delen van Over 't Spoor) uit dat "In deze compacte wijken geen verdere ruimtelijke verdichting heeft plaatsgevonden." En ook over de Electrobuurt, Liebergen: "De buurten zijn kleinschalige stedenbouwkundige composities van korte rijen lage woningen met een nadrukkelijke kap. [...] Sommige woningen zijn vervangen, andere verbeterd, maar de buurten hebben hun oorspronkelijke karakter toch kunnen behouden." Hoewel niet alles in beton is gegoten mag door de burger voor dergelijke principiële uitspraken over ruimtelijke ordening bestuurlijke continuïteit worden verlangd van bestuurders. In deze reactie ontbreekt een essentieel deel van de structuurvisie, namelijk die over de Spoorzone. In dit gebied, dat zich uitstrekt aan beide zijden van het spoor, liggen grote ontwikkellocaties als Korte Noorderweg, Zuiderweg/Lijsterweg, Hunkemöller en Venetapark. Dit gebied is destijds al benoemd als dynamisch gebied. Daarmee werden ontwikkelingen zoals die nu zichtbaar worden in 1221 al deels voorzien. In de structuurvisie staat dat er in het gebied kansen liggen om verouderde bedrijventerreinen langs het spoor te herstructureren en (deels) te transformeren. De Korte Noorderweg werd hierin bijvoorbeeld al concreet benoemd.
Ook komen ambities terug als het toevoegen van groen in de Spoorzone dat toegankelijk is voor bewoners van omliggende buurten, de afname van de overlast van grote vrachtwagens, een sterke verbetering van de stedenbouwkundige en architectonische uitstraling van het gebied en nieuwe bebouwing gericht op het spoor, waardoor de treinreiziger een aantrekkelijk stad met nieuwe bebouwing in het groen ziet. Een structuurvisie is, net als een Omgevingsvisie straks, een ambitiedocument en niet alles is te voorzien. Zo was het vertrek
22
locatie ontwikkelplan door B&W is vastgesteld, het aantal woningen naar beneden bijgesteld van 307 tot 278. De 1.150 woningen zien wij voor deze 7 ontwikkellocaties dan ook als een bovengrens.
leefomgevingskwaliteiten. Wat gaat de gemeente voorstellen om de problemen met het geluid het hoofd te bieden? Het Geluidbeleid is aan actualisatie toe, wordt opgemerkt in de 'Omgevingsfoto'. Waar is de ambitie voor de leefkwaliteit? Waar blijft de urgentie om te handelen, gelet op de gesignaleerde problemen in de 'Omgevingsfoto' van Hilversum? In het algemeen is de vraag hoe veilig is het wonen langs het spoor? In het bestaande bestemmingsplan wordt erop gewezen dat bevolkingsdichtheden sterk bepalend zijn voor de hoogte van het zogenaamde Groepsrisico. Ligt het Groepsrisicocurve hoger of lager dan de Oriënterende waarde? Zijn er bluswatervoorzieningen in de plannen verwerkt? In het recente verleden stond regelmatig in de pers dat hier het een en ander aan schortte. De genoemde aspecten zijn relevant. Deze horen echter niet thuis in een BKP, maar in het bestemmingsplan of worden (geluidsbeleid) komende jaren als uitvloeisel van de Omgevingsvisie wordt opgepakt. Parallel aan het BKP wordt gewerkt aan het opstellen van het Chw bestemmingsplan 1221 (verder: bestemmingsplan). Het BKP is input voor het bestemmingsplan. In de voorbereidende fase van het bestemmingsplan worden de benodigde onderzoeken, zoals naar externe veiligheid, geluid, stikstof en verkeerseffecten uitgevoerd. De uitkomsten leveren geen belemmering op. Uitkomsten daarvan worden meegenomen in het bestemmingsplan.
Verder worden thema’s als bijvoorbeeld de bluswatervoorzieningen geregeld via het bouwbesluit.
43. Hilversum zet de bouwplannen onder druk met de eis van een buitensporig aantal kantoor m². Het is niet uit te leggen waarom de Regio Gooi en Vechtstreek voor alle regiogemeenten waaronder dus Hilversum tot 2040 uitgaat van een totaal van 26.680m² kantoorruimte en Hilversum als enige gemeente hiervan afwijkt en beweert 34.262m² kantoorruimte nodig te hebben. Nog even afgezien van de huidige leegstand en de waarschijnlijkheid van toekomstige hybride werkvormen. Van een buitensporig aantal kantoor m² is geen sprake. Verre van zelfs. Het Economisch Perspectief 2040, opgesteld door Ecorys en vastgesteld door de gemeenteraad in april 2021, laat zien dat ons lokale vestigingsklimaat een remmende factor is voor een gezonde economische dynamiek. De belangrijkste oorzaak daarvan is gebrek aan ruimte. Economische dynamiek heeft een duidelijke relatie met de levendigheid en het voorzieningenniveau in Hilversum en de begroting in het sociaal domein. Ecorys toont aan dat uitgaande van een gezonde economische ontwikkeling tot 2040 voorzien moet worden in een forse ruimtevraag. Dat is een vraagstuk voor de Omgevingsvisie. Ecorys adviseert om bestaande plannen, zoals die op Arenapark, in het Stationsgebied en 1221 tot uitvoering te brengen en daarnaast meer aandacht te besteden aan ruimte voor werken buiten de formele bedrijventerreinen en kantoorlocaties.
Voor meer beeld van de kantorenleegstand verwijzen we graag naar de Monitor Economie & Media 2021. Voor het te verwachten effect van corona naar recent onderzoek van PBL. In 1221 zijn de ambities op vlak van werken daarbij bescheiden. Uitgangspunt is dat het aantal arbeidsplaatsen in 1221 minimaal behouden blijft. Een groei is gewenst.
45. Een belangrijk aspect van het BKP is het ontbreken van samenhang met een integraal Spoorzone-ontwerp. Advies 24 van ARK (15-05-2020) over de visie op de Spoorzone meldt het ontbreken van samenhang van de aanpak aan weerszijden van het spoor. Bebouwing evenwijdig aan het spoor zoals in een voorgestelde variant van het Bruisend Hart versterkt de tweedeling. Het hindert ook de beloofde verbetering van de visuele verbinding tussen oost en het centrum door verbreding van de fietserstunnel. Bruisend Hart maakt geen deel uit van het BKP. Het BKP gaat specifiek in op 7 ontwikkellocaties in 1221. De planvorming voor
44. In het hele BKP komt het woord 'Milieu' niet voor. Ofschoon de gemeente voornemens is te werken met een vorm-vrije MER mag meer worden verlangd van een eigentijdse overheid bij ingrijpende verstedelijkingsplannen zoals in 1221. Het BKP is prematuur en incompleet, want de inzichten ontbreken in wat de verschillende invullingen van 1221 betekenen voor de milieu en
23
Bruisend Hart verschilt van de planvorming op de ontwikkellocaties. Enerzijds omdat de planvorming nog minder ver gevorderd is, anderzijds omdat niet de ontwikkelaar, maar de gemeente zelf hier (net als in het stationsgebied) aan de lat staat voor de inhoudelijke planvorming. Na opstellen structuurvisie en stedenbouwkundig plan zal voor Bruisend Hart een BKP worden opgesteld, wat dan ook de koppeling en samenhang borgt met het BKP stationsgebied en het BKP ontwikkellocaties 1221.
fietstunnel aan de orde geweest. Een motie om alsnog te kijken naar verbreding vond daar geen steun. Ten aanzien van de stelling dat de huidige breedte “niet voldoet”, het volgende: Als de tunnel nu nieuw zou worden gebouwd, zou deze op basis van CROW eisen breder moeten zijn. Zo is het met veel gebouwde objecten: een woning uit 1930 voldoet bijvoorbeeld niet aan de huidige Energie Prestatie Norm, waaraan nieuwbouw zich wel heeft te houden. Dat levert op zichzelf echter geen onbewoonbare of slechte jaren ’30 woning op. Zo is het ook met de tunnel onder het spoor. Door de jaren heen worden eisen ten aanzien van nieuwbouw aangepast, zonder dat dit automatisch een diskwalificatie is van het bestaande.
46. Volgens een persbericht leert een onderzoek van bureau Goudappel Coffeng dat de bestaande breedte van de fietstunnel niet voldoet aan de huidige verkeersrichtlijnen. Dus ook uit een oogpunt van veiligheid is een meer toekomstbestendige oplossing de tunnel breder te maken. Het onderzoek waar naar wordt verwezen is het onderzoek van Goudappel Coffeng naar de toekomstbestendigheid van de fietstunnel. Dit onderzoek is gevoegd bij de Collegebrief van 14 juni 2021. Het fietspad in de bestaande tunnel is aan de smalle kant voor het aantal fietsers dat er gebruik van maakt en zal gaan maken. Bij verbreding neemt de ruimte in de tunnel toe en dat maakt dat mensen zich makkelijker (en veiliger) van Oost naar centrum en andersom kunnen bewegen. Dat betekent echter niet automatisch dat er bij de huidige breedte sprake is van verkeersonveiligheid. De verkeersonveiligheid in de huidige situatie is met name te wijten aan: verkeer dat kruist onder in de tunnel (doorgaande fietsers en fietsers die de stalling ingaan), aan de hellingshoek van de tunnel zelf, die vrij steil is en de ruimte die er bovenaan de hellingbaan is (beide zijden) en de onoverzichtelijke kruisingen die daar liggen. Verschillende mogelijkheden voor verbetering zijn onderzocht, waaronder een verbreding van de fietstunnel. De opbrengst (1,5 meter) weegt echter niet op tegen de kosten (15 miljoen euro).
De fietstunnel zal wel op onderdelen worden verbeterd, waarbij het uit de tunnel halen van de entree van de fietsenstalling een belangrijk verbeterpunt is, naast versterken van de visuele verbindingen over het spoor en verbinding in materiaalgebruik en inrichting van de reizigerspassage en fietstunnel. De gemeenteraad heeft op 15 september 2021 een besluit genomen over de Uitvoeringsnota Stationsgebied. In die raadsvergadering is de breedte van de
47. Het BKP doet uitspraken over heel 1221 en meer specifiek voor verschillende ontwikkellocaties" stelt het raadsvoorstel. Maar in strijd daarmee en volkomen ten onrechte wordt het 'Bruisend Hart' daarbuiten gelaten. Onderdeel van het ontwerp BKP zijn zeven gebiedspaspoorten. Voor deze zeven ontwikkellocaties zijn de plannen voldoende uitgewerkt om scherp in beeld te hebben welke kwesties er spelen en daarin richting te kunnen bepalen. Voor andere ontwikkellocaties die komende jaren tot ontwikkeling komen gelden de algemene criteria in het BKP als uitgangspunt. Mocht blijken dat deze onvoldoende richting geven, dan kan voor deze locaties ook een gebiedspaspoort worden opgesteld. Deze worden dan na vaststelling door de raad toegevoegd aan het welstandsbeleid. De planvorming voor Bruisend Hart loopt, zoals u weet, een zelfstandig traject. De gemeenteraad heeft op 6 oktober 2021 besloten variant Groen Plein uit te werken in een structuurvisie voor Bruisend Hart. De voorkeursvariant wordt verwerkt in de structuurvisie. Deze legt het college formeel ter inzage. Reacties worden, waar mogelijk, verwerkt in de structuurvisie, waarna hij begin 2022 ter besluitvorming wordt aangeboden. 48. In het raadsvoorstel staat "Met de gebiedsagenda ligt er een gemeenschappelijk fundament om samen te werken aan de toekomst van de Geuzenbuurt, Electrobuurt en Kleine Driftbuurt.
Het gebiedsproces heeft geleid tot een breed gedeeld toekomstperspectief voor de wijk." Wat hier wordt verzwegen is
24
hoe de gemeente in geheime intentieovereenkomsten met ontwikkelaars (o.a. Hunkemöller-terrein, Venetapark en nu ook de Korte Noorderweg) afspraken uit gebiedsagenda negeert, zo zélf het draagvlak ondermijnt en daar nadien richting de bewoners geen mea culpa over uitspreekt, noch excuses voor maakt, maar doet alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat de overheid niet transparant en betrouwbaar is. Dit duidt op een ontwricht moreel kompas. Het BKP trekt die lijn door. Intentieovereenkomsten die door de gemeente worden afgesloten werden in het verleden niet openbaar gemaakt. Die lijn is in eerste instantie ook in 1221 gehanteerd. Na opmerkingen van bewonersorganisaties is het openbaar maken van overeenkomsten (intentie en anterieur) na besluitvorming inmiddels de standaard. Deze openheid past bij het gebiedsproces dat we destijds zijn gestart en de samenwerking die we beogen.
conform de verordening. Formeel ter inzage leggen van een ontwerp gebiedsagenda is niet van meerwaarde en niet nodig. 50. Het BKP moet de eenzijdig gewijzigde kaders verankeren en zo de plaats innemen van de gebiedsagenda. Het BKP neemt de plaats van de gebiedsagenda niet in. Van eenzijdig gewijzigde kaders is ook geen sprake. In de agenda staat dat binnen het brede draagvlak dat is gegroeid voor de agenda het partijen niet gelukt is om alle kwesties tot een oplossing te brengen. Voor een aantal kwesties is in de agenda aangegeven dat verdere besluitvorming en maatwerk per locatie nodig is. Het is (bewoners)organisaties), ontwikkelende partijen en gemeente afgelopen periode niet gelukt om deze kwesties tot een oplossing te brengen. Dat betekent dat nadere besluitvorming nodig is. Het ontwerp BKP doet voorstellen hoe met de in de gebiedsagenda benoemde kwesties om te gaan. Daarbij is al aangeven dat, omdat er geen overeenstemming is bereikt, de in het ontwerp voorgestelde oplossingen niet bij alle betrokken altijd op instemming zullen kunnen rekenen. De reacties op het ontwerp BKP geven goed zicht op de kwesties die men graag anders zou willen zien. Dit leidt tot aanpassingen in het BKP. De afweging ligt bij de raad.
49. Uit WOB stukken blijkt hoe onbehoorlijk het eraan toe gaat bij de gemeente: Zo heeft de gemeente in strijd met de wet en haar eigen verordening op de Inspraak geen mogelijkheid tot inspraak geboden bij de gebiedsagenda. Dat geen inspraak heeft plaatsgevonden merkt de gemeente zelf op in een WOBdocument, dus is ze bewust in gebreke gebleven. Terwijl in de eigen verordening staat "Wettelijke verplichtingen tot het bieden van inspraak bestaan momenteel bij: a. de voorbereiding van een ontwikkelingsprogramma stedelijke vernieuwing (artikel 7 Wet stedelijke vernieuwing)" Deze opmerking, die voortkomt uit een intern document van de gemeente, wordt hier verkeerd geïnterpreteerd. Het gebiedsproces dat heeft geleid tot vaststelling van de gebiedsagenda is heel intensief geweest. Met onder meer gebiedstafels, werkplaatsen, schouwen, sessies met bewoners en een ronde waarin gereageerd werd op een concept van de gebiedsagenda. Hierop is uitgebreid, onder andere door verschillende bewonersorganisaties onder u, gereageerd. Dat heeft destijds ook geleid tot allerlei aanvullingen en aanscherpingen. Volgens de Inspraakverordening is ‘inspraak: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid’. Dat is precies wat is gebeurd. Doordat op deze intensieve wijze inspraak is geboden was,
51. De invulling van de rol van de supervisor Spoorzone wordt steeds merkwaardiger. Hij heeft het ontwerp BKP geschreven. Dit gaat hij vervolgens zelf toetsen "Het BKP is toetsingskader voor de supervisor Spoorzone". Dat is niet merkwaardig. De supervisor is op verzoek van de gemeenteraad aangesteld voor het bewaken van de samenhang tussen de vele locatie- en gebiedsontwikkelingen in de Spoorzone, tussen de locaties in 1221 onderling en tussen het Stationsgebied en 1221. Het opstellen van een BKP past in het profiel dat voor de supervisor is opgesteld. Zie de collegebrief van 29 augustus 2019. 52. De functie van supervisor dient om de samenhang van de ontwikkelingen te bewaken en daarover te adviseren maar niet om dictaten uit te vaardigen. In de gebiedsagenda wordt zijn rol beschreven als gekoppeld aan de bewoners en de ARK. Op eigen houtje kan en mag hij niet opereren.
25
De gemeente heeft de supervisor aangesteld vanwege zijn brede ervaring en expertise. We verwachten van de supervisor stevige sturing op de samenhang tussen en kwaliteit van de plannen. Van dictaten is geen sprake. De supervisor adviseert, besluitvorming ligt bij de gemeente (college en gemeenteraad). Profiel van de supervisor is beschreven in de collegebrief van 29 augustus 2019. De supervisor bewaakt de samenhang tussen de vele locatie- en gebiedsontwikkelingen. De supervisor bouwt met partners de basis (gebiedsagenda) verder uit tot plannen die passen binnen de Hilversumse traditie van uitmuntende stedenbouw en (landschaps)architectuur. De supervisor geeft feedback aan de ontwikkelende partij (privaat of gemeente) op welke punten de ontwikkeling beter kan aansluiten op de omgeving en gaat daarover ook in gesprek met bewonersorganisaties. Ook begeleidt de supervisor de verschillende ontwerpfasen van de locatie ontwikkelplannen in 1221.
beleid. Zie bijvoorbeeld het advies om op sommige locaties hoger dan 25 meter te bouwen. Of het advies om de leefbaarheid te vergroten door verschillende straten, wanneer het verkeersregime wijzigt van hoofd- naar wijkstructuur, aan te pakken. Ondanks dat gelden hiervoor niet zijn opgenomen in de gemeentelijke begroting. De supervisor adviseert. Het bevoegd orgaan, college van B en W of gemeenteraad, besluit. 54. In dit BKP van de gemeente spreekt vooral hoe graag zij het inwoneraantal wil laten groeien door intensieve verstedelijking. Dit is korte termijn beleid en op lange termijn schadelijk. voor Hilversum. De mening dat de gemeente een en al bereidwilligheid is tegenover de ontwikkelaar delen wij niet. Bij start van het gebiedsproces hebben we samen geconstateerd dat de kwaliteit van de Geuzenbuurt, Electrobuurt en Kleine Driftbuurt, samen 1221, al langere tijd onder druk staat. In de agenda hebben we gezamenlijk de opgaven voor 1221 benoemd en stevige ambities geformuleerd. Met realisatie van de gebiedsagenda ontstaat meerwaarde op het niveau van de straat, de buurt en de stad. In het ontwerp BKP is ook aangegeven dat het gaat om forse ambities (zoals substantieel groen, bebouwd parkeren, sociale en middeldure woningen).
Om de ontwikkelingen met deze ambities en met de hoge kosten en risico’s bij binnenstedelijke ontwikkeling haalbaar te maken is een bepaalde dichtheid noodzakelijk, zonder dat dit ten koste gaat van een goede inpassing. Intensieve verstedelijking is geenszins een streven van de gemeente. Daar is hier ook geen sprake van. Het gaat niet om intensieve verstedelijking, maar stadsinbreiding zoals we dat als ruim 40 jaar kennen in Hilversum. Dat blijkt ook uit de plannen. Deze 7 ontwikkellocaties in het ontwerp BKP zijn samen 6 tot 7 hectare groot. Op deze locaties is een toevoeging van circa 3 hectare aan publieke, veelal groene, ruimte voorzien. Ter illustratie: 3 hectare is 6 keer het Oosterspoorplein, maar dan een stuk groener.
53. De supervisor wordt ervaren als verlengstuk van college en ontwikkelaar, niet als bemiddelaar tussen overheid en bevolking. Tijd om de rol van supervisor tegen het licht te houden. Hij is ingehuurd als onafhankelijk adviseur, maar blijkt in de praktijk doodleuk te kunnen (mogen) afwijken van de democratisch in de gebiedsagenda gemaakte afspraken. Het gaat niet aan om de supervisor het mandaat te geven van die gemaakte afspraken af te wijken. Daarmee toont zich de overheid onbetrouwbaar. Profiel van de supervisor is beschreven in de collegebrief van 29 augustus 2019. De supervisor is geen bemiddelaar of procesbegeleider. Dat is een rol die bureau UUM vervulde in het gebiedsproces dat heeft geleid tot de gebiedsagenda. De supervisor heeft tot taak te sturen op samenhang en kwaliteit van de plannen. Dat is iets anders dan bemiddelen tussen ontwikkelende partijen, bewoners en gemeente. Wij zijn heel tevreden over de wijze waarop de supervisor zijn rol invult. De gemeente huurt de supervisor in. In het licht hiervan is de supervisor wellicht nooit volledig afhankelijk. Zijn onafhankelijk opstelling blijkt echter uit de adviezen die hij geeft. Die adviezen kunnen, waar het de samenhang en kwaliteit van plannen te goede komt op onderdelen afwijken van de agenda. Het komt ook voor dat zijn adviezen afwijken van ander gemeentelijk
55. Het ontwerp BKP wijkt op essentiële onderdelen af van de gebiedsagenda. Het ontwerp BKP mist maatschappelijk draagvlak. Het BKP voldoet niet aan de kwaliteitscriteria voor goede ruimtelijke ordening. Het BKP is inhoudelijk inconsistent. Het BKP mist visie op essentiële onderdelen, en is zo
26
ontoelaatbaar incompleet. Dit BKP sloopt de benoemde kernkwaliteiten van 1221 één voor één, te weten de menselijke maat, de kleine korrel, de afwisseling, de kleinschaligheid, en de cultuurhistorische kwaliteit. Dit BKP is ondemocratisch. Dit alles maakt dat dit BKP niet een BKP-plus maar een BKP-zwaar-onderhet vriespunt-min is en derhalve van tafel gehaald dient te worden. Deze conclusies delen wij niet. Zie de reacties op uw inhoudelijke punten.
door het toevoegen van een begrippenlijst. Ook in deze reactienota wordt veel toegelicht. 57. Twee karaktertrekken van Hilversum zijn de architectuur, waar tussen de saaie betonkolossen nog het een en ander van Dudok en ander visueel attractiefs te vinden is, en de “man in a shed”industrie, kleine industrie verdeeld over de wijken. Dit geeft Hilversum iets heel eigens wat op veel andere plaatsen al lang verdwenen is. Het is geen goed idee die karaktertrekken zomaar bij het grof vuil te zetten. Eens. De industriële laag en de stedenbouw van Dudok zijn ook expliciet met elkaar verbonden. Vanwege de economische hoogconjunctuur van de industrie was er ruimte voor de grootschalige stadsuitbreidingen van Dudok. Juist daarom kiezen we ervoor om vanuit de rijke geschiedenis van Hilversum juist de industriële laag als inspiratie te gebruiken voor de nieuwe ontwikkeling.
Wijzigingen • Groen: de teksten over groen in het BKP worden nog verder aangescherpt. • Hoogte: in het BKP worden in gebiedspaspoorten hoogtes per bouwvlek duidelijk vastgesteld en is aandacht voor aansluiting van de hoogte van nieuwe bouwdelen aan bestaande bouwdelen. • Verschillende thema’s, zoals toegankelijkheid en de behoefte aan maatschappelijke voorzieningen zijn en blijven bij verdere planvorming aandachtspunten. Bewoner 1066100
58. Desnoods zelfgeschapen gaten in de stad volgooien met moderne hoogbouw om maar zoveel mogelijk woonruimte te creëren, doet hier iets essentieels aan af. Dat zou ik dus ten zeerste afraden. Hier zijn betere oplossingen op te verzinnen. Er hoeft niet onmiddellijk een woon- en leefhart met uitgesproken karakter als Hilversum als eerste aan geofferd te worden. De vraag naar woningen is in Hilversum net als in andere delen van Nederland ontzettend groot. Mensen staan jarenlang op een wachtlijst om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning. De kans op het bemachtigen van een middeldure woning is nagenoeg afwezig. Ook in Hilversum bouwen we daarom nieuwe woningen. Uitbreiding buiten de bebouwde kom is vanwege de natuurgebieden om ons heen niet mogelijk. Dat betekent dat in een deel van de woningbehoefte wordt voorzien door te bouwen in de stedelijke omgeving. Dat geldt voor 1221, maar bijvoorbeeld ook voor het Stationsgebied en het centrum.
56. Uw website was een studie in ambtelijke tentoonstelling maar wilde mij niet aanhoren dus schrijf ik u maar liever deze brief over de vraag of de voorgestelde bouwplannen door de beugel kunnen of niet. Voorlopige inschatting: Eerder niet dan wel. Met overweging en tips. Het ter inzage leggen is een formele procedure. Dat betekent dat het ontwerp op de gemeentelijke website bij de burgerleeskamer moet worden geplaatst. Geprobeerd is in het ontwerp BKP zo min mogelijk vaktaal te gebruiken. Bij het opstellen van het BKP zullen we nog een slag maken. Daarbij geldt wel dat het BKP toetsingskader moet zijn voor de supervisor en de Commissie Welstand en Monumenten. En richting geeft aan het werk van de architect. Door nadere uitleg in onder andere een artikel in de krant, de video, informatie op de 1221.hilversum.nl website, de 1221 nieuwsbrieven en twee inloopbijeenkomsten hebben we ons best gedaan het BKP zo begrijpelijk mogelijk te maken. In het BKP maken we daarin nog een extra slag naar ‘Helder Hilversums’, bijvoorbeeld
59. Enige overwegingen om mee te nemen in de ontwikkeling zo dat de leefomgeving ook nog een beetje leefbaar zal blijven zijn, als volgt: Ten eerste zijn grote woontorens uit zichzelf uiterst ongezellig. Daar zijn truuks voor, bijvoorbeeld inspringende bouw
27
die van de straat niet zichtbaar is danwel tenminste niet al teveel opvalt. Al enige tijd geleden is er een architectuurboek uitgegeven gewijd aan dit onderwerp met methoden en technieken waarvan de titel mij even ontvalt. Een schone taak voor de deelnemend architecten om zich hierin te verdiepen. Hier een eigen visie ontwikkelen laat ook meer ruimte om de moderne trend te volgen en ecologisch bouwen en leven en zelfs stadstuinbouw te faciliteren. De regels in het BKP beschrijven reeds wat u in uw overwegingen benoemd.
Eens. In het BKP zijn de teksten over groen nog verder aangescherpt. In de gebiedsagenda is geconstateerd dat de hoeveelheid openbare ruimte, en het groen in deze openbare ruimte, in 1221 beperkt is. Het ontbreekt aan goede groene plekken van formaat. En ook de kleinere plekken kunnen zoveel groener. Dat was de aanleiding voor het project Groene Loper. De Werkgroep Groene Loper en de gemeente hebben afgelopen tijd hard gewerkt aan dit project. In de agenda wordt ingezet op drie sporen; bestaande openbare ruimte (inclusief verbeteren speeltuinen), particuliere tuinen en groen op ontwikkellocaties. In het ontwerp BKP staat dat verdeeld over de zeven ontwikkellocaties sprake is van ca. 30.000m² nieuwe publieke buitenruimte. Ontwikkelen in 1221 betekent dus ook heel concreet nieuwe bomen aanplanten. Daarbij wordt gekozen voor grotere open ruimtes die zowel voor de nieuwe bewoners als voor bewoners uit de omgeving een duidelijke waarde hebben qua gebruik en beleving.
60. Hoogbouw is onveilig in de zin dat er een risico inherent in de hoogte in zit. Dat betekent niet hoger bouwen dan een meter of twintig. Het bouwbesluit voorziet in de benodigde regels. Op het moment dat hoger wordt gebouwd gelden andere eisen aan een gebouw om snel en veilig een gebouw te kunnen verlaten. De brandweer kijkt ook mee.
63. Hoewel het ondoenlijk zal lijken mede door historisch gebrek aan overkoepelende planning, is het in de grond laten zakken van het spoor nog steeds de betere optie om ruimte tot leven te creëren en problematiek langs de hele lijn te verlichten. Het volledig onder de grond brengen of verdiept aanleggen van het spoor zou een oplossing kunnen zijn voor diverse vraagstukken. Het brengt echter kosten met zich mee die zo hoog zijn (vele honderden miljoenen, zo niet meer) dat deze niet kunnen worden terugverdiend door de vrijkomende ruimte in te vullen. De gemeentebegroting kan zo’n investering niet dragen. Onze verwachting is dat de rijksoverheid dergelijke bedragen niet zal subsidiëren, zonder dat een zeer groot aantal woningen of arbeidsplaatsen wordt gerealiseerd. Daarnaast neemt het aanleggen van een tunnel vele jaren in beslag. De ruimte om een tunnel te bouwen en tegelijkertijd het spoorverkeer doorgang te laten vinden is naar onze inschatting niet aanwezig. De aanleg van een tunnel zou betekenen dat een van de drukst bereden spoorlijnen van Nederland enkele jaren buiten bedrijf moet worden gesteld.
61. Ik wil wijzen op het aspect van lichtvervuiling, dat met relatief simpele ingrepen als armaturen die alleen naar beneden verlichten al te verminderen is. Door intensiever gebruik van de ruimte en groei van het aantal inwoners in Hilversum groeit de lichtemissie. Dit kan leiden tot meer overlast, zowel voor natuurgebieden als voor inwoners. Met het inwerking treden van de Omgevingswet verhuizen enkele regels met betrekking tot lichthinder van het Rijk naar gemeenten. Gemeenten moeten afwegen hoe hiermee om te gaan in het omgevingsplan. Dat kan zijn dat de bestaande regels worden gehandhaafd, maar ook dat meer of strengere regels worden opgesteld. Deze afweging wordt naar verwachting in de Omgevingsvisie gemaakt. 62. Het trendaspect van “groen bouwen” is al genoemd, maar er zit ook een leefbaarheidsaspect aan. Zelfs een metropool als Berlijn zit vol met bomen, perkjes, en parken, daarmee rustplekjes in de stad creërend. In het veel kleinere Hilversum kun je dan wel op de fiets stappen naar de heide, maar toch is wat ruimte en groen in de stad ook wel leuk. Ik zou zelfs zeggen, een goed idee.
28
Wijzigingen • In het BKP maken we nog een extra slag naar ‘Helder Hilversums’, onder andere door het toevoegen van een begrippenlijst. Ook in deze reactienota wordt veel toegelicht. • Groen: de teksten over groen in het BKP zijn nog verder aangescherpt. • Lichthinder: in de Omgevingsvisie wegen we af hoe om te gaan met regels over lichthinder. Bewoner 1066833
bedrijventerrein Korte Noorderweg. Wat is dan de impact voor de huidige bebouwing en bewoners? Ik zou graag zien dat de scope van dit BKP duidelijker wordt weergegeven en beperkt blijft tot deze specifieke 7 ontwikkellocaties. Het gebiedspaspoort Korte Noorderweg wordt voor nu uit het BKP gehaald. Voor andere ontwikkellocaties die komende jaren tot ontwikkeling komen gelden de algemene criteria in het BKP als uitgangspunt. Mocht blijken dat deze onvoldoende richting geven, dan kan voor deze locaties ook een gebiedspaspoort worden opgesteld. Deze worden dan na vaststelling door de raad toegevoegd aan het welstandsbeleid. Dit geldt ook in het geval een ontwikkellocatie op onderdelen groter wordt dan in dit BKP voorzien.
64. Het is onduidelijk wat de scope is van dit document. Gaat dit over het gehele postcodegebied 1221 of betreft het alleen de genoemde zeven ontwikkellocaties? En waarom valt het bruisend hart dan weer buiten de scope? Opmerkelijk dat het bruisend hart dan wel weer specifiek is genoemd op p17 Het BKP doet uitspraken voor heel 1221 en meer specifiek voor de verschillende ontwikkellocaties. Onderdeel van het BKP zijn zes gebiedspaspoorten. Korte Noorderweg vervalt voor nu in dit BKP. Voor de zes ontwikkellocaties zijn de plannen voldoende uitgewerkt om scherp in beeld te hebben welke kwesties er spelen en daarin richting te kunnen bepalen. De planvorming voor Bruisend Hart loopt een zelfstandig traject. Uiteraard bewaken de gemeente en de supervisor in het bijzonder de samenhang tussen de verschillende ontwikkelingen in 1221 en die in de hele Spoorzone. De gemeenteraad heeft op 6 oktober 2021 besloten variant Groen Plein uit te werken in een structuurvisie voor Bruisend Hart. De voorkeursvariant wordt verwerkt in de structuurvisie. Deze legt het college formeel ter inzage. De tekst over Bruisend Hart op p17 hoort niet thuis in het BKP en vervalt.
66. Er is geen eis genoemd m.b.t. hittestress alleen algemene bewoordingen (meer groen en bomen). Door verdichting en toename bouwhoogte zal de hittestress toenemen (hitte-eiland effect). Hoe wordt geborgd dat de hittestress door de verdichting in 1221 niet verder zal toenemen? Is het mogelijk om hiervoor een kwalitatieve norm op te nemen? Blootstelling aan hoge temperaturen zorgt voor gezondheidsrisico's. Dit wordt hittestress genoemd. In de Omgevingsfoto (bouwsteen voor de Omgevingsvisie) is de kans op hittestress in Hilversum in beeld gebracht met kaartbeelden uit de klimaateffectatlas. Dat is met name het geval in het Centrum en op bedrijventerreinen, zoals in Oost de Korte Noorderweg en Hunkemöller. In de huidige situatie zijn de ontwikkellocaties, zoals de Korte Noorderweg en Hunkemöller, veelal fors bebouwd en is het niet bebouwde deel grotendeels versteend. In de plannen blijft de hoeveelheid bebouwd oppervlak maximaal gelijk. Op verschillende locaties, zoals locatie Hunkemöller neemt het bebouwd oppervlak af ten gunste van meer publiek ruimte. Op alle locaties wordt een forse hoeveelheid groen toegevoegd. Dat heeft een gunstig effect op hittestress in 1221. Parallel en in samenhang aan het BKP wordt gewerkt aan het opstellen van het Chw bestemmingsplan 1221 (verder bestemmingsplan).
Dit is geen ‘normaal’ bestemmingsplan maar een Chw (crisis- en herstelwet) bestemmingsplan-plus met verbrede reikwijdte. Een belangrijke verschil is dat niet slechts regels mogen
65. Het BKP is voornamelijk uitgewerkt voor de zeven ontwikkellocaties maar geeft onvoldoende weer wat de impact kan zijn voor het gehele gebied van 1221. Wat betekent dit plan voor andere toekomstige ontwikkellocaties? Biedt dit BKP het beleidskader om meer percelen in 1221 te ontwikkelen met hoogbouw? Ik woon grenzend aan de Korte Noorderweg. De huidige plannen voor deze ontwikkellocatie zijn beperkt tot het middenterrein maar mijn zorg is dat dit BKP een basis is voor nog meer hoogbouw op de overige percelen aan de rand van het
29
worden gesteld in het kader van een goede ruimtelijke ordening, maar dat regels betrekking kunnen hebben op de (hele) fysieke leefomgeving waaronder klimaatadaptatie. Het bestemmingsplan zal dan ook regels in zich hebben ten aanzien van hittestress, droogte en wateroverlast. Met het oog op de leefbaarheid van de stad bij hittegolven is bijvoorbeeld van belang om voldoende schaduw te hebben. Er wordt nagedacht om een gebruiksregel in het bestemmingsplan op te nemen zodat er wordt geborgd dat bij het bouwen van een (omgevingsvergunningplichtig) bouwwerk, of bij wijziging van het gebruik van de gronden, groen wordt aangeplant in verband met schaduwwerking.