Bijlage 2 Reactienota Beeldkwaliteitsplan plus 1221
Tekst van het document
REACTIENOTA BEELDKWALITEITSPLAN PLUS 1221
2 november 2021
1
1. Inleiding
kwaliteit van de nieuwe gebouwen en van de buitenruimte kan worden getoetst. Het doel is het waarborgen en versterken van het bestaande karakter van de wijk; behoud door ontwikkeling.
Aanleiding Met de Gebiedsagenda 1221 (verder: gebiedsagenda) ligt er een breed gedeeld toekomstperspectief voor de Geuzenbuurt, Electrobuurt en Kleine Driftbuurt. In de agenda staat dat binnen het brede draagvlak dat is gegroeid het partijen niet gelukt is om alle kwesties tot een oplossing te brengen. Voor een aantal kwesties (zoals dichtheid, hoogte, kwaliteit openbare ruimte) is in de gebiedsagenda aangegeven dat verdere besluitvorming en maatwerk per locatie nodig is.
Het ontwerp BKP doet uitspraken voor 1221 en meer specifiek voor zeven ontwikkellocaties. Dat laatste doen we via gebiedspaspoorten. Vandaar de ‘plus’ in de naam van het BKP voor 1221. Voor deze zeven ontwikkellocaties zijn de plannen voldoende uitgewerkt om scherp in beeld te hebben welke kwesties er spelen en daarin richting te kunnen bepalen. Het BKP voor 1221 is na vaststelling het instrument om de stedenbouwkundige, de architect of de landschapsarchitect in woord en beeld in de uitwerking van het bouwplan met de daarbij behorende openbare ruimte een richting mee te geven over de gewenste verschijningsvorm. Dit BKP geeft in woord en beeld de gewenste sfeer van een stedenbouwkundige bebouwing aan, zonder zelf al een ontwerp te zijn.
Afgelopen jaren zijn ontwikkelende partijen in samenspraak met bewoners(organisaties) en gemeente bezig geweest met de plannen voor verschillende individuele locaties. Ondanks soms intensief overleg is het niet altijd gelukt om voor alle genoemde kwesties een oplossing te vinden. Participatie heeft niet geleid tot een gedragen oplossing binnen de gegeven kaders. Dit betekent dat nadere besluitvorming nodig is. De gemeenteraad is hiervoor aan zet.
Proces De gemeente heeft een ontwerp van het BKP ter inzage gelegd. Op basis van de ontvangen reacties en de adviezen van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) en de Commissie Welstand en Monumenten (CWM) is het BKP aangevuld en aangescherpt.
De overgang van gebiedsagenda naar het Crisis- en Herstelwet bestemmingsplan plus met verbrede reikwijdte 1221 (verder: bestemmingsplan) werd als te groot ervaren. In het Beeldkwaliteitsplan plus 1221 (verder: BKP) wordt voorgesteld hoe met de in de gebiedsagenda benoemde kwesties om te gaan en wordt zo het gat tussen gebiedsagenda en bestemmingsplan gedicht.
Opzet reactienota In deze reactienota zijn de ontvangen reacties en adviezen gebundeld en van een reactie voorzien. In hoofdstuk 2 wordt het doorlopen proces weergegeven. In hoofdstuk 3 zijn de belangrijkste thema’s bij elkaar gebracht. In hoofdstuk 4 zijn de individuele reacties van een antwoord voorzien. Per reactie is aangegeven welke wijzigingen naar aanleiding hiervan in het BKP zijn doorgevoerd. In hoofdstuk 5 zijn de adviezen van de ARK en de CWM gebundeld en van een reactie voorzien. Ook naar aanleiding van deze adviezen zijn wijzigingen doorgevoerd in het BKP.
Beeldkwaliteitsplan en gebiedspaspoorten Het BKP vormt samen met de reeds vastgestelde gebiedsagenda en het nog op te stellen Crisis- en Herstelwet bestemmingsplan 1221 de kaders voor de ontwikkeling van 1221. Een BKP beschrijft de ruimtelijke kaders voor de nieuwe ontwikkelingen. Deze kaders gaan bijvoorbeeld over de samenhang van het geheel, de kwaliteit van de openbare ruimte, over bouwhoogte en over architectuur. In het BKP worden meetbare criteria opgenomen op basis waarvan de integrale architectonische
2
2. Stappen in procedure
5 Tweede participatieronde na ontwerp juli-september Op 14 juli 2021 heeft het college van B en W middels een kennisgeving bekendgemaakt dat het ontwerp BKP van 15 juli 2021 tot en met 15 september 2021 ter visie zou worden gelegd en reacties konden worden ingediend. Door het ontwerp voor een lange periode ter inzage te leggen heeft iedereen, ook in de zomer, de gelegenheid gehad om te reageren. Het ter inzage leggen van het ontwerp bood betrokkenen de gelegenheid om een formele reactie in te dienen op een plan in tekst en beeld. De mogelijkheid om een reactie in te dienen is breed onder de aandacht gebracht. Onder andere via de formele publicatie online en in de krant, een toelichtend artikel in de krant, fysieke exemplaren in burgerleeskamer (stadskantoor), bij De Geus en bij Vonk, informatie op de website 1221, meerdere artikelen via de nieuwsbrief 1221, een video met toelichting en een flyer huis-aanhuis. Ook zijn twee inloopbijeenkomsten georganiseerd, waar in totaal 50 mensen zijn geweest. Op deze manier konden we scherp in beeld brengen waar de inhoud breed gedeeld wordt en waar belangen niet synchroon lopen. Gelijktijdig vroegen we advies aan de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) en de Commissie Welstand en Monumenten (CWM). In de periode van ter inzage legging zijn in totaal 161 reacties ontvangen. Daarnaast zijn adviezen ontvangen van ARK en CWM.
De gemeente bedankt de indieners voor de moeite die ze hebben genomen om een reactie in te dienen. 6 Besluitvorming over BKP oktober-december De reacties en adviezen zijn samenbracht in voorliggende reactienota en van een antwoord voorzien. De reacties en adviezen hebben geleid tot diverse aanvullingen en aanscherpingen in het BKP. Het gewijzigde BKP wordt met voorliggende reactienota ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad.
Het opstellen en vaststellen van het BKP verloopt in een aantal stappen. Deze stappen zijn hieronder toegelicht. 1 Aankondiging januari In de Raadsinformatiebrief 2021-01 inzake Advies inzake initiatiefvoorstel Gebiedsagenda 1221 is aangekondigd dat een BKP zal worden opgesteld. 2 Informatie over proces februari-april In de Beeldvormende sessie van 24 maart 2021 en in de collegebrief Proces beeldkwaliteitsplan plus 1221 van 21 april 2021 is uw raad geïnformeerd over het proces om te komen tot het BKP. Het participatieniveau is niveau raadplegen. Bij de participatie gaat het om het in beeld brengen van de belangen van partijen, zowel die van bewoners als ontwikkelende partijen. De afweging van die belangen ligt bij de raad. In het proces zijn, aanvullend op doorlopende processen twee participatieronden voorzien. 3 Eerste participatieronde tot aan ontwerp april-mei Op 24 mei 2021 heeft een webinar plaatsgevonden waarin de supervisor het concept heeft toegelicht aan bewoners en andere belangstellenden. Daarnaast zijn verdere gesprekken gevoerd met bewoners, ontwikkelende partijen, Commissie Welstand en Monumenten (CWM) en de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK). Alle opbrengst is meegenomen bij het opstellen van het ontwerp BKP.
4 Besluitvorming over ter inzage leggen ontwerp juni-juli In aanloop naar de behandeling van het ontwerp BKP in de commissie en gemeenteraad is op 28 juni 2021 een technische sessie georganiseerd waarin de supervisor een toelichting verzorgde voor raadsleden en beschikbaar was voor vragen. De gemeenteraad heeft op 7 juli 2021 positief geadviseerd over het ter inzage leggen van het ontwerp BKP.
3
oppervlak aan woningen als harde randvoorwaarde opgenomen. Het BKP geeft meer ruimte dan 4-5 verdiepingen. Reden is dat de ambities voor de verschillende ontwikkellocaties hoog zijn. We willen auto’s uit het zicht, veel groene publiek ruimte op maaiveld, veel betaalbare woningen en minimaal behoud van de hoeveelheid werkgelegenheid. Dat allemaal zonder overheidsbijdragen. Dit vraagt, waar dat ingepast kan worden, een zesde bouwlaag.
3. Hoofdlijnen Algemeen In de periode dat het ontwerp BKP ter inzage heeft gelegen heeft de gemeente in totaal 161 reacties ontvangen van bewoners, bewonersorganisaties, maatschappelijke organisaties, eigenaren en ontwikkelende partijen. Daarnaast zijn adviezen ontvangen van ARK en CWM. Deze individuele reacties en adviezen zijn in hoofdstuk 4 en 5 in beeld gebracht en van een antwoord voorzien. Daarbij is aangegeven waar dit tot wijzigingen en aanscherpingen in het BKP leidt.
Voor de locatie Hunkemöller zijn de plannen aangepast op basis van het nieuwe gezamenlijke plan van ontwikkelende partij, buurt en omgeving. Alleen bij deze locatie wordt voorgesteld meer ruimte te bieden dan de maximale hoogte van 25 meter. Dat plan gaat op een plek tot 33 meter hoogte vanaf bestaand maaiveld. Reden is dat hier ruimte is langs het spoor en voldoende afstand tot bestaande woningen om hoger te kunnen bouwen. Door aan deze zijde op een plek meer hoogte mogelijk te maken kan richting Liebergerweg lager worden gebouwd.
Thema’s In dit hoofdstuk gaan we in op de meest genoemde thema’s die voor het BKP van belang zijn. Dit zijn de thema’s groen/openbare ruimte en hoogte/dichtheid. Dat de meeste reacties over deze thema’s gaan werd van te voren ook verwacht. Dit zijn immers de kwesties die partijen in de gebiedsagenda niet tot een oplossing konden brengen. En waarvan het in de periode erna ook niet voor elke ontwikkellocatie mogelijk bleek om tot een maatwerkoplossing te komen. In het ontwerp werden voorstellen gedaan hoe met deze thema’s om te gaan. De ontvangen reacties en de beantwoording hiervan geeft zicht op de aanpassingen en aanscherpingen die in het BKP worden gedaan.
Gebiedspaspoorten Alle gebiedspaspoorten zijn aangescherpt. Belangrijkste onderdeel van het gebiedspaspoort is een kaart met randvoorwaarden ten aanzien van maximaal bouwvlak, maximale bouwhoogte en maximaal bouwvolume zijn vastgelegd. Daarnaast zijn tabellen met oppervlak kavel, oppervlak bouwvlak en oppervlak publieke open ruimte opgenomen bij de randvoorwaardenkaart. Gebiedspaspoorten Sigarenfabriek, Van Son, Wybertjesfabriek en Zuiderweg/Lijsterweg Als we kijken naar de ontvangen reacties op de gebiedspaspoorten voor specifieke ontwikkellocaties dan valt op dat de reacties op de plannen voor de Sigarenfabriek, Van Son, Wybertjesfabriek en Zuiderweg/Lijsterweg beperkt zijn. Op basis van de algemene reacties (groen, openbare ruimte, hoogte en dichtheid), op basis van de voortgang van de verdere planvorming in de afgelopen maanden en op basis van een aantal specifieke reacties kunnen echter zijn nog aanscherpingen gedaan in deze gebiedspaspoorten.
Groen en openbare ruimte Het BKP is op verschillende punten aangescherpt om zo tegemoet te komen aan zorgen over groen (kwantiteit en kwaliteit) en hoeveelheid openbare ruimte. Zo zijn de regels ten aanzien van het gebruik van groen aangescherpt. Ook zijn de regels ten aanzien van het beeld van het groen aangescherpt. Verder zijn in de gebiedspaspoorten randvoorwaarden opgenomen ten aanzien van het aantal m² toe te voegen groene ruimte per ontwikkellocatie. Hoogte en dichtheid Het BKP is op verschillende punten aangescherpt om zo tegemoet te komen aan zorgen over hoogte en dichtheid op verschillende locaties. Zo is in alle gebiedspaspoorten de hoogte specifiek aangegeven en is het maximale bruto
4
Gebiedspaspoort Hunkemöller In de afgelopen maanden hebben de ontwikkelende partij, buurt en gemeente niet stil gezeten als het gaat om de verdere planvorming voor de locatie Hunkemöller. Een intensief participatietraject met de buurt en daarop volgend aanpassingen in het plan heeft er toe geleid dat er een positief oordeel van de bewonerswerkgroep Hunkemöller ligt op een aangepast plan. Dit plan wordt verwerkt in het BKP. In dit planvoorstel worden 278 woningen beoogd. Het totale oppervlakte van de locatie bedraagt circa 1,5 hectare, waarmee de dichtheid op circa 185 woningen per hectare komt. Dit is hoger dan het genoemde voorbeeld van Villa Industria (115 woningen per hectare) in de gebiedsagenda. Langs het spoor is een hogere dichtheid noodzakelijk om tot een haalbare ontwikkeling te komen, gezien de benodigde investeringen in nieuwbouw en de gemeentelijke eis om tot een betaalbaar woonprogramma te komen. Daarbij geldt dat de hoeveelheid aan bebouwde vierkante meters (FSI, Floor Space Index) in de bestaande situatie met Hunkemöller meer is dan in het nieuwe plan en de FSI met 1,82 acceptabel is voor de buurt en de bewonerswerkgroep schriftelijk heeft aangegeven het plan te ondersteunen. Verder wordt met het plan substantieel openbaar groen toegevoegd, een grote wens vanuit de buurt en belangrijke ambitie in de gebiedsagenda.
Tenslotte wordt bijgedragen aan een beoogde herinrichting van de Liebergerweg.
ontwikkeling, zonder de bouwmassa verder te vergroten en een plan met voldoende openbaar groen, hierbij ook rekening houdend met de bestaande bebouwing. Daarnaast biedt de programmatische wijziging in het woon- en werkprogramma de ruimte voor een financiële bijdrage van de ontwikkelaar aan het opknappen van de Liebergerweg, een belangrijke wens vanuit de buurt. In de gebiedsagenda staat een bouwhoogte beschreven van maximaal 25 meter. Deze bouwhoogte wordt bij één bouwblok overschreden. Hier bedraagt de hoogte 33 meter. Dit bouwblok fungeert als hoogteaccent in de wijk en maakt een lagere bebouwing (2 of 3 bouwlagen) aan de Liebergerweg mogelijk. Zowel de bewonerswerkgroep Hunkemöller als de stedenbouwkundig supervisor staan positief tegenover dit hoogteaccent aan de spoorkant, gezien de situering van de beoogde hoogbouw in het plan en omliggende bebouwing. Gebiedspaspoort Venetapark Bij bewoners rond Venetapark leven zorgen over met name bezonning van bestaande woningen aan de Oosterengweg. Samen met het advies van de ARK heeft dit geleid tot een aangepast gebiedspaspoort, waarbij de drie bouwvelden worden vervangen door twee. De middelste scherp vervalt. De parkzone krijgt hiermee meer kwaliteit en door de hogere gebouwen goed te situeren kunnen zorgen over bezonning worden weggenomen.
Om tot een haalbare en kwalitatief hoogwaardige planontwikkeling te komen, mede ingegeven door de onzekerheid van corona en sterk toenemende bouwprijzen, is de verdeling in het woonprogramma Hunkemöller beperkt veranderd. Dit lag, conform Woonvisie, aanvankelijk op 33% sociaal, 50% middelduur en 17% vrije sector. Met het aangepaste planvoorstel wordt nu 33% sociaal, 42% middelduur en 25% vrije sector. Op het totaal betekent dit 22 woningen in het middeldure segment minder en 22 woningen in het dure segment meer. Voor het werkprogramma geldt dat plan uitgaat van 2.000m² aan bedrijfsruimte, dit is fors minder dan in de huidige situatie. De totale bedrijfsruimte van Hunkemöller, bestaande uit het hoofdkantoor en distributiecentrum, bedraagt circa 4.500m². Met ontwikkelingen elders in 1221, waaronder Bruisend Hart en Korte Noorderweg, is wel de verwachting dat de hoeveelheid werkgelegenheid minimaal behouden zal blijven. De verschuiving in het woon- en werkprogramma draagt bij aan een financieel haalbare
Gebiedspaspoort Korte Noorderweg Bij bewoners in de omgeving van de Korte Noorderweg leven zorgen over met name de dichtheid van de beoogde ontwikkeling. Het blijkt niet haalbaar binnen de bestaande kaders tot een financieel haalbaar en gedragen planontwikkeling te komen. Onderzocht moet worden welke kaders kunnen worden aangepast om op deze, meest complexe van de zeven huidige, ontwikkellocaties, tot een passend, haalbaar en gedragen plan te komen. Aanpassing van het woonprogramma (verhouding sociaal/middelduur/duur) is een van de sleutels. Dit vergt nadere studie en is reden om dit gebiedspaspoort nu uit dit BKP te halen. Wel wordt de gemeenteraad voorgesteld enkele ruimtelijke uitgangspunten mee te geven. Deze zijn in het raadsvoorstel opgenomen. Intentie is om op basis hiervan, in samenspraak tussen ontwikkelende partij, buurt en gemeente tot een gewijzigd gebiedspaspoort te komen. Deze zal dan separaat in besluitvorming worden gebracht.
5
4. Beantwoording individuele reacties
Bewoners 1067916 1067966 1067965 1067964 1065902 1066738 1066741 1066742 1066827 1066829 1066830 1066832 1066834 1067485 1067784 100x 1067807 1067813 1067943 1067944 1067954 1067956 1067960 1067961 1067963 1067738 1067811 1067816 1067815
Inleiding In totaal zijn 161 reacties ontvangen van bewoners, bewonersorganisaties, maatschappelijke organisaties, eigenaren en ontwikkelende partijen. Elke reactie is in dit hoofdstuk van een antwoord voorzien. Werkwijze Elke reactie is voorzien van een zaaknummer. Op basis van dit zaaknummer (bekend bij degene die de reactie heeft ingediend) kunnen de antwoorden eenvoudig worden opgezocht. Namen van individuele bewoners zijn vanwege privacy regels niet weergegeven. Waar reacties exact hetzelfde zijn, zijn deze samengevoegd. In sommige gevallen betekent dit dat een reactie is gesplitst. En degene die de reactie heeft gestuurd, op basis van het zaaknummer, de beantwoording op twee plekken in dit hoofdstuk kan terugvinden. Andere thema’s Een BKP beschrijft de ruimtelijke kaders voor nieuwe ontwikkelingen in 1221. Deze kaders gaan bijvoorbeeld over de samenhang van het geheel, de kwaliteit van de openbare ruimte, over bouwhoogte en over architectuur. Er zijn ook veel reacties die deels over andere thema’s gaan. Dan gaat het bijvoorbeeld over maatschappelijke voorzieningen, externe veiligheid, over uitbreiding van betaald parkeren, over de verkeerseffecten van de ontwikkelingen, over de staat van onderhoud van wegen en over de fietstunnel onder het station.
Op deze vragen/opmerkingen is ook een reactie geformuleerd, waarbij verwezen wordt naar vastgestelde stukken (zoals gebiedsagenda, of beleid op het vlak van wonen, economie, mobiliteit en parkeren), naar inmiddels uitgevoerd onderzoek (zoals naar verkeerseffecten), naar wat nog komen gaat (Chw bestemmingsplan) of wordt geput uit de Omgevingsfoto (bouwsteen Omgevingsvisie).
6
1. Het ontwerp BKP is strijdig met de geldende gebiedsagenda Dat is niet het geval. In de gebiedsagenda staat dat binnen het brede draagvlak dat is gegroeid voor de gebiedsagenda het partijen niet gelukt is om alle kwesties tot een oplossing te brengen. Voor een aantal kwesties (zoals dichtheid, hoogte, kwaliteit openbare ruimte) is in de gebiedsagenda aangegeven dat verdere besluitvorming en maatwerk per locatie nodig is. Afgelopen periode zijn ontwikkelende partijen in samenspraak met bewoners(organisaties) en gemeente bezig geweest met de plannen voor de individuele locaties. Ondanks soms intensief overleg is het niet gelukt om voor alle genoemde kwesties een oplossing te vinden. Dat betekent dat nadere besluitvorming nodig is. Het ontwerp BKP doet voorstellen hoe met de in de gebiedsagenda benoemde kwesties om te gaan. Daarbij is al aangeven dat, omdat er geen overeenstemming is bereikt, de in het ontwerp BKP voorgestelde oplossingen niet bij alle betrokken altijd op instemming zullen kunnen rekenen. De reacties op het ontwerp BKP geven goed zicht op de kwesties die men graag anders zou willen zien. Dit leidt tot aanpassingen in het BKP. De uiteindelijke afweging ligt bij de raad. 2. De gemeente streeft verstening en verstedelijking na Verstening en verstedelijking is geenszins een streven van de gemeente.
Dat blijkt ook uit de plannen die in het ontwerp BKP zijn opgenomen. Deze 7 ontwikkellocaties zijn samen 6 tot 7 hectare groot. Op deze locaties is voorzien in een toevoeging van circa 3 hectare aan publieke, veelal groene, ruimte. Ter illustratie: 3 hectare is 6 keer omvang Oosterspoorplein, maar dan een stuk groener. Bij start van het gebiedsproces hebben we samen geconstateerd dat de kwaliteit van de Geuzenbuurt, Electrobuurt en Kleine Driftbuurt, samen 1221, al langere tijd onder druk staat. In de gebiedsagenda hebben we gezamenlijk de opgaven voor 1221 benoemd en stevige ambities geformuleerd. Met realisatie van de gebiedsagenda ontstaat meerwaarde op het niveau van de straat, de buurt en de stad. In het ontwerp BKP is ook aangegeven dat het gaat om forse ambities (zoals substantieel groen, bebouwd parkeren, sociale en middeldure woningen). Om de ontwikkelingen met deze ambities haalbaar te maken is een bepaalde dichtheid noodzakelijk, zonder dat dit ten koste gaat van een goede inpassing.
3. In de participatieprocessen van ontwikkelende partijen wordt het aantal woningen en de hoeveelheid groen gezien als vaststaand. De kwantiteit wordt daarmee gezien als bepalend voor wat er aan kwaliteit overblijft. Kwaliteit is leidend. Daarmee zijn zaken, zoals aantal/type woningen en hoeveelheid groen, niet vaststaand in het ontwikkelproces. Een ontwikkelende partij neemt wel een bepaald programma als startpunt. Dat is opgenomen in intentieovereenkomsten. In de verdere uitwerking kan, mede als gevolg van participatie, blijken dat aanpassing van dit programma wenselijk is. Zie bijvoorbeeld de planontwikkeling op de locatie Hunkemöller.
5. Waarom is er geen mogelijkheid om minder te participeren in plaats van alleen per ontwikkelaarslocatie? In het gebiedsproces dat heeft geleid tot de gebiedsagenda heeft participatie plaatsgevonden op verschillende niveaus, vooral op het niveau van de hele wijk. Dat heeft geleid tot opgaven en ambities die sturing geven aan projecten als Groene Loper, Bruisend Hart en aan de verschillende ontwikkellocaties. Elke ontwikkellocatie is anders. Heeft een andere eigenaar, andere ligging, een andere omvang en een ander karakter. Ook is het tijdpad per locatie anders. Op sommige locaties zijn de plannen al behoorlijk concreet. Op andere locaties niet. Ook zijn veel bewoners primair betrokken bij hun directe omgeving en minder geïnteresseerd in ontwikkelingen in een ander deel van de wijk. Participatie op het niveau van een ontwikkellocatie is daarmee uitgangspunt. We zien in de bewonersgroepen die rondom deze ontwikkellocaties zijn ontstaan juist de direct omwonenden actief. In het ontwerp BKP hebben we de huidige stand van zaken van de ontwikkellocaties weer bijeen gebracht. Dit geeft zicht op de ontwikkelingen op het niveau van de hele wijk. Bewoners en andere betrokken zien hiermee de plannen op elk van de 7 locaties bij elkaar. En kunnen zien waar deze overeenkomen en verschillen.
Dat maakt het, bijvoorbeeld voor bewonersorganisaties die willen kijken naar het geheel van de plannen, mogelijk hun visie te geven op het totaal. Daar is, gelet op de ontvangen reacties, ook goed gebruik van gemaakt. Ook komende periode zullen we, via website, nieuwsbrief en bijvoorbeeld via informatieve bijeenkomsten, zoals die op 6 november 2021, op de verschillende niveaus (ontwikkellocatie, project, wijk) inzicht blijven geven in de ontwikkelingen in 1221.
4. Bewoners die minder in staat of gelegenheid zijn om mee te praten hebben minder invloed. Om zoveel mogelijk bewoners en andere betrokkenen gelegenheid te geven om invloed uit te oefenen op de toekomst van 1221 heeft het ontwerp BKP langer dan gebruikelijk ter inzage gelegen en is het onderwerp heel breed en op verschillende momenten onder de aandacht gebracht, via de lokale krant, video, huis aan huis flyers, websites, nieuwsbrieven, posters en heeft het gelegen op het stadskantoor, maar ook bij De Geus en VONK. Verder zijn 2 inloopbijeenkomsten georganiseerd waarin met de supervisor kon worden gesproken over het BKP. Hiervan hebben 50 bewoners gebruikgemaakt. Tijdens deze inloopbijeenkomsten zijn allerlei vragen beantwoord. Het aantal reacties en de kwaliteit van deze reacties laat zien dat bewonersgroepen en veel individuele bewoners goed in staat zijn hun mening te geven en hun zorgen te uiten over onderdelen van de plannen voor de verschillende ontwikkellocaties. Rondom de ontwikkellocaties zijn diverse bewonersgroepen ontstaan die zich actief opstellen en aangeven een breder belang dan het individueel belang te dienen. Daarbij zijn de gesprekken die plaatsvinden in het kader van de participatie rond 1 specifieke locatie ook niet de enige mogelijkheid om als bewoner een stem te laten horen.
Zie bijvoorbeeld dit traject rond het BKP en in een later stadium het bestemmingsplan.
6. Door het bouwen van maar liefst meer dan 1.000 woningen verdwijnen mogelijkheden om het openbaar groen in onze wijk, dat sterk te wensen overlaat, aan te vullen en te verbeteren. Alle ontwikkellocaties worden volgebouwd, met de 'Groene Loper' als doekje voor het bloeden. Waar blijven de wijk- en buurtparken, de speelplaatsen en de plantsoenen? Over ontwikkellocaties: Dat de ontwikkellocaties worden volgebouwd zijn wij niet met u eens. Op de ontwikkellocaties wordt juist een fors metrage aan nieuwe, groene publiek toegankelijke
7
ruimte toegevoegd. Deze locaties zijn in de huidige situatie intensief bebouwd. Vaak met verouderde, soms zelfs verloederde, bedrijfshallen. Het zijn plekken die nu verscholen liggen achter hekken, vaak ingericht als parkeerplaatsen voor hier gevestigde bedrijven. De gebiedsagenda schetst voor deze ontwikkellocaties een perspectief als gemengd gebied, waar substantieel groen, deel van uitmaakt. De huidige plannen voor de ontwikkellocaties laten zien dat, op rekening van de ontwikkelaar, een forse hoeveelheid, publiek toegankelijk groen zal worden toegevoegd. Enkele voorbeelden. • Op de Hunkemöller locatie wordt ca. 8.000m² aan openbaar groen toegevoegd, dat is twee keer het Oosterspoorplein. De huidige situatie van Hunkemöller is versteend en grotendeels bebouwd (65% bebouwd en 35% ongebouwd) zonder (openbaar) groen. De verdeling bebouwd-onbebouwd draait in het nieuwe plan om; 35% bebouwd en 65% onbebouwd, waarvan het grootste deel groen en openbaar van karakter. In het Hunkemöller-plan zijn 3 parken op de locatie beoogd, allen toegankelijk voor buurt en wijk. • Ook bij de planvorming voor de Wybertjesfabriek neemt het groen toe; van 160m² in de huidige situatie naar 730m² in het nieuwe plan. De verharding (tegels en beton op de grond) neemt daarentegen af van 1.400m² naar 867m².
• Voor de ontwikkellocatie Zuiderweg/Lijsterweg geldt hetzelfde; een versteende locatie met bedrijfsloodsen wordt getransformeerd naar een gebied met voornamelijk wonen dat vanuit zowel de Lijsterweg als Zuiderweg toegankelijk is en waar een groene wandelverbinding wordt gecreëerd tussen de twee genoemde straten. • Bij de Sigarenfabriek geldt een soortgelijke situatie; op de locatie staat een verzameling van gebouwen met rondom een verharde buitenruimte welke niet openbaar toegankelijk is. In het nieuwe plan is de buitenruimte veelal groen en komt er een groene dwarsverbinding tussen de Ampèrestraat en het Zuivelpad. In het ontwerp BKP staat dat verdeeld over de zeven ontwikkellocaties sprake is van circa 30.000m² nieuwe publieke buitenruimte. Ontwikkelen in 1221 betekent dus ook heel concreet
nieuwe bomen aanplanten. Daarbij wordt gekozen voor grotere open ruimtes die zowel voor de nieuwe bewoners als voor bewoners uit de omgeving een duidelijke waarde hebben qua gebruik en beleving. Op een aantal van de ontwikkellocaties zijn ook speelplekken in de buitenruimte beoogd, zoals bijvoorbeeld bij de Hunkemöller locatie en de Zuiderweg/Lijsterweg. Hier zal in afstemming met de buurt een plan voor worden gemaakt. Over het vergroenen van de openbare ruimte Daarnaast wordt in het kader van de Groene Loper door de werkgroep en gemeente gezamenlijk gewerkt aan vergroening van de bestaande openbare ruimte. Door de gemeente is bovenop regulier onderhoud een bedrag van 3 miljoen euro gereserveerd voor investeringen in het vergroenen van de bestaande openbare ruimte op plekken als hier genoemd. Dat is een substantieel bedrag en daarmee allesbehalve een ‘doekje voor het bloeden’. Samen met de Werkgroep Groene Loper en omwonenden werken we aan het fors vergroenen van bestaande (speel)pleinen in 1221. • De speeltuin Leeghwaterstraat is al klaar. Een versteende plek is nu getransformeerd naar een groene speeltuin met weinig verharding en meer ruimte voor biodiversiteit door het aanplanten van verschillende soorten planten en bomen. • Aan het voorplein van De Geus wordt op het moment van opstellen van deze reactienota gewerkt en zal begin november worden opgeleverd.
Hier worden de tegels op het voorplein eruit gehaald en komt er groen en halfverharding voor terug. • De plannen voor de speelplekken aan de Ampèrestraat en de Kleine Drift zijn definitief en worden na de kerstvakantie 2021 uitgevoerd en in het voorjaar opgeleverd. Totaal neemt het aantal vierkante meters groen en on- en halfverharde ondergrond (bijvoorbeeld zand) ten opzichte van de bestaande verharding (tegels en beton) op deze 3 pleinen met ruim 700m² toe. • De plannen voor het Jac. P. Thijsseplein zijn in de maak en worden naar verwacht begin 2022 afgerond, waarna na de zomervakantie de uitvoering begint. De verwachting is dat op het Thijsseplein in het nieuwe plan minimaal 1.500m² aan extra groen en onverharde ondergrond wordt toegevoegd en
8
daarmee 1.500m² minder beton en tegels. Begin volgend jaar volgt de planvorming voor de Galvanistraat, Pelikaanstraat en Liebergerweg. Verder zijn en worden acties opgezet, zoals het uitdelen van regentonnen (meer dan 200 in de buurt afgelopen jaar beschikbaar gesteld), beplanten boomspiegels en toevoegen beplanting in straten (zoals Siemensstraat, De Loodsen en de Lijsterweg). Ook in de plannen voor Bruisend Hart (geen onderdeel van dit BKP) wordt een forse hoeveelheid groen toegevoegd.
De afsluiting van de Kleine Spoorbomen, de in het project Bruisend Hart beoogde knip bij het Oosterspoorplein en de ontwikkellocaties hebben effect op de verkeersstromen in de wijk. De sluiting van de Kleine Spoorbomen is een raadsbesluit en daarmee een uitgangspunt. Bruisend Hart maakt ook geen deel uit van dit BKP. De gemeenteraad heeft een voorkeursvariant vastgesteld voor het Oosterspoorplein en omgeving. Op het moment van opstellen van deze reactienota wordt deze voorkeursvariant met knip vertaald in een structuurvisie. Deze structuurvisie wordt naar verwachting in november ter inzage gelegd, zodat u uw mening kunt geven over dit specifieke gebied in 1221. Als onderlegger voor het bestemmingsplan, dat volgt op het BKP, is onderzoek gedaan naar de verkeerskundige effecten van de ontwikkelingen. Zie bijlage 3 bij dit raadsvoorstel. Specifiek voor Bruisend Hart is aanvullend daarop nog een onderzoek naar de effecten van de beoogde knip gedaan. Dit onderzoek treft u aan bij het raadsbesluit van 6 oktober 2021. Het bestemmingsplan heeft een horizon tot 2040. Gebiedsagenda en BKP tot 2030. Welke ontwikkelingen er plaatsvinden na 2030 is onzeker, maar in het verkeersonderzoek is rekening gehouden met mogelijke ontwikkellocaties, zoals de Busremise en de Larenseweg 137-139. Voor de periode tot 2030 is uitgegaan van maximaal 1.150 woningen.
In de periode 2030 tot 2040 worden ook nog wel ontwikkelingen verwacht. Om hoeveel woningen dat gaat is onzeker. Voor het inzichtelijk maken van de verkeerseffecten is een vrij hoge raming gebruikt van 650 woningen in de periode 2030-2040. Dit met de gedachten: beter te hoog dan te laag. Het rapport in bijlage 3 bij dit raadsvoorstel laat een toename zien van het aantal autoritten. Dit leidt tot hogere verkeersintensiteiten op de wegen en straten. Op een aantal wegvakken gaat orde grootte om 500 voertuigen per etmaal. De grootste toename is voorzien op de Noorderweg – Larenseweg met een toename van 700 tot 900 voertuigen per etmaal. In het rapport is ook een aantal kruisingen onderzocht. Royal Haskoning DHV concludeert dat de verkeerskundige effecten beperkt zijn en dat het niet te verwachten is dat de toenames in verkeersintensiteiten zullen leiden tot problemen met de verkeersafwikkeling in en rond de wijk. Het rapport neemt het eerste als uitgangspunt, maar laat daar bovenop zien wat het effect
7. Het ziet er naar uit dat minder parkeervoorzieningen worden gerealiseerd dan de woningbouw noodzakelijk maakt. Dat zal een parkeerchaos in de wijk veroorzaken. Voor het BKP zijn als het gaat over mobiliteit, waaronder parkeren, de gebiedsagenda, de parkeernormen en de mobiliteitsvisie uitgangspunt. Het BKP gaat niet over hoeveel parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd (dat komt voort uit de gebiedsagenda en de parkeernormen), maar over de manier waarop deze worden ingepast. In het BKP staat dat parkeren van auto’s en parkeren van fietsen voor eigen inwoners inpandig of onder (een verhoogd) maaiveld plaatsvindt. De gebiedsagenda gaat uitgebreid in op het thema parkeren. Voor de ontwikkellocaties geldt dat op basis van een mobiliteitsplan, waarin deelauto’s en goede fietsparkeervoorzieningen zijn opgenomen, de parkeereis voor een ontwikkellocatie naar beneden kan worden bijgesteld. Op deze manier wordt rekening gehouden met te verwachten veranderingen in mobiliteit. En sluit aan op de Mobiliteitsvisie. De gebiedsagenda geeft aan dat, om te voorkomen dat bewoners op deze nieuwe locaties alsnog in de openbare ruimte hun auto parkeren, uitbreiding van het betaald parkeergebied wenselijk is. Voor dat gebied krijgen bewoners van een nieuwe locatie dan geen recht op een parkeervergunning. Daarmee wordt de parkeerchaos die u schetst voor de bestaande gebieden voorkomen. 8.
Door de sluiting van de kleine spoorbomen en de verkeersmaatregelen op en rond het Oosterspoorplein zal het autoverkeer elders in de wijk toenemen. Bovendien zullen de op zoek naar een parkeerplaats rondrijdende auto's hinder, stank en luchtvervuiling veroorzaken.
9
van de knip Kleine Drift is. Uit die analyse volgt dat dit leidt tot een herverdeling van verkeersstromen in de wijk. Royal Haskoning concludeert dat deze acceptabel lijken. De verkeerssituatie en de leefbaarheid, zeker in de wijk, zal op deze manier verbeteren, zonder dat dit naar verwachting leidt tot nieuwe knelpunten op het wegennet elders.
Loper opgenomen in de gebiedsagenda. Onder deze noemer wordt ingezet op drie sporen; bestaande openbare ruimte (inclusief verbeteren speeltuinen), particuliere tuinen en groen op ontwikkellocaties. 11. Het toenemende fietsverkeer tussen beide zijden van het spoor maakt een verbreding van de fietstunnel noodzakelijk, maar die lijkt er niet te komen. Het ontwerp BKP gaat niet over Bruisend Hart of Stationsgebied en dus ook niet over de fietstunnel. Door Goudappel Coffeng is onderzoek gedaan naar de toekomstbestendigheid van de fietstunnel. Het fietspad in de bestaande tunnel is aan de smalle kant voor het aantal fietsers dat er gebruik van maakt en zal gaan maken. Verschillende mogelijkheden zijn onderzocht, waaronder een verbreding van de fietstunnel. De opbrengst (1,5 meter) weegt echter niet op tegen de kosten (15 miljoen euro). De fietstunnel zal wel op onderdelen worden verbeterd, waarbij het uit de tunnel halen van de entree van de fietsenstalling een belangrijk verbeterpunt is, naast versterken van de visuele verbindingen over het spoor en verbinding in materiaalgebruik en inrichting van de reizigerspassage en fietstunnel. De gemeenteraad heeft op 15 september 2021 een besluit genomen over de Uitvoeringsnota Stationsgebied. In die raadsvergadering is de breedte van de fietstunnel aan de orde geweest. Een motie om alsnog te kijken naar verbreding vond daar geen steun.
9. De half boven de grond uitstekende parkeergarages veroorzaken moeilijk toegankelijke binnenterreinen, hetgeen vooral voor rolstoelgebruikers een ernstig probleem vormt. De aanname dat overal half boven de grond uitstekende parkeergarages worden gerealiseerd is onjuist. Van de zeven ontwikkellocaties in het ontwerp zijn er vier waar een volledig verdiepte parkeergarage is voorzien. Dat zijn de Sigarenfabriek, Wybertjesfabriek, Korte Noorderweg en Van Son. Zuiderweg/ Lijsterweg heeft parkeren in een binnenhof. Bij twee (Hunkemöller en Venetapark) is een halfverdiepte garage voorzien. Hier wordt met hellingbanen gezorgd voor toegankelijkheid voor iedereen. Het Spoorpark loopt ook in de lengte op hetzelfde niveau door. In het ontwerp BKP is aangegeven dat hoogteverschillen zoveel mogelijk in het maaiveld worden overbrugd. Dat is ook terug te zien in de plannen. Hierdoor worden beperkingen voor mensen die slecht ter been zijn of rolstoelgebruiker geminimaliseerd. Wij zien juist het ondergronds parkeren (volledig of halfverdiept) als een kwaliteit, aangezien daarmee een autovrij, dus goed toegankelijk, maaiveld wordt gerealiseerd.
12. Er worden wel veel woningen gebouwd, maar het aantal winkels en maatschappelijke voorzieningen in de wijk, zoals bijvoorbeeld scholen, groeit niet mee. Dat zal ten koste gaan van de levendigheid en leefbaarheid. Op verschillende ontwikkellocaties en in Bruisend Hart zijn mogelijkheden voor het toevoegen van maatschappelijke voorzieningen. Dat geldt ook voor invalswegen in 1221, waar in de gebiedsagenda en straks ook in het bestemmingsplan functiemenging uitgangspunt is. Voor de Sigarenfabriek is de maatschappelijke invulling reeds concreet, te weten een woonzorgcentrum. Winkels en horeca zijn, naast Seinhorst in 1222, nu vooral gesitueerd in de omgeving Oosterspoorplein. Dat zal ook in de toekomst zo blijven. Het Integraal Huisvestingsplan 2020-2035
10. Tuinen lijken in de ontwikkelplannen niet voor te komen. Dat klopt voor het merendeel van de woningen. De aanpak van een reeks ontwikkellocaties in 1221 biedt volop kansen om publieke ruimte aan 1221 toe te voegen, doordat het bebouwd oppervlak per ontwikkellocatie verkleind wordt en de open ruimte groen ingericht wordt met ruimte voor ontmoeten, sporten en spelen. Dat betekent dat wordt ingezet op zoveel mogelijk publieke, groene ruimte en dus in basis niet op tuinen. Toch zijn er wel woningen met tuin, bijvoorbeeld bij Zuiderweg/Lijsterweg, Van Son en Hunkemöller. In de gebiedsagenda staat dat de openbare ruimte in 1221 beperkt van omvang en weinig groen is. Om hier wat aan te doen is op nadrukkelijk verzoek van bewoners(organisaties) het project Groene
10
geeft zicht op het primair en voortgezet onderwijs. Daarin wordt geconcludeerd dat de bestaande huisvesting in Hilversum over het geheel bezien passend is en de bestaande capaciteit in Oost ondanks verwachte groei kan worden opgevangen. Daarbij geldt dat een van de locaties van de internationale school (Minckelersstraat) naar verwachting op termijn beschikbaar komt door een nieuwe locatie op het Arenapark. Komende tijd wordt nader onderzocht welke initiatieven voor maatschappelijke voorzieningen er nu concreet zijn, zodat deze meegenomen kunnen worden in de verdere planvorming. In de plannen van de Sigarenfabriek is naast een woon-zorgcentrum een generatietuin opgenomen waar verschillende generaties, zowel bewoners, bezoekers als omwonenden elkaar kunnen ontmoeten. In de gebiedsagenda werd onder andere gesproken over een andere locatie voor Centrum Jeugd en Gezin (in plaats van de Edisonstraat) en een maatschappelijke voorziening voor ontmoeten en arbeidsmatige activiteit. Verschillende organisaties geven aan hun reeds aanwezige steunpunten in de wijk graag breder in te zetten. En ook gedachten over een arbeidsmatige activiteit zijn weer actueel. Daarnaast wordt zorgvuldig omgesprongen met panden met een maatschappelijke bestemming, denk bijvoorbeeld aan de kerk aan de Kleine Drift.
plannen. De mogelijkheden om een incident te bestrijden en voor zelfredzaamheid verschilt per scenario. De beschouwde risicobronnen kunnen leiden tot ongevallen die onbeheersbaar kunnen blijken. Maatregelen kunnen de effecten van ongevallen mogelijk reduceren tot een omvang die beter beheersbaar wordt geacht door de hulpverleningsdiensten. Ondanks de reductie van het risico, is er altijd sprake van een restrisico. Het is aan het bevoegd gezag, het college van burgemeester en wethouders, om aan te geven of zij het restrisico acceptabel achten. Dat wordt bij de besluitvorming van het bestemmingsplan meegenomen. 14. Schort het BKP op en stel verdere plannen uit tot de Omgevingsvisie 2040 is vastgesteld. De relatie tussen de Omgevingsvisie en de lopende projecten en visies is uitgebreid aan bod gekomen bij het besluit van de gemeenteraad over het bestuurlijk plan van aanpak voor de Omgevingsvisie op 3 maart 2021. De gemeenteraad heeft in het bestuurlijk plan van aanpak voor de Omgevingsvisie aangegeven niet alle lopende planvorming in Hilversum te willen stilleggen in afwachting van de Omgevingsvisie. Er wordt gelijktijdig gewerkt aan een integrale visie (de Omgevingsvisie) en beleid op delen. In het plan van aanpak is aangegeven dat deelbeleid na vaststelling door de raad een ingrediënt is voor de Omgevingsvisie.
Dit geldt dus voor het BKP, net zoals bijvoorbeeld voor de eerder vastgestelde gebiedsagenda, besluitvorming over het Stationsgebied en Kleine Spoorbomen en visies op wonen, mobiliteit en economie. In de Omgevingsvisie komt al het deelbeleid samen. Verdere uitwerkingen van het deelbeleid worden straks getoetst aan de Omgevingsvisie en (op het niveau van concrete maatregelen en plannen) aan het Omgevingsplan.
13. De spoorlijn en het dagelijkse vervoer van gevaarlijke stoffen vormen een voortdurend gevaar voor de wijk. Daar wordt niets aan gedaan. Een BKP gaat niet over vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor. De gemeente is uiteraard op de hoogte van de eventuele gevaren van de spoorlijn. Voor het plangebied is het transport van gevaarlijke stoffen over het spoortraject Bussum - Hilversum – Baarn uit oogpunt van externe veiligheid belangrijk. Parallel aan het BKP wordt gewerkt aan het opstellen van het Chw bestemmingsplan 1221 (verder: bestemmingsplan). In de voorbereidende fase van het bestemmingsplan is onderzoek gedaan. In het onderzoek Externe Veiligheid wordt onderzoek gedaan naar allerlei risico-bronnen (waaronder de spoorlijn), het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Uitkomsten daarvan worden meegenomen in het bestemmingsplan. Uit het onderzoek blijkt dat het plaatsgebonden risico van de risicobronnen geen belemmering vormt voor de
Wijzigingen • Groen: de teksten over groen in het BKP zijn nog verder aangescherpt. • Hunkemöller: de kwaliteit van een ontwikkeling is leidend. Dit betekent dat waar nodig het programma (wonen, werken) wordt aangepast. Dit is concreet van toepassing op de locatie Hunkemöller. Dit gebiedspaspoort is aangepast.
11
Korte Noorderweg: dit gebiedspaspoort wordt voor nu uit het BKP gehaald. Op basis van nadere studie, waarbij onderzocht wordt welke kaders kunnen worden aangepast, en verdere afstemming met buurt en gemeente wordt een gewijzigd gebiedspaspoort opgesteld dat moet leiden tot een goed, gedragen en financieel haalbaar plan. Verschillende thema’s, zoals toegankelijkheid, uitbreiding van betaald parkeren en de behoefte aan maatschappelijke voorzieningen zijn en blijven bij verdere planvorming aandachtspunten.
(Locatie Ontwikkel Plan) nader wordt uitgewerkt, hoe de buurt wordt betrokken bij de uitwerking van de plannen en hoe de kosten die de gemeente maakt worden verrekend. Intentieovereenkomsten die door de gemeente worden afgesloten werden in het verleden niet openbaar gemaakt. Die lijn is in eerste instantie ook in 1221 gehanteerd. Na opmerkingen van bewonersorganisaties is het openbaar maken van intentieovereenkomsten (en anterieure overeenkomsten) na besluitvorming inmiddels de standaard. Deze openheid past bij het gebiedsproces dat we destijds zijn gestart en de samenwerking die we beogen.
15. Inzet voor de gebiedsagenda blijkt betekenisloos zodra de planuitwerking start Dat is niet het geval. De gebiedsagenda is het resultaat van een intensief participatieproces met bewonersorganisaties, ontwikkelende partijen en andere organisaties. De hierin opgenomen opgaven en ambities worden verwerkt in de plannen op de verschillende ontwikkellocaties. Dat is maatwerk per locatie, waarbij op elke locatie meerwaarde wordt gerealiseerd op het niveau van de straat, buurt en stad. Die meerwaarde was zonder deze agenda niet tot stand gekomen. Denk bijvoorbeeld aan de forse hoeveelheid publieke, groene, ruimte die op de verschillende ontwikkellocaties wordt gerealiseerd. Ontwikkellocaties zijn nu allemaal versteende en grotendeels niet toegankelijke gebieden. Ongeveer de helft van de te ontwikkelen ruimte wordt als publieke ruimte met een fors groene invulling teruggegeven aan de stad.
17. Het voorliggende ontwerp BKP holt de afspraken verder uit Die mening delen wij niet. In de gebiedsagenda staat dat binnen het brede draagvlak dat is gegroeid voor de gebiedsagenda het partijen niet gelukt is om alle kwesties tot een oplossing te brengen. Voor een aantal kwesties (zoals dichtheid, hoogte, kwaliteit openbare ruimte) is in de agenda aangegeven dat verdere besluitvorming en maatwerk per locatie nodig is. Het is (bewoners)organisaties), ontwikkelende partijen en gemeente afgelopen periode niet gelukt om deze kwesties tot een oplossing te brengen. Dat betekent dat nadere besluitvorming nodig is. Het ontwerp BKP doet voorstellen hoe met de in de gebiedsagenda benoemde kwesties om te gaan. Daarbij is al aangeven dat, omdat er geen overeenstemming is bereikt, de in het ontwerp BKP voorgestelde oplossingen niet bij alle betrokken altijd op instemming zullen kunnen rekenen. De reacties op het ontwerp BKP geven goed zicht op de kwesties die men graag anders zou willen zien. Dit leidt tot aanpassingen in het BKP. De uiteindelijke afweging ligt bij de raad.
•
•
Bewonersorganisati es Geuzenbu urt, OSP, Lieberger weg, BOBH 1063561
16. De gemeente verliet ‘het gemeenschappelijk fundament’ van de gebiedsagenda door in het geheim intentieovereenkomsten te sluiten Op de website 1221.hilversum.nl staat aangegeven hoe het planproces op de ontwikkellocaties verloopt. Zie proces van voorstel naar realisatie. Het sluiten van een intentieovereenkomst is een stap in dit proces. Dat intentieovereenkomsten zouden worden gesloten is daarmee van start bekend geweest. In een intentieovereenkomst wordt tussen ontwikkelende partij en gemeente afgesproken de haalbaarheid van een ontwikkeling verder te onderzoeken. In de intentieovereenkomst wordt beschreven wat in de volgende fase
18. COVID-19 heeft duidelijk gemaakt hoe belangrijk meer groen en meer openbare ruimte zijn. Dit BKP mist kansen. Bijvoorbeeld waar het semi-openbare ruimte betreft. Het BKP levert onvoldoende een positieve bijdrage aan het verkleinen van het binnenstedelijke groentekort, want het toe te voegen groen staat in wanverhouding tot het aantal toe te voegen wooneenheden en personen. In het BKP worden expliciet regels gesteld t.a.v. publieke ruimte. Deze worden ten opzichte van het ontwerp nog aangescherpt.
12
Over ontwikkellocaties: Dat de ontwikkellocaties worden volgebouwd zijn wij niet met u eens. Op de ontwikkellocaties wordt juist een fors metrage aan nieuwe, groene publiek toegankelijke ruimte toegevoegd. Deze locaties zijn in de huidige situatie intensief bebouwd. Vaak met verouderde, soms zelfs verloederde, bedrijfshallen. Het zijn plekken die nu verscholen liggen achter hekken, vaak ingericht als parkeerplaatsen voor hier gevestigde bedrijven. De gebiedsagenda schetst voor deze ontwikkellocaties een perspectief als gemengd gebied, waar substantieel groen, deel van uitmaakt. De huidige plannen voor de ontwikkellocaties laten zien dat, op rekening van de ontwikkelaar, een forse hoeveelheid, publiek toegankelijk groen zal worden toegevoegd. Enkele voorbeelden. • Op de Hunkemöller locatie wordt ruim 8.300m² aan openbaar groen toegevoegd, dat is twee keer het Oosterspoorplein. De huidige situatie van Hunkemöller is versteend en grotendeels bebouwd (65% bebouwd en 35% ongebouwd) zonder (openbaar) groen. De verdeling bebouwd-onbebouwd draait in het nieuwe plan om; 35% bebouwd en 65% onbebouwd, waarvan het grootste deel groen en openbaar van karakter. In het Hunkemöller-plan zijn 3 parken op de locatie beoogd, allen toegankelijk voor buurt en wijk. • Ook bij de planvorming voor de Wybertjesfabriek neemt het groen toe; van 160m² in de huidige situatie naar 730m² in het nieuwe plan.
De verharding (tegels en beton op de grond) neemt daarentegen af van 1.400m² naar 867m². • Voor de ontwikkellocatie Zuiderweg/Lijsterweg geldt hetzelfde; een versteende locatie met bedrijfsloodsen wordt getransformeerd naar een gebied met voornamelijk wonen dat vanuit zowel de Lijsterweg als Zuiderweg toegankelijk is en waar een groene wandelverbinding wordt gecreëerd tussen de twee genoemde straten. • Bij de Sigarenfabriek geldt een soortgelijke situatie; op de locatie staat een verzameling van gebouwen met rondom een verharde buitenruimte welke niet openbaar toegankelijk is . In het nieuwe plan is de buitenruimte veelal groen en komt er een groene dwarsverbinding tussen de Ampèrestraat en het Zuivelpad.
In het ontwerp BKP staat dat verdeeld over zeven ontwikkellocaties sprake is van circa 30.000m² nieuwe publieke buitenruimte. Ontwikkelen in 1221 betekent dus ook heel concreet nieuwe bomen aanplanten. Daarbij wordt gekozen voor grotere open ruimtes die zowel voor de nieuwe bewoners als voor bewoners uit de omgeving een duidelijke waarde hebben qua gebruik en beleving. Op een aantal van de ontwikkellocaties zijn ook speelplekken in de buitenruimte beoogd, zoals bijvoorbeeld bij de Hunkemöller locatie en de Zuiderweg/Lijsterweg. Hier zal in afstemming met de buurt een plan voor worden gemaakt. Over het vergroenen van de openbare ruimte: Daarnaast wordt in het kader van de Groene Loper door de werkgroep en gemeente gezamenlijk gewerkt aan vergroening van de bestaande openbare ruimte. Door de gemeente is bovenop regulier onderhoud een bedrag van 3 miljoen euro gereserveerd voor investeringen in het vergroenen van de bestaande openbare ruimte op plekken als hier genoemd. Dat is een substantieel bedrag en daarmee allesbehalve een ‘doekje voor het bloeden’. Samen met de Werkgroep Groene Loper en omwonenden werken we aan het fors vergroenen van bestaande (speel)pleinen in 1221. • De speeltuin Leeghwaterstraat is al klaar.
Een versteende plek is nu getransformeerd naar een groene speeltuin met weinig verharding en meer ruimte voor biodiversiteit door het aanplanten van verschillende soorten planten en bomen. • Aan het voorplein van De Geus wordt op het moment van opstellen van deze reactienota gewerkt en zal begin november worden opgeleverd. Hier worden de tegels op het voorplein eruit gehaald en komt er groen en halfverharding voor terug. • De plannen voor de speelplekken aan de Ampèrestraat en de Kleine Drift zijn definitief en worden na de kerstvakantie 2021 uitgevoerd en in het voorjaar opgeleverd. Totaal neemt het aantal vierkante meters groen en on- en halfverharde ondergrond (bijvoorbeeld zand) ten opzichte van de bestaande verharding (tegels en beton) op deze 3 pleinen met ruim 700m² toe. • De plannen voor het Jac. P. Thijsseplein zijn in de maak en worden naar verwacht begin 2022 afgerond, waarna na de
13
zomervakantie de uitvoering begint. De verwachting is dat op het Thijsseplein in het nieuwe plan minimaal 1.500m² aan extra groen en onverharde ondergrond wordt toegevoegd en daarmee 1.500m² minder beton en tegels. Begin volgend jaar volgt de planvorming voor de Galvanistraat, Pelikaanstraat en Liebergerweg. Verder zijn en worden acties opgezet, zoals het uitdelen van regentonnen (meer dan 200 in de buurt afgelopen jaar beschikbaar gesteld), beplanten boomspiegels en toevoegen beplanting in straten (zoals Siemensstraat, De Loodsen en de Lijsterweg). Ook in de plannen voor Bruisend Hart (geen onderdeel van dit BKP) wordt een forse hoeveelheid groen toegevoegd.
in de gebiedsagenda zijn opgenomen. De teksten over groen zijn in het BKP ook nog nader aangescherpt. Waar bewoners de handschoen oppakken om hun tuinen te vergroenen, is de gemeente samen met bewoners aan de slag met het vergroenen van een fors aantal pleinen. En zien we op de 7 ontwikkellocaties een substantiële hoeveelheid groene, publieke ruimte. Hiermee leveren de 7 ontwikkellocaties een positieve bijdrage aan de groene ambities in 1221. Het gaat hier om groen in de wijk zelf, waarmee een fors aantal (bestaande en nieuwe) woningen straks gebruik kunnen maken van een groene buitenruimte van meer dan 1.000m² in de directe omgeving van hun woning, namelijk op minder dan 300 meter loopafstand.
19. De Raad voor de Leefomgeving adviseerde om 75 m² groen per woning als norm aan te houden, in de vorm van openbaar toegankelijke parken en plantsoenen. In Hilversum is het nog minder 59m². Per saldo stijgt het tekort aan groen nog verder als zoveel stenen worden toegevoegd. Het is de "tuinstad van wereldfaam" onwaardig wanneer per 150 m² open ruimte 1 boom wordt aangeplant. Verwijzen naar de loopafstand naar bos en natuur is letterlijk en figuurlijk een uitvlucht. Het meeste groen in Hilversum is te vinden in het buitengebied met de natuurgebieden die ons omringen, zoals het nabijgelegen Anna’s Hoeve. Het stedelijk gebied zelf kent relatief weinig groen. Dat is een keuze die in de jaren '30 van de vorige eeuw is gemaakt in het stedenbouwkundig ontwerp dat stadsarchitect Dudok maakte. Destijds werd gekozen voor een compacte stad met relatief weinig groen, mede met het oog op de wens om het vele groen buiten de stad onaangetast te laten. Wanneer de natuurgebieden van het Goois Natuurreservaat (GNR) meegeteld worden dan wordt eenvoudig voldaan aan de aangegeven norm. Een vergelijking met een landelijk gemiddelde gaat hierbij dus mank. En verwijzen naar omliggende natuurgebieden is geen uitvlucht, maar staat centraal in het gedachtegoed van Dudok. Deze natuurgebieden worden door inwoners van 1221 en andere wijken veel gebruik en hoog gewaardeerd.
Tegelijkertijd heeft COVID-19, zoals u zelf al zegt, laten zien hoe belangrijk groen in de directe omgeving is. En dus hoe terecht het is dat onze gezamenlijke groene ambities zo prominent
20. Voorkom hellingbanen en verhoog geen maaiveld met halfbovengrondse parkeergarages. Van de zeven ontwikkellocaties in het ontwerp zijn er vier waar een volledig verdiepte parkeergarage is voorzien. Dat zijn de Sigarenfabriek, Wybertjesfabriek, Korte Noorderweg en Van Son. Zuiderweg/Lijsterweg heeft parkeren in een binnenhof. Bij twee (Hunkemöller en Venetapark) is een halfverdiepte garage voorzien. Hier wordt met hellingbanen gezorgd voor toegankelijkheid voor iedereen. Het Spoorpark loopt ook in de lengte op hetzelfde niveau door. In het ontwerp BKP is aangegeven dat hoogteverschillen zoveel mogelijk in het maaiveld worden overbrugd. Dat is ook terug te zien in de plannen. Hierdoor worden beperkingen voor mensen die slecht ter been zijn of rolstoelgebruiker geminimaliseerd. Wij zien juist het ondergronds parkeren (volledig of halfverdiept) als een kwaliteit, aangezien daarmee een autovrij, dus goed toegankelijk, maaiveld wordt gerealiseerd. De gebiedsagenda gaat uitgebreid in op het thema parkeren. Voor de ontwikkellocaties geldt dat op basis van een mobiliteitsplan, waarin deelauto’s en goede fietsparkeervoorzieningen zijn opgenomen, de parkeereis voor een ontwikkellocatie naar beneden kan worden bijgesteld. Op deze manier wordt rekening gehouden met te verwachten veranderingen in mobiliteit. Dit sluit ook aan op de Mobiliteitsvisie.
Voor het BKP zijn als het gaat over parkeren, de gebiedsagenda, de parkeernormen en de mobiliteitsvisie uitgangspunt. Het BKP gaat niet in op hoeveel parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd
14
(dat komt vooruit gebiedsagenda en de parkeernormen), maar over de manier waarop deze worden ingepast. In het BKP staat dat parkeren van auto’s en parkeren van fietsen voor eigen inwoners inpandig of onder (een verhoogd) maaiveld plaatsvindt.
Alleen het pand aan de Noorderweg wordt in de plannen voor de Korte Noorderweg niet behouden. De ambities in 1221 zijn hoog. Voor de straat en de buurt gaat het om onder andere een forse toename van het groen, ruimte voor ontmoeting, parkeren liefst niet zichtbaar en de inzet van andere vormen van mobiliteit, zoals fiets en deelauto. Deze ambities worden gerealiseerd door en voor rekening van de ontwikkelende partij. Dat gaat alleen als onder aan de streep een positieve business case is. Dat vergt keuzes. De keuze voor het al dan niet behouden van dit specifieke monument ligt uiteindelijk voor bij de gemeente. Het is een afweging tussen verdichting binnen in en langs de Noorderweg. Handhaven van dit specifieke monument zet de haalbaarheid van deze ontwikkeling nog verder onder druk. Het gebiedspaspoort Korte Noorderweg wordt voor nu uit het BKP gehaald en na aanpassing separaat in besluitvorming gebracht.
21. Cultuurhistorie en erfgoed worden in de gebiedsagenda kernkwaliteiten van 1221 genoemd. Dan is het dus foutief dat in dit BKP geen richtlijnen zijn opgenomen voor de cultuurhistorische identiteit en de bestaande monumenten. Het BKP bevat weliswaar een beknopt overzicht van de historische ontwikkeling van dit stadsdeel, maar verbindt daaraan waardering nog inspiratie en blijkt op geen enkele manier richtinggevend te zijn voor de ontwikkellocaties. In het ontwerp BKP zijn geen nadere richtlijnen opgenomen voor de cultuurhistorische identiteit en de bestaande monumenten. Hiervoor geldt, zoals ook is aangegeven in het ontwerp BKP, de Herziene Welstandsnota 2014. Het belang dat de gemeente hecht aan cultuurhistorie en erfgoed blijkt klip en klaar uit haar handelen in de afgelopen jaren. Al in maart 2018 heeft de gemeente de Wybertjesfabriek, Van Son en de Busremise in voorbescherming genomen. Na een procedure zijn delen van deze ontwikkellocaties in december 2019 als monument aangewezen. Op de locatie Wybertjesfabriek is het monumentale magazijn/ expeditie gebouw uit 1949 inmiddels in ere hersteld. In de plannen voor de locatie Van Son is het monumentale hoofdgebouw uit 1921 opgenomen.
Door deze panden, en bijvoorbeeld ook de monumentale Sigarenfabriek, in stand te houden en een actieve rol te geven in het transformatieproces, leveren ze een bijdrage aan de ontwikkeling van het gebied 1221. Tussen Liebergerweg en spoor wordt het historische gegeven van werklandschap aan het spoor richtinggevend voor de nieuw te ontwikkelen wijk.
23. Dit BKP laat te veel onbenoemd van verkeerskundige gevolgen die ook direct raken aan de beeldkwaliteit in 1221. Onduidelijk is welke onderzoeken wel en niet voor 1221 en de relatie tot het gebied daarbuiten zijn uitgevoerd, en wat de (ontbrekende) resultaten zijn. Het BKP beschrijft de ruimtelijke kaders voor nieuwe ontwikkelingen in 1221. Deze kaders gaan bijvoorbeeld over de samenhang van het geheel, de kwaliteit van de openbare ruimte, over bouwhoogte en over architectuur. Het BKP gaat niet over verkeerskundige effecten van verschillende ontwikkelingen in en buiten 1221. Na vaststelling van het BKP wordt het bestemmingsplan afgerond en ter inzage gelegd. Onderzoek naar de verkeerskundige effecten van de beoogde ontwikkelingen is, naast bijvoorbeeld het BKP, input voor dit bestemmingsplan. Dit onderzoek is parallel aan het proces van het BKP uitgevoerd en in de zomer afgerond. Als onderlegger voor het bestemmingsplan, dat volgt op het BKP, is onderzoek gedaan naar de verkeerskundige effecten van de ontwikkelingen. Zie bijlage 3 bij dit raadsvoorstel. Specifiek voor Bruisend Hart is aanvullend daarop nog een onderzoek naar de effecten van de beoogde knip gedaan. Dit onderzoek treft u aan bij het raadsbesluit van 6 oktober 2021. Het bestemmingsplan heeft een horizon tot 2040. Gebiedsagenda en BKP tot 2030. Welke ontwikkelingen er
22. Op de ontwikkellocatie aan de Korte Noorderweg staat het woon-winkelpand Noorderweg 42-42a. Dit is aangewezen als gemeentelijk monument. Hoe is het mogelijk dat in alle ontwikkelplannen dit gemeentelijk monument wordt gesloopt? In de plannen zoals die zijn opgenomen in het ontwerp BKP worden monumenten op de meeste plaatsen behouden en herbestemd. Dat is het geval bij de Wybertjesfabriek, Sigarenfabriek en Van Son.
15
plaatsvinden na 2030 is onzeker, maar in het verkeersonderzoek is rekening gehouden met mogelijke ontwikkellocaties, zoals de Busremise en de Larenseweg 137-139. Voor de periode tot 2030 is uitgegaan van maximaal 1.150 woningen. In de periode 2030 tot 2040 worden ook nog wel ontwikkelingen verwacht. Om hoeveel woningen dat gaat is onzeker. Voor het inzichtelijk maken van de verkeerseffecten is een vrij hoge raming gebruikt van 650 woningen in de periode 2030-2040. Dit met de gedachten: beter te hoog dan te laag. Het rapport in bijlage 3 bij dit raadsvoorstel laat een toename zien van het aantal autoritten. Dit leidt tot hogere verkeersintensiteiten op de wegen en straten. Op een aantal wegvakken gaat orde grootte om 500 voertuigen per etmaal. De grootste toename is voorzien op de Noorderweg – Larenseweg met een toename van 700 tot 900 voertuigen per etmaal. In het rapport is ook een aantal kruisingen onderzocht. Royal Haskoning DHV concludeert dat de verkeerskundige effecten beperkt zijn en dat het niet te verwachten is dat de toenames in verkeersintensiteiten zullen leiden tot problemen met de verkeersafwikkeling in en rond de wijk. Het rapport neemt het eerste als uitgangspunt, maar laat daar bovenop zien wat het effect van de knip Kleine Drift is. Uit die analyse volgt dat dit leidt tot een herverdeling van verkeersstromen in de wijk.