Bijlage 1 Jaarverslag 2021 Stichting Gemeentelijk Gymnasium Hilversum
Tekst van het document
46
8. Toekomstige ontwikkelingen Ons onderwijsconcept biedt vertrouwen voor de toekomst. Op het gebied van onderwijskwaliteit en de bètaprofilering behoort de school tot de voortrekkers in het VO in de Gooiverslagjaar en de prolongatie van het predicaat Excellente School in 2022 markeren het behalen van eerder gestelde doelen en geven tegelijk een impuls om in de jaren daarna verdere ontwikkeling van het onderwijs in te zetten. De school zal de komende jaren (nog) meer investeren in de begeleiding van leerlingen opdat talentvolle leerlingen en leerlingen die meer (vak)ondersteuning nodig hebben nog beter het prachtige gymnasiale onderwijs succesvol doorlopen. De mogelijkheden die de digitalisering geven om meer te differentiëren in het onderwijs, is een instrument dat door de Covid 19 situatie versneld schoolbreed is ingevoerd. De verdere ontwikkeling zal in de komende jaren het onderwijs op school positief beïnvloeden. De school heeft de afgelopen twee decennia een sterke positie in de Gooi- en Vechtstreek weten op te bouwen. We verwachten dat nieuwe inzichten de komende jaren nieuwe impulsen zullen brengen aan de hand van het vorm te geven nieuwe schoolplan, waarvan de start dit verslagjaar was. Toekomstgericht onderwijs en innovatief werkgeverschap behoren tot de (haalbare) doelstellingen voor de komende jaren.
De consequenties van de Wet Passend Onderwijs zijn inmiddels een integraal onderdeel van de leerlingbegeleiding. De kwaliteit van de school blijft op een constant hoog niveau en is de belangrijkste ambitie voor de komende jaren naast een stabiel leerlingenaantal. In de regio tekent zich een lichte krimp of een stabilisatie in het leerlingenaantal af. De verwachting is dat de lagere instroom van nieuwe leerlingen en daarmee de opbouw zich verder stabiliseert. Op het gebied van opbrengsten en resultaten heeft de school de laatste acht jaren verdere verbeteringen laten zien. De ervaringen laten zien dat het de school aardig lukt deze positie vast te houden. De school ziet zich de komende vijf jaar gesteld voor een aantal belangrijke uitdagingen. Het beheer en de exploitatie van twee gebouwen blijft een belangrijk aandachtspunt voor de komende jaren, zeker met een licht dalend leerlingenaantal en de wens om te investeren in ventilatie en verduurzaming. De organisatie blijft de feitelijke kosten van twee gebouwen de komende periode goed monitoren en zorgdragen voor een structureel gezonde exploitatie van de twee gebouwen. Ondanks een verwachte stabiele leerlingenaantal, zullen de (personele) kosten toenemen. Bij gelijkblijvende financiële middelen zal de bestaande kwaliteit moeten worden gehandhaafd en op gewenste onderdelen zelfs verbeterd.
Het handhaven van het marktaandeel onder de basisschoolleerlingen en van de kwaliteit van onze school zal bij een terugtredende overheid en de ingezette financiële bezuinigingen in de sector VO de komende jaren een blijvende inspanning van de organisatie vragen. Het bestuur van de Stichting Gemeentelijk Gymnasium Hilversum dankt alle medewerkers voor hun inzet, flexibiliteit en betrokkenheid. Hilversum, donderdag 9 juni 2022, Namens het bestuur van de Stichting Gemeentelijk Gymnasium Hilversum, is getekend, Dhr. ir D. Nollen, voorzitter Dhr. drs. R.F.M. Geerlings RA, penningmeester
47
Stichting Gemeentelijk Gymnasium Hilversum Vaartweg 54, 1217 SV Hilversum KVK 32088552
48
GRONDSLAGEN Algemeen De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de bepalingen opgenomen in de Ministeriële Richtlijn jaarverslaggeving onderwijs. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de bepalingen van Boek 2 titel 9 van het Burgerlijk Wetboek en de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving waaronder Richtlijn 660 Onderwijsinstellingen. De jaarrekening is verder gebaseerd op: - de jaarrekening is opgesteld op basis van continuïteit van de organisatie. Dit betekent dat alle waarderingen en grondslagen zijn gebaseerd op voornoemde veronderstelling. - activa en passiva worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld, vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. kalenderjaar. - de gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn gelijk aan het - voorgaande jaar. Het resultaat kan worden bepaald als het verschil tussen de aan het verslagjaar toe te rekenen baten en alle aan het verslagjaar toe te rekenen kosten. De kosten worden bepaald met inachtneming van de hiervoor reeds vermelde waarderingsgrondslagen. Opbrengsten worden verantwoord wanneer deze daadwerkelijk zijn gerealiseerd. Verliezen worden in aanmerking genomen in het jaar waarin deze voorzienbaar zijn. Verslaggevingsperiode Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van een verslaggevingsperiode van een kalenderjaar.
Vergelijkende cijfers Voor zover van toepassing zijn ter vergelijking de realisatiecijfers opgenomen van het voorgaande jaar, alsmede de cijfers van de meest recente, vastgestelde versie van de begroting van het verantwoordingsjaar. De gehanteerde grondslagen van waardering en resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van voorgaand jaar. Verbonden partijen Als verbonden partij worden aangemerkt alle rechtspersonen waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen worden aangemerkt als verbonden partij. Gebruik van schattingen Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt het college van bestuur zich verschillende oordelen en schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de desbetreffende jaarrekeningposten. Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit algemene reserves en bestemmingsreserves.
49
De stichting beheert geen private middelen. Derhalve zijn er geen bestemmingsfondsen gecreëerd. De bestemmingsreserves zijn reserves met een beperktere bestedingsmogelijkheid, welke door het Bestuur zijn aangebracht. Waardering van de activa en de passiva Alle activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde, tenzij anders is vermeld. Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings-of vervaardigingsprijs, verminderd met een lineaire afschrijving gebaseerd op de verwachte economische levensduur waarbij rekening wordt gehouden met het tijdstip van aanschaffing. 1.000 worden geactiveerd. De vrijval van de egalisatierekening vindt tegelijk plaats met de afschrijving van de betreffende actiefpost. Bij de waardering van materiele vaste activa wordt rekening gehouden met bijzondere waardeverminderingen.
Hiervan kan sprake zijn indien: a) gedurende de verslagperiode er duidelijke aanwijzingen zijn dat de reële waarde van een actief beduidend meer is gedaald dan verwacht zou mogen worden op basis van het verstrijken van de tijd of normaal gebruik; b) belangrijke veranderingen met een nadelig effect op de rechtspersoon zich in de verslagperiode hebben voorgedaan of zich in de nabije toekomst zullen voordoen op het terrein van techniek, markt, economie of wettelijke verplichtingen in de omgeving waarin het bevoegd gezag actief is dan wel in de markt waaraan een actief dienstbaar is; c) marktrentes of andere marktrentabiliteitseisen op investeringen de afgelopen periode zijn gestegen en naar verwachting de disconteringsvoet en daarmede in belangrijke mate de realiseerbare waarde beïnvloeden; of d) de boekwaarde van de netto activa van het bevoegd gezag hoger is dan de reële waarde ervan. Het juridisch eigendom van de schoolgebouwen berust bij de stichting. Het economisch eigendom berust bij de gemeente. Als gevolg hiervan is de waarde van de panden niet in de balans opgenomen. Financiële vaste activa De financiële vaste activa worden opgenomen tegen de verkrijgingsprijs of, indien lager, tegen de marktwaarde per balansdatum.
Vlottende activa Vorderingen en Overige activa Vorderingen en overlopende activa worden bij de eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor het risico van oninbaarheid worden in mindering gebracht. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen. Kortlopende schulden De kortlopende schulden en overlopende passiva worden bij de eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. 50
Liquide Middelen een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Overigens heeft de stichting geen rekeningcourantschulden.
Passiva Algemene reserve De algemene reserve vormt een buffer ter borging van de continuïteit van de stichting en op het gebied van gebouwen en leermiddelen. Bestemmingsreserves Bestemmingsreserves worden gevormd om deze in de toekomst aan te wenden voor een specifiek doel. Bestemmingsreserves zijn gevormd op basis van een bestuursbesluit . Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat er een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichting af te wikkelen, tenzij anders vermeld. Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding wordt ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting, dan wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen. Voorziening ambtsjubileum Op basis van Richtlijn 271 van de Raad van de Jaarverslaggeving is een voorziening opgenomen voor verplichtingen uit hoofde van toekomstige uitkeringen bij ambtsjub ilea van personeelsleden. Bij de berekening is een wettelijk rentepercentage van 2,00% en een inflatiecorrectie van 2,7% gehanteerd.
Tevens is rekening gehouden met een vertrekkans van 18,33%. Voorziening levensfasebewust beleid Voor op balansdatum bestaande verplichtingen uit hoofde van levensfase bewust personeel beleid is een voorziening gevormd. De voorziening is gewaardeerd op basis van het aantal gespaarde uren maal de personeelslast van de desbetreffende medewerkers. Kosten van opname van het verlof worden ten laste van deze voorziening gebracht. Pensioenvoorziening Het bevoegd gezag heeft voor haar werknemers een pensioenregeling getroffen die kwalificeert als een toegezegd-pensioenregeling, waarbij de toegezegde pensioenuitkeringen gebaseerd zijn op middelloon. Deze pensioenregeling is ondergebracht bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds, en wordt conform de in de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving aangereikte vereenvoudiging - in de jaarrekening verwerkt als toegezegde-bijdrageregeling. Dit betekent dat de over het boekjaar verschuldigde premies als kosten worden verantwoord.
51
Pensioenrechten De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds (beleidsdekkingsgraad is het gemiddelde van de laatste 12-maandelijkse dekkingsgraden) dit toelaat. Naar de stand van januari 2021 is de beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds 110,2%. Naar de stand van 31 december 2020 is de dekkingsgraad van het pensioenfonds 93,2%. % (bron: website www.abp.nl). De stichting heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij het pensioenfonds, anders dan het effect van hogere toekomstige premies. Er zijn daarom alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord. Voorziening Groot onderhoud Voor uitgaven voor groot onderhoud is een voorziening gecreëerd op basis van de ingeschatte levensduur van de componenten om deze lasten gelijkmatig te verdelen over een aantal boekjaren. De stand van de voorziening is afgestemd op het onderhoud in de komende jaren, waarbij rekening wordt gehouden met bepaalde risicofactoren ten aanzien van de componenten. Kortlopende schulden De kortlopende schulden en overlopende passiva worden bij de eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.
Vooruitontvangen niet geoormerkte subsidie OCW Voor de vooruitontvangen niet geoormerkte subsidie OCW zijn bestedingsplannen aanwezig. Kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht is gebaseerd op de indirecte methode, waarbij als basis de staat van baten en lasten en de overige mutaties tussen de begin- en eindbalans worden gebruikt. De geldmiddelen bestaan uit de liquide middelen. Grondslagen van resultaatbepaling De baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Baten Rijksbijdragen De ontvangen (normatieve) rijksbijdrage en de niet-geoormerkte OCW-subsidies (vrij besteedbaredoelsubsidies zonder verrekeningsclausule) waar geen bestedingsplan aan ten grondslag ligt worden in het jaar waarop de toekenningen betrekking hebben volledig verwerkt als bate in de staat van baten en lasten. Niet-geoormerkte subsidies waaraan een specifiek bestedingsdoel is gekoppeld, worden op basis van een bestedingsplan toegerekend aan de periode waar ze betrekking op hebben. Geoormerkte OCW-subsidies met een vrij besteedbaar overschot (doelsubsidies waarbij het overschot geen verrekeningsclausule heeft) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord naar rato van de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten. Het deel van de subsidies waar nog geen activiteiten voor zijn verricht per balansdatum worden verantwoord onder de overlopende passiva.
Geoormerkte OCW-subsidies (doelsubsidies met verrekeningsclausule) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord in het jaar ten laste waarvan de 52
gesubsidieerde lasten komen. Niet bestede middelen worden verantwoord onder de overlopende passiva zolang de bestedingstermijn nog niet is verlopen. Niet bestede middelen worden verantwoord onder de kortlopende schulden zodra de bestedingstermijn is verlopen op balansdatum. Overige overheidsbijdragen Dit betreft subsidies van Gemeenten en andere overheidsinstanties m.u.v. het Ministerie van OCW voor zover de bijdragen niet als doelsubsidies in het kader van de huisvestingsverordening in mindering zijn gebracht op de lasten. De overige overheidsbijdragen worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben. Overige baten Alle overige baten die kunnen worden toegerekend aan de exploitatie van het bevoegd gezag. De overige overheidsbijdragen worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben. Lasten Personeelslasten Onder de personele lasten zijn opgenomen de lonen en salarissen van het personeel in dienst van het bevoegd gezag verminderd met ontvangen uitkeringen van Vervangingsfonds en uitkeringsinstanties. Tevens zijn onder deze noemer opgenomen de overige personele lasten. Afschrijvingen De afschrijvingslasten worden berekend vanaf moment van in gebruikname. Huisvestingslasten Onder de huisvestingslasten worden de kosten van huisvesting opgenomen. De lasten worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben.
Overige lasten De overige lasten, die voortvloeien uit aangegane afspraken dan wel noodzakelijk zijn voor het geven van onderwijs, worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben.
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
Niet uit de balans blijkende verplichtingen Vordering OCW Voor onderwijsinstellingen vallende onder de WVO is het op basis van artikel 5 van de Regeling "Onvoorziene gevallen bij invoering vereenvoudiging bekostiging voortgezet onderwijs VO 2018" (Staatscourant nr. 22990, 26 april 2019) toegestaan een vordering op te nemen op de Minister van OCW. De onderwijsinstelling heeft de keuze gemaakt om geen vordering op te nemen in de balans en deze als niet uit de balans blijkend actief toe te lichten. De vordering op het ministerie OCWZ wordt jaarlijks berekend op maximaal 7,5% van de personele lumpsum van het desbetreffende jaar (zijnde het betaalritmeverschil). Voor 2021 -Verplichtingen De volgende doorlopende contracten zijn aangegaan: -- op jaarbasis. Looptijd schoonmaakcontract één jaar, met optie tot verlenging. -- per kwartaal. Looptijd reprocontract tot 6 november 2027. Gebeurtenissen na balansdatum Na de balansdatum 31-12-2021 zijn er geen gebeurtenissen te melden die het resultaat over 2021 belangrijk beïnvloed zouden hebben.
67
VT Verplichte Toelichting
Model E: Verbonden partijen
Er zijn geen verbonden partijen werkzaam die op basis van de regelgeving hier vermeld dienen te worden. WNT-verantwoording 2021
1a. Leidinggevende topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen met dienstbetrekking. Tevens leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13 e maand van de functievervulling Dhr. drs. SHMC van de Berg Functiegegevens
Mevr. drs. I. Klink
Rector
Rector
1/1 31/12
1/8 - 31/12
Omvang dienstverband (in fte)
0,71
0,42
Dienstbetrekking?
ja
ja
85.354
38.262
Aanvang en einde functievervulling in 2021
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn
15.697
7.789
Subtotaal
101.051
46.051
Individueel WNT-maximum
97.507
57.847
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
3.544
-
Totaal Bezoldiging
97.507
57.847
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
3.544
nvt
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
3.544. voor 2021 is het gevolg van CAO wijzigingen. Dit bedrag is bij het uitbrengen van de jaarrekening terugbetaald. Per 31-12-2021 is hiervoor een vordering op de balans opgenomen.
Gegevens 2020 Dhr. drs. SHMC van de Berg
Mevr. drs. I. Klink
Rector
nvt
1/1 - 31/12
nvt
1
nvt
ja
nvt
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
114.314
-
Beloningen betaalbaar op termijn
20.543
-
Subtotaal
134.857
-
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
132.000
-
Totaal bezoldiging
134.857
-
Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2020 Omvang dienstverband 2020 (in fte) Dienstbetrekking? Bezoldiging
68
Het bezoldigingsmaximum in het boekjaar 2021
138.000,--
Deze klasseindeling is gebaseerd op de uitkomsten van de complexiteitsvragen die als volgt zijn vastgesteld: Gemiddelde totale baten 1 Gemiddeld aantal leerlingen 1 Gewogen aantal onderwijssoorten 4 Totaal aantal complexiteitspunten 6 Op basis van 6 complexiteitspunten komt de stichting in bezoldigingsklasse B. WNT-maximum valt in klasse B van de Regeling bezoldiging topfunctionarissen OCW-sectoren. 1b. Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking kalendermaand 1-12 Niet van toepassing
1d. Topfunctionarissen Topfunctionarissen inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als
Gegevens 2021 NAAM TOPFUNCTIONARIS
FUNCTIE
Dhr. Mr. A. Schutte
Voorzitter (01/01-02/06)
Mevr. drs. F. Camfferman
secretaris
Dhr. drs. R.F.M. Geerlings RA
penningmeester
Dhr. Ir. D. Nollen
voorzitter
Mevr. Mr. drs. M. Wijnen
Bestuurder
Dhr. Mr. drs. B.F. Tijdhof
Bestuurder
Mevr. Mr. M. L. van Riel
Bestuurder
Dhr. C.N.A. Groenink
Bestuurder
J.B.O. Bijl
Bestuurder
69
70