Bijlage 2 (a) Toelichting van (ontwerp)bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023
Tekst van het document
In het bouwprogramma is voor Hilversum een woningbouwproductie voorzien van 3194 woningen in totaal, waarvoor er 2924 vallen onder de harde plancapaciteit en 270 woningen vallen onder de zachte plancapaciteit. De geplande woningbouwproductie tot 2020 en zelfs die tot 2030 kan gelet hierop gerealiseerd worden binnen de nu al bekende planvoorraad. Voor kleinere plannen is echter het voornemen om af te spreken dat geen nadere regionale afstemming nodig is, als aan een aantal voorwaarden is voldaan. Zo moet het plan voldoen aan de regionale woonvisie en de doelstellingen uit het RAP (waarbij ook kwalitatieve aspecten aan de orde komen). Toets bestemmingsplan en conclusie Het onderhavige plan is conserverend van aard, er zal geen verdere woningbouw plaatsvinden in het plangebied los van de ontwikkelingen op de vergunde bouwvelden. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het RAP. 4.3.3
Regiokaart 2025
De regiokaart bevat het overzicht van vastgesteld ruimtelijk beleid van de zeven gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek. De regiokaart uit 2015 geeft de lopende en nieuwe ruimtelijke en stedenbouwkundige projecten in de regio voor de komende 10 jaar weer. De belangrijkste opgaven zijn landschap, recreatie, economie, bereikbaarheid en wonen. Bij wonen gaat het om een vijftal opgaven: Totale plancapaciteit in de regio ca. 13 duizend woningen. Uitvoering op basis van het Regionaal Actieprogramma Wonen 2020; betreft 4 duizend woningen. Uitbreidingslocaties, zoals Anna's Hoeve, Monnikenberg met een totale plancapaciteit van ruim 5 duizend woningen. Grotendeels in procedure en deels in uitvoering. Binnenstedelijke woningbouwlocaties: in alle gemeenten met een totale plancapaciteit van ongeveer 6 duizend woningen. Ongeveer de helft hiervan is 'planologisch hard' te noemen. Transformatie van voormalige kantoren of bedrijfsgebouwen. Toets bestemmingsplan en conclusie Met de bouw van Anna's Hoeve heeft gemeente Hilversum bijgedragen aan de doelstellingen van het ruimtelijk beleid van Hilversum.
ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
28
4.3.4
Regionale energiestrategie 1.0
In het Klimaatakkoord uit 2019 is afgesproken dat dertig energieregio’s de mogelijkheden in hun gebied onderzoeken voor grootschalige opwek van zonne- en windenergie op land. In de Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 van Energieregio Noord-Holland Zuid staan de plannen die overheden, netbeheerders, maatschappelijke organisaties, ondernemers en inwoners hiervoor hebben gemaakt. Daarnaast worden in de RES 1.0 de mogelijkheden verkend om met behulp van duurzame warmtebronnen en -technieken gebouwen te verwarmen in plaats van met aardgas. De RES 1.0 is een vervolg op de concept-RES van april 2020. In het RES-proces in Noord-Holland Zuid zijn 32 zoekgebieden aangemerkt voor de opwek van zonneen windenergie. De regio heeft de ambitie om in deze gebieden 2,7 TWh aan hernieuwbare energie op te wekken in 2030. Bovenop deze ambitie is nog meer mogelijk: de ‘theoretische potentie’ in Noord-Holland Zuid is in totaal 3,0 TWh. Dit biedt ruimte om in de verdere uitwerking van de plannen op zoek te gaan naar de best passende oplossingen. Daarbij kijken we naar draagvlak, ruimtelijke inpassing en een efficiënte inzet van de energie-infrastructuur. De ambitie van Gooi en Vechtstreek is een energieneutrale regio. Alle in de regio benodigde energie wordt dan duurzaam opgewekt. Het is de stip op de horizon waarbij de gemeente zich in eerste instantie richt op de gebouwde omgeving.
Een enorme en complexe opgave: het betekent dat de gehele gebouwde omgeving, inclusief ondergrond, moet worden getransformeerd. Het gaat hierbij om duizenden woningen per jaar. Toets bestemmingsplan en conclusie Een aantal woningen binnen het plangebied zijn al uitgerust met zonnepanelen en dragen daarmee bij aan de transitie naar duurzame energie.
4.4
Gemeente
4.4.1
Hilversum Buiten
Hilversum Buiten is het beleidsstuk voor de openbare ruimte in Hilversum. Hilversum Buiten bestaat uit drie onderdelen: de Visie, het Handboek Inrichting Openbare Ruimte, het Handboek Beheer Openbare Ruimte. De Visie bevat de uitgangspunten die gehanteerd worden voor inrichting en beheer. Het beschrijft de hoofdlijnen van wat Hilversum verstaat onder een goede inrichting en een goed beheer, nu en in de toekomst. Het Handboek Inrichting Openbare Ruimte bevat concrete materiaalvoorschriften en maten van profielen en detailleringen, toegedeeld naar de diverse gebieden van de stad. Ook bevat dit deel de uitwerking van de procesbeschrijving en de wegingscriteria die een rol spelen wanneer de schaarse ruimte moet worden verdeeld en een keuze moet worden gemaakt. Het Handboek Beheer Openbare Ruimte bevat concrete omschrijvingen van beheermaatregelen en beheerkwaliteit, toegedeeld naar de verschillende gebieden van de stad. De handboeken zijn de leidraad voor ontwerpers en beheerders. Daarnaast geven de handboeken aan burgers inzicht in wat zij kunnen verwachten qua inrichting en beheer van de openbare ruimte. Samengevat is de visie Hilversum Buiten gestoeld op drie gedachten: 1. Aansluiten op Hilversumse karakteristieken Hilversum is het meest gediend met inrichting en beheer van de openbare ruimte die de specifieke Hilversumse kwaliteiten behouden en versterken.
Deze specifieke kenmerken zijn: het groene karakter (volgroeid groen in de straten, een grote diversiteit aan bomen, visuele relaties met de natuur rondom Hilversum); de geschiedenis als agrarisch brinkdorp (brinken, Y-splitsingen, driften, fijnmazige radialenstructuur); ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
29
de parkachtige villagebieden de Dudokkwaliteiten (stedenbouwkundig concept, zichtassen en zichtlijnen, monumentale gebouwen); jonge monumenten (een veelheid en verscheidenheid aan jonge monumenten) de verschillende sferen van de stadsdelen (van Villaparken tot Dudokwijken); de afleesbaarheid van het landschap (o.a. de grote hoogteverschillen, overgang hei - veenweide landschap) het stempel van de multimediabedrijven (landelijke bekendheid als multimediastad). Veel van deze elementen komen terug op de bijzondere plekken van Hilversum (groenplekken, waterpartijen, brinken en bijzondere pleinen, begraafplaatsen, stadsentrees); bijzondere plekken kunnen aanleiding geven om de kenmerkende elementen extra onder de aandacht te brengen. De bijzondere plekken behoren bij de inrichting en het beheer dan ook bijzondere aandacht te krijgen. 2. Eenduidige afspraken over kwaliteit. Een belangrijk element in deze visie is de definitie van kwaliteit. Door kwaliteit te omschrijven kan deze in de uitwerking als leidraad gebruikt worden en kan de uitvoering getoetst worden. Belangrijk element in die kwaliteit is dat inrichting en beheer van de openbare ruimte op elkaar zijn afgestemd. Voor de inrichting gelden vervolgens de kwaliteitselementen: duurzaam, mooi, functioneel en veilig. Voor het beheer gelden de kwaliteitselementen: schoon, heel, veilig en juist gebruik.
Door de inrichting en het beheer altijd te toetsen aan deze kwaliteitscriteria wordt een standaard kwaliteitsniveau gewaarborgd. Daarnaast gaat deze visie ervan uit dat voor gebieden die belangrijker zijn voor de beleving van Hilversum een hoger kwaliteitsniveau wenselijk is. In totaal worden voor inrichting en beheer 4 kwaliteitsniveaus onderscheiden. 3. Uitwerking naar details en deelgebieden. De kwaliteiten van Hilversum komen het beste tot hun recht wanneer de aandacht niet teveel wordt afgeleid. De visie gaat er ook van uit dat een zekere eenheid en ingetogenheid in inrichting en materiaalgebruik leidt tot een betere kwaliteit van de inrichting. Aan de andere kant wordt de kwaliteit van Hilversum mede bepaald door de verschillende sferen van de wijken. Door bij de inrichting met een beperkt aantal elementen aan te sluiten op deze karaktereigenschappen wordt de eigenheid van dat deelgebied versterkt. Toets bestemmingsplan en conclusie Het betreft hier een conserverend bestemmingsplan. De richtlijnen zoals gesteld in Hilversum Buiten zullen gebruikt worden voor het beheer (onderhoud) en gebruik van het gebied. 4.4.2
Economisch perspectief 2040
De Hilversumse economie heeft het, ondanks haar goede sectorstructuur, zwaar gehad de afgelopen jaren. De Hilversumse economie is de afgelopen tien jaar netto twee procent gekrompen. De krimp van de werkgelegenheid is daar een belangrijke indicator van. Dit komt met name door het onder presterende vestigingsklimaat van Hilversum. Het rapport Economisch perspectief 2040 laat zien dat er nog meer verbeteringen van het vestigingsklimaat nodig zijn. Er is vooral te weinig ruimte voor ondernemen, werken en ontmoeten in de stad, maar ook de bereikbaarheid is onvoldoende en Hilversum mist sfeer- en belevingswaarde verhogende elementen. Doorgaan met het huidige actieve economische beleid en alert zijn op het gesignaleerde ruimtekort zijn noodzakelijk om stagnatie te voorkomen en juist verder toe te werken naar een gezonde Hilversumse economie. Groei moet daarbij geen doel op zich zijn, maar juist een noodzakelijk middel om de huidige kwaliteit van leven in Hilversum te behouden. Van een gezonde economische ontwikkeling is in Hilversum sprake, wanneer het vestigingsklimaat geen destructieve werking meer heeft op de economie.
Gekeken naar drie type locaties (formele bedrijventerreinen en kantoorlocaties en informele werklocaties) valt te concluderen dat het voorziene programma op de formele kantorenlocaties goed voldoet voor de verwachte ruimtebehoefte en ook kan bijdragen aan de regionale ruimtevraag naar kantoorlocaties. Voor de bedrijventerreinen en de informele werklocaties ligt er een ruimtebehoefte waar Hilversum nu nog niet in voorziet. Hier ligt nog een aanvullende opgave. De cijfers uit het rapport laten zien dat de bedrijventerreinen de economische motor van Hilversum zijn. ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
30
Het is dus essentieel voor Hilversum om groei mogelijk te maken van bedrijvigheid die op bedrijventerreinen gevestigd moet zijn. Er moet verder gekeken worden naar de van Hilversum in de regio. Er lijkt een regionale taakverdeling zijn ontstaan op het gebied van Media en ICT, waarbij Hilversum een rol speelt op het gebied van technische infrastructuur gebaseerde en de daarvan af te leiden activiteiten zoals dataverwerking en analyse (AI). De verdeling van werkgelegenheid over de regio is een vraagstuk van efficiënte en logische verdeling en het regionaal plaatsen van bedrijvigheid waarvoor écht geen ruimte in Hilversum beschikbaar is. Hierbij moet in acht genomen worden dat als de uitgaande arbeidspendel naar andere regio’s alleen maar toeneemt, de bestaande congestie vergroot. Dat is juist geen constructieve bijdrage aan het vestigingsklimaat. Het rapport adviseert tien economische ontwikkelprincipes te hanteren, deze principes behoren ook te dienen als bouwsteen voor de Omgevingsvisie: 1. 2. 3. 4.
Maak gebiedsagenda’s zodat er maatwerkoplossingen mogelijk zijn Ontwikkel door in de Media, ICT en zorg Simuleer kennisintensiteit Vergroot het aanbod van werkplekken op formele en informele werklocaties en compenseer bij transformatie. 5. Functiemenging en verdichting op informele werklocaties. Verdichting met een bouwhoogte boven de boomgrens moet daarbij mogelijk zijn 6. Bied meer flexibiliteit voor ondernemers om een bedrijfsvestiging aan huis te hebben 7. Ontwikkel Media Park door tot high tech campus, met werken, wonen en verblijfskwaliteit 8. Creëer meer belevingswaarde, stadsbreed 9. Werk aan een compacter centrum, waar leegstaande en/of vrijkomende ruimte herbestemd wordt voor werkplekken, ontmoetingsruimte en leisure 10. Bouw met ruimtelijke kwaliteit hoog in het vaandel: bouw voort op het groene karakter van Hilversum Toets bestemmingsplan en conclusie De toevoeging van een gymzaal voor de school (IKC Villa Vrolik) bij de sportvelden, die ook gebruikt kan worden voor andere sportactiviteiten, zorgt voor een hoger voorzieningenniveau in de wijk en draagt daarmee bij aan de leefbaarheid en werkgelegenheid. 4.4.3
Beleid natuurinclusief bouwen
De gemeente Hilversum wil natuurinclusief bouwen stimuleren door bouwers te informeren en te enthousiasmeren. Alleen projecten waar de gemeente Hilversum zelf de regie voert is natuurinclusief bouwen randvoorwaarde. De Leidraad Natuurinclusief Bouwen is bij beide de basis. In anterieure overeenkomsten kan natuurinclusief bouwen als randvoorwaarde worden opgenomen. Dit gebeurt in goed overleg de ontwikkelende partij om te zorgen het betreffende project een meerwaarde oplevert voor gebouwbewonende diersoorten en daarmee voor zijn directe omgeving. Bij de aanbesteding van bouwkavels in het plangebied zijn vooraf de randvoorwaarden vastgelegd in een bouwenvelop. Een andere vorm is een tender of aanbesteding waarbij vooraf vastgestelde eisen op basis van de leidraad onderdeel zijn geweest van de aanbestedingscriteria. De huidige natuurwetgeving ziet op schadebeperking en niet op het vergroten en verbeteren van de leefomgeving van gebouwbewonende diersoorten. De beleidsnotitie 'Natuurinclusief bouwen' beschrijft het beleid om de leefomgeving van deze dieren in Hilversum te verbeteren door enerzijds natuurinclusief bouwen te stimuleren en anderzijds natuurinclusief bouwen als randvoorwaarde te stellen. Daarvoor is de Leidraad Natuurinclusief Bouwen ontwikkeld.
Met de leidraad wil de gemeente Hilversum haar inwoners en initiatiefnemers informeren over gebouwbewonende diersoorten en de realisatie van goede leefomstandigheden van deze diersoorten stimuleren. Het gaat hierbij zowel om verblijfplaatsen voor deze dieren ín gebouwen, alsmede om een geschikte omgeving rondom die gebouwen. Een leefomgeving voor dieren is geschikt als zij voldoet aan de vier V’s. Naast de Veiligheid (huisvesting) voorzien de maatregelen ook in voorzieningen die zorgen voor Vocht en Voedsel. Als deze drie V’s in orde zijn zullen de dieren zelf zorgen voor Voortplanting. ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
31
Toets bestemmingsplan en conclusie Het onderhavige plan is conserverend van aard, er zal geen verdere woningbouw plaatsvinden in het plangebied los van de ontwikkelingen op de vergunde bouwvelden. Het plan biedt echter wel de mogelijkheid voor aan- of bijbouwen. De Leidraad natuurinclusief bouwen kan dan relevant zijn bij het maken van de beslissing over de beste manier van verduurzaming. 4.4.4
Structuurvisie Hilversum 2030
Een structuurvisie is een visie op de toekomst. De gemeente beschrijft hierin wat ze met de beschikbare ruimte doet om in de toekomst te voldoen aan de behoeften van iedereen die in Hilversum woont, werkt en recreëert. Het gaat bijvoorbeeld om de beste plek voor huizen, bedrijven, parken en recreatiemogelijkheden. Een structuurvisie opstellen betekent nu keuzes maken voor later. De Hilversumse gemeenteraad heeft ervoor gekozen om voor Hilversum als geheel één structuurvisie op te stellen, met een looptijd tot 2030. Medio 2013 is de Structuurvisie Hilversum 2030 vastgesteld. De Structuurvisie Hilversum 2030 heeft betrekking op het gehele grondgebied van Hilversum en bevat de integrale visie op de ruimtelijke en functionele ontwikkelingen in de gemeente op (middel)lange termijn. In dit geval ligt de planhorizon omstreeks 2030. De structuurvisie is een strategisch beleidsdocument en is geen concreet plan of uitwerking van een thema. Het is een visie op een hoger abstractieniveau. In de structuurvisie staan vijf speerpunten: 1. 2. 3. 4. 5.
Goede woongemeente; Groene buitengebieden; Mediastad en creatieve industrie; Centrumgemeente; Stedenbouw en architectuur.
Daarnaast is een elftal dynamische gebieden benoemd waar een grotere dynamiek en ontwikkelingen te verwachten zijn. Dit in tegenstelling tot de overige gebieden, zoals de woonwijken en het buitengebied, waar sprake is van minder dynamiek. In het algemeen wordt voorzien dat er als gevolg van de digitale ontwikkelingen belangrijke veranderingen zullen optreden in het ruimtegebruik. Functies als wonen, werken en ontspannen zijn minder gebonden aan vaste locaties en zullen meer met elkaar verweven zijn. Werken en zorg aan huis, voorzieningen op bedrijventerrein, wonen in combinatie met creatieve bedrijven, enzovoort. In het uitvoeringsprogramma staan de activiteiten die de gemeente denkt te ondernemen om de in de structuurvisie genoemde ontwikkelingen te realiseren. Hierbij wordt er een onderscheid gemaakt in korte termijn (2013 - 2018), middellange termijn (2019 - 2024) en lange termijn (2025 - 2030). Toets bestemmingsplan en conclusie De structuurvisie is met name van toepassing op toekomstige plannen, zoals een geplande uitbreiding van de school (IKC Villa Vrolik) en de toevoeging van een gymzaal voor de school op het terrein van HSV Wasmeer. Deze ontwikkelingen verhogen het voorzieningenniveau en de leefbaarheid van de wijk. 4.4.5
Woonvisie 2021 tot 2030
Hilversum wil een vitale en leefbare woongemeente zijn. De focus ligt hierbij op de ruimtelijke kwaliteit en dynamiek op de woningmarkt: het op gang brengen en houden van doorstroming, door strategisch woningen toe te voegen rekening houdend met de verschillende doelgroepen en de bestaande voorraad zo efficiënt mogelijk te benutten en toe te wijzen aan de veranderende behoefte. Het uiteindelijke doel van de gemeente is, dat de woningvoorraad goed wordt benut en er voor alle inwoners van Hilversum een passende woning beschikbaar is. Dit doet de gemeente door ruimere keuzemogelijkheden en meer beweging binnen de voorraad te stimuleren. Daarom richt de gemeente zich binnen bovengenoemde bouwopgaven op twee specifieke segmenten: Binnen de opgave voor sociale huur ligt de nadruk op het realiseren van substantieel meer aanbod in het laagste segment.
ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
32
Daarnaast is er een groot tekort aan huur- en koopwoningen in het middensegment. Om twee redenen is dit een belangrijke categorie voor Hilversum. Enerzijds is het een van de voorwaarden om doorstroming in de sociale huur op gang te brengen. Anderzijds betreft het woningen die interessant zijn voor jonge starters en gezinnen met een economische binding met Hilversum. Toets bestemmingsplan en conclusie Het onderhavige plan is conserverend van aard. Er zal geen verdere woningbouw plaatsvinden in het plangebied los van de ontwikkelingen op de vergunde bouwvelden. 4.4.6
Groenbeleidsplan Hilversum 2030
Het Groenbeleidsplan Hilversum 2030, de groene structuurvisie van Hilversum (vastgesteld door de raad op 9 januari 2013) is een sectoraal plan met een integrale, samenhangende en geactualiseerde visie op het groen in de gehele gemeente Hilversum. Het groen in en rondom Hilversum staat onder druk en de verwachting is dat deze druk de komende jaren verder zal toenemen. Bijvoorbeeld door de toenemende verstedelijkingsdruk, decentralisatie van groenbeleid en bezuinigingen. Dit maakt het noodzakelijk om actief groenbeleid te voeren. Het groenbeleidsplan heeft onder andere aandacht voor: versterking van het NatuurNetwerk Nederland (NNN), het veiligstellen van de groenstructuur die het groene imago van Hilversum bepaalt, groen in bouwplannen, de aanpak van de stadranden, versterking van groen in het centrum, kleine groenplannen op buurtniveau en spelen in het groen. Toets bestemmingsplan en conclusie Anna's Hoeve is een relatief groene wijk met ook veel nieuw groen. Dit bestemmingsplan voorziet er in dat deze groene ruimte wordt behouden. Hierbij wordt aangesloten bij de huidige geldende situatie. 4.4.7
Masterplan Anna's Hoeve
Het Masterplan Anna's Hoeve is vastgesteld op 1 december 2012 en bevat de ruimtelijke richtlijnen. Het plan heeft tijdens de ontwikkeling van de wijk gefungeerd als de leidraad. Het plan beschrijft de karakteristieken en de indeling van de wijk, maar heeft ook ruimte gelaten voor eigen iniatieven van inwoners. De eisen vanuit het masterplan, beeldkwaliteitsplan en bestemmingsplan zijn bij de uitgifte (verkoop) van de bouwvelden en vrije kavels aan de ontwikkelaars en kopers contractueel meegegeven in bouwenveloppen/kavelpaspoorten. Het plangebied is ingedeeld in kleine ontwikkeleenheden om een bredere variatie aan opdrachtgeverschap mogelijk te maken. Zo zijn sommige bouwvelden projectmatig ontwikkeld en andere via collectief particulier opdrachtgeverschap. Daarnaast is in het masterplan opgenomen dat de wijk een duurzaam en groen karakter moet hebben. Zo is er bijvoorbeeld ook in het plan opgenomen dat de erfafscheidingen bestaan uit een haag. Hierdoor is een wijk ontstaan met een groen en divers straatbeeld. Nu de ontwikkeling van de wijk voor het grootste gedeelte is afgerond, is het plan minder relevant geworden. De voornaamste impact die het plan nu nog heeft is dat de welstandsnota voorschrijft dat nieuwe ontwikkelingen moeten worden getoetst aan de hand van de welstandscriteria uit het Masterplan Anna's Hoeve. 4.4.8
Gemeentelijk watermanagementplan 2021 - 2026
Het gemeentelijk watermanagementplan beschrijft de visie op de watertaken, met welke ambitie de opgaven worden ingevuld, de uit te voeren maatregelen, welke eisen aan de uitvoering daarvan worden gesteld en welke personele en financiële middelen daarvoor nodig zijn. De visie van Hilversum op de gemeentelijke watertaken is grotendeels een voortzetting van het huidige beleid, gericht op uitvoering van de gemeentelijke watertaken en instandhouding van de huidige toestand en goede werking van de riolering. Stevige versterkingen van de visie ten opzichte van voorgaande rioleringsplannen zijn ten aanzien van de maatschappelijke en bestuurlijke opgaven voor klimaatadaptatie en de extra inzet op duurzaamheid. De visie heef de volgende zes speerpunten: ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
33
1. Gezonde en veilige leefomgeving met hoge ruimtelijke kwaliteit voor het behoud van de identiteit en schoonheid van tuinstad Hilversum, met haar vijvers, havens en kanaal. Hiervoor is het behoud van een goed functionerende riolering en oppervlaktewatersysteem van belang, door planmatige vervanging en onderhoud. Naast het dagelijks beheer en onderhoud, bestaan de maatregelen hiervoor grotendeels uit rioolvervanging en –relining en renovatie van gemalen. 2. Klimaatbestendig Hilversum Het beleid van afkoppelen en lokaal bergen, hergebruiken en infiltreren van afstromend hemelwater bij nieuwe ontwikkelingen, wordt voortgezet en is aangescherpt. Hierdoor wordt water-inclusief gebouwd. 3. Duurzaam Hilversum Één van de belangrijkste doelstellingen ten aanzien van duurzaam waterbeheer is het scheiden van schoon hemelwater en vuil afvalwater en het lokaal benutten van hemelwater voor planten en bomen bij droogte en aanvulling van grondwater door infiltratie. Particulieren worden gestimuleerd om op eigen perceel het hemelwater te benutten. In de openbare ruimte wordt kritisch gekeken naar verhardingen en waar mogelijk overbodige verharding omgezet naar openbaar groen. 4.
Inzicht in toestand en werking van de waterhuishouding Om de goede dingen te doen, investeringen te onderbouwen en maatregelen te dimensioneren, is inzicht nodig in het werkelijke functioneren van de stedelijke waterhuishouding. Naast inzicht in de hydraulische werking op basis van rekenmodellen is het noodzakelijk om te meten en te onderzoeken hoe het systeem in de praktijk functioneert 5. Slim koppelen met andere ruimtelijke/maatschappelijke opgaven De invulling en uitvoering van de gemeentelijke watertaken kan ook bijdragen aan andere ruimtelijke en maatschappelijke opgaven voor de bouw (nieuw- en verbouw), biodiversiteit en de energietransitie. 6. Communicatie met bewoners, bedrijven en andere beheerders Bij de uitvoering van vrijwel alle bovenstaande speerpunten speelt communicatie met ‘de omgeving’ een belangrijke rol. Toets bestemmingsplan en conclusie Onderdeel van het proces voor de totstandkoming van een bestemmingsplan is de watertoets. Hiervoor is een waterparagraaf opgesteld (zie paragraaf 5.7.2). In het kader van het wettelijk vooroverleg wordt deze voorgelegd aan de waterbeheerder. Daarnaast is in voorliggend bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het hydrologisch neutraal uitvoeren van omgevingsvergunningplichtige (bouw)werkzaamheden. Voorliggend plan maakt geen nieuwe planologische ontwikkelingen mogelijk.
Het plan is in overeenstemming met het gemeentelijke watermanagementplan. 4.4.9
Nota Parkeernormen 2023
De nota 'Parkeernormen 2023' is een belangrijk beleidsinstrument dat gaat helpen om de bereikbaarheid in Hilversum te verbeteren. Het is een uitwerking van het parkeerbeleid dat eind juli 2023 door de raad is vastgesteld. Met deze nota wordt voor ruimtelijke ontwikkelingen geregeld hoeveel parkeerplaatsen ze moeten realiseren. In principe op eigen terrein of gebruik makend van bestaande restcapaciteit op private locaties. Maar niet meer in de openbare ruimte. Alle ruimtelijke ontwikkelingen binnen de buitenring krijgen geen recht meer op een parkeervergunning op straat. Hierdoor zal uiteindelijk de parkeerdruk gaan afnemen. Ook wordt het mogelijk om een deel van de parkeereis af te kopen, waardoor bijvoorbeeld het realiseren van betaalbare woningen makkelijker wordt. In dit bestemmingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen ten opzichte van de het bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve (2013) mogelijk gemaakt. Bovendien ligt Anna's Hoeve buiten de binnenring. Wel moet aan de parkeernorm worden voldaan. Toets bestemmingsplan en conclusie ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
34
In dit plan zal rekening gehouden worden met de uitgangspunten van deze nota. In paragraaf 5.3 zal er verder worden ingegaan op het onderwerp parkeren en wat dit betekent voor Anna's Hoeve. 4.4.10 Mobiliteitsvisie 2040 De mobiliteit in Hilversum is in beweging. De huidige en de verwachte mobiliteitsproblemen moeten worden aangepakt. Dit vraagt om een aangescherpte visie inclusief maatregelen om de bereikbaarheid van Hilversum, de doorstroming op het wegennet en de verkeersveiligheid te verbeteren. In de mobiliteitsvisie worden, in samenhang en afstemming met beleid en maatregelen van andere overheden, maatregelen opgenomen om de grootste Hilversumse knelpunten aan te pakken. Er wordt gezocht naar samenhang en verbinding met beleid en maatregelen (o.a. vastgelegd in ambities en programma’s) van andere overheden, zoals Rijk, Provincies, een aantal grote gemeenten en uiteraard de buurgemeenten. De Mobiliteitsvisie Hilversum 2040 is een lokale visie op de mobiliteitsvraagstukken van Hilversum nu en in de toekomst. Hierbij zijn mogelijke consequenties voor andere ruimtelijke onderwerpen (zoals wonen, werken, gezondheid, klimaat en energietransitie) op hoofdlijnen in beeld gebracht. Er is gewerkt met 5 scenario’s passend bij Hilversum.
Het scenario “Hilversum: de stad voor groene, duurzame en innovatieve mobiliteit” geeft voor de mobiliteit in Hilversum realistische en haalbare oplossingen, die passen bij Hilversum. Het bevat een slimme brede mix van gefaseerd te nemen maatregelen. De mobiliteitsvisie Hilversum 2040 met het voorliggende scenario “Hilversum: de stad voor groene, duurzame en innovatieve mobiliteit” bevat een mix van maatregelen en geeft een oplossing op hoofdlijnen voor de aanpak van de Hilversumse problemen op het gebied van mobiliteit. Op basis hiervan kan een groot deel van de maatregelen worden opgenomen in een eerste uitvoeringsprogramma Mobiliteit Hilversum 2040 voor de korte en middellange termijn. Het gaat hierbij om de volgende maatregelen: de mogelijkheden van smart mobility (slimme iVRI installaties en diverse typen sensoren om het gebruik van alle modaliteiten te meten en te regelen); één of meerdere zero emissie zones (max. 3); een fijnmazig vervoersnetwerk; ketenmobiliteit en OV-Knooppuntenontwikkeling; deelvervoer; betere faciliteiten voor langzaam vervoer, zoals voor voetgangers en fietsers; contacten met bedrijven om de in- en uitgaande pendel te verkleinen (meer hybride werken naar aanleiding van Covid-19); een aanpassing van het parkeerbeleid.
Voor de volgende maatregelen geldt dat zij, onder andere vanwege het beslag op ruimte, eerst in de participatie van de omgevingsvisie moeten worden meegenomen: de gefaseerde realisatie van mogelijk een drietal multimodale hubs voor o.a. goederenvervoer aan de randen van Hilversum op strategisch gelegen locaties bij invalswegen; een autoluwe binnenstad (binnen de contouren van de centrumring) die toch goed bereikbaar is; nader onderzoek naar de (betaalbaarheid van de) Noordoost-tunnel (van de Larenseweg naar de Nieuwe Crailoseweg (Crailosebrug). Hierna kunnen deze maatregelen in een tweede uitvoeringsprogramma Mobiliteit Hilversum 2040 worden verwerkt. Toets bestemmingsplan en conclusie De reeds verlegde Weg over Anna's Hoeve en de aanleg van een busbaan ten zuiden van het plangebied past binnen het bredere beleid van Gemeente Hilversum om in te zetten op de verdere ontwikkeling van het OV-netwerk. Deze visie heeft geen effect op de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied en de planologische mogelijkheden van dit bestemmingsplan. Wel kunnen in de toekomst bijvoorbeeld maatregelen als gevolg van deze visie zichtbaar zijn in het openbaar gebied, zoals bijvoorbeeld het gebruik van deelvervoer of intelligente verkeerslichten t.b.v. een betere doorstroming van het verkeer.
ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
35
4.4.11 Welstandsnota 2022 De herziende welstandsnota is op 9 juni 2022 in werking getreden met als doel vooraf helderheid te bieden over de welstandcriteria die door de gemeente worden gehanteerd bij het beoordelen van bouwinitiatieven. Waarbij behoud van de bestaande kwaliteiten voorop staat. Het is belangrijk dat het bestemmingsplan en de welstandsnota goed op elkaar zijn aangesloten. Daarom is in Hilversum de afspraak gemaakt dat bestemmingsplannen vooraf om advies aan de commissie voor welstand en monumenten worden voorgelegd, waarbij het in eerste instantie gaat om de kwalitatieve paragrafen en de wijzigingsbevoegdheden. Omdat in een bestemmingsplan de bestemming aan de grond wordt gegeven met de daarbij behorende bebouwings- en gebruiksmogelijkheden, behoren welstandscriteria niet via het bestemmingsplan, maar via de welstandsnota geregeld en eventueel gewijzigd te worden. Voor toetsing van bouwplannen in de wijk Anna's Hoeve aan de welstandscriteria verwijst de welstandsnota naar de uitgangspunten zoals gesteld in het Masterplan Anna's Hoeve. 4.4.12 Structuurvisie Archeologie 'De ondergrondse stad' De gemeente Hilversum heeft het archeologisch erfgoed en mogelijke verstoringen daarvan in kaart gebracht. Op 11 mei 2011 heeft de gemeenteraad de met Structuurvisie Archeologie ‘De ondergrondse stad’ ingestemd.
Een belangrijk uitgangspunt wordt daarbij dat de verstoorder betaalt. ‘De ondergrondse stad’ is een logisch gevolg van internationale afspraken over behoud en bescherming van het archeologisch erfgoed die al in 1992 in het Europese Verdrag van Malta werden gemaakt en in 2006 zijn verankerd in nationale wetgeving. Als gevolg van deze afspraken gaat de gemeente de kennis over de ontwikkeling van het landschap en de bewoningsgeschiedenis gebruiken om vindplaatsen van archeologisch erfgoed in kaart te brengen. Inmiddels is een archeologische beleidskaart ontwikkeld die het mogelijk maakt archeologisch onderzoek in te plannen. Wanneer sprake is van verstoring van de bodem (bijvoorbeeld bij bebouwing) dan stelt de archeologische beleidskaart (en bijbehorende regels) de initiatiefnemer in staat om te beoordelen waar onderzoek moet plaatsvinden. Allereerst wordt onderzocht of erfgoed aanwezig is, vervolgens om welk erfgoed uit welke periode het gaat. Uiteindelijk wordt het erfgoed opgegraven, worden de sporen van bewoning en gebruik vastgelegd en dienen de voorwerpen als illustratiemateriaal voor de geschiedenis van Hilversum. Bij de ontwikkeling van de wijk is onderzoek gedaan naar de archeologische waarden in het gebied, hieruit bleek dat het gebied archeologisch gezien geen significante waarde had. Toevalsvondsten moeten wel nog steeds gemeld worden.
In paragraaf 3.6.3 van deze toelichting is verder ingegaan op de resultaten van het onderzoek destijds.
ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
36
Hoofdstuk 5
Ruimtelijk plan
5.1
Ruimtelijke structuur
5.1.1
Stedenbouwkundige structuur
Het voorliggende bestemmingsplan is een conserverend plan en wijzigt de ruimtelijke structuur niet. De in het plangebied gerealiseerde woongebieden blijven in hun huidige vorm in stand. Het voorliggende bestemmingsplan legt de gerealiseerde bebouwing gedetailleerd vast. Dat wil zeggen dat ook de gebruiks- en bouwmogelijkheden die in dit bestemmingsplan gegeven worden zijn toegespitst op de bestaande feitelijke situatie. De bouwenveloppen en kavelpaspoorten gaven een samenvatting van het masterplan, beeldkwaliteitsplan en bestemmingsplan voor de individuele bouwvelden en vrije kavels. Binnen dat kader moesten de projecten of woningen worden gerealiseerd. De hoofdbebouwing is vastgelegd in bouwvlakken, waarbij is aangesloten bij de gerealiseerde bouwdiepte. Dit betekent dat de bouwvlakken, anders dan in het voorgaande globale bestemmingsplan, gedetailleerd zijn vastgelegd. In paragraaf 3.1.2 is aangegeven dat er in het noordelijk deel van het gebied bijzondere bebouwing aanwezig is. De eigenaar van het gebied heeft het voornemen om dit terrein te moderniseren. De plannen zijn echter nog pril en nog niet concreet. Daarom is de huidige vorm en bestemming in dit bestemmingsplan opgenomen.
5.2
Wonen, werken en voorzieningen
5.2.1
Wonen
Gelet op het conserverende karakter van het bestemmingsplan worden met dit bestemmingsplan geen extra woningen mogelijk gemaakt. 5.2.2
Werken
In het plangebied is nauwelijks sprake van bedrijvigheid. Er is enkel een benzinestation aanwezig aan de Minckelersstraat. Verder maakt het bestemmingsplan werken aan huis mogelijk. Voor nutsvoorzieningen is de specifieke bestemming 'Bedrijf - Nutsvoorziening' opgenomen. Nutsvoorzieningen groter dan 15 m2 zijn hiermee ook mogelijk gemaakt. 5.2.3
Voorzieningen
Onderwijsvoorzieningen De aanwezige onderwijsvoorzieningen worden in voorliggend bestemmingsplan mogelijk gemaakt binnen de bestemming 'Maatschappelijk'. Maatschappelijke activiteiten Voor de maatschappelijke activiteiten is één maatschappelijke bestemming opgenomen, namelijk 'Maatschappelijk'. Deze bestemming biedt ruimte voor de uitbreiding van het IKC Villa Vrolik (inclusief een gymzaal op het sportterrein). Op basis van het voorgaande bestemmingsplan was dit al mogelijk.
ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
37
5.3
Verkeer
Figuur 5.1: De huidige ontsluiting en voorzieningen in de wijk.
ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
38
Figuur 5.2: De huidige gebiedsontsluiting na transformatie van de Weg over Anna's Hoeve. Ontsluiting In Hilversum wordt gestreefd naar de inrichting van wegen volgens de principes van Duurzaam Veilig. Concreet betekent dit dat alle wegen in Hilversum zijn gecategoriseerd in gebiedsontsluitingswegen (50 km/u) en verblijfsgebieden (30 km/u). In het plangebied is dit de Minckelersstraat. Alle overige wegen zijn verblijfsgebieden. De Weg over Anna's Hoeve is/wordt getransformeerd in een onverhard schelpenpad voor langzaam verkeer. Daarnaast zal de Verlegde weg over Anna's Hoeve ontsluiting naar de A27 mogelijk maken. Parkeren In het plangebied is er sprake van schuinparkeren of haaksparkeren. Er zijn parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig, maar ook parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Bij elk toekomstig bouwplan wordt verplicht gesteld dat er voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn. Parkeren dient plaats te vinden op de daartoe ingerichte parkeerplaatsen. Onderzoek en conclusie Voorliggend bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Wel wordt de komende periode nog nieuwbouw gerealiseerd waarvoor al omgevingsvergunningen zijn verleend of aangevraagd en wat reeds passend is binnen het bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve van 2013. Voor de volledigheid is er een nader verkeersonderzoek uitgevoerd naar deze nog te realiseren ontwikkelingen.
Het betreft hier de uitbreiding IKC Villa Vrolik en de realisering van een gymzaal. Het verkeersonderzoek ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
39
is opgenomen in bijlage 1 van deze toelichting. In dit onderzoek zijn de effecten van de genoemde uitbreiding van het IKC op de verkeersgeneratie en de (fiets)parkeerbehoefte onderzocht. Uit het onderzoek blijkt dat de uitbreiding van het IKC leidt tot circa 60 extra autoritten in zowel de ochtend- als avondspits en tot een extra fietsparkeervraag van circa 70 fietsparkeerplaatsen. Het tekort van 3 parkeerplaatsen als gevolg van de uitbreiding kan opgevangen worden in de directe omgeving, namelijk de openbare parkeerplaatsen bij de woningen. De parkeervraag van de school treedt namelijk overdag op werkdagen op, terwijl de hoogste parkeerdruk van woningen in de avonduren plaatsvindt. De extra verkeersgeneratie ten gevolge van de uitbreiding van het IKC leidt niet tot knelpunten. De capaciteit van de verschillende wegen wordt niet overschreden. Op basis van de geregistreerde ongevallendata komt de schoolomgeving niet als verkeersonveilige locatie naar voren. Ook het ongevallenrisico is beperkt. Geconcludeerd kan worden dat de uitbreiding van het IKC niet tot verkeerskundige bezwaren leidt.
5.4
Groen, blauw en natuur
5.4.1
Groen
In hoofdstuk 3.4.1 is de huidige groenstructuur beschreven. Dit bestemmingsplan brengt daar geen veranderingen in aan. 5.4.2
Blauw
In hoofdstuk 3.4.2 is aangegeven dat zich geen waterpartijen in het plangebied bevinden en dat hemelwater wordt opgevangen in wadi's aan het Robert Stratingpad en het Lex Karsemeijerpad. Dit bestemmingsplan brengt daar geen veranderingen in aan. 5.4.3
Natuur
De Wet natuurbescherming bevat alle regels voor de bescherming van zowel soorten als natuurgebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming is het noodzakelijk om inzicht te hebben in de mogelijke effecten van een project op de beschermde natuurwaarden. Soortenbescherming De bescherming van in het wild voorkomende planten- en diersoorten is vastgelegd in de Wet natuurbescherming. De Europese Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn zijn voor Nederland geïmplementeerd in deze wet. Op grond van de Wet natuurbescherming gelden diverse verbodsbepalingen, zoals het doden van specifiek aangewezen vogel- en vleermuissoorten. Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een netwerk van Europese natuurgebieden. Deze gebieden zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen. In Nederland zijn deze richtlijnen geïmplementeerd in de Wet natuurbescherming. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000-gebieden. Per gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen vastgelegd voor de soorten waarvoor het gebied een belangrijke functie heeft. Activiteiten in Natura 2000-gebieden zijn alleen toegestaan als significant negatieve effecten op de gestelde instandhoudingsdoelstellingen zijn uitgesloten, of als een afweging heeft plaatsgevonden over alternatieven, dwingende redenen van groot openbaar belang en de inzet van compenserende maatregelen.
In de passende beoordeling worden de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Daarbij dient ook een eventuele externe werking van een initiatief op nabijgelegen Natura 2000-gebieden te worden bepaald. De Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn bieden een juridisch kader dat verzekert dat menselijke activiteiten worden ondernomen op een wijze die de integriteit van Natura 2000-gebieden niet negatief beïnvloeden. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland. Wanneer (kleine) natuurgebieden en de daarin voorkomende soorten geïsoleerd komen te liggen, bijvoorbeeld door bebouwing en infrastructuur, bestaat het risico dat soorten niet kunnen overleven en het natuurgebied zijn waarde verliest. Door het aaneenschakelen van natuurgebieden wordt een bijdrage geleverd aan het voorkomen van deze achteruitgang van natuur en biodiversiteit (veelheid van soorten). Provincies wijzen de NNN-gebieden aan ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
40
en deze worden op hun beurt vastgelegd in ruimtelijke plannen van de gemeenten. Het NNN is planologisch beschermd met het 'nee, tenzij'-principe. Nieuwe ontwikkelingen zijn niet toegestaan als zij het gebied aantasten, tenzij er geen alternatieven zijn en de ontwikkeling van groot openbaar belang is. Schadelijke effecten op de natuur dienen te worden gecompenseerd. Onderzoek en conclusie Hoewel in het plangebied geen nieuwe planologische ontwikkelingen mogelijk zijn gemaakt, worden nog wel enkele bouwvelden ontwikkeld. Daarom is volledigheidshalve een Verkennend natuuronderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 2 van deze toelichting. Natura 2000-gebieden Het plangebied maakt geen onderdeel uit van Natura 2000-gebied. Vanwege de relatief grote afstand tot gebieden zijn directe en nagenoeg alle indirecte effecten uitgesloten. Alleen een mogelijke toename van stikstofdepositie dient bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen onderzocht te worden. Hoewel dit plan geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, is er volledigheidshalve wel een zogenaamde AERIUS-berekening gemaakt. Deze berekening geeft inzicht in de stikstofdepositie. In paragraaf 5.5.2.4 wordt nader op het aspect 'stikstof' ingegaan.
Soortenbescherming Hoewel voorliggende bestemmingsplan geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maakt en de (meeste) bouwvelden inmiddels vergund en gebouwd of in aanbouw zijn, kunnen werkzaamheden mogelijk nog wel effect hebben op vogels en zoogdieren. Vogels Uit het verkennend natuuronderzoek blijkt dat voor de meeste vogels geldt dat effecten van de werkzaamheden op die vogels met jaarrond beschermde nesten en/of leefgebieden kunnen worden uitgesloten. Alleen voor de huismus geldt een uitzondering. Het plangebied bevat geschikt leefgebied voor de huismus. De soort is in het zuidwestelijk deel van het plangebied aangetroffen tijdens het veldbezoek. Het (thans nog) bouwterrein in het zuidwesten van het plangebied is geschikt als leeftgebied voor de huismus (foerageren, nemen van een zandbad). Echter ligt direct nabij dit bouwterrein ligt het natuurgebied Anna's Hoeve waar ook zand en foerageergebied aanwezig is. Het noorden van het plangebied is ook geschikt als leefgebied voor de huismus. Aan de Anton Philipsweg zijn dichte bramenstruiken en klimop aanwezig. Deze zijn geschikt als schuilplaats. Indien de bramenstruiken in het noorden verwijderd worden, dient vooraf aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden om te onderzoeken of de huismus inderdaad essentieel leefgebied bezit binnen het plangebied. Er zijn geen plannen om de bramenstruiken en klimop te verwijderen.
De bescherming van vogels is niet in het geding met voorliggend bestemmingsplan. In het algemeen geldt wel de wettelijke zorgplicht. Vleermuizen Uit het verkennend natuuronderzoek blijkt dat er in het plangebied en de directe omgeving waarnemingen zijn gedaan van de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger. Vleermuizen zijn voor wat betreft hun keuze voor verblijfplaatsen globaal in te delen in twee typen: gebouwbewonende en boombewonende vleermuizen. Er is een aantal bomen binnen het plangebied aanwezig met gaten en afgebroken takken. Deze gaten kunnen mogelijk gebruikt worden als verblijfplaats voor vleermuizen. Met name de vier bomen aan de Minckelersstraat (tegenover nrs. 201-203-205) zijn hierbij geschikt. Daarnaast is het clubgebouw op het sportterrein mogelijk geschikt voor het verblijf van vleermuizen (bovenin het gebouw kan ruimte zijn tussen de daklijst). Omdat dit gebouw tijdens het veldbezoek niet van dichtbij te bekijken was kan dit niet met zekerheid vastgesteld worden. Ook het gebouw van de Gasunie in het zuidoostelijke puntje van het plangebied is mogelijk geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Er zijn open stootvoegen aanwezig aan de bovenkant van de muren. De bebouwing aan de Anton Philipsweg is al ouder, ook deze bebouwing bevat mogelijk geschikte verblijfplaatsen, bijvoorbeeld bij de daklijsten.
Daarnaast bevat het plangebied geschikt foerageergebied, met name bij braakliggende terreinen, de aangelegde groenstroken en bouwterreinen, maar de omliggende groengebieden Anna's Hoeve en Laarder Wasmeer zijn vanwege hun grootte, aanwezigheid van water en afwezigheid van licht hier geschikter voor. Het plangebied is daarmee geen essentieel foerageergebied. Er zijn geen plannen om bovengenoemde gebouwen en bomen te slopen/kappen. Mocht dat ooit wijzigen, dan dient voorafgaand aanvullend onderozek te worden uitgevoerd naar de aanwezigheid van ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
41
vleermuisverblijfplaatsen. Tot slot, er worden ook geen essentiële vliegroutes en foerageergebieden binnen het plangebied verstoord of vernietigd. Grondgebonden zoogdieren Uit het verkennend natuuronderzoek blijkt dat er in de directe omgeving waarnemingen zijn gedaan van de eekhoorn en de wezel. Tijdens het veldbezoek is er een nest waargenomen, die hoogstwaarschijnlijk door de eekhoorn wordt gebruikt. Het nest bevindt zich in een van de vier eerder genoemde bomen aan de Minckelersstraat. Het plangebied wordt daarmee hoogstwaarschijnlijk ook als leefgebied gebruikt. De tuinen in de omgeving kunnen gebruikt worden als foerageergebied nabij de nestplaats. De directe omgeving is niet erg geschikt voor eekhoorns. Er missen schuilmogelijkheden en ook is niet veel foerageergebied aanwezig. Er zijn geen plannen om de betreffende boom te kappen. Mocht daar in de toekomst toch ook sprake van zijn, dan is aanvullend onderzoek nodig waarin aangetoond moet worden hoe de soort gebruik maakt van het leefgebied. Er zijn geen geschikte holen waargenomen, waar de wezel gebruik van kan maken. Ook zijn er geen takkenrillen aanwezig in het gebied. Er is weinig geschikt leefgebied voor de wezel aanwezig in het plangebied, terwijl buiten het plangebied veel geschikte plekken aanwezig zijn.
Van een essentiële functie is door de afwezigheid van geschikte verblijfplaatsen binnen het plangebied geen sprake. Andere beschermde soorten worden niet verwacht in het plangebied, omdat hun biotoop ontbreekt of omdat het plangebied niet te bereiken is. Op basis van de afwezigheid van geschikte schuilplaatsen en geschikt leefgebied in het plangebied (uitgezonderd voor de eekhoorn), kan worden uitgesloten dat de geplande werkzaamheden in het plangebied effect hebben op overige soorten (met uitzondering van vrijgestelde soorten) vanuit deze soortgroep. Op basis van het aanwezige habitat kunnen de volgende vrijgestelde soorten binnen of in de omgeving van het plangebied worden verwacht: bosmuis, egel haas, huisspitmuis, konijn, ree, rosse woelmuis, veldmuis en vos. Deze soorten zijn vrijgesteld middels artikel 4.9 van de verordening van provincie Noord-Holland (Provincie Noord-Holland, 2020a), wat betekent dat voorafgaand en tijdens de werkzaamheden in redelijkheid alles wordt verricht of gelaten om te voorkomen dat individuen opzettelijk gedood, gevangen of verzameld worden en vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk beschadigd of vernield worden. Hiertoe moeten maatregelen genomen worden die beschadiging van individuen zoveel mogelijk voorkomen.
Hierbij kan gedacht worden aan het werken in één richting en het rustig opstarten van werkzaamheden, zodat mogelijk aanwezige individuen kunnen vluchten. Bij het aantreffen van dieren dienen deze de gelegenheid te krijgen om het plangebied te kunnen verlaten. Amfibieën Uit het verkennend natuuronderzoek blijkt dat er geen waarnemingen aanwezig zijn van beschermde amfibieën. Op basis van verspreidingsgegevens in Nederland en afwezigheid van biotoop kunnen alle beschermde amfibieënsoorten worden uitgesloten, met uitzondering van vrijgestelde soorten. Op basis van het aanwezige habitat worden de volgende vrijgestelde soorten in de omgeving van het plangebied verwacht: bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Deze soorten zijn vrijgesteld middels artikel 4.9 van de verordening van provincie Noord-Holland (Provincie Noord-Holland, 2020a), wat betekent dat voorafgaand en tijdens de werkzaamheden in redelijkheid alles moet worden verricht of gelaten om te voorkomen dat individuen opzettelijk gedood, gevangen of verzameld worden en vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk beschadigd of vernield worden. Hiertoe moeten maatregelen genomen worden die beschadiging van individuen zoveel mogelijk voorkomen.
Gedacht kan worden aan het rustig opstarten van werkzaamheden en het van een kant af dempen van de vijver, zodat mogelijke aanwezige individuen kunnen vluchten. Bij het aantreffen van dieren dienen deze de gelegenheid te krijgen om het plangebied te kunnen verlaten. Reptielen Uit het verkennend natuuronderzoek blijkt dat in het plangebied en de directe omgeving waarnemingen zijn gedaan van de ringslang. Tijdens het veldbezoek zijn geen broeihopen waargenomen, evenals andere geschikte plekken om te overwinteren als hopen afgestorven riet. Binnen het plangebied bevinden zich een aantal plekken die vrij nat zijn, die liggen echter in een drukke omgeving, met geen schuilmogelijkheden. Het plangebied is daarmee niet geschikt. De waarneming van de ringslang binnen het plangebied was van een dood individu, op het braakliggend terrein. De rest van de waarnemingen ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
42
liggen net buiten het plangebied in Anna's Hoeve, hier is wel geschikt habitat voor de soort aanwezig. Het is mogelijk dat de soort zich in het verleden af en toe in het plangebied begaf, nu is er echter geen sprake meer van geschikt leefgebied. De hazelworm komt op 800 meter afstand van het plangebied voor, de levendbarende hagedis op 200 meter afstand. Aangezien geschikt habitat voor de hazelworm ontbreekt, kunnen effecten van de werkzaamheden op deze soort worden uitgesloten. Binnen het plangebied bevinden zich een aantal plekken die vrij nat zijn, die liggen echter in een drukke omgeving, met geen schuilmogelijkheden voor de levendbarende hagedis. Het is mogelijk dat de soort zich in het verleden af en toe in het plangebied begaf, nu is er echter geen sprake meer van geschikt leefgebied. Vissen De aanwezigheid van beschermde vissen binnen het plangebied kan door afwezigheid van geschikt biotoop uitgesloten worden. Effecten van de werkzaamheden op beschermde vissoorten binnen het plangebied zijn daarom uitgesloten. Wel kunnen onbeschermde vissoorten aanwezig zijn in het water. Hiervoor geldt de zorgplicht. Ongewervelden Beschermde ongewervelden eisen zeer specifieke habitats die in het plangebied niet aanwezig zijn. Beschermde soorten ongewervelden zijn op basis hiervan en op basis van de afwezigheid in de verspreidingsdata uit te sluiten.
Het uitvoeren van aanvullend onderzoek noch het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming is noodzakelijk. Vaatplanten In verband met de afwezigheid van geschikt habitat voor de in de omgeving aanwezige soort en door het niet waarnemen van overige soorten tijdens het veldbezoek, kunnen effecten op beschermde vaatplantsoorten worden uitgesloten. Natuur Netwerk Nederland (NNN) Het plangebied ligt tegen, maar niet in een NNN-gebied gelegen en ook niet binnen een ecologische verbinding. Externe werking is niet van toepassing op NNN-gebieden en ecologische verbindingen in Noord-Holland. De provincie verwacht echter wel dat gemeenten zorgen voor een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt in dat zij voorkomen dat naast elkaar gelegen bestemmingen elkaar teveel hinderen. Het gaat hier om het samenvoegen van meerdere bestemmingsplannen, niet om een bestemmingsplanwijziging, waardoor er geen nee, tenzij toets hoeft te worden doorlopen. Gebieden buiten het NNN Het plangebied is tegen maar niet in het Bijzonder Provinciaal Landschap-gebied Het Gooi gelegen. Dit gebied heeft geen ecologisch aangewezen kernkwaliteiten. Het plan zal daarmee de kernkwaliteiten op gebied van natuur niet aantasten, waardoor geen vervolgstappen doorlopen hoeven te worden. Houtopstanden Houtopstanden buiten de bebouwde kom zijn beschermd binnen de Wet natuurbescherming.
Als een houtopstand zich binnen de bebouwde kom bevindt, is niet de Wet natuurbescherming, maar de gemeentelijke verordening (APV of Bomenverordening) van toepassing. Voor bomen binnen de bebouwde kom met een stamdoorsnede van meer dan 30 centimeter, gemeten op 1.30 meter hoogte vanaf maaiveld, of wanneer de boom is geplant op basis van een herplantverplichting, dient een kapvergunning te worden aangevraagd. Indien dergelijke bomen gekapt dienen te worden, dient vooraf een kapvergunning te worden aangevraagd. Conclusie Geconludeerd kan worden dat het aspect 'ecologie' geen belemmering vormt voor de thans geplande werkzaamheden in het plangebied. De zorgplicht dient wel te allen tijde in acht genomen te worden.
ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
43
5.5
Duurzaamheid en leefbaarheid
5.5.1
Duurzaamheid
Anna's Hoeve is de meest duurzame wijk van Hilversum. Duurzaamheid blijft ook voor toekomstige ontwikkelingen van belang. Hoewel het plan niet meer voorziet in grootschalige ontwikkelingen biedt het nog wel ruimte om aan- of bij te bouwen. Voor de realisatie van duurzame nieuwbouw kan de Leidraad Natuurinclusief bouwen gebruikt worden om de afweging te maken welke maatregelen het beste passen bij die kleinschalige bouwplannen. 5.5.2
Leefbaarheid
5.5.2.1 Geluid Geluidoverlast kan worden veroorzaakt door industrielawaai, railverkeerslawaai en wegverkeerslawaai. De Wet geluidhinder kent grenswaarden voor geluid. Bepaalde geluidgevoelige objecten mogen alleen worden toegelaten als zij geen ontoelaatbare geluidbelasting ondervinden. Langs alle wegen - met uitzondering van 30 km/uur-wegen en woonerven - bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege de weg getoetst moet worden. Ook bij industrieterreinen waarvoor op grond van de Wet geluidhinder een geluidszone is vastgelegd moet de eventuele geluidhinder op gevoelige functies worden getoetst. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen geldt voor de geluidbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. Als een bepaalde bestemming en/of een bepaalde geluidbron niet in de Wet geluidhinder is geregeld, moet in het kader van de goede ruimtelijke ordening toch een akoestische afweging gemaakt worden.
Onderzoek en conclusie Aangezien met voorliggend bestemmingsplan geen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen worden mogelijk gemaakt, heeft het aspect geluid geen gevolgen voor het bestemmingsplan. Om toch een helder beeld te krijgen van de bestaande en reeds planologisch toegestane akoestische situatie is wel akoestisch onderzoek uitgevoerd ten behoeve van voorliggend bestemmingsplan. Hierbij was het doel te beoordelen of er een (akoestisch) goed woon- en leefklimaat in de wijk is. Het akoestisch onderzoek is in bijlage 3 van deze toelichting opgenomen. Daarnaast is er akoestisch onderzoek uitgevoerd het geluid van het IKC en de sportvelden in Anna's Hoeve. Deze rapportage is opgenomen in bijlage 4. Wegverk eer De geluidbelasting vanwege de Minckelerstraat is ruim lager dan de destijds afgegeven hogere waarde. De geluidbelasting vanwege de Verlegde Weg over Anna's Hoeve is waarschijnlijk gelijk aan of lager dan de al afgegeven hogere waarde. Hierdoor kan worden geconcludeerd dat de berekende geluidbelastingen vanwege wegverkeer niet leiden tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat. Ook het geluid van de HOV-baan is beschouwd. Ook deze berekende waarde past binnen de al afgegeven hogere waarden die zijn vastgesteld. Railverkeer Het geluid van railverkeer is tevens beschouwd. Ook deze berekende waarde past binnen de al afgegeven hogere waarden die zijn vastgesteld.
Industrielawaai - RWZI Ook is het geluid van de RWZI Hilversum beschouwd. De RWZI is niet gelegen op een gezoneerd industrieterrein. De berekende waarde van de RWZI past binnen de al afgegeven hogere waarden die zijn vastgesteld. Industrielawaai - IKC en sportvelden Zowel het IKC als de sportvelden voldoen aan de normen voor het langtijd-gemiddelde (LAr;LT) uit het Activiteitenbesluit. Voor het IKC geldt dit tevens voor de situatie in zowel 2022 als 2040. De maximale geluidsbelasting (LAmax) door het IKC valt echter boven de normen van het Activiteitenbesluit. Dit komt ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
44
door het geluid, afkomstig van de schoolbel. De schoolbel is reeds vergund in de bestaande situatie, en deze zal niet wijzigen in de representatieve bedrijfssituatie van het IKC in 2040. Er is geen toename in maximale geluidsbelasting (LAmax). Hierom worden maatregelen niet noodzakelijk geacht voor de schoolbel. Uit de berekeningen blijkt dat de VNG-richtlijnen worden overschreden door het IKC in zowel 2022 als in 2040 mét het nieuwe aantal leerlingen. Het stemgeluid in de situatie 2040 heeft een toename van 2 dB(A) ten opzichte van de huidige situatie. In dit onderzoek is uitgegaan van een geringe worst-case scenario, tevens vindt de toename van het stemgeluid enkel plaats in de dagperiode. Hierom wordt geconcludeerd dat het IKC in 2040 niet leidt tot een onacceptabele wijziging van het woon- en leefklimaat. Het bevoegd gezag dient te oordelen of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het geluid, afkomstig van de sportvelden, is hoger dan de richtwaarde van 40 dB(A), namelijk 52 dB(A). Ook hier is gerekend met een geringe worst-case scenario, waarin sporters voortdurend stemgeluid produceren. Op basis van deze informatie is het aan het bevoegd gezag te oordelen of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Indien gewenst, kunnen maatregelen getroffen worden om het stemgeluid te minderen, echter is dit niet wettelijk verplicht.
5.5.2.2 Lucht Het bevoegd gezag dient in bepaalde gevallen bij het nemen van ruimtelijke en infrastructurele besluiten en bij het verlenen van vergunningen, de luchtkwaliteit mee te nemen in de besluitvorming. Hierbij dient te worden nagegaan wat de gevolgen van het besluit zijn voor de luchtkwaliteit. De regelgeving met betrekking tot de luchtkwaliteit van de buitenlucht is opgenomen in de Wet milieubeheer (Wm) en de bijbehorende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen. Dit wettelijk stelsel wordt ook wel de ‘Wet luchtkwaliteit’ genoemd. In deze wet zijn de EU-richtlijnen met betrekking tot de luchtkwaliteit geïmplementeerd. Als aan één of meer van onderstaande motiveringsgronden uit de Wet milieubeheer wordt voldaan, mag het bevoegd gezag positief besluiten: a. b. c. d.
het project leidt niet tot overschrijdingen van de grenswaarden; het project leidt niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt 'niet in betekenende mate' bij aan de luchtkwaliteit; het project is onderdeel van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit.
In de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 (Rbl 2007) zijn de regels voor het berekenen en meten van concentraties van luchtverontreinigende stoffen opgenomen. De regeling legt onder andere vast: de standaardrekenmethoden, de generieke invoergegevens, zeezoutcorrectie en plaats van toetsing. Onderzoek en conclusie Ondanks dat voorliggend plan geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk is, is voor de volledigheid wel een luchtkwaliteitsnotitie geschreven. Deze notitie is als bijlage 5 in deze toelichting opgenomen. Uit het luchtkwaliteitsonderzoek komt naar voren dat de grenswaarden voor de jaargemiddelde concentraties voor NO2, PM10 en PM2,5, de uurgemiddelde concentratie NO2 en de 24-uurgemiddelde concentratie PM10 niet worden overschreden in de woonwijk Anna's Hoeve. Hiermee wordt voldaan aan grondslag a van artikel 5.16 lid 1 uit de Wet milieubeheer en is een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd voor de wijk Anna's Hoeve en het omliggende gebied. 5.5.2.3 Externe veiligheid Het algemene rijksbeleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege: het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, water- en spoorwegen, buisleidingen); het gebruik van luchthavens.