42. Collegebrief inzake Naleefonderzoek en Antenneonderzoek
Tekst van het document
VI BIJLAGEN
moedwillig naar gedragen”, zegt hij. Deze houding ziet hij bij de fatbikers in Huizen die als ‘kutmarokkanen’ door het leven gaan. Hun mentaliteit is wij-tegen-zij. Gangsterrap is hun wapen waarmee ze zich als protest 20
I SAMENVATTING
identificeren. Michel probeert die boosheid om te buigen. “Als je je verder wilt ontwikkelen moet je toch een andere toon aanslaan”, vindt hij. Hij begrijpt wel waar de woede vandaan komt. Ze gaan naar een witte school, voelen zich daar onbegrepen en ter compensatie hemelen ze criminaliteit op. “Grootspraak is het vaak. Waarom zou je dat willen doen? Je zit alleen maar elkaar in de weg.“ Hij vertelt ze dat slechts één op de vijftig het gaat maken in de criminaliteit. De rest komt vroeg of laat in de problemen. Hij hoopt dat deze waarschuwing bij ze doordringt.
II DE ANTENNE MONITOR
Tessa (docent) zegt dat haar school voor veel leerlingen de laatste strohalm is. Maar ook in het besef dat ze niet allemaal zullen slagen. Deze leerlingen krijgen begeleiding bij het zoeken naar werk. “De school is een marteling voor sommigen, maar succesmomentjes kunnen er ook voor zorgen dat leerlingen meer zelfvertrouwen krijgen.” Er zijn ook jongeren die voor het snelle geld gaan. Voor hen is de school niet aantrekkelijk omdat ze geloven dat het ‘grote geld’ ergens anders ligt. Bij veel leerlingen is er een ring van hulp en buddycoaches die in contact staan met de school. Belangrijk in de contacten met reclassering,
dezelfde lijn zitten. 1.2.1
Leefgebieden en risicofactoren
De professionals hebben zicht op verschillende probleemvelden waar jongeren mee worden geconfronteerd.
III PANEL RISICOJONGEREN
voogden (van gezinnen) en therapeuten is dat de school en hulpverlening in gesprekken met jongeren op
Voor meer duiding bij het middelengebruik worden panelleden daarom bevraagd over risicofactoren in de directe woonomgeving (o.a. thuis, woonbuurt) en in de sociale omgeving van jongeren (o.a. vriendenkring, straatgroep, uitgaansgelegenheden). Er zijn ook jongeren met psychosociale problematiek. IV SURVEY UITGAANDERS
Directe woonomgeving
Een deel van de jongeren leidt onder spanningen in de thuisomgeving (o.a. scheiding ouders, ruzies, armoede, huiselijk geweld, gebrekkige opvoeding) die verergerden tijdens de coronaperiode. Een deel van hen is thuisloos omdat de wachtlijst voor begeleid wonen lang is. Het ontwikkelen van vluchtgedrag is een reactie die professionals herkennen. Boosheid kan leiden tot meer riskant gedrag. Jongeren kunnen ook in de negatieve invloedsfeer komen van criminaliteit. Tessa heeft als docent het meeste contact met ouders en merkt als het thuismilieu niet optimaal is. Ouders kampen nog wel eens met opgroeiende pubers. Maar het
‘gestapelde problematiek’ en speelt er meer in het gezin dan bij de jongere alleen. “Wij horen veel van
V MARKT
komt ook voor dat een van de ouders verslaafd is, in detentie zit of gewelddadig is. Vaak is er sprake van een
jongeren. Als een ouder uitlegt waarom zijn zoon er niet was, weten wij vaak dat er meer aan de hand is.” Ook Daan (preventiewerker) heeft een beeld van de groep waar hij individuele gesprekken mee voert over de risico’s van middelengebruik. “Er gebeurt veel in gezinnen. Vaak is weinig aandacht voor de zorgen van kinderen. Ouders zijn hulpverleningsmoe. Soms zie je KOPP/KOV-problematiek.21 Ouders zijn zich niet altijd bewust van de schadelijkheid van alcohol en roken VI BIJLAGEN
21
KOPP/KOV staat voor Kinderen van Ouders met Psychische Problemen (KOPP) en Kinderen van Ouders met Verslavingsproblemen (KOV). 21
zus of broer kan een negatieve invloed hebben.“ (Daan, preventiewerker)
I SAMENVATTING
en pushen kinderen al op vroege leeftijd om mee te doen. Dit zie je ook bij gezinnen in hogere klassen. Ook een oudere
Sociale omgeving
De sociale omgeving (of milieu) is het geheel van sociale, culturele, economische en religieuze factoren die invloed hebben op het gedrag en welbevinden van jongeren. Familieachtergrond, vriendengroep of sociale II DE ANTENNE MONITOR
klasse zijn belangrijke determinanten. Professionals werken met jongeren die opgroeien in een arm milieu, maar ook (hoewel minder) met jongeren uit rijkere milieus. Het contact met jongeren is door de voortschrijdende digitalisering minder intensief; de straten zijn leger geworden.22 Een deel maakt zijn opwachting richting criminaliteit. Het verlangen naar status kan een giftige uitwerking hebben. Er zijn groepen waarin je pas meetelt als je kan pronken met een fatbike. Michel ziet ze al bij 12-jarigen, terwijl hun ouders niet vragen hoe ze daaraan gekomen zijn. Bij de ‘artistiekelingen’ speelt dit niet. “Die rijden op afgetrapte brikkies.” Vooral de groep first offenders heeft de aandacht, omdat zij potentieel aansluiting
die makkelijker zijn te beïnvloeden. Loïs’ zorg betreft vooral kinderen met leerproblemen die slachtoffer worden. “Er wordt moedwillig ingespeeld op hun naïviteit en spontaniteit. Ze staan hun simkaart af of worden loopjongen van een foute opdrachtgever.” Maar het tij kan zich ook ten goede keren wanneer ‘ex-boefjes’ hun knopen tellen en overstappen op legale activiteiten waarmee je geld kunt verdienen, zoals ex-panellid Nouri
III PANEL RISICOJONGEREN
kunnen gaan zoeken bij jongeren met een vergelijkbare problematiek. In de sociale omgang zijn er jongeren
in 2023 betoogde. Je kunt ook succesvol zijn als je niet gestudeerd hebt. Bijkomend voordeel is dat ondernemen hen in het bloed zit. Dit houdt Michel zijn jongeren ook voor ogen. Hij kan genieten van de IV SURVEY UITGAANDERS
momenten wanneer hij een jongere een paar jaar later tegenkomt die zegt dat zijn verhalen hem aan het denken hebben gezet. “Eentje is nu zijn eigen baas in een offsetbedrijf.” “Ze hebben wel iets op hun kerfstok ja, en op verschillende vlakken: vermogensdelicten, diefstalletjes, agressieproblematiek. En ook dealen. Dat horen we van de politie, maar ook van jongeren zelf. Ik kan je precies vertellen hoe je een drugslijn op moet zetten. Wij zitten gelijk in de relatie zodat jongeren ons ook vertellen wat ze hebben uitgespookt. Waarom ze reclassering hebben en met een enkelband lopen. We vragen het altijd, maar ze hoeven het niet te zeggen. We leggen wel uit dat we ook kunnen helpen als er actoren in de omgeving zijn die ze triggeren. Een enkelband geeft status bij sommigen. Maar wij lachen erom. Daarmee doof je meteen de stoerheid.” (Tessa, docent)
V MARKT
Een ander punt van zorg die een paar professionals aanstippen is de verharding tussen groepen. Alsof jongeren minder rekening met elkaar houden. Jongeren met apart gedrag of een andere geaardheid dan de heteronorm, liggen vaker onder vuur bij hun leeftijdsgenoten. Een voorbeeld van polarisatie is het vernielen van een regenboogvlag bij een jeugdcentrum. Tessa (docent) merkt dat de mentaliteit brutaler is geworden,
22
Onderzoek wijst er ook op dat jongeren, in vergelijking met een tiental jaar geleden, minder tijd met vrienden op straat en in de VI BIJLAGEN
publieke ruimte spenderen, en meer tijd achter een beeldscherm en online op sociale media (Van der Laan, AM, Pleysier S & Weerman F (2020) Hedendaagse jeugdcriminaliteit: nieuwe vragen en enkele antwoorden na een historische daling. Tijdschrift voor Criminologie, 62(2-3), 115-129). 22
I SAMENVATTING
met minder respect voor docenten. Het gedrag van ouders verbaast haar soms meer, hoe weinig grip ze hebben op hun kinderen en denken dat de school wel oppast op straat. Psychosociale problematiek
Professionals worden met enige regelmaat geconfronteerd met verhalen en voorbeelden van jongeren met psychosociale problematiek. In het speciaal onderwijs zitten vaak kinderen die al hulpverlening krijgen.
zijn in een isolement geraakt. “Het lijkt wel of een deel nu pas aangeeft hoe slecht het met ze gaat.” Een suïcidepoging van een jonge vrouw heeft hem erg aangegrepen. Het voelt paradoxaal dat veel jongeren zich bij de almacht van sociale media desondanks erg eenzaam kunnen voelen. In het straatdomein treft Loïs verhoudingsgewijs meer minder begaafde jongeren. In haar optiek hebben gymnasten bredere sociale cirkels
II DE ANTENNE MONITOR
Michel merkt nog steeds een na-ijleffect van corona. Er zijn klappen gevallen op studiegebied en sommigen
en komen vaker bij vrienden thuis over de vloer.
Middelengebruik
In de voorgaande jaargangen vertelden professionals (in het sociale en veiligheidsdomein) vooral over alcohol- en cannabisgebruik en over lachgas. Maar sinds enkele jaren is ook de markt van nicotineproducten in beweging met de opmars van vapes en snus. De reikwijdte van het werkveld van professionals bepaalt in
III PANEL RISICOJONGEREN
2
hoeverre er ook zicht is op middelen die meer in het uitgaansleven (in en buiten de regio) rondgaan. Er zijn groepen jongeren die ook elders gebruiken, zoals op events. Voor het begrip hanteren we het model drug
locatie, met welke anderen, etc.) van Zinberg.23 Met dit model kunnen we meer duiding geven aan motieven, patronen en setting van gebruik. In deze paragraaf ligt de focus op het middelengebruik (drug), de betekenis die jonge gebruikers daar aan
IV SURVEY UITGAANDERS
(wat: soort middel, dosering, frequentie, etc.), set (wie: persoon, verwachting, ervaring, etc.) en setting (waar:
geven (set) en plekken waar ze gebruiken (setting). In V Markt (pag. 71) gaan we wat dieper in op het marktaanbod. Culturele verschillen en middelengebruik
In de afgelopen jaren zijn veel professionals en jongeren bevraagd over middelengebruik in uiteenlopende
ervaringen en observaties kunnen we bij deze groepen meer algemeen iets zeggen over kenmerken en
V MARKT
risicogroepen (o.a. scholieren, studenten, straatgroepen, uitgaanders en subcultuurtjes). Op grond van deze
profielen van middelengebruik, en dat die in grote lijnen overeenkomen met kwetsbare jeugd in Antenne Amsterdam en in de landelijke Antenne regiomonitor.24 Professionals zien dat drugsgebruik onder jongeren is ‘genormaliseerd’ en in veel groepen erbij is gaan horen. Michel vertelt over een Gooise meidengroep (14-16
Zinberg N (1984) Drug, set, and setting: The basis for controlled intoxicant use, Yale University Press.
24
Benschop, A & Nabben, T (2024) Antenne Amsterdam 2023, Hogeschool van Amsterdam | Nabben T, Boekholt M & Benschop A (2025) Antenne Nederland: Regiomonitor drugs en risicojongeren 2023-2024, Hogeschool van Amsterdam. 23
VI BIJLAGEN
23
Sociale media dragen tegenwoordig substantieel bij aan de verspreiding en toegankelijkheid van drugs onder jongeren. ▪
I SAMENVATTING
jaar) die in de zomer weleens afreist naar het Vondelpark en onderweg drugs scoort via TikTok en Snapchat.
De keuze van middelen kan per groep verschillen. Professionals zien soms duidelijke scheidslijnen tussen primaire ‘drinkers’, ‘blowers’ of ‘snussers’, maar ook jongeren die sigaretten/vapes, alcohol en cannabis
en narcosemiddelen (ketamine, lachgas of ghb) en ook verschillende middelen combineren. Sociale, economische en culturele verschillen (aard van de groep) spelen een rol in de keuzes die worden gemaakt. Soms hoort een middel meer specifiek bij een groep. Het nicotine bevattende poeder snus is vooral populair bij jonge statushouders en moslims. Uppers als ecstasy en amfetamine worden vooral
II DE ANTENNE MONITOR
combineren. Er zijn ook groepen die ervaring hebben met uppers (ecstasy, cocaïne, 3-MMC of amfetamine)
gebruikt door liefhebbers van elektronische muziek. ▪
Jongeren met een migratieachtergrond hebben doorgaans minder ervaring met alcohol dan Nederlandse
cocktails en drankjes. ▪
Nederlandse jongeren bezoeken vaker elektronische festivals en evenementen waar ‘uitgaansdrugs’ een rol spelen en zijn ook eerder geneigd om te experimenteren met nieuwe middelen. Bij jongeren met een migratieachtergrond neemt de kans op drugsgebruik toe wanneer zij zich aansluiten bij een
III PANEL RISICOJONGEREN
jongeren. Maar stappers in het multi-etnische (urban) feestmilieu zijn wel ontvankelijker voor speciale
uitgaansgroep. ▪
De keuze voor middelen kan deels worden herleid naar de sociaal-culturele achtergrond. Bij SurinaamsIV SURVEY UITGAANDERS
Nederlandse jongeren zien professionals meer cannabis-gerelateerde problemen; bij de MarokkaanseNederlanders is dat lachgas-problematiek en bij Nederlandse jongeren gaat het vaker om alcohol en uitgaansdrugs. ▪
Vooral jonge moslims ervaren een taboe op middelengebruik in de vaak gelovige oudercultuur. Tegelijkertijd is het taboe op drugs ook een beschermingsfactor en barrière tegen middelengebruik. Jongeren die toch willen experimenteren (roken, drinken, snussen, blowen en vapen) moeten dit vaak heimelijk doen omdat het gebruik haaks staat op de ‘heldere normen en waarden’ in de geloofscultuur.
▪
Veel jongeren zijn bekend met middelen, maar professionals zien ook gezondheidsproblemen van lichte
2.1
V MARKT
tot meer ernstige aard (overdosering; afhankelijkheid).
Alcohol
Het alcoholgebruik onder minderjarigen en jongvolwassenen met een Nederlandse achtergrond in Gooi en Vechtstreek is hoog volgens de professionals.25 In voorgaande metingen benadrukten panelleden vaak dat
25
Bij de jeugdigen in het algemeen ligt binge drinken niet boven het landelijk gemiddelde (Tabellenboek Gezondheidsmonitor Jeugd 2023,
(Tabellenboek Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2024, GGD Gooi en Vechtstreek). Specifieke cijfers over alcoholgebruik door jongeren met een Nederlandse achtergrond ontbreken echter. 24
VI BIJLAGEN
GGD Gooi en Vechtstreek) en ook zwaar drinken door jongvolwassenen in het algemeen is vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde
I SAMENVATTING
het (hoge) alcoholgebruik (ook bij volwassenen) een afspiegeling is van het regionale drinkmilieu en dat drinkpatronen en -gedrag stevig verankerd zijn in de cultuur.26 De uitwassen van alcoholgebruik bij het jongere deel van de inwoners speelt zich deels af in het publieke domein (o.a. horecagebieden) waar beveiligers, boa’s en portiers soms in moeten grijpen bij opstootjes of bij gezondheidsincidenten als gevolg van overmatig alcoholgebruik. Het openlijke gebruik van alcohol (buiten de horeca) vindt vaak plaats op bekende en zichtbare hotspots (oude haven, station, kwekerijen).
vaker als statussymbool zien, waarbij het drinken van speciale merken moet getuigen van kennis en een goeie smaak. Michel ziet hoe verschillend jongeren tegenover alcohol staan. Terwijl de Marokkaanse groep superkritisch is en elkaar onderling de maat neemt (soms zijn ze banger voor vrienden dan voor hun ouders),
II DE ANTENNE MONITOR
Veel jongeren met een migratieachtergrond talen niet naar alcohol, terwijl Nederlandse jongeren alcohol
moet hij de Nederlandse groep beteugelen. De laatste keer bij een activiteit waar ook alcohol werd gedronken, is hem slecht bevallen. “Ik trek het mij toch aan als een jongen na tien biertjes op de scooter
Nederlandse jeugd weinig tot niet drinken. Ze komt in actie als het alcoholgebruik tot baldadigheid leidt en verstaat de kunst om op zulke momenten in gesprek te gaan. Soms moet er worden ingegrepen met een Halt-straf als gevolg. Ook de ouders worden betrokken als het om minderjarigen gaat. Ze werkt graag mee aan preventieve activiteiten (o.a. pubquiz) speciaal bedoeld voor ouders, omdat het ook de gelegenheid biedt
III PANEL RISICOJONGEREN
vertrekt.” Bij Loïs (jeugdboa) hetzelfde beeld: Marokkaans-Nederlandse jongeren die in tegenstelling tot de
om alcohol-issues te bespreken. Maar Loïs weet ook dat ouders flink kunnen drinken en hier moeilijk voor zijn te porren. Hier ziet ze een taak weggelegd voor de school. Ook huisartsen kunnen er scherper naar
bij cannabis. In de vorige editie (Antenne 2023) zagen we een patroon bij jongeren die waren opgenomen in het ziekenhuis vanwege een alcoholintoxicatie. Veel jongeren waren beginnende drinkers, zaten nog in een experimentele
IV SURVEY UITGAANDERS
vragen, vindt Daan (preventiewerker). Toch zeggen professionals dat ze in hun werk meer problematiek zien
fase en hoefden niet eens heel veel alcohol te hebben gedronken. De meeste incidenten waren op huisfeestjes, vaak zonder aanwezigheid van volwassenen. Vaak werd er niet uit standaardglazen gedronken, soms uit de fles. Ook de ‘chaos’ van vrienden en kennissen die komen en gaan kon de sfeer vertroebelen. Jonge omstanders reageerden lang niet altijd met empathie. Soms was er ook sprake van een intergenerationele (ouder die veel V MARKT
drinkt) of andere onderliggende problematiek. Sommige jongeren zaten al in therapie of waren in afwachting van zorgbehandeling.
2.2
Nicotine: tabak, snus en vape s
De klassieke sigaret staat door het groeiende aanbod van nieuwe fancy nicotine-houdende producten onder druk, nu jongeren ook het vapen (e-sigaretten) en (in mindere mate) snus (nicotinezakjes) hebben ontdekt.
Gooi en Vechtstreek kent een hoger percentage overmatige drinkers onder volwassenen dan het landelijk gemiddelde (Tabellenboek Gezondheidsmonitor 2024, GGD Gooi en Vechtstreek). Zie ook Preventie- en Handhavingsplan alcohol en drugs 2021 t/m 2024, Regio Gooi en Vechtstreek. 25
VI BIJLAGEN
26
I SAMENVATTING
Wie het gedrag van jongeren bestudeert ziet hoe de nieuwe nicotinecultuur om zich heen grijpt. Naast het roken van sigaretten wordt er ook gesnust, maar vooral gedampt (vapes). In Antenne Amsterdam zagen we hoe de rookwetgeving in de loop der tijd sigaretten en joints in het uitgaansleven wist terug te dringen. 27 Maar de nieuwe nicotinedragers winnen vooral bij de jongste lichting terrein.28 Deze landelijke trend zien professionals ook bij de jeugd in Gooi en Vechtstreek. Na ingrijpen van de overheid zijn vapes met smaakjes anders dan tabak verboden en werd er bij de nicotinezakjes een nicotinelimiet ingesteld.29 Duidelijk voor
(nog) geen maatregelen hebben genomen. Op het web is het een eldorado van bedrijfjes die opgewekt hun nieuwe vape-modellen aanbieden. Professionals zien dat er vooralsnog genoeg ontsnappingswegen zijn voor jongeren om aan hun nicotinekicks te komen. Maar ze zien ook een verschuiving bij gebruikers. De eeuwige
II DE ANTENNE MONITOR
professionals, maar bij jongeren zelf ligt dat iets anders. Veel producten zijn nog verkrijgbaar in landen die
shag- of sigarettenroker zit vooral bij de groep volwassenen. Bij jongeren en jongvolwassenen zijn het patroon van nicotinegebruik en de wijze van toediening complexer geworden. Zo ziet Michel dat de oudere
Ook Loïs (jeugdboa) ziet dat alles door elkaar gebruikt wordt. “Het vapen is sinds twee jaar echt doorgebroken. Een 12-jarige vaper is geen uitzondering meer. Sigaretten gaan ook rond, maar worden echte luxe.” Snus
III PANEL RISICOJONGEREN
groep sleutelkinderen overgestapt is naar vapen omdat roken tegenwoordig een ‘suf en stoffig’ imago heeft.
Een paar jaar geleden viel het ex-panellid Nouri (jongerencoach) als eerste op dat sommige jongeren de hele dag door zakjes snus in hun mond stopten. Onopvallend, vanwege hun ouders. Wat niet weet, wat niet deert. IV SURVEY UITGAANDERS
Voor sommigen (ook meiden) is snus een uitkomst: niet de geur van tabak in je kleding, maar wel de high. Volgens professionals hebben ook sportieve influencers en artiesten de vraag en het gebruik versneld, getuige de filmpjes die viraal gaan. De grens om te gebruiken is laag. Het kan onmogelijk slecht zijn, horen professionals jongeren zeggen, zeker als ook topsporters ermee koketteren op hun kanalen. Toch is snus beduidend minder populair dan vapes en sigaretten. Bij snus kan vooral het wangslijmvlies, gebit en tandvlees worden aangetast. De doseringen kunnen per zakjes flink verschillen, met soms misselijkheid en duizeligheid als gevolg. Soms ook agitatie wanneer de nicotinezakjes op zijn. Slimmeriken proberen de grenzen op te rekken omdat snus ook niet mag worden gebruikt op school en tijdens het sporten. Ook Tessa
lip optillen of iemand in een potje laten piesen.”
Benschop, A & Nabben, T (2024) Antenne Amsterdam 2023, Hogeschool van Amsterdam.
28
Nabben T, Boekholt M & Benschop A (2025) Antenne Nederland: Regiomonitor drugs en risicojongeren 2023-2024, Hogeschool van
VI BIJLAGEN
27
Amsterdam. 29
V MARKT
is zich daarvan bewust. “Ze mogen het niet zichtbaar gebruiken. Maar bij een vermoeden mag je niet iemands
Vanaf 1 januari 2025 is snus helemaal verboden (Tabak en rookwaren verkopen: Verboden producten, NVWA). 26
De professionals zagen de afgelopen jaren hoe vapes stormenderhand veel jongeren wisten te verleiden tot gebruik. Aan het palet vapes met fruitsmaken kan geen sigaret tippen. Het gaat niet meer om een speciaal
I SAMENVATTING
Vapes
merk of flavour, maar om exotische smaken die volgens ‘dampers’ veel minder stinken dan sigaretten. Jongeren hebben het idee dat ze iets te kiezen hebben, zeggen professionals. En op een leeftijd waarin jongeren zich onsterfelijk wanen, hoor je de meesten niet over gezondheidsschade. Vapen is nieuw en vooral
Influencers doen er nog een schepje bovenop en benadrukken vooral de voordelen van vapen boven roken. Voor jonge entrepeneurs op straat zijn vapes een verdienmodel geworden. Enkele lachgaskoeriers zijn simpelweg geswitcht van cilinders naar vapes, die steeds geavanceerder worden, met nog meer puffs en
II DE ANTENNE MONITOR
cool en handig omdat deze manier van dampen gemaksvriendelijker is én een schoner imago heeft.
special effects. Professionals zien dat de markt vaak via Snapchat loopt. Er zijn al vapes op de markt (met duizenden puffs) die als een ‘joint’ in de groep wordt doorgegeven. Tegen deze innovatiekracht staan
van Michel (ambulant jeugdwerker) over de populariteit van vapen. “Laatst zat ik bij een groep waar zes verschillende smaken rondgingen en die met elkaar worden gedeeld.” Hij vertelt over een forse vaper die tijdens het sporten pardoes benauwd werd en in allerijl naar het ziekenhuis moest. Daar ontdekten ze vocht achter de longen; waarschijnlijk door het vele vapen. Tijden veranderen. In plaats van een sigaretje roken ziet
III PANEL RISICOJONGEREN
professionals tamelijk machteloos in discussies over gezondheid op de lange termijn. Het bevestigt het beeld
hij nu een hele groep (ca. 25 jongeren) die staat te vapen. Zijn intuïtie zegt hem dat het een kwestie van tijd is dat meer jongeren longproblemen gaan krijgen. Ook de overheid die in zijn ogen ‘erg slap’ reageert krijgt een
verkrijgbaar. Een jongen die hij laatst sprak, ruikt business. Met dertig vapes inkoop à drie euro die hij voor een tientje per stuk verkoopt, maakt hij goed winst. Daan kijkt eveneens bedenkelijk als het onderwerp op vapen komt. Hij kent een 14-jarige die 1.500 euro per maand omzet draait. Er komen steeds meer vragen van collega’s en scholen, maar ook van jongeren zelf. “De smaakjes, het design met knipperlampjes en dan
IV SURVEY UITGAANDERS
sneer. Er worden nog steeds dubieuze vapes onder de toonbank verkocht en vapes met THC zijn ook
constant puffen he! Wat uit China komt kunnen we niet allemaal controleren. Ze beginnen eerst met smaakjes en stappen daarna over naar sigaretten.” Vooral de obsessie met vapen valt op. Wat begint als experimenteren, ontwikkelt zich al dampend tot een snelle gewenning en hunkert het nog jonge brein naar steeds meer pufjes. Jongeren die overal waar ze zijn, pufjes nemen. Tot op de scooter aan toe. “Ze zijn er V MARKT
constant mee bezig.” Hij zegt beducht te zijn voor de met THC of synthetische cannabinoïden gevulde vapes die argeloze gebruikers omver kunnen blazen. Verhalen over jongeren die out zijn gegaan, dat vindt hij een veeg teken. En vapen kan ook kostbaar worden. Niet in de beginfase, maar sluipenderwijs bij het opstuwen van de nicotinekick. Tessa (docent) weet dat vapen, snus en sigaretten een dure bedoening wordt. Naast gamen, kleding, abonnementen en andere dingen die jongeren graag willen hebben. Ze vindt het niet verbazend dat de schuldenproblematiek bij jongeren groot is. “Veel kopen ook nog eens op krediet voor meer
VI BIJLAGEN
status.” Maar werken bij een fastfoodketen loont niet genoeg. Reden waarom sommigen bij ‘pizza plus’ (drugslijn) bijhosselen.
27
I SAMENVATTING
2.3
Cannabis
Gooi en Vechtstreek telt officieel zeven coffeeshops, met daarnaast nog een niet-gedoogde cannabismarkt van hobbytelers, thuisbezorgers en straatverkopers. Het cannabisgebruik bij veel jongeren is ‘genormaliseerd’ volgens professionals. Uitgaanders en buurtjongeren zijn vaak bekend met de cannabiscultuur of kennen andere blowers. Jonge blowers zoeken elkaar op in hun vrije tijd als ze willen chillen met een jonko, zoals een
mee hebben. Verschillende professionals tonen zich (net als in voorgaande metingen) bezorgd dat fors cannabisgebruik in de adolescentiefase verkeerd uit kan pakken. In eerdere metingen maakten panelleden zich druk over jongeren die in lethargische toestand de wereld aan
II DE ANTENNE MONITOR
joint vaak wordt genoemd. En net als bij alcohol zijn er ook jongeren wier ouders blowen, of daar ervaring
zich voorbij zien trekken, dingen verzaken, niet scherp zijn, geen focus hebben en liever weg dromen in plaats van actie te ondernemen. Alsof ze zichzelf op de pauzestand hebben gezet. Professionals zien vaak een waterscheiding tussen groepjes blowers die willen chillen en sportieve groepjes die de kriebels krijgen van
Bijvoorbeeld gamen als je high bent, luisteren of componeren van muziek, op pad met vrienden en joints. Professionals zien ook dat blowen een afleiding is voor dingen die thuis of op school niet lekker lopen. Voor wie zich onbegrepen of eenzaam voelt, biedt een joint soms tijdelijke troost.
III PANEL RISICOJONGEREN
zulk sloom gedrag. Maar voor blowers is het ook een manier om te kunnen ontspannen met gelijkgestemden.
Daan (preventiewerker) ziet jongeren vaak ‘voor de kick’ beginnen. Maar hij herkent ook de sluimerende problematiek wanneer blowen als een demper van stress wordt gezien. Sommigen proberen hun adhd-
gaat isoleren en ‘onbereikbaar’ wordt voor anderen in de directe omgeving. Loïs (jeugdboa) merkt dat blowen bij een bredere groep speelt, zelfs bij 12-jarigen. “Schrikbarend jong en ouders die daar geen grip op hebben.” Laatst nog heeft ze twee broers gepakt met blowen. Het blowen en vapen op straat is vooral na corona toegenomen. In het centrum van Hilversum geldt een blowverbod. In de
IV SURVEY UITGAANDERS
gevoel van ‘altijd aan staan’ te temperen met blowen. De problematiek verdiept zich wanneer iemand zich
zomermaanden worden er tientallen Halt-straffen uitgedeeld. Tessa (docent) ziet eveneens dat meer mbo-studenten in haar groep sinds de coronaperiode zijn gaan blowen. Ook onder schooltijd, wanneer ze leerlingen na de pauze ‘knetterstoned’ de klas in ziet lopen. Ze V MARKT
herkent de wietgeur direct. Hoewel ze het ‘uiterlijk’ niet altijd kan zien bij een leerling is vooral het gedrag anders in de klas. “Ze zijn minder aanwezig, gaan meer hun eigen gang en zijn minder goed bereikbaar. Met de koptelefoon op al helemaal.” In haar gesprekken met blowers probeert ze duidelijk te maken (vooral bij adhd’ers) dat ze zich niet beter kunnen concentreren. “Ze pikken niks op wat ze lezen.” Leerlingen reageren verschillend als ze onder invloed zijn van cannabis. Van onhandelbaar tot helemaal afwezig. Sommige leerlingen blijven bij hoog en laag ontkennen dat ze stoned zijn als docenten een vermoeden hebben. In
en (indien minderjarig) met ouders, en bij een derde keer een gesprek met de opleidingsmanager. Er zijn inmiddels al een enkele gesprekken gevoerd met ouders en leerlingen, want het toegenomen 28
VI BIJLAGEN
dergelijke gevallen krijgt de leerling een waarschuwing. Bij een tweede keer volgt een gesprek met de mentor
I SAMENVATTING
cannabisgebruik heeft de aandacht van school. “Soms zie je een hele walm binnenkomen”, zegt Tessa. “We willen ook geen besmetting met nieuwelingen.” De school is ook alert op dealpraktijkjes in en rond het schoolcomplex. Toch realiseren docenten zich ook dat het winst is als blowers sowieso nog naar school komen. “Van sommige leerlingen weten we dat ze thuis blowen, maar dat niet op school willen doen. Het belemmert je
pen nog op dezelfde plek. Dat heeft invloed. Misschien is het een uitweg voor je problemen, maar op school werkt het gewoon niet.” (Tessa, docent)
De professionals maken zich meer zorgen over cannabisgebruik dan over alcoholgebruik. Niet zozeer vanwege de negatievere gezondheidseffecten, als wel dat cannabis populairder is bij de groepen waar ze
II DE ANTENNE MONITOR
voortgang op school. Ze pakken een boek, slaan het open, leggen een pen op de bladzijde en twee uur later ligt die
contact mee hebben. Voor een deel gaat het ook om minderjarige blowers. Partijen werken samen en ondersteunen elkaar bij preventieactiviteiten. Tessa geeft hoog op over de één-op-één gesprekken op school, III PANEL RISICOJONGEREN
waar leerlingen periodiek kunnen praten met een preventiewerker over het effect en (negatieve) gedrag als gevolg van middelengebruik. Sommige gesprekken duren een kwartier, andere soms een uur. Van belang is dat de preventiewerker wel een klik moet hebben met deze specifieke groep, vindt Tessa. Verder zijn er ook vertrouwenspersonen voor studenten.
2.4
Overige middelen
Naast alcohol, nicotine en cannabis is er nog een heel palet aan andere drugs beschikbaar. Een deel van de IV SURVEY UITGAANDERS
jongeren en jongvolwassenen experimenteert daarmee op grote muziekevenementen en in kleinere uitgaansgelegenheden, maar ook op afters en privéfeestjes. We bespreken in deze paragraaf eerst lachgas. Daarna volgen de uppers (ecstasy, cocaïne, amfetamine en 3-MMC) en narcosemiddelen (ketamine en ghb). Deze stofgroepen zijn vooral in zwang bij jonge Nederlandse stappers. 2.4.1
Lachgas
Na het verbod van lachgas in 2023 raakte het middel uit de mode. 30 In de jaren daarvoor verspreidde lachgas (kleine cilinders en 2-litertanks) zich in de privésfeer en hotels, op straat en in auto’s op afgezonderde plekken. Lachgaskoeriers opereren voorzichtiger na het verbod en mogelijk zijn er ook minder aanbieders V MARKT
actief. Een indicatie daarvoor is dat professionals uit het veld weinig signalen doorkrijgen. Dit beeld komt overeen met het Amsterdamse en landelijke beeld, waar lachgas eveneens op zijn retour is.31 Naast aanbodreductie heeft het middel bij jongeren ook een negatiever imago gekregen als gevolg van (zichtbare) gezondheidsschade en verhalen over verslaving en verlamming bij anderen. Sommige jongeren kampen nog
30
Sinds 1 januari 2023 is lachgas opgenomen in de Opiumwet. Medisch gebruik, technische doeleinden (o.a. verbrandingsmotoren) en toepassing als voedingsmiddeladditief (o.a. drijfgas in slagroomspuiten) blijven wel toegestaan (Verbod op lachgas als genotsmiddel,
Benschop, A & Nabben, T (2024) Antenne Amsterdam 2023, Hogeschool van Amsterdam | Nabben T, Boekholt M & Benschop A (2025) Antenne Nederland: Regiomonitor drugs en risicojongeren 2023-2024, Hogeschool van Amsterdam. 29
VI BIJLAGEN
Rijksoverheid.nl). 31
I SAMENVATTING
steeds met de naweeën van hun excessieve en chronische lachgasgebruik van een paar jaar terug. Tessa (docent) is blij dat de populariteit van lachgas onder haar leerlingen is weggeëbd, maar niet dat dit deels plaats heeft gemaakt voor vapes, de nieuwe kick in haar groep. Toch is lachgas niet helemaal van het toneel verdwenen nu andere illegale wegwerptanks in het straatbeeld verschijnen. “We zien nog steeds dumpingen van deze nieuwe flessen”, meldt Loïs (jeugdboa). De tanks
behulp van een handig vultuitje direct uit de wegwerpfles (2 liter) 60 tot 140 ballonnen worden gevuld. De fles uit de advertentie is “zeer compact, licht en bovendien veilig vanwege het zuivere lachgas”, dus “ideaal om mee te nemen naar een feestje!”. Vandaag besteld is vandaag verstuurd. Loïs (jeugdboa) weet dat er nog steeds (vooral ’s nachts) wordt gebruikt op parkeerplaatsen achteraf, waar een mix van jong en ouder met
II DE ANTENNE MONITOR
worden op internet aangeprezen voor een ‘gezellige fuif’.32 Volgens de productinformatie kunnen er met
auto’s, ballonnen uit ‘fastgas’ flessen zit te puffen. Naast de gezondheidsrisico’s, is ze bezorgd over de verkeersdeelname daarna, maar ook het gebruik van lachgas tijdens het rijden. Stimulantia
Vooral Nederlandse jongeren gebruiken stimulerende middelen, waaronder ook 3-MMC, een designerdrug die de laatste jaren een vaste plek veroverd heeft en qua gebruik inmiddels wedijvert met amfetamine en cocaïne. Volgens Michel (ambulant jeugdwerker) is groep van het JOP (Jeugd Ontmoetingsplek) goed op de
III PANEL RISICOJONGEREN
2.4.2
hoogte van ontwikkelingen op de drugsmarkt en eveneens bekend met 3-MMC. In de aanloop naar een hardcorefeest laten ze eerst hun ecstasypillen testen. Cocaïne is bij deze groep impopulair vanwege de prijs. 3-MMC (althans wat onder die naam wordt verkocht) is een goedkoper alternatief en geeft qua roes (mild
mbo-studenten is het een middel dat in het weekend nog weleens wordt gebruikt, zegt Tessa (docent). In de vorige Antenne Gooi en Vechtstreek (2023) spraken we tijdens veldwerk in het uitgaansgebied onder andere met hooggeschoolde (witte) twintigers over het gebruik van stimulantia op evenementen (dance, pop-
IV SURVEY UITGAANDERS
euforisch) ook meer voldoening. Oldtimer ecstasy is een favoriet bij het groepje ‘artistiekelingen’. Ook onder
en rockmuziek), op raves, in clubs en op thuisfeesten. In de regionale horeca komt een oudere groep die vooral cocaïne neemt en een jonger deel dat 3-MMC gebruikt. Het horecagebied in Hilversum wordt geobserveerd door camera’s die bewegingen van bezoekers nauwlettend kunnen observeren, zo ook het
afgelopen weekend, naar aanleiding van camerabeelden, nog een groepje snuivers bij hun auto in het
V MARKT
gebruik dan wel dealen van drugs op straat. De politie is vaak snel ter plaatse als het moet. Loïs vertelt dat er
centrum werd gesnapt. “Degene die de beelden bekijkt is hier heel bedreven in en weet wat er speelt in het centrum.” Gebruikers van cocaïne en 3-MMC krijgen meer energie en combineren het vaak met alcohol. Het algemene beeld is dat een relatief grote groep twintigers bekend is met drugs en daar over het algemeen niet zo VI BIJLAGEN
32
Lachgas-voordeel.nl, 23 juni 2025. 30
I SAMENVATTING
moeilijk over doet. Het viel Michel op, toen hij werd uitgenodigd op een huisfeest, hoe chemisch gevarieerd het arsenaal aan middelen was dat open en bloot op tafel lag.
3
Samenvatting
In deze achtste meting vertelt een panel van vier professionals vanuit verschillende perspectieven (sociale- en
Vechtstreek. De panelleden staan dicht bij de wereld van deze groepen. De jongerengroepen hier vertegenwoordigd zijn niet representatief voor alle jeugd in de regio Gooi en Vechtstreek. Leefgebieden en risicofactoren
II DE ANTENNE MONITOR
veiligheidsdomein) over de leefwereld en middelengebruik van school, straat- en uitgaansgroepen in Gooi en
De aard van de problematiek in de groepen waar professionals mee werken doet zich voor op verschillende gebieden: de directe woonomgeving (meervoudige thuisproblematiek), de sociale omgeving (straat- en III PANEL RISICOJONGEREN
vriendengroepen) en psychosociale problematiek (het welbevinden op individueel niveau). Problemen op een of meer van deze leefgebieden kan aanleiding zijn voor riskant middelengebruik. Sociale, economische en culturele factoren spelen ook een rol. Bij jongeren met een migratieachtergrond rust er een groter taboe op middelengebruik. Professionals zien ook dat er kwetsbare jongeren zijn die een positieve wending aan hun leven hebben gegeven. Alcohol
Naast horeca en privéfeesten zien professionals ook gebruik van alcohol in de publieke ruimte (buiten de
alcoholgebruik is een afspiegeling van de regionale drinkcultuur en vooral bekend bij Nederlandse jongeren. Jongeren met een Marokkaanse achtergrond talen vaak niet naar alcohol en lijken elkaar eerder de maat te nemen als er gedronken wordt.
IV SURVEY UITGAANDERS
horeca) op populaire hot spots. Deze vallen vanwege het openlijke karakter al snel op. Het (hoge)
Nicotineproducten
De klassieke sigaret ondervindt meer concurrentie sinds de jonge aanwas ook het vapen en (in mindere mate) snus (nicotinezakjes) heeft ontdekt, Een eldorado van bedrijfjes werpt zich op de markt met nieuwe vape-modellen en nog meer puffs. Ondanks een verbod zien professionals nog genoeg ontsnappingswegen V MARKT
voor jongeren om aan hun nicotinekicks te komen. Het patroon van nicotinegebruik en wijze van toediening is door de opkomst van vapes en snus complexer geworden. Er zijn toenemende zorgen over de korte en lange termijneffecten van vapen. Hasj en wiet
Er zijn zeven officiële coffeeshops in Gooi en Vechtstreek, met daarnaast een niet-gedoogde cannabismarkt van hobbytelers, thuisbezorgers en straatverkopers. Professionals maken zich meer zorgen over
dat cannabis populairder is bij de groepen waar ze contact mee hebben. Ze zeggen dat cannabisgebruik is ‘genormaliseerd’ en zijn beducht voor (fors) cannabisgebruik in de adolescentiefase. Er wordt geblowd om te 31
VI BIJLAGEN
cannabisgebruik dan over alcoholgebruik. Niet zozeer vanwege de negatievere gezondheidseffecten, als wel
I SAMENVATTING
ontspannen, te genieten van muziek, bij het gamen of om in slaap te komen. De keerzijde is dat blowen ook troost biedt voor onderliggende thuisproblematiek of werkt als demper van stress en frustratie. De indruk bestaat dat meer jongeren in de coronaperiode zijn gaan blowen en dat ook daarna zijn blijven doen. Lachgas
Lachgas is sinds het verbod meer op de achtergrond geraakt en koeriers zijn voorzichtiger geworden met hun II DE ANTENNE MONITOR
handel of gestopt. Naast aanbodreductie heeft het middel bij jongeren ook een negatiever imago gekregen als gevolg van (zichtbare) gezondheidsschade en verhalen over verslaving en verlamming bij anderen. Toch zijn niet alle professionals er gerust op dat lachgas helemaal van de markt is verdwenen getuige de nieuwe wegwerpcilinders die sinds het verbod vaker in het straatbeeld verschijnen. Overige drugs
Volgens professionals is het gebruik van andere drugs voornamelijk beperkt tot (wat oudere) jongeren met een Nederlandse achtergrond. Het gebruik van vooral stimulerende middelen (amfetamine, ecstasy, cocaïne
gelegenheden om te experimenteren met ‘uitgaansdrugs’, waar ook 3-MMC een vaste plek heeft verworven en concurreert met amfetamine en cocaïne. Veel migrantenjongeren zijn praktisch onbekend met uitgaansdrugs. Eenzelfde beeld zien we ook elders in Nederland.
III PANEL RISICOJONGEREN
en 3-MMC) blijft populair bij uitgaanders in het dance- en reguliere uitgaansleven. Ook thuisfeesten zijn
IV SURVEY UITGAANDERS V MARKT VI BIJLAGEN
32
Uitgaanspubliek 1.1 1.2 1.3 1.4
2
2.2
2.6 2.7
Verschillen tussen subgroepen 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
4
4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11
54
Alcohol ______________________________________________________________________________________________________________57 4.1.1 Alcoholvrij .................................................................................................................................................57 Tabak en vapen ____________________________________________________________________________________________________58 4.2.1 Vapen ........................................................................................................................................................59 Cannabis____________________________________________________________________________________________________________59 Xtc-pillen, cocaïne en amfetamine______________________________________________________________________________60 Mdma-poeder, 3-MMC/4-MMC, 4-FA en 5-APB/6-APB _______________________________________________________________61 Ketamine, lachgas en ghb ________________________________________________________________________________________62 Paddo’s/truffels, 2C-B, LSD en DMT ________________________________________________________________________________63 Crack, heroïne en methamfetamine ____________________________________________________________________________63 Middelengebruik tijdens een caféavond _______________________________________________________________________63 Medicijnen
_________________________________________________________________________________________________________66 Gokken _____________________________________________________________________________________________________________66
66
33
VI BIJLAGEN
Samenvatting
V MARKT
4.2
49
Gender ______________________________________________________________________________________________________________50 Leeftijd _____________________________________________________________________________________________________________51 Opleidingsniveau __________________________________________________________________________________________________52 School/studie of werk ____________________________________________________________________________________________53 Woonplaats ________________________________________________________________________________________________________53
Trends 4.1
5
Alcohol ______________________________________________________________________________________________________________37 2.1.1 Alcoholvrij .................................................................................................................................................39 Tabak en vapen ____________________________________________________________________________________________________40 2.2.1 Snus ...........................................................................................................................................................41 Cannabis____________________________________________________________________________________________________________41 Xtc-pillen, cocaïne en amfetamine ______________________________________________________________________________43 Mdma-poeder, 3-MMC/4-MMC en 4-FA _____________________________________________________________________________43 2.5.1 5-APB/6-APB ................................................................................................................................................44 Ketamine, lachgas en ghb ________________________________________________________________________________________45 2.6.1 Lean ...........................................................................................................................................................45 Paddo’s/truffels,
paddodruppels en 2C-B _______________________________________________________________________45 2.7.1 Lsd en DMT .................................................................................................................................................46 Crack, heroïne, methamfetamine en overige drugs __________________________________________________________46 Overzicht druggebruik____________________________________________________________________________________________46 Middelengebruik tijdens een caféavond _______________________________________________________________________47 Medicijnen _________________________________________________________________________________________________________48 Gokken _____________________________________________________________________________________________________________49
IV SURVEY UITGAANDERS
2.8 2.9 2.10 2.11 2.12
37
III PANEL RISICOJONGEREN
2.3 2.4 2.5
34
Gender, identiteit en leeftijd ____________________________________________________________________________________34 Achtergrond en woonplaats _____________________________________________________________________________________35 Opleiding en werk _________________________________________________________________________________________________36 Uitgaan _____________________________________________________________________________________________________________37
Middelengebruik 2.1
3
SURVEY UITGAANDERS
II DE ANTENNE MONITOR
1
I SAMENVATTING
IV
I SAMENVATTING
In de Antenne surveys worden sinds 2017 trends in middelengebruik onder uitgaande jongeren en jongvolwassenen in Gooi en Vechtstreek gevolgd. In 2024 zijn voor de vierde maal vragenlijsten verzameld onder cafébezoekers en andere uitgaanders in de regio. In de periode mei-juli 2024 hebben teams van veldwerkers verschillende cafés in de regio bezocht. Bij veel cafés werd het veldwerkteam afgewezen. Uiteindelijk zijn bezoekers van 8 verschillende cafés in Hilversum, Bussum en Laren persoonlijk benaderd met het verzoek ter plekke een anonieme papieren vragenlijst in te vullen. Daarnaast is veldwerk verricht op
vinden in VI A Bijlage survey uitgaanders (pag. 86). We beschrijven in dit hoofdstuk achtereenvolgens (1) de uitgaanders die aan het onderzoek deelnamen, (2) hun middelengebruik in het algemeen en tijdens het uitgaan, (3) verschillen tussen subgroepen, en (4) trends
II DE ANTENNE MONITOR
straat in het uitgaansgebied de Groest in Hilversum. Meer gedetailleerde informatie over de methode is te
in middelengebruik sinds 2017. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een (5) samenvatting.
III PANEL RISICOJONGEREN
1
Uitgaanspubliek
In totaal hebben 284 uitgaanders de vragenlijst ingevuld. We starten met een beschrijving van de achtergrondkenmerken van het onderzochte uitgaanspubliek. In tekst en figuren worden afgeronde percentages en gemiddelden gepresenteerd. Voor tabellen met gedetailleerde cijfers zie VI A Bijlage survey uitgaanders (pag. 86).
Gender, identiteit en leeftijd
IV SURVEY UITGAANDERS
1.1
Er hebben wat meer vrouwelijke (55%) dan mannelijke (43%) uitgaanders deelgenomen aan de survey. Een enkeling rapporteerde een ander gender (2%, o.a. non-binair). Negen van de tien zijn heteroseksueel (90%); de rest is homoseksueel/lesbisch (3%), biseksueel (6%) of identificeert zich anderszins als lhbti+’er (1%, o.a. panseksueel).33 BISEKSUEEL OVERIG
OVERIG
2%
ZEG IK LIEVER NIET
0%
6%
HOMOSEKSUEEL LESBISCH
1% ZEG IK LIEVER NIET 0%
3%
V MARKT
MAN
43% VROUW
55% HETEROSEKSUEEL
90%
Figuur IV.1: Gender en identiteit VI BIJLAGEN
33
Dit is minder dan in de algemene Nederlandse bevolking, waar naar schatting 17% een niet-heteroseksuele oriëntatie heeft (M Kennis, Hoeveel LHBTQIA personen telt Nederland?, CBS, 11 oktober 2024). 34
(6%) en aan de andere kant vijftigplussers (7%), maar het zwaartepunt ligt bij twintigers (52%).34
I SAMENVATTING
De leeftijd loopt uiteen van 16 tot en met 64 jaar. Aan de ene kant van de leeftijdsrange zijn er minderjarigen
30 25 20
16-19 JAAR 20% II DE ANTENNE MONITOR
30+ JAAR 28%
15 10 25-29 JAAR 19%
5
20-24 JAAR 33%
0 15 20 25 30 35 40 45 50 55 60 65
Figuur IV.2: Leeftijd
Achtergrond en woonplaats
Het merendeel van het uitgaanspubliek in Gooi en Vechtstreek is van Nederlandse afkomst (89%); 2% is Surinaams-Nederlands of Antilliaans-Nederlands, 2% is Turks-Nederlands of Marokkaanse-Nederlands, en 4% heeft een Europese (familie)achtergrond. De overige aanwezigen (3%) rapporteerden gevarieerde nietEuropese achtergronden, variërend van Cambodjaans tot Zuid-Afrikaans.
III PANEL RISICOJONGEREN
1.2
Bij deze resultaten moet wel aangetekend worden dat een Nederlandstalige vragenlijst werd gebruikt, waardoor eventuele aanwezige toeristen of internationals die geen Nederlands spreken niet mee konden IV SURVEY UITGAANDERS
doen.
SURINAAMS OF ANTILLIAANS 2%
NEDERLANDS 89%
TURKS OF MAROKKAANS 2% EUROPEES 4% ANDERS 3%
V MARKT
Figuur IV.3: Achtergrond
Veldwerkers waren geïnstrueerd te streven naar een maximum leeftijd van 35 jaar, hoewel zij het gesprek niet hoefden af te breken als iemand ouder bleek. 35
VI BIJLAGEN
34
Gooise Meren, Laren, Huizen of andere gemeenten in de regio. Een kwart (23%) komt van diverse andere plaatsen buiten de regio; vaak in de buurt (o.a. Almere, Baarn, Stichtse Vecht, Weesp), soms verder weg.
I SAMENVATTING
Driekwart woont in Gooi en Vechtstreek (77%). Bijna de helft van hen komt uit Hilversum; de andere helft uit
BUITEN REGIO
II DE ANTENNE MONITOR
23% HILVERSUM 34% ELDERS REGIO
10%
HUIZEN GOOISE MEREN 7% LAREN 19% 9%
Figuur IV.4: Woonplaats III PANEL RISICOJONGEREN
1.3
Opleiding en werk
Ongeveer een derde van de uitgaanders volgt momenteel een opleiding. Iets meer dan de helft daarvan studeert aan een hogeschool of universiteit; de rest volgt een mbo-opleiding of zit nog op de middelbare school (vaak havo/vwo). Degenen die geen opleiding volgen, hebben vaak een mbo-, hbo- of academisch diploma. Wanneer we een combinatie maken van de huidige en afgeronde opleiding, dan bereikte 21% tot nu toe het niveau van voortgezet onderwijs, heeft of volgt 27% een opleiding op mbo-niveau en 52% een
IV SURVEY UITGAANDERS
opleiding op hbo/wo-niveau.35 De meerderheid heeft betaald werk. Voor 11% is dat een bijbaan(tje) van minder dan 12 uur per week, 29% werkt in deeltijd (12-35 uur) en de helft (50%) heeft een voltijdsfunctie van minimaal 36 uur per week.
GEEN VO
10%
21%
BIJBAAN
11% HBO UNIVERSITEIT
VOLTIJD
V MARKT
50%
52%
DEELTIJD MBO
29%
27%
Figuur IV.5: Opleidingsniveau (huidig of afgerond) en werk
VI BIJLAGEN
35
Het opleidingsniveau van het onderzochte uitgaanspubliek is vergelijkbaar met dat van de algemene bevolking. Volgens het CBS heeft 41% van de 15-75-jarigen in Gooi en Vechtstreek een diploma op hoog onderwijsniveau (Bevolking; hoogstbehaald onderwijsniveau en regio, CBS Statline). Hier moeten de studenten die nog bezig zijn met hun opleiding nog bij worden opgeteld. 36
▪ Scholieren en studenten (36%) volgen een opleiding. Vaak is dat een studie aan hbo of universiteit.
I SAMENVATTING
Het cafépubliek kan grotendeels worden ingedeeld in twee groepen:
In totaal is 20% van de uitgaanders een hbo/wo-student. De rest zijn mbo’ers en middelbare scholieren. De meeste scholieren en studenten hebben naast hun studie een (deeltijd) bijbaan. ▪ Werkenden (60%) volgen momenteel geen opleiding en hebben meestal een fulltime betaalde
is 31% van de uitgaanders een hbo/wo-opgeleide werkende en 19% een mbo-opgeleide werkende. De resterende 5% is niet werkzaam; ze volgen geen opleiding en hebben geen betaald werk. Het opleidingsniveau binnen deze groep is gevarieerd.
1.4
II DE ANTENNE MONITOR
baan. Zoals gezegd hebben de meeste werkenden een mbo- of hbo/wo-opleiding afgerond. In totaal
Uitgaan
De onderzochte uitgaanders zijn over het algemeen frequente stappers, die de laatste 4 weken gemiddeld 6
vereniging georganiseerde feesten (51%). Ook werden concerten (38%), kleinschalige dancefestivals (< 5.000 bezoekers, 21%) of grootschalige dancefestivals (> 5.000 bezoekers, 21%) bezocht. Een klein deel ging naar een (illegale) rave (7%).
2
III PANEL RISICOJONGEREN
keer een uitgaansgelegenheid bezochten. Naast cafés, waren dat vaak clubs (55%) of door vrienden of
Middelengebruik
cannabis werd behalve prevalentie (d.w.z. of iemand ooit, de laatste 12 maanden en de laatste 4 weken had gebruikt) ook gevraagd naar frequentie en hoeveelheid. Naast het gebruik van legale (alcohol en tabak) en gedoogde (cannabis) middelen, is ook gevraagd naar meer
IV SURVEY UITGAANDERS
De vragenlijst bevatte vragen over drinken, roken, blowen, drugs, medicijnen en gokken. Bij alcohol, tabak en
dan vijftien illegale (andere) drugs, medicijnen en gokken. Bij xtc-pillen, cocaïne en amfetamine werd zowel prevalentie als frequentie gevraagd; bij de overige drugs alleen prevalentie. Naast prevalentie van middelengebruik in het algemeen is ook gebruik tijdens een stapavond in een café
In tekst en figuren worden afgeronde percentages en gemiddelden gepresenteerd. Voor gedetailleerde cijfers
V MARKT
onderzocht.
zie VI A Bijlage survey uitgaanders (pag. 86).
2.1
Alcohol
Vrijwel alle uitgaanders hebben ooit alcohol gedronken (99%) en verreweg de meesten zijn ook huidige drinkers (laatste 4 weken, 95%), maar elke dag alcohol drinken komt niet vaak voor (6%). VI BIJLAGEN
37
I SAMENVATTING
100%
99%
80%
97%
95%
60% 40% 20%
6%
0% LAATSTE 12 MAANDEN
OOIT
LAATSTE 4 WEKEN
ELKE DAG
Frequentie en hoeveelheid
Gemiddeld consumeerden de huidige drinkers 11 dagen van de laatste 4 weken alcohol; wat neerkomt op 2 à 3 dagen per week. Bijna de helft (45%) drinkt alleen in het weekend (vr, za, zo) of op andere vrije dagen (bijv. tijdens vakantie); iets meer dan de helft (55%) drinkt (ook) op gewone doordeweekse dagen (ma-do).
II DE ANTENNE MONITOR
Figuur IV.6: Alcohol
Huidige drinkers die op doordeweekse dagen alcohol drinken, nemen dan gemiddeld 3 glazen. Op vrije dagen wordt beduidend meer gedronken, namelijk gemiddeld 8 glazen op een dag. Als doordeweeks alcohol
(57%). Als op vrije dagen wordt gedronken, dan worden meestal meer dan 4 glazen gedronken (74%), hetgeen wel wordt opgevat als binge drinken.36 100% 80%
5% 15%
31%
III PANEL RISICOJONGEREN
wordt gedronken, dan houdt ruim een vijfde (22%) het bij maximaal 1 glas en drinken de meesten er 2 tot 4
MIN. 10 GLAZEN
5-9 GLAZEN
60%
IV SURVEY UITGAANDERS
57%
43%
40%
2-4 GLAZEN
20% 22%
24%
MAX. 1 GLAS
2%
0% DOORDEWEEKSE DAG (N = 147)
VRIJE DAG (N = 268)
Figuur IV.7: Hoeveelheid (huidige drinkers op betreffende dagen) R i s k a n t g e b r u i k 37
De Gezondheidsraad adviseert om geen of maximaal één glas alcohol per dag te drinken. Volgens deze norm drinken bijna alle huidige drinkers (laatste 4 weken) onder de onderzochte uitgaanders te veel (97%). In V MARKT
landelijke bevolkingsonderzoeken wordt daarnaast gesproken van overmatig drinken en zwaar drinken. Overmatig drinken is meer dan 14 (vrouwen) of 21 (mannen) glazen alcohol per week. Hieraan voldoet ruim een derde van de huidige drinkers (35%) onder de uitgaanders. Zwaar drinken is wanneer één keer per week of vaker minimaal 4 (vrouwen) of 6 (mannen) glazen alcohol op één dag worden gedronken. Volgens deze definitie is twee derde van de huidige drinkers onder de uitgaanders een zware drinker (66%). Een kwart van
Nationale Drug Monitor (editie 2023) Alcohol, 11.0 Laatste feiten en trends, Trimbos-instituut/WODC.
37
Zie VI A Bijlage survey uitgaanders (pag. 86) voor meer informatie over definities en berekening van indicaties van riskant gebruik. De verschillende maten kennen nogal wat overlap, waardoor genoemde percentages niet kunnen worden opgeteld. 38
VI BIJLAGEN
36
I SAMENVATTING
de huidige drinkers (26%) vindt zijn/haar drankgebruik zelf te ver gaan en zou willen stoppen of minderen met alcohol. 100%
97%
80% 60%
66%
40% II DE ANTENNE MONITOR
35%
20%
26%
0% TE VEEL DRINKEN
OVERMATIG DRINKEN
ZWAAR DRINKEN
ZOU WILLEN STOPPEN/MINDEREN
Figuur IV.8: Indicaties riskant gebruik (huidige drinkers, n = 270)37 Vergelijking met de algemene bevolking
Bovengenoemde percentages van riskant alcoholgebruik hebben betrekking op huidige drinkers (laatste 4 weken). Deze zijn omgerekend naar de totale onderzoeksgroep om ze hieronder af te zetten tegen cijfers over
De uitgaanders scoren hoger dan leeftijdsgenoten in de algemene bevolking op alle indicaties van riskant alcoholgebruik. Het aandeel overmatige drinkers onder de uitgaanders is ruim vijf keer zo groot en het aandeel zware drinkers ruim vier keer zo groot. UITGAANDERS
ALGEMENE BEVOLKING 18 T/M 34 JAAR
92% 33% 63%
62% 6% 14%
drinkt te veel (> 1 per dag) 38 drinkt overmatig39 drinkt zwaar38
III PANEL RISICOJONGEREN
leeftijdsgenoten (18 t/m 34 jaar) in de algemene bevolking in Gooi en Vechtstreek.
Figuur IV.9: Alcoholgebruik uitgaanders versus algemene bevolking Alcoholvrij
Bijna de helft van de uitgaanders (48%) dronk de laatste 12 maanden alcoholvrije dranken zoals bijvoorbeeld 0.0% bier, alcoholvrije wijn of virgin cocktails (geen frisdrank).
41%
TER VERVANGING VAN ALCOHOL
IV SURVEY UITGAANDERS
2.1.1
17%
TER VERVANGING VAN FRISDRANK
22%
VOOR DE AFWISSELING
50%
NOG MOETEN RIJDEN
23%
NOG MOETEN WERKEN
V MARKT
9%
ALCOHOLVRIJE PERIODE
15%
WILLEN MINDEREN MET DRINKEN
2%
WILLEN STOPPEN MET DRINKEN
0%
20%
40%
60%
80%
100%
Figuur IV.10: Redenen alcoholvrije drank (recente alcoholvrije drinkers, n = 135)
Tabellenboek Gezondheidsmonitor 2024, GGD Gooi en Vechtstreek.
39
Percentage verkregen via persoonlijke communicatie met GGD Gooi en Vechtstreek. Zij hanteren in bovengenoemde rapportage een andere definitie voor overmatig drinken, namelijk meer dan 7 (vrouwen) of 14 (mannen) glazen alcohol per week (in plaats van 14 en 21 glazen). 39
VI BIJLAGEN
38
(23%) omdat ze nog moesten werken. Vervanging van alcohol (41%) is een veelgenoemde reden, maar ook vervanging van frisdrank (17%) wordt genoemd. Ook wordt willen minderen met drinken (15%) wel genoemd,
I SAMENVATTING
Van deze recente alcoholvrije drinkers, deed de helft dat omdat ze nog moesten rijden (50%) en een kwart
maar helemaal willen stoppen (2%) vrijwel niet. Andere redenen waren afwisseling (22%) en een ingelaste alcoholvrije periode (bijv. Dry January, 9%). Enkelen gaven daarnaast aan alcoholvrij te hebben gedronken omdat ze het lekker vinden of er niets anders was. II DE ANTENNE MONITOR
2.2
Tabak en vapen
Acht op de tien uitgaanders hebben ooit traditionele sigaretten of shag gerookt (79%) en ruim de helft heeft ooit een vape (e-sigaret) gerookt (55%). Dit betreft grotendeels dezelfde personen: in totaal heeft 85% ooit gerookt. De laatste 4 weken rookte 56% sigaretten en 25% vapes. Ook hierin zit overlap: 34% rookte alleen sigaretten, 3% alleen vapes en 22% beide. Vapes worden door de uitgaanders dus vaker ter afwisseling van
zijn dagelijkse rokers (27% tabak en/of vapes) in de minderheid. TABAK
100%
VAPEN
80%
60%
85%
79%
40%
55%
TOTAAL
68%
61%
59%
56%
20%
27%
24%
42%
III PANEL RISICOJONGEREN
sigaretten dan volledig in plaats van sigaretten gebruikt. 40 Hoewel de meeste uitgaanders huidige rokers zijn,
25%
4%
LAATSTE 4 WEKEN
ELKE DAG
0% LAATSTE 12 MAANDEN
Figuur IV.11: Tabak en/of vapen Frequentie en hoeveelheid
Gemiddeld rookten de huidige tabaksrokers 18 dagen van de laatste 4 weken sigaretten (4 á 5 dagen per week). De huidige vapers rookten gemiddeld 9 dagen van de laatste 4 weken vapes (circa 2 dagen per week).
IV SURVEY UITGAANDERS
OOIT
Vragen over gebruikshoeveelheden op doordeweekse en vrije dagen zijn alleen aan sigarettenrokers gesteld.41 De meeste rokers doen dat zowel doordeweeks als in het weekend of tijdens vakantie (79%), maar één op de vijf steekt alleen op vrije dagen een sigaret op (21%). Als op een doordeweekse dag wordt gerookt,
13 sigaretten op een dag.
40
V MARKT
dan gaat het om gemiddeld 8 sigaretten op een dag. Op vrije dagen wordt meer gerookt, namelijk gemiddeld
Ook uit ander onderzoek blijkt dat vapen vaak naast roken gebeurt. In de Jongerenmonitor tabaks- en nicotineproducten onder 1225-jarigen zei 69% van de maandelijkse vapers tevens elke maand sigaretten te roken (Garritsen H, Bommelé J, De Nerée C, Troelstra S, Croes E & Willemsen M (2023) Jongerenmonitor tabaks- en nicotineproducten, Trimbos-instituut). Bij vapen is de gebruikshoeveelheid per dag vrijwel niet meetbaar omdat een vape meerdere dagen meegaat. Het vape-aanbod loopt uiteen van enkele honderden tot duizenden puffs, wat het equivalent is van tientallen tot honderden sigaretten (een vape van 500 puffs staat gelijk aan ongeveer 3 pakjes sigaretten, RIVM (2014) E-sigaretten Factsheet). 40
VI BIJLAGEN
41
I SAMENVATTING
100% MIN. 10 SIGARETTEN
80%
40%
5-9 SIGARETTEN 63%
60%
2-4 SIGARETTEN MAX. 1 SIGARET
24% 40% 24%
31%
0%
5%
9% 4%
DOORDEWEEKSE DAG (N = 122)
VRIJE DAG (N = 155)
II DE ANTENNE MONITOR
20%
Figuur IV.12: Hoeveelheid (huidige rokers op betreffende dagen) R i s k a n t g e b r u i k 42
Roken is nooit risicovrij, maar zware rokers – minstens een pakje (20 sigaretten) per dag – hebben een aanmerkelijk kortere levensverwachting. Van de huidige rokers onder de onderzochte uitgaanders is 11% een zware roker. Markant resultaat is dat de meeste huidige rokers (58%) zouden willen stoppen of minderen met III PANEL RISICOJONGEREN
roken, en dat ook 17% van de vapers zou willen stoppen/minderen met vapen. Vergelijking met de algemene bevolking
Er zijn geen cijfers beschikbaar over zwaar roken in de algemene bevolking in de regio, maar het aandeel tabaksrokers onder de uitgaanders is ruim twee keer zo groot dan onder 18-34-jarigen in de algemene bevolking in Gooi en Vechtstreek (23%) en ook vapen komt onder uitgaanders vaker voor dan onder leeftijdsgenoten in de regio (10%).43
2.2.1
Snus IV SURVEY UITGAANDERS
Naast tabak en vapes is er tevens nicotine in poedervorm op de markt: snus. Snus is veel minder populair dan roken of vapen. Eén op de zeven uitgaanders (14%) gebruikte ooit snus, 8% gebruikte het de laatste 12 maanden en 3% de laatste 4 weken. Snus wordt uitsluitend gebruikt door degenen die ook tabak of vapes roken.
2.3
Cannabis
De meeste uitgaanders hebben ervaring met cannabis (hasj en/of wiet, 68%). Een derde blowde de laatste 12 maanden (34%) en bijna een kwart is huidige blower (laatste 4 weken, 23%). Een klein groepje (2%) blowt elke V MARKT
dag.
Zie VI A Bijlage survey uitgaanders (pag. 86) voor meer informatie over definities en berekening van indicaties van riskant gebruik.
43
Tabellenboek Gezondheidsmonitor 2024, GGD Gooi en Vechtstreek.