CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Tweede wijziging omgevingsplan (2 Raadsbesluit)

Gemeenteraad 8 juli 2026, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel Wijziging Omgevingsplan kernen Haghorst, Baarschot en Esbeek.29.616 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Artikel 6.53 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het diepploegen, diepwoelen en/of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem wordt alleen verleend als: a. door het uitvoeren van deze werken en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen.

Artikel 6.54 Advisering Bevoegd gezag vraagt schriftelijk advies bij de beheerder of deskundige partij en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning.

58

Subparagraaf 6.3.4.3 Sloten, watergangen en overige waterpartijen aanleggen, verdiepen, verbreden of dempen, alsmede het aanleggen of veranderen van drainage Artikel 6.55 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het aanleggen, verdiepen, verbreden of dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen, alsmede het aanleggen of veranderen van drainage binnen het 'besluitgebied tweede wijziging'.

Artikel 6.56 Aanwijzing vergunningplicht Voor het aanleggen, verdiepen, verbreden of dempen van sloten, watergangen en overige partijen, alsmede het aanleggen of veranderen van drainage is een omgevingsvergunning nodig binnen: a. beperkingengebied buisleiding - riool b. beperkingengebied buisleiding - gas; c. beperkingengebied buisleiding - brandstof; d. beperkingengebied waterkering; e. historische kern; f. archeologische vindplaats; g. Hoge archeologische verwachtingswaarden; h. middelhoge archeologische verwachtingswaarden; i. aandachtsgebied waterhuishouding; j. meanderzone; k. aandachtsgebied regionale waterberging; l. Aandachtsgebied reservering waterberging; m. oud gehuchtenpleintje; of n. historische dorpsstructuur.

Artikel 6.57 Uitzondering vergunningplicht 1 Een omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 6.56, is niet nodig voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van Artikel 6.9.

2 Een omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 6.56, is niet nodig voor activiteiten die: a. binnen historische kern minder dan 40 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 50 m2; b. binnen archeologische vindplaats minder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 100 m2; c. binnen hoge archeologische verwachtingswaarden minder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 500 m2; of d. binnen middelhoge archeologische verwachtingswaarden minder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 2.500 m2.

Artikel 6.58 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen of voor het aanleggen of veranderen van drainage wordt alleen verleend als:

59

a. door het uitvoeren van deze werken en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen.

Artikel 6.59 Advisering Bevoegd gezag vraagt schriftelijk advies bij de beheerder of deskundige partij en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning.

Subparagraaf 6.3.4.4 Heiwerkzaamheden uitvoeren of het op andere wijze aanbrengen van voorwerpen in de grond Artikel 6.60 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze aanbrengen van voorwerpen in de bodem binnen het 'besluitgebied tweede wijziging'.

Artikel 6.61 Aanwijzing vergunningplicht Voor het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijzen aanbrengen van voorwerpen in de bodem is een omgevingsvergunning nodig binnen: a. beperkingengebied buisleiding - gas; b. historische kern; c. Archeologische vindplaats; d. hoge archeologische verwachtingswaarden; en/of e. Middelhoge archeologische verwachtingswaarden.

Artikel 6.62 Uitzondering vergunningplicht 1 Een omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 6.61, is niet nodig voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van Artikel 6.9.

2 Een omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 6.61, is niet nodig voor activiteiten die: a. binnen historische kern minder dan 40 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 50 m2; b. binnen archeologische vindplaats minder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 100 m2; c. binnen hoge archeologische verwachtingswaarden minder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 500 m2; of d. binnen middelhoge archeologische verwachtingswaarden minder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 2.500 m2.

Artikel 6.63 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijzen aanbrengen van voorwerpen in de bodem wordt alleen verleend als: a. door het uitvoeren van deze werken en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te

60

verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen.

Artikel 6.64 Advisering Bevoegd gezag vraagt schriftelijk advies bij de beheerder of deskundige partij en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning.

Subparagraaf 6.3.4.5 Ondergrondse kabels en leidingen aanbrengen Artikel 6.65 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatie kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur binnen het 'besluitgebied tweede wijziging'.

Artikel 6.66 Aanwijzing vergunningplicht Voor het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen is een omgevingsvergunning nodig binnen: a. beperkingengebied waterkering; b. historische kern; c. archeologische vindplaats; d. hoge archeologische verwachtingswaarden; e. Middelhoge archeologische verwachtingswaarden; of f. meanderzone.

Artikel 6.67 Uitzondering vergunningplicht 1 Een omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 6.66, is niet nodig voor: a. activiteiten die zijn toegestaan op grond van Artikel 6.9; of b. onderhouds- en vervangingswerkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte.

2 Een omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 6.66, is niet nodig voor activiteiten die: a. binnen historische kern minder dan 40 cm diep reiken minder dan 40 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 50 m2;; b. binnen archeologische vindplaats minder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 100 m2; c. binnen hoge archeologische verwachtingswaarden minder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 500 m2; of d. binnen middelhoge archeologische verwachtingswaarden minder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 2.500 m2.

Artikel 6.68 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het aanbrengen van ondergrondse kabels en leidingen wordt alleen verleend als:

61

a. door het uitvoeren van deze werken en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen.

Artikel 6.69 Advisering Bevoegd gezag vraagt schriftelijk advies bij de beheerder of deskundige partij en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning.

Afdeling 6.4 Bouwactiviteiten Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten Artikel 6.70 Algemeen toepassingsbereik Deze afdeling gaat over het bouwen van gebouwen, voorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Artikel 6.71 Meetbepalingen Bij toepassing van het bepaalde in deze afdeling wordt op de volgende wijze gemeten: a. goothoogte: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; b. bouwhoogte: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van het gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; c. dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; d. bruto oppervlak: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; e. inhoud: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren en de buitenzijde van daken en dakkapellen. Kelders worden niet meegeteld bij de inhoud van een bouwwerk; f. peil: 1. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; en 2. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.

Artikel 6.72 Bouwen ten behoeve van gebruiksactiviteiten 1 Het bouwen van gebouwen, voorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde is alleen toegestaan als de gebruiksactiviteit waarvoor wordt gebouwd ter plaatse is toegestaan op grond van Afdeling 6.5.

2 Gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen uitsluitend worden gebruikt op een wijze die in overeenstemming is met: a. een ter plaatse toegestane gebruiksactiviteit als bedoeld in Afdeling 6.5; b. een verleende omgevingsvergunning om af te wijken van de regels over gebruik.

Artikel 6.73 Algemene afbakeningseisen Dit hoofdstuk is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan, op of bij een bouwwerk dat is gebouwd

62

of in stand wordt gehouden of wordt gebruikt zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning.

Artikel 6.74 Algemene aanvraagvereisten ruimtelijke bouwactiviteiten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor bouwactiviteit worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een opgave van de bouwkosten; b. het beoogde en het huidige gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft; c. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; d. een situatietekening van de bestaande situatie en een situatietekening van de nieuwe situatie waarop maatvoering en schaal zijn aangegeven met daarop de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlak, de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde, de wijze waarop de locatie wordt ontsloten, de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing en het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk; e. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen; en f. de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein.

Artikel 6.75 Algemene beoordelingsregels ruimtelijke bouwactiviteiten Een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt alleen verleend als voldaan wordt aan de volgende regels: a. het aangevraagde bouwwerk een bijdrage levert aan het verbeteren van de stedenbouwkundige structuur; b. landschappelijke en cultuurhistorische waarden niet onevenredig wordt aangetast; c. de maatvoering van het aangevraagde bouwwerk naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders aansluit op de maatvoering van omliggende bebouwing; d. het aangevraagde bouwwerk hydrologisch neutraal wordt uitgevoerd; e. de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties niet onevenredig worden aangetast; en f. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, bijdraagt aan het verbeteren van de omgevingskwaliteit.

Artikel 6.76 Specifieke zorgplicht beschermen omgeving bij bouwactiviteiten 1 Degene die bouwwerkzaamheden verricht of weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de werkzaamheden kunnen leiden tot beschadiging of belemmering van wegen, van in de weg gelegen werken en van andere roerende of onroerende zaken op een aangrenzend perceel of op een aan het bouwterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die beschadigingen of belemmering te voorkomen of niet te laten voortduren.

2 Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten in, op of aan een bouwwerk overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trillingen, dieren of verontreiniging; en

63

c. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het bouwwerk zich niet in een zindelijk staat bevindt.

Artikel 6.77 Verboden bouwactiviteiten 1 Het is verboden om gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde te bouwen, in stand te houden en/of te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in deze afdeling opgenomen regels.

2 Het verrichten van bouwactiviteiten die niet voldoen aan de eisen in artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving is verboden.

3 Het bouwen van bouwwerken, daaronder begrepen het vergunningvrij bouwen als bedoeld in Artikel 6.78 binnen de locatie 'bebouwingsvrije zone' is verboden.

Artikel 6.78 Toegestane bouwactiviteiten Het verrichten van een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van een bouwwerk is vergunningvrij als die activiteiten betrekking hebben op een van de volgende bouwwerken: a. een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1°. op de grond staand; 2°. gelegen in achtererfgebied; 3°. op een afstand van meer dan 1 meter vanaf openbaar toegankelijk gebied; 4°. niet hoger dan 5 meter; 5°. de ligging van een verblijfsgebied, bij meer dan een bouwlaag, alleen op de eerste bouwlaag; en 6°. niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte; b. een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1°. op de grond staand; 2°. niet hoger dan 5 meter; e 3°. de oppervlakte niet meer dan 70 m²; c. een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1°. gelegen in een gebied dat of een bouwwerk dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is aangewezen als gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn; 2°. voorzien van een plat dak; 3°. gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 meter; 4°.

onderzijde meer dan 0,5 meter en minder dan 1 meter boven de dakvoet; 5°. bovenzijde meer dan 0,5 meter onder de daknok; en 6°. zijkanten meer dan 0,5 meter van de zijkanten van het dakvlak; d. een sport- of speeltoestel anders dan voor alleen particulier gebruik, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1°. niet hoger dan 4 meter; en 2°. alleen functionerend met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens; e. een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening of een vijver op het gebouwerf bij een woning of woongebouw, als deze niet van een overkapping is voorzien; f. een erf- of perceelafscheiding, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1°. hoger dan 1 m maar niet hoger dan 2 meter; 2°. op een erf of perceel waarop al een gebouw staat waarmee de afscheiding in functionele relatie staat; en

64

3°. achter de lijn die langs de voorkant van dat gebouw evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied; g. een bouwwerk, geen gebouw zijnde, in achtererfgebied voor agrarische bedrijfsvoering, voor zover het gaat om: 1°. een silo; of 2°. een ander bouwwerk niet hoger dan 2 meter; h. een buisleiding anders dan een buisleiding waarop artikel 2.29, onder p, aanhef en onder 4°, van het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing is; of i. een te veranderen bouwwerk, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1°. geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte; 2°. geen uitbreiding van het bouwvolume; en 3°. geen bouwwerk als bedoeld in artikel 2.29, onder b tot en met r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving dat niet voldoet aan de voor dat bouwwerk in die onderdelen gestelde eisen.

Artikel 6.79 Algemene regels bouwactiviteiten 1 Voor het bouwen van bouwwerken binnen 'meanderzone' is geen omgevingsvergunning nodig als: a. gebouwd wordt ten dienste van de bescherming en het beheer van de watergang en beekherstel; en b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 3 meter bedraagt.

2 Voor het bouwen van bouwwerken binnen 'aandachtsgebied regionale waterberging' is geen omgevingsvergunning nodig als: a. gebouwd wordt ten dienste van de waterberging; en b. de bouwhoogte van gebouwen niet meer dan 2 meter bedraagt; en c. door de bouw het waterbergend vermogen van het gebied niet wordt belemmerd.

3 Binnen de locatie 'beeldkwaliteit Akkerstraat' is het bouwen van bouwwerken alleen mogelijk als gebouwd wordt met inachtneming van het bepaalde in bijlage IV 'Beeldkwaliteit Akkerstraat ong. Biest-Houtakker.

Artikel 6.80 Algemene regels ondergeschikte bouwdelen bouwen Voor het bouwen van ondergeschikte bouwdelen behorende tot het hoofdgebouw is geen omgevingsvergunning nodig als: a. de overschrijding niet meer bedraagt dan 1,5 meter, met dien verstande dat de diepte van een erker maximaal 1,1 meter mag bedragen; en b. de goot- en bouwhoogte van erkers, entreeportalen en veranda’s niet meer bedraagt dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het betreffende gebouw vermeerderd met 0,25 meter tot een maximum van 3 meter; en c. de breedte van erkers, entreeportalen en veranda’s niet meer bedraagt dan de 40% van de breedte van de betreffende gevel van het gebouw, met dien verstande dat een erker voor de gevellijn niet buiten de zijgevel uitsteekt, de afstand van een erker aan de zijgevel tot de zijdelings gebouwerfgrens minimaal 1 meter bedraagt en een erker aan de zijgevel minimaal 3 meter achter de gevellijn ligt; en d. daar waar de locatie grenst aan de functie ‘openbaar gebied’, de afstand tot deze grens minimaal 2 meter bedraagt.

Artikel 6.81 Algemene regels ondergronds bouwen

65

Voor het bouwen van een ondergronds bouwwerk is geen omgevingsvergunning nodig als: a. wordt gebouwd onder bovengrondse bebouwing; en b. de regels omtrent de situering, de horizontale diepte en de oppervlakte zoals bepaald voor de bovengrondse bebouwing overeenkomstig in acht worden genomen; en c. de verticale diepte niet meer bedraagt dan 5 meter.

Artikel 6.82 Aanwijzing vergunningplicht bouwactiviteiten 1 Voor het bouwen van bouwwerken of bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen 'beperkingengebied buisleiding gas' is een omgevingsvergunning nodig.

2 Voor het bouwen van bouwwerken of bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen 'beperkingengebied buisleiding riool' is een omgevingsvergunning nodig.

3 Voor het bouwen van bouwwerken of bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen 'beperkingengebied buisleiding brandstoff' is een omgevingsvergunning nodig.

4 Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen 'beperkingengebied waterkering' is een omgevingsvergunning nodig.

5 Voor het bouwen van bouwwerken binnen 'historische kern', 'archeologische vindplaats', 'hoge archeologische verwachtingswaarden' of 'middelhoge archeologische verwachtingswaarden' is een omgevingsvergunning nodig.

6 Voor het (ver)bouwen binnen 'cultuurhistorisch waardevolle objecten' is een omgevingsvergunning nodig.

7 Voor het bouwen van gebouwen binnen 'aandachtsgebied reservering waterberging' is een omgevingsvergunning nodig.

Artikel 6.83 Uitzondering vergunningplicht bouwactiviteiten 1 Een omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 6.82, eerste lid, is niet nodig voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde als: a. gebouwd wordt ten behoeve van het beheer van de leiding en de bescherming van het aangrenzende woon- en leefklimaat in verband met de leiding, zoals regel- en meetkasten en afsluiterputten; en b. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 2 meter; en

66

c. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 25 m2.

2 Een omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 6.82, tweede lid, is niet nodig voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde als: a. gebouwd wordt ten behoeve van het beheer van en onderhoud van de leiding en/of de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met deze leiding; en b. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 meter.

3 Een omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 6.82, derde lid, is niet nodig voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde als: a. gebouwd wordt ten behoeve van het beheer van de leiding en de bescherming van het aangrenzende woon- en leefklimaat in verband met de leiding; en b. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 2 meter; en c. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 25 m2.

4 Een omgevingsvergunning , bedoeld in Artikel 6.82, vierde lid, is niet nodig voor voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijde, als wordt voldaan aan: a. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 2 meter; en b. het bouwwerk ten dienste staat van het behoud, onderhoud of herstel van de waterkering.

5 Een omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 6.82, vijfde lid, is niet nodig voor activiteiten die: a. binnen 'historische kern' minder dan 40 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 50 m2; b. binnen 'archeologische vindplaats' minder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 100 m2; c. binnen 'hoge archeologische verwachtingswaarden' minder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 500 m2; of d. binnen 'middelhoge archeologische verwachtingswaarden' minder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 2.500 m2.

Artikel 6.84 Beoordelingsregels vergunningplicht bouwactiviteiten 1 De omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken of bouwwerken, geen gebouwe zijnde binnen 'beperkingengebied buisleiding - gas' wordt alleen verleend als is aangetoond dat het geen negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van het gastransportnet.

2 De omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken of bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen

67

'beperkingengebied buisleiding - riool' wordt alleen verleend als: a. is aangetoond dat geen gevaar en/of nadeel voor de leiding is te duchten; en b. geen blijvende onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer van de leiding.

3 De omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken of bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen 'beperkingengebied buisleiding - gas' wordt alleen verleend als is aangetoond dat het geen negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de leiding.

4 De omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen 'beperkingengebied waterkering' wordt alleen verleend als: a. daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van dijken, kaden en andere voorzieningen ten behoeve van de waterkering; en b. het doelmatig functioneren en de continuïteit van de waterkering niet wordt aangetast.

5 De omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken binnen 'historische kern','archeologische vindplaats', 'hoge archeologische verwachtingswaarden' of 'middelhoge archeologische verwachtingswaarden' wordt alleen verleend als: a. met een archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteit niet onevenredig (kunnen) worden verstoord; en b. een onderzoek als bedoeld onder a niet noodzakelijk is als de archeologische waarden van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Hieronder worden onder meer verleende vergunningen en/of andere feitelijke gegevens verstaan, waaruit kan worden afgeleid dat de bodem ter plaatse dermate is geroerd dat het alleszins aannemelijk is dat er geen sprake meer is van archeologische waarden die door die voorgenomen bouwactiviteit kunnen worden verstoord.

6 De omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen binnen 'cultuurhistorisch waardevolle objecten' wordt alleen verleend als is aangetoond dat geen afbreuk wordt gedaan aan de ruimtelijke en functionele karakteristiek van het gebied

7 De omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen binnen 'aandachtsgebied reservering waterberging' wordt alleen verleend als is aangetoond dat de bebouwing niet leidt tot een vermindering of verslechtering van het waterbergend vermogen van het gebied en een effectieve werking van het waterbergingsgebied behouden blijft danwel wordt verbeterd.

Artikel 6.85 Advisering 1 Bevoegd gezag vraagt schriftelijk advies bij de leidingbeheerder en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 6.82, eerste lid.

68

2 Bevoegd gezag vraagt schriftelijk advies bij de leidingbeheerder en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 6.82, tweede lid.

3 Bevoegd gezag vraagt schriftelijk advies bij de leidingbeheerder en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 6.82, derde lid.

4 Bevoegd gezag vraagt schriftelijk advies bij de betreffende beheerder van de waterkering en betrekt dit adveis bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 6.82, vierde lid.

5 Bevoegd gezag vraagt schriftelijk advies bij een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 6.82, vijfde lid.

6 Bevoegd gezag vraagt schriftelijk advies bij de welstands/gemeentelijke monumentencommissie omtrent de mogelijke aantasting van de cultuurhistorische waarden en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 6.82, zesde lid.

7 Bevoegd gezag vraagt schriftelijk advies bij het waterschap en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 6.82, zevende lid.

Artikel 6.86 Maatwerkvoorschrift vergunningplicht bouwactiviteiten De bevoegde overheid kan met het oog op het beschermen van de archeologische waarden, een maatwerkvoorschrift verbinden aan de omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 6.82, vijfde lid, als zij van oordeel is dat de aanwezige archeologische waarden door de bouwactiviteiten aangetast (kunnen) worden. Aan de omgevingsvergunning kunnen één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. een verplichting tot het doen van opgravingen; c. een verplichting de uitvoering van bouwactiviteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg namelijk een archeologische instantie met een opgravingsbevoegdheid.

Artikel 6.87 Voorrangsbepaling bouwen Voor zover de bepalingen in Subparagraaf 22.2.7.3 tegenstrijdig zijn aan de genoemde bouwactiviteiten in Paragraaf 6.4.2 tot en met Paragraaf 6.4.10, hebben de bepalingen in Subparagraaf 22.2.7.3 voorrang op Paragraaf 6.4.2 tot en met Paragraaf 6.4.10. De overige regels in Hoofdstuk 6 zijn onverminderd van toepassing.

Paragraaf 6.4.2 Bedrijfsgebouwen bouwen

69

Artikel 6.88 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van bedrijfsgebouwen.

Artikel 6.89 Aanwijzing vergunningplicht Voor het bouwen van een bedrijfsgebouw is een omgevingsvergunning nodig.

Artikel 6.90 Beoordelingsregels vergunningplicht 1 De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfsgebouw wordt alleen verleend als: a. gebouwd wordt binnen de locatie 'bouwvlak - bedrijfsgebouwen'; en b. het bebouwingspercentage binnen het gebouwerf niet meer bedraagt dan aangegeven met de norm 'maximum bebouwingspercentage bedrijfsgebouwen'; c. danwel het oppervlakte niet meer bedraagt dan aangegeven met de norm 'maximum bebouwde oppervlakte bedrijfsgebouwen'; en d. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan aangegeven met de norm 'maximale bouwhoogte bedrijfsgebouwen' en e. de goothoogte niet meer bedraagt dan aangegeven met de norm 'De maximale goothoogte bedrijfsgebouwen is de ter plaatse van het werkingsgebied maximale goothoogte bedrijfsgebouwen bepaalde waarde'.

2 De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfsgebouw kan ook worden verleend als het bebouwingspercentage afwijkt van het bepaalde Artikel 6.90, eerste lid onder b, indien voldaan wordt aan de volgende regels: a. het aantal bedrijven dan wel voorzieningen niet wordt vergroot; en b. aangetoond is dat de uitbreiding wegens een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is; en c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het woon- en leefklimaat in de omgeving; 3. de verkeersveiligheid; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; en 5. voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein worden gerealiseerd.

3 De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfsgebouw binnen de locatie 'begraafplaats' wordt alleen verleend als het oppervlak niet meer dan 25 m2 bedraagt.

Paragraaf 6.4.3 Nutsvoorziening bouwen Artikel 6.91 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van een openbare nutsvoorziening, waaronder begrepen een bergbezinkbassin.

Artikel 6.92 Aanwijzing vergunningplicht Voor het bouwen van een openbare nutsvoorziening is een omgevingsvergunning nodig.

70

Artikel 6.93 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het bouwen van een nutsvoorziening wordt alleen verleend als: a. gebouwd wordt binnen de locatie 'nutsvoorzieningen'; en b. de goothoogte niet meer bedraagt dan 4 meter; en c. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 6,5 meter.

Paragraaf 6.4.4 Bedrijfswoning bouwen Artikel 6.94 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van een bedrijfswoning.

Artikel 6.95 Aanwijzing vergunningplicht Voor het bouwen van een bedrijfswoning is een omgevingsvergunning nodig.

Artikel 6.96 Beoordelingsregels vergunningplicht 1 De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfswoning wordt alleen verleend als: a. gebouwd wordt binnen de locatie 'bedrijfswoning'; en b. het aantal bedrijfswoningen per bouwvlak maximaal één woning bedraagt; en c. de inhoud niet meer dan 500 m3 bedraagt; en d. de goothoogte niet meer dan 6 meter bedraagt; en e. de bouwhoogte niet meer dan 9 meter bedraagt.

2 Binnen de locatie 'agrarische bedrijfswoning' geldt in afwijking van het bepaalde in lid 1 onder c dat de inhoud van de bedrijfswoning niet meer dan 750 m3 mag bedragen.

Paragraaf 6.4.5 Burgerwoning bouwen Artikel 6.97 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van een burgerwoning.

Artikel 6.98 Algemene regels Het aantal woningen per bouwvlak mag niet meer bedragen dan het bestaande aantal, tenzij de norm 'maximaal aantal woningen' is opgenomen op het bouwvlak, in dat geval geldt dat als maximum.

Artikel 6.99 Aanwijzing vergunningplicht Voor het bouwen van een burgerwoning is een omgevingsvergunning nodig.

Artikel 6.100 Beoordelingsregels vergunningplicht 1 De omgevingsvergunning voor het bouwen van een burgerwoning wordt alleen verleend als:

71

a. gebouwd wordt binnen de locatie 'bouwvlak - burgerwoning'; en b. het aantal nieuw te bouwen woningen maximaal het aangegeven aantal bedraagt zoals aangegeven met de norm 'maximaal aantal woningen'; en c. de woning wordt uitgevoerd in het woningtype zoals aangegeven met de norm aaneengebouwd, gestapeld, twee -aaneen of vrijstaand; en d. de voorgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd in de fictieve voorgevellijn; en e. de diepte van het hoofdgebouw niet meer bedraagt dan 13 meter, tenzij anders aangegeven met de norm 'maximum diepte; en f. de afstand aan de niet aaneengebouwde zijde van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens ten minste 2,5 meter bedraagt; en g. de goothoogte niet meer bedraagt dan aangegeven met de norm 'maximale goothoogte woning'; en h. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan aangegeven met de norm 'maximale bouwhoogte woning'; en i. op locaties met de norm 'maximale inhoud' de inhoud van de woning niet meer bedraagt dan aangegeven met de norm; en j. op locaties met de norm 'maximale gezamenlijke inhoud' de gezamenlijke inhoud van de woningen niet meer bedraagt dan aangegeven met de norm.

2 De omgevingsvergunning voor het bouwen van een burgerwoning kan ook worden verleend als de diepte afwijkt van het bepaalde in Artikel 6.100, eerste lid onder d, indien voldaan wordt aan de volgende regels: a. de afstand van de achtergevel tot de achterste grens van het gebouwerf ten minste 5 meter bedraagt; en b. de totale diepte van hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en overkapping ten hoogste 17 meter bedraagt; en c. de diepte niet tot een onevenredige beperking van de gebruiksmogelijkheden van omliggende percelen.

3 De omgevingsvergunning voor het bouwen van een burgerwoning kan ook worden verleend als de afstand tot de zijdelingse perceelgrens afwijkt van het bepaalde in Artikel 6.100, eerste lid onder e, indien voldaan wordt aan de volgende regels: a. de afstand tot op het naastgelegen perceel gelegen hoofdgebouw ten minste 3 meter bedraagt.

4 De omgevingsvergunning voor het bouwen van een burgerwoning kan ook worden verleend als de situering van de voorgevellijn afwijkt van het bepaalde in Artikel 6.100, eerste lid onder c, indien voldaan wordt aan de volgende regels: a. het hoofdgebouw wordt gebouwd op de locatie 'afwijking voorgevellijn'; en b. de voorgevel wordt in of tot 4 meter achter de fictieve voorgevellijn gebouwd.

5 De omgevingsvergunning voor het bouwen van een burgerwoning kan ook worden verleend als de situering van de voorgevellijn wafwijkt van het bepaalde in Artikel 6.100, eerste lid onder c, indien voldaan wordt aan de volgende regels: a. het hoofdgebouw wordt gebouwd op de locatie 'beeldkwaliteit Akkerstraat'; en b. de voorgevel wordt met één hoekpunt in de fictieve voorgevellijn gebouwd. conform de situatietekening op bladzijde 9 van bijlage IV 'Beeldkwaliteit Akkerstraat ong. Biest-Houtakker'.

6

72

De omgevingsvergunning voor het bouwen van een burgerwoning binnen de locatie 'voorwaardelijke verplichting ecologie' wordt alleen verleend als: a. bij de aanvraag wordt aangetoond dat de aanwezige natuurwaarden niet worden verstoord; en b. op eigen terrein wordt voorzien in een voorziening voor de berging van hemelwater met een capaciteit van ten minste 45 m3.

Paragraaf 6.4.6 Bijbehorende bouwwerken en overkapping bij een woning bouwen Artikel 6.101 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van bijbehorende bouwwerken, niet zijnde de uitbreiding van het hoofdgebouw, en overkappingen bij een woning.

Artikel 6.102 Aanwijzing vergunningplicht Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij een woning is een omgevingsvergunning nodig.

Artikel 6.103 Uitzondering vergunningplicht Een omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 6.102, is niet nodig voor het uitbreiden van een bestaande woning als de uitbreiding voldoet aan de beoordelingsregels in Artikel 6.104 en: a. op de grond staand; en b. gelegen in achtererfgebied; en c. op een afstand van meer dan 1 meter vanaf openbaar toegankelijk gebied; en d. niet hoger dan 5 meter; en e. de ligging van een verblijfsgebied, bij meer dan een bouwlaag, alleen op de eerste bouwlaag; en f. niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte; en g. betreft een uitbreiding van of gelegen aan of bij een hoofdgebouw, anders dan: a. een woonwagen; of b. een hoofdgebouw waarvoor in de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit of de omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit is bepaald dat de vergunninghouder na het verstrijken van een bij die vergunning gestelde termijn verplicht is de voor de verlening van de vergunning bestaande toestand te hebben hersteld; of c. een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf door één huishouden; en h. geen sprake is van inperkingen zoals aangegeven in Artikel 22.38 en Artikel 22.39.

Artikel 6.104 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij een woning wordt alleen verleend als: a. gebouwd wordt binnen de locatie 'bouwvlak - burgerwoning'; en b. bijbehorende bouwwerken gebouwd worden op een afstand van ten minste 1 meter achter de voorgevel van hoofdgebouwen, tenzij anders aangegeven met de norm 'minimum afstand achter voorgevel'; en c. het gezamenlijk te bouwen oppervlak van bijbehorende bouwwerken en overkappingen niet meer bedraagt, tezij anders aangegeven met de norm 'maximale oppervlakte bijbehorende bouwwerken bij een woning', I. bij bouwvlak kleiner dan of gelijk aan 200 m2: 50% van het bouwvlak; of II. bij een bouwvlak groter dan 200 m2: 100 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het bouwvlak dat groter is dan 200 m2, tot een maximum van 150 m2; en d. minimaal een aaneengesloten oppervlakte van 25 m2 van het zij- of achtererf onbebouwd en onoverdekt blijft; en

73

e. de diepte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen aan de achtergevel van het hoofdgebouw niet meer bedraagt dan 4 meter, met dien verstande dat de diepte van het hoofdgebouw en de bijbehorende bouwwerken en overkappingen gezamenlijk niet meer dan 17 meter bedraagt; en f. overkappingen op een afstand van ten minste 1 meter achter de voorgevel van hoofdgebouw worden gebouwd; en g. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken niet meer bedraagt dan 3,30 meter; en h. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken niet meer bedraagt dan 5,50 meter; en i. de bouwhoogte van overkapping niet meer bedraagt dan 3 meter.

Paragraaf 6.4.7 Erfafscheidingen bouwen Artikel 6.105 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van een erf- of terreinafscheiding.

Artikel 6.106 Aanwijzing verbod Het bouwen van bouwwerken ten behoeve van erfafscheidingen binnen de locatie 'beperking erfafscheidingen' is verboden.

Artikel 6.107 Algemene regels erfafscheidingen bouwen 1 Voor het bouwen van erfafscheidingen op een erf waarop al een (hoofd)gebouw staat is geen omgevingsvergunning nodig als: a. de bouwhoogte voor de voorgevel van dat (hoofd)gebouw niet meer dan 1 meter bedraagt; of b. de bouwhoogte achter de voorgevel van dat (hoofd)gebouw niet meer dan 2 meter bedraagt.

2 Voor het bouwen van erfafscheidingen in een andere situatie dan beschreven in Artikel 6.107, eerste lid is geen omgevingsvergunning nodig als de bouwhoogte niet meer dan 2 meter bedraagt.

Paragraaf 6.4.8 Overige agrarische bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen Artikel 6.108 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van overige agrarische bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals torensilo’s, sleufsilo’s, mestopslagplaten en bedrijfsinstallaties, op locaties met de functie 'agrarisch bedrijf'.

Artikel 6.109 Algemene regels voor het bouwen van overige agrarische bouwwerken binnen de functie agrarisch bedrijf 1 Voor het bouwen van een torensilo is geen omgevingsvergunning nodig als de bouwhoogte van de torensilo niet meer bedraagt dan 12 meter.

2 Voor het bouwen van een sleufsilo is geen omgevingsvergunning nodig als de bouwhoogte van de sleufsilo niet meer bedraagt dan 3 meter.

74

3 Voor het bouwen van mestopslagplaten is geen omgevingsvergunning nodig als de bouwhoogte van de mestopslagplaat niet meer bedraagt dan 2 meter.

4 Voor het bouwen van overige agrarische bouwwerken, zoals bedrijfsinstallaties en -constructies is geen omgevingsvergunning nodig als de bouwhoogte van deze bouwwerken niet meer bedraagt dan 6 meter.

Paragraaf 6.4.9 Overkapping bouwen bij andere hoofdgebouwen dan een woning Artikel 6.110 Toepassingsbereik 1 Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van overkappingen bij andere hoofdgebouwen dan een woning.

2 Deze paragraaf is niet van toepassing op het bouwen van overkappingen bij een woning als bedoeld in Paragraaf 6.4.6.

Artikel 6.111 Algemene regels voor het bouwen van overkappingen bij een ander hoofdgebouw dan een woning Voor het bouwen van een overkapping is geen omgevingsvergunning nodig als: a. gebouwd wordt binnen de locatie 'overkapping' b. de overkapping in zijn geheel wordt gebouwd op het erf behorende bij een bestaand hoofdgebouw; en c. de overkapping op een afstand van ten minste 1 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw staat of wordt geplaatst; en d. de overkapping niet hoger is dan 3 meter.

Paragraaf 6.4.10 Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen Artikel 6.112 Toepassingsbereik 1 Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

2 Deze paragraaf is niet van toepassing op het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde zoals bedoeld in Paragraaf 6.4.7 of Paragraaf 6.4.8.

Artikel 6.113 Algemene regels overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen 1 Voor het bouwen van palen, ballenvangers, tribunes en lichtmasten is geen omgevingsvergunning nodig als: a. gebouwd wordt op locaties met de functie 'sport'; en b. de bouwhoogte voor palen en ballenvangers niet meer dan 12 meter bedraagt; en c. de bouwhoogte voor tribunes niet meer dan 5 meter bedraagt; en d. de bouwhoogte voor lichtmasten niet meer dan 20 meter bedraagt.

75

2 Voor het bouwen van bedrijfsinstallaties is geen omgevingsvergunning nodig als: a. gebouwd wordt op locaties met de functie 'bedrijf'; en b. de bouwhoogte van bedrijfsinstallaties niet meer dan 6 meter bedraagt.

3 Het bouwen van verlichting en voorzieningen voor de verkeersgeleiding is vergunningvrij als: a. gebouwd wordt op de locatie 'verkeersweg' of locaties met de functie 'openbaar gebied'; en b. de bouwhoogte voor verlichting niet meer dan 6 meter bedraagt; en c. de bouwhoogte van voorzieningen voor de verkeersgeleiding niet meer dan 10 meter bedraagt.

4 Voor het bouwen van een muziekkiosk, kunstuitingen en speelvoorzieningen is geen omgevingsvergunning nodig als: a. gebouwd wordt op locaties met de functie 'openbaar gebied'; en b. de bouwhoogte van een muziekkiosk niet meer dan 6 meter bedraagt; en c. de bouwhoogte van kunstuitingen niet meer dan 12 meter bedraagt; en d. de bouwhoogte van speelvoorzieningen niet meer dan 6 meter bedraagt.

5 Voor het bouwen van overige andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is geen omgevingsvergunning nodig als de bouwhoogte niet meer dan 3 meter bedraagt.

Afdeling 6.5 Gebruiksactiviteiten Paragraaf 6.5.1 Algemene bepalingen gebruiksactiviteiten Artikel 6.114 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op het gebruik van locaties en het gebruik van gronden en bouwwerken.

Artikel 6.115 Specifieke zorgplicht 1 Degene die een bouwwerk gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.

2 Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten in, op of aan een bouwwerk overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren, waarbij onder overlast en hinder in elk geval wordt verstaan: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trillingen, dieren of verontreinigen; en c. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het bouwwerk zich niet in een zindelijke staat bevindt.

76

3 De zorgplicht is niet van toepassing op het gebruik van bouwwerken, bedoeld in afdeling 6.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Artikel 6.116 Verboden gebruiksactiviteiten Het is verboden een gebruiksactiviteit te verrichten die niet in overeenstemming is met de functie die aan een locatie is toebedeeld.

Artikel 6.117 Algemene afbakeningseis Voor het gebruik van gronden en bouwwerken in overeenstemming met het bepaalde in deze afdeling is geen omgevingsvergunning nodig.

Artikel 6.118 Algemene aanvraagvereisten gebruiksactiviteiten Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor gebruiksactiviteiten worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het beoogde en het huidige gebruik van de gronden en bouwwerken waarop de aanvraag betrekking heeft; b. een situatietekening van de bestaande toestand; c. een tekening van de nieuwe toestand met daarop de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak, de situering van bouwwerken ten opzichte van het gebouwerf en de wegzijde, de wijze waarop de locatie wordt ontsloten, de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing en het beoogde gebruik van de locatie behorende bij het bouwwerk; en d. zo nodig wordt een bodemonderzoek verstrekt waarin aangetoond is wat de bodemkwaliteit ter plaatse is voor het beoogde gebruik.

Paragraaf 6.5.2 Activiteiten in openbaar gebied Subparagraaf 6.5.2.1 Evenementen houden Artikel 6.119 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het houden van evenementen op locaties met de functie 'openbaar gebied'.

Artikel 6.120 Algemene regels evenementen houden Locaties met de functie 'openbaar gebied' mogen worden gebruikt voor het houden van evenementen.

Paragraaf 6.5.3 Agrarische activiteiten Subparagraaf 6.5.3.1 Agrarische bedrijfsactiviteiten uitoefenen Artikel 6.121 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het uitoefenen van grondgebonden agrarische bedrijfsactiviteiten binnen de locatie 'agrarische bedrijfsactiviteiten'.

2 Deze subparagraaf is niet van toepassing op het uitoefenen van niet-grondgebonden agrarische bedrijfsactiviteiten, zoals glastuinbouwbedrijven en veehouderijen.

77

Artikel 6.122 Algemene regels agrarische bedrijfsactiviteiten 1 De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor: a. het bedrijfsmatig telen of veredelen van gewassen, waaronder begrepen houtteelt en fruitteelt; en b. het bedrijfsmatig houden of fokken van vee, pluimvee of pelsdieren.

2 Binnen de locatie 'akkerbouw met verkoop' mogen de gronden en bouwwerken tevens worden gebruikt voor de uitoefening van een akkerbouwbedrijf en tuiderij met verkoop van streekgebonden akkerbouw en tuinderijproducten.

Artikel 6.123 Aanwijzing vergunningplicht Voor het wijzigen van de bedrijfsvoering van een agrarisch bedrijf is een omgevingsvergunning nodig.

Artikel 6.124 Uitzondering vergunningplicht Een omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 6.123, is niet nodig voor het wijzigen van de bedrijfsvoering van een agrarisch bedrijf als die wijziging niet leidt tot: a. een toename van de stikstofdepositie vanuit het desbetreffende agrarisch bedrijf of de betreffende gronden, ten opzichte van de referentiesituatie op het (de) maatgevende gevoelige Natura 2000-gebied(en); en b. meer uitstoot van geluid, stof en geur.

Artikel 6.125 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de bedrijfsvoering van een agrarisch bedrijf wordt alleen verleend als: a. aangetoond is dat er geen sprake is van planologische en/of milieuhygiënische belemmeringen; en b. de ontwikkeling vanuit een goede leefomgeving en gelet op de aspecten als benoemd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, inpasbaar is in de omgeving; en c. aangetoond is dat de kans op cumulatieve geurhinder, (achtergrond)belasting in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er - indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voorgenoemde percentages - maatregelen worden getroffen die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en d. aangetoond is dat er geen sprake is van een onevenredige toename van stikstofdepositie vanuit het desbetreffende agrarisch bedrijf of de betreffende gronden, ten opzichte van de referentiesituatie op het (de) maatgevende gevoelige Natura 2000-gebied(en); en e. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd.

Subparagraaf 6.5.3.2 Agrarisch loonbedrijf exploiteren Artikel 6.126 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het exploiteren van een agrarisch loonbedrijf binnen de locatie 'agrarisch loonbedrijf'.

Artikel 6.127 Algemene regels agrarische loonbedrijf exploiteren

78

De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor het exploiteren van een agrarisch loonbedrijf.

Subparagraaf 6.5.3.3 Paardenhouderij exploiteren Artikel 6.128 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het exploiteren van een paardenhouderij binnen de locatie 'paardenhouderij'.

Artikel 6.129 Algemene regels paardenhouderij exploiteren De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor het exploiteren van een paardenhouderij.

Subparagraaf 6.5.3.4 Telen van gewassen en/of het houden van landbouwhuisdieren Artikel 6.130 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het telen van gewassen of het houden van landbouwhuisdieren binnen de locatie 'agrarische activiteiten'.

Artikel 6.131 Algemene regels telen van gewassen en/of houden van landbouwhuisdieren De gronden mogen worden gebruikt voor het al dan niet bedrijfsmatig gebruik van gronden voor het telen van gewassen of het houden van landbouwhuisdieren.

Subparagraaf 6.5.3.5 Veehouderij exploiteren Artikel 6.132 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het exploiteren van veehouderijen binnen de locatie 'veehouderij exploiteren'.

Artikel 6.133 Algemene regels veehouderij exploiteren 1 De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor het bedrijfsmatig fokken van slacht-, fok-, leg- of pelsdieren in gebouwen en (nagenoeg) zonder weidegang.

2 Binnen de locatie 'overige veehouderij' mogen de gronden uitsluitend worden gebruikt voor een veehouderij, niet zijnde intensieve veehouderij, waarbij geldt dat: a. stalruimte voor de veehouderij uitsluitend is toegestaan in de bestaande gebouwen; b. nieuwe bedrijfsgebouwen uitsluitend gebruikt mogen worden voor de stalling van landbouwmachines en dergelijke en de opslag van aardappelen, uien, mest, hooi, stro en dergelijke; c. mestverwerking en mestbewerking ten behoeve van een op dezelfde locatie gevestigde veehouderij is toegestaan, mits de vloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 500 m2; d. de omvang van het bestaande veebestand niet mag toenemen; e. de landschappelijk inpassing conform het landschappelijk inpassingsplan, zoals opgenomen in Landschappelijke inpassing Baarschotsestraat 17, wordt gerealiseerd en aldus in stand gehouden.

Artikel 6.134 Aanwijzing vergunningplicht Voor het wijzigen van de bedrijfsvoering van een veehouderij naar een ander type veehouderij, danwel agrarisch bedrijf, is een omgevingsvergunning nodig.

79

Artikel 6.135 Uitzondering vergunningplicht Een omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 6.134, is niet nodig voor het wijzigen van een veehouderij als die wijziging niet leidt tot: a. een toename van de stikstofdepositie vanuit het desbetreffende agrarisch bedrijf op de betreffende gronden, ten opzichte van de referentiesituatie op het (de) maatgevende gevoelige Natura 2000-gebied(en); en b. meer uitstoot van geluid, stof en geur.

Artikel 6.136 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de bedrijfsvoering van een veehouderij naar een ander type veehoudeij wordt alleen verleend als: a. aangetoond is dat er geen sprake is van planologische en/of milieuhygiënische belemmeringen; en b. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van belangen van omwonenden en de omgeving; en c. de ontwikkeling vanuit een goede leefomgeving en gelet op de aspecten als benoemd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, inpasbaar is in de omgeving; en d. aangetoond is dat de kans op cumulatieve geurhinder, (achtergrond)belasting in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er - indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voorgenoemde percentages - maatregelen worden getroffen die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en e. aangetoond is dat er geen sprake is van een onevenredige toename van stikstofdepositie vanuit het desbetreffende agrarisch bedrijf of de betreffende gronden, ten opzichte van de referentiesituatie op het (de) maatgevende gevoelige Natura 2000-gebied(en); en f. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd.

Paragraaf 6.5.4 Bedrijfsactiviteiten Subparagraaf 6.5.4.1 Bedrijfsactiviteiten uitoefenen Artikel 6.137 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten binnen de locatie 'bedrijfsactiviteiten'.

Artikel 6.138 Algemene regels bedrijfsactiviteiten uitoefenen 1 De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten als vermeld in de VNG Brochure 'Bedrijven en Milieuzonering 2009' behorende tot ten hoogste milieucategorie 2.

2 De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor productiegebonden detailhandel.

3 Binnen de locatie 'garage en autohandel' mogen de gronden en bouwwerken worden gebruikt voor het exploiteren van een garagebedrijf met autohandel als voldaan wordt aan de volgende regel: a. auto's en voertuigen uitsluitend worden gestald of geparkeerd achter de voorgevel van de bedrijfswoning en het verlengde daarvan tot aan de zijdelingse perceelgrenzen.

80

4 Binnen de locatie 'bedrijf overig' mogen de gronden en bouwwerken tevens worden gebruikt voor het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten behorende tot milieucategorie 3 en 4 als vermeld in de VNG Brochure 'Bedrijven en Milieuzonering 2009' conform de op 20 oktober 2008 aangevraagde milieuvergunning en de bij besluit van 9 februari 2009 door het bevoegd gezag verleende ontheffing.

5 Binnen de locatie 'verkeersweg' mogen de gronden uitsluitend worden gebruikt voor parkeerterreinen en andere openbare ruimten, alsmede voor verkeer gericht op aangrenzende en nabijgelegen functies.

6 Op locaties met de functie ‘gemengd’ mogen de gronden en bouwwerken worden gebruikt voor ateliers, bedrijven in de milieucategorie 1 zoals vermeld in de VNG Brochure 'Bedrijven en Milieuzonering 2009' en/of ondergeschikte kantoorruimte als voldaan wordt aan de volgende regels: a. een atelier of ondergeschikte kantoorruimte is uitsluitend op de verdieping toegestaan; b. minimaal 100% van de bebouwde oppervlakte van de begane grond dient in gebruik te zijn ten behoeve van bedrijfsactiviteiten.

7 Binnen de locatie 'groothandel' mogen de gronden en bouwwerken tevens worden gebruikt voor het exploiteren van een groothandel.

8 Binnen de locatie 'agrarisch technisch hulpbedrijf' mogen de gronden en bouwwerken tevens worden gebruikt voor het exploiteren van een agrarisch technisch hulpbedrijf.

9 Binnen de locatie 'constructiewerkplaats' mogen de gronden en bouwwerken tevens worden gebruikt voor het exploiteren van constructiewerkplaats.

Artikel 6.139 Aanwijzing vergunningplicht 1 Voor het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten, welke niet voldoen aan de regels van Artikel 6.138 is een omgevingsvergunning nodig.

2 Voor de vestiging van een bedrijf in milieucategorie 2 op locaties met de functie ‘gemengd’ is een omgevingsvergunning nodig.

Artikel 6.140 Beoordelingsregels vergunningplicht 1

81

De omgevingsvergunning voor het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten, bedoeld in Artikel 6.139, eerste lid, wordt alleen verleend als: a. de bedrijfsactiviteiten niet vermeld worden in de VNG Brochure 'Bedrijven en Milieuzonering 2009', maar de bedrijfsactiviteiten voor wat betreft de aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met de bedrijfsactiviteiten die op die locatie zijn toegestaan; of b. de bedrijfsactiviteiten vermeld worden in de VNG Brochure 'Bedrijven en Milieuzonering 2009' in één categorie hoger dan toelaatbaar is gesteld, maar de bedrijfsactiviteiten voor wat betreft de aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 2; en c. de bedrijfsactiviteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefklimaat in de omgeving.

2 De omgevingsvergunning voor de vestiging van een bedrijf in milieucategorie 2 als bedoeld in Artikel 6.139, tweede lid wordt alleen verleend als: a. het bedrijf binnen en buiten het plangebied geen onevenredige milieubelasting mag opleveren, met name ten aanzien van de in de omgeving gelegen woningen; b. bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling dienen te worden betrokken: het al dan niet continue karakter van de bedrijfsactiviteit, geluidhinder, geurproductie, stofuitworp, externe veiligheid, visuele hinder, verontreiniging van lucht, bodem en water, verkeersaantrekking.

Paragraaf 6.5.5 Dienstverlenende activiteiten Paragraaf 6.5.6 Horeca-activiteiten Subparagraaf 6.5.6.1 Horecabedrijf exploiteren Artikel 6.141 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het exploiteren van een horecabedrijf binnen de locatie 'horeca-activiteiten'.

Artikel 6.142 Algemene regels horecabedrijf exploiteren De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor het exploiteren van horecabedrijven tot ten hoogste de aangegeven categorie, daaronder begrepen: a. het exploiteren van horecabedrijven tot ten hoogste de aangegeven categorie, binnen de locaties 'horeca tot en met categorie 2', 'horeca tot en met categorie 3'of 'horeca tot en met categorie 4', daaronder begrepen: 1. het bedrijfsmatige verstrekken van logies (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van maaltijden voor de consumptie ter plaatse en het verstrekken van alcoholhoudende en alcoholvrije dranken), zoals een hotel of pension; en 2. het bedrijfsmatig verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van alcoholhoudende en alcoholvrije dranken), zoals een restaurant.

Artikel 6.143 Aanwijzing vergunningplicht Voor het exploiteren van een horecabedrijf, welke niet voldoet aan de regels in Artikel 6.142, is een omgevingsvergunning nodig.

Artikel 6.144 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het exploiteren van een horecabedrijf, bedoeld in Artikel 6.143, wordt alleen verleend als:

82

a. het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de toelaatbare categorie; en b. door het gebruik geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het woon- en leefklimaat in de omgeving; 3. de verkeersveiligheid; en 4. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

Paragraaf 6.5.7 Kantooractiviteiten Subparagraaf 6.5.7.1 Zelfstandige kantooractiviteiten uitoefenen Artikel 6.145 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het uitoefenen van zelfstandige kantooractiviteiten binnen de locatie 'kantoorunit' en locaties met de functie 'gemengd'.

Artikel 6.146 Algemene regels zelfstandige kantooractiviteiten Binnen de locatie 'kantoorunit' mogen de gronden en bouwwerken worden gebruikt voor het uitoefenen van zelfstandige kantooractiviteiten als voldaan wordt aan de volgende regels: a. per locatie is één kantoorunit toegestaan; en b. het maximum brutovloeroppervlak mag niet meer bedragen dan 70 m2.

Artikel 6.147 Aanwijzing vergunningplicht Voor het uitoefenen van dienstverlenende activiteiten op locaties met de functie ‘gemengd’ is een omgevingsvergunning nodig.

Artikel 6.148 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het uitoefenen van dienstverlenende activiteiten als bedoeld in Artikel 6.147 wordt alleen verleend als: a. wordt voorzien in voldoende pareerplaatsen; en+ b. het gebruik geen onevenredige nadelige invloed heeft op de afwikkeling van het verkeer; en c. geen onevenredige nadelige gevolgen voor het woonmilieu ontstaan of kunnen ontstaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17165657/1