10. Raadsinformatiebrief 2024-88 inzake Actualisatie VTH-beleid 2021-2026 en Uitvoeringsprogramma VTH 2025
Tekst van het document
Het college informeert de gemeenteraad en partners over het vastgestelde beleid en de uitvoeringsprogramma’s. Het VTH-beleid heeft een ‘levensduur’ van vier jaar. In 2025 staat de eindevaluatie van het VTHbeleid 2021-2026 op het programma. Het beleid is echter een dynamisch document. Periodiek (jaarlijks) vindt evaluatie plaats waarbij het beleid samen met uitvoerders en beleidsmakers onder de loep wordt genomen. Hierbij wordt kritisch gekeken naar de huidige werkwijze, strategieën en afspraken en wordt ook bepaald of eventuele bijsturing van het beleid na aanleiding van actuele ontwikkelingen nodig en/of gewenst is. Zo heeft in 2023 al een eerste tussentijdse actualisatie van het beleid plaatsgevonden. Het uitvoeringsprogramma heeft een ‘levensduur’ van één jaar. De voortgang van het uitvoeringsprogramma wordt door de vergunningverleners, toezichthouders en handhavers bijgehouden in de monitoringstool. Op deze manier is voor het management inzichtelijk gemaakt welke acties zijn uitgevoerd om de doelen te kunnen behalen, welke acties nu worden uitgevoerd en of de planning tussentijdse bijstelling behoeft. Deze monitoringstool vormt de basis voor het jaarverslag. Dit jaarverslag van vergunningverlening, toezicht en handhaving wordt aangeboden aan het college.
Het Regionaal beleidskader VTH 2024-2027 vormt het raamwerk voor de Gemeenschappelijke Regeling van de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV). Dit geldt voor alle taken die de OFGV uitvoert. Met ingang van 1 januari 2025 voert de OFGV voor Hilversum alle inrichting gebonden basis- en plustaken uit, uitgebreid met agrarische activiteiten en slopen met asbest. Het kader is onderdeel van de gezamenlijke beleidscyclus zoals wettelijk voor gemeenten, provincies en omgevingsdiensten is voorgeschreven in artikel 13.5 en 13.6 van het Omgevingsbesluit. Met de vaststelling door alle deelnemers van dit gemeenschappelijke uitvoeringskader wordt voldaan aan deze bepalingen. Dit gemeenschappelijke uitvoeringskader beschrijft de algemene uitgangspunten en de strategieën die door de OFGV worden gehanteerd bij de uitvoering van de overgedragen VTHtaken (vergunningverlening, toezicht en handhaving op milieugebied) voor de gemeenten en de overgedragen provinciale taken in de regio Flevoland & Gooi en Vechtstreek. Risicogericht werken en programmeren is hierbij het centrale uitgangspunt.
Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum
Blad 5 van 60
Vergunningverlening, toezicht en handhaving zullen door de gemeente Hilversum zo veel mogelijk op integrale wijze worden uitgevoerd. Dit betekent niet alleen dat de samenwerking wordt opgezocht met onze ketenpartners, maar ook dat er binnen de gemeente zo veel mogelijk afstemming en samenwerking plaatsvindt tussen verschillende afdelingen en disciplines. Dit doen wij zowel door overstijgende advisering als door elkaars oren en ogen te zijn op straat. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging in werking getreden. Door de Omgevingswet worden regels voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving vereenvoudigd en samengevoegd. Door de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen is een deel van de verantwoordelijkheden ten aanzien van de bouwtaken, die nu bij de gemeenten liggen, naar de markt verschoven. Deze wetten hebben grote impact op vergunningverlening, toezicht en handhaving en brengen voor bepaalde aspecten ook veranderingen teweeg in het beleid. Met deze actualisatie van december 2024 wordt het beleid in lijn gebracht met het nieuwe wettelijke stelsel.
Leeswijzer
Het gemeentelijke VTH-beleid bestaat uit twee onderdelen. Het eerste deel geeft op een visuele manier kort de hoofdlijnen weer van de visie, uitgangspunten, doelen, prioriteiten en strategieën op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het tweede deel is de voorliggende bijlagenbundel waar de strategieën uit het eerste deel gedetailleerd worden uitgewerkt.
Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum
Blad 6 van 60
BIJLAGE 1: VERGUNNINGENSTRATEGIE 1.1 Inleiding
De vergunningenstrategie biedt objectieve criteria voor het beoordelen van en beslissen over aanvragen omgevingsvergunning en voor het afhandelen van meldingen. Ook wordt de algemene werkwijze bij vergunningverlening beschreven. Hierbij wordt onder meer ingegaan op de bouwactiviteit, (buitenplanse) omgevingsplanactiviteit, rijksmonumentenactiviteit, sloopactiviteit en activiteit brandveilig gebruik.
1.2 Objectieve criteria
De gemeente Hilversum hanteert objectieve criteria voor het beoordelen van aanvragen omgevingsvergunning en het afhandelen van meldingen. De criteria bestaan zowel uit wettelijke bepalingen als uit lokale beleidsregels en verordeningen. In de volgende paragrafen worden de criteria uiteengezet van landelijke naar gemeentelijke criteria.
1.2.1 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)
Het Bbl bevat technische voorschriften over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid, bruikbaarheid, toegankelijkheid en installaties. Aanvragen omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten worden aan deze voorschriften getoetst conform de uitgangspunten van het prioritaire werken. Verder staan in het Bbl: - De meldplicht voor bouwactiviteiten in Gevolgklasse 1; - De meldplicht activiteiten brandveilig gebruik; - De meldplicht sloopactiviteiten; - De meldplicht mobiel puin breken; - De informatieplicht bouw- en sloop werkzaamheden en de informatieplicht risicomatrix bouw- en sloop veiligheid, gezondheid en stikstof. Het beleid voor het beoordelen van bouw- en gereedmeldingen in Gevolgklasse 1-zaken, is neergelegd in het Wkb-beleid. Het Wkb-beleid wordt naar verwachting tot en met 2025 gemonitord. Na de monitoring wordt het Wkb-beleid geëvalueerd en verwerkt in het nieuwe VTH-beleid (VTHbeleid 2026-2030). De regels over het indienen en beoordeling van meldingen brandveilig gebruik staan in § 6.1.2 van het Bbl. In een aantal gevallen dient voor het in gebruik nemen van een bouwwerk een gebruiksmelding te worden gedaan. Het gaat om situaties waarin sprake is van een bepaald aantal in een bouwwerk aanwezige personen. De regels over het indienen en beoordelen van sloopmeldingen staan in § 7.1.3 van het Bbl. Onder meer wordt aangegeven welke regels gelden wanneer asbest aanwezig is.
De voorschriften gaan onder andere over de wijze van slopen, de veiligheid van het sloopterrein en de directe omgeving en het omgaan, verwerken en verwijderen van diverse soorten vrijkomen sloopafval, waaronder dus asbest. Het (keten)toezicht op asbestverwijding en de advisering over asbestinventarisatierapporten heeft de gemeente Hilversum uitbesteed aan de OFGV. De regels over het indienen en beoordelen van meldingen mobiel puin breken staan in § 7.2.1 van het Bbl. Mobiel breken bouw- en sloopafval heeft betrekking op situaties waar bouw- en sloopafval met een mobiele installatie wordt gebroken op de locatie waar het materiaal vrijkomt.
Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum
Blad 7 van 60
Hierbij kan sprake zijn van het breken van steenachtige bedrijfsafvalstoffen die vrijkomen bij het bouwen of slopen van wegen, gebouwen of andere bouwwerken, zowel buiten een inrichting als binnen een inrichting. De regels over de informatieplicht bouw- en sloopwerkzaamheden staan in § 7.1.2 en § 7.1.3 Bbl. Deze regels schrijven voor op welke manier de gemeente geïnformeerd wordt over aanvang en einde van de werkzaamheden. De regels over de informatieplicht risicomatrix bouw- en sloopveiligheid, gezondheid en stikstof staan in artikel 7.5a-7.5c van het Bbl. De inhoudelijke regels over (omgevings)veiligheid staan in § 7.1.4 van het Bbl. De verplichting om informatie aan te leveren over de bouw- en sloopveiligheid in verband met de uitvoering van een plan is een andere dan de verplichting om voor dat plan een vergunning aan te vragen of een melding te doen. Bij de informatieplicht wordt beoordeeld of de wijze van uitvoering van het plan veilig is, in de vergunnings- of meldingsprocedure gaat het om de technische haalbaarheid en kwaliteit van het plan en bouwwerk zelf. Wel vallen de indieningsmomenten van de vergunningsaanvraag, de melding en de informatieplicht samen. Zie ook onderdeel 1.2.12 van deze bijlage over de als beleid vastgestelde Richtlijn bouw- en sloopveiligheid. Op basis van het Bbl kunnen in het omgevingsplan maatwerkregels worden opgenomen.
Bij de invulling van het nieuwe deel van het omgevingsplan, zullen afwegingen worden gemaakt over het al dan niet opnemen van maatwerkregels in het omgevingsplan op basis van het Bbl. Het Bbl kent verschillende mogelijkheden tot het stellen van maatwerkvoorschriften. In de gevallen waarin de bevoegdheid bestaat om maatwerkvoorschriften te stellen, zal per geval een afweging worden gemaakt of het stellen van deze voorschriften opportuun is. De komende jaren zal worden onderzocht in hoeverre ten aanzien van deze bevoegdheden beleid moet worden ontwikkeld.
1.2.2 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
In het Bal staan de regels voor milieubelastende activiteiten door bedrijven waarvoor de gemeente bevoegd gezag is. Vergunningverlening, toezicht en handhaving met betrekking tot deze activiteiten zijn aangemerkt als basistaak en worden overgedragen aan de Omgevingsdienst OFGV. De OFGV handelt namens de gemeente de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving af. In het Bal staan verder onder meer regels over cultureel erfgoed (rijksmonumenten en werelderfgoed). In het Bal wordt ten aanzien van deze aspecten aan de gemeente een aantal bevoegdheden toegekend, zoals het stellen van maatwerkvoorschriften. In het Bal staan verder regels over activiteiten die de natuur betreffen. In deze regels is onder meer een specifieke zorgplicht opgenomen ten aanzien van Natura-2000-gebieden. Deze specifieke zorgplicht richt zich tot degene die activiteiten uitvoert die verslechterende of significant verstorende gevolgen kunnen hebben voor een Natura-2000-gebied. Initiatiefnemers worden standaard op deze zorgplicht gewezen. De bruidsschat bevat regels over milieubelastende activiteiten die onder de Omgevingswet verhuizen van rijksniveau naar gemeenten. De gemeente kan deze regels vervolgens naar wens aanpassen.
De regels ten aanzien van milieubelastende activiteiten die in de bruidsschat staan, gaan onder andere over lozing op de riolering of de bodem, maar bevatten ook thema’s als geluid, trillingen en geur (lokale overlastzaken). De komende jaren wordt de bruidsschat op deze onderdelen bij de invulling van het nieuwe deel van het omgevingsplan verwerkt.
Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum
Blad 8 van 60
1.2.3 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Bij het beoordelen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning moet het bevoegd gezag de beoordelingsregels volgen. De beoordelingsregels geven aan onder welke voorwaarden het bevoegd gezag de vergunning kan verlenen of weigeren. Ook kunnen de beoordelingsregels aangeven hoe het bevoegd gezag de gevolgen van activiteiten moet berekenen of afwegen. De beoordelingsregels voor omgevingsvergunningen met een vergunningplicht die door het Rijk is geregeld staan bij elkaar in hoofdstuk 8 van het Bkl. In hoofdstuk 8 van het Bkl staan ook regels om voorschriften op te nemen in een omgevingsvergunning. Verder staan er regels om voorschriften te wijzigen en om een omgevingsvergunning in te trekken. In Hoofdstuk 11 staan regels over informatie en monitoring, die van belang zijn voor het verwerken van data. Sinds 1 januari 2024 staan in het Bkl ook de beoordelingsregels voor Natura-2000- en flora-en faunaactiviteiten. In de regel zijn de provincie of de minister bevoegd gezag voor deze activiteiten. Wanneer de gemeente bevoegd gezag is en de aanvraag heeft mede betrekking op een Natura-2000of flora- en fauna-activiteit, dan dient de provincie of de minister verplicht om advies te worden gevraagd. Op lokaal niveau wordt gewerkt met de “Leidraad natuur inclusief bouwen”.
Deze richtlijn is opgesteld vanwege het belang dat wordt gehecht aan het behoud en de verbetering van de stad als leefgebied voor dieren en planten. De leidraad helpt initiatiefnemers bij het maken van een afweging welke fauna- en groenvoorzieningen het beste gerealiseerd kunnen worden bij nieuwbouwprojecten.
1.2.4 Omgevingsbesluit In het Omgevingsbesluit staan regels over het bevoegd gezag voor omgevingsvergunningen, over procedures, handhaving en uitvoering en over het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Onder meer wordt in het Omgevingsbesluit de termijnstelling geregeld voor omgevingsvergunningen voor een bouwactiviteit die betrekking heeft op een tijdelijk bouwwerk. In het Omgevingsbesluit staan ook de advies- en instemmingsrechten van bevoegde gezagen. Voor de gemeente zijn vooral het adviseurschap van het college, de raad en de gemeentelijke adviescommissie van belang, genoemd in artikel 4.20 - 4.22 van het Omgevingsbesluit. De gemeenteraad heeft op basis van deze bevoegdheid een lijst van gevallen opgesteld waarin de raad adviseur is ten aanzien van de beslissing op omgevingsvergunningen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
1.2.5 Bruidsschat Omgevingswet De bruidsschat regelt dat gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een aantal rijksregels in het tijdelijk deel van het omgevingsplan komen te staan. Deze regels gaan onder meer over de ruimtelijke kant van bouwen. Zie verder onder 1.2.2 en 1.2.7.
1.2.6 Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) Deze wet Bibob stelt bestuursorganen in staat om zich te beschermen tegen het risico dat criminele activiteiten bestuurlijk worden gefaciliteerd. Dit als reactie op signalen dat de georganiseerde criminaliteit in toenemende mate doordringt in het economisch leven en een beroep doet op bestuurlijke faciliteiten.
Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum
Blad 9 van 60
De Wet Bibob beoogt te voorkomen dat met gebruikmaking van vergunningen criminele activiteiten worden ontplooid en zwarte gelden worden witgewassen. Wie een omgevingsvergunning aanvraagt kan dus te maken krijgen met deze wet. Om te bepalen welke aanvragen hiervoor in aanmerking komen zijn vaste criteria opgesteld in de Beleidsregel toepassing Wet Bibob gemeente Hilversum.
1.2.7 Omgevingsplan
Met ingang van 1 januari 2024 geldt op grond van de Omgevingswet een omgevingsplan. Het omgevingsplan is van rechtswege ontstaan en bestaat uit de bestaande bestemmingsplannen en andere ruimtelijke besluiten en de bruidsschat. Dit wordt het tijdelijke deel van het omgevingsplan genoemd (zie artikel 22.1 van de Omgevingswet). De bruidsschat regelt dat gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een aantal rijksregels in het tijdelijk deel van het omgevingsplan komen te staan. De regels in de bruidsschat zijn afkomstig uit onder andere het Bor en het Bouwbesluit. Ook geeft de bruidsschat een ruime mogelijkheid voor het opstellen van maatwerkvoorschriften. Naast het tijdelijke deel van het omgevingsplan bestaat ook een nieuw deel van het omgevingsplan. Het nieuwe deel is in principe nog leeg. In dit deel komen de nieuwe regels te staan die de gemeente vaststelt. Er geldt één omgevingsplan voor het hele grondgebied van de gemeente. Het omgevingsplan heeft een bredere reikwijdte en een andere opzet: van conservatief naar gericht op ontwikkelmogelijkheden. Het beperkt zich niet meer tot de planologische aspecten, zoals de bestemmingsplannen wel deden, maar voorziet in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarnaast kan het ook andere regels bevatten over activiteiten.
Het gaat dan om activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving.
1.2.8 Algemene Plaatselijke Verordening
In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) staat gemeentelijke regelgeving rondom openbare orde en veiligheid en de fysieke leefomgeving. De regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving zijn onder andere regels over het vellen van houtopstanden, het parkeren van grote voertuigen of het veroorzaken van geluid bij collectieve of incidentele festiviteiten en evenementen, en werkzaamheden buiten een inrichting. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet zullen alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen moeten worden in het omgevingsplan. Gemeenten kunnen daarbij wel andere keuzes maken dan nu in de APV is vastgelegd. Ze kunnen bijvoorbeeld een vergunningplicht vervangen door een algemene regel of andersom. Voor het overzetten van de regels naar het Omgevingsplan geldt een overgangstermijn tot eind 2031. De omzetting van de APV naar het Omgevingsplan is onderdeel van het project invulling nieuw Omgevingsplan.
1.2.9 Commissie Ruimtelijke kwaliteit en monumenten
Onder de Omgevingswet is een gemeentelijke adviescommissie alleen verplicht voor het toetsen van de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een Rijksmonument. Er kunnen ook andere adviesrollen bij de commissie belegd worden. In Hilversum is de Commissie Ruimtelijke kwaliteit en monumenten (CRK&M), die is ontstaan uit de samenvoeging van de Commissie welstand en Monumenten en de Adviescommissie Ruimtelijke kwaliteit, belast met de verplichte advisering en toetsing voor Rijksmonumenten, uitgebreid met een adviesrol voor de welstandscriteria. De CRK&M toetst aanvragen voor bouwactiviteiten aan de criteria van de welstandsnota en adviseert burgemeester en wethouders daarover. In de welstandsnota staat per gebied en soms ook per gebouw op welke regels wordt gecontroleerd.
Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum
Blad 10 van 60
Ook aanvragen omgevingsvergunning voor het wijzigen van een monument worden voorgelegd aan de CRK&M. Daarnaast adviseert de CRK&M over aanvragen voor het wijzigen van monumenten en over plaatsing van panden op de monumentenlijst.
1.2.10 Archeologie In de gemeente Hilversum is een archeologische beleidskaart vastgesteld waarbij voor gebieden verschillende archeologische verwachtingswaarden zijn benoemd, hoog, middel-hoog, laag. Dit betekent dat de aangewezen gronden, behalve voor de andere daar aangewezen bestemming(en), mede bestemd voor bescherming en het behoud van de aanwezige archeologische waarden. Voor ondergrondse waarden en archeologische monumenten geldt een relatie met aanlegvergunningen.
1.2.11 Bijzondere lokale omstandigheden Wkb <<PM>>
1.2.12 Richtlijn bouw- en sloopveiligheid
Onderdeel van het VTH-beleid is de richtlijn bouw- en sloopveiligheid (zie Eerste addendum bij Bijlagenbundel bij het VTH-beleid 2021-2026). Deze richtlijn is opgesteld door de Vereniging Bouwen Woningtoezicht Nederland. Door deze richtlijn als beleid vast te stellen wordt bijgedragen aan een Landelijke uniforme borging van de veiligheid van de omgeving van de bouw- en sloopplaats. De richtlijn geeft een uitwerking en invulling van de regels uit hoofdstuk 7 van het Bbl. De richtlijn heeft als doel zowel de aanvrager/melder als het bevoegd gezag te ondersteunen om te komen tot een goed en deugdelijk veiligheidsplan.
1.3 Werkwijze bij vergunningverlening
Hieronder worden de verschillende werkwijzen beschreven die Hilversum hanteert bij voorlichting, vooronderzoek, vergunningverlening en het afhandelen van meldingen. Daarnaast wordt de werkwijze prioritair werken kort toegelicht. Een uitwerking hiervan is te vinden in Bijlage 8.
1.3.1 Voorlichting
De gemeente Hilversum heeft haar VTH-taken ingericht op het principe dat het overgrote deel van goed naleefgedrag voortkomt uit het goed communiceren van verwachtingen. Als gebruikers weten waaraan ze moeten voldoen, en ook weten wat de gemeente van hen verwacht, dan kunnen veel misverstanden bij voorbaat worden vermeden. Het expliciet maken van die verwachtingen gebeurt door de volgende uitgangspunten te hanteren in de voorlichting en communicatie naar de gebruikers van de leefomgeving: Hilversum zorgt voor heldere en makkelijk te vinden informatie op de website van de gemeente www.hilversum.nl met links naar beschikbare informatieve sites zoals www.overheid.nl en het Omgevingsloket. Daarnaast communiceert Hilversum via diverse social media. Wie niet over internet beschikt, kan voor de op de website beschikbare voorlichting en informatie ook terecht bij het Klant Contact Centrum (KCC) van de afdeling Publiekszaken. Dit kan zowel telefonisch (via 14035) als door het maken van een afspraak op het stadskantoor van de gemeente Hilversum. Daarnaast geven de Hilversumse toezichthouders, waar nodig, mondeling voorlichting in het veld. Tot slot kan er ook doelgroepgerichte voorlichting plaatsvinden.
1.3.2 Haalbaarheidsonderzoek
Voordat een initiatiefnemer een formele aanvraag doet, kan diegene een haalbaarheidsonderzoek laten uitvoeren.
Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum
Blad 11 van 60
Het haalbaarheidsonderzoek geeft inzicht of het plan/initiatief wenselijk en/of haalbaar is en voorkomt onnodige kosten. Voor grotere of ingewikkelde plannen is het advies van de gemeente om de haalbaarheid altijd van tevoren te laten toetsen. Er zijn twee manieren om de haalbaarheid te onderzoeken: - Een verzoek om vooronderzoek; - Een idee verkennen (maatwerkinitiatief). Bij vooronderzoeken moet gedacht worden aan kleinere bouwwerken zoals aanbouwen of een wijziging van het gebruik van een bestaand pand. Beoordeeld wordt of het plan voldoet aan het omgevingsplan. Als het plan niet voldoet aan het Omgevingsplan, wordt intern advies ingewonnen of ten behoeve van het plan kan worden afweken van het Omgevingsplan. Wanneer het plan past in het Omgevingsplan dan wel wanneer ten behoeve van het plan van het Omgevingsplan kan worden afgeweken, wordt het plan voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke kwaliteit en Monumenten. Het streven is om binnen 8 weken een schriftelijk eindadvies te geven. Bij ideeën verkennen (maatwerkinitiatieven) gaat het om grotere ontwikkelingen. De eerste stap is een interne bespreking van het initiatief binnen de gemeente aan een verkenningstafel. De uitkomst van de interne bespreking wordt met de initiatiefnemer gedeeld.
Bij een positieve uitkomst wordt een eerste omgevingstafel georganiseerd waarbij de initiatiefnemer het idee met de gemeente kan bespreken. Als er draagvlak is voor het plan, wordt het besproken tijdens verdere omgevingstafels met alle adviseurs, de initiatiefnemer en belanghebbenden uit de buurt. De initiatiefnemer ontvangt van de gemeente een schriftelijk adviesrichting in de vorm van een tussen- of eindbericht. Een initiatiefnemer is vrij in de keuze tussen een vooronderzoek of een maatwerkinitiatief. Meer informatie over de haalbaarheidsonderzoeken staat op de website van de gemeente Hilversum (https://hilversum.nl/bouwen-verbouwen/haalbaarheidsonderzoek).
1.3.3 Aanvraag omgevingsvergunning
Hilversum werkt zo veel mogelijk digitaal, met goed werkende koppelingen en systemen. Aanvragen worden integraal beoordeeld en er is één aanspreekpunt voor de aanvrager, de casemanager. Het is de taak van de casemanager om te zorgen dat alle onderdelen bij elkaar komen. Met casemanagement wil Hilversum voorkomen dat de klant niet weet waar hij/zij zijn moet en zelf gaat “shoppen" of van het "kastje naar de muur” wordt gestuurd. De casemanager heeft de volgende taken en vaardigheden: • Is regievoerder en proceseigenaar. • Fungeert als enige contactpersoon richting de aanvrager. • Is procesbewaker en voortgangsbewaker. Houdt termijnen in de gaten en trekt aan de bel als het proces staakt. Zorgt voor de activering van vakdisciplines, zowel in-/extern, als nodig. • Verantwoordelijk voor het (parallel) uitzetten en verwerken van de (deel)adviezen. • Volgt de aanvragen tot en met de besluitvorming. • Stelt de beschikking op. • Zorgt voor tijdige en juiste advisering en bij tegenstrijdige adviezen zorgt hij/zij voor afstemming. • Als een bepaald omgevingsaspect dat vereist, schakelt/ligt de casemanager externe partijen in. • Hanteert een oplossingsgerichte aanpak bij het doorlopen van de procedure. Als een procedure hapert, moet de casemanager ingrijpen door de juiste personen te activeren. Hij/zij beschikt daartoe over een 'overall view'.
• De casemanager verzorgt de dossiervorming • Heeft afdoende kennis over de omgevingsvergunning, relevante wetgeving en ICT.
Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum
Blad 12 van 60
In het vergunningproces wordt er parallel geadviseerd. Bij een (ontvankelijke) aanvraag worden alle adviseurs in één keer door de casemanager gevraagd om hun advies uit te brengen. Hierbij is het uitgangspunt dat geadviseerd wordt binnen 2 weken. De adviseurs zetten hun adviezen in CLO, de vergunningenapplicatie. De casemanager is voortgangsbewaker. De casemanager zorgt voor tijdige en juiste advisering en bij tegenstrijdige adviezen zorgt hij/zij voor afstemming en een eindbeslissing. Voor het behandelen van verzoeken om van het Omgevingsplan af te wijken, is hiervoor een special overleg gecreëerd; het Omgevingsteam. In dit team zitten adviseurs van verschillende disciplines. Het Omgevingsteam stelt integrale adviezen op die gebruikt worden om het wel of niet toestaan van een omgevingsplanafwijking te motiveren. Enkelvoudige omgevingsvergunningaanvragen voor de activiteit milieu worden doorgestuurd naar de OFGV, die deze namens de gemeente afhandelt. Bij meervoudige aanvragen waar ook een onderdeel milieu bij zit, is de OFGV adviseur van de gemeente. Dit is het geval als het een bedrijf betreft dat onder de basistaken valt.
1.3.4 Afhandelen van meldingen In veel wet- en regelgeving worden de laatste jaren vergunningstelsels vervangen door een systeem van Algemene regels en meldingen. Ook voor het brandveilig gebruik en slopen is een systeem van meldingen opgenomen in het Bbl. Bij meldingen gaat de regelgever er vanuit dat voor bepaalde activiteiten volstaan kan worden met een mededeling aan het bevoegd gezag. Aan het bevoegd gezag is het de taak te beoordelen of de activiteit meldingsplichtig is en of de melding volledig is ingediend. Een inhoudelijke beoordeling en acceptatie van de melding past niet op alle onderdelen in deze richting. Bij het Bal en Bbl is een beoordeling van de melding echter noodzakelijk omdat dit het enige moment is waarop onderzoeken van de melder gevraagd kunnen worden of maatwerk opgelegd kan worden voor de laatste twee.
1.3.5 Registratie aanvragen en meldingen Op dit moment komen aanvragen en meldingen, waaronder meldingen mobiel puinbreken en meldingen BAL, binnen via het DSO en worden deze geregistreerd in de vergunningenapplicatie CLO. In CLO worden verschillende labels gehangen aan een aanvraag of melding. De labels geven de prioriteit en de verwachte tijdsbesteding aan. Op die manier kan managementinformatie worden gegenereerd waardoor de gemeente de verwachte benodigde en beschikbare capaciteit goed in beeld kan houden. De uitkomst hiervan wordt jaarlijks uitgewerkt in het Uitvoeringsprogramma.
1.3.6 Werkwijze prioritair werken Omdat er niet voldoende capaciteit is om alle vergunningaanvragen en meldingen volledig te toetsen betekent het opstellen van een VTH-beleid dat er keuzes moeten worden gemaakt. In dit VTH-beleid zijn daarom de VTH-taken geprioriteerd voor zowel bouw- als milieu activiteiten. Dit is gedaan door de VTH-taken op te delen in categorieën waar vervolgens een risicoanalyse op uitgevoerd is (zie Bijlage 9 en 10). Op basis van het ingeschatte risico aan de hand van de risicoanalyse is een prioriteit gekoppeld aan iedere categorie. Het toetsniveau en de werkwijze bij de behandeling van aanvragen en meldingen hangt af van de prioriteit die de categorie heeft gekregen waarbinnen deze aanvragen en meldingen vallen (zie Bijlage 8 en 10).
Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum
Blad 13 van 60
Bijlage 2: Nalevingsstrategie (preventie) 2.1 Inleiding
Vrij vertaald betekent handhaving: “het bevorderen of bewerkstellen van de naleving van regels”. De gemeente heeft hier allerlei middelen en instrumenten voor. Er zijn preventieve instrumenten (zoals waarschuwen en de last onder bestuursdwang/dwangsom) en repressieve of sanctionele instrumenten (zoals de bestuurlijke boete of bestuurlijke strafbeschikking1). Daarnaast zijn er instrumenten als spoed-bestuursdwang en een reparatieve en een preventieve last onder dwangsom/bestuursdwang. Een nadere beschrijving van deze handhavingsinstrumenten en enkele Hilversumse keuzes hieromtrent staan in Bijlage 4. De proactieve instrumenten die Hilversum gebruikt (zoals voorlichting en ‘oplossingsgericht werken’) en het Hilversumse beleid ten aanzien van gedogen, staan hieronder beschreven.
2.2 Strategie proactieve (stimulerende) instrumenten
‘Voorkomen is beter dan genezen’. Hilversum gebruikt zoveel mogelijk proactieve instrumenten. Hierdoor worden gedrag en naleving van burgers en bedrijven op een positieve manier beïnvloed en hoeven tijdrovende en kostbare reparatieve en repressieve instrumenten minder te worden toegepast.
2.2.1 Voorlichting/communicatie
Hilversum geeft op passieve en actieve wijze voorlichting over dit VTH-beleid en de regels voor de bebouwde en onbebouwde omgeving. Als men de regels kent en begrijpt, worden deze beter nageleefd en zijn mensen gemotiveerd om hun omgeving hierop te wijzen. Er wordt dan ook ingezet op de communicatie omtrent (nieuw) beleid, regelgeving en de daaruit voortvloeiende handhaving. De communicatie vindt gericht plaats aan de hand van deze communicatievormen: - Massacommunicatie: via websites en/of (lokale) media zo veel mogelijk mensen informeren over de regels en de handhaving ervan. - Doelgroepgerichte/gebiedsgerichte communicatie: een doelgroep of gebied informeren over de specifieke regels en handhaving die voor hun/dat gebied van toepassing zijn. - Individuele communicatie: persoonlijke voorlichting aan een burger of bedrijf over de regels en de handhaving ervan. Voor de communicatie wordt gebruik gemaakt van bestaande netwerken, zoals brancheverenigingen, ondernemersverenigingen, buurtverenigingen en websites. Daarnaast kan de klant worden bereikt door (doelgroepgerichte) nieuwsbrieven/folders en publicaties in de (lokale) media. De gemeentelijke toezichthouders spelen ook een grote rol bij de communicatie richting de klant. Zij functioneren als een “frontoffice in het veld”. Ook kunnen zij signalen uit de buurt opvangen zodat er samenlevingsgericht kan worden geacteerd.
Daarnaast vindt goede communicatie aan de voorkant van het vergunningproces plaats. Vooroverleg voorkomt in grote mate het (on)bewust overtreden van de regels.
2.2.2 Oplossingsgericht werken
Burgers en bedrijven vinden steeds meer zelf hun weg in gemeenteland. Veel zaken regelt men digitaal en nieuwe regelgeving is daar ook op gericht. Omdat veel informatie via internet wordt verzameld is ‘de ambtenaar’ minder nodig als eerste informatiebron. In plaats daarvan is die nodig als vertaler van regels naar begrijpelijke taal. De manier waarop burgers en bedrijven de gemeente benaderen verandert. De communicatie is laagdrempeliger, minder formeel en verloopt vaak via email.
1 Dit beperkt zich tot zaken die vallen binnen domein 1.
Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum
Blad 14 van 60
Dit vraagt om een andere vorm van communicatie tussen ambtenaren en burgers/bedrijven. De rol van ambtenaren verschuift van informatie-autoriteit naar gesprekspartner. Van een ambtenaar wordt verwacht dat deze kan luisteren en klanten met respect behandelt. Ambtenaren die kijken met een open blik en een meewerkende houding hebben, zonder daarbij de grenzen van de wet en de belangen van anderen uit het oog te verliezen. Doorgaans maken burgers/bedrijven hun bezwaren, problemen en/of conflicten wel op formele wijze kenbaar. Er worden juridische trajecten in gang gezet, zoals klachten-, zienswijzen-, bezwaarof beroepsprocedures. Het effect van deze procedures is vaak dat standpunten verharden en de verhouding met de gemeente verslechtert. Afstandelijkheid, juridisering en procedures bepalen het beeld waardoor de (achterliggende) problemen niet aan bod dreigen te komen. Gevolg van een formele gang van zaken is dat het vertrouwen van burgers/bedrijven in de gemeente verder afneemt. Om dit proces te keren, werken ambtenaren van de gemeente Hilversum op een proactieve, oplossingsgerichte wijze. Bij ‘oplossingsgericht werken’ is communicatie een belangrijk aspect. Ambtenaren moeten zo goed mogelijk met de klant en de omgeving communiceren, bij voorkeur mondeling. Het accent ligt op de voorkant van het proces. In deze fase ligt de nadruk meer op het vinden van adequate oplossingen.
Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum
Blad 15 van 60
BIJLAGE 3: TOEZICHTSSTRATEGIE 3.1 Inleiding
Onder toezicht wordt verstaan het controleren of de wettelijke bepalingen worden nageleefd. Bijlage 3 bevat de toezichtstrategie van de gemeente Hilversum. In Hilversum wordt gewerkt met verschillende vormen van toezicht. Deze worden ingezet om gecoördineerd en integraal toezicht te houden. Hierdoor vermindert de toezichtdruk voor burgers, bedrijven en instellingen en is het mogelijk om daadkrachtiger op te treden. Dit stuk maakt onderscheid tussen de drie hoofdvormen van toezicht: - vergunningsgericht toezicht (onderdeel 3.2.1); - objectgericht toezicht (onderdeel 3.2.2); - gebiedsgericht toezicht (onderdeel 3.2.3). Daarnaast worden drie overkoepelende vormen van toezicht gehanteerd: - thematisch toezicht (onderdeel 3.3.1); - klachtentoezicht (onderdeel 3.3.2); - signaaltoezicht (onderdeel 3.3.3). Al deze vormen worden in de toezichtstrategie omschreven. Ook worden de voorbereiding en de rapportage beschreven (onderdeel 3.4). De stelselwijziging van het omgevingsrecht brengt voor het toezicht enkele veranderingen. In de eerste plaats betreft dit de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Het toezicht op zaken waarop de Wkb van toepassing is, is geregeld in het Wkb-beleid. Het Wkb-beleid is opgenomen als bijlage bij het VTH-beleid. Het Wkb-beleid is tijdelijk en zal na een monitoringsperiode worden geëvalueerd en definitief worden verwerkt in het VTH-beleid.
Verder is als gevolg van de stelselwijziging het aantal algemene regels, waaronder zorgplichten, toegenomen. Toezicht op de naleving van algemene regels wordt, met inachtneming van de toegekende prioriteit (zie bijlage 8, 9 en 10), meegenomen in de verschillende vormen van toezicht.
3.2 Hoofdvormen van toezicht 3.2.1 Vergunninggericht toezicht Vergunninggericht toezicht is toezicht op verleende omgevingsvergunningen tijdens de uitvoeringsfase. Het gaat hierbij om toezicht op onder meer: - het naleven van (maatwerk)voorschriften van verleende omgevingsvergunningen voor onder andere omgevingsplan-, rijksmonumenten en bouwactiviteiten; - het naleven van voorschriften uit het Besluit bouwwerken leefomgeving en de naleving op aanvullend gestelde (maatwerk)voorschriften, bijvoorbeeld naar aanleiding van een melding. Om de frequentie van vergunninggericht toezicht te bepalen wordt gebruik gemaakt van matrices die zijn gebaseerd op de landelijke richtlijnen voor bouwen en slopen. De matrices zijn als Bijlage 11 ingevoegd in deze bijlagenbundel.
3.2.2 Objectgericht toezicht Bij objectgericht toezicht gaat het om toezicht op aangewezen bestaande objecten tijdens de gebruiksfase. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het periodiek controleren van cafés op het gebied van brandveiligheid. De gebruiksfase begint nadat een object (bijvoorbeeld een gebouw) is opgericht, is ingericht en “gebruiksklaar” is.
Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum
Blad 16 van 60
Objectgericht toezicht vindt plaats op grond van specifieke verleende omgevingsvergunningen (die cyclisch gecontroleerd moet worden op voorschriften) of bij bepaalde meldingsplichtige objecten (waarbij algemeen geldende voorschriften worden gecontroleerd). Het gaat hier om periodiek toezicht op: - ‘langlopende’ omgevingsvergunningen en/of op algemene voorschriften op het gebied van (brand)veiligheid en milieu. - evenementen op het gebied van (brand)veiligheid, milieu en leefbaarheid. - de instandhoudingstermijn van tijdelijke activiteiten, bouwwerken en/of tijdelijke ontheffingen. Voor de uitvoering van objectgericht toezicht worden de prioriteringen gehanteerd die worden omschreven in Bijlagen 9 en 10.
3.2.3 Gebiedsgericht toezicht Gebiedsgericht toezicht gaat over toezicht gerelateerd aan wijken/geografische gebieden. Hiermee is het mogelijk om gericht toezicht te houden op die aspecten die voor een bepaalde wijk van belang zijn. Er zijn de volgende thema’s te onderscheiden: -
Toezicht op ‘Bouwen en Wonen’: (strijdig) gebruik en illegaal oprichten/veranderen van bouwwerken en (openbare) gronden (zie Bijlage 9) Toezicht niet inrichting gebonden milieuactiviteiten (zie Bijlage 10), uitgezonderd de aan de OFGV overgedragen taken, waaronder Besluit Bodemkwaliteit. Toezicht op algemene gebruiksregels voor de fysieke leefomgeving.
Het gaat hier om toezicht op algemene wet- en regelgeving en niet op objectgebonden zaken. Het doel is door aanwezig te zijn en in gesprek te blijven met de wijk overtredingen te voorkomen. Daarom houden wij periodieke controles per wijk. Opzet van het wijkgericht toezicht is dat dit plaatsvindt door generalistische toezichthouders. Zij zijn de ‘ogen en oren’ op straat. Door hun gebiedskennis weten zij welke toezichtstaken in welke wijken specifieke aandacht vragen. Het toezicht vindt zoveel mogelijk integraal plaats. Voordeel hiervan is dat er meer toezicht op verschillende aspecten plaatsvindt en dat er daardoor sneller wordt gecorrigeerd. Dit heeft tot gevolg dat het naleefgedrag verbetert.
3.3 Overkoepelende vormen van toezicht 3.3.1 Thematisch toezicht Thematisch toezicht is toezicht op handhavingstaken of gebieden die door bepaalde specifieke kenmerken of problemen, een andere aanpak vereisen of prefereren. Gedacht kan worden aan periodiek integraal toezicht op een industrieterrein, het buitengebied en het controleren van illegale brandplaatsen rond oud en nieuw of brandwerende gevelbekleding. Dit vindt in principe jaarlijks plaats in het kader van de Handhavingsestafette. Per thema wordt een werkwijze opgesteld. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat specialisten en generalisten samen (integraal) gaan controleren. Bij thematisch toezicht kan ook gekozen worden om bepaalde aspecten van vergunningsgericht, objectgericht en wijkgericht toezicht te combineren.
3.3.2 Meldingentoezicht Meldingentoezicht vindt plaats naar aanleiding van een melding van burgers/bedrijven (extern) of van andere afdelingen/collega’s/bestuur (intern). Meldingen kunnen per telefoon, schriftelijk, per email of via internet door middel van de Melding Openbare Ruimte (MOR) binnenkomen.
Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum
Blad 17 van 60
Het vervolg wordt voor de onderwerpen Bouwen en Ruimtelijke Ordening bepaald aan de hand van het zogeheten “Poortwachtersoverleg” met de Uitvoeringsdienst van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht, waarna ook de melder wordt geïnformeerd. Sturing vindt plaats op tijdigheid, juiste routering, onderwerp (prioriteit) en aantal. Meldingen moeten betrekking hebben op activiteiten waarin de gemeente (zelf) bevoegd is om op te treden. Daar waar de gemeente niet bevoegd is of de afhandeling is ondergebracht bij derden (b.v. GAD, GNR , OFGV, ODNZKG, ODNHN of Waternet) wordt de melding doorgezet en de melder hierover geïnformeerd. Hierbij geldt een uitzondering bij tijdelijke acute telefonische klachten over geluid of geur van aan de OFGV overgedragen bedrijven. De gemeente doet de constatering en draagt deze ter afhandeling over aan de OFGV. Op basis van externe factoren, zoals politieke gevoeligheid, ruimtelijke uitstraling, ondermijning en/of illegale prostitutie kunnen binnenkomende meldingen in het Poortwachtersoverleg wel van lage naar hoge prioriteit opgeschaald worden, maar niet de andere kant op. Hoge prioriteit in het beleid blijft altijd hoge prioriteit, maar een lage prioriteitszaak kan wel hoge prioriteit krijgen op basis van andere factoren. In het geval van milieumeldingen wordt niet eerst een overleg gevoerd alvorens de controle plaatsvinden.
Bij milieumeldingen gaat de toezichthouder altijd op controle. Indien noodzakelijk wordt vervolgens handhavend opgetreden. Indien is bepaald dat de gemeente bevoegd gezag is, ambieert de gemeente Hilversum meldingen zo snel mogelijk en ‘aan de voorkant’ op te lossen. Hierbij verdient het de voorkeur dat bij conflictsituaties (bijvoorbeeld tussen buren) er, bijvoorbeeld in onderling overleg of met behulp van buurtbemiddeling wordt gezocht naar een oplossing. Bij de afhandeling van meldingen (uitgezonderd telefonische milieumeldingen) wordt de volgende werkwijze gehanteerd. Meldingen worden allereerst inhoudelijk beoordeeld. Er wordt vervolgens een onderscheid gemaakt tussen meldingen met en zonder acuut gevaar: 1. Acuut gevaar voor veiligheid en/of gezondheidsrisico: toezicht wordt direct opgepakt (dezelfde dag) en er is contact met de melder; 2. Geen acuut gevaar: a. maar wel een hoge prioriteit (zie Bijlage 9 en 10) dan wordt de controle binnen twee weken meegenomen in het wijkgericht toezicht. De planning wordt aan de melder aangegeven. b. en ook geen hoge prioriteit (zie Bijlage 9 en 10) dan wordt de controle opgepakt in lijn met de daarvoor afgesproken werkwijze prioritair werken (zie Bijlage 8). Een bestuurlijke visie op thema’s, klachten en/of handhavingsverzoeken bepalen geregeld de prioriteit die een bepaalde taak uiteindelijk krijgt.
Dit kan afwijken van hetgeen in dit beleid vooraf is bepaald. Een dergelijke bestuurlijke interventie kan bijvoorbeeld voorkomen uit maatschappelijke onrust over een bepaalde taak.
3.3.3 Signaaltoezicht Tijdens het houden van toezicht kan een inspecteur iets tegenkomen wat in principe niet binnen zijn vakdiscipline valt. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een bouwinspecteur die tijdens een controle gebreken ziet op het gebied van brandveiligheid. Als de bouwinspecteur de situatie niet ter plekke kan oplossen en/of hier niet de expertise voor heeft dan kan de bouwinspecteur een signaal aan de desbetreffende expert (bijvoorbeeld aan iemand Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek).
Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum
Blad 18 van 60
Dit noemen we signaaltoezicht; toezicht waarbij een toezichthouder een signaal doorgeeft als de geconstateerde overtreding buiten zijn expertise valt. Signaaltoezicht is een overkoepelende vorm van toezicht en kan worden toepast bij elk van de hierboven beschreven vormen van toezicht. Aan de hand van digitale checklists, die zijn gebaseerd op het integrale toezichtprotocol, kan een toezichthouder nagaan wie hij of zij moet benaderen bij het constateren van een overtreding. Eenvoudige zaken op een ander vakgebied worden meegenomen en voor complexe zaken wordt een specialist ingeschakeld.
3.4 Voorbereiding toezicht en toezichtrapportage
3.4.1 Voorbereiding toezicht De gemeente Hilversum draagt zorg voor de kwaliteit van de uitvoering van toezicht. Er wordt voor gezorgd dat de controles door toezichthouders op een uniforme wijze worden uitgevoerd. Dit is onder andere mogelijk door een goede voorbereiding. Voordat een toezichtcontrole wordt uitgevoerd, worden altijd eerst de relevante documenten beoordeeld die bij een casus horen. Als toezicht plaatsvindt naar aanleiding van een omgevingsvergunning of melding zijn deze documenten samengevoegd in een dossier en terug te vinden in CLO. De volledigheidstoets op de stukken is in dat geval al gedaan door vergunningverlening. Uitgezonderd hiervan zijn de documenten die nog aangeleverd moeten worden tijdens het proces. Als een toezichtzaak nieuw binnenkomt, maakt de toezichthouder een dossier aan door alle relevante documenten te verzamelen. Vervolgens worden de stukken door de toezichthouders beoordeeld op volledigheid, actualiteit en relevantie. Afhankelijk van de toegekende prioriteit (zie Bijlage 9 en 10) worden ook de vergunningsvoorwaarden of maatwerkvoorschriften doorgenomen. Wanneer voor het betreffende bouw- of sloopplan ook een bouw- of sloopveiligheidsplan benodigd is, wordt ook deze getoetst op volledigheid en inhoud en op de naleving ervan. Indien gewenst wordt intern eerst een overleg gehouden voordat een toezichtcontrole wordt uitgevoerd.
In het geval van milieutoezicht is er geen sprake van nieuwe dossiers. Als een object wordt toebedeeld ontvangt de toezichthouder de toezichtrapportage die vervolgens aan de hand van eigen controles wordt aangevuld. 3.4.2 Toezichtrapportage Om de uitvoering te kunnen monitoren, moeten zaken geregistreerd worden. De doorlopen stappen, de genomen beslissingen en verdere relevante documenten worden daarom door de toezichthouders verifieerbaar en transparant opgeslagen in de VTH-applicatie CLO. In de basis moeten de controlerapporten, melding en/of signaal aan een aantal eisen voldoen. Hiervoor is een format ontwikkeld. Het format bevat (indien aan de orde) de volgende aspecten: - Basisgegevens - Schets van de locatie - NAW-gegevens contactpersonen - Reden uitgevoerd controle - Soort controle - Relevante wetgeving/regeling/etc. - Voorgeschiedenis - Constateringen - Aard en omvang overtreding(en) - Afspraken - Eindconclusie - Ondertekening en dagtekening door toezichthouder.
Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum
Blad 19 van 60
Het controlerapport wordt niet actief gedeeld met betrokkenen en wordt alleen openbaar gemaakt op verzoek van belanghebbenden of in het kader van juridische procedures. Persoonlijke gegevens van derden en/of toezichthouders kunnen daarbij geanonimiseerd worden. De gegevens in de zaakrapportage leveren informatie over het effect van de handelingen die de gemeente uitvoert op het naleefgedrag van wet- en regelgeving. Als een activiteit niet het gewenste effect oplevert, vormt dit input om de interventiestrategie aan te passen. Op die manier draagt zaakrapportage op langer termijn bij aan de strategievorming. Daarnaast kan de analyse van de zaakrapportage gebruikt worden om onderwerpen voor toekomstige projectmatig(e) toezicht en handhaving te bepalen.
Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum
Blad 20 van 60
Bijlage 4: Sanctiestrategie 4.1 Inleiding
In deze bijlage wordt de sanctiestrategie omschreven die wordt gevolgd bij overtredingen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Deze sanctiestrategie is het beleidskader voor de inzet van de verschillende bestuursrechtelijke- en strafrechtelijke handhavingsinstrumenten bij overtredingen op de onderscheiden handhavingstaken. Het beschrijft hoe de instrumenten worden ingezet en geeft de keuzes weer omtrent sancties, (begunstigings-) termijnen en dwangsombedragen. Het doel van deze strategie is duidelijkheid verschaffen over de wijze van optreden bij overtredingen op de verschillende handhavingstaken. Naast een beoogde preventieve werking, wordt er door deze strategie in beginsel uniform en effectief gehandhaafd.
4.2 Algemene sanctiestrategie
Professionele handhaving kenmerkt zich onder andere door een consequente uitvoering bij geconstateerde overtredingen. Deze algemene sanctiestrategie geeft hier zoveel mogelijk invulling aan. Het maakt duidelijk hoe en in welke situatie de gemeente optreedt. Deze sanctiestrategie stuurt de handhaver in de wijze waarop in principe op een overtreding moet worden gereageerd. Hierdoor komt er meer uniformiteit in de wijze van optreden. Dit betekent niet dat er volledige uniformiteit ontstaat, gemotiveerd afwijken kan. Wel moet dit schriftelijk worden vastgelegd. Hierdoor is de afhandeling reproduceerbaar en kan het duidelijk zijn dat er geen sprake is van willekeur. Deze strategie heeft derdenwerking. Dat betekent dat de overtreder of derden/belanghebbenden zich kunnen beroepen op deze strategie. Goed onderbouwen van een beslissing met de strategie als uitgangspunt is daarom noodzakelijk, of de strategie nu gevolgd wordt of dat er van wordt afgeweken. Hiermee wordt vermeende willekeur voorkomen en wordt ingezet op rechtsgelijkheid. Dit biedt ondersteuning bij een eventuele rechtsgang. NB: Artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) eist dat bestuursorganen handelen volgens de beleidsregels, tenzij de gevolgen van dat handelen voor één of meer belanghebbende vanwege bijzondere omstandigheden onevenredig zijn.
Een afwijking van deze strategie is dus mogelijk, maar moet schriftelijk gemotiveerd worden. Voor het consequent optreden bij overtredingen wordt in beginsel het in deze bijlage beschreven stappenplan gevolgd. Na de eerste constatering van een overtreding wordt de overtreder schriftelijk gewaarschuwd en krijgt deze een hersteltermijn. Als na controle blijkt dat de overtreding niet is beëindigd, dan volgt een voornemen tot handhaven. Hierin krijgt de overtreder nogmaals een hersteltermijn en wordt in de gelegenheid gesteld te reageren op de voorgenomen sanctie (vaak een last onder dwangsom of bestuursdwang of het intrekken van een vergunning). Na de hersteltermijn volgt weer een controle, waarbij de toezichthouder verantwoordelijk en de jurist adviserend/ondersteunend is. Pas dan wordt bij voortdurende strijdigheid de voorgenomen sanctie middels een besluit opgelegd. Ook hieraan zit weer een hersteltermijn. Bij aantoonbaar verwijtbaar handelen wordt de eerste waarschuwing in beginsel achterwege gelaten en krijgt de overtreder gelijk een vooraanschrijving. Ook bij een formeel handhavingsverzoek kan ervoor gekozen worden om de eerste waarschuwing achterwege te laten, gelet op de doorlooptijden en de wettelijke termijn die er staat voor behandeling van een verzoek om handhaving.
Bij overtredingen met een acuut gevaar, onomkeerbare gevolgen, veiligheidsgevolgen en/of onduldbare geluid- of geurhinder wordt in principe direct opgetreden. Als de geconstateerde overtreding een afwijking van ondergeschikte betekenis betreft, dan wordt afgewogen of van handhavend optreden proportioneel is.
Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum
Blad 21 van 60
Als er verschillende overtredingen tegelijk worden geconstateerd bij een locatie, dan moet de sanctiestrategie hierop worden afgestemd. Bij voorkeur worden de overtredingen in één keer aangepakt met één vooraf besproken en afgestemde strategie. De strategie wordt per casus afgewogen.
4.3 Stappenplan/criteria algemene sanctiestrategie
Hieronder worden de vier criteria uit het stappenplan van de algemene sanctiestrategie toegelicht. Het gaat om de volgende vier criteria om te bepalen welke stappen gezet moeten worden: 1. Acuut gevaar/onomkeerbare gevolgen/veiligheidsgevolgen/onduldbare (geluid)hinder? 2. Afwijking van ondergeschikte betekenis? 3. Legaliseerbaar? 4. Aantoonbaar verwijtbaar handelen?
Figuur 4.1: Stappenplan algemene sanctiestrategie
Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum
Blad 22 van 60
4.3.1 Stap 1: Acuut gevaar/onomkeerbare gevolgen/veiligheidsgevolgen/onduldbare geluidhinder Soms is een overtreding zodanig dat deze leidt tot acuut gevaar. Als hiervan sprake is, is direct optreden noodzakelijk. Het kan hier bijvoorbeeld gaan om instortingsgevaar, explosiegevaar, brandgevaarlijke situaties, gevaar voor de (volks)gezondheid, veiligheid en openbare orde. Ook het risico van het ontstaan van onomkeerbare schade/gevolgen, bijvoorbeeld aan het milieu / flora en fauna, monumenten of andere gebouwen wordt beschouwd als acuut gevaar. Indien een overtreding leidt tot acuut gevaar, dan wordt mondeling gevraagd naar de zienswijze en deze wordt afgewogen bij de last onder dwangsom, die de eerste volgende werkdag schriftelijk wordt bevestigd. Als er sprake is van acuut gevaar dan wordt er direct opgetreden. Hierbij kan men denken aan het stilleggen van de bouw of sloop of aan het direct opruimen van schadelijk afval. De beschikking volgt dan zo spoedig mogelijk achteraf (artikel 5.31 Awb). Deze vorm van bestuursrechtelijke handhaving gebeurt soms ook ter bescherming van de belangen van de overtreder (immers, de overtreder kan de voor hem/haar niet duidelijk zichtbare risico’s niet opmerken of niet willen opmerken, of de overtreder heeft een vergunning nodig om de overtreding ongedaan te maken en dat is strijdig met de te beschermen belangen).
Afwijken van deze richtlijn is mogelijk voor bijzondere gevallen, mits gemotiveerd. Onduldbare (geluid)hinder wordt ook geschaard onder acuut gevaar. Bij onduldbare (geluid)hinder, waarvan het aannemelijk is dat deze wordt herhaald of herhaald kan worden, kan direct een last onder dwangsom worden opgelegd. Of, als het gaat om geluidhinder van bouwactiviteiten die buiten de dagperiode plaatsvinden zonder ontheffing, dan kan het werk worden stilgelegd tot de volgende dag 07.00 uur, idem voor overige werkzaamheden, maar dan op grond van de APV. Er kan sprake zijn van onduldbare geluidshinder als er een gemeten overschrijding is van 10 dB bij muziekgeluid en 15 dB bij overig geluid. Dit zijn gemeten overschrijdingen exclusief de wettelijke correcties voor bijzondere geluiden (muziek (10 dB, tonaal en puls (5 dB)). Sommige overtredingen kunnen beter (primair) strafrechtelijk of gezamenlijk gehandhaafd worden. Hierbij valt te denken aan eenmalige, kortdurende overtredingen of overtredingen (strafrechtelijk) met onomkeerbare gevolgen (gezamenlijk).
4.3.2 Stap 2: Afwijkingen van ondergeschikte betekenis en prioritering Soms worden er kleine afwijkingen van een vergunning bouw of voorgeschreven situatie geconstateerd, die geen afbreuk doen aan het onderliggende regulerende kader. Het gaat hier om afwijkingen van ondergeschikte betekenis die, op zichzelf gezien, gelijkwaardig zijn met of zelfs beter dan de voorgeschreven maatregel. De afwijking is van een dusdanig ondergeschikte betekenis dat de gemeente onvoldoende daadkrachtig kan motiveren dat handhavend optreden evenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen. In dergelijke gevallen wordt van handhavend optreden afgezien. Bij milieuzaken moet voor verplichte maatregelen gelijkwaardigheid vooraf worden aangetoond en goedgekeurd. Indien dit niet gebeurd is dat al een overtreding op zich. Handhaven is een middel en geen doel op zich. Afwijkingen van ondergeschikte betekenis kunnen bijvoorbeeld ontstaan doordat er tijdens de uitvoering geen rekening is gehouden met bepaalde zaken, of dat totaal onvoorziene omstandigheden nopen tot afwijking van een verleende vergunning/vrijstelling/ontheffing/voorschriften. Veelal gaat het om afwijkingen die minder cruciaal zijn. Indien nodig, wordt door middel van berekeningen en/of tekeningen door de overtreder aangetoond dat de gekozen/gerealiseerde oplossing een gelijkwaardige is.
Van belang is dat belangen van derden niet onevenredig worden geschaad en dat er geen situatie ontstaat die is gelegen onder een wettelijke minimumniveau. Afwijkingen van ondergeschikte betekenis worden getoetst aan het volgende kader:
Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum
Blad 23 van 60
-
Er mag geen situatie ontstaan die is gelegen onder een wettelijke minimumniveau; De veiligheid en gezondheid zijn gewaarborgd; - belangen van derden worden niet onevenredig geschaad; Er mag geen onevenredige hinder of overlast voor derden ontstaan; Het algemeen belang wordt niet onevenredig geschaad; - indien nodig wordt door de overtreder door middel van berekeningen en/of tekeningen aangetoond dat de gekozen/gerealiseerde lossing een gelijkwaardige is.
Bij het constateren van een afwijking wordt, voorafgaand aan de vraag of deze sanctiestrategie wordt toegepast, eerst onderzocht of sprake is van een afwijking van ondergeschikte betekenis. Bij twijfel stemt de betreffende toezichthouder de situatie af met een juridisch medewerker. Als er geen sprake is van een afwijking met een ondergeschikte betekenis wordt prioriteit toegekend aan de overtreding. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de vastgestelde prioritering, tot stand gekomen aan de hand van een risicoanalyse (zie Bijlage 9 en 10). Aan de hand van de prioriteit die wordt gehangen aan een overtreding wordt er volgens verschillende scenario’s gehandeld. De scenario’s worden beschreven in de werkwijze prioritair werken (zie Bijlage 8).
4.3.3 Stap 3: Legalisatieonderzoek Voor legalisatieonderzoeken met betrekking tot de activiteit bouwen, bestaat een apart werkproces. Hierbij wordt nagegaan of wat gebouwd is zonder vergunning of gebruikt wordt in strijd met het omgevingsplan alsnog gelegaliseerd kan worden. De uitkomst hiervan bepaalt niet zozeer of er gehandhaafd gaat worden maar wel tot welk resultaat de handhavingsinzet moet leiden. Dit kan zijn gericht op het zorgen dat de situatie alsnog wordt vergund of wel wordt beëindigd. Na constatering van een “bouw”-overtreding volgt het legalisatieonderzoek. Als een legalisatieonderzoek enige tijd gaat vergen, bijvoorbeeld omdat hiervoor extern advies nodig is, is het wenslijk om wel al eerst een waarschuwing te sturen waarin staat dat er een overtreding is geconstateerd. Dit heeft tevens een wrakende werking. Daarna kan een formele waarschuwing/vooraanschrijving volgen.
4.3.4 Stap 4: Aantoonbaar verwijtbaar handelen Als er een overtreding wordt geconstateerd of dreigt te ontstaan, dan moet de toezichthouder beoordelen of er sprake is van aantoonbaar verwijtbaar handelen. Van aantoonbaar verwijtbaar handelen is in elk geval sprake in de volgende omstandigheden: 1. De betrokkene is in een eerder stadium op de hoogte gebracht van de voorschriften; 2. Er is sprake van herhaling; 3. Er worden algemeen bekende voorschriften overtreden; 4. Het is evident dat de handeling hinder en/of schade veroorzaakt; 5. Er is sprake van doelbewust handelen; 6. Er is sprake van aantasting geloofwaardigheid van de overheid; 7. De overheidscontrole wordt belemmerd; 8. Er is sprake van berekenend of onbetrouwbaar gedrag; 9. Als medewerking wordt geweigerd. NB: De beantwoording van de vraag of er sprake is van aantoonbaar verwijtbaar handelen ligt bij de toezichthouder. Die heeft de kennis om dit in te kunnen schatten.
4.4 Brieven
In het stappenplan zijn verschillende soorten brieven beschreven. In deze paragraaf worden de soorten toegelicht.
Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum
Blad 24 van 60
4.4.1 Waarschuwingsbrief De overtreder wordt door middel van een brief gewaarschuwd en gewezen op de overtreding. De overtreder krijgt de mogelijkheid binnen een gestelde termijn de overtreding te beëindigen en eventuele schade te herstellen. Er wordt nog niet direct met sancties gedreigd, maar de gemeente laat hiermee in elk geval zien dat de overtreding bij haar bekend is. Bij milieu wordt wel vermeld dat als niet binnen de termijn de overtreding is beëindigd, er handhavend zal worden opgetreden. De waarschuwingsbrief heeft tevens een wrakende werking. Als er na twee jaar, gerekend vanaf de dag na verzending van een waarschuwingsbrief, nog steeds sprake is van de daarin beschreven overtreding(en), en er (nog) geen vooraanschrijving is bekendgemaakt, dan wordt er ten minste opnieuw een waarschuwingsbrief verzonden.
4.4.2 Vooraanschrijving/voornemen De overtreder ontvangt een brief met de mogelijkheid om binnen een bepaalde termijn de overtreding te beëindigen en eventuele schade te herstellen. Daarbij wordt duidelijk gemaakt dat het voornemen bestaat om, indien de overtreding niet binnen de gestelde termijn wordt beëindigd, met een bestuursrechtelijke maatregel (last onder dwangsom of bestuursdwang) op te treden. De overtreder krijgt de mogelijkheid om zijn zienswijze in te dienen. Als er na twee jaar, gerekend vanaf de dag na verzending van een vooraanschrijving, nog steeds of opnieuw sprake is van de daarin beschreven overtreding(en), en er (nog) geen definitieve aanschrijving is bekendgemaakt, dan wordt er ten minste opnieuw een vooraanschrijving verzonden.
4.4.3 Definitieve aanschrijving/oplegging De overtreder ontvangt een besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang. Ook hierbij dient op basis van de Algemene wet bestuursrecht een begunstigingstermijn gesteld te worden waarbinnen de overtreding alsnog kan worden beëindigd. Na het verstrijken van de termijn wordt de sanctie geëffectueerd. In geval van acuut gevaar of calamiteit kan de sanctie ook onmiddellijk worden uitgevoerd, zonder dat een begunstigingstermijn hoeft te worden gegeven. De beschikking wordt dan achteraf op schrift gesteld.