CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 : Zienswijzennota_Chw-bestemmingsplan 1221

GEMEENTERAAD 26 oktober 2022, gemeente HilversumBij agendapunt: Vaststelling Chw bestemmingsplan 1221 (1084642)50.736 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

52

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

Gebiedspaspoort Korte Noorderweg is, als onderdeel van het Beeldkwaliteitsplan+, vastgesteld (d.d. 9 maart 2022) gedurende de ter inzage legging van het ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221. De huidige Korte Noorderweg en omgeving is een bedrijventerrein met afwijkende bouwvormen. Dit is niet een gebied dat kenmerkend is voor de Geuzenbuurt. De Structuurvisie, de Gebiedsagenda 1221, het Beeldkwaliteitsplan+ en het Gebiedspaspoort Korte Noorderweg maken inzichtelijk dat op deze locatie een hogere bouwhoogten zijn in te passen. Het is overigens niet zo dat alle gebouwen een bouwhoogten van 6 tot 8 bouwlagen krijgt. Zo zijn, in overleg met de buurt, een tweetal bouwblokken verlaagd naar respectievelijk maximaal 10 meter en maximaal 13 meter hoogte. Vervolgens zijn er een viertal bouwblokken met een maximale bouwhoogte van 16 meter. Voor deze zes bouwblokken geldt evenwel de verplichting om in de randen van het bouwblok te werken met setbacks en verlagingen in de bouwhoogte naar respectievelijk maximaal 6 meter bouwhoogte en maximaal 9 meter bouwhoogte. Het is juist dat er aan de spoorzijde een tweetal hoogteaccenten mogelijk zijn van respectievelijk maximaal 21 en 25 m bouwhoogte (dit is conform de eerder vastgestelde maximale bouwhoogte van 25 m in de Gebiedsagenda 1221).

De maximale bouwhoogte van 25 meter langs het spoor komt in de huidige situatie al voor ter plaatse van de beide stationsgebouwen. In Hilversum vindt op verschillende plekken binnenstedelijk bouwen plaats. Hilversum is omsloten door een natuurgebied, waarbinnen geen bouwmogelijkheden zijn gelegen. Het realiseren van o.a. woningen voor de volgende generatie dient binnenstedelijk opgelost te worden. Dit betekent in veel gevallen dat hiervoor de ruimte is gelegen in de bouwhoogten. 5. Bouwen voor Leegstand:

•

Hilversum heeft het hoogste percentage van Nederland aan leegstaande kantoorgebouwen. Tenzij de projectontwikkelaar bijv. een gezondheidscentrum in de plint gepland heeft, is de kans groot dat hij bouwt voor leegstand.

Reactie gemeente Het Chw-bestemmingsplan 1221 creëert de planologische kaders voor mogelijke ontwikkelingen. De ontwikkelingsruimte is hoofdzakelijk mogelijk binnen de moderniseringsgebieden. De moderniseringsgebieden zijn gebieden waar vernieuwing en menging van functies centraal staat. Veranderingen zijn mogelijk, met het oog op het behoud van de kwaliteit. Wonen, werken en leven moeten naast elkaar bestaan. De moderniseringsgebieden bevinden zich met name langs de toegangswegen en bestaan uit de Larenseweg, de Minckelersstraat en de Spoorzone. Naar de toekomst toe wordt een fijnmazige vermenging tussen werk en wonen mogelijk. In deze gebieden wordt ruimte geboden aan voorzieningen en werk. Het is aan de markt om te bepalen welke functie daadwerkelijk noodzakelijk is voor realisatie. Op basis van uitnodigingsplanologie worden ontwikkelende partijen uitgedaagd om plannen te realiseren. Bij het opstellen van een Locatie Ontwikkelplan (LOP) dient de behoefte van een functie aangetoond te worden. Het gemeentebestuur is ervan overtuigd dat niemand gebaat is bij het bouwen voor leegstand. 6. Planschade:

•

Met het volbouwen van kleine paspoortgebieden in 1221 hebben wij als bewoners recht op een MER om een juiste inschatting van de overlast en daardoor afname van een gezonde leefomgeving vast te stellen. Reactie gemeente 53

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

In de aanleiding van deze zienswijzennota is ingegaan op de verplichting of niet van het maken van een milieueffectrapportage. Daarnaast is in deze zienswijze onder het kopje Milieu Effect Rapportage uitgebreider ingegaan op de MER De milieu- en leefomgevingskwaliteiten zijn in beeld gebracht door in eerste instantie een gebiedsanalyse op te stellen. Met de analyse is aangetoond voor welke aspecten geen knelpunten worden verwacht en welke aandachtspunten er binnen 1221 zijn. Voor de aandachtspunten binnen 1221, te weten geluid, stikstof, externe en veiligheid is vervolgens nader onderzoek uitgevoerd. Uit de onderzoeken blijkt dat er ten aanzien van stikstof geen belemmeringen zijn voor het planvoornemen. Ten aanzien van geluid zijn hogere waarden vastgesteld en wordt bij de (indienen van de) omgevingsvergunning gevraagd om een vervolgonderzoek, die aantoont dat (met/zonder maatregelen) sprake is van een voldoende leefklimaat. Voor externe veiligheid wordt ook bij de omgevingsvergunning gevraagd om vervolgonderzoek, die aantoont dat (met/zonder maatregelen) sprake is van een voldoende leefklimaat. De effecten van alle milieuaspecten zijn samengevat in de al genoemde aanmeldingsnotitie voor de m.e.r.-beoordeling, waarin wordt geconcludeerd dat geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen op het milieu en dus geen MER hoeft te worden opgesteld.

Effecten die er zijn hebben met name invloed op de nieuwe inwoners van 1221. Onderzoek en maatregelen moeten aantonen dat sprake is van een gezonde, fysieke leefomgeving, voordat deze woningen mogen worden gebouwd. B&W heeft de plicht om mee te werken aan een gezonde leef omstandigheid voor zijn huidige en nieuwe bewoners. • •

•

•

• •

De huidige situatie is dat wij als omwonenden van de HLW (Hoge Larense Weg) ’s avonds en in het weekend geen geluidshinder kennen doordat het een bedrijventerrein is. Meerdere bewoners van de Hoge Larenseweg willen weten wat de bestemming is van de werkplaats van Eerenberg, die gekocht is door Prosperity. Wat gaat er gebeuren met de buiten muren, die op meerdere plekken een erfscheiding vormen. Wat zijn de plannen voor de oprit tussen nr. 8 & 10, waar 3 deuren op uitkomen. Persoonlijk heb ik nu het hele jaar door daglicht. Beneden vanuit mijn huis zie ik de Vitustoren, het Stationsgebouw, een grote boom en BLAUWE LUCHT. Zelfs in de WINTER vanaf 9 uur tot 18 uur zon in mijn tuin. Wat zeker bijdraagt tot een gezonde prettige woonsituatie. Is het mogelijk om het hoek bouw blok (6 woonlagen) aan de HLW kant te verlagen en deze dan toe te voegen aan de blokken die achter het 8 woonlagenblok liggen aan de geuzenwegkant waar alleen bedrijven gevestigd zijn. Kunnen de balkons zo geplaatst worden dat ze geen inkijk hebben op de bestaande bewoning. Als de gemeente hier aan mee kan werken is fijn maar het blijft een taak voor Prosperity. Straks krijg ik te maken met veel geluidsoverlast en lever ik in op zonlicht, maar ook niet te onderschatten op privacy.

Weg woon genot! Wie is er straks verantwoordelijk voor het afhandelen van een planschade die vast gesteld moet worden door een onafhankelijk bureau? Reactie gemeente Het Chw-bestemmingsplan 1221 schept de planologische kaders voor het plangebied 1221. De basis hiervoor zijn - zoals gezegd - de Gebiedsagenda 1221 en het Beeldkwaliteitsplan+ (inclusief gebiedspaspoorten). Binnen deze kaders worden op basis van uitnodigingsplanologie de ontwikkelende partijen uitgedaagd om plannen te realiseren. Bij het opstellen van een Locatieontwikkelplan (LOP) wordt een ontwikkellocatie gedetailleerd uitgewerkt. Op dat moment wordt gekeken naar buitenmuren, erfafscheidingen, balkons etc. In het bestemmingsplan zijn

54

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

procesregels opgenomen ten aanzien van het verlenen van omgevingsvergunningen. Het LOP maakt daar onderdeel vanuit. Om te beoordelen of er sprake is van onrechtmatige hinder door schending van privacy moet worden gekeken naar het Burgerlijk wetboek, naar boek 5 (het zogenoemde burenrecht). Op basis van artikel 50 van boek 5 dient bijvoorbeeld de afstand tot een naastgelegen erf twee meter te bedragen wanneer het gaat om zicht op eigendom van de buren. Dit betekent dat wanneer de afstand groter is dan twee meter er geen sprake is van onrechtmatige hinder door schendig van privacy. Ontwikkelende partijen zijn gehouden aan het Burgerlijk wetboek. Op sommige plekken in het gebied kan door nieuwe bebouwing de lichtinval veranderen. Over het algemeen zal door de beperkingen in hoogtes dat niet tot situaties leiden die onacceptabel zijn. Niettemin zal bij de verder uitwerking van de ontwikkelingen ontwikkelaars rekening moeten houden met lichtinval en bezonning op naburige percelen. Dat kan bijvoorbeeld door het doen van schaduwonderzoeken. De aanvrager van de omgevingsvergunning moet daarbij nagaan of er sprake is van onrechtmatige hinder door schaduwval. Of sprake is van onrechtmatige hinder wordt ook bepaald door het Burenrecht.

Artikel 37 van boek 5 van het Burgerlijk wetboek zegt daarover: De eigenaar van een erf mag niet in een mate of op een wijze die volgens artikel 162 van Boek 6 onrechtmatig is, aan eigenaars van andere erven hinder toebrengen zoals door het verspreiden van rumoer, trillingen, stank, rook of gassen, door het onthouden van licht of lucht of door het ontnemen van steun. De gemeente is verantwoordelijk voor het afhandelen van de vergoeding van planschade. Afsluitend Allereerst wil ik melden dat ik meer groen in de wijk en het opknappen van de buurt toejuich. Als dat alleen maar mogelijk is door hoogbouw, dan hoeft het voor mij niet. Pas de nieuwbouw hoogte aan op de omgeving, zoals de gemeente in vele documenten zelf vermeld. Dus maximaal 3 tot 4 hoog op goede afstand met balkons die niet gericht zijn op huidige bewoners en tegenover bedrijven de lucht in met 8 bouwlagen. Op basis van de bovenstaande argumenten, heb ik bezwaar tegen het Ontwerp Chw bestemmingsplan 1221 en het Ontwerp besluit hogere grenswaarde. Naar aanleiding van het voorgaande verzoek ik u met inachtneming van mijn zienswijze beiden ontwerpen niet vast te stellen/, namelijk door fragmentarische en onvolledige en ontbrekende Milieueffectrapportage.

Conclusie zienswijze De zienswijze leidt tot de onderstaande aanpassingen van het bestemmingsplan, te weten: • het Gebiedspaspoort Korte Noorderweg is vastgesteld (d.d. 9 maart 2022) als onderdeel van het Beeldkwaliteitsplan+(d.d. 10 december 2021) en wordt overeenkomstig de overige gebiedspaspoorten als werkingsgebied opgenomen in het Chw-bestemmingsplan 1221. Daarbij is gebruik gemaakt van een dynamische verwijzing. Het gebiedspaspoort is opgenomen als bijlage bij de toelichting. De toelichting en de regels van het Chw-bestemmingsplan 1221 zijn hierop aangepast; • het stikstofonderzoek is aangepast, aangezien er een nieuwe versie van Aerius Calculator (de rekentool) beschikbaar is gekomen. Uit de nieuwe berekening volgt dezelfde resultaten. Aangetoond is dat stikstof geen belemmering vormt voor het planvoornemen; • de toelichting van het Chw-bestemmingsplan en de Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling zijn aangepast aan de hand van de nieuwe onderzoeken (stikstof, akoestiek en externe veiligheid). Deze onderzoeken zijn als bijlage bij het Chw-bestemmingsplan toegevoegd.

55

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

•

•

het aspect ‘trillingen’ is opgenomen als indieningsvereiste in artikel 14 van het bestemmingsplan. In artikel 12 is bepaald dat ter plaatse van het werkingsgebied 'overige zone - trillingen' bouwwerken uitsluitend zijn toegestaan wanneer minimaal uit een dynamische berekening van de trillingssterkte blijkt dat de streefwaarden, zoals bedoeld in de Meet- en beoordelingsrichtlijn B “Hinder voor personen in gebouwen”, niet wordt overschreden. Er is een beknopte beschouwing toegevoegd in de toelichting van het bestemmingsplan in paragraaf 6.4.4. De regels en de verbeelding van het Chw-bestemmingsplan zijn ook aangepast ten aanzien van het aspect ‘trillingen’; het aspect gezondheid is duidelijker in de toelichting van het Chw-bestemmingplan beschreven.

56

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

8. Zienswijze reclamant 8 Note: bij deze zienswijze is gebruik gemaakt van veel beeldmateriaal, voor de volledige weergave verwijzen we naar de bijlage. Het beeldmateriaal heeft geen invloed op de beantwoording van de zienswijze. Als bewoners betrokken bij ontwikkellocaties rond Liebergerweg/Zuiderweg, en eerder bij de totstandkoming gebiedsagenda, willen wij graag onze zienswijze kenbaar maken op het ontwerp Chw bestemmingsplan 1221, hierna te noemen bestemmingsplan. Werk dat past in de wijk…het ongewijzigd aanhouden van milieucategorie 3 Zo’n 50 jaar geleden zaten er in het gebied rond de Liebergerweg diverse zware bedrijven; Veneta, Polak & Schwartz, Jaarsma, carrosseriebouw, galvaniseerbedrijf, slachthuis ed. Van oudsher ligt de drempel hier dan ook laag en hebben allerlei (onwenselijke) bedrijven zich hier vrij kunnen vestigen / uitgroeien binnen de (grote) ruimte van het bestemmingsplan. Wat 50 jaar geleden nog ‘normaal’ was is nu niet meer van deze tijd. Nu voormalig bedrijventerrein nadrukkelijker ook woongebied wordt, de Liebergerweg en Zuiderweg echte woonstraten, is het zaak de norm mbt werk dat past in de wijk strakker te trekken. Het simpelweg aanhouden van milieucategorie 3 kan echt niet meer. Dit is over heel 1221 te verlagen naar categorie 2. Al in 2018-2019 hebben we ons gericht tegen verkeerde bedrijven in de wijk.

Mn (logistieke) bedrijven; veel verkeersbewegingen in en uit, nauwelijks arbeidstoevoeging ter plekke. Toch hebben zich sindsdien nog vrijelijk van deze bedrijven kunnen vestigen. Een voorbeeld aan de Liebergerweg is Hasselt glas. Grote trailers, midden op de weg (blokkade), zetten met de kraan glasbokken op de stoep. Kleine vrachtwagens brengen het glas weer naar de klant. Ook autobedrijven komen met trailers de straat in en uit. Dat kan niet meer in een woonstraat. Ander voorbeeld is aan het pleintje Kleine Drift. In samenwerking gemeentebewoners wordt dit heringericht naar een mooie grotere groene gebruiksruimte. Daar wordt vervolgens enorm afbreuk aan gedaan door vestiging van 2 bezorg/afhaalbedrijven (New York Pizza en Sparerib Express) met veel verkeersdrukte, onveiligheid en rommel. Het bestemmingsplan werpt geen enkele drempel op tegen toekomstige vestiging van onwenselijke bedrijven in de wijk. We hebben er voor gepleit een rem te zetten op bedrijven die veel verkeer in de wijk brengen. In de gebiedsagenda is dat overgenomen in het hoofdstuk “Werk dat past in de wijk” (blz 29). De (VNG) Staat van Bedrijfsactiviteiten geeft naast milieucategorieën ook categorieën aan van verkeersaantrekkende werking van bedrijven. Het is zaak ook dit toe te voegen aan het bestemmingsplan en voor het gebied 1221 max categorie 1 toe te staan.

Onze zienswijze is dat in het bestemmingsplan het exploiteren van een bedrijf is toegestaan voor ten hoogste milieucategorie 2 en ten hoogste verkeerscategorie 1. Als uitzondering op het voorgaande zijn reeds gevestigde bedrijven op basis van oud recht zo nodig op de lijst “toegelaten bedrijven” te plaatsen (sterfhuisconstructie). Buurtraadpleging is toe te passen bij alle nieuwe uitzonderingen cq toevoegingen aan deze lijst. Reactie gemeente Het Chw-bestemmingsplan 1221 heeft betrekking op het plangebied 1221. In deze wijk zijn van oudsher veel bedrijven gevestigd. Het postcodegebied 1221 staat aan de vooravond van een transformatie. Het gebied, wat haar identiteit ontleent aan het industriële verleden, de kleinschaligheid van buurten, functiemenging en diversiteit, wordt op diverse locaties ontwikkeld tot een meer centrum stedelijk milieu met een hoge omgevingskwaliteit, passend in de omgeving. De gemeenteraad heeft de ambitie om deze wijk op een organische wijze te transformeren naar 57

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

een levendige gemengde stadswijk waar gewoond en gewerkt wordt. Met het Chwbestemmingsplan 1221 beoogt de gemeenteraad deze transformatie te faciliteren. Met het oog daarop is gekozen voor een flexibel plan waarin onderscheid is gemaakt tussen regels voor bestaande activiteiten en regels voor nieuwe activiteiten. Door de bestaande activiteiten te regelen wordt rechtszekerheid geboden aan de huidige eigenaren. Met dit Chw-bestemmingsplan 1221 worden, mede op basis van uitnodigingsplanologie, nieuwe activiteiten mogelijk gemaakt. Door nieuwe activiteiten toe te staan worden de eigenaren uitgenodigd om tot een nieuwe ontwikkeling te komen. Op deze wijze wordt er ingezet op een geleidelijke en organische ontwikkeling, waarbij bewoners en bedrijven worden gevraagd zelf initiatief te nemen. Milieucategorie 3 Voorbeelden van wat zich onder cat. 3 in de wijk kan vestigen: • • • • • • • • • • • • •

Recovering autobanden Constructiewerkplaatsen Smederijen, lasinrichtingen Galvaniseerbedrijf Bouwbedrijf met werkplaats Grth in bouwmaterialen Autospuit & plaatwerkbedrijf Benzineservicestation Autosloperij groothandel in afval en schroot Transportbedrijf Distributiecentrum etc Slachterij

Wortel en stok…planschade Op onze zienswijze kregen we in mondeling contact de toelichting dat de gemeente vooral wil verleiden (wortel) het goede te doen met panden en grond. Ze denkt daarmee het aanscherpen van regels (stok) achterwege te kunnen laten. Daarbij speelt duidelijk mee de vrees dat aanscherpen regels tot claims mbt planschade en hoge kosten kan leiden. Een sterfhuisconstructie zou daarin onvoldoende geruststelling bieden. Bewoners zijn er niet van overtuigd dat de stok wel achterwege kan blijven. Verleiden vindt plaats door op bedrijventerrein nu ook woningbouw toe te staan, wat aantrekkelijk rendement oplevert. Niettemin zien we bij Liebergerweg-Zuiderweg drie voorbeelden van eigenaren die hun ‘eigen ding’ willen doen en ontwikkelaars de deur wijzen. Het gaat dan om onwenselijke autohandel en glashandel. Ook om panden die bekend zijn vanwege (eerdere) illegale activiteit. De stok is echt nodig en angst is een slechte raadgever. Een gedegen juridische analyse op risico planschade is een minste vereiste. Reactie gemeente Helaas heeft u voorbeelden waarvan u vindt dat dit een onwenselijke situatie betreft. Echter, door op een perceel de huidige activiteit ‘Exploiteren van een bedrijf t/m categorie 3’ is geen garantie op een onwenselijke situatie.

Indien een bedrijf gewoon voldoet aan de categorieën zijn de ruimtelijk relevante milieuaspecten, zoals geluid, geur, stof en gevaar, dan zult u dat waarschijnlijk niet betitelen als onwenselijk. Dit bestemmingsplan is gebaseerd op uitnodigingsplanologie om grondeigenaren te stimuleren om gronden te ontwikkelen. 58

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

Vastlegging Consolidatiegebied / Moderniseringsgebied Het bestemmingsplan wijst gebieden aan die voor modernisering in aanmerking komen. Daar ook ruimte aan bieden, bijv voor woningbouw waar dat voorheen niet het geval was. Daar tegenover staan consolidatiegebieden waar alles bij het oude kan blijven, geen wijziging regels. Schuivend over de kaart vallen er dan ongerijmdheden op. Bijv dit onaantrekkelijke stuk achterterrein met diamantfabriek, kleine sigarenfabriek en nog wat loodsen en boxen. Consolidatiegebied, geen modernisering, ongewijzigd bedrijfsfunctie. Dat terwijl de kleine sigarenfabriek al omgebouwd wordt naar appartementen. Voor het overige terrein al plannen uitgewerkt waren door een ontwikkelaar. Idem het Lidl terrein. Stond tot voor kort nog bekend als ontwikkellocatie. Nu consolidatiegebied, geen modernisering. Onze zienswijze is dat voor voornoemde gebieden de uitnodiging tot modernisering moet blijven bestaan, ze als moderniseringsgebied moeten worden geduid. Reactie gemeente Op basis van de Gebiedsagenda en het Beeldkwaliteitsplan+ zijn verschillende typen gebieden te onderscheiden in het plangebied 1221. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in consolidatiegebieden, moderniseringsgebieden en ontwikkellocaties. De consolidatiegebieden binnen 1221 zijn gebieden waar het behouden van de bestaande situatie primair het uitgangspunt is.

In het Beeldkwaliteitsplan+ zijn de ontwikkellocaties nader uitgewerkt. Apart is dat ook gedaan voor de Korte Noorderweg. Er zijn natuurlijk locaties te benoemen waar wellicht in de toekomst een ontwikkeling wenselijk is. Deze ontwikkelingen kennen we op dit moment nog niet en om deze reden niet opgenomen in de moderniseringsgebieden. Bestemmingsgebied paspoort Zuiderweg/Lijsterweg I Onder dit gebied valt ook Zuiderweg 127 (Autobazaar), een pand wat al jaren opvalt door zijn onaantrekkelijkheid. Tot grote onvrede van bewoners doet deze eigenaar echter niet mee aan de ontwikkeling, wil z’n eigen ding doen. Dat waren bedrijfsactiviteiten als autohandel en (illegaal) café, beide tot overlast van de buurt. Hier doet zich de eerdere wortel-stok kwestie voor. De wortel heeft hier niet geholpen en ook ‘koffiedrinken’ heeft niets opgeleverd. Er is dus meer nodig, een stok achter de deur; het wegbestemmen van bedrijfsactiviteit in dit paspoortgebied. Dat kan consequenties hebben voor de gemeente…de prijs voor jarenlang geen aandacht besteden aan het gebied. Onze zienswijze is dat voor het paspoortgebied Zuiderweg/Lijsterweg uitsluitend de functie wonen is toe te staan. Reactie gemeente Het perceel Zuiderweg 127 maakt geen onderdeel uit van het Gebiedspaspoort Zuiderweg/Liijsterweg. Dit is een omissie in de verbeelding behorende bij het Chwbestemmingsplan 1221.

De verbeelding is, conform het gebiedspaspoort behorende bij het 'Beeldkwaliteitsplan+ aangepast. Het perceel Zuiderweg 127 is gelegen in het moderniseringsgebied Spoorzone met de daarbij behorende regels ten aanzien van gebruiks- en bouwactiviteiten. De activiteit wonen behoort tot de mogelijkheden. Binnen de kaders worden, op basis van uitnodigingsplanologie, de ontwikkelende partijen uitgedaagd om plannen te realiseren. Bij het opstellen van een Locatie-ontwikkelplan (LOP) wordt een ontwikkellocatie gedetailleerd uitgewerkt. 59

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

Bestemmingsgebied paspoort Zuiderweg/Lijsterweg II Een ander bezwaar van bewoners tegen dit paspoort is het geringe volume aan openbaar groen wat hierin is opgenomen. De algemene norm (hfst 3) in het Beeldkwaliteitsplan is dat tenminste 40% van een ontwikkelkavel als open publieke ruimte is in te richten. In dit plan is dat slechts 26%. Waarom BKP en bestemmingsplan daarin mee gaan is een raadsel. Van de 7 nu bekende ontwikkellocaties is Zuiderweg/Lijsterweg de enige met parkeren op maaiveld. Verstening ten koste van (groene) publieke ruimte. De 6 andere locaties hebben allemaal ondergronds parkeren of parkeren onder verhoogd maaiveld. Als dat op die locaties financieel mogelijk is, waarom bij Zuiderweg/Lijsterweg dan niet. Bewoners hebben dit kenbaar gemaakt tegenover ontwikkelaar en gemeente, hebben er over ingesproken bij het BKP. Antwoorden zijn uitgebleven. We herhalen dit bezwaar bij het bestemmingsplan. Onze zienswijze is dat het paspoort Zuiderweg/Lijsterweg op het punt van open publieke (groene) ruimte fors en ongemotiveerd afwijkt van de algemene norm in het BKP. Daarmee als kwalitatief onvoldoende is te beschouwen en terug te trekken uit het bestemmingsplan. Reactie gemeente Om de kwaliteiten te borgen is specifiek voor de ontwikkellocaties in het plangebied 1221 het Het 'Beeldkwaliteitsplan+ opgesteld.

Dit Beeldkwaliteitsplan+ beschrijft, in vervolg op de Gebiedsagenda 1221, de ruimtelijke kaders voor nieuwe ontwikkelingen in 1221. Deze kaders gaan bijvoorbeeld over de samenhang van het geheel, de kwaliteit van de openbare ruimte, over bouwhoogte en over architectuur. Het Beeldkwaliteitsplan+ doet uitspraken voor 1221 en meer specifiek voor de verschillende ontwikkellocaties. Dat laatste via gebiedspaspoorten. Specifiek voor de locatie Zuiderweg is het gebiedspaspoort Zuiderweg/Lijsterweg opgesteld, daarin zijn harde randvoorwaarden voor de stedenbouwkundige opzet opgenomen. Kenmerkend voor deze locatie zijn de grondgebonden woningen met op het binnengebied een parkeervoorziening en een groene verbinding tussen de Lijsterweg en de Zuiderweg.

Conclusie zienswijze De zienswijze leidt tot de onderstaande aanpassing van het bestemmingsplan, te weten: •

het perceel Zuiderweg 127 maakt geen onderdeel uit van het Gebiedspaspoort Zuiderweg/Liijsterweg. Dit is een omissie in de verbeelding behorende bij het Chwbestemmingsplan 1221. De verbeelding is conform het gebiedspaspoort behorende bij het 'Beeldkwaliteitsplan+ aangepast.

60

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

9. Zienswijze reclamant 9 In het ontwerp bestemmingsplan is geen verwijzing gemaakt naar relevante beleidsdocumenten zoals Mobiliteitsvisie Hilversum, Multimodaal Toekomstbeeld uit Samen Bouwen aan Bereikbaarheid en de Integrale Mobiliteitsanalyse 2021 (IMA2021). Deze documenten gaan in op de vervoersontwikkeling op de verschillende netwerken. Hieruit blijkt ook nog een opgave voor de lange termijn. Gezien deze opgave houden wij een strategische reserve aan voor een mogelijk extra perron. Hier heeft ProRail u al over geïnformeerd met onze zienswijze Structuurvisie “Bruisend Hart" die ProRail in december 2021 aan u heeft doen toekomen. Reactie gemeente In paragraaf 4.4.16 wordt de Mobiliteitsvisie 2040 toegelicht. De mobiliteit in Hilversum is in beweging. Het scenario "Hilversum: de stad voor groene, duurzame en innovatieve mobiliteit" geeft voor de mobiliteit in Hilversum realistische en haalbare oplossingen, die passen bij Hilversum. Het bevat een slimme brede mix van gefaseerd te nemen maatregelen. De gemeente ziet een toekomst voor 1221 waarin de auto niet meer dominant aanwezig is en er meer ruimte is voor langzaam verkeer. De ontwikkellocaties binnen 1221 bieden hier goede kansen voor door de mogelijkheden van smart mobility te verkennen, deelvervoer te stimuleren en collectief parkeren te bewerkstelligen.

In de gebiedspaspoorten, behorende bij het Beeldkwaliteitsplan+ en het Chwbestemmingsplan zijn criteria opgenomen ten aanzien van verkeer en parkeren. Het klopt dat het gemeentebestuur bij de procedure van de Structuurvisie Bruisend Hart door ProRail geïnformeerd zijn over de ambities van ProRail. Echter, in die zienswijze (ook niet in deze zienswijze) is niet aangegeven hoe groot de ruimteclaim is voor het maken van een eventuele extra perron. Derhalve kan het gemeentebestuur op dit moment geen ruimte reserveren voor de claim. De Structuurvisie Bruisend Hart is vastgesteld en in de komende jaren zal een stedenbouwkundig plan worden opgesteld. Vervolgens zal de locatie een zelfstandige bestemmingsplanprocedure doorlopen. In dit proces zal nader ingegaan worden op de genoemde beleidsdocumenten. Ontwikkelingen bereikbaarheid Op basis van de Integrale Mobiliteitsanalyse 2021 (IMA-2021) ziet ProRail voor de spitsuren de volgende mobiliteitsontwikkelingen voor Hilversum tot 2040: •

•

Rijkswegen: Via de Al en de A27 wordt het plangebied slechter bereikbaar. De situatie verslechtert op een aantal wegvakken verder naar “beperkte restcapaciteit” of zelfs “weinig/geen restcapaciteit”. Spoor reizigerstreinen en station: Op de reizigerstrajecten tussen Hilversum en Amsterdam/Utrecht/Amersfoort zijn er knelpunten voor de reizigerstreinen. Er blijven bij volledige materieelinzet geen reizigers op het perron achter, maar tussen Hilversum en Amsterdam zijn er wel veel staanplaatsen bezet. Op de andere trajecten is de bezetting lager. Voor het station Hilversum worden voor het jaar 2040 transferknelpunten verwacht.

De bereikbaarheid van werkgelegenheidslocaties vanuit het plangebied is in de huidige situatie per auto beter dan met het OV. De auto-bereikbaarheid van werkgelegenheidslocaties wordt tot 2040 per auto echter slechter, maar met het OV beter. Gezien het bovenstaande ligt het voor de hand om de bereikbaarheid in de toekomst duurzaam te faciliteren, met onder andere een goede bereikbaarheid van station Hilversum. Reactie gemeente

61

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

In april 2021 heeft de gemeente de mobiliteitsvisie 2040 vastgesteld (https://www.mobiliteitsvisiehilversum.nl/). Hierin geeft de gemeente aan de stad voor groene, duurzame en innovatieve mobiliteit te willen worden. Met de vaststelling van de Mobiliteitsvisie 2040 heeft Hilversum gekozen voor het waarborgen van de bereikbaarheid, het bevorderen van de doorstroming en het werken aan een goede leefbaarheid, verkeersveiligheid en een slimmere verdeling van het verkeer, inclusief het stimuleren van deelvervoer. Om deze doelstellingen uit de Mobiliteitsvisie te realiseren wordt de Mobiliteitsvisie verder uitgewerkt aan de hand van de elf deelprojecten die volgen uit de vastgestelde visie. Onder de elf deelprojecten worden ook de thema’s verbeterde van de OVknooppunten en ketenmobiliteit benoemd. Ketenmobiliteit is het combineren van verschillende soorten vervoer (zoals bus, trein, scooter, fiets) gedurende je hele reis, van deur tot deur. De hele reis moet comfortabel, goed en snel zijn. OV-knooppunten (grote stations en bushaltes) moeten daarvoor verbeteren, zodat reizigers snel over kunnen stappen op het andere vervoersmiddel. ProRail duurzame bereikbaarheid ProRail ziet met dit bestemmingsplan een goede benutting van kansen voor duurzame bereikbaarheid. Er is voor de 1.150 woningen gekozen voor verdichting nabij het station en er wordt ingezet op deelvervoer.

Dit wordt gecombineerd met een inzet op leefbaarheid, groen en speelruimte. ProRail verzoekt om met het bestemmingsplan de duurzame bereikbaarheid op de volgende manieren te verbeteren: 1. Nabijheid is de eerste stap in duurzame bereikbaarheid. Hoe dichter de nieuwe woningen bij het station worden gerealiseerd, hoe meer dat bijdraagt aan de duurzame bereikbaarheid. In de plantoelichting zijn meerdere clusters voor ontwikkelingen te zien, sommige liggen wat verder weg van het station. Uit de plantoelichting is niet eenduidig op te maken, wat de achtergrond is van deze keuzes. Is er nabij het station te weinig ruimte voor inbreidingen? Of zijn er andere redenen? Reactie gemeente In het Chw-bestemmingsplan zijn 3 moderniseringsgebieden opgenomen, binnen deze gebieden is ruimte voor functiemenging en ontwikkelingen. Dit Chw-bestemmingsplan is gebaseerd op uitnodigingsplanologie om grondeigenaren te stimuleren om gronden te ontwikkelen. De Gemeente Hilversum heeft weinig grondposities om hier actief op te sturen. Het moderniseringsgebied Spoorzone is gelegen langs het spoor en aan het stationsgebied. De moderniseringsgebieden Larenseweg en Minckelersstraat zijn toegangswegen gericht op het stationsgebied. 2. De parkeernorm is niet eenvoudig uit het bestemmingsplan op te maken. Er wordt verwezen naar een extern stuk, waardoor er niet direct een concrete norm is af te leiden.

Het verzoek is om in de planregels een concrete norm op te nemen. Overweeg een lagere parkeernorm, tot bijvoorbeeld 0,6. Combineer dit met het faciliteren van nog meer deelvervoer. 3. In de planregels wordt niet duidelijk voorzien in de parkeerbehoefte van alle (deel-)modaliteiten, zowel nabij het station als in de buurten zelf. Het faciliteren van de “first mile” en “last mile” van de treinreiziger is van belang om de trein onderdeel te maken van een duurzaam bereikbaarheidssysteem. Het verzoek is om dat onderdeel nog nader toe te lichten. Reactie gemeente

62

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

Voor het parkeren rondom OV-knooppunten heeft de gemeente Hilversum expliciet beleidsregels opgesteld, de Beleidsnotitie Parkeernormering OV-knooppunten (2020). Dit wordt toegelicht in paragraaf 4.4.18. van de toelichting van het Chw-bestemmingsplan. De projecten rondom de OVknooppunten, zoals plangebied 1221, kennen ambitieuze programma's, waardoor de claim op de beperkte ruimte hoog is. In algemene zin mag een toevoeging of wijziging van functies bij een nieuwe ontwikkeling geen parkeeroverlast veroorzaken in de omliggende gebieden. Deze notitie laat zien onder welke voorwaarden het mogelijk is om bij de grote ontwikkelingen rondom de OVknooppunten af te wijken van de parkeernormen uit de parkeernota. Concreet houdt dit in dat de huidige parkeernorm de basis blijft. Onder voorwaarden kan deze norm verlaagd worden tot maximaal 50%. Voorbeelden van deze voorwaarden zijn dat de ontwikkeling mobiliteitsmaatregelen opneemt die het autobezit en gebruik verlagen. Een van de elementen die kunnen zorgen voor een verlaging van het aantal parkeerplaatsen is bijvoorbeeld de aanwezigheid van deelauto's en de aanwezigheid van voldoende fietsparkeerplaatsen. Voor nieuwbouw bij de OV-knooppunten dient te worden voldaan aan de 'Fietsparkeercijfers 2019' van de CROW.

In het Chw-bestemmingsplan is een (dynamische) verwijzing opgenomen naar de Parkeernormering OVknooppunten, zodat dit toetsingskader kan worden gehanteerd zodra wordt afgeweken van de parkeernormen uit de Parkeernota. Daarmee wordt het autogebruik ontmoedigd en het wandelen en fietsen gestimuleerd. In hoofdstuk 7 wordt hier nader op ingegaan. In het coalitieakkoord 20222026 heeft het gemeentebestuur aangegeven dat het betaald parkeren wil invoeren in de gebieden tot aan de buitenring. 4. Bij de duurzame bereikbaarheid speelt niet alleen de trein, maar ook de duurzame bereikbaarheid van het station een rol. De aard en ligging van de plannen brengen met zich mee, dat er goed moet (en kan) worden voorzien in aantrekkelijke en sociaal veilige loop- en fietsroutes naar de stations. De loop- en fietsroutes komen in het bestemmingsplan alleen in de toelichting aan bod. Het verzoek is om hiervoor een regeling op te nemen in de planregels en/of de verbeelding. Heroverweeg daarbij het ontwerp van het klassieke wegprofiel, waar de auto domineert. Faciliteer de lopers en fietsers (met volledig vrijliggende fietspaden) eerst, en pas dan de auto. Dan blijft er ook ruimte over, omdat de auto de grootste gebruiker van openbare ruimte is. Zo heeft Breda een “groene loper” naar het station gefaciliteerd. Dat is een route zonder kruisend autoverkeer.

Reactie gemeente De door reclamant genoemde punten zijn meegenomen in de (vastgesteld) structuurvisie van het Bruisend Hart. Het Bruisend Hart is een gebied rondom het station. Het gebied Bruisend Hart ligt in het postcodegebied 1221, maar maakt geen onderdeel uit van dit Chw-bestemmingsplan 1221. Nu de structuurvisie is vastgesteld volgt nog een stedenbouwkundig plan. Vervolgens zal een zelfstandige bestemmingsplan/omgevingsplanprocedure moeten worden doorlopen. In het stedenbouwkundig plan zal bijvoorbeeld ingegaan worden op loop- en fietsroute. Ten aanzien van het opstellen van het stedenbouwkundig plan zal participatie plaatsvinden. 5. Voor fietsparkeren ligt er nog een opgave van circa 2.900 plekken ten oosten van het station. Inzet is dat samen met gemeente een plek te geven binnen Bruisend Hart, maar het is niet uitgesloten dat ProRail aan de randen van dat gebied binnen de werking van dit bestemmingsplan toch enige ruimte nodig gaat hebben. Aangezien ProRail dit samen met uw gemeente gaan oppakken, heeft ProRail er vertrouwen in dat uw gemeente en ProRail zullen gaan komen tot de ruimtelijk-functioneel beste oplossing voor reizigers en omwonenden. Reactie gemeente 63

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

Dat vertrouwen is wederzijds. 6. Er wordt gesproken over de radiale verkeersstructuur met weinig tangentiële verbindingen (noord-zuid). Zijn er intenties tangentiële verbindingen toe te voegen? Dit zou met name voor langzaam verkeer en daarmee voor duurzame actieve mobiliteit positief zijn. De genoemde suggesties hebben samen ook positieve gevolgen voor: leefbaarheid (minder auto’s betekent onder andere minder lawaai), duurzaamheid (compacte bouw en minder auto’s betekenen minder energieverbruik), kosten nieuwe infra (de bestaande infra wordt beter benut), verkeersveiligheid, ruimte voor andere omgevingsopgaven (energietransitie, klimaatadaptatie, etc.), karakteristiek landschap (als het buitengebied zo min mogelijk wordt bebouwd), alsmede inclusiviteit/brede welvaart (lopen en fietsen kan bijna iedereen, een auto aanschaffen kan niet iedereen). Reactie gemeente De genoemde suggesties hebben inderdaad positieve gevolgen voor de leefbaarheid in het postcodegebied 1221. Deze suggesties passen ook binnen het vastgestelde Mobiliteitsvisie 2040 en de Beleidsnotitie Parkeernormering OV-knooppunten (2020) van de gemeente Hilversum. Binnen diverse ontwikkellocaties wordt uitvoering gegeven aan verbindingen tussen de radiale verkeerstructuren voor het langzaam verkeer.

In het Beeldkwaliteitsplan+ zijn deze radiale verkeerstructuren opgenomen, zie bijvoorbeeld de verkeerscirculatie bij het gebiedspaspoort Zuiderweg/Lijsterweg. 6.4.2 Externe veiligheid I Plasbrandaandachtsgebied Volgens het deelrapport Externe Veiligheid (projectnummer: 51001953 d.d. 10-02-2022) wordt er in het Plasbrandaandachtsgebied gebouwd. Een geheel of gedeeltelijk in een plasbrandaandachtsgebied te bouwen bouwwerk dat tevens een kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen is, dient te voldoen aan de eisen die zijn opgenomen in de artikelen 2.5 tot en met 2.9 van de Regeling Bouwbesluit. Daarnaast dienen, overeenkomstig artikel 10 van het Besluit externe veiligheid, in de toelichting bij het bestemmingsplan de redenen worden vermeld die er toe hebben geleid om in dat gebied kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten toe te laten, gelet op de mogelijke gevolgen van een ongeval met brandbare vloeistoffen. In de toelichting bij het bestemmingsplan ontbreekt deze motivatie. ProRail verzoekt u deze toe te voegen. Reactie gemeente In bijlage behorende bij de toelichting van het bestemmingsplan is het externe veiligheidsrapport toegevoegd.

In hoofdstuk 5 ‘Verantwoording groepsrisico’ staan de redenen die ertoe hebben geleid om in het (beperkt) kwetsbare gebied (beperkt) kwetsbare objecten toe te laten, gelet op de mogelijke gevolgen van een ongeval met brandbare stoffen. Ook is aangegeven dat aanvullende bouwkundige maatregelen zijn voorgeschreven vanuit het Bouwbesluit. In de regels (artikel 14) zijn deze aanvullende maatregelen geborgd (indieningsvereisten). 6.4.4 Geluid In het bestemmingsplan wordt onder 6.7 opgemerkt Daarmee is nog steeds sprake van een onvoldoende leefomgevingskwaliteit, maar wordt wel voldaan aan de wettelijke normen. De vraag is in hoeverre een “onvoldoende leefomgevingskwaliteit” past binnen een goede ruimtelijke ordening. Reactie gemeente In het Chw-bestemmingsplan zijn voor een aantal beperkte locaties hogere waarden opgenomen, daarmee is op deze locaties vanuit het oogpunt geluid sprake van een matige tot onvoldoende 64

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

leefomgevingskwaliteit. Deze leefomgevingskwaliteit is ook nu in het postcodegebied 1221 aanwezig en wordt slechts beperkt beïnvloed door het planvoornemen. De verkeersaantrekkende werking door het planvoornemen, zal leiden tot een toename van de geluidbelasting van minder dan 1,5 dB. Dit is een toename die voor de meeste mensen niet waarneembaar zal zijn. De beschouwing van een goede ruimtelijke ordening omvat meer dan alleen het aspect geluid. Er zijn verschillende omgevingsfactoren die van invloed zijn op de beantwoording van de vraag of sprake is van ‘een goede ruimtelijke ordening’. In hoofdstuk 6 van het Chw-bestemmingsplan zijn daarom alle omgevingsaspecten inzichtelijk gemaakt. Alle aspecten in samenhang beziend acht de gemeente het woon- en leefklimaat aanvaardbaar. De ligging en historische ontwikkeling van het gebied brengen enkele bijzondere uitdagingen met zich mee. Zo is sprake van een relatief hoge geluidbelasting vanwege het wegverkeer en de spoorlijn en brengt het spoor ook risico's op het gebied van externe veiligheid met zich mee. Daar staat tegenover dat het plan voorziet in nieuwe, betaalbare woningen met behoud van werkgelegenheid, de wijk een goede (OV) bereikbaarheid kent, levendig is en voorzieningen op korte afstand aanwezig zijn.

Bovendien draagt het plan bij aan verduurzaming en vergroening van de wijk door groene plekken te creëren in de wijk en binnen de ontwikkellocaties. Aspect Trillingen ProRail beoogt niet alleen voor huidige bewoners, maar ook voor toekomstige bewoners rond het spoor een “goede buur” te zijn. Omdat de in het ontwerp “Chw bestemmingsplan 1221” beoogde nieuwe woningen/gebouwen dichtbij het spoor zijn gepland kan trillinghinder voor de toekomstige bewoners/gebruikers ontstaan als gevolg van treinverkeer. Hoewel er geen wettelijke normen bestaan voor trillinghinder dient het aspect trillingen in het kader van de goede ruimtelijke ordening en de zorgvuldige voorbereiding van besluiten wel te worden afgewogen indien een trillingsbron aanwezig is (zie onder andere https://vww.infomil.nl/onderwerpen/ruimte/milieuthema/tril/). ProRail verzoekt u om het aspect trillinghinder te onderzoeken en af te wegen en verwijst in dit verband naar de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen (https://wvw.infomil.nl/onderwerpen/ruimte/omqevinqsthema/trillinqen/). Deze Handreiking helpt gemeenten, projectinitiatiefnemers en andere stakeholders om bij nieuwbouw langs spoor tijdig en concreet rekening te houden met trillingen als gevolg van treinverkeer, en geeft voorbeelden waarmee gemeenten, omgevingsdiensten, ingenieursbureaus en initiatiefnemers in concrete situaties aan de slag kunnen.

In deze Handreiking is beschreven op welke wijze gemeenten het aspect trillinghinder kunnen onderzoeken en afwegen bij de vaststelling van een bestemmingsplan. ProRail adviseert om de conclusies uit het trillingonderzoek uitgebreid op te nemen in de conclusie van een separate paragraaf Trillingen in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan en (indien nodig) door te laten werken in de planregels. ProRail neemt aan u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd en behoudt zich het recht voor in de verdere procedure aanvullende c.q. nieuwe zienswijzen kenbaar te maken. Reactie gemeente Het is een feit dat er meer bewoners langs het spoor komen te wonen met de daarbij behorende aspecten, maar door de ontwikkelingen in het plangebied zal de trillingshinder niet toenemen. Door deze ontwikkelingen gaan er niet meer treinen rijden. Het aspect ‘trillingen’ is een aspect dat beoordeeld moet worden voor de nieuw te bouwen woningen (nieuwe bewoners) en ten onrechte is dit aspect niet eerder beschouwd in de toelichting van hett Chw-bestemmingsplan. Ten aanzien van aspect ‘trillingen’ is daarom aanvullend een beschouwing gedaan naar de sectorale wet- en regelgeving, het beleid en de uitvoerbaarheid en aanvaardbaarheid van het plan. De beschouwing 65

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

is verwerkt in paragraaf 6.4.4 van de toelichting. Op basis van artikel 7c van de Crisis- en herstelwet is het trillingsonderzoek doorgeschoven naar de omgevingsvergunningsfase. In artikel 14 van de regels is opgenomen dat de initiatiefnemers bij een vergunningaanvraag een nader trillingsonderzoek dienen aan te leveren. Ook is met een voorwaardelijke verplichting in artikel 12 bepaald dat ter plaatse van het werkingsgebied 'overige zone - trillingen' bouwwerken uitsluitend zijn toegestaan wanneer minimaal uit een dynamische berekening van de trillingssterkte blijkt dat de streefwaarden, zoals bedoeld in de Meet- en beoordelingsrichtlijn B “Hinder voor personen in gebouwen”, niet wordt overschreden. De toelichting, de regels en de verbeelding van het Chwbestemmingsplan zijn aangepast ten aanzien van het aspect ‘trillingen’.

Conclusie zienswijze De zienswijze leidt tot de onderstaande aanpassingen van het bestemmingsplan, te weten: •

het aspect ‘trillingen’ is opgenomen als indieningsvereiste in artikel 14 van het bestemmingsplan. In artikel 12 is bepaald dat ter plaatse van het werkingsgebied 'overige zone - trillingen' bouwwerken uitsluitend zijn toegestaan wanneer minimaal uit een dynamische berekening van de trillingssterkte blijkt dat de streefwaarden, zoals bedoeld in de Meet- en beoordelingsrichtlijn B “Hinder voor personen in gebouwen”, niet wordt overschreden. Er is een beknopte beschouwing toegevoegd in de toelichting van het bestemmingsplan in paragraaf 6.4.4. De regels en de verbeelding van het Chw-bestemmingsplan zijn ook aangepast ten aanzien van het aspect ‘trillingen’.

66

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

10. Zienswijze reclamant 10 Note: bij deze zienswijze is gebruik gemaakt van veel beeldmateriaal, voor de volledige weergave verwijzen we naar de bijlage. Het beeldmateriaal heeft geen invloed op de beantwoording van de zienswijze. In het Ontwerp Chw-bestemmingsplan is de ontwikkellocatie Van Son niet opgenomen conform het vastgestelde Gebiedspaspoort uit het Beeldkwaliteitsplan. De locatie (het perceel R 1155) waar de fabriek op staat (Kleine Drift 41), zal in de gebiedsaanduiding 'Bouwactiviteiten Gebiedspaspoort Van Son' te worden verruimd tot aan de perceelgrenzen. Met name de rij woningen langs de Kleine Drift (Kleine Drift 37 t/m 39c) zijn in het Ontwerp bestemmingsplan niet aangeduid als onderdeel van de 'Bouwactiviteiten Gebiedspaspoort Van Son'. Deze zone is abusievelijk aangeduid met 'Gebiedsaanduiding overige zone - Gebruiksactiviteiten consolidatiegebied Electrobuurt', hetgeen onjuist. Deze zone langs de Kleine Drift is een onlosmakelijk onderdeel van de Ontwikkellocatie van Son. Hier komen immers de woningen in het sociale segment, de 765 m2 werkgelegenheid en de hoofdentree naar het groene binnenterrein met woningen. Ik verzoek u de gehele Ontwikkellocatie Van Son, dus inclusief de rij woningen langs de Kleine Drift, aan te duiden als 'Bouwactiviteiten Gebiedspaspoort Van Son' conform het vastgestelde Gebiedspaspoort, inclusief de daarin aangegeven bouwhoogten.

De Ontwikkellocatie Van Son betreft conform de ondertekende Intentie Overeenkomst Van Son Terrein de volgende percelen: Hilversum, sectie R, • nummer 1155, groot 13.235m2 • nummer 1147, groot 142 m2, • nummer 1148, groot 114 m2, • nummer 1149, groot 117 m2 • nummer 1150, groot 224 m2, • nummer 1151, groot 156 m2, • nummer 1152, groot 79 m2, • nummer 1153, groot 82 m2, • nummer 1154, groot 77 m2 Reactie gemeente Gebiedspaspoorten zijn het uitgangspunt voor de werkingsgebieden in het Chw-bestemmingsplan 1221. De ontwikkellocatie Van Son is niet conform het vastgestelde Gebiedspaspoort Van Son uit het Beeldkwaliteitsplan+ opgenomen. De werkingsgebieden ‘overige zone - Gebruiksactiviteiten gebiedspaspoort Van Son’ en ‘overige zone - Bouwactiviteiten gebiedspaspoort Van Son’ zijn conform het vastgestelde gebiedspaspoort Van Son aangepast.

Conclusie zienswijze De zienswijze leidt tot de onderstaande aanpassing van het bestemmingsplan, te weten: •

de verbeelding is conform het Gebiedspaspoort Van Son aangepast.

67

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

11. Zienswijze reclamant 11 Als bijlage ‘Ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221’ en het ‘ontwerp besluit hogere grenswaarde geluid’ treft u aan onze zienswijze op “het ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221’ en het ontwerp besluit hogere grenswaarde geluid’. INCOMPLETE STUKKEN De stukken zijn incompleet: de verbeelding ontbreekt bij de stukken op ruimtelijkeplannen.nl. Bij de stukken die op het stadskantoor ter visie liggen is een verbeelding toegevoegd, maar op zo kleine schaal afgedrukt dat deze zelfs met een loep niet leesbaar is. Reactie gemeente De verbeelding maakt welzeker onderdeel uit van het Chw-bestemmingsplan 1221. Het Chwbestemmingsplan 1221 staat als een volledige versie op ruimelijkeplannen.nl en is interactief te raadplegen. Het Chw-bestemmingsplan heeft zijn wettelijke basis in de Crisis- en herstelwet. In het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet dat bij die wet hoort, worden gemeenten aangewezen die mogen afwijken van bepaalde wetten en regels. Zo kan er worden afgeweken van een aantal digitale verplichtingen van het Besluit ruimtelijke ordening. Het Chw-bestemmingsplan ziet er qua vormgeving heel anders uit dan de ‘oude’ bestemmingsplannen. Er wordt niet gedacht vanuit bestemmingen, maar vanuit activiteiten. Er is gebruik gemaakt van het zogenoemde Casco van de VNG.

Dit betreft een nieuwe opbouw van een ruimtelijk plan, dat bedoeld is als mogelijke inhoudsopgave van het omgevingsplan. In de verbeelding wordt gebruik gemaakt van verschillende gearceerde vlakken in plaats van het gebruik van gekleurde vlakken. De leesbaarheid van de gearceerde vlakken laat te wensen over. MILIEU EFFECT RAPPORTAGE (MER) Het college van B&W (in het vervolg aangeduid als B&W) besloot dinsdag 15 februari 2022 om geen milieueffectrapport voor het Chw-bestemmingsplan 1221 op te stellen. Het 'waarom niet' is moeilijk te volgen. Want volgens de Crisis- en herstelwet moet wel zekerheid worden verkregen dat de milieunormen in de toekomst wel kunnen worden gehaald. Op basis van verschillende verkeers- en milieurapporten en notities kon B&W concluderen dat belangrijke nadelige milieugevolgen niet uitgesloten kunnen worden. En dus kon B&W redelijkerwijs niet besluiten tot het achterwege laten van een milieueffectrapportage. Reactie gemeente In de aanleiding van deze zienswijzennota is ingegaan op verplichting om een milieueffectrapportage te maken. Dat is voor het Chw-bestemmingsplan niet noodzakelijk. De milieugevolgen die het plan tot gevolg hebben zijn in beeld gebracht. Dat is gedaan in de aanmeldnotitie. Een notitie die gezien kan worden als een m.e.r.-beoordeling.

Gezien de beperkte effecten en de in het bestemmingsplan geborgde maatregelen wordt verwacht dat geen sprake zal zijn van belangrijk nadelige effecten. Hieronder wordt wat uitgebreider ingegaan op de MER. In het Besluit m.e.r. geldt voor een aantal activiteiten een zogenoemde m.e.r.-plicht (Bijlage C in het Besluit m.e.r., ook wel C-lijst genoemd). Deze activiteiten worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor deze activiteiten dient altijd een Milieueffectrapport (MER) te worden opgesteld. Voor andere activiteiten geldt dat zij afhankelijk van de omstandigheden nadelige milieugevolgen kunnen hebben (Besluiten in kolom 4 van Bijlage D in het Besluit m.e.r., ook wel D-lijst genoemd). Voor deze activiteiten geldt een formele m.e.r.-beoordelingsplicht, indien de activiteiten boven een bepaalde drempelwaarde uit komen. Voor activiteiten die onder de drempelwaarde blijven moet via een ‘vormvrije’ m.e.r.beoordeling worden bepaald of een MER nodig is. Tot slot zijn er activiteiten die weliswaar in de D68

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

lijst worden genoemd, maar waarvoor een plan wordt vastgesteld uit kolom 3. Daarvoor geldt dat een PlanMER moet worden opgesteld.

Met het Chw-bestemmingsplan worden geen activiteiten mogelijk gemaakt die op de C-lijst staan. Op basis hiervan geldt geen rechtstreekse m.e.r.-plicht en hoeft dus vooraf geen MER te worden opgesteld. Met het Chw-bestemmingsplan wordt wel een activiteit mogelijk gemaakt die op de Dlijst staat, namelijk een stedelijk ontwikkelingsproject (activiteit D11.2). Het Chw-bestemmingsplan betreft in het geval een ‘besluit’ uit kolom 4. De voorgenomen stedelijke ontwikkeling blijft onder de drempelwaarden uit activiteit D11.2. De drempelwaarde zijn namelijk: • een oppervlakte van 100 hectare of meer (1221 is 90 hectare); • een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (1221 omvat 1.550 woningen binnen het Chw-bestemmingsplan): • een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer (binnen 1221 moet werkgelegenheid behouden blijven). Dit betekent dat geen formele m.e.r-beoordelingsplicht geldt. Wel moet via een ‘vormvrije’ m.e.r.beoordeling worden bepaald of een MER nodig is. Hiervoor is door Sweco de aanmeldingsnotitie/beoordeling milieugevolgen opgesteld. Er is gekozen om voor deze aanmeldingsnotitie dezelfde diepgang te hanteren als nodig is voor een ‘formele’ m.e.r.beoordeling, omdat de het voornemen net onder de drempelwaarden zit wat betreft hectare, ruim 1.500 woningen omvat en ligt in een gevoelig, dichtbevolkt gebied.

Door deze diepgang heeft de gemeente een goede afweging kunnen maken of een MER noodzakelijk is. De m.e.r.-beoordeling richt zich in eerste instantie primair op de mogelijke effecten vanuit het planvoornemen op de omgeving, niet andersom. Deze effecten zijn beperkt en hoofdzakelijk lokaal van aard. De verkeersaantrekkende werking door het plan, zal leiden tot een toename van de geluidbelasting van minder dan 1,5 dB. Dit is een toename die voor de meeste mensen niet waarneembaar zal zijn. De toename van geluidhinder is daarom beperkt. De toename van het groepsrisico is geen effect dat impact heeft op de omgeving en de bestaande omwonenden. Hun risico neemt immers niet toe. Effecten op eventueel aanwezige beschermde diersoorten kunnen met mitigerende maatregelen voldoende worden beperkt om belangrijk nadelige gevolgen te voorkomen. Tot slot is de verwachting dat in het plangebied geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn die bij grondwerkzaamheden kunnen worden aangetast. Desondanks kent het bestemmingsplan in een groot deel van het plangebied een dubbelbestemming Waarde – Archeologie. Het is met name de bestaande omgeving die effect heeft op de toekomstige bewoners van de nieuw te ontwikkelen woningen. De kwaliteit van de leefomgeving is in sommige ontwikkellocaties, met name vanuit het oogpunt van geluid en externe veiligheid, niet hoog.

Dit is echter een bestaande situatie. In het Chw-bestemmingsplan worden maatregelen opgenomen om geluidhinder te 69

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

beperken. Ten aanzien van de toename van het groepsrisico is een verantwoording opgesteld, waarin verschillende maatregelen zijn benoemd om het risico te beperken. Ook voor andere milieuaspecten zijn regelingen in het Chw-bestemmingsplan opgenomen om een veilige en gezonde leefomgeving te waarborgen. Op basis van de Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling heeft het gemeentebestuur geconcludeerd dat er geen (formele) MER hoeft te worden opgesteld. Zo draagt het college bijvoorbeeld kennis van de effecten zoals omschreven in de notitie 'Hilversum 1221 Aanmeldingsnotitie MER-beoordeling', Sweco, 10-02-2022. Deze Sweco analyse is opgesteld aan de hand van data over bodemverontreiniging, archeologische waarden, monumenten, natuurgebieden, geluidsbelasting, luchtkwaliteit, wettelijke geluidzones, bedrijven en milieuzonering, externe veiligheid en ecologie. Duidelijk wordt dat de mogelijk cumulatieve effecten van verschillende (milieu)aspecten op alle bewoners (bestaande plus toekomstige) niet zijn gewogen. Als reden wordt genoemd dat door de afstand tussen de verschillende ontwikkellocaties in 1221 cumulatieve effecten zijn uit te sluiten, dan wel wordt aangenomen dat die effecten verwaarloosbaar zijn. Terwijl onder andere juist uit de verkeerskundige effecten blijkt hoe nauw de ontwikkelingen met elkaar samenhangen.

En ook Sweco geeft aan dat verkeer gerelateerde effecten “mogelijk een cumulatief effect kunnen hebben”. B&W kon dus weten dat verkeerskundige aspecten wel degelijk een cumulatief effect kunnen hebben, terwijl cumulatieve milieueffecten niet zijn gewogen voor alle inwoners (nieuw en bestaand). Reactie gemeente De verschillende milieueffecten (o.a. verkeer/geluid/externe veiligheid/stikstof) voor de ontwikkellocaties zijn in cumulatie beschouwd. Ook het Bruisend Hart is meegenomen in deze cumulatie, gezien de nabije afstand en dezelfde ontwikkelperiode. In totaal zijn voor plangebied 1221 de milieueffecten doorgerekend van de 1.800 woningen die mogelijk worden gemaakt in het gehele postcodegebied 1221 en de werkgelegenheid die wordt gerealiseerd. In de aanmeldingsnotitie/beoordeling milieugevolgen van Sweco was dit eerder niet helder beschreven, de beschrijving is daarom aangepast. In hoofdstuk 6 van het Chw-bestemmingsplan zijn alle omgevingsaspecten inzichtelijk gemaakt. De beoordeling van de omgevingsaspecten (Identiteit, wonen en werken, leefbaarheid, ontmoeten en spelen, groen en duurzaamheid en verkeer, verbinding en parkeren) zijn opgebouwd aan de hand van de thema’s uit de Gebiedsagenda. Uit dit hoofdstuk blijkt dat voor de relevante aspecten sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Per aspect is de sectorale wet- en regelgeving beschouwd, het beleid en is de uitvoerbaarheid en aanvaardbaarheid van het plan beoordeeld. Alle aspecten in cumulatie beziend acht de gemeente het woon- en leefklimaat eveneens aanvaardbaar. De ligging en historische ontwikkeling van het gebied brengen enkele bijzondere uitdagingen met zich mee. Zo is sprake van een relatief hoge geluidbelasting vanwege het wegverkeer en de spoorlijn en brengt het spoor ook risico's op het gebied van externe veiligheid met zich mee. Daar staat tegenover dat het plan voorziet in nieuwe, betaalbare woningen met behoud van werkgelegenheid, de wijk een goede (OV) bereikbaarheid kent, levendig is en voorzieningen op korte afstand aanwezig zijn. Bovendien draagt het plan bij aan verduurzaming en vergroening van de wijk door groene plekken te creëren in de wijk en binnen de ontwikkellocaties. De verkeerskundige effecten zijn cumulatief gewogen in het rapport ‘Verkeerskundige effecten Chw-bestemmingsplan 1221 te Hilversum’. In dit onderzoek is het ontwikkelscenario getoetst op zijn verkeerseffecten met behulp van het bestaande verkeersprognosemodel “Hilversum e.o.”. Dit verkeersprognosemodel gaat uit van autonome ontwikkelingen in en rond Hilversum, waartoe ook ruimtelijke ontwikkelingen (waarover besluitvorming heeft plaatsgevonden) behoren. In dit 70

Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221

verkeersprognosemodel zijn de autonome ontwikkeling van het Stationsgebied en de afsluiting van de Kleine Spoorbomen opgenomen. Daarnaast zijn de ontwikkelingsmogelijkheden ter plaatsen van de gebiedspaspoorten Wybertjesfabriek, de Grote Sigarenfabriek, Van Son, de Korte Noorderweg, het Venetapark, Hunkemöller en de Lijsterweg/Zuiderweg doorgerekend. Op deze ontwikkellocaties is een programma voorzien van in totaal 1.150 nieuwe woningen en nieuwe bedrijvigheid tot 2030. Voor werkgelegenheid is het uitgangspunt dat het aantal arbeidsplaatsen behouden blijft. Dit onderzoek heeft, net als het bestemmingsplan, een horizon tot 2040. Dat vraagt een inschatting van het te realiseren programma tot aan 2040. Tot 2040 kunnen er maximaal 1.800 woningen worden gerealiseerd binnen het postcodegebied 1221 ten opzichte van het huidige woningaantal. Hiervan zijn 250 woningen gereserveerd voor het Bruisend hart, een locatie welke niet binnen het bestemmingsplangebied 1221 ligt. Dit betekent dat het Chwbestemmingsplan maximaal 1.550 woningen mogelijk maakt tot 2040. Het programma van het Bruisend Hart is cumulatief (worst case) opgenomen in het onderzoek. De toelichting en de regels zijn hierop aangepast. De transformatie van het postcodegebied 1221 in Hilversum, vanuit de daartoe opgestelde Gebiedsagenda, heeft consequenties voor de verkeersstromen in het gebied.

Het aantal autoritten neemt toe. Dit leidt tot hogere verkeersintensiteiten op de wegen en straten. Deze toename is berekend met het verkeersprognosemodel en bedraagt op een aantal wegvakken orde van grootte 500 voertuigen per etmaal. De verkeerskundige effecten daarvan zijn beperkt en het is niet te verwachten is dat specifiek de toenames in verkeersintensiteiten zullen leiden tot problemen met de verkeersafwikkeling in en rond de wijk. Bovendien wijst Sweco op een toename van het groepsrisico (plus 27%) als aspect van de externe veiligheid binnen het invloedsgebied van de spoorlijn. Zeker waar momenteel het groepsrisico al hoger is dan 1.0 mag van de overheid verwacht worden dat nieuw beleid erop gericht is om minder in plaats van meer mensen bloot te stellen aan dit (rest-)risico. Sweco schrijft dat "de beschouwde risicobronnen kunnen leiden tot ongevallen die onbeheersbaar kunnen blijven." Dus B&W kon weten dat het groepsrisico van de externe veiligheid toeneemt en tot onbeheersbare ongevallen kan leiden. Reactie gemeente Door het plan neemt het groepsrisico inderdaad toe en worden meer mensen bloot gesteld aan het externe veiligheidsrisico. Ten aanzien van dit risico is een verantwoording opgesteld, waarin verschillende maatregelen zijn benoemd om het risico te beperken.

Deze maatregelen zijn geborgd doordat in het Chw-bestemmingsplan is geregeld dat, in ieder geval voor het gebied nabij het spoor, de aanvrager een deskundig rapport overlegt (bij de aanvraag om omgevingsvergunningen) aan het college van burgemeester en wethouders. In dit rapport moet zijn aangetoond dat de veiligheid van personen en goederen duurzaam en voldoende is gewaarborgd, al dan niet door het treffen van veiligheidsmaatregelen. Geluid Sweco schrijft: "De realisatie van woningen in gebieden die een geluidbelasting kennen van boven de maximale ontheffingswaarde schaadt mogelijk de gezondheid van toekomstige bewoners." Sweco concludeert dus dat dat leefomgevingskwaliteit onvoldoende is. Dus B&W kon dus weten dat leefomgevingskwaliteit als onvoldoende wordt bevonden op basis van geluidsbelasting die de maximale ontheffingswaarde ontstijgt. En in dit Chw bestemmingsplan staat dat bij ‘Aanvragen omgevingsvergunning voor grotere ontwikkelingen’ een onderbouwing wordt gevraagd dat een veilige en gezonde fysieke leefomgeving wordt gewaarborgd [Regels, Hoofdstuk 8 Procesregels, Artikel 14 Aanvragen omgevingsvergunning gebruiks- en bouwactiviteiten, 14.2]. En waar de leefomgevingskwaliteit onvoldoende is gewaarborgd, voldoet het 1221 plan niet aan het uitgangspunt "Het plan is om het gebied te ontwikkelen tot een centrum-stedelijk milieu met een hoge 71

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=4105c677-4c79-4e57-92df-f126627d2e9c