CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Collegebrief inzake Vaststelling ruimtelijk voorstel en startnotitie regie op de ruimte door GS

GEMEENTERAAD 13 november 2024, gemeente HilversumBij agendapunt: Ingekomen stukken - Ter kennisname39.128 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Noord-Holland. •

energietransitie.

Holland en spiegelen deze aan actuele ruimtelijke

•

•

ruimtelijke sporen.

zeespiegelstijging, wateroverlast, watertekort en hitte)

Wat vragen we van het Rijk?

als onderlegger voor onze ruimtelijke ordening.

•

Zorg voor nauwe samenwerking op de nationale

We gaan samen met de waterpartners verder met het

kennisprogramma’s, zoals het Deltaprogramma

ontwikkelen van de Signaalkaart Klimaatadaptatie als

Kennisprogramma Zeespiegelstijging,

onderliggende signalerend instrument voor water en

Waterveiligheidslandschappen et cetera (vooral de

bodem sturend.

vraagstukken rondom de kusten) en regionale

We maken samen met de waterpartners bovenregionale

doorwerking daarvan.

watersysteemanalyses, stresstesten en impactanalyses.

•

dilemma’s en vraagstukken uit lopende

We ontwikkelen een langetermijnvisie op de gevolgen van weersextremen (waterveiligheid en

We gaan verder met het ontwikkelen van toekomstperspectieven vanuit water voor Centraal

Wat doen we zelf? •

We ontwikkelen het ruimtelijk concept

is en op welke manier deze randvoorwaarden

•

Het Rijk is verantwoordelijk voor het

We kijken hierbij onder andere naar de gevolgen van

hoofdwatersysteem. Zorg dat deze is ingericht op de

extreme weersomstandigheden gelijk aan die van

toekomstige klimaatverandering. Houdt hierbij ook

Limburg in 2021.

rekening met de invloed die de verminderde aanvoer van

We gaan verder met het opstellen van nieuw beleid voor

zoet water heeft op de bereikbaarheid van havens.

OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL

29

Voorbeeld

Impact systeemkeuzes Amsterdam Rijnkanaal Noordzeekanaal Het Amsterdam-Rijnkanaal en het Noordzeekanaal (ARK/ NZK) en het hieraan aangetakte regionale watersysteem vormen één samenhangend systeem. De waterafvoer van dit systeem is bijna volledig afhankelijk van het spui- en gemaalcomplex in IJmuiden. De verwachting is dat door de stijgende zeespiegel de spuicapaciteit in de komende twee decennia sterk afneemt. Na 2050 zijn we naar verwachting volledig afhankelijk van pompen om water af te voeren. Dit maakt ons kwetsbaarder voor extreme neerslag met mogelijke schade aan woningen en bedrijven, gewassen, uitval van wegen en riolering tot gevolg. Een bovenregionale stresstest gaat inzicht geven in de gevolgen van grootschalige neerslag. Deze kwetsbaarheid is niet alleen binnen het watersysteem op te lossen. In toenemende mate beseffen waterbeheerders en ‘ruimtelijke ordenaars’ in Centraal Holland dat oplossingen in elkaars systemen moeten worden gezocht. Ook is het ARK/NZK-systeem en omliggend gebied gevoelig voor droogte en verzilting. Het watersysteem is in droge perioden sterk afhankelijk van zoetwateraanvoer. Voldoende zoetwateraanvoer is noodzakelijk ten bate van landbouw, natuur en het op peil houden van het peil op de kanalen en het boezemsysteem. De combinatie van zeespiegelstijging,

Afbeelding: 20. Houthavens Amsterdam

scheepvaartverkeer en het fluctueren van de aanvoer van

Bron: onbekend

zoetwater maakt dat het moeilijker wordt om de indringing van zout water vanuit de Noordzee tegen te gaan. Verzilting is onder andere een risico voor het innamepunt voor

watersystemen waar die noodzakelijk zijn. Het water heeft

drinkwaterbereiding Nieuwersluis, maar ook voor natuur en

ook (2) meer ruimte nodig. Aanvullend zijn (3)

landbouw in de regio. In 2022 werden vanwege verzilting en

randvoorwaarden nodig voor ruimtegebruik op basis van de

beperkte mogelijkheden tot zoetwateraanvoer al

(on)mogelijkheden die het water- en bodemsysteem biedt.

schutbeperkingen bij IJmuiden opgelegd om extra

Tot slot (4) draagt elke ontwikkeling en investering bij aan

zouttoevoer vanuit zee zoveel mogelijk te beperken. Dit

een vitaal water- en bodemsysteem

leidde tot serieuze economische gevolgen voor de scheepvaart en specifiek voor de haven van Amsterdam.

Om een goede afweging te kunnen maken welke

Scenario’s wijzen op afname van zoetwateraanvoer wat

maatregelen genomen kunnen worden en op welke plek,

systeem/gebied extra gevoelig zal maken voor droogte en

gaan we onder de vlag van ‘Centraal Holland' gezamenlijk

verzilting. Kortom het watersysteem van het ARK/NZK loopt

met het Rijk, RWS, de waterschappen, de betrokken

tegen zijn fysieke grenzen aan.

gemeenten en provincies een strategie ontwikkelen om uiteindelijk afspraken te kunnen maken, zowel in het kader

Voor een goed functionerend ARK/NZK-gebied moet worden

van het nationaal deltaprogramma als om op te nemen in

ingezet op een viertal sporen: 1) technische maatregelen in

regionaal beleid en kaders.

het hoofdwatersysteem en samenhangende regionale

30

OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL

•

In de brief Water en bodem sturend wordt aangegeven dat er niet meer gebouwd kan worden in het IJsselmeer/ Markermeer. Een aantal plannen voor buitendijkse woningen is hiermee strijdig. Het Rijk werkt tegelijk aan een beleidskader buitendijks bouwen voor het IJsselmeergebied. Op korte termijn is een duidelijke keuze van het Rijk nodig. Dit kan vervolgens als richtsnoer dienen voor een perspectief op middellange termijn. Waarin het opzetten van het peil van het IJsselmeer en Markermeer en de consequenties die dit onder andere heeft voor de Noord-Hollandse kuststeden wordt uitgewerkt. Vervolgens is het van belang een gezamenlijk perspectief na 2100 te ontwikkelen wanneer de zeespiegelstijging vooral voor het oostelijke deel van de provincie een steeds grotere opgave is en op termijn mogelijk vraagt om een differentiatie in waterveiligheidsnormen met inzicht in de ruimtelijke consequenties.

•

Waterstofproductie vraagt veel koelwater dat in droge zomers steeds minder beschikbaar is.

Afbeelding: 21. Zoetwaterbeschikbaarheidskaart, met zoetwaterwingebieden, waterboezemsysteem en richting, en veenweidegebieden die water nodig hebben. Bron: provincie Noord-Holland

Afbeelding: 22. Watersysteem diagram.

Bron: provincie Noord-Holland

OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL

31

OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL

32

2.3 Hoe spelen we in op het zoetwatertekort?

Maar ook over de verdeling tussen de verschillende provincies. Zo

Zoetwaterbeschikbaarheid gaat in Noord-Holland een steeds

is bijvoorbeeld het noorden van onze provincie samen met zeven

urgenter vraagstuk worden. De behoefte aan zoet water blijft

andere provincies afhankelijk van het IJsselmeer. Feitelijk is heel

toenemen. In de landbouw en het natuurbeheer wordt zoet

Nederland afhankelijk van de aanvoer via de Rijn en de Maas en

water gebruikt voor doorspoeling van sloten om verzilting

de verdeling van dat water en daardoor van het bovenstrooms

tegen te gaan en gewassen te besproeien. Zoet water is

watergebruik van haar buurlanden Er zijn meerdere manieren

daarnaast essentieel voor de drinkwaterproductie en als

om te reageren op de dreigende toename van het zoetwatertekort

koelwater en proceswater voor de industrie. Bijvoorbeeld voor

in delen van het jaar:

datacenters die geen gebruik maken van een gesloten

•

Het beperken van het watergebruik

koelsysteem en die in sommige gevallen gebruik maken van

•

Het vasthouden van water waar het valt

zoetwater om te koelen. Er komen ook nieuwe waterbehoeftes

•

Het hergebruiken van water

aan, bijvoorbeeld voor elektrolysers (waterstoffabrieken) en de

•

Het aanpassen functies (ruimtegebruik) aan

vernatting van veengronden. Tegelijk neemt de aanvoer van

waterbeschikbaarheid

zoet water in delen van het jaar af, door langere periodes van

•

Het beschermen van zoetwaterbronnen

droogte en een sterker wisselende aanvoer via de grote rivieren.

•

Het accepteren van de schade

Dit juist in de periode dat er voor landbouw, natuur en koeling het meeste water nodig is. De gevolgen van onvoldoende

Deze strategieën zijn allemaal nodig, maar daarbinnen zijn

zoetwaterbeschikbaarheid (langere periode van droogte en

nog wezenlijke keuzes te maken. Die keuzes werken door in de

weinig aanvoer) als verzilting, droogte en schutbeperkingen

vormen van ruimtegebruik die ergens mogelijk zijn, de

hebben we afgelopen zomers jaren al meermaals ervaren.

ontwikkelingskansen op een bepaalde plek en in de omgang

Noord-Holland is niet de enige provincie waar dit voor geldt.

met het landschappelijke erfgoed. Zo kan het zoetwatergebruik door de landbouw, industrie en andere bedrijven worden

Alle provincies hebben in hun Ruimtelijk Voorstel aangegeven

beperkt, bijvoorbeeld door in te zetten op maximale

zoetwaterbeschikbaarheid te zien als een groot nationaal

zelfvoorzienendheid. Dit vraagt een andere vorm van

vraagstuk. Dan gaat het niet alleen over hoe hier mee om te gaan

bedrijfsvoering en om korte termijnbeleid hoe om te gaan met

of hoe het zoet water te verdelen over de verschillende functies.

Voorbeeld Veenweide

Omdat de zoetwaterbeschikbaarheid minder zeker is en er

equivalenten) te reduceren en de daaraan verbonden

meer vraag komt naar water zal de waterbeschikbaarheid en

bodemdaling te verminderen, is niet meer beschikbaar voor

de keuzes die we maken over wat daarin voorrang heeft

gebruik lager in de verdringingsreeks. Het kan om veel

sterk bepalend zijn voor welke doelen behaald worden. De

water gaan. Ter vergelijking: als het water voor een

watervraag voor de veenweide in droge perioden zal

peilopzet tot 20 à 40 centimeter onder NAP in alle

gevolgen gaan hebben voor andere watervragende functies

Nederlandse veenweidegebieden volledig uit het IJsselmeer

in Noord-Holland. Water dat ingezet wordt voor vernatting

zou worden gehaald, is daar een ‘waterschijf’ van 25

van het veen, om de uitstoot van broeikasgassen (CO2-

centimeter voor nodig.

Wat agenderen we voor de Nota Ruimte?

•

•

bekijken hoe we die beter kunnen inzetten om de opgave

verdelingsvraagstuk is waar landelijke afspraken voor

voor waterbeschikbaarheid zoals beschreven in de water

nodig zijn. Breng daarbij de consequenties en de

en bodem sturend-brief beter te kunnen borgen.

samenhang tussen oorzaak en gevolg in beeld. •

Geef aan of er beperkingen worden gesteld aan het

Wat vragen we van het Rijk?

waterverbruik van nieuwe economische ontwikkelingen

•

of uitbreiding ervan.

vraagstukken. Afspraken en regie zijn nodig op welke rol de verschillende provincies en waterschappen en onze

We zullen onderzoeken wat de toekomstige watervraag

buurlanden hebben in het vergroten van de

en de toekomstige waterbeschikbaarheid is in bepaalde

zoetwatervoorraad en het voorkomen van tekorten op

gebieden en brengen in beeld waar dit tot keuzes of conflicterende vragen leidt. •

Zoetwaterbeschikbaarheid en zoetwaterverdeling zijn provincie-overstijgende (nationale) en internationale

Wat doen we zelf? •

Daar waar we een provinciale rol hebben, gaan we

Erken dat zoetwaterbeschikbaarheid een nationaal

We nemen waterbeschikbaarheid als opgave mee in onze gebiedsprogramma’s.

plekken aan het eind van het watersysteem. •

Onderzoek of de nationale verdringingsreeks nog past bij de nieuwe watervragers.

OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL

33

OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL

34

nieuwe watergebruikers. Verder onderzoek is nodig om deze

hiervoor ook het voorbeeld in hoofdstuk 4). Kortom de keuze

keuzes goed te kunnen maken, onder andere naar:

voor peilopzet heeft enorme impact en raakt een complex

•

De trits zoet water besparen, vasthouden en opslaan. Dit

systeem van in elkaar grijpende afhankelijkheden. Dit vraagt

gaat implicaties hebben voor functies en vraagt ook veel

continu overleg met alle betrokken partijen.

ruimte. Het is van belang om de consequenties van de trits in beeld brengen, zodat uiteindelijk ruimte kan worden gereserveerd. •

Gebiedsgericht uitwerken daar waar zoet water niet altijd meer kan worden gegarandeerd. Dit betekent dat op die plekken sprake is van tijdelijke en regionale verzilting. Hierop moet worden voorgesorteerd met de juiste functie op juiste plaats.

•

O.a. uitwerken nationale zoetwaterverdeling en regionale consequenties (zoals opzet peil IJsselmeer en regionaal water bufferen) ook op functies als industrie en veenweide. Op het schaalniveau van West-Nederland, Centraal Holland en IJsselmeergebied wordt dit met de verschillende overheden opgepakt. Uitwerking en doorwerking hiervan is essentieel voor de gebiedsopgaven zoals de NOVEX-en en het PPLG.

•

Bepalen wat nodig is voor het garanderen van (drink) waterbeschikbaarheid en hier tijdig maatregelen voor nemen.

2.4 Tegengaan bodemdaling In de brief water en bodem sturend is aangegeven dat in veenweidegebieden wordt toebewogen naar een grondwaterstand van 20 tot 40 cm onder maaiveld. Dit zorgt voor een vermindering van CO2-uitstoot en draagt bij aan het tegengaan van bodemdaling. In het coalitieakkoord

Afbeelding: 23. Kaart Bodemsysteem met verschillende bodemsoorten.

‘Verbindend Vooruit’ is dit geconcretiseerd tot een provinciale

Bron: provincie Noord-Holland

opgave van 0,09 megaton CO2 -equivalenten verdeeld over de programmagebieden uit het PPLG.

Wat agenderen we voor de Nota Ruimte?

Tegelijkertijd zorgt het verhogen van de grondwaterstand voor

De keuze voor peilopzet in veenweidegebieden die is

een aantal extra opgaven. Het zal een aanzienlijk deel van het

gemaakt in de brief water en bodem sturend heeft

beschikbare zoet water vragen. Op bepaalde plekken leidt het

enorme consequenties voor de mogelijkheden van

tot wateroverlast. Het zorgt op de korte termijn voor een

gebruik en beheer van deze gebieden. Maak in de nota

verslechtering van de waterkwaliteit door meer fosfaatuitstoot.

Ruimte duidelijk wat deze consequenties zijn, welke

Het zal consequenties hebben voor het onderhoud van wegen

keuzes hierin worden gemaakt en hoe hiermee

door snellere verzakkingen en spoorvorming in het asfalt. Ook

wordt omgegaan.

zal het effect hebben op het huidige gebruik van het gebied (zie

OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL

35

OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL

36

De provincie werkt hieraan op basis van de Regionale

Door de samenhang in het systeem werken maatregelen op de

Veenweide Strategie 1.0 (RVS 1.0). Deze bevat een strategie voor

ene plek, zoals peilverhoging, door op andere plekken. Het

het verminderen van broeikasgasemissies (CO2) uit onze

vraagt dus samenwerking en afstemming tussen alle partijen.

veenbodems en het daaraan gekoppelde afremmen en waar mogelijk stoppen van bodemdaling. We streven daarbij zoveel

Om als provincie ‘Water en bodem sturend’ te kunnen

mogelijk naar een realistisch en haalbaar doel, met respect

invullen, is het van essentieel belang om meer zicht te hebben

voor de rechten van eigenaren en gebruikers en aandacht voor

op de nationale koers, vooral die voor de middellange (2050) en

wat het vraagt van de bewoners.

langere termijn (na 2100). Er lopen diverse onderzoeksprogramma’s, met name onder de vlag van het

Het is van belang om op korte termijn in beeld te krijgen wat

Deltaprogramma, op basis waarvan in 2026 de Deltabeslissing

het toebewegen naar een ophoging van de grondwaterstand

herzien wordt. Dit is onder meer het Kennisprogramma

betekent. Het vraagt om een besluit over de toekomstige

Zeespiegelstijging en uitwerkingen onder het Deltaprogramma

waterverdeling en aanpassingen in wet- en regelgeving, zoals

Zoetwater. Ook zullen de structurerende keuzes uit de brief

het tijdelijk loslaten van bepaalde KRW-doelstellingen. Het

Water en Bodem Sturend in 2026 verder uitgewerkt zijn.

vraagt tevens om een goede aansluiting van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid op de gestelde doelen. Op

De provincie gaat in de komende jaren de nationale opgaven

Wat agenderen we voor de nota Ruimte?

Wat doen we zelf?

•

•

Gezien de nationale en internationale verwevenheid van

Wij werken aan een vertaling van de landelijke keuzes

het water- en bodemsysteem vragen we om een

naar provinciale schaal en naar de gebiedsprocessen.

gezamenlijke landelijke langetermijnvisie op dit systeem

Daarbij brengen we conflicterende keuzes of

met daarin de ruimte om lokaal maatwerk toe te passen.

conflicterend ruimtegebruik in beeld zodat daar

Geef daarbij als Rijk perspectief en geef aan waar prioriteit ligt. Geef duidelijk aan wat daarbij van de regio

besluitvorming over kan plaatsvinden. •

wordt verwacht. Werk gezamenlijk toe naar een fasering met keuzes en maatregelen die op korte termijn noodzakelijk zijn, richtinggevende uitspraken richting

Wij zorgen voor inzicht in de samenhangende systemen en voeren waar nodig watersysteemstudies uit.

•

In de ruimtelijke ontwikkelingen houden we meer ruimte vrij voor het vasthouden en bergen van.

2050 en een doorkijk naar 2100 en verder. Koppel deze ook aan een water- en bodemperspectief (nadere uitwerking brief Water Bodem Sturend).

middellange termijn vraagt het om een kansrijk nieuw

vertalen naar een regionale uitwerking, in nauwe samenhang

perspectief dat ook recht doet aan de water- en bodemopgaven.

met de landelijke kennisagenda’s, zodat regionale

Blijven we de veenweide faciliteren, met alle ingrepen die

uitwerkingen en nationale opgaven met elkaar verbonden

daarvoor nodig zijn of moeten we toebewegen naar een meer

worden. Dit doen we samen met gemeenten, waterschappen

natuurlijk veenlandschap met alle landschappelijke gevolgen

en maatschappelijke partners. Het is een integrale opgave die

van dien? Of bewegen we op de langere termijn toe naar een

ook weer zijn uitwerking moet krijgen in de verschillende

ander landschap, dat meer samengaat met het toekomstige

gebiedsopgaven van het PPLG en de NOVEX-en. Regionaal

waterveiligheidsvraagstuk?

maatwerk is daarbij de sleutel, en het doen van eerste stappen

2.5 Een gezamenlijke visie op de toekomst van het watersysteem Het water- en bodemsysteem is een samenhangend systeem. Het houdt niet op bij provincie-, waterschaps- of landsgrenzen.

vooral daar waar er nu energie zit of winst te behalen valt. Hierbij kunnen de noodzakelijk gebiedsopgaven wel doorgaan, maar moet er al wel ruimte worden ingebouwd voor toekomstige maatregelen en lock-ins worden voorkomen.

OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL

37

OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL

38

3. BEWEGEN NAAR EEN TOEKOMSTBESTENDIG EVENWICHT TUSSEN LANDBOUW EN NATUUR Landbouw en Natuur: we hebben in Noord-Holland

betreft de startversie met een bijbehorende

te maken met topnatuur en toplandbouw. Om

financiële aanvraag bij het Rijk. De startversie

topspelers te blijven, zal de landbouw zich blijven

wordt verder uitgewerkt in een ontwerp PPLG

ontwikkelen naar kringlooplandbouw, geven we

en uiteindelijk een definitief PPLG. Het is

meer ruimte aan natuurlijke processen en wordt

daarbij van groot belang wat de financiële

natuurbehoud een brede doelstelling die ook geldt

bijdrage van het Rijk zal zijn. Het realiseren van

buiten natuurgebieden. Zowel landbouw als natuur

doelen is afhankelijk van de beschikbaarheid

zullen rekening moeten houden met wat houdbaar

van middelen.

is in veranderende klimaatomstandigheden. In het gebied tussen de topnatuurgebieden en de

Het landelijk gebied in Noord-Holland omvat

toplandbouwgebieden kan synergie gevonden

driekwart van de totale oppervlakte van

worden door extensivering van

Noord-Holland (exclusief buitenwateren). Ongeveer

landbouwactiviteiten in combinatie met

de helft daarvan wordt gebruikt voor land- en

natuurinclusief landgebruik, voedselproductie en

tuinbouw en circa 15 % is natuur- en/of

de herinrichting met groenblauwe dooradering.

recreatiegebied. Zowel de landbouw- als

Wat is er aan de hand?

natuurgebieden zijn sterk verweven met het onderliggende water- en bodemsysteem. Er is een range aan natuurgebieden en landschappen,

De startversie van het Provinciaal Programma

waarvan er vier ook op Europese schaal uitzonderlijk

Landelijk Gebied (PPLG) is door Gedeputeerde

zijn: de Wadden, de veenweidegebieden, de duinen

Staten (GS) vastgesteld op 27 juni 2023. Het

en de Vechtplassen. Qua landbouw is sprake van

OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL

39

Voorbeeld

Wieringerhoek Wieringerhoek is het gedeelte van het IJsselmeer tussen

voorlopige inschatting is dat hier 1,6 TWh aan duurzame

Medemblik en Den Oever. Sinds eind 2022 werken het Rijk

energie opgewekt kan worden. Het initiatief raakt vragen

(de departementen van EZK, IenW en LNV, het

over de opbouw van het energiesysteem (hoe verhoudt het

Rijksvastgoedbedrijf en Rijkswaterstaat) en de decentrale

zich tot de strategie van clustering van vraag en aanbod en

overheden (gemeente Medemblik, gemeente Hollands

het efficiënt benutten van het netwerk) en belangen die

Kroon en provincie Noord-Holland) samen aan de ‘integrale

voortkomen uit andere perspectieven, bijvoorbeeld de

verkenning Wieringerhoek’. Deze moet een antwoord

natuurwaarden van het IJsselmeer, oefenterrein van

opleveren op de vraag in hoeverre het binnen de geldende

Defensie, voldoende water kunnen bergen ten behoeve van

kaders mogelijk is in de Wieringerhoek zonnepanelen op

de zoetwatervoorziening, zonder obstructie water af te

water aan te leggen in combinatie met natuurontwikkeling

kunnen voeren ten tijde van extreem hoog IJsselmeerpeil en

en recreatie en wat de mogelijkheden en kansen zijn. De

de landschappelijke effecten.

een schakering van akkerbouw, tuinbouw en veeteelt,

Programma Landelijk Gebied (PPLG). Dit is de provinciale

bollenteelt en glastuinbouw (Greenports Noord-Holland Noord

uitwerking van het Nationale Programma Landelijk Gebied en

en Aalsmeer). Seed Valley in Noord-Holland Noord is van

is bedoeld als samenhangend beleidskader voor de doelen die

belang voor de wereldwijde voedselvoorziening met

gerealiseerd moeten worden in het landelijke gebied. In juni

ontwikkeling van weerbare gewassen. Het noordelijk deel van

2023 is de startversie van het PPLG vastgesteld. In deze

Noord-Holland is één van de vijf meest productieve

startversie is een uitwerking opgenomen van de nationale

landbouwgebieden van het land. De landbouw in

opgaven voor biodiversiteit, stikstof, water en bodem, klimaat

Noord-Holland is een vanouds krachtige innovatieve sector. Die

en het perspectief voor de landbouw. Daarnaast bevat het een

innovatieve kracht wordt ook al aangewend om om te kunnen

uitwerking van de provinciale doelstellingen voor het landeli

gaan met veranderende productieomstandigheden. Transitie naar een toekomstbestendig evenwicht tussen landbouw en natuur

jk gebied op de thema’s landschap, erfgoed en recreatie. De uitwerking van het PPLG vindt plaats in gebiedsprocessen en is complementair aan het generiek rijksbeleid voor het landelijk

In het landelijk gebied is een transitie ingezet naar een

gebied. De thema’s woningbouw, energievoorziening,

toekomstbestendig evenwicht tussen landbouw en natuur

infrastructuur en economie zijn niet uitgewerkt in het PPLG.

waarbij water en bodem meer sturend zijn. De inzet is het

De integrale afweging van majeure ruimtelijke ontwikkelingen

afronden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) in 2027 en

vanuit het PPLG, in samenhang met de overige genoemde

het toewerken naar kringlooplandbouw4 (zie kader) in 2040.

thema’s zal plaatsvinden in de te actualiseren Omgevingsvisie.

Het doel is om uiteindelijk een robuust systeem te creëren

De ruimtelijke afweging tussen de belangen uit het PPLG en de

waarin zowel de landbouw als de natuur in staat zijn om mee

overige belangen in dit Ruimtelijk Voorstel zullen komende

te bewegen met de effecten van klimaatverandering en de

jaren plaatsvinden. Het PPLG is daarmee een bouwsteen van

toenemende bevolkingsdruk en waarin de biodiversiteit zich

het Ruimtelijk Voorstel. In de uitwerking is eveneens

herstelt. Door stikstofuitstoot te verminderen wordt de

afstemming met NOVEX-gebieden en het

natuurkwaliteit versterkt en zal ruimte worden gecreëerd voor

Ontwikkelperspectief NHN nodig.

verdere ontwikkelingen zoals woningbouw. Aan biodiversiteit buiten de natuurgebieden wordt gewerkt door het aanleggen

Nog geen landbouwakkoord

van 10% groenblauwe dooradering, meer bos (bossenstrategie)

Voor het perspectief voor de landbouw zou een

en agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Dit draagt ook bij

landbouwakkoord, waarin generieke, landelijke instrumenten

aan de ambities voor de algehele verbetering van de kwaliteit

zouden zijn uitgewerkt, een belangrijke stap zijn. Het

van bodem en water. Door de bevolkingsgroei is er steeds meer

landbouwakkoord is niet tot stand gekomen, maar op allerlei

behoefte aan recreatie. Een belangrijke nevendoelstelling is

onderdelen wordt er verder gewerkt. Eén van de onderwerpen

dan ook het beleefbaar houden en maken van de natuur en het

is bescherming van landbouwgrond. Het Rijk werkt met

landelijk gebied door het toevoegen van

partners aan een afwegingskader dat ook impact zal hebben op

recreatiemogelijkheden.

Noord-Holland.

Oppakken opgaven landelijk gebied in

De ruimtelijke effecten van het PPLG

samenhang in het PPLG

De uitwerking van al deze opgaven heeft een ruimtelijke

Om deze opgaven in het landelijk gebied in samenhang op te

impact. Soms heel direct doordat er grond nodig is voor

pakken werkt de provincie Noord-Holland aan het Provinciaal

bijvoorbeeld het aanleggen van bos in het kader van de

4 Extensivering landbouwactiviteiten: productie- en bemestingsvolume per ha verlagen, door minder vee op bedrijf en/of door meer land beschikbaar voor bedrijf

OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL

40

Kader kringlooplandbouw De term kringlooplandbouw heeft een bredere betekenis dan alleen het

sluiten van de plantaardige en dierlijke kringlopen op verschillende schalen:

het gaat om het tegelijkertijd realiseren van een beter verdienvermogen voor boeren en tuinders, én minder schadelijke emissies naar bodem, lucht en water, én om vergroting van de biodiversiteit. In kringlooplandbouw

kunnen dieren een dragende rol hebben en zij worden respectvol behandeld. Zo ontstaat een landbouwsysteem dat niet meer tegen de grenzen

aanloopt, maar uitgaat van een vruchtbare bodem en gezonde gewassen en dieren. Voor boeren moet het mogelijk zijn op deze wijze rendabel te

produceren. Voor kringlooplandbouw bestaat geen blauwdruk: geen ondernemer is hetzelfde en ook de omstandigheden waarin boeren

ondernemen, verschillen van bedrijf tot bedrijf. Daarom is het cruciaal om ruimte te bieden aan de inventiviteit van ondernemers om resultaten te

(2) verbeteren van waterkwaliteit en -beheer, (3) bodemkwaliteit, (4) plant- en diergezondheid, (5) circulariteit, (6) het tegengaan van en omgaan met klimaatverandering en (7) het verbeteren van de sociaaleconomische positie van agrarische ondernemers. Om agrarische ondernemers te helpen met de ontwikkeling naar kringlooplandbouw onderscheiden we zeven transitiepaden. De keuze voor het gewenste pad – of een combinatie van paden - is een keuze van de ondernemer zelf, die hij/zij zal laten afhangen van overtuiging, talent, persoonlijke omstandigheden, omgeving en perspectief.

boeken die passen bij het karakter van het eigen bedrijf en de toekomstvisie

Transitiepad 1: H  ightech gesloten systemen;

(Bron: Toekomstvisie agrarische sector, brief van de

Transitiepad 2: H  ightech open systemen;

daarop, maar ook de lokale omstandigheden.

technische innovatie technische innovatie

minister van LNV aan de Tweede Kamer, 25 november 2022.)

Transitiepad 3: Extensivering; landschappelijke innovatie Een ontwikkeling naar kringlooplandbouw in 2040 is onze

Transitiepad 4: Biologische landbouw

hoofddoelstelling. Wij volgen de omschrijving die het Rijk

Transitiepad 5: Natuurbeheer en natuurontwikkeling

hanteert. Kringlooplandbouw is landelijk uitgewerkt in

Transitiepad 6: Multifunctionele landbouw

zeven doelen: (1) het herstellen van biodiversiteit,

Transitiepad 7: Stoppen

bossenstrategie. Soms meer indirect door structurerende

Botsingen en kansen met andere opgaven

keuzes die in het PPLG worden gemaakt over bijvoorbeeld het

De ingezette doelstellingen voor natuur, landbouw, water en

opzetten van het grondwaterpeil in veenweidegebieden

recreatie kunnen onderling botsen. Denk aan recreatiedruk en

omwille van de klimaatdoelen. In de startversie van het PPLG

behoud van het historische cultuurlandschap versus

zijn ruimtelijke opgaven benoemd. De opgaven zijn vooral

natuurontwikkeling of dynamisch duinbeheer en recreatie. Of

doelgericht en nog niet ruimtelijk vertaald, in die zin dat er

de opgave vanuit de bossenstrategie versus het behoud van

nog geen locatie bekend is.

goede landbouwgronden. De transitie naar kringlooplandbouw

Waar komt het op neer?

kan maken dat de landbouw in verschijningsvorm verandert, wat weer effect kan hebben op het landschap. Ruimte maken

Het doorontwikkelen naar kringlooplandbouw, het anticiperen

voor waterpeilverhoging leidend tot groot open water versus

op veranderingen in beschikbaarheid van zoet water en

behoud van de weidevogels en behoud van agrarische

maatregelen voor meer biodiversiteit en klimaatbestendigheid

productie. De groeiende bevolking en de daarbij horende groei

vragen om een doorontwikkeling van de landbouw. Dit valt

van de woningvoorraad en werklocaties zorgt voor meer druk

samen met de verwachting dat het landbouwareaal, weliswaar

op het systeem en stijgende grondprijzen. Tegelijkertijd biedt

in geringe mate, verder zal afnemen door autonome

het kansen voor natuur- en klimaat-inclusieve inrichting en

ontwikkeling van stoppende agrariërs en de ruimteclaims van

combinaties van natuur, drinkwater, waterberging en

andere opgaven, zoals noodzakelijke waterberging,

recreatie. Uitbreiding van bedrijventerreinen zal waarschijnlijk

woningbouw, verzwaring van het energienetwerk en

ten koste gaan van landbouwgrond. De inzet is dan ook gericht

uitbreiding van bedrijventerreinen. Dit vraagt om een

op het zo efficiënt mogelijk omgaan met de ruimte die nodig is

duidelijke visie op Rijks- en provinciaal niveau over hoe de

voor een duurzame economie. Hetzelfde geldt voor

landbouw zich verder kan ontwikkelen en hoeveel ruimte

woningbouw. Die wordt zo veel mogelijk binnenstedelijk

hiervoor nodig is (zie 3.6). De landbouw is een deel van de

gerealiseerd.

oplossing voor de grote opgaven. Hierbij is blijvende aandacht nodig voor het verdienvermogen van de agrarische ondernemer en voldoende ruimte en tijd voor de landbouwtransitie.

41

OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL

Voorbeeld

Dynamisch Duinbeheer in relatie tot mobiliteit en recreatie In de duinen willen we de natuur de ruimte geven door

plaatsvinden. Ook stuiten we op ingewikkelde wet- en

minder menselijke ingrepen. Dit heet dynamisch beheer

regelgeving. Bijvoorbeeld bij het verplaatsen van een

van de duingebieden. Dit zorgt ervoor dat de duinen

fietspad binnen een natuurgebied.

kalkrijker en daardoor minder stikstofgevoelig worden. Door de natuurlijke verplaatsing van zand stijgt het gebied

Tegelijkertijd neemt door het toenemend toerisme én de

mee met de zeespiegelstijging. Al met al nemen de

verstedelijking in de gebieden tegen de duinen aan

biodiversiteit, de klimaatadaptatie en waterveiligheid toe in

(Haarlem, Alkmaar) de recreatiedruk op deze duinen

dit gebied.

behoorlijk toe. Om deze behoefte aan te kunnen en in balans met de natuur te kunnen laten functioneren is

Op een aantal plekken in de duinen vormt het instuivend

spreiding van recreatie nodig. Deze spreiding gaat over meer

zand een dikke laag over het fietspad waardoor het

routes, maar ook over het maken van aantrekkelijke

fietsverkeer wordt geblokkeerd. De verwachting is dat door

alternatieve groene gebieden, zodat er ook daadwerkelijk

toenemende dynamisering dit op meer plekken zal gaan

alternatieven zijn voor mensen om naar toe te gaan.

Cultuurhistorisch erfgoed

Bodemkwaliteit Verzilting

Bossen

Waterkwaliteit

Bodemdaling

Kringloop landbouw

Zoetwater beschikbaarheid

Waterveiligheid

Behoud landbouwgrond

Duurzame energieopwek Toekomstige energiesysteem

Groen blauwe dooradering Natuurherstel

Vernatting veenweidegebieden Afbeelding: 24. Diagram met opgaven en integratiekansen. Bron: provincie Noord-Holland

OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL

42

Betrokken programma’s en visies

ontwikkeling gewenst is (ambitiekaart). Het SNL kent twee

Naast het PPLG zijn er binnen de provincie nog de volgende

voor Natura 2000 belangrijke uitvoeringsregelingen. Op

programma’s en visies over het landelijk gebied.

grond van de Uitvoeringsregeling Natuur en

Natuurherstelwet (nog niet van kracht): EU

Landschapsbeheer (SVNL) kunnen agrariërs die landbouwgrond met natuurwaarden beheren en

Inspanningsverplichting om natuur te herstellen overal.

natuurbeheerders daar een vergoeding voor krijgen, conform

Hangt ook samen met steden en regio’s ook als het gaat over

de beheertypenkaart. Op grond van de Uitvoeringsregeling

natuurinclusief benutten.

kwaliteitsimpuls natuur- en landschapsbeheer (SKNL) kan

Voedselvisie Noord-Holland 2030 en uitvoeringsprogramma 2023-2024

subsidie worden aangevraagd voor functieverandering en voor kwaliteitsverbeteringsmaatregelen conform de ambitiekaart.

Regeneratieve landbouw is één van de drie hoofdthema’s

Masterplan biodiversiteit

van de Voedselvisie

Het Masterplan biodiversiteit richt zich op het herstel en

De provincie zet in op de (innovatie)kracht van de

de versterking van de biodiversiteit. Er is geprobeerd om

ondernemers, no regret maatregelen en ‘small wins’. Als

compleet te zijn in alle activiteiten, projecten en

regionale verbinder brengt de provincie kennis- en

programma’s die de provincie wil gaan uitvoeren of al

ketenpartijen samen. De provincie wil onder andere

uitvoert ter versterking van de biodiversiteit. Een van de

meewerken aan projecten en activiteiten die bijdragen aan

thema’s is het versterken van de biodiversiteit in de

een betere balans tussen voedselproductie en de zorg voor

natuurgebieden. Hierbij is een aantal ambities vastgelegd,

bodem, water en biodiversiteit. Daarnaast stimuleert de

waaronder: optimalisatie van het beheer van

provincie een betere aansluiting van ‘groen’ onderwijs op de

natuurgebieden, verzachten van de effecten van een hoge

arbeidsmarkt en initiatieven die zorgen voor meer

recreatiedruk op bijzondere natuurgebieden en het

consumptie van regionale seizoensproducten. Om dat te

vergroten van het bereiken van de doelen in Natura

bereiken wil de provincie onder andere bijdragen aan de

2000-gebieden. Bij dit laatste is het bijvoorbeeld van

uitvoeringsprogramma’s van bijvoorbeeld Voedsel Verbindt,

belang dat de waterkwaliteit, waterkwantiteit en

de Greenport en Seed Valley.

bodemkwaliteit verbeteren. Ook het bestrijden van

Natura 2000-beheerplannen Provincie Noord-Holland en natuurdoelanalyses

invasieve exoten is nodig. Het Masterplan besteedt daarnaast aandacht aan monitoring. Het zet in op de optimalisatie van de werkwijze bij de monitoring voor het

De Wet natuurbescherming bepaalt dat voor alle Natura

SNL en Natura 2000. De doelen van het Masterplan

2000-gebieden5 een beheerplan moet worden vastgesteld.

biodiversiteit maken onderdeel uit van het PPLG.

Het beheerplan vertaalt de bescherming van de Natura 2000-doelen op nationaal niveau naar gebiedsniveau. Het

NOVEX Groene Hart Ontwikkelperspectief

doel van dit Natura 2000-beheerplan is tweeledig:

Het Bestuurlijk Platvorm NOVEX-Groene Hart heeft het

1. Het bevat een uitwerking van de Natura 2000-doelen in

Ontwikkelperspectief 1.0 vastgesteld, met richtinggevende

omvang, ruimte en tijd en beschrijft de maatregelen die

uitspraken voor de verdere beleidsontwikkeling binnen de

genomen moeten worden om die doelen daadwerkelijk

deelnemende partijen. Voor een uitgebreide toelichting,

te bereiken.

zie bijlage 4.

2. Het geeft aan in hoeverre bestaande of nieuwe activiteiten in en om het gebied kunnen (blijven) plaatsvinden

Tien provinciale archeologiegebieden

zonder dat de Natura 2000-doelen in gevaar komen.

De provincie Noord-Holland wordt gekenmerkt door een rijk bodemarchief, waarvan de bewaarcondities over het

Elk beheerplan wordt geëvalueerd op basis van

algemeen gunstig zijn. Dat maakt dat bijna de gehele

monitoringgegevens. Voor de stikstofgevoelige Natura

provincie een potentiële archeologische verwachting heeft.

2000-gebieden is dat in 2023 extra gebeurd door de

Er zijn tien gebieden aangewezen die een bovenregionale

natuurdoelanalyses. De uitkomsten van deze evaluaties en

archeologische waarde vertegenwoordigen. Deze gebieden

analyses worden verwerkt in geactualiseerde beheerplannen

bevatten waardevolle archeologische vindplaatsen en

(eens per zes jaar).

vertegenwoordigen in het algemeen een of enkele specifieke

SNS Subsidiestelsel Natuur- en Landschapsbeheer

perioden en daarmee de kenmerkende bewoningsgeschiedenis van het gebied. Deze gebieden

(SNL) In het kader van het SNL maakt de provincie jaarlijks

vormen tezamen een staalkaart van de

een Natuurbeheerplan (NBP), waarin staat waar welk soort

bewoningsgeschiedenis van Noord-Holland, die ook

natuurbeheer wordt gevraagd (beheertypenkaart) of welke

vandaag de dag vaak nog af te lezen is in het landschap.

5  De twaalf Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige leefgebieden zijn de duingebieden Duinen en Lage Land Texel, Duinen Den Helder, Callantsoog, Zwanenwater & Pettemerduinen, Schoorlse Duinen, Noordhollands Duinreservaat, Kennemerland-Zuid (deels in Zuid-Holland) en de veenweidegebieden Eilandspolder, Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske, Polder Westzaan en Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder, Naardermeer en Oostelijke Vechtplassen (deels in Utrecht).

OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL

43

Leidraad Landschap en Cultuurhistorie

ontwikkeling van gebieden in Noord-Holland die

Noord-Holland is onderverdeeld in 20 gebieden, de

landschappelijk, aardkundig, ecologisch of

zogenaamde ensembles, en 10 provinciale structuren, zoals

cultuurhistorisch van bijzondere waarde zijn.

de Westfriese Omringdijk, de Stelling van Amsterdam en (agrarische) erven. Elk ensemble en elke structuur biedt een

Overige programma’s en visies

beschrijving van de ontstaansgeschiedenis, van de

•

Uitvoeringsagenda economie

dynamiek en van de belangrijkste drie kernwaarden:

•

Strategische visie en uitvoeringsprogramma Greenport

landschappelijke karakteristiek, openheid en

Noord-Holland Noord

ruimtebeleving, en ruimtelijke dragers.

•

Bij het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in

•

Strategische visie en uitvoeringsprogramma Greenport Aalsmeer

het landelijk gebied moet rekening worden gehouden met

beschrijven provincies wat er nodig is om perspectief te

de ambities en ontwikkelprincipes die staan beschreven bij de afzonderlijke ensembles en structuren. Bijzonder Provinciaal Landschap Het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) is het regime

IPO position paper landbouw en voedsel; hierin bieden aan de landbouw

•

Europese Gemeenschappelijke LandbouwbeleidNationaal Strategisch Plan (GLB-NSP): kader voor maatregelen ten behoeve van landbouw, biodiversiteit, klimaat, bodem en water

voor bescherming en waar mogelijk versterking en

Welke vraagstukken agenderen we?

moet de ruimtelijke toekomst van de greenportcluster ook in

In het Ruimtelijk Voorstel agenderen we die onderwerpen die

samenhang worden bezien. Eén van de grote vraagstukken is

aanvullend zijn op het PPLG of te maken hebben met de

hoe al deze opgaven op het juiste schaalniveau, tijdstip en

integrale afweging die niet in het PPLG is opgenomen.

abstractieniveau kunnen worden meegenomen in de

3.1 Hoe zorgen we voor integrale afstemming in het landelijk gebied?

gebiedsprocessen. Het gaat ook om afstemming en samenhang tussen en binnen de verschillende opgaven. Er moet een integrale afweging worden gemaakt om vervolgens te besluiten

Naast de opgaven die in het PPLG in samenhang worden

welk onderdeel waar het zwaarste weegt. Dit vraagt om kennis

beschreven (natuur/stikstof klimaat, water en bodem,

van consequenties. Zowel direct als indirect. Direct doordat de

landbouw, landschap, erfgoed, en recreatie) landen de effecten

keuze voor een vorm van ruimtegebruik automatisch betekent

van andere (Rijks)opgaven deels ook in het landelijk gebied. Dit

dat een andere vorm van ruimtegebruik wordt gestopt of

zal gaan om windmolens en zonneparken op land conform

afneemt. Indirect door de neveneffecten die een bepaalde vorm

besluiten in de RESsen. Net als de aanleg van (energie-)

van ruimtegebruik heeft.

infrastructuur, woningbouw en bedrijventerreinen. Bovendien

Voorbeeld 1. Het voornemen is om in delen van veengebieden toe te gaan naar een peilverhoging richting grondwaterstand van 20 tot 40 cm onder maaiveld. Hiermee wordt uitstoot van CO2 en verdere bodemdaling tegengegaan en daarmee het veenpakket behouden. Met een grondwaterstand van 20 cm beneden maaiveld neemt de draagkracht van de bodem af en is beheer gericht op grasland minder goed mogelijk. De consequentie van niet meer op die manier beheren betekent dat successie6 kan plaatsvinden naar rietlanden en moerasbos. Hoewel dit ook een hoge ecologische potentie heeft, is zo’n gebied minder geschikt voor weidevogels. Daarnaast zal dit (naar verwachting tijdelijk) mogelijk zorgen voor meer fosfaatuitspoeling en daarmee verslechtering van de waterkwaliteit. De openheid van het landschap neemt af en archeologische resten zullen minder

Afbeelding: 25. Gevolgen veenweidevernatting.

goed bewaard blijven dan onder grasland.

Bron: provincie Noord-Holland

6 Successie is de natuurlijke opeenvolging van verschillende typen natuur binnen een dynamisch ecosysteem, zoals het ontstaan van duingraslanden vanuit een stuifvlakte in de duinen.

OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL

44

3.2 Inzetten op systeemherstel van natuur zowel binnen als buiten natuurgebieden We zien over het geheel van Noord-Holland een gestage afname van veel verschillende soorten. Factoren als recreatie, stikstofdepositie en waterkwaliteit hebben hier invloed op. Met andere woorden: maatregelen voor systeemherstel kunnen niet beperkt blijven tot de natuurgebieden zelf. Ook daarbuiten is het nodig om een ‘basiskwaliteit’ te realiseren. Dat is zowel in het belang van de natuur zelf, als van de voedsel- en drinkwaterproductie en gezondere leefomgeving. Zij zijn afhankelijk van een vruchtbare bodem, voldoende schoon, zoet water en natuurlijke processen. Zoals in het PPLG staat, is natuurlijke dynamiek een belangrijk uitgangspunt om veerkrachtige ecosystemen te krijgen. Voorbeelden hiervan zijn verstuiving in de duinen, natuurlijke successie zoals veengroei en klimaatbossen, natuurlijk peilbeheer en rewilding7. Een ecosysteem waar ruimte is voor natuurlijke processen is ook beter in staat om met veranderingen in de leefomgeving om te gaan, zoals bijvoorbeeld de stijgende temperatuur, verzilting en een hoger grondwaterpeil. Ook water en bodem sturend impliceert het meebewegen met het natuurlijke water- en bodem. De positieve effecten hiervan gelden niet alleen voor natuur.

Ook landbouw is gebaat bij een meer natuurlijk systeem, omdat het beschermt tegen extreem weer zoals droogte en overstroming. Het draagt ook bij aan de bodemvruchtbaarheid. Ook voor mensen is het belangrijk. Het beperkt de kans op overlast door overstroming en helpt bij het verminderen van overlast door hitte. Kortom, voor het versterken van natuur is meer nodig dan alleen het in stand houden van natuurgebieden. Dit vraagt wel wat van de ruimtelijke inrichting buiten natuurgebieden. In steden gaat het om natuurinclusief bouwen en inrichten van de openbare ruimte. Bij de stads-en dorpsranden met recreatieve voorzieningen gaat het om natuurlijk inrichten van overgangszones. In het regulier landelijk gebied gaat het om het inrichten van groenblauwe netwerken en de overgangszones rond Natura 2000-gebieden. In natuurgebieden moet meer ruimte komen voor natuurlijke processen. Wat agenderen we voor de Nota Ruimte? •

Positioneer systeemherstel als een leidend beginsel bij het werken aan het versterken van biodiversiteit. Geef hier een eenduidige definitie van het woord ‘herstel’.

Wat doen we zelf? •

We voeren het Programma natuurherstelmaatregelen uit.

Wat vragen we van het Rijk? •

Om behoudsdoelstellingen van natuur te kunnen halen, moeten de middelen van het Rijk toereikend gemaakt worden en blijven.

Afbeelding: 26. Natuurnetwerken & -beschermingsgebiedenkaart. Bron: provincie Noord-Holland

7 Rewilding is een vorm van natuurbescherming die erop is gericht om natuurlijke processen waar mogelijk te herstellen en de natuur zo veel mogelijk zijn eigen gang te laten gaan.

OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL

45

OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL

3.3 Hoe kan een groene inbedding bijdragen aan een gezond en vitaal Noord-Holland?

46

groene inbedding als ruimtelijk ordenend principe. Met als hoofddoel een gezonde leefomgeving te creëren.

Zowel in de Europese Biodiversiteitsstrategie voor 2030 als in het ontwerp NPLG en het PPLG is de doelstelling opgenomen

Om een impuls te geven aan het brede palet aan doelstellingen,

in 2050 10% van het landelijk gebied weer te laten bestaan uit

is niet alleen kwantiteit maar ook kwaliteit, connectiviteit en

groenblauwe dooradering8. Dit verhoogt zowel de

een duurzame inrichting en beheer noodzakelijk. Dit vraagt

biodiversiteit als de landschappelijke kwaliteit en diversiteit

om langjarige investeringen.

van het Nederlandse landschap. Hiermee wordt ingezet op het

habitatrichtlijnen, VHR), de klimaatopgave (Parijs) en schoon

3.4 Hoe gaan we om met veranderende wateromstandigheden en tot wanneer is er de tijd om ons aan te passen?

water (Kaderrichtlijn Water, KRW).

Veranderende wateromstandigheden vragen om aanpassingen

leveren van bijdragen aan het halen van de Europese verplichtingen rondom biodiversiteit (vogel- en

van de landbouw en natuur. Zie het voorbeeld over de effecten Groenblauwe dooradering is een specifieke en nauwgezet

van het opzetten van grondwaterpeil of verwachte toename van

omschreven opgave. Vanuit een breder meervoudig perspectief

verzilting van landbouwgronden als gevolg van de

zou het groenblauw inrichten van gebieden ook kunnen

zeespiegelstijging. Of de beperkte zoetwaterbeschikbaarheid om

bijgedragen aan doelen op het gebied van

in de toekomst verzilte landbouwgronden door te spoelen. Het

gezondheidsbevordering en recreatie en het versterken van

verziltingsprobleem speelt nu al in droge perioden en zal

stad-land relaties. Bijvoorbeeld door een netwerk aan

toenemen na 2030, vanwege de zeespiegelstijging en

recreatieve verbindingen te combineren met een groene

frequentere perioden van droogte en een grilliger aanbod van

inpassing van energie-infrastructuur, vaarwegen en

zoet water. Dat heeft mogelijk gevolgen voor de geschiktheid

infrastructuur of woningbouw.

van grond voor de grondgebonden landbouw en ook zijn er gevolgen voor bepaalde natuurtypen. Dit kan betekenen dat in

Deze brede insteek kan een drager zijn voor het opnieuw

het ene gebied een bewuste keuze voor verzilting wordt gemaakt

vormgeven van een groen, gezond en vitaal Noord-Holland.

(met bijbehorende brakke natuurdoelstellingen en voor zover

Waarbij niet zo zeer wordt gekeken naar de inzet van

mogelijk meer zouttolerante teelten of juist een beroep op

landbouwgronden, maar juist ook wordt gekeken naar hoe

zelfvoorzienendheid) en meer zoet water in een ander gebied.

koppelingen kunnen worden gemaakt met andere opgaven die hieraan bij kunnen dragen. In combinatie met de

De toenemende fluctuatie van waterbeschikbaarheid vraagt om

bossenstrategie geeft het ook vorm aan de vergroening van het

ruimte voor water om het op te vangen en vast te houden waar

landelijk gebied. Dit vraagt om een uitwerking van in een

het valt. Het vraagt ook om het beperken van de watervraag door een beter watermanagement, innovatie en het voorkomen

Wat agenderen we voor de Nota Ruimte?

leefomgeving en het beheer ervan en vertalen dit naar

•

Geef een stevige impuls aan een groene inbedding bij het

kansenkaarten. Dit gebeurt in nauwe samenhang met

vormgeven van netwerken bij opgaven van recreatie,

de signaalkaart van Water en Bodem Sturend, aanleg en

water, energie en woningbouw en positioneer het als een

onderhoud van recreatieve, vaar- en energienetwerken

ruimtelijk principe dat bijdraagt aan meerdere doelen.

en bouw van woningen. Hiermee geven we ook

Benoem groene inbedding van netwerken als instrument

invulling aan het principe uit de Omgevingsvisie

om in te zetten op gezonde leefomgeving doordat het kan

NH2050 om ontwikkelingen zo veel mogelijk

bijdragen aan een prettige omgeving die uitnodigt tot

natuurinclusief te laten zijn.

•

bewegen. Zet in op het beter verbinden van stad en land

•

•

en het toevoegen van kwaliteit aan stads- en

Wat vragen we van het Rijk?

dorpsranden in combinatie met recreatieve functies.

•

nodig. Wij verwachten een substantiële bijdrage vanuit

belangrijke bijdrage kan zijn in de geest van de Europese

het Rijk als het om meekoppelen van doelen gaat waar

natuurherstelwet.

rijksinfrastructuur mee verbonden is. Zowel voor

Investeer hierbij in kwaliteit en een duurzame inrichting en beheer.

Wat doen we zelf? •

Voor de realisatie van een groene inbedding is geld

Benoem dat een groene inbedding van netwerken een

We analyseren hoe we een bijdrage kunnen leveren aan

aanleg als voor •

Het doorzetten van het beleid op de doelen uit de Agenda natuurinclusief, in samenspraak met de provincies en gemeenten evenals met de sectoren die hieraan kunnen bijdragen.

het combineren van doelen voor een gezonde en vitale

8 Onder groenblauwe dooradering verstaan we kleine landschapselementen, zoals houtige elementen waaronder bomenrijen, houtwallen, heggen, hagen, knotbomen en hoogstamboomgaarden. Of natte elementen zoals slootkanten, natuurvriendelijke oevers en poelen. Ecologisch beheerde sloten kunnen ook tot groenblauwe dooradering worden gerekend, evenals keverbanken of kruidenrijke akkerranden.

OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL

47

dat afwenteling plaatsvindt door om te schakelen naar een andere zoetwaterbron. Dat landbouw en natuur te maken krijgen met veranderende wateromstandigheden is een zekerheid. Maar één die zich nog niet vertaalt in een exact tijdstip. Het is belangrijk om te weten wanneer veranderingen zijn te verwachten, zodat daar in de bedrijfsvoering op geanticipeerd kan worden. Binnen de veranderende wateromstandigheden zal de van oudsher innovatieve kracht in de landbouwsector moeten worden aangewend om nieuwe kansen voor de landbouw vorm te geven.

Wat agenderen we voor de Nota Ruimte? •

•

Geef duidelijkheid over de termijnen waarop zoetwaterbeschikbaarheid een probleem wordt en op welke

Wij geven inzicht in de hoeveelheid water die nodig is voor de peilverhoging in veen(weide) gebieden.

•

We treffen maatregelen om de bodemdaling tegen te

manier hierop geanticipeerd kan worden. Dit vraagt

gaan (transitie van circa 7000 ha landbouwgebied). Om

onderzoek en vertaling van nu al bekende scenario’s naar

aan de reductieopgave te voldoen zijn o.a. benoemd (zie

werkbare termijnen. Neem hierin ook het strategische

tabel startversie PPLG):

belang van voedselproductie mee en betrek hierbij het

1) Waterinfiltratie op 4.000 hectare in Laag-Holland, 500

waterverdeelvraagstuk in een (inter)nationale context.

hectare in Gooi & Vechtstreek en 300 hectare in ZuidKennemerland en Amstel-Meerlanden.

Wat doen we zelf?

2) Hoog peil. 500 hectare (in Laag-Holland). Om het

•

Wij dragen bij aan het project Zoetwaterboeren in Anna

verhogen van de grondwaterstanden mogelijk te maken

Paulowna. Dit project zet in op het ontwikkelen,

is aanpassing aan de inlaten van de

onderzoeken en demonstreren van een duurzaam

waterschappen nodig.

watersysteem in de volle breedte: van wateraanbod,

3) Natte teelten. 200 hectare (gehele provincie).

-opslag, -vraag, -gift tot waterkwaliteit. Het project geeft

4) Klei-in-veenmaatregelen. 300 hectare

agrariërs oplossingen en handvatten om in te spelen op

(gehele provincie)

(sterk) wisselende omstandigheden.

5) Bodembeheermaatregelen (stromest in plaats van

Wij nemen deel aan het project Zoete Toekomst Texel.

kunstmest en beweiding). 2.000 hectare

Binnen dit project wordt getest of regenwater vanaf het

(gehele provincie).

•

najaar in de grond kan worden opgeslagen. In de zomer

•

kan het water dan op een zuinige en slimme manier

Wat vragen we van het Rijk? (Zie ook 2.3)

worden gebruikt om de akkers te irrigeren. De oprichting

•

van watercoöperaties voor het beheer en verdeling van de

het hoofdwatersysteem. De onderzoeken naar de

zoetwatervoorraden vormt samen met de opzet van

Klimaatbestendige zoetwatervoorziening

financieringsarrangementen een belangrijk onderdeel

hoofdwatersysteem, Integraal Riviermanagement en het

van het project.

kennisprogramma Zeespiegelstijging leveren de

De twee genoemde projecten zijn al vormen van aanpassen van de landbouw aan watertekort en

informatie hiervoor •

verzilting. Wij moeten blijven inzetten op communicatie en stimuleren van waterbesparing. De provincie zet in op

Zet in op robuuste zoetwatervoorziening en het op peil houden van de waterbeschikbaarheid

•

Ga externe verzilting zoveel mogelijk tegen bij de

continuering en uitbreiding van het Landbouwportaal

overgangen van zout naar zoet water, bij de sluizen en bij

Noord-Holland. Dit is het digitale platform dat

het schutten.

agrarische ondernemers in Noord-Holland ondersteunt

•

Zet in op een optimale en flexibele waterverdeling over

in een toekomstgerichte en waterbestendige vorm van

Wat doen we samen?

ondernemen en investeren. Hiervoor doen we een beroep

•

We brengen in beeld in welke tijdsperiode de

op het Transitiefonds. We werken toe, samen met de

zoetwaterbeschikbaarheid aan zijn grenzen zit, afgezet

waterschappen, naar verbreding van het

tegen het huidige gebruik. We inventariseren mogelijke

Landbouwportaal met andere thema’s zoals groenblauwe

keuzes om zo veel mogelijk zoet water beschikbaar te

dooradering, klimaatmitigatie en

houden en de daarbij behorende ruimteclaims en/of

zoetwaterbeschikbaarheid.

mogelijkheden binnen een ziltere productieomgeving.

Samen met de drinkwaterbedrijven zijn we in gesprek met

Deze verkenning dient landelijk te worden opgepakt

de industrie om beter zicht te krijgen op het watergebruik

gezien het feit dat de problematiek in meerdere

en beperking van het gebruik te stimuleren.

provincies speelt.

OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL

48

3.5 Bescherm landbouwgrond Vanwege verduurzaming heeft de landbouw ruimte nodig. Dit is onder andere voor extensivering daar waar het in Noord-Holland nodig is, regelgeving over een ruimere vruchtwisseling en minder mestgebruik en verplichtingen voor bufferstroken en teeltvrije zones. Ook bedrijventerreinen, woningbouw, energieinfrastructuur, natuur en water vragen om ruimte. De verwachting is dat het areaal landbouwgrond zal afnemen. Door functieverandering is het aandeel landbouw sinds 2000 met 4,7 % verminderd tot 47 % (156.700 ha) van het landgebruik in Noord-Holland. In de praktijk is er weinig sturing vanuit het agrarisch perspectief op de vraag welke gronden aan de landbouw onttrokken worden en welke voor de landbouw behouden blijven. In Noord-Holland hebben we een ruimtelijk beleid en regelgeving voor bollenteelt op zand, glastuinbouw en zaadveredeling. Daarnaast hebben we specifiek beleid voor de omvang van het agrarisch bouwperceel. Dit beleid is ingegeven vanuit omgevingskwaliteit, milieu, energie en logistiek. De vraag is of dit beleid voldoende is of dat we goede vruchtbare landbouwgronden (vanwege kwaliteit bodem, water,

Afbeelding: 27. Landbouwactiviteiten, Landelijk Grondgebruik

natuurlijke waterbeschikbaarheid en agro-economische

Nederland 2022.

betekenis) verder planologisch willen beschermen.

Bron: (LGN2022), provincie Noord-Holland

Wat agenderen we voor de Nota Ruimte?

bijzonder. De toegevoegde waarde is gebiedsspecifiek en

•

Stuur aan op een afwegingskader voor ruimtelijke

de optelsom van ecosysteemdiensten, landschap en

bescherming van landbouwgrond.

cultuurhistorie en leefbaarheid als (verbreed) ondernemerschap en economie. Deze toegevoegde

Wat doen we zelf? •

waarde heeft een ruimtelijke context en willen we

Als provincie werken wij zelf aan een (ruimtelijk) perspectief voor de landbouw voor:

herkennen in het afwegingskader. •

– De toonaangevende clusters glastuinbouw,

onderverdeeld in subsectoren, in Noord-Holland ideaal of

zaadveredeling en de bollenteelt in het bijzonder op

wenselijk is. Met als uitgangspunt dat alle sectoren een

duinzandgronden, binnen de (milieu)regelgeving en

succesvolle structurele verandering naar

zoetwaterbeschikbaarheid.

kringlooplandbouw doorlopen.

– De extensieve veeteelt en natte teelten in

– Hoe staat de ruimtebehoefte van de huidige land- en

veenweidegebieden.

tuinbouw in verhouding tot de ruimtebehoefte van

– De landbouw in de vruchtbare diepe zeekleipolders.

andere functies in het landelijk gebied?

Wat vragen we van het Rijk? •

Onderzoek naar welke omvang van de landbouwsector,

– Hoe verhoudt de ruimtebehoefte van de glastuinbouw

Maak een afwegingskader voor het beschermen van

zich tot bestaande glastuinbouwconcentratiegebieden

landbouwgronden. Het Rijk heeft een voorstel voor een

enerzijds en geschikte locaties anderzijds? Een

afwegingskader voor de ruimtelijke bescherming van

belangrijk middel hierin is het onderzoek in de

landbouwgrond gedaan. Dit wordt onderdeel van een

Greenport Aalsmeer naar de mogelijkheden en

actualisatie van de handreiking voor de

opgaven die gekoppeld zijn aan enerzijds efficiënte

gebiedsprogramma’s (PPLG). Voor ons is een

concentratie van glastuinbouw, en anderzijds het

afwegingskader van belang. We vragen het Rijk ons in

opruimen en herbestemmen van de verrommelde

het verdere traject van vormgeven van het afwegingskader te betrekken. Een goed afwegingskader

glastuinbouwgebieden. •

Ontwikkel instrumentarium om grondspeculatie te

willen we graag onderbouwd zien door een agro-

voorkomen, waarbij er een mogelijkheid komt om te

economische effectanalyse vanuit het Rijk op

sturen op het gebruik van de grond. Bijvoorbeeld daar

macroniveau die we kunnen benutten voor grootschalige

waar agrarische bedrijven stoppen vanwege stikstof, die

ruimtereservering. Dit dient inzicht te geven in de

gronden behouden en beschikbaar stellen aan de

nationale belangen. Op gebiedsniveau spelen afwegingen voor het perspectief van individuele

duurzame blijvers. •

Zet in op gebiedsfondsen waarbij gebundelde

bedrijven en de toegevoegde waarde van deze bedrijven

financiering mogelijk is. Dit in plaats van gescheiden

aan de vitaliteit van het landelijk gebied en de brede

subsidiestromen.

welvaart van Nederland en Noord-Holland in het

OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL

49

OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL

50

3.6 Hoe behoud en bevorder je de wisselwerking voor agrarische bedrijven in Noord-Holland in (inter)nationale context?

bedrijven die jonge planten leveren aan

Mede door de mondiale ontwikkelingen is voedsel

van de sierteelt met internationale handel, research en

internationaal meer en meer in beeld als een strategisch

development en productie die voor een deel ook naar andere

onderwerp. Nederland speelt daarin een belangrijke

werelddelen is verhuisd. Dit maakt dat de Noord-Hollandse

innovatieve rol. Agrarische bedrijven staan niet op zich maar

agrarische sector niet op zich staat, maar een landelijke en

vormen een dynamisch weefsel waarin uitwisseling

internationale rol heeft.

vollegrondsgroentetelers en opkweekdiensten voor zaad- en veredelingsbedrijven). De Greenport Aalsmeer is het centrum

plaatsvindt van grondstoffen, halfproducten, kennis en reststoffen. Glastuinbouw is bijvoorbeeld een voorloper in inzet

Met de structurele veranderingen in de landbouw is het van

van smart farming, teelt met biologische bestrijdingsmiddelen

belang deze wisselwerking van agrarische bedrijven te

en natuurlijke plaagbestrijders. De akkerbouwsector zet onder

behouden en te bevorderen. Het is bijvoorbeeld van belang de

andere in op duurzaam voedsel, biobased materialen,

expertise die in de glastuinbouw wordt opgedaan ingezet wordt

eiwittransitie, en groene energie. Noord-Holland Noord is

voor open teelt akkerbouw/volle grondgroenteteelt. De vraag is

uniek met vollegronds groenteteelt, aardappelteelt,

wat het belang is van de Noord-Hollandse landbouw op schaal

glastuinbouw (Het Grootslag, Agriport, Alton bij

van Nederland en Europa en de wereld. Belangrijk is dan ook de

Heerhugowaard). Seed Valley is een groep bedrijven in

verwevenheid van de agrarische sector op de schaal van

Noord-Holland die samen het wereldwijde centrum van

Nederland in kaart te brengen om te bepalen welke

plantenveredelings- en zaadtechnologie vormen. In

ruimtevraag dit betekent voor grondgebonden en niet

Noord-Holland Noord vindt o.a. productie van

grondgebonden landbouw en wat daarin nodig is om te sturen

uitgangsmateriaal plaats dat elders in Nederland als

en welke gebieden te beschermen.

teeltmateriaal wordt geplant (voorbeeld in Het Grootslag

Wat agenderen we voor de Nota Ruimte? •

•

Erken dat alleen voldoende areaal voor de landbouw niet voldoende is voor het behoud van de internationaal

Greenports en voedselproductie in Nederland in kaart. •

verwerking van reststromen in de land- en tuinbouw en

mede door die positie de sector onder meer van cruciaal

los de belemmeringen op. Herzie bijvoorbeeld complexe

beoogde mate van (inter)nationale voedselzekerheid.

regelgeving op het gebied van afvalverwerking. •

Koppel hier (ruimtelijk) beleid aan dat is gericht op

Wat doen we zelf?

onderdelen zijn. •

natuurinclusiviteit en medenatuurbeheer. •

Breng de bijdrage van het ecosysteem van de land- en

onderwijs samenwerken aan sterke en duurzame land-

tuinbouw en bollensector aan de economische kracht en

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=20ee409a-c4c4-45f7-94df-b241069670fa