Bestemmingsplan Kavel naast Mout
Tekst van het document
5.4
Duurzaamheid en leefbaarheid
5.4.1
Duurzaamheid
Duurzaam bouwen staat voor het ontwikkelen en beheren van de gebouwde omgeving met respect voor mens en milieu, en is daarmee een integraal onderdeel van de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Dit betekent dat de gezondheids- en milieuaspecten in alle fasen van de inrichting van de gebouwde omgeving, de bouw en het gebruik (inclusief sloop) betrokken dienen te worden. Hierbij wordt gestreefd naar een duurzame (stedelijke) ontwikkeling die leidt tot een extensiever energieverbruik / lage milieubelasting, integraal ketenbeheer en behoud en versterking van de kwaliteit van de gebouwde omgeving (ruimtelijke kwaliteit). Duurzaam bouwen betekent ook dat de gerealiseerde kwaliteit in de toekomst wordt gehandhaafd, zodat ook toekomstige generaties daarin delen.
vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies
28
Het plangebied is op dit moment niet ontwikkeld. Met voorliggend plan zal het gebied concreet worden ingevuld waamee een duurzaam gebruik en een gezonde exploitatie mogelijk is. De plannen zijn een stedenbouwkundig wenselijke ontwikkeling passend binnen de Gebiedsagenda Centrum en draagt bij aan het functioneren van de leefomgeving. Voor een bestemmingsplan geldt de verplichting tot het maken van een 'waterparagraaf'. Tevens moet worden aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met het advies van de waterbeheerder. De gemeente Hilversum heeft in samenwerking met het waterschap "standaard regels" opgesteld voor de waterparagraaf (zie Bijlage 5 Voorwaarden Waterparagraaf). Zolang aan deze regels wordt voldaan volstaat de inhoud van het bestemmingsplan.
Ladder voor duurzame verstedelijk ing In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. De ladder is per 1 oktober 2012 ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Dat betekent dat overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten motiveren met oog voor (1) de onderliggende vraag in de regio, (2) de beschikbare ruimte binnen het bestaande stedelijke gebied en (3) een multimodale ontsluiting. De ladder voor duurzame verstedelijking draagt bij aan een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, ondersteunt gemeenten en provincies in de vraaggerichte programmering van hun grondgebied en helpt bij het maken van een zorgvuldige afweging van belangen bij ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Om het gebruik van de Ladder voor duurzame verstedelijking te vergemakkelijken heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu een handreiking beschikbaar gesteld. Schematisch ziet de ladder er als volgt uit:
Afbeelding 13 Ladder voor duurzame verstedelijking Met voorliggende planherziening worden de bestaande ontwikkelingsmogelijkheden zoals mogelijk gemaakt in bestemmingsplan 'Eurobioscoop' aanzienlijk verminderd. Er vindt geen nieuw beslag op de ruimte plaats. Op basis hiervan kan gesteld worden dat geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, en om deze reden is de verantwoordingsplicht in het kader van de ladder duurzame verstedelijking niet van toepassing.
vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies
29
5.4.2
Leefbaarheid
Geluid Ten behoeve van bestemmingsplan 'Langgewenst' heeft akoestisch onderzoek plaatsgevonden. Ten aanzien van dat plan is geoordeeld dat geluidaspecten geen belemmering vormen voor de uitvoering. Aangezien met voorliggend plan de mogelijkheden om geluidgevoelige bestemmingen (woningen) zijn verwijderd, is de conclusie gerechtvaardigd dat geluidaspecten ook niet in de weg staan van voorliggend bestemmingsplan. Luchtkwaliteit De luchtkwaliteit van het plangebied is in maart 2011 onderzocht in het kader van het bestemmingsplan 'Langgewenst'. Geconcludeerd is dat er geen sprake is van overschrijding van de grenswaarden er wordt voldaan aan de luchtkwaliteiteisen. Aangezien met voorliggend plan de bestaande planologisch-juridische mogelijkheden aanzienlijk worden verminderd, is de conclusie gerechtvaardigd dat luchtkwaliteit ook geen belemmering vormt voor het voorliggende bestemmingsplan. Woon- en leefklimaat Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht (grondslag: artikel 3.1, lid 1, Wet ruimtelijke ordening). De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. Wat precies een 'goede ruimtelijke ordening' is ligt niet vast. Het is aan de raad om dat zelf goed te motiveren.
Voorliggend plan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk, het beperkt juist de ruime gebruiksmogelijkheden zoals opgenomen in het gelden bestemmingsplan. Alleen een bierbouwer en proeflokaal blijven mogelijk. Dit gebruik was al mogelijk gemaakt met het bestemmingsplan 'Eurobioscoop'. In feite heeft de raad bij de vaststelling van dat plan geoordeeld dat de functie passend is op de planlocatie en dat daarbij sprake blijft van een goed en aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De bestaande activiteiten en het toekomstige gebruik ten behoeve van bierbrouwerij en proeflokaal past goed rond en op het Marktplein als onderdeel van het centrum.
5.5
Archeologische waarden
Ten behoeve van de herziening van bestemmingsplan 'Langgewenst' uit 2013 heeft onderzoek plaatsgevonden vanwege de hoge archeologische verwachtingswaarde door de ligging nabij de 'oude' dorpskern van Hilversum. In 2007 heeft een archeologisch bureauonderzoek plaatsgevonden. In 2008 is een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) uitgevoerd. In 2009 is een Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven uitgevoerd op het Marktplein. Conclusie van het Inventariserend Veldonderzoek is dat het onderzochte gebied betreffende het aspect archeologische waarden niet behoudenswaardig is. Vanwege de aanwezigheid van bebouwing was het niet mogelijk het gehele plangebied 'Langgewenst' te onderzoeken. Voor een deel van het plangebied van voorliggend bestemmingsplan is daarom de dubbelbestemming Waarde - Archeologie - Na 1850 bebouwd gebied Hoog/Middelhoog opgenomen. Dit is vastgelegd in de regels en op de verbeelding. Op de gronden gelegen binnen deze dubbelbestemming mogen geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken die daar ten behoeve van de andere aangewezen bestemmingen mogen worden gebouwd en/of uitgevoerd en die bouwwerken in de betreffende grond niet dieper dan 40 cm reiken en de omvang van het bouwwerk niet meer is dan 100 m². Voor het bouwen van grotere gebouwen en bouwwerken is voorafgaand archeologisch onderzoek nodig.
vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies
30
5.6
Bodem en watersysteem
5.6.1
Bodem
De ontwikkeling van het plangebied moet voorzien in het realiseren én behouden van een duurzame bodemkwaliteit. Bodem die schoon is, moet schoon blijven en er moet op een juiste manier worden omgegaan met de aanwezige verontreinigingen. In geval van gebieden met verontreiniging dient de chemische bodemkwaliteit en het gebruik op elkaar afgestemd te worden. De bodem hoeft daarvoor niet in alle gevallen te worden schoongemaakt, maar wordt dan alleen geschikt gemaakt voor de huidige of toekomstige functie. Ten behoeve van het bestemmingsplan 'Eurobioscoop' heeft in 2015 een verkennend bodemonderzoek, inclusief asbestonderzoek, plaatsgevonden. Het onderzoek heeft zich gericht op de meest verdachte bodemlaag, de antropogene ophooglaag. De grond is maximaal licht verontreinigd. Aan het maaiveld en in de grond is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Het onderzoek is als Bijlage 6 onderdeel van deze toelichting. Het verontreinigingsbeeld komt overeen met het beeld zoals dat in voorgaande onderzoeken naar voren is gekomen. Op basis hiervan wordt er van uitgegaan dat de onderliggende bodem niet is verontreinigd. De aangetroffen verontreinigingen geven geen aanleiding tot nader onderzoek of sanerende maatregelen. Op basis van de resultaten van het bodemonderzoek zijn er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen bezwaren.
5.6.2
Watersysteem
Waterhuishoudkundige aspecten zijn in dit bestemmingsplan integraal betrokken en rechtstreeks vertaald in diverse onderwerpen en paragrafen, zoals 'blauw', 'duurzaamheid' (watergebruik) en 'watersysteem'. Deze onderwerpen vormen tezamen de waterparagraaf. De gemeente Hilversum heeft in samenwerking met het waterschap "standaard regels" opgesteld voor de waterparagraaf (Bijlage 5 Voorwaarden Waterparagraaf). Zolang aan deze regels wordt voldaan volstaat de inhoud van het bestemmingsplan.
5.7
M.e.r.
In voorliggend bestemmingsplan worden geen nieuwe (planologische) ontwikkelingen mogelijk gemaakt ten opzichte van het bestemmingsplan 'Eurobioscoop' uit 2016 of ten opzichte van de vergunde situatie. In feite worden alleen maar planologische gebruiksmogelijkheden uit bestemmingsplan 'Eurobioscoop' beperkt. Om deze reden kan worden geconcludeerd dat, gezien de aard van het project, er geen betekenisvolle milieueffecten zijn te verwachten. Er is geen aanleiding een milieueffectrapport op te stellen. Op 19 december 2024 (Bijlage 7) heeft het college van b&w besloten geen milieueffectrapport op te stellen.
5.8
Kabels en leidingen
Riolering In het plangebied is een gemengd rioolstelsel aanwezig. Vuilwaterafvoer wordt aangesloten op het gemengd rioolstelsel van de gemeente Hilversum dat afvoert naar de rioolwaterzuivering Hilversum Oost. Het hemelwater wordt zoveel mogelijk afgekoppeld van de riolering. Nutsvoorzieningen Bestaande nutsvoorzieningen in en nabij het plangebied blijven in principe gehandhaafd. Als het voor de
vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies
31
planvorming nodig en wenselijk is zullen bestaande en/of nieuwe nutsvoorzieningen waar mogelijk inpandig worden gerealiseerd.
5.9
Veiligheid
5.9.1
Fysieke veiligheid
De fysieke veiligheid betreft de bescherming van mens, dier en milieu tegen daadwerkelijke ongelukken. In de volgende paragraaf wordt het aspect ´externe veiligheid´ nader beschreven. Bij de inrichting van het naastgelegen marktplein is aandacht besteed aan de bereikbaarheid voor hulpdiensten, primaire en secundaire bluswatervoorzieningen en natuurlijk ook aan de verkeersveiligheid.
5.9.2
Externe veiligheid
Vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor Ten westen van het plangebied, op meer dan 200 m afstand, is de spoorlijn gelegen. Deze spoorlijn is onderdeel van route 30: Diemen – Amersfoort Oost. Hierover vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Volgens het Basisnet Spoor is er op deze route een PR 10-6 risicocontour aanwezig van 1 tot maximaal 7 m. Tevens is er sprake van een plasbrandaandachtsgebied van 30 m. De PR 10-6 risicocontour en het plasbrandaandachtsgebied reiken niet tot aan het plangebied. Door het vervoer van toxische transporten bedraagt het invloedsgebied > 4.000 m. Hierdoor is het plangebied gelegen binnen het invloedsgebied van het spoor. De gevolgen van voorliggend plan op de hoogte van het groepsrisico zijn door de vermindering van ontwikkelingsmogelijkheden uit bestemmingsplan 'Eurobioscoop' (en diens voorganger 'Langgewenst') evenwel maar zeer beperkt van invloed. Externe veiligheid is ook voor bestemmingsplan 'Langgewenst' uit 2013 verantwoord, er waren geen knelpunten. Het plangebied is op meer dan 200 m vanaf de buitenrand van de transportroute (spoorlijn) gelegen. Hierdoor geldt dat er geen ruimtelijke verplichtingen gesteld kunnen worden aan de ontwikkeling op basis van het BEVT.
De aanwezigheid van het spoor levert dan ook geen belemmering op voor de beoogde ontwikkeling en nader onderzoek en/of een verantwoording van het groepsrisico is dan ook niet noodzakelijk. Ter illustratie is het betreffende onderzoek opgenomen als Bijlage 8 deze toelichting. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het plan voldoet aan het beleid en de normstelling ten aanzien van externe veiligheid. Het aspect externe veiligheid staat de uitvoering van het plan niet in de weg.
vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies
32
Hoofdstuk 6 6.1
Implementatie
Planmethodiek
De regelgeving, zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening, biedt de gemeente de mogelijkheid tot het opstellen van bestemmingsplannen met een grote mate van flexibiliteit en globaliteit. Planvormen kunnen zodanig worden gekozen dat ingespeeld kan worden op zich wijzigende omstandigheden en op nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen, zodat in veel gevallen het bestemmingsplan minder vaak behoeft te worden aangepast. Bij de opzet van dit bestemmingsplan is gekozen voor een 'maatwerk' plan. De keuze voor deze bestemmingsmethodiek is het gevolg van de wens van de gemeente Hilversum om de ruime gebruiksmogelijkheden van het bestemmingsplan 'Eurobioscoop' voor deze locatie te beperken tot 'bierbrouwerij en proeflokaal' zodat het plangebied op deze wijze kan worden ingevuld. Dit geeft ook duidelijkheid en rechtszekerheid aan eigenaren en omwonenden.
6.2
Bestemmingsregeling
Een bestemmingsplan bestaat uit drie delen: de toelichting, de regels en een of meerdere verbeeldingen. De verbeelding en de daarin aangewezen bestemmingen en regels vormen tezamen het juridische plan. De toelichting heeft geen rechtskracht. In de toelichting worden de achtergronden en beweegredenen aangegeven die hebben geleid tot de bestemmingen. De regels omvatten de omschrijvingen van de in het plan vervatte bestemmingen, waarbij per bestemming het doel wordt aangegeven. In deze paragraaf wordt ingegaan op de juridische opbouw van het plan. Aan de orde komen onder meer de opbouw van de regels, de relatie tussen regels en kaart en de beschrijving van de in de regels vastgelegde bestemmingen.
6.2.1
Toelichting op de verbeelding
De verbeelding van het analoge bestemmingsplan bestaat uit 1 blad. Met behulp van kleuren, letteraanduidingen en/of arceringen zijn de verschillende gebieds- en functionele bestemmingen weergegeven. De bestemmingsbegrenzingen volgen zoveel mogelijk geografische, topografische en/of kadastrale grenzen. Daar waar dat niet mogelijk bleek, is gekozen voor een meer praktische benadering. Bij de opzet van de verbeelding is aangesloten bij de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP2012). De verbeelding is opgesteld conform DURP (Digitaal Uitwisselbare Ruimtelijke Plannen).
6.2.2
Toelichting op de regels
De regels bevatten de juridisch regeling voor het gebruik van de gronden, bepalingen over de toegelaten bebouwing en een regeling over het gebruik van bebouwing. De regels, die zijn onderverdeeld in paragrafen, worden hierna (indien nodig) toegelicht. Bij de opzet van de regels is aangesloten bij de SVBP2012 en de bepalingen van het Besluit ruimtelijke ordening. De artikelen bevatten bepalingen over de specifieke bestemmingen in het plan. De opbouw van deze artikelen is steeds gelijk, conform de eisen van de SVBP2012.
vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies
33
6.2.2.1 Indeling hoofdstukken Voor de leesbaarheid en raadpleegbaarheid zijn de regels in hoofdstukken geplaatst. Daarbij is ook weer aangesloten bij de SVBP2012, te weten: Hoofdstuk 1 Inleidende regels begrippen wijze van meten Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels bestemmingen dubbelbestemmingen Hoofdstuk 3 Algemene regels anti-dubbeltelregel algemene bouwregels algemene gebruiksregels algemene afwijkingsregels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels overgangsrecht slotregel 6.2.2.2 Indeling bestemmingsregels Ter bevordering van de leesbaarheid en de raadpleegbaarheid is een vaste volgorde aangehouden, te weten: Bestemmingsomschrijving Met een bestemming wordt tot uitdrukking gebracht welke gebruiksdoelen of functies, met het oog op een goede ruimtelijke ordening, zijn toegekend aan de in het plan begrepen gronden. Niet iedere functie leent zich voor een eigen bestemming. Dit hangt af van de ruimtelijke relevantie ofwel van de mate waarin de bewuste functie invloed heeft op zijn omgeving of daaraan eisen stelt. Behalve om functies, gaat het bij bestemmingen altijd om concreet ruimtegebruik of om fysiek aanwezige ruimtelijke objecten. De bestemmingsomschrijving vormt het eerste toetsingskader voor (bouw)initiatieven. Als een initiatief niet past in die omschrijving, moet deze worden beschouwd als zijnde strijdig met het bestemmingsplan.
De bestemmingsomschrijving begint met de algemene bestemming. Daarna volgen eventuele specificaties in de vorm van aanduidingen. Voorbeeld: De voor '....' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. .. b. .. en tevens voor: c. een ...., ter plaatse van de aanduiding '....', met de daarbij behorende voorzieningen. .... (die dus voor zowel de algemene bestemming als de specifieke aanduiding gelden). De daarbij behorende voorzieningen zijn bewust niet in de bestemmingsomschrijving genoemd. Het gaat hier om voorzieningen die voor het verwezenlijken van de bestemming nodig en wenselijk zijn. Dat kunnen
vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies
34
diverse voorzieningen zijn. Een limitatieve opsomming is niet makkelijk te geven. In de toelichting op de regel (hieronder) worden wel enkele voorbeelden gegeven van de bij de bestemming behorende voorzieningen. Behalve bestemmingen en dubbelbestemmingen, kent het bestemmingsplan aanduidingen. Deze aanduidingen bevatten specificaties van (dubbel)bestemmingen met betrekking tot het gebruik of het bouwen. Een aanduiding, die juridische betekenis heeft, wordt niet alleen aangegeven op de analoge en digitale verbeelding van een bestemmingsplan, maar ook in de regels. In het bestemmingsplan 'Kavel naast Mout' is sprake van twee soorten aanduidingen: bouwaanduidingen en maatvoeringaanduidingen. Bouwregels Samen met de op de verbeelding aangegeven bestemmingen/aanduidingen, bevatten de regels bepalingen over de situering en de maximale afmetingen van gebouwen en andere bouwwerken binnen de bewuste bestemming. Soms is op de verbeelding door middel van een bouwvlak aangegeven waar het (hoofd)gebouw mag worden gebouwd. Buiten het bouwvlak mag weliswaar vaak ook worden gebouwd, maar dan gaat het om bijvoorbeeld bijbehorende bouwwerken of terreinafscheidingen. De bouwregels gaan over bouwwerken en zijn onderverdeeld in bepalingen over: a. (hoofd)gebouwen; b. bijbehorende bouwwerken (indien daarvan sprake is); c. bouwwerken, geen gebouw zijnde.
De toetsing hieraan vindt in principe pas plaats indien duidelijk is dat het voorgenomen gebruik van het bouwwerk in overeenstemming is met de bestemmingsomschrijving bij de bestemming. Afwijking van de bouwregels Om het bestemmingsplan flexibel te maken zijn mogelijkheden opgenomen om af te wijken van een bouwregel. Het kunnen afwijken van de bouwregels is beslist geen automatisme. Telkens als verzocht wordt om te mogen afwijken van een bouwregel moet worden gemotiveerd waarom van de standaard wordt afgeweken. De aanvrager moet aangeven waarom hij niet uit de voeten kan met de standaardregel. In sommige gevallen moet de aanvrager zelfs met onafhankelijk advies aantonen dat afwijking van de bouwregels terecht is. Specifieke gebruiksregels Indien ten aanzien van een bepaald gebruik speciale regels moeten worden gegeven dan worden deze specifiek aangegeven. Afwijking van de gebruiksregels Om het bestemmingsplan flexibel te maken zijn mogelijkheden opgenomen om af te wijken van een gebruiksregel. Het kunnen afwijken van de gebruiksregels is ook hier beslist geen automatisme. Telkens als verzocht wordt om te mogen afwijken van een gebruiksregel moet worden gemotiveerd waarom van de standaard wordt afgeweken. De aanvrager moet aangeven waarom hij of zij niet uit de voeten kan met de standaard regel.
In sommige gevallen moet de aanvrager zelfs met onafhankelijk advies aantonen dat afwijking van de gebruiksregels terecht is. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden In deze regel staan specifiek voor de bestemming geldende bepalingen over omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (aanlegvergunningen). Zo kan bijvoorbeeld via een omgevingsvergunning een bepaalde natuurwaarde worden beschermd.
vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies
35
Aanleggen is dan niet mogelijk zonder een omgevingsvergunning van het college van burgemeester en wethouders.
6.2.2.3 De regels In de regels worden verschillende begrippen gebruikt die voor verschillende uitleg vatbaar zijn. Door het opnemen van de definities van deze begrippen wordt getracht misverstanden over de uitleg van de regels te beperken. hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken Elke bestemming bestaat doorgaans uit twee vlakken: een bestemmingsvlak en een bouwvlak. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik toegestaan is. Het bouwvlak is een gebied dat op de verbeelding is aangeven waarvoor de mogelijkheden om te bouwen in de regels zijn aangegeven. Bouwvlakken worden doorgaans voorzien van aanduidingen die betrekking hebben op de maatvoering. Nadere specificaties die iets zeggen over het gebruik of bouwmogelijkheden zijn door middel van aanduidingen opgenomen. Het hoofdgebouw mag enkel in een bouwvlak gebouwd worden. De bijbehorende bouwwerken mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd. Met het begrip "bijbehorend bouwwerk" is een verzamelbegrip bedoeld waar uitbreidingen (aan- en uitbouwen en bijgebouwen) van een hoofdgebouw, onder vallen. Ook vallen er overkappingen onder die vanwege het ontbreken van wanden niet als gebouw aangemerkt kunnen worden. Verder vallen er andere bouwwerken met een dak onder die vanwege een te geringe stahoogte niet als gebouw aangemerkt kunnen worden.
In de begripsomschrijving is aangegeven dat een bijbehorend bouwwerk altijd moet worden gebouwd bij een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw. Zonder hoofdgebouw kan er op het perceel dus ook geen sprake zijn van een bijbehorend bouwwerk. Voorts is aangegeven dat een bijbehorend bouwwerk functioneel verbonden moet zijn met het hoofdgebouw. Daar wordt mee bedoeld dat het gebruik van het bijbehorende bouwwerk in planologisch opzicht gerelateerd moet zijn aan het gebruik van het hoofdgebouw. Een voorbeeld van een bijbehorend bouwwerk bij een woning is een serre of een uitbouw aan de oorspronkelijke achter- of zijgevel. Ook een vrijstaande berging en een carport zijn een bij een woning bijbehorend bouwwerk. beperkt kwetsbare objecten In de begripsbepaling wordt bij dit begrip verwezen naar het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Op basis van artikel 1 lid 1 sub a van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi, besluit van 27 mei 2004, laatst gewijzigd 1 juli 2008)) wordt het volgende verstaan onder dit begrip: a. 1-verspreid liggende woningen van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare; 2-dienst- en bedrijfswoningen van derden; b. kantoorgebouwen; c. hotels en restaurants; d. winkels; e. sporthallen, zwembaden en speeltuinen; f. sport- en kampeerterreinen en terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden; g. bedrijfsgebouwen; h.
objecten die met de onder a tot en met e en g genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfred-zaamheid bij een ongeval, voor zover die objecten geen kwetsbare objecten zijn; i. objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval.
vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies
36
kwetsbare objecten In de begripsbepaling wordt bij dit begrip verwezen naar het Besluit externe veiligeheid inrichtingen.Op basis van artikel 1 lid 1 sub a van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi, besluit van 27 mei 2004, laatst gewijzigd 1 juli 2008)) wordt het volgende verstaan onder dit begrip: a. woningen, niet zijnde woningen als bedoeld in onderdeel a, onder a (dus niet zijnde beperkt kwetsbare objecten); b. gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: 1. ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; 2. scholen; 3. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; c. gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, zoals: 1. kantoorgebouwen en hotels met een brutovloeroppervlak van meer dan 1.500 m² per object; 2. complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk brutovloeroppervlak meer dan 1.000 m² bedraagt en winkels met een totaal brutovloerop-pervlak van meer dan 2.000 m² per winkel, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd; d. kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen.
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn. Enkele begrippen zijn overgenomen uit de Woningwet/Bouwverordening en SVBP2012.
Artikel 2 Wijze van meten Hierin wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken/percelen gemeten moeten worden.
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 3 Gemengd - 1 Deze bestemming is opgenomen voor het plangebied. Binnen de bestemming 'Gemengd - 1' is een bierbrouwerij en proeflokaal mogelijk. Dit gebruik draagt bij aan de gewenste verlevendiging en ruimtelijke uitstraling van het Marktplein. Een dergelijk bedrijf is hier goed inpasbaar vanwege de beperkingen (i.c. oppervlakte, volume) die het bestemmingsplan op deze locatie heeft. Daarnaast biedt het milieuspoor voldoende mogelijkheden voor een goede waarborging van een dergelijke functie in de omgeving. Een bierbrouwerij zal daardoor naar aard en omvang vergelijkbaar zijn met een bedrijf uit milieucategorie 1 en 2 zoals genoemd in de lijst 'Staat van Bedrijfsactiviteiten' gebaseerd op de VNG-publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering'. Bedrijven in deze milieucategorieën zijn goed inpasbaar in een gemengd gebied zoals het centrum. Binnen de bestemming 'Gemengd - 1' zijn ook daarbij behorende voorzieningen toegestaan, daarbij moet in ieder geval gedacht worden aan: parkeervoorzieningen, wegen, voet- en fietspaden, groen, verhardingen en erfafscheidingen.
vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies
37
3.4 Voorwaardelijke verplichting ecopunten Bij de ontwikkelingen met een omvang vanaf 30m3 is natuurinclusief bouwen als randvoorwaarde opgenomen. De sturing van natuurinclusief bouwen vindt plaats door een bepaling in de regels (3.4) waarin de verplichting is opgenomen tot het realiseren van voldoende maatregelen in het kader van natuurinclusief bouwen. Bij het stellen van de randvoorwaarden wordt gebruik gemaakt van de beleidsregel 'Leidraad natuurinclusief bouwen' of de opvolger van deze leidraad. Voor ontwikkelingen met een omvang vanaf 1.500m3 kan door middel van een 'Realisatieplan natuurinclusief bouwen en inrichten' worden voldaan aan de verplichting. Uit het realisatieplan, dat bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen moet worden ingediend, moet blijken welke maatregelen in het kader van het natuurinclusief bouwen en inrichten worden genomen, hoe wordt geborgd dat deze maatregelen uiterlijk binnen 2 jaar na de start van de bouw zijn gerealiseerd en hoe deze maatregelen duurzaam, ten minste 30 jaar, in stand worden gehouden en beheerd. Voor de uitleg wanneer sprake is van voldoende maatregelen is gebruik gemaakt van bovengenoemde beleidsregel.
Dubbelbestemming Dubbelbestemmingen worden gegeven naast een andere bestemming. Ze zijn opgenomen ter bescherming van bepaalde waarden, zoals archeologie, cultuurhistorie (beschermd stads- en dorpsgezicht) en natuur. Bouw- sloop of aanlegactiviteiten zijn binnen deze bestemming niet mogelijk dan wel gekoppeld aan een omgevingsvergunning.
Artikel 4 Waarde - Archeologie - Na 1850 bebouwd gebied - Hoog/Middelhoog In dit artikel is de bescherming van de archeologische waarde van bepaalde gronden in het plangebied geregeld. Hierin is nadrukkelijk gesteld dat gebouwen op gronden met een archeologische verwachtingswaarde, ter bescherming van die waarden, moeten worden gebouwd binnen de bebouwingsgrenzen en pas nadat de archeologische waarden voldoende zijn onderzocht en indien nodig maatregelen zijn genomen. Voorts is een groot aantal werken en werkzaamheden aanlegvergunningplichtig. Voor het verlenen van een dergelijke vergunning dient advies te worden ingewonnen bij een ter zake deskundige.
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Deze regel strekt ertoe te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie mogelijk is gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw een tweede keer zou kunnen worden gebruik gemaakt. Aangesloten is bij de standaard antidubbeltelregel die in het Bro is opgenomen.
6.1 Hemelwaterinfiltratie Het hemelwater dat op het perceel valt moet lokaal worden opgevangen. Dit water kan (via een berging) infiltreren in de bodem en (deels) worden hergebruikt, bijvoorbeeld voor het besproeien van de tuin of inpandig voor onder meer het doorspoelen van het toilet. Infiltreren van hemelwater kan door de regenpijp aan te sluiten op ondergrondse voorzieningen (infiltratiebakken of verticale infiltratieputten). Vanuit de voorziening infiltreert het water in de bodem. Ook mag (een deel van) de opslag bovengronds worden aangelegd door een deel van het perceel lager aan te
vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies
38
leggen of een vijver aan te leggen. Let op dat het water niet naar kwetsbare objecten of in gebouwen kan stromen. Hoe hoger het bouwpeil ten opzichte van de omgeving hoe meer hemelwaterberging op maaiveld wordt gerealiseerd. Vraag advies aan ontwerpers/adviesbureau (grote ontwikkelingen) of tuincentra/hovenier (kleine ontwikkelingen). Leg de plannen voor aan de gemeente: riool@hilversum.nl.
6.2 Algemeen gebruik In artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht staat een (algemene) gebruiksregel. Die regel geldt voor iedereen en is van toepassing op alle bestemmingsplannen. In die regel staat dat het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken in strijd met - onder andere - een bestemmingsplan. Daarmee is dus alle gebruik in strijd met de bestemming en de bestemmingsomschrijving verboden. In feite is een nadere gebruiksregel niet nodig. Omwille van de duidelijkheid is in dit bestemmingsplan niettemin aangegeven wat in ieder geval als strijdig met het bestemmingsplan wordt beschouwd en wat juist niet in strijd is met de gebruiksregel.
6.3 Seksinrichting In dit artikel is geregeld dat het verboden is om gronden en bouwwerken te gebruiken als seksinrichting. In lid 2 zijn de regels opgenomen op grond waarvan het bevoegd gezag bevoegd is om af te wijken van dit verbod. Deze afwijkingsbevoegdheid is een uitvloeisel van het paraplu-bestemmingsplan 'Seksinrichtingen' dat door de raad is vastgesteld in 2001. Uitgangspunt van die herziening was om overal in Hilversum seksinrichtingen uit te sluiten (een algemeen verbod). Bestaande seksinrichtingen zijn onder het overgangsrecht gebracht. In het parapluplan zijn regels opgenomen waarmee van dit verbod kan worden afgeweken en een nieuwe vestiging mogelijk is. Deze voorwaarden zijn verwerkt in dit artikel. Het bevoegd gezag kan geen gebruik maken van afwijkingsmogelijkheid als het gestelde maximum aan seksinrichtingen (volgens de APV) al is bereikt. In het plangebied is op dit moment geen seksinrichting aanwezig.
6.4 Vuurwerk Het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken voor de opslag en verkoop van consumenten en/of professioneel vuurwerk. Afwijking is mogelijk indien er vanuit brandveiligheid en milieu geen bezwaren bestaan.
Artikel 7 Algemene afwijkingsregels Het artikel heeft onder meer tot doel enige flexibiliteit in de regels van het bestemmingsplan aan te brengen. Via een door burgemeester en wethouders te verlenen afwijking kunnen onder meer geringe wijzigingen in de maatvoering voor bouwwerken worden aangebracht en (openbare) nutsvoorzieningen worden gerealiseerd.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 8 Overgangsrecht Het overgangsrecht ten aanzien van bouwen is neergelegd in dit artikel. Enige bouwmogelijkheden in afwijking van de planregels blijven bestaan voor die gebouwen die afwijken van het plan en die zijn of worden gebouwd bij of krachtens de Woningwet. Bestaande afwijkingen mogen niet worden vergroot. Uitbreiding van de bebouwing is slechts mogelijk met een vrijstelling van burgemeester en wethouders. Indien de in het plan opgenomen regels, voor wat betreft gebruik of bebouwing, afwijken van een vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies
39
bestaande, legale situatie, dan zijn daarop de overgangsbepalingen van toepassing. De overgangsbepaling heeft tot doel bestaande belangen te respecteren totdat realisering van de nieuwe bestemmingsbepalingen dan wel bebouwingsbepalingen plaatsvindt. Voor bouwwerken die onder het overgangsrecht vallen, is bepaald dat deze gedeeltelijk mogen worden vernieuwd of veranderd, mits de bestaande afwijking niet wordt vergroot. Gehele vernieuwing is in principe uitgesloten, waaronder ook gefaseerde vernieuwing van een bouwwerk wordt verstaan. Het doel van het overgangsrecht is dat het bestaande bouwwerk in de bestaande staat in stand mag worden gehouden. Uitsluitend na het tenietgaan van het bouwwerk door een calamiteit, waarmee onder andere brand of extreme weersomstandigheden wordt bedoeld, is onder voorwaarden gehele vernieuwing toegestaan. Vergunningsplichtige bouwwerken, die zonder vergunning zijn opgericht, kunnen door overgangsrecht niet gelegaliseerd worden. Bouwen zonder vergunning is immers een overtreding van de Woningwet die niet door een regeling in een bestemmingsplan ongedaan kan worden gemaakt. Voor het gebruik dat onder het overgangsrecht valt, is bepaald dat gebruik mag worden voortgezet. Het gebruik mag eveneens worden gewijzigd voor zover de afwijking ten opzichte van het toegestane gebruik niet vergroot wordt.
Hiervoor is reeds aangegeven dat illegale bouwwerken niet gelegaliseerd kunnen worden door overgangsrecht. Voor gebruik is dat in principe wel mogelijk maar vanuit het oogpunt van handhaving ongewenst. Gezien het voorgaande is in de overgangsbepaling opgenomen dat het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan van het overgangsrecht, is uitgesloten. Ook na het van kracht worden van dit plan kan dus nog met succes handhavend worden opgetreden tegen gebruik dat reeds in strijd was met het voorgaande bestemmingsplan.
Artikel 9 Slotregel In de regels van het bestemmingsplan wordt in de Slotregel aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
Bijlagen Bijlage 1 Modules Horeca Als bijlage bij de regels zijn de modules van Horeca (zie Bijlage 1 Modules Horeca) opgenomen. Hierin wordt onderscheidt gemaakt tussen de verschillende exploitatiecategorieën. De gemeente wil horecaondernemers uitnodigen om nieuwe, innovatieve concepten in de markt te zetten die het voor bezoekers interessant maken om (vaker) naar Hilversum te komen en dan ook de horeca te bezoeken. Deze concepten zijn vaak niet meer in 1 hokje te plaatsen. Flexibele keuze voor food en drank concepten is vertaald in het exploitatie categorieën model Horeca. Dit model gaat uit van activiteiten in plaats van de traditionele indeling in horeca categorieën. Hierdoor is meer keuzevrijheid voor de ondernemer. Het model gaat uit van activiteiten onderverdeeld in 5 modules. Iedere activiteit staat voor een aantal punten. De een meer dan de andere omdat het meer impact heeft op de kwaliteit van woon en leefomgeving. Na optelling van de punten uit de vijf verschillende modules blijkt binnen welke exploitatiecategorie de horeca inrichting valt. Hierna kan de ondernemer opmaken of deze exploitatiecategorie gewenst is in het gebied waar de ondernemer zich wil vestigen. In het plangebied is categorie E mogelijk. Hiermee wordt aangesloten bij dezelfde categorie die voor foodhall Mout geldt.
Vervolgens kan vanuit het proces van vergunningverlening bezien worden of het pand aan de eisen voldoet en of de wijze van exploiteren voldoet aan het beleid.
vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies
40
6.3
Handhaving
Het bestemmingsplan is bindend voor burgers, bedrijven, maatschappelijke instellingen en voor de overheid zelf. Het afdwingen van het naleven van het bestemmingsplan is, met behoud van ieders verantwoordelijkheid, in eerste instantie een taak van de gemeentelijke overheid. Er is veel aandacht besteed aan voorlichting met betrekking tot de consequenties die een gevolg zijn van het vaststellen van dit bestemmingsplan. Daarnaast is er veel aandacht voor een effectieve en doelgerichte controle op zaken die in het bestemmingsplan zijn geregeld. Voor de controle en handhaving van het bestemmingsplan is samenwerking in brede zin een noodzaak. Het zich niet houden aan de regels doet afbreuk aan de kwaliteit van het plangebied; daadwerkelijke handhaving heeft voor de samenleving een belangrijke waarde. Tegen illegale situaties zal worden opgetreden.
6.3.1
Preventief en repressief toezicht
Handhaving van het bestemmingsplan gebeurt bij de beoordelingen van aanvragen om een omgevingsvergunning (preventieve handhaving) en vervolgens bij controle van de verleende omgevingsvergunning, maar ook aan de hand van geconstateerde illegale situaties, klachten e.d. (repressieve handhaving).
6.3.2
De instrumenten
Een overtreder riskeert: a. dat publiekrechtelijke sancties plaatsvinden (dwangsom of bestuursdwang). Een last onder dwangsom is een veel toegepast middel om te zorgen, dat de overtreder door middel van het verbeuren van een bepaald bedrag ertoe moet weerhouden de overtreding voort te zetten. Mocht een dwangsom niet het gewenste effect hebben dan kan de gemeente bestuursdwang toepassen hetgeen er op neer komt dat de gemeente datgene doet wat de overtreder behoort te doen of verhindert dat hij/zij doet wat niet mag. Een en ander op kosten van de overtreder; b. dat strafrechtelijke vervolging plaatsvindt. Overtreding van bepaalde bestemmingsplanregels zijn strafbare feiten. De bevoegdheid tot het instellen van vervolging op grond van het strafrecht berust bij het Openbaar Ministerie. Daartoe wordt een proces-verbaal tegen de overtreder opgemaakt en vindt vervolgens strafrechtelijke vervolging plaats. Strafrechtelijke vervolging kan plaatshebben in combinatie met de onder 1 genoemde bestuursrechtelijke dwangmiddelen. Bijzonderheid hierbij is dat de Wet Economische Delicten op overtredingen van het bestemmingsplan van toepassing is, wat inhoudt dat de strafmaat aanzienlijk is; c. de bestuurlijke boete. Door de uitbreiding van de bestuurlijke handhaving met de bestuurlijke boete kan de handhaving verder worden geïntensiveerd.
De gemeente krijgt daardoor extra mogelijkheden om daadkrachtig en snel op te treden tegen overtredingen. Aan de hand van recente luchtfoto's kan achterhaald worden wat er aan bebouwing aanwezig is op alle percelen in het plangebied. Eventuele bebouwing die illegaal (zonder omgevingsvergunning) gebouwd is, en waartegen wordt, of alsnog kan worden opgetreden, wordt niet automatisch gelegaliseerd met het nieuwe bestemmingsplan. Dit geldt ook voor een eventueel gewijzigd gebruik van opstallen waarvoor geen toestemming is gevraagd cq. verleend. Van geval tot geval zal bezien moeten worden of sprake is van een situatie die alsnog voor legalisatie in aanmerking komt of niet.
vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies
41
6.3.3
Prioriteiten in de handhaving
Voor de handhaving van illegale situaties op het gebied van omgevingsrecht zijn beleidsregels vastgesteld. Het college moet jaarlijks haar beleidsvoornemens in het kader van handhaving van de bouwregelgeving bekend maken. Ook moet jaarlijks verslag worden gedaan over de uitvoering van het handhavingsbeleid. Het handhavingsbeleid vormt het kader voor een jaarlijks vast te stellen handhavingsprogramma. In de beleidsregels zijn prioriteiten gesteld (hoog, middelhoog en laag). De hoogste prioriteit richt zich tot onveilige situaties in zijn algemeenheid en tot veranderingen van percelen en gebouwen zichtbaar vanuit de openbare ruimte. Tegen overtredingen met een hoge prioriteit zal onmiddellijk handhavend worden opgetreden. Overtredingen uit de categorie met een middelhoge prioriteit, zoals erfafscheidingen, bijgebouwen en uitbreidingen aan de achterzijde zullen op de gebruikelijk wijze binnen de werkvoorraad worden afgehandeld. Bovenstaande wil niet zeggen dat tegen geconstateerde illegale situaties met een lage prioriteit bijvoorbeeld aan de achterzijde niet zal worden opgetreden. Te denken valt om jaarlijks thematisch overtredingen met een lage prioriteit in het handhavingsprogramma op te nemen.
6.3.4
Planinformatie
Het bestemmingsplan komt niet zomaar tot stand, maar is met veel publiciteit omgeven. Het bestemmingsplan is altijd in te zien. Daarnaast zijn er ook folders over de bouwregelgeving verkrijgbaar. De gemeentelijke organisatie is er bovendien op ingesteld nadere uitleg te geven. Velen maken daarvan gebruik. Niemand hoeft dus het risico te lopen om als gevolg van een gebrek aan kennis verkeerde beslissingen te nemen.
6.4
Economische uitvoerbaarheid
Kostenverhaal Met inwerkingtreding van de Wet ruimtelijk ordening (per 1 juli 2008) beschikt de gemeente over meer mogelijkheden voor kostenverhaal op particuliere ontwikkelaars in een plangebied. Zijn de kosten van een ontwikkeling niet op een andere manier verzekerd (bijvoorbeeld door het sluiten van overeenkomsten met grondeigenaren over de kosten van de ontwikkeling) dan kan de gemeente een exploitatieplan vaststellen, waarin die kosten worden benoemd. Het exploitatieplan loopt dan mee met de procedure van het bestemmingsplan. Daarmee wordt een exploitatieplan mede een toetsingsgrond bij bouwvergunningen. De gemeenteraad kan bij vaststelling van een bestemmingsplan besluiten om géén exploitatieplan vast te stellen. Dat kan de gemeenteraad alleen doen, indien de kosten dus op een andere wijze is verzekerd en er verder geen extra eisen aan locaties hoeven te worden gesteld. In dit geval is de gemeente eigenaar van de gronden in het plangebied. Het verhalen van kosten is daardoor niet aan de orde.
Planschade Iemand die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van het bestemmingsplan of een afwijking daarvan, moet een tegemoetkoming in schade worden toegekend, althans voor zover deze schade redelijkerwijs niet voor rekening van die (rechts)persoon moet blijven en voor zover de tegemoetkoming niet op een andere manier wordt voldaan. Het bestemmingsplan veroorzaakt geen schade, omdat alleen de gebruiksmogelijkheden van voorliggend plan in vergelijking met het voorheen geldende bestemmingsplan 'Eurobioscoop' zijn teruggebracht. Hierdoor ontstaat geen planschade aangezien de gemeente grondeigenaar is.
vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies
42
Na vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan zullen de te ontwikkelen gronden overgaan naar de nieuwe eigenaart. Hierdoor is er voldoende financiële dekking om de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan te waarborgen. Er is geen noodzaak tot het vaststellen van een exploitatieplan door de gemeenteraad, omdat het verhaal van gemeentelijke kosten anderszins verzekerd is.
6.5
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.5.1
Participatie
Op 28 december 2023 is in de Gooi- en Eembode en het Gemeenteblad de ter inzage legging bekend gemaakt van het ontwerpbestemmingsplan. De stukken zijn ter inzage gelegd op het gemeentehuis in de Burgerleeskamer en raadpleegbaar gesteld via www.ruimtelijkeplannen.nl. Daarnaast zijn de direct omwonenden van het plangebied voorafgaand aan de publicatie hierover persoonlijk geïnformeerd door middel van een brief. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 29 december 2023 tot en met 8 februari 2024 ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend.
6.5.2
Overleg
De Brandweer Gooi en Vechtstreek is geïnformeerd over de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan in het kader van het vooroverleg. Per mail is aangegeven dat er geen op- of aanmerkingen zijn.
6.5.3
Raadsvaststelling
Het bestemmingsplan is in de raadsvergadering van 3 april 2024 vastgesteld.
vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies
43
vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies
44
Bijlagen bij T oelichting
vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies
45
Bijlage 1 Akoestisch onderzoek
vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies
46
RapportAkoestischonderzoekbestemmingsplanLanggewenstteHilversum maart2011,revisie00
©IngenieursbureauOranjewoudB.V..Allerechtenvoorbehouden.Behoudensuitzonderingendoorde wetgesteld,magzonderschriftelijketoestemmingvanderechthebbendennietsuitditdocument wordenverveelvoudigden/ofopenbaarwordengemaaktdoormiddelvandruk,fotokopie,digitale reproductieofanderszinsofwordentoegepastopsituatieswaarvoorditrapportoorspronkelijkniet bedoeldwas. ©IngenieursbureauOranjewoudB.V.aanvaardtgeenaansprakelijkheidvooreventueleschade voorvloeienduitonderzoekwaarbijgebruikisgemaaktvanrekenprogramma'swaarvanhetgebruikvan overheidswegeverplichtisgesteld.Ookvoorverschilleninuitkomstenmeteerdereen/oftoekomstige versiesvandezerekenprogramma'skan©IngenieursbureauOranjewoudB.V.nietverantwoordelijk wordengehouden.
blad1van24
RapportAkoestischonderzoekbestemmingsplanLanggewenstteHilversum maart2011,revisie00
Samenvatting InopdrachtvandegemeenteHilversumiseenakoestischonderzoekuitgevoerdinhetkadervande actualisatievanhetbestemmingsplan'Langgewenst'inHilversum.Ditbestemmingsplanvoorzietinde realisatievandiversevoorzieningen,eenparkeergarage,evenementenpleinen50nieuwewoningen. HetplangebiedligtbinnendegeluidzonevandespoorlijnHilversumBussumenbinnendegeluidzones vandiversewegen.Inhetakoestischonderzoekisdetoekomstigegeluidbelastingvanwegedespoorlijn endeomliggendewegenopdegevelsvandenieuwtebouwenwoningenberekend.De berekeningsresultatenzijngetoetstaandevolgensdeWetgeluidhinder(Wgh)enhetBesluit geluidhinder(Bg)geldendegrenswaarden. Uitderekenresultatenblijktdatdegeluidbelastingvanwegerailverkeerophettraject371Hilversum Bussumtenhoogste52dBbedraagtopdegevelsvandenieuwtebouwenwoningen.De voorkeursgrenswaardevan55dBwordtnietoverschreden,waardoornaderonderzoekachterwegekan blijven. DegeluidbelastingenvanwegehetwegverkeeropdeStationsstraat,NaarderstraatenLanggewenst bedragenrespectievelijktenhoogste63,60en59dB(alleop1,5m.hoogte)opdegevelsvandenieuw tebouwenwoningen.Devoorkeursgrenswaardevan48dBwordthiermeeoverschreden.Demaximale
toelaatbarehogeregrenswaardevan63dBwordtechternietoverschreden. DegeluidbelastingenvanwegehetwegverkeeropdeNoorderwegenKoninginnewegbedragenbeide tenhoogste31dBopdegevelsvandenieuwtebouwenwoningen(op16,5m.hoogte).De voorkeursgrenswaardevan48dBwordtnietoverschredenwaarmeenaderonderzoekachterwegekan blijven. Geletopdeoverschrijdingvandevoorkeursgrenswaardevan48dBvanwegehetwegverkeeropde Stationsstraat,NaarderstraatenLanggewenstishetaanhetcollegevanBurgemeesterenWethouders omeenhogerewaardeteverlenen.SchermenzijnopdelocatievanLanggewenstnietmogelijkenstil asfaltisfinancieelnietdoelmatigomdathetwegdekrecentelijkisvervangen.Hetisderhalve gerechtvaardigdomeenhogerewaardeaantevragen. Inhetkadervandeprocedurehogeregrenswaardeèngeletopdevoorgenomensamenstellingvande uitwendigescheidingsconstructievandenieuwterealiserenbebouwing,dienttewordenbeoordeeldof metdebeoogde(bouw)materialenkanwordenvoldaanaandeaanvullendeeisbetreffendehetten hoogsttoelaatbarebinnenniveauvoordewoningenvan33dBalsgevolgvanhetwegverkeer.
blad2van24
RapportAkoestischonderzoekbestemmingsplanLanggewenstteHilversum maart2011,revisie00
Inhoudblz. 1 Inleiding.................................................................................................................................... 4 2 Juridischkader.......................................................................................................................... 5 2.1 Spoor ........................................................................................................................................ 5 2.1.1 Algemeen ................................................................................................................................. 5 2.1.2 Toetsingskaderplansituatie...................................................................................................... 5 2.2 Weg .......................................................................................................................................... 5 2.2.1 Algemeen ................................................................................................................................. 5 2.2.2 Aftrekexartikel110gWetgeluidhinder ...................................................................................
6 2.2.3 30km/uurzone ........................................................................................................................ 7 2.2.4 Toetsingskaderplansituatie...................................................................................................... 7 3 Onderzoeksopzetenuitgangspunten ....................................................................................... 8 3.1 Onderzoeksgebied.................................................................................................................... 8 3.2 Rekenmethode ......................................................................................................................... 8 3.3 Invoergegevens ........................................................................................................................ 8 3.3.1 Algemeen ................................................................................................................................. 8 3.3.2 Specifiekeinvoergegevensspoor.............................................................................................. 9 3.3.3 Specifiekeinvoergegevensweg ................................................................................................ 9 4 Resultaten,toetsingenhogeregrenswaarde .........................................................................
11 4.1 Rekenresultatenentoetsing................................................................................................... 11 4.1.1 Rekenresultatenspoor ........................................................................................................... 11 4.1.2 Toetsingspoor........................................................................................................................ 11 4.1.3 Rekenresultatenweg.............................................................................................................. 11 4.1.4 Toetsingweg .......................................................................................................................... 12 4.2 Hogeregrenswaarde .............................................................................................................. 13 4.2.1 Algemeen ............................................................................................................................... 13 4.2.2 Plansituatie............................................................................................................................. 13 5 Samenvattingenconclusie .....................................................................................................
14 Figuren 1. Overzichtplangebiedmetontvangerpuntenengebouwhoogtennabijhetplangebied 2. Overzichtsituatiemetliggingwegenenkruispunten 3. OverzichtsituatiemetliggingspoorwegHilversumBussum Bijlagen 1. InvoergegevensGeomilieu 2. Rekenresultatenspoor 3. RekenresultatenStationsstraat/Melkpadinclusiefaftrekexartikel110gWgh 4. RekenresultatenNaarderstraatinclusiefaftrekexartikel110gWgh 5. RekenresultatenNoorderweg/S.Stevinweginclusiefaftrekexartikel110gWgh 6. RekenresultatenKoninginneweginclusiefaftrekexartikel110gWgh 7. RekenresultatenLanggewenst/Schoolstraatinclusiefaftrekexartikel110gWgh 8. Rekenresultatenweggecumuleerd
blad3van24
RapportAkoestischonderzoekbestemmingsplanLanggewenstteHilversum maart2011,revisie00
1
Inleiding InopdrachtvandegemeenteHilversumiseenakoestischonderzoekuitgevoerdinhetkadervande actualisatievanhetbestemmingsplan'Langgewenst'inHilversum.Ditbestemmingsplanvoorzietinde realisatievandevolgendenieuweontwikkelingen: Detailhandel(GDVbruinenwitgoed):4.600m2bvo; Detailhandel(supermarkt):1.200m2bvo; Bioscoop:1534plaatsen,7zalen; Woningbouw:50stuks; Markt/evenementenplein:8.000m2; Parkeergarage:maximaal400plaatsen; Aanderandvanhetmarktplein100parkeerplaatsenopmaaiveld. Infiguur1.1ishetplangebiedweergegeven.
Figuur1.1plankaartenluchtfotometplangebied HetplangebiedligtbinnendegeluidzonevandespoorlijnHilversumBussumenbinnendegeluidzones vandiversewegen.Hetdoelvanhetakoestischonderzoekishetberekenenvandetoekomstige geluidbelastingvanwegedespoorlijnendeomliggendewegenopdegevelsvandenieuwtebouwen woningen. DeberekeningsresultatenzijngetoetstaandevolgensdeWetgeluidhinder(Wgh)enhetBesluit geluidhinder(Bg)geldendegrenswaarden.WanneerdeindeWghenBggesteldegrenswaardenworden overschreden,dientbeoordeeldtewordenofermaatregelenterbeperkingvanhetgeluidmogelijkzijn en/ofereenhogeregrenswaardemoetwordenvastgestelddoorhetcollegevanBurgemeesteren Wethouders. Invoorliggendrapportzijndewerkwijzeenresultatenvanhetakoestischonderzoekweergegeven. Leeswijzer Inhoofdstuk2ishetjuridischkaderendeprocedurebeschreven.Deonderzoeksopzetende uitgangspuntenvoordeberekeningen,waaronderdeverkeersgegevenszijnweergegeveninhoofdstuk 3.Deresultatenvandegeluidberekeningenentoetsingzijnopgenomeninhoofdstuk4.Derapportage wordtafgeslotenmeteensamenvattingenconclusieinhoofdstuk5.
blad4van24
RapportAkoestischonderzoekbestemmingsplanLanggewenstteHilversum maart2011,revisie00
2
Juridischkader
2.1
Spoor
2.1.1
Algemeen Inartikel105vandeWetgeluidhinder(Wgh)wordthetBesluitgeluidhinder(Bg)vantoepassing verklaard.Hetbesluitisalleenvantoepassingbinnendewettelijkevastgesteldezonevaneenspoorweg. Debreedtevandegeluidzonelangshetspoorwordtgeregeldinartikel1.4Bgenisvastgelegdineen doorministeriëleregelingvasttestellenkaart. Binnendezonevaneenspoorwegdienteenakoestischonderzoekplaatstevindennaarde geluidbelastingopdebinnendezonegelegenwoningenenanderegeluidgevoeligebestemmingen.Bij hetberekenenvandegeluidbelastingwordtdeLdenwaardeindBbepaald. DeLdenwaardeishetenergetischennaardetijdsduurvandebeoordelingsperiodegemiddeldevande volgendedriewaarden: Hetgeluidniveauindedagperiode(tussen7.00en19.00uur); hetgeluidniveauindeavondperiode(tussen19.00en23.00uur)+5dB; hetgeluidniveauindenachtperiode(tussen23.00en07.00uur)+10dB. DeberekendegeluidbelastingdientgetoetsttewordenaandegrenswaardenvanhetBesluit geluidhinder.Indiende(voorkeurs)grenswaardewordtoverschreden,dientbeoordeeldtewordenof maatregelenterbeperkingvanhetgeluidmogelijkzijnen/ofereenhogeregrenswaardemoetworden vastgestelddoorhetcollegevanBurgemeesterenWethouders.
Inartikel4.9envolgendevanhetBesluitgeluidhinderwordendegrenswaardenvermeldmetbetrekking totnieuwesituatiesbijzones.Intabel2.1zijndezewaarden(voorkeursgrenswaardeendemaximaal toelaatbarehogeregrenswaarde)opgenomen. Tabel2.1Grenswaardenvoorwoningenenanderegeluidgevoeligebestemmingen langseenbestaandespoorweg Geluidgevoelige Voorkeursgrenswaarde Maximaleontheffinf[dB] bestemming [dB] woningen 55 68 andere 53 68 geluidgevoelige bestemmingen
2.1.2
Toetsingskaderplansituatie Hetbouwplanisgelegenbinnendegeluidzonevanhettraject371Hilversum–Bussumterhoogtevan kilometrering28087tot28185.Dezonebreedtebedraagtvoordittraject300meter.Indezinvanhet Besluitgeluidhinderheefthetplanbetrekkingopnieuwtebouwenwoningenenanderegeluidgevoelige bestemmingenlangseenbestaandespoorweg.Devoorkeursgrenswaardebedraagt55dBvoorde woningen.Demaximaaltoelaatbarehogeregrenswaardebedraagt68dB.
2.2
Weg
2.2.1
Algemeen DeWetgeluidhinder(Wgh)isalleenvantoepassingbinnendewettelijkvastgesteldezonevandeweg. Debreedtevandegeluidzonelangswegenisgeregeldinartikel74Wghenisgerelateerdaanhetaantal rijstrokenvandewegenhettypeweg(stedelijkofbuitenstedelijk).Deruimtebovenenonderdeweg behoorteveneenstotdezonevandeweg.Debetreffendezonebreedteszijnintabel2.2weergegeven. blad5van24
RapportAkoestischonderzoekbestemmingsplanLanggewenstteHilversum maart2011,revisie00
Tabel2.2Zonebreedtewegverkeer Aantalrijstroken Zonebreedte[m] Stedelijkgebied Buitenstedelijkgebied 5ofmeer 600 3ofmeer 350 3of4 400 1of2 200 250 HetstedelijkgebiedwordtindeWghgedefinieerdals‘hetgebiedbinnendebebouwdekomdochvoor detoepassingvandehoofdstukkenVIenVIImetuitzonderingvanhetgebiedbinnendebebouwde kom,voorzoverliggendbinnendezonevaneenautowegofautosnelweg’.Ditlaatstegebiedvaltonder hetbuitenstedelijkgebied. Binnendezonevaneenwegdienteenakoestischonderzoekplaatstevindennaardegeluidbelastingop debinnendezonegelegenwoningenenanderegeluidgevoeligebestemmingen.Bijhetberekenenvan degeluidbelastingwordtdeLdenwaardeindBbepaald. DeLdenwaardeishetenergetischennaardetijdsduurvandebeoordelingsperiodegemiddeldevande volgendedriewaarden: hetgeluidniveauindedagperiode(tussen7.00en19.00uur); hetgeluidniveauindeavondperiode(tussen19.00en23.00uur)+5dB; hetgeluidniveauindenachtperiode(tussen23.00en07.00uur)+10dB. DeberekendegeluidbelastingdientgetoetsttewordenaandegrenswaardenvandeWetgeluidhinder. Indiende(voorkeurs)grenswaardewordtoverschreden,dientbeoordeeldtewordenofmaatregelenter
beperkingvanhetgeluidmogelijkzijn.Alsmaatregelennietmogelijkzijn,dienteenhogeregrenswaarde tewordenvastgestelddoorhetcollegevanBurgemeesterenWethouders. Inartikel82envolgendewordendegrenswaardenvermeldmetbetrekkingtotnieuwesituatiesbij zones.Intabel2.3zijndezewaarden(voorkeursgrenswaardenendemaximaaltoelaatbarehogere grenswaarde)opgenomen. Tabel2.3Grenswaardenvoorwoningenlangseenbestaandeweg Statusvandewoning Voorkeursgrenswaarde Maximaleontheffing[dB] [dB] Stedelijk Buitenstedelijk nieuwtebouwenwoningen 48 63 53 vervangendenieuwbouw 48 68 58* nieuwtebouwenagrarischewoning 48 58 58 * :vervangendenieuwbouwlangsauto(snel)wegbinnenbebouwdekom63dB