1. Jaarverslag Gemeentelijk Gymnasium Hilversum 2024
Tekst van het document
24
kerstpakketten maken voor jonge alleenstaande vluchtelingen. Alle medewerkers en leerlingen van leerjaar 1 t/m 5 deden deze dag mee. Onderzoek Het docententeam werkt zo veel als mogelijk evidence based. Enkele medewerkers schrijven vanuit deze basis mee aan onderwijsmethodes als medeauteur of via een proefschrift. Kennisdeling en samenwerking op het gebied van wat de beste werkwijzen zijn op basis van wetenschappelijk onderzoek, staan vermeld als actiepunt in de activiteitenlijst voor de komende twee schooljaren. Meerdere secties werken met de leerlingen vanaf de onderbouw aan een doorlopende onderzoekslijn. Het tweedeklasproject, Meet de Atleet, is een belangrijke schakel in deze onderzoek leerlijn op het Gemeentelijk Gymnasium Hilversum. Gedurende een week aan het begin van het schooljaar maken alle leerlingen tijdens dit project kennis met alle onderdelen van de onderzoek cyclus (zie afbeelding). Bij dit onderzoek proberen leerlingen een verband te vinden tussen lichaamseigenschappen en sportprestaties.
Inspectie van het Onderwijs Tijdens het verslagjaar is er geen inspectiebezoek geweest. Visitatie Tijdens het verslagjaar vond geen bestuurlijke visitatie plaats. Dit is nadrukkelijk de wens voor volgend verslagjaar. Het bestuur wil dit graag vormgeven in samenwerking met de Stichting Het Zelfstandige Gymnasium (SHZG), waar collegiale visitatie tussen gymnasia vaak gedaan wordt.
2.4 Toetsing en examinering Visie op toetsing Het toets beleid van de school staat vastgelegd in het leerlingenstatuut, paragraaf 2.5. Hierin wordt gesproken over huiswerk, toetsing en cijferbepaling. Het leerlingenstatuut wordt jaarlijks geëvalueerd, besproken met en goedgekeurd door de (L)MR. Tevens is de schoolleiding dit schooljaar bezig een evaluatie van het toets beleid vorm te geven in samenwerking met de sectievoorzitters om de toets druk in de onderbouw beter aan te kunnen pakken. Hier is een plan van aanpak voor geschreven. De wens is om het toets beleid van de onderbouw per komend schooljaar te formaliseren, gericht op het beter spreiden van toetsen en het creëren van overzicht door het gebruik van de agendafunctie in Magister (voor toetsen). Ook vinden er gesprekken plaats met de sectievoorzitters en secties over de meest efficiënte manier van roostering van de toetsen in de bovenbouw, waarbij gekeken wordt hoe bijvoorbeeld mondelinge tentamens en andere praktische tentamens op zo’n manier afgenomen kunnen worden dat de minste lesuitval gegarandeerd wordt.
25
Deskundigheidsbevordering op het gebied van toetsing of examinering Het traject formatief handelen heeft 13 medewerkers opgeleid. Aan de hand van een externe trainer is in 8 sessies (verspreid over schooljaar 22-23 en schooljaar 23-24) geleerd over formatief handelen, het aanleren van kwaliteitsbesef en het geven van feedback. Bij de terugblikstudiedag aan het einde van schooljaar 23-24 heeft een van de deelnemende collega’s het geleerde met de overige collega’s gedeeld. Examencommissie Sinds 2021heeft het Gemeentelijk Gymnasium Hilversum een examencommissie, die zodanig is vormgegeven dat deze past bij de context, omvang en resultaten van het bestuur, te weten 1 school. Vanzelfsprekend houdt het bestuur zich aan de wettelijke vereisten. De examencommissie op het GGH bestaat sinds schooljaar 2021-2022 en hanteert een Teams map in de online werkomgeving van de school, zodat betrokkenen inzicht kunnen krijgen, indien gewenst, in de taken en bevoegdheden van deze commissie. De examencommissie bestaat uit drie personen. Op het Gemeentelijk gymnasium Hilversum maakt de examensecretaris geen deel uit van de examencommissie, is er geen aparte deskundigheidsbevordering voor de leden van de examencommissie en heeft de inrichting van de examencommissie ook geen effect op de kwaliteitscultuur in de school, aangezien die al volstaat.
In het verslagjaar heeft de examencommissie eenmaal een besluit genomen met betrekking tot de kwaliteit van schoolexaminering. Dit besluit is succesvol uitgevoerd. Programma van Toetsing en Afronding (PTA) Ten gevolge van incidenten op verschillende VO-scholen voorafgaand aan het CSE in 2018, werd door de Onderwijsinspectie de procedure van PTA en examenreglement aangepast. Ook werd “verplicht dat in het PTA duidelijk werd gemaakt wat de samenhang is tussen (verplichte) examenstof en de toetsen in het PTA”. Ter voorbereiding op schooljaar 2022/2023 heeft de onderwijsinspectie ook veranderingen opgenomen in de vormgeving van het PTA. Sindsdien is het PTO en PTA op het GGH gescheiden en bestaat het uit twee aparte documenten. Het PTA beschikt sinds die tijd voor elk leerjaar van de bovenbouw over een overzicht over de delen van het schoolexamen die niet in het lopende schooljaar worden afgenomen. Een leerling in klas 5 ziet in een oogopslag niet alleen over welke onderdelen van het schoolexamen in klas 5 getoetst wordt, maar ook welke onderdelen reeds in klas 4 getoetst zijn en welke onderdelen in klas 6 nog getoetst zullen worden.
Bovendien is er per toets sinds schooljaar 2022/2023 aangegeven of een toets stof bevat die alleen voor het individuele schoolexamenprogramma van het GGH relevant is, voor de landelijk verplichte onderdelen van het schoolexamen en/of voor het Centraal examen. Deze opzet van het PTA is gebaseerd de checklists van de VO-raad en sindsdien consequent toegepast op de PTA’s 2023/2024 en 2024/2025.
26
2.5 Personeel & Professionalisering Doelen en resultaten Voortvloeiend uit het Schoolplan 2023-2026, gebruikt het GGH tweejaarlijkse activiteitenplannen om gestelde doelen praktisch uit te voeren. Het verslagjaar geldt als het tweede jaar in het lopende schoolplan. Een aantal doelen zijn onderhanden en worden in het volgende verslagjaar afgerond. Hieronder staat per doel, op het vlak van Personeel & Professionalisering, komend uit het schoolplan en het activiteitenplan, welke doelen al behaald zijn (groen), welke nog lopen(blauw) en welke hoogstwaarschijnlijk niet behaald zijn.
Toekomstige ontwikkelingen Externe ontwikkelingen Het toenemende landelijke docententekort, de lichte (regionale) krimp in het leerlingenaantal, de efficiency - korting in de sector VO, de stevige concurrentie van scholen in de regio die steeds meer schooleigen profielen (talent, media, sport e.d.) aanbieden, zijn enkele van de externe factoren die invloed hebben op het HRM beleid van de school. De school is hierdoor genoodzaakt personeel steeds efficiënter en effectiever in te zetten. In samenwerking met besturen in de regio heeft de school een gezamenlijk plan opgesteld om het docententekorten in de toekomst te beperken. Interne ontwikkelingen De school beschikt over een team dat in het huidige onderwijssysteem uitmuntende resultaten weet te behalen met de leerlingen. Het onderwijzend team beschikt over voldoende potentieel en kwaliteiten om ook de toekomstige uitdagingen te beantwoorden. In het kader van de herbezinning zijn in het verslag in het formatieplan voor schooljaar 24/25 een aantal taken die voorheen bij OP lagen, verschoven naar OOP. Ook is in datzelfde kader een docent met ingang van dit schooljaar werkzaam in een andere sectie met de mogelijkheid tot omscholing.
Het personeel is in samenstelling gelijkmatig opgebouwd; iedere levensfase tussen de 25 en 65 jaar is goed vertegenwoordigd waarbij er een iets grotere vertegenwoordiging vrouwen is in de meeste categorieën.
27
Formatie De inzet van docenten wordt jaarlijks in het formatieplan voor het komend schooljaar vastgelegd en ter instemming voorgelegd aan de MR. Ontwikkelgesprekken en leerlingenenquêtes geven docenten de mogelijkheid te reflecteren en waar nodig bij te sturen in hun handelen. Zij bespreken dit jaarlijks met hun direct leidinggevenden. Voor nieuwe docenten is er een uitgebreid begeleidingssysteem en een beoordelingstraject. Een deel van de docenten neemt deel aan promotietrajecten aan diverse universiteiten. Incidenteel volgt een medewerker een schoolleidersopleiding. Naast reguliere dienstverbanden werken 2 medewerkers op basis van detachering een gedeelte van hun aanstelling elders en is er 1 medewerker die bij ons op basis van detachering werkt. Door de participatie in andere werkzaamheden, de inzet van uren levensfasebewust personeelsbeleid en ontwikkeltijd, realiseert de school duurzame inzet van de docenten afgestemd op hun levensfase en behoeften. In het huidige schooljaar zijn op basis van het schoolplan 23-26 nieuwe speerpunten in een activiteitenplan voor de komende twee kalenderjaren vastgesteld. De schoolleiding werkt hierbij samen met de sectievoorzitters, die elk voor eigen sectie inbreng leveren.
De dialoog over het strategisch personeelsbeleid en de gevolgen voor de onderwijskundige ontwikkeling, wordt regelmatig met de (personeelsgeleding van de) medezeggenschapsraad gevoerd. Docenten in werkgroepen zijn betrokken bij de inzet van nieuw in te zetten instrumenten van het personeelsbeleid, zoals een te herzien taakbeleid en een nieuw toetsbeleid. De school zet hiermee een breed scala van instrumenten in op het gebied van de loopbaanontwikkeling voor medewerkers, dat gekoppeld is aan de onderwijskundige visie van de school: mobiliteit en ontwikkeling van talent onder leerlingen en de medewerkers zijn nauw verbonden met de pijlers van de onderwijskundige visie van de school. Werving & selectie Werving en selectie van nieuw personeel blijft ook de komende jaren een aandachtspunt, mede gezien de landelijke problematiek van het personeel/lerarentekort en vergrijzing van het medewerkersbestand. Een proactieve houding bij de werving zorgde er ook in het verslagjaar voor dat de continuïteit en de kwaliteit van ons onderwijs kon worden gegarandeerd. Op dit moment is er een redelijk gelijkmatige opbouw in de leeftijd in het team met een gemiddelde leeftijd van rond de 49 jaar. Er is aandacht voor werkgevercommunicatie via LinkedIn en de socials van de school. Er is ook extra aandacht voor vertrekkende collega's.
Een afscheidsgesprek is onderdeel van het afscheid, evenals zorg voor een warm vertrek en een jaarlijkse terugkomdag. Dit met het oog op goed werkgeverschap en het bouwen van een alumninetwerk, dat in de toekomst van wederzijds nut kan zijn. Begeleiding en beoordeling In het traject van begeleiding en beoordeling van nieuwe docenten hebben de sectievoorzitters structureel een plaats en is de begeleiding vanuit de school en vakinhoudelijke begeleiding vanuit de sectie geborgd. Op het gebied van personeelsbeleid heeft de school samenwerkingsverbanden met de lerarenopleiding in Utrecht en Leiden met als doel opleidingsschool te zijn voor stagiaires en docenten in opleiding. Sinds januari van dit schooljaar is het GGH lid van de Gooise Opleidingsschool (GOS) en met ingang van komend schooljaar zal een schoolopleider onderdeel uitmaken van het formatieplan.
28
In aanvulling hierop participeert de school in de zogenaamde Regionale Aanpak Personeelstekort (RAP). Dit traject is geëindigd aan het einde van het verslagjaar en overgegaan in de Onderwijsregio. Ook via andere initiatieven (ASK van de UvA; TeachIn in samenwerking met de HU; Statushouders voor de klas) levert school een bijdrage aan het aanpakken van het (aanstaande) personeelstekort. Bevoegde docenten De school beschikt over kwalitatief hoogwaardig personeel; ruim 99 procent van de lessen wordt door bevoegde docenten gegeven en slechts 1 procent van de lessen door onder- of onbevoegde docenten of docenten in opleiding. In periodieke gesprekken wordt hun ontwikkeling naar bevoegd docent gevolgd. Ook de bevoegde docenten worden gestimuleerd zich verder te ontwikkelen. Een deel van hen participeert, naast het lesgeven, in diverse organisatorische taken. Een aanzienlijk deel van de bevoegde docenten is gepromoveerd of is bezig met een promotietraject. Ontwikkelgesprekken en leerling enquête In 2017 heeft de school de jaarlijkse functioneringscyclus gemoderniseerd en vereenvoudigd. Op deze manier voert de schoolleiding jaarlijks met alle onderwijzende medewerkers een ontwikkelgesprek op basis van leerling enquêtes en eerder ook een zelfevaluatie; voorafgaand aan het gesprek zijn vragen gesteld over o.a. lesgeven, lesplezier, samenwerking, werkdruk en niet-lesgebonden taken.
Als onderdeel van deze gesprekken wordt onder leerlingen van klassen waarin de docent lesgeeft, door deze docent zelf een enquête afgenomen. Beide gegevens aangevuld met incidenteel een lesbezoek, intervisie en een palet aan externe training - leidt op termijn tot beter zicht op functioneren en de bekwaamheid van de docenten, tot beter inzicht in de kwaliteit van de lessen (met name op didactisch en pedagogisch vlak) en geeft de school de mogelijkheid gerichter met docenten eventueel een verbetertraject in te zetten. Voor het onderwijsondersteunend personeel bestaat een door de MR goedgekeurde cyclus met vergelijkbare ontwikkelgesprekken. Deze vinden plaats zonder leerling-enquêtes of lesbezoek, maar aan de hand van een functiebeschrijving en de strategie en activiteiten van de school in de komende jaren. CAO VO en taakbeleid Door een goede planning in de jaaragenda probeert de organisatie te grote pieken in de taakbelasting te voorkomen. Het blijft noodzakelijk om regelmatig te toetsen of het taakbelastingbeleid van de school nog in voldoende mate recht doet aan de voortdurend veranderende aard en inhoud van de door de school uit te voeren werkzaamheden. Bovendien streeft de school ernaar, door een zo objectief mogelijke kwalificatie in zwaarte en omvang van taken, tot een evenwichtige verdeling te komen en de totale taakomvang binnen redelijke grenzen te houden.
De organisatie hanteert in aanvulling hierop ook een kwalitatieve benadering: alle taken worden benoemd en inzichtelijk gemaakt en in frequent terugkerende gesprekken tussen leidinggevende en medewerker en aan het eind van ieder schooljaar geëvalueerd. De school houdt zich aan de actualisatie van de CAO-VO, die met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2024 inging en die vastgesteld werd in december 2024. Op basis van het onderhandelaarsakkoord is de actualisatie van het vigerende taakbeleid in september 2023 gestart in samenwerking met een adviseur van de onderwijsvakbond Aob. 29
De maatregelen uit de CAO VO die betrekking hebben op het levensfasebewust personeelsbeleid bieden een goede aanvulling op de middelen die de school ter beschikking staan om de werkomstandigheden verder in lijn te brengen met de privéomstandigheden. De verwachting is dat de combinatie van de inzet van nog opgespaarde uren Levensfase Bewust Personeelsbeleid (LBP) en ontwikkeltijd binnen een strakke organisatie voor docenten een reële tegemoetkoming is van de (gevoelde) werkdruk. De schoolorganisatie maakt binnen de beperkte financiële mogelijkheden zodanige keuzes dat er sprake is van een goed en professioneel personeels- en financieel beleid. Convenant LeerKracht en de functiemix In 2008 is door de werkgevers in het onderwijs (de VO–raad), de werknemers (de verschillende onderwijsvakorganisaties) en de minister van OCW het 'Convenant LeerKracht van Nederland' ondertekend. In dit convenant zijn maatregelen opgenomen die het beroep van docent aantrekkelijker moeten maken. Naast de inkorting van de salarisschalen is de belangrijkste maatregel een betere doorstroom van docenten naar een hogere functie (functiemix). De ‘functiemix’ is de verdeling van docentenfuncties (in voltijdbanen, fte ‘s) over de verschillende salarisschalen (LB, LC en LD). De wettelijk vastgestelde functiemix (i.e.
de verdeling van leraren over de verschillende salarisschalen LB, LC en LD) is op 1 oktober 2014 bereikt. Onze school heeft vervolgens een streefpercentage met bijbehorende waardepunten vastgesteld op 150 waardepunten. Bevorderingen worden sinds 2015 volgens deze functie-mix met bijbehorende criteria zoals wachttijd (1 jaar bij LB-LC en 3 jaar bij LC – LD) en bevoegdheid uitgevoerd. In het verslagjaar aan de start van het schooljaar 24/25 komen we in 2024 uit op de volgende functiemix:
Beleid inzake beheersing van uitkeringen na ontslag Het beleid van de stichting is gericht op behoud van personeel, mits goed functionerend. Instroom is volatiel, daardoor is het nodig om bij personeelsuitbreiding voorzichtig te zijn met het aangaan van verplichtingen (vaste contracten). We investeren in een passend aantal vacatures met een tijdelijke duur zodat de school flexibel mee kan bewegen met de leerlingaantallen zonder reserves te hoeven aanspreken. Indien wel sprake is van ontslag, dan zal het bestuur het betreffende personeelslid op een adequate en financieel verantwoorde manier ondersteunen in het vinden van een andere betrekking, bij voorkeur via een “van werk naar werk” proces. Hierbij kan worden gedacht aan het aanbieden van een loopbaanbegeleidings-traject, waarbij een nieuwe werkkring binnen of buiten het onderwijs geboden wordt. Welke ontwikkelingen verwacht het bestuur in de toekomst? Zoals landelijk voelbaar in elke school, blijft het oplopende personeelstekort het Nederlands onderwijs parten spelen. De gegevens van alle onderzoeksbureaus geven aan dat dit tekort nog blijft oplopen. Een continu aandachtspunt dus voor elk schoolbestuur en evenzo voor het Gemeentelijk Gymnasium Hilversum. 30
Daarnaast blijft de leerling instroom een punt van aandacht in een regio waar die van oudsher veel concurrentie en excellente scholen kent. De financiële kant van de leerling instroom mag hierbij niet onbenoemd blijven. Zaken in het afgelopen jaar met personele betekenis In het kader van de herbezinning heeft de school, na overleg met sociale partners en met instemming van de medezeggenschapsraad, een aantal maatregelen doorgevoerd, die ook van invloed zijn geweest op de personele bezetting. Dit leidde tot het opstellen van een Sociaal Plan op vrijwillige basis waarin medewerkers gebruik konden maken van een plaats makers-regeling. Een klein maar voldoende aantal medewerkers heeft hier gebruik van gemaakt. Dit heeft ertoe bijgedragen dat de strategie van de school meer in lijn is gekomen met de financiële kaders. Het bestuur verwacht dat deze balans bestendigd kan worden. Uitkeringen na ontslag Er is in het verslagjaar geen sprake geweest van gedwongen ontslagen en er zijn dus ook geen kosten aan verbonden. Wel is er met een aantal medewerkers een vrijwillige vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen in het kader van een plaats makers regeling. De kosten hiervan worden verantwoord in de jaarrekening. Gezien de enorme krapte op de arbeidsmarkt, de hoge loyaliteit aan de school en stabiliserende leerlingaantallen ziet het GGH geen groot risico op hoge werkloosheidskosten.
Strategisch personeelsbeleid De school streeft ernaar het onderwijskundige curriculum dat de leerlingen doorlopen te verbinden met de professionele ontwikkeling van de docenten. Kwalitatief hoogopgeleide en ervaren medewerkers geven les aan leerlingen die meer kunnen en willen. Het aanbieden van kennis op hoog niveau gaat hand in hand met het hoge opleidingsniveau van het docentencorps, veelal eerstegraads docenten, van wie een aanzienlijk deel is gepromoveerd. Scholing, begeleiding en gemeenschappelijk werken aan didaktiek en pedagogiek maakt het voor personeelsleden mogelijk de primaire (les) taak goed te kunnen uitvoeren in lijn met de onderwijskundige visie van de school. Het lukt de school steeds beter om de ontwikkelingen van deze twee groepen op elkaar af te stemmen. Door middel van scholing, ondersteuning en het aantrekken van meer kennis en ervaring worden ook hier goede resultaten behaald. In het verslagjaar is de schoolleiding in samenwerking met de PMR aan de slag gegaan met het herijken van het taakbeleid en de streefpercentages van de schooleigen functiemix. Op het moment van schrijven loopt deze herijking nog met de intentie nieuwe beleidsstukken zo snel als mogelijk in te laten gaan. Alle beleidsstukken aangaande personeelsbeleid zijn nauwkeurig afgestemd met het lopende schoolplan en het daaruit voortvloeiende activiteitenplan.
Alle stukken worden jaarlijks geëvalueerd en ter evaluatie voorgelegd aan de PMR. In tweemaandelijkse sectievoorzittersvergaderingen worden grote thema’s uit genoemde beleidsstukken besproken en bij zeer grote wijzigingen wordt, uiteraard, een Algemene Vergadering met het gehele medewerkersbestand georganiseerd. Bij eventuele verplichte stemming wordt, zoals bij elk beleidsstuk met instemming van het personeel, de voorgeschreven regels uit de vigerende CAOVO gevolgd. Het onderwijsondersteunend personeel is bezig met een herbezinning op governance, rollen en taken en omvang. Hierin wordt een stijging in professionaliteit verwacht door omvang en
31
taakvolwassenheid te vergroten en een verlaging van de totale organisatie lasten door taken te verleggen naar kosten-efficiëntere oplossingen. Werkdrukmiddelen De aangewezen middelen worden in de formatie ingezet om daadwerkelijk tot een verlaging van werkdruk te leiden. In 2023 heeft de PMR, zoals gevraagd door de sociale partners en de werkgevers, het voortouw genomen in het vormgeven van een advies over het in te stellen beleid met betrekking tot de werkdrukmiddelen. In mei 2023 is zodoende het advies van de PMR overgenomen en na raadpleging van alle medewerkers en vervolgens instemming van de PMR, staand beleid geworden op het inzetten van de zowel de individuele als de collectieve werkdruk verlagende middelen. Collectieve werkdruk verlagende middelen Bij de collectieve werkdruk verlagende middelen is ervoor gekozen deze te splitsen en jaarlijks een apart bedrag toe te wijzen aan het OP en aan het OOP. Voor het OP is gekozen voor een structurele inzet van lestaakreductie naar rato. Dit is direct merkbaar in de jaartaak. Voor het OOP is ervoor gekozen de middelen te bundelen en om te zetten in extra fte voor een nieuwe medewerker in deeltijd. Daarnaast worden er een aantal dagdelen in het jaar werkstudenten ingezet om ondersteuning te verlenen bij piekmomenten zodat de formatie zo efficiënt mogelijk ingezet kan worden.
Individueel deel Wat betreft het individuele deel van de werkdruk verlagende middelen, volgt het GGH de vigerende CAO-VO voor alle medewerkers, waarbij sparen van de uren op onze school niet toegestaan, vanwege de financiële kaders. Het beleid met betrekking tot de werkdruk verlagende middelen wordt jaarlijks door de schoolleiding en PMR geëvalueerd en bijgesteld, omdat de hoeveelheid middelen jaarlijks wijzigt. De ingezette keuzes blijven de basis, zodat de facto alleen het bedrag per geleding jaarlijks wijzigt. Banenafspraak De banenafspraak (2013) is een afspraak tussen kabinet en sociale partners om meer werkplekken te creëren voor mensen met een beperking. De school acteert op dit beleid, echter in de praktijk reageren er weinig kandidaten en zelden een kandidaat met een beperking. In het verslagjaar is op vrijwillige basis een conciërge aangenomen die zich herkent in deze categorie. Aanwezigheid van de verklaring omtrent gedrag
32
2.6 Huisvesting & Facilitaire zaken Doelen en resultaten Facilitaire Zaken zorgt voor een veilige, schone en functionele leer- en werkomgeving, zodat leerlingen en medewerkers optimaal kunnen presteren. Deze inzet loopt langs de volgende strategische lijnen: - Onderhoud & Veiligheid: Proactief beheer van gebouwen en installaties voor duurzaamheid en veiligheid. Effectieve surveillance voor sociale veiligheid. - Schoonmaak & Hygiëne: Efficiënte schoonmaakprocessen en hygiëneprotocollen, vastgelegd in een gedetailleerd werkplan. - Logistiek & Voorzieningen: Optimalisatie van ruimtegebruik, meubilair en ITondersteuning zowel buiten als binnen, in alle locaties. - Duurzaamheid: Energiezuinige oplossingen en afvalbeheer om milieubelasting te minimaliseren. - Servicegerichtheid: Snelle afhandeling van meldingen en nauwe samenwerking met personeel en leerlingen. De facilitaire ondersteuning is een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering en is in de afgelopen jaren sterk geprofessionaliseerd. Een Meer Jaren Onderhouds Plan (MJOP) is uitvoerig opgezet, alle contracten zijn nagelopen en waar mogelijk geoptimaliseerd en in samenwerking met De Veilige School zijn al onze veiligheidsprotocollen herijkt. Waar mogelijk investeren we in apparaten en inventaris om de conditie, functionaliteit en gebruikerscomfort op peil te houden.
Afvalbeheersing en duurzaamheid zitten in het DNA van de afdeling. Onlangs zijn er o.a. ook zonnepanelen geplaatst. Toekomstige ontwikkelingen Met de gemeente is het GGH in gesprek rondom het juridisch eigendom van onze panden. De omvang van de aan ons toebedeelde ruimte is onder de huidige leerlingaantal prognoses afdoende en meer of minder ruimtevraag wordt niet verwacht. De conditie en functionaliteit van de panden en terrein zijn voldoende en er wordt op korte termijn geen grote onderhoudsvraag of renovatie verwacht. Het beleid staat voor de komende jaren. Duurzaamheid & maatschappelijk verantwoord ondernemen Inkoop van inventaris gaat op een “Tweedehands en Circulair tenzij” beleid. Dit leidt tot de aanschaf van veel circulair of tweedehands inventaris. Het gevoerde energiebeleid (isolatie, HR+++ glas, Spuiventilatie, na-isolatie in de spouw, gevoerd temperatuur beleid, variabele afzuiging etc.) heeft de afgelopen jaren gezorgd voor 30% minder energieverbruik. In 2024 heeft een uitvoerig en zorgvuldig aankoopproces gelopen ism de Gemeente Hilversum rondom de aanschaf van Zonnepanelen. Deze zijn aanbesteedt en de geplande installatie is februari 2025. Duurzame inzetbaarheid is een belangrijk onderdeel van de HR strategie.
Met verscheidene seniore medewerkers liepen en lopen gesprekken om gezond tot hun pensioen te geraken en werk-privé balans is altijd een onderwerp van gesprek bij alle medewerkers.
33
3. Financieel jaarverslag 3.1 Algemeen De financiële paragraaf van het jaarverslag geeft naast de belangrijkste kengetallen op de balansdatum en de ontwikkeling daarvan een korte beschouwing van de financiële positie en verantwoording van het financiële beleid. In de continuïteitsparagraaf geeft het bestuur een doorkijk in de financiële effecten van het beleid in de komende jaren. De belangrijkste onderwijskundige en personele ontwikkelingen die hierop betrekking hebben zij eerder in het jaarverslag beschreven. Allocatie van middelen op schoolniveau De allocatie van de middelen die de stichting verwerft, worden gealloceerd naar één school, het Gemeentelijk Gymnasium Hilversum. Financiële positie op balansdatum De financiële positie van de Stichting is in 2024 is stabiel gebleven. De begroting bestond uit twee delen, een exploitatie resultaat, te weten € 0,- en een begroot bedrag ter onttrekking uit de Bestemmingsreserve Personeel tbv reorganisatielasten van €150.000 negatief. Het resultaat over 2024 met betrekking tot de reorganisatielasten betreft €125.140 negatief. Het resultaat over 2024 met betrekking tot de exploitatie is €97.058 positief. Het eindresultaat over 2024 betreft dan € 28.082 negatief. De baten zijn € 9.680.296 terwijl € 9.208.157 is begroot, een positief verschil van € 472.139. Voor een deel zijn de extra baten ook gerelateerd aan extra lasten.
Belangrijke afwijkingen zijn de verhoging van de vergoedingsbedragen in verband met de nieuwe cao. De lasten zijn € 9.720.781 terwijl € 9.213.817 is begroot, een negatief verschil van € 506.964. Dit wordt veroorzaakt door de opgenomen reorganisatielasten, ziektevervanging in de personeelslasten, afschrijvingslasten en overige instellingslasten. De lonen zijn per 1 oktober 2024 verhoogd met 4,9% en er is een eenmalige uitkering uitbetaald. De financiële baten en lasten bedragen € 12.404 terwijl € 0 is begroot, een positief verschil van € 12.404. Kengetallen De financiële positie van de Stichting is nog steeds zwak. Het weerstandvermogen en de ratio normatief eigen vermogen zijn laag. De solvabiliteit zit op de signaleringswaarde van de inspectie. Kengetal Liquiditeit Solvabiliteit (incl. voorz.) Solvabiliteit (excl. voorz.) Rentabiliteit Weerstandsvermogen (incl. mva) Weerstandsvermogen (excl. mva) Huisvestingsratio Ratio normatief eigen vermogen
Realisatie 2024 Realisatie 2023 Signaleringsw aarde inspectie 1,10 1,26 <1,00 0,29 0,30 < 0,30 0,23 0,23 geen -0,00 -0,07 geen 0,09 0,10 geen -0,13 0,16 geen 0,06 0,07 geen 0,19 >1,00
34
Balans Hierna treft u de balans aan per 31 december 2024. De balans is een momentopname van de vermogensstructuur van een organisatie. Hierna vindt u een overzicht van de financiële situatie op 31 december 2024 in vergelijking tot de situatie van een jaar daarvoor. Na de balans volgt een korte toelichting op de belangrijkste wijzigingen in de balans. Activa
31/12/2024
31/12/2023
Passiva
31/12/2024
31/12/2023
Immateriele vaste activa Materiele vaste activa Vorderingen Liquide middelen
0 2.135.160 316.667 1.455.521
0 Eigen vermogen 2.427.928 Voorzieningen 178.701 Langlopende schulden 1.575.149 Kortlopende schulden
915.159 213.358 1.173.153 1.605.678
943.242 297.000 1.554.776 1.386.760
Totaal activa
3.907.347
4.181.778 Totaal passiva
3.907.347
4.181.778
3.2 Toelichting op de balans Activa Materiële vaste activa In 2024 is voor € 247.908 (2023: € 188.000) geïnvesteerd in materiele vaste activa. De afschrijvingen zijn in 2024 € 540.676 (2023: € 517.000). Aangezien de investeringen lager zijn dan de jaarlijkse afschrijvingen is de omvang van de materiele vaste activa afgenomen. Vorderingen De vorderingen zijn met € 137.966 toegenomen ten opzichte van de balans per 31 december 2023 tot een bedrag van € 316.667. Deze toename komt met name door de post overige vorderingen. Deze post bestaat uit nog te ontvangen rentebaten, te vorderen bedragen BLF fonds, nog te ontvangen bedragen vanuit samenwerkingsverband. Liquide middelen De omvang van de liquide middelen is met € 119.628 gedaald. Dit komt met name door de gedane investeringen in 2024. Passiva Eigen vermogen Het eigen vermogen neemt af door het negatieve exploitatieresultaat van € 28.082. Het eigen vermogen is onderverdeeld in een algemene reserve en bestemmingsreserves. Algemene reserve Van het resultaat is € 0 (2023: € 0) toegevoegd aan de algemene reserve. Bestemmingsreserve Groot Onderhoud Aan deze reserve is evenveel gedoteerd als onttrokken waardoor deze reserve gelijk van omvang blijft (2023: € 645.000). Bestemmingsreserve Personeel De bestemmingsreserve personeel is o.a.
bedoeld om personele lasten op te vangen bij eventueel dalende leerlingaantallen en de inkrimping van personeel noodzakelijk is. er is €125.140 onttrokken aan deze reserve en het exploitatieresultaat van €97.058 is toegevoegd.
35
Dit resulteert voor 2024 in een onttrekking van -€ 28.082 (2023: -€ 598.000) aan de bestemmingsreserve personeel. Voorzieningen De stichting beschikt over een jubileumvoorziening en een voorziening een voorziening Levensfase Bewust Personeelsbeleid. Jubileumvoorziening De jubileumvoorziening is bedoeld ter dekking van de gratificaties bij een 25- of 40-jarig ambtsjubileum. Aan de voorziening is € 0 gedoteerd (2023: € 0,) € 0 onttrokken (2023: € 0) en € 46.044 vrijgevallen (2023: € 1.000). De voorziening bedraagt per 31 december 2024 € 31.956 (2023: € 78.000). Voorziening Levensfase Bewust Personeelsbeleid De voorziening levensfasebewust personeelsbeleid is bedoeld ter dekking van gespaarde uren die later opgenomen worden. In 2024 is € 21.408 gedoteerd (2023: € 67.000), € 16.237 onttrokken (2023: € 0) en € 42.769 vrijgevallen (2023: € 0). De voorziening bedraagt per 31 december 2024 € 181.402 (2023: € 219.000). Langlopende schulden De langlopende schulden betreffen de investeringssubsidie. Investeringssubsidie De ontvangen subsidies die betrekking hebben op investeringen (in materiele vaste activa) worden gelijkmatig verdeeld over de jaren waarin de betreffende activa wordt afgeschreven. De jaarlijks vrijvallende bedragen worden als bate verantwoord. In 2024 is € 194.007 vrijgevallen (2023: € 194.007). Het saldo bedraagt per 31 december 2024 € 1.173.153 (2023: € 1.554.776).
Kortlopende schulden De omvang van de kortlopende schulden is met € 218.919 toegenomen (2023: € 66.000 afgenomen). De belangrijkste kortlopende schulden zijn salarisgebonden schulden, de af te dragen loonheffing, pensioen- en sociale premies en de nog te betalen vakantiegelden. Deze schulden worden in januari en mei van het volgende jaar uitbetaald. In 2024 is het kortlopende deel uit de langlopende schuld verantwoord onder de kortlopende schulden. De salarisgebonden schulden bedragen € 674.156 (2023: € 694.664). De nog te besteden subsidies van € 475.786 (2023: € 501.000) betreft de SUVIS-subsidie. Het kortlopende deel van de langlopende schuld bedraagt € 194.007 (2023: € 0). De crediteuren, vooruit ontvangen bedragen en overige schulden bedragen € 261.729 (2023: € 192.000). Analyse resultaat De begroting van 2024 liet een resultaat van € 0 zien met daarbij een begrootte onttrekking uit de bestemmingsreserve Personeel van €150.000 . Uiteindelijk resulteert positief resultaat van €97.058 euro op de exploitatie, samen met een onttrekking van €125.140 uit de bestemmingsreserve personeel resulteert dit in een negatief resultaat van € 28.082. Het resultaat over 2023 bedroeg € 598.000 negatief. In de navolgende paragraaf treft u een vergelijking aan en een specificatie van de belangrijkste verschillen.
36
Analyse realisatie huidig jaar versus realisatie voorgaand jaar en realisatie huidig jaar versus begroting Onderstaand een vergelijking van de staat van baten en lasten op basis van de gerealiseerde en begrote baten en lasten voor het kalenderjaar 2024 en de gerealiseerde baten en lasten voor het kalenderjaar 2023. Staat van baten en lasten Realisatie Begroot Verschil Realisatie Verschil 2024 2024 2024 2023 2023 Baten Rijksbijdragen Overige overheidsbijdragen Overige baten Totaal baten
8.827.825 8.375.157 194.007 194.000 658.463 639.000 9.680.296 9.208.157
452.668 8.322.106 7 215.308 19.463 593.287 472.139 9.130.701
505.719 -21.301 65.176 549.595
Lasten Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige materiële lasten Totaal lasten
7.791.797 7.307.892 540.678 504.925 364.367 390.000 1.023.939 1.011.000 9.720.781 9.213.817
483.905 7.763.286 35.753 630.382 -25.633 346.713 12.939 998.458 506.964 9.738.839
28.511 -89.704 17.654 25.481 -18.058
Saldo baten en lasten
-40.486
-5.660
-34.826
-608.138
567.652
Financiële baten en lasten Financiële baten Financiële lasten Totaal financiële baten en lasten
12.404 0 12.404
5.660 0 5.660
6.744 0 6.744
10.234 0 10.234
2.170 0 2.170
Nettoresultaat
-28.082
0
-28.082
-597.904
569.822
3.3 Toelichting op de resultatenrekening Rijksbijdrage OC&W De Rijksbijdragen zijn € 452.668 hoger dan begroot. De lumpsum vergoedingsbedragen zijn bijgesteld door met name CAO wijzigingen. Daarnaast is het aantal leerlingen gestegen ten opzichte van 2023 waardoor de rijksbijdragen hoger uitkomen dan begroot en ook hoger uitkomen ten opzichte van vorig jaar.
37
Rijksbijdragen Realisatie 2024 Basisbekostiging Functiemix Randstad provincies Strategisch personeelsbeleid NPO Studieverlof VSV Voorkomen zittenblijven Asielzoekers en vreemdelingen Overige subsidies Samenw erkingsverband
7.851.410 158.215 394.220 0 0 0 25.000 3.925 48.408 346.647 8.827.825
Begroot 2024 7.422.055 149.092 374.050 0 0 0 0 0 90.000 339.960 8.375.157
Verschil 2024 429.355 9.123 20.170 0 0 0 25.000 3.925 -41.592 6.687 452.668
Realisatie 2023 7.034.000 145.000 364.000 425.000 9.000 18.000 25.000 10.000 -2.000 294.000 8.322.000
Verschil 2023 817.410 13.215 30.220 -425.000 -9.000 -18.000 0 -6.075 50.408 52.647 505.825
Overige Overheidsbijdragen De overige overheidsbijdragen betreft de vrijval van de investeringssubsidie (€ 194.000) voor het gebouw. Overige baten De overige baten zijn € 19.463 hoger dan begroot. In de begroting is geen rekening gehouden met detachering personeel. In 2024 is met name gedetacheerd aan de Algemene Onderwijsbond, het CITO en de SLO. De overige personele opbrengsten betreffen opbrengsten uit Leadership, HGB inkomsten en opbrengst chipautomaat kantine. In de begroting is hiermee rekening gehouden onder de buitenschoolse activiteiten en onderwijs ontwikkeling aan de kostenkant. De ouderbijdragen zijn hoger dan begroot doordat er meer vrijwillige ouderbijdragen is betaald. De overige baten bestaan met name uit reizen en excursies. In 2024 hebben minder reizen plaatsgevonden ten opzichte van vorig jaar en waar rekening mee is gehouden in de begroting. De baten en lasten rondom de studiereizen en excursies zijn in balans. Overige baten Realisatie 2024 Huur en medegebruik Detachering e.d. Overige personele opbrengsten Ouderbijdragen Overige baten
16.605 24.572 34.630 250.092 332.564 658.463
Begroot 2024 9.000 0 0 140.000 490.000 639.000
Verschil 2024 7.605 24.572 34.630 110.092 -157.436 19.463
Realisatie 2023 17.000 2.000 5.000 146.000 423.000 593.000
Verschil 2023 -395 22.572 29.630 104.092 -90.436 65.463
Personele lasten De personele lasten zijn € 483.905 hoger dan begroot. De lonen en salarissen (minus de uitkeringskosten) zijn € 418.548 hoger dan begroot onder andere in verband met de nieuwe cao. De lonen zijn vanaf 1 oktober 2024 met 4,9% verhoogd. Onder de dotatie van de voorzieningen is de vrijval van de voorziening jubilea en van de voorziening Levensfase Bewust Personeelsbeleid. De overige personele lasten zijn € 184.348 hoger dan begroot. Dit betreft met name reorganisatielasten.
38
Personele lasten Realisatie 2024 Lonen en salarissen Ontvangen uitkeringskosten Uitbesteding derden Verhaalde uitkeringskosten Nascholing Arbokosten Dotatie voorzieningen Overige personele lasten
7.416.060 -47.620 163.571 66.297 33.688 15.095 -83.642 228.348 7.791.797
Begroot 2024 6.979.892 -30.000 155.000 80.000 25.000 25.000 29.000 44.000 7.307.892
Verschil 2024 436.168 -17.620 8.571 -13.703 8.688 -9.905 -112.642 184.348 483.905
Realisatie 2023 7.434.000 -35.000 75.000 62.000 53.000 29.000 66.000 79.000 7.763.000
Verschil 2023 -17.940 -12.620 88.571 4.297 -19.312 -13.905 -149.642 149.348 28.797
Afschrijvingen De afschrijvingslasten zijn € 35.753 hoger dan begroot. Dit komt voornamelijk door de hogere afschrijvingslasten op boeken ten opzichte van de begroting en extra investeringen in inventaris ten behoeve van verlaging van de exploitatielasten. Doordat in 2023 is overgegaan op een langere gebruikerstermijn van de boeken (van 4 naar 5 jaar) zijn de afschrijvingslasten daarop ten opzichte van vorig jaar wel lager. Afschrijvingen Realisatie 2024 Gebouwen Inventaris en apparatuur Badhuislaan Boeken
Begroot 2024
Verschil 2024
Realisatie 2023
Verschil 2023
138.899 165.387 111.137 125.255
151.925 162.000 111.000 80.000
-13.026 3.387 137 45.255
140.000 143.000 111.000 236.000
-1.101 22.387 137 -110.745
540.678
504.925
35.753
630.000
-89.322
Huisvestingslasten De huisvestingslasten zijn € 25.633 lager dan begroot. Met name op klein onderhoud is minder uitgegeven dan in de begroting was opgenomen. Dit betreft kostenverlagingen door effectieve inkoop en insourcing bij gelijkblijvend niveau van onderhoud. Huisvestingslasten Realisatie 2024 Onderhoud Energie Schoonmaak Heffingen en overige huisvestingslasten
46.310 159.970 153.878 4.209 364.367
Begroot 2024 70.000 160.000 151.000 9.000 390.000
Verschil 2024 -23.690 -30 2.878 -4.791 -25.633
Realisatie 2023 67.000 123.000 150.000 7.000 347.000
Verschil 2023 -20.690 36.970 3.878 -2.791 17.367
Overige instellingslasten De overige instellingslasten zijn € 12.939 hoger dan begroot. Dit komt met name doordat de administratie en beheerslasten € 11.760 hoger zijn dan begroot. De oorzaak hiervan is dat de accountantskosten hoger zijn ten opzichte van de begroting. De administratiekosten daarentegen zijn lager dan begroot.
39
Overige instellingslasten Realisatie 2024 Administratie en beheerslasten Inventaris, apparatuur en leermiddelen Overige lasten
121.760 834.868 67.311 1.023.939
Begroot 2024 110.000 827.000 74.000 1.011.000
Verschil 2024 11.760 7.868 -6.689 12.939
Realisatie 2023
Verschil 2023
138.000 776.000 84.000 998.000
-16.240 58.868 -16.689 25.939
Financiële baten en lasten De financiële baten en lasten vallen € 6.744 hoger uit dan begroot. Er is meer bankrente ontvangen dan waar in de begroting rekening mee was gehouden.
3.4 Investeringen en financieringsbeleid Het beleid van de stichting is gericht op het met eigen middelen financieren van de investeringen waarvoor geen subsidie van derden wordt ontvangen. De liquide positie van de stichting is gezien de liquiditeitsratio van 1,12 (2023: 1,26) redelijk te noemen. Er is derhalve geen aanleiding voor het aantrekken van vreemd kapitaal ten behoeve van de investeringen. De investeringen van 2024 zijn dan ook met eigen middelen gefinancierd. Jaarlijks wordt het meerjareninvesteringsplan bijgesteld. Treasury-verslag Het Treasurybeleid is onderdeel van het financiële beleid van de Stichting. In 2024 is het Treasury-statuut aangepast en op 21 oktober 2024 vastgesteld en voldoet aan de Regeling beleggen en belenen zoals die per 1 juli 2016 van toepassing is. Bij het aantrekken, respectievelijk uitzetten van alle benodigde overtollige liquide middelen wordt gehandeld in overeenstemming met de in de regeling gestelde verplichtingen. De algemene doelstelling van het Treasurybeleid luidt: Het Treasurybeleid is ondergeschikt en dienend aan de primaire doelstelling van het GGH, namelijk het geven van onderwijs. Hiervan afgeleid is de doelstelling van het financieel beleid het borgen van de financiële continuïteit van de organisatie.
Deze doelstelling valt uiteen in het realiseren en borgen van: • Voldoende liquiditeit • Lage financieringskosten • Risicomijdende uitzettingen • Kosteneffectief betalingsverkeer • Beheersen en bewaken financiële risico’s De Stichting heeft een zeer terughoudend financieel beleid gevoerd. De tijdelijke overtollige middelen zijn aangehouden op de reguliere rekening-courant of korte-termijn deposito’s bij een Nederlandse Bank. Bij het voeren van het Treasurybeleid zijn de volgende Treasury instrumenten toegestaan: • Rekening-courant • Kasgeldleningen • Spaarrekeningen • Deposito’s • Schatkistbankieren • Vaste geldleningen
40
Dat betekent dat er geen sprake is van uitstaande beleggingen of leningen, en geen derivatenovereenkomsten. Als de schoolleiding instrumenten wil inzetten die niet zijn aangegeven in het Treasury-statuut, vraagt zij hiervoor de voorafgaande goedkeuring van het Bestuur van de Stichting. Investeringsbeleid Het beleid van de stichting is gericht op het zoveel mogelijk met eigen middelen financieren van investeringen. De investeringen dienen onderbouwd te worden door een business case op basis van total cost of ownership/lifecycle met een korte terugverdientijd. De liquide positie van de stichting geeft geen aanleiding tot het aantrekken van vreemd kapitaal. Dit jaar is aandacht besteed aan het verder professionaliseren van het MeerJaren Onhoudsplan. Dit is op moment van schrijven in afronding. Hierin worden de grote investeringen op het gebied van gebouw, inventaris, ICT, apparatuur en gebied nauwkeurig uitgewerkt. Dit volgt uit het opheffen van de onderhoudsvoorziening en de overgang van Periodiek onderhoud naar Toestands Afhankelijk onderhoud. Dit MJOP is onderbouwd door een NEN-conditiemeting in febr 2025. Daarnaast is een andere grote investeringspost de boeken. De investeringsbegroting wordt jaarlijks vastgesteld door het bestuur in het najaar.
Daadwerkelijke investeringen van materiele aard worden onderbouwd door een business case en volgens het procuratieschema aan de schoolleiding/bestuur voorgelegd ter goedkeuring.
3.5 Rapportages en werking van interne risicobeheersings- en controlesysteem In het kader van het kwaliteitsbeleid en de financiële inrichting van de school, beschikt de school al een aantal jaren over een afdoende intern beheersingssysteem; de reeds bestaande interne beheersmatrix is afgestemd op het boekhoudkundig systeem. Daarnaast beschikt de school over een intern AO-IB protocol, waarin de financiële taken en verantwoordelijkheden van operationeel tot bestuurlijk niveau benoemd zijn. Naast regelmatige verantwoording voorziet het intern risicobeheer in een maandelijkse financiële rapportage, in diverse overlegmomenten tussen het bestuur en de directie in een regelmatig toezicht op de financiële processen door het bestuur. Betalingen geschieden volgens een goedgekeurd procuratieschema. Bedragen die buiten de begroting vallen worden door het bestuur apart geaccordeerd en vastgelegd. Binnen de materiele begroting zijn een beperkt aantal budgethouders benoemd. Het doel van het interne beheersingssysteem is te beschikken over een voor de schoolorganisatie werkbare risicobeheersing. De maandelijkse managementrapportage is in het verslagjaar geconsolideerd met een tussentijdse controlematrix.
Daarnaast is per balanspost een onderbouwing en documentatie aangemaakt op basis waarvan de directie en het bestuur inzage hebben in de mutaties en zicht houden op de rechtmatigheid van de uitgaven. Op deze wijze heeft de school zicht op en is in controle over de bestemming van de financiële middelen die OCW ter beschikking stelt. De school beschikt daarnaast over een (meerjaren) investeringsbegroting; het niveau van de investeringen wordt jaarlijks door het bestuur vastgesteld. De begroting wordt jaarlijks in een ontwerpfase door de Gemeente Hilversum goedgekeurd. De raad keurt ook de jaarrekening goed. 41
In het verslagjaar heeft de school een geactualiseerde meerjarenbegroting opgesteld die een meerjarenperspectief biedt. De verwachting is dat de ontwikkelde instrumenten, in samenhang met elkaar, de school in staat stelt een verantwoorde financiële bedrijfsvoering te voeren. Opstellen beleidsrijke meerjarenbegroting De meerjarenbegroting wordt tweemaal per jaar tegen het licht gehouden. Bij het opstellen van de jaarbegroting in het najaar en bij de jaarafsluiting in het voorjaar. Dit gebeurt via een vast proces: 1. Strategische doelen. a. Checken of de strategische doelen nog adequaat zijn 2. Omgevingsanalyse a. Trend en omgevingsanalyse uitvoeren waarin we bekijken welke politieke of maatschappelijke trends impact hebben op de school en haar strategie/activiteiten. 3. Vraag analyse: a. Welke les en taakvraag willen we bedienen. In deze stap stellen we de lessentabel, het curriculum en de taken weer vast. Hierbij nemen we de strategie en omgevingsanalyse mee. b. Ook doen we hier een leerlingaantal prognose en stellen we formatieparameters zoals klasse-grootte etc vast 4. Aanbod Analyse a. We kijken of we het juiste (omvang en kwaliteit) aanbod hebben om aan de vraag te voldoen, en welke mogelijke acties we moeten nemen om daaraan te voldoen 5. Financiele kaders a. Checken van de financiële en wettelijke kaders van het benodigde aanbod en acties. b.
Als hier een middelen tekort ontstaat gaan we terug naar punt 1, 2, 3. Deze informatie wordt volgens gevat in een meerjarenbegroting. Kortom, een meerjarenbegroting is een cijfermatige weergave van ons strategische beleid. Bij de meerjarenbegroting hoort een Treasury plan en een risico-analyse met mitigerende maatregelen. Toekomstige ontwikkelingen De tweede geldstroom neemt fors af in het huidige politieke klimaat. De lonen stijgen harder dan de ontvangen indexatie van de lumpsum en het oprichten van de Onderwijsregio’s legt middelen vast die de school eerder flexibeler kon inzetten. Dit alles betekent dat er actief op de derde geldstroom ingezet moet worden en zeer behoudend moet worden omgegaan met uitgaven.
4. Continuïteitsparagraaf Inleiding In deze paragraaf van het bestuursverslag wordt aangegeven op welke wijze het bestuur omgaat met de financiële gevolgen van het gevoerde en te voeren beleid. De paragraaf biedt ook zicht op het verwachte exploitatieresultaat in de komende jaren en de ontwikkeling van de vermogenspositie.
42
Leerlingaantallen 2024 Het leerlingenaantal heeft zich als volgt ontwikkeld:
NB: de leerlingaantallen zijn gemeten op 1 oktober van het kalenderjaar daarvoor. De huisvesting is op dit moment toereikend om onze leerlingen te huisvesten en valt ook binnen de afspraken rondom ruimtetoedeling met de Gemeente Hilversum. Het Gemeentelijk Gymnasium Hilversum kent geen loting als beperkende maatregel. De verwachting is dat het leerlingaantal voor de volgende schooljaren de beschikbare ruimtecapaciteit niet zal overschrijden of onderschrijden. Personeelsbezetting De bezetting van het personeel laat een sterk dalende lijn zien ten opzichte van het verslagjaar 2023. Het verloop onder het personeel, in dit geval vrijwillig, is door een organisatieherbezinning hoger dan gebruikelijk. In het verslagjaar is een formatie (inzet van medewerkers) gerealiseerd die niet binnen de bekostiging van OCW past, maar daar nu wel meer in lijn mee ligt. Met name doordat de lonen van onderwijspersoneel zeer sterk gestegen zijn in de afgelopen jaren. Er zijn additionele middelen ingezet voor de inzet boven bekostiging door het putten uit eigen reserves of tweede geldstroom. Het personeelsbestand heeft zich in FTE als volgt ontwikkeld:
Er is een ad interim uitbreiding geweest van de directie in schooljaar 2024-2025. Deze 3 fte’s zijn op dit moment weergegeven in de OP fte’s. Het aantal bedrijfsvoering medewerkers in het onderwijsondersteunend personeel daalt (in tegenstelling tot het totale aantal fte’s, dit komt omdat sinds 2021 een zorgteam is opgericht wat zich heeft opgebouwd naar bijna 2fte in 2024), en nadert de ondergrens in bezetting. Twee vestigingen met bijbehorend personeel en de niet-leerling gebonden taken zoals Personeelszaken, Financiële administratie en Facilitaire zaken maken dat een verdere daling van het bedrijfsvoering deel van het OOP niet wenselijk is, ook al zouden de leerlingaantallen weer dalen. Raming personele bezetting en ontwikkeling leerlingenaantal De meerjarenraming is gebaseerd op een meerjarenbegroting waarin het stabiele instroomscenario wordt gehanteerd van 145 nieuwe aanmeldingen plus 20 Intermezzoleerlingen. Dit is gebaseerd op reële demografische ontwikkelingen en een licht stijgend marktaandeel van het GGH in de regio ondanks flinke concurrentie.
43
De tussentijdse uitstroom is in elk scenario aangenomen op gemiddeld 3% en het doubleurpercentage op gemiddeld 5%. Dit zijn werkelijke gemiddelde percentages over de afgelopen jaren. De meerjaren formatieraming zal zich op basis van extrapolatie als volgt ontwikkelen:
NB: de leerlingaantallen zijn gemeten op 1 oktober van het kalenderjaar ervoor. Toelichting De (financiële) ontwikkeling in de personele bezetting De verwachting is dat de daling van het aantal leerlingen zich nog een tweetal jaren voortzet omdat twee zeer kleine jaren (nu in 3e en de 5e) uit de school moeten groeien en een groot cohorten uit de bovenbouw uitstroomt. Vervolgens is de verwachting dat de leerlingaantallen zich stabiliseren rond de 800 leerlingen. In het meerjarenperspectief verwacht de school daardoor een afname in de personele bezetting met een stabilisatie rond de 64 fte. De ontwikkeling bij het onderwijzend personeel is afhankelijk van de verwachte leerlingaantallen. De inzet van het personeel houdt direct verband met de in de formatie jaarlijks vastgelegde stamklassen. De stamklassen kennen een maximum van 30 leerlingen. Omdat de bekostiging niet structureel afdoende is, heeft de school haar strategie in het verslagjaar meer in lijn gebracht met de bekostiging. Dit behelsde een afname van aanbod van lessen, extra-curriculair aanbod en materiele lasten terwijl de kwaliteit van onderwijs, leerlingbegeleiding en werkplezier zo veel mogelijk behouden werd. In deze nieuwe strategie is het GGH nog steeds het beste gymnasium van de regio.
Het betekent dat de school met een kleinere OP formatie en minder materiele lasten zo goed als hetzelfde curriculum gaat aanbieden in de toekomst. Als het weerstandsvermogen weer is opgebouwd wordt gekeken naar het eventueel terugdraaien van genomen maatregelen. De financiële gevolgen van ontwikkeling in de verwachte aantallen leerlingen In 2018 stroomden voor het eerst substantieel minder eersteklassers in. Vervolgens daalde de instroom fluctuerend. Door de inzet van voorlichting en positionering en het opzetten van een Intermezzo klas is de instroom in 2023 gestegen naar 189 aanmeldingen tegen 109 aanmeldingen het jaar daarvoor en de jaren daarna bestendigd op 168 aanmeldingen. In schooljaar 2024-2025 zijn wederom 165 aanmeldingen geregistreerd. Omdat het totale aantal beschikbare leerlingen in de regio daalde, is er sprake van het vergroten van ons marktaandeel. De daling van het totale leerlingaantal op het GGH zet nog 1-2 jaar door en stabiliseert dan bij gelijke instroom.
44
Het leerlingenaantal van het PO in de regio laat volgens de geactualiseerde Pronexus-prognose van de Gemeente Hilversum en de DUO- prognose tot 2030 een stabiel beeld zien. Raming baten en lasten Op basis van de meerjarenbegroting is de verwachting dat de baten en lasten zich de komende jaren als volgt ontwikkelen: Jaar t-1 Realisatie Meerjaren Begroting obv 145+20 instroom 2023 BATEN Rijksbijdrage Overige overheidsbijdragen en subsidies Overige baten TOTAAL BATEN LASTEN Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten TOTAAL LASTEN SALDO BATEN EN LASTEN Financiele lasten/baten TOTAAL RESULTAAT
Verslagjaar Verslagjaar Jaar t+1 Jaar t+2 Jaar t+3 Begroting Realisatie Prognose Prognose Prognose 2024 2024 2025 2026 2027
8.322.106 215.308 593.287 9.130.701
8.375.157 194.000 639.000 9.208.157
8.827.825 8.585.957 8.535.718 8.553.669 194.007 194.000 194.000 194.000 658.463 726.000 716.000 706.000 9.680.295 9.505.957 9.445.718 9.453.669
7.763.286 630.382 346.713 998.458 9.738.839 -608.138 10.234 -597.904
7.307.892 504.925 390.000 1.011.000 9.213.817 -5.660 5.660 0
7.791.797 7.614.787 7.553.323 7.550.911 540.678 550.508 541.000 546.000 364.367 354.000 328.000 308.000 1.023.939 1.016.662 1.005.500 994.500 9.720.781 9.535.957 9.427.823 9.399.411 -40.486 -30.000 17.895 54.257 12.404 30.000 30.000 30.000 -28.082 0 47.895 84.257
Toelichting op de raming baten en lasten Meerjarenbegrotingen Aan de raming van de balans en de baten & lasten ligt een meerjarenperspectief ten grondslag met een extrapolatie tot 2027. De raming wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van o.a. de ontwikkeling van de leerlingenaantallen en de personele lasten. Op basis van de geactualiseerde Pronexus-prognose van de Gemeente Hilversum en de DUO-prognose is de verwachting dat de het totale leerlingaantal de komende jaren daalt en dan stabiliseert rond de 800 leerlingen. Hierbij wordt ook aangenomen dat de huidige functiemix wordt verlicht (2% in 2025/2026 en nogmaals 2% in 2026-2027) en er lichte salarisstijgingen zijn van 2% in de opvolgende jaren. De indexatie van de bekostiging is verwerkt en de inflatie wordt voor het grootste deel als bezuinigingsdoelstelling gezien. De ramingen in deze continuïteitsparagraaf zijn hierop gebaseerd.
45
Raming Balans Op basis van de resultaatprognose is de verwachting dat de balans zich de komende jaren als volgt ontwikkelt:
Meerjarenbalans ACTIVA VASTE ACTIVA Materiele Vaste Activa Financiele Vaste Activa TOTAAL VASTE ACTIVA VLOTTENDE ACTIVA Vorderingen Liquide Middelen TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA TOTAAL ACTIVA PASSIVA Eigen Vermogen Voorzieningen Langelopende Schulden Kortlopende Schulden TOTAAL PASSIVA RATIO's Liquiditeit Solvabiliteit Weerstandsvermogen
Verslagjaar 2024
Jaar t+1 2025
Jaar t+2 2026
Jaar t+3 2027
2.135.160 0 2.135.160
2.045.160 0 2.045.160
1.945.160 0 1.945.160
1.895.160 0 1.895.160
316.667 1.455.521 1.772.188 3.907.348
315.000 808.159 1.123.159 3.168.319
315.000 762.054 1.077.054 3.022.214
315.000 702.311 1.017.311 2.912.471
915.159 213.358 1.173.153 1.605.678 3.907.348
915.159 210.000 979.153 1.064.007 3.168.319
963.054 210.000 785.153 1.064.007 3.022.214
1.047.311 210.000 591.153 1.064.007 2.912.471
1,10 0,29 0,09
1,06 0,36 0,10
1,01 0,39 0,10
0,96 0,43 0,11
Toelichting op de balans raming Financieringsstructuur De grondslagen voor de meerjarenraming van de balans zijn gebaseerd op een doorvertaling van de in het verslagjaar ingezette ontwikkelingen. De komende jaren voorziet de school een situatie van licht stijgend weerstandsvermogen met beperkte investeringen uit eigen fondsen. De materiele vaste activa dalen. De investeringen betreffen noodzakelijke ingrepen in het gebouw en investeringen in boeken, meubilair en ICT apparatuur. Veel investeringen zijn gedaan om structureel de exploitatielasten te verlagen. In 2025 wordt een investering in PV-panelen verwacht. Naast de PV-panelen wordt er in 2025 en verder onderhoud verwacht aan de vloeren en investeringen in het vervangen van afgeschreven ICT apparatuur en meubilair. In 2024 is een conditie-meting uitgevoerd op onze gebouwen. De resultaten daarvan zijn zeer goed. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. De benodigde vervangingsinvesteringen de komende jaren passen binnen het investeringsbudget en de bestemmingsreserve. De vlottende activa dalen in de toekomst flink, onder andere doordat in 2025 de SUVIS-subsidie wordt teruggestort aan de gemeente door het niet investeren in maatregelen voor betere ventilatie. Dit vanwege onvoldoende financiële dekking omdat de subsidie maar 30% beslaat van het te investeren bedrag.
In de kortlopende schulden zit ook de SUVIS-subsidie die aan de gemeente wordt teruggestort eind 2025.
46
In de meerjarenraming zijn de CAO loonkostenstijgingen onderbekostigd vanwege de hoge functiemix. Deze wordt opgevangen door het verder verlagen van de materiele lasten en door de functie-mix binnen 2 jaar naar een lagere mix te brengen. Verlaagt de school de functiemix niet, dan zal het resultaat in jaar t+2 (2026) ongeveer -100.000 bedragen en in jaar t+3 (2027) ongeveer -210.000 euro bedragen. In de prognose is het resultaat uit de reguliere bedrijfsvoering op termijn licht positief. Als in de formatie en de instroom stabiliteit is ontstaan, kan het opbouwen van het eigen vermogen om het weerstandsvermogen te vergroten versneld worden. De verwachting is dat het eigen vermogen en de liquiditeit stijgen door een bescheiden positief exploitatieresultaat vanaf 2026. Investeringen De school streeft ernaar slechts electieve investeringen in te zetten waarmee de exploitatielasten verlaagd worden. Daarnaast wordt het onderhoud van gebouw en terrein veranderd van Periodiek Onderhoud (PO) naar Toestand Afhankelijk Onderhoud (TAO). Dat betekent dat er meer fluctuerend, echter minder in totaal, geïnvesteerd gaat worden de komende jaren. Het betreft hier deels vervangingsinvesteringen, deels nieuwe investeringen waarbij per investering een sluitende business case zal worden opgesteld.
Concreet wordt de komende tijd geïnvesteerd in leermiddelen, vervangingsinvesteringen in gebouw en meubilair en waar voorzien van een positieve business case ook in inventaris om de exploitatielasten te verminderen. Huisvestingsbeleid Na een intensieve periode van diverse verbouwingen in de afgelopen twee decennia om adequate en moderne onderwijshuisvesting te realiseren, staat er de komende jaren geen nieuwe structurele huisvestingswijziging gepland, tenzij de leerlingaantallen dusdanig afnemen dat de nevenvestiging ter discussie staat. Dan zullen er op het hoofdgebouw investeringen plaatsvinden om de kunstvakken te kunnen huisvesten. De afschrijvingen stijgen met de geplande investeringen licht en zullen daarna stabiliseren door het verminderen van de investeringen. Alle gebouwen zijn juridisch eigendom van Gemeente Hilversum; de Stichting Gemeentelijk Gymnasium Hilversum is financieel verantwoordelijk voor de exploitatie en het gebruikersonderhoud van de gebouwen. Mutaties van reserves, fondsen en voorzieningen Het eigen vermogen is gedaald in het verslagjaar maar zal in de toekomst weer opgebouwd worden. Het betreft op dit moment een zeer beperkte buffer die het bestuur kan inzetten bij een in enig jaar tegenvallende exploitatie. Het weerstandsvermogen weer laten stijgen voor een structureel duurzame financiële situatie is de nadrukkelijke intentie van het bestuur.
Het vermogen is ingedeeld in personeel, huisvestingsbeleid en meubilair. Het beleid is de reserves in de komende drie jaar zo veel mogelijk stabiel te houden en onvoorziene lasten in de lopende exploitatie op te vangen. Mocht de krimpende formatie niet opgelost kunnen worden met natuurlijk verloop zal de bestemmingsreserve Personeel worden aangesproken. De voorzieningen betreffen toekomstige verplichtingen op middellange termijn, zoals levensfase bewust personeelsbeleid en jubilea. Deze voorzieningen vallen conform planning vrij.