Bijlage 1 : Zienswijzennota_Chw-bestemmingsplan 1221
Tekst van het document
We pellen het af. "De heer Voorink (wethouder) complimenteert de heer Van de Weerd met diens maidenspeech en de opmerking dat parkeren niet ten koste van wonen mag gaan. Ook mag sociale woningbouw of woningbouw in het algemeen niet ten koste gaan van leefbaarheid in de wijken. De gemeente heeft belang bij goede betaalbare woningen, maar dat mag niet ten koste gaan van de leefbaarheid in de wijken. Goede ruimtelijke ordening begint met kijken wat een wijk aan kan, ook op het gebied van parkeren. Hij is van mening dat sociale woningbouw nooit ten koste mag gaan van leefbaarheid in de wijken. Het uitgangspunt moet daarom een reële parkeernorm zijn, die is gebaseerd op ervaringscijfers in Hilversum en die bevinden zich aan de bovenkant van het landelijk gemiddelde. Hij vindt dat er altijd maatwerk moet zijn en dat staat ook in de prestatieafspraken met de woningcorporaties. De corporatie heeft ook getekend voor de opmerking dat het gemeentelijk parkeerbeleid uitgangspunt moet zijn voor herontwikkelingslocaties. Je kijkt dus eerst naar de norm en wat op basis daarvan realiseerbaar is. Als goed uitlegbaar is dat een lagere norm rechtvaardiger is, dan kan dat. Een omgekeerde situatie is eerst te kijken wat men aan sociale woningbouw wil hebben en daarna kijken of dat qua parkeren mogelijk is. Dat laatste is in het verleden te veel gebeurd.
Op basis van de parkeernorm is te bepalen welk aantal woningen er kan komen. Als maatwerk nodig is past men dat aan.” [Uit verslag raadsvergadering 7 juni 2017] In strijd met de woorden van het college toont de praktijk dat wél eerst wordt gekeken naar de woningbouw: voor 1221 geldt dat de harde hoeveelheid 1150 woningen (kwaniteit voor kwaliteit) sturend is. Zo wordt opgemerkt: "Een aantal vergunningaanvragen voor grote ontwikkelingen in het Stationsgebied en 1221 kan niet wachten op dit vernieuwde beleid zonder vertraging op te lopen." [uit 'Advies over beleidsnotitie Parkeernormering OV-knooppunten', zonder datum, zonder paginanummer] In rap tempo, "gezien de noodzaak op zo kort mogelijke termijn aanpassingen in het parkeerbeleid mogelijk te maken", volgt het B&W besluit (16 juni 2020) voor de verlaging van de parkeernorm rond OVknooppunten. Daarna wordt de beleidsnotitie Parkeernormering OVknooppunten vastgesteld door B&W (1 december 2020). Het besluit wordt ter advisering voorgelegd aan de commissie. Het besluit wordt niet als raadsbesluit voorgelegd. Omdat het OV-knooppunt wordt gedefinieerd met een straal van 300 meter rond het station vallen grote delen van Hilversum binnen de drie opgesomde OV-knooppuntgebieden (NSstation Mediapark, Hilversum centraal, Hilversum Sportpark). Zo valt het hele centrum binnen dit regime.
En dus gaat ook Haskoning voor de parkeernormering in het gebied 1221 uit van een verlaagde parkeernorm voor nieuwbouw, conform de “Beleidsnotitie Parkeernormering OVKnooppunten” (december 2020) van de gemeente. Twee citaten uit 'Advies over beleidsnotitie Parkeernormering OV-knooppunten', zonder datum, zonder paginanummer, 2020: "In het huidige Hilversumse parkeerbeleid wordt gebruik gemaakt van een relatief hoge parkeernorm. Deze hoge parkeernorm maakt de bouw van betaalbare woningen onmogelijk, zorgt voor nog meer drukte 88
Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221
op de Hilversumse wegen en draagt niet direct bij aan (een goede) bereikbaarheid. De huidige parkeernorm levert met name problemen op voor een aantal grote ontwikkelingen rondom de OVknooppunten, die ook ambitieuze programma’s kennen op gebieden zoals ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid." "Echter, is het niet mogelijk enkel de parkeernorm rond de OV-knooppunten te verlagen, zonder dat dit direct invloed heeft op de omliggende gebieden en ontwikkelingen." Maar "de landelijke trend waarbij autobezit (langzaam) verschuift naar autogebruik is in Hilversum nog niet zichtbaar. (...) De ontwikkeling van deelmobiliteit als alternatief voor autobezit gaat in Hilversum bovendien nog niet erg snel." [Uit: Hilversumse trendstudie 2022-2026, Een lokale vertaling van de landelijke studie van Platform31 naar stedelijke trends en opgaven voor 2022 en verder]. Het gemiddelde aantal personenauto's per huishouden in Hilversum is 1.0 (net als landelijk gemiddelde). Dit staat in directe tegenstelling tot de bewering van B&W "dat deelauto’s in Hilversum werken als een speer". [comissievergadering van 17 november 2021].
En vergeleken met wat Kennisplatform 31 meldt is het dus ook aannemelijk dat het onverstandig collegebeleid is dat zegt "Voor de ontwikkellocaties geldt dat op basis van een mobiliteitsplan, waarin deelauto’s en goede fietsparkeervoorzieningen zijn opgenomen, de parkeereis voor een ontwikkellocatie naar beneden kan worden bijgesteld. [Bijlage 2 Reactienota Beeldkwaliteitsplan plus 1221] Het is dus ook duidelijk dat het gebruiken van andere zonnige aannamen onverstandig is: "Als parkeernorm wordt aangesloten bij de beleidsnotitie Parkeernormering OV-knooppunten. Dit zullen we dan, net als de vorige studie, modelmatig vertalen als 50% minder verkeersbewegingen." [Uit stukken bij Bruisend Hart verkregen door beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB)]. Bovendien wijkt dit af van wat B&W eerder zei "Het uitgangspunt moet daarom een reële parkeernorm zijn, die is gebaseerd op ervaringscijfers in Hilversum en die bevinden zich aan de bovenkant van het landelijk gemiddelde." Bijstelling conform de realiteit zal zoals aangegeven in verkeerskundige rapporten meer drukte tonen op de Hilversumse wegen. En meer drukte zal tevens meer uitstoot en geluid opleveren dan momenteel verwerkt is in de toetsingsmodellen van 1221 die zijn gebruikt.
Maar het is beter de realiteit dan een fictief droombeeld te volgen! Terzijde kan nog worden opgemerkt dat onduidelijk blijft waar de huidige motorvoertuigen die in de buurten parkeren naar toe moeten voor een parkeerplek als door de aanleg van groen bestaande parkeerplaatsen verdwijnen. De sterke groei van het aantal woningen leidt tot files tot in de stad, overvol openbaar vervoer, volle fietspaden en allerlei logistieke problemen. Er klinkt de waarschuwing voor vervoersongelijkheid (dwz niet iedereen zal goede toegang hebben tot goede en betaalbare mobiliteit), en niet alleen de leefkwaliteit en bereikbaarheid gaan er sterk op achteruit, ook het klimaat-doel voor CO2-vermindering wordt bij lange na niet gehaald. De MRA stelt daarover: "Om te beginnen is het noodzakelijk dat we de mobiliteitsgroei afremmen. Ten opzichte van de verwachte groei tot 2040 is een afname van minimaal 20% van die groei nodig. (...) Als we ons mobiliteitsgedrag niet aanpassen en de vervoersvraag blijven faciliteren, dan loopt het mobiliteitssysteem al in 2030" (...) Het is zeker niet alleen een kwestie van het uitbreiden van capaciteit van weg en openbaar vervoer. Sterker nog: het uitbreiden van die capaciteit verschuift juist vaak het probleem.
Of het is in sommige situaties niet wenselijk, omdat dit ten koste gaat van openbare ruimte voor spelen, verblijven en groen." [Uit: het Multimodaal Toekomstbeeld (MTB) 2040, MRA, feb. 2022]. Zo krijgt het Hilversumse college ook vanuit de MRA aangereikt waarom een MER nodig is. De Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse (NMCA) brengt potentiële ontwikkelingen op de lange termijn in beeld van de Nederlandse infrastructuur. De NMCA schrijft: “Voor bijna alle spoortrajecten waar een van de Stedelijke Knopen aan gelegen is worden rond 2030 (NMCA-) knelpunten voorzien. Deze ambitie raakt de volgende NMCA-knelpunten en kan een bijdrage leveren aan het oplossen hiervan of juist het knelpunt groter maken: Cluster van wegtrajecten en aansluitingen in Amsterdam (o.a. Ring A10), A1 Amsterdam-Eemnes, A27 Almere-Utrecht, Spoor Amsterdam-Hilversum, Goederenvervoer spoor Duivendrecht-Amersfoort en Oranjesluizen." [pp. 35, 68 Adaptief Ontwikkelpad Verstedelijking en Bereikbaarheid MRA Versie voor Programmaraad SBaB, NMCA 16 oktober 2019]
89
Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221
Terwijl Hilversum en de regio mikken op heel veel geld voor het spoor (de 'Gooicorridor') is besloten tot kleine bereikbaarheidsmaatregelen voor Hilversum: “Voor deze gebieden wordt een aanpak met kleinere bereikbaarheidsmaatregelen ontwikkeld.” [Adaptief ontwikkelpad verstedelijking en bereikbaarheid, MRA, 2019] En waar de NMCA eerder waarschuwde dat de verstedelijkingsambities ook een schaduwkant kennen in termen van o.a. spoorwegknelpunten waaronder in Hilversum, slaat de MRA inmiddels alarm dat die schaduwkant werkelijkheid dreigt te worden zonder forse bijsturing. Alleen in Hilversum is dit nog niet doorgedrongen. Niet in de mobiliteitsvisie, niet in de economische visie, niet in de woonvisie en zeker niet in dit bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan bouwt op deels achterhaalde en deels foutieve aannamen. Met incomplete verkeersmodellen en opties voor nieuwe wegen, zonder een gezonde balans met wonen, werken en leefbaarheid. Reactie gemeente Met de beleidsnotitie ‘Parkeernormering OV-knooppunten’ wordt juist beoogd om maatwerk te leveren. Het postcodegebied 1221 staat aan de vooravond van een transformatie, maar moet bereikbaar blijven voor auto en OV. Tegelijk moet rekening gehouden worden met woningbouw binnen bestaand stedelijk gebied. Om die reden is maatwerk, variatie en flexibiliteit in de parkeernorm nodig.
De bestaande ruime parkeernorm is nodig waar de auto het dominante vervoermiddel is en een lage parkeernorm waar het OV dichtbij is. Op deze wijze wordt het gebruik van vervoersmogelijkheden geoptimaliseerd, blijft er ruimte voor woningbouw en wordt de mobiliteitsdruk beperkt. Dit alles om als gemeente aantrekkelijk, bereikbaar en leefbaar te blijven. Het postcodegebied 1221 is gelegen aan een OV-knooppunt, hier wordt gewerkt aan het stimuleren van duurzame vormen van vervoer, zoals het aanleggen van snelle doorfietspaden, extra fietsparkeerplekken op de stations, deelmobiliteit en een nachttrein. Dit sluit aan op de visie op het gebied van mobiliteit. Medio april 2021 is de mobiliteitsvisie 2040 vastgesteld. https://www.mobiliteitsvisiehilversum.nl/. Hierin geeft de gemeente aan de stad voor groene, duurzame en innovatieve mobiliteit te willen worden. Met de vaststelling van de Mobiliteitsvisie 2040 heeft Hilversum gekozen voor het waarborgen van de bereikbaarheid, het bevorderen van de doorstroming en het werken aan een goede leefbaarheid, verkeersveiligheid en een slimmere verdeling van het verkeer, inclusief het stimuleren van deelvervoer. Om deze doelstellingen uit de Mobiliteitsvisie te realiseren wordt de Mobiliteitsvisie verder uitgewerkt aan de hand van de elf deelprojecten die volgen uit de vastgestelde visie.
Onder de elf deelprojecten worden ook de thema’s verbeterde faciliteiten voor langzaam vervoer (fietsen en wandelen), parkeren en bereikbaarheid meegenomen. De beleidsnotitie Parkeernormering OV-knooppunten (2020) laat zien onder welke voorwaarden het mogelijk is om bij de grote ontwikkelingen rondom de OV-knooppunten af te wijken van de parkeernormen uit de parkeernota. Concreet houdt dit in dat de huidige parkeernorm de basis blijft. Onder voorwaarden kan deze norm verlaagd worden tot maximaal 50%. Voorbeelden van deze voorwaarden zijn dat de ontwikkeling mobiliteitsmaatregelen opneemt die het autobezit en gebruik verlagen. Een van de elementen die kunnen zorgen voor een verlaging van het aantal parkeerplaatsen is bijvoorbeeld de aanwezigheid van deelauto's en de aanwezigheid van voldoende fietsparkeerplaatsen. Voor nieuwbouw bij de OV-knooppunten dient te worden voldaan aan de 'Fietsparkeercijfers 2019' van de CROW. In het Chw-bestemmingsplan is een (dynamische) verwijzing opgenomen naar de beleidsnotitie Parkeernormering OV-knooppunten, zodat dit toetsingskader kan worden gehanteerd zodra wordt afgeweken van de parkeernormen uit de Parkeernota. Daarmee wordt het autogebruik ontmoedigd en het wandelen en fietsen gestimuleerd. Bij elke ontwikkeling dient parkeren op eigen grond gerealiseerd te worden. Hiervoor wordt voor elke ontwikkeling een parkeerbalans opgemaakt.
Er worden geen parkeervergunningen afgegeven in de openbare ruimte zodat de parkeerdruk in gereguleerde parkeergebieden niet zal toenemen. In het coalitieakkoord 2022-2026
90
Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221
heeft het gemeentebestuur aangegeven dat het betaald parkeren wil invoeren in de gebieden tot aan de buitenring. Het gemeentebestuur deelt de mening niet dat de verkeersmodellen incompleet zijn. Er wordt gebruikt van state of the art modellen. Deze worden regelmatig doormiddel van verkeerstellingen gekalibreerd en geüpdatet door het daarvoor gespecialiseerd verkeersbureau RHDHV. Bouwhoogte Het ontwerp van Tuinstad Hilversum, de meningen van experts, de eigen beleidsdoelstellingen van de gemeente Hilversum en niet in de laatste plaats de voorkeur van de inwoners pleiten voor laagbouw [Verslag participatie Omgevingsvisie]. In de Gebiedsagenda staat als opgave: gezondheid en sociale cohesie. Onderzoek van o.m. Kerry Clare, Jan Gehl en Sjoerd Soeters laat zien dat hoe hoger men woont, hoe minder contact met de openbare ruimte mogelijk is. De grens waarbij nog details zichtbaar zijn en men zich verstaanbaar kan maken ligt op ongeveer vier bouwlagen. Hoe hoger men komt, hoe meer de sociale controle en het gevoel van veiligheid afnemen. "Belangrijk is dat nieuwe bebouwing en openbare ruimte aansluit op bestaande bebouwing in 1221 zelf, maar bijvoorbeeld ook op bebouwing aan de overzijde van het spoor." [citaat uit raadsvoorstel] Het gebied 1221 bestaat niet uitsluitend, maar wel in meerderheid uit woningen van één of twee lagen met een kap.
Zo is wat je aan gebouwen ziet meestal onder de 10 meter hoog. Die bouwhoogte zou volgens het ontwerp BKP+ verdubbelen tot 20 meter. Er is een trend zichtbaar in de plannen dat de nieuwe maximale bouwhoogten worden gebruikt als nieuwe minimale maten. Dus ook geen aansluiting op de bestaande bebouwing. De ten opzichte van de bestaande bebouwing sterk afwijkende maten wijzigen het karakter van de buurten en wijken. Van intiem naar anoniem. Van licht en lucht naar meer schaduw en gezucht. De plannen die nieuwe hoogten introduceren tonen geen affiniteit met de wijken en buurten. Ze tasten de bestaande kernkwaliteiten aan: de menselijke maat, de kleine korrel, de afwisseling, de kleinschaligheid. Zij leveren geen proeve van kunnen vwb 'goede ruimtelijke ordening'. Reactie gemeente Het is correct dat het gebied 1221 niet uitsluitend uit woningen van een of twee lagen met een kap bestaat. De woonbuurten (consolidatiegebieden) Geuzenbuurt, Electrobuurt en Kleine Driftbuurt worden gekenmerkt door bebouwing van woningen van twee bouwlagen, maar de meeste ontwikkellocaties zijn op dit moment verrommelde, verlaten en verouderdere bedrijfsterreinen waar de sociale controle en het gevoel van veiligheid juist te wensen laat. Ontwikkeling van deze locaties is dus wel degelijk een proeve van ‘goede ruimtelijke ordening’.
Het gemeentebestuur is het niet eens met de stelling dat het karakter van de hele buurt en wijk verandert als gevolg van deze nieuwe ontwikkelingen. De geschiedenis van Hilversum laat zien dat inbreiding goed mogelijk is met behoud van de kwaliteiten van menselijke maat, korrel, afwisseling, kleinschaligheid en licht en ruimte. Zie hiervoor de eerdere transformatie van bijvoorbeeld het Slachthuisterrein, Villa Industria en het Lucent-terrein. Het gemeentebestuur is het ook niet eens met de stelling dat de zorgvuldige aansluiting op de bestaande bebouwing ontbreekt. Bij alle ontwikkellocaties zijn in overleg met de buurt de plannen zodanig aangepast, dat er passende aansluitingen ontstaan vanuit de bestaande wijk, naar de wat hogere bouwhoogte aan het spoor. In de reactienota van het BKP+ schrijft de gemeente "In de nieuwe gebiedspaspoorten zijn hoogtes per bouwvlek duidelijk op kaart vastgelegd. Hierbij wordt juist ook aandacht gegeven aan aansluiting van de hoogte van nieuwe bouwdelen op bestaande bouwdelen." Maar die kaarten bewijzen dat de aansluiting ontbreekt op de bestaande bebouwing. Neem de Korte Noorderweg waar bouwblokken van 25, 21, 16 meter hoog geprojecteerd staan tegenover bestaande bebouwing rond de ontwikkellocatie van twee bouwlagen plus kap, dus circa 9 meter.
91
Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221
Dezelfde bouwhoogte is te zien bij de bestaande overburen aan de Koninginneweg. In het BKP+ staat "Het is belangrijk dat nieuwe bebouwing en openbare ruimte goed aansluit op bestaande bebouwing in 1221 en op bebouwing aan de overzijde van het spoor. " Maar zelfs als de nieuwbouw aan de Koninginneweg wordt gerealiseerd volgens de plannen zal dit 4 tot 5 (-de terugliggend) bouwlagen en een hoek met 6 bouwlagen vormen. Daarmee is onderbouwd dat de reactie van de gemeente van aansluiting van de bouwhoogte aan de Korte Noorderweg op de bestaande bebouwing in alle richtingen niet alleen feitelijk onjuist maar ook misleidend is. De nieuwbouw is veel hoger dan de bestaande bouw. Waar in de reactienota van het BKP+ staat "De wens om de ontwikkelingen van Koninginneweg en Korte Noorderweg meer met elkaar in balans te brengen wordt door de supervisor herkend." roept die zin verontwaardiging op dat kennelijk wordt overwogen de Koninginneweg op te hogen en zo tegen alle geformuleerde wensen van verbinding van stadsdelen in en het willen voorkomen van wandvorming alsnog een dubbele Berlijnse muur ontstaat.
[vergelijk dit voorsorteren tot ophogen aan de Koninginneweg met de passage "Het is belangrijk dat nieuwe bebouwing en openbare ruimte goed aansluit op bestaande bebouwing in 1221 en op bebouwing aan de overzijde van het spoor." (...) [Ontwerp Chw bestemmingsplan 1221, Toelichting, Hoofdstuk 4, relevant beleidskader, 4.4.3] Reactie gemeente De maximaal toegestane bouwhoogtes op de ontwikkellocatie Korte Noorderweg zijn genuanceerder dan door reclamant weergegeven. Zo zijn, in overleg met de buurt, een tweetal bouwblokken verlaagd naar respectievelijk maximaal 10 meter en maximaal 13 meter hoogte. Een viertal bouwblokken hebben een maximale bouwhoogte van 16 meter. Voor deze zes bouwblokken geldt de verplichting om in de randen van het bouwblok te werken met setbacks en verlagingen in de bouwhoogte naar respectievelijk maximaal 6 meter bouwhoogte en maximaal 9 m bouwhoogte. Hiermee wordt aansluiting gezocht op de bestaande bouwdelen. Het is juist dat er aan de spoorzijde een tweetal hoogteaccenten mogelijk zijn van respectievelijk maximaal 21 en 25 meter bouwhoogte. Dit is conform de eerder vastgestelde maximale bouwhoogte van 25 meter in de Gebiedsagenda 1221 en Structuurvisie Hilversum 2030. De maximale bouwhoogte van 25 meter langs het spoor komt in de huidige situatie al voor ter plaatse van de beide stationsgebouwen.
Huidig bestemmingsplan 'Over 't Spoor' wonen max. 3 tot 4 bouwlagen 10 en 13 meter Kantoren 13 meter Bedrijven max. 16 meter
Bouwhoogte maximaal toegestaan Gebiedsagenda ontwerp Advies Commissie Beeldkwaliteitsplan Ruimtelijke Kwaliteit Plus (BKP+) (ARK) overwegend 4 tot 6 maximum hoogte 20 maximaal 4 tot 5 bouwlagen = 12 tot bouwlagen = 12 tot meter (6 lagen) 15 meter,
20 meter
afwijkingen tot 25
afwijkingen tot 37 meter (12 lagen)
m.
afwijkingen tot 25 m.(8 lagen)
Goede ruimtelijke ordening sluit nadelige effecten uit. Nieuwe hoge gebouwen ondergraven de ruimtelijke hoofddoelstelling om een betere ruimtelijke (fysiek en visuele) verbinding te maken tussen het centrum en Hilversum - oost. Het negeert ook het advies genegeerd van Movares en de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. (vgl. Movares wijst op stationsgebouw en Teleacgebouw als visuele blokkades tussen Oost en Centrum (wandwerking).[Hilversum Verbinding Oost-Centrum Rapportage, Movares, 30 augustus 2019 v1.0].
92
Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221
De Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) geeft voor Hilversum dat overwegend bestaat uit twee bouwlagen plus een kap als maximum hoogte 6 bouwlagen en stelt dat accenten van 25 meter (8 lagen) alleen op goed gemotiveerde plekken mogelijk zijn. Daar voldoet de gemeente niet aan in 1221. [zie Korte Noorderweg, of Hunkemöller]. En evenmin wordt voldaan aan hetgeen klip en klaar staat in het BKP+ om de bouwhoogte "te allen tijde" zorgvuldig af te stemmen op bestaande bebouwing in de directe omgeving van het nieuwe bouwblok. De locatie ontwikkelplannen (Gebiedspaspoorten) dienen dit in de uitwerking op te volgen. Reactie gemeente In de huidige situatie ligt de stad op veel plaatsen met de rug naar het spoor. Met de ontwikkeling van de spoorzone ontstaat er voor Hilversum de kans om de stad nadrukkelijker richting het spoor een entree te geven. Daarom zijn juist de plekken aan het spoor ook de plekken waar een grotere mate van vrijheid en bouwhoogte is gegeven. Dichter bij de bestaande wijk is de bebouwing lager, dichter bij het spoor is de bouwhoogte op een beperkt aantal plekken (Korte Noorderweg, Hunkemöller en Venetapark) juist wat hoger. In de paragraaf Participatie van deze zienswijze wordt uitvoerig toegelicht hoe omgegaan is met de hogere bouwhoogten voor de ontwikkellocaties Hunkemöller en Korte Noorderweg.
Het klopt dat Locatie Ontwikkelplannen opgesteld dienen te worden voor de uitwerking van een gebiedspaspoort. Dit is als indieningsvereiste (artikel 14.2) opgenomen in de regels in het Chwbestemmingsplan. Aan de hand van het gebiedspaspoort wordt door de initiatiefnemer een Locatie Ontwikkel Plan opgesteld, met daarin een beschrijving van het initiatief, een plan voor participatie, een mobiliteitsplan en een onderbouwing dat wordt voldaan uit de ambities van de Gebiedsagenda, de beeldkwaliteitscriteria uit het Beeldkwaliteitsplan+, past binnen de kaders van het gebiedspaspoort en voldoet aan een veilige en gezonde leefomgeving. Ook geldt dat het bestemmingsplan 1221 een deelvisie dient te zijn van de Omgevingsvisie. Waar eerder vooruitlopend op bestemmingsplanwijzigingen al werd geanticipeerd op basis van nieuwe beleidsinzichten bij planontwikkelingen, kan in 1221 net zo goed al gebruik worden gemaakt van de verkregen inzichten uit de participatie in het kader van de Omgevingsvisie. Het is verontrustend dat in het bestemmingsplan 1221 hiermee tot nu toe nog geen begin is gemaakt. Reactie gemeente Het gemeentebestuur wijst er op dat de Gebiedsagenda via een open planproces met bewoners en stakeholders is opgesteld; de Gebiedsagenda 1221.
In de gebiedsagenda zijn korte en lange termijn opgaven opgenomen die het gebied de komende jaren veiliger, gezonder, duurzamer en leefbaarder zullen maken. De opgaven worden opgepakt via prachtprojecten, ontwikkellocaties en diverse activiteiten om een kwaliteitsimpuls te geven aan de bestaande wijk. De Gebiedsagenda 1221 is formeel vastgesteld op 27 januari 2021. In het Verslag inwonersparticipatie omgevingsvisie Hilversum aug-nov 2021 staat: "Hoogbouw is een omstreden onderwerp. Veel mensen zijn erop tegen, vinden het niet passen bij Hilversum. Toch zijn er ook nuancerende reacties. Iemand schreef het zo: “Helaas moeten we de hoogte en de diepte in, als we de buitengebieden van Hilversum willen behouden. (En dat wil ik).” "Als het dan toch moet, dan niet té hoog, wordt gezegd. Kijk vooral ook naar wat aansluit bij de omgeving." De opbouw van dit tekstfragment is interessant en eveneens verontrustend. Omdat de tekst wegdraait van het meerderheidsstandpunt tegen hoogbouw, dat kennelijk radicaal is want wat volgt zijn zogenaamd 'nuancerende' reacties. Zo gaat 2/3 van de tekst om wel hoogbouw toe te staan en heeft het meerderheidsstandpunt met 1/3 tekst het nakijken. Ditzelfde trucje is eerder gebruikt in 2013 bij de Structuurvisie Hilversum 2030. Ook toen sprak een meerderheid van de inwoners zich tegen hoogbouw uit en werd dit uiteindelijk verwoord als een 'nee, tenzij'.
Vervolgens werd het 'tenzij' in bestemmingsplannen verankerd. Zo werd de weg vrijgemaakt voor de 'accenten' en de inflatie daarvan. 93
Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221
Neem Villa Industria. Het voormalig gasfabriekterrein dat deel uitmaakt van dit 1221 bestemmingsplan. Kenmerkend wordt genoemd de 'afwijkende hogere bouwhoogten'. Zo is op de plek van de gashouders 42 meter hoog gebouwd. Een plaatje uit de Gebiedsagenda laat zien dat oorspronkelijk de schoorsteen het hoogste element was met 30 meter. Reactie gemeente Hoogbouw is geen eenduidig begrip. Wat onder hoogbouw wordt verstaan is niet voor iedereen hetzelfde. In dit Chw-bestemmingsplan is daarom aangesloten bij bestaand (vastgesteld) beleid, namelijk de Structuurvisie Hilversum 2030 en de Gebiedsagenda 1221. In de gebiedsagenda is een maximale bouwhoogte van 15 meter vastgelegd, met een afwijking tot 25 meter. De Structuurvisie Hilversum 2030 voorziet ook in een maximale bouwhoogte van 25 meter. Voor het gebruik van deze afwijking gelden voorwaarden. Alleen op de locatie van het voormalige Hunkemöller-terrein mag hoger (maximale bouwhoogte bedraagt 33 meter) worden gebouwd. Dit is een resultaat van de participatie op het Beeldkwaliteitsplan+, als onderdeel van het gebiedspaspoort Hunkemöllerterrein, dat is vastgesteld door de gemeenteraad. Door hier een grotere bouwhoogte richting het spoor toe te staan, wordt meer open ruimte tussen de bebouwing gecreëerd, dat overwegend groen wordt ingericht en wordt een lagere bouwhoogte aan de Liebergerweg mogelijk gemaakt.
In het bestemmingsplan is op andere locaties een bouwhoogte van meer dan 25 meter niet mogelijk. In dit Chw-bestemmingsplan worden geen nieuwe beleidskeuzes gemaakt met betrekking tot bouwhoogte. Het lijkt of een herhaling van zetten gaande is. Of opnieuw hoogbouw tegen de wens van een meerderheid van de bevolking wordt vastgeklonken in een juridisch bindend kader. Behoorlijk bestuur handelt anders. En behoorlijk bestuur grijpt ook niet zo vaak naar de afwijkingsbevoegdheid als in de gemeente Hilversum het geval is. Omdat die terughoudendheid en bezonnenheid te vaak ontbreekt is het niet gewenst het college de afwijkingsbevoegdheid toe te staan in nieuwe bestemmingsplannen. Daarom zouden passages die daar betrekking op hebben geschrapt dienen te worden. Bijvoorbeeld: Afwijking (Ontwerp Chw bestemmingsplan 1221, Hoofdstuk 11)
Overgangs- en slotregels, Artikel 20 Overgangsrecht , 20.1 Bouwwerken: Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 12.16 Bouwactiviteiten bescherming stadsgezicht. 12.16.2 Afwijken van het verbod Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken. 12.17 Aanlegactiviteiten bescherming stadsgezicht. 12.17.1 Aanlegactiviteiten waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Het aanleggen en/of verharden van wegen en paden, het wijzigen van wegof straatprofielen en/of oppervlakteverhardingen; 12.8.1 Het bouwen van hoofdgebouwen. 94
Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221
In afwijking van sub f. is meervoudige bewoning toegestaan. [vgl ook onder 7.3.3. in afwijking hiervan is meervoudige bewoning in de moderniseringsgebieden wel toegestaan] In afwijking van sub a t/m c mogen gebouwen worden gebouwd voor zover die passen binnen de algemene beeldkwaliteitscriteria, zoals opgenomen in het reeds op 8 december 2021 door de gemeenteraad vastgestelde 'Beeldkwaliteitsplan+ 1221 Hilversum' Reactie gemeente Het is heel gebruikelijk in bestemmingsplannen afwijkingsbevoegdheden op te nemen. Dat maakt het bestemmingsplan flexibel in de uitvoering. Maar dat wil niet zeggen dat deze bevoegdheid zo maar zonder motivering kan worden gebruikt. Voor deze afwijkingen moet een goede ruimtelijke onderbouwing zijn. In de ruimtelijke onderbouwing moeten vaak ook onderzoeken worden uitgevoerd, zoals bodemonderzoek, onderzoek naar flora en fauna enzovoort. GROEN Dat een tekort aan groen niet goed is wordt treffend omschreven in de toelichting: "Het tekort aan groen kan er mede voor zorgen dat bewoners te weinig bewegen en kampen met gezondheidsklachten." [Toelichting, Hoofdstuk 3 Karakteristieken plangebied, 3.1 Identiteit en bestaande structuren, Chw bestemmingsplan 1221]. COVID-19 heeft duidelijk gemaakt hoe belangrijk meer groen en meer openbare ruimte zijn.
Maar hoeveel % van de ruimte in 1221 op de ontwikkellokaties is bestemd als groene openbare ruimte? En hoeveel % wordt semi-openbaar? Het antwoord is van belang omdat semi-openbaar al snel kan verdwijnen achter art 461 Wetboek van Strafrecht verboden-toegang-borden, slagbomen en hekken. Op veel plekken in Hilversum is dit al gebeurd. En wat is de betekenis van de aanduiding 'Publieke ruimte park op dek' op de Hunkemöller-locatie in het Gebiedspaspoort? Is dit wel of geen openbare ruimte in de zin dat hij voor iedereen vrij toegankelijk is? Waar en hoe is geborgd dat openbare ruimte openbaar is en blijft? Enquête na enquête vragen de burgers om meer groen. Het bestemmingsplan en onderliggend BKP+ leveren in volstrekt onvoldoende mate een positieve bijdrage aan het verkleinen van het binnenstedelijke groentekort, want het toe te voegen snippergroen staat in geen verhouding tot het aantal toe te voegen woningen en inwoners. Reactie gemeente In de huidige situatie zijn de ontwikkellocaties, waar een ontwikkeling is voorzien, volledig privaat terrein. In de plannen is opgenomen dat ten minste 40% van de ontwikkellocatie als publieke open ruimte dient te worden ingericht. Hiervan dient ten minste 60% als onverharde groene ruimte te worden gerealiseerd. Deze ruimte wordt ofwel openbare ruimte die ook in eigendom en beheer is bij gemeente Hilversum.
Ofwel deze ruimte komt in eigendom en beheer van de Vereniging Van Eigenaren, waarbij contractueel wel wordt vastgelegde dat de ruimte openbaar toegankelijk dient te blijven. Hilversum is, zoals het BKP+ het typeert, een "tuinstad van wereldfaam". Daar wil de gemeente goede sier mee maken. Maar pas dan wel een betere norm toe dan per 150 m2 open ruimte slechts één boom aan te planten. Leer van het advies van de Raad voor de Leefomgeving en hanteer 75 m2 groen per woning in de vorm van openbaar toegankelijke parken en plantsoenen. Hilversum scoort nu slechts 59 m2 openbaar groen per woning. Als het advies van de groennorm van 75 m2 wordt toegepast op de Hunkemöller locatie valt op welk verschil het maakt. Was het plan uitgevoerd op basis van de Gebiedsagenda dan zou bij 161 woningen dus 12.075 m2 openbaar groen nodig zijn. Er komen op de Hunkemöller locatie volgens de huidige plannen 278 woningen en 8000 m2 openbaar groen bij. Op basis van de rijksnorm zou 20.800 m2 openbaar groen toegevoegd moeten worden. Dus op de Hunkemöller locatie mist 12.850 m2 (= 62%) nieuw openbaar groen. Waar in de toekomst in 1221 een kans komt om een park aan te leggen (ter plaatse van de busremise) zou dit met beide handen aangegrepen moeten worden. Niet uit luxe maar noodzaak.
95
Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221
Bij gebrek aan voldoende openbaar groen in de onmiddellijke woonomgeving is het verleidelijk te wijzen naar het buitengebied. Het BKP+ doet die poging. "Vanuit 1221 liggen Anna’s Hoeve en Zuiderheide op loopafstand en met de fiets ben je zo in de bossen van Hooge Vuursche en Lage Vuursche." Maar zo'n verwijzing is een zwaktebod want die loopafstand naar bos en natuur gaat voorbij aan senioren of mensen met een beperking. Zij zijn echt aangewezen op voldoende openbaar groen in de nabijheid van hun woning. De verwijzing van de gemeente in de reactienota dat het tekort aan binnenstedelijk groen komt door de keuze die in de jaren '30 van de vorige eeuw is gemaakt in het stedenbouwkundig ontwerp dat stadsarchitect Dudok maakte, kenmerkt onkunde en een kortzichtige benadering, want het vergeet dat Dudok uitging van de grenzen aan de groeimogelijkheden van Hilversum, en de parken, plantsoenen en waterpartijen die Dudok in de woonomgeving opnam. Hij hield juist wél de balans in het oog tussen het aantal woningen en de hoeveelheid openbaar groen. Zoals vastgesteld verstoren de huidige plannen die balans steeds verder doordat per saldo veel meer woningen dan openbaar groen worden toegevoegd. Omdat de Tuinstad ook cultuurhistorische waarde heeft is het dubbel triest dat het bestemmingsplan 1221 hier verder afbreuk aan doet.
Dit geldt behalve voor het aspect van de bouwdichtheid en onvoldoende nieuw openbaar groen ook voor het aantasten van het illusielandschap door hoogbouw. Het voldoet niet aan wat als goede ruimtelijke ordening verwacht mag worden, passend bij de Tuinstad Hilversum die nota bene zo belangrijk wordt gevonden. Bij ontwikkellocaties moet 40% van het oppervlak onbebouwde ruimte zijn en daarvan moet 60% groen of blauw zijn. Omdat blauw en groen aan elkaar gelijk zijn gesteld is het dus mogelijk dat er weinig vierkante meters openbaar groen bijkomen omdat voor waterberging ook ruimte nodig is. Reactie gemeente De keuze voor 1 boom per 150 m² is ontstaan vanuit het besef dat een volgroeide boom al snel een bladerdak van 75 tot 100 m² heeft en naast schaduw is er ook behoefte aan plekken in de zon. Het gemeentebestuur is op de hoogte van het advies van de Raad voor de Leefomgeving maar acht dit niet haalbaar. In zo goed als alle woningbouwontwikkelingen in Nederland is dit advies ook niet realistisch, niet haalbaar en niet uitvoerbaar gebleken. De gebiedspaspoorten in het Beeldkwaliteitsplan+ voldoen aan de gestelde eis van ten minste 40% open publiek ruimte op de ontwikkellocatie. Senioren of mensen met een beperking kunnen gebruik maken van deze open publieke ruimte. De loopafstand naar de bossen betreft een ander verhaal.
Dit valt buiten de context van dit bestemmingsplan maar heeft aandacht binnen de gemeente. Terug naar de Hunkemöller locatie. De buurt vroeg om een ontsluitingsweg langs het spoor en groen in de wijk. Maar de gemeente en ARK willen groen 'ogen' voor spoorreizigers. Dus in plaats van groen in de wijk komt er groen als stoffering langs het spoor, al mag het zo niet worden genoemd. De ARK schrijft met instemming van de gemeente: "De ruimten die ontstaan door de bebouwing ter plaatse vragen om vergroening, niet zozeer als stoffering maar meer als structurerend groen. Het is belangrijk zich te realiseren dat dagelijks miljoenen reizigers dit kunnen ervaren als een weldadige groene begeleiding bij aankomst of vertrek." [uit reactienota BKP+ ] De bewoners beschrijven enigszins verbaasd hoe langs het spoor nu twee driehoekjes groen komt in de volle herrie van treinen, bussen en industriële activiteiten [inspraak bewoners in raadscommissie 17 nov. 2021]. B&W reageert dat "op rekening van de ontwikkelaar een forse hoeveelheid publiek toegankelijk groen zal worden toegevoegd." [uit reactienota BKP+]. Maar hier staat tegenover wat de gemeente niet noemt. Namelijk dat de parkeernorm is verlaagd, de bouwdichtheid fors is verhoogd, de bouwhoogte fors is toegenomen, er geen nieuwe ontsluitingsweg langs het spoor komt en het parkeren niet volledig onder het maaiveld wordt gebracht.
Reactie gemeente Naast het vergroenen van de pleinen (prachtproject 'Groene Loper') draagt de ontwikkellocatie ook bij aan het vergroenen van postcodegebied 1221. Elke ontwikkellocatie moet voldoen aan de gestelde eis van ten minste 40% open publiek ruimte. Daarnaast heeft ook de rand langs het spoor, 96
Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221
waaronder de ontwikkellocatie Hunkemöller, de potentie om omgevormd te worden tot een publieke ruimte op het schaalniveau van de stad. De werkgroep Liebergerweg heeft verder aangegeven dat men het openbaar groen het liefst zoveel mogelijk gerealiseerd ziet aan de straatkant in plaats van richting het spoor. Vanuit de gemeente is door de supervisor aangegeven dat een groene verbinding langs het spoor, het zogeheten Spoorpark, ook wenselijk is om zo een groene verbinding tussen het Oosterspoorplein en Anna’s Hoeve te maken. Dit Spoorpark, opgenomen in de gebiedsagenda, draagt verder bij aan een kwaliteitsimpuls van het gebied, door de bebouwing en het groen meer te verbinden met de westkant van Hilversum en hiermee het gebied meer een ‘voorkant’ te geven. De betreffende ontwikkelaar heeft aan zowel de wens van de omwonenden als de gemeente getracht invulling gegeven door het creëren van openbaar groen aan de Liebergerweg en spoorkant. Voor de eerste betreft het openbaar groen waar zich nu nog het laadperron van het distributiecentrum van Hunkemöller bevindt. Verder wordt openbaar groen toegevoegd in het binnenhof van het nieuwbouwblok dat nabij de arbeiderswoningen aan de Liebergerweg wordt gerealiseerd en bereikbaar is vanaf de straat.
Langs het spoor wordt door de ontwikkelaar bijgedragen aan het Spoorpark door het toevoegen van openbaar groen dat bereikbaar is vanaf de Liebergerweg door twee wandelpaden. Zorgen vanuit omwonenden (bewonerswerkgroep Liebergerweg) over bebouwingshoogte langs de Liebergerweg en impact op de leefomgeving hebben er toe geleid dat in het aangepaste planvoorstel de bebouwing trapsgewijs afloopt vanaf het spoor richting de Liebergerweg. Deze trapsgewijze bebouwing wordt ook door de supervisor spoorzone als wenselijk geacht, gezien de aansluiting op de omgeving en de hoogteaccentuering die langs het spoor kan worden gemaakt. Verder wordt de bebouwing verder weg van de straat gepland dan in de eerste plannen was beoogd. In het deel dat het dichtst op de Liebergerweg staat, zal de nieuwbouw 2 tot 3 bouwlagen hoog zijn, waarna deze in het middendeel oploopt van 4 tot 6 lagen en richting het deel dat nabij het spoor ligt 8 tot 10 lagen hoog zal zijn. Dit aantal bouwlagen leidt bij een bouwblok tot een hoogte van 33 meter en ligt daarmee boven de 25-meter grens zoals beschreven in de Gebiedsagenda. Dit komt voort uit de wens van omwonenden om hoger aan het spoor te bouwen, zodat een lagere bebouwing richting de Liebergerweg mogelijk is.
Als het tekort aan groen ook in de Geuzenbuurt niet zo serieus zou zijn, zou je de volgende passage op de website van de ontwikkelaar van het Geuzenpark bijna grappig kunnen noemen. Er staat "Het Geuzenpark brengt hier in één keer radicale verbetering in: nieuw centraal park, groene lusthof van allure." Voor alle duidelijkheid het grootste veld meet circa 1000 m2. [https://geuzenpark.nl] Reactie gemeente In de Gebiedsagenda 1221 is al aangegeven dat het versterken van de groenstructuur een opgave is voor het postcodegebied 1221. Het postcodegebied 1221 is wel een bijzonder gebied in Hilversum. Ooit gegroeid als industrie- en arbeiderswijk staan de woningen dicht op elkaar en is ruimte voor groen niet een vanzelfsprekendheid. Eén van de pijlers van de Gebiedsagenda 1221 is een vergroening. Het realiseren van een park draagt bij aan deze pijler. Daarnaast zijn in het Beeldkwaliteitsplan+ criteria opgenomen om het postcodegebied te vergroenen. Hiervoor zijn regels opgesteld ten aanzien van o.a. de maatvoering, gebruik, beeld, klimaatadaptatie en duurzaamheid. Ten aanzien van de aanplant van bomen is de voorwaarde opgenomen dat per 150m2 open ruimte 1 boom moet worden aangeplant. Ook is geregeld dat ten minste 40% van een ontwikkellocatie ingericht moet worden als open ruimte. Naast het aanplanten van bomen op de ontwikkellocaties wordt gewerkt aan het vergroenen van pleinen.
De pleinen voor wijkcentrum De Geus, de Kleine Drift en Ampèrestraat zijn heringericht en zijn daarmee een stuk groener. Op de planning staat het herinrichten en vergroenen van de pleinen aan de Galvanistraat, Pelicaanstraat en Liebergerweg. De buurt groener maken is prachtig. Maar bij wie is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud als in het bestemmingsplan staat: "Het hoofdstuk beheer en onderhoud is niet toegepast in het plan. Dit 97
Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221
hoofdstuk is toegevoegd om aan te sluiten op de beoogde structuur van het omgevingsplan zoals dat kan worden opgesteld als de Omgevingswet in werking treedt, maar heeft in dit plan geen betekenis." [Hoofdstuk 7 Activiteiten en regelingen, 7.1 Planmethodiek, Hoofdstuk 6: Beheer en onderhoud] Reactie gemeente De openbare ruimte is er voor de inwoners, maar wordt door de gemeente beheerd en onderhouden. Het beheer en onderhoud wordt niet in klassieke bestemmingsplannen geregeld. In de inleiding van deze zienswijzenota is ingegaan op de functie van het Chw-bestemmingsplan en dat gebruik is gemaakt van een model van de VNG, het Casco. Dit is een mogelijke inhoudsopgave van het omgevingsplan. Om de hoofdstukindeling niet aan te passen is ervoor gekozen om de inhoudsopgave te behouden en dit hoofdstuk te voorzien van een toelichtende tekst. Elke twee jaar wordt een monitoring uitgevoerd door het tellen van het aantal groene pleinen en het bepalen van het aandeel groen op de acht pleinen binnen 1221. [Hoofdstuk 8 Monitoring, 8.1 Monitoring omgevingswaarde groene pleinen]. Waarom maar eens in de 2 jaar? Dit verraadt weinig ambitie. Tevens is als er iets niet goed is géén resultaatverplichting maar slechts een 'inspanningsverplichting' opgenomen. [Hoofdstuk 8 Monitoring, 8.1 Monitoring omgevingswaarde groene pleinen].
Te constateren is dat de Groene Loper zoals die staat in de Gebiedsagenda (maart 2029) niet meer is te zien in de plannen. Waarom eigenlijk niet? Reactie gemeente De Omgevingswaarde 1 'Groene pleinen' is juist een vertaling van het prachtproject 'Groene Loper' en gaat om het vergroenen van de pleinen. Bepaalde doelen van de regels van het Chwbestemmingsplan, zijn geconcretiseerd door het gebruik van omgevingswaarden. Met omgevingswaarden draagt de gemeenteraad het college van burgemeester en wethouders op om enkele specifiek benoemde kwaliteiten te bereiken en in stand te houden. Dit draagt bij aan het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Ook ondersteunen ze bij het zorgen voor een goede omgevingskwaliteit. Met een omgevingswaarde kan de gemeente de kwaliteit vastleggen die ze voor de fysieke leefomgeving wil bereiken. Deze kwaliteit moet objectief vast te stellen en meetbaar zijn. In basis gaat het om een opdracht die de gemeenteraad aan het college opdraagt via het bestemmingsplan om deze aspecten te monitoren en te handelen als de genoemde kwaliteiten niet behaald worden. Het handelen kan op verschillende manieren, vooral ook buiten het bestemmingsplan om. Het beoogde resultaat is vastgelegd in het bestemmingsplan.
De gemeente Hilversum heeft met dit Chw-bestemmingsplan twee omgevingswaarden vastgesteld om de openbare ruimte een kwaliteitsimpuls te geven. Op deze wijze wordt bijgedragen aan de leefomgeving en de gezondheid in het postcodegebied 1221, zoals omschreven in de gemeentelijke omgevingsdoelen.
98
Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221
Bescherming van het Gooise illusielandschap (geen hoogbouw zichtbaar boven de bomen vanuit de natuur) betreft een langetermijnvisie die is opgenomen in een provinciale richtlijn. Niet voor niets heeft de provincie Noord-Holland recent actie ondernomen en bezwaar gemaakt tegen hoogbouw in Gooise Meren. Hilversum heeft het belang van behoud van het illusielandschap zelf bevestigd in de Structuurvisie Hilversum 2030 en de Groene Structuurvisie Hilversum 2030. Wat onverlet laat dat diezelfde gemeente hoogbouw wil toestaan in het centrum (zoals Entrada). Een staaltje van ouderwets denken dat uitgaat van koste wat kost hoogstedelijke bouwvormen willen introduceren ten koste van de typische Hilversumse tuinstedelijke kwaliteit van overwegend twee bouwlagen met een kap. Daarbij heeft het college aangestuurd om ook op andere locaties hoogbouw toe te staan en zo het illusielandschap verder aan te tasten, bijvoorbeeld op het Regev terrein en aan de rand bij de Van Linschotenlaan. Zo is nadat eeuwenlang het illusielandschap ongeschonden bleef, nu door slecht rentmeesterschap van recente Hilversumse colleges van B&W vanaf de heide hoogbouw zichtbaar. Zogenoemde ‘hoogteaccenten’ van meer dan 20-25 meter zijn vanuit een oogpunt van het omringende waardevolle landschap ongewenst en strijdig met bestaand beleid.
In dit verband kan nog eens worden verwezen naar provinciaal beleid: “Voor de leefomgevingskwaliteit is het essentieel de waarden van landschap en cultuurhistorie te benoemen, te behouden, waar nodig adequaat te herstellen en waar mogelijk te versterken en te ontwikkelen.” [Provinciale Omgevingsvisie NH2050]. "Voor bebouwing direct aan de rand is de hoogte van de bomen en de dichtheid van de beplanting van belang. Bouw aan de rand niet hoger dan de ‘boomgrens’ (ca. 15 meter). In de richting van het centrum van de kernen is hogere bebouwing mogelijk, mits de bebouwing onzichtbaar blijft vanaf de heideterreinen, (...) het koesteren en versterken van de groenstructuur van het ‘illusielandschap." [Uit: Prachtlandschap Noord-Holland, Leidraad Landschap & Cultuurhistorie, Provincie Noord-Holland, 2018]
99
Zienswijzennota ontwerp Chw-bestemmingsplan 1221
Goed zou zijn deze aanbeveling over te nemen: "In alle bestemmingsplannen dient reeds geplande hoogbouw of nog te plannen hoogbouw te worden getoetst op de zichtbaarheid op de heidevelden en andere visueel kwetsbare gebieden.” [Uit: Concept basisplan voor de openluchtrecreatie in natuur en Landschap van het Gooi, Buro Maas, Rijswijk, april 1974, 173 pg`s, opdrachtgever Gewest Gooiland, later Gewest Gooi en Vechtstreek] Reactie gemeente Behoud van het zogenaamde illusielandschap is in de Structuurvisie Hilversum 2030 opgenomen. Dit is vertaald naar een maximale bouwhoogte van 25 meter, met uitzondering van enkele benoemde gebouwen. In dit Chw-bestemmingsplan wordt een maximale bouwhoogte van 15 meter mogelijk gemaakt, met een afwijking tot 25 meter. Voor het gebruik van deze afwijking gelden bovendien voorwaarden. Alleen op de locatie van het voormalige Hunkemöller-terrein mag hoger (maximale bouwhoogte bedraagt 33 meter) worden gebouwd. Dit is een resultaat van de participatie op het beeldkwaliteitsplan+ , als onderdeel van het gebiedspaspoort Hunkemöller, dat is vastgesteld door de gemeenteraad. Door hier, zoals gezegd, een grotere bouwhoogte richting het spoor toe te staan, wordt meer open ruimte tussen de bebouwing gecreëerd, dat overwegend groen wordt ingericht en wordt een lagere bouwhoogte aan de Liebergerweg mogelijk gemaakt.
Op andere locaties is hoogbouw van meer dan 25 meter binnen het bestemmingsplan niet mogelijk. In dit Chw-bestemmingsplan worden geen nieuwe beleidskeuzes gemaakt met betrekking tot bouwhoogte. De provinciale regels gelden daarnaast alleen voor bebouwing buiten Bestaand Stedelijk gebied waarbij rekening gehouden dient te worden met leidraad landschap en cultuurhistorie. Daar is hier geen sprake van omdat bebouwing plaatsvindt binnen bestaand stedelijk gebied. Verdichting Het college schrijft: "De Intensieve verstedelijking is geenszins een streven van de gemeente. Daar is hier ook geen sprake van. Het gaat niet om intensieve verstedelijking, maar stadsinbreiding zoals we dat als ruim 40 jaar kennen in Hilversum." [uit reactienota BKP+] Maar in 40 jaar tijd zijn er bij stadsinbereiding niet zulke hoge dichtheden voorgesteld. En die dichtheden komen in een tijdspanne waarin de wens bij het college is uitgesproken om aan te haken bij de MRA polycentrische verstedelijkingsstrategie. Daarmee is het aannemelijk dat de intensieve verstedelijkingsstrategie wel het streven is van de gemeente en de ontkenning daarvan bezijden de waarheid is. In dit licht kan ook verwezen worden naar hoe het College eerder (2019) heeft aangegeven dat ipv 1000 woningen het mogelijk ook circa 750 woningen zouden kunnen worden in postcodegebied 1221.
Maar hieraan herinnert schrijft het college in de reactienota BKP+ dat "In de gebiedsagenda is aangegeven dat tot aan 2030 naar verwachting circa 1.000 woningen worden toegevoegd. Het jaartal 2030 is verre van nieuw." Zo wordt een streep gezet door 750 woningen. En waar de reactienota zegt dat 2030 als jaartal niet nieuw was leidt het af van het feit dat door het college is verzwegen dat een tweetrapsraket voor 1221 stond gepland. Namelijk een bouwfase tot 2030 en een tweede tranche tot 2040. En dat tot 2040 het aantal geplande aantal woningen zo opliep tot 1800. Dit 100