1. Collegebrief inzake Vaststelling ruimtelijk voorstel en startnotitie regie op de ruimte door GS
Tekst van het document
GEMEENTE HILVERSUM POSTBUS 9900 1201 GM HILVERSUM BEZOEKADRES: RAADHUIS
Aan de gemeenteraad cc commissieleden cc pers
DUDOKPARK 1 TELEFOONNUMMER: 14 035 WWW.HILVERSUM.NL
8 oktober 2024 ZAAKNUMM ER 1584608 BEHA NDELD DOOR Arnold Huisman TELEFOON (035) 629 2026 DATUM
UW KENMERK
3 Vaststelling ruimtelijk voorstel en startnotitie regie op de BETREFT ruimte door GS
BIJLAGEN
Geachte raadsleden,
Als bijlage van deze brief treft u een Ruimtelijk Voorstel en de startnotitie Regie op de Ruimte inclusief een begeleidende brief aan dat Gedeputeerde Staten van Noord-Holland hebben vastgesteld. Aangezien u bij uw beleidsvorming rekening dient te houden met het beleid van de provincie worden beide documenten en de brief u ter informatie voorgelegd. In het Ruimtelijk Voorstel beschrijft de provincie voor welke ruimtelijke onderwerpen de provinciale Omgevingsvisie moet worden herzien en welke hulp ze daarbij nodig heeft van het Rijk. De startnotitie Regie op de Ruimte beschrijft het proces om tot een herziening van de eigen Omgevingsvisie te komen. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
mr. C.P. Torres Barrera
dr. ir. G.M. van den Top
Bijlage(n): 1. Brief - Vaststellen Ruimtelijk Voorstel 2. Ruimtelijk Voorstel 3. Startnotitie Regie op de ruimte Deze collegebrief is digitaal beschikbaar op internet onder “Vergaderstukken”, B en W-vergadering van 8 oktober 2024.
POSTBUS 3007 | 2001 DA HAARLEM
Gedeputeerde Staten Uw contactpersoon A Bossink BEL/RSO
Telefoonnummer +31235144416 bossinka@noord-holland.nl
1|1 Verzenddatum
Betreft: Vaststellen Ruimtelijk Voorstel in GS Kenmerk
Geachte colleges en dagelijks besturen,
2295861/2295969
Uw kenmerk
Via deze mail stellen wij u in kennis van het vaststellen van het Ruimtelijk Voorstel in het college van Gedeputeerde Staten van NoordHolland. Tevens stellen we u in kennis van het vaststellen van de startnotitie van het proces Regie op de Ruimte. In dit proces wordt gewerkt aan de actualisatie van ons omgevingsbeleid in een geactualiseerde Omgevingsvisie. De vastgestelde documenten zijn via de volgende link te raadplegen: Ruimtelijk voorstel - Provincie NoordHolland. Het Ruimtelijk Voorstel en de startnotitie Regie op de Ruimte zijn ter vaststelling doorgeleid naar Provinciale Staten. Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Noord-Holland, namens dezen,
directeur Beleid dhr. H.J. Schartman Deze brief is digitaal vastgesteld en daarom niet ondertekend.
Postbus 3007 2001 DA Haarlem Telefoon (023) 514 3143
Houtplein 33 2012 DE Haarlem www.noord-holland.nl Kvk-nummer 34362354 Btw-nummer NL.0010.03.124.B.08
Vormgeven aan de toekomst van Noord-Holland
OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL
Status: vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 2 juli 2024
RUIMTELI
OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL
3
VOORWOORD Het leuke van oude kaarten bekijken is dat
die er is. En ook niet alles kan overal. We zullen dus
plotseling opvalt hoe sterk Noord-Holland veranderd
moeten kiezen.
is. Waar eerst een groot meer lag, ligt nu een internationaal concurrerend vliegveld. Kleine
Dit rapport dat voor u ligt is een eerste stap op weg
steden en dorpen zijn sterk gegroeid. En al die
naar het maken van die keuzes. Het geeft aan waar
wegen die we erbij hebben gekregen. In het
de dilemma's liggen en wat er moet gebeuren, aan
dagelijks leven vallen dit soort ontwikkelingen toch
onderzoek, aan wetgeving, om de keuzes
minder op. Natuurlijk zie je wel dat de omgeving
uiteindelijk te maken. Dat kan een keuze op hoog
niet hetzelfde blijft. Een uitzicht verandert door een
abstract niveau zijn of juist heel concreet in een
nieuw gebouw. Een nieuw natuurgebied dat is
gebiedsproces. Soms zal dat vrij simpel zijn, maar er
ingericht. De zonnepanelen die nu al op heel veel
zullen ook dilemma's uit voortvloeien in de
daken liggen. Maar toch, ik denk dat het menseigen
klassieke zin, een keuze waaraan voordelen maar
is om onze huidige omgeving als normaal te zien.
ook altijd nadelen kleven.
En hoe het was voordat we dat met eigen ogen konden zien, is toch moeilijk te bevatten.
Het is ook een eerste stap om weer meer grip te krijgen als provincie op de ruimtelijke ordening.
Pas bij terugkijken zie je hoe dingen veranderen. En
Dat betekent niet dat we overal de baas willen
daar put ik ook moed uit. Want als ik kijk naar de
spelen. Het betekent wel simpelweg dat we daar
toekomst dan zie ik dat er heel wat op ons afkomt.
waar we over gaan, de bovenlokale vraagstukken,
Ik maak me serieus zorgen over onze
richting geven en niet dingen zomaar laten
drinkwatervoorziening. De energietransitie heeft
gebeuren. Zodat we als we over dertig jaar
behoorlijke impact op ons landschap. En de 191.000
terugkijken de lijnen kunnen zien die we in de
woningen die we willen bouwen voor 2030 zijn er
komende periode hebben uitgezet.
best veel. Er zijn natuurlijke ook kansen, door steeds meer elektrische auto's zal de luchtkwaliteit
De volgende stap die we zetten is dat we
rondom wegen beter worden. En ik heb geen glazen
daadwerkelijk keuzes gaan maken. Daar gaan we de
bol, maar ik verwacht wel dat er de komende jaren
komende tijd mee aan de slag. Deze keuzes zullen
allerlei innovaties zijn die ons helpen om de
we opnemen in een aanpassing van onze
transities vorm te geven.
Omgevingsvisie NH2050. Dit rapport vormt daarvoor het inhoudelijke startpunt.
We willen dat Noord-Holland met al deze ontwikkelingen een fijne plek blijft om te leven. En
De uiteindelijke invulling van die lijnen en de
als ik zie hoe we Noord-Holland de afgelopen 150
keuzes die we als Noord-Holland maken is aan ons.
jaar vorm hebben gegeven, geeft dat het vertrouwen
We zullen daar de komende jaren met u over in
dat we dat kunnen. Dat vraagt wel iets van ons, van
gesprek gaan. Het is belangrijk dat we het samen
de provincie en van de politiek. We zullen in
doen. Het gaat namelijk ergens over.
Noord-Holland geen plek meer hebben voor alles, ook niet als we slim gebruik maken van de ruimte
Gedeputeerde Esther Rommel
Afbeelding: 1. Cover foto, Stationsgebied Amsterdam.
Bron: Theo Baart
Afbeelding: 2. Cover foto, Landbouw gebied & energie landschap.
Bron: beeldbank
Content OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL
INHOUD
4
Provincie Noord-Holland
VOORWOORD3 1. ALS INLEIDING: WAAROM DIT RUIMTELIJK VOORSTEL?
6
ONS VERTREKPUNT: OMGEVINGSVISIE NH2050
16
2. AANPASSEN AAN HET WATERSYSTEEM
18
Wat is er aan de hand? 18 Waar komt het op neer? 20 Botsingen en kansen met andere opgaven 20 Betrokken programma’s en visies 20 Welke vraagstukken agenderen we? 25 2.1 Inzetten op waterkwaliteit vraagt om sturing op bronaanpak en inrichtingsmaatregelen 25 2.2 Welke visie hebben we op het klimaatbestendig maken van Noord-Holland? 26 2.3 Hoe spelen we in op het zoetwatertekort? 32 2.4 Tegengaan bodemdaling 34 2.5 Een gezamenlijke visie op de toekomst van het watersysteem 36
3. BEWEGEN NAAR EEN TOEKOMSTBESTENDIG EVENWICHT TUSSEN LANDBOUW EN NATUUR Wat is er aan de hand? Waar komt het op neer? Botsingen en kansen met andere opgaven Betrokken programma’s en visies Welke vraagstukken agenderen we? 3.1 Hoe zorgen we voor integrale afstemming in het landelijk gebied? 3.2 Inzetten op systeemherstel van natuur zowel binnen als buiten natuurgebieden 3.3 Hoe kan een groene inbedding bijdragen aan een gezond en vitaal Noord-Holland? 3.4 Hoe gaan we om met veranderende wateromstandigheden en tot wanneer is er de tijd om ons aan te passen? 3.5 Bescherm landbouwgrond 3.6 Hoe behoud en bevorder je de wisselwerking voor agrarische bedrijven in Noord-Holland in (inter)nationale context?
38 38 40 40 42 43 43 44 46 46 48 50
4. RUIMTE MAKEN VOOR DUURZAME ECONOMIE EN ENERGIE 52 Wat is er aan de hand? 52 Waar komt het op neer? 57 Botsingen en kansen met andere opgaven 57 Betrokken programma’s en visies 57 Welke vraagstukken agenderen we? 60 4.1 Hoe faciliteren we een toekomstbestendige economische ontwikkeling 60 4.2 Locatiekeuzes voor het toekomstige energetische systeem en de betekenis daarvan voor toekomstige ruimtelijkeconomische ontwikkelingen 62 4.3 Waar, hoe en met welke omvang vinden we ruimte voor toekomstige netuitbreiding om netcongestie op te lossen? 67 4.4 Energie als onderdeel van gebiedsontwikkeling, aansluitend bij landschappelijke transformaties 68 4.5 Duurzame opwek na 2030 70 4.6 Waar geven we ruimte aan energie uit warmte? 72 4.7 Beter benutten bestaande bedrijventerreinen en werklocaties 74 4.8 Robuuste keuzes voor multi-modaal goederenvervoer 78
OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL
5
5. ZORGEN VOOR LEEFBARE REGIO’S, STEDEN EN DORPEN Wat is er aan de hand? Waar komt het op neer? Botsingen en kansen met andere opgaven Betrokken programma’s en visies Welke vraagstukken agenderen we? 5.1 Duurzame verstedelijking door het borgen van randvoorwaarden 5.2 Oplossen van de woningnood door inzetten op de (versnelde) uitvoering van bestaande plannen en locaties 5.3 Op welke manier borgen we een voorzieningenniveau dat dorpen leefbaar houdt? 5.4 Hoe creëren we een gezonder en veiliger leefomgeving in combinatie met behoud van ruimte voor (circulaire) economie? 5.5 Ruimte houden voor bedrijvigheid op (nieuwe) bedrijventerreinen en zorgen voor betaalbare bedrijfsruimte bij binnenstedelijke verdichting 5.6 Beter borgen van mobiliteitsmaatregelen in het ruimtelijk instrumentarium 5.7 Rekening houden met effecten van lokale ruimtelijke mobiliteitskeuzes op de regionale schaal 5.8 Logistiek in een leefbare stad 5.9 Inzetten op gebiedsgericht bundelen van bestaande financieringsbronnen
6. (OPNIEUW) VORMGEVEN AAN NOORD-HOLLAND Wat is er aan de hand? Waar komt het op neer? Botsingen en kansen met andere opgaven Betrokken programma’s en visies Wat agenderen we? 6.1 Passen we onze beschermingsregels voor landschap en cultuur aan vanwege transities? 6.2 Maken we omgevingskwaliteit volwaardig onderdeel in de besluitvorming bij alle programma’s en projecten?
7. OP WEG NAAR DE TOEKOMST VAN NOORD-HOLLAND: WE KUNNEN DE GROTE OPGAVEN AAN DOOR KEUZES TE MAKEN MET LEF!
80 81 83 83 84 88 88 90 91 92 96 97 98 99 100
102 102 103 103 104 106 106 108
110
BIJLAGEN114
OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL
6
1. ALS INLEIDING: WAAROM DIT RUIMTELIJK VOORSTEL? Onontkoombare veranderingen vragen om
moedige keuzes en een wenkend perspectief Wat voor Noord-Holland willen we in de toekomst zijn? We zien dat er veranderingen aankomen. De Noord-Hollandse bevolking blijft groeien en dat zorgt ervoor dat de vraag naar woningen nog verder oploopt. En voor al deze mensen willen we passende werkgelegenheid hebben. Andersom zoeken bedrijven naar voldoende en geschikte mensen, terwijl de beroepsbevolking afneemt. De huidige geopolitieke situatie vraagt meer aandacht en ruimte voor onze defensie. De druk op ons mobiliteitssysteem, ons energiesysteem en de zoetwatervoorziening neemt toe. Ook verandert het klimaat: het wordt warmer, droger, natter, zilter en de zeespiegel stijgt. De biodiversiteit neemt nog steeds af. Er is relatief grote ongelijkheid in brede welvaart tussen het noordelijke en het zuidelijke deel van de provincie. En juist daar waar de meeste mensen wonen, zijn de gezondheidsrisico’s het grootst. Zo op een rij klinkt het als een negatief verhaal, maar met moedige keuzes en een wenkend perspectief kunnen we deze onontkoombare veranderingen het hoofd bieden. En zien we kansen om Noord-Holland mooier te maken. Al deze opgaven zoeken ruimte in Noord-Holland. Wanneer we alle sectorale ruimtelijke claims (voor
Afbeelding: 3. De tabel ruimtegebruik betreft indicatieve
zover nu bekend) los van elkaar bekijken, hebben
inschattingen van de tot nu toe bekende ruimteclaims in
we minimaal 27% meer Noord-Holland nodig. Een
Noord-Holland.
groter Noord-Holland zit er voorlopig niet in,
Bron: provincie Noord-Holland
daarom is het zaak te kijken wat echt nodig is, waar we functies kunnen combineren en onder welke voorwaarden, waar en wanneer een ontwikkeling
Status Ruimtelijk Voorstel: de eerste stap op weg naar de actualisatie van ons
plaats kan vinden. Dit is geen puzzel die je even snel
langetermijnbeleid in onze Omgevingsvisie
in elkaar legt, maar een groot ruimtelijk en
Dit Ruimtelijk Voorstel geeft vanuit ruimtelijk
maatschappelijk vraagstuk over onontkoombare
perspectief aan wat de bepalende vraagstukken zijn
veranderingen en hoe we daar als samenleving mee
en welke ontwikkelingsrichting zich ontvouwt. We
omgaan. Hoe ziet dat eruit? Wat moeten we
geven aan wat ons te doen staat en wat we nodig
daarvoor inleveren, maar vooral wat krijgen we
hebben van het Rijk om te voldoen aan onze
ervoor terug? Daar horen scherpe keuzes bij. Keuzes
ambities voor de ruimtelijke ontwikkeling van
die consequenties hebben. En ook niet kiezen is een
Noord-Holland. We willen de welvaart en het
keuze. Dan ‘gebeuren’ ontwikkelingen zonder
welzijn in Noord-Holland in de toekomst voor
duidelijke sturing.
iedereen bereikbaar maken en houden.
7
OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL
Afbeelding: 4. De ruimteclaims in Noord-Holland zijn erg groot. Daarom moeten we zuinig omgaan met de ruimte die we hebben. We doen dat door ruimte intensiever te gebruiken, bijvoorbeeld meer woningen bouwen per hectare. Door functies te integreren, bijvoorbeeld door combinaties van gebruik in een gebouw of gebied. Uiteindelijk past niet alles overal dus zijn er keuzes noodzakelijk die leiden tot functiewijziging.
Verzilting Cultuurhistorisch erfgoed
Behoud landbouwgrond
Bodemkwaliteit
drinkwater voorziening
Transitie mobiliteit
Bossen
Waterkwaliteit Kringloop landbouw
Natuurherstel Bedrijvigheid
Bodemdaling
Waterveiligheid
Circulaire economie
Netcongestie
Woningbouw opgave Zoetwater beschikbaarheid
Voorzieningen
Gezonde leefomgeving Verduurzamen gebouwde omgeving Vernatting veenweidegebieden
Toekomstige energiesysteem
Duurzame energieopwek
Groen blauwe dooradering
Afbeelding: 5. Opgaven overzicht Ruimtelijk Voorstel. Bron: provincie Noord-Holland
OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL
8
Het is nadrukkelijk een agenderend Ruimtelijk Voorstel. Het is
(‘Balans tussen economische groei en leefbaarheid’) uit 2018 en
bedoeld als een uitnodiging om met elkaar in gesprek te gaan
de uitwerking daarvan in onder meer de
over de toekomst van Noord-Holland. Daarmee is het de start
Omgevingsverordening NH2022 en het Provinciaal Programma
van een langer traject om uiteindelijk tot keuzes te komen. Die
Landelijk Gebied. De toen door Provinciale Staten vastgestelde
zijn in dit Ruimtelijk Voorstel dan ook nog niet gemaakt. Het
ontwikkelprincipes zijn voor de volledigheid opgenomen in het
Ruimtelijk Voorstel heeft daarmee ook geen formele juridische
kader met de titel Ons vertrekpunt: Omgevingsvisie NH2050. Sinds de
status. Het geeft wel richting aan de besluitvorming en aan de
Omgevingsvisie is vastgesteld heeft een aantal ontwikkelingen
onderzoeken en andere activiteiten die nog verricht moeten
aan urgentie gewonnen. De Omgevingsvisie is daarmee ons
worden om de keuzes zorgvuldig en goed onderbouwd te
vertrekpunt, maar kan uiteindelijk na uitwerking van de
kunnen maken. De vraagstukken komen voort uit staand
diverse vraagstukken op onderdelen aangepast worden. Dat
beleid en beleidsvoornemens en staande doelstellingen.
zorgt gelijk voor de logische borging van de uitkomsten van het
Aangezien beleid niet statisch is, maar altijd onderhevig is aan
Ruimtelijk Voorstel in een geactualiseerde Omgevingsvisie.
dynamiek, geldt dit ook voor het Ruimtelijk Voorstel. Het Ruimtelijk Voorstel neemt het op dat moment bestaande beleid
Daarnaast wordt in Noord-Holland Noord, conform het
als uitgangspunt voor het gesprek.
coalitieakkoord, samen met de gemeenten en Hoogheemraadschap gewerkt aan een Ontwikkelperspectief.
Het begint met het benoemen van de vraagstukken. Daarna is
Het Analysedocument dat hiervoor is opgesteld, de eerste stap
uitwerking en onderzoek nodig, zodat uiteindelijk besluiten
naar het Ontwikkelperspectief, is gebruikt als input voor het
kunnen worden genomen. Van de uiteindelijke keuzes hangt
Ruimtelijk Voorstel. Ook zijn er door het Rijk in Noord-Holland
veel af: niet alleen waar tegemoet kan worden gekomen aan specifieke ruimteclaims, maar ook wanneer, hoe en zelfs of de
vier NOVEX-gebieden1 aangewezen, waarin de provincie samenwerkt met gemeenten, waterschap(pen), provincie(s) en
betreffende claims in de provincie kunnen worden
Rijk. Dit zijn:
geaccommodeerd. En het blijft niet bij de fysieke ruimtelijke
•
Metropoolregio Amsterdam (MRA)
claims. We zullen daarbij ook belangrijke andere onderwerpen
•
Schipholregio
zoals bijvoorbeeld leefbaarheid, sociale cohesie, een gezonde
•
Noordzeekanaalgebied
leefomgeving en leefstijl of de arbeidsmarkt betrekken. Deze
•
Groene Hart
onderwerpen zijn niet altijd ruimtelijk te vertalen, maar hebben wel een ruimtelijke component. Hoe een omgeving is
Voor de NOVEX MRA geldt het Verstedelijkingsconcept MRA
ingericht, kan bijvoorbeeld bijdragen aan gezonde levensstijl
dat in 2022 is vastgesteld als Ontwikkelperspectief. Daar wordt
en het versterken van sociale structuren.
nu verder gewerkt aan een uitvoeringsprogramma en een regionale investeringsagenda. In het NOVEX-gebied
Daarbij hoort ook, de Omgevingswet indachtig, goed overleg
Schipholregio is het Ontwikkelperspectief in juni 2023
en samenwerking met andere overheden en participatie van
afgerond en wordt nu gewerkt aan een uitvoeringsprogramma.
onze inwoners. Kortom het geeft ‘huiswerk’ mee voor onszelf
In de NOVEX-gebieden Groene Hart en Noordzeekanaalgebied
en voor het Rijk. Uiteindelijk monden de gesprekken,
zijn de ontwikkelperspectieven net afgerond. De
onderzoeken en participatie uit in een actualisatie van onze
ontwikkelperspectieven uit de NOVEX-gebieden en het
Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie is wel een wettelijk
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
instrument uit de Omgevingswet. Het heeft doorwerking in
geven voeding aan het Ruimtelijk Voorstel. Omdat de
andere instrumenten die de provincie heeft zoals de
ontwikkelingen in de NOVEX-gebieden en Noord-Holland
Omgevingsverordening en uitvoeringsprogramma’s.
Noord doorlopen en nieuwe informatie leveren, zorgen we ook in het vervolgtraject voor goede afstemming, zodat de
We pretenderen niet volledig te zijn met dit Ruimtelijk
uitkomsten en nieuwe inzichten goed kunnen worden
Voorstel. Veel afspraken zijn al gemaakt via aparte trajecten.
meegenomen in het verder uitwerken van het Ruimtelijk
Het gaat in het Ruimtelijke Voorstel om de aanvullende
Voorstel. In bijlage 1 zijn de uitkomsten en belangrijkste
vraagstukken die boven komen als je alles naast elkaar legt.
aandachtspunten uit de NOVEX-gebieden en Noord-Holland
Relatie met andere trajecten
Noord opgenomen.
Het uitgangspunt voor het Ruimtelijk Voorstel in Noord-Holland is nog steeds onze Omgevingsvisie NH2050
1 Dit zijn gebieden waar ‘de nationale opgaven in het fysieke domein dusdanig stapelen dat een gebiedsgerichte ordening en prioritering van verschillende nationale opgaven noodzakelijk is om te kunnen komen tot de gewenste herbestemming en/of ingrijpende herinrichting’ (beleidsbrief ‘Programma’s Uitvoering NOVEX en Mooi Nederland’, minister voor VRO, 6 juli 2022). Hier hoort formeel ook de Lelylijn bij, waar bij bepaalde varianten ook Noord-Hollands grondgebied raken. Hier zijn we als provincie niet actief bij betrokken.
OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL
9
Afbeelding: 6. NOVEX-gebieden, Ontwikkelperspectief NH Noord & PPLG-gebieden.. Bron: provincie Noord-Holland, ESRI
Noord-Holland Noord
Novex MRA
Novex Lelylijn
Novex NZKG
Novex Schiphol
Novex Groene Hart
OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL
10
Afbeelding: 7. Interprovinciale opgaven
OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL
Werken op verschillende schaalniveaus en denken in tijdschalen
11
Ook wordt de Europese context waarbinnen we ons beleid opstellen bij het Ruimtelijk Voorstel betrokken. Europese
Dit rapport geeft antwoord op de vraag van het Rijk2
Regels geven op veel vlakken de kaders waarbinnen we werken.
aan de provincies om een Ruimtelijk Voorstel op te stellen.
Goed onderzoek naar de effecten van Europese regels is
Enerzijds om voeding te geven aan de nieuw op te stellen nota
belangrijk, vooral omdat deze soms met elkaar in tegenspraak
Ruimte, anderzijds als onderbouwing voor afspraken tussen
zijn. Een aantal opgaven kunnen we ook alleen maar in
Rijk en de provincie in het nog op te stellen ‘ruimtelijk
nationaal en internationaal verband oppakken. Dat geldt zeker
arrangement’. Voor de provincie helpt het Ruimtelijk Voorstel
voor internationale verbindingen, energie-infrastructuur,
om op provinciaal niveau de regie in de ruimtelijke ordening te
natuurontwikkeling, economische ontwikkeling,
vergroten, zoals aangekondigd in het coalitieakkoord
waterkwaliteit en de inrichting van het hoofdwatersysteem.
‘Verbindend vooruit’. Aan de andere kant van het spectrum zijn de De ruimtelijke voorstellen van de 12 provincies vormen input
gebiedsprogramma’s een belangrijke plek waar afwegingen
voor het RO-beleid dat op nationale schaal wordt herzien in de
plaatsvinden. Vaak kan pas op het niveau van een gebied
Nota Ruimte. In oktober 2023 is de Contourennotitie Nota
bepaald worden wat op een bepaalde plek van belang is.
Ruimte verschenen. Hierin wordt de ambitie neergelegd om
Gebiedsprogramma’s vanuit de provincie lopen nu onder
naar 2050 te bouwen aan ‘een Nederland zonder grote
andere al onder het PPLG, in de NOVEX-gebieden, maar ook op
verschillen in kwaliteit van leven of in ruimtelijke kwaliteit’.
specifieke plekken zoals Den Helder, Gooi en Vechtstreek, de
Dat betekent dat afscheid genomen wordt van het oude
Westeinderscheg en de Amstelscheg. En uiteraard worden
adagium ‘sterker maken wat sterk is’ en gewerkt wordt op basis
binnen gemeenten afwegingen gemaakt over
van een visie die heel Nederland sterker maakt en heel
ruimtelijk inrichting.
Nederland benut. Het is daarom belangrijk om te kijken hoe provincies aanvullend kunnen zijn op elkaar. Sommige
Regie op de ruimte vraagt dus om het schakelen tussen
opgaven houden niet op bij de provinciegrenzen. Zo forenzen er
schaalniveaus. Omdat een keuze die op hoger abstractieniveau
veel inwoners uit de Leidse regio in Zuid-Holland of uit
logisch lijkt, op lokaal niveau anders uit kan pakken en
Flevoland naar het zuidelijk deel van onze provincie. Het
andersom. Daarbij hoort ook de factor tijd te worden
IJsselmeer delen we met maar liefst 6 andere provincies voor
beschouwd. Hoe prioriteren en faseren we ontwikkelingen in
onze zoetwaterbehoefte. En een probleem in de
de tijd. Niet alles past overal, maar ook niet alles kan
Schipholtunnel, levert direct problemen op in een groot deel
tegelijkertijd.
van het landelijk spoornetwerk.
2 In de RO-brief van het Rijk, d.d. 12 december 2022, wordt de provincies gevraagd een ruimtelijk voorstel op te stellen.
OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL
12
Casus/voorbeeld schaal
Regionale schaal
Provinciale schaal
Nationale schaal
Europese schaal
Afbeelding: 8. Aanpak schaal gebruik in het Ruimtelijk Voorstel. Bron: provincie Noord-Holland
OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL
13
Vertrek vanuit een al bestaand Noord-Holland
orde: Water en Bodem Sturend als overkoepelend principe,
Noord-Holland bestaat al heel lang. We hebben bestaande
Landbouw en Natuur, Ordenende netwerken voor energie en
dorpen en steden, waterlopen, landbouw- en natuurgebieden
(circulaire) economie, Leefbare steden en regio’s. In elk van
en allerhande infrastructuur. We bouwen voort op wat er al is
deze hoofdstukken wordt aangegeven wat er aan de hand is en
en waar we met elkaar aan hebben gewerkt. Naast ons
worden de essentiële vraagstukken geagendeerd waar keuzes
langetermijnbeleid als vertrekpunt, starten we het Ruimtelijk
voorliggen over de toekomstige ontwikkelrichtingen. Daarbij
Voorstel daarom natuurlijk ook vanuit een al bestaand
geven we aan wat we zelf doen en wat we van het Rijk vragen.
Noord-Holland. Het Ruimtelijk Voorstel gaat op zoek naar die
De vraagstukken zijn zodanig geformuleerd dat ze uitdagen tot
opgaven die iets aan het bestaande veranderen of
gesprek en debat. Dat geldt ook voor de ontwikkelrichting die
erop aanvullen.
als kop boven elk hoofdstuk staat. We eindigen met aandacht
Hoe is het Ruimtelijk Voorstel opgebouwd
voor het veranderend aanzien van Noord-Holland waar we vorm aan moeten geven. En met een conclusie met daarin de
Ons Ruimtelijk Voorstel begint met een korte schets over het
ontwikkelrichting die voor Noord-Holland gloort in dit
Noord-Holland dat we willen zijn. Deze teksten zijn (vrijwel)
Ruimtelijk Voorstel en de belangrijkste keuzes die voorliggen
letterlijk overgenomen uit onze Omgevingsvisie NH2050. Ook
om deze provincie ook voor toekomstige generaties een prettige
tonen we bestaand Noord-Holland en de situatie van waaruit
provincie te laten zijn om te leven, werken en recreëren. Dit is
we starten met het Ruimtelijk Voorstel. Daarna volgen we de
tevens de aanzet voor en een aankondiging van het gesprek
indeling uit het startpakket fysieke leefomgeving dat het Rijk
over onze toekomst met inwoners, regionale partners en
in december 2022 aan de provincies heeft gestuurd. Daarbij
belangenorganisaties op weg naar een geactualiseerde
komen achtereenvolgens de volgende onderwerpen aan de
Omgevingsvisie.
Leeswijzer & methodiek: 1. Wat is er aan de hand? - Context - Probleemstelling - Vragen uit het Rijk - Tijdlijn doelstellingen 2. Betrokken programma’s & visies - Omgevingsvisie NH2050, etc. 3. Wat agenderen we? - Vraagstukken - Wat agenderen we voor de Nota Ruimte? - Wat doen we zelf? - Wat vragen we aan het Rijk?
Afbeelding: 9. (leeswijzer): Opbouw perspectief hoofstukken. Bron: provincie Noord-Holland
Doel 2 Doel 1
2030
Doel 3 2040
Doel 4 2050
Overzicht betrokken programma’s omschrijvingen
Ruimtelijk Voorbeeld: voorbeeld omschrijving
overzichtskaarten
afbeelding, diagram, grafiek, kaart(en)
OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL
Afbeelding: 10. Kaartbeeld Topo100 provincie Noord-Holland. Bron: provincie Noord-Holland
14
OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL
15
OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL
16
ONS VERTREKPUNT: OMGEVINGSVISIE NH2050 De provincie Noord-Holland wil dat iedereen die hier woont,
(landschappelijke) kwaliteit, erfgoed en natuur. Om een goede
werkt en op bezoek komt een prettige leefomgeving aantreft.
kwaliteit van de fysieke leefomgeving te borgen, hanteren we
Nu, maar ook in de toekomst. In dit hoofdstuk staan de in 2018
twee basisrandvoorwaarden:
door Provinciale Staten vastgestelde ontwikkelprincipes die
•
houvast geven om onze provincie door te ontwikkelen naar de
een gezonde en veilige leefomgeving voor mens,
toekomst. Het gaat hier om de letterlijk uit onze Omgevingsvisie overgenomen teksten. Ze zijn daarbij de referentie van waaruit we bekijken op welke onderdelen ons
Overal wordt voldaan aan de wettelijke basiskwaliteit voor plant en dier.
•
Alle nieuwe ruimtelijke (her)ontwikkelingen doorlopen een klimaatstresstest.
langetermijnbeleid moet worden geactualiseerd. De verwachting is namelijk dat bij het verder uitwerken van de
Daarnaast gelden vier generieke ontwikkelprincipes:
vraagstukken uiteindelijk wijzigingen van het provinciale
1. Ontwikkelingen en beheer zijn passend bij de waarden, de
beleid volgen. Die zullen dan verwerkt worden in een
karakteristiek en het draagvermogen van het landschap.
actualisatie van de Omgevingsvisie.
2. Nieuwe ontwikkelingen zijn zoveel mogelijk
Op weg naar een economisch duurzame toekomst
3. Nieuwe ruimtelijk-economische ontwikkelingen worden
De hoofdambitie zoals beschreven in de Omgevingsvisie NH2050 is een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zo kunnen we voor toekomstige generaties het welvaarts- en welzijnsniveau in Noord-Holland op een hoog niveau houden. Dit betekent dat in Noord-Holland een
natuurinclusief. zoveel mogelijk ruimtelijk geclusterd op locaties nabij OV-, weg-, energie- en data-knooppunten. 4. Bij nieuwe ontwikkelingen worden de effecten op de ondergrond meegewogen.
basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd; de
Dynamisch Schiereiland
ruimte voor economische ontwikkeling wordt altijd in
Noord-Holland is een unieke provincie, omdat zij als enige voor
samenhang met dit uitgangspunt beschouwd. Duurzame
het grootste deel is omgeven door groot water. Deze positie van
economische ontwikkeling is nodig voor de werkgelegenheid
schiereiland biedt kansen in en aan de kusten: kansen voor
en daarmee voor de bestaanszekerheid van onze inwoners; de
energietransitie en economische ontwikkelingen, toeristische
provincie Noord-Holland wil ook in de toekomst een provincie
en recreatieve ontwikkeling én natuurontwikkeling. Door de
zijn voor iedereen om onze provincie sociaal-inclusief te
aanwezige sterk verschillende landschappen, van duinen naar
houden. Maar ook om de grote investeringen op te brengen die
de polders aan de Noordzeekant, maar ook langs de oevers van
nodig zijn voor onder meer de transitie naar een duurzame
de meren en de Waddenzee, zijn de kusten bij uitstek geschikt
energiehuishouding, de overgang naar een circulaire
om deze kansen te benutten. Daarin staat
economie, het behoud van ons karakteristieke landschap en
kustverdediging voorop.
een gezonde, veilige en klimaatadaptieve leefomgeving. In de
5. Bij nieuwe ontwikkelingen in de kustzone wordt aangeslo-
wetenschap dat de wereld waarmee Noord-Holland is verbonden continu verandert, geeft de Omgevingsvisie enerzijds richting en daarmee houvast naar een onbekende toekomst, en anderzijds voldoende ruimte en handelingsperspectief om te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen. De Omgevingsvisie is geen eindbeeld voor
ten bij de verscheidenheid en karakteristieken van de kustlandschappen en aanliggende grote wateren. 6. Bij nieuwe ontwikkelingen in de wateren (Noordzee, Waddenzee, IJsselmeer, Markermeer, IJmeer en Gooimeer) wordt aangesloten op de karakteristieken van de kustlijnen. 7. Ecologische verbindingen worden behouden en aangevuld,
2050. De visie laat in algemene zin zien wat de overkoepelende
met het oog op het robuuster maken van het ecologisch
ontwikkelprincipes zijn voor de hele provincie om een hoge
systeem in de kustgebieden, inclusief grote wateren.
leefomgevingskwaliteit te bieden. In de Omgevingsvisie worden ook de kritische succesfactoren benoemd. 21 Ontwikkelprincipes Leefomgevingskwaliteit
Metropool in ontwikkeling We vergroten de agglomeratiekracht door het ontwikkelen van een samenhangend internationaal concurrerend metropolitaan systeem. In Noord-Holland ontwikkelt zich een
Een belangrijk aspect van de leefbaarheid is een goede kwaliteit
metropool rond Amsterdam: de MRA. Het gaat hier om een
van de fysieke leefomgeving. Daarmee doelen we op aspecten
stedelijk systeem van grotere en kleinere kernen, met
die de fysieke leefomgeving gezond en veilig maken. Denk aan
Amsterdam als hoogstedelijke kernstad, een landschap met
luchtkwaliteit, geur, bodem en ondergrond, waterkwaliteit,
hoge gebruiks- en belevingswaarde, (stads)landbouw, een
geluid, omgevingsveiligheid (gevaarlijke stoffen, brand en
multimodale bereikbaarheid, een havengebied met
explosiegevaar), waterveiligheid en verkeersveiligheid. Maar
energietransitie en circulaire economie als dragers en Schiphol
we doelen ook op aspecten die te maken hebben met het
als internationale hub. De ontwikkeling komt tot uiting door
watersysteem, klimaatbestendigheid, ruimtelijke
een snelgroeiend aantal inwoners, arbeidsplaatsen en
OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL
bezoekers, leidend tot een tendens van clustering van
17
15. De regionale optimale energiemix voor opwekking van
economische functies. De kracht van de metropool zit hem in
hernieuwbare energie in de ondergrond, op de bovengrond
het feit dat kernen, regio’s, gebieden en landschappen een
en in de bebouwde omgeving past bij de regionale land-
sterke eigen identiteit behouden, terwijl het geheel in steeds
schappelijke en gebiedskwaliteiten en de econo-
sterkere mate als één daily urban system functioneert. 8. Wonen en werken worden zoveel mogelijk binnenstedelijk gerealiseerd en geconcentreerd. 9. Om de groei van het verkeer in de metropool in goede banen te leiden moet worden geïnvesteerd in alle verkeersnetwerken, het regionaal OV en fietsnetwerk en auto, waarbij de
mische kansen. 16. Vraag en aanbod van hernieuwbare energie worden zodanig gebundeld dat sprake is van efficiënte benutting van bestaande en nieuwe energie-infrastructuur en van restwarmte. 17. Ruimte wordt gereserveerd voor directe aanwending, opslag
grotere behoefte aan ruimte voor regionaal verkeer boven
en doorvoer van door wind op zee opgewekte energie.
interregionaal en doorgaand verkeer wordt gefaciliteerd.
18. Op strategische locaties wordt ruimte gereserveerd voor
10. Versterken van het landschap als onderdeel van het metropolitane systeem.
opslag en verwerking van reststromen. 19. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving
11. Bedrijvigheid in de metropool kan zich blijven ontwikkelen binnen de beschikbare milieuruimte, waarbij op een
In Noord-Holland is er voor een natuurlijke en vitaal landelijke
beperkt aantal plekken nieuwe woningbouw te maken kan
omgeving een goede balans nodig tussen de agrifoodsector en
krijgen met een grotere mate van geluidhinder, binnen de
de natuur- en watersystemen. De landelijke omgeving in
wettelijke grenzen.
Noord-Holland is van oudsher bepaald door het watersysteem,
Sterke kernen, sterke regio’s In het regionale netwerk zijn de verschillende typen kernen onderscheidend en complementair aan elkaar. Dat maakt ze tot sterke regio’s. Goed voor de vitaliteit, de aantrekkingskracht en het vestigingsklimaat van stad en regio.
het landbouwkundig gebruik en de natuurgebieden. 20. De agrifoodsector wordt gefaciliteerd bij de duurzame en economische ontwikkeling. 21. Natuurlijke processen zijn richtinggevend voor inrichting en beheer van nieuwe en bestaande natuurgebieden. 22. Om een robuust ecosysteem te realiseren worden verbindin-
Daarbij zijn krachtige centrumsteden van cruciale betekenis
gen tussen natuurgebieden verbeterd en functies slim
voor de leefbaarheid van de hele regio vanwege de regionale
gepositioneerd.
voorzieningen en de stedelijke woon- en werkmilieus die er te vinden zijn. Zij kunnen jonge mensen en bedrijven
23. Het landgebruik en de waterpeilen worden in balans gebracht met de draagkracht van het veenweidegebied.
aantrekken, wat leidt tot dynamiek en gezonde regio’s. Door de ontwikkeling van centrumgemeenten kan het voorzieningenniveau in de gehele regio vitaal blijven en behouden de kernen hun herkenbare identiteit. 12. Nieuwe ontwikkelingen van woningbouw en voorzieningen worden geconcentreerd in kernen, passend bij de rol van de kernen in het regionale netwerk, en voegen zich naar de
Omgevingsvisie NH2050
vraag op basis van de meest actuele cijfers. 13. Om de bereikbaarheid van het noordelijk deel van de provincie te verbeteren, worden functies of bestemmingen zoveel mogelijk gebundeld nabij OV-, weg-, energie-, agrien data-knooppunten, aangevuld met de ontwikkeling van vraaggestuurde vervoersconcepten. 14. Nieuwe energie We willen in 2050 een klimaatneutrale en volledig circulaire provincie zijn, in lijn met de nationale doelstelling op dit gebied. Dat betekent dat we ruimte bieden aan de energietransitie. De transitie naar opwekking en gebruik van duurzame energie heeft consequenties voor de energiehuishouding en de energie-infrastructuur. Elektriciteit zal op veel meer plekken dan we gewend zijn worden opgewekt. Daarnaast is ruimte nodig voor transport en opslag. Ook zijn er systemen nodig om in onze warmtebehoefte te voorzien. Naast een energietransitie is er ook een economische transitie gaande: een overgang naar een meer kennisintensieve
Afbeelding: 11. Visiekaart Omgevingsvisie.
en circulaire economie.
Bron: provincie Noord-Holland
2
OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL
18
2. AANPASSEN AAN HET WATERSYSTEEM Water en Bodem sturend: door de effecten van
Inmiddels zijn we aangelopen tegen de keerzijde
klimaatverandering moeten we de manier waarop
daarvan. De bodem en het water hebben niet meer
we met water omgaan aanpassen. Dit is niet nieuw,
de veerkracht en de draagkracht om alle vormen van
maar hebben we door de eeuwen heen altijd moeten
ruimtegebruik te bedienen. De kwaliteit van de
doen. Het betekent vooral dat het huidige
bodem en het water voldoet niet aan de normen,
landgebruik dat afhankelijk is van het water- en
met grote gevolgen voor de biodiversiteit en de
bodemsysteem kan veranderen en dat we de
gezondheid van de leefomgeving. Het veranderende
toekomstige inrichting van gebieden anders moeten
klimaat zet alles op scherp en maakt ons extra
gaan doen. Hoe, waar en wanneer dat moet, gaan
kwetsbaar. Hoewel er al veel is bereikt, betekent
we uitzoeken.
doorgaan op dezelfde voet dat steeds vaker
Wat is er aan de hand? Noord-Holland is aan drie kanten omgeven door
gereageerd moet worden op actuele (klimaat) dreigingen. Uiteindelijk kan dat tot veel overlast en meer schade leiden.
water, ligt voor 80% onder zeeniveau en bestaat voor 80% uit zettingsgevoelige, slappe gronden. De ligging aan zee, in de delta van de grote rivieren, was door de eeuwen heen bepalend voor de bloei van Noord-Holland. De laaggelegen gronden waren ook toen al vruchtbaar, al was er veel voor nodig om ze droog te leggen en productief te maken. Eeuwenlang is het water- en bodemsysteem met technische maatregelen aangepast aan het gewenste ruimtegebruik.
Afbeelding: 12. De lagenbenadering vanuit wateren bodemsturend. Bron: Polyfern, Toekomstatelier- NL2100_verkenning_ NS+RDVA+OHNIK
OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL
Beleid ‘Water en bodem sturend’ heeft ruimtelijke impact
19
Kwetsbaar systeem dat niet ophoudt bij de grenzen Het water- en bodemsysteem is een samenhangend systeem en
In het nationale beleid is daarom het beginsel ‘Water en bodem
het houdt niet op bij provincie- of waterschaps- of
sturend’ opgenomen, verwoord in de gelijknamige beleidsbrief
landsgrenzen. Het is ook een kwetsbaar systeem doordat er
van de minister van Infrastructuur en Waterstaat (2022). Het
weinig ruimte is voor flexibiliteit en door de grote onderlinge
doel is om weer een robuust en veerkrachtig water- en
afhankelijkheid. Er is een nauwe relatie tussen de bodem en
bodemsysteem te krijgen. Een systeem dat bijdraagt aan een
waterkwaliteit en - kwantiteit. Gezonde bodems kunnen door
veilige en gezonde leefomgeving en helpt bij het anticiperen op
een betere sponswerking meer water opvangen en zijn zo beter
klimaatverandering. In het Provinciaal Programma Landelijk
bestand tegen droogte. Hierdoor dragen ze bij aan de
Gebied (PPLG) heeft de provincie aangegeven dit
biodiversiteit en waterkwaliteit. Omdat het om één
beleidsvoornemen te onderschrijven. Concreet betekent dit dat
samenhangend systeem gaat, zijn ook de maatregelen
het water- en bodemsysteem meer sturend wordt voor het
gekoppeld aan waterkwaliteit of -kwantiteit sterk met
ruimtegebruik. Dit heeft twee kanten. Enerzijds wordt
elkaar verbonden.
gekeken waar en op welke manier nieuwe vormen van ruimtegebruik, denk bijvoorbeeld aan een nieuw
Als je kijkt naar Noord-Holland, als grotendeels laaggelegen en
hoogspanningsstation, nieuwe industrie of nieuwe
sterk verstedelijkt deltagebied, zijn er vanuit het water- en
woonwijken, het best passen bij het bodem- en watersysteem.
bodemsysteem zes opgaven te onderscheiden die consequenties
Anderzijds kan het zijn dat bestaande vormen van
hebben voor alle vormen van ruimtelijke ontwikkeling:
ruimtegebruik zich aanpassen aan het watersysteem. Denk
•
Zorgen voor goede bodem- en waterkwaliteit (zie 2.1)
bijvoorbeeld aan piekwaterbergingen, aangepaste vormen van
•
Anticiperen op klimaatverandering en weersextremen
landbouw of nieuwe soorten natuur op plekken waar het water
(wateroverlast, droogte en hittestress) (zie 2.2)
verzilt. Het betekent niet automatisch dat water en bodem
•
Het vergroten van de waterveiligheid (ook in 2.2)
prioritair zijn ten opzichte van andere factoren, maar wel dat
•
Zorgen voor zoetwaterbeschikbaarheid (zie 2.3)
ze een volwaardig onderdeel zullen zijn in de integrale
•
Omgaan met verzilting (zie 2.3)
afweging bij de doorontwikkeling van Noord-Holland.
•
Tegengaan van bodemdaling (zie 2.4)
Hoe dan ook heeft het aanpassen aan het water- en bodemsysteem een grote ruimtelijke impact. Het werkt door in alle opgaven die in dit Ruimtelijk Voorstel beschreven worden. In ons huidige beleid ligt de horizon waar we naar toewerken meestal op 2050. Omdat de verwachting is dat door klimaatverandering weersextremen zullen toenemen, de zeespiegel zal stijgen en zoetwaterbeschikbaarheid steeds verder zal gaan fluctueren, vraagt juist dit onderdeel om vooruit te kijken tot 2100. Het is daarmee een opgave voor de korte, middellange en langere termijn.
Afbeelding: 13. Diagram watersysteem Noord-Holland. Bron: provincie Noord-Holland
OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL
20
Waar komt het op neer?
Botsingen en kansen met andere opgaven
Er moet echt iets veranderen in de manier waarop wordt
De keuzes die gemaakt worden in de beleidsbrief van water en
omgegaan met het watersysteem in de ruimtelijke ordening.
bodem sturend hebben met name impact op de
We weten nog niet precies hoe, maar doorgaan op de oude voet
ontwikkelingsmogelijkheden van economie, landbouw,
is een te groot risico. Op zich is dat ook weer niets nieuws,
energie en industrie. Dit uit zich zowel in de beschikbaarheid
omdat Nederland van oudsher heeft leren leven met water. Om
van zoet water als in de plek waar iets wel of niet mogelijk is.
het water- en bodemsysteem echt meer sturend te laten zijn op
Vooral de keuzes voor verdeling van zoet water zullen hier
het ruimtegebruik, is het nodig om de impact vanuit water en
bepalend zijn. Daarnaast is het belangrijk dat de zorg om
bodem op het ruimtegebruik te kunnen aangeven. Ook zijn op
waterveiligheid nog meer wordt meegenomen bij beslissingen
landelijk niveau keuzes nodig over de waterverdeling
over het bouwen van woningen en ontwikkelen van
(hoofdwatersysteem in relatie tot nieuwe watervragers), het
economische functies in diepe polders en uiterwaarden. Het
opzetten van het waterpeil (vernatting veenweide) en het
nemen van waterveiligheidsmaatregelen en het aanleggen van
aanpakken van bronnen van waterverontreiniging
klimaatbuffers kunnen spanning geven met andere functies,
(bronaanpak verankeren in landelijk beleid en regelgeving). De
omdat het ook ruimte vraagt.
deltabeslissingen die verwacht worden in 2026 helpen hierbij. Tot die tijd zijn al keuzes nodig die bepalend kunnen zijn voor
Het biedt ook veel kansen voor synergie. Maatregelen voor
de toekomstbestendigheid van het gebied. Voorbeelden
waterberging gaan goed samen met natuurherstel. Hier zijn
hiervan zijn de aanleg van energie-infrastructuur en
bijvoorbeeld in polder Zijpe al mooie voorbeelden van. Het kan
woningbouwlocaties in diepe polders, het waterverbruik voor
uiteraard ook spanning geven als het leidt tot vermindering
(nieuwe) industrie en het tegengaan van bodemdaling.
van bijvoorbeeld areaal of gewasgroei in de landbouw. In
Duidelijk is ook dat niet alles technisch op te lossen valt. We
steden kan een klimaatadaptieve omgeving ruimte bieden voor
zullen moeten leren leven met een dynamisch systeem.
recreatie en een gezonde leefomgeving. Groenblauwe dooradering kan bijdragen aan waterkwaliteit en waterbufferend vermogen.
Betrokken programma’s en visies Water en Bodem Sturend
Deltaprogramma Nederland is een laaggelegen land met veel water. In het
Op 25 november 2022 heeft het ministerie van I&W de brief
nationaal Deltaprogramma staat de ambitie om Nederland
over Water en Bodem Sturend verstuurd aan de Tweede
te beschermen tegen hoogwater en overstromingen.
Kamer. De brief stelt dat het water- en bodemsysteem meer
Daarnaast zet het in op het zorgen voor voldoende zoet water
sturend moet worden voor de ruimtelijke ordening en geeft
en een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting van
daarbij 33 structurerende keuzes die variëren van het
ons land. Naast thematische onderwerpen wordt er in een
opzetten van waterpeil in het veengebied tot het sturen op
aantal regionale programma’s gewerkt aan de
het verminderen van afdekking van bodems. Het Rijk heeft
samenhangende gebiedsopgaven. Relevant voor
de provincies de opdracht gegeven om deze structurerende
Noord-Holland zijn de Deltaprogramma’s Wadden,
keuzes mee te nemen in de verschillende
IJsselmeergebied, Kust, Centraal Holland, waterveiligheid,
gebiedsprogramma’s zoals het PPLG, de NOVEX-en en het
zoet water, ruimtelijke adaptatie en, i.v.m. de aanvoer van
Ruimtelijk Voorstel. In het vervolg op de Kamerbrief wordt,
water, Deltaprogramma Rivierengebied.
in overleg met de koepels, bekeken hoe die verder geborgd kunnen worden in een periode vanaf heden tot aan 2027
Klimaatbestendige Zoetwatervoorziening
(o.a. gekoppeld aan de nieuwe Deltabeslissing en wettelijk
Hoofdwatersysteem (KZH)
vereiste waterprogramma’s).
Noord-Holland is in droge tijden indirect afhankelijk van de
Kaderrichtlijn Water en EU-bodemstrategie
aanvoer van zoet water vanuit het hoofdsysteem van de grote rivieren. Ten noorden van het Noordzeekanaal wordt
In 2027 moet de chemische en ecologische kwaliteit van alle
Rijnwater gebruikt dat via de IJssel naar het IJsselmeer
oppervlaktewateren voldoen aan de normen van de
stroomt. Ten zuiden van het Noordzeekanaal wordt water
Kaderrichtlijn Water. De Europese Unie kent sinds 2021 een
uit de Lek gebruikt. Dat wordt aangevoerd via inlaten aan
Bodemstrategie met de doelstelling dat tegen 2030 75% van
het Amsterdam-Rijnkanaal en de Hollandsche IJssel. We
de bodem in de EU gezond is en dat in 2050 de
moeten dit water delen met negen provincies. Landelijk
bodemverontreiniging tot nul is teruggebracht. Volgens
wordt nu gekeken hoe we die verdeling kunnen
deze bodemstrategie zijn bodems gezond als ze in een goede
optimaliseren in het programma Klimaatbestendige
chemische, biologische en fysische conditie zijn en zo in
Zoetwatervoorziening Hoofdwatersysteem (KZH).
staat zijn om continu zoveel mogelijk ecosysteemdiensten te leveren. Deze jaartallen liggen verder weg dan die van de
Kennisprogramma Zeespiegelstijging
Kaderrichtlijn Water, maar bodemprocessen verlopen traag,
In het Kennisprogramma Zeespiegelstijging onderzoeken
waardoor tijdige maatregelen nodig zijn.
overheden, bedrijven, kennisinstellingen en
OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL
21
maatschappelijke organisaties wat de mogelijke gevolgen
Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG)
van de zeespiegelstijging zijn voor ons land. Ook bekijken ze
Het PPLG komt aan bod in het hoofdstuk Landbouw en
verschillende scenario’s voor de lange termijn en verkennen
Natuur. In het PPLG zit ook een aantal watergerelateerde
ze de maatregelen om ons voor te bereiden op de gevolgen.
doelen en keuzerichtingen. De doelen van het PPLG zijn
Het programma levert kennis op waarmee we op tijd keuzes
allemaal sterk afhankelijk van of beïnvloed door deze water-
kunnen maken voor de bescherming en inrichting van
en bodemaspecten.
Nederland. In het najaar van 2023 is een overzicht verschenen van de tot dan toe verschenen onderzoeksresultaten en inzichten. Nationale Adaptatie Strategie (NAS) en Nationaal
Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie (NUP KA)
MRA: Klimaatbestendige nieuwbouw: basisveiligheidsniveaus
In de MRA en Noord-Holland is met meer dan 50 partijen afgesproken klimaatbestendig en natuurinclusief bouwen en inrichten als uitgangspunt te hanteren. Dit is bezegeld
Met de Nationale Klimaatadaptatiestrategie (NAS) beoogt
met de Intentieverklaring Klimaatbestendige Nieuwbouw in
het Rijk de negatieve effecten van klimaatverandering voor
de MRA en Noord-Holland. Hierbij worden minimale
Nederland te verkleinen of ten minste beheersbaar te
‘basisveiligheidsniveaus’ voor klimaatadaptief en
houden. Het gaat om schade en overlast door extreem weer,
natuurinclusief inrichten en bouwen gehanteerd. Deze
ziekten, vroegtijdige sterfte en achteruitgang van
basisveiligheidsniveaus vormen een ondergrens van
milieukwaliteit en ecosystemen. De NAS omvat alle
klimaatadaptief ontwikkelen, met doelvoorschriften voor
beleidsvelden die gevolgen ondervinden van
wateroverlast, hittestress, droogte en overstromingen.
klimaatverandering, waaronder de gebouwde omgeving, landbouw, natuur, gezondheid en cultureel erfgoed. Het
Salta, kenniscluster verzilting (bouwt voort op het
Nationaal Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie (NUP A)
zoet-zoutknooppunt/ kenniscluster verzilting)
helpt de uitvoering van de NAS te versnellen.
Salta is een bundeling van kennisinstituten, overheden en
NOVEX Groene Hart Ontwikkelperspectief Het Bestuurlijk Platvorm NOVEX-Groene Hart heeft het Ontwikkelperspectief 1.0 vastgesteld, met richtinggevende
onderwijs. Ze ontwikkelen oplossingen voor binnendijkse verziltingsgebieden langs de kust waar voedselproductie plaatsvindt.
uitspraken voor de verdere beleidsontwikkeling binnen de
GLB-NSP
deelnemende partijen. Voor een uitgebreide toelichting,
Onder het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouw Beleid-
zie bijlage 4.
Nationaal Strategisch Plan is het agrarisch natuur- en
Regionaal Waterprogramma
waterbeheer verder uitgebreid en is tevens een systeem van ecodiensten ingevoerd. De eco-regeling heeft betrekking op
In het Regionaal Waterprogramma geeft de provincie aan
biodiversiteit, bodem en lucht, klimaat,
hoe zij zich inzet voor een goede waterkwaliteit, het op peil
landschap en water.
houden van de watervoorraad, de bescherming tegen overstromingen en de bescherming van drinkwaterbronnen. In 2027 is er een nieuw regionaal waterprogramma voorzien.
OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL
22
Voorbeeld
Natuurherstel en klimaatmaatregelen in de duinen van Noord-Holland. In de duinen van Noord-Holland richt het beheer zich vooral op het zoveel mogelijk ruimte scheppen voor natuurlijke processen zoals verstuiving, begrazing en wisselend waterpeil. Nadat de directe winning van duinwater voor drinkwater in het grootste deel van de Noord-Hollandse duinen in de jaren negentig is gestopt, is er een veel natuurlijker waterpeil ontstaan. Nu is er een goede waterbalans doordat er ongeveer net zoveel water in de duinen wordt geïnfiltreerd als er wordt onttrokken voor de drinkwaterwinning. Een lage waterstand in de zomer en een hoge in de winter hebben geleid tot een spectaculaire toename van het aantal bijzondere planten van natte duinvalleien. In de Amsterdamse waterleidingduinen wordt nog wel natuurlijk duinwater onttrokken. In de binnenduinrand bij Heemskerk ligt de voormalige tuinbouwenclave ‘de Vlotter’. Die is inmiddels omgevormd tot een natuur- en recreatiegebied met waterberging als nevenfunctie. Hier is te zien dat natuurbeheer en wateropvang goed samengaan.
Toen Noord-Holland in juni 2021 een ”klein Limburg” had in het gebied (140 mm neerslag in 24 uur), bleek het goed bestand te zijn tegen de gevolgen van extreme neerslag, terwijl functies in hetzelfde getroffen gebied, zoals de verstedelijkte omgeving van Alkmaar en een landbouwgebied meer naar het noorden, heel veel last hebben gehad van wateroverlast. Ook in de droge zomers van de afgelopen zes jaar blijkt het duingebied goed bestand te zijn geweest tegen droogte. Het
Afbeelding: 14. Duingebied.
droogtegevoelige plantje “Parnassia” heeft het er afgelopen
Bron: beeldbank provincie Noord-Holland
jaren uitstekend gedaan.
OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL
23
OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL
Afbeelding: 15. Algemeen Hoogtebestand Nederland. Bron: AHN4
24
OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL
Welke vraagstukken agenderen we? 2.1 Inzetten op waterkwaliteit vraagt om sturing op bronaanpak en inrichtingsmaatregelen
25
KRW-doelen en de ambities voor een gezonde bodem is aanscherping van de wet- en regelgeving noodzakelijk. Specifiek gaat het om landelijk generiek beleid op gewasbeschermingsmiddelen, medicijnresten, PFAS, exoten
Voldoende water van goede kwaliteit en een gezonde bodem
en mest. Ook moet er oog voor zijn dat bepaalde doelen in
zijn belangrijk voor de gezondheid, de natuur, de
bepaalde gebieden niet of lastig te halen zijn.
drinkwaterproductie, de (levensmiddelen)industrie en de landbouw. Hoewel al veel is bereikt, zijn de doelen die
Daarnaast zijn er binnen het PPLG kansen om met de
Noord-Holland in 2027 moet hebben gerealiseerd op grond van
groenblauwe dooradering extra te werken aan de verbetering
de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) nog niet gehaald. Op
van de waterkwaliteit. Het gaat dan met name om het
dit moment voldoen 89 oppervlaktewaterlichamen in
toevoegen van natuurvriendelijke oevers en het creëren van
Noord-Holland niet aan de KRW. De grondwaterlichamen
bufferzones die zorgen voor een verbetering van de
voldoen allemaal aan de norm. In eerste instantie lijkt dit niet direct een ruimtelijk vraagstuk. Toch kan de kwaliteit van water en bodem sturend zijn voor ruimtegebruik. Het kan zijn dat nieuwe vergunningen voor bepaalde ruimtelijke projecten niet kunnen worden afgegeven omdat die een verslechtering van de waterkwaliteit veroorzaken. Of dat initiatiefnemers aanvullende maatregelen moeten nemen om extra vervuiling te voorkomen, zoals bijvoorbeeld bij de bouw het grondwater zuiveren voordat het op het oppervlaktewater kan worden geloosd. Daarnaast hebben maatregelen die genomen worden om verdere achteruitgang van de water- en bodemkwaliteit tegen te gaan ook ruimtelijke consequenties. Denk hierbij aan het tegengaan van activiteiten die de water- en bodemkwaliteit bedreigen, zoals bijvoorbeeld bij landbouw, lozingen van bedrijven, waterrecreatie en riooloverstorten. Ook moeten drinkwaterbedrijven een steeds grotere zuiveringsinspanning leveren om het water tot drinkwater te zuiveren. De nieuwe productievoorzieningen die daarvoor nodig zijn vragen ook ruimte. De inzet voor het verbeteren van de waterkwaliteit is gericht op het voorkomen van verdere achteruitgang en het toewerken naar verbetering. Maatregelen om verdere achteruitgang te voorkomen, zijn bronaanpak en aanpassing in het gebruik. Hierbij worden activiteiten of plekken die zorgen voor waterverontreiniging aangepakt.
Negatieve invloeden zijn alleen niet altijd te voorkomen door o.a. historische
Afbeelding: 16. Chemische waterkwaliteit KRW, 2021.
verontreiniging en bodemsamenstelling. Voor het halen van de
Bron: IHW (waterschappen, RWS): bewerkt door PBL
Wat agenderen we voor de Nota Ruimte? •
We gaan door met het uitvoeren van het Regionale
Koppel het werken aan het verbeteren van waterkwaliteit
Waterprogramma voor de KRW. Hiervoor volgt in 2024
aan de opgave om te werken aan een gezonde
ook een herziening om afspraken te maken over inzet in
leefomgeving. Hierbij kan groenblauwe dooradering als
de laatste fase van deze KRW-periode tot 2027.
een belangrijk concept gebruikt worden. Zodat maatregelen die goed zijn voor de waterkwaliteit
Wat vragen we van het Rijk?
gekoppeld kunnen worden aan maatregelen die
•
De doelen van de KRW kunnen alleen gehaald worden als
bijdragen aan mogelijkheden voor recreatie, het
er ook landelijk generiek beleid op
verbeteren van het leefklimaat en gezondheid. Op dit
gewasbeschermingsmiddelen, medicijnresten, exoten
moment is hier geen financiering voor beschikbaar.
en mest komt. We vragen dan ook om hier wet- en
Wat doen we zelf? •
•
We maken inzichtelijk wat de ruimtelijke impact is van de KRW-maatregelen.
regelgeving op aan te passen.
OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL
26
grondwaterkwaliteit. Hier komen het werken aan een gezonde leefomgeving en het verbeteren van waterkwaliteit samen.
2.2 Welke visie hebben we op het klimaatbestendig maken van Noord-Holland? Uit het nieuwe KNMI-scenario van 2023 blijkt dat het klimaat sneller en ingrijpender verandert dan gedacht. Omgaan met de gevolgen wordt daarom een steeds grotere ruimtelijke opgave. Hogere pieken in de aanvoer van rivierwater en een stijgende zeespiegel, leiden tot nieuwe vraagstukken rond wateroverlast en -veiligheid. Lange periodes met hoge temperaturen en weinig neerslag leiden tot droogte en hittestress. Buien worden intenser. Clusterbuien zoals die bij Alkmaar en Schagen van juni 2021, met 80 tot 100 millimeter regen in een uur tijd, zullen vaker voorkomen en voor wateroverlast zorgen. Op lange termijn spelen waterveiligheidsvraagstukken in verband met de stijgende zeespiegel. De provinciale ambitie is om in 2050 Noord-Holland klimaatbestendig te hebben ingericht. Dit kan door de veerkracht van het hoofdwatersysteem en regionale watersysteem te vergroten door een (her)inrichting van het watersysteem zodat dat voldoende ruimte biedt voor natuurlijke processen (natuurlijk peilbeheer, het aanleggen en beheren van natuurvriendelijke oevers, natuurlijke hydromorfologie als hermeandering, vispassages, etc.). Hierdoor kunnen weersextremen beter worden opgevangen. Zowel bij droogte als bij extreme neerslag en overstromingen.
Ook hier liggen kansen om de opgaven te koppelen aan de doelen in het PPLG, zoals de groenblauwe dooradering. Klimaatbestendigheid gaat niet alleen om het natuurlijke systeem. Ook gebouwen, gebieden, sectoren en functies moeten bestand zijn tegen weersextremen, zoals overstroming, zeer hoge temperaturen of aanhoudende droogte. De vraag is wat het perspectief van Noord-Holland is op de langere termijn en welke ruimtelijke consequenties dat perspectief gaat hebben. Hier liggen duidelijke kansen om het
Afbeelding: 17. Maximaal neerslagtekort nu en rond 2100, Maximaal
te combineren met het vergroenen van steden en dorpen.
neerslagtekort neemt toe. (Het maximale neerslagtekort in de 5% droogste jaren in het huidige klimaat en in de twee droge KNMI’23-klimaatscenario’s
Om hier grip op te krijgen, ontwikkelen we een
rond 2100)
langetermijnvisie op de gevolgen van weersextremen
Bron: KNMI klimaatscenarios 2023
(waterveiligheid en zeespiegelstijging, wateroverlast, watertekort en hitte) als onderlegger voor onze ruimtelijke ordening. Het ontwikkelen van deze visie is noodzakelijk om: 1. Richting te kunnen geven aan toekomstbestendige ruimtelijke keuzes. De visie moet inzicht geven in hoe de langetermijnklimaatveranderingen uitwerken op de keuzes van nu. Dit geeft beter inzicht in waar bijvoorbeeld toekomstige investeringen3 hun waarde verliezen, met te grote veiligheidsrisico’s (lock-ins) of met onvoldoende waterbeschikbaarheid te maken krijgen.
Afbeelding: 18. Neerslagverandering in West-Europa. Meer neerslag in de winter, minder in de zomer. Bron: KNMI klimaatscenarios 2023
3
Stapeling klimaatrisico’s en financiële draagkracht woningmarkt - ABN AMRO Bank
OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL
Afbeelding: 19. Waterveiligheidskaart, met diepste polders, waterkeringen, en overstromingsdiepte bij middel grote kans. Bron: provincie Noord-Holland
27
OP WEG NAAR EEN RUIMTELIJK VOORSTEL
2. Te weten waar ingezet moet worden op waterveiligheid en
28
Vooruitlopend op de visie op het omgaan met weersextremen is
beperking van wateroverlast en welke ruimtelijke claims
er nu al een aantal vraagstukken dat speelt:
hierbij horen.
•
Vanuit toekomstbestendigheid en volgend uit de ‘Water en bodem sturend brief’ wordt aangegeven dat er rekening gehouden moet worden met grotere peilfluctuaties en de optie om in het IJsselmeer en Markermeer het peil op te zetten met 20 tot 50 cm.
•
Op dit moment wordt onderzocht waar in de Kop van Noord-Holland een 380 kV-station worden gerealiseerd. Eventueel in combinatie met de aanlanding van op zee geproduceerde wind. Een aantal van de zoeklocaties liggen nabij Agriport, in de Wieringermeerpolder (zie hiervoor ook het hoofdstuk 4.1 over sturende netwerken). De vraag is of de keringen (primair als regionaal) dan nog wel voldoen aan de waterveiligheidsnorm als de economische waarde van de polder toeneemt en ook het waterpeil van het IJsselmeer omhoog gaat. Is deze locatie wel geschikt voor vitale en kwetsbare infrastructuur, die er voor meer dan 50 jaar staat en die ook andere bedrijven kan aantrekken, terwijl de prognose is dat deze diepe polder steeds kwetsbaarder wordt als gevolg van de verregaande zeespiegelstijging (Tussenbalans kennisprogramma Zeespiegelstijging).
Wat agenderen we voor de Nota Ruimte?
Klimaatadaptatie met onder andere aandacht voor
•
Geef aan hoe bij de aanleg van energie-infrastructuur en
binnenstedelijke vraagstukken zoals hittestress. Waarbij
–productie rekening wordt gehouden met water en
ook het verankeren van klimaatadaptatie in de
bodem sturend, en met de effecten van de keuzes. Geef aan wat hierbij voorrang heeft, wat randvoorwaardelijk
•
Omgevingsverordening een aandachtspunt is. •
Waterveiligheidslandschappen. Hierbij onderzoeken we
geborgd worden.
hoe het versterken van de waterveiligheid door gebruik te
Ditzelfde geldt voor buitendijks bouwen in het IJsselmeer
maken van de eigenschappen en samenhang van het
en Markermeer. Maak een keuze in wat voorrang heeft
landschap kan bijdragen aan de leefbaarheid van
en laat de consequenties hiervan doorwerken in de mogelijkheden van doelbereik voor woningbouw en de