CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Jaarverslag 2021 Stichting Gemeentelijk Gymnasium Hilversum

GEMEENTERAAD 26 oktober 2022, gemeente HilversumBij agendapunt: Vaststellen jaarverslag 2021 Gemeentelijk Gymnasium Hilversum (1185395)19.705 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Wel is voor een enkeling de periode van online les te veel geweest, daarom zijn er iets meer leerlingen geweest die doubleerden. Met de start van het nieuwe schooljaar heeft de school een aantal maatregelen gecontinueerd om de veiligheid en gezondheid van de medewerkers en leerlingen zoveel als mogelijk te garanderen tijdens het fysieke onderwijs. Naast het dragen van mondkapjes, is in de lokalen een toets opstelling gehanteerd en zijn in de lokalen meer te openen ramen gecreëerd om de luchtkwaliteit te verbeteren. Alle betrokkenen zijn zodra de (veranderende) situatie daarom vroeg op basis van RIVM-richtlijnen in een protocol, geïnformeerd over de dagelijkse gang van zaken bij eventuele besmettingen. Leerlingen die thuis waren in afwachting van de uitslag van een test of in quarantaine zaten, zijn door de docenten online bij de les betrokken Het toenemende landelijke docententekort, de lichte (regionale) krimp in het leerlingenaantal, de efficiency - korting in de sector VO, de stevige concurrentie van scholen in de regio die steeds meer schooleigen profielen (talent, media, sport e.d.) aanbieden, zijn enkele van de externe factoren die invloed hebben op het HRM beleid van de school. De school is hierdoor genoodzaakt personeel efficiënt en effectief in te zetten.

In samenwerking met besturen in de regio heeft de school een gezamenlijk plan opgesteld om het docententekorten in de toekomst te beperken.

20

4.4 Interne ontwikkelingen De school beschikt over een team dat in het huidige onderwijssysteem goede resultaten weet te behalen met de leerlingen. Het team beschikt over voldoende potentieel en kwaliteiten om ook de toekomstige uitdagingen te beantwoorden. Het personeel is in samenstelling gelijkmatig opgebouwd; van ieder levensfase tussen de 25 en 65 jaar zijn er ongeveer 25 % met een redelijk gelijke verdeling in de man/vrouw verhouding.

De inzet van docenten wordt jaarlijks in de formatie vastgelegd. Naast lessen participeert een groot deel van de docenten via niet- lesgebonden taken in de schoolorganisatie. Dit maakt de diversiteit in het takenpakket en afwisseling in de werkzaamheden voor docenten groot. Ontwikkelgesprekken en leerlingenenquêtes geven de mogelijkheid docenten bij te sturen. Voor nieuwe docenten is er een uitgebreid begeleidingssysteem met incidenteel externe coaching, indien gewenst of noodzakelijk. Voor de jaren na de beginfase beschikt de school over een peer-traject waarbij ervaren docenten een ondersteunende rol vervullen. Een deel van de docenten neemt deel aan promotietrajecten aan diverse universiteiten. Incidenteel volgt een medewerker van het middenkader een schoolleidersopleiding. Door de participatie in andere werkzaamheden, de inzet van uren levensfase bewust personeelsbeleid en ontwikkeltijd realiseert de school duurzame inzet van de docenten afgestemd op hun levensfase en behoeften. Het komend schooljaar zal op basis van het nieuwe schoolplan een nieuwe set speerpunten voor de school vastgesteld worden. Het doel is alle betrokkenen mede-eigenaar te laten worden van de inhoud van het schoolplan. De dialoog over het strategisch personeelsbeleid en de gevolgen voor de onderwijskundige ontwikkeling wordt regelmatig met de (personeelsgeleding van de) medezeggenschapsraad gevoerd.

Docenten in werkgroepen zijn betrokken bij de inzet van nieuw in te zetten instrumenten van het personeelsbeleid. De school zet hiermee een breed scala van instrumenten in op het gebied van de loopbaanontwikkeling voor medewerkers dat gekoppeld is aan de onderwijskundige visie van de school: mobiliteit en ontwikkeling van talent onder leerlingen en de medewerkers zijn nauw verbonden met de pijlers van de onderwijskundige visie van de school. 4.5 Werving en selectie De werving en selectie van nieuw personeel blijft ook de komende jaren een aandachtspunt mede gezien de landelijke problematiek van het lerarentekort en vergrijzing van het docentenbestand. Een proactieve houding bij de werving zorgde er ook in het verslagjaar voor dat de continuïteit en de kwaliteit van ons onderwijs kon worden gegarandeerd. Op dit moment is er een redelijk gelijkmatige opbouw in de leeftijd in het team met een gemiddelde leeftijd van rond de 48 jaar. Dit geldt ook voor de man /vrouw verdeling. In het verslagjaar heeft de school werving- en selectiebureau B&T ingehuurd bij de werving van een nieuwe rector. Per 31 juli is Dhr. Van den Berg uit functie en per 1 augustus is Mevr. Klink de nieuwe rector.

21

4.6 Begeleiding en beoordeling In het traject van begeleiding en beoordeling van nieuwe docenten hebben de sectievoorzitters structureel een plaats: op deze wijze is de begeleiding vanuit de school en vakinhoudelijke begeleiding vanuit de sectie geborgd. Voor startende docenten krijgt het begeleidingstraject regelmatig een vervolg: ze hebben de mogelijkheid hun klassenmanagement en pedagogisch didactische repertoire uit te breiden met behulp van een externe coach. Zittende docenten participeren in een peertraject. Op het gebied van personeelsbeleid heeft de school samenwerkingsverbanden met de lerarenopleiding in Utrecht en Leiden met als doel opleidingsschool te zijn voor stagiaires en docenten in opleiding. In aanvulling hierop participeert de school in de zogenaamde Regionale Aanpak Lerarentekort/Personeelstekort (RAL/RAP). Ook via andere initiatieven (ASK van de UvA; TeachIn in samenwerking met de HU; Statushouders voor de klas) levert school een bijdrage aan het aanpakken van het (aanstaande) personeelstekort. 4.7 Lerende gemeenschap: intervisie en didactiek De afgelopen jaren stromen nieuwe en soms onervaren docenten de school binnen. Zij hebben nieuwe werkvormen als vanzelfsprekend bij ons op school geïntroduceerd. Nieuwe docenten brengen nieuwe energie, waar ook meer ervaren docenten van kunnen profiteren.

Een van de onderdelen die docenten meer zijn gaan toepassen is het voeren van de dialoog met de klas. Mondelinge taalvaardigheid krijgt meer aandacht, onder andere in de vorm van debat en discussie. De aanstelling van native speakers in enkele moderne vreemdetalensecties biedt nieuwe mogelijkheden. Intervisie en een degelijk opgezette begeleiding van de nieuwe docenten betekent ook een kruisbestuiving tussen nieuwe docenten onderling en nieuwe en meer ervaren docenten. De school bevordert en stimuleert een open houding en overleg tussen docenten, waarbij de variatie van werkvormen, lesideeën, maar eventueel ook uitdagingen wat betreft omgang met een klas op het programma staan. Ook voor ervaren docenten biedt een peer-traject een middel om zich te ontwikkelen en zal de intervisie voor ervaren docenten op collegiaal niveau verder worden ontwikkeld. 4.8 Bevoegde docenten De school beschikt over kwalitatief hoogwaardig personeel; 97 procent van de lessen wordt door bevoegde docenten gegeven en slechts 3 procent van de lessen door onder- of onbevoegde docenten of docenten in opleiding. Als opleidingsschool streeft de school ernaar voor docenten in opleiding een stageplaats te realiseren. In periodieke gesprekken wordt hun ontwikkeling naar bevoegd docent gevolgd. Ook de bevoegde docenten worden gestimuleerd zich verder te ontwikkelen.

Een deel van hen participeert, naast het lesgeven, in diverse organisatorische taken. 9,5% van de bevoegde docenten is gepromoveerd of is bezig met een promotie. 4.9 Ontwikkelgesprek en leerlingen - enquête In 2017 heeft de school de jaarlijkse functioneringscyclus gemoderniseerd en vereenvoudigd. Hierdoor lukt het de schoolleiding jaarlijks met alle medewerkers een ontwikkelgesprek te voeren op basis van leerlingenquêtes en een zelfevaluatie; voorafgaand aan het gesprek zijn vragen gesteld over o.a. lesgeven, lesplezier, samenwerking, werkdruk en niet - lesgebonden taken. Als onderdeel van deze gesprekken wordt onder alle leerlingen van klassen waarin de docent lesgeeft een enquête afgenomen. Beide gegevens aangevuld met incidenteel een lesbezoek, intervisie en een palet aan externe training - leidt op termijn tot beter zicht op functioneren en de bekwaamheid van de docenten, tot beter inzicht in de kwaliteit van de lessen (met name op didactisch en pedagogisch vlak) en geeft de school de mogelijkheid gerichter met docenten eventueel een verbetertraject in te zetten.

22

4.10 CAO - VO en taakbeleid Door een goede planning in de jaaragenda probeert de organisatie te grote pieken in de taakbelasting te voorkomen. De belangrijkste maatregelen om de werkdruk te verlagen behoren tot deze categorie. Het blijft noodzakelijk om regelmatig te toetsen of het taakbelastingbeleid van de school nog in voldoende mate recht doet aan de voortdurend veranderende aard en inhoud van de door de school uit te voeren werkzaamheden. Bovendien streeft de school ernaar (door een zo objectief mogelijke kwalificatie in zwaarte en omvang van taken) tot een evenwichtige verdeling te komen (taakverdelingsbeleid) en de totale taakomvang binnen redelijke grenzen te houden (taakomvangbeleid). De organisatie hanteert in aanvulling hierop ook een kwalitatieve benadering: alle taken worden benoemd en inzichtelijk gemaakt en in frequent terugkerend gesprekken tussen leidinggevende en medewerker en aan het eind van ieder schooljaar geëvalueerd. Met het onderhandelaarsakkoord op basis van artikel 8.2 cao-VO dat voorziet in 50 ontwikkeluren uitgaande van 1,0fte voor docenten, is de actualisatie van het vigerende taakbeleid aangehouden. De maatregelen uit de cao-vo die betrekking hebben op het levensfasebewust personeelsbeleid bieden een goede aanvulling op de middelen die de school ter beschikking staan om de werkomstandigheden verder in lijn te brengen met de privéomstandigheden.

De verwachting is dat de combinatie van de inzet van de gespaarde uren Levensfase Bewust Personeelsbeleid (LBP) en ontwikkeltijd binnen een strakke organisatie voor docenten een reële tegemoetkoming is van de (gevoelde) werkdruk. De schoolorganisatie maakt binnen de beperkte financiële mogelijkheden zodanige keuzes dat er sprake is van een goed en professioneel personeels- en financieel beleid. 4.11 Convenant LeerKracht en functiemix In 2008 is door de werkgevers in het onderwijs (de VO raad), de werknemers (de verschillende onderwijsvakorganisaties) en de minister van OCW het 'Convenant LeerKracht van Nederland' ondertekend. In dit convenant zijn maatregelen opgenomen die het beroep van docent aantrekkelijker moeten maken. Naast de inkorting van de salarisschalen is de belangrijkste maatregel een betere doorstroom van docenten naar een hogere functie. B, LC en LD). De wettelijk vastgestelde functiemix (i.e. de verdeling van leraren over de verschillende salarisschalen LB, LC en LD) is op 1 oktober 2014 bereikt. Gelet op de voor onze school beschikbare additionele middelen en de huidige personele samenstelling is een functiemix van maximaal 150 punten de komende jaren betaalbaar.

Nieuwe bevorderingen naar een hogere functie vinden met ingang van 2015 plaats binnen de vastgestelde verhouding LB/LC/LD en zijn, gelet op de stabiele omvang van de school, voor een belangrijk deel afhankelijk van de ruimte die vrijkomt door pensionering of vertrek van docenten met een LC- of LD-functie. In het verslagjaar heeft de school de beschikking gekregen over additionele middelen voor de functiemix ter hoogte van 143.860,14. Het bedrag is bedoeld om de meerkosten te bekostigen van alle promoties met ingang van 2009 én de jaarlijkse nieuwe promoties.

23

In het verslagjaar komen we uit op de volgende functiemix: Functiemix 1-10-2020 LB 3,9% LC 42,1% LD 54,0% functiemixwaarde 150

1-10-2021 7,8% 33,8% 58,4% 151

Uitgaande van de eerder vastgestelde streefpercentages (de waarde functiemix 150) was er in het verslagjaar ruimte om enkele medewerkers te bevorderen. Daarbij is iets aan extra ruimte genomen in verband met de laatste docenten die onder de overgangsregeling vallen. De bevordering van deze docenten is gekoppeld aan die van een collega die volgens het gewijzigde beleid (2015) op hen voorging. Al deze docenten zijn nu gezamenlijk bevorderd. De school streeft voor het onderwijsgevende personeel de komende jaren een verhouding na van ca. 3% LB, 44% LC en 53% LD. In het verslagjaar zijn deze streefpercentage bij benadering gehaald. Ter vergelijking: in 2008 kende de school nog een functiemix van 26% LB, 45% LC en 29% LD. Door de aanpassingen in het vigerende beleid behouden ook jonge leerkrachten de mogelijkheid door te stromen naar een hogere functie en ontstaat er op termijn een meer wenselijk evenwicht tussen LC- en LD-functies. 4.12 Convenantsmiddelen funderend onderwijs 2020 investeringen in het primair en 2019. Via een bedrag per leerling wordt er voor zowel het primair als het voortgezet bedoeling dat dit geld de komende twee jaren wordt uitgegeven ter verlichting van het lerarentekort en de werkdruk. Deze regeling geeft uitvoering aan die afspraak. De school schooljaar 20/21 en 21/22 klassen te verkleinen in met name leerjaar 2 en enkele clusters in de bovenbouw.

De verwachting is dat kleinere klassen een positief effect heeft op de onderwijskundige resultaten van de leerlingen en bijdraagt tot de verlaging van de werkdruk van docenten. 4.13 Beleid inzake beheersing van uitkeringen na ontslag Het beleid van de stichting is erop gericht dat voorkomen wordt dat personeelsleden worden ontslagen. Voor de eerstkomende jaren is in de begroting rekening gehouden met een lager leerlingaantal, namelijk 889 in 2021, 829 in 2022 en 783 in 2023. Door de onzekerheid over de ontwikkelingen van leerlingaantallen in de toekomst, vinden we het nodig om bij personeelsuitbreiding voorzichtig te zijn met het aangaan van verplichtingen (vaste contracten), maar we zullen wel investeren in vacatures in een tijdelijke voorziening. Indien wel sprake is van ontslag, dan zal het bestuur het betreffende personeelslid op een adequate en financieel verantwoorde manier ondersteunen in het vinden van een andere betrekking. Hierbij kan worden gedacht aan het aanbieden van een loopbaanbegeleidingstraject, waarbij een nieuwe werkkring binnen of buiten het onderwijs geboden wordt. Er zijn geen werknemers waarvan het bevoegd gezag in het verslagjaar gedwongen afscheid heeft genomen.

24

4.14 Kwaliteitsbeleid Het kwaliteitsbeleid heeft zich in 2021 gericht op de kernindicatoren waarover de school jaarlijks informatie moet verstrekken aan de Inspectie van het Onderwijs in het kader van het overheidstoezicht op de scholen. Dat zijn de onderwijstijd, in-, door- en uitstroomgegevens (IDU), de opbrengstenkaart van de Inspectie van het Onderwijs en de eindexamenresultaten en slagingspercentages. Deze gegevens worden jaarlijks nader geanalyseerd met het oog op mogelijke verbeterpunten, waarvoor plannen en doelen zijn geformuleerd. De resultaten en bevindingen van deze analyse stemmen tot tevredenheid en laten zien dat de school op de genoemde kwaliteitsonderdelen ook in het verslagjaar weer bovengemiddeld scoort. In aanvulling op de kernindicatoren van het reguliere toezichtkader richt het kwaliteitsbeleid van de school zich op het onderwijsproces, het schoolklimaat en het financiële beheer. Het lukt de school steeds beter instrumenten in te zetten om de kwaliteit van onderwijs, het personeel, de bedrijfsvoering en het financiële beleid te monitoren en inzichtelijk te hebben voor de interne en externe stakeholders. Naar aanleiding van hun vierjaarlijkse kwaliteitsonderzoek van de school in september van dit verslagjaar, heeft de onderwijsinspectie de school de waardering Goed doen toekomen.

4.15 Relationele beleid inclusief samenwerkingsverbanden In het relationele beleid beschikt de school over een groot netwerk: contacten en onderwijskundige projecten met toeleverende basisscholen, participatie in bestuurlijk politiek overleg in de regio, in de Regionale Aanpak Personeelstekort, in de bestuurlijke samenwerking Qinas voor leerlingenzorg en daarnaast samenwerking met Pre - university college van de VU. De school is vertegenwoordigd in de stuurgroep Chinese Taal en Cultuur die door het ministerie van OC&W ondergebracht is binnen het Nuffic, werkt samen met de docentenopleidingen in Utrecht en Leiden, en werkt in het bèta -onderwijs samen met het bedrijfsleven en instituten zoals ARCNC, Kraton, TNO of de NS. Voor leadership en internationalisering is er een samenwerking met U-Study. Door de Covid 19 situatie zijn de activiteiten voor en deelname van de leerlingen aan deze activiteiten tijdelijk opgeschort. De inzet van deskundigheid van externe partners vormt een belangrijke kwaliteitsimpuls voor het onderwijsniveau en zijn een stimulans om nieuwe en coherente ontwikkelingen op te starten. De alumnivereniging, in nauw contact met de alumnicoördinator, houdt namens de school frequent contact met de groep oud leerlingen.

Veel van de doelstellingen die de alumnivereniging in 2010 had geformuleerd zijn een decennium later gerealiseerd, zoals alumni events en lezingen op locatie. Steeds meer alumni participeren in deze activiteiten, die hen met de huidige leerlingen in contact brengt. 4.16 Passend Onderwijs De wet Passend Onderwijs is op 9 oktober 2012 aangenomen. Vanaf januari 2013 is een aantal voorbereidende artikelen in werking getreden, zoals de inrichting van de samenwerkingsverbanden. Uitgangspunt is dat ouders die hun kind aanmelden bij een school recht hebben op een passend onderwijsaanbod bij die school of een andere school. Dat betekent dat het betrokken bestuur ervoor verantwoordelijk is dat dit passend onderwijs wordt aangeboden dan wel elders wordt gevonden. De school heeft de begeleiding en de basisvoorzieningen ingericht en waar nodig aangepast. Om de zorgplicht te borgen werkt de school met andere schoolbesturen in het Gooi samen in het regionale samenwerkingsverband Qinas. De zorgstructuur van de school is goed afgestemd op de eisen die Passend Onderwijs aan de school stelt om een goede opvang of doorgeleiding te garanderen.

25

ontvangen om te besteden aan passend onderwijs op school. De verantwoording van de middelen zal ook in de jaarrekening van Qinas plaatsvinden. Tevens kan de school gebruik maken van de faciliteiten die Qinas heeft om scholen in het samenwerkingsverband te ondersteunen. Naast de bestaande basisondersteuning is er afgelopen schooljaar extra ondersteuning geweest voor leerlingen in de vorm van persoonlijke motivatiecoaching door Psychologie in het Onderwijs. Verder is er een traject gestart met ECHT, expertisecentrum hoogbegaafdheid. De school heeft voor het eerste gewerkt met pluscoaches, persoonlijk begeleiders die getraind zijn in het coachen van hoogbegaafde leerlingen. Zij doen dit in leerjaar 1 en nemen de leerlingen, als nodig, mee naar leerjaar 2. Daarna wordt de begeleiding ingevoegd in het reguliere mentoraat. Er is een nieuwe lichting coaches getraind en in september gestart met een nieuwe groep leerlingen in leerjaar 1. Dit schooljaar wordt het beleid rondom de begeleiding van hoogbegaafde leerlingen geëvalueerd. De activiteiten die in het kader van passend onderwijs zijn uitgevoerd passen binnen de basisondersteuning op beide niveaus. De schoolgids van 2021-2022 heeft een uitgebreidere passage over Passend Onderwijs. Het oude schoolondersteuningsprofiel komt daarmee te vervallen. De school werkt handelingsgericht via een jaarlijks opgesteld OPP.

Op dit moment hebben wij geen leerlingen met een plusarrangement. Binnen het dekkend netwerk waarover de scholen in het Gooi- en de Vechtstreek beschikken, beschikt de school over een eigen beperkt schoolondersteuningsprofiel. De doelstellingen zijn in het profiel opgenomen en afgestemd met de stakeholders. In afstemming met ouders/verzorgers/leerling wordt een ontwikkelingsperspectief geformuleerd. De school beschikt niet over een Atheneum- of HAVO-afdeling waar een leerling die door de beperkingen die de zorgvraag voor zijn of haar onderwijsprestatie met zich meebrengt, naar kan afstromen. Kiezen voor een opleiding aan het Gemeentelijk Gymnasium brengt met zich mee dat ondersteuning en oplossingen alleen gerealiseerd kunnen worden binnen de erkenning van de schooleigen criteria door ouders en leerlingen. De inzet van de zorgfunctionarissen en de organisatie van het zorgoverleg zijn met behulp van deze middelen die door Qinas beschikbaar worden gesteld, dit verslagjaar verder geprofessionaliseerd 4.17 Governance ontwikkelingen (interne beheersing en toezicht) Het bestuur fungeert als intern toezichthouder en ziet toe op de naleving van de wettelijke verplichtingen ten aanzien van het onderwijs.

Naast de reguliere bestuursvergaderingen is er regelmatig contact tussen individuele bestuursleden en de rector of leden van de schoolleiding over specifieke zaken op het gebied van interne beheersing en toezicht. In verband met wijzigingen in het waarderingskader van de onderwijsinspectie, is naar aanleiding van de gesprekken gevoerd tijdens het vierjaarlijks kwaliteitsonderzoek binnen het stichtingsbestuur een discussie gestart over de vorm van governance van de stichting. Deze reflectie op de eigen governance is samen met het vormgeven van de examencommisie onderdeel van de twee herstelopdrachten zoals opgegeven door de onderwijsinspectie aan het stichtingsbestuur. De examencommissie is inmiddels geïnstalleerd en daarmee is aan die herstelopdracht voldaan. De discussie over de governance van het stichtingsbestuur wordt gecontinueerd in 2022 en aangevuld met gesprekken met de inspecteurs van de onderwijsinspectie. Jaarlijks is er overleg met de wethouder van onderwijs van de Gemeente Hilversum en het bestuur over de stand van zaken van het openbare onderwijs. Op deze wijze is de interne beheersing en het toezicht goed geborgd.

26

Het bestuur publiceert conform de Code Goed Onderwijs, Goed Bestuur op de website van de school de statuten, het bestuursreglement, de integriteitscode, diverse (klachten)regelingen, de klokkenluidersregeling, het jaarverslag en de besluiten van de vergaderingen. 4.18 Horizontale verantwoording: de dialoog met interne en externe actoren In het verslagjaar is de dialoog over het onderwijs en de kwaliteit van de school regelmatig intern en extern gevoerd. De school heeft in het kader van de zelfevaluatie voor de aanvraag van het predicaat Excellente School en met het opstellen van het (NPO)schoolprogramma uitvoerig gesproken met diverse stakeholders. Frequent wordt de dialoog gezocht met bestuurders, schoolleiders en directeuren van basisscholen in de regio in de diverse samenwerkingsverbanden. De opbrengst van de dialoog is goed verwoord in de rapporten over het kwaliteitsonderzoek van de Inspectie van het Onderwijs, en het juryverslag van de jury Excellente Scholen. De doelstelling van deze dialogen is de stakeholders van informatie te voorzien, verantwoording over het gevoerde beleid af te leggen en informatie binnen te halen die voor de verbetering van de kwaliteit van de school zinvol is. 4.19 Klachtenregeling Het Gemeentelijk Gymnasium Hilversum heeft een interne en externe klachtenregeling, gebaseerd op de Wet voor het Voortgezet Onderwijs.

Ouders en leerlingen kunnen een klacht indienen over gedragingen en beslissingen of het nalaten daarvan. Door de klachtenregeling ontvangen het bevoegd gezag en de school signalen die hen ondersteunen bij het verbeteren van het onderwijs en de goede gang van zaken op school. De klachtenregeling beoogt een zorgvuldige behandeling van klachten, waarmee zowel het belang van de betrokkenen wordt gediend, als het belang van de school. Klachten over de dagelijkse gang van zaken in de school worden meestal in onderling overleg tussen school en betrokkenen afgehandeld. Indien dat echter, gelet op de aard van de klacht niet mogelijk is, of indien de afhandeling niet naar tevredenheid heeft plaatsgevonden, kan men een beroep doen op de klachtenregeling van de school. Sinds 2014 is de school aangesloten bij de Landelijke Klachten Commissie (LKC) te Utrecht: een professionele organisatie met uitgebreide ondersteuning. Het bestuur heeft kennisgenomen van het jaarverslag van de externe vertrouwenspersoon. In het verslagjaar is er geen klacht bij het bestuur of de Landelijke Klachten Commissie gemeld.

27

5. 5.1 Inleiding maatregelen die het bestuur daartegen neemt. 5.2 Daling aantal leerlingen Landelijk gezien laten de demografische ontwikkelingen in het PO en het VO een daling van het aantal leerlingen zien. De Pronexus-prognose die de Gemeente Hilversum jaarlijks opstelt en waarin de demografische ontwikkeling van het PO en het VO in de regio Gooi- en Vechtstreek wordt verkend, laat zien dat het leerlingenaantal in het PO de komende jaren min of meer gelijk blijft. Een lichte krimp (5 tot 7%) in de regio wordt gesignaleerd richting 2030, maar deze prognoses kunnen de komende jaren wijzigen. De trend van een lichte krimp in de regio wordt ook bevestigd door de berekeningen van DUO. Op langere termijn lijkt het aantal leerlingen in de regio zich te stabiliseren. Een financiële meerjaren extrapolatie van de balans en personele verplichtingen laat zien dat ook bij een dalend aantal leerlingen de financiële positie van de school gezond blijft. Het schooljaar voorafgaand aan het verslagjaar is er bezuinigd door te snijden in taken. Vooralsnog is het primaire proces hiermee niet gemoeid. Als dat nodig is zullen bij een verdere forse daling van het aantal leerlingen de nodige taakstellende maatregelen genomen moeten worden om baten en lasten in evenwicht te houden. Maar de verwachting is dat het aantal leerlingen zich stabiliseert rond de 800 leerlingen.

5.3 Vaardigheden PO leerlingen Met het toenemende tekort aan leerkrachten in het PO merkt de school dat het verschil in kennisniveau en vaardigheden onder leerlingen die instromen in leerjaar 1 langzaam toeneemt. School merkt dat door de Covid 19 situatie er bij enkele leerlingen in het huidige leerjaar 2 door de periode van de lockdown bepaalde studievaardigheden ontbreken. Deze effecten gelden in mindere mate ook voor enkele leerlingen uit de overige leerjaren. Een reparatietraject is inmiddels ingezet en lijkt zijn vruchten af te werpen. De school zal hier de komende jaren op moeten inspelen door bijvoorbeeld intern in leerjaar 1 een aanvullende toets af te nemen om de mate van eventuele extra ondersteuning beter te kunnen bepalen. In aansluiting hierop kan de school beter inspelen op de wenselijke of noodzakelijke differentiatie in de vervolgjaren. De school verwacht hierdoor dat alle leerlingen meer over dezelfde basis beschikken. Dit heeft een positief effect op de kwaliteit van het onderwijsniveau in de successievelijke leerjaren en zal de uitstroom in de onderbouw verder beperken. In het verslagjaar is er gestart met een gedifferentieerd aanbod in het talenonderwijs met betrekking tot grammatica. Het doel hiervan is om alle leerlingen eind klas 1 op het niveau te krijgen waarop zij kunnen starten met de talen in klas 2, ongeacht wat het startniveau was bij binnenkomst.

Dit betekent dat sommige leerlingen meer onderwijs nodig hebben dan anderen. 5.4 Toenemende vraag om innovatie en vernieuwingen in het onderwijs Het traditionele gymnasiale onderwijs heeft in de afgelopen twee decennia een modernisering doorgemaakt. Hierdoor sluit het huidige gymnasiale onderwijs goed aan bij de eisen die de leerlingen, ouders en de maatschappij aan voorbereidend wetenschappelijk onderwijs stellen. Het GGH opereert in een regio met sterke concurrentie in het voortgezet onderwijs. Bovendien heeft een aantal van de omliggende scholen ook een sterke focus op internationalisering en bèta of bieden voor leerlingen alternatieve schooleigen profielen aan zware opleiding waar leerlingen de school moeten verlaten als ze niet doorstromen, kan een bedreiging zijn.

Mede in het licht van de sterkte concurrentie onder vwo-scholen in de regio Gooi

en 28

Vechtstreek en het streven om tot een (nog) betere aansluiting met de PO scholen te komen, heeft de school de dialoog en samenwerking met toeleverende basisscholen geïntensiveerd. Deze samenwerking in de vorm van het PO VO-project lijkt haar vruchten af te werpen. Om onderscheidend te blijven is het uitgebreide vakken- en projectaanbod van belang, net als behoud en verdere versterking van het docententeam. De docenten zijn het visitekaartje van de school, en bovendien belangrijke aanjagers in het extra aanbod en de externe samenwerkingen. In het verslagjaar organiseerde de school een studiedag over het bevorderen van kansengelijkheid gekoppeld aan het advies van de Onderwijsraad over de driejarige brugperiode. De komende jaren zal ook het actualiseren van de pedagogische leerlijn met meer mogelijkheden tot differentiatie en zelfstandiger werken, het voortijdig afsluiten van een examenvak of versnelling in het curriculum voor meer leerlingen, ervoor zorgdragen dat de school de aansluiting behoudt met de maatschappelijke eisen die aan modern onderwijs worden gesteld. De school is actief bezig met het ontwerpen van een curriculum voor burgerschapsonderwijs en zoekt hiervoor de samenwerking zowel op landelijk niveau als met de zelfstandige gymnasia.

Intern is een werkgroep gevormd en twee docenten hebben zich aangesloten bij een landelijk initiatief rondom het thema burgerschapsonderwijs. De versnelde overgang naar het werken met Microsoft 365 software heeft de digitale mogelijkheden en daarmee de toekomstige opties tot meer differentiatie vergroot. De inrichting van de gebouwen beperkt de mogelijkheden voor onderwijskundige vernieuwing en doet een beroep op de kwaliteit en creativiteit van de docenten. 5.5 Complexiteit van wet- en regelgeving Het bestuur voorziet in een toenemende complexiteit van de wet- en regelgeving waarvoor een verdere professionalisering van het bestuur nodig blijft. Hiervoor is het bestuur sinds 2014 versterkt met een bestuurslid dat gespecialiseerd is op het gebied van onderwijsweten regelgeving. Daarnaast beschikt de school(leiding) over een uitgebreid regionaal en landelijk netwerk, waarin kennis en expertise gedeeld wordt. 5.6 Effecten nieuwe bekostigingssystematiek Informatie van besturenorganisaties, zoals VOS/ABB en de VO-Raad voorziet scholen van meerjarige financiële rekenmodellen. De financiële mutaties, waarin de voorgenomen bezuinigingen zijn doorgerekend, worden jaarlijks verwerkt in reguliere begroting en in de meerjarenraming.

In de eerste doorrekeningen van de VO-raad lijken de effecten van de herverdeling door de nieuwe bekostigingssystematiek positief uit te vallen voor de school; de bekostiging laat een stijging met 4,0 % zien. De beschikkingen hebben een positief effect. 5.7 Krapte op de arbeidsmarkt voor docenten Het (dreigend) tekort aan goede docenten en invallers is een reëel risico, ook in combinatie met de werkdruk in het onderwijs. De docenten hebben veel kennis van hun eigen vak, dragen bij aan het positieve schoolklimaat, zorgen voor de persoonlijke benadering van leerlingen en zijn in staat leerlingen te stimuleren en enthousiasmeren. De duurzaamheid van het docententeam vraagt om alertheid in de verhouding tot de kerntaak van lesgeven en extra -curriculaire activiteiten. De cultuur tussen docenten is open, er wordt samengewerkt en eventuele knelpunten zijn bespreekbaar. Daarbij maken de aantrekkelijke (secundaire) arbeidsvoorwaarden en ambitieuze leerlingenpopulatie het GGH een aantrekkelijke school om bij te werken.

29

5.8 Prestaties personeel Het gymnasium kenmerkt zich als een ambitieuze school, waar van medewerkers en leerlingen veel gevraagd wordt, maar waar ook ruim baan wordt gegeven aan professionele ontwikkeling en een eigen invulling van de werkzaamheden. De algemene tevredenheid van de medewerkers over het werk en de school als werkgever scoorde hoog in het tevredenheidsonderzoek 2019. In het verslagjaar was dit beeld bij medewerkers anders: de tevredenheid was minder dan andere jaren. Een van de oorzaken is dat het team de tevredenheid voldoende tot goed. De school creëert de randvoorwaarden om medewerkers optimaal te laten presteren in hun werk. Tegelijkertijd kent het Nederlandse onderwijs, in vergelijking met omringende landen, een hoog aantal lesuren en een hoge gemiddelde groepsgrootte. Deze problematiek wordt ook (h)erkend in de cao VO. De aanbevelingen hebben in beperkte mate hun weerslag gekregen in een nieuwe cao VO. De school heeft de maatregelen waarbij de ontwikkeltijd werd verruild voor onderwijstijd ingevoerd. Taakbelasting en werkdruk van medewerkers blijven in een moderne organisatie aandacht van de schoolleiding vragen. Daarnaast doen de voortdurende veranderingen in het onderwijs in toenemende mate een beroep op het onderhouden van de bekwaamheid en de professionalisering van de medewerkers.

5.9 Samenvatting Periodiek stelt het bestuur in samenspraak met de schoolleiding een risicoanalyse op en kijkt hierbij minimaal naar de genoemde onderwerpen: jaarlijks wordt een extrapolatie gemaakt van het leerlingenaantal op basis van de bestaande prognosemodellen, het onderwijs en de leerlingenbegeleiding wordt frequent geëvalueerd op kwaliteit, de breedte van het aanbod en op de noodzakelijkheid van onderwijskundige vernieuwingen. Frequente externe validatie draagt bij aan het monitoren van de onderwijskwaliteit. Op personeelszaken wordt middels ontwikkelgesprekken naar de didactisch pedagogische vaardigheden en ontwikkeling van docenten gekeken. Het ziekteverzuim is in het verslagjaar gestegen tot boven het landelijk gemiddelde. Ontwikkeltijd en uren Levensfase Bewust Personeelsbeleid geven medewerkers de ruimte om hun werk in een goed balans uit te blijven oefenen. Er is in het verslagjaar bovengemiddeld hoog verloop geweest, naast pensionering, in het personeel. Het personeel kent een gelijkmatige opbouw in leeftijd. Het docententekort in het voortgezet onderwijs lijkt ook in de regio Gooi en Vechtstreek voelbaar te worden: de school heeft in het verslagjaar wederom een grote inspanning geleverd om gekwalificeerde docenten te vinden. De school participeert met de andere besturen in de regionale aanpak personeelstekort.

In het verslagjaar is de school tot ontslagverlening voor een langdurige zieke werknemer overgegaan op grond van langdurige arbeidsongeschiktheid. Voor die medewerker in het verslagjaar is een aanvraag voor een WIA uitkering afgerond. Er lopen in het verslagjaar geen wachtgeldclaims.

30

6. Financieel jaarverslag 6.1 Algemeen De financiële paragraaf van het jaarverslag geeft naast de belangrijkste kengetallen op de balansdatum en de ontwikkeling daarvan een korte beschouwing van de financiële positie en verantwoording van het financiële beleid. In de continuïteitsparagraaf geeft het bestuur een doorkijk van de financiële effecten van het beleid in de komende jaren. De belangrijkste onderwijskundige en personele ontwikkelingen die hierop betrekking hebben zijn eerder in het jaarverslag beschreven. Allocatie van middelen op schoolniveau De allocatie van de middelen die de Stichting verwerft, worden gealloceerd naar één school, het Gemeentelijk Gymnasium Hilversum. 6.2 Financiële positie op balansdatum De financiële positie van de Stichting is in 2021 verbeterd. Het resultaat over 2021 is 207.000 207.000. 249 8.000 begroot is, een positief verschil van 31.000. Voor een deel leiden de extra baten ook tot extra lasten. Belangrijke afwijkingen zijn de extra middelen in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO), extra middelen in verband met corona en de verhoging van de vergoedingsbedragen en de verhoging van de salarissen in verband met de nieuwe cao. De ontvangen gelden voor NPO dat de gelden bestemd zijn voor het schooljaar 2021-2022. 9.042.000 9.000 begroot is, een negatief verschil van 1.023.000.

Met name de personele lasten en de overige lasten zijn hoger. De lonen zijn in december met 1.5% verhoogd vanaf 1 oktober 2021, is er een eenmalige uitkering van 800 per FTE betaald en is de eindejaarsuitkering verhoogd met 0.33% van 8.0% naar 8.33%. De financiële baten en 1.000.

1.000 begroot is, een negatief verschil

6.3 Kengetallen De financiële positie van Stichting is redelijk. Het weerstandsvermogen en de ratio normatief eigen vermogen zijn aan de lage kant. De kengetallen liquiditeit, solvabiliteit, rentabiliteit, weerstandsvermogen, kapitalisatiefactor en de ratio normatief eigen vermogen zijn gestegen. De huisvestingsratio is gelijk gebleven. De rentabiliteit is positief in verband met het positieve resultaat. De liquiditeit is toegenomen o.a. door het positieve resultaat.

31

De kengetallen van de Inspectie zijn gewijzigd. Alleen de signaleringswaarden voor de liquiditeit, solvabiliteit en de ratio normatief eigen vermogen zijn van toepassing. Voor de volledigheid zijn ook de andere kengetallen nog opgenomen. Realisatie Realisatie Prognose 2020 2021 2021 Liquiditeit Solvabiliteit (incl. voorz.) Solvabiliteit (excl. voorz.) Rentabiliteit Weerstandsvermogen (incl. mva) Weerstandsvermogen (excl. mva) Kapitalisatiefactor Huisvestingratio Ratio normatief eigen vermogen

Signaleringswaarde Insp.

1,83 0,59

1,94 0,61

3,33 0,74

< 1,00 < 0,30

0,31 0,01

0,35 0,02

0,40 0,00

geen geen

0,12

0,14

0,13

geen

-0,02 0,36 0,07

0,01 0,37 0,07

0,02 0,30 0,06

geen geen geen

0,45

0,52

0,48

> 1,00

Daarnaast zijn ook de volgende kengetallen opgenomen. De baten en de lasten in percentage van de totale opbrengsten:

in % van totale baten Rijksbijdragen Overige overheidsbijdragen Overige baten Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige materiële lasten

Realisatie Realisatie Begroot 2020 2021 2021 96

96

95

2 2 100

2 2 100

2 3 100

80 6 6

80 6 6

82 7 5

8 99

7 98

6 100

1

2

0

De stichting is voor 96% van de inkomsten afhankelijk van het rijk. De personele lasten bedragen 80% van de baten en dat komt deels doordat de inkomsten meer gestegen zijn dan de uitgaven.

32

6.4 Balans Hierna treft u de balans aan per 31 december 2021. De balans is een momentopname van de vermogensstructuur van een organisatie. Hierna vindt u een overzicht van de financiële situatie op 31 december 2021 in vergelijking tot de situatie van een jaar daarvoor. Na de balans volgt een korte toelichting op de belangrijkste wijzigingen in de balans.

Activa Materiele vaste activa Financiële vaste activa Vorderingen

31-122021

31-122020

1.044.987 177.800 119.494

Liquide middelen

2.357.877

Totaal activa

3.700.158

31-122021

31-122020

1.030.739 Eigen vermogen

1.285.188

1.078.286

185.000 Voorzieningen

957.912

959.815

177.800

185.000

1.279.258

1.213.549

3.700.158

3.436.650

Passiva

Langlopende schulden Kortlopende 2.086.382 schulden 134.529

3.436.650 Totaal passiva

6.5 Toelichting op de balans: Activa: Materiële vaste activa 326.000). Aangezien de investeringen hoger zijn dan de afschrijvingslasten, is de omvang van de materiële vaste activa gestegen 194.000). De boekwaarde is 19% (2020: 20%) van de aanschafwaarde. Financiële vaste activa De financiële vaste activa betreffen de borg voor het boekenfonds. Aangezien het leerlingenaantal is gedaald, zijn ook de financiële vaste activa gedeeld. Vorderingen

81

5 000) en voor mogelijke oninbaarheid is een voorziening van 40.000) opgenomen. De vooruitbetaalde kosten en overlopende activa 94.000).

Liquide middelen hoger dan het positieve resultaat en komt verder o.a. door de afname van de vorderingen en stijging van de voorzieningen en kortlopende schulden. Een nadere toelichting op de mutatie van de liquide middelen wordt gegeven in het kasstroomoverzicht.

33

Passiva: Eigen vermogen. 207.000 vermogen gebracht. 5.000 (2020 eigen vermogen is onderverdeeld in een algemene reserve en een bestemmingsreserve. Algemene reserve

Bestemmingsreserve Huisvestingsbeleid De bestemmingsreserve huisvestingsbeleid dient om eventuele huisvestingslasten te kunnen opvangen voor investeringen die niet of in een later stadium door de gemeente worden te van de bestemmingsreserve

Bestemmingsreserve Meubilair De bestemmingsreserve meubilair dient om de kosten van vervanging van het meubilair te 0) ten gunste van de bestemmingsreserve

Bestemmingsreserve Personeel De bestemmingsreserve personeel is o.a. bedoeld om personele lasten op te vangen bij eventueel dalende leerlingenaantallen en de inkrimping van personeel noodzakelijk is. Bij de 207.000 32.000 6.6 Voorzieningen De stichting beschikt over een onderhoudsvoorziening, een jubileumvoorziening en een voorziening Levensfase Bewust Personeelsbeleid. Onderhoudsvoorziening De voorziening groot onderhoud is bedoeld ter egalisatie van de kosten van het groot onderhoud. 642.000). De voorziening is sinds 2019 gebaseerd op de componentenmethode. Jubileumvoorziening De jubileumvoorziening is bedoeld ter dekking van de gratificaties bij een 25- of 40-jarig

Voorziening Levensfase Bewust Personeelsbeleid De voorziening levensfasebewust personeelsbeleid is bedoeld ter dekking van gespaarde en 12.00 48

34

6.7 Langlopende schulden De langlopende schulden betreffen de borgsommen die door de ouders betaald zijn voor de schoolboeken. Na inlevering van de boeken bij het verlaten van de school worden deze

6.8 Kortlopende schulden 6 belangrijkste schulden zijn de salarisgebonden schulden, zoals de af te dragen loonheffing, pensioen- en sociale premies en de nog te betalen vakantiegelden en bindingstoelage. Deze schulden worden in januari, mei en augustus betaald. De salarisgebonden schulden 588

).

6.9 Analyseresultaat 207.000 207.000met de begroting. Het positieve resultaat over het boekjaar 2020 55.000. In de navolgende paragraaf treft u een vergelijking aan en een specificatie van de belangrijkste verschillen. 6.10 Analyse realisatie huidig jaar versus realisatie voorgaand jaar en realisatie huidig jaar versus begroting Onderstaand een vergelijking van de staat van baten en lasten op basis van de gerealiseerde en begrote baten en lasten voor het kalenderjaar 2021 en de gerealiseerde baten en lasten voor het kalenderjaar 2020: Staat van baten en lasten Realisatie Begroot 2021 2021

Verschil

Realisatie Verschil 2020

Baten Rijksbijdragen OCenW Overige overheidsbijdragen Overige baten Totaal baten

8.904.725 7.594.000 1.310.725 8.316.725 588.000 194.007 194.000 7 194.007 0 149.893 230.000 -80.107 143.194 6.699 9.248.625 8.018.000 1.230.625 8.653.926 594.699

Lasten Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige instellingslasten Totaal lasten

7.356.202 6.571.000 785.202 6.904.076 452.126 514.475 560.000 -45.525 519.883 -5.408 519.366 427.000 92.366 484.656 34.710 651.705 461.000 190.705 690.550 -38.845 9.041.748 8.019.000 1.022.748 8.599.165 442.583

Saldo baten en lasten Financiële baten en lasten Financiële baten Financiële lasten Totaal financiële baten en lasten Nettoresultaat

206.877

-1.000

207.877

54.761 152.116

25 0

1.000 0

-975 0

321 0

-296 0

25

1.000

-975

321

-296

206.902

0

206.902

55.082 151.820

6.11 Toelichting op de resultatenrekening 35

Rijksbijdrage OC&W De vergoedingen uitgegaan. De vergoedingsbedragen zijn echter ook aangepast. Daarnaast zijn 648.000) ontvangen voor het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) voor het schooljaar 2021-2022. Een groot deel van de bestedingen moet nog plaatsvinden. -

en in de Klas is

worden met deze extra middelen. 588.000. Overige overheidsbijdragen De overige overheidsbijdragen betreffen de vrijval van de investeringssubsidie voor het gebouw. Overige baten met de coronacrisis er minder ouderbijdragen ontvangen zijn voor excursies e.d. Dit was in 2020 ook het geval. Hier staan ook lagere uitgaven tegenoever. Realisatie Begroting Verschil Realisatie Verschil 2021 2021 2020 Huur en medegebruik Detacheringen Ouderbijdragen

10.000 25.000 115.000 150.000

9.000 36.000 185.000 230.000

1.000 -11.000 -70.000 -80.000

8.000 24.000 111.000 143.000

2.000 1.000 4.000 7.000

Personele lasten 85.000 09.000 hoger dan begroot, o.a. in verband met de nieuwe cao vo. De lonen zijn in december met betaald en is de eindejaarsuitkering verhoogd met 0.33% van 8.0% naar 8.33%. De formatie is 5.05 FTE hoger dan begroot. De mana 23.000. Afschrijvingen geïnvesteerd is.

36

Huisvestingslasten De huisvestingslasten 2.000 hoger dan begroot. In 2020 is er extra gedoteerd aan de onderhoudsvoorziening. De energiekosten zijn aanmerkelijk gestegen doordat er meer geventileerd wordt en de prijzen sterk zijn gestegen. Realisatie Begroting Verschil Realisatie Verschil 2021 2021 2020 Dotatie onderhoudsvoorziening Onderhoud Schoonmaak Energie Heffingen en overige huisvestingslasten

90.000 86.000 147.000 167.000

90.000 60.000 112.000 100.000

0 26.000 35.000 67.000

135.000 68.000 144.000 119.000

-45.000 18.000 3.000 48.000

29.000 519.000

65.000 427.000

-36.000 92.000

19.000 485.000

10.000 34.000

Overige instellingslasten en beheerslasten zijn vrijwel conform de begroting, maar lager dan in 2020. De administratiekosten zijn gedaald, maar de accountantskosten gestegen. De leermiddelen zijn hoger, met name voor schoolboeken, reproductiekosten en drukwerk, en abonnementen en contributies. De lasten zijn wel lager dan in 2020. De overige lasten zijn hoger, voornamelijk voor uitgaven met betrekking tot corona en juridische advieskosten. Realisatie Begroting Verschil Realisatie Verschil 2021 2021 2020 Administratie en beheerslasten Leermiddelen Overige lasten

99.000 358.000 195.000 652.000

98.000 1.000 280.000 78.000 83.000 112.000 461.000 191.000

105.000 397.000 189.000 691.000

-6.000 -39.000 6.000 -39.000

Financiële baten en lasten In verband met de lage rentestand zijn er geen financiële baten. Investeringen en financieringsbeleid Het beleid van de stichting is gericht op het zoveel mogelijk met eigen middelen financieren van die investeringen waarvoor geen subsidie van derden wordt ontvangen. De liquide positie van de stichting is gezien de liquiditeitsratio van 1.9 (2020: 1.8) goed te noemen. Er is derhalve geen aanleiding voor het aantrekken van vreemd kapitaal ten behoeve van de investeringen. De investeringen van 2021 zijn dan ook met de eigen middelen gefinancierd. Jaarlijks wordt het meerjareninvesteringsplan bijgesteld.

37

Treasuryverslag Het treasurybeleid is onderdeel van het financiële beleid van de Stichting. In 2020 is het treasurystatuut aangepast aan de nieuwe Regeling beleggen en belenen zoals die per 1 juli 2016 van toepassing is. Bij het aantrekken, respectievelijk uitzetten van alle benodigde, respectievelijk overtollige liquide middelen wordt gehandeld in overeenstemming met de in de regeling getelde verplichtingen. De algemene doelstelling van het treasurybeleid luiden; Het beheren van korte-termijn financiële geldstromen met als doel op het juiste moment over de juiste hoeveelheid liquide middelen te kunnen beschikken, zonder dat er sprake is van een aanzienlijk overschot of tekort aan liquide middelen in rekening-courant. Essentieel en voor het bereiken van deze doelstelling is een kortetermijn liquiditeitsplanning. De Stichting heeft een zeer terughoudend financieel beleid gevoerd. De tijdelijk overtollige middelen zijn aangehouden op de reguliere rekening-courant of korteeen Nederlandse Bank.

Bij het voeren van het treasurybeleid zijn de volgende treasury instrumenten toegestaan: - Rekening-courant - Spaarrekeningen - De solvabiliteit (verhouding Eigen Vermogen/Totaal Vermogen) dien minimaal het door de overheid voorgeschreven percentage te zijn - Het minimaliseren van de kosten van leningen (kostenminimalisatie) in relatie tot de geld- en kapitaalmarktrente - Het optimaliseren van het rendement van de overtollige liquide middelen binnen de kaders van het treasurybeleid (rente-maximalisatie) geldstromen (risico-minimalisatie) - Het aantrekken van benodigde middelen dient plaats te vinden op basis van een actuele prognose van de financieringsbehoefte en een actuele rentevisie - Bij het aantrekken van langlopende geldleningen worden offertes gevraagd bij minimaal twee partijen. Bovenstaande is een samenvatting en geen limitatieve opsomming. 6.12 Rapportage aanwezigheid en werking van het interne risicobeheersingsen controlesysteem In het kader van het kwaliteitsbeleid en de financiële inrichting van de school, beschikt de school al een aantal jaren over een intern beheersingssyteem; de reeds bestaande interne beheersmatrix is afgestemd op het boekhoudkundig systeem. Daarnaast beschik de school over een intern protocol, waarin de financiële taken en verantwoordelijkheden van operationeel tot bestuurlijk niveau benoemd zijn.

Naast regelmatige verantwoording voorziet het intern risicobeheer in een tweemaandelijkse rapportage, in diverse overlegmomenten tussen het bestuur en de directie en in een regelmatig toezicht op de financiële processen door het bestuur. De rector is bevoegd tot het doen van betalingen binnen de door het bestuur vastgestelde begroting. Bedragen die buiten de begroting vallen worden door het bestuur apart geaccordeerd. Binnen de materiële begroting zijn budgethouders benoemd; met name de hoofden van dienst vervullen hierin een belangrijke rol. Het doel van het interne beheersingssyteem is te beschikken over een voor de schoolorganisatie werkbare risicobeheersing.

38

De tweemaandelijkse managementrapportage is in het verslagjaar geconsolideerd met een tussentijdse controlematrix. Daarnaast is per balanspost een onderbouwing en documentatie aangemaakt op basis waarvan de directe en de accountant inzage hebben in de mutaties en zicht houden op de rechtmatigheid van de uitgaven. Op deze wijze heeft de school zicht op en is in controle over de bestemming van de financiële middelen die OCW ter beschikking stelt. De school beschikt daarnaast over een (meerjaren)investeringsbegroting; het niveau van de investeringen wordt jaarlijks door het bestuur vastgesteld. De begroting wordt jaarlijks in een ontwerpfase door de Gemeente Hilversum goedgekeurd. De raad keurt ook de jaarrekening goed. In het verslagjaar heeft de een geactualiseerde meerjarenbegroting opgesteld die op basis achting is dat de ontwikkelde instrumenten, in samenhang met elkaar, de school in staat stelt een verantwoorde financiële bedrijfsvoering te voeren.

39

7. 7.1 Algemeen De Stichting Gemeentelijk Gymnasium Hilversum kent in de normale bedrijfsvoering geen bijzondere opgenomen. De Stichting handelt niet in financiële instrumenten en heeft procedures en gedragslijnen om de omvang van het kredietrisico bij elke tegenpartij of markt te beperken. Bij het niet nakomen door een tegenpartij van aan de Stichting verschuldigde betalingen blijven eventuele daaruit voortvloeiende verliezen beperkt tot de marktwaarde van de desbetreffende vorderingen. 7.2 Kredietrisico Het kredietrisico uit hoofde van subsidieverstrekkers en vorderingen op overige debiteuren is beperkt. 7.3 Renterisico Het renterisico is beperkt tot eventuele veranderingen in de markt. De Stichting heeft als beleid geen afgeleide financiële instrumenten te gebruiken om rentefluctuaties te beheersen. 7.4 Liquiditeitsrisico De stichting bewaakt de liquiditeitspositie door middel van opvolgende liquiditeitsbegrotingen. De rector ziet erop toe dat voor de Stichting steeds voldoende liquiditeiten beschikbaar zijn om aan de kortlopende verplichtingen te kunnen voldoen en dat tevens voldoende financiële ruimte beschikbaar blijft onder de beschikbare faciliteiten. 7.5 Reële waarde De reële waarde van de meeste in de balans verantwoorde financiële instrumenten, waaronder vordering, liquide middelen en kortlopende schulden, benadert de boekwaarde ervan.

7.6 Financiële continuïteitparagraaf Inleiding In deze paragraaf van het bestuursverslag wordt aangegeven op welke wijze het bestuur omgaat met de financiële gevolgen van het gevoerde en te voeren beleid. De paragraaf biedt ook zicht op het verwachte exploitatieresultaat in de komende jaren en de ontwikkeling van de vermogenspositie. Het leerlingenaantal en de personele bezetting laten een vergelijkbaar beeld zien met verleden jaar. Opbrengst 2021 Het leerlingenaantal heeft zich als volgt ontwikkeld:

De structurele en tijdelijke huisvesting is op dit moment toereikend om 890 leerlingen te huisvesten. Het Gemeentelijk Gymnasium Hilversum kent geen loting als beperkende maatregelen. De verwachting was dat het aantal aanmeldingen voor het volgende schooljaar de beschikbare ruimtecapaciteit niet zou overschrijden. Personeelsbezetting De bezetting van het personeel laat een gezonde en stabiele situatie zien. Ook in het verslagjaar 2021 hebben een aantal nieuwe medewerkers de weg naar onze school 40

gevonden. Het verloop onder het personeel is gering en wordt hoofdzakelijk veroorzaakt doordat medewerkers met pensioen gaan of doorstromen (naar een hogere functie) buiten school. In het verslagjaar is een formatie (inzet van medewerkers) gerealiseerd die past binnen de bekostiging van OCW. De additionele middelen zijn ingezet voor de daarvoor bestemde doeleinden, hoofdzakelijk op personele zaken of onderwijs(ontwikkeling). Het personeelsbestand heeft zich in absolute aantallen en in FTE als volgt ontwikkeld (bron: het formatieplan):

De toenemende eisen die de regelgeving en de maatschappelijke ontwikkelingen aan de school stellen, hebben een paar jaar geleden geleid tot een verdere ontwikkeling van het managementteam. Overheveling van taken en verantwoordelijkheden naar het middenkader en de administratieve en bedrijfsmatige ondersteunende diensten stonden hierbij centraal. Inmiddels heeft deze versterking van het managementteam zich bewezen. De exploitatie van twee vestigingen vraagt extra personeel (3 fte) op structurele basis. De laatste jaren is het et aantal leerlingen afgenomen. Door de vele deeltijders is het aantal werknemers de afgelopen jaren relatief gestegen. Raming personele bezetting en ontwikkeling leerlingenaantal De meerjarenraming is gebaseerd op een doorgerekend. Afhankelijk van het scenario is de jaarlijkse instroom en daarmee door en uitstroom anders. In onderstaande raming zal de personele bezetting en het leerlingenaantal zal zich bij een aanmelding van jaarlijks 5 klassen (150 leerlingen) op basis van een extrapolatie naar verwachting als volgt ontwikkelen:

41

Toelichting De (financiële) ontwikkeling in de personele bezetting In het meerjarenperspectief verwacht de school een geringe fluctuatie in de personele bezetting. Het ligt in de lijn van de verwachting dat de personele bezetting gerelateerd aan het geprognosticeerde aantal leerlingen op directie- en middenkaderniveau de komende jaren licht daalt. Deze trendbreuk is in 2018 en in 2019 ingezet met een lagere aanmelding. De verwachting is dat de daling van het aantal leerlingen zich voortzet. De ontwikkeling bij het onderwijzend personeel is afhankelijk van de verwachte leerlingaantallen. De inzet van het personeel houdt direct verband met de in de formatie jaarlijks vastgelegde stamklassen. Op basis van de ervaring en de historische ontwikkeling van de formatie zijn binnen een bepaalde bandbreedte geringe aanpassing in de personele bezetting van de docenten reëel door te voeren bij een eventuele demografische krimp. De financiële gevolgen van ontwikkeling in de verwachte aantallen leerlingen De school heeft het afgelopen decennium jaarlijks een gestage groei van gemiddeld 5% doorgemaakt. Deze groei was in lijn met de demografische trend, al heeft de kwaliteit van het onderwijs van de school ervoor gezorgd dat een relatief groter aandeel onder de groep 12tot 18-jarigen in de regio de weg naar onze school heeft gevonden.

In het verslagjaar heeft een beperkt percentage (1 %) aan leerlingen de school verlaten. De school heeft de afgelopen jaren steeds rond de 7 eerste klassen (195 leerlingen) gehad; in 2019 stroomden voor het eerst substantieel minder eersteklassers in (159). De verwachting is dat deze trendbreuk zich de komende jaren zal voortzetten, waarbij het nog onduidelijk op welk niveau de instroom zich zal stabiliseren. Het leerlingenaantal van het PO in de regio laat volgens de geactualiseerde Pronexusprognose van de Gemeente Hilversum en de DUO- prognose tot 2030 een lichte krimp zien. Naar verwachting zal het leerlingenaantal van de school deze trend volgen. De school anticipeert op een situatie, waarin er eventueel minder leerlingen instromen, terwijl de personele lasten, zoals hiervoor aangeven, een lichte stijging zullen laten zien of gelijk blijven. Verder vooruitkijken lijkt niet verstandig. De school heeft diverse maatregelen ingezet om de aanmelding van leerlingen te beïnvloeden: naast diverse pilots en samenwerkingsverbanden met basisscholen, wordt concreet geïnvesteerd in de voorlichting en positionering van de school in de regio. Het totale leerlingenaantal zal in de komende jaren een lichte daling laten zien omdat in de bovenbouw grote cohorten eindexamen zullen doen.

Mede door een te verwachten goede doorstroom en beperkte uitstroom, anticipeert de school op een stabiel leerlingenaantal. Het resultaat is dat baten en lasten in dit scenario op termijn nagenoeg in evenwicht blijven.

42

Raming Balans Op basis de genoemde demografische prognoses is de verwachting dat de balans zich de komende jaren als volgt ontwikkeld:

43

Toelichting Financieringsstructuur De grondslagen voor de meerjarenraming van de balans is gebaseerd op een doorvertaling van de in het verslagjaar ingezette ontwikkelingen. De komende jaren voorziet de school een situatie van stabilisatie met beperkte investeringen. De financiële vaste activa betreft hoofdzakelijk de borg voor het boekenfonds. Aangezien de school ook in de toekomst deze taak in eigen beheer blijft vervullen ontstaat hier een stabiel patroon. De vlottende activa blijven stabiel doordat er de komende drie jaar geen significante (nieuwe) investeringen zijn voorzien. De totale activa nemen op korte termijn gering af als gevolg van afschrijving op de activa. In de passiva worden weinig of geen mutaties verwacht. De school wordt geheel met eigen middelen gefinancierd. Onder de langlopende schulden staat alleen een post verantwoord die verband houdt met de door ouders gestorte borg voor het verstrekte boekenpakket en het continuïteitsfonds dat hiermee verband houdt. De voorzieningen zijn op peil en worden uitgeput op basis van de geplande onderhoudswerkzaamheden in de gebouwen en diverse personele verplichtingen die voortkomen uit de cao. In de meerjarenraming houden de baten en lasten elkaar in evenwicht. In de prognose is het resultaat uit de reguliere bedrijfsvoering stabiel en gering positief, conform het beeld van de afgelopen jaren.

De verwachting is dat het eigen vermogen en de liquiditeit onveranderd blijven door een stabiel exploitatieresultaat. Investeringen De school streeft ernaar de investeringen de komen jaren op gelijkblijvend peil te houden. Het betreft hier deels vervangingsinvesteringen, deels nieuwe investeringen. Huisvestingsbeleid Na een intensieve periode van diverse verbouwingen in de afgelopen twee decennia om adequate en moderne onderwijshuisvesting te realiseren, staat er de komende jaren geen nieuwe structurele huisvesting gepland. De afschrijvingen stijgen met de geplande investeringen licht ten opzichte op het niveau 2020. Alle gebouwen zijn juridisch eigendom van Gemeente Hilversum; de Stichting Gemeentelijk Gymnasium Hilversum is financieel verantwoordelijk voor de exploitatie en het onderhoud van de gebouwen. Mutaties van reserves, fondsen en voorzieningen Het eigen vermogen is stabiel. Het betreft hier een gezien de omvang van de school beperkte buffer die het bestuur kan inzetten bij een in enig jaar tegenvallende exploitatie. Het vermogen is ingedeeld in personeel, huisvestingsbeleid en meubilair. Het beleid is de reserves in de komende drie jaar stabiel te houden en onvoorziene lasten in de lopende exploitatie op te vangen. De prognose is dat eventuele mutaties gering zijn.

De voorzieningen betreffen toekomstige verplichtingen op middellange termijn, zoals groot onderhoud, levensfase bewust personeelsbeleid en jubilea. Deze voorzieningen zullen conform planning vrijvallen.

44

Raming baten en lasten Op basis van de meerjarenbegroting is de verwachting dat de baten en lasten zich de komende jaren als volgt ontwikkelen:

45

Toelichting Aan de raming van de balans en de baten & lasten ligt een meerjarenperspectief grondslag met een extrapolatie tot 2025. De raming is wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van de ontwikkeling van de leerlingenaantallen, personele lasten en andere balansverplichtingen. Op deze wijze is het inzicht in de verplichtingen bij diverse mate van krimp, beschikbaar. Op basis van de geactualiseerde Pronexus- prognose van de Gemeente Hilversum en de DUOprognose is de verwachting dat de totale omvang van de school de komende jaren gelijk blijft en niet significant zal afnemen. De ramingen zijn dan ook in deze continuïteitsparagraaf zijn dan ook hierop gebaseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=fe086307-4e88-40f3-90c6-232dbf288030