CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 : Zienswijzennota_Chw-bestemmingsplan 1221

GEMEENTERAAD 26 oktober 2022, gemeente HilversumBij agendapunt: Vaststelling Chw bestemmingsplan 1221 (1084642)50.736 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

omgevingskwaliteit" [Notitie stikstofdepositie Hilversum 1221]. En omdat dit plan niet voldoet aan het uitgangspunt is het om die reden niet uitvoerbaar. En omdat het niet uitvoerbaar is voldoet het niet aan de eisen aan een Chw-bestemmingsplan. Dat is B&W zonder twijfel bekend. Bovendien mag worden aangenomen dat B&W kennis heeft van hoe de Rijksoverheid in lijn met kennisinstituten en mondiale organisaties op het gebied van leefbaarheid en gezondheid adviseren en beleidsrichtlijnen formuleren [bijvoorbeeld de NOVI, het RIVM en de WHO]. De minister schrijft op 23 april 2020 aan de Tweede Kamer over Regie en keuzes in het nationaal omgevingsbeleid (NOVI): "Zoals in het ontwerp van de NOVI is verwoord, is de eerste stap bij het nadenken over nieuwe verstedelijkingslocaties altijd het maken van een beeld van de milieu- en leefomgevingskwaliteiten. De nu al bestaande knelpunten op het gebied van omgevingsveiligheid, luchtkwaliteit, geur en geluidsoverlast illustreren het belang hiervan.

(...) Na deze eerste stap komt als tweede stap de kwantitatieve en kwalitatieve vraag naar werken/vestigingsklimaat, wonen en voorzieningen in beeld." De gemeente Hilversum werkt ten onrechte met een afwijkende methodiek: zo werd gestart met het bepalen van een fors aantal te bouwen woningen en kantoren, terwijl een volledige MER-rapportage per ontwikkelscenario van bijvoorbeeld 750, 1150 of 1800 woningen ontbreekt. Dat klemt temeer daar B&W wel degelijk de nodige kennis bezit om wel zorgvuldig tewerk te gaan: • •

Kennis over wat de Hilversumse Commissie van Welstand en Monumenten opmerkt ten aanzien van het zogenaamde Beeldkwaliteitsplan plus; Kennis over de Tweede Kamer motie Schonis, over onderzoek hoe het WHO-rapport (met richtlijnen en advieswaarden voor omgevingsgeluid) zich verhoudt tot de huidige wet- en regelgeving. Reactie gemeente In het akoestisch onderzoek van 21 januari 2021 zijn geluidsberekeningen uitgevoerd voor de ontwikkellocaties binnen 1221. Deze ontwikkellocaties zijn opgenomen in het Beeldkwaliteitsplan+. Dit Beelkwaliteitsplan+ bevat de belangrijkste kaders (aantallen, vorm, massa) van de ontwikkellocaties en is dan ook als uitgangspunt gebruikt voor het onderzoek. Ten tijde van de geluidsberekeningen was er alleen een concept versie van het Beeldkwaliteitsplan+ beschikbaar. In dit concept was per ontwikkellocatie het aantal bouwlagen ingeschat en was geen bouwvlak beschikbaar. Op basis van deze informatie is in het akoestisch model een bepaalde bouwhoogte gehanteerd en is gemeten tot aan de rand van de ontwikkellocaties (tegen het spoor aan). Hierdoor was sprake van een hoge geluidbelasting, die de maximale ontheffingswaarde ontstijgt. Inmiddels is het Beelkwaliteitsplan+ vastgesteld en zijn voor de ontwikkellocaties de bouwvlakken en bouwhoogtes geconcretiseerd.

In het akoestisch onderzoek van 11 augustus 2022 zijn de juiste afmetingen voor de ontwikkellocaties gehanteerd en zijn de geluidsberekeningen opnieuw uitgevoerd. Uit de nieuwe berekening blijkt dat de maximale ontheffingswaarden nergens wordt overschreden. Hierdoor is sprake van een beter woon- en leefklimaat, dan eerder berekend. Dat qua geluid het woon- en leefklimaat niet optimaal is, is niet afhankelijk van het plan. Dit is in de huidige situatie al het geval. Het plan zorgt voor een toename van 1,5 dB geluidbelasting op de gevels van bestaande woningen. Dit is een toename die voor de meeste mensen niet waarneembaar is. De beschouwing van een goede ruimtelijke ordening omvat meer dan alleen het aspect geluid. Er zijn verschillende omgevingsfactoren die van invloed zijn op de beantwoording van de vraag of sprake is van ‘een goede ruimtelijke ordening’. In hoofdstuk 6 van het Chw-bestemmingsplan zijn daarom alle omgevingsaspecten inzichtelijk gemaakt. Alle aspecten in samenhang beziend acht het gemeentebestuur het woon- en leefklimaat aanvaardbaar. De ligging en historische ontwikkeling van het gebied brengen wel enkele bijzondere uitdagingen met zich mee. Zo is sprake van een relatief hoge geluidbelasting vanwege het wegverkeer en de spoorlijn en brengt het spoor ook risico's op het gebied van externe veiligheid met zich mee.

Daar staat tegenover dat het plan voorziet in nieuwe, betaalbare woningen met behoud van werkgelegenheid, de wijk een goede (OV) 72

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

bereikbaarheid kent, levendig is en voorzieningen op korte afstand aanwezig zijn. Bovendien draagt het plan bij aan verduurzaming en vergroening van de wijk door groene plekken te creëren in de wijk en binnen de ontwikkellocaties. De milieu- en leefomgevingskwaliteiten zijn in beeld gebracht door in eerste instantie een gebiedsanalyse op te stellen. Met de analyse is aangetoond voor welke aspecten geen knelpunten worden verwacht en welke aandachtspunten er binnen 1221 zijn. Voor de aandachtspunten binnen 1221, te weten geluid, stikstof, externe en veiligheid is vervolgens nader onderzoek uitgevoerd. Uit de onderzoeken blijkt dat er ten aanzien van stikstof geen belemmeringen zijn voor het planvoornemen. Ten aanzien van geluid zijn hogere waarden vastgesteld en wordt bij de (indiening van de) omgevingsvergunning gevraagd om een vervolgonderzoek, die aantoont dat (met/zonder maatregelen) sprake is van een voldoende leefklimaat. Voor externe veiligheid wordt ook bij de omgevingsvergunning gevraagd om vervolgonderzoek, die aantoont dat (met/zonder maatregelen) sprake is van een voldoende leefklimaat. De effecten van alle milieuaspecten zijn samengevat in de aanmeldingsnotitie/beoordeling milieugevolgen voor de m.e.r.-beoordeling, waarin wordt geconcludeerd dat geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen op het milieu en dus geen MER hoeft te worden opgesteld.

Effecten die er zijn hebben met name invloed op de nieuwe inwoners van 1221. •

•

Kennis uit de Omgevingsfoto gemeente Hilversum [Eeindversie okt. 2019], die een analyse bevat ten behoeve van de Omgevingsvisie. Hierin staat dat het Europees Milieuagentschap cijfers verzamelt waaruit blijkt dat 18% van de bewoners in Hilversum wordt blootgesteld aan geluidsniveaus van 55 tot 60 decibel per dag. “Dat maakt Hilversum na Utrecht, in vergelijking met andere gemeenten, de op één na lawaaiigste plek van Nederland." Kennis over de mogelijkheid die de Omgevingswet biedt om de norm voor geluid bij te stellen. Het college schreef op 9 maart 2022 dat de raad onder de Omgevingswet kan kiezen voor toepassing van de WHO-normen in Hilversum, maar dat het college dit zou ontraden. Reactie gemeente In de Omgevingsfoto van Hilversum december 2019 staat dat Hilversum de op één na lawaaiigste plek is van Nederland. Deze conclusie is echter getrokken op basis van foutieve informatie. Op 21 april 2021 is een update van de omgevingsfoto door de gemeenteraad vastgesteld. Daarin is deze fout hersteld. In de Atlas leefomgeving kaart staat dat 6 tot 8 procent van de bewoners in Hilversum ernstige geluidshinder ondervindt van het stadsverkeer. Het college volgt wet- en regelgeving en hanteert de geluidnormen die daarin zijn vastgelegd. De raad kan inderdaad onder de Omgevingswet kiezen voor de WHO-normen in Hilversum. Deze keuze is nog niet gemaakt.

Verkeerslawaai Door dit ontwerp bestemmingsplan en ontwerpbesluit hogere grenswaarde koerst het college op versnelde vastlegging van een primair op economisch in plaats van gezondheid gebaseerde ontwikkeling. Het brengt de raad en de inwoners van Hilversum onvoldoende in positie om nieuwe beleidsafwegingen op een groot gebied toe te passen. Het sluit niet aan bij de gewijzigde nieuwe inzichten en beleidsuitgangspunten van de Omgevingswet die gezonde leefomgeving centraler stelt dan voorheen. De analyse van de geluidbelasting in Hilversum is dat deze de komende jaren toeneemt door groei van de mobiliteit (ondanks de groei van elektrisch rijden). Verder worden er door ruimtelijke ontwikkelingen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen gerealiseerd die te maken krijgen met geluidhinder. Er zijn echter geen bronmaatregelen in het bestemmingsplan geborgd. Er is alleen ten behoeve van nieuwbouw een hogere grenswaarde opgenomen tot maximaal 68 dB. Terwijl als een hogere waarde wordt toegestaan, dient te worden aangetoond dat het binnen niveau in verblijfsgebieden van geluidgevoelige

73

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

bestemmingen niet meer bedraagt dan 33 dB. (Vergelijk de vernietiging van het bestemmingsplan Stationsgebied door de Raad van State). Voor woningen gelegen binnen een geluidzone is in de Wet geluidhinder een ten hoogste toelaatbare geluidbelasting op de gevel bepaald van 48 dB (Lden), bij uitzondering maximaal te verhogen tot 63 dB. In de regel is dus snelheidsverlaging en/of het toepassen van een ‘stiller’ wegdek zinvol. Alleen wijst Sweco er op dat "Vanwege het vele optrekkende, remmende en afbuigende verkeer op wegen in binnenstedelijk gebied het toepassen van een stiller wegdek op bezwaren van technische aard stuit. Het wegdek slijt te snel en daarmee zijn de beheer- en onderhoudskosten te hoog." Resteert dus snelheidsverlaging om te voorkomen dat de uitzonering (63 dB) de regel wordt. Reactie gemeente In het ontwerpbesluit Hogere grenswaarde Wet geluidhinder is als voorwaarde opgenomen dat bij de omgevingsvergunningaanvraag een akoestisch onderzoek moet worden overlegd, waarin wordt aangetoond dat het maximale binnenniveau in geluidsgevoelige ruimtes in de woningen volgens het Bouwbesluit niet wordt overschreden. Hiermee vindt de akoestische toets naar het binnenniveau wel plaats, maar op een later moment zodra de concrete ontwikkelingen verder zijn uitgewerkt.

Een akoestische toets naar het binnenniveau is in deze fase nog niet mogelijk, omdat nog onduidelijk is waar de woningen (en de daarbinnen geluidgevoelige ruimtes) zich exact gaan bevinden. In het Akoestisch onderzoek van Sweco (22 januari 2022) zijn op de gevels van de planlocaties (Zuiderweg/Lijsterweg, Hunkemöller, Venetapark, Wybertjesfabriek, Grote Sigarenfabriek en Van Son) waarneempunten gelegd op 1,5 meter boven het vloerniveau van de betreffende verdiepingen. In dit geval: 1,5 meter op de eerste verdieping; 4,5 meter op de tweede verdieping; +3,0 meter per extra verdieping. De geluidcontouren zijn bepaald op een immissiehoogte van 1,5 meter, 4,5 meter en 7,5 meter boven lokaal maaiveld De metingen zijn afgestemd op de aangenomen maximale bouwhoogte. Maar waarom is dan de maximale bouwhoogte niet correct weergegeven? Zo staat in het BKP+ (dat onderdeel uitmaakt van dit ontwerp bestemmingsplan) 37 meter. Dit klopt bij de Hunkemöller locatie waar op een verhoogd maaiveld 33 meter hoog wordt gebouwd. Maar er zijn nogal wat foutieve inschattingen opgenomen: Tabel 3-1: Uitgangspunten ontwikkellocatie Ontwikkellocatie Aantal woningen Zuiderweg/Lijsterweg Wybertjesfabriek Venetapark

70 50 200

Hunkemöller

300

Grote Sigarenfabriek Van Son KNW (Geuzenpark)

70 170 ontbreekt

Maximaal gehanteerde hoogte (meter) 15 foutief is 17 m. 18 foutief is 17 m. 25 foutief door verhoogd maaiveld + 3m. 24 foutief is 33 m, 28 m, 26 m & verhoogd maaiveld + 3m. 18 foutief is 12 m. 15 foutief is 20 m. ontbreekt

Reactie gemeente In het akoestisch onderzoek van 20 januari 2021 zijn geluidsberekeningen uitgevoerd voor de ontwikkellocaties binnen 1221. Deze ontwikkellocaties zijn opgenomen in het Beeldkwaliteitsplan+. Dit Beelkwaliteitsplan+ bevat de belangrijkste kaders (aantallen, vorm, massa) van de ontwikkellocaties en is dan ook als uitgangspunt gebruikt voor het onderzoek. Ten tijde van de geluidsberekeningen was een concept versie van het Beeldkwaliteitsplan+ beschikbaar. In dit 74

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

concept was per ontwikkellocatie het aantal bouwlagen ingeschat en was geen bouwvlak beschikbaar. Op basis van deze informatie is in het akoestisch model een bepaalde bouwhoogte gehanteerd en is gemeten tot aan de rand van de ontwikkellocaties (tegen het spoor aan). Hierdoor was sprake van een hoge geluidbelasting, die de maximale ontheffingswaarde ontstijgt. Inmiddels is het Beelkwaliteitsplan+ vastgesteld en zijn voor de ontwikkellocaties de bouwvlakken en bouwhoogtes geconcretiseerd. In het definitieve Beeldkwaliteitsplan+ zijn concrete bouwhoogtes (in meters) voor de ontwikkellocaties beschreven. Daarnaast zijn bouwvlakken opgenomen, waardoor niet meer tot aan de rand van de ontwikkellocatie (tegen het spoor aan) hoeft te worden gemeten. De maximale bouwhoogte van de locatie Hunkemöller bedraagt 33 meter vanaf bestaand maaiveld. De maximale bouwhoogte is inclusief de verhoogde parkeerkelder. In het akoestisch onderzoek van 11 augustus 2022 (opgenomen als bijlage) zijn de juiste afmetingen voor de ontwikkellocaties gehanteerd en zijn de geluidsberekeningen opnieuw uitgevoerd. Dat qua geluid het woon- en leefklimaat niet optimaal is, is niet afhankelijk van het plan. Dit is in de huidige situatie al het geval. Het plan zorgt voor een toename van 1,5 dB geluidbelasting op de gevels van bestaande woningen. Dit is een toename die voor de meeste mensen niet waarneembaar is.

Uit de nieuwe berekeningen blijkt dat de geluidbelastingen lager liggen dan in het ontwerp Chw-bestemmingsplan en dat de maximale ontheffingswaarde niet (meer) wordt overstreden. Er is nog wel sprake van een hogere geluidbelasting dan de voorkeursgrenswaarde en om die reden worden hogere grenswaarden vastgesteld. Het ontwerpbesluit Hogere grenswaarde Wet geluidhinder is hierop aangepast en wordt gewijzigd vastgesteld. Waarom ontbreekt de Korte Noorderweg ontwikkellocatie? Daar wordt zonder twijfel ook (te) hoog gebouwd. Reactie gemeente Het gebiedspaspoort Korte Noorderweg was ten tijde van het vaststellen van het Beeldkwaliteitsplan+ nog niet gereed voor besluitvorming. Door de gemeenteraad werden wel uitgangspunten vastgesteld als kader voor dit gebiedspaspoort. Aan de hand van deze uitgangspunten is door de stedenbouwkundig supervisor in samenspraak met de ontwikkelaar en de buurt het gebiedspaspoort Korte Noorderweg opgesteld. Gedurende de participatie en de raadsbehandeling heeft iedereen kunnen reageren op het gebiedspaspoort Korte Noorderweg. De vaststelling heeft plaatsgevonden tijdens de ter inzage legging (d.d. 25 februari tot en met 7 april 2022) van het ontwerp van het Chw-bestemmingsplan en kon nog niet worden meegenomen. Het gebiedspaspoort Korte Noorderweg is vastgesteld op d.d. 9 maart 2022 (als onderdeel van het Beeldkwaliteitsplan+).

Dit gebiedspaspoort kan daarom nu ook onderdeel worden van het Chwbestemmingsplan. Het gebiedspaspoort Korte Noorderweg wordt als werkingsgebied opgenomen in het Chwbestemmingsplan 1221. Daarbij is gebruik gemaakt van een dynamische verwijzing. Het gebiedspaspoort is opgenomen als bijlage bij de toelichting. Daarnaast zijn de toelichting en de regels van het Chw-bestemmingsplan 1221 hierop aangepast. Vliegtuiglawaai Wat ook ontbreekt is een referentie aan het vliegtuiggeluid. Te constateren is hoe ook in Hilversum geluidsoverlast van vliegtuigen een rol speelt. [https://www.parool.nl/columns-opinie/het-luchtruim-is-al-zo-vol-kunnen-daar-nogvliegtuigenbij~b230ba71/]. Luchtvaart vormt een bron van geluid die in beeld komt bij de geluidkaart die als wettelijke verplichting geldt voor de gemeente Hilversum.

75

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

Tevens neemt de bouwhoogte in het plangebied toe. Zie hoe de Commissie voor de milieueffectrapportage ten aanzien van een bouwplan in Ouder Amstel stelt dat het effect van vliegtuiggeluid op hogere bouwlagen nog meer onderzoek vergt. [https://commissiemer.nl/docs/mer/p34/p3490/persbericht_3490tsea.pdf] Kortom: in het kader van de planvorming van 1221 is er reden geluid van vliegtuigen te onderzoeken. Dit ontbreekt in de stukken. Reactie gemeente Voor het aspect ‘vliegverkeer’ is aanvullend een beschouwing gedaan naar de uitvoerbaarheid en aanvaardbaarheid van het plan. De beschouwing is verwerkt in paragrafen 6.4. Er is geen sprake van (cumulatieve) geluidhinder door vliegverkeer, omdat het gebied 1221 ruim buiten de geluidcontouren van Schiphol en vliegveld Hilversum ligt. En dan is er nog een storende onduidelijkheid: wat wordt bedoeld met "In dit geval is sprake van een nieuwe situatie voor de te realiseren weg." [zie 2.1 Wegverkeerslawaai, Bestemmingsplan 1221 Hilversum, Akoestisch onderzoek, Sweco, 22 januari 2022] Over welke nieuwe weg gaat het hier?! Reactie gemeente Er is geen sprake van een nieuw te realiseren weg. Deze zinssnede is onjuist en verwijderd uit het akoestisch onderzoek (d.d. 11 augustus 2022).

Railverkeerslawaai Omdat de woningen aan de Noorderweg dicht aan het spoor lagen met veel geluidsoverlast werden ze gesloopt en kwamen op die plaats een bedrijventerrein. We kennen die plek tegenwoordig als de ontwikkellocatie Korte Noorderweg (KNW), het zogenaamde 'Geuzenpark' waar 276 woningen staan geprogrammeerd. Rijden er dan nu minder treinen en is het geluid verdwenen? Nee. Het is drukker op het spoor geworden en het geluid is toegenomen ter hoogte van de KNW zoals is te zien op de geluidskaart van de gemeente Hilversum 2011 en 2016 [Wettelijk dient de gemeente de Geluidkaart te actualiseren voor 30 juni 2022. Die informatie kan dus eveneens als input dienen bij de MER].

76

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

De geluidbelasting vanwege railverkeer ligt op de locaties KNW, Venetapark en Zuiderweg/Lijsterweg boven de maximaal te ontheffen waarde. Hiervoor zijn maatregelen noodzakelijk. "Een van de maatregelen kan zijn om de bebouwing binnen de plangebieden verder van het spoor te plaatsen." [Uit: Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling', Sweco, 10-022022]. Dus waar de bewoners aan de Liebergerweg de bouwmassa's zo ver mogelijk richting het spoor willen verplaatsten, drukt dit advies van Sweco die bouwmassa's weer bij het spoor vandaan richting de woonwijk. Kortom, er zijn de nodige urgente geluidsproblemen. Maar de gemeente maakt zich daarvan af door te stellen "Het treffen van maatregelen om de geluidbelasting terug te brengen stuit op bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige of financiële aard." Resteert nog op te merken dat de bijlagen bij ‘akoestisch’ incompleet zijn. Reactie gemeente In het akoestisch onderzoek (Sweco, d.d. 20 januari 2022) ten behoeve van het ontwerpbestemmingsplan zijn geluidsberekeningen uitgevoerd voor de ontwikkellocaties binnen 1221. Deze ontwikkellocaties zijn opgenomen in het Beeldkwaliteitsplan+. Dit Beeldkwaliteitsplan+ (incl. gebiedspaspoort Korte Noorderweg) bevat de belangrijkste kaders (aantallen, vorm, massa) van de ontwikkellocaties en is dan ook als uitgangspunt gebruikt voor het onderzoek.

Ten tijde van de geluidsberekeningen was er alleen een concept versie van het Beeldkwaliteitsplan+ beschikbaar. In dit concept was per ontwikkellocatie het aantal bouwlagen ingeschat en was geen bouwvlak beschikbaar. Op basis van deze informatie is in het akoestisch model de bepaalde bouwhoogte gehanteerd en is gemeten tot aan de rand van de ontwikkellocaties (tegen het spoor aan). Hierdoor was sprake van een hoge geluidbelasting, die de maximale ontheffingswaarde ontstijgt. Inmiddels is het Beeldkwaliteitsplan+ vastgesteld en zijn voor de ontwikkellocaties de bouwvlakken en bouwhoogtes geconcretiseerd. In het akoestisch onderzoek (d.d. 11 augustus 2022) zijn de juiste afmetingen voor de ontwikkellocaties gehanteerd en zijn de geluidsberekeningen opnieuw uitgevoerd. Uit de nieuwe berekening blijkt dat de maximale ontheffingswaarden nergens wordt overschreden. Hierdoor is sprake van een beter woon- en leefklimaat, dan eerder berekend. Wel is nog steeds sprake van een hogere geluidbelasting dan de voorkeursgrenswaarde en om die reden worden hogere grenswaarden vastgesteld. Het ontwerpbesluit Hogere grenswaarde Wet geluidhinder is hierop aangepast en wordt gewijzigd vastgesteld. Ook hier geldt dat de beschouwing van een goede ruimtelijke ordening meer omvat dan alleen het aspect geluid.

Er zijn daarom - zoals gezegd - verschillende omgevingsfactoren die van invloed zijn op de beantwoording van de vraag of sprake is van ‘een goede ruimtelijke ordening’.

77

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

Omdat de ‘knip Oosterspoorplein’ geen vastgesteld beleid was tijdens het opstellen van dit akoestisch onderzoek is deze niet meegenomen. Maar de vraag wanneer je modelmatig meer of minder risico loopt is natuurlijk zeer relevant en zou in de studie moeten zijn meegenomen. Reactie gemeente De structuurvisie Bruisend Hart is vastgesteld op 9 juni 2022 en geeft op hoofdlijnen een richting aan de gewenste ontwikkelingen die de komende 10 jaar op en rond het Oosterspoorplein plaatsvinden. Hierin staat bijvoorbeeld wat het gewenste karakter van het gebied is. Op welke plekken komt groen en water? Welke fietspaden, wandelpaden en wegen komen er? Waar komen – globaal gezien – de gebouwen en welke functies krijgen ze? Wat wordt publieke ruimte? En waar is plaats voor wonen, werken, winkels en horeca? Voor het antwoord op dergelijke vragen is het nu nog te vroeg. Dat is iets voor de komende jaren. Na de structuurvisie volgt een nadere stedenbouwkundige uitwerking waarbij het gesprek met bewoners, ondernemers en andere betrokkenen wordt gevoerd. Voor de toetsing van de plannen komen er een beeldkwaliteitsplan en een bestemmingsplan/omgevingsplanwijziging. Uit onderzoek (Nader onderzoek verkeer bij ontwikkeling Bruisend Hart in Hilversum, d.d.

13-52022) bij de structuurvisie blijkt dat – rekening houdend met de toekomstige ontwikkelingen in 1221 – een knip voor autoverkeer goed is te realiseren. In dit onderzoek zijn drie varianten onderzocht. De infrastructurele aanpassingen, zoals opgenomen in de drie varianten, hebben consequenties voor de verkeersstromen in het plangebied rond het Bruisend Hart, maar ook daarbuiten. Een deel van het verkeer wordt gedwongen andere routes te kiezen ten gevolge van de beperkingen (een tweetal knips). Het bieden van een nieuwe verbinding, zoals in Variant 2 en Variant 3, biedt daarentegen weer nieuwe mogelijkheden voor (kortste) routes. De beperkingen bieden anderzijds weer kansen en verbeteringen voor de leefbaarheid van het Bruisend Hart. Met het verkeersprognosemodel is berekend, voorspeld, hoe de verkeersstromen wijzigen richting het planjaar 2040, met inbegrip van de ruimtelijke ontwikkelingen in het hele postcodegebied 1221. Op basis van deze wijzigingen is een effectanalyse gemaakt ten opzichte van de referentiesituatie, kijkend naar diverse aspecten voor alle varianten.

Op grond van deze effectbeoordeling is de conclusie getrokken dat alle drie de varianten verkeerskundig haalbaar zijn en op geen enkel aspect leiden tot duidelijk negatieve effecten, met uitzondering van de ruimtelijke inpasbaarheid van Variant 2, waar een nieuwe (brug)verbinding aan de stationszijde van het plein moet worden ingepast. Bij de behandeling van de structuurvisie heeft de gemeenteraad een amendement aangenomen waarin is bepaald dat de huidige noord-zuid-verbinding (Kleine Drift) dwars over het plein verdwijnt. In plaats daarvan wordt langs het plein een verbinding Larenseweg-Zuiderweg ingericht in de vorm van een autotegast-straat. Op termijn wordt in overleg met omwonenden en overige belanghebbenden besproken of het wenselijk en mogelijk is de verbinding langs het plein voor autoverkeer af te sluiten en zo de verblijfskwaliteit van het plein verder te vergroten. De besluitvorming over de daadwerkelijke verbinding vindt, na overleg de komende jaren, op een later moment plaats. De daadwerkelijke ontwikkeling en daarmee verbetering van Bruisend Hart is een proces, waarbij we in stappen het plan steeds gedetailleerder uitwerken, met ook bij elke stap passende participatievormen. Het Bruisend Hart maakt weliswaar onderdeel uit van het postcodegebied 1221, maar maakt geen onderdeel uit van het plangebied van het Chw-bestemmingsplan 1221.

Hierboven is aangegeven waarom dat niet kan. Na het opstellen van het stedenbouwkundige- en beeldkwaliteitsplan zal een bestemmingsplan/omgevingsplanwijziging moeten worden opgesteld voor het Bruisend Hart. Trillingen 78

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

In de bestemmingsplan-documentatie 1221 ontbreekt informatie over trillingen samenhangend met het transport over het spoor. Dit terwijl vanaf 2018 het rijk het beleidsintensiveringstraject voor trillingen heeft ingezet. De rijksoverheid schrijft op haar website "Gemeenten moeten er rekening mee houden bij de voorbereiding van nieuwe ruimtelijke plannen voor locaties langs het spoor." [https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/openbaar-vervoer/maatregelen-overlastomwonendenspoor]. ProRail geeft aan dat Nederland het drukst bereden spoorwegnet van Europa heeft. En ProRail heeft een oproep gedaan aan lokale overheden om rekening te houden met hinder voor toekomstige bewoners langs het spoor. Volgens ProRail is het nodig gebouwen op een andere manier te funderen om trillinghinder te voorkomen [https://www.prorail.nl/nieuws/prorailwaarschuwt-voor-trillingshinder-bij-nieuwbouwlangs-het-spoor] Het RIVM geeft aan dat 20% van de mensen veel last van trillingen heeft door reizigerstreinen. Dat is bijna twee keer zoveel als bleek uit het eerste RIVM-onderzoek van 2013. Ook goederentreinen zorgen voor gezondheidsproblemen.

Het aandeel mensen dat daarvan last heeft, bleef tussen 2013 en 2019 stabiel, maar hoog: 40% van de buurtbewoners ervaart ernstige hinder en 20% heeft last van ernstige slaapverstoring [zie https://www.rivm.nl/trillingenlangs-spoor] Kortom er is reden wél aandacht aan trillingen te besteden voor de plannen in 1221. Deze aandacht ontbreekt. Reactie gemeente Door de ontwikkelingen in het plangebied zal de trillingshinder niet toenemen, door deze ontwikkelingen gaan er niet meer treinen rijden. Het aspect ‘trillingen’ is een aspect dat beoordeeld moet worden voor de nieuw te bouwen woningen (nieuwe bewoners) en ten onrechte is dit aspect niet eerder beschouwd in de toelichting van dit bestemmingsplan. Ten aanzien van aspect ‘trillingen’ is daarom aanvullend een beschouwing gedaan naar de sectorale wet- en regelgeving, het beleid en de uitvoerbaarheid en aanvaardbaarheid van het planvoornemen. De beschouwing is verwerkt in paragraaf 6.4.4. Op basis van artikel 7c van de Crisis- en herstelwet is het trillingsonderzoek doorgeschoven naar de omgevingsvergunningsfase. In artikel 14 van de regels is opgenomen dat de initiatiefnemers bij een vergunningaanvraag een nader trillingsonderzoek dienen aan te leveren.

Ook is met een voorwaardelijke verplichting in artikel 12 bepaald dat ter plaatse van het werkingsgebied 'overige zone - trillingen' bouwwerken uitsluitend zijn toegestaan wanneer minimaal uit een dynamische berekening van de trillingssterkte blijkt dat de streefwaarden, zoals bedoeld in de Meet- en beoordelingsrichtlijn B “Hinder voor personen in gebouwen”, niet wordt overschreden. De toelichting, de regels en de verbeelding zijn aangepast ten aanzien van het aspect ‘trillingen’. Lichthinder In de reactienota bij het BKP+ schrijft het college "Door intensiever gebruik van de ruimte en groei van het aantal inwoners in Hilversum groeit de lichtemissie. Dit kan leiden tot meer overlast, zowel voor natuurgebieden als voor inwoners. Met het inwerking treden van de Omgevingswet verhuizen enkele regels met betrekking tot lichthinder van het Rijk naar gemeenten. Gemeenten moeten afwegen hoe hiermee om te gaan in het omgevingsplan. Dat kan zijn dat de bestaande regels worden gehandhaafd, maar ook dat meer of strengere regels worden opgesteld.

Deze afweging wordt naar verwachting in de Omgevingsvisie gemaakt." Als het college al weet dat de lichtemissie toeneemt en kan leiden tot meer overlast voor zowel mens als dier, waarom ontbreekt dan de aandacht daarvoor in de stukken? Er is namelijk wèl reden om aandacht aan lichthinder te besteden bij de plannen voor 1221 en niet pas in de Omgevingsvisie. Nu is het moment, in het kader van de MER. Temeer daar B&W zelf stelt: "Dit is geen ‘normaal’ bestemmingsplan maar een Chw (crisis- en herstelwet) bestemmingsplan-plus met verbrede reikwijdte. Een belangrijk verschil is dat niet slechts regels mogen worden gesteld in het kader van een goede ruimtelijke ordening, maar dat regels betrekking kunnen hebben op de (hele) fysieke leefomgeving waaronder klimaatadaptatie." [uit BKP+ reactienota]. Reden te meer om het aspect lichthinder niet te laten liggen. 79

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

Reactie gemeente In de inleiding van deze zienswijzennota is aangeven wat voor soort bestemmingsplan het Chwbestemmingsplan is. Daarin is onder andere aangeven dat bepaalde onderzoeken niet nu maar pas bij de aanvraag om een omgevingsvergunning (dus bij een concrete invulling) kunnen worden gedaan. Zo zal het lichthinderonderzoek worden doorgeschoven naar die omgevingsvergunningsfase, omdat de ontwikkelingen nu nog niet concreet (of in ieder geval onvoldoende) zijn uitgewerkt. Het lichthinderonderzoek (bezonning) is opgenomen als indieningsvereiste in artikel 14 van het bestemmingsplan. Er is een beknopte beschouwing van lichthinder toegevoegd in de toelichting van het bestemmingsplan in paragraaf 6.4.5. Bodemverontreiniging "Naast loodverontreiniging zijn in de bodem diverse andere verontreinigende stoffen aanwezig. Deels zijn dit stoffen waarvan de aanwezigheid en gevolgen al lange tijd in beeld zijn en waarmee rekening gehouden dient te worden bij werkzaamheden in de bodem en bij functiewijziging. Er worden echter ook nog steeds nog niet bekende gevallen van verontreiniging ontdekt." [Uit Omgevingsfoto gemeente Hilversum, 2019]. Aandacht voor bodenverontreiniging mag dus niet ontbreken. Reactie gemeente Het aspect bodemverontreiniging ontbreekt niet in Chw-bestemmingsplan 1221.

In paragraaf 6.5.1 Bodemkwaliteit is aandacht geschonken aan de milieuhygiënische bodemkwaliteit van het gebied. In deze paragraaf zijn de bekende bodemverontreinigingen inzichtelijk gemaakt. Aangezien niet alle ontwikkelingen binnen 1221 concreet zijn en er op voorhand geen onoverkoombare belemmeringen worden verwacht, wordt ook hier de onderzoeksplicht doorgeschoven naar de vergunningverlening. Bij een omgevingsvergunning van een concrete ontwikkeling dient bodemonderzoek worden uitgevoerd. Hiervoor is in de procesregels een regeling opgenomen dat initiatiefnemers de milieuhygiënische bodemkwaliteit moeten aantonen bij een omgevingsvergunningaanvraag, bijvoorbeeld middels het overleggen bodemonderzoek. Voor iedere ontwikkeling binnen het gebied zal minstens een historisch bodemonderzoek nodig zijn om aan te tonen of er mogelijk bodemverontreinigingen aanwezig zijn. Hieruit blijkt dan per ontwikkeling of vervolgens een verkennend bodemonderzoek nodig is. Indien uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat er sprake is van een sterk verontreinigde bodem is nader onderzoek noodzakelijk. Uit het nader onderzoek kan blijken dat uiteindelijk een eventuele sanering van de bodem nodig is, waarmee de bodem geschikt wordt gemaakt voor de uit te voeren werkzaamheden en beoogde functie.

De eventuele saneringsplicht van reeds aanwezige bodemverontreiniging zal leiden tot een positief effect op de bodemkwaliteit. Tevens is in het Chw-bestemmingsplan 1221 delen van de bouwverordening geïntegreerd. In het Chw-bestemmingsplan zijn alleen de ruimtelijk relevante regels overgenomen. De bouwverordening blijft voor de overige regels van kracht. In de bouwverordening Hilversum 2009 zijn voorschriften openomen met betrekking tot het bouwen, verbouwen, gebruik en slopen van bouwwerken. In de bouwverordening wordt onder andere ingegaan op indieningsvereisten voor de omgevingsvergunning bouwen en is een verbod opgenomen voor het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem. Fauna In het plangebied 1221 leven naar verwachting beschermde soorten en kan verstoring of verjaging uit hun huidige leefomgeving plaatsvinden. [Hilversum 1221 Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling, Sweco, 2022]. Ook hieraan dient in de MER-aandacht geschonken te worden. Reactie gemeente

80

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

In de aanleiding en in de beantwoording van deze zienwijze is ingegaan op de noodzaak om een MER te maken. Dat is niet verplicht. Er is wel een milieubeoordeling gemaakt (de aanmeldnotitie/beoordeling milieu). In paragraaf 6.5.2 Natuur en soorten en in de aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling is aandacht geschonken aan de beschermde soorten in het gebied. In de procesregels (artikel 14) is een regeling opgenomen dat initiatiefnemers bij gebruik- en bouwactiviteiten moeten aantonen dat beschermde soorten en gebieden niet worden belemmerd middels een verkennend natuuronderzoek. Op basis hiervan kan een aanvullend natuuronderzoek nodig zijn. Ook kunnen er mitigerende maatregelen nodig zijn om een ontwikkeling mogelijk te maken. Aangezien de ontwikkelingen binnen 1221 nog niet concreet zijn en er op voorhand geen onoverkoombare belemmeringen worden verwacht, wordt de onderzoeksplicht ook doorgeschoven naar de vergunningverlening. Stikstof In de notitie voor de toetsing van de stikstofdepositie wordt aangegeven dat de afstand van het plangebied tot op 4,5 kilometer van Natura 2000 gebieden 'groot' is. Echter gelet op het feit dat de rijksoverheid de toestemmingsverlening beziet tot maximaal 25 kilometer ten opzichte van kwetsbare Natura 2000 gebieden is de afstand van 1221 ten opzichte van Natura 2000 juist relatief klein.

Het 'uit de wijk drukken' van verkeer naar de randwegen, almede het (cumulatieve) effect van de plannen dat uitgaat op de stikstofdepositie, en de gewenste bijstelling van de aannamen van de hoeveelheid verkeer op basis van de realiteit (1.0 gemiddeld autobezit, achterblijvende deelmobiliteit) noodzaakt opnieuw te kijken naar de stikstof uitstoot. Zeker ook omdat het niet alleen gaat om geen nieuwe stikstofuitstoot toe te voegen maar om de bestaande uitstoot te verminderen. Vergelijk wat de Omgevingsfoto Hilversum uit 20219 hierover zegt: : "Stikstofdepositie speelt op regionale schaal bij het toestaan van ontwikkelingen. Indien in nabijgelegen Natura 2000gebieden met stikstofgevoelige habitat geen afname van de stikstofdepositie kan worden gerealiseerd, betekent dat dat geen (bouw)vergunningen meer kunnen worden afgegeven en dat de regio ‘op slot’ gaat." Tevens geldt "Zo heeft de natuur in ’t Gooi last van de stikstof uit ammoniak. (...) De Hilversumse zandgebieden (heide en bossen) zijn zeer gevoelig voor deze condities. De zandgebieden kennen vergelijkbare ecosystemen als de Veluwe, waar deze als Natura 2000-gebieden zijn aangewezen. In Hilversum is dit niet het geval, waardoor de zandgebieden niet worden beschermd tegen een toename van stikstofdepositie.

Nader onderzoek naar de lokale situatie is daarom gewenst om oorzaken en gevolgen goed in beeld te krijgen en daarmee aan efficiënte maatregelen te kunnen werken." [Uit Omgevingsfoto gemeente Hilversum, 2019] Reactie gemeente Bij het opstellen van het ontwerp Chw-bestemmingsplan is (Sweco, 21 januari 2022) een stikstofonderzoek uitgevoerd, welke aantoont dat het plan niet leidt tot toename van de stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol N/ha/jaar in stikstofgevoelige habitattypen/ leefgebieden. Het stikstofonderzoek is op 14 juli 2022 aangepast, omdat een nieuwe versie van zogenoemde Aerius Calculator (een rekentool) beschikbaar kwam. Uit de nieuwe berekening volgt dezelfde resultaten. Aangetoond is dat stikstof geen belemmering vormt voor het planvoornemen. Houtstook De grootste lokale CO2-bronnen waar de Gemeente Hilversum invloed op heeft zijn lokaal verkeer en houtstook in de gemeente [Uit Omgevingsfoto gemeente Hilversum, 2019]. Hoewel het stoken van open haarden en houtkachels en het gebruik van barbecues en vuurkorven als activiteiten niet in een bestemmingsplan kan worden geregeld is het wel bekend dat het toestaan niet bijdraagt aan een gezonde leefomgeving. Daarom is het nodig te doen wat wél kan, namelijk deze hout(kool)stook als terugkerende activiteit als niet passend aan te merken in het bestemmingsplan.

Dit is een concrete bijdrage aan een gezonde leefomgeving die momenteel in dit bestemmingsplan mist. Hopelijk houdt dit geen verband met het antwoord van B&W van 9 maart 2022) op vragen die aansporen tot actie m.b.t. de aanpak van 81

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

houtstook, dat voor de milieuthema’s luchtkwaliteit en geluid slechts een halve f.t.e. aan ambtelijke capaciteit beschikbaar is. "De noodzaak van extra capaciteit op het gebied van luchtkwaliteit en geluid, evenals de hierbij benodigde handhavingscapaciteit om nieuw luchtbeleid effectief te kunnen controleren, is inmiddels structureel" aldus B&W. Overigens kan om ongewenste hout(skool)stook te bestrijden ook het Bouwbesluit 2012 (art. 7.22) worden ingeroepen. Hierin is vastgelegd dat het verboden is hinderlijke rook, roet of stank te verspreiden. Aandacht voor deze vormen van hinder ontbreekt in het bestemmingsplan. Reactie gemeente Gemeenten kunnen in bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte regels opnemen over het gebruik van houtkachels. Het oogmerk is dan het beschermen van de gezondheid van omwonenden (en van het milieu). Daarnaast kan de gemeente in de omgevingsvisie het beleid voor houtstook opstellen en in een programma maatregelen vastleggen. Ook kan de gemeente lokale omgevingswaarden voor luchtkwaliteit opstellen. Als de gemeente een lokale omgevingswaarde vaststelt dan zal zij deze zelf moeten monitoren. Het aspect houtstook is niet meegenomen in het Chw-bestemmingsplan 1221, omdat de Gemeente Hilversum geen beleid heeft omtrent houtstook. VERKEER Het aan dit bestemmingsplan ten grondslag liggende BKP is onvoldoende integraal.

Neem de verkeersproblematiek en de daarmee samenhangende inrichtingsproblematiek. Dit is voor alle inwoners van essentieel belang. Het BKP noemt het afsluiten van de kleine spoorbomen voor gemotoriseerd verkeer, en meldt dat er in de wijk 1221 veel minder doorgaand autoverkeer zal zijn. Maar waar een verkeersader wordt 'doorgeknipt' ontstaat een wond die elders gaat bloeden. In 1221 staan twee mogelijke knippen gepland. Bij goede ruimtelijke ordening weeg je die mee. In dit bestemmingsplan is dat buiten beschouwing gelaten (zie voor de verschillen verderop het overzicht tussen de verkeersrapporten). Juist ook omdat de Gebiedsagenda meldt "Met de verwachte groei van bewoners en mogelijk ook werknemers in 1221 neemt de mobiliteit naar en binnen de wijk toe. Ook in de directe omgeving wordt veel ontwikkeld. Met de ontwikkelingen op Anna’s Hoeve en Philipsterrein neemt het inwonertal in de rest van Oost substantieel toe " De drie buurten Geuzenbuurt, Electrobuurt en Kleine Driftbuurt kunnen die groei niet aan. Dit blijkt uit deze passage uit de Gebiedsagenda: "De buitenring kan een dergelijke groei van het autoverkeer aan, maar de verkeersstructuur in de drie buurten, met vaak smalle straten, maakt dat verplaatsing te voet, op de fiets of met het openbaar vervoer sterk de voorkeur verdient boven de auto." En dan te bedenken dat de bestaande problemen al groot zijn.

Zie de inspraakreactie van de bewonersvertegenwoordigers van de Lieberger- en Zuiderweg. Opgemerkt wordt "(...) dat de jarenlange verkeerschaos en onveiligheid in de Liebergerweg een open zenuw is; gekozen is voor een ontsluiting van alle locaties op de Lieberger- en Zuiderweg; bewoners willen weten waaraan ze toe zijn qua leefbaarheid en toekomstbestendigheid; het gaat om het afknijpen van de verkeersdruk door een lagere parkeernorm op de locatie; sussende geluiden voeden de ongerustheid en boosheid; de verkeersdruk vanwege ontwikkellocaties zou daarom meer aandacht moeten krijgen. [Inspraakreactie vertegenwoordiger bewoners in de Cie 17 nov. 2021] Reactie gemeente Ten aanzien van de voorkeur van het openbaar vervoer boven de auto sluit het Chwbestemmingsplan aan op de Gebiedsagenda 1221. Het plangebied is gelegen naast een OVknooppunt, dat optimaal benut kan worden. Het plangebied kent een ambitieus programma, waardoor de claim op de beperkte ruimte hoog is. In algemene zin mag een toevoeging of wijziging van functies bij een nieuwe ontwikkeling geen parkeeroverlast veroorzaken in de omliggende gebieden. De beleidsnotitie Parkeernormering OV-knooppunten laat zien onder welke voorwaarden het mogelijk is om bij de grote ontwikkelingen rondom de OV-knooppunten af te 82

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

wijken van de parkeernormen uit de parkeernota. Concreet houdt dit in dat de huidige parkeernorm de basis blijft. Onder voorwaarden kan deze norm verlaagd worden tot maximaal 50%. Voorbeelden van deze voorwaarden zijn dat de ontwikkeling mobiliteitsmaatregelen opneemt die het autobezit en gebruik verlagen. Een van de elementen die kunnen zorgen voor een reductie van het aantal parkeerplaatsen is bijvoorbeeld de aanwezigheid van deelauto's en de aanwezigheid van voldoende fietsparkeerplaatsen. Voor nieuwbouw bij de OV-knooppunten dient te worden voldaan aan de 'Fietsparkeercijfers 2019' van de CROW. In het Chw-bestemmingsplan is een verwijzing opgenomen naar de Parkeernormering OV-knooppunten, zodat dit toetsingskader kan worden gehanteerd zodra wordt afgeweken van de parkeernormen uit de Parkeernota. Daarmee wordt het autogebruik ontmoedigd en het wandelen en fietsen gestimuleerd. In hoofdstuk 7 wordt hier nader op ingegaan. In het coalitieakkoord 2022-2026 heeft het gemeentebestuur aangegeven dat het betaald parkeren wil invoeren in de gebieden tot aan de buitenring. Met vertrek van het distributiecentrum Hunkemöller (Liebergerweg) neemt het aantal verkeersbewegingen van grote vrachtwagens fors af en zal de jarenlange verkeersdrukte en onveiligheid in de Liebergerweg afnemen. Daar tegenover staan verkeersbewegingen van de nieuwbouw.

De buurt heeft aangegeven zich zorgen te maken over de hoeveelheid aan verkeersbewegingen in de Liebergerweg met de komst van de beoogde nieuwbouw en heeft de ontwikkelaar verzocht het autogebruik op de locatie zo veel als mogelijk te beperken om daarmee overlast voor de wijk te beperken. Dit sluit aan op de gebiedsagenda, waar goede fietsparkeervoorzieningen en deelautomobiliteit ook worden benoemd. In het Locatie Ontwikkelplan wordt bij het thema mobiliteit aangegeven door de ontwikkelaar hoe men het autogebruik van de nieuwe bewoners en gebruikers wil beperken, onder andere door in te zetten op deelauto’s, goede fietsparkeervoorzieningen. Hierdoor kan het aantal parkeerplaatsen naar beneden worden bijgesteld. Het parkeren wordt ondergronds opgelost, zowel vanuit de omwonenden als de gemeente als wenselijk geacht op deze plek. Om overlast in de buurt te voorkomen, komen bewoners van de beoogde nieuwbouw straks niet in aanmerking voor een parkeervergunning in de straat/buurt. Men moet parkeren op het eigen Hunkemöller-terrein in de ondergrondse parkeergarage. Naast de zorgen over de verkeersbewegingen met de beoogde nieuwbouw in de straat, hebben de omwonenden aangegeven zich zorgen te maken over de inrichting en staat van onderhoud van de straat zelf. Uit onderzoek blijkt dat de beoogde nieuwbouw geen noodzakelijke maatregelen voor de straat zelf met zich meebrengt.

Desondanks heeft de ontwikkelaar een substantieel bedrag gereserveerd om bij te dragen aan toekomstige herinrichting van de straat, om hiermee tegemoet te komen aan de wensen vanuit de buurt. Deze toegezegde bijdrage door de ontwikkelaar is tot stand gekomen zonder een (juridische) noodzaak of verplichting en is daarmee uniek in de Hilversumse gebiedsontwikkeling, ook gezien de omvang van de bijdrage. Over de toekomstige herinrichting van de Liebergerweg moet het gemeentebestuur nog een besluit nemen. Het voorleggen van dit voorstel tot het opknappen van de Liebergerweg wordt als wenselijk geacht door de buurt, gezien de verouderde staat van het wegdek en de onveilige verkeerssituatie door ontbreken van het trottoir op een groot gedeelte van de straat. Hierdoor zijn voetgangers genoodzaakt op de weg te lopen, tussen geparkeerde auto’s, met onveilige situaties tot gevolg. Het opknappen van de Liebergerweg biedt ook kansen voor het toevoegen van meer groen en een klimaatadaptieve inrichting, belangrijke ambities vanuit de Gebiedsagenda 1221. Nieuwe weg "De doorstroming van het verkeer op de Buitenring-Noord te Hilversum is in de huidige situatie, met name in de spitsperiodes, verre van optimaal.

Daarnaast heeft de gemeente Hilversum plannen om het aantal verkeersstromen (gemotoriseerd verkeer) van de spooroverweg Kleine Spoorbomen te verminderen, met als gevolg dat meer gemotoriseerd verkeer van de Buitenring Noord gebruik zal maken." Mag je de door ontwikkelingen binnen 1221 de leefbaarheid op een aangrenzende plek nog meer onder druk zetten? 83

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

Vergelijk ook met "(...) op en rondom de wegen in Hilversum een verhoogde concentratie luchtverontreinigende stoffen te zien is. [Uit Omgevingsfoto gemeente Hilversum, 2019]. Deze toename van gemotoriseerd verkeer inclusief op de Buitenring-Noord moet in de MER worden betrokken. Is een nieuwe weg een oplossing? En over welke nieuwe gaat het? De nieuwe noord-zuid verbinding tussen Noorderweg en Zuiderweg? Of wordt ook verder weggekeken omdat "Voor een deel wordt verkeer buiten de wijk ‘gedrukt’ naar de gebiedsontsluitingswegen." [Nader onderzoek Bruisend Hart, HaskoningDHV Nederland B.V] Is bijvoorbeeld 1221 gekoppeld aan een nieuwe weg op onder de hei? "Voor het Westerheidetracé is een indicatief tracé door de gemeente aangeleverd. (...) …dit tracé ook substantieel extra verkeer trekt van Bussum richting A1 vice versa (honderden voertuigen op etmaalbasis). (...) …waar op het meest oostelijke gelegen deel van het Westerheidetracé ruim 6.250 voertuigen per etmaal gaan rijden, bedraagt de afname op het oostelijke deel van de Johannes Geradtsweg ‘slechts’ 3.300 voertuigen per etmaal." [Verkeerskundige effecten Westerheidetracé Hilversum, HaskoningDHV Nederland B.V., 28 januari 2020].

Het Westerheidetracé moet in de MER betrokken? Bestaat als alternatief van het Westerheide tracé een actuele studie om het verkeer af te wentelen op de Erfgooiersstraat? Zo ja, moet dit bij de MER worden betrokken. Ten aanzien van de planontwikkelingen in 1221 stelt Royal Haskoning: "Dit leidt tot hogere verkeersintensiteiten op de wegen en straten. Deze toename is berekend met het verkeersprognosemodel en bedraagt op een aantal wegvakken ordegrootte 500 voertuigen per etmaal. De grootste toename is voorzien op de Noorderweg – Larenseweg, waar de toename 700 tot 900 voertuigen per etmaal bedraagt. (...) Concluderend kan gesteld worden dat de verkeerskundige effecten van de ontwikkellocaties in de Gebiedsagenda beperkt zijn en dat het niet te verwachten is dat specifiek de toenames in verkeersintensiteiten zullen leiden tot problemen met de verkeersafwikkeling in en rond de wijk." [Verkeerskundige effecten Chw- bestemmingsplan 1221, definitief rapport, 8 oktober 2021, HaskoningDHV Nederland B.V.] Vergelijking van verschillende verkeersrapporten wettigt twijfel aan de stelligheid van deze conclusie. Die lijkt slechts in één richting te sturen, onder het motto ‘niets aan de hand’, nog afgezien van de mogelijke gevolgen verder dan de bestaande buitenring noord, zoals voor de Erfgooiersstraat of het Westerheide-tracé. Die twijfel wordt gevoed door een collegebrief n.a.v.

het verkeer in Bruisend Hart: "Uit het verkeersonderzoek blijkt dat beide scenario’s verkeerskundig haalbaar zijn en het niet zal leiden tot sterke negatieve effecten op Bruisend Hart en de rest van de wijk 1221." [Uit collegebrief 3 februari 2022, Toezeggingen aan de raad verkeersonderzoeken 1221 en Bruisend Hart.] Sweco schrijft over 'Bruisend Hart': "In het bestemmingsplan Hilversum 1221 is dit gebied niet meegenomen. Voor het Bruisend Hart is namelijk nog niet bekend wat het uiteindelijke programma gaat worden." [Uit: Hilversum 1221, aanmeldingsnotitie MER-beoordeling, 10 febr. 2022]. Voor het verkeer leunt Sweco op het rapport van Royal Haskoning van oktober 2021. Wat zou Sweco zeggen als het die andere verkeersrapporten van Royal Haskoning zou zien? En heeft Sweco bovengenoemde collegebrief gelezen van 3 februari 2022? Hoe kijkt Royal Haskoning trouwens aan tegen de door de gemeente aangereikte aannamen voor hun verkeersmodel? Gemeente: "Huidige situatie 2019 en referentiesituatie 2040, (...) de aanpassingen van Bruisend hart wel in het model van 1221 toepassen en niet in referentiesituatie 2040." [Uit stukken bij Bruisend Hart verkregen door beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB)]. De relevantie om naar Bruisend Hart te kijken is evident. Het is daarom onjuist om dat niet mee te nemen in het bestemmingsplan 1221.

Reactie gemeente De doorstroming van het verkeer en de bijbehorende verkeerskundige effecten zijn cumulatief gewogen in het rapport ‘Verkeerskundige effecten Chw-bestemmingsplan 1221 te Hilversum’. In dit onderzoek is het ontwikkelscenario getoetst op zijn verkeerseffecten met behulp van het verkeersprognosemodel “Hilversum e.o.”. Dit verkeersprognosemodel gaat uit van autonome 84

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

ontwikkelingen in en rond Hilversum, waartoe ook ruimtelijke ontwikkelingen waarover besluitvorming heeft plaatsgevonden behoren. In dit verkeersprognosemodel zijn de autonome ontwikkeling van het Stationsgebied en de afsluiting van de Kleine Spoorbomen opgenomen. Daarnaast zijn de ontwikkelingsmogelijkheden ter plaatse van de gebiedspaspoorten Wybertjesfabriek, de Grote Sigarenfabriek, Van Son, de Korte Noorderweg, het Venetapark, Hunkemöller en de Lijsterweg/Zuiderweg doorgerekend. Op deze ontwikkellocaties is een programma voorzien van in totaal 1.150 nieuwe woningen en nieuwe bedrijvigheid tot 2030. Voor werkgelegenheid is het uitgangspunt dat het aantal arbeidsplaatsen behouden blijft. Dit onderzoek heeft, net als het bestemmingsplan, een horizon tot 2040. Dat vraagt een inschatting van het te realiseren programma tot aan 2040. Tot 2040 kunnen er maximaal 1.800 woningen worden gerealiseerd binnen het postcodegebied 1221 ten opzichte van het huidige woningaantal. 250 woningen hiervan zijn gereserveerd voor het Bruisend hart, een locatie welke niet binnen het Chw-bestemmingsplan ligt. Dit betekent dat het Chw-bestemmingsplan maximaal 1.550 woningen mogelijk maakt tot 2040. Het programma van het Bruisend Hart is cumulatief (worst case) opgenomen in het onderzoek.

De transformatie van het postcodegebied 1221 in Hilversum, vanuit de daartoe opgestelde Gebiedsagenda, heeft consequenties voor de verkeersstromen in het gebied. Het aantal autoritten neemt toe. Dit leidt tot hogere verkeersintensiteiten op de wegen en straten. Geconcludeerd wordt dat de verkeerskundige effecten van de ontwikkellocaties beperkt zijn en dat het niet te verwachten is dat specifiek de toenames in verkeersintensiteiten zullen leiden tot problemen met de verkeersafwikkeling in en rond de wijk. Het Chw-bestemmingsplan 1221 wijzigt geen verkeerssituaties. De (eventuele) keuze voor een nieuwe noord-zuid verbinding vindt plaats middels besluitvorming binnen het project Bruisend Hart. Daar worden alle (milieu)gevolgen in beeld gebracht. De daadwerkelijke ontwikkeling van Bruisend Hart is een apart proces, waarbij het plan in stappen steeds gedetailleerder wordt uitgewerkt, met ook bij elke stap passende participatievormen. Het Bruisend Hart maakt onderdeel uit van het postcodegebied 1221 maar geen onderdeel uit van het plangebied van het Chwbestemmingsplan 1221. Na het opstellen van het stedenbouwkundige- en beeldkwaliteitsplan zal een bestemmingsplan/omgevingsplan moeten worden opgesteld voor het Bruisend Hart. Het Bruisend Hart maakt daarom geen onderdeel uit van het plangebied van het Chwbestemmingsplan 1221.

Echter, de structuurvisie Bruisend Hart is vastgesteld op 9 juni 2022 en geeft op hoofdlijnen een richting aan de gewenste ontwikkelingen die de komende 10 jaar op en rond het Oosterspoorplein plaatsvinden. Hierin staat bijvoorbeeld wat het gewenste karakter van het gebied is. Op welke plekken komt groen en water? Welke fietspaden, wandelpaden en wegen komen er? Waar komen – globaal gezien – de gebouwen en welke functies krijgen ze? Wat wordt publieke ruimte? En waar is plaats voor wonen, werken, winkels en horeca? Voor het antwoord op dergelijke vragen is het nu nog te vroeg. Dat is iets voor de komende jaren. Na de structuurvisie volgt een nadere stedenbouwkundige uitwerking waarbij het gesprek met bewoners, ondernemers en andere betrokkenen wordt gevoerd. Voor de toetsing van de plannen komen er een beeldkwaliteitsplan en een bestemmingsplan/omgevingsplan. Uit onderzoek (Nader onderzoek verkeer bij ontwikkeling Bruisend Hart in Hilversum, d.d. 13-52022) bij de structuurvisie blijkt dat – rekening houdend met de toekomstige ontwikkelingen in 1221 – een knip voor autoverkeer goed is te realiseren.

Op grond van een effectbeoordeling kan gesteld worden dat alle drie de varianten verkeerskundig haalbaar zijn en op geen enkel aspect niet leiden tot duidelijk negatieve effecten, met uitzondering van de ruimtelijke inpasbaarheid van Variant 2, waar een nieuwe (brug)verbinding aan de stationszijde van het plein moet worden ingepast.

85

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

Bij de behandeling van de structuurvisie heeft de gemeenteraad een amendement aangenomen waarin is bepaald dat de huidige noord-zuid-verbinding (Kleine Drift) dwars over het plein verdwijnt. In plaats daarvan wordt langs het plein een verbinding Larenseweg-Zuiderweg ingericht in de vorm van een autotegast-straat. Op termijn wordt in overleg met omwonenden en overige belanghebbenden besproken of het wenselijk en mogelijk is de verbinding langs het plein voor autoverkeer af te sluiten en zo de verblijfskwaliteit van het plein verder te vergroten. De besluitvorming over de daadwerkelijke verbinding vindt, na overleg de komende jaren, op een later moment plaats. De daadwerkelijke ontwikkeling en daarmee verbetering van Bruisend Hart is een proces, waarbij we in stappen het plan steeds gedetailleerder uitwerken, met ook bij elke stap passende participatievormen. Het Bruisend Hart maakt onderdeel uit van het postcodegebied 1221 maar geen onderdeel uit van het plangebied van het Chw-bestemmingsplan 1221. Na het opstellen van het stedenbouwkundige- en beeldkwaliteitsplan zal een bestemmingsplan/omgevingsplan moeten worden opgesteld voor het Bruisend Hart.

Besluitvorming met betrekking tot het aanleggen van wegen op, onder of langs de Erfgooiersstraat en/of Westerheidetrace maakt onderdeel uit van de uitvoeringsprogramma mobiliteitsvisie 2040 en is geen onderdeel uit van het Chw-bestemmingsplan 1221. In de genoemde Aanmeldingsnotitie me.r.-beoordeling worden alle gevolgen voor de leefomgeving beoordeeld en meegenomen. In de aanmeldingsnotitie wordt geconcludeerd dat: “Gezien de beperkte effecten en de in het bestemmingsplan geborgde maatregelen zal geen sprake zijn van belangrijk nadelige gevolgen”. Het gemeentebestuur onderstreept die conclusie en heeft vastgesteld dat er geen M.E.R-rapportage/procedure hoeft te worden gevolgd. Het Bruisend Hart is in de onderzoeken en in de aanmeldingsnotitie cumulatief beschouwd. Dit is eerder niet goed beschreven. De beschrijving in de aanmeldingsnotitie, het Chw-bestemmingsplan en de onderzoeken is aangepast. De structuurvisie Bruisend Hart is gedurende de ontwerpfase van het Chw-bestemmingsplan vastgesteld. De structuurvisie is als vastgesteld beleidskader opgenomen in de toelichting van het Chw-bestemmingsplan1221. De in het BKP+ (dat deel uitmaakt van het bestemmingsplan) opgenomen ontwikkellocaties zijn als uitgangspunt gebruikt voor het Sweco onderzoek. De ligging van de plannen is worstcase berekend, dus dicht bij de geluidbronnen.

De woonverdeling is weergeven in bijlage 1 Er wordt opgemerkt "De onderzochte situatie kan daarom als worst-case scenario’s voor 2030 worden beschouwd." [Rapport bestemmingsplan 1221 Hilversum, akoestisch onderzoek, definitief, Sweco, 20 januari 2022]. Dit 'worstcase’ noemen lijkt een voorbarige bewering. Want waar in de gemodelleerde lijnbronnen wordt de ring noord (Johannes Geradtsweg-Den Uyl Plein- N525 - deel Kamerling Onnesweg) één van de meest belangrijke verkeersaders en de toename van het verkeer geanalyseerd? En hoe zorgvuldig is Sweco als het op een kaart een deel van de Minckelersstraat omdoopt in de Professor Kochstraat? Reactie gemeente In het akoestisch onderzoek is gerekend volgens het wettelijk vastgestelde Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Het gebruikte software pakket Geomilieu is een compleet model en houdt rekening met geluidreflecties. Het akoestisch onderzoek (Sweco, d.d. 20 januari 2021) ten behoeve van het ontwerp Chwbestemmingsplan is opgesteld op basis van de gebiedspaspoorten uit het concept Beeldkwaliteitsplan+ . In dit concept was per ontwikkellocatie het aantal bouwlagen ingeschat. Op basis van deze inschatting is in het akoestisch onderzoek voor een bepaalde bouwhoogte gekozen. In het definitieve Beeldkwaliteitsplan+ zijn concrete bouwhoogtes (in meters) voor de ontwikkellocaties beschreven.

Daarnaast zijn bouwvlakken opgenomen, waardoor niet meer tot aan de rand van de ontwikkellocatie (tegen het spoor aan) hoeft te worden gemeten. Aangezien de afmetingen in het vastgestelde Beeldkwaliteitsplan+ geconcretiseerd zijn, zijn de 86

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

ontwikkellocaties opnieuw doorgerekend met de juiste uitgangspunten. Uit de nieuwe berekeningen blijkt dat de geluidbelastingen lager liggen en dat de maximale ontheffingswaarde niet (meer) wordt overschreden. Er is wel sprake van een hogere geluidbelasting dan de voorkeursgrenswaarde en om die reden worden hogere waarden vastgesteld. Het ontwerpbesluit Hogere grenswaarde Wet geluidhinder is hierop aangepast en wordt gewijzigd vastgesteld. Tijdens het uitvoeren van het akoestisch onderzoek hebben de geluidspecialisten bekeken in hoeverre de ring noord relevant was. De geluidbelasting was, door de afscherming van woningen, ruim onder de 48 dB, waardoor deze geluidbelasting niet verder in beeld is gebracht in het akoestisch onderzoek. Een bron is niet gelijk aan een straatnaam. De professor Kochstraat loopt door in de Minckelersstraat en is daarom als één geluidbron meegenomen in het akoestisch onderzoek. Dit is dus een bewuste actie geweest.

Ook Haskoning DHV signaleert mogelijke problemen: "Door de substantiële wijzigingen in verkeersstromen vragen een flink aantal wegvakken wel aandacht (en maatregelen) in verband met geluidswetgeving." (...) "Toename van verkeersgeluid vraagt, gezien de substantiële wijzigingen in verkeersstromen, nadere actie en/of onderzoek, voor Variant 1 op wat meer wegen dan voor Variant 2." (...) "Vanuit regelgeving is met name de Jacob van Campenlaan – Jan van der Heijdenstraat kritisch." (...) Reactie gemeente De realisatie van de 1.800 woningen binnen postcodegebied 1221 (incl. Bruisend Hart) en de verkeersaantrekkende werking die hierdoor veroorzaakt wordt, zal leiden tot een toename van de geluidbelasting van minder dan 1,5 dB. Dit is een toename die voor de meeste mensen niet waarneembaar zal zijn. Nader onderzoek is hiervoor niet nodig. "Gezien de optredende verschillen is er op een aantal wegen straten naar verwachting sprake van toenames van de concentraties van NO2, PM10 en PM2,5 ‘in betekende mate’ op." [Nader onderzoek verkeer bij ontwikkelscenario's Bruisend Hart in Hilversum, HaskoningDHV Nederland B.V, definitief, 14 december 2021] 87

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

Reactie gemeente In paragraaf 6.4.3. Luchtkwaliteit van de toelichting van het bestemmingsplan wordt ingegaan op de luchtkwaliteit in het plangebied 1221. Hierin staat “Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de landelijke regels (Besluit 'niet in betekenende mate' (NIBM)) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit”. Woningbouwprojecten met minder dan 3.000 woningen met meer dan twee ontsluitingswegen zijn vrijgesteld van toetsing. Binnen plangebied 1221 worden maximaal 1.550 woningen mogelijk gemaakt. Binnen het plangebied bevinden zich meerdere ontsluitingswegen. Hiermee kan het globale plan worden beschouwd als project dat niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Aangezien de ontwikkelingen binnen 1221 nog niet concreet zijn en er op voorhand geen onoverkoombare belemmeringen worden verwacht, wordt een eventueel benodigde onderzoeksplicht doorgeschoven naar de vergunningverlening. In het Chw-bestemmingsplan 1221 is in de procesregels (artikel 14) een regeling opgenomen dat initiatiefnemers moeten aantonen dat een goede luchtkwaliteit wordt gewaarborgd. Parkeren Er worden niet realistische aannamen gehanteerd voor het parkeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=4105c677-4c79-4e57-92df-f126627d2e9c