CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Kavel naast Mout

GEMEENTERAAD 3 april 2024, gemeente HilversumBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Kavel naast Mout' (1407314)38.803 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Kavel naast Mout

Gemeente Hilversum Afdeling Beleidsontw ikkeling, team Advies

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doelstelling 1.3 Functie van het bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

5 5 5 5 6

Hoofdstuk 2 Begrenzing plangebied en vigerende bestemmingsplannen 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Vigerende bestemmingsplannen

7 7 7

Hoofdstuk 3 Karakteristieken plangebied 3.1 Ruimtelijke structuur 3.2 Wonen, werken en voorzieningen 3.3 Verkeer 3.4 Groen, blauw en natuur 3.5 Duurzaamheid en leefbaarheid 3.6 Cultuurhistorische waarden 3.7 Bodem en watersysteem 3.8 Kabels en leidingen 3.9 Veiligheid

9 9 10 11 12 12 13 14 16 16

Hoofdstuk 4 Relevante beleidskader 4.1 Rijk 4.2 Provincie 4.3 Regio 4.4 Gemeente

19 19 19 20 20

Hoofdstuk 5 Ruimtelijk plan 5.1 Ruimtelijk structuur 5.2 Wonen, werken en voorzieningen 5.3 Verkeer 5.4 Duurzaamheid en leefbaarheid 5.5 Archeologische waarden 5.6 Bodem en watersysteem 5.7 M.e.r. 5.8 Kabels en leidingen 5.9 Veiligheid

27 27 28 28 28 30 31 31 31 32

Hoofdstuk 6 Implementatie 6.1 Planmethodiek 6.2 Bestemmingsregeling 6.3 Handhaving 6.4 Economische uitvoerbaarheid 6.5 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

33 33 33 41 42 43

Bijlagen bij Toelichting

45

Bijlage 1

Akoestisch onderzoek

46

Bijlage 2

Luchtkwaliteitsonderzoek

127

vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies

2

Bijlage 3

Archeologisch onderzoek

156

Bijlage 4

Leidraad natuurinclusief bouwen

222

Bijlage 5

Voorwaarden Waterparagraaf

233

Bijlage 6

Bodemonderzoek

237

Bijlage 7

Collegebesluit 19 december 2023

300

Bijlage 8

Externe veiligheid

303

Regels

365

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

366 366 371

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4

Bestemmingsregels Gemengd - 1 Waarde - Archeologie - Na 1850 bebouwd gebied - Hoog/Middelhoog

372 372 374

Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels

376 376 377 379

Hoofdstuk 4 Artikel 8 Artikel 9

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

380 380 381

Bijlagen Bijlage 1

Modules Horeca

383 384

vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies

3

vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies

4

Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

In dit hoofdstuk zijn de aanleiding, doelstelling en functie van het bestemmingsplan opgenomen. In dit hoofdstuk staat ook de leeswijzer.

1.1

Aanleiding

Het bestemmingsplan 'Eurobioscoop' is op 27 januari 2016 door de raad vastgesteld. Onderdeel van het plangebied is een nog te ontwikkelen kavel direct aangrenzend bij foodhall Mout. Deze kavel is in eigendom van de gemeente. Op 27 juni 2023 heeft het college besloten deze kavel te verkopen ten behoeve van de realisatie van een bierbrouwerij en proeflokaal. Dit gebruik is al mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan 'Eurobioscoop'. Dit bestemmingsplan biedt evenwel verschillende diverse gebruiksmogelijkheden. Om te voorkomen dat de locatie anders wordt ontwikkeld op basis van de huidige ruime mogelijkheden is besloten het plan te herzien en de gebruiksmogelijkheden te beperken. De gebruiksbeperking is ook onderdeel van de gesloten koopovereenkomst. De gebruiksbeperking is verwerkt in voorliggend plan.

1.2

Doelstelling

Het doel van het bestemmingsplan is het tot stand brengen van een actueel planologische regeling die voorwaarden schept voor de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van het plangebied. Het bestemmingsplan is toetsingskader voor omgevingsvergunningen. Het voorliggende bestemmingsplan beperkt de in het bestemmingsplan 'Eurobioscoop' toegestane gebruiksmogelijkheden. De gewenste ontwikkeling tot bierbrouwerij en proeflokaal blijft toegestaan.

1.3

Functie van het bestemmingsplan

Het bestemmingsplan 'Kavel naast Mout' regelt de bestemmingen en het gebruik van de gronden voor het betreffende gebied. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (kaart), regels en een toelichting. De verbeelding en de daarop aangewezen bestemmingen en regels vormen tezamen het juridische plan. De plantoelichting heeft geen rechtskracht. De regels bestaan uit omschrijvingen van de in het plan vervatte bestemmingen, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven. In de toelichting worden de achtergronden en beweegredenen aangegeven die hebben geleid tot de bestemmingen. Een bestemmingsplan wordt met de daarbij behorende toelichting langs elektronische weg vastgelegd. Het bestemmingsplan wordt in die vorm vastgesteld. Een volledige papieren versie van het bestemmingsplan wordt gelijktijdig vastgesteld. Indien de inhoud van het langs elektronische weg vastgelegde bestemmingsplan na vaststelling en die van de papieren versie daarvan tot een verschillende uitleg aanleiding geeft, is de eerstbedoelde inhoud beslissend.

vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies

5

1.4

Leeswijzer

De toelichting is opgebouwd uit zes hoofdstukken. In het inleidende hoofdstuk is al ingegaan op de aanleiding, doelstelling en functie van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 2 wordt aangegeven waar het plangebied ligt en wat de exacte plangrenzen zijn. In hoofdstuk 2 wordt ook aangegeven welke bestemmingsplannen voor het plangebied gelden tot het verkrijgen van rechtskracht van het nieuwe bestemmingsplan. De hoofdstukken 3-5 vormen de kern van de toelichting. In hoofdstuk 3 worden de karakteristieken van het gebied beschreven. Dit is een beschrijving van de bestaande situatie. Relevante beleidskaders van Rijk, provincie/regio/waterschap en gemeente staan centraal in hoofdstuk 4. De voorgestane ruimtelijke ontwikkeling wordt behandeld in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de bestemmingsregeling, de (economische) en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Er wordt aangegeven hoe de regels gezien vanuit de toelichting gelezen moeten worden en hoe bij de formulering van de bestemming en de regels rekening wordt gehouden met de handhaafbaarheid daarvan. Deze paragraaf vormt de relatie tussen het juridische plan en de toelichting. De voor de locatie verrichte onderzoeken en ook de 'watertoets' zijn als bijlage opgenomen.

vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies

6

Hoofdstuk 2 Begrenzing plangebied en vigerende bestemmingsplannen 2.1

Begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen in het centrum van Hilversum en omvat het perceel direct ten noorden van Naarderstraat 8 (foodhall Mout) gelegen aan het Marktplein,kadastraal bekend onder gemeente Hilversum, sectie N, nummer 9497 (ged.). Het plangebied is aangeduid op afbeelding 1.

Afbeelding 1: Begrenzing plangebied

2.2

Vigerende bestemmingsplannen

Het plangebied maakt in z'n geheel onderdeel uit van het vigerende bestemmingsplan 'Eurobioscoop' dat door de gemeenteraad is vastgesteld op 27 januari 2016. Sinds de vaststelling van dit plan zijn 4 (paraplu)bestemmingsplannen (relevant voor het plangebied) in procedure gebracht, te weten: Paraplubestemmingsplan 'Regeling meervoudige bewoning', vastgesteld op 30 maart 2016. Met dit plan zijn alleen enkele planregels aangepast; 'Veegbestemmingsplan 2016', vastgesteld op 14 december 2016. Met dit parapluplan zijn onvolkomheden in diverse bestemmingsplannen hersteld; Paraplubestemmingsplan 'Flitsbezorging met darkstores', vastgesteld op 19 juli 2023. Dit plan reguleert de vestiging van flitsbezorging vanuit darkstores in Hilversum; Ontwerpbestemmingsplan 'Woningsplitsing en verkamering'. Dit plan bevat nadere regels om een vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies

7

woning te splitsen of te kameren.

Afbeelding 2: Verbeelding bestemmingsplan 'Eurobioscoop' met te ontwikkelen kavel aangeduid

vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies

8

Hoofdstuk 3

Karakteristieken plangebied

In dit hoofdstuk komt de huidige situatie van het plangebied 'Kavel naast Mout' aan de orde. Het plangebied ligt geheel in het plangebied van bestemmingsplan 'Eurobioscoop', vastgesteld op 16 januari 2016. Voor zover relevant is gebruik gemaakt van de teksten uit dit bestemmingsplan en/of wordt verwezen naar de voor bestemmingsplan 'Eurobioscoop' gebruikte (milieu)onderzoeken die nog relevant zijn voor deze planherziening. Het plangebied ligt in het centrum van Hilversum. Ten zuiden van het plangebied staat foodhall Mout.

3.1

Ruimtelijke structuur

In 1896 heeft de gemeente Hilversum het Marktplein met daarop onder andere het herenhuis 'Langgewenscht' met bijbehorend erf en enkele arbeiderswoningen aangekocht. Het terrein 'Langgewenscht' was eigendom van de familie De Rijk. Niet lang na aankoop door de gemeente Hilversum zijn de aanwezige opstallen gesloopt. Er werd een marktplein ingericht en er werd o.a. een gemeentewerf gerealiseerd. De warenmarkt werd vanaf de Groest verplaatst naar het Marktplein. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog is op het Marktplein een tijdelijke gaarkeuken geweest. In het oude pand van de voormalige Eurobioscoop aan de Naarderstraat zijn in het verleden onder andere het Casino Theater en de Nederlandse Seintoestellen Fabriek gevestigd. Het Grafisch Atelier was tot enkele jaren geleden gevestigd in een resterend pand van de oude gemeentewerkplaats, direct naast de oude Eurobioscoop.

3.1.1

Stedenbouwkundige structuur

Het Marktplein is al heel lang een grote open ruimte gelegen aan de noordzijde van de binnenstad en wordt al tientallen jaren gebruikt voor de warenmarkt. Behalve de grote pleinruimte ('Lang gewenscht') zijn de brinken op de kop van de Groest en bij de Naarderstraat van oudsher stedebouwkundig karakteristiek. Door de sloop van het voormalig Theater Achterom in de jaren negentig op de kop van de Groest is deze brinkruimte niet meer aanwezig en loopt de Groest ruimtelijk door in het Marktplein. Het naast het plangebied gelegen Marktplein wordt op woensdagen en zaterdagen gebruikt door de warenmarkt, die op dinsdagen en vrijdagen wordt opgebouwd. Tevens is er een parkeerterrein. Behalve de bebouwing van bioscoop Vue vormen twee grotere gebouwen/complexen aan de west- en noordzijde de pleinwanden van het Marktplein, zie hieronder.

Afbeelding 4 en 5 Bestaand complex met woningen

Appartementengebouw aan het Marktplein

Een grote attractiewaarde van het huidige Marktplein is de functie van de warenmarkt tweemaal per week en diverse evenementen die daar worden gehouden, bijvoorbeeld de kermis en manifestaties, zoals 'Hilversum Alive' en de start/finish van de Cityrun.

vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies

9

3.1.2

Groenstructuur, waterstructuur en verkeersstructuur

In het plangebied is geen groenstructuur aanwezig. Het is gelegen in stedelijk gebied, verhard en onbebouwd. Nabij het plangebied staan enkele solitaire bomen op en rondom het Marktplein. In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig en daardoor is er ook geen sprake van een waterstructuur. De verkeersstructuur rondom het plangebied is duidelijk. Alle wegen zijn eenrichtings gebiedsontsluitingswegen met een maximale snelheid van 50 km/uur. Daarnaast zijn er deels vrijliggende fietspaden aanwezig en liggen er langs de wegen trottoirs. Het plangebied wordt gebruikt voor het stallen van fietsen.

3.2

Wonen, werken en voorzieningen

In het plangebied is in de huidige situatie alleen (tijdelijke) opslag van foodhall Mout aanwezig met diverse fietststallingsvoorzieningen. Als gevolg van het plan zullen deze bestaande fietsstallingsplekken worden verwijderd. In de directe omgeving van het plangebied wordt gezocht naar een alternatieve locatie hiervoor. De bestemming van de planlocatie is in het bestemmingsplan 'Eurobioscoop' 'Gemengd-1'. Binnen deze bestemming zijn o.a. detailhandel, kantoor, dienstverlening, een onderneming in de creatieve industrie, culturele voorzieningen, wonen en bedrijven (categorie 1 en 2) toegestaan. Ook een bierbrouwerij en horeca zijn mogelijk. Onderstaand de verbeelding van bestemmingsplan 'Eurobioscoop'.

Afbeelding 6 Verbeelding bestemmingsplan 'Eurobioscoop' Daarnaast is het terrein in gebruik als verblijfsgebied.

vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies

10

Voorzieningen In de directe nabijheid van het plangebied ligt het centrum van Hilversum met vele centrumvoorzieningen.

Mout Ten zuiden van het plangebied is foodhall Mout aanwezig, gevestigd in de voormalige Eurobioscoop.

Bioscoop Aan de overzijde van het Marktplein is bioscoop Vue gerealiseerd en deze is eind 2014 in gebruik genomen.

Warenmarkt Op een deel van het Marktplein op het aansluitende gedeelte van de Groest wordt op woensdag en op zaterdag de warenmarkt gehouden. Deze markt heeft van oudsher een regionale verzorgingsfunctie. De warenmarkt draagt bij aan de aantrekkingskracht van de binnenstad van Hilversum en vormt een zelfstandige bezoekreden.

3.3

Verkeer

3.3.1

Autoverkeer

Het plangebied is gelegen aan de Naarderstraat. De Naarderstraat maakt deel uit van de noordoostelijke zijde van de Hilversumse binnenring. Deze weg is ingericht, conform de landelijke categorisering, als een eenrichtings gebiedsontsluitingsweg, hierbij hoort een maximum snelheid van 50 km/h. Tevens hoort bij een dergelijke categorisering dat het fietsverkeer wordt gescheiden van het gemotoriseerde verkeer.

Parkeren Naast het Langgewenst is een parkeerterrein.

Openbaar vervoer Het plangebied is uitstekend bereikbaar met het openbaar vervoer. Zo bevind het intercitystation Hilversum zich op circa 3 minuten loopafstand van het plangebied. Het busstation is gelegen bij dit treinstation.

3.3.2

Langzaam verkeer

Fietser Op het naastgelegen Marktplein is geen scheiding tussen het fietsverkeer en het gemotoriseerde verkeer. Dit geeft in de huidige situatie geen problemen. Zo hebben gemotoriseerd verkeer en langzaam verkeer voldoende ruimte om elkaar te ontwijken en is het Marktplein enkel toegankelijk voor bevoorradend verkeer ten behoeve van aanliggende voorzieningen, markten en evenementen. Op het omliggende wegennet, zoals de Naarderstraat, is het langzaam verkeer gescheiden van het gemotoriseerde verkeer.

vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies

11

Voetganger De wegen nabij het plangebied zijn allen voorzien van vrijliggende voetpaden.

3.4

Groen, blauw en natuur

3.4.1

Groen

Van openbaar groen in het plangebied is geen sprake. Het is in z'n geheel verhard.

3.4.2

Blauw

In de huidige situatie is in, of in de directe nabijheid van, het plangebied geen oppervlaktewater aanwezig. Ook zijn er geen waterkeringen of kunstwerken. Belangrijkste aandachtspunt is dat hemelwaterwater zoveel mogelijk lokaal wordt vastgehouden, hergebruikt en/of in de bodem wordt geïnfiltreerd.

3.4.3

Natuur

Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) of Natura 2000. Binnen de invloedssfeer van het plangebied komen ook geen NNN of Natura 2000 gebieden voor. Bomen en gebouwen in de omgeving van het plangebied zijn potentiele verblijfplaatsen voor vogels en vleermuizen.

3.5

Duurzaamheid en leefbaarheid

3.5.1

Duurzaamheid

Duurzaamheid is gericht op drie kwaliteitsaspecten: people, planet en profit/prosperity. De pijler 'people' richt zich op aspecten van sociale kwaliteit en proceskwaliteit: de leefbaarheid van de omgeving, sociale veiligheid en de betrokkenheid van bewoners, bedrijven en overheden (sociale duurzaamheid). De pijler 'planet' is direct gerelateerd aan de milieukwaliteit en thema's als energie, ecologie en water, maar ook aan gezondheid, verkeer en afval, en daarmee aan verschillende grote milieuproblemen zoals verlies aan biodiversiteit, klimaatsverandering, bedreigingen van de gezondheid en aantasting van de leefomgeving (fysieke duurzaamheid). Uitgangspunten zijn een brongerichte benadering, het sluiten van kringlopen en behoud en versterking van de kwaliteit van de leefomgeving. De pijler 'profit/prosperity' richt zich op de aanwezigheid van voorzieningen, voldoende werkgelegenheid en inkomensdifferentiatie en dragen bij aan het functioneren van de leefomgeving (economische duurzaamheid). De essentie van deze zogenaamde Triple P-benadering is een evenwichtige integrale ontwikkeling van de kwaliteitsaspecten. In de bestaande situatie gelden er op het gebied van duurzaamheid geen specifieke kwaliteiten.

vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies

12

3.5.2

Leefbaarheid

3.5.2.1 Geluid Een (geluids)zone is een aandachtsgebied waarbinnen, indien er geluidgevoelige bestemmingen zijn of kunnen worden gerealiseerd, moet worden getoetst aan de grenswaarden van de Wet geluidhinder (Wgh). Geluidgevoelige bestemmingen zijn onder andere woningen, scholen en gebouwen voor de gezondheidszorg. De voorkeursgrenswaarde voor geluidgevoelige bestemmingen ten gevolge van wegverkeerslawaai bedraagt 48 dB. De voorkeursgrenswaarde ten gevolge van spoorweglawaai bedraagt voor woningen 55 dB en voor andere geluidgevoelige gebouwen 53 dB. De regelgeving die betrekking heeft op geluidhinder staat in een aantal wetten. De Wgh voorziet in een zonering van wegen, spoorwegen en industrieterreinen waar 'grote lawaaimakers' zijn of kunnen worden gevestigd, en stelt eisen aan de geluidbelasting binnen de zones rond en langs die (spoor)wegen en industrieterreinen. De geluidhinder die afkomstig is van inrichtingen (met name bedrijven) wordt gereguleerd op basis van de Wm. Het plangebied ligt binnen de geluidzone van de spoorlijn Amsterdam - Amersfoort en binnen de geluidzones van diverse wegen. Ten behoeve van bestemmingsplan 'Langgewenst' heeft akoestisch onderzoek plaatsgevonden. Geoordeeld is dat geluidaspecten geen belemmering vormen voor de uitvoering van dat plan. Aangezien met voorliggend plan de mogelijkheden om geluidgevoelige bestemmingen (i.c.

woningen) te realiseren wordt uitgesloten, is de conclusie gerechtvaardigd dat geluidaspecten ook niet in de weg staan van voorliggend bestemmingsplan. Ter illustratie is het betreffende akoestisch onderzoek als Bijlage 1 opgenomen bij deze toelichting. 3.5.2.2 Lucht Sinds 15 november 2007 geldt de Wet luchtkwaliteit. Door deze nieuwe wetgeving kunnen kleine bouwprojecten doorgaan. Het gaat om projecten die de hoeveelheid fijn stof en stikstofdioxide in de lucht met maximaal 3% verhogen. Voor dergelijke projecten hoeft geen aanvullende maatregelen meer te worden genomen om de luchtkwaliteit op peil te houden. De wet legt tevens de basis voor een Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Projecten die passen in het programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de Europese normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De luchtkwaliteit van het plangebied is in maart 2011 onderzocht in het kader van het bestemmingsplan 'Langgewenst'. Geconcludeerd is dat er geen sprake is van overschrijding van de grenswaarden, er wordt voldaan aan de luchtkwaliteiteisen. Aangezien met voorliggend plan de mogelijkheden uit het bestemmingsplan 'Langgewenst' uit 2013 (en 'Eurobioscoop' uit 2016) aanzienlijk worden verminderd, is de conclusie gerechtvaardigd dat luchtkwaliteit ook geen belemmering vormt voor het voorliggende bestemmingsplan.

Ter illustratie is het betreffende luchtkwaliteitsonderzoek als Bijlage 2 opgenomen bij deze toelichting.

3.6

Cultuurhistorische waarden

Beschermde stads- en dorpsgezichten zijn aangewezen door de rijksoverheid op grond van de Monumentenwet 1988 en de Wet ruimtelijke ordening. Het betreft groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn vanwege hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang, dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde, en in welke groepen zich één of meerdere monumenten bevinden. Als een gebied is aangewezen als beschermd stads- of dorpsgezicht, dan dient dit in het bestemmingsplan opgenomen te zijn. Het plangebied is niet gelegen in een beschermd stads- of dorpsgezicht.

vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies

13

3.6.1

(Steden)bouwkundige waarden

Rijksmonumenten worden aangewezen op grond van de Monumentenwet 1988 en staan ingeschreven in het Monumentenregister. Provinciale monumenten worden aangewezen op basis van de provinciale monumentenverordening en zijn opgenomen op de provinciale monumentenlijst. Gemeentelijke monumenten zijn opgenomen op de gemeentelijke monumentenlijst en worden aangewezen op basis van de monumentenverordening Hilversum. Werelderfgoed - monumenten zijn opgenomen op de Werelderfgoedlijst van de Unesco. In het plangebied zijn geen monumenten aanwezig. De naast het plangebied gelegen foodhall Mout (Naarderstraat 8) heeft wel bouwhistorische waarde, mede door het bijzondere dak.

3.6.2

Archeologische waarden

Archeologisch erfgoed ligt meestal in de ondergrond verborgen. Om vast te stellen waar erfgoed ligt en of dit al dan niet behoudenswaardig is, is eerst inventariserend archeologisch vooronderzoek nodig. Dit inventariserende onderzoek bestaat uit bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek. Als regel geldt dat inventariserend archeologisch vooronderzoek overal verplicht is waar plannen met bodemingrepen worden voorgenomen. Dus daar waar bijvoorbeeld gebouwd, geheid, gegraven, opgehoogd, geplaveid of ontwaterd gaat worden. Vooronderzoek is daarentegen niet verplicht in delen van een plangebied waar de bestaande inrichting ongewijzigd gehandhaafd wordt, bijvoorbeeld een groenstrook die in de nieuwe inrichting behouden blijft en niet wijzigt. Archeologische onderzoek is een getrapt proces. Na het inventariserend onderzoek zal blijken of vervolgonderzoeken nodig zijn. Ten behoeve van de herziening van bestemmingsplan 'Langgewenst' uit 2012 heeft onderzoek plaatsgevonden vanwege de hoge archeologische verwachtingswaarde door de ligging nabij de 'oude' dorpskern. In 2007 heeft een archeologisch bureauonderzoek plaatsgevonden. In 2008 is een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) uitgevoerd. In 2009 is een Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven uitgevoerd op het Marktplein. Het onderzoek is als Bijlage 3 onderdeel van deze toelichting.

Conclusie van het Inventariserend Veldonderzoek is dat het onderzochte gebied betreffende het aspect archeologische waarden niet behoudenswaardig is. Vanwege de aanwezigheid van bebouwing was het niet mogelijk het gehele plangebied 'Langgewenst' te onderzoeken. Voor het plangebied is daarom de dubbelbestemming Artikel 4 Waarde - Archeologie - Na 1850 bebouwd gebied - Hoog/Middelhoog opgenomen. Dit is vastgelegd in de regels en op de verbeelding. Op de gronden gelegen binnen deze dubbelbestemming mogen geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken die daar ten behoeve van de andere aangewezen bestemmingen mogen worden gebouwd en/of uitgevoerd en die bouwwerken in de betreffende grond niet dieper dan 40 cm reiken en de omvang van het bouwwerk niet meer is dan 100 m². Voor het bouwen van grotere gebouwen en bouwwerken is voorafgaand archeologisch onderzoek nodig.

3.7

Bodem en watersysteem

3.7.1

Bodem

De provincie Noord-Holland heeft een bodemtoets ontwikkeld voor de afweging van bodemaspecten in bestemmingsplannen. Het gaat om de aspecten bodemopbouw, bodemkwaliteit, milieubeschermingsgebieden en archeologie. Deze aspecten zijn met uitzondering van archeologie opgenomen in deze bodemparagraaf. Archeologie is toegelicht in de voorgaande paragraaf 3.6.2. In deze paragraaf wordt ook het grondwatersysteem en daarin eventueel voorkomende verontreinigingen meegenomen.

vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies

14

Bodem De gemeente Hilversum maakt onderdeel uit van de geografische eenheid het Gooise stuwwallencomplex met onder andere fysisch geografische eenheden zoals stuwwallen. De bodem van Hilversum bestaat hoofdzakelijk uit matig fijne tot zeer grove zanden. De zanden maken deel uit van het water voerende pakket, dat haar basis heeft op een diepte van N.A.P. -160 meter. Naast de genoemde zanden bevat de bodem grindbestanddelen. Tot een diepte van 50 meter onder het maaiveld is gestuwd materiaal aanwezig. Hierin kunnen plaatselijk fijnzandige, lemige en slib houdende lagen voorkomen. De stuwwal is een inzijgingsgebied. Dit plangebied bestaat geheel uit zandige ondergrond. Functies en bestemmingen moeten afgestemd worden op de bodemopbouw. De bodemopbouw binnen het plangebied stelt echter geen bijzondere eisen aan de functies en bestemmingen. Aardkundige waarden De grote verscheidenheid en gaafheid van geografische verschijnselen maakt het stuwwallencomplex van het Gooi bijzonder. Eén van de speerpunten van het provinciale landschaps- en bodembeschermingsbeleid is het beschermen van onderdelen in het landschap, die iets vertellen over de geologische ontstaanswijze van een gebied. Hiervoor heeft de provincie Noord-Holland een lijst met gebieden met aardkundige waarden (aardkundig waardevol gebied) vastgesteld en vervolgens hieruit gebieden geselecteerd als aardkundig monument.

De aardkundige waardevolle gebieden zijn nu opgenomen in de provinciale structuurvisie en bijbehorende verordening en genieten als zodanig planologische bescherming. Een groot deel van het bijzondere stuwwallengebied is daarom door de provincie aangewezen als gebied met aardkundige waarden en de ongeroerde delen zijn zelfs aangewezen als aardkundig monument. Binnen het plangebied zijn evenwel geen aardkundige monumenten en aardkundig waardevolle gebieden aangewezen.

3.7.2

Watersysteem

Grondwaterbeschermingsgebied Ten zuidwesten van het plangebied is de grondwaterwinning Loosdrecht gelegen en ten noordoosten ligt de drinkwaterwinning Laren. Het grondbeschermingsgebied van deze grondwaterwinningen liggen in zijn geheel buiten het plangebied. Dit betekent dat binnen het gebied ten opzichte van de gebruikelijke zorgvuldigheid geen extra restricties gelden om de drinkwaterwinning te beschermen. Bodem- en grondwaterverontreiniging In de oudere wijken is naast de woonbestemming veel bedrijvigheid geweest, ook in de binnenstad. Als gevolg van het langdurige intensieve gebruik is de bovengrond in het centrum over het algemeen licht verontreinigd met PAK en zware metalen (en oplosmiddelen). Plaatselijk komen ernstige verontreinigingen voor. In het verleden zijn een aantal verontreinigingen reeds gesaneerd. De verontreinigingen zijn in beheer bij het Gebiedsgericht Grondwaterbeheer 't Gooi (GBG). Het plangebied valt in het deelgebied Hilversum. Het GBG heeft beheerplannen opgesteld per deelgebied met betrekking tot de verontreinigde grondwater. De gemeente heeft in 2008 een bodemfunctieklassekaart opgesteld. Op de bodemfunctieklassekaart wordt de gewenste bodemkwaliteit voor nu en toekomst binnen de gemeentegrenzen van Hilversum aangegeven.

Uitgangspunt is dat de klasse die aan een bepaald gebied wordt toegekend, overeenkomt met de gevoeligste bodemfunctie binnen het gebied. Het hele gebied is geclassificeerd als functie wonen. Grondwater Hilversum ligt op een stuwwal van het Gooi en is infiltratiegebied. Het maaiveld varieert in de binnenstad van 4,30 meter +NAP in het oosten (Stationsgebied) tot circa 11,00 meter +NAP in het westen (begin 's-Gravelandseweg en Vaartweg). Het eerste watervoerende pakket heeft haar basis op 160 meter minus maaiveld. In de zandige bodem stroomt het grondwater globaal genomen in westelijke richting. De minimale grondwaterstandsdiepte is 3,15 m onder het maaiveld bij het Stationsgebied. De vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies

15

grondwaterstandsfluctuatie bedraagt enkele meters. De grondwaterstanden kunnen in de toekomst stijgen door invloed van het klimaat en activiteiten in de regio zoals afname van drinkwaterwinningen en opzetten van polderpeilen (de laatste aan de westkant van Hilversum). Bij ondergrondse bouw moet rekening worden gehouden met de grondwaterstand. Kelders moeten waterdicht worden uitgevoerd, zodat de noodzaak tot het lokaal verlagen van de grondwaterstand wordt voorkomen. Bij de bepaling van de maximale grondwaterstand ten behoeve van ondergrondse bouw moet rekening worden gehouden met een marge als gevolg van toekomstige regionale grondwaterstandstijgingen. In de binnenstad is het grondwater op enkele plaatsen verontreinigd met zware metalen en VOCL (vluchtige organische chloorverbindingen). De verontreinigingen zitten o.a. bij het Stationsgebied Zuid. Bij nieuwe ontwikkelingen waarbij wordt ontwikkeld tot of in het grondwater moet hiermee rekening worden gehouden. Oppervlaktewater In de binnenstad is geen oppervlaktewater aanwezig. Om het lokaal verwerken van hemelwater te bevorderen zal bij nieuwe ontwikkelingen gestreefd moeten worden naar ruimte voor water, bijvoorbeeld wadi's in groenstructuren. Dit zullen geen permanente oppervlaktewateren zijn, deze wadi's lopen onder water bij veel regenval. Bestaand afwateringssysteem De binnenstad ligt in een gemengd gerioleerd gebied.

Dit houdt in dat het afvalwater en het hemelwater via het hetzelfde rioolsysteem wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuivering Hilversum-oost. Voor nieuw aan te sluiten bebouwing moet contact worden opgenomen met de gemeente. Het afkoppelen van hemelwater van dit systeem wordt bevorderd door bij nieuwe ontwikkelingen het hemelwater lokaal vast te houden, her te gebruiken en/of te infiltreren in de bodem. Berging kan plaats vinden op daken en in ondergrondse (infiltratie) voorzieningen. Hierbij moet voldoende bergend vermogen worden gecreëerd om het waterbezwaar te kunnen bergen en verwerken. De infiltreerbaarheid van de infiltratievoorzieningen moet goed worden bewaakt. Onderhoud aan de infiltratievoorzieningen is voor de perceelseigenaar. Bij de aanleg van parkeergarages moet bij de ingang een drempel worden aangelegd zodat tijdens heftige regenval het water niet direct de kelders in kan stromen. Hemelwater kwaliteit Om bodem- en grondwaterverontreiniging bij de infiltratiepunten op het eigen terrein te voorkomen is het belangrijk om geen onbehandeld koper, zink, lood, teerhoudende dakbedekking (PAK) en andere uitlogende (bouw)materialen toe te passen op oppervlakken/straatmeubilair die in aanraking komen met het regenwater. Daarnaast dient er géén gebruik te worden gemaakt van (chemische) onkruidbestrijdingsmiddelen.

De perceelseigenaar is verantwoordelijk voor de grondwaterkwaliteit onder het perceel en dus voor de kwaliteit van het infiltrerende hemelwater.

3.8

Kabels en leidingen

In het plangebied zijn geen ruimtelijk relevante kabels en/of leidingen gelegen.

3.9

Veiligheid

3.9.1

Fysieke veiligheid

De fysieke veiligheid betreft de bescherming van mens, dier en milieu tegen daadwerkelijke ongelukken. In de volgende paragraaf wordt het aspect ´externe veiligheid´ nader beschreven. Bij de huidige inrichting van het gebied rondom het plangebied is het plangebied goed bereikbaarheid

vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies

16

voor hulpdiensten, zijn er voldoende primaire en secundaire bluswatervoorzieningen en is het gebied voldoende verkeersveilig.

3.9.2

Externe veiligheid

Beleid en normstelling Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen.

Op basis van het Bevi geldt voor het PR rondom een risicovolle inrichting een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet aan deze normen worden voldaan. Het Bevi bevat geen grenswaarde voor het GR, wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied rondom de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde. Deze verantwoordingsplicht geldt zowel in bestaande als in nieuwe situaties. Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Basisnet in werking getreden. Het BEVT vormt de wet- en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Met het inwerking treden van het BEVT vervalt de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het BEVT en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties.

Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10-6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Hiermee wordt geanticipeerd op de beperkingen voor ruimtelijke ontwikkelingen die samenhangen met deze plasbrandaandachtsgebieden. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Besluit externe veiligheid buisleidingen Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen in werking getreden. In dat besluit

vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies

17

wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. Op advies van de minister wordt bij de toetsing van externe veiligheidsrisico's van buisleidingen al enkele jaren rekening gehouden met deze risicobenadering.

vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies

18

Hoofdstuk 4

Relevante beleidskader

In dit hoofdstuk is het relevante rijks-, provinciaal-, regionaal en gemeentelijk beleid ten aanzien van de ruimtelijke structuur en de functionele structuur opgenomen.

4.1

Rijk

4.1.1

Nationale omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van onze leefomgeving. Hiermee wil het Rijk inspelen op de grote uitdagingen zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. De NOVI geeft weer wat bij deze grote uitdagingen de nationale belangen zijn, welke keuzes het Rijk maakt en welke richting het Rijk meegeeft aan decentrale keuzes. Deze keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling over het landelijk gebied.

Het bestemmingsplan sluit goed aan op de prioriteiten die zijn genoemd in de NOVI, met name inzetten op duurzaam economisch groeipotentieel en sterke en gezonde steden.

4.2

Provincie

4.2.1

Omgevingsvisie Noord-Holland 2050

De Omgevingsvisie NH 2050 is op 19 november 2018 vastgesteld door Provinciale Staten van Noord-Holland. Centraal hierin staat de leefbare fysieke leefomgeving voor wonen, werken en recreëren nu en in de toekomst. Er wordt ingegaan op de (maatschappelijke) opgaven die op ons afkomen en hoe de provincie daar mee wil omgaan. De hoofdambitie is om te streven naar een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Als sturingsfilosofie hanteert de provincie daarbij 'lokaal wat kan en regionaal wat moet'. Daarbij staat de opgave centraal en bestaat een groot vertrouwen in de initiatiefnemers en andere overheden. De provincie is daarom terughoudend met het opstellen van regels.

Naast de hoofdambitie heeft de provincie enkele deelambities gesteld: Gezonde en veilige leefomgeving in de hele provincie: voldoen aan de basiskwaliteit is hierbij uitgangspunt Natuur en biodiversiteit: natuurinclusief ontwikkelen Duurzame en vernieuwende economie: houdt rekening met en bouwt voort op de kenmerken en karakteristieken van de locatie Toekomstbestendige landbouw in Noord-Holland: houdt rekening met behoud en versterking van biodiversiteit, bodem en waterkwaliteit Klimaatadaptatie: voldoende voorbereid zijn op wateroverlast, hittestress, verdroging, verzilting en de gevolgen van een overstroming Energietransitie: bijdragen aan klimaatdoelstellingen Ontwikkeling van stad en land: de woningbouwbehoefte wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends Metropoolregio Amsterdam: dynamiek in balans houden Noord-Holland Noord: ontwikkeling unieke kracht en kwaliteitsbalans behouden Voor een klein deel zijn deze ambities op het plangebied van toepassing. Het voorliggende

vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies

19

bestemmingsplan geeft hier invulling aan.

4.2.2

Omgevingsverordening NH2020

De provincie Noord-Holland wil met de Omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Nieuwe ontwikkelingen van woningbouw en voorzieningen worden geconcentreerd in kernen, passend bij de rol van de kernen in het regionale netwerk. Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken (artikel 6.3). Daarnaast moet een ruimtelijk plan rekening houden met de risico's ten aanzien van klimaatverandering (wateroverlast, overstroming, hitte en droogte) (artikel 6.62). Aangezien het plan in feite de planologische mogelijkheden beperkt is het bestemmingsplan niet in strijd met de instructieregels uit de Omgevingsverordening NH2020.

4.3

Regio

4.3.1

Retailvisie Gooi en Vechtstreek

De regio is het meest gebaat bij een goed functionerende en aantrekkelijke detailhandelsstructuur. Om deze te bewerkstelligen c.q. te behouden moeten er keuzes gemaakt worden. De visie en beleidslijn die voor de hoofdstructuur wordt gevolgd is: Het centrum van Hilversum vormt het recreatieve winkelhart van de regio met de (inter)nationale ketens. Die positie dient te worden versterkt, ook door gedoseerd ruimte te maken voor leisure (o.a. horeca en cultuur) en andere functies met een regionale reikwijdte. Nieuwe initiatieven die bijdragen aan de versterking van centrum Hilversum als het regionale centrum kunnen dan ook worden gehonoreerd, mits ze geen afbreuk doen aan de opgave het centrum niet alleen sterker, maar ook compacter te maken. Het voorliggende plan past binnen de beleidslijn van de retailvisie.

4.4

Gemeente

4.4.1

Structuurvisie Hilversum 2030

Op 15 mei 2015 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie Hilversum 2030 vastgesteld. Deze visie schetst het beeld van Hilversum in 2030. Hilversum werkt constructief mee aan initiatieven vanuit de samenleving. Tenzij bijvoorbeeld zwaarwegende maatschappelijke belangen en/of te verwachten hinder voor bewoners zich hier tegen verzet. Hilversum wil flexibel zijn en energie steken in oplossingen. Uitgangspunt is ontwikkelend beheren. Dit is een duurzame manier van stedelijke vernieuwing. Hierbij zijn (vaak kleinschalige) ontwikkelingen en beheermaatregelen organisatorisch en financieel in één proces ondergebracht. Deze aanpak maakt het mogelijk op ontwikkelingen in de samenleving te reageren en anticiperen. De gemeente ziet voor zichzelf een regierol. Speerpunten van de visie zijn: goede woongemeente; groen buitengebied; centrumgemeente;

vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies

20

mediastad & creatieve sector; stedenbouw & architectuur. In 2030 is Hilversum een gewilde en aantrekkelijke plaats om in te wonen. Hilversum heeft voor elk wat wils, van dorps en lommerrijk tot meer groen stedelijk en centrumstedelijk. Ook wat de betaalbaarheid van woningen betreft, valt er in Hilversum veel te kiezen. De meeste voorzieningen liggen op fietsafstand. De ligging van Hilversum in het groen is in 2030 een van de belangrijkste kwaliteiten. Als een groene jas liggen de natuurgebieden rond Hilversum. De kostbare natuur is beschermd. Alle omliggende natuurgebieden zijn overgedragen aan natuurorganisaties. Deze natuurgebieden hebben de status van Nationaal Park (de Gooise Heuvelrug). In 2030 is Hilversum de centrumgemeente van het Gooi met een aantrekkelijk bruisend stadscentrum. In de afgelopen jaren is er veel gebeurd. In het centrum is een breed aanbod aan winkels, een levendige warenmarkt, evenementen en een gezellig horeca- en cultureel aanbod te vinden. Dit bruisende centrum is aantrekkelijk voor alle inwoners van Hilversum. Maar het is ook een trekker voor mensen uit omliggende gemeenten en toeristen. De pleinen in het centrum en de parken daaromheen zijn levendige plekken, die uitnodigen voor ontmoeting en verblijf. In 2030 is Hilversum de Mediastad van Nederland. De creatieve sector in Hilversum zorgt voor veel werkgelegenheid.

De rode draad door deze sector is het gebruik van beeld en geluid. Deze komen in verschillende vormen en via verschillende kanalen bij de consument terecht, zoals via tv, openbare ruimte, mobiele telefoon, radio, games, sites, kabel, animatie, design en kunstinstallaties. Voortdurend is door de sector ingespeeld op de snelle technologische ontwikkelingen, zoals de digitalisering van de samenleving. In 2030 staat Hilversum bekend om zijn hoogwaardige stedenbouwkundige, architectonische en landschappelijke kwaliteiten. De tuinstadgedachte en het beëindigingsplan van Dudok zijn hierbij als vertrekpunt genomen. Sterke punten in de stad zoals prachtige (monumentale) gebouwen, (omroep-)complexen en industrieel erfgoed maar ook groene plekken, parken en vijvers zijn met elkaar verbonden. De harmonieuze groene overgangen tussen stad en omliggende natuurgebieden zijn zichtbaar en voelbaar gemaakt. In de woongebieden zijn de bestaande karakteristieken, woonmilieus en kwaliteiten per wijk behouden. Er is in deze gebieden niet of nauwelijks ruimtelijk verdicht. Ruimtelijk en historisch gezien zou dit ook niet logisch zijn geweest. Diverse gebouwen hebben een andere functie gekregen, bijvoorbeeld kantoorpanden die zijn omgebouwd naar woningen. Uitbreidingen, verdichtingen en schaalsprongen zijn voornamelijk in de dynamische gebieden gerealiseerd.

Het bestemmingsplan past in de ambitie waarin Hilversum de centrumgemeente van het Gooi is met een aantrekkelijk bruisend stadscentrum.

4.4.2

Gebiedsagenda centrum Hilversum

De Gebiedsagenda is in 2022 door de raad vastgesteld. De ambitie voor 2030 is o.a. dat het centrum van Hilversum een fijne plek is om te winkelen, ontmoeten, werken, wonen en recreëren. Het centrum is een gebied voor en van alle Hilversummers en bezoekers uit de regio. Hier komen mensen bijeen om elkaar te ontmoeten, een bezoek te brengen aan de winkels, culturele voorzieningen of horeca, een dagje of avond uit te gaan en te ontspannen. Tegelijkertijd is er de (boven)regionale aantrekkingsfunctie voor bezoekers van buiten Hilversum die het centrum ook waarderen. Voor het goed functioneren van het centrum is het belangrijk dat de recreatieve winkels, zoals mode en luxe, zo veel mogelijk worden gesitueerd in het hoofdwinkelgebied. Dit valt te combineren met horeca en cultuur. De entreegebieden kunnen een bredere functie hebben: voor dagelijkse winkels, (commerciële) diensten, maatschappelijke functies, cultuur en kantoren/bedrijvigheid. In de gebiedsagenda heeft het Marktplein een aanduiding voor 'horeca en /foodcourt / terras'. Daarmee past het voorliggende bestemmingsplan goed binnen de ambitie van de Gebiedsagenda.

vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies

21

Afbeelding 7 Fragment 'Compact centrum', p.26 Gebiedsagenda

Afbeelding 8 Fragment 'Compact centrum', p.26 Gebiedsagenda

4.4.3

Welstandsnota

De Welstandsnota is door de raad vastgesteld met als doel vooraf helderheid te bieden over de welstandscriteria die door de gemeente worden gehanteerd bij het beoordelen van bouwinitiatieven. Hierbij staat behoudt van de bestaande kwaliteiten voorop. Het is belangrijk dat bestemmingsplan en de Welstandsnota goed op elkaar zijn aangesloten. Ten behoeve van de herontwikkeling van de Eurobioscoop is een beeldkwaliteitsplan opgesteld dat tegelijkertijd met het bijbehorende bestemmingsplan de planprocedure heeft doorlopen. Het beeldkwaliteitsplan is op hetzelfde moment met het bestemmingsplan 'Eurobioscoop' door de raad

vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies

22

worden vastgesteld als toetsingskader voor omgevingsvergunningaanvragen. Dit beeldkwaliteitsplan is indertijd evenwel opgesteld met een andere invulling van de kavel in gedachten dan een bierbrouwerij en proeflokaal. Het beeldkwaliteitsplan voorziet o.a. in 2 panden met een zadeldak naast foodhall Mout. Om deze reden sluit dit beeldkwaliteitsplan niet meer goed aan bij de gewenste invulling van het plangebied.

Afbeelding 9 en 10 Afkomstig uit beeldkwaliteitsplan 'Voormalige Eurobioscoop en omgeving' (2016)

Afbeelding 11 Visualisatie afkomstig uit beeldkwaliteitsplan 'Voormalige Eurobioscoop en omgeving' (2016) De welstandscriteria zoals opgenomen in de paragraaf deelgebied Centrum (deelgebied Oostrand) in de geldende 'Welstandsnota gemeente Hilversum versie 2022' bieden wel voldoende passende stedenbouwkundige en architectonische eisen voor de welstandsbeoordeling van de voorgestane ontwikkeling. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten (CRKenM) heeft dit in een voorbespreking bevestigd. Het vaststellen van welstandseisen is een bevoegdheid van de raad, net als het vaststellen van bestemmingsplannen. Om deze reden zal de raad worden voorgesteld de huidige Welstandsnota te laten vaststellen als toetsingskader voor omgevingsvergunningaanvragen binnen het plangebied. De

vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies

23

CRKenM heeft aangegeven dit voorstel tot aanpassing van het toetsingskader te ondersteunen.

4.4.4

Structuurvisie Archeologie 'De ondergrondse stad'

De gemeente Hilversum heeft het archeologisch erfgoed en mogelijke verstoringen daarvan in kaart gebracht. Op 11 mei 2011 heeft de gemeenteraad de met Structuurvisie Archeologie ‘De ondergrondse stad’ ingestemd. Een belangrijk uitgangspunt is daarbij dat de verstoorder betaalt. ‘De ondergrondse stad’ is een logisch gevolg van internationale afspraken over behoud en bescherming van het archeologisch erfgoed die al in 1992 in het Europese Verdrag van Malta werden gemaakt en in 2006 zijn verankerd in nationale wetgeving. Als gevolg van deze afspraken gaat de gemeente de kennis over de ontwikkeling van het landschap en de bewoningsgeschiedenis gebruiken om vindplaatsen van archeologisch erfgoed in kaart te brengen. Inmiddels is een archeologische beleidskaart ontwikkeld die het mogelijk maakt archeologisch onderzoek in te plannen. Wanneer sprake is van verstoring van de bodem (bijvoorbeeld bij bebouwing) dan stelt de archeologische beleidskaart (en bijbehorende regels) de initiatiefnemer in staat om te beoordelen waar onderzoek moet plaatsvinden. Allereerst wordt onderzocht of erfgoed aanwezig is, vervolgens om welk erfgoed uit welke periode het gaat. Uiteindelijk wordt het erfgoed opgegraven, worden de sporen van bewoning en gebruik vastgelegd en dienen de voorwerpen als illustratiemateriaal voor de geschiedenis van Hilversum.

In paragraaf 5.5 van deze toelichting is opgenomen op welke wijze is omgegaan met archeologie in het plangebied.

4.4.5

Groenbeleidsplan Hilversum 2030

Kenmerkend voor Hilversum is haar groene karakter. Het beleid is er op gericht deze kwaliteit te behouden en verbeteren, bijvoorbeeld door fraai aangelegde groene routes die dwars door de stad lopen. Zo kan iedereen hier met plezier blijven wonen en werken. Het plan beschrijft hoe het groen in Hilversum wordt uitgebreid, ingericht en onderhouden. Het groenbeleidsplan Hilversum 2030 is een integrale visie op al het groen binnen de gemeente. Er zijn vier speerpunten: Behoud en versterking natuurgebieden in het buitengebied; Verbetering samenhang tussen stadsrand en buitengebied; Inzetten op kwaliteit en beleving van groen in de stad; Mensen betrekken bij groen en profileren Hilversum als groene stad. De speerpunten zijn uitgewerkt in maatregelen voor de korte, middellange en lange termijn. In het plan wordt ook voor alle soorten groen in Hilversum beschreven wat er waar moet komen. Deze streefbeelden zijn van belang bij toekomstige ontwikkelingen. Het Groenbeleidsplan omvat dus de groene randvoorwaarden en ambities voor alle gebieden. Tevens zijn per wijk de kansen en bedreigingen op dit gebied benoemd.

vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies

24

4.4.6

Leidraad natuurinclusief bouwen

De biodiversiteit in Nederland neemt al decennia lang af. Dat geldt voor biodiversiteit buiten de stad, maar ook voor biodiversiteit binnen de stad. De stad heeft zijn eigen ecosysteem van planten- en diersoorten die zich hebben aangepast aan het leven in een dicht bebouwde omgeving. Als gezegd staat de leefomgeving van veel gebouwbewonende diersoorten onder druk door het verlies aan verblijfplaatsen door sloop, nieuwbouw, renovatie en isolatie. Ook de leefomgeving van deze soorten wordt steeds kleiner door de toename van verharding in de openbare ruimte en in particuliere tuinen en de afname van de hoeveelheid en diversiteit aan groen. Gevolg is dat dier- en plantensoorten verdwijnen en dat het ecosysteem van de stad uit balans is. Door het ontbreken van natuurlijke vijanden krijgen plaagdieren zoals de eikenprocessierups vrij spel en door het gebrek aan variatie in beplanting zijn verschillende boomsoorten vatbaar voor diverse ziektes. Willen we het tij keren dan zullen we moeten investeren in het herstellen van de natuurlijke balans in de stad. Voor de gebouwbewonende diersoorten betekent dat meer verblijfplaatsen maken en de leefomgeving beter geschikt maken. Dit is een bredere aanpak dan de Wet natuurbescherming (Wnb).

De Wnb is gericht op bescherming van het individu en niet op de leefomgeving van de populatie als geheel: worden er voor een vergunningaanvraag geen beschermde diersoorten aangetroffen dan hoeven er ook geen maatregelen te worden genomen. Het uiteindelijke resultaat is dat er potentiële nest- en verblijfplaatsen verloren gaan zonder dat deze worden gecompenseerd. De benadering is om maatregelen voor gebouwbewonende diersoorten te stimuleren zodat we het plangebied voor de gehele populatie beter maken. Diersoorten zullen daardoor minder kwetsbaar worden voor veranderingen in hun leefomgeving als gevolg van bijvoorbeeld bouwwerkzaamheden. Overigens moeten werkzaamheden altijd voldoen aan de Wnb. Tot slot profiteren ook de inwoners van Hilversum mee. Een natuurlijke, biodiverse woonomgeving is immers een prettiger en gezonder woonomgeving. Niet voor niets heeft het burgerpanel in een peiling over de Omgevingsvisie aangegeven dat het vergroten van de biodiversiteit met afstand het belangrijkste onderwerp is. Bij de ontwikkelingen in het plangebied wordt natuurinclusief bouwen als randvoorwaarde opgenomen. Bij het stellen van de randvoorwaarden wordt gebruik gemaakt van Bijlage 4 Leidraad natuurinclusief bouwen. In de regels is een 'dynamische verwijzing' opgenomen. Indien de leidraad wijzigt dan zal deze 'automatisch' ook gelden voor dit bestemmingsplan.

Op deze wijze is het meest actuele beleid automatisch van toepassing.

4.4.7

Transitievisie Warmte

De gemeente heeft de ambitie om in 2040 aardgasvrij te zijn en in 2050 klimaatneutraal. In het Klimaatakkoord is zij aangewezen als regisseur van de warmtetransitie voor de gebouwde omgeving. Daar ligt de grootste opgave voor CO2-reductie. Om te komen tot een aanpak voor deze transitie is de Transitievisie Warmte opgesteld. De benadering van deze visie gaat er vanuit dat de verduurzaming van de gebouwde omgeving in Hilversum het meest gebaat is bij een individuele aanpak, die woningeigenaren in staat stelt om op het moment dat hen het beste past de maatregelen te nemen die specifiek voor hun woning en gezinssituatie het beste resultaat opleveren. De gemeente kiest er dan ook voor om haar inwoners individueel te faciliteren bij het verduurzamen van hun woning. Vanuit haar rol als regisseur stuurt de gemeente hier op aan de hand van enkele uitvoeringslijnen. Gezien de grote, complexe opgave van de warmtetransitie sluiten we graag aan bij initiatieven uit de samenleving en benutten we kansen die zich voordoen vanuit andere opgaven in Hilversum. Gebiedsontwikkeling biedt kansen om verder toe te werken naar een duurzaam gebouwde omgeving. Daarom heeft de gemeente een verkenning uit laten voeren naar de manier waarop ambities op het gebied van de warmte- en circulaire transitie kunnen worden meegenomen in gebiedsontwikkelingen.

De ontwikkelingen in het Stationsgebied en 1221 gaven een directe aanleiding en behoefte om invulling te

vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies

25

geven aan circulair materiaalgebruik en de energievoorziening. Het ontbreekt aan een duidelijk beleidskader hiertoe. De richtlijnen die voortkomen uit de verkenning zijn ter inspiratie en om ervaring mee op te doen binnen projecten ten behoeve van gebiedsontwikkeling Hilversum breed. Bij ontwikkelingen in de gebouwde omgeving zullen de wettelijke eisen van aardgasvrij en de BENG-norm (Bijna Energie Neutrale Gebouwen) als uitgangspunt gehanteerd worden. Daarnaast dient de Transitievisie Warmte als beleidskader en zijn er richtlijnen voor ontwikkelaars om toe te kunnen werken naar een duurzame gebouwde omgeving.

4.4.8

Gemeentelijk watermanagementplan 2021 - 2026

Het gemeentelijk watermanagementplan beschrijft de visie op de watertaken, met welke ambitie de opgaven worden ingevuld, de uit te voeren maatregelen, welke eisen aan de uitvoering daarvan worden gesteld en welke personele en financiële middelen daarvoor nodig zijn. De visie van Hilversum op de gemeentelijke watertaken is grotendeels een voortzetting van het huidige beleid, gericht op uitvoering van de gemeentelijke watertaken en instandhouding van de huidige toestand en goede werking van de riolering. Stevige versterkingen van de visie ten opzichte van voorgaande rioleringsplannen zijn ten aanzien van de maatschappelijke en bestuurlijke opgaven voor klimaatadaptatie en de extra inzet op duurzaamheid. De visie heef de volgende speerpunten: Gezonde en veilige leefomgeving met hoge ruimtelijke kwaliteit; Klimaatbestendig Hilversum; Duurzaam Hilversum; Slim koppelen met andere ruimtelijke/maatschappelijke opgaven; Communicatie met bewoners, bedrijven en andere beheerders Om de hoeveelheid water op straat op relatief korte termijn hier te verminderen zijn in het Watermanagementplan 2021 - 2026 drie opgaven opgenomen: Het afkoppelen van alle grote dakoppervlakken van het riool, het hemelwater dat afvoert van deze daken komt dan niet langer in het riool maar wordt lokaal opgevangen en geïnfiltreerd.

Het aanleggen van een extra waterberging in het centrum of postcodegebied 1221 die vol kan lopen bij hevige regen. Uit nader onderzoek/monitoring moet blijken waar en hoe de waterberging het beste kan functioneren. Bij nieuwbouw/nieuwe ontwikkelingen moet al het water lokaal binnen de ontwikkeling worden opgevangen, vastgehouden en geïnfiltreerd. Het hemelwater van deze oppervlakken voert niet meer af naar het rioolstelsel, waardoor krapte afneemt. Het bestemmingsplan houdt rekening met het gemeentelijk watermanagementplan door nieuwe initiatieven hieraan te toetsen. Daarnaast is er in het plan een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten aanzien van waterinfiltratie, waarin geregeld is bij nieuwbouw, renovatie en uitbreiding van verharding in het belang van de hydrologische situatie ter plaatse voldoende ruimte gereserveerd voor het bergen en infiltreren van hemelwater binnen de (toekomstige) eigendomsgrenzen van het perceel. Hiermee wordt bijgedragen aan een klimaatbestendig Hilversum.

vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies

26

Hoofdstuk 5

Ruimtelijk plan

In dit hoofdstuk komt de toekomstige situatie aan de orde.

5.1

Ruimtelijk structuur

5.1.1

Stedenbouwkundige structuur

Op stedenbouwkundig niveau speelt foodhall Mout een belangrijke rol bij het heringerichte Marktplein. De voormalige Eurobioscoop vormt een stedenbouwkundige scheiding tussen het plein en het brinkje bij de Naarderstraat. Door kleinschalige nieuwbouw toe te voegen naast de voormalige Eurobioscoop zal deze stedelijke scheiding worden hersteld en versterkt. De foodhall heeft zowel functioneel als ruimtelijk een prominente rol aan het Marktplein en aan de Naarderstaat en vormt een belangrijk stedenbouwkundig element gezien vanaf de Groest.

Afbeelding 12 Relatie bebouwing vml. Eurobioscoop met omgeving (afkomstig uit beeldkwaliteitsplan 'Voormalige Eurobioscoop en omgeving' (2016)) Met nieuwe bebouwing aan de noordzijde van de bestaande foodhall zal de pleinwand van de oorspronkelijke driehoekige brink worden hersteld, zoals deze in het verleden ook aanwezig was. Hierdoor ontstaat er weer een herkenbare brinkruimte. Deze bebouwing is ondergeschikt aan het volume van de voormalige Eurobioscoop. De goothoogten zijn vastgesteld bestemmingsplan Kavel naast Mout team Advies

27

maximaal 6 meter en de nokhoogte maximaal 10 meter.

5.2

Wonen, werken en voorzieningen

In het voorliggende bestemmingsplan worden de bestaande planologisch-juridische mogelijkheden van het bestemmingsplan 'Eurobioscoop' beperkt. Voorheen waren functies als wonen, kantoren, dienstverlening, (creatieve) bedrijvigheid, detailhandel en culturele voorzieningen toegestaan. Deze mogelijkheden zijn verwijderd zodat alleen nog een bierbrouwerij en proeflokaal is toegestaan. Dit gebruik was (ook) al toegestaan in het bestemmingsplan 'Eurobioscoop'.

5.3

Verkeer

Ontsluiting Het plangebied is goed bereikbaar vanaf de centrumring, de Naarderstraat en de Koninginneweg. De verkeersaantrekkende werking vanwege de herontwikkeling kan makkelijk worden opgevangen door deze ontsluitende wegen. De raad heeft besloten om de centrumring om de Markt heen te leggen en de Stationsstraat autovrij te maken. Door het verleggen van de centrumring van de Stationsstraat naar de Koninginneweg, Schoolstraat en het Langgewenst ontstaat er een route om het Marktplein heen. Met de aanpassing van de centrumring wordt de bereikbaarheid van het centrum en het station flink verbeterd. Parkeren Parkeervoorzieningen zijn ruimschoots aanwezig in de directe nabijheid van het plangebied, het centrum van Hilversum. Er zijn zowel voorzieningen op straat als in de verschillende parkeergarages. Vanwege de beschikbaarheid van voldoende parkeergelegenheid in de directe nabijheid van het plangebied en het ontbreken van ruimte voor parkeren 'op eigen terrein' is zijn geen parkeernormen in de planregels opgenomen waaraan toekomstige omgevingsvergunningaanvragen moeten voldoen. Dit sluit aan bij bestemmingsplan 'Eurobioscoop' waarin dit al was bepaald. Openbaar vervoer Het plangebied is uitstekend bereikbaar met het openbaar vervoer. Zo bevind het intercitystation Hilversum, inclusief busstation, zich op circa 3 minuten loopafstand van het Marktplein.

Langzaam verkeer Op het omliggende wegennet is het langzaam verkeer gescheiden van het gemotoriseerde verkeer. Het plangebied is goed bereikbaar per fiets.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=fa4361ee-f17a-466d-a392-cf91224a323e