CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

10. Raadsinformatiebrief 2024-88 inzake Actualisatie VTH-beleid 2021-2026 en Uitvoeringsprogramma VTH 2025

GEMEENTERAAD 29 januari 2025, gemeente HilversumBij agendapunt: Stukken ten aanzien waarvan de voorzitter voorstelt deze voor kennisgeving aan te nemen33.374 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

4.5 Keuze sancties

Bij een overtreding kan gekozen worden tussen de volgende sancties: last onder bestuursdwang, last onder dwangsom, intrekken vergunning (behalve bij algemene regels) en/of proces-verbaal. Daarnaast kan sinds het inwerking treden van de 4e tranche van de Awb gekozen worden uit een bestuurlijke boete of een bestuurlijke strafbeschikking. De gemeente Hilversum kiest ervoor om tegen overlast gevende feiten in de openbare ruimte de bestuurlijke strafbeschikking in te zetten. Tot slot heeft het Openbaar Ministerie de zelfstandige bevoegdheid om strafrechtelijk op te treden naast of in plaats van bestuursrechtelijke sancties.

4.5.1 Keuze tussen (preventieve) dwangsom of bestuursdwang De vraag of in een concreet geval definitieve aanschrijving door middel van het opleggen van een last onder bestuursdwang of het opleggen van een (preventieve) last onder dwangsom moet plaatsvinden, zal steeds beantwoord moeten worden aan de hand van feiten, omstandigheden en belangen die aan de orde zijn. De gemeente Hilversum kiest in beginsel voor het opleggen van een last onder dwangsom, tenzij toepassing van dit middel in het concrete geval niet het meest zinvolle is.

Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 25 van 60

Voor een last onder dwangsom wordt niet gekozen als het belang dat het betrokken voorschrift beoogt te beschermen zich daartegen verzet (artikel 5:32 Awb). Dit is bijvoorbeeld het geval bij (dreigend) acuut gevaar: dat vereist het onmiddellijk (of op zeer korte termijn) nemen van maatregelen. Bestuursdwang (eventueel zelfs zonder begunstigingstermijn) is dan een veel effectiever instrument. De dwangsom is juist een goed middel als er gevaar bestaat voor herhaling of voortzetting van een overtreding. Een gelijktijdige toepassing van beide instrumenten voor dezelfde overtreding is niet mogelijk. De wet staat wel toe om, als een dwangsom niet effectief blijkt te zijn, alsnog bestuursdwang toe te passen. Daar is dan wel een nieuw besluit voor nodig. Ook kan na het “vollopen” van een last onder dwangsom (dat wil zeggen als het maximale bedrag is verbeurd) binnen zekere grenzen een nieuwe (hogere) last onder dwangsom worden opgelegd. Na het toepassen van bestuursdwang kan wel een preventieve dwangsom worden opgelegd om herhaling te voorkomen. Wat ook kan is gelijktijdig strafrechtelijk optreden. De gevallen waarin dat kan moeten zijn afgestemd met de strafrechtelijke keten. Als het gevaar voor een overtreding klaarblijkelijk dreigt, dan wordt afgewogen of een preventieve last onder dwangsom/bestuursdwang wordt opgelegd.

Een preventieve last kan als (beoogd) effect hebben dat van het begaan van een overtreding wordt afgezien. Het opleggen van een preventieve sanctie is slechts mogelijk zodra het gevaar voor een overtreding klaarblijkelijk dreigt (artikel 5:7 Awb). Een overtreding zal met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid moeten plaatsvinden. In het kader van rechtszekerheid moet in het besluit (tot het opleggen van een preventieve last onder dwangsom/bestuursdwang) de betreffende overtreding goed worden omschreven.

4.5.2 Keuze begunstigingstermijnen In een handhavingbeschikking, die strekt tot het ongedaan maken of voorkomen van een overtreding, wordt een termijn gesteld gedurende welke de overtreder de last kan uitvoeren zonder dat een dwangsom wordt verbeurd of bestuursdwang wordt toegepast. Deze hersteltermijn is de zogenaamde begunstigingstermijn. Deze termijn moet redelijk zijn en in ieder geval voldoende lang om de aangeschrevene ook daadwerkelijk in staat te stellen de last uit te voeren. De richtlijn voor begunstigingstermijnen die wordt gehanteerd door de gemeente Hilversum is opgenomen in Bijlage 12. Als een last gericht is op het voorkomen van een herhaling van een overtreding is een begunstigingstermijn soms niet nodig. Vaak gaat het dan om overtredingen van gedragsvoorschriften. Bij dergelijke overtredingen hoeven vaak geen voorzieningen of maatregelen te worden getroffen. De overtreder dient uitsluitend zijn gedrag te veranderen. Het kan soms toch raadzaam zijn om in dergelijke gevallen een korte begunstigingstermijn te stellen bijvoorbeeld omdat de overtreder zijn personeel moet instrueren of een toeleverancier.

4.5.3 Keuze hoogte dwangsommen Er is geen algemene richtlijn te geven voor het bepalen van de hoogte van de dwangsom en het maximaal te verbeuren bedrag. Vereist is enkel dat het vastgestelde bedrag in redelijke verhouding staat tot de zwaarte van het geschonden belang, de beoogde werking van de dwangsomoplegging en de hoogte van de kosten van de te treffen voorzieningen in relatie tot het genoten voordeel van de overtreder bij voortzetting van de overtreding. Over het bepalen van de hoogte van dwangsommen is veel jurisprudentie.

Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 26 van 60

De hoogte van de dwangsom moet doelgericht op de ernst van de overtreding worden afgestemd (evenredigheid) en tot doel hebben de overtreding tegen te gaan of te voorkomen (effectiviteit). De hoogte van de bedragen moeten tot doel hebben de gevolgen van de overtreding ongedaan te (laten) maken of te voorkomen. De dwangsom moet in ieder geval zo hoog zijn dat er een voldoende prikkel van uitgaat om de overtreder te bewegen de overtreding te beëindigen of de gevolgen op te heffen. De wet stelt dat in een last onder dwangsom een maximum wordt vastgesteld waarboven geen bedrag meer wordt verbeurd. Als het maximum is bereikt en de overtreding duurt voort, dan wordt opnieuw bekeken welke maatregel getroffen wordt. Bij het bepalen van een dwangsom moet rekening gehouden worden met de omvang van de overtreding, de omvang van de schade en de vereiste investeringen. Er kan bijvoorbeeld gekeken worden naar de omvang van de investering en het eventueel behaalde financieel voordeel. Bij de hoogte van een dwangsom kan ook onderscheid gemaakt worden tussen particulieren en bedrijven. Er zijn door de gemeente Hilversum standaard richtlijnen opgesteld voor de hoogte van dwangsommen voor verschillende overtredingen (zie Bijlage 12). Het bepalen van de uiteindelijke dwangsom blijft echter maatwerk. De hoogte van een preventieve dwangsom zal per casus worden bepaald en gemotiveerd.

Uitgangspunt hierbij is wel dat de dwangsom zo hoog mogelijk moet worden gesteld aangezien de overtreding met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gaat plaatsvinden. Er moet voldoende prikkel zijn zodat van het begaan van een overtreding wordt afgezien. Naast de hoogte van de dwangsom is de pakkans hierbij mede bepalend. NB: De financiële omstandigheden van een overtreder kunnen niet bepalend zijn voor het vaststellen van de hoogte van de dwangsom. Ook is het niet toegestaan om kosten van het handhavingstraject (zoals personeelskosten) in de dwangsom op te nemen, met andere woorden: verkapt kostenverhaal mag niet plaatsvinden. Bij bestuursdwang worden de voor de uitvoering van de bestuursdwang gemaakte kosten wel verhaald. De te maken kosten worden in zo’n geval bijgehouden.

4.5.4 Wanneer strafrechtelijk optreden Bij bepaalde overtredingen is het gewenst om, naast of in plaats van bestuursrechtelijk optreden, ook strafrechtelijk op te treden. Bijvoorbeeld als er sprake is van onherstelbare schade, recidivisme, verwijtbaar gedrag, illegale asbestverwijdering, bij dumping/verbranding van afval of als de geloofwaardigheid van de overheid in het geding is. Hiervoor is een goede samenwerking met politie en justitie belangrijk. Verdere afspraken hierover staan in Bijlage 6.

4.5.5 Optreden bij schade aan gemeentelijke eigendommen Als er schade wordt/is aangebracht aan gemeentelijke eigendommen, dan worden de kosten (indien mogelijk) op de overtreder verhaald. In het geval van schade door criminaliteit wordt er in beginsel aangifte gedaan bij de politie.

4.6 Afwijken leidraad

De standaard begunstigingstermijnen en dwangsommen uit de leidraad (zie Bijlage 12) zijn geen vaste gegevens. Per handhavingszaak wordt bekeken of het redelijk is om de leidraad toe te passen. Afwijken van de leidraad moet gemotiveerd worden. Hieronder worden verhogende en verlagende factoren weergegeven. Bij de hoogte van de dwangsommen en de lengte van de begunstigingstermijnen in de leidraad, moet (bij bedrijven) rekening gehouden worden met de omvang van een bedrijf/onderneming/inrichting, omvang en ernst van de schade, mate van overschrijding van normen en de vereiste investeringen. Verder moet gekeken worden naar zaken als kapitaal, draagkracht, aantal werknemers en de omzet en winst van een onderneming.

Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 27 van 60

Voor de kleinere bedrijven kunnen genoemde dwangsombedragen verlaagd worden en voor de grote bedrijven verhoogd. De hoogte van de gekozen bedragen en het maximum te verbeuren dwangsom moeten tot doel te hebben de overtreding tegen te gaan of te voorkomen. Ook de begunstigingstermijn kan verlengd of verkort worden, dit kan bijvoorbeeld afhankelijk zijn van derden (beschikbaarheid van aannemers of levertijd van leveranciers e.d.). Mocht de overtreding niet ongedaan zijn gemaakt, of verdere overtreding dan wel herhaling niet kunnen worden voorkomen dan is mogelijk de hoogte van de dwangsom te laag gekozen. Er is dan een mogelijkheid om, na het bereiken van de maximaal te verbeuren dwangsom, een nieuwe (hogere) last onder dwangsom op te leggen. Ook de hoogte van deze hogere dwangsom moet worden gemotiveerd. Dat kan vaak al vrij simpel door aan te geven dat uit bepaalde omstandigheden is gebleken dat de eerder opgelegde en verbeurde dwangsombedragen niet hebben geleid tot het beëindigen van de overtreding.

4.7 Inning verbeurde dwangsommen/kosten bestuursdwang

Als na het verlopen van de begunstigingstermijn niet is voldaan aan het gestelde in de beschikking, dan verbeurt de overtreder rechtens de opgelegde dwangsom. Volgens artikel 5:33 van de Awb wordt de verbeurde dwangsom binnen zes weken betaald nadat zij is verbeurd. Als de overtreder de verschuldigde dwangsom niet binnen zes weken betaald, dan moet de dwangsom worden ingevorderd. Invordering wordt afgehandeld door belastingen. In principe worden alle verbeurde dwangsommen ingevorderd. Dit gaat met een invorderingsbeschikking. Een belanghebbende kan ook om een dergelijke invorderingsbeschikking verzoeken. In zo´n geval moet het college van B&W binnen vier weken beslissen op het verzoek. Bij niet-tijdige betaling van het bedrag raakt de overtreder in verzuim. Vanaf dat moment wordt de wettelijke rente over het verschuldigde bedrag in rekening gebracht. Het verzuim treedt in vanaf de dag na het verlopen van de betalingstermijn tot aan de dag der algehele voldoening. Daarnaast worden mogelijke buitengerechtelijke incassokosten (inclusief wettelijke rente) in principe ingevorderd. Kosten die gemaakt worden in het kader van een bestuursdwanguitoefening, zoals het verzegelen van een gevaarlijk pand, worden verhaald op de overtreder.

4.8 Handhaving bij overtredingen door overheden of eigen overheid

De omgevingsrechtelijke handhaving bij een andere overheid, of een onderdeel van de eigen overheid, geschiedt niet anders dan de handhaving bij derden. Algemeen normbesef en geloofwaardigheid van de normerende overheid spelen hier een grote rol. Overheden of publieke ondernemingen die overtredingen begaan worden bestuursrechtelijk op dezelfde wijze behandeld als private ondernemingen of burgers. Ook op overtredingen begaan door diensten of gelieerde instellingen van de eigen organisatie wordt conform deze strategie opgetreden. De verantwoordelijkheid voor de Omgevingswet naleving bij de eigen overheid ligt primair bij het college van B&W (in sommige gevallen bij de burgemeester). Bij overtredingen door de eigen overheid kan het Openbaar Ministerie aanvullend een proces-verbaal opmaken. De kosten hiervan zijn voor rekening van de betreffende afdeling, afhankelijk van wie er wordt vervolgd. De betrokken wethouder zal op de hoogte worden gehouden over (het voortbestaan van) overtredingen door de eigen overheid.

Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 28 van 60

De gemeente heeft een aantal panden/taken die vallen onder de gebruiks- en milieuwetgeving. Dit zijn onder andere: - Kantoren (Raadhuis, Stadskantoor en kantoor aan de Wilhelminastraat); - Sporthallen, sportvelden en buurthuizen (worden verhuurd aan derden); - Goois museum (verzelfstandigd); - Gemeentewerf - Gemalen - Overige gebouwen die de gemeente verhuurt - Werkzaamheden aan de openbare weg en plantsoenen. NB: De (gemeentelijke) scholen vallen ten aanzien van milieueisen niet direct onder de verantwoordelijkheid van het college van B&W. Dit is een autonome taak van de schoolbesturen zelf. Toezicht en handhaving op de gemeentelijke panden en taken vindt plaats overeenkomstig het VTHbeleid en uitvoeringsprogramma.

4.9 Rapportage

Om de juridische (of repressieve) (milieu)handhaving goed te kunnen bewaken en monitoren wordt hierover gerapporteerd in het zaaksysteem Case. De planning is dat Centric Leefomgeving, dat inmiddels voor vergunningen en toezicht is geïmplementeerd, ook voor handhaving zal worden geïmplementeerd. Centric Leefomgeving is echter voor handhaving op dit moment nog niet operationeel. Van de rapportage worden alleen de relevante passages over de overtreding zelf gedeeld met de overtreder bij de vooraankondiging (in bovenstaande tekst waarschuwingsbrief genoemd), bij het voornemen en bij de definitieve oplegging. De rapportage wordt alleen actief gedeeld met ketenpartners als deze direct betrokken zijn, dan wel bevoegd gezag zijn voor regelgeving die ook van toepassing is. Indien dit het geval is wordt de eindrapportage binnen 2 weken gedeeld nadat de zaak is afgerond. De rapportage wordt in beginsel niet openbaar gemaakt. Indien gewenst kunnen geïnteresseerden een verzoek indienen in het kader van de Wet open overheid.

Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 29 van 60

Bijlage 5: Gedoogstrategie 5.1 Inleiding

Wanneer wet- en regelgeving wordt overtreden is het bevoegde gezag in beginsel verplicht om handhavend op te treden. Dit ter bescherming van het algemeen belang en ter voorkoming van precedentwerking. Volgens vaste jurisprudentie van de Raad van State kan alleen in bijzondere gevallen van handhavend optreden worden afgezien. Ook kan handhavend optreden in een bepaald geval onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen. Ook in dat geval moet van handhavend optredend worden afgezien. Dit kan zich vooral voordoen bij afwijkingen van ondergeschikt belang (bijvoorbeeld bij kleine afwijkingen in de bouw die geen gevolgen hebben voor de veiligheid of gezondheid).

5.2 Kader

Gedogen is alleen in uitzonderlijke situaties mogelijk, namelijk als het gaat om overmacht, een overgangssituatie of als er sprake is van onevenredigheid. Daarnaast mag er alleen uitdrukkelijk gedoogd worden op basis van een besluit. Dit is landelijk zo geregeld en komt voort uit rechterlijke uitspraken en de nota ‘Grenzen aan Gedogen’. Een aantal specifieke uitzonderingen zijn nog terug te vinden in het ‘Gezamenlijk Beleidskader Gedogen’. Deze beleidslijn wordt nog steeds onderschreven en dient als basis voor de notitie ‘Handhaven of gedogen?’ uit 2003 van de gemeente Hilversum. Omdat deze beleidsnotitie nog steeds actueel is zal deze niet komen te vervallen. Het beschrijft de te onderscheiden gedoogsituaties en de eisen die worden gesteld aan het gedogen en aan een gedoogbeschikking.

5.3 Uitgangspunten van het gedoogkader

Hilversum onderstreept dat het gedogen van een overtreding in principe ongewenst is. Uitgangspunt is dat het afgeven van een gedoogbesluit met grote terughoudendheid moet worden betracht en als er toch wordt gedoogd, er in principe (op termijn) een concreet zicht op legalisatie bestaat. Wanneer gedogen toch nodig is, worden hiervoor voorwaarden opgenomen in het gedoogbesluit. Ook zal er een (zo kort mogelijke) gedoogtermijn worden vastgesteld. Hierover wordt vooraf overlegd met de overtreder, belanghebbenden en eventuele andere handhavingspartners (zoals politie, Openbaar Ministerie). Betrokken partijen worden schriftelijk op de hoogte gebracht van het voornemen tot gedogen en in de gelegenheid gesteld een zienswijze naar voren te brengen. Hierbij wordt de voorbereidingsprocedure zoals bedoeld in de Awb gevolgd.

5.4 Relatie bestuursrecht/strafrecht

Bij gedogen spelen de belangenafweging, aansprakelijkheidskwesties, en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (rechtszekerheidsbeginsel, vertrouwensbeginsel) een grote rol. Het gedoogbesluit wordt genomen door het college en is een besluit in de zin van de Awb welke vatbaar is voor bezwaar en beroep door belanghebbenden. De gedoogde situatie wordt periodiek gecontroleerd. Als er niet aan de voorwaarden van het gedoogbesluit wordt voldaan dan wordt er onmiddellijk actie ondernomen, zoals het intrekken van het gedoogbesluit en/of het opleggen bestuursrechtelijke/strafrechtelijke sancties. Overigens is lang gedogen volgens de jurisprudentie geen reden om af te zien van handhaving.

Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 30 van 60

Bijlage 6: Afstemming en samenwerking 6.1 Inleiding

Het VTH-beleid is afgestemd met de partners op dit terrein. De gemeente Hilversum heeft, overeenkomstig hoofdstuk 13 van het Omgevingsbesluit, afspraken gemaakt met de betrokken bestuursorganen en de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving. De afspraken gaan over de samenwerking bij, en de afstemming van, de werkzaamheden. Deze bijlage geeft inzicht in die afspraken. Het doel van de gemaakte afspraken is het overtreden van de regels minder aantrekkelijk te maken door het (sanctie-)risico voor de overtreder te vergroten. Ondersteund door gerichte communicatie heeft deze werkwijze een preventieve werking. Door de gemaakte keuzes over het (flankerend) toepassen van strafrecht naast of in plaats van bestuursrecht, wordt er doeltreffend opgetreden.

6.2 Interne afstemming

De interne afstemming van het VTH-beleid is voor een groot deel gewaarborgd door het feit dat zowel het VTH-beleid, als het uitvoeringsprogramma, zijn gemaakt door alle sporen binnen de gemeente Hilversum die een raakvlak hebben met de fysieke leefomgeving. Het gaat hier om de teams Toezicht, Advies en Ondersteuning en Vergunningen.

6.2.1 Wethouder vergunningverlening en handhaving De gemeente Hilversum heeft één wethouder voor (integrale) vergunningverlening en handhaving. De portefeuillehouder is, naast de uitvoering van de handhaving, ook portefeuillehouder voor de in het kader van de handhaving vereiste (deel)adviezen. Hierdoor wordt bewerkstelligd dat handhavingszaken snel en doelmatig kunnen worden afgestemd met het college.

6.3 Afstemming Parkeercontroleurs en BOA´s

In het centrumgebied wordt er samengewerkt tussen de (ingehuurde) parkeercontroleurs en de BOA’s (van team Toezicht). Er is structureel overleg waarin de onderlinge samenwerking met elkaar en de speerpunten in het gebied onderwerp van gesprek zijn.

6.4 Afstemming OFGV

Voor de door de OFGV uit te voeren taken is het Regionaal beleidskader VTH 2024-2027 opgesteld. Aan de hand daarvan wordt jaarlijks een uitvoeringsprogramma opgesteld voor de door de OFGV uit te voeren taken. Dit beleid is, net als dit beleid, gebaseerd op de landelijke handhavingsstrategie. De OFGV is gemandateerd voor het nemen van besluiten in dit kader. Voor het onderhouden van de contacten heeft Hilversum een specifieke accounthouder aangesteld.

6.5 Afstemming Brandweer Gooi en Vechtstreek

Om af te kunnen stemmen over zaken ten aanzien van de brandveiligheid is het Casusoverleg Brandweer in het leven geroepen tussen team Vergunningen, team Toezicht en de Brandweer Gooi en Vechtstreek. In dit overleg, dat elke vier weken plaatsvindt, wordt de voortgang besproken van projecten en controles waarin de gemeente en de brandweer samen optrekken. Daarnaast vindt ook afstemming plaats over handhavingszaken.

6.6 Afstemming politie

Afhankelijk van de handhavingstaak en de aard van de overtreding kan de politie worden ingeschakeld bij de handhaving door de gemeente. Hieronder is per thema te lezen welke afspraken er zijn gemaakt.

Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 31 van 60

Voor bijna alle thema´s geldt dat de gemeente Hilversum ook zelf kan optreden door middel van de eigen BOA domein I (dus zonder de politie). De BOA domein I wordt hiertoe jaarlijks geschoold. Enkele milieudelicten vallen ook onder domein I.

6.6.1 Milieu Overtredingen van de milieuregelgeving zijn strafbaar gesteld in de Wet op de economische delicten. Als een gemeentelijk toezichthouder een overtreding constateert, dan kan, indien er sprake is van een misdrijf, hiervoor aangifte worden gedaan bij de politie. Als een gemeentelijk toezichthouder constateert dat er niet voldoende zorg (milieuzorgplicht) voor het milieu in acht is genomen, dan kan (naast de bestuursrechtelijke handhaving) ook strafrechtelijke handhaving plaatsvinden. Hierbij moet het aannemelijk zijn dat de overtreder op de hoogte is, of had kunnen zijn, van de betreffende regels. Per casus vindt hierover afstemming met de politie plaatsvinden.

6.6.2 Thematische handhavingsacties Bij de thematische handhavingsacties vindt desgewenst afstemming met de politie plaats. Hierbij kan gedacht worden aan de integrale thematische handhavingsacties in (het buitengebied van) Hilversum of in het kader van de jaarlijkse handhavingsestafette. Als afstemming gewenst is, dan vindt minimaal een maand voor de handhavingsactie een afstemmingsoverleg plaats met de wijkteams van de politie. Bij de HHE start dat in het najaar voor het jaar waarin de actie plaatsvindt.

6.6.3 Ondersteuning door de politie Als een gemeentelijk toezichthouder tijdens zijn of haar werkzaamheden een calamiteit constateert of agressief optreden dreigt of optreedt, dan kan de toezichthouder de politie voor assistentie inschakelen. Hierbij kan gedacht worden aan geweld, bedreigingen, of situaties waarbij een andere vorm van gevaar een rol speelt. Bij uitingen van agressie tegen een met de handhaving belaste gemeenteambtenaar, wordt het beleid ‘Agressie en Geweld’ gevolgd. Ook als een ambtenaar de toegang wordt geweigerd bij een pand, dan kan de hulp van de politie worden ingeroepen.

6.6.4 Verdenking/onraad Als de gemeentelijke toezichthouder tijdens een handhavingszaak de verwachting heeft dat de politie tevens een rol speelt, of zou kunnen spelen, dan wordt de politie over de zaak geïnformeerd. Hierbij kan gedacht worden aan een toezichthouder die strafbare feiten constateert, maar niet bevoegd is om hiertegen op te treden. Dit is ook een vorm van signaaltoezicht.

6.6.5 Afstemming inzet bestuurlijke strafbeschikking De gemeente Hilversum gebruikt de bestuurlijke strafbeschikking als sanctioneel handhavingsinstrument tegen kleine overlastfeiten in de openbare ruimte. Er vindt hierbij afstemming met de politie plaats. Hierdoor wordt voorkomen dat verschil ontstaat in de handhaving bij deze feiten door de politie en de gemeente.

6.7 Afstemming beleid met partners

Het VTH-beleid en uitvoeringsprogramma zijn ter kennisname verzonden naar onze externe partners, waaronder het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord Holland, Waternet, de politie Midden Nederland en de Brandweer Gooi en Vechtstreek.

Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 32 van 60

Bijlage 7: Uitvoeringsorganisatie 7.1 Inleiding

Volgens artikel 13.9 van het Omgevingsbesluit moet de gemeente Hilversum zijn uitvoeringsorganisatie zo inrichten dat het aan bepaalde eisen voldoet. Kort gezegd komt dit neer op het regelen van een scheiding van functies, roulering, piketregeling en een beschrijving van werkprocessen, procedures en bijbehorende informatievoorziening. In deze bijlage worden deze zaken belicht.

7.2 Scheiding functies

Conform hoofdstuk 13 van het Omgevingsbesluit is er bij Hilversum een scheiding tussen vergunningverlening, toezicht en handhaving en juridische ondersteuning. Dit betekent dat een vergunningverlener niet zijn eigen vergunning controleert. Er zijn afzonderlijke functiebeschrijvingen en aanstellingen voor vergunningverleners, handhavers (toezichthouders) en juridisch medewerkers.

7.3 Roulatiesysteem

Overeenkomstig het Omgevingsbesluit werkt Hilversum met een transparant roulatiesysteem. Concreet gaat het om roulatie van het toezicht op die zaken waar de toezichthouder een (te) vaste handhavingsrelatie kan krijgen met een overtreder. Het gaat hierbij om grote, complexe of “dubieuze” objecten/overtreders waarbij het gevaar bestaat dat er een (te) vaste handhavingrelatie kan ontstaan. Bij rouleren moet gedacht worden aan het wisselen van geografische gebieden, branches en/of inrichtingen onder de verschillende toezichthouders. Door het roulatiesysteem wordt voorkomen dat de onafhankelijkheid, integriteit en geloofwaardigheid van de toezichthouders in het geding komt. Hilversum bereikt dit door: 1. Een roulatiesysteem bij de bedrijven in categorie 3 (objectgericht milieutoezicht op de thuistaken). De milieutoezichthouder komt eens per 3 jaar bij deze inrichtingen of overtreders. Na 2 periodieke controles wordt dit bedrijf overgedragen aan een andere toezichthouder. 2. Een roulatiesysteem bij andere niet nader gedefinieerde redenen. Een kapstok voor die gevallen waar bijvoorbeeld politieke gevoeligheid is ontstaan, dubieuze bedrijfsvoering, zwakke handhavingpositie en/of het type bedrijf past niet bij de handhaver. 3. Geen roulatiesysteem bij de lichtere inrichtingen of overtreders (de zogenaamde categorieën 1 en 2).

De bedrijven worden slechts eens per 5 jaar bezocht, er is nauwelijks sprake van een handhavingsrelatie tussen een handhaver en bedrijf. Met behulp van een applicatie wordt het te controleren bedrijf toegekend aan toezichthouder A of B. Dit is een gevolg van de drie functieniveaus die binnen de afdeling aanwezig zijn. De toewijzing vindt in beginsel plaats op basis van specifieke kennis en kunde van mensen, opbouw van de afdeling in ervaring en formatieve capaciteit. Als gevolg van de overdracht aan de OFGV per 1 januari 2025 van de inrichtinggebonden basis- en plustaken VTH-milieu, vinden deze taken niet meer binnen de gemeente plaats, behalve het stimulerend energietoezicht.

7.4 Piketregelingen

Volgens artikel 13.9 lid 2 sub d van het Omgevingsbesluit moet de gemeentelijke organisatie ook buiten de gebruikelijke kantooruren bereikbaar en beschikbaar zijn voor toezicht en handhaving. Bereikbaar voor het melden van acute klachten en beschikbaar voor het behandelen van incidenten. Om dit te waarborgen heeft Hilversum de volgende regelingen.

Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 33 van 60

7.4.1 Milieuklachten De hiervoor genoemde overdracht van de inrichtinggebonden basis- en plustaken VTH-milieu, is aanleiding om over de uitvoering van de milieugerelateerde taken die bij de gemeente blijven, aanvullende afspraken te maken. De BOA’s blijven aangewezen voor de tot hun domein behorende milieutaken. Over de melding en afhandeling van acute geluidsklachten moeten nog nadere afspraken worden gemaakt tussen de gemeente en de politie. Op het moment van schrijven zijn deze afspraken nog niet rond. Bij de evaluatie en actualisatie van het VTH-beleid in 2025 zullen de nieuwe afspraken verwerkt worden in het VTH-beleid.

7.4.2 Bouwen Er is 24 uur per dag een medewerker met de expertise bouwen beschikbaar. De bereikbaarheid loopt via de meldkamer. In de praktijk wordt een medewerker bouwen met name buiten kantooruren opgeroepen bij brand in verband met eventueel instortingsgevaar. De brandweer heeft dan bouwkundig advies nodig.

7.4.3 Klant Contact Centrum Klachten over onveilige of kapotte zaken in de openbare ruimte kunnen gemeld worden aan het Klant Contact Centrum (KCC) via www.hilversum.nl of via 14035. Hierbij kan gedacht worden aan gaten in de weg, omgewaaide bomen, kapotte lantaarnpalen, etc. Ook meldingen van woonoverlast of eenvoudige verkeersproblemen kunnen gemeld worden aan het KCC. Bij woonoverlast kan gedacht worden aan: burenlawaai, overbevolking en bouwvallige, onveilige en/of sterk vervuilde percelen/ woningen.

7.4.4 Social media en webcare Voor vragen, meldingen of klachten over onveilige of kapotte zaken in de openbare ruimte zijn wij online te bereiken via Twitter (@gemeentehsum)\, Facebook (@HilversumMediastad), Instagram (@hilversummediastad), Linkedin of WhatsApp (06 13 85 29 53). Het webcareteam doet zijn best om berichten zo snel mogelijk te beantwoorden. Wij zijn bereikbaar op maandag t/m vrijdag tussen 08:30 en 17:00 uur.

7.4.5 Calamiteiten openbare weg Hiervoor is het team Vastgoed en Installaties van de afdeling Openbare Ruimte 24 uur per dag, 7 dagen in de week telefonisch bereikbaar (035- 629 26 28). Dit voor situaties of calamiteiten die gevaar opleveren op de openbare weg, zoals: - gaten in het wegdek, - wateroverlast en oliesporen, - afgebroken takken, - afgevallen lading en zwerfasbest, - vernielde verkeersborden, parkeerautomaten, verkeerslichtinstallaties, ca.

7.4.6 Grote incidenten en rampen Voor rampen, crises en grote incidenten heeft de gemeente Hilversum een crisisplan (Regionaal Crisisplan Utrecht). Vanuit de meldkamer wordt bij calamiteiten opgeschaald, waarbij er samen met andere gemeenten “harde” en zachte 24-uurs piketregeling zijn getroffen. Vanuit de gemeentelijke ‘Bevolkingszorg’ worden dan op alle niveaus en in alle multidisciplinaire teams functionarissen afgevaardigd. Binnen de gemeente Hilversum zijn de ambtenaren Openbare orde en veiligheid (team Samenleving, afdeling Beleidsuitvoering) bereikbaar als vraagbaak voor rampenbestrijding en crisesbeheersing. De harde piket voor milieu is beëindigd en omgezet naar een zachte piketregeling.

Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 34 van 60

Een telefoonlijst wordt gebeld en bij beschikbaarheid komt de medewerker op of geeft telefonisch advies.

7.5 Beschrijving werkprocessen, procedures en informatievoorziening

De beschrijvingen van werkprocessen, procedures en informatie voorziening staan voor een deel in deze bijlagenbundel. De basiswerkwijze voor het verlenen van een omgevingsvergunning is bij de gemeente Hilversum vastgelegd in een geautomatiseerd systeem (Key2Vergunningen), waarbij de processtappen worden doorlopen. De processtappen voor toezicht en handhaving worden doorlopen in het zaaksysteem Case. Er wordt aan gewerkt om dit in Centric Leefomgeving onder te brengen. Onder de Omgevingswet zullen de werkprocessen en procedures worden aangepast waar nodig. De aanpassingen zullen worden opgenomen in de nieuwe VTH-applicatie Centric Leefomgeving. Centric Leefomgeving gaat ook het proces voor Toezicht en Handhaving faciliteren. Bij herziening van dit beleid om te voldoen aan de Omgevingswet zullen deze aanpassingen ook worden omschreven.

Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 35 van 60

Bijlage 8: Werkwijze prioritair werken Bouw & RO-taken 8.1 Inleiding

Omdat er nooit voldoende capaciteit is om alle taken uitputtend uit te voeren, betekent het opstellen van VTH beleid ook keuzes maken en prioriteiten stellen. Dit is gebeurd aan de hand van een prioriteitstelling waar een risicoanalyse aan ten grondslag ligt. Hiermee maken wij keuzes ten aanzien van de inzet van capaciteit en middelen. Om de medewerkers zo effectief mogelijk in te zetten, is bepaald welke activiteiten binnen de gemeente prioriteit hebben en welke minder (zie Bijlage 9). De inzet op activiteiten met een lage prioriteit is minder dan op activiteiten met een hoge prioriteit. Hierbij kan gedacht worden aan de diepgang van toetsing van een vergunningaanvraag of een toezichtmoment, de bezoekfrequentie van toezicht en de wijze waarop handhavingszaken en meldingen in behandeling worden genomen (nu doen of later inplannen). De risico inschatting voor bouwtaken beperkt zich niet meer tot alleen risico’s ten aanzien van het niet voldoen aan Besluit bouwwerken leefomgeving. Dit is ingegeven door ontwikkelingen als de komst van de Omgevingswet en de Wkb die maken dat er veranderingen gaan plaatsvinden in de uitvoering van VTH taken. De technische toetsing door de overheid vooraf neemt af.

Er moet meer integraal gekeken worden naar veel bredere beoordelingskaders, waarin ‘ja, mits…’ het uitgangspunt wordt in plaats van ‘nee, want…’ De verwachting is dat er minder getoetst kan gaan worden volgens een vast kader en stramien en er meer maatwerk moet worden geleverd.

8.2 Scenario’s

De verschillende categorieën in de prioritering kunnen een score behalen van 1 tot en met 3. Hierbij is 1 de laagste prioriteit en inzet kent en 3 de hoogste. In Bijlage 9 wordt verder toegelicht hoe deze prioritering tot stand is gekomen. In onderstaande tabel is de prioritering gekoppeld aan scenario’s.

Scenario 1: Prioriteit laag Scenario 2: Prioriteit gemiddeld Scenario 3: Prioriteit hoog

Wijze van toetsing Toets op basisniveau

Toets op basisniveau en op zaakspecifieke aandachtspunten Grondige toetsing

Wijze van toezicht Visueel toezicht na gereedmelding, bij voorkeur projectmatig Toezicht op de meest relevante voorschriften Toezicht op alle voorschriften

Wijze van handhaving Uitsluitend projectmatig

Projectmatig of handhavingsverzoek én directe aanleiding Directe handhaving

Tabel 8.1: Prioritering ingedeeld in scenario’s De scenario’s die in de volgende paragrafen worden toegelicht hebben gevolgen voor de inzet van zowel vergunningverlening, toezicht en handhaving. Hierbij wordt de inzet verminderd op de volgende activiteiten: - Weigeringsgronden uit wet- en regelgeving gekoppeld aan activiteiten. - Bestemmingsplan/omgevingsplan. - Redelijke eisen van welstand.

Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 36 van 60

-

Omgevingsveiligheid (o.a. bouw- en sloopveiligheid, maar ook aspecten als onttrekking van grondwater bij bemaling van bouwputten, risicovolle activiteiten (milieu)). Milieu aspecten (o.a. geluid, lucht, geur). Relevante beleidskaders/normen/verordeningen (mobiliteit, parkeren, detailhandelsbeleid, economisch beleid, enz.).

Hierna volgen de scenario’s waarmee de inzet in de praktijk kan worden bepaald (wat doen we wel, wat doen we bewust en bestuurlijk afgestemd niet).

8.3 Scenario’s vergunningverlening

8.3.1 Scenario 1: Prioriteit laag -

De aanvraag/melding wordt beoordeeld op toelaatbaarheid binnen omgevingsplan en/of overige relevante beleidsregels, waaronder welstandsnota, parkeernota, bruidsschat enz.; De aanvraag/melding wordt niet getoetst aan hoofdstuk 3, 4 en 5 Bbl, wel aan de overige hoofdstukken van het Bbl; Toetsing bouw- en sloopveiligheid cf. hoofdstuk 7 Bbl, in samenhang met de richtlijn bouwen sloopveiligheid (Zie Eerste addendum bij Bijlagenbundel bij VTH-beleid); Beoordeling Wkb-meldingen cf. Wkb-beleid gemeente Hilversum; Er worden alleen standaard voorschriften in de vergunning opgenomen.

8.3.2 Scenario 2: Prioriteit gemiddeld -

-

De aanvraag/melding wordt beoordeeld op toelaatbaarheid binnen omgevingsplan en/of overige relevante beleidsregels, waaronder welstandsnota, parkeernota, bruidsschat enz. De aanvraag/melding wordt getoetst aan het Bbl, waarbij geldt dat wat betreft hoofdstuk 3, 4 en 5 alleen getoetst wordt aan de voorschriften met betrekking tot: • constructieve veiligheid en; • brandveiligheid. Technische toetsing aan het Bbl conform Toetsprotocol constructieve veiligheid Vereniging Bouw- & Woningtoezicht Nederland. Toetsing bouw- en sloopveiligheid cf. hoofdstuk 7 Bbl, in samenhang met de richtlijn bouwen sloopveiligheid (zie Eerste addendum bij Bijlagenbundel bij VTH-beleid); Er worden naast standaard voorschriften ook eventuele specifieke/maatwerk voorschriften opgenomen, bijvoorbeeld op basis van een extern gegeven advies.

8.3.3 Scenario 3: Prioriteit hoog -

-

De aanvraag/melding wordt beoordeeld op toelaatbaarheid binnen omgevingsplan en/of overige relevante beleidsregels, waaronder welstandsnota, parkeernota, bruidsschat enz. De aanvraag/melding wordt integraal getoetst aan het Bbl. Technische toetsing aan het Bbl conform Toetsprotocol constructieve veiligheid Vereniging Bouw- & Woningtoezicht Nederland. Toetsing bouw- en sloopveiligheid cf. hoofdstuk 7 Bbl, in samenhang met de richtlijn bouwen sloopveiligheid (Zie Eerste addendum bij Bijlagenbundel bij VTH-beleid); Er worden naast standaard voorschriften ook eventuele specifieke/maatwerk voorschriften opgenomen, bijvoorbeeld op basis van een extern gegeven advies.

Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 37 van 60

8.4 Scenario’s toezicht 8.4.1 Scenario 1: Prioriteit laag -

-

Er wordt alleen (administratief) toezicht gehouden op uiterlijke kenmerken en vooraf gesteld uitgangspunten/voorschriften bij afronding van het project (afschouwen vanwege termijn openstaand dossier, dan wel vanwege gereed melding). Rapportage bevat alleen een datum van een eventuele start melding en/of de datum waarop het gereed gemeld is of is geschouwd. Beoordeling van en toezicht op omgevingsveiligheid conform de richtlijn bouw- en sloopveiligheid (Zie Eerste addendum bij Bijlagenbundel bij VTH-beleid). Bij ‘geen-gebruik’ van de verleende vergunning wordt 3 jaar na het onherroepelijk worden van het besluit overgegaan tot intrekken. Hierbij wordt uiteraard rekening gehouden met de wettelijke kaders op grond van de Algemene wet bestuursrecht.

8.4.2 Scenario 2: Prioriteit gemiddeld -

-

-

Er wordt toezicht gehouden op de aspecten constructieve veiligheid en brandveiligheid (eventuele inschakeling veiligheidsregio). In andere gevallen wordt alleen toezicht gehouden op uitvoeringsexcessen (bijv. bouwen in afwijking van de vergunning of bij klachten). Rapportages beperken zich tot start- en gereeddatum (of datum schouw) en toezichtmomenten. De rapportages worden geregistreerd in het VTH systeem en/of zaaksysteem. Beoordeling van en toezicht op omgevingsveiligheid conform de richtlijn bouw- en sloopveiligheid (Zie eerste addendum bij Bijlagenbundel bij VTH-beleid). Bij ‘geen-gebruik’ van de verleende vergunning wordt 3 jaar na het onherroepelijk worden van het besluit overgegaan tot intrekken. Hierbij wordt uiteraard rekening gehouden met de wettelijke kaders op grond van de Algemene wet bestuursrecht.

8.4.3 Scenario 3: Prioriteit hoog -

Er wordt integraal toezicht gehouden volgens een integraal toezichtprotocol; Beoordeling van en toezicht op omgevingsveiligheid conform de richtlijn bouw- en sloopveiligheid (Zie Eerste addendum bij Bijlagenbundel bij VTH-beleid). Rapportages bevatten alle toezichtmomenten en verslagen van overleggen met ketenpartners, vergunninghouder en/of uitvoerende partijen. Bij ‘geen-gebruik’ van de verleende vergunning wordt 3 jaar na het onherroepelijk worden van het besluit overgegaan tot intrekken van de vergunning of zoveel eerder als daartoe aanleiding en noodzaak bestaat. Hierbij wordt uiteraard rekening gehouden met de wettelijke kaders op grond van de Algemene wet bestuursrecht.

Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 38 van 60

8.5 Scenario’s handhaving 8.5.1 Scenario 1: Prioriteit laag -

Overtredingen worden alleen projectmatig aangepakt (kan ook door bijvoorbeeld een betere preventieve voorlichting worden voorkomen).

8.5.2 Scenario 2: Prioriteit gemiddeld -

Overtredingen worden alleen gehandhaafd als een verzoek om handhaving is ontvangen én handhaving, vanwege bijzondere omstandigheden, niet kan wachten op een projectmatige aanpak.

8.5.3 Scenario 3: Prioriteit hoog -

Overtredingen vragen om directe handhaving.

8.5.4 Toelichting bij scenario’s handhaving Overtredingen binnen het eerste scenario worden in beginsel ‘opgespaard’ per thema/project (het opsparen is beperkt qua tijd, omdat men namelijk een handhavingsverplichting en de plicht om geloofwaardig te blijven heeft). Zodra er aanleiding bestaat om tot handhaving over te gaan, dan worden deze in één keer op projectmatige wijze of thematisch gehandhaafd. Aanleidingen kunnen ingegeven zijn door politieke keuzes, incidenten of een bepaalde omvang van het aantal overtredingen in bijvoorbeeld een bepaalde wijk. Over projectmatig te handhaven overtredingen wordt jaarlijks, bij het maken van het uitvoeringsprogramma, gerapporteerd.

8.5.5 Verzoek om handhaving en prioritering In de basis worden verzoeken om handhaving beoordeeld aan de hand van de vooraf gestelde prioriteiten. Bij een lage prioriteit geldt in beginsel dat ook niet direct wordt opgetreden, maar alleen projectmatig of thematisch. De Afdeling heeft zich hierover echter uitgesproken in een uitspraak van 1 september 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1961). Wanneer door een belanghebbende om handhaving wordt verzocht kan niet uitsluitend verwezen worden naar de prioritering in het beleid om een verzoek af te wijzen. Bij zo’n verzoek moeten ook de belangen van de verzoeker worden meegewogen en moet het college afwegen of toch wordt opgetreden ondanks de lage prioritering in het beleid. Het resultaat van die afweging kan zijn dat van handhaving wordt afgezien, gelet op het karakter van het overtreden voorschrift, het daarbij betrokken algemene belang en de belangen van de verzoeker.

Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 39 van 60

Bijlage 9: Risicoanalyse en prioritering Bouw & RO-taken 9.1 Toelichting risicoanalyse

Om de risicoanalyse uit te kunnen voeren zijn allereerst de taken categoriseerd voor Bouw en RO. Hierbij is een onderscheid gemaakt in de taken ten aanzien van vergunningverlening (en vergunningentoezicht) en handhaving. Voor alle categorieën is vervolgens een risico-inschatting gemaakt. Het risico wordt bepaald volgens een vaste methodiek, waarbij verschillende beoordelingscriteria in acht zijn genomen, te weten: Gezondheid/veiligheid: Deze categorie wordt verschillend beoordeeld voor de omgevingsplanactiviteit en de bouwactiviteit. • Omgevingsplanactiviteit (O): De mate waarin de veiligheid en gezondheid van de fysieke leefomgeving wordt aangetast. • Bouwactiviteit (B): De mate waarin sprake is van gezondheidsschade en/of fysiek letsel van mens en dier. Leefbaarheid: De mate waarin de omgevingskwaliteit (cultureel erfgoed, architectuur, stedenbouw, landschap, natuur & beleving) wordt aangetast. Financieel: De hoogte van de kosten voor de gemeente Bestuurlijk: De te verwachten afbreuk en/of schade aan het imago, beeld, geloofwaardigheid en vertrouwen van burgers in het bestuurlijk apparaat en haar besluitvorming. De score is bepaald door voor elk criterium een inschatting te maken (op een schaal van 0 tot 4) van het effect van slecht naleefgedrag. Dit levert een risico inschatting op ten aanzien van de effecten van slecht naleefgedrag.

Gezien het feit dat bij sommige activiteiten vaker sprake is van overtredingen en dus een grotere kans op slecht naleefgedrag, wordt aanvullend bepaald wat het risico is op slecht naleefgedrag. Afhankelijk van het algemene risico op slecht naleefgedrag, komt er nog een vermenigvuldiging op het gemiddelde risico van het effect van slecht naleefgedrag. De prioriteit die wordt gegeven aan een activiteit is gebaseerd op het uiteindelijke gemiddelde risico. Deze prioritering is sturend voor onze inzet. De werkwijze voor het prioritair werken is te vinden in Bijlage 9. Hieronder geven we per onderwerp in tabellen de ingeschatte risico’s per criteria, de ingeschatte kans op slecht naleefgedrag, het gemiddelde risico en de daaraan gekoppelde prioriteit weer voor alle activiteiten.

Blad 40 van 56

9.2 Risicoanalyse en prioritering activiteiten vergunningverlening en vergunningentoezicht Tabel 9.1 Omgevingsrecht Categorie 1. VERGUNNINGEN EN VERGUNNINGENTOEZICHT 1.1 Voorfase Vooronderzoek haalbaarheid (incl. vervolgverzoeken) Maatwerkinitiatief 1.2 (Buitenplanse) omgevingsplanactiviteit (bouwactiviteiten, m.u.v. van de bouwactiviteiten bedoeld onder 1.4) Bouwkosten onder €50.000 Bouwkosten €50.000 tot €500.000 Bouwkosten €500.000 tot €1.000.000 Bouwkosten €1.000.000 tot €2.000.000 Bouwkosten €2.000.000 tot €5.000.000 Bouwkosten hoger dan €5.000.000

Prioritering Veiligheid/ Gezondheid

Leefbaarheid Financieel

Bestuurlijk

Gemiddeld effect slecht naleefgedrag

Kans op slecht naleefgedrag

Prioriteitsscore Prioriteit

1,0

1,0

1,0

3,0

1,5

1

1,5

Gemiddeld

1,0

1,0

1,0

3,0

1,5

1

1,5

Gemiddeld

0,5

2,0

1,0

1,5

1,3

2

1,4

Laag

0,5

2,0

1,5

2,0

1,5

2

1,7

Gemiddeld

1,0

2,5

2,0

2,0

1,9

2

2,2

Gemiddeld

1,5

2,5

2,0

2,0

2,0

2

2,3

Gemiddeld

2,0

3,5

2,0

3,0

2,6

1

2,6

Hoog

2,0

3,5

2,0

3,0

2,6

1

2,6

Hoog

Blad 41 van 56

1.3 (Buitenplanse) omgevingsplanactiviteit (anders dan bouwactiviteiten, m.u.v. van de gebruiksactiviteiten bedoeld onder 1.4) Monumenten en beschermde stadsgezichten (B)OPA Gebruiksactiviteit omgevingsplan Kappen Reclame, inritten, aanleggen en overig 1.4 Buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (lijst ex artikel 16.15a lid b Omgevingswet aangewezen gevallen) Gevallen genoemd op de lijst ex artikel 16.15a lid b van de Omgevingswet 1.5 Bouwactiviteit (technische beoordeling) Gevolgklasse 1 (Wkbmeldingen nieuwbouwactiviteit ex afd. 2.2a Bbl) Gevolgklasse 1 (Wkbmeldingen verbouwactiviteit ex afd. 2.2a Bbl) (nog niet in werking)

0,5

2,0

2,0

2,0

1,6

2

1,9

Gemiddeld

1,5

2,0

2,0

2,0

1,9

1

1,9

Gemiddeld

1,0 1,0

2,5 1,0

2,0 1,0

2,0 1,5

1,9 1,1

2 3

2,2 1,5

Gemiddeld Laag

2,5

2,5

3,0

3,0

2,8

1

2,8

Hoog

2,0

1,0

1,0

1,0

1,3

2

1,4

Laag

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0

0,0

Laag

Blad 42 van 56

Bouwkosten onder € 50.000 Bouwkosten € 50.000 tot € 500.000 Bouwkosten € 500.000 tot € 1.000.000 Bouwkosten € 1.000.000 tot € 2.000.000 Bouwkosten € 2.000.000 tot € 5.000.000 Bouwkosten hoger dan € 5.000.000 1.6 Rijksmonumentenactiviteit Rijksmonumentenactiviteit 1.7 Overige activiteiten en maatwerk Sloopmelding Bbl / § 7.1.3 Bbl Melding brandveilig gebruik Bbl / § 6.1.2 Bbl Overige meldingen Bbl Informatieplicht bouw- en sloopveiligheid en stikstof Separaat maatwerkbesluit

2,0

1,5

0,5

1,0

1,3

2

1,4

Laag

2,0

2,0

1,0

1,0

1,5

2

1,7

Gemiddeld

2,5

2,5

1,5

2,0

2,1

1

2,1

Gemiddeld

2,5

2,5

1,5

2,0

2,1

1

2,1

Gemiddeld

3,0

3,0

2,5

3,0

2,9

1

2,9

Hoog

3,0

3,0

2,5

3,0

2,9

1

2,9

Hoog

2,0

2,0

3,0

3,0

2,5

2

2,9

Hoog

2,0

1,0

1,0

2,0

1,5

2

1,7

Gemiddeld

2,0

1,0

1,0

2,5

1,6

2

1,9

Gemiddeld

1,0 1,0

2,0 1,0

1,0 1,0

1,0 2,0

1,3 1,3

1 3

1,3 1,6

Laag Gemiddeld

2,5

2,5

2,0

2,0

2,3

1

2,3

Gemiddeld

Blad 43 van 56

9.3 Risicoanalyse en prioritering activiteiten handhaving Tabel 9.2 Omgevingsrecht Categorie 2. HANDHAVING 2.1 Omgevingsplanactiviteiten gebruik Gebruik in strijd met de regels voor de functies: wonen, kantoor, detailhandel, bedrijf, horeca en maatschappelijk Gebruik in strijd met de regels voor overige functies Gebruik in strijd met de regels voor woningsplitsing en verkamering (uren opgenomen in indirecte werkzaamheden) 2.2 Omgevingsplanactiviteiten bouwen Illegaal aan-/uit-/bijgebouw, dakkapel, gevelwijziging (geen achtererfgebied) Illegaal aan-/uit-/bijgebouw, dakkapel, gevelwijziging (achtererfgebied) Illegale bouwwerken geen gebouw zijnde (airco's, schotels, reclame, warmtepomp) Illegale dakterrassen

Prioritering Veiligheid/ Leefbaarheid Financieel Gezondheid

Bestuurlijk Gemiddeld effect slecht naleefgedrag

Kans op slecht naleefgedrag

Prioriteitsscore

Prioriteit

2,0

2,5

2,0

2,5

2,3

2

2,6

Hoog

1,0

1,5

1,0

1,0

1,1

3

1,5

Laag

2,0

2,0

2,0

3,0

2,3

2

2,6

Hoog

1,0

2,5

1,0

1,5

1,5

2

1,7

Gemiddeld

0,5

1,5

1,0

1,0

1,0

3

1,3

Laag

0,0

1,5

1,0

0,5

0,8

3

1,0

Laag

1,5

2,5

1,0

1,5

1,6

2

1,9

Gemiddeld

Blad 44 van 56

Bouwen in strijd met de regels voor woningsplitsing en verkamering (uren opgenomen in indirecte werkzaamheden) 2.3 Omgevingsplanactiviteiten kappen Illegaal kappen 2.4 Omgevingsplanactiviteiten erfgoed Illegale wijziging beschermd stadsen dorpsgezicht Illegale wijziging gemeentelijk monument 2.5 Omgevingsplanactiviteiten overig Overige illegale omgevingsplanactiviteiten 2.6 Rijksmonumentenactiviteiten Illegale wijziging rijksmonument 2.7 Activiteiten Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Bouwen zonder of in afwijking bouwmelding / afd. 2.2a Bbl Gebruiken zonder of in afwijking gereedmelding / afd. 2.2a Bbl Sloopactiviteit zonder of in afwijking sloopmelding / § 7.1.3 Bbl Gebruiksactiviteit zonder of in afwijking van gebruiksmelding / § 6.1.2 Bbl Overige activiteiten Bbl zonder of in afwijking melding

2,0

2,0

2,0

3,0

2,3

2

2,6

Hoog

0,5

2,5

1,0

2,0

1,5

2

1,7

Gemiddeld

0,5

3,5

2,0

1,0

1,8

2

2,0

Gemiddeld

0,5

3,5

2,5

1,0

1,9

2

2,2

Gemiddeld

1,0

2,0

1,0

1,0

1,3

2

1,4

Laag

1,5

2,0

2,5

3,0

2,3

2

2,6

Hoog

0,5

0,5

1,0

1,0

0,8

2

0,9

Laag

0,5

0,5

1,0

1,0

0,8

2

0,9

Laag

1,5

1,5

2,0

2,0

1,8

2

2,0

Gemiddeld

2,5

1,5

2,0

2,0

2,0

2

2,3

Gemiddeld

1

1,0

1,0

1,0

1,0

1

1,0

Laag

Blad 45 van 56

2.8 Overige situaties Schendingen zorgplichten, maatwerkregels en algemene regels die de veiligheid van de fysieke leefomgeving aantasten Schendingen zorgplichten, maatwerkregels en algemene regels, overige situaties (incl. zorgplichten cultureel erfgoed uit het Bal) Afwijken vergunning en afwijken maatwerkvoorschriftenbesluit Spoedsituaties (zoals sloop, bouw, gebruik beperken)

3,0

2,0

1,5

2,0

2,1

1

2,1

Gemiddeld

1,5

1,0

1,0

1,0

1,1

2

1,3

Laag

1,5

1,0

1,0

2,0

1,4

2

1,6

Gemiddeld

3,0

2,0

2,0

2,5

2,4

2,0

2,7

Hoog

Blad 46 van 56

Bijlage 10: Taken en prioriteiten milieu 10.1 Algemeen

Met ingang van 1 januari 2025 draagt Hilversum alle inrichting gebonden basis- en plustaken VTH-milieu over aan de OFGV. Een deel van deze taken was al overgedragen, Hilversum voerde de VTH-milieutaken nog zelf uit ten aanzien van ongeveer 1.500 veelal kleinere bedrijven. Per 1 januari 2025 voert de OFGV namens Hilversum ook ten aanzien van deze kleinere bedrijven de VTH-milieutaken uit. Dit betekent dat het VTH-beleid van de gemeente Hilversum vanaf 2025 geen betrekking meer heeft op inrichting gebonden VTH-milieutaken. Hilversum voert in 2025 nog wel zelf het Stimulerend Energietoezicht uit en het toezicht naar aanleiding van acute klachten gerelateerd aan horeca en evenementen. Dit gebeurt binnen het team Toezicht van de afdeling Publiekszaken. In 2025 loopt de Provinciale subsidie af die Hilversum ontvangt voor het Stimulerend Toezicht. In 2025 dient Hilversum een besluit te nemen over de uitvoering van de energietaken in 2026. De deelnemers in de OFGV hebben afgesproken om per 2027 de basistaken energie in te brengen bij de OFGV. Tot die tijd kan aan de OFGV een individuele meerwerkopdracht worden verstrekt tot uitvoering van energietaken. Overige taken op het gebied van milieutoezicht zijn belegd bij de BOA’s (domein milieu) van het team Handhaving van de afdeling Publiekszaken.

Daarnaast zullen de BOA’s aangewezen worden voor het toezicht op de acute aan horeca en evenementen gerelateerde klachten. Naar verwachting vindt die aanwijzing voor 2026 plaats. Tot de aanwijzing van de BOA’s vindt het toezicht in verband met acute aan horeca en evenementen gerelateerde klachten nog plaats binnen het team Toezicht. Het toezicht door gemeentelijke medewerkers naar aanleiding van acute aan horeca- en evenementen gerelateerde klachten laat de inrichting gebonden basis- en plustaken van de OFGV onverlet. Aangezien het huidige VTH-beleid zich niet uitstrekt over het werkveld van de BOA’s, blijven de milieutaken die de BOA’s uitvoeren in het VTH-beleid buiten beschouwing. De twee milieutaken die in 2025 binnen het team Toezicht worden uitgevoerd, het Stimulerend energietoezicht en toezicht naar aanleiding van acute aan horeca en evenementen gerelateerde klachten, hebben beide een hoge prioriteit.

10.2 Risico

Per handhavingstaak is berekend wat het risico is als de onder deze desbetreffende handhavingstaak liggende regels worden overtreden. Dit risico is bepaald aan de hand van zes negatieve effecten: veiligheid, volksgezondheid, natuur/milieu, financieel economisch, leefbaarheid en imago. Per handhavingstaak is er voor elk negatief effect een score van 1 tot 5 ingevuld. Hierbij geeft een 1 aan dat er nauwelijks of geen negatief effect is en een 5 dat er een ernstig negatief effect is. De optelsom van de zes verschillende effecten bepalen samen het uiteindelijke risico. De negatieve effecten zijn: -

Veiligheid: in hoeverre draagt het voldoen aan de geldende gedragsvoorschriften bij aan de fysieke veiligheid en in hoeverre zijn de gedragsvoorschriften bedoeld om de fysieke veiligheid te beschermen? Volksgezondheid: in hoeverre draagt het voldoen aan de geldende (gedrags)voorschriften bij aan de bescherming van de volksgezondheid en in hoeverre zijn de gedragsvoorschriften bedoeld om de volksgezondheid te beschermen? Hierbij kijken we ook naar de emotionele en psychische gezondheid bij het stellen van regels. Natuur/Milieu: in hoeverre draagt het voldoen aan de geldende gedragsvoorschriften bij aan bescherming van het milieu of natuur? Hierbij wordt met name gekeken naar langdurige schade aan natuur en milieu.

Blad 47 van 56

-

-

Financieel-economisch (maatschappelijke schade): hoe groot is de financieel-economische schade voor de gemeente als alle subjecten de voor hen geldende gedragsvoorschriften overtreden? Gekeken naar zowel inkomstenschade (zoals niet ontvangen leges onder de Omgevingswet) als schade die wordt veroorzaakt door de overtreding. Leefomgeving: in hoeverre draagt het voldoen aan de geldende gedragsvoorschriften bij aan de kwaliteit van de leefomgeving en in hoeverre zijn de gedragsvoorschriften bedoeld om de kwaliteit van de leefomgeving te beschermen? Imago van de gemeente: hoe groot is de politiek-bestuurlijke afbreuk als de voorschriften uit dit onderwerp onvoldoende worden nageleefd? (geloofwaardigheid van de overheid).

10.3 Naleeftekort Het naleeftekort bepaalt samen met het risico de uiteindelijke prioriteit. Het naleeftekort van een onder een handhavingstaak liggende regel wordt bepaald door drie factoren: 1) spontane naleving, 2) geforceerde naleving en 3) de overtredingskans. Elke factor levert een getal op. De optelsom van deze drie getallen samen bepalen het naleeftekort. Hoe hoger het getal van het naleeftekort, hoe slechter de onder een handhavingstaak liggende regels worden nageleefd. De spontane en geforceerde naleving (ofwel naleefgedrag) is bepaald met behulp van de 'Tafel van Elf' (T11). De T11 is een door het Ministerie van Justitie aangedragen analysemodel waarmee aan de hand van elf dimensies wordt verklaard waarom regels al dan niet wordt nageleefd. De elf dimensies zijn ondergebracht in twee groepen: spontane en geforceerde naleving. De T11 analyse levert dan ook voor beide dimensies een getal op (zie ook www.it11.nl). Door te weten waar de sterke en zwakke kanten zitten op het gebied van het naleeftekort, kan men gericht handhaven. Hierbij kan gedacht worden aan het geven van voorlichting als blijkt dat de kennis over een bepaalde regel laag is, of meer sanctioneel optreden als blijkt dat men de regels bewust overtreedt. 10.3.1 Spontane naleving Met spontane naleving wordt bedoeld in hoeverre een burger of bedrijf zich uit eigen overweging houdt aan de wet- en regelgeving.

Spontane naleving kan voortkomen uit kennis en draagvlak, normen en waarden, maatschappelijke controle en een kosten/baten afweging van (niet-) naleving. Spontane naleving is beïnvloedbaar door een aantal aspecten, zoals voorlichting en communicatie. Door mensen goed te informeren over de voor hen geldende regels, zullen zij die regels beter kennen. Hierdoor ontstaat er meer draagvlak, waardoor bijvoorbeeld ook de (sociale) omgeving het overtreden van een regel sneller veroordeeld. De gemeente Hilversum vindt het belangrijk dat de eigen verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven wordt gestimuleerd. Het is dan ook een doelstelling om een meetbaar betere spontane naleving te realiseren. 10.3.2 Geforceerde naleving Met geforceerde naleving wordt bedoeld in welke mate wet- en regelgeving wordt nageleefd door ingrijpen van de overheid. Het wordt bepaald door de mate waarop de regels in de praktijk worden gecontroleerd, en op welke wijze en met welke sancties het naleven van een regel wordt afgedwongen. De geforceerde naleving is beïnvloedbaar door overheidsoptreden. Door bijvoorbeeld vaker te controleren, en door strenger en zichtbaarder te sanctioneren, zal de score van dit aspect beter worden. De voorkeur binnen de gemeente Hilversum is om vooral het spontane naleefgedrag te verbeteren.

Waar nodig zal door het verbeteren van de geforceerde naleving een betere naleving worden gerealiseerd.

Blad 48 van 56

10.3.3 De overtredingskans De overtredingskans (hoe vaak komt een overtreding daadwerkelijk voor) is voornamelijk bepaald op basis van beschikbare ervaringscijfers en ervaringen van de verschillende handhavers. Los van de ernst van de overtreding, is er gekeken hoe vaak een bepaalde regel in de praktijk wordt overtreden. Praktijkcijfers geven bijvoorbeeld aan dat de kans dat iemand illegaal een schuurtje achter zijn woning bouwt groter is dan de kans dat iemand dit in zijn voortuin doet. Goede voorlichting, en het strikter handhaven op handhavingstaken met een hoge overtredingskans zullen deze factor positief beïnvloeden.

hoog

HOOG

LAAG

GEMIDDELD

laag

hoog

Risico

GEMIDDELD

laag

10.4 Bepaling en uitvoering van de prioriteiten De prioriteit van een bepaalde handhavingstaak/activiteit wordt primair bepaald door het risico en het naleeftekort. Er worden drie prioriteiten onderscheiden: hoog, gemiddeld en laag. Door het stellen van prioriteiten kan aan elke handhavingstaak/activiteit een passende interventie worden gekoppeld. Zo gaat Hilversum slim om met haar handhaving. Onderstaande tabel geeft de manier van prioriteren weer.

Naleeftekort Figuur 10.1: Bepaling prioriteiten

Blad 49 van 56

10.4.1 Hoge prioriteit Bij een hoge prioriteit wordt actief toezicht gehouden. Er wordt zo snel mogelijk gecontroleerd en waar nodig direct wordt opgetreden. In het uitvoeringsprogramma zijn er voldoende uren begroot om de hoog geprioriteerde handhavingstaken uit te voeren. Hierin is ook vastgelegd door wie en op welke wijze deze handhavingstaken worden uitgevoerd. Ook kunnen formele handhavingsverzoeken een hoge prioriteit hebben. De gemeente kan door een klager in gebreke worden gesteld als er niet tijdig op het handhavingsverzoek wordt beslist. Hierdoor, en gelet op de beginselplicht tot handhaving, dwingt een formeel handhavingsverzoek doorgaans een hoge prioriteit af. Alleen bij bagatelzaken kan in dergelijke gevallen worden afgezien van handhavend optreden. 10.4.2 Gemiddelde prioriteit Bij een gemiddelde prioriteit wordt er zo slim mogelijk gehandeld. De intensiteit van toezicht en handhaving blijven hierbij zo beperkt mogelijk. De wijze van optreden wordt met name bepaald door het naleeftekort. In tegenstelling tot het risico is dit aspect namelijk goed te beïnvloeden. Afhankelijk van de oorzaak van het hoge naleeftekort wordt er op een passende manier opgetreden. Hierbij kan gedacht worden aan voorlichting als blijkt dat de kennis over een bepaalde regel laag is.

Het doel is dan ook om zo veel mogelijk door toezicht en indien nodig preventieve handhaving het naleeftekort te verbeteren. Handhaving van de gemiddelde prioriteiten vindt zowel qua diepgang als intensiteit beperkt plaats. Bij het niet-objectgericht toezicht kan ervoor gekozen worden om gemiddeld geprioriteerde handhavingstaken in een bepaald gebied per thema te clusteren. Dit betekent dat er tijdens een wijkcontrole, eenmalig of periodiek, gericht kan worden gehandhaafd op handhavingstaken met een gemiddelde prioriteit. Bij objectgericht toezicht wordt er een lagere inspectiediepgang gehanteerd dan bij handhavingstaken met een hoge prioriteit (bijvoorbeeld uitsluitend een visuele controle). In het uitvoeringsprogramma zijn deze aspecten verder uitgewerkt. 10.4.3 Lage prioriteit Als het risico en het naleeftekort laag zijn dan wordt er een lagere prioriteit aan deze handhavingstaak/activiteit gegeven. Is een handhavingstaak laag geprioriteerd dan zal er op deze handhavingstaak niet actief worden gehandhaafd. Er wordt alleen opgetreden op basis van externe signalen (klachten en/of handhavingsverzoeken) of als onderwerp van thematisch toezicht. Afhankelijk van waargenomen afnemend naleefgedrag kunnen er een beperkt aantal controles op laag geprioriteerde handhavingstaken plaatsvinden.

Sanctionele handhaving als vervolg op deze controles vindt alleen plaats op ernstige overtredingen. Overtredingen met een lage prioriteit worden in elk geval geregistreerd. Mocht blijken dat een aanvankelijk laag geprioriteerde handhavingstaak vaker voorkomt dan ingeschat, of een groter risico hebben dan gedacht, dan zal deze taak een hogere prioriteit moeten krijgen. Dit wordt bekeken bij de jaarlijkse evaluatie.

Blad 50 van 56

10.5 Prioriteitenmatrix milieu-taken 10.5.1 Objectgericht milieutoezicht

Tabel 10.1: Risicoanalyse en prioritering objectgericht toezicht milieu Categorie Veiligheid Acute klachten horecainrichtingen¹ Stimulerend Energietoezicht

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=b64deb06-8678-4943-8b4e-083193575d11