Tweede wijziging omgevingsplan (2 Raadsbesluit)
Tekst van het document
Paragraaf 6.5.8 Maatschappelijke activiteiten Subparagraaf 6.5.8.1 Maatschappelijke activiteiten uitoefenen Artikel 6.149 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het uitoefenen van maatschappelijke activiteiten binnen de locatie 'maatschappelijke activiteiten'.
Artikel 6.150 Algemene regels maatschappelijke activiteiten 1 De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor: a. medische en verzorgende activiteiten; b. sociaal-culturele activiteiten; c. religieuze activiteiten;
83
d. militaire activiteiten; e. educatieve (waaronder kinderopvang) activiteiten; f. openbare dienstverlenende activiteiten; of g. daarmee gelijk te stellen activiteiten.
2 De gronden en bouwwerken binnen de locatie 'begraafplaats' mogen worden gebruikt voor de teraardebestelling en de instandhouding van graven.
3 De gronden en bouwwerken binnen de locatie 'Hart van Haghorst' mogen worden gebruikt voor: a. binnen- en buitensportbeoefening; b. horecaactiviteiten tot ten hoogste categorie 4, zoals aangegeven in horecabedrijf; c. educatieve activiteiten; d. sociaal-culturele actviteiten; en e. openbare dienstverlenende activiteiten.
Subparagraaf 6.5.8.2 Ondersteunende horeca aanbieden bij maatschappelijk Artikel 6.151 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het aanbieden van ondersteunende horeca binnen de locatie 'ondersteunende horeca'.
Artikel 6.152 Algemene regels ondersteunende horeca aanbieden De gronden en bouwwerken mogen worden gebruik voor het aanbieden van ondersteunende horeca.
Subparagraaf 6.5.8.3 Wonen in zorgwoningen Artikel 6.153 Toepassingsbereik Deze subparagaaf is van toepassing op het wonen in (zorg)woningen binnen de locatie 'zorgwoningen'.
Artikel 6.154 Algemene regels wonen in zorgwoningen De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor het wonen in een zorgwoning.
Paragraaf 6.5.9 Recreatieve activiteiten Subparagraaf 6.5.9.1 Dagrecreatieve doeleinden uitoefenen in de vorm van volkstuinen Artikel 6.155 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het uitoefenen van dagrecreatieve doeleinden in de vorm van volkstuinen met daarbij behorende voorzieningen binnen de locatie ‘volkstuin’.
Artikel 6.156 Algemene regels De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor dagrecreatieve doeleinden in de vorm van volkstuinen.
Paragraaf 6.5.10 Sportactiviteiten
84
Subparagraaf 6.5.10.1 Binnen- en buitensportactiviteiten uitoefenen Artikel 6.157 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het uitoefenen van binnen- en buitensport binnen de locatie 'sportactiviteiten'.
Artikel 6.158 Algemene regels sportactiviteiten 1 Binnen de locatie 'sportactiviteiten' mogen de gronden en bouwwerken worden gebruikt voor: a. binnen- en buitensportbeoefening; b. het aanbieden van ondersteunende horeca met een maximum oppervlakte zoals aangegeven met de norm 'maximum gebruiksoppervlakte ondersteunende horeca'.
2 Binnen de locatie 'handboogsport' mogen de gronden en bouwwerken worden gebruikt voor: a. de beoefening van de handboogsport; b. fabricage, assemblage, reparatie en verkoop van artikelen die onderdeel zijn van deze sport, mits herkenbaar ondergeschikt aan de hoofdactiviteit; c. evenementen ten behoeve van de handboogsport.
Subparagraaf 6.5.10.2 Maatschappelijke activiteiten bij sport uitoefenen Artikel 6.159 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het uitoefenen van maatschappelijke activiteiten bij sportbeoefening binnen de locatie 'maatschappelijke functies'.
Artikel 6.160 Algemene regels maatschappelijke activiteiten bij sport De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor het uitoefenen van maatschappelijke activiteiten bij sportbeoefening.
Subparagraaf 6.5.10.3 Ondersteunende horeca aanbieden bij sport Artikel 6.161 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het aanbieden van ondersteunende horeca bij sportbeoefening binnen de locatie 'ondersteunende horeca'.
Artikel 6.162 Algemene regels ondersteunende horeca aanbieden De gronden en bouwwerken mogen worden gebruik voor het aanbieden van ondersteunende horeca bij sportbeoefeningen.
Paragraaf 6.5.11 Woonactiviteiten Subparagraaf 6.5.11.1 Wonen Artikel 6.163 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op wonen binnen de locatie 'wonen - gebruik' of bedrijfswoning.
Artikel 6.164 Algemene regels wonen
85
1 De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor wonen, mits in één woning slechts één afzonderlijk huishouden woont en niet gewoond wordt in een bijbehorend bouwwerk, tenzij er sprake is van mantelzorg zoals bedoeld in Artikel 22.25.
2 Het bewonen van een (bedrijfs)woning gelegen binnen de locatie 'bedrijfswoning' is uitsluitend vergunningvrij voor (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de hoofdfunctie, noodzakelijk is.
3 Het bewonen van een bedrijfswoning gelegen op locaties met de functie ‘gemengd’ is uitsluitend toegestaan op de verdieping.
Artikel 6.165 Aanwijzing vergunningplicht 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een woning of bijbehorende bouwwerk te gebruiken ten behoeve van mantelzorg, tenzij het ziet op de gevallen zoals bedoeld in de landelijke vergunningvrije mantelzorgregeling als opgenomen in Artikel 22.25.
2 Voor het laten bewonen van een bedrijfswoning door (het huishouden van) een persoon zonder functionele binding met de ter plaatse aangewezen hoofdfunctie is een omgevingsvergunning nodig.
Artikel 6.166 Beoordelingsregels vergunningplicht 1 De omgevingsvergunning voor het gebruiken van een woning of bijbehorende bouwwerk ten behoeve van mantelzorg, bedoeld in Artikel 6.165, eerste lid, wordt alleen verleend als: a. sprake is van één huishouden van maximaal twee personen; of b. de aanvrager de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt; of c. de aanvrager de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt, maar aantoont dat er een reële verwachting is dat binnen 10 jaar een zorgbehoefte gaat ontstaan.
2 De omgevingsvergunning voor het gebruiken van een woning of bijbehorend bouwwerk ten behoeve van mantelzorg, bedoeld in Artikel 6.165, eerste lid, wordt ingetrokken indien de aanvrager van de vergunning en diens partner geen gebruik meer maken van de vergunning.
3 De omgevingsvergunning voor het laten bewonen van een bedrijfswoning, bedoeld in Artikel 6.165, tweede lid, wordt alleen verleend als: a. ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; en b. de belangen van rechthebbenden op de omliggende gronden niet worden beperkt.
86
Subparagraaf 6.5.11.2 Splitsen van woningen Artikel 6.167 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het splitsen van woningen binnen de locatie 'woonboerderij'.
Artikel 6.168 Aanwijzing vergunningplicht Voor het splitsen van een woonruimte in meerdere zelfstandige woonruimten is een omgevingsvergunning nodig.
Artikel 6.169 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het splitsen van een woonruimte in meerdere zelfstandige woonruimten, bedoeld in Artikel 6.168, wordt alleen verleend als: a. de woning wordt gesplitst in niet meer dan 2 woningen; en b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld; en c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het woon- en leefklimaat in de omgeving; en d. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de verkeersveiligheid; en e. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Subparagraaf 6.5.11.3 Aan huis verbonden beroepen uitoefenen Artikel 6.170 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep als ondergeschikte functie bij wonen binnen de locatie 'wonen - gebruik' of 'bedrijfswoning'.
Artikel 6.171 Algemene regels aan huis verbonden beroepen De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor het uitoefenen van een aan huis verbonden beroepen als voldaan wordt aan de volgende regels: a. de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd, waarbij maximaal 25% van het bebouwde oppervlak van de aanwezige bebouwing met een maximum van 60 m2 ten behoeve van een aan huis gebonden beroep mag worden gebruikt; en b. het gebruik geen onevenredige afbreuk veroorzaakt op de verkeersafwikkeling en voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein worden voorzien; en c. de activiteit milieuhygiënisch inpasbaar is in de woonomgeving; en d. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner; en e. door de uitoefening van de activiteit het uiterlijk aanzien van de woning niet zodanig verandert dat de woning het karakter van de woning geheel of gedeeltelijk verliest; en f. de aard en de activiteiten van het bedrijf niet leiden tot een onevenredige afbreuk van het woon- en leefklimaat in de omgeving.
Subparagraaf 6.5.11.4 Aan huis verbonden bedrijven uitoefenen Artikel 6.172 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het uitoefenen van een aan huis verbonden bedrijf als ondergeschikte functie bij wonen binnen de locatie 'wonen - gebruik'.
Artikel 6.173 Aanwijzing vergunningplicht
87
Voor het uitoefen van een aan huis verbonden bedrijf als ondergeschikte functie bij wonen is een omgevingsvergunning nodig.
Artikel 6.174 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het uitoefeneneb van een aan huis verbonden bedrijf, bedoeld in Artikel 6.173, wordt alleen verleend als a. de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd, waarbij maximaal 25% van het bebouwde oppervlak van de aanwezige bebouwing met een maximum van 60 m2 ten behoeve van een aan huis gebonden bedrijf mag worden gebruikt; en b. het gebruik geen onevenredige afbreuk veroorzaakt op de verkeersafwikkeling en voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein worden voorzien; en c. de activiteit milieuhygiënisch inpasbaar is in de woonomgeving waarbij geldt dat deze is vermeld in de VNG Brochure 'Bedrijven en Milieuzonering 2009' behorende tot ten hoogste milieucategorie 2; en d. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner; en e. door de uitoefening van de activiteit het uiterlijk aanzien van de woning niet zodanig verandert dat de woning het karakter van een woning geheel of gedeeltelijk verliest; en f. de aard en de activiteiten van het bedrijf niet leiden tot een onevenredige afbreuk van het woon- en leefklimaat in de omgeving.
Subparagraaf 6.5.11.5 Huisvesten arbeidsmigranten Artikel 6.175 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het huisvesten van arbeidsmigranten binnen de locatie 'besluitgebied tweede wijziging'.
Artikel 6.176 Aanwijzing verbod 1 Het huisvesten van arbeidsmigranten in een recreatieverblijf is verboden.
2 Het grootschalig huisvesten van arbeidsmigranten is verboden, waarbij geldt dat (ongeacht de locatie) bij een aantal van 50 of meer arbeidsmigranten altijd sprake is van grootschalige huisvesting
Artikel 6.177 Aanwijzing vergunningplicht Voor het huisvesten van arbeidsmigranten is een omgevingsvergunning nodig.
Artikel 6.178 Algemene beoordelingsregels De omgevingsvergunning voor het huisvesten van arbeidsmigranten, bedoeld in Artikel 6.177, wordt alleen verleend als: a. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid conform de normen zoals opgenomen in het 'Parkeerbeleidsplan' van de gemeente Hilvarenbeek; en b. de aanvraag ziet op bestaande bouwpercelen; en c. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de milieusituatie; 2. de verkeersveiligheid;
88
3. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 4. de sociale veiligheid; en 5. de externe veiligheid.
Artikel 6.179 Algemene beoordelingsregels voor het tijdelijk huisvesten van arbeidsmigranten in gebouwen In aanvulling op het bepaalde in Artikel 6.178 wordt een omgevingsvergunning voor de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten in gebouwen alleen verleend als: a. nieuwe huisvestingslocaties een certificaat kunnen overleggen, waaruit blijkt dat voldaan wordt aan het Stichting Normering Flexwonen (SNF) keurmerk; en b. bij uitbreiding van bestaande vergunde verblijven een certificaat overlegd kan worden, waaruit blijkt dat voldaan wordt aan het Stichting Normering Flexwonen (SNF) keurmerk; en c. voldaan wordt aan wettelijke regelgeving uit het Bouwbesluit en Stichting Normering Flexwonen (SNF); en d. aan de gemeente een beheerder is aangewezen en een aanspreekpunt is vermeld aan elke arbeidsmigrant, alle omwonenden en de gemeente; en e. op elk moment een aan de gemeente aangewezen beheerder en aanspreekpunt beschikbaar is bij locaties met ten minste 40 arbeidsmigranten.
Artikel 6.180 Beoordelingsregels voor het huisvesten van arbeidsmigranten in een bedrijfswoning In aanvulling op het bepaalde in Artikel 6.178 wordt een omgevingsvergunning voor het tijdelijk huisvesten van arbeidsmigranten in een bedrijfswoning alleen verleend als: a. een gescheiden huurovereenkomst en arbeidsovereenkomst wordt opgesteld voor elke arbeidsmigrant; en b. elke arbeidsmigrant na het beëindigen van de arbeidsovereenkomst recht heeft op een termijn van 4 weken om te vertrekken; en c. elke arbeidsmigrant geen arbeid verricht elders dan bij het bedrijf gerelateerd aan de bedrijfswoning.
Artikel 6.181 Beoordelingsregels voor het huisvesten van arbeidsmigranten in een nieuw pensionen/of logiesgebouw In aanvulling op het bepaalde in Artikel 6.180 wordt een omgevingsvergunning voor het realiseren van nieuwe pensions en/of logiesgebouwen voor de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten alleen verleend als: a. voldaan wordt aan het gemeentelijke participatiebeleid; en b. er per locatie rekening wordt gehouden met de draagkracht van de omgeving, waarbij gelet wordt op: 1. de ligging van de huisvestingslocatie; 2. de omvang van de huisvestingslocatie; 3. de bereikbaarheid van de huisvestingslocatie; 4. het woon- en leefklimaat ter plaatse van de huisvestingslocatie en de omgeving, en 5. de relatie tussen de bedrijfsvoering en de nieuwe huisvestingslocatie; en c. voldoende parkeergelegenheid aanwezig is of wordt gerealiseerd op de huisvestingslocatie, conform de normen zoals opgenomen in het 'Parkeerbeleidsplan 2015-2020' van de gemeente Hilvarenbeek, dan wel in het beleidsplan dat is vastgesteld ter vervanging van dit parkeerbeleidsplan; en d. er sprake is van een aantoonbare behoefte aan arbeidsmigranten voor bedrijvigheid gelegen binnen de gemeente Hilvarenbeek en de Hilvarenbeekse bedrijvigheid wordt gestimuleerd; en e.
er geen andere middelgrote huisvestingslocatie binnen een straal van ten minste 500 meter vanaf de nieuwe huisvestingslocatie aanwezig is; en f. een gescheiden huurovereenkomst en arbeidsovereenkomst wordt opgesteld voor elke arbeidsmigrant.
Artikel 6.182 Beoordelingsregels voor het huisvesten arbeidsmigranten in een bestaande woning,
89
niet zijnde de bedrijfswoning bij het bedrijf In aanvulling op het bepaalde in Artikel 6.178 wordt een omgevingsvergunning voor het huisvesten van arbeidsmigranten in een woning, anders dan de bedrijfswoning bij het bedrijf waar de arbeidsmigranten werken, alleen verleend als: a. er sprake is van één of meer langdurig verblijvende arbeidsmigranten, waarbij deze arbeidsmigranten gezamenlijk één huishouden vormen; en b. geen sprake is van kamergewijze verhuur.
Afdeling 6.6 Milieubelastende activiteiten Afdeling 6.7 Sloopactiviteiten Paragraaf 6.7.1 Algemene bepalingen sloopactiviteiten Artikel 6.183 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op het geheel of gedeeltelijk slopen van een bouwwerk.
Artikel 6.184 Algemene regels Het verrichten van sloopactiviteiten als bedoeld in deze afdeling is vergunningvrij als de activiteiten: a. behoren tot het normale beheer en onderhoud; of b. op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning.
Artikel 6.185 Specifieke zorgplicht beschermen omgeving sloopwerkzaamheden Degene die sloopwerkzaamheden verricht of weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de werkzaamheden kunnen leiden tot beschadiging of belemmering van wegen, van in de weg gelegen werken en van andere roerende of onroerende zaken op een aangrenzend perceel of op een aan het sloopterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die beschadigingen of belemmering te voorkomen of niet te laten voortduren.
Paragraaf 6.7.2 Cultuurhistorisch waardevolle objecten slopen Artikel 6.186 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het slopen van cultuurhistorisch waardevolle objecten binnen 'cultuurhistorisch waardevolle objecten'.
Artikel 6.187 Aanwijzing vergunningplicht Voor het slopen van een cultuurhistorisch waardevol object, als bedoeld in artikel 6.173, is een omgevingsvergunning nodig. Een omgevingsvergunning is niet nodig als de activiteit is toegestaan op grond van Artikel 6.184.
Artikel 6.188 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het slopen van een cultuurhistorisch waardevol object, bedoeld in Artikel 6.187 wordt alleen verleend indien en voor zover door de activiteit geen onevenredige aantasting ontstaat of kan ontstaan van de cultuurhistorische waarden van de omgeving.
Artikel 6.189 Advisering
90
Bevoegd gezag vraagt schriftelijk advies bij de beheerder of deskundige partij en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning
Afdeling 6.8 Overige activiteiten Paragraaf 6.8.1 Algemene bepalingen overige activiteiten Artikel 6.190 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op het uitvoeren van overige activiteiten.
Paragraaf 6.8.2 Gebouw of activiteit met parkeerbehoefte toevoegen Artikel 6.191 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van een gebouw met een parkeerbehoefte en het starten dan wel wijzigen van een gebruiksactiviteit waarvan een parkeerbehoefte wordt verwacht binnen het 'besluitgebied tweede wijziging'.
Artikel 6.192 Aanwijzing vergunningplicht Voor het bouwen van een gebouw met een parkeerbehoefte of het starten van een nieuwe gebruiksactiviteit, dan wel het wijzigen van een gebruiksactiviteit, als van deze gebruiksactiviteit een parkeerbehoefte wordt verwacht, is een omgevingsvergunning nodig.Activiteit gereguleerd in omgevingsplanregels
Artikel 6.193 Aanvraagvereisten vergunningplicht Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met een parkeerbehoefte en het starten dan wel wijzigen van een gebruiksactiviteit, waarbij een parkeerbehoefte wordt verwacht worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekeningen met daarop bestaande en nieuw aan te leggen parkeerplaatsen; en b. een parkeerbalans en toelichting hierop.
Artikel 6.194 Beoordelingsregels vergunningplicht 1 De omgevingsvergunningvoor het bouwen van een gebouw met een parkeerbehoefte of het starten van een nieuwe gebruiksactiviteit, dan wel het wijzigen van de gebruiksactiviteit waarbij een parkeerbehoefte wordt verwacht wordt alleen verleend als a. in voldoende mate parkeergelegenheid voor auto's en stallingsmogelijkheden voor fietsen, als ook (verkeers) ruimte voor het laden en lossen van goederen, wordt aangelegd in, op of onder een gebouw, dan wel op of onder het daarbij behorende gebouwerf. Voor het bepalen van het aantal benodigde parkeer- en stallingsmogelijkheden en verkeersruimte(n) worden de normen zoals opgenomen in het 'Parkeerbeleidsplan 2015-2020' van de gemeente Hilvarenbeek, dan wel in het beleidsplan dat is vastgesteld ter vervanging van dit parkeerbeleidsplan, gebruikt; en b. de noodzakelijke parkeervoorzieningen en verkeersruimte(n) als dusdanig en feitelijk voor onbepaalde tijd in stand worden gehouden.
2 Voor zover niet wordt voldaan aan de beoordelingsregels in het eerste lid, kan door het bevoegd gezag een omgevingsvergunning worden verleend voor wat betreft de nodige parkeer- en stallingsnorm(en) als:
91
a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. geen onaanvaardbare situatie ontstaat met betrekking tot milieuhygiënische kwaliteit, waterhuishouding en externe veiligheid; en c. geen nadelige beïnvloeding ontstaat van de normale afwikkeling van het verkeer en de feitelijke verkeerssituatie.
3 Voor zover niet wordt voldaan aan de beoordelingsregels in het eerste lid, kan door het bevoegd gezag een omgevingsvergunning worden verleend voor wat betreft de nodige laad- of losruimte als: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; en b. geen onaanvaardbare situatie ontstaat met betrekking tot milieuhygiënische kwaliteit, waterhuishouding en externe veiligheid; en c. geen nadelige beïnvloeding ontstaat van de normale afwikkeling van het verkeer en de feitelijke verkeerssituatie.
92
Hoofdstuk 7 Beheer en onderhoud [Gereserveerd]
93
Hoofdstuk 8 Financiële bepalingen [Gereserveerd]
94
Hoofdstuk 9 Procedureregels [Gereserveerd]
95
Hoofdstuk 10 Handhaving [Gereserveerd]
96
Hoofdstuk 11 Monitoring en informatie [Gereserveerd]
97