Bijlage 2 (a) Toelichting van (ontwerp)bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023
Tekst van het document
Externe veiligheid heeft betrekking op de veiligheid van degenen die niet bij de risicovolle activiteit zelf zijn betrokken, maar als gevolg van die activiteit wel risico’s kunnen lopen, zoals omwonenden. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
45
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is het risico op een plaats (buiten de inrichting of langs een transportroute of een buisleiding), uitgedrukt in de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats (langs een inrichting, een transportroute of een buisleiding) zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval (binnen de inrichting of op de transportroute) waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is. (Bevi, artikel 1 [3]; Bevt, artikel 1 [1]; Bevb, artikel 1 [2].) Bij het beoordelen van gevaarlijke locaties gaat het Rijk uit van een basisnorm: het risico om te overlijden aan een ongeluk met een gevaarlijke stof mag voor omwonenden niet hoger zijn dan één op de miljoen per jaar. Dat betekent dat op een bepaalde plek een omwonende geen grotere kans op zo’n ongeluk mag hebben dan één op de miljoen per jaar. (Bevi, artikel 8 [3]; Bevt, artikel 4 [1]; Bevb, artikel 11 [2].) De omvang van het risico is een functie van de afstand waarbij meestal geldt: hoe groter de afstand, hoe kleiner het risico. De diverse niveaus van het plaatsgebonden risico worden geografisch weergegeven door zogenaamde iso-risicocontouren (lijnen) om een risicovol object of een transportas van gevaarlijke stoffen.
Daarbij verbindt elke lijn plaatsen in de omgeving van een risicovol object of een transportas met een even hoog plaatsgebonden risico. Voor kwetsbare objecten (zoals woningen) geldt een grenswaarde van PR 10-6/jaar. Voor beperkt kwetsbare objecten3 geldt een richtwaarde van PR 10-6/jaar. De grenswaarden moeten bij de uitoefening van een aangewezen wettelijke bevoegdheid in acht worden genomen, terwijl met richtwaarden zoveel mogelijk rekening moet worden gehouden. (Bevi, artikel 8 [3]; Bevt, artikel 4 [1]; Bevb, artikel 11 [2].) Afwijking van een richtwaarde is bij alle beperkt kwetsbare objecten mogelijk vanwege zwaarwegende belangen op het gebied van vervoer, ruimtelijke ordening en economie (verder te noemen: gewichtige redenen). Afwijking is, op grond van de Handleiding Besluit externe veiligheid inrichtingen bladzijde 99 [5], tevens toegestaan bij het opvullen van kleine open gaten in het bestaand stedelijk gebied of vervangende nieuwbouw in het kader van de herstructurering van stedelijk gebied. Afwijking is primair een verantwoordelijkheid van het ter zake van een besluit aangewezen bevoegde gezag. Daarbij dient voorafgaand overleg met alle betrokken bestuursorganen plaats te vinden. In de motivering bij het betrokken besluit moet het bevoegd gezag aangeven waarom wordt afgeweken van de norm.
Groepsrisico Het groepsrisico is de cumulatieve kans per jaar dat een groep van ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van aanwezigheid in het invloedsgebied (van een inrichting of van een transportroute) en een ongewoon voorval (binnen die inrichting of langs die transportroute) waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is. (Bevi, artikel 1 [3]; Bevt, artikel 1 [1]; Bevb, artikel 1 [2].) Het groepsrisico geeft de aandachtspunten op een transportroute (ook bij buisleidingen) aan waar zich mogelijk een ramp met veel slachtoffers kan voordoen en houdt daarmee rekening met de aard en dichtheid van de bebouwing in de nabijheid van de risicobron. Dit laatste geldt ook voor inrichtingen. Het groepsrisico wordt weergegeven in een grafiek waarin op de verticale as de cumulatieve kans op het aantal doden per jaar en op de horizontale as het aantal doden logaritmisch is weergegeven. De oriëntatiewaarde voor het groepsrisico bij het vervoer van gevaarlijke stoffen is per transportsegment (geldt ook voor buisleidingen) gemeten per kilometer en per jaar: 10-4 voor een ongeval met ten minste 10 dodelijke slachtoffers; 10-6 voor een ongeval met ten minste 100 dodelijke slachtoffers; 10-8 voor een ongeval met ten minste 1.000 dodelijke slachtoffers.
(Bevt, artikel 1 [1]; Bevb, artikel 12 [2].) ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
46
De oriëntatiewaarde voor het groepsrisico bij inrichtingen is per inrichting gemeten en per jaar: 10-5 voor een ongeval met ten minste 10 dodelijke slachtoffers; 10-7 voor een ongeval met ten minste 100 dodelijke slachtoffers; 10-9 voor een ongeval met ten minste 1.000 dodelijke slachtoffers. (Bevi, artikel 12 [3].) Bij de toetsing moet worden bezien of de kans per inrichting of per kilometer route of tracé op een bepaald aantal slachtoffers groter is dan bovengenoemde oriëntatiewaarden. Deze oriëntatiewaarden gelden in alle situaties. Verantwoording groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt een invulling gegeven in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag. Door de verantwoordingsplicht wordt het bevoegd gezag gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen. Ook bestaat er een plicht voor het bevoegd gezag om de veiligheidsregio (voorheen regionale brandweer) in de gelegenheid te stellen advies uit te brengen.
De verantwoordingsplicht behelst onder meer de volgende aspecten: de mogelijkheden van zelfredzaamheid; de mogelijkheden van de bestrijdbaarheid; aanwezigheidsdichtheid binnen het invloedsgebied; nut en noodzaak van de ontwikkeling; mogelijke maatregelen; restrisico. Voor inrichtingen geldt dat voor elke verandering van het groepsrisico een volledige verantwoording moet worden afgelegd. (Bevi, artikel 12 [3].) In sommige gevallen hoeven alleen punt 1 en 2 behandeld te worden. Dit noemen we de beperkte verantwoording van het groepsrisico. Hieronder wordt aangegeven in welke gevallen dat is. Voor vervoer van gevaarlijke stoffen over spoor, water en weg geldt: Volgens artikel 7 van het Bevt [1] moet bij elk plan binnen het invloedsgebied in elk geval een beperkte verantwoording worden uitgevoerd. Wanneer het plan binnen de 200 meter van de transportas ligt, moet een uitgebreide verantwoording worden uitgevoerd, tenzij: het groepsrisico lager is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde of wanneer het groepsrisico ligt tussen de 0,1 en 1 maal de oriëntatiewaarde en de toename van het groepsrisico minder is dan 10%. (Bevt, artikel 7 [1].) Voor buisleidingen geldt: Volgens artikel 12 van het Bevb [2] moet bij elk plan binnen het invloedsgebied in elk geval een beperkte verantwoording worden uitgevoerd.
Wanneer het plan binnen de 100% letaliteitsgrens ligt (voor brandbare stoffen) of binnen de PR 10-8/jaar-contour (voor toxische stoffen) ligt, moet een uitgebreide verantwoording worden uitgevoerd, tenzij: het groepsrisico lager is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde of wanneer het groepsrisico tussen de 0,1 en 1 maal de oriëntatiewaarde ligt en de toename van het groepsrisico minder dan 10% bedraagt. (Bevb, artikel 12 [2].) Onderzoek en conclusie Voor het plangebied is een risico-inventarisatie uitgevoerd en is een verantwoording van het groepsrisico opgesteld. Deze risico-inventarisatie is opgenomen in bijlage 6 van deze toelichting. Voor het plangebied zijn in het kader van externe veiligheid, de spoorlijn Bussum – Hilversum – Baarn, de Rijksweg A27 een aandachtspunt. Voor deze risicobronnen is een beperkte verantwoording van het ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
47
groepsrisico uitgevoerd. Deze verantwoording is in de genoemde bijlage opgenomen. Gezien de afstand tussen het plan(gebied) en de risicobronnen zijn er geen (aanvullende bouwkundige) maatregelen nodig die het groepsrisico verder beperken, anders dan de standaard-maatregelen in het Bouwbesluit. De gemeente Hilversum dient bij de voorbereiding van het plan het bestuur van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gooi en Vechtstreek in de gelegenheid te stellen advies uit te brengen over de verantwoording van het groepsrisico en de hulpverlening. Het college van burgemeester en wethouders dient over het restrisico een uitspraak te doen. 5.5.2.4 Stikstof Met de Wet natuurbescherming worden soorten en habitattypen van Natura 2000-gebieden beschermd waarvoor instandhoudingsdoelen zijn geformuleerd. Het uiteindelijke doel is het bereiken van een landelijke gunstige staat van instandhouding voor alle door de richtlijnen beschermde soorten en habitats. Hieruit volgt dat een project of plan niet mag leiden tot negatieve effecten op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen. In veel Natura 2000-gebieden is door een overbelasting van stikstof een probleem met de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen. Nieuwe ontwikkelingen die een toename van de stikstofdepositie tot gevolg hebben kunnen hierdoor significante negatieve effecten hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen.
Effecten van een plan of een project op de stikstofdepositie kunnen ontstaan tijdens de realisatiefase en/of de gebruiksfase. Met het rekenmodel AERIUS Calculator kan deze stikstofdepositie op de stikstofgevoelige habitattypen en stikstofgevoelige leefgebieden van soorten binnen Natura 2000-gebieden worden berekend. Een wijziging van een bestemmingsplan kan alleen worden vastgesteld als het plan geen significant effect heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende stikstofgevoelige natuurwaarden in Natura 2000-gebieden, ten opzichte van de huidige feitelijk gerealiseerde en planologisch legale situatie. Indien uit de berekeningen blijkt dat er geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie (kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol N/ha/jaar) of in een ecologische beoordeling (voortoets of passende beoordeling), ondanks een toename van de stikstofdepositie, significante effecten op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden van soorten volledig uitgesloten kan worden, is het plan uitvoerbaar en kan het bestemmingsplan of de wijziging van het bestemmingsplan worden vastgesteld. Onderzoek en conclusie Voor voorliggend plan is een stikstofonderzoek uitgevoerd. De notities is opgenomen in bijlage 7 van deze toelichting.
Uit het uitgevoerde stikstofonderzoek is gebleken dat de maximale toename van de depositie ten gevolge van het plan op stikstofgevoelige habitattypen/leefgebieden met een (naderende) overschrijding van de kritische depositiewaarde bedraagt 0,00 mol N/ha/jaar. Op basis van bovenstaande zijn negatieve effecten in stikstofgevoelige habitattypen en/of stikstofgevoelige leefgebieden uitgesloten en is een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk.
5.5.2.5 m.e.r. In voorliggend bestemmingsplan worden geen nieuwe (planologische) ontwikkelingen mogelijk gemaakt ten opzichte van het bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve van 2013 en de reeds vergunde situatie. Dit betekent dat er geen me.r.-beoordeling hoeft plaats te vinden. Er is namelijk geen verschil tussen de plansituatie en de referentiesituatie.
5.6
Cultuurhistorische waarden
5.6.1
Historisch-geografische waarden
In het plangebied komen geen historisch-geografische waarden voor, zoals bijvoorbeeld beschermd dorpsgezicht.
ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
48
5.6.2
(Steden)bouwkundige waarden
In het plangebied komen geen rijksmonumenten voor. Het wijkje in het meest noordelijk deel van het plangebied dat in de jaren vijftig als woonschool is gerealiseerd heeft sinds 2010 de status van beschermd gemeentelijk monument. 5.6.3
Archeologische waarden
Zoals reeds in paragraaf 3.6.3 aangegeven is het plangebied reeds onderzocht op archeologische waarden. Het plangebied heeft geen archeologische verwachtingswaarde en is vrijgegeven.
5.7
Bodem en watersysteem
5.7.1
Bodem
Het plan moet voorzien in het realiseren én behouden van een duurzame bodemkwaliteit. Bodem die schoon is, moet schoon blijven en er moet op een juiste manier worden omgegaan met de aanwezige verontreinigingen. In geval van gebieden met verontreiniging dient de chemische bodemkwaliteit en het gebruik op elkaar afgestemd te worden. De bodem hoeft daarvoor niet in alle gevallen te worden schoongemaakt, maar wordt dan alleen geschikt gemaakt voor de huidige of toekomstige functie. Wanneer er op een willekeurige locatie binnen het plangebied (her)ontwikkeling gaat plaatsvinden, dient er onderzoek gedaan te worden naar de kwaliteit van de bodem van de betreffende locatie. Hierbij dienen de op dat moment geldende landelijke normen te worden gehanteerd. Deze normen waarborgen onder andere dat bij (her)ontwikkeling op een locatie altijd de provincie en de gemeente worden geraadpleegd voor bodeminformatie. Omdat de gemeente heeft besloten geen nieuwe bodemkwaliteitskaart op te stellen zal de actuele bodemkwaliteit in de meeste gevallen bepaald moeten worden door het uitvoeren van een (verkennend) bodemonderzoek. Onderzoek en conclusie Omdat in het plangebied geen nieuwe planologische ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt is in het kader van deze procedure geen bodemonderzoek noodzakelijk. 5.7.2
Waterparagraaf
Het bestemmingsplan heeft een conserverend karakter. Het voorgaande bestemmingsplan had echter een globaal karakter. In voorliggend bestemmingsplan wordt de bestaande (gerealiseerde) situatie gedetailleerd vastgelegd. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt met dit bestemmingsplan. Wel wordt er de komende jaren nog gebouwd in het plangebied. Dit vindt echter plaats binnen de reeds bestaande bouwvlakken. Daarnaast kunnen er binnen het plangebied kleine ontwikkelingen/reconstructies plaatsvinden, zoals bijvoorbeeld de aanbouw van een erker of een bijgebouw. Het verhard oppervlak neemt dan ook niet structureel toe (ten opzichte van de bestaande planologische situatie) en ook het watersysteem wijzigt niet. In dit bestemmingsplan is in de regels wel een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten behoeve van de infiltratie van hemelwater. Bij nieuwbouw, renovatie en uitbreiding van verharding, waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is, dient binnen de betreffende (toekomstige) perceelgrenzen een hydrologisch neutrale situatie gerealiseerd te zijn, te weten het aanleggen van (infiltratie)voorzieningen om een bui T=100 (Watermanagementplan en diens toekomstige opvolgers)) te bergen en te infiltreren, alvorens de betreffende gronden in gebruik genomen mogen worden.
Het bevoegd gezag kan hier wel van afwijken voor zover op een andere wijze en naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende waterberging wordt voorzien.
ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
49
ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
50
Hoofdstuk 6 6.1
Implementatie
Planmethodiek
De regelgeving, zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening, biedt de gemeente de mogelijkheid tot het opstellen van bestemmingsplannen met een grote mate van flexibiliteit en globaliteit. Bij de opzet van dit bestemmingsplan is gekozen voor het gebruik van een eindbestemming. Op basis van de bepalingen van een eindbestemming kunnen direct omgevingsvergunningen voor het bouwen worden afgegeven, indien deze passen binnen de bestemmingsomschrijving en de bebouwingsregels. In deze gevallen is sprake van een ´directe bouwtitel´. In dit bestemmingsplan zijn de bestaande en te handhaven functies voorzien van een gedetailleerde eindbestemming.
6.2
Bestemmingsregeling
Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen: de toelichting, de regels en de verbeelding. De verbeelding en de daarin aangewezen bestemmingen en regels vormen tezamen het juridische plan. De toelichting heeft geen rechtskracht. In de toelichting worden de achtergronden en beweegredenen aangegeven die hebben geleid tot de bestemmingen. De regels omvatten de omschrijvingen van de in het plan vervatte bestemmingen, waarbij per bestemming het doel wordt aangegeven. In deze paragraaf wordt ingegaan op de juridische opbouw van het plan. Aan de orde komen onder meer de opbouw van de regels, de relatie tussen regels en kaarten en de beschrijving van de in de regels vastgelegde bestemmingen. 6.2.1
Toelichting op de verbeelding
Met behulp van kleuren, letteraanduidingen en/of arceringen zijn de verschillende gebieds- en functionele bestemmingen op de verbeelding weergegeven. De bestemmingsbegrenzingen volgen zoveel mogelijk geografische, topografische en/of kadastrale grenzen. Met behulp van kleuren, letteraanduidingen en/of arceringen zijn de verschillende gebieds- en functionele bestemmingen op de verbeelding weergegeven. Bij de opzet van de verbeelding is aangesloten bij de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP2012). 6.2.2
Toelichting op de regels
De regels bevatten de juridische regeling voor het gebruik van de gronden, bepalingen over de toegelaten bebouwing en een regeling over het gebruik van bebouwing. De regels, die zijn onderverdeeld in paragrafen, worden hierna (indien nodig) toegelicht. Bij de opzet van de regels is aangesloten bij de SVBP2012 en de bepalingen van het Besluit ruimtelijke ordening. De artikelen bevatten bepalingen over de specifieke bestemmingen in het plan. De opbouw van deze artikelen is steeds gelijk, conform de eisen van de SVBP2012. Voor een nadere uitleg wordt verwezen naar de SVBP2012. Hier kan men ook terecht voor een uitgebreidere uitleg over dubbelbestemmingen, voorlopige bestemmingen en aanduidingen. 6.2.2.1 Indeling hoofdstukken Voor de leesbaarheid en raadpleegbaarheid zijn de regels in hoofdstukken geplaatst. Daarbij is ook weer aangesloten bij de SVBP2012, te weten: Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Bestemmingen Dubbelbestemmingen
ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
51
Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregels 6.2.2.2 Indeling bestemmingsregels Ter bevordering van de leesbaarheid en de raadpleegbaarheid is een vaste volgorde aangehouden, te weten: Bestemmingsomschrijving Met een bestemming wordt tot uitdrukking gebracht welke gebruiksdoelen of functies, met het oog op een goede ruimtelijke ordening, zijn toegekend aan de in het plan begrepen gronden. Niet iedere functie leent zich voor een eigen bestemming. Dit hangt af van de ruimtelijke relevantie ofwel van de mate waarin de bewuste functie invloed heeft op zijn omgeving of daaraan eisen stelt. Behalve om functies, gaat het bij bestemmingen altijd om concreet ruimtegebruik of om fysiek aanwezige ruimtelijke objecten. De bestemmingsomschrijving vormt het eerste toetsingskader voor (bouw)initiatieven. Als een initiatief niet past in die omschrijving, moet deze worden beschouwd als zijnde strijdig met het bestemmingsplan. De bestemmingsomschrijving begint met de algemene bestemming. Daarna volgen eventuele specificaties in de vorm van aanduidingen. Voorbeeld: De voor '....' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. .. b. .. en tevens voor: c. een ...., ter plaatse van de aanduiding '....', met de daarbij behorende voorzieningen.
.... (die dus voor zowel de algemene bestemming als de specifieke aanduiding gelden). De daarbij behorende voorzieningen zijn bewust niet in de bestemmingsomschrijving genoemd. Het gaat hier om voorzieningen die voor het verwezenlijken van de bestemming nodig en wenselijk zijn. Behalve bestemmingen en dubbelbestemmingen, kent het bestemmingsplan aanduidingen. Deze aanduidingen bevatten specificaties van (dubbel)bestemmingen met betrekking tot het gebruik of het bouwen. Een aanduiding, die juridische betekenis heeft, wordt niet alleen aangegeven op de analoge en digitale verbeelding van een bestemmingsplan, maar ook in de regels.
Er zijn in het algemeen zes soorten aanduidingen te onderscheiden: 1. gebiedsaanduidingen; ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
52
2. 3. 4. 5. 6.
functieaanduidingen; bouwvlakken; bouwaanduidingen; maatvoeringsaanduidingen; figuren.
In voorliggend plan komen alleen functieaanduidingen, bouwvlakken, bouwaanduidingen en maatvoeringsaanduidingen voor. Bouwregels Samen met de op de verbeelding aangegeven bestemmingen/aanduidingen, bevatten de regels bepalingen over de situering en de maximale afmetingen van gebouwen en andere bouwwerken binnen de bewuste bestemming. Soms is op de verbeelding door middel van een bouwvlak aangegeven waar het (hoofd)gebouw mag worden gebouwd. Buiten het bouwvlak mag weliswaar vaak ook worden gebouwd, maar dan gaat het om bijvoorbeeld bijbehorende bouwwerken of terreinafscheidingen. De bouwregels gaan over bouwwerken en zijn onderverdeeld in bepalingen over: a. (hoofd)gebouwen; b. bijbehorende bouwwerken (indien daarvan sprake is); c. bouwwerken die geen gebouw zijn. De toetsing hieraan vindt in principe pas plaats indien duidelijk is dat het voorgenomen gebruik van het bouwwerk in overeenstemming is met de bestemmingsomschrijving bij de bestemming. Afwijking van de bouwregels Om het bestemmingsplan flexibel te maken zijn mogelijkheden opgenomen om af te wijken van een bouwregel. Het kunnen afwijken van de bouwregels is beslist geen automatisme. Telkens als verzocht wordt om te mogen afwijken van een bouwregel moet worden gemotiveerd waarom van de standaard wordt afgeweken. De aanvrager moet aangeven waarom hij niet uit de voeten kan met de standaardregel.
Specifieke gebruiksregels Indien ten aanzien van een bepaald gebruik speciale regels moeten worden gegeven dan worden deze specifiek aangegeven. Een voorbeeld van een dergelijke specifieke regeling is het gebruik van een gedeelte van de woning en/of bijbehorend bouwwerk als werkruimte voor een aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit. Afwijking van de gebruiksregels Om het bestemmingsplan flexibel te maken zijn mogelijkheden opgenomen om af te wijken van een gebruiksregel. Het kunnen afwijken van de gebruiksregels is ook hier beslist geen automatisme. Telkens als verzocht wordt om te mogen afwijken van een gebruiksregel moet worden gemotiveerd waarom van de standaard wordt afgeweken. De aanvrager moet aangeven waarom hij of zij niet uit de voeten kan met de standaardregel. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden In deze regel staan specifiek voor de bestemming geldende bepalingen over omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (aanlegvergunningen). Zo kan bijvoorbeeld via een omgevingsvergunning een bepaalde natuurwaarde worden beschermd. Aanleggen is dan niet mogelijk zonder een omgevingsvergunning van het college van burgemeester en wethouders. In sommige gevallen is advies nodig van de beheerder van het betreffende stuk grond.
ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
53
6.2.2.3 De regels In deze paragraaf wordt artikelsgewijs een toelichting gegeven op de regels en de voorkomende bestemmingen. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn. Enkele begrippen zijn overgenomen uit de Woningwet/Bouwverordening en SVBP2012. Artikel 2 Wijze van meten Hierin wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken/percelen gemeten moeten worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Bedrijf Het verkooppunt voor motorbrandstoffen zonder LPG heeft in voorliggend bestemmingsplan de bestemming "Bedrijf" gekregen. Binnen deze bestemming is het uitsluitend toegestaan om een verkooppunt voor motorbrandstoffen zonder lpg te vestigen met de daarbij behorende voorzieningen. Voor de bouwwerken op het perceel ten behoeve van het benzinestation zijn maximale hoogten opgenomen in de regels. Voor de locatie van het geluidscherm is een aanduiding (gs) opgenomen. Deze ligt binnen de bouwaanduiding (sba-01) van de luifel om het mogelijk te maken deze op elkaar aan te sluiten. Dit is noodzakelijk in verband met de uitvoerbaarheid van het plan.
Ter plaatse van de aanduiding (op) is het toegestaan om ondergronds opslagtanken aan te leggen. De prijzenzuil is vastgelegd door middel van de functie aanduiding (sb-01). Binnen deze aanduiding is de zuil tot een maximale hoogte toegestaan. Tevens is binnen de bestemming geregeld dat vlaggenmasten geplaatst mogen worden tot een maximale hoogte. Onder bijbehorende voorzieningen kan men de volgende voorzieningen verstaan (niet limitatief): wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, erven en terreinen.
Artikel 4 Bedrijf - Nutsvoorziening Voor nutsvoorzieningen groter dan 15 m2 is deze bestemming opgenomen. Nutsvoorzieningen kleiner dan 15 m2 zijn vergunningsvrij toegestaan, waardoor hiervoor geen specifieke bestemming noodzakelijk is. Onder bijbehorende voorziengen bij deze bestemming kan men het volgende verstaan (niet limitatief): groen- en watervoorzieningen, verhardingen en parkeervoorzieningen.
Artikel 5 Groen Deze bestemming regelt het (openbaar) groen met de daarbij behorende voorzieningen, zoals deze vaak voorkomen in bijvoorbeeld een plantsoen. Als bij de bestemming behorende voorzieningen moet in ieder geval gedacht worden aan: verkeersontsluitingen, waterberging, nutsvoorzieningen, afvalinzamelingsystemen, duikers, bruggen en passages. In het plan is ook een deel van de bestaande grondberg opgenomen. Deze is specifiek aangeduid. Artikel 6 Maatschappelijk ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
54
Het Integraal Kind Centrum (IKC) valt binnen deze bestemming. De bestemming is redelijk ruim van opzet. In de opgenomen begrippen is aangegeven welke (andere) maatschappelijke functies hier mogelijk zijn. Als bij de bestemming behorende voorzieningen kan in ieder geval gedacht worden aan speelvoorzieningen, (fiets)parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, erven en terreinen. Artikel 7 Natuur Ten zuiden van het plangebied komt een strook recent gerealiseerde natuur voor. Door het recent verwijderen van de Weg over Anna's Hoeve loopt de Mincklersstraat nu dood op het parkeerterrein bij de sportvelden. Deze bestemming sluit aan bij de aangrenzende natuurbestemming in het bestemmingsplan Hilversum Buitengebied (2014). Bijbehorende voorzieningen binnen deze bestemmingen zijn bijvoorbeeld paden, perceelontsluitingen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en nutsvoorzieningen. Artikel 8 Sport Het in het plangebied aanwezige sportvelden, inclusief clubhuis, zijn opgenomen in deze bestemming. De Hilversumse Sportvereniging Wasmeer is hier gehuisvest. Naast sportactiviteiten zijn ook maatschappelijke activiteiten toegestaan binnen deze bestemming. Binnen deze bestemming is geen bouwvlak opgenomen waarbinnen gebouwd dient te worden. Wel is in de regels bepaald hoeveel er gebouwd mag worden. Het plan biedt flexibiliteit in de locatiekeuze van gebouwen.
Onder bijbehorende voorzieningen kan men de volgende voorzieningen verstaan (niet limitatief): groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, verhardingen, parkeervoorzieningen, lichtmasten en hekwerken. Artikel 9 Tuin Binnen deze bestemming zijn tuinen toegestaan en erkers en balkons ten behoeve van het wonen. Deze bestemming komt hoofdzakelijk voor aan de voorgevel en de gevel waar de voordeur zit van een woning. Binnen deze bestemming mag weinig worden gebouwd. Als bij de bestemming behorende voorzieningen kan in ieder geval gedacht worden aan luifels ter plaatse van de entree van hoofdgebouwen, perceelontsluitingen, nutsvoorzieningen (waaronder ondergrondse containers grenzend aan de bestemming Wonen - 2). Parkeervoorzieningen vallen in deze bestemming niet onder bijbehorende voorzieningen, uitgezonderd de plaatsen waar een specifieke aanduiding 'parkeerterrein' is opgenomen. Daarnaast is aansluitend aan de bestemmingen Wonen - 3 en Wonen - 4 het opstellen van auto's op de gronden toegestaan, indien deze gronden niet grenzen aan de bestemming Groen én niet zijn gelegen tussen de openbare weg en de voorgevel van het hoofdgebouw.
Daarmee wordt bedoeld dat de parkeerplaatsen dus wel aan de openbare weg mogen liggen, maar als er op het kavel geparkeerd wordt dan wel op de plek die (meestal) naast de woning (en voor de garage of berging) is gelegen en niet in de (vaak kleine) voortuin tussen de straat en recht voor de woning. Er mag dus wel geparkeerd worden voor het denkbeeldige verlengde van de voorgevel, ofwel voor de voorgevelrooilijn niet zijnde voor de voorgevel zelf en voor zover niet grenzend aan Groen, maar wel grenzend aan Wonen - 3 of Wonen - 4. Artikel 10 Verkeer Alle wegen, straten en stoepen hebben deze bestemming gekregen. Onder bijbehorende voorzieningen binnen deze bestemming kan men het volgende verstaan (niet limitatief): fiets- en voetpaden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, afvalinzamelingsystemen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, abri's, straatmeubilair en kunstobjecten, maar ook bijvoorbeeld een faunapassage. Onder de Minckelersstraat bevindt zich een dergelijke faunapassage. Artikel 11 Wonen - 1 Deze bestemming maakt het wonen in aaneengebouwde woningen mogelijk. Aaneengebouwde woningen zijn grondgebonden woningen bestaande uit drie of meer hoofdgebouwen. Dit zijn veelal ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
55
rijenwoningen. Op de verbeelding is het bouwvlak aangegeven waarbinnen het hoofdgebouw kan worden opgericht. Het bouwvlak mag voor 100 % worden bebouwd. Daarnaast mag de rest van het bestemmingsvlak gebruikt worden voor de bouw van bijbehorende bouwwerken. Voor de bijbehorende bouwwerken wordt een onderscheidt gemaakt tussen aangebouwde bijbehorende bouwwerken tot 4 meter van de achtergevellijn (met een maximale bouwhoogte van 4 meter). Aangebouwde bijbehorende bouwwerken vanaf 4 meter vande achtergevellijn (met een maximale bouwhoogte van 3 meter) en vrijstaande bijbehorende bouwwerken (met een maximale bouwhoogte van 4,5 meter). Binnen deze bestemming zijn aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten toegestaan. Hier is een specifieke regeling voor opgenomen. Bijbehorende voorzieningen binnen deze bestemming zijn bijvoorbeeld tuinen en erven. Artikel 12 Wonen - 2 Binnen deze bestemming zijn gestapelde woningen mogelijk. Dit zijn veelal appartementengebouwen die uit drie of meer bouwlagen bestaan. Binnen het bouwvlak zijn gebouwen (hoofdgebouwen en bijgebouwen) mogelijk. Bijbehorende voorzieningen zijn bijvoorbeeld tuinen, erven en parkeervoorzieningen. Binnen deze bestemming zijn aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten toegestaan. Hier is een specifieke regeling voor opgenomen.
Artikel 13 Wonen - 3 Binnen deze bestemming zijn de twee-aaneengebouwde woningen opgenomen. Ook wel 2-onder-1-kappers. Binnen het bouwvlak dient het hoofdgebouw te worden opgericht. Bijbehorende bouwwerken mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden opgericht. Binnen deze bestemming zijn aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten toegestaan. Hier is een specifieke regeling voor opgenomen. Bijbehorende voorzieningen binnen deze bestemming zijn bijvoorbeeld tuinen en erven. Artikel 14 Wonen - 4 De vrijstaande woningen zijn in deze bestemming opgneomen. Ook hier is een bouwvlak opgenomen waarbinnen het hoofdgebouw gebouwd dient te worden. Bijbehorende bouwwerken mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak opgericht worden. Voor wat betreft de goot- en bouwhoogtes geldt hier de bestaande goot- en bouwhoogtes. Het begrip 'bestaand' is in de begripsbepalingen nader gedefinieerd. Binnen deze bestemming zijn aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten toegestaan. Hier is een specifieke regeling voor opgenomen. Onder bijbehorende voorzieningen kan met tuinen, erven en terreinen verstaan. Artikel 15 Leiding - Gas De aanwezige (planologisch relevante) gasleidingen zijn vervat in deze bestemming. De gronden zijn primair bestemd voor de aanleg, instandhouding en bescherming van deze gasleiding(en).
Artikel 16 Leiding - Riool De gronden ter plaatse van deze bestemming zijn mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en bescherming van (hoofd)transportleidingen. Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 17 Anti-dubbeltelregel ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
56
Deze regel strekt ertoe te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie mogelijk is gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw een tweede keer zou kunnen worden gebruik gemaakt. Een bekend voorbeeld van een dergelijke regeling is de zogenaamde rustende boer regeling. Er is aangesloten bij de standaard antidubbeltelregel die in het Besluit ruimtelijke ordening is opgenomen. Artikel 18 Algemene bouwregels In dit artikel zijn algemeen geldende bouwregels opgenomen. Het gaat daarbij om ondergeschikte bouwdelen, dakopbouwen, maatvoering (vervangende maat). Ook is hier een regeling opgenomen met betrekking tot woningsplitsing, verkamering en samenvoegen van woningen. Artikel 19 Algemene gebruiksregels In dit artikel is opgenomen welk gebruik als strijdig en niet-strijdig gebruik wordt verstaan. Daarnaast is er een regeling opgenomen ten aanzien van het (verplicht) realiseren van parkeerplaatsen indien daar een behoefte aan is. Daarnaast is een aantal verboden gebruiken opgenomen. Ook is hier een regeling opgenomen met betrekking tot woningsplitsing, verkamering en samenvoegen van woningen. Artikel 20 Algemene aanduidingsregels Binnen deze bestemming komen de algemene aanduidingsregels voor.
Dat zijn veelal zones waarvoor specifieke regels gelden en die over meerdere bestemmingen kunnen liggen. In dit bestemmingsplan is een algemene aanduidingsregels 'veiligheidszone - bedrijven' opgenomen. Het betreft hier een zone van 15 meter rondom het bouwvlak van het gasstation van de Gasunie ten zuiden van de sportvelden. Binnen deze zone zijn geen kwetsbare objecten, zoals woningen, scholen, ziekenhuizen en dagopvang van minderjarigen, toegestaan. Beperkt kwetsbare objecten zijn uitsluitend toegestaan vanaf 4 meter vanaf het bouwvlak. Artikel 21 Algemene afwijkingsregels Het betreft hier regel om relatief kleine afwijkingen toe te staan, zoals de bouw van gebouwtjes ten behoeve van het openbaar nut. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 22 Overgangsrecht Het overgangsrecht ten aanzien van bouwen is neergelegd in dit artikel. Enige bouwmogelijkheden in afwijking van de regels blijven bestaan voor die gebouwen die afwijken van het plan en die zijn of worden gebouwd bij of krachtens de Woningwet. Bestaande afwijkingen mogen niet worden vergroot. Uitbreiding van de bebouwing is slechts mogelijk met een vrijstelling van burgemeester en wethouders. Indien de in het plan opgenomen regels, voor wat betreft gebruik of bebouwing, afwijken van een bestaande, legale situatie, dan zijn daarop de overgangsbepalingen van toepassing.
De overgangsbepaling heeft tot doel bestaande belangen te respecteren totdat realisering van de nieuwe bestemmingsbepalingen dan wel bebouwingsbepalingen plaatsvindt. Voor bouwwerken die onder het overgangsrecht vallen, is bepaald dat deze gedeeltelijk mogen worden vernieuwd of veranderd, mits de bestaande afwijking niet wordt vergroot. Gehele vernieuwing is in principe uitgesloten, waaronder ook gefaseerde vernieuwing van een bouwwerk wordt verstaan. Het doel van het overgangsrecht is dat het bestaande bouwwerk in de bestaande staat in stand mag worden gehouden. Uitsluitend na het tenietgaan van het bouwwerk door een calamiteit, waarmee onder andere brand of extreme weersomstandigheden wordt bedoeld, is onder voorwaarden gehele vernieuwing toegestaan. Vergunningplichtige bouwwerken, die zonder vergunning zijn opgericht, kunnen door overgangsrecht niet gelegaliseerd worden. Bouwen zonder vergunning is immers een overtreding van de Woningwet die niet ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
57
door een regeling in een bestemmingsplan ongedaan kan worden gemaakt. Voor het gebruik dat onder het overgangsrecht valt, is bepaald dat dat gebruik mag worden voortgezet. Het gebruik mag eveneens worden gewijzigd voor zover de afwijking ten opzichte van het toegestane gebruik niet vergroot wordt. Hiervoor is reeds aangegeven dat illegale bouwwerken niet gelegaliseerd kunnen worden door overgangsrecht. Voor gebruik is dat in principe wel mogelijk maar vanuit het oogpunt van handhaving ongewenst. Gezien het voorgaande is in de overgangsbepaling opgenomen dat het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan van het overgangsrecht, is uitgesloten. Ook na het van kracht worden van dit plan kan dus nog met succes handhavend worden opgetreden tegen gebruik dat reeds in strijd was met het voorgaande bestemmingsplan. Artikel 23 Slotregel In de regels van het bestemmingsplan wordt in de Slotregel aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
6.3
Handhaving
Het bestemmingsplan is bindend voor burgers, bedrijven, maatschappelijke instellingen en voor de overheid zelf. Het afdwingen van het naleven van het bestemmingsplan is, met behoud van ieders verantwoordelijkheid, in eerste instantie een taak van de gemeentelijke overheid. Voor de controle en handhaving van het bestemmingsplan is samenwerking in brede zin een noodzaak. In het plangebied is een scala aan regelgeving van toepassing, zoals de Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet milieubeheer, de Monumentenwet, de Provinciale Milieuverordening, de Algemene Plaatselijke Verordening, die samenwerking binnen de overheid noodzakelijk maakt. Op die manier kan het hoge ambitieniveau gestalte krijgen. Het zich niet houden aan de regels doet afbreuk aan de kwaliteit van het plangebied; daadwerkelijke handhaving heeft voor de samenleving een belangrijke waarde. Tegen illegale situaties zal worden opgetreden. 6.3.1
Preventief en repressief toezicht
Handhaving van het bestemmingsplan gebeurt bij de beoordelingen van aanvragen om een omgevingsvergunning (preventieve handhaving) en vervolgens bij controle van de verleende omgevingsvergunning, maar ook aan de hand van geconstateerde illegale situaties, klachten e.d. (repressieve handhaving). 6.3.2
De instrumenten
Een overtreder riskeert: a. dat publiekrechtelijke sancties plaatsvinden (dwangsom of bestuursdwang). Een last onder dwangsom is een veel toegepast middel om te zorgen, dat de overtreder door middel van het verbeuren van een bepaald bedrag ertoe moet weerhouden de overtreding voort te zetten. Mocht een dwangsom niet het gewenste effect hebben dan kan de gemeente bestuursdwang toepassen hetgeen erop neer komt dat de gemeente datgene doet wat de overtreder behoort te doen of verhindert dat hij/zij doet wat niet mag. Een en ander op kosten van de overtreder; b. dat strafrechtelijke vervolging plaatsvindt. Overtreding van bepaalde bestemmingsplanregels zijn strafbare feiten. De bevoegdheid tot het instellen van vervolging op grond van het strafrecht berust bij het Openbaar Ministerie. Daartoe wordt een proces-verbaal tegen de overtreder opgemaakt en vindt vervolgens strafrechtelijke vervolging plaats. Strafrechtelijke vervolging kan plaatshebben in combinatie met de onder 1 genoemde bestuursrechtelijke dwangmiddelen. Bijzonderheid hierbij is dat de Wet Economische Delicten op overtredingen van het bestemmingsplan van toepassing is, wat inhoudt dat de strafmaat aanzienlijk is; c. de bestuurlijke boete. Door de uitbreiding van de bestuurlijke handhaving met de bestuurlijke boete kan de handhaving verder worden geïntensiveerd.
De gemeente krijgt daardoor extra mogelijkheden ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
58
om daadkrachtig en snel op te treden tegen overtredingen. Aan de hand van recente luchtfoto's kan achterhaald worden wat er aan bebouwing aanwezig is op alle percelen in het plangebied. Eventuele bebouwing die illegaal (zonder omgevingsvergunning) gebouwd is, en waartegen wordt, of alsnog kan worden opgetreden, wordt niet automatisch gelegaliseerd met het nieuwe bestemmingsplan. Dit geldt ook voor een eventueel gewijzigd gebruik van opstallen waarvoor geen toestemming is gevraagd c.q. verleend. Van geval tot geval zal bezien moeten worden of sprake is van een situatie die alsnog voor legalisatie in aanmerking komt of niet. 6.3.3
Prioriteiten in de handhaving
Voor de handhaving van illegale situaties op het gebied van ruimtelijke ordening, Woningwet, Bouwbesluit, Bouwverordening en Monumentenwet zijn beleidsregels vastgesteld. Het college moet jaarlijks haar beleidsvoornemens in het kader van handhaving van de bouwregelgeving bekend maken. Ook moet jaarlijks verslag worden gedaan over de uitvoering van het handhavingsbeleid. Het handhavingsbeleid vormt het kader voor een jaarlijks vast te stellen handhavingsprogramma. In de beleidsregels zijn prioriteiten gesteld (hoog, middelhoog en laag). De hoogste prioriteit richt zich tot onveilige situaties in zijn algemeenheid en tot veranderingen van percelen en gebouwen zichtbaar vanuit de openbare ruimte. Tegen overtredingen met een hoge prioriteit zal onmiddellijk handhavend worden opgetreden. Overtredingen uit de categorie met een middelhoge prioriteit, zoals erfafscheidingen, bijgebouwen en uitbreidingen aan de achterzijde zullen op de gebruikelijk wijze binnen de werkvoorraad worden afgehandeld. Bovenstaande wil niet zeggen dat tegen geconstateerde illegale situaties met een lage prioriteit bijvoorbeeld aan de achterzijde niet zal worden opgetreden. Te denken valt om jaarlijks thematisch overtredingen met een lage prioriteit in het handhavingsprogramma op te nemen. 6.3.4
Planinformatie
Het bestemmingsplan komt niet zomaar tot stand, maar is met publiciteit omgeven. Het bestemmingsplan is altijd in te zien. Daarnaast zijn er ook folders over de bouwregelgeving verkrijgbaar. De gemeentelijke organisatie is er bovendien op ingesteld nadere uitleg te geven. Velen maken daarvan gebruik. Niemand hoeft dus het risico te lopen om als gevolg van een gebrek aan kennis verkeerde beslissingen te nemen.
6.4
Economische uitvoerbaarheid
Op grond van de Wet ruimtelijke ordening beschikt de gemeente over mogelijkheden voor kostenverhaal op particuliere ontwikkelaars in een plangebied. Zijn de kosten van de ontwikkeling niet op een andere manier verzekerd (bijvoorbeeld door het sluiten van overeenkomsten met grondeigenaren over de kosten van de ontwikkeling) dan kan de gemeente een exploitatieplan vaststellen, waarin die kosten worden benoemd. Het exploitatieplan loopt dan mee met de procedure van het bestemmingsplan. Daarmee wordt een exploitatieplan mede een toetsingsgrond bij omgevingsvergunningen. De gemeenteraad kan evenwel bij vaststelling van het bestemmingsplan besluiten om géén exploitatieplan vast te stellen. Dat kan de raad alleen doen, indien de kosten dus op een andere wijze zijn verzekerd en er verder geen extra eisen aan locaties hoeven te worden gesteld. Ten aanzien van dit bestemmingsplan Met voorliggend bestemmingsplan worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt waarvoor het kostenverhaal inzichtelijk dient te worden gemaakt.
ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
59
6.5
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De gemeente Hilversum streeft naar draagvlak bij belanghebbenden en maatschappelijke organisaties voor de uitvoering van dit bestemmingsplan. Daarom hecht de gemeente als bevoegd gezag veel belang aan de dialoog over dit bestemmingsplan. Deze paragraaf over de maatschappelijke uitvoerbaarheid gaat nader in op de afweging van belangen van derden bij het opstellen van het bestemmingsplan en de onderliggende documenten, de maatschappelijke dialoog, de resultaten van de inspraak op grond van de gemeentelijke inspraakverordening en het vooroverleg op grond van artikel 3.1.1 Bro. Omdat voorliggend bestemmingsplan geen nieuwe planologische ontwikkelingen mogelijk maakt is ervoor gekozen om voorafgaand aan de formele zienswijzenprocedure geen inspraak te organiseren. 6.5.1
Overleg
In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) hebben de overlegpartners de mogelijkheid gekregen om te reageren op het (voor)ontwerpbestemmingsplan. De ontvangen vooroverlegreacties zijn hieronder samengevat en van een reactie voorzien. 1. Waternet / Waterschap Amstel, Gooi en Vecht De waterhuishoudkundige aspecten zijn goed gewaarborgd. Onder andere door de toegevoegde planregel 19.2, die betrekking heeft op waterneutraal bouwen. Dit is in groot belang voor het aanvullen van de grondwatervoorraad en het toekomstbestendig maken van het kwelsysteem van de Heuvelrug. Bij de toelichting van dit artikel wordt verwezen naar de Leidraad Rioleringen, terwijl de neerslaghoeveelheden in het Watermanagementplan op het STOWA-rapport 2019-19 zijn gebaseerd. Mogelijk is het duidelijker als ook in de toelichting wordt verwezen naar het Watermanagementplan (en haar toekomstige opvolgers). Reactie gemeente De gemeente Hilversum conformeert zich aan de opmerking van het Waternet over de verwijzing naar het Watermanagementplan in de toelichting. In paragraaf 5.7.2 is "Leidraad Rioleringen" vervangen door "Watermanagementplan en diens toekomstige opvolgers". 2. Gasunie Transport Services B.V. 1. In het plangebied liggen gastransportleidingen en een GGOS die in eigendom zijn van Gasunie Transport Services.
De Gasunie verzoekt om op de verbeelding rondom het station de aanduiding 'veiligheidszone - bedrijven' op te nemen. Op deze wijze wordt voorkomen dat binnen de uit het Activiteitenbesluit milieubeheer (artikel 3.12, 6e lid) voortvloeiende veiligheidsafstanden, kwetsbare objecten en/of beperkt kwetsbare objecten gerealiseerd kunnen worden. Voor dit station geldt namelijk een veiligheidsafstand van 15 meter voor kwetsbare objecten en 4 meter voor beperkt kwetsbare objecten. Het Activiteitenbesluit bepaalt dat de veiligheidsafstanden gemeten dienen te worden vanaf de opstelplaats. In dit geval is de opstelplaats het bouwvlak. 2. In artikel 4.2.2, aanhef onder 4.2.2 sub c van de planregels worden regels gesteld over de maximale hoogte van de erf- en terreinafscheiding. Wij verzoeken u in verband met de veiligheid voor het station de bouwhoogte voor erf- en terreinafscheidingen aan te passen naar 3,5 meter. Reactie gemeente 1. Aan deze reactie is tegemoet gekomen. Op de verbeelding is rondom het station de aanduiding 'veiligheidszone - bedrijven' opgenomen. In de regels is in artikel Artikel 20 Algemene aanduidingsregels, lid 20.1 veiligheidszone - bedrijven opgenomen dat binnen deze aanduiding geen kwetsbare objecten zijn toegestaan en dat beperkt kwetsbare objecten uitsluitend vanaf 4 meter gerek end vanaf het bouwvlak zijn toegestaan. 2. Aan deze reactie is tegemoet gekomen.
De bouwhoogte voor erf- en terreinafscheidingen is aangepast naar 3,5 meter. 3. Stichting Goois Natuurreservaat ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
60
1. Naar aanleiding van een recente wijziging in de bestaande situatie rondom het parkeerterrein van de sportvelden tegen het natuurgebied Anna's Hoeve aan wordt verzocht om de verbeelding aan te passen. Verzocht wordt om de huidige inrichting van parkeerterrein met toegangsweg te bestemmen als 'Verkeer', de strook ten zuiden van het parkeerterrein te bestemmen als 'Natuur' net als de strook ten oosten van het gasverdeelstation (want dat is als bos ingericht). 2. Daarnaast wordt verzocht om de plancontour iets aan te passen, zodat alle recente aanpassingen bij het parkeerterrein en de overgang tussen de Minckelersstraat en de verwijderde Weg over Anna's Hoeve binnen het plangebied vallen. Door de begrenzing van dit bestemmingsplan te wijzigen en deze te laten aansluiten op de bestaande situatie wordt voorkomen dat er een stukje gewijzigde verkeersbestemming (wat natuur is geworden) buiten beeld blijft. Reactie gemeente 1. Aan deze reactie is tegemoet gekomen. De parkeerplaats inclusief de aansluiting op de Minckelersstraat heeft de bestemming 'Verkeer' gekregen. Het deel ten noorden van de parkeerplaats behoudt de bestemming 'Sport'. Ten zuiden van de parkeerplaats en ten oosten van het gasverdeelstation hebben de gronden de bestemming 'Natuur' gekregen. 2. Aan deze reactie is tegemoet gekomen.
De plancontour is aangepast en de bestemmingen zijn in overeenstemming gebracht met het gebruik. 4. Brandweer Gooi en Vecht 1. De beschrijving over de HOV-lijn en de Weg over Anna's Hoeve zijn gedateerd en gaan er vanuit dat deze aanpassingen nog moeten plaatsvinden terwijl deze al gerealiseerd zijn. 2. Destijds heeft Oranjewoud een onderzoek gedaan voor externe veiligheid. Bij het voorontwerpbestemmingsplan worden een aantal plannen samengevoegd waardoor het ook belangrijk is om naar de verantwoording van het groepsrisico te kijken. O.a. de sportvelden ontbreken nu in de verantwoording van het groepsrisico. Het is ook belangrijk om na te gaan of er eventuele risicobronnen uit de bestemmingsplannen die nu deel gaan uitmaken van dit voorontwerpbestemmingsplan allemaal zijn meegenomen. 3. Voor het onderdeel bestrijdbaarheid, van de verantwoording van het groepsrisco, heeft de brandweer tijdens eerdere procedures al een reactie gegeven. Aangezien dit een samenvoeging van een aantal plannen is, i.v.m. de beheersfase, op dit punt verder niets gewijzigd. Reactie gemeente 1. Aan deze reactie is tegemoet gekomen. De betreffende passages in de toelichting zijn aangepast. 2. In de rapportage 'Risico-inventarisatie externe veiligheid' zijn de sportvelden meegenomen in de verantwoording van het groepsrisico. Ook zijn alle risicobronnen binnen het bestemmingsplangebied meegenomen. 3.
Deze reactie is voor kennisgeving aangenomen. 6.5.2
Zienswijzen
In het kader van de zienswijzenprocedure wordt het ontwerpbestemmingsplan voor een periode van zes weken ter inzage gelegd op het gemeentehuis en raadpleegbaar via www.ruimtelijkeplannen.nl. Deze terinzagelegging wordt van tevoren aangekondigd in de lokale krant en in het Gemeenteblad. Daarnaast wordt het voornemen elektronisch gepubliceerd door middel van plaatsing op de gemeentelijke website. Gedurende de periode van tervisielegging bestaat voor eenieder de mogelijkheid om zienswijzen omtrent het ontwerpbestemmingsplan naar voren te brengen. De ontvangen zienswijzen worden te zijner tijd samengevat en van een gemotiveerd antwoord voorzien in een Zienswijzennota, die in deze paragraaf toegelicht gaat worden.
ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
61